Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JULI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de nadere regels over het toezicht, de nalevingsondersteuning en de handhaving ten aanzien van de burgers en de private uitbetalingsactoren, wat betreft de toelagen in het kader van het gezinsbeleid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2018 en tekstbijwerking tot 25-06-2021)
Titre
13 JUILLET 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand dĂ©terminant les modalitĂ©s de surveillance, d'aide au respect et de maintien Ă  l'Ă©gard des citoyens et des acteurs de paiement privĂ©s, en ce qui concerne les allocations dans le cadre de la politique familiale(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 07-09-2018 et mise Ă  jour au 25-06-2021)
Documentinformatie
Numac: 2018013528
Datum: 2018-07-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013528
Date: 2018-07-13
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° decreet van 27 april 2018: het decreet van 27 april 2018 tot regeling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid;
  2° fraude: de inbreuken van niveau 1, vermeld in artikel 137, van het decreet van 27 april 2018, en de inbreuken van niveau 2, vermeld in artikel 138 van het voormelde decreet;
  3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° décret du 27 avril 2018 : le décret du 27 avril 2018 réglant les allocations dans le cadre de la politique familiale ;
  2° fraude: les infractions du niveau 1, visées à l'article 137 du décret du 27 avril 2018, et les infractions du niveau 2, visées à l'article 138 du décret précité ;
  3° Ministre : le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions.
Art. 2. De uitbetalingsactoren en begunstigden bezorgen, overeenkomstig artikel 122, § 1, van het decreet van 27 april 2018 op verzoek van de toezichthouders, alle informatie die betrekking heeft op de toelage in het kader van het gezinsbeleid die aan een controle wordt onderworpen. Als dat mogelijk is, worden die gegevens op elektronische wijze ter beschikking gesteld.
  De minister kan nadere regels bepalen over de aard, de vorm en de termijn waarin de private uitbetalingsactoren en de gezinnen gegevens ter beschikking moeten stellen van de toezichthouders, [1 het agentschap Opgroeien regie]1 en het agentschap.
  
Art. 2. Conformément à l'article 122, § 1er, du décret du 27 avril 2018, les acteurs de paiement et les bénéficiaires fournissent à la demande des surveillants, toutes les informations portant sur l'allocation dans le cadre de la politique familiale, soumises à un contrÎle. Si possible, ces données sont mises à disposition par voie électronique.
  Le Ministre peut arrĂȘter des modalitĂ©s concernant la nature, la forme et le dĂ©lai dans lequel les acteurs de paiement privĂ©s et les familles doivent mettre des donnĂ©es Ă  la disposition des surveillants, de [1 l'agence Grandir rĂ©gie]1 et de l'agence.
  
HOOFDSTUK II. - Handhaving ten aanzien van de burgers
CHAPITRE II. - Maintien à l'égard des citoyens
Afdeling 1. - Preventieve opschorting van de betaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid
Section 1re. - Suspension préventive du paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale
Onderafdeling 1. - De voorwaarden voor de tijdelijke opschorting, vermeld in artikel 77, § 1, van het decreet van 27 april 2018.
Sous-section 1re. - Les conditions de la suspension préventive, visées à l'article 77, § 1er, du décret du 27 avril 2018.
Art. 3. De uitbetalingsactor kan de uitbetaling van toelagen in het kader van het gezinsbeleid overeenkomstig artikel 77, § 1, van het decreet van 27 april 2018 tijdelijk opschorten in de volgende situaties:
  1° er zijn ernstige en eensluidende aanwijzingen dat niet meer voldaan is aan een van de toekenningsvoorwaarden van de toelagen;
  2° er zijn ernstige en eensluidende aanwijzingen van fraude, die niet zijn vastgesteld door een gezinsinspecteur.
  De uitbetalingsactor schort de uitbetalingen op zolang de situatie die aanleiding gaf voor de opschorting voortduurt, met een maximum van zes maanden. Die termijn is één keer hernieuwbaar met hoogstens zes maanden.
  Het agentschap kan nadere procedurele regels vaststellen voor de uitbetalingsactoren aangaande situaties, vermeld in het eerste lid.
Art. 3. L'acteur de paiement peut temporairement suspendre le paiement d'allocations dans le cadre de la politique familiale conformément à l'article 77, § 1er, du décret du 27 avril 2018, dans les situations suivantes :
  1° en cas d'indications sérieuses et conformes que l'une des conditions d'octroi des allocations n'est plus remplie ;
  2° en cas d'indications sérieuses et conformes de fraude qui ne sont pas établies par un inspecteur familial.
  L'acteur de paiement suspend les paiements aussi longtemps que persistera la situation donnant lieu Ă  la suspension, pendant six mois au maximum. Ce dĂ©lai peut ĂȘtre renouvelĂ© une seule fois de six mois au maximum.
  L'agence peut arrĂȘter pour les acteurs de paiement, des modalitĂ©s procĂ©durales concernant les situations visĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er.
Onderafdeling 2. Gemeenschappelijke bepalingen over de preventieve opschorting vermeld in artikel 77, § 1, en artikel 127, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018
Sous-section 2. - Dispositions communes concernant la suspension préventive visée à l'article 77, § 1er, et à l'article 127, alinéa 1er, du décret du 27 avril 2018
Art. 4. Een opschorting van de uitbetaling van de toelagen met toepassing van artikel 3, eerste lid, van dit besluit, of overeenkomstig artikel 127, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018 kan betrekking hebben op afzonderlijke toelagen in het kader van het gezinsbeleid. De uitbetalingsactor schort alleen die toelagen op waarop de opschorting betrekking heeft.
Art. 4. Une suspension du paiement des allocations en application de l'article 3, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou conformĂ©ment Ă  l'article 127, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 27 avril 2018, peut porter Ă  des allocations distinctes dans le cadre de la politique familiale. L'acteur de paiement ne suspend que les allocations auxquelles se rapporte la suspension.
Art. 5. De uitbetalingsactor die beslist om gezinsbijslagen of andere toelagen in het kader van het gezinsbeleid op te schorten, bezorgt de opschortingsbeslissing aan de begunstigde met een kennisgeving. De beslissing tot opschorting bevat al de volgende gegevens:
  1° de gezinsbijslagen of andere toelagen in het kader van het gezinsbeleid waarop de opschorting betrekking heeft;
  2° de begindatum, de reden en de duur van de opschorting;
  3° de wijze waarop de opschorting kan worden beëindigd.
  Als beslist wordt om de duur van de opschorting te verlengen, bezorgt de uitbetalingsactor die verlengingsbeslissing aan de begunstigde met een kennisgeving. Die verlengingsbeslissing bevat al de volgende gegevens:
  1° de gezinsbijslagen of andere toelagen waarop de verlenging van de opschortingsbeslissing betrekking heeft;
  2° de begindatum, de reden en de duur van de verlenging van de opschortingsbeslissing;
  3° de wijze waarop de opschorting kan worden beëindigd.
Art. 5. L'acteur de paiement qui décide de suspendre des allocations familiales ou d'autres allocations dans le cadre de la politique familiale, transmet la décision de suspension au bénéficiaire au moyen d'une notification. La décision de suspension comprend toutes les données suivantes :
  1° les allocations familiales ou les autres allocations dans le cadre de la politique familiale auxquelles se rapporte la suspension ;
  2° la date de début, le motif et la durée de la suspension ;
  3° le mode selon lequel la suspension peut ĂȘtre terminĂ©e.
  S'il est décidé de prolonger la durée de la suspension, l'acteur de paiement transmet cette décision de prolongation au bénéficiaire au moyen d'une notification. Cette décision de prolongation comprend toutes les données suivantes :
  1° les allocations familiales ou les autres allocations auxquelles se rapporte la prolongation de la décision de suspension ;
  2° la date de début, le motif et la durée de la prolongation de la décision de suspension ;
  3° le mode selon lequel la suspension peut ĂȘtre terminĂ©e.
Art. 6. De minister kan nadere bepalingen vastleggen voor de begindatum van de opschorting.
Art. 6. Le Ministre peut arrĂȘter des modalitĂ©s concernant la date de dĂ©but de la suspension.
Art. 7. Als na afloop van de maximale opschortingstermijn, vermeld in artikel 3, tweede lid, van dit besluit, of artikel 127, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018, geen bewijs geleverd wordt voor de ernstige en eensluidende aanwijzingen, vermeld in artikel 3, eerste lid, van dit besluit, of de ernstige en eensluidende aanwijzingen vermeld in artikel 127, eerste lid, van het decreet van 27 april 2018, betaalt de uitbetalingsactor de toelagen uit die betaald zouden zijn als de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid niet was geschorst.
Art. 7. Si, Ă  l'issue du dĂ©lai de suspension maximal visĂ© Ă  l'article 3, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou Ă  l'article 127, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 27 avril 2018, aucune preuve d'indications sĂ©rieuses et conformes visĂ©es Ă  l'article 3, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou Ă  l'article 127, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 27 avril 2018, n'est fournie, l'acteur de paiement paie les allocations qui auraient Ă©tĂ© versĂ©es si le paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale n'avait pas Ă©tĂ© suspendu.
Afdeling 2. - Terugvordering van onverschuldigde betalingen bij vaststelling van fraude
Section 2. - Recouvrement de paiements indus en cas de fraude
Art. 8. Op het ogenblik dat de fraude wordt vastgesteld, berekent de uitbetalingsactor het onverschuldigde bedrag en vordert de betaling daarvan terug bij de begunstigde onder de voorwaarden vermeld in of ter uitvoering van het voormelde decreet.
  De uitbetalingsactor informeert het agentschap over de vastgestelde fraude en over het onverschuldigde bedrag.
Art. 8. Au moment oĂč la fraude est constatĂ©e, l'acteur de paiement calcule le montant indu et le rĂ©clame auprĂšs du bĂ©nĂ©ficiaire aux conditions visĂ©es au dĂ©cret prĂ©citĂ© ou en exĂ©cution de celui-ci.
  L'acteur de paiement informe l'agence de la fraude constatée et du montant indu.
Afdeling 3. - De aanmaning
Section 3. - La sommation
Art. 9. Een aanmaning overeenkomstig artikel 129 van het decreet van 27 april 2018 bevat minstens de volgende gegevens:
  1° de identificatiegegevens van de persoon die de inbreuk heeft gepleegd;
  2° de feiten en de vastgestelde inbreuk;
  3° de maatregel om de inbreuk te beëindigen en de wijze waarop het bewijs daarvan moet worden geleverd;
  4° de termijn om de verplichting na te leven;
  5° de datum en handtekening van de gezinsinspecteur.
  De gezinsinspecteur bezorgt de aanmaning aan de begunstigde en aan de bevoegde uitbetalingsactor.
Art. 9. Une sommation conformément à l'article 129 du décret du 27 avril 2018, comprend au moins les données suivantes :
  1° les données d'identification de la personne ayant commis l'infraction ;
  2° les faits et l'infraction constatée ;
  3° la mesure visant Ă  terminer l'infraction et la maniĂšre dont la preuve de ce fait doit ĂȘtre fournie ;
  4° le dĂ©lai dans lequel l'obligation doit ĂȘtre respectĂ©e ;
  5° la date et la signature de l'inspecteur familial.
  L'inspecteur familial transmet la sommation au bénéficiaire et à l'acteur de paiement compétent.
Afdeling 4. - De regularisatiemaatregel
Section 4. - La mesure de régularisation
Art. 10. Een regularisatiemaatregel overeenkomstig artikel 131 of 132 van het decreet van 27 april 2018 bevat al de volgende gegevens:
  1° de identificatiegegevens van de persoon die de inbreuk heeft gepleegd;
  2° de feiten en de vastgestelde inbreuk;
  3° de maatregel om de inbreuk te beëindigen en de wijze waarop het bewijs daarvan moet worden geleverd;
  4° de termijn om de verplichting na te leven;
  5° in voorkomend geval, de volledige of gedeeltelijke opschorting van de betaling, en de beginduur en de maximale duur van de opschorting;
  6° de gevolgen van de niet-naleving van de regularisatiemaatregel;
  7° de wijze waarop beroep tegen de regularisatiemaatregel kan worden ingesteld;
  8° de datum.
  De overtreder en de bevoegde uitbetalingsactor ontvangen een kennisgeving van de regularisatiemaatregel.
Art. 10. Une mesure de régularisation conformément aux articles 131 ou 132 du décret du 27 avril 2018, comprend toutes les données suivantes :
  1° les données d'identification de la personne ayant commis l'infraction ;
  2° les faits et l'infraction constatée ;
  3° la mesure visant Ă  terminer l'infraction et la maniĂšre dont la preuve de ce fait doit ĂȘtre fournie ;
  4° le dĂ©lai dans lequel l'obligation doit ĂȘtre respectĂ©e ;
  5° le cas échéant, la suspension complÚte ou partielle du paiement, et la durée initiale et maximale de la suspension ;
  6° les conséquences du non-respect de la mesure de régularisation ;
  7° le mode selon lequel un recours contre la mesure de rĂ©gularisation peut ĂȘtre introduit ;
  8° la date.
  Le contrevenant et l'acteur de paiement compétent reçoivent une notification de la mesure de régularisation.
Afdeling 5. - Beheer van fraudedossiers
Section 5. - Gestion de dossiers de fraude
Art. 11. De minister kan verplichtingen opleggen aan de uitbetalingsactoren en het agentschap over:
  1° de bewaring van de bewijsstukken van de vermoedelijke of bewezen fraudedossiers;
  2° het bijhouden van de jaarlijks doorgevoerde opschortingen en de verdere opvolging van de vermoedens van fraude;
  3° de organisatie en de communicatie van de fraudeopvolging door de uitbetalingsactoren en het agentschap.
Art. 11. Le Ministre peut imposer des obligations aux acteurs de paiement et Ă  l'agence concernant :
  1° la conservation des piÚces justificatives des dossiers de fraude présumés ou prouvés ;
  2° la tenue à jour des suspensions effectuées annuellement et le suivi ultérieur des présomptions de fraude ;
  3° l'organisation et la communication du suivi de la fraude par les acteurs de paiement et l'agence.
HOOFDSTUK III. - Handhaving ten aanzien van de private uitbetalingsactoren
CHAPITRE III. - Maintien à l'égard des acteurs de paiement privés
Art. 12. § 1. Als het agentschap of [1 het agentschap Opgroeien regie]1, overeenkomstig artikel 173, § 1 en § 2, van het decreet van 27 april 2018, beslist om subsidies voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verminderen of stop te zetten, geldt de procedure, vermeld in paragraaf 2, 3 en 4.
  § 2. Het agentschap of [1 het agentschap Opgroeien regie]1 betekent het voornemen om de subsidies te verminderen of stop te zetten aan de private uitbetalingsactor en bepaalt in de voorgenomen beslissing tot vermindering of stopzetting van de subsidies minstens het volgende:
  1° de motieven van de voorgenomen beslissing;
  2° de termijn waarin de private uitbetalingsactor zijn verweer kan formuleren en de kans krijgt om gehoord te worden;
  3° in voorkomend geval, de wijze waarop de inbreuk kan worden rechtgezet en de sanctie kan worden vermeden;
  4° de termijn waarin de beslissing definitief wordt;
  5° de aard van de genomen maatregel ten aanzien van de subsidies.
  De private uitbetalingsactor wordt op zijn verzoek gehoord. Hij mag zich laten bijstaan of vertegenwoordigen door een raadsman of een andere persoon.
  [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 en het agentschap informeren elkaar over de genomen maatregel.
  § 3. Samen met het voornemen van [1 het agentschap Opgroeien regie]1 of het agentschap, vermeld in paragraaf 2, kan een voornemen worden verzonden tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel als vermeld in artikel 176 van het decreet van 27 april 2018, of van een onmiddellijke beslissing tot het nemen van een bestuurlijke maatregel bij hoogdringendheid als vermeld in artikel 177, § 2, van het voormelde decreet.
  § 4. De private uitbetalingsactor wordt op de hoogte gebracht van de beslissing over de vermindering of stopzetting van de subsidies. Die beslissing vermeldt minstens het volgende:
  1° de motieven van de beslissing;
  2° de datum van de inwerkingtreding van de beslissing;
  3° in voorkomend geval, de modaliteiten en gevolgen van de beslissing;
  4° de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen.
  [1 Het agentschap Opgroeien regie]1 kan de beslissing om de subsidies voor de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verminderen of stop te zetten pas nemen na overleg met de private uitbetalingsactor, zodat de nodige maatregelen kunnen worden genomen om de continuïteit in de uitbetaling van de toelagen in het kader van het gezinsbeleid te verzekeren.
  
Art. 12. § 1er. Si l'agence ou [1 l'agence Grandir régie]1 décide de diminuer ou de cesser les subventions pour le paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale conformément à l'article 173, §§ 1er et 2, du décret du 27 avril 2018, la procédure visée aux paragraphes 2, 3 et 4 s'applique.
  § 2. L'agence ou [1 l'agence Grandir rĂ©gie]1 notifie l'intention de diminuer ou de cesser les subventions Ă  l'acteur de paiement privĂ©, et arrĂȘte dans la dĂ©cision envisagĂ©e de diminution ou de cessation des subventions au moins les Ă©lĂ©ments suivants :
  1° les motifs de la décision envisagée ;
  2° le dĂ©lai dans lequel l'acteur de paiement privĂ© peut formuler sa dĂ©fense et a l'opportunitĂ© d'ĂȘtre entendu ;
  3° le cas Ă©chĂ©ant, la maniĂšre dont l'infraction peut ĂȘtre rectifiĂ©e et la sanction peut ĂȘtre Ă©vitĂ©e ;
  4° le délai dans lequel la décision devient définitive ;
  5° la nature de la mesure prise par rapport aux subventions.
  L'acteur de paiement privé est entendu à sa demande. Il peut se faire assister ou représenter par un conseil ou une autre personne.
  [1 L'agence Grandir régie]1 et l'agence s'informent sur la mesure prise.
  § 3. L'intention de [1 l'agence Grandir rĂ©gie]1 ou de l'agence, visĂ©e au paragraphe 2, peut ĂȘtre accompagnĂ©e d'une intention d'imposer une mesure administrative telle que visĂ©e Ă  l'article 176 du dĂ©cret du 27 avril 2018, ou, en cas d'urgence, d'une dĂ©cision de prendre immĂ©diatement une mesure administrative telle que visĂ©e Ă  l'article 177, § 2, du dĂ©cret prĂ©citĂ©.
  § 4. L'acteur de paiement privé est informé de la décision concernant la diminution ou la cessation des subventions. Cette décision mentionne au moins les éléments suivants :
  1° les motifs de la décision ;
  2° la date d'entrée en vigueur de la décision;
  3° le cas échéant, les modalités et les conséquences de la décision ;
  4° la possibilité d'introduire une réclamation.
  [1 L'agence Grandir rĂ©gie]1 ne peut prendre la dĂ©cision de diminuer ou de cesser les subventions pour le paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale qu'aprĂšs concertation avec l'acteur de paiement privĂ©, de sorte que les mesures nĂ©cessaires puissent ĂȘtre prises afin de garantir la continuitĂ© du paiement des allocations dans le cadre de la politique familiale.
  
Art. 13. Het bezwaar, vermeld in artikel 12, § 4, eerste lid, 4°, van dit besluit, wordt behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of krachtens hoofdstuk III van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers.
Art. 13. La rĂ©clamation, visĂ©e Ă  l'article 12, § 4, alinĂ©a 1er, 4°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est traitĂ©e conformĂ©ment aux rĂšgles fixĂ©es par ou en vertu du chapitre III du dĂ©cret du 7 dĂ©cembre 2007 portant crĂ©ation du Conseil consultatif stratĂ©gique pour la Politique de l'Aide sociale, de la SantĂ© et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la SantĂ© publique et de la Famille et les (Candidats-)accueillants.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling
CHAPITRE IV. - Disposition finale
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2019.
Art. 14. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2019.
Art. 15. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.