Artikel 1. Onderhavig koninklijk besluit zet de richtlijn 2003/9/EG van de Raad van de Europese Unie van de 27 januari 2003 tot vaststelling van minimumnormen voor de opvang van asielzoekers in de lidstaten gedeeltelijk om in Belgisch recht.
Dit besluit is niet van toepassing op de observatie- en oriëntatiecentra bedoeld in de artikelen 40 en 41 van de wet.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
2 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk Besluit tot vastlegging van het stelsel en de werkingsregels van toepassing op de opvangstructuren en de modaliteiten betreffende de kamercontroles
Titre
2 SEPTEMBRE 2018. - Arrêté royal déterminant le régime et les règles de fonctionnement applicables aux structures d'accueil et les modalités de contrôle des chambres
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Definities en algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Définitions et dispositions générales
Article 1er. Le présent arrêté royal transpose partiellement la directive 2013/33/CE du Conseil de l'Union européenne du 26 juin 2013 établissant des normes pour l'accueil des personnes demandant la protection internationale (refonte).
Le présent arrêté n'est pas applicable aux centres d'observation et d'orientation visés aux articles 40 et 41 de la loi.
Le présent arrêté n'est pas applicable aux centres d'observation et d'orientation visés aux articles 40 et 41 de la loi.
Art. 2. Voor de toepassing van onderhavig besluit, wordt verstaan onder:
1° de wet: de wet van 12 januari 2007 betreffende opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen.
2° de Minister: de Minister die bevoegd is voor asiel en migratie en waaronder het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (hierna: "het Agentschap") ressorteert.
3° de opvangstructuur: de collectieve of individuele opvangstructuren in de zin van artikel 2, 10°, van de wet.
4° de bewoners: de begunstigden van de opvang, in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, die daadwerkelijk verblijven in een opvangstructuur.
5° het huishoudelijk reglement: het reglement bedoeld in artikel 19, § 1, tweede zin van de wet en van toepassing verklaard in elke opvangstructuur.
6° de kamer: de private ruimte die ter beschikking wordt gesteld van de bewoner en bestaat uit een slaapkamer alsook eventuele andere kamers die deel uitmaken van de huisvesting.
1° de wet: de wet van 12 januari 2007 betreffende opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen.
2° de Minister: de Minister die bevoegd is voor asiel en migratie en waaronder het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers (hierna: "het Agentschap") ressorteert.
3° de opvangstructuur: de collectieve of individuele opvangstructuren in de zin van artikel 2, 10°, van de wet.
4° de bewoners: de begunstigden van de opvang, in de zin van artikel 2, 2°, van de wet, die daadwerkelijk verblijven in een opvangstructuur.
5° het huishoudelijk reglement: het reglement bedoeld in artikel 19, § 1, tweede zin van de wet en van toepassing verklaard in elke opvangstructuur.
6° de kamer: de private ruimte die ter beschikking wordt gesteld van de bewoner en bestaat uit een slaapkamer alsook eventuele andere kamers die deel uitmaken van de huisvesting.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° la loi : la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers.
2° le Ministre : le Ministre qui a l'asile et la migration dans ses attributions, et dont relève l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile (ci-après " l'Agence ").
3° la structure d'accueil : la structure d'accueil communautaire ou individuelle au sens de l'article 2, 10°, de la loi.
4° les résidents : les bénéficiaires de l'accueil, au sens de l'article 2, 2°, de la loi, qui résident effectivement dans une structure d'accueil.
5° le règlement d'ordre intérieur : le règlement visé à l'article 19 § 1, deuxième phrase, de la loi et rendu applicable dans chaque structure d'accueil.
6° la chambre : l'espace de vie privatif mis à disposition des résidents et constitué d'une chambre ainsi que d'éventuelles pièces additionnelles qui composent le logement.
1° la loi : la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers.
2° le Ministre : le Ministre qui a l'asile et la migration dans ses attributions, et dont relève l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile (ci-après " l'Agence ").
3° la structure d'accueil : la structure d'accueil communautaire ou individuelle au sens de l'article 2, 10°, de la loi.
4° les résidents : les bénéficiaires de l'accueil, au sens de l'article 2, 2°, de la loi, qui résident effectivement dans une structure d'accueil.
5° le règlement d'ordre intérieur : le règlement visé à l'article 19 § 1, deuxième phrase, de la loi et rendu applicable dans chaque structure d'accueil.
6° la chambre : l'espace de vie privatif mis à disposition des résidents et constitué d'une chambre ainsi que d'éventuelles pièces additionnelles qui composent le logement.
HOOFDSTUK 2. - Rechten en plichten van de bewoners van de opvangstructuren
CHAPITRE 2. - Droits et obligations des résidents des structures d'accueil
Art. 3. In de opvangstructuren wordt gewaakt over het respect van het privé- en gezinsleven van alle bewoners.
Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, hebben de bewoners die tot eenzelfde familie behoren het recht om samen gehuisvest te worden of in een nabijheid die voldoet aan de doelstelling inzake het respect van het gezinsleven.
De bewoners zijn gehouden aan het respect van het privé- en gezinsleven van de andere bewoners door onder meer bij te dragen tot het behoud van een rustige sfeer in het centrum.
Behalve in uitzonderlijke omstandigheden, hebben de bewoners die tot eenzelfde familie behoren het recht om samen gehuisvest te worden of in een nabijheid die voldoet aan de doelstelling inzake het respect van het gezinsleven.
De bewoners zijn gehouden aan het respect van het privé- en gezinsleven van de andere bewoners door onder meer bij te dragen tot het behoud van een rustige sfeer in het centrum.
Art. 3. Il est veillé au respect de la vie privée et familiale de tous les résidents au sein des structures d'accueil.
Sauf circonstances exceptionnelles, les résidents qui appartiennent à une même famille ont le droit d'être logés ensemble ou avec une proximité telle qu'elle rencontre l'objectif de respect de la vie familiale.
Les résidents sont tenus au respect de la vie privée et familiale des autres résidents, notamment en contribuant à la préservation d'une atmosphère calme au sein de la structure d'accueil.
Sauf circonstances exceptionnelles, les résidents qui appartiennent à une même famille ont le droit d'être logés ensemble ou avec une proximité telle qu'elle rencontre l'objectif de respect de la vie familiale.
Les résidents sont tenus au respect de la vie privée et familiale des autres résidents, notamment en contribuant à la préservation d'une atmosphère calme au sein de la structure d'accueil.
Art. 4. Ter naleving van de internationale, grondwettelijke, wettelijke en reglementaire bepalingen die van toepassing zijn in de materie, wordt toegezien op de naleving door en ten voordele van elk van de bewoners en van de personeelsleden van de opvangstructuur, van de regels die de afwezigheid van elke vorm van discriminatie verzekeren.
In een opvangstructuur wordt elke bewoner op een gelijke, correcte en respectvolle manier behandeld door het personeel van de opvangstructuur. Elke bewoner behandelt de andere bewoners en de personeelsleden op dezelfde manier.
In een opvangstructuur wordt elke bewoner op een gelijke, correcte en respectvolle manier behandeld door het personeel van de opvangstructuur. Elke bewoner behandelt de andere bewoners en de personeelsleden op dezelfde manier.
Art. 4. Dans le respect des dispositions internationales, constitutionnelles, légales et réglementaires applicables en la matière, il est veillé au respect par et au profit de chacun des résidents et des membres du personnel de la structure d'accueil, des règles garantissant l'absence de toutes les formes de discrimination.
Au sein d'une structure d'accueil, chaque résident est traité par le personnel de la structure d'accueil de manière égale, correcte et respectueuse. Chaque résident traite les autres résidents et les membres du personnel de la même manière.
Au sein d'une structure d'accueil, chaque résident est traité par le personnel de la structure d'accueil de manière égale, correcte et respectueuse. Chaque résident traite les autres résidents et les membres du personnel de la même manière.
Art. 5. De bewoners hebben recht op drie maaltijden per dag, die onder verschillende vormen kunnen worden geleverd om redenen die onder meer verband houden met de inrichting van de lokalen van de opvangstructuur, of hebben recht op de nodige middelen en op de toegang tot het materiaal om zelf te voorzien in drie maaltijden per dag.
Art. 5. Les résidents ont droit à trois repas par jour délivrés sous différentes formes en raison notamment de l'aménagement des locaux de la structure d'accueil, ou ont droit aux moyens et à l'accès au matériel nécessaire pour pouvoir préparer eux-mêmes trois repas par jour.
Art. 6. Het bezoekrecht van de bewoners wordt verzekerd in naleving van artikel 21 van de wet en zijn uitvoeringsbesluiten en in overeenstemming met de organisatiemodaliteiten die de opvangstructuur voorziet.
Art. 6. Dans le respect de l'article 21 la loi et de ses arrêtés d'exécution et conformément aux modalités d'organisation prévues par la structure d'accueil, le droit de visite est garanti aux résidents.
HOOFDSTUK 3. - Leef- en werkingsregels in de opvangstructuur
CHAPITRE 3. - Règles de vie et de fonctionnement dans la structure d'accueil
Art. 7. Bij zijn aankomst in de opvangstructuur worden de structuur en alle diensten voorgesteld aan de bewoner.
Onverminderd de toepassing van artikel 14, tweede lid van de wet, ontvangt de bewoner de vereiste informatie over zijn rechten en plichten. Er wordt over gewaakt dat de bewoner hiervan een goed begrip heeft.
De regels inzake brandpreventie en-veiligheid, met inbegrip van de verplichting om de uitrusting voor branddetectie en-bestrijding in acht te nemen die vermeld worden in artikel 10 van onderhavig besluit, worden aan de bewoner uitgelegd bij zijn aankomst in de opvangstructuur.
Bij zijn aankomst in de opvangstructuur wordt de toegang van de bewoner tot een medische dienst verzekerd.
Onverminderd de toepassing van artikel 14, tweede lid van de wet, ontvangt de bewoner de vereiste informatie over zijn rechten en plichten. Er wordt over gewaakt dat de bewoner hiervan een goed begrip heeft.
De regels inzake brandpreventie en-veiligheid, met inbegrip van de verplichting om de uitrusting voor branddetectie en-bestrijding in acht te nemen die vermeld worden in artikel 10 van onderhavig besluit, worden aan de bewoner uitgelegd bij zijn aankomst in de opvangstructuur.
Bij zijn aankomst in de opvangstructuur wordt de toegang van de bewoner tot een medische dienst verzekerd.
Art. 7. Lors de son arrivée dans la structure d'accueil, la structure et l'ensemble de ses services sont présentés au résident.
Complémentairement à l'obligation visée à l'article 14, alinéa 2, de la loi, le résident reçoit l'information requise sur ses droits et obligations. Il est veillé à la bonne compréhension de celle-ci par le résident.
Les règles de prévention et de sécurité en matière d'incendie, y compris l'obligation de respecter le matériel de détection et de lutte contre l'incendie, qui sont mentionnées à l'article 10 du présent arrêté sont expliquées au résident lors de son arrivée dans la structure d'accueil.
Lors de son arrivée dans la structure d'accueil, il est veillé à assurer l'accès du résident à un service médical.
Complémentairement à l'obligation visée à l'article 14, alinéa 2, de la loi, le résident reçoit l'information requise sur ses droits et obligations. Il est veillé à la bonne compréhension de celle-ci par le résident.
Les règles de prévention et de sécurité en matière d'incendie, y compris l'obligation de respecter le matériel de détection et de lutte contre l'incendie, qui sont mentionnées à l'article 10 du présent arrêté sont expliquées au résident lors de son arrivée dans la structure d'accueil.
Lors de son arrivée dans la structure d'accueil, il est veillé à assurer l'accès du résident à un service médical.
Art. 8. De bewoners respecteren de gebouwen en het materiaal van de opvangstructuur en haar onmiddellijke omgeving.
Elke fysieke of verbale agressie door een bewoner of elke schade die hij opzettelijk berokkent aan personen of aan goederen, kan het voorwerp uitmaken van een klacht bij de bevoegde autoriteiten.
Overeenkomstig de regels inzake buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid en zonder dat het recht dat door artikel 3 van de wet wordt gewaarborgd in vraag kan worden gesteld, kunnen de bewoners worden gehouden tot de vergoeding van de opzettelijke schade die ze tijdens hun verblijf in de opvangstructuur hebben aangericht.
Het stellen van een waarborg kan gevraagd worden aan de bewoner bij de overhandiging van de sleutels van zijn kamer, of in geval van het ontlenen of de terbeschikkingstelling van materiaal. Deze waarborg wordt gebruikt bij verlies van de sleutels of in geval van beschadiging of verlies van het geleende materiaal. De waarborg wordt teruggegeven aan de bewoner wanneer hij de opvangstructuur verlaat of bij het teruggeven van het geleende materiaal, volgens de modaliteiten bepaald in het huishoudelijk reglement.
Elke fysieke of verbale agressie door een bewoner of elke schade die hij opzettelijk berokkent aan personen of aan goederen, kan het voorwerp uitmaken van een klacht bij de bevoegde autoriteiten.
Overeenkomstig de regels inzake buitencontractuele burgerrechtelijke aansprakelijkheid en zonder dat het recht dat door artikel 3 van de wet wordt gewaarborgd in vraag kan worden gesteld, kunnen de bewoners worden gehouden tot de vergoeding van de opzettelijke schade die ze tijdens hun verblijf in de opvangstructuur hebben aangericht.
Het stellen van een waarborg kan gevraagd worden aan de bewoner bij de overhandiging van de sleutels van zijn kamer, of in geval van het ontlenen of de terbeschikkingstelling van materiaal. Deze waarborg wordt gebruikt bij verlies van de sleutels of in geval van beschadiging of verlies van het geleende materiaal. De waarborg wordt teruggegeven aan de bewoner wanneer hij de opvangstructuur verlaat of bij het teruggeven van het geleende materiaal, volgens de modaliteiten bepaald in het huishoudelijk reglement.
Art. 8. Les résidents respectent les bâtiments et le matériel de la structure d'accueil et de son environnement proche.
Toute agression physique ou verbale par un résident ou tout dommage qu'il porte intentionnellement aux personnes ou aux biens peut faire l'objet d'une plainte auprès des autorités compétentes.
Conformément aux règles en matière de responsabilité civile extra contractuelle et sans que ne puisse être remis en cause le droit garanti par l'article 3 de la loi, les résidents peuvent être appelés à réparer les dommages causés intentionnellement lors de leur séjour dans la structure d'accueil.
La constitution d'une garantie peut être exigée auprès du résident lors de la remise des clés de sa chambre ou en cas de prêt ou de mise à disposition de matériel. Cette garantie servira en cas de perte des clés ou en cas de dégradation ou perte du matériel prêté. Elle sera restituée au résident lors de son départ de la structure d'accueil ou lors de la restitution du matériel prêté selon les modalités spécifiées dans le règlement d'ordre intérieur.
Toute agression physique ou verbale par un résident ou tout dommage qu'il porte intentionnellement aux personnes ou aux biens peut faire l'objet d'une plainte auprès des autorités compétentes.
Conformément aux règles en matière de responsabilité civile extra contractuelle et sans que ne puisse être remis en cause le droit garanti par l'article 3 de la loi, les résidents peuvent être appelés à réparer les dommages causés intentionnellement lors de leur séjour dans la structure d'accueil.
La constitution d'une garantie peut être exigée auprès du résident lors de la remise des clés de sa chambre ou en cas de prêt ou de mise à disposition de matériel. Cette garantie servira en cas de perte des clés ou en cas de dégradation ou perte du matériel prêté. Elle sera restituée au résident lors de son départ de la structure d'accueil ou lors de la restitution du matériel prêté selon les modalités spécifiées dans le règlement d'ordre intérieur.
Art. 9. De bewoners zijn gehouden de orde en de netheid in de opvangstructuur te respecteren en zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van hun kamer.
Art. 9. Les résidents sont tenus au respect de l'ordre et de la propreté au sein de la structure d'accueil et sont responsables de l'entretien de leur chambre.
Art. 10. De bewoners zijn gehouden de regels inzake brandpreventie en -veiligheid die van kracht zijn in de opvangstructuur te respecteren.
Art. 10. Les résidents sont tenus au respect des règles de prévention et de sécurité en matière d'incendie en vigueur dans la structure d'accueil.
Art. 11. Alle maatregelen moeten door de opvangstructuur worden getroffen om de veiligheid te verzekeren, alsook de behoorlijke verluchting en hygiëne van de opvangstructuur.
De bewoners werken mee aan de doelstelling van het vorige lid.
De bewoners werken mee aan de doelstelling van het vorige lid.
Art. 11. Toutes les dispositions doivent être prises par la structure d'accueil afin de garantir la sécurité des lieux ainsi qu'une bonne aération et une bonne hygiène de la structure d'accueil
Les résidents participent à l'objectif fixé à l'alinéa précédent.
Les résidents participent à l'objectif fixé à l'alinéa précédent.
Art. 12. Het bezit en de consumptie van drugs en alcohol zijn verboden in de opvangstructuur.
Het is verboden te roken in de gebouwen van de opvangstructuur, behalve in de speciaal hiervoor voorziene lokalen.
Het is verboden te roken in de gebouwen van de opvangstructuur, behalve in de speciaal hiervoor voorziene lokalen.
Art. 12. La possession et la consommation d'alcool et de stupéfiants sont interdites dans la structure d'accueil.
Il est interdit de fumer au sein des bâtiments de la structure d'accueil communautaire, sauf dans les locaux qui seraient spécialement prévus à cet effet.
Il est interdit de fumer au sein des bâtiments de la structure d'accueil communautaire, sauf dans les locaux qui seraient spécialement prévus à cet effet.
Art. 13. Het bezit van gevaarlijke voorwerpen die schadelijk kunnen zijn voor de fysieke integriteit van de andere bewoners of van de personeelsleden of die de infrastructuur van de opvangstructuur kunnen beschadigen, is verboden.
Huisdieren zijn verboden in de opvangstructuur.
Huisdieren zijn verboden in de opvangstructuur.
Art. 13. La détention d'objets dangereux qui pourraient porter atteinte à l'intégrité physique des autres résidents ou des membres du personnel ou endommager l'infrastructure de la structure d'accueil est interdite.
La possession d'animaux est interdite dans la structure d'accueil.
La possession d'animaux est interdite dans la structure d'accueil.
Art. 14. Het recht van de bewoner om te verblijven in de verplichte plaats van inschrijving die hem werd toegewezen, impliceert een minimale verplichting tot verblijf in de opvangstructuur. Bij niet-naleving van deze verplichting wordt de plaats van de bewoner ter beschikking gesteld en moet hij de toewijzing van een nieuwe opvangstructuur vragen overeenkomstig de wet.
De afwezigheden tijdens de nacht dienen gemeld te worden aan de opvangstructuur. Na drie opeenvolgende nachten van afwezigheid zonder voorafgaande melding of na in totaal 10 nachten van afwezigheid in een periode van 30 dagen kan de bewoner uitgeschreven worden uit de opvangstructuur.
De afwezigheden tijdens de nacht dienen gemeld te worden aan de opvangstructuur. Na drie opeenvolgende nachten van afwezigheid zonder voorafgaande melding of na in totaal 10 nachten van afwezigheid in een periode van 30 dagen kan de bewoner uitgeschreven worden uit de opvangstructuur.
Art. 14. Le droit du résident d'être hébergé dans le lieu obligatoire d'inscription qui lui a été désigné implique une obligation minimale de séjour dans la structure d'accueil, dont le non-respect entraîne la mise à disposition de sa place et l'obligation de solliciter la désignation d'une nouvelle structure d'accueil sur la base de la loi.
Les absences durant la nuit doivent être annoncées à la structure d'accueil. Après trois nuits d'absence consécutives sans information préalable ou après un total de 10 nuits d'absence dans une période de 30 jours, le résident peut être désinscrit de la structure d'accueil.
Les absences durant la nuit doivent être annoncées à la structure d'accueil. Après trois nuits d'absence consécutives sans information préalable ou après un total de 10 nuits d'absence dans une période de 30 jours, le résident peut être désinscrit de la structure d'accueil.
HOOFDSTUK 4. - Kamercontrole
CHAPITRE 4. - Contrôle des chambres
Art. 15. § 1 - Teneinde toe te zien op de naleving van het huishoudelijk reglement door de begunstigde van de opvang, om een maximale preventie inzake brandveiligheid en -bestrijding te verzekeren of om een optimale hygiëne in de kamers te verzekeren, kunnen de personen die worden aangeduid door de directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur en van wie de hoedanigheid onmiddellijk bij aankomst wordt meegedeeld aan de bewoners, toegang krijgen tot de kamers van de bewoners en tot hun kasten teneinde er een controle uit te voeren.
Het aantal personeelsleden van de opvangstructuur die aangewezen zijn om toezicht te houden op de in deze paragraaf bedoelde controles, kan niet meer bedragen dan zes personeelsleden voor de centra met een capaciteit van minder dan 250 opvangplaatsen en tien personeelsleden voor de centra met een capaciteit van minstens 250 plaatsen. Elke wijziging in de hoedanigheid van de aangeduide personeelsleden wordt onmiddellijk meegedeeld aan de bewoners van de collectieve opvangstructuur
De regelmatige controles worden maximum tweemaal per maand georganiseerd in de periode tussen 9 uur en 17 uur.
De bewoners worden op voorhand ingelicht over deze controles.
§ 2 - In de gevallen bedoeld in artikel 19, § 2, vierde lid van de wet kunnen onverwachte kamercontroles plaatsvinden buiten de in het huishoudelijk reglement vermelde uren, zonder voorafgaande inlichting en door andere personeelsleden dan deze aangeduid door de directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur.
§ 3 - Tijdens de controles bedoeld in § 1 en § 2 kunnen voorwerpen die gevaarlijk zijn of die nadelig zijn voor een van de doelstellingen of plichten die in onderhavig besluit of in het huishoudelijk reglement zijn vastgelegd, in beslag worden genomen.
Indien de bewoner niet aanwezig is in zijn kamer op het moment van de controle, wordt hij schriftelijk ingelicht en wordt een lijst van de voorwerpen die eventueel in beslag werden genomen, meegedeeld.
Indien de in beslag genomen voorwerpen gevaarlijk zijn, zullen ze aan de bevoegde diensten bezorgd worden. Zo niet, en als ze bewaard zouden kunnen worden, dan zullen ze aan de bewoners teruggegeven worden bij het verlaten van de opvangstructuur.
§ 4 - Het huishoudelijk reglement verduidelijkt de praktische modaliteiten van deze controles.
Het aantal personeelsleden van de opvangstructuur die aangewezen zijn om toezicht te houden op de in deze paragraaf bedoelde controles, kan niet meer bedragen dan zes personeelsleden voor de centra met een capaciteit van minder dan 250 opvangplaatsen en tien personeelsleden voor de centra met een capaciteit van minstens 250 plaatsen. Elke wijziging in de hoedanigheid van de aangeduide personeelsleden wordt onmiddellijk meegedeeld aan de bewoners van de collectieve opvangstructuur
De regelmatige controles worden maximum tweemaal per maand georganiseerd in de periode tussen 9 uur en 17 uur.
De bewoners worden op voorhand ingelicht over deze controles.
§ 2 - In de gevallen bedoeld in artikel 19, § 2, vierde lid van de wet kunnen onverwachte kamercontroles plaatsvinden buiten de in het huishoudelijk reglement vermelde uren, zonder voorafgaande inlichting en door andere personeelsleden dan deze aangeduid door de directeur of de verantwoordelijke van de opvangstructuur.
§ 3 - Tijdens de controles bedoeld in § 1 en § 2 kunnen voorwerpen die gevaarlijk zijn of die nadelig zijn voor een van de doelstellingen of plichten die in onderhavig besluit of in het huishoudelijk reglement zijn vastgelegd, in beslag worden genomen.
Indien de bewoner niet aanwezig is in zijn kamer op het moment van de controle, wordt hij schriftelijk ingelicht en wordt een lijst van de voorwerpen die eventueel in beslag werden genomen, meegedeeld.
Indien de in beslag genomen voorwerpen gevaarlijk zijn, zullen ze aan de bevoegde diensten bezorgd worden. Zo niet, en als ze bewaard zouden kunnen worden, dan zullen ze aan de bewoners teruggegeven worden bij het verlaten van de opvangstructuur.
§ 4 - Het huishoudelijk reglement verduidelijkt de praktische modaliteiten van deze controles.
Art. 15. § 1er - Afin de veiller au respect par le bénéficiaire de l'accueil du règlement d'ordre intérieur, pour assurer une prévention maximale en matière de sécurité et de lutte contre l'incendie ou en vue de garantir une hygiène optimale dans les chambres, les personnes désignées par le directeur ou le responsable de la structure d'accueil et dont l'identité est communiquée aux résidents, dès leur arrivée dans la structure d'accueil, pourront accéder aux chambres des résidents ainsi qu'à leurs armoires afin d'y effectuer un contrôle.
Le nombre de collaborateurs des structures d'accueil désignés pour superviser les contrôles au sens du présent paragraphe ne peut dépasser six membres du personnel pour les centres d'une capacité inférieure à 250 places d'accueil et de dix membres du personnel pour les centres ayant une capacité d'au moins 250 places. En cas de changement dans l'identité des membres du personnel désignés, les résidents de la structure d'accueil communautaire en sont immédiatement informés.
De tels contrôles réguliers sont en principe organisés au maximum deux fois par mois et dans la tranche horaire comprise entre 9 heures et 17 heures.
Les résidents sont informés au préalable de ces contrôles.
§ 2 - Dans les cas prévus par l'article 19 § 2, alinéa 4 de la loi, des contrôles des chambres inopinés peuvent s'opérer en dehors des tranches horaires précisées dans le règlement d'ordre intérieur, sans information préalable et par d'autres membres du personnel que ceux désignés par le directeur ou le responsable de la structure d'accueil.
§ 3 - Lors des contrôles visés au § 1er et au § 2, les objets dangereux ou risquant de mettre à mal l'un des objectifs ou obligations fixés par le présent arrêté ou le règlement d'ordre intérieur, pourront être confisqués.
Si le résident n'est pas présent dans sa chambre au moment du contrôle, celui-ci en sera informé par écrit et la liste des éventuels objets confisqués lui sera communiquée.
S'ils représentent un danger, les objets confisqués seront remis aux services compétents. Dans le cas contraire, et s'ils ont pu être conservés, ils seront remis aux résidents à leur départ de la structure d'accueil. .
§ 4 - Le règlement d'ordre intérieur précise les modalités pratiques de ces contrôles.
Le nombre de collaborateurs des structures d'accueil désignés pour superviser les contrôles au sens du présent paragraphe ne peut dépasser six membres du personnel pour les centres d'une capacité inférieure à 250 places d'accueil et de dix membres du personnel pour les centres ayant une capacité d'au moins 250 places. En cas de changement dans l'identité des membres du personnel désignés, les résidents de la structure d'accueil communautaire en sont immédiatement informés.
De tels contrôles réguliers sont en principe organisés au maximum deux fois par mois et dans la tranche horaire comprise entre 9 heures et 17 heures.
Les résidents sont informés au préalable de ces contrôles.
§ 2 - Dans les cas prévus par l'article 19 § 2, alinéa 4 de la loi, des contrôles des chambres inopinés peuvent s'opérer en dehors des tranches horaires précisées dans le règlement d'ordre intérieur, sans information préalable et par d'autres membres du personnel que ceux désignés par le directeur ou le responsable de la structure d'accueil.
§ 3 - Lors des contrôles visés au § 1er et au § 2, les objets dangereux ou risquant de mettre à mal l'un des objectifs ou obligations fixés par le présent arrêté ou le règlement d'ordre intérieur, pourront être confisqués.
Si le résident n'est pas présent dans sa chambre au moment du contrôle, celui-ci en sera informé par écrit et la liste des éventuels objets confisqués lui sera communiquée.
S'ils représentent un danger, les objets confisqués seront remis aux services compétents. Dans le cas contraire, et s'ils ont pu être conservés, ils seront remis aux résidents à leur départ de la structure d'accueil. .
§ 4 - Le règlement d'ordre intérieur précise les modalités pratiques de ces contrôles.
HOOFDSTUK 5. - Sancties, ordemaatregelen, klachten en beroep
CHAPITRE 5. - Sanctions, mesures d'ordre, plaintes et recours
Art. 16. Het huishoudelijk reglement bevat een concreet en gemakkelijk te begrijpen overzicht van de omstandigheden en procedures die kunnen leiden tot het nemen van een ordemaatregel of sanctie, in de zin van de artikelen 44 en 45 van de wet en hun uitvoeringsbesluiten, ten aanzien van een bewoner.
Het huishoudelijk reglement geeft op dezelfde manier een overzicht van de klachten- en beroepsmechanismen die de bewoner krachtens de artikelen 46 en 47 van de wet kan aanwenden naar aanleiding van een ordemaatregel of een sanctie die tegen hem werd genomen.
Het huishoudelijk reglement geeft op dezelfde manier een overzicht van de klachten- en beroepsmechanismen die de bewoner krachtens de artikelen 46 en 47 van de wet kan aanwenden naar aanleiding van een ordemaatregel of een sanctie die tegen hem werd genomen.
Art. 16. Dans le règlement d'ordre intérieur sont rappelées, de manière concrète et aisément compréhensible, les circonstances et procédures susceptibles de conduire à l'adoption d'une mesure d'ordre ou d'une sanction, au sens des articles 44 et 45 de la loi et de leurs arrêtés d'exécution, susceptible d'être prise à l'égard d'un résident.
Dans le règlement d'ordre intérieur sont rappelés, de la même manière, les mécanismes de plaintes et de recours dont, en vertu des articles 46 et 47 de la loi, il peut être fait usage par le résident suite à l'adoption d'une mesure d'ordre ou d'une sanction.
Dans le règlement d'ordre intérieur sont rappelés, de la même manière, les mécanismes de plaintes et de recours dont, en vertu des articles 46 et 47 de la loi, il peut être fait usage par le résident suite à l'adoption d'une mesure d'ordre ou d'une sanction.
HOOFDSTUK 6. - Eindbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 17. Onderhavig besluit treedt in werking op 1 oktober 2018.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er octobre 2018.
Art. 18. Onze minister die bevoegd is voor asiel en migratie is belast met de uitvoering van onderhavig besluit.
Art. 18. Notre ministre qui a l'Asile et la Migration dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.