Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 JULI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 juli 2018 tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, wat betreft de invoering van een gecombineerde procedure en van een unieke vergunning
Titre
5 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 5 juillet 2018 modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, en ce qui concerne l'instauration d'une procédure unique et d'un permis unique
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling
CHAPITRE Ier. - Disposition générale
Artikel 1. Dit besluit betreft een gedeeltelijke omzetting van de Richtlijn 2011/98/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende één enkele aanvraagprocedure voor een gecombineerde vergunning voor onderdanen van derde landen om te verblijven en te werken op het grondgebied van een lidstaat, alsmede inzake een gemeenschappelijk pakket rechten voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2011/98/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 établissant une procédure de demande unique en vue de la délivrance d'un permis unique autorisant les ressortissants de pays tiers à résider et à travailler sur le territoire d'un Etat membre et établissant un socle commun de droits pour les travailleurs issus de pays tiers qui résident légalement dans un Etat membre.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
CHAPITRE II. - Dispositions modifiant l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers
Art. 2. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° Gewestminister: de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor tewerkstelling;";
2° in punt 18° wordt de zinsnede "het verblijfsdocument voorzien bij artikel 1,3° " vervangen door de zinsnede "de verblijfstitel, vermeld in artikel 1, 15° ";
3° er worden punten 20° en 21° toegevoegd, die luiden als volgt:
20° Brussel Economie en Werkgelegenheid: de directie economische migratie van Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;
21° Samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018: het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
1° punt 4° wordt vervangen door wat volgt:
"4° Gewestminister: de Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor tewerkstelling;";
2° in punt 18° wordt de zinsnede "het verblijfsdocument voorzien bij artikel 1,3° " vervangen door de zinsnede "de verblijfstitel, vermeld in artikel 1, 15° ";
3° er worden punten 20° en 21° toegevoegd, die luiden als volgt:
20° Brussel Economie en Werkgelegenheid: de directie economische migratie van Brussel Economie en Werkgelegenheid bij de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;
21° Samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018: het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
Art. 2. Dans l'article 1er de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° Ministre régional : le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions ; " ;
2° dans le point 18°, les mots " le document de séjour visé à l'article 1er, 3° " sont remplacés par les mots " le titre de séjour visé à l'article 1er, 15° " ;
3° les points 20° et 21° sont ajoutés, rédigés comme suit :
20° Bruxelles Economie et Emploi : la direction de la migration économique de Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles ;
21° Accord de coopération du 2 février 2018 : Accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers.
1° le point 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° Ministre régional : le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions ; " ;
2° dans le point 18°, les mots " le document de séjour visé à l'article 1er, 3° " sont remplacés par les mots " le titre de séjour visé à l'article 1er, 15° " ;
3° les points 20° et 21° sont ajoutés, rédigés comme suit :
20° Bruxelles Economie et Emploi : la direction de la migration économique de Bruxelles Economie et Emploi auprès du Service public régional de Bruxelles ;
21° Accord de coopération du 2 février 2018 : Accord de coopération du 2 février 2018 entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers.
Art. 3. In artikel 2 derde en zesde lid van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de koninklijk besluit van 17 juli 2013, wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "Gewestminister".
Art. 3. Dans l'article 2, alinéas 3 et 6 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté royal du 17 juillet 2013, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " Ministre régional ".
Art. 4. Het artikel 9, vijfde lid van hetzelfde koninklijk besluit, gewijzigd bij de besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 juli 2015 wordt opgeheven.
Art. 4. L'article 9, alinéa 5 du même arrêté royal, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 juillet 2015 est abrogé.
Art. 5. Aan artikel 14 van hetzelfde koninklijk besluit wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de toepassing van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, wordt het geneeskundig getuigschrift vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, 5°, van de wet van 15 december 1980 gelijkgesteld met een geneeskundig getuigschrift als vermeld in dit artikel.".
"Voor de toepassing van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, wordt het geneeskundig getuigschrift vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, 5°, van de wet van 15 december 1980 gelijkgesteld met een geneeskundig getuigschrift als vermeld in dit artikel.".
Art. 5. L'article 14 du même arrêté royal est complété par un alinéa 5 rédigé comme suit :
" Pour l'application du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018, le certificat médical visé à l'article 61/25-2, § 1er, alinéa 2, 5°, de la loi du 15 décembre 1980 est assimilé à un certificat médical visé par le présent article ".
" Pour l'application du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018, le certificat médical visé à l'article 61/25-2, § 1er, alinéa 2, 5°, de la loi du 15 décembre 1980 est assimilé à un certificat médical visé par le présent article ".
Art. 6. In hoofdstuk IV van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 29 oktober 2015, wordt afdeling 3, opgeheven bij het koninklijk besluit van 2 september 2018, dat bestaat uit artikel 17 en 18, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
"Afdeling 3. Procedure voor de toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de gecombineerde vergunning of een andere verblijfstitel te verkrijgen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
Art. 17. § 1. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 gelden onverminderd de toepassing van:
1° hoofdstuk II en III, hoofdstuk IV, afdeling 1, 1bis en 2, hoofdstuk V, hoofdstuk VI, afdeling 1 en 3, hoofdstuk VII met uitzondering van artikel 31, tweede lid, en hoofdstuk VIII tot en met XI;
2° het koninklijk besluit van 7 oktober 2009 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de tewerkstelling van sommige categorieën van buitenlandse werknemers.
§ 2. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 zijn niet van toepassing op aanvragen op basis van artikel 2, eerste lid, 14°, van dit besluit.
Art. 18. Voor de tewerkstelling van een werknemer, onderdaan van een derde land, vraagt de werkgever overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling een toelating tot arbeid aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres of het faxnummer van de werkgever, de persoonlijke gegevens van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, en de gegevens aangaande de tewerkstelling van de werknemer in het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest.
De werkgever en de werknemer, onderdaan van een derde land, vullen de aanvraag naar behoren in, en ondertekenen het gedateerde formulier.
De werkgever treedt op als vertegenwoordiger van de werknemer. De ondertekening door de werknemer en de werkgever van het aanvraagformulier vermeld in het tweede lid, geldt als aanwijzing door de werknemer van de werkgever als vertegenwoordiger in het kader van de procedure tot aanvraag van een gecombineerde vergunning en de aanvaarding door de werkgever van het gegeven mandaat.
Art. 18/1. De aanvraag door tussenkomst van de werkgever wordt in ieder geval ingediend door een natuurlijke persoon die daarvoor over de vereiste rechtsbekwaamheid beschikt. Dit kan de werkgever zelf zijn, of een natuurlijke persoon die op regelmatige wijze in België verblijft, en in naam en voor rekening van de werkgever handelt. Voor de in het buitenland gevestigde werkgever kan alleen die natuurlijke persoon optreden.
Art. 18/2. De werkgever of, in voorkomend geval, de werknemer, voegt de documenten vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 bij het formulier, vermeld in artikel 18.
Art. 18/3. De werkgever voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van zijn identiteitsbewijs of van die van zijn volmachthouder;
2° een kopie van alle bladzijden van het geldige paspoort van de werknemer en, indien de betrokkene in België verblijft, een kopie van het document dat zijn verblijf dekt;
3° als de aanvraag een detachering betreft, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied als er een internationale overeenkomst over sociale zekerheid bestaat, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een document van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat verklaart dat de werknemer niet onderworpen kan zijn aan de Belgische socialezekerheidsregeling.
Voor een hernieuwingsaanvraag worden naast de in de eerste alinea vermelde documenten ook de volgende documenten bijgevoegd:
1° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt;
2° een kopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
3° als de aanvraag een detachering betreft binnen het toepassingsgebied van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster;
4° als de aanvraag een gesubsidieerde navorser betreft, als vermeld in artikel 9, eerste lid, 8°, het bewijs van betaling van de subsidie.
Art. 18/4. Voor stagiairs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 5°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de naar behoren ingevulde stageovereenkomst als vermeld in artikel 22, 3°, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° als de stage wordt betaald door middel van een beurs, het bewijs van de toekenning van die beurs aan de betrokkene;
3° het opleidingsprogramma, vermeld in artikel 22,4° ;
4° een kopie van het diploma of getuigschrift van de studie in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
5° de verbintenis als bedoeld in artikel 21, 2°, ondertekend door de stagiair, om tijdens de geldigheidsduur van de gevraagde toelating tot arbeid geen betrekking te bekleden.
Art. 18/5. Voor hooggeschoold personeel of personen die een leidinggevende functie bekleden, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 6° en 7°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° in geval van detachering, een attest ondertekend door de werkgever waarin hij de duur van de detachering bepaalt alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering ;
3° voor hooggeschoold personeel, een kopie van de diploma's van het hoger onderwijs die de betrokkene heeft behaald, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan.
Art. 18/6. Voor navorsers of gasthoogleraren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 8°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° voor de navorsers, het voltijdse programma van wetenschappelijk onderzoek, met vermelding van de begin- en einddatum, alsook van de bezoldiging of de subsidie die ten minste overeenstemt met het barema van assistent van de universiteiten, instellingen van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instellingen;
2° voor een gesubsidieerde navorser, het bewijs van de toekenning van de subsidie;
3° het bewijs van de uitnodiging en, in voorkomend geval, de selectie, van de door de universiteit, instelling van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instelling;
4° een kopie van het universitaire diploma van de betrokkene, namelijk het bewijs dat hij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een academische titel die als gelijkwaardig wordt beoordeeld, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
5° voor een gasthoogleraar, tenzij het bewijs wordt geleverd dat zijn uitzendende instelling hem gedurende zijn verblijf verder bezoldigt, het bewijs dat hem een bezoldiging wordt toegekend die overeenstemt met het barema van het onderwijspersoneel in de universiteit of in de instelling van hoger onderwijs.
Art. 18/7. Voor gespecialiseerde techniekers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 9°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de leveringsovereenkomst waaruit blijkt dat de installatie die de gespecialiseerde technicus komt monteren, op gang brengen of herstellen vervaardigd of geleverd is door zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is;
2° een nota met vermelding van de sector en het activiteitengebied van de in het buitenland gevestigde werkgever die zijn werknemer detacheert;
3° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de technicus en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, waarbij een kopie gevoegd is van de dienstopdracht of de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, met een beschrijving van de duur van de detachering alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de detachering, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan.
Art. 18/8. Voor werknemers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 10°, die gedetacheerd worden om een opleiding te volgen gedurende hoogstens zes maanden in de nasleep van een met een Belgische onderneming gesloten verkoopcontract, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° een kopie van de opleidingsovereenkomst die bij het verkoopcontract gevoegd is, met bepaling van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids-en loonvoorwaarden tijdens de opleiding;
3° een kopie van het verkoopcontract tussen de Belgische onderneming en de in het buitenland gevestigde werkgever.
Art. 18/9. Voor beroepssportlui of trainers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 11°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst van betaalde sportbeoefenaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 tot 9 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° een verklaring op erewoord, waarbij de werkgever er zich toe verbindt het bedrag van bezoldiging vermeld in artikel 9, eerste lid, 11° te eerbiedigen.
Art. 18/10. Voor werknemers die een verantwoordelijkheidsfunctie uitoefenen in een buitenlandse luchtvaartmaatschappij met een uitbatingszetel in België of in een toeristische dienst van hun land, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 12° en 13°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° in geval van detachering, een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de detachering.
Art. 18/11. Voor schouwspelartiesten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 15°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst voor schouwspelartiest met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° een brief met uitleg van de werkgever over de aard van de artistieke activiteiten in het kader van de toegang tot arbeid.
De Gewestminister of de ambtenaar die hij aanwijst kan bijlage II die aan dit besluit is gevoegd, als bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
Art. 18/12. Voor werknemers die worden gedetacheerd om een opleiding te volgen in een Belgische zetel van de multinationale groep waartoe hun onderneming behoort, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 18° en 19°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° het bewijs dat de Belgische zetel waar de opleiding plaatsvindt, behoort tot de multinationale groep waartoe de onderneming van de werknemer behoort;
3° een kopie van de opleidingsovereenkomst, met vermelding van de duur van de opleiding alsook van de arbeids-en loonvoorwaarden tijdens de opleiding.
Art. 18/13. Voor werknemers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 20°, die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie genieten, en voor wie de toegang tot arbeid een beroep betreft waarvoor de bevoegde overheid erkend heeft dat er een tekort aan arbeidskrachten is, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° bij een eerste aanvraag, de kopie van de verblijfskaart van langdurig ingezeten onderdaan, door de betrokkene verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie, waarin de passende vermelding "Langdurig ingezetene-EG" uitdrukkelijk is opgenomen;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/14. Voor werknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, het bewijs dat het om een erkende eredienst gaat, en dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is en dit aan de hand een kopie van de aanstellingsakte van de FOD Justitie of van een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht wordt vermeld.
Art. 18/15. Voor personeel dat de graven van buitenlandse militairen onderhoudt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 7°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° elk document dat aantoont dat de werknemer wordt tewerkgesteld door een officiële instantie die belast is met het onderhoud van militaire begraafplaatsen, om het onderhoud van de graven van buitenlandse militairen te verzekeren;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/16. Voor zeelieden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 8°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° het bewijs van inschrijving op de lijst als bedoeld in artikel 1bis, 1° van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aan boord van zeeschepen, conform de bepalingen van artikel 29 tot 39 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen, gedagtekend en ondertekend door de zeeman en de werkgever, de reder, zijn gemachtigde of de kapitein.
Art. 18/17. Voor in België verblijvende journalisten die uitsluitend verbonden zijn aan in het buitenland uitgegeven dagbladen of in het buitenland gevestigde persagentschappen, radio- of televisiestations, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 15° voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist afgeleverd door de bevoegde Belgische diensten.
Art. 18/18. Voor werknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 20°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
2° een kopie van het internationaal akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt;
3° het bewijs dat het internationaal akkoord, ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt, bekrachtigd is door een federale, gewestelijke of gemeenschapsoverheid in het kader van haar respectieve bevoegdheden.
Art. 18/19. Voor stagiairs als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de stageovereenkomst, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de duur van de stage;
2° bij een stagiair die tewerkgesteld wordt in het kader van een programma dat goedgekeurd is door een internationale instelling van publiek recht die in België gevestigd is, waarvan het statuut geregeld wordt door een in werking getreden verdrag, het bewijs van goedkeuring van het programma door de internationale instelling;
3° bij een wederkerig uitwisselingsprogramma, het bewijs van de wederkerigheid.
Art. 18/20. Voor postdoctorale onderdanen van een derde land als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 25°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18:
1° het bewijs dat de postdoctorandus houder is van een doctorsgraad of over uitzonderlijke wetenschappelijke kwaliteiten beschikt die geattesteerd zijn door de gastuniversiteit;
2° het bewijs dat de postdoctorandus een tegemoetkoming voor wetenschappelijk onderzoek krijgt;
3° het bewijs dat de postdoctorandus fundamenteel wetenschappelijk onderzoek volbrengt in de gastuniversiteit met vermelding van de duur van het onderzoek.
Art. 18/21. Voor onderzoekers, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 26°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de naar behoren ingevulde gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/22. Voor kaderleden en het leidinggevend personeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 33°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de jaarlijkse bezoldiging dat meer bedraagt dan het bedrag vermeld in artikel 2, eerste lid, 33° ;
2° een attest van een bedrijfsrevisor, opgenomen in de lijst van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat bevestigt dat de werkgever voldoet aan de wettelijke voorwaarden om als hoofdkwartier te worden aangewezen.
Art. 18/23. Voor alle andere werknemers dan de werknemers, als bedoeld in artikel 18/4 tot en met 18/22, of artikel 18/24 en 18/25, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst, met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
De Gewestminister of de ambtenaar die hij aanwijst kan bijlage I die aan dit besluit is gevoegd, als bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
Art. 18/24. § 1. Voor de tewerkstelling, vermeld in artikel 16, vraagt de werknemer, onderdaan van een derde land, toelating tot arbeid voor onbepaalde tijd en voor alle in loondienst uitgeoefende beroepen aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
De werknemer, onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
§ 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in § 1 :
1° een kopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, of van al zijn verblijfstitels met het oog op werk ;
2° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
Art. 18/25. § 1. Voor zijn tewerkstelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 35°, vraagt de buitenlandse onderdaan die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen, een toelating tot arbeid in de vorm van een vrijstelling als vermeld in het gezegde artikel aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
De buitenlandse onderdaan vult de aanvraag naar behoren in, en ondertekent het gedateerde formulier.
§ 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in § 1 :
1° een kopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen ;
2° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
Art. 18/26. § 1. Brussel Economie en Werkgelegenheid geeft kennis van de beslissing om de toegang tot arbeid te weigeren aan de werkgever en aan de werknemer die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van de wet.
De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, vermeld in artikel 9 van de wet, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
§ 2. Zolang het beroep bij de Gewestminister hangende is, wordt niet-ontvankelijk verklaard, elke ingediende aanvraag krachtens:
1° artikel 18, voor zover het een arbeidsbetrekking betreft voor dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18;
2° artikel 18/24, door dezelfde werknemer, voor zover het beroep dat bij de Gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18/24 ;
3° 18/25, door dezelfde werknemer, voor zover het beroep dat bij de Gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18/25.
§ 3. Brussel Economie en Werkgelegenheid geeft kennis van de beslissing van de Gewestminister in beroep om de toegang tot arbeid te weigeren aan de beroepsindiener.
De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
Art. 18/27. De werkgever dient de aanvraag tot hernieuwing van de toelating tot arbeid in bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig artikel 18 tot en met 18/3, en, naargelang het geval, artikel 18/4 tot en met 18/23.
In afwijking van het eerste lid worden niet bij de aanvraag tot hernieuwing gevoegd, de documenten, vermeld in artikel 18/4 tot 18/23, die ongewijzigd zijn gebleven sinds ze bezorgd werden aan Brussel Economie en Werkgelegenheid, met uitzondering van de document vermeld in artikel 12, eerste lid ."
"Afdeling 3. Procedure voor de toelating tot arbeid die deel uitmaakt van een procedure om de gecombineerde vergunning of een andere verblijfstitel te verkrijgen met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen.
Art. 17. § 1. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 gelden onverminderd de toepassing van:
1° hoofdstuk II en III, hoofdstuk IV, afdeling 1, 1bis en 2, hoofdstuk V, hoofdstuk VI, afdeling 1 en 3, hoofdstuk VII met uitzondering van artikel 31, tweede lid, en hoofdstuk VIII tot en met XI;
2° het koninklijk besluit van 7 oktober 2009 houdende bijzondere bepalingen met betrekking tot de tewerkstelling van sommige categorieën van buitenlandse werknemers.
§ 2. De bepalingen van hoofdstuk IV van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018 zijn niet van toepassing op aanvragen op basis van artikel 2, eerste lid, 14°, van dit besluit.
Art. 18. Voor de tewerkstelling van een werknemer, onderdaan van een derde land, vraagt de werkgever overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling een toelating tot arbeid aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres of het faxnummer van de werkgever, de persoonlijke gegevens van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag, en de gegevens aangaande de tewerkstelling van de werknemer in het Brussels-Hoofdstedelijk Gewest.
De werkgever en de werknemer, onderdaan van een derde land, vullen de aanvraag naar behoren in, en ondertekenen het gedateerde formulier.
De werkgever treedt op als vertegenwoordiger van de werknemer. De ondertekening door de werknemer en de werkgever van het aanvraagformulier vermeld in het tweede lid, geldt als aanwijzing door de werknemer van de werkgever als vertegenwoordiger in het kader van de procedure tot aanvraag van een gecombineerde vergunning en de aanvaarding door de werkgever van het gegeven mandaat.
Art. 18/1. De aanvraag door tussenkomst van de werkgever wordt in ieder geval ingediend door een natuurlijke persoon die daarvoor over de vereiste rechtsbekwaamheid beschikt. Dit kan de werkgever zelf zijn, of een natuurlijke persoon die op regelmatige wijze in België verblijft, en in naam en voor rekening van de werkgever handelt. Voor de in het buitenland gevestigde werkgever kan alleen die natuurlijke persoon optreden.
Art. 18/2. De werkgever of, in voorkomend geval, de werknemer, voegt de documenten vermeld in artikel 61/25-2, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 bij het formulier, vermeld in artikel 18.
Art. 18/3. De werkgever voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van zijn identiteitsbewijs of van die van zijn volmachthouder;
2° een kopie van alle bladzijden van het geldige paspoort van de werknemer en, indien de betrokkene in België verblijft, een kopie van het document dat zijn verblijf dekt;
3° als de aanvraag een detachering betreft, een kopie van het document, afgeleverd door de buitenlandse instelling, dat verklaart dat de socialezekerheidswetgeving van dat land van toepassing blijft tijdens de tewerkstelling op het Belgische grondgebied als er een internationale overeenkomst over sociale zekerheid bestaat, of, als een internationale overeenkomst daarover ontbreekt, een document van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dat verklaart dat de werknemer niet onderworpen kan zijn aan de Belgische socialezekerheidsregeling.
Voor een hernieuwingsaanvraag worden naast de in de eerste alinea vermelde documenten ook de volgende documenten bijgevoegd:
1° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de toelating tot arbeid die verstrijkt;
2° een kopie van de individuele rekening na een volledig kalenderjaar waarin de betrokkene heeft gewerkt;
3° als de aanvraag een detachering betreft binnen het toepassingsgebied van Hoofdstuk 8 van Titel IV van de programmawet (I) van 27 december 2006, het bewijs van inschrijving in het Limosakadaster;
4° als de aanvraag een gesubsidieerde navorser betreft, als vermeld in artikel 9, eerste lid, 8°, het bewijs van betaling van de subsidie.
Art. 18/4. Voor stagiairs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 5°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de naar behoren ingevulde stageovereenkomst als vermeld in artikel 22, 3°, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° als de stage wordt betaald door middel van een beurs, het bewijs van de toekenning van die beurs aan de betrokkene;
3° het opleidingsprogramma, vermeld in artikel 22,4° ;
4° een kopie van het diploma of getuigschrift van de studie in het verlengde waarvan de stage plaatsvindt, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
5° de verbintenis als bedoeld in artikel 21, 2°, ondertekend door de stagiair, om tijdens de geldigheidsduur van de gevraagde toelating tot arbeid geen betrekking te bekleden.
Art. 18/5. Voor hooggeschoold personeel of personen die een leidinggevende functie bekleden, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 6° en 7°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° in geval van detachering, een attest ondertekend door de werkgever waarin hij de duur van de detachering bepaalt alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de duur van de detachering ;
3° voor hooggeschoold personeel, een kopie van de diploma's van het hoger onderwijs die de betrokkene heeft behaald, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan.
Art. 18/6. Voor navorsers of gasthoogleraren als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 8°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° voor de navorsers, het voltijdse programma van wetenschappelijk onderzoek, met vermelding van de begin- en einddatum, alsook van de bezoldiging of de subsidie die ten minste overeenstemt met het barema van assistent van de universiteiten, instellingen van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instellingen;
2° voor een gesubsidieerde navorser, het bewijs van de toekenning van de subsidie;
3° het bewijs van de uitnodiging en, in voorkomend geval, de selectie, van de door de universiteit, instelling van hoger onderwijs of erkende wetenschappelijke instelling;
4° een kopie van het universitaire diploma van de betrokkene, namelijk het bewijs dat hij houder is van een doctoraat op proefschrift of van een academische titel die als gelijkwaardig wordt beoordeeld, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
5° voor een gasthoogleraar, tenzij het bewijs wordt geleverd dat zijn uitzendende instelling hem gedurende zijn verblijf verder bezoldigt, het bewijs dat hem een bezoldiging wordt toegekend die overeenstemt met het barema van het onderwijspersoneel in de universiteit of in de instelling van hoger onderwijs.
Art. 18/7. Voor gespecialiseerde techniekers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 9°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de leveringsovereenkomst waaruit blijkt dat de installatie die de gespecialiseerde technicus komt monteren, op gang brengen of herstellen vervaardigd of geleverd is door zijn werkgever die in het buitenland gevestigd is;
2° een nota met vermelding van de sector en het activiteitengebied van de in het buitenland gevestigde werkgever die zijn werknemer detacheert;
3° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de technicus en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, waarbij een kopie gevoegd is van de dienstopdracht of de opdrachtbrief, ondertekend door de werkgever, met een beschrijving van de duur van de detachering alsook van de arbeids- en loonvoorwaarden voor de duur van de detachering, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan.
Art. 18/8. Voor werknemers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 10°, die gedetacheerd worden om een opleiding te volgen gedurende hoogstens zes maanden in de nasleep van een met een Belgische onderneming gesloten verkoopcontract, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° een kopie van de opleidingsovereenkomst die bij het verkoopcontract gevoegd is, met bepaling van de duur van de opleiding, alsook van de arbeids-en loonvoorwaarden tijdens de opleiding;
3° een kopie van het verkoopcontract tussen de Belgische onderneming en de in het buitenland gevestigde werkgever.
Art. 18/9. Voor beroepssportlui of trainers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 11°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst van betaalde sportbeoefenaar overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 tot 9 van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° een verklaring op erewoord, waarbij de werkgever er zich toe verbindt het bedrag van bezoldiging vermeld in artikel 9, eerste lid, 11° te eerbiedigen.
Art. 18/10. Voor werknemers die een verantwoordelijkheidsfunctie uitoefenen in een buitenlandse luchtvaartmaatschappij met een uitbatingszetel in België of in een toeristische dienst van hun land, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 12° en 13°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, of, in geval van detachering, een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en zijn in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° in geval van detachering, een attest, ondertekend door de werkgever, waarin hij de duur van de detachering bepaalt, alsook de arbeids- en loonvoorwaarden tijdens de detachering.
Art. 18/11. Voor schouwspelartiesten als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 15°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst voor schouwspelartiest met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage II die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen ;
2° een brief met uitleg van de werkgever over de aard van de artistieke activiteiten in het kader van de toegang tot arbeid.
De Gewestminister of de ambtenaar die hij aanwijst kan bijlage II die aan dit besluit is gevoegd, als bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
Art. 18/12. Voor werknemers die worden gedetacheerd om een opleiding te volgen in een Belgische zetel van de multinationale groep waartoe hun onderneming behoort, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 18° en 19°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de in het buitenland gevestigde werkgever, en in voorkomend geval een door een beëdigde vertaler vertaalde versie ervan;
2° het bewijs dat de Belgische zetel waar de opleiding plaatsvindt, behoort tot de multinationale groep waartoe de onderneming van de werknemer behoort;
3° een kopie van de opleidingsovereenkomst, met vermelding van de duur van de opleiding alsook van de arbeids-en loonvoorwaarden tijdens de opleiding.
Art. 18/13. Voor werknemers als bedoeld in artikel 9, eerste lid, 20°, die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie genieten, en voor wie de toegang tot arbeid een beroep betreft waarvoor de bevoegde overheid erkend heeft dat er een tekort aan arbeidskrachten is, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° bij een eerste aanvraag, de kopie van de verblijfskaart van langdurig ingezeten onderdaan, door de betrokkene verkregen in een andere lidstaat van de Europese Unie, waarin de passende vermelding "Langdurig ingezetene-EG" uitdrukkelijk is opgenomen;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/14. Voor werknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, het bewijs dat het om een erkende eredienst gaat, en dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is en dit aan de hand een kopie van de aanstellingsakte van de FOD Justitie of van een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht wordt vermeld.
Art. 18/15. Voor personeel dat de graven van buitenlandse militairen onderhoudt als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 7°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° elk document dat aantoont dat de werknemer wordt tewerkgesteld door een officiële instantie die belast is met het onderhoud van militaire begraafplaatsen, om het onderhoud van de graven van buitenlandse militairen te verzekeren;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I tot III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/16. Voor zeelieden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 8°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° het bewijs van inschrijving op de lijst als bedoeld in artikel 1bis, 1° van de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij;
2° een kopie van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst aan boord van zeeschepen, conform de bepalingen van artikel 29 tot 39 van de wet van 3 juni 2007 houdende diverse arbeidsbepalingen, gedagtekend en ondertekend door de zeeman en de werkgever, de reder, zijn gemachtigde of de kapitein.
Art. 18/17. Voor in België verblijvende journalisten die uitsluitend verbonden zijn aan in het buitenland uitgegeven dagbladen of in het buitenland gevestigde persagentschappen, radio- of televisiestations, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 15° voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de voorlopige of definitieve perskaart van de journalist afgeleverd door de bevoegde Belgische diensten.
Art. 18/18. Voor werknemers als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 20°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen;
2° een kopie van het internationaal akkoord ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt;
3° het bewijs dat het internationaal akkoord, ter uitvoering waarvan de tewerkstelling plaatsvindt, bekrachtigd is door een federale, gewestelijke of gemeenschapsoverheid in het kader van haar respectieve bevoegdheden.
Art. 18/19. Voor stagiairs als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 21°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de stageovereenkomst, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de duur van de stage;
2° bij een stagiair die tewerkgesteld wordt in het kader van een programma dat goedgekeurd is door een internationale instelling van publiek recht die in België gevestigd is, waarvan het statuut geregeld wordt door een in werking getreden verdrag, het bewijs van goedkeuring van het programma door de internationale instelling;
3° bij een wederkerig uitwisselingsprogramma, het bewijs van de wederkerigheid.
Art. 18/20. Voor postdoctorale onderdanen van een derde land als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 25°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18:
1° het bewijs dat de postdoctorandus houder is van een doctorsgraad of over uitzonderlijke wetenschappelijke kwaliteiten beschikt die geattesteerd zijn door de gastuniversiteit;
2° het bewijs dat de postdoctorandus een tegemoetkoming voor wetenschappelijk onderzoek krijgt;
3° het bewijs dat de postdoctorandus fundamenteel wetenschappelijk onderzoek volbrengt in de gastuniversiteit met vermelding van de duur van het onderzoek.
Art. 18/21. Voor onderzoekers, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 26°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de naar behoren ingevulde gastovereenkomst tussen de onderzoeker en de erkende onderzoeksinstelling, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
Art. 18/22. Voor kaderleden en het leidinggevend personeel als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 33°, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in artikel 18 :
1° een kopie van de arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van titel I en III van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, gedagtekend en ondertekend door beide partijen, met vermelding van de jaarlijkse bezoldiging dat meer bedraagt dan het bedrag vermeld in artikel 2, eerste lid, 33° ;
2° een attest van een bedrijfsrevisor, opgenomen in de lijst van het Belgisch Instituut voor Bedrijfsrevisoren, dat bevestigt dat de werkgever voldoet aan de wettelijke voorwaarden om als hoofdkwartier te worden aangewezen.
Art. 18/23. Voor alle andere werknemers dan de werknemers, als bedoeld in artikel 18/4 tot en met 18/22, of artikel 18/24 en 18/25, voegt de werkgever, naast de documenten, vermeld in artikel 18/2 en 18/3, bij het formulier, vermeld in artikel 18, een kopie van de naar behoren ingevulde arbeidsovereenkomst, met de vermeldingen en bepalingen, opgenomen in bijlage I die bij dit besluit is gevoegd, gedagtekend en ondertekend door beide partijen.
De Gewestminister of de ambtenaar die hij aanwijst kan bijlage I die aan dit besluit is gevoegd, als bedoeld in het eerste lid, wijzigen.
Art. 18/24. § 1. Voor de tewerkstelling, vermeld in artikel 16, vraagt de werknemer, onderdaan van een derde land, toelating tot arbeid voor onbepaalde tijd en voor alle in loondienst uitgeoefende beroepen aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
De werknemer, onderdaan van een derde land vult de aanvraag naar behoren in en ondertekent het gedateerde formulier.
§ 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in § 1 :
1° een kopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, of van al zijn verblijfstitels met het oog op werk ;
2° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
Art. 18/25. § 1. Voor zijn tewerkstelling, vermeld in artikel 2, eerste lid, 35°, vraagt de buitenlandse onderdaan die het statuut van langdurig ingezeten onderdaan in een andere lidstaat van de Europese Unie heeft verkregen, een toelating tot arbeid in de vorm van een vrijstelling als vermeld in het gezegde artikel aan bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
De aanvraag wordt ingediend met een formulier dat Brussel Economie en Werkgelegenheid ter beschikking stelt. Dit aanvraagformulier vermeldt de persoonlijke gegevens en het e-mailadres van de werknemer en de diplomatieke of consulaire post die bevoegd is voor het verblijfsadres van de werknemer als deze in het buitenland verblijft op het ogenblik van de indiening van de aanvraag.
De buitenlandse onderdaan vult de aanvraag naar behoren in, en ondertekent het gedateerde formulier.
§ 2. De werknemer voegt naast de documenten, vermeld in artikel 18/2, de volgende documenten bij het formulier, vermeld in § 1 :
1° een kopie van al zijn voorgaande arbeidskaarten B, vermeld in artikel 3, 2°, of van zijn verblijfstitels met het oog op werk voor een periode van meer dan negentig dagen ;
2° een kopie van de loonfiches of loonafrekeningen voor de volledige periode van de recentste toelating tot arbeid;
Art. 18/26. § 1. Brussel Economie en Werkgelegenheid geeft kennis van de beslissing om de toegang tot arbeid te weigeren aan de werkgever en aan de werknemer die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 9 van de wet.
De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, vermeld in artikel 9 van de wet, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
§ 2. Zolang het beroep bij de Gewestminister hangende is, wordt niet-ontvankelijk verklaard, elke ingediende aanvraag krachtens:
1° artikel 18, voor zover het een arbeidsbetrekking betreft voor dezelfde werknemer en het beroep dat bij de gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18;
2° artikel 18/24, door dezelfde werknemer, voor zover het beroep dat bij de Gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18/24 ;
3° 18/25, door dezelfde werknemer, voor zover het beroep dat bij de Gewestminister hangende is een aanvraag betreft ingediend krachtens artikel 18/25.
§ 3. Brussel Economie en Werkgelegenheid geeft kennis van de beslissing van de Gewestminister in beroep om de toegang tot arbeid te weigeren aan de beroepsindiener.
De beslissing vermeldt de mogelijkheid van beroep, de bevoegde instanties die er kennis van nemen, alsook de te eerbiedigen vormvereisten en termijnen.
Art. 18/27. De werkgever dient de aanvraag tot hernieuwing van de toelating tot arbeid in bij Brussel Economie en Werkgelegenheid, overeenkomstig artikel 18 tot en met 18/3, en, naargelang het geval, artikel 18/4 tot en met 18/23.
In afwijking van het eerste lid worden niet bij de aanvraag tot hernieuwing gevoegd, de documenten, vermeld in artikel 18/4 tot 18/23, die ongewijzigd zijn gebleven sinds ze bezorgd werden aan Brussel Economie en Werkgelegenheid, met uitzondering van de document vermeld in artikel 12, eerste lid ."
Art. 6. Dans le chapitre IV du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 29 octobre 2015, la section 3, abrogée par l'arrêté royal du 2 septembre 2018, comportant les articles 17 et 18, est rétablie dans la rédaction suivante :
" Section 3. Procédure d'autorisation au travail qui s'inscrit dans la procédure d'obtention du permis unique ou d'un autre titre de séjour en vue de travailler pour une période de plus de nonante jours.
Art. 17. § 1er. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 s'appliquent sans préjudice des dispositions :
1° des chapitres II et III, des sections 1, 1bis et 2 du chapitre IV, du chapitre V, des sections 1 et 3 du chapitre VI, du chapitre VII à l'exception de l'article 31, alinéa 2 et des chapitres VIII à XI inclus ;
2° de l'arrêté royal du 7 octobre 2009 portant des dispositions particulières relatives à l'occupation de certaines catégories de travailleurs étrangers.
§ 2. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 ne sont pas d'application aux demandes formulées sur base de l'article 2, alinéa 1er, 14° du présent arrêté.
Art. 18. Afin de pouvoir occuper un travailleur, ressortissant d'un pays tiers, l'employeur introduit une demande d'autorisation de travail auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions de la présente section.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique ou le numéro de fax de l'employeur, les coordonnées du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger, et les données concernant l'occupation du travailleur sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
L'employeur et le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplissent dûment, datent et signent le formulaire de demande.
L'employeur agit comme représentant du travailleur. La signature par le travailleur et l'employeur ou son mandataire du formulaire de demande visé à l'alinéa 2, vaut désignation, par le travailleur de l'employeur en tant que représentant dans le cadre de la procédure de demande de permis unique et acceptation, par l'employeur, du mandat ainsi confié.
Art. 18/1. La demande formulée par le biais de l'employeur est en tous cas introduite par une personne physique disposant de la capacité juridique pour ce faire. Cela peut être l'employeur lui-même, ou une personne physique résidant régulièrement en Belgique et agissant au nom et pour compte de celui-ci. Lorsque l'employeur est établi en dehors de la Belgique, seule cette personne physique est habilitée à agir.
Art. 18/2. L'employeur ou, le cas échéant, le travailleur, joint les documents visés à l'article 61/25-2, § 1er, alinéa 2, de la loi du 15 décembre 1980 au formulaire visé à l'article 18.
Art. 18/3. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés à l'article 18/2, l'employeur joint les documents suivants :
1° la copie de sa pièce d'identité ou celle de son mandataire ;
2° la copie de toutes les pages du passeport en cours de validité du travailleur et, si l'intéressé séjourne en Belgique, la copie du document couvrant son séjour ;
3° si la demande concerne un détachement, une copie du document délivré par l'institution étrangère attestant que la législation relative à la sécurité sociale de ce pays continue à s'appliquer pendant l'occupation sur le territoire belge lorsqu'un accord international relatif à la sécurité sociale existe, ou, en l'absence d'un tel accord international, un document du Service public fédéral Sécurité Sociale attestant que le travailleur ne peut être assujetti au régime belge de sécurité sociale.
Pour une demande de renouvellement, outre les documents visés à l'alinéa 1er, les documents suivants sont également joints :
1° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de l'autorisation de travail qui arrive à échéance ;
2° la copie du compte individuel après une année calendrier complète de travail par l'intéressé ;
3° si la demande concerne un détachement visé au chapitre 8 du titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, la preuve d'inscription au cadastre Limosa ;
4° si la demande concerne un chercheur subsidié visé à l'article 9, alinéa 1er, 8°, la preuve du paiement du subside.
Art. 18/4. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit des stagiaires visés à l'article 9, alinéa 1er, 5° :
1° la copie du contrat de stage dûment rempli, visé à l'article 22, 3°, daté et signé par les deux parties ;
2° si le stage est rémunéré à l'aide d'une bourse, la preuve de l'octroi de celle-ci à l'intéressé ;
3° le programme de formation visé à l'article 22,4° ;
4° la copie du diplôme ou certificat d'études en continuation duquel le stage s'inscrit, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
5° l'engagement visé à l'article 21, 2°, signé par le stagiaire, de n'occuper en Belgique aucun emploi pendant la durée de validité de l'autorisation de travail sollicitée.
Art. 18/5. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de personnel hautement qualifié ou de personnes qui viennent occuper un poste de direction, respectivement visés à l'article 9, alinéa 1er, 6° et 7° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ou, en cas de détachement, la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° en cas de détachement, une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement ;
3° pour le personnel hautement qualifié, la copie des diplômes de l'enseignement supérieur obtenus par l'intéressé, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré.
Art. 18/6. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de chercheurs ou de professeurs invités visés à l'article 9, alinéa 1er, 8° :
1° pour les chercheurs, le programme de recherche à temps plein avec mention des dates de début et de fin et de la rémunération ou du subside qui doivent être au moins égaux au barème d'assistant des universités, établissements d'enseignement supérieur ou établissements scientifiques reconnus ;
2° si la demande concerne un chercheur subsidié, la preuve d'octroi du subside ;
3° la preuve de l'invitation et le cas échéant de la sélection, par l'université, l'établissement d'enseignement supérieur ou l'établissement scientifique reconnu ;
4° la copie du diplôme universitaire de l'intéressé, notamment la preuve qu'il est porteur d'un doctorat à thèse ou d'un titre académique jugé équivalent, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
5° pour un professeur invité, à moins qu'il ne soit prouvé que, durant son séjour, son institution d'envoi continue à le rémunérer, la preuve qu'une rémunération conforme au barème du personnel enseignant de l'université ou de l'établissement d'enseignement supérieur lui est allouée.
Art. 18/7. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de techniciens spécialisés visés à l'article 9, alinéa 1er, 9:
1° la copie du contrat de fourniture qui prouve que l'installation que le technicien spécialisé vient monter, mettre en marche ou réparer est fabriquée ou livrée par son employeur établi à l'étranger ;
2° une note précisant le secteur et le domaine d'activités de l'employeur établi à l'étranger qui détache son travailleur ;
3° la copie du contrat de travail liant le technicien à son employeur établi à l'étranger, accompagnée d'une copie de l'ordre de mission ou de la lettre de mission, signé par l'employeur, spécifiant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du détachement, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré.
Art. 18/8. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 10°, détachés pour une formation de maximum six mois accessoire à un contrat de vente conclu avec une entreprise belge :
1° la copie du contrat de travail liant le travailleur et l'employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° la copie du contrat de formation accessoire au contrat de vente mentionnant la durée de la formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant la formation ;
3° la copie du contrat de vente conclu entre l'entreprise belge et l'employeur établi à l'étranger.
Art. 18/9. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de sportifs professionnels ou d'entraîneurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 11° :
1° la copie du contrat de travail de sportif rémunéré conforme aux dispositions des articles 2 à 9 de la loi du 24 février 1978 relative au contrat de travail du sportif rémunéré, daté et signé par les deux parties ;
2° une déclaration sur l'honneur par laquelle l'employeur s'engage à respecter le montant de rémunération visé à l'article 9, alinéa1er, 11°.
Art. 18/10. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants lorsqu'il s'agit de travailleurs exerçant une fonction à responsabilité dans une compagnie de navigation aérienne étrangère ayant un siège d'exploitation en Belgique ou dans un office de tourisme de leur pays, visés à l'article 9, alinéa 1er, 12° et 13° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ou, en cas de détachement, une copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° en cas de détachement, une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement.
Art. 18/11. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit d'artistes de spectacle visés à l'article 9, alinéa 1er, 15° :
1° la copie du contrat de travail pour artiste de spectacle contenant les mentions et dispositions reprises à l'annexe II qui est jointe à cet arrêté, dûment rempli, daté et signé par les deux parties ;
2° une lettre explicative de l'employeur sur la nature des activités artistiques dans le cadre de l'autorisation de travail.
Le Ministre régional ou le fonctionnaire qu'il désigne peut modifier l'annexe II qui est jointe à cet arrêté, visée à l'alinéa 1er, 1°.
Art. 18/12. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs détachés pour suivre une formation dans un siège belge du groupe multinational auquel leur entreprise appartient, visée à l'article 9, alinéa 1er, 18° et 19° :
1° la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° la preuve que le siège belge où la formation a lieu fait partie du groupe multinational auquel l'entreprise du travailleur appartient ;
3° la copie du contrat de formation, mentionnant la durée de la formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant sa formation en Belgique.
Art. 18/13. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 20°, bénéficiant du statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, et dont l'autorisation de travail concerne une profession reconnue, par l'autorité compétente, comme connaissant une pénurie de main-d'oeuvre :
1° s'il s'agit d'une première demande, la copie de la carte de séjour de résident de longue durée, obtenue par l'intéressé dans un autre état membre de l'Union européenne, reprenant expressément la mention adéquate " Résident de longue durée-CE " ;
2° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties.
Art. 18/14. S'il s'agit de travailleurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 6°, au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint la preuve qu'il s'agit d'un culte reconnu et que l'intéressé est ministre du culte, et ce au moyen d'une copie de l'acte de désignation par le SPF Justice ou de la preuve de la désignation par le responsable belge du culte reconnu. La durée de la mission est mentionnée.
Art. 18/15. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit du personnel qui assure l'entretien des sépultures des militaires de nationalité étrangère visé à l'article 2, alinéa 1er, 7° :
1° tout document démontrant que le travailleur est occupé par une instance officielle chargée de l'entretien des sépultures militaires, en vue d'assurer l'entretien des sépultures des militaires de nationalité étrangère ;
2° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties.
Art. 18/16. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de marins visés à l'article 2, alinéa 1er, 8° :
1° la preuve de l'inscription sur la liste visée à l'article 1erbis, 1° de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande ;
2° la copie du contrat d'engagement maritime à bord de navires de mer conforme aux dispositions des articles 29 à 39 de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail, daté et signé par le marin et l'employeur, l'armateur, son préposé ou le capitaine.
Art. 18/17. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint la copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste délivrée par les services belges compétents s'il s'agit de journalistes séjournant en Belgique qui sont exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger visés à l'article 2, alinéa 1er, 15°.
Art. 18/18. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 20° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ;
2° la copie de l'accord international en exécution duquel l'occupation a lieu ;
3° la preuve que l'accord international, en exécution duquel l'occupation a lieu, a été approuvé par une autorité fédérale, régionale ou communautaire dans le cadre de leurs compétences respectives.
Art. 18/19. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de stagiaires visés à l'article 2, alinéa 1er, 21° :
1° la copie du contrat de stage daté et signé par les deux parties mentionnant la durée du stage ;
2° s'il s'agit d'un stagiaire occupé dans le cadre d'un programme approuvé par une organisation internationale de droit public établie en Belgique et dont le statut est régi par un traité en vigueur, la preuve de l'approbation de ce programme par l'organisation internationale ;
3° en cas de programme d'échange basé sur la réciprocité, la preuve de la réciprocité.
Art. 18/20. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de postdoctorants ressortissants d'un pays tiers visés à l'article 2, alinéa 1er, 25° :
1° la preuve que le postdoctorant est titulaire d'un titre de docteur ou qu'il possède des qualités scientifiques exceptionnelles dont l'existence est attestée par l'université d'accueil ;
2° la preuve que le postdoctorant bénéficie d'un subside à savant ;
3° la preuve que le postdoctorant mène à bien une recherche scientifique fondamentale dans une université d'accueil avec mention de la durée de la recherche.
Art. 18/21. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de chercheurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 26°, la copie de la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé dûment remplie, datée et signée par les deux parties.
Art. 18/22. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de cadres et de personnel de direction visés à l'article 2, alinéa 1er, 33° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties prévoyant une rémunération annuelle dépassant le montant prévu à l'article 2, alinéa 1er, 33° ;
2° une attestation d'un réviseur d'entreprises, repris sur la liste de l'Institut belge des réviseurs d'entreprises certifiant que l'employeur satisfait aux conditions légales pour être qualifié de siège central.
Art. 18/23. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de travailleurs non visés par les articles 18/4 à 18/22 inclus, ni par les articles 18/24 ou 18/25, une copie du contrat de travail contenant les mentions et dispositions reprises à l'annexe I, qui est jointe à cet arrêté, dûment rempli, daté et signé par les deux parties.
Le Ministre régional ou le fonctionnaire qu'il désigne peut modifier l'annexe I qui est jointe à cet arrêté, visée à l'alinéa 1er.
Art. 18/24. § 1er. En vue de l'occupation visée à l'article 16, le travailleur, ressortissant d'un pays tiers, introduit une demande d'autorisation de travail pour une durée illimitée et couvrant toutes les professions salariées auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions du présent arrêté.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger.
Le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplit dûment, date et signe le formulaire de demande.
§ 2. Au formulaire visé au § 1er et aux documents visés à l'article 18/2, le travailleur joint les documents suivants :
1° la copie de tous ses permis de travail B visés à l'article 3, 2° ou de tous ses titres de séjour à des fins de travail, obtenus précédemment ;
2° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour la période complète la plus récente couverte par une autorisation de travail ;
Art. 18/25. § 1er. En vue de son occupation visée à l'article 2, alinéa 1er, 35°, le ressortissant étranger ayant obtenu le statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne introduit une demande d'autorisation de travail sous la forme d'une dispense visée audit article auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions du présent arrêté.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger.
Le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplit dûment, date et signe le formulaire de demande.
§ 2. Au formulaire visé au § 1er et aux documents visés à l'article 18/2, le travailleur joint les documents suivants :
1° la copie de tous ses permis de travail B visés à l'article 3, 2° ou de ses titres de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours, obtenus précédemment ;
2° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour la période complète la plus récente couverte par une autorisation de travail ;
Art. 18/26. § 1er. Bruxelles Economie et Emploi notifie la décision refusant l'autorisation de travail à l'employeur, ainsi qu'au travailleur répondant aux conditions visées à l'article 9 de la loi.
La décision mentionne la possibilité d'introduire un recours conformément à l'article 9 de la loi, les instances compétentes pour connaître de ce recours, ainsi que les exigences de formes et de délais.
§ 2. Aussi longtemps que le recours est pendant auprès du Ministre régional, est déclarée irrecevable toute demande introduite en vertu de :
1° l'article 18, pour autant qu'il s'agisse d'un emploi pour le même travailleur et que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18 ;
2° l'article 18/24, par le même travailleur, pour autant que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18/24 ;
3° l'article 18/25, par le même travailleur, pour autant que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18/25.
§ 3. Bruxelles Economie et Emploi notifie la décision du Ministre régional en recours refusant l'autorisation de travail au requérant.
La décision mentionne la possibilité d'introduire un recours, les instances compétentes pour connaître de ce recours, ainsi que les exigences de formes et de délais.
Art. 18/27. La demande de renouvellement de l'autorisation de travail doit être introduite auprès de Bruxelles Economie et Emploi par l'employeur, conformément aux articles 18 à 18/3 inclus, et, selon le cas, aux articles 18/4 à 18/23 inclus.
Par dérogation à l'alinéa 1er, ne sont pas joints à la demande de renouvellement les documents visés aux articles 18/4 à 18/23 qui sont restés inchangés depuis leur transmission à Bruxelles Economie et Emploi, à l'exception du document visé à l'article 12, alinéa 1er. "
" Section 3. Procédure d'autorisation au travail qui s'inscrit dans la procédure d'obtention du permis unique ou d'un autre titre de séjour en vue de travailler pour une période de plus de nonante jours.
Art. 17. § 1er. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 s'appliquent sans préjudice des dispositions :
1° des chapitres II et III, des sections 1, 1bis et 2 du chapitre IV, du chapitre V, des sections 1 et 3 du chapitre VI, du chapitre VII à l'exception de l'article 31, alinéa 2 et des chapitres VIII à XI inclus ;
2° de l'arrêté royal du 7 octobre 2009 portant des dispositions particulières relatives à l'occupation de certaines catégories de travailleurs étrangers.
§ 2. Les dispositions du chapitre IV de l'accord de coopération du 2 février 2018 ne sont pas d'application aux demandes formulées sur base de l'article 2, alinéa 1er, 14° du présent arrêté.
Art. 18. Afin de pouvoir occuper un travailleur, ressortissant d'un pays tiers, l'employeur introduit une demande d'autorisation de travail auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions de la présente section.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique ou le numéro de fax de l'employeur, les coordonnées du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger, et les données concernant l'occupation du travailleur sur le territoire de la Région de Bruxelles-Capitale.
L'employeur et le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplissent dûment, datent et signent le formulaire de demande.
L'employeur agit comme représentant du travailleur. La signature par le travailleur et l'employeur ou son mandataire du formulaire de demande visé à l'alinéa 2, vaut désignation, par le travailleur de l'employeur en tant que représentant dans le cadre de la procédure de demande de permis unique et acceptation, par l'employeur, du mandat ainsi confié.
Art. 18/1. La demande formulée par le biais de l'employeur est en tous cas introduite par une personne physique disposant de la capacité juridique pour ce faire. Cela peut être l'employeur lui-même, ou une personne physique résidant régulièrement en Belgique et agissant au nom et pour compte de celui-ci. Lorsque l'employeur est établi en dehors de la Belgique, seule cette personne physique est habilitée à agir.
Art. 18/2. L'employeur ou, le cas échéant, le travailleur, joint les documents visés à l'article 61/25-2, § 1er, alinéa 2, de la loi du 15 décembre 1980 au formulaire visé à l'article 18.
Art. 18/3. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés à l'article 18/2, l'employeur joint les documents suivants :
1° la copie de sa pièce d'identité ou celle de son mandataire ;
2° la copie de toutes les pages du passeport en cours de validité du travailleur et, si l'intéressé séjourne en Belgique, la copie du document couvrant son séjour ;
3° si la demande concerne un détachement, une copie du document délivré par l'institution étrangère attestant que la législation relative à la sécurité sociale de ce pays continue à s'appliquer pendant l'occupation sur le territoire belge lorsqu'un accord international relatif à la sécurité sociale existe, ou, en l'absence d'un tel accord international, un document du Service public fédéral Sécurité Sociale attestant que le travailleur ne peut être assujetti au régime belge de sécurité sociale.
Pour une demande de renouvellement, outre les documents visés à l'alinéa 1er, les documents suivants sont également joints :
1° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour toute la période de l'autorisation de travail qui arrive à échéance ;
2° la copie du compte individuel après une année calendrier complète de travail par l'intéressé ;
3° si la demande concerne un détachement visé au chapitre 8 du titre IV de la loi-programme (I) du 27 décembre 2006, la preuve d'inscription au cadastre Limosa ;
4° si la demande concerne un chercheur subsidié visé à l'article 9, alinéa 1er, 8°, la preuve du paiement du subside.
Art. 18/4. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit des stagiaires visés à l'article 9, alinéa 1er, 5° :
1° la copie du contrat de stage dûment rempli, visé à l'article 22, 3°, daté et signé par les deux parties ;
2° si le stage est rémunéré à l'aide d'une bourse, la preuve de l'octroi de celle-ci à l'intéressé ;
3° le programme de formation visé à l'article 22,4° ;
4° la copie du diplôme ou certificat d'études en continuation duquel le stage s'inscrit, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré;
5° l'engagement visé à l'article 21, 2°, signé par le stagiaire, de n'occuper en Belgique aucun emploi pendant la durée de validité de l'autorisation de travail sollicitée.
Art. 18/5. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de personnel hautement qualifié ou de personnes qui viennent occuper un poste de direction, respectivement visés à l'article 9, alinéa 1er, 6° et 7° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ou, en cas de détachement, la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° en cas de détachement, une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement ;
3° pour le personnel hautement qualifié, la copie des diplômes de l'enseignement supérieur obtenus par l'intéressé, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré.
Art. 18/6. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de chercheurs ou de professeurs invités visés à l'article 9, alinéa 1er, 8° :
1° pour les chercheurs, le programme de recherche à temps plein avec mention des dates de début et de fin et de la rémunération ou du subside qui doivent être au moins égaux au barème d'assistant des universités, établissements d'enseignement supérieur ou établissements scientifiques reconnus ;
2° si la demande concerne un chercheur subsidié, la preuve d'octroi du subside ;
3° la preuve de l'invitation et le cas échéant de la sélection, par l'université, l'établissement d'enseignement supérieur ou l'établissement scientifique reconnu ;
4° la copie du diplôme universitaire de l'intéressé, notamment la preuve qu'il est porteur d'un doctorat à thèse ou d'un titre académique jugé équivalent, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
5° pour un professeur invité, à moins qu'il ne soit prouvé que, durant son séjour, son institution d'envoi continue à le rémunérer, la preuve qu'une rémunération conforme au barème du personnel enseignant de l'université ou de l'établissement d'enseignement supérieur lui est allouée.
Art. 18/7. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de techniciens spécialisés visés à l'article 9, alinéa 1er, 9:
1° la copie du contrat de fourniture qui prouve que l'installation que le technicien spécialisé vient monter, mettre en marche ou réparer est fabriquée ou livrée par son employeur établi à l'étranger ;
2° une note précisant le secteur et le domaine d'activités de l'employeur établi à l'étranger qui détache son travailleur ;
3° la copie du contrat de travail liant le technicien à son employeur établi à l'étranger, accompagnée d'une copie de l'ordre de mission ou de la lettre de mission, signé par l'employeur, spécifiant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération pour la durée du détachement, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré.
Art. 18/8. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 10°, détachés pour une formation de maximum six mois accessoire à un contrat de vente conclu avec une entreprise belge :
1° la copie du contrat de travail liant le travailleur et l'employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° la copie du contrat de formation accessoire au contrat de vente mentionnant la durée de la formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant la formation ;
3° la copie du contrat de vente conclu entre l'entreprise belge et l'employeur établi à l'étranger.
Art. 18/9. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de sportifs professionnels ou d'entraîneurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 11° :
1° la copie du contrat de travail de sportif rémunéré conforme aux dispositions des articles 2 à 9 de la loi du 24 février 1978 relative au contrat de travail du sportif rémunéré, daté et signé par les deux parties ;
2° une déclaration sur l'honneur par laquelle l'employeur s'engage à respecter le montant de rémunération visé à l'article 9, alinéa1er, 11°.
Art. 18/10. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants lorsqu'il s'agit de travailleurs exerçant une fonction à responsabilité dans une compagnie de navigation aérienne étrangère ayant un siège d'exploitation en Belgique ou dans un office de tourisme de leur pays, visés à l'article 9, alinéa 1er, 12° et 13° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ou, en cas de détachement, une copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° en cas de détachement, une attestation signée par l'employeur précisant la durée du détachement ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant le détachement.
Art. 18/11. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit d'artistes de spectacle visés à l'article 9, alinéa 1er, 15° :
1° la copie du contrat de travail pour artiste de spectacle contenant les mentions et dispositions reprises à l'annexe II qui est jointe à cet arrêté, dûment rempli, daté et signé par les deux parties ;
2° une lettre explicative de l'employeur sur la nature des activités artistiques dans le cadre de l'autorisation de travail.
Le Ministre régional ou le fonctionnaire qu'il désigne peut modifier l'annexe II qui est jointe à cet arrêté, visée à l'alinéa 1er, 1°.
Art. 18/12. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs détachés pour suivre une formation dans un siège belge du groupe multinational auquel leur entreprise appartient, visée à l'article 9, alinéa 1er, 18° et 19° :
1° la copie du contrat de travail liant le travailleur à son employeur établi à l'étranger, à laquelle sera jointe, le cas échéant, la version traduite par un traducteur juré ;
2° la preuve que le siège belge où la formation a lieu fait partie du groupe multinational auquel l'entreprise du travailleur appartient ;
3° la copie du contrat de formation, mentionnant la durée de la formation ainsi que les conditions de travail et de rémunération durant sa formation en Belgique.
Art. 18/13. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 9, alinéa 1er, 20°, bénéficiant du statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne, et dont l'autorisation de travail concerne une profession reconnue, par l'autorité compétente, comme connaissant une pénurie de main-d'oeuvre :
1° s'il s'agit d'une première demande, la copie de la carte de séjour de résident de longue durée, obtenue par l'intéressé dans un autre état membre de l'Union européenne, reprenant expressément la mention adéquate " Résident de longue durée-CE " ;
2° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties.
Art. 18/14. S'il s'agit de travailleurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 6°, au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint la preuve qu'il s'agit d'un culte reconnu et que l'intéressé est ministre du culte, et ce au moyen d'une copie de l'acte de désignation par le SPF Justice ou de la preuve de la désignation par le responsable belge du culte reconnu. La durée de la mission est mentionnée.
Art. 18/15. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit du personnel qui assure l'entretien des sépultures des militaires de nationalité étrangère visé à l'article 2, alinéa 1er, 7° :
1° tout document démontrant que le travailleur est occupé par une instance officielle chargée de l'entretien des sépultures militaires, en vue d'assurer l'entretien des sépultures des militaires de nationalité étrangère ;
2° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I à III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties.
Art. 18/16. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de marins visés à l'article 2, alinéa 1er, 8° :
1° la preuve de l'inscription sur la liste visée à l'article 1erbis, 1° de l'arrêté-loi du 7 février 1945 concernant la sécurité sociale des marins de la marine marchande ;
2° la copie du contrat d'engagement maritime à bord de navires de mer conforme aux dispositions des articles 29 à 39 de la loi du 3 juin 2007 portant des dispositions diverses relatives au travail, daté et signé par le marin et l'employeur, l'armateur, son préposé ou le capitaine.
Art. 18/17. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint la copie de la carte de presse provisoire ou définitive du journaliste délivrée par les services belges compétents s'il s'agit de journalistes séjournant en Belgique qui sont exclusivement attachés à des journaux publiés à l'étranger, ou à des agences de presse, stations de radio ou télévision établies à l'étranger visés à l'article 2, alinéa 1er, 15°.
Art. 18/18. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de travailleurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 20° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties ;
2° la copie de l'accord international en exécution duquel l'occupation a lieu ;
3° la preuve que l'accord international, en exécution duquel l'occupation a lieu, a été approuvé par une autorité fédérale, régionale ou communautaire dans le cadre de leurs compétences respectives.
Art. 18/19. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de stagiaires visés à l'article 2, alinéa 1er, 21° :
1° la copie du contrat de stage daté et signé par les deux parties mentionnant la durée du stage ;
2° s'il s'agit d'un stagiaire occupé dans le cadre d'un programme approuvé par une organisation internationale de droit public établie en Belgique et dont le statut est régi par un traité en vigueur, la preuve de l'approbation de ce programme par l'organisation internationale ;
3° en cas de programme d'échange basé sur la réciprocité, la preuve de la réciprocité.
Art. 18/20. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de postdoctorants ressortissants d'un pays tiers visés à l'article 2, alinéa 1er, 25° :
1° la preuve que le postdoctorant est titulaire d'un titre de docteur ou qu'il possède des qualités scientifiques exceptionnelles dont l'existence est attestée par l'université d'accueil ;
2° la preuve que le postdoctorant bénéficie d'un subside à savant ;
3° la preuve que le postdoctorant mène à bien une recherche scientifique fondamentale dans une université d'accueil avec mention de la durée de la recherche.
Art. 18/21. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de chercheurs visés à l'article 2, alinéa 1er, 26°, la copie de la convention d'accueil entre le chercheur et l'organisme de recherche agréé dûment remplie, datée et signée par les deux parties.
Art. 18/22. Au formulaire visé à l'article 18 et aux documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint les documents suivants s'il s'agit de cadres et de personnel de direction visés à l'article 2, alinéa 1er, 33° :
1° la copie du contrat de travail conforme aux dispositions des titres I et III de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, daté et signé par les deux parties prévoyant une rémunération annuelle dépassant le montant prévu à l'article 2, alinéa 1er, 33° ;
2° une attestation d'un réviseur d'entreprises, repris sur la liste de l'Institut belge des réviseurs d'entreprises certifiant que l'employeur satisfait aux conditions légales pour être qualifié de siège central.
Art. 18/23. Au formulaire visé à l'article 18 et des documents visés aux articles 18/2 et 18/3, l'employeur joint, lorsqu'il s'agit de travailleurs non visés par les articles 18/4 à 18/22 inclus, ni par les articles 18/24 ou 18/25, une copie du contrat de travail contenant les mentions et dispositions reprises à l'annexe I, qui est jointe à cet arrêté, dûment rempli, daté et signé par les deux parties.
Le Ministre régional ou le fonctionnaire qu'il désigne peut modifier l'annexe I qui est jointe à cet arrêté, visée à l'alinéa 1er.
Art. 18/24. § 1er. En vue de l'occupation visée à l'article 16, le travailleur, ressortissant d'un pays tiers, introduit une demande d'autorisation de travail pour une durée illimitée et couvrant toutes les professions salariées auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions du présent arrêté.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger.
Le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplit dûment, date et signe le formulaire de demande.
§ 2. Au formulaire visé au § 1er et aux documents visés à l'article 18/2, le travailleur joint les documents suivants :
1° la copie de tous ses permis de travail B visés à l'article 3, 2° ou de tous ses titres de séjour à des fins de travail, obtenus précédemment ;
2° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour la période complète la plus récente couverte par une autorisation de travail ;
Art. 18/25. § 1er. En vue de son occupation visée à l'article 2, alinéa 1er, 35°, le ressortissant étranger ayant obtenu le statut de résident de longue durée dans un autre Etat membre de l'Union européenne introduit une demande d'autorisation de travail sous la forme d'une dispense visée audit article auprès de Bruxelles Economie et Emploi, et ce, conformément aux dispositions du présent arrêté.
La demande est introduite au moyen d'un formulaire mis à disposition par Bruxelles Economie et Emploi. Ce formulaire de demande mentionne les coordonnées et l'adresse de courrier électronique du travailleur et, si le travailleur réside à l'étranger au moment de l'introduction de la demande, le poste diplomatique ou consulaire compétent pour son adresse de résidence à l'étranger.
Le travailleur ressortissant d'un pays tiers remplit dûment, date et signe le formulaire de demande.
§ 2. Au formulaire visé au § 1er et aux documents visés à l'article 18/2, le travailleur joint les documents suivants :
1° la copie de tous ses permis de travail B visés à l'article 3, 2° ou de ses titres de séjour à des fins de travail pour une période de plus de nonante jours, obtenus précédemment ;
2° la copie des fiches de paie ou décomptes de paie pour la période complète la plus récente couverte par une autorisation de travail ;
Art. 18/26. § 1er. Bruxelles Economie et Emploi notifie la décision refusant l'autorisation de travail à l'employeur, ainsi qu'au travailleur répondant aux conditions visées à l'article 9 de la loi.
La décision mentionne la possibilité d'introduire un recours conformément à l'article 9 de la loi, les instances compétentes pour connaître de ce recours, ainsi que les exigences de formes et de délais.
§ 2. Aussi longtemps que le recours est pendant auprès du Ministre régional, est déclarée irrecevable toute demande introduite en vertu de :
1° l'article 18, pour autant qu'il s'agisse d'un emploi pour le même travailleur et que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18 ;
2° l'article 18/24, par le même travailleur, pour autant que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18/24 ;
3° l'article 18/25, par le même travailleur, pour autant que le recours qui est pendant auprès du Ministre régional concerne une demande introduite en vertu de l'article 18/25.
§ 3. Bruxelles Economie et Emploi notifie la décision du Ministre régional en recours refusant l'autorisation de travail au requérant.
La décision mentionne la possibilité d'introduire un recours, les instances compétentes pour connaître de ce recours, ainsi que les exigences de formes et de délais.
Art. 18/27. La demande de renouvellement de l'autorisation de travail doit être introduite auprès de Bruxelles Economie et Emploi par l'employeur, conformément aux articles 18 à 18/3 inclus, et, selon le cas, aux articles 18/4 à 18/23 inclus.
Par dérogation à l'alinéa 1er, ne sont pas joints à la demande de renouvellement les documents visés aux articles 18/4 à 18/23 qui sont restés inchangés depuis leur transmission à Bruxelles Economie et Emploi, à l'exception du document visé à l'article 12, alinéa 1er. "
Art. 7. In artikel 38, § 1, wordt het woord "Minister" vervangen door het woord "Gewestminister".
Art. 7. A l'article 38, § 1er, le mot " Ministre " est remplacé par les mots " Ministre régional ".
HOOFDSTUK III. - Slot- en overgangsbepalingen
CHAPITRE III. - Dispositions finales et transitoires
Art. 8. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling, benoemt het lid en het plaatsvervangende lid van het samenwerkingsgerecht, vermeld in artikel 44 van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, voor een hernieuwbare termijn van vier jaar.
Art. 8. Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions nomme le membre et le membre suppléant de la juridiction de coopération, visée à l'article 44 de l'accord de coopération 2 février 2018, pour une période de quatre ans renouvelable.
Art. 9. De arbeidskaarten A die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig.
Art. 9. Les permis de travail A octroyés en application des dispositions en vigueur avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent valables.
Art. 10. De aanvragen ter verkrijging van een arbeidskaart A die ingediend zijn voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren voor die datum.
Art. 10. Les demandes d'obtention du permis de travail A introduites avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent soumises aux dispositions en vigueur avant cette date.
Art. 11. De arbeidsvergunningen en arbeidskaarten B die toegekend zijn met toepassing van de bepalingen die van kracht waren voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
Art. 11. Les autorisations d'occupation et les permis de travail B octroyés en application des dispositions en vigueur avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent valables jusqu'à leur terme.
Art. 12. De aanvragen ter verkrijging van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart B die worden ingediend voor de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijven onderworpen aan de bepalingen die van kracht waren voor die datum.
De aldus toegekende arbeidsvergunning en arbeidskaart B blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
De aldus toegekende arbeidsvergunning en arbeidskaart B blijven geldig tot op het ogenblik dat ze verstrijken.
Art. 12. Les demandes d'obtention de l'autorisation d'occupation et du permis de travail B introduites avant la date de l'entrée en vigueur du présent arrêté, restent soumises aux dispositions en vigueur avant cette date.
L'autorisation d'occupation et le permis de travail B ainsi obtenus restent valables jusqu'à leur terme.
L'autorisation d'occupation et le permis de travail B ainsi obtenus restent valables jusqu'à leur terme.
Art. 13. In de gevallen, vermeld in artikel 11 en 12 kunnen de toelating tot arbeid voor de werknemer en de machtiging tot tewerkstelling voor de werkgever alleen opnieuw worden gegeven met eerbiediging van de procedure voor de aanvraag tot hernieuwing, vermeld in artikel 18/27 van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Art. 13. Pour les cas visés aux articles 11 et 12, l'autorisation au travail du travailleur ainsi que l'autorisation à l'employeur pour occuper le travailleur ne peuvent être accordées à nouveau que moyennant le respect de la procédure de demande de renouvellement visée à l'article 18/27 de l'arrêté royal du 9 juin 1999 portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van het Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat, het Waals Gewest, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap met betrekking tot de coördinatie tussen het beleid inzake de toelatingen tot arbeid en het beleid inzake de verblijfsvergunningen en inzake de normen betreffende de tewerkstelling en het verblijf van buitenlandse arbeidskrachten.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur à la date à laquelle entre en vigueur l'Accord de coopération entre l'Etat fédéral, la Région wallonne, la Région flamande, la Région de Bruxelles-Capitale et la Communauté germanophone portant sur la coordination des politiques d'octroi d'autorisations de travail et d'octroi du permis de séjour, ainsi que les normes relatives à l'emploi et au séjour des travailleurs étrangers.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 24-12-2018 par CN 2018-02-02/14, art. 14)
Art. 15. De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bevoegd voor Tewerkstelling is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale ayant l'Emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.