Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van de regelgeving betreffende de specifieke brandveiligheidsnormen voor ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf en betreffende de technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Titre
13 JUILLET 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant la rĂ©glementation relative aux normes spĂ©cifiques en matiĂšre de sĂ©curitĂ© contre l'incendie applicables aux structures pour personnes ĂągĂ©es et aux centres de convalescence et relative Ă  la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du domaine politique `Welzijn, Volksgezondheid en Gezin' (Bien-ĂȘtre, SantĂ© publique et Famille)
Documentinformatie
Numac: 2018014005
Datum: 2018-07-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018014005
Date: 2018-07-13
Moniteur: Voir
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 1Ăšre. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille
Artikel 1. Aan artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden een tweede tot en met een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  "De duur van het mandaat van de leden van de technische commissie en van de plaatsvervangers bedraagt vier jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
  Het mandaat eindigt :
  1° als de duur ervan verstreken is;
  2° bij ontslag, gedwongen of vrijwillig;
  3° bij overlijden.
  Het lid of de plaatsvervanger van wie het mandaat eindigt vóór de normale vervaldatum, wordt vervangen door een nieuw lid of een nieuwe plaatsvervanger. In dat geval voltooit het nieuwe lid of de nieuwe plaatsvervanger het mandaat van diegene die hij vervangt.".
Article 1er. A l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille sont ajoutĂ©s des alinĂ©as deux Ă  quatre, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Le mandat des membres de la commission technique et de leurs suppléants dure quatre ans. Le mandat est renouvelable.
  Le mandat prend fin :
  1° lorsque sa durée a expiré ;
  2° dans le cas d'un licenciement, qu'il soit forcé ou volontaire ;
  3° en cas de décÚs.
  Le membre ou le suppléant dont le mandat prend fin avant la date d'échéance normale, est remplacé par un nouveau membre ou par un nouveau suppléant. Dans ce cas, le nouveau membre ou le nouveau suppléant achÚve le mandat de la personne qu'il remplace. ".
Art. 2. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. Om een advies als vermeld in artikel 3, 1°, uit te brengen, kan de voorzitter van de technische commissie op eigen initiatief of op voorstel van een lid van de technische commissie:
  1° een lid belasten met een onderzoek ter plaatse;
  2° de aanvrager van een afwijking of zijn afgevaardigde oproepen voor de vergadering van de technische commissie waarin zijn aanvraag van afwijking wordt onderzocht.
  De voorzitter van de technische commissie kan, op eigen initiatief of op voorstel van een lid van de technische commissie, een of meer deskundigen die geen lid zijn van de technische commissie oproepen voor een vergadering van de technische commissie voor het onderzoek van bijzondere punten.".
Art. 2. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11. Pour émettre un avis, tel que visé à l'article 3, 1°, le président de la commission technique peut, à sa propre initiative ou sur la proposition d'un membre de la commission technique :
  1° charger un membre d'une enquĂȘte sur les lieux ;
  2° convoquer le demandeur d'une dérogation ou son mandataire à la réunion de la commission technique dans laquelle sa demande d'une dérogation est examinée.
  Le président de la commission technique peut, à sa propre initiative ou sur la proposition d'un membre de la commission technique, convoquer un ou plusieurs experts qui ne sont pas membres de la commission technique, à une réunion de la commission technique pour l'examen de points spécifiques. ".
Art. 3. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "drie" wordt vervangen door het woord "zes";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid wordt voor de toepassing van artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen de bevoegde entiteit binnen zes maanden na de datum van de ontvankelijkheid van de aanvraag van afwijking op de hoogte gebracht van het advies, vermeld in artikel 3, 1°. ".
Art. 3. Dans l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le mot "trois" est remplacé par le mot "six" ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  " Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a premier et pour l'application de l'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les structures pour personnes ĂągĂ©es et les centres de convalescence doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes, l'entitĂ© compĂ©tente est mise au courant de l'avis, tel que visĂ© Ă  l'article 3, 1° dans les six mois Ă  compter de la date de la recevabilitĂ© de la demande. ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen
Section 2. - Modifications Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les structures pour personnes ĂągĂ©es et les centres de convalescence doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes
Art. 4. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen wordt tussen het woord "ouderenvoorzieningen" en het woord "en" de zinsnede ", lokale dienstencentra" ingevoegd.
Art. 4. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les structures pour personnes ĂągĂ©es et les centres de convalescence doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes, le membre de phrase " , centres de services locaux " est insĂ©rĂ© entre les mots " structures pour personnes ĂągĂ©es " et le mot " et ".
Art. 5. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt tussen het woord "kortverblijf" en het woord "of" de zinsnede ", een groep van assistentiewoningen" ingevoegd;
  2° in punt 3° wordt tussen het woord "ouderenvoorziening" en het woord "of" de zinsnede ", een lokaal dienstencentrum" ingevoegd;
  3° punt 6° en 7° worden vervangen door wat volgt:
  "6° lokaal dienstencentrum : een thuiszorgvoorziening als vermeld in artikel 16 van het Woonzorgdecreet van 13 maart 2009;
  7° hulpverleningszone : de bevoegde hulpverleningszone, vermeld in het koninklijk besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones, of in voorkomend geval de Brusselse Hoofdstedelijke dienst voor brandweer en dringende medische hulp;";
  4° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "8° brandpreventieverslag: een brandpreventieverslag als vermeld in artikel 1, 4°, van het koninklijk besluit van 19 december 2014 tot vastlegging van de organisatie van de brandpreventie in de hulpverleningszones.".
Art. 5. Dans l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le point 1°, le membre de phrase " , un groupe de logements à assistance " est inséré entre les mots " un centre de court séjour et le mot " ou " ;
  2° au point 3° le membre de phrase " , un centre de services locaux " est inséré entre les mots " structure pour personnes ùgées " et le mot " ou " ;
  3° les points 6° et 7° sont remplacés par ce qui suit :
  " 6° centre de services local : une structure de soins à domicile, tel que visé à l'article 16 du décret du 13 mars 2009 sur les soins résidentiels ;
  7° zone de secours : la zone de secours compĂ©tente, telle que visĂ©e Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 2 fĂ©vrier 2009 dĂ©terminant la dĂ©limitation territoriale des zones de secours, ou, le cas Ă©chĂ©ant, le Service d'Incendie et d'Aide MĂ©dicale Urgente de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale ; " ;
  4° il est ajouté un point 8°, libellé comme suit :
  " 8° un rapport de prĂ©vention incendie : un rapport de prĂ©vention incendie, tel que visĂ© Ă  l'article 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 19 dĂ©cembre 2014 fixant l'organisation de la prĂ©vention incendie dans les zones de secours. ".
Art. 6. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "bijlage 1" en de zinsnede ", die bij dit besluit is gevoegd" de zinsnede "en bijlage 1/1" ingevoegd;
  2° in het eerste lid wordt het woord "is" vervangen door het woord "zijn";
  3° er worden een derde en een vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt :
  "De groepen van assistentiewoningen die te beschouwen zijn als bestaande gebouwen als vermeld in artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen, en waarvoor een eerste erkenning werd verleend als serviceflatgebouw of woningcomplex met dienstverlening voor de respectievelijke data, vermeld in artikel 1, derde lid, van het voormelde koninklijk besluit, moeten bovendien voldoen aan de bepalingen voor gebouwen van het type A die opgenomen zijn in de volgende Belgische normen, die uitgewerkt zijn door het Bureau voor Normalisatie: NBN S 21-201:1980 2e uitgave (Brandbeveiliging in de gebouwen: Terminologie), NBN S 21-202:1980 2e uitgave, NBN S 21-202/A1 :1984 1e uitgave (Brandbeveiliging: Hoge en middelhoge gebouwen: Algemene eisen) en NBN S 21-203:1980 2e uitgave (Brandbeveiliging in de gebouwen: Reactie bij brand van de materialen: Hoge en middelhoge gebouwen); de NBN-normen zijn terug te vinden via de website van het Bureau voor Normalisatie.
  De groepen van assistentiewoningen die te beschouwen zijn als bestaande gebouwen als vermeld in artikel 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de gebouwen moeten voldoen, en waarvoor nog geen erkenning werd aangevraagd vóór de respectievelijke data, moeten bovendien voldoen aan de brandveiligheidsnormen, vermeld in de bijlagen bij het voormelde koninklijk besluit.".
Art. 6. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans l'alinĂ©a premier, le membre de phrase " et l `annexe 1/1 " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " l'annexe 1re " et le membre de phrase " , jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " ;
  2° à l'alinéa 1er, le mot " jointe " est remplacé par le mot " jointes " ;
  3° il est ajouté des alinéas trois et quatre, rédigés comme suit :
  " Les groupes de logements Ă  assistance, qui peuvent ĂȘtre considĂ©rĂ©s comme des bĂątiments existants, tels que visĂ©s Ă  l'article 1er, alinĂ©a trois de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juillet 1994 fixant les normes de base en matiĂšre de prĂ©vention contre l'incendie et l'explosion, auxquelles les bĂątiments doivent satisfaire et pour lesquels un premier agrĂ©ment comme rĂ©sidence-services ou comme complexe rĂ©sidentiel proposant des services a Ă©tĂ© dĂ©livrĂ© pour les dates respectives, visĂ©es Ă  l'article 1er, alinĂ©a trois, de l'arrĂȘtĂ© royal susvisĂ©, doivent en plus satisfaire aux dispositions pour les bĂątiments du type A, qui ont Ă©tĂ© reprises dans les normes belges suivantes, Ă©laborĂ©es par le Bureau national de Normalisation : NBN S 21-201 : 1980 2iĂšme Ă©dition (Protection contre l'incendie dans les bĂątiments - Terminologie), NBN S 21-202 :1980 2Ăšme Ă©dition, NBN S 21-202/A1 : 1984 1Ăšre Ă©dition (Protection contre l'incendie dans les bĂątiments : BĂątiments Ă©levĂ©s et bĂątiments moyens : Conditions gĂ©nĂ©rales) et NBN S 21-203 : 1980 2e Ă©dition (Protection contre l'incendie dans les bĂątiments : RĂ©action au feu des matĂ©riaux : BĂątiments Ă©levĂ©s et bĂątiments moyens) ; les normes NBN peuvent ĂȘtre retrouvĂ©es via le site web du Bureau de Normalisation.
  Les groupes de logements Ă  assistance, qui peuvent ĂȘtre considĂ©rĂ©s comme des bĂątiments existants, tels que visĂ©s Ă  l'article 1er, alinĂ©a trois de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 juillet 1994 fixant les normes de base en matiĂšre de prĂ©vention contre l'incendie et l'explosion, auxquelles les bĂątiments doivent satisfaire et pour lesquels aucun agrĂ©ment n'a encore Ă©tĂ© demandĂ© avant les dates respectives, doivent en plus satisfaire aux normes de protection contre l'incendie, telles que visĂ©es dans les annexes Ă  l'arrĂȘtĂ© royal susvisĂ©. ".
Art. 7. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het tweede en het derde lid wordt het woord "brandweer" telkens vervangen door het woord "hulpverleningszone";
  2° in het derde en het vierde lid wordt het woord "verslag" telkens vervangen door het woord "brandpreventieverslag".
Art. 7. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° aux alinéas deux et trois, les mots " le service d'incendie " sont chaque fois remplacés par les mots " zone de secours " ;
  2° aux alinéas trois et quatre, le mot " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport de prévention incendie ".
Art. 8. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "verslag van de brandweer" vervangen door het woord "brandpreventieverslag".
Art. 8. Dans l'article 7, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " rapport du service d'incendie " sont remplacĂ©s par le mot " rapport de prĂ©vention incendie ".
Art. 9. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "verslag" telkens vervangen door het woord "brandpreventieverslag";
  2° in paragraaf 3, paragraaf 4, tweede lid, paragraaf 5, tweede lid, en paragraaf 6, wordt het woord "brandweer" telkens vervangen door het woord "hulpverleningszone";
  3° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "een zelf te bepalen termijn" vervangen door de zinsnede "minstens een jaar,".
Art. 9. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° aux paragraphes 1 et 2, premier alinéa, le mot " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport de prévention incendie " ;
  2° dans le paragraphe 3, dans le paragraphe 4, alinéa deux, dans le paragraphe 5, alinéa deux, et dans le paragraphe 6, les mots " service d'incendie " sont chaque fois remplacés par les mots " zone de secours " ;
  3° au paragraphe 5, alinĂ©a premier, les mots " un dĂ©lai Ă  dĂ©terminer lui-mĂȘme " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " au moins un an, ".
Art. 10. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "verslag" wordt telkens vervangen door het woord "brandpreventieverslag";
  2° in het derde lid worden de woorden "van de brandweer" opgeheven.
Art. 10. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le mot " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport de prévention incendie " ;
  2° dans l'alinéa trois, les mots " du service incendie " sont supprimés ;
Art. 11. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het woord "verslag" wordt telkens vervangen door het woord "brandpreventieverslag";
  2° in paragraaf 1 wordt het woord "brandweer" vervangen door het woord "hulpverleningszone";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "verlengen" vervangen door de zinsnede "met minstens een jaar verlengen,";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, en paragraaf 4 worden de woorden "van de brandweer" opgeheven.
Art. 11. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots " rapport " est chaque fois remplacé par les mots " rapport de prévention incendie " ;
  2° dans le paragraphe 1er, les mots " service d'incendie " sont remplacés par les mots " zone de secours " ;
  3° au paragraphe 3, alinéa premier, le mot " prolonger " est remplacé par le membre de phrase " prolonger d'au moins un an " ;
  4° au paragraphe 3, alinéa premier, et au paragraphe 4 les mots " du service d'incendie " sont abrogés ;
Art. 12. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 11. In dit artikel wordt verstaan onder :
  1° leidend ambtenaar: de leidend ambtenaar van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  2° technische commissie voor de brandveiligheid : de technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  3° VIPA : het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
  Op gemotiveerde aanvraag van de beheersinstantie kan de leidend ambtenaar voor sommige brandveiligheidsnormen, vermeld in artikel 2, eerste, derde en vierde lid, waaraan volgens het brandpreventieverslag niet voldaan is, een afwijking toestaan.
  De aanvraag wordt ingediend bij het secretariaat van de technische commissie voor de brandveiligheid, bij voorkeur op elektronische wijze. Ze vermeldt duidelijk op welke normen ze betrekking heeft en bevat minstens :
  1° een ingevuld aanvraagformulier. Het VIPA stelt het model van het aanvraagformulier ter beschikking op zijn website;
  2° een motivatie voor de aanvraag van afwijking en een voorstel met de alternatieve maatregelen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau kunnen garanderen;
  3° een beschrijving van het gebouw, aangevuld met overzichtsplannen;
  4° als de aanvraag betrekking heeft op een bestaande constructie : een brandpreventieverslag van de hulpverleningszone, in voorkomend geval aangevuld met het attest van de burgemeester, het stappenplan van de beheersinstantie en het advies van de hulpverleningszone over dat stappenplan;
  5° als de aanvraag betrekking heeft op een op te richten gebouw : een advies van de hulpverleningszone.
  Binnen vijftien dagen na de ontvangst van de aanvraag van afwijking bezorgt het secretariaat van de technische commissie voor de brandveiligheid een bewijs van ontvangst aan de aanvrager, met de vermelding of de aanvraag al dan niet ontvankelijk is, en in voorkomend geval met de vermelding van de datum van ontvankelijkheid. De leidend ambtenaar beslist over de ontvankelijkheid. De ontvankelijkheid houdt in dat de aanvraag voldoet aan de formele vereisten, vermeld in het derde lid. De datum van ontvankelijkheid is de datum van de ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
  Het secretariaat van de technische commissie voor de brandveiligheid bezorgt de beslissing van de leidend ambtenaar, samen met het advies van de technische commissie voor de brandveiligheid, aan de beheersinstantie van de voorziening en aan het agentschap, uiterlijk zes maanden na de datum van ontvankelijkheid van de aanvraag van afwijking.".
Art. 12. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11. Dans le présent article, on entend par :
  1° fonctionnaire dirigeant : le fonctionnaire dirigeant du Fonds flamand d'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables, tel que visé dans le décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables ;
  2° commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie : la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures de `Welzijn, Volksgezondheid en Gezin', telle que visĂ©e Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
  3° VIPA : le Fonds flamand d'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables, visé dans le décret du 2 juin 2006 portant transformation du " Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden " en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables.
  Moyennant une demande motivée de l'instance de gestion, le fonctionnaire dirigeant peut accorder une dérogation pour certaines normes de sécurité incendie, visées à l'article 2, alinéas premier, trois et quatre, auxquelles il n'a pas été satisfait selon le rapport de prévention incendie.
  La demande est introduite auprÚs du secrétariat de la commission technique pour la securité contre l'incendie, par voie électronique de préférence. Elle indique clairement les normes auxquelles elle se réfÚre et comprend au moins :
  1° un formulaire de demande complété. Le VIPA donne accÚs au modÚle de formulaire de demande sur son site web ;
  2° une motivation pour la demande de dérogation et une proposition comprenant les mesures alternatives susceptibles d'assurer un niveau de sécurité équivalent ;
  3° une description du bùtiment, complétée de plans masse ;
  4° si la demande a rapport à une construction existante : un rapport de prévention incendie de la zone secours, le cas échéant complété de l'attestation du bourgmestre, du plan échelonné de l'instance de gestion et l'avis de la zone de secours sur ce plan échelonné ;
  5° si la demande a rapport à un bùtiment à ériger : un avis de la zone de secours.
  Dans les quinze jours calendaires de la réception de la demande de dérogation, le secrétariat de la commission technique pour la sécurité incendie remet un accusé de réception au demandeur, indiquant si la demande est recevable ou non, et le cas échéant indiquant la date de recevabilité. Le fonctionnaire dirigeant décide de la recevabilité. La recevabilité implique que la demande remplit les exigences formelles, mentionnées à l'alinéa trois. La date de recevabilité est la date de réception de la demande recevable.
  Le secrétariat de la commission technique pour la sécurité incendie remet la décision du fonctionnaire dirigeant, ensemble avec l'avis de la commission technique pour la sécurité incendie, à l'instance de gestion de la structure et à l'agence, au plus tard six mois aprÚs la date de recevabilité de la demande de dérogation. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit worden een artikel 17/1 en 17/2 ingevoegd, die luiden als volgt :
  "Art. 17/1. Voor de groepen van assistentiewoningen die vóór 1 oktober 2018 erkend zijn, of waarvoor vóór 1 oktober 2018 een erkenningsaanvraag is ingediend, gelden de overgangsbepalingen, vermeld in het tweede tot en met het vierde lid.
  De erkenningsnormen voor de brandveiligheid die vóór 1 oktober 2018 van toepassing waren, blijven nog tot 1 oktober 2020 gelden.
  Met toepassing van artikel 4, § 1, eerste lid, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 betreffende de procedures voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen van gebruikers en mantelzorgers is een erkenningsaanvraag die ingediend wordt gedurende de overgangsperiode, vermeld in het tweede lid, ontvankelijk op voorwaarde dat een bewijs wordt voorgelegd dat de groep van assistentiewoningen voldoet aan de toepasselijke erkenningsnormen voor de brandveiligheid, vermeld in het tweede lid.
  Het bewijs dat de groep van assistentiewoningen voldoet aan de nieuwe brandveiligheidsreglementering moet uiterlijk op 1 oktober 2020 bij het agentschap aankomen.
  Art. 17/2. Voor de lokale dienstencentra die vóór 1 oktober 2018 erkend zijn, of waarvoor vóór 1 oktober 2018 een erkenningsaanvraag is ingediend, moet het bewijs dat het lokaal dienstencentrum voldoet aan de nieuwe brandveiligheidsreglementering uiterlijk op 1 oktober 2020 bij het agentschap aankomen.".
Art. 13. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 17/1 et un article 17/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 17/1. Aux groupes de logements à assistance qui ont été agréés avant le 1er octobre 2018, ou pour lesquels une demande d'agrément a été introduite avant le 1er octobre 2018, les dispositions transitoires, telles que visées aux alinéas deux à quatre, sont d'application.
  Les normes d'agrément pour la sécurité incendie qui étaient d'application avant le 1er octobre 2018, continuent de s'appliquer jusqu'au 1er octobre 2020.
  En application de l'article 4, § 1er, alinĂ©a premier, 6° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 relatif aux procĂ©dures pour les structures de services de soins et de logement et les associations d'usagers et intervenants de proximitĂ©, une demande d'agrĂ©ment qui est introduite pendant la pĂ©riode de transition, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a deux, est recevable Ă  condition qu'une preuve est fournie que le groupe de logements Ă  assistance satisfait aux normes d'agrĂ©ment applicables en matiĂšre de sĂ©curitĂ© contre l'incendie, telles que visĂ©es Ă  l'alinĂ©a deux.
  La preuve que le groupe de logements Ă  assistance satisfait Ă  la nouvelle rĂ©glementation en matiĂšre de sĂ©curitĂ© contre l'incendie doit ĂȘtre remise Ă  l'agence au plus tard le 1er octobre 2020.
  Art. 17/2. Pour les centres de services locaux qui ont Ă©tĂ© agréés avant le 1er octobre 2018 ou pour lesquels une demande d'agrĂ©ment a Ă©tĂ© introduite avant le 1er octobre 2018, la preuve que le centre de services locaux rĂ©pond Ă  la nouvelle rĂ©glementation en matiĂšre de sĂ©curitĂ© contre l'incendie doit ĂȘtre remise Ă  l'agence au plus tard le 1er octobre 2020. ".
Art. 14. Bijlage 1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 14. L'annexe 1re au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 1re qui a Ă©tĂ© jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een bijlage 1/1 ingevoegd, die als bijlage 2 bij dit besluit is gevoegd.
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© une annexe 1/1, qui a Ă©tĂ© jointe comme annexe 2 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 16. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 16. L'annexe 2 au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 3, qui a Ă©tĂ© jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 17. Bijlage 3 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 17. L'annexe 3 au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 4, qui a Ă©tĂ© jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 18. Bijlage 4 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 18. L'annexe 4 au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 5, qui a Ă©tĂ© jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Afdeling 1. - Opheffingsbepaling
Section 1Ăšre. - Disposition abrogatoire
Art. 19. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 maart 1989 houdende de specifieke veiligheidsaspecten waaraan de groepen van assistentiewoningen moeten voldoen om te worden erkend, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, 11 december 2009, 9 december 2011 en 12 oktober 2012, wordt opgeheven.
Art. 19. L'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif flamand du 15 mars 1989 fixant les conditions spĂ©cifiques de sĂ©curitĂ© auxquelles les groupes de logements Ă  assistance doivent rĂ©pondre en vue de leur agrĂ©ment, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 24 juillet 2009, 11 dĂ©cembre 2009, 9 dĂ©cembre 2011 et 12 octobre 2012 est abrogĂ©.
Afdeling 2. - Overgangsbepaling
Section 2. - Disposition transitoire
Art. 20. In dit artikel wordt verstaan onder de technische commissie voor de brandveiligheid : de technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
  De aanvragen van afwijkingen overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen, zoals van kracht vóór 1 oktober 2018, die ingediend zijn vóór 1 oktober 2018 en waarvoor vóór die datum een advies van de technische commissie voor de brandveiligheid is bezorgd aan het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid", worden behandeld conform de procedure die van kracht was vóór 1 oktober 2018.
  De aanvragen van afwijkingen overeenkomstig artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2011 tot vaststelling van de specifieke brandveiligheidsnormen waaraan ouderenvoorzieningen en centra voor herstelverblijf moeten voldoen en tot bepaling van de procedure voor de uitreiking van het attest van naleving van die normen, zoals van kracht vóór 1 oktober 2018, die ingediend zijn vóór 1 oktober 2018 en waarvoor vóór die datum nog geen advies van de technische commissie voor de brandveiligheid is bezorgd aan het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, dat is opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid", worden behandeld conform de procedure die van toepassing is vanaf 1 oktober 2018, op basis van de ontvankelijkheidstoets van het voormelde agentschap Zorg en Gezondheid.
Art. 20. Dans le prĂ©sent article, on entend par la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie : la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures relevant du domaine politique du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille, telle que visĂ©e Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures de Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille.
  Les demandes de dĂ©rogations conformes Ă  l'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les structures pour personnes ĂągĂ©es et les centres de convalescence doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes, tel qu'il s'appliquait avant le 1er octobre 2018, qui ont Ă©tĂ© introduites avant le 1er octobre 2018 et pour lesquelles avant cette date un avis de la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie a Ă©tĂ© remis Ă  l'agence autonomisĂ©e interne "Zorg en Gezondheid", qui a Ă©tĂ© créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©), sont traitĂ©es conformĂ©ment Ă  la procĂ©dure en vigueur avant le 1er octobre 2018.
  Les demandes de dĂ©rogations conformes Ă  l'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 dĂ©cembre 2011 fixant les normes de sĂ©curitĂ© incendie spĂ©cifiques auxquelles les structures pour personnes ĂągĂ©es et les centres de convalescence doivent rĂ©pondre et fixant la procĂ©dure de la dĂ©livrance de l'attestation du respect de ces normes, tel qu'il s'appliquait avant le 1er octobre 2018, qui ont Ă©tĂ© introduites avant le 1er octobre et pour lesquelles aucun avis de la commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie n'a encore Ă©tĂ© remis avant cette date Ă  l'agence autonomiséé interne " Zorg en Gezondheid ", qui a Ă©tĂ© créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©), sont traitĂ©es conformĂ©ment Ă  la procĂ©dure en vigueur Ă  partir du 1er octobre 2018, sur la base de l'analyse de l'Ă©ligibilitĂ© de l'agence " Zorg en Gezondheid " susvisĂ©e.
Afdeling 3. - Inwerkingtredingsbepaling en uitvoeringsbepaling
Section 3. - Disposition d'entrée en vigueur et disposition d'exécution
Art. 21. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2018.
Art. 21. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er octobre 2018.
Art. 22. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 22. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74411)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74459)