Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 OKTOBER 2018. - Wet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten teneinde de griffierechten te hervormen
Titre
14 OCTOBRE 2018. - Loi modifiant le Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe en vue de réformer les droits de greffe
Documentinformatie
Numac: 2018015308
Datum: 2018-10-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018015308
Date: 2018-10-14
Moniteur: Voir
Tekst (34)
Texte (34)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE II. - Modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art. 2. In artikel 2691 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967, vervangen bij de wet van 28 april 2015, vernietigd bij het arrest nr. 13/2017 van het Grondwettelijk hof, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Voor elke zaak die op de algemene rol, in het register van de verzoekschriften of in het register van de vorderingen in kort geding wordt ingeschreven of terug ingeschreven, is er verschuldigd:
  1° in de vredegerechten en de politierechtbanken, een recht van 50 euro;
  2° in de rechtbanken van eerste aanleg en de rechtbanken van koophandel, een recht van 165 euro;
  3° in de hoven van beroep een recht van 400 euro;
  4° in het Hof van Cassatie een recht van 650 euro.";
  b) het tweede lid wordt opgeheven;
  c) het artikel wordt aangevuld met een lid luidende:
  "De zaken die worden geacht spoedeisend te zijn zoals bedoeld in artikel 1253ter/7 van het Gerechtelijk Wetboek zijn onderworpen aan een eenmalig recht wanneer de nieuwe aanhangigmaking bij de familierechtbank het wijzigen van een vordering waarover deze zich al heeft uitgesproken, tot doel heeft. Dit stelsel wordt uitgebreid tot de maatregelen betreffende de uitoefening van het ouderlijk gezag uitgesproken door de jeugdrechtbank, waarvan de wijziging wordt gevraagd voor de familierechtbank.".
Art. 2. Dans l'article 2691 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, inséré par la loi du 10 octobre 1967, remplacé par la loi du 28 avril 2015, annulée par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 13/2017, les modifications suivantes sont apportées:
  a) l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Il est dû pour chaque cause inscrite ou réinscrite au rôle général, au registre des requêtes ou au registre des demandes en référé:
  1° dans les justices de paix et les tribunaux de police, un droit de 50 euros;
  2° dans les tribunaux de première instance et les tribunaux de commerce, un droit de 165 euros;
  3° dans les cours d'appel, un droit de 400 euros;
  4° à la Cour de cassation, un droit de 650 euros.";
  b) l'alinéa 2 est abrogé;
  c) l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Les causes réputées urgentes visées à l'article 1253ter/7 du Code judiciaire sont soumises à un droit unique lorsque l'objectif de la nouvelle saisine du tribunal de la famille est de modifier une demande sur laquelle il s'est déjà prononcé. Ce régime est étendu aux mesures relatives à l'exercice de l'autorité parentale prononcées par le tribunal de la jeunesse dont la modification est demandée devant le tribunal de la famille.".
(NOTA : bij arrest nr. 84/2021 van 10-06-2021 (2021-06-10/17, B.St. 12-07-2021, p. 70098), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd, in zoverre zij van toepassing zijn op de rechtzoekenden van wie de zaak op de rol is ingeschreven tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de plafonds om juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand te genieten, zoals vastgesteld krachtens de artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020)
(NOTE : par son arrêt n° 84/2021 du 10-06-2021 (2021-06-10/17, M.B. 12-07-2021, p. 70098), la Cour constitutionnelle a annulé le présent article, en ce qu'il s'applique aux justiciables dont la cause a été inscrite au rôle entre le 1er février 2019 et le 31 août 2020, qui ont fait l'objet d'une condamnation au paiement des droits de mise au rôle au plus tard le 31 août 2020, et dont les moyens d'existence se situent en dessous des plafonds pour bénéficier de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire fixés en vertu des articles 3 et 4 de la loi du 31 juillet 2020)
Art. 3. Artikel 2692 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 oktober 1967, vervangen bij de wet van 28 april 2015, vernietigd bij het arrest nr. 13/2017 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 2692. § 1. De rechter veroordeelt in zijn eindbeslissing de partij of de partijen die het recht verschuldigd zijn tot de betaling ervan of tot betaling van hun deel erin. Tegen de beslissing van de rechter kan geen rechtsmiddel worden aangewend.
  Het recht is volledig verschuldigd door de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen, behalve indien:
  1° de verweerder in het ongelijk wordt gesteld, in welk geval het recht volledig verschuldigd is door de verweerder;
  2° de partijen onderscheidenlijk omtrent enig geschilpunt in het ongelijk zijn gesteld, in welk geval het recht ten dele door de eiser en ten dele door de verweerder verschuldigd is, volgens de beslissing van de rechter.
  Het recht wordt opeisbaar op de datum van de veroordeling.
  § 2. In geval de zaak op de rol wordt doorgehaald of van de rol wordt weggelaten bij toepassing van artikel 730 van het Gerechtelijk Wetboek, is het recht vanaf de datum van de doorhaling of van de weglating opeisbaar ten laste van de partij die de zaak op de rol heeft doen stellen.".
Art. 3. L'article 2692 du même Code, inséré par la loi du 10 octobre 1967, remplacé par la loi du 28 avril 2015, annulée par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 13/2017, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 2692. § 1er. Dans sa décision définitive, le juge condamne la partie ou les parties qui sont redevables du droit au paiement de ce dernier ou au paiement de leur part dans ce dernier. La décision du juge n'est susceptible d'aucun recours.
  La partie qui a inscrit l'affaire au rôle est entièrement redevable du droit, excepté si:
  1° le défendeur succombe, dans ce cas le droit est entièrement dû par le défendeur;
  2° les parties succombent respectivement sur quelque chef, dans ce cas le droit est dû en partie par le demandeur et en partie par le défendeur, selon la décision du juge.
  Le droit est exigible à la date de la condamnation.
  § 2. Au cas où une affaire est rayée ou omise du rôle en application de l'article 730 du Code judiciaire, le droit est exigible à partir de la date de la radiation ou de l'omission à charge de la partie qui a fait inscrire l'affaire au rôle.".
(NOTA : bij arrest nr. 84/2021 van 10-06-2021 (2021-06-10/17, B.St. 12-07-2021, p. 70098), heeft het Grondwettelijk Hof dit artikel vernietigd, in zoverre zij van toepassing zijn op de rechtzoekenden van wie de zaak op de rol is ingeschreven tussen 1 februari 2019 en 31 augustus 2020, die uiterlijk op 31 augustus 2020 zijn veroordeeld tot betaling van de rolrechten, en van wie de bestaansmiddelen lager zijn dan de plafonds om juridische tweedelijnsbijstand en rechtsbijstand te genieten, zoals vastgesteld krachtens de artikelen 3 en 4 van de wet van 31 juli 2020)
(NOTE : par son arrêt n° 84/2021 du 10-06-2021 (2021-06-10/17, M.B. 12-07-2021, p. 70098), la Cour constitutionnelle a annulé le présent article, en ce qu'il s'applique aux justiciables dont la cause a été inscrite au rôle entre le 1er février 2019 et le 31 août 2020, qui ont fait l'objet d'une condamnation au paiement des droits de mise au rôle au plus tard le 31 août 2020, et dont les moyens d'existence se situent en dessous des plafonds pour bénéficier de l'aide juridique de deuxième ligne et de l'assistance judiciaire fixés en vertu des articles 3 et 4 de la loi du 31 juillet 2020)
Art. 4. Artikel 2693 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 december 1993, opgeheven bij de wet van 28 april 2015, vernietigd bij het arrest nr. 13/2017 van het Grondwettelijk Hof, wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 2693 du même Code, inséré par la loi du 24 décembre 1993, abrogé par la loi du 28 avril 2015, annulée par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 13/2017, est abrogé.
Art. 5. Artikel 2694 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 mei 2013, wordt opgeheven
Art. 5. L'article 2694 du même Code, inséré par la loi du 27 mai 2013, est abrogé.
Art. 6. Artikel 2791 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 28 april 2015, vernietigd bij het arrest nr. 13/2017 van het Grondwettelijk Hof, wordt aangevuld met de bepalingen onder 3° en 4°, luidende:
  "3° de inschrijving van zaken die worden gebracht voor de arbeidsgerechten;
  4° de inschrijving van zaken die ingeleid worden in het kader van het boek XX van het Wetboek van economisch recht.".
Art. 6. L'article 2791 du même Code, modifié en dernier lieu par l'article 6 de la loi du 28 avril 2015, annulée par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 13/2017, est complété par le 3° et le 4°, rédigés comme suit:
  "3° l'inscription des causes qui sont portées devant les juridictions du travail;
  4° l'inscription des causes qui sont introduites dans le cadre du livre XX du Code de droit économique.".
Art. 7. Artikel 280, van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 27 december 2006, wordt aangevuld met de bepaling onder 9° luidende:
  "9° de uitvoerbare uitgiften van vonnissen en arresten die aan de partijen worden verstrekt anders dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de rechtbank als bedoeld in artikel 1379 van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 7. L'article 280 du même Code, modifié en dernier lieu par la loi du 27 décembre 2006, est complété par le 9°, rédigé comme suit:
  "9° les expéditions exécutoires de jugements et arrêts qui sont délivrées aux parties autrement qu'en vertu d'une ordonnance du président du tribunal telle que visée à l'article 1379 du Code judiciaire.".
Art. 8. Artikel 281 van hetzelfde Wetboek, hersteld bij de wet van 27 mei 2013, wordt opgeheven.
Art. 8. L'article 281 du même Code, réintroduit par la loi du 27 mai 2013, est abrogé.
Art. 9. Artikel 288 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 19 december 2006, wordt hersteld als volgt:
  "Art. 288. De Koning kan wat de rolrechten betreft bij een in Ministerraad overlegd besluit de regels bepalen inzake de inning, de verjaringstermijnen, de wijzen waarop de verjaring wordt gestuit of geschorst, de vervolgingen en gedingen en de moratoire interesten en daarbij afwijken van de in artikelen 286 en 287 bepaalde regels. De besluiten die genomen worden in toepassing van dit artikel, worden bekrachtigd door de wet binnen de 12 maanden volgend op de datum van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.".
Art. 9. L'article 288 du même Code, abrogé par la loi du 19 décembre 2006, est rétabli dans la rédaction suivante:
  "Art. 288. En ce qui concerne les droits de mise au rôle, le Roi peut, par arrêté établi après délibération en Conseil des ministres, déterminer les règles en matière de perception, de délais de prescription, de modes d'interruption et de suspension de la prescription, de poursuites et instances et d'intérêts moratoires et ainsi déroger aux règles visées aux articles 286 et 287. Les arrêtés qui sont pris en application de cet article sont confirmés par la loi dans les 12 mois qui suivent la date de leur publication au Moniteur Belge.".
Art. 10. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 288bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 288bis. De Koning kan bepalen dat wegens de laattijdige betaling van een rolrecht een administratieve boete zal verschuldigd zijn waarvan het bedrag niet minder kan bedragen dan 25 euro en niet hoger mag zijn dan de helft van het recht bepaald in artikel 2691.".
Art. 10. Dans le même Code il est inséré un article 288bis rédigé comme suit:
  "Art. 288bis. Le Roi peut déterminer qu'en raison du paiement tardif d'un droit de mise au rôle, une amende administrative sera due dont le montant ne pourra pas être inférieur à 25 euros ni excéder la moitié du droit fixé à l'article 2691.".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
CHAPITRE III. (nouveau). - Modifications du Code judiciaire
Art. 11. In artikel 702 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij de wet van 19 oktober 2015, wordt de bepaling onder 1° aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 11. Dans l'article 702 du Code judiciaire, modifié par la loi du 19 octobre 2015, le 1° est complété par les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 12. In artikel 706, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 10 juli 2006, worden de woorden "nadat, in voorkomend geval, de rolrechten zijn betaald" opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 706, alinéa 4, du même Code, remplacé par la loi du 10 juillet 2006, les mots "après que, le cas échéant, les droits de mise au rôle ont été payés" sont abrogés.
Art. 13. In artikel 711, tweede lid, van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 4° opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 711, alinéa 2, du même code, le 4° est abrogé.
Art. 14. In artikel 780, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, hun rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 14. Dans l'article 780, alinéa 1er, du même Code, le 2° est complété par les mots "et, le cas échéant, leur numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 15. In artikel 816, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt de eerste zin, die aanvangt met de woorden "De partijen" en eindigt met de woorden "hun verblijfplaats", aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, hun rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 15. Dans l'article 816, alinéa 1er, du même Code, la première phrase commençant par les mots "Les parties" et finissant par les mots "leur résidence" est complétée par les mots "et, le cas échéant, leur numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 16. In artikel 1026, 2°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "zijn rijksregister- of ondernemingsnummer en" ingevoegd tussen de woorden "in voorkomend geval" en de woorden "de naam".
Art. 16. Dans l'article 1026, 2°, du même Code, les mots "son numéro de registre national ou numéro d'entreprise et" sont insérés entre les mots "le cas échéant," et les mots "les nom".
Art. 17. In artikel 1034ter, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 augustus 1992, worden de woorden "inschrijving in het handelsregister of ambachtsregister" vervangen door de woorden "zijn rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 17. Dans l'article 1034ter, 2°, du même Code, inséré par la loi du 3 août 1992, les mots "inscription au registre de commerce ou au registre de l'artisanat" sont remplacés par les mots "son numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 18. In artikel 1034sexies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 3 augustus 1992, worden de woorden "Nadat, in voorkomend geval, de rolrechten zijn betaald, worden de partijen" vervangen door de woorden "De partijen worden".
Art. 18. Dans l'article 1034sexies du même Code, inséré par la loi du 3 août 1992, les mots "Après que, le cas échéant, les droits de mise au rôle ont été payés," sont abrogés.
Art. 19. In artikel 1057, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 3 augustus 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 2° wordt aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregister- of ondernemingsnummer";
  b) in de bepaling onder 8° worden de woorden ", in welk geval" vervangen door de woorden "of, behoudens de gevallen bedoeld in artikel 1066, tweede lid, wanneer de rolrechten verbonden aan de bestreden beslissing en ten laste van de appellant niet betaald werden, in welke gevallen";
  c) de bepaling onder 8° wordt aangevuld met de woorden ", na zich van de betaling van de hierboven vermelde rolrechten te hebben vergewist".
Art. 19. Dans l'article 1057, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 3 août 1992, les modifications suivantes sont apportées:
  a) le 2° est complété par les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national ou numéro d'entreprise";
  b) dans le 8°, le mot ", auquel" est remplacé par les mots "ou que, en dehors des cas visés à l'article 1066, alinéa 2, les droits de mise au rôle relatifs à la décision entreprise et mis à charge de l'appelant n'aient pas été payés, auxquels";
  c) le 8° est complété par les mots ", après s'être assuré du paiement des droits susmentionnés".
Art. 20. In artikel 1226, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 9 mei 2007, worden de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregisternummer," ingevoegd tussen de woorden "de verzoeker" en het woord "evenals".
Art. 20. Dans l'article 1226, § 2, alinéa 1er, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 9 mai 2007, les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national," sont insérés entre les mots "du requérant" et les mots "ainsi que".
Art. 21. In artikel 1337ter, § 1, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 juni 1991 en gewijzigd bij de wet van 24 maart 2003, worden de woorden "zijn rijksregisternummer en" ingevoegd tussen de woorden "desgevallend," en de woorden "de naam".
Art. 21. Dans l'article 1337ter, § 1er, 2°, du même Code, inséré par la loi du 12 juin 1991 et modifié par la loi du 24 mars 2003, les mots "son numéro de registre national et" sont insérés entre les mots "le cas échéant," et les mots "les nom".
Art. 22. In artikel 1340, eerste lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "zijn rijksregister- of ondernemingsnummer en" ingevoegd tussen de woorden "in voorkomend geval" en de woorden "de naam".
Art. 22. Dans l'article 1340, alinéa 1er, 2°, du même Code, les mots "son numéro de registre national ou numéro d'entreprise et" sont insérés entre les mots "le cas échéant," et les mots "les nom".
Art. 23. Artikel 1343, § 3, derde lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 juli 1987, wordt aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 23. L'article 1343, § 3, alinéa 3, 2°, du même Code, remplacé par la loi du 29 juillet 1987, est complété par les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 24. Artikel 1344bis, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 december 1983, wordt aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 24. L'article 1344bis, alinéa 2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 29 décembre 1983, est complété par les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 25. Artikel 1344octies, tweede lid, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 oktober 2017, wordt aangevuld met de woorden "en, in voorkomend geval, zijn rijksregister- of ondernemingsnummer".
Art. 25. L'article 1344octies, alinéa 2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 18 octobre 2017, est complété par les mots "et, le cas échéant, son numéro de registre national ou numéro d'entreprise".
Art. 26. Artikel 1401 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 19 oktober 2015, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In elk geval wordt het aangevochten vonnis uitvoerbaar bij voorraad wanneer het rolrecht dat ten laste werd gelegd van de appellant ingevolge dit vonnis, niet werd betaald binnen een termijn van drie maanden die begint te lopen vanaf de beroepsakte. De griffier levert, op vraag van een partij, een attest af van de overschrijding van deze termijn.".
Art. 26. L'article 1401 du même Code, remplacé par la loi du 19 octobre 2015, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Dans tous les cas, le jugement entrepris devient exécutoire par provision lorsque le droit de mise au rôle mis à charge de l'appelant par ce jugement n'a pas été payé dans un délai de trois mois qui court à partir de l'acte d'appel. Le greffier délivre, à la demande d'une partie, une attestation du dépassement de ce délai.".
Art. 27. In artikel 1675/4, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 5 juli 1998, worden de woorden "zijn rijksregisternummer en" ingevoegd tussen de woorden "in voorkomend geval" en de woorden "de naam".
Art. 27. Dans l'article 1675/4, § 2, 2°, du même Code, inséré par la loi du 5 juillet 1998, les mots "son numéro de registre national et" sont insérés entre les mots "le cas échéant," et les mots "les nom".
HOOFDSTUK IV. - Overgangsbepaling
CHAPITRE IV. - Disposition transitoire
Art. 28. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de zaken waarvan de in artikel 2691, eerste lid, van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bedoelde inschrijving of herinschrijving wordt verzocht vanaf hun datums van inwerkingtreding.
Art. 28. Les dispositions de la présente loi s'appliquent aux affaires dont l'inscription ou la réinscription visée à l'article 2691, alinéa 1er, du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe est demandée à partir de leurs dates d'entrée en vigueur.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtreding
CHAPITRE V. - Entrée en vigueur
Art. 29. Artikel 19, b) en c), treedt in werking op 1 januari 2019.
  De andere bepalingen van deze wet treden in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 29. L'article 19, b) et c), entre en vigueur le 1er janvier 2019.
  Les autres dispositions de la présente loi entrent en vigueur le premier jour du deuxième mois qui suit sa publication au Moniteur belge.