Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 SEPTEMBER 2018. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel
Titre
6 SEPTEMBRE 2018. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 19 juillet 2013 fixant le règlement organique du Service public fédéral Finances ainsi que les dispositions particulières applicables aux agents statutaires
Documentinformatie
Numac: 2018013378
Datum: 2018-09-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013378
Date: 2018-09-06
Moniteur: Voir
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het organiek reglement
CHAPITRE 1er. - Modifications au règlement organique
Artikel 1. In artikel 2, van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder 2° worden de woorden "12, 3° tot 10° " vervangen door de woorden "12, 4° tot 13° ";
  2° wordt aangevuld met de bepaling onder 7°, luidende:
  "7° activiteitsgebied: opdracht(en) van de Federale Overheidsdienst Financiën bedoeld in het bovenvermeld koninklijk besluit van 3 december 2009.".
Article 1er. A l'article 2 de l'arrêté royal du 19 juillet 2013 fixant le règlement organique du Service public fédéral Finances ainsi que les dispositions particulières applicables aux agents statutaires, modifié par l'arrêté royal du 10 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le 2°, les mots " 12, 3° à 10° " sont remplacés par les mots " 12, 4° à 13° " ;
  2° il est complété par un 7° rédigé comme suit :
  " 7° domaine d'activité : mission(s) du Service public fédéral Finances visée(s) dans l'arrêté royal du 3 décembre 2009 susmentionné. ".
Art. 2. Artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende:
  "7° de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning.".
Art. 2. L'article 3, alinéa 1er, du même arrêté est complété par un 7° rédigé comme suit :
  " 7° l'Administration générale expertise et support stratégiques. ".
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In afwijking van het eerste lid, bevat de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning niet de Dienst voor Operationele Expertise en Ondersteuning.".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, l'Administration générale expertise et support stratégiques ne comprend pas le Service expertise opérationnelle et support. ".
Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid vervangen als volgt:
  "De Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen bevat de volgende administraties:
  1° de Administratie Operaties;
  2° de Administratie Opsporing.".
Art. 4. Dans l'article 6 du même arrêté, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " L'administration générale des douanes et accises se compose des administrations suivantes :
  1° l'Administration Opérations ;
  2° l'Administration Recherche. ".
Art. 5. In het hetzelfde besluit wordt een onderafdeling 4/1 ingevoegd die het artikel 6/1 bevat, luidende:
  "Onderafdeling 4/1. - De Administratie Niet-Fiscale Invordering van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en haar leiding
  Art. 6/1. De Algemene Administratie van de Inning en de Invordering bevat de Administratie Niet-Fiscale Invordering, die onder de verantwoordelijkheid wordt geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur.".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré une sous-section 4/1, comprenant l'article 6/1, rédigée comme suit :
  " Sous-section 4/1. - L'Administration Recouvrement non fiscal de l'Administration générale de la perception et du recouvrement
  Art. 6/1. L'Administration générale de la perception et du recouvrement comprend l'Administration Recouvrement non fiscal qui est placée sous la responsabilité d'un titulaire d'une fonction de management -2 qui porte le titre d'administrateur. ".
Art. 6. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 1, van hetzelfde besluit, wordt de onderafdeling 4/1 die het artikel 6/1 bevat, ingevoegd bij artikel 5 van onderhavig besluit, vervangen als volgt :
  "Onderafdeling 4/1. - De administraties van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering en hun leiding
  Art. 6/1. De Algemene Administratie van de Inning en de Invordering bevat de volgende administraties:
  1° de Administratie Inning;
  2° de Administratie Invordering;
  3° de Administratie Niet-Fiscale Invordering.
  Elk van deze administraties wordt onder de verantwoordelijkheid geplaatst van een houder van een managementfunctie -2, die de titel draagt van administrateur.".
Art. 6. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 1ère, du même arrêté, la sous-section 4/1 qui comprend l'article 6/1, insérée par l'article 5 du présent arrêté, est remplacée par ce qui suit :
  " Sous-section 4/1. - Les administrations de l'Administration générale de la perception et du recouvrement et leur direction
  Art. 6/1. L'Administration générale de la perception et du recouvrement se compose des administrations suivantes :
  1° l'Administration Perception ;
  2° l'Administration Recouvrement ;
  3° L'Administration Recouvrement non-fiscal.
  Chacune de ces administrations est placée sous la responsabilité d'un titulaire d'une fonction de management -2 qui porte le titre d'administrateur. ".
Art. 7. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 5° opgeheven.
Art. 7. A l'article 7, alinéa 1er, le 5° est abrogé.
Art. 8. In titel 2, hoofdstuk 1, afdeling 1, van hetzelfde besluit wordt de onderafdeling 6, die het artikel 8 bevat, opgeheven.
Art. 8. Dans le titre 2, chapitre 1er, section 1ère, du même arrêté, la sous-section 6, qui comprend l'article 8, est abrogée.
Art. 9. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de bepalingen onder 1° en 5° opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 10, alinéa 1er, les 1° et 5° sont abrogés.
Art. 10. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden in de inleidende bepaling van de Franstalige tekst de woorden "services horizontaux" vervangen door de woorden "services d'encadrement".
Art. 10. Dans l'article 11 du même arrêté, dans la phrase introductive du texte français, les mots " services horizontaux " sont remplacés par les mots " services d'encadrement ".
Art. 11. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepalingen onder 1° en 3° worden opgeheven;
  2° het wordt aangevuld met de bepalingen onder 11° tot 13°, luidende:
  "11° de Dienst Strategische Coördinatie en Communicatie;
  12° de Dienst Integriteit;
  13° de Vertaaldienst.".
Art. 11. A l'article 12 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les 1° et 3° sont abrogés ;
  2° il est complété par les 11° à 13° rédigés comme suit :
  " 11° le Service Coordination Stratégique et Communication ;
  12° le Service Intégrité ;
  13° le Service traduction. ".
Art. 12. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 15. Er wordt een beheerscomité opgericht:
  1° dat bevoegd is voor het geheel van de diensten vermeld in artikel 12;
  2° in elk van de algemene administraties en de stafdiensten.".
Art. 12. L'article 15 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 15. Il est créé un comité de gestion :
  1° qui est compétent pour l'ensemble des services mentionnés à l'article 12 ;
  2° dans chaque administration générale et dans chacun des services d'encadrement. ".
Art. 13. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De beheerscomités zijn samengesteld uit de volgende leden:
  1° de administrateur-generaal of de directeur van de stafdienst die de leiding heeft over de algemene administratie of de stafdienst waartoe het beheerscomité behoort, Voorzitter;
  2° de houders van een managementfunctie -2 binnen de algemene administratie waartoe het beheerscomité behoort;
  3° elke ambtenaar van niveau A aangewezen door de Voorzitter van het directiecomité na advies van het Directiecomité.".
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 13. A l'article 16 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les comités de gestion sont composés des membres suivants :
  1° l'administrateur général ou le directeur du service d'encadrement qui dirige l'administration générale ou le service d'encadrement dont le comité de gestion relève, Président ;
  2° les titulaires d'une fonction de management -2 au sein de l'administration générale dont le comité de gestion relève ;
  3° tout agent de niveau A désigné par le Président du comité de direction, après avis du Comité de direction. ".
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 16/1. § 1. In afwijking van artikel 16, § 1, is het beheerscomité dat bevoegd is voor het geheel van de diensten vermeld in artikel 15, 1°, samengesteld uit de volgden leden:
  1° de Voorzitter van het directiecomité;
  2° de ambtenaren belast met de leiding van de diensten bedoeld in artikel 12, 2°, 4°, 6° tot 13° ;
  3° elke ambtenaar van niveau A aangewezen door de Voorzitter van het directiecomité na advies van het Directiecomité.
  § 2. De bepalingen van de artikel 16, §§ 2, 4 en 5 blijven onverminderd van toepassing op het in paragraaf 1 bedoelde beheerscomité.".
Art. 14. Dans le même arrêté, il est inséré un article 16/1 rédigé comme suit :
  " Art. 16/1. § 1er. Par dérogation à l'article 16, § 1er, le comité de gestion compétent pour l'ensemble des services mentionnés à l'article 15, 1°, est composé des membres suivants :
  1° le Président du comité de direction ;
  2° les agents chargés de la direction des services visés à l'article 12, 2°, 4° et 6° à 13° ;
  3° tout agent de niveau A désigné par le Président du comité de direction, après avis du Comité de direction.
  § 2. Les dispositions de l'article 16, §§ 2, 4 et 5, restent entièrement d'application au comité de gestion visé au paragraphe 1er. ".
Art. 15. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de benoeming door verandering van graad bij hetzelfde koninklijk besluit van 2 oktober 1937" worden opgeheven;
  2° de woorden "de uitoefening van een hogere functie bij het koninklijk besluit van 8 augustus 1983 betreffende de uitoefening van een hoger ambt in de rijksbesturen" worden opgeheven.
Art. 15. A l'article 17 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " de nomination par changement de grade par le même arrêté royal du 2 octobre 1937 " sont abrogés ;
  2° les mots " d'exercice d'une fonction supérieure par l'arrêté royal du 8 août 1983 relatif à l'exercice d'une fonction supérieure dans les administrations de l'Etat " sont abrogés.
Art. 16. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 20. § 1. Onverminderd de artikelen 21, 22 en 35, § 3, 1e lid, kan voor bevorderingen binnen het niveau A die alleen openstaan voor rijksambtenaren behorend tot de Federale Overheidsdienst Financiën, het vacaturebericht bepalen dat de technische en/of generieke competenties van de kandidaten zullen worden geëvalueerd met het oog op de evaluatie van de verdiensten en het rangschikken van de kandidaten, zoals bedoeld in de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel. Het niet slagen van de evaluaties met betrekking tot de technische competenties kan, mits dit vermeld werd in het vacaturebericht, de kandidaat uitsluiten van deelname aan de evaluaties met betrekking tot de generieke competenties of omgekeerd.
  § 2. Indien dit werd bepaald in het vacaturebericht, heeft het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité een mondeling onderhoud met de geslaagden voor de in pararagraaf 1 bedoelde evaluaties. Het vacaturebericht kan het aantal kandidaten die zullen worden uitgenodidgd voor het mondeling onderhoud beperken rekening houdend met de beste behaalde resultaten voor de test(s) die de generieke competenties evalueren.
  Het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité kan het houden van het mondeling onderhoud, bedoeld in het eerste lid, delegeren aan een door haar aangewezen comité. In voorkomend geval, is het aangewezen comité samengesteld uit:
  1° een of meerdere houders van een management- en/of staffunctie en/of ambtenaren benoemd in dezelfde klasse of een hogere klasse als deze verbonden aan de vacante betrekking(en);
  2° een deskundige met betrekking tot selecties en/of evaluaties van competenties;
  3° eventueel, een of meer deskundigen niet bedoeld onder 2°.
  Tijdens het mondeling onderhoud zal de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de gesolliciteerde betrekking(en), zijn visie op de functie en zijn functioneren in het algemeen worden geëvalueerd, alsook kunnen op een geïntegreerde wijze de technische en generieke competenties worden onderzocht, die vereist worden voor het gesolliciteerde functieprofiel.
  Op basis van het mondeling onderhoud zal een nieuwe gemotiveerde rangschikking worden opgesteld onder de kandidaten die hieraan deelnamen, bij de rangschikking kan rekening worden gehouden met elementen van het persoonlijk dossier van de kandidaat.
  § 3. De overheid die bevoegd is om de betrekkingen vacant te verklaren bepaalt de geldigheidsduur van de geslaagde testen die de generieke en technische competenties evalueren. Dezelfde overheid bepaalt de duur van de periode tijdens dewelke een kandidaat die niet geslaagd is voor een test die de generieke of technische competenties evalueert, wordt uitgesloten van deelname aan eenzelfde test.".
Art. 16. L'article 20 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 20. § 1er. Sans préjudice des articles 21, 22 et 35, § 3, alinéa 1er, l'avis de vacance d'emploi peut stipuler que pour les promotions dans le niveau A qui sont uniquement ouvertes aux agents de l'Etat du Service public fédéral Finances, les compétences techniques et/ou génériques des candidats seront évaluées en vue de l'évaluation des mérites et du classement des candidats, tels que visés aux articles 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat. L'échec aux évaluations relatives aux compétences techniques peut, pour autant que cela ait été mentionné dans l'avis de vacance d'emploi, entraîner l'exclusion du candidat à la participation aux évaluations relatives aux compétences génériques ou inversement.
  § 2. Si l'avis de vacance d'emploi le stipule, le comité de direction ou le comité de gestion compétent a un entretien oral avec les lauréats des évaluations visées au paragraphe 1er. L'avis de vacance d'emploi peut limiter le nombre de lauréats qui seront invités à l'entretien oral en tenant compte des meilleurs résultats obtenus aux évaluations.
  Le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut déléguer la tenue de l'entretien oral visé à l'alinéa 1er, à un comité qu'il aura désigné. Le cas échéant, le comité désigné est composé :
  1° d'un ou de plusieurs titulaires d'une fonction de management et/ou d'encadrement et/ou d'agents nommés dans la même classe que celle attachée à l'emploi ou aux emplois vacants ou dans une classe supérieure ;
  2° un expert en sélection et/ou en évaluation des compétences ;
  3° éventuellement, d'un ou de plusieurs experts non visés sous le 2°.
  Lors de l'entretien oral, la motivation du candidat par rapport à l'emploi ou aux emplois sollicités sera évaluée ainsi que sa vision de la fonction et son fonctionnement en général. De même, les compétences génériques et techniques exigées dans le profil de la fonction sollicitée pourront être examinées d'une manière intégrée.
  Sur base de l'entretien oral, un nouveau classement motivé des candidats y ayant participé sera établi et qui pourra tenir compte d'éléments du dossier personnel du candidat.
  § 3. L'autorité compétente pour déclarer les emplois vacants fixe la durée de validité des tests réussis qui évaluent les compétences génériques et techniques. La même autorité fixe la durée de la période pendant laquelle un candidat qui n'est pas lauréat d'un test évaluant les compétences génériques ou techniques est exclu de la participation à un même test. ".
Art. 17. Artikel 21 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 21. § 1. In afwijking van artikel 20, voor de bevorderingen in de klasse A3 waaraan een expertenfunctie in een fiscale materie is verbonden in een algemene fiscale administratie, die alleen openstaan voor rijksambtenaren behorend tot de Federale Overheidsdienst Financiën, met het oog op het evalueren van de verdiensten van de kandidaten, zoals bedoeld in de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, worden de kandidaten gerangschikt en onderworpen aan een procedure volgens de bepalingen van de paragrafen 2 tot 4.
  § 2. Voor een expertenfunctie in een fiscale materie wordt voorrang geven aan de kandidaten, die geslaagd zijn voor een in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar een functie A2 of de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 28 of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, mits zij slagen voor de test of testen die de generieke competenties evalueren.
  De kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren worden onderling gerangschikt op basis van de punten behaald voor die test of testen.
  Indien dit werd bepaald in het vacaturebericht, heeft het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité een mondeling onderhoud met de kandidaten die geslaagd zijn voor de test of de meerdere testen die de generieke competenties evalueren. Het vacaturebericht kan het aantal kandidaten die zullen worden uitgenodidgd voor het mondeling onderhoud beperken rekening houdend met de beste behaalde resultaten voor de test(s) die de generieke comptenties evalueren.
  Tijdens het mondeling onderhoud zal de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de gesolliciteerde betrekking(en), zijn visie op de functie en zijn functioneren in het algemeen worden geëvalueerd, alsook kunnen op een geïntegreerde wijze de technische en generieke competenties worden onderzocht, die vereist worden voor het gesolliciteerde functieprofiel.
  Het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité kan het houden van het mondeling onderhoud, bedoeld in het tweede lid, delegeren aan een door haar aangewezen comité. In voorkomend geval, is het aangewezen comité samengesteld zoals bepaald in artikel 20, § 2, 2e lid.
  Op basis van dit mondeling onderhoud, kan het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité, bij gemotiveerde beslissing, afwijken van de in het tweede lid bedoelde rangschikking bij het uitbrengen van zijn voorstel overeenkomstig de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel.
  De kandidaten die niet geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren, worden door het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité als niet geschikt beschouwd voor een bevordering in een expertenfunctie in een fiscale materie, behorend tot de klasse A3 van de cartografie.
  Indien na toepassing van deze paragraaf de kandidaten over gelijke verdiensten beschikken, worden zij gerangschikt overeenkomstig paragraaf 4.
  De in deze paragraaf bedoelde kandidaten die geslaagd zijn voor de test of de meerdere testen die de generieke competenties evalueren hebben voorrang op de kandidaten bedoeld in paragraaf 3.
  § 3. De kandidaten die niet geslaagd zijn voor een in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar een functie A2 of de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 28 of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur worden onderworpen aan testen die de technische en generieke competenties evalueren. De kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de technische competenties evalueren worden vervolgens toegelaten tot de test of de testen die de generieke competenties evalueren.
  De in het eerste lid bedoelde kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren worden onderling gerangschikt, op basis van de punten behaald voor de testen die deze competenties evalueren.
  Indien dit werd bepaald in het vacaturebericht worden de kandidaten die geslaagd zijn voor de test of de meerdere testen, die de generieke competenties evalueren, door het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité uitgenodigd voor een mondeling onderhoud. Het vacaturebericht kan afhankelijk van de beste resultaten behaald voor de test of testen die de generieke competenties evalueren, het aantal kandidaten beperken die zullen worden uitgenodigd voor het mondeling onderhoud.
  Tijdens het mondeling onderhoud zal de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de gesolliciteerde betrekking(en), zijn visie op de functie en zijn functioneren in het algemeen worden geëvalueerd, alsook kunnen op een geïntegreerde wijze de technische en generieke competenties worden onderzocht, die vereist worden voor het gesolliciteerde functieprofiel.
  Het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité kan het houden van het mondeling onderhoud, bedoeld in het derde lid, delegeren aan een door haar aangewezen comité. In voorkomend geval, is het aangewezen comité samengesteld zoals bepaald in artikel 20, § 2, 2e lid.
  Op basis van dit mondeling onderhoud, kan het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité, bij gemotiveerde beslissing, afwijken van de in het tweede lid bedoelde rangschikking bij het uitbrengen van zijn voorstel overeenkomstig de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel.
  De kandidaten die niet geslaagd zijn voor de test of testen die de technische competenties evalueren of die niet geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren, worden door het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité als niet geschikt beschouwd voor een bevordering in een expertenfunctie in een fiscale materie, behorend tot de klasse A3 van de cartografie.
  Indien na toepassing van deze paragraaf, de kandidaten over gelijke verdiensten beschikken, worden zij gerangschikt overeenkomstig paragraaf 4.
  § 4. Bij gelijke punten, wordt de voorrang als volgt bepaald:
  1° de ambtenaar met de grootste klasseanciënniteit;
  2° bij gelijke klasseanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
  3° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.
  Wanneer overeenkomstig artikel 41, tweede lid, van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, ambtenaren van de klasse A1 en de klasse A2 kandidaat zijn voor een bevordering tot de klasse A3 wordt de klasseanciënniteit van de ambtenaren van de klasse A2 die niet ambtshalve werden benoemd in deze klasse, noch werden aangeworven in deze klasse, voor de toepassing van het eerste lid, verhoogd met de klasseanciënniteit verworven in de klasse A1.
  De toepassing van het eerste lid doet geen afbreuk aan artikel 54 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel.
  § 5. De overheid die bevoegd is om de betrekkingen vacant te verklaren bepaalt de geldigheidsduur van de geslaagde testen die de generieke en technische competenties evalueren. Dezelfde overheid bepaalt de duur van de periode tijdens dewelke een kandidaat die niet geslaagd is voor een test die de generieke of technische competenties evalueert, wordt uitgesloten van deelname aan eenzelfde test.".
Art. 17. L'article 21 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 21. § 1er. Par dérogation à l'article 20, pour les promotions à la classe A3 auxquelles, dans une administration générale fiscale, une fonction d'expert dans une matière fiscale est attachée et qui sont uniquement ouvertes aux agents de l'Etat relevant du Service public fédéral Finances, les candidats sont classés et soumis à une procédure selon les dispositions des paragraphes 2 à 4 en vue de l'évaluation de leurs mérites telle que visée aux articles 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat.
  § 2. Pour une fonction d'expert dans une matière fiscale, priorité est donnée aux candidats lauréats d'une sélection comparative d'accession à une fonction A2 ou de l'épreuve de qualification professionnelle correspondante visées à l'article 28 ou d'un examen de carrière qui donnait accès aux emplois d'inspecteur principal d'administration fiscale, mentionnés dans l'avis de vacance d'emploi, à condition qu'ils soient lauréats du test ou des tests évaluant les compétences génériques.
  Les lauréats du test ou des tests évaluant les compétences génériques sont classés entre eux sur base des points obtenus à ce test ou ces tests évaluant les compétences génériques.
  Si l'avis de vacance d'emploi le stipule, le comité de direction ou le comité de gestion compétent a un entretien oral avec les lauréats du test ou des différents tests évaluant les compétences génériques. L'avis de vacance d'emploi peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à l'entretien oral en tenant compte des meilleurs résultats obtenus au(x) test(s) évaluant les compétences génériques.
  Lors de l'entretien oral, la motivation du candidat par rapport à l'emploi ou aux emplois sollicités sera évaluée ainsi que sa vision de la fonction et son fonctionnement en général. De même, les compétences génériques et techniques exigées dans le profil de la fonction sollicitée pourront être examinées d'une manière intégrée.
  Le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut déléguer la tenue de l'entretien oral visé à l'alinéa 2, à un comité qu'il aura désigné. Le cas échéant, le comité désigné est composé tel que précisé à l'article 20, § 2, alinéa 2.
  Sur base de cet entretien oral, le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut, par décision motivée, déroger au classement visé à l'alinéa 2 pour établir sa proposition conformément aux articles 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat.
  Les candidats qui n'ont pas réussi au(x) test(s) évaluant les compétences génériques sont considérés par le comité de direction ou le comité de gestion compétent comme étant inaptes à être promus dans une fonction d'expert dans une matière fiscale relevant de la classe A3 de la cartographie.
  Si après application du présent paragraphe, les candidats disposent de mérites identiques, ils sont alors classés conformément au paragraphe 4.
  Les candidats visés dans le présent paragraphe qui sont lauréats du au test ou aux des différents tests évaluant les compétences génériques ont priorité sur les candidats visés au paragraphe 3.
  § 3. Les candidats qui ne sont lauréats ni d'une sélection comparative d'accession à une fonction A2 ou de l'épreuve de qualification professionnelle correspondante visée à l'article 28, ni d'un examen de carrière qui donnait accès aux emplois d'inspecteur principal d'administration fiscale mentionnés dans l'avis de vacance d'emploi sont soumis à des tests évaluant les compétences techniques et génériques. Les candidats qui sont lauréats du test ou des tests évaluant les compétences techniques sont ensuite admis au(x) test(s) évaluant les compétences génériques.
  Les candidats visés à l'alinéa 1er qui sont lauréats du test ou des tests évaluant les compétences génériques sont classés entre eux sur base des points obtenus aux tests évaluant ces compétences.
  Si l'avis de vacance d'emploi le stipule, les lauréats du test ou des différents tests évaluant les compétences génériques sont invités par le comité de direction ou le comité de gestion compétent à un entretien oral. L'avis de vacance d'emploi peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à l'entretien oral en tenant compte des meilleurs résultats obtenus au(x) test(s) évaluant les compétences génériques.
  Pendant l'entretien oral, la motivation du candidat relative à l'emploi ou aux emplois sollicités, sa vision de la fonction et son fonctionnement en général seront évalués. De même, les compétences techniques et génériques exigées dans le profil de la fonction sollicitée pourront être examinées d'une manière intégrée.
  Le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut déléguer la tenue de l'entretien oral visé à l'alinéa 3 à un comité qu'il aura désigné. Le cas échéant, le comité désigné est composé tel que spécifié à l'article 20, § 2, alinéa 2.
  Sur base de cet entretien oral, le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut, par décision motivée, déroger au classement visé à l'alinéa 2 pour établir sa proposition conformément aux articles 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat.
  Les candidats qui ne sont pas lauréats du test ou des tests évaluant les compétences techniques ou qui n'ont pas réussi le test ou les tests évaluant les compétences génériques sont considérés comme étant inaptes par le comité de direction ou le comité de gestion compétent à être promus dans une fonction d'expert dans une matière fiscale relevant de la classe A3 de la cartographie.
  Si après application du présent paragraphe, les candidats disposent de mérites identiques, ils sont alors classés conformément au paragraphe 4.
  § 4. A égalité de points, la priorité est donnée :
  1° à l'agent qui compte la plus grande ancienneté de classe ;
  2° à égalité d'ancienneté de classe, à l'agent qui compte la plus grande ancienneté de service ;
  3° à égalité d'ancienneté de service, à l'agent le plus âgé.
  Lorsque, conformément à l'article 41, alinéa 2, de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, des agents de la classe A1 et de la classe A2 sont candidats à une promotion à la classe A3, l'ancienneté de classe des agents de la classe A2 qui n'ont été ni nommés d'office dans cette classe, ni recrutés dans cette classe est, pour l'application de l'alinéa 1er, augmentée de l'ancienneté de classe acquise dans la classe A1.
  L'application de l'alinéa 1er ne porte pas préjudice à l'article 54 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat.
  § 5. L'autorité compétente pour déclarer les emplois vacants fixe la durée de validité des tests réussis qui évaluent les compétences génériques et techniques. La même autorité fixe la durée de la période pendant laquelle un candidat qui n'est pas lauréat d'un test évaluant les compétences génériques ou techniques est exclu de la participation à un même test. ".
Art. 18. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 22. § 1. In afwijking van artikel 20, voor de bevorderingen in de klasse A3 waaraan een leidinggevende functie in een fiscale dienst van een algemene fiscale administratie is verbonden, die alleen openstaan voor rijksambtenaren behorend tot de Federale Overheidsdienst Financiën, met het oog op het evalueren van de verdiensten van de kandidaten, zoals bedoeld in de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, worden de kandidaten gerangschikt en onderworpen aan een procedure volgens de bepalingen van paragraaf twee.
  § 2. Onverminderd het derde lid, dienen de kandidaten te slagen voor de testen die de technische en generieke competenties evalueren, om door het Directiecomité of bevoegde beheerscomité als geschikt te worden beschouwd voor een bevordering in een leidinggevende functie in een fiscale dienst van een algemene fiscale administratie, behorend tot de klasse A3 van de cartografie.
  Alleen de kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de technische competenties evalueren of hiervan overeenkomstig het derde lid zijn vrijgesteld, worden toegelaten tot de test of testen die de generieke competenties evalueren.
  De kandidaten die geslaagd zijn voor een in het vacaturebericht vermelde vergelijkende selectie voor overgang naar een functie A2 of de hiermee overeenstemmende proef over de beroepsbekwaamheid bedoeld in artikel 28 of een loopbaanexamen dat toegang verleende tot de betrekkingen van eerstaanwezend inspecteur bij een fiscaal bestuur, zijn vrijgesteld van de test of testen die de technische competenties evalueren.
  De kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren worden onderling gerangschikt op basis van de punten behaald voor die test of testen.
  Indien dit werd bepaald in het vacaturebericht worden de kandidaten die geslaagd zijn voor de test of testen die de generieke competenties evalueren, door het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité uitgenodigd voor een mondeling onderhoud. Het vacaturebericht kan het aantal kandidaten die zullen worden uitgenodidgd voor het mondeling onderhoud beperken rekening houdend met de beste behaalde resultaten voor de test(s) die de generieke comptenties evalueren.
  Tijdens het mondeling onderhoud zal de motivatie van de kandidaat met betrekking tot de gesolliciteerde betrekking(en), zijn visie op de functie en zijn functioneren in het algemeen worden geëvalueerd, alsook kunnen op een geïntegreerde wijze de technische en generieke competenties worden onderzocht, die vereist worden voor het gesolliciteerde functieprofiel.
  Het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité kan het houden van het mondeling onderhoud, bedoeld in het vijfde lid, delegeren aan een door haar aangewezen comité. In voorkomend geval, is het aangewezen comité samengesteld zoals bepaald in artikel 20, § 2, 2e lid.
  Op basis van dit mondeling onderhoud, kan het Directiecomité of het bevoegde beheerscomité, bij gemotiveerde beslissing, afwijken van de in het vierde lid bedoelde rangschikking bij het uitbrengen van zijn voorstel overeenkomstig de artikelen 26 en 26bis van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel.
  Indien na toepassing van deze paragraaf, de kandidaten over gelijke verdiensten beschikken, worden zij gerangschikt overeenkomstig artikel 21, § 4.
  § 3. De overheid die bevoegd is om de betrekkingen vacant te verklaren bepaalt de geldigheidsduur van de geslaagde testen die de generieke en technische competenties evalueren. Dezelfde overheid bepaalt de duur van de periode tijdens dewelke een kandidaat die niet geslaagd is voor een test die de generieke of technische competenties evalueert, wordt uitgesloten van deelname aan eenzelfde test.".
Art. 18. L'article 22 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22. § 1er. Par dérogation à l'article 20, pour les promotions à la classe A3 auxquelles une fonction dirigeante dans un service fiscal d'une administration générale fiscale est attachée et qui sont uniquement ouvertes aux agents de l'Etat du Service public fédéral Finances, les candidats sont classés et soumis à une procédure selon les dispositions du paragraphe 2 en vue de l'évaluation de leurs mérites telle que visée aux articles 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat.
  § 2. Sans préjudice de l'alinéa 3, les candidats doivent réussir les tests qui évaluent les compétences techniques et génériques pour être considérés par le comité de direction ou le comité de gestion compétent, comme étant aptes à être promus dans une fonction dirigeante relevant de la classe A3 de la cartographie, dans un service fiscal d'une administration générale fiscale.
  Seuls les candidats qui sont lauréats du test ou des tests évaluant les compétences techniques ou qui en sont dispensés conformément à l'alinéa 3 sont admis au(x) test(s) évaluant les compétences génériques.
  Les candidats qui sont lauréats d'une sélection comparative d'accession à une fonction A2 ou de l'épreuve de qualification professionnelle correspondante visée à l'article 28 ou d'un examen de carrière qui donnait accès aux emplois d'inspecteur principal d'administration fiscale mentionnés dans l'avis de vacance d'emploi sont dispensés du test ou des tests évaluant les compétences techniques.
  Les candidats qui sont lauréats du test ou des tests évaluant les compétences génériques sont classés entre eux sur base des points obtenus à ce(s) test(s).
  Si l'avis de vacance d'emploi le stipule, les candidats qui ont réussi le(s) test(s) évaluant les compétences génériques sont invités par le comité de direction ou le comité de gestion compétent, à un entretien oral. L'avis de vacance d'emploi peut limiter le nombre de candidats qui seront invités à l'entretien oral en tenant compte des meilleurs résultats obtenus au(x) test(s) évaluant les compétences génériques.
  Pendant l'entretien oral, la motivation du candidat relative à l'emploi ou aux emplois sollicités, sa vision de la fonction et son fonctionnement en général seront évalués. De même, les compétences techniques et génériques exigées dans le profil de la fonction sollicitée pourront être examinées d'une manière intégrée.
  Le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut déléguer la tenue de l'entretien oral visé à l'alinéa 5 à un comité qu'il aura désigné. Le cas échéant, le comité désigné est composé tel que spécifié à l'article 20, § 2, alinéa 2.
  Sur base de cet entretien oral, le comité de direction ou le comité de gestion compétent peut déroger au classement visé à l'alinéa 4, par décision motivée, pour établir sa proposition conformément à l'article 26 et 26bis de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat.
  Si après application du présent paragraphe, les candidats disposent de mérites identiques, ils sont classés conformément à l'article 21, § 4.
  § 3. L'autorité compétente pour déclarer les emplois vacants fixe la durée de validité des tests réussis qui évaluent les compétences génériques et techniques. La même autorité fixe la durée de la période pendant laquelle un candidat qui n'est pas lauréat d'un test évaluant les compétences génériques ou techniques est exclu de la participation à un même test. ".
Art. 19. In titel 3 van hetzelfde besluit worden in het opschrift van hoofdstuk 2 de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 19. Dans le titre 3 du même arrêté, dans l'intitulé du chapitre 2, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 20. In artikel 28 van hetzelfde besluit worden de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 20. Dans l'article 28 du même arrêté, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 21. In titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 2, de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 21. Dans le titre 3, chapitre 2, du même arrêté, dans l'intitulé de la section 2, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 22. In artikel 29 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies";
  2° in het tweede lid wordt het woord "uitstekend" vervangen door het woord "uitzonderlijk".
Art. 22. A l'article 29 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions " ;
  2° dans l'alinéa 2, le mot " excellent " est remplacé par le mot " exceptionnel ".
Art. 23. In artikel 30 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 3, derde lid, wordt vervangen als volgt:
  "Ten minste een van de proeven behoort tot het vakgebied economie, recht of overheidsfinanciën.";
  2° in paragraaf 3, vierde lid, wordt het woord "twee" opgeheven;
  3° in paragraaf 4 worden de woorden "voor een functie" vervangen door de woorden "voor een of meerdere functies".
Art. 23. A l'article 30 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 3, alinéa 3, est remplacé par ce qui suit :
  " Au moins une des épreuves relève du domaine de l'économie, du droit ou des finances publiques. " ;
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 4, le mot " deux " est abrogé ;
  3° dans le paragraphe 4, les mots " pour une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 24. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "uitstekend" vervangen door het woord "uitzonderlijk";
  2° in het tweede lid worden de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 24. A l'article 31 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot " excellent " est remplacé par le mot " exceptionnel " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 25. Artikel 32 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 32 du même arrêté est abrogé.
Art. 26. In titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 3, de woorden "tot een functie" vervangen door de woorden "tot een of meerdere functies".
Art. 26. Dans le titre 3, chapitre 2, du même arrêté, dans l'intitulé de la section 3, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 27. In artikel 33, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "tot een functie" vervangen door de woorden "tot een of meerdere functies".
Art. 27. Dans l'article 33, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 28. In artikel 34 van hetzelfde besluit wordt het woord "uitstekend" vervangen door het woord "uitzonderlijk".
Art. 28. Dans l'article 34 du même arrêté, le mot " excellent " est remplacé par le mot " exceptionnel ".
Art. 29. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "Deze proeven zijn identiek aan de proeven bedoeld in artikel 30, § 3, 4e lid." vervangen als volgt: "Deze proeven zijn identiek aan twee van de proeven bedoeld in artikel 30, § 3, 4e lid.";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd luidende: "De proeven beogen een evaluatie van de verwerving van kennis en bestaan in het volgen en slagen van cursussen georganiseerd door de Federale Overheidsdienst Financiën.";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "tot een functie" vervangen door de woorden "tot een of meerdere functies";
  4° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "uitstekend" vervangen door het woord "uitzonderlijk";
  5° in paragraaf 3 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 29. A l'article 35 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase " Ces épreuves sont identiques à celles visées à l'article 30, § 3, alinéa 4 , " est remplacée par ce qui suit : " Ces épreuves sont identiques à deux des épreuves visées à l'article 30, § 3, alinéa 4 . " ;
  2° dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 : " Les épreuves visent à évaluer l'acquisition de connaissances et consistent en le suivi et la réussite de cours organisés par le Service public fédéral Finances. " ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions " ;
  4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot " excellent " est remplacé par le mot " exceptionnel " ;
  5° dans le paragraphe 3, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 30. In titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 4 de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 30. Dans le titre 3, chapitre 2, du même arrêté, dans l'intitulé de la section 4, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 31. In artikel 36, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 31. Dans l'article 36, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 32. In hetzelfde besluit wordt een artikel 36/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 36/1. Wanneer er geslaagden van verschillende vergelijkende selecties voor overgang naar het niveau A en/of proeven over de beroepsbekwaamheid naar eenzelfde bevordering dingen, worden zij gerangschikt volgens de datum van de processen-verbaal van afsluiting, te beginnen met de verst afgelegen datum, en, voor elke vergelijkende selectie of proef over de beroepsbekwaamheid, in de volgorde van hun rangschikking.".
Art. 32. Dans le même arrêté, il est inséré un article 36/1 rédigé comme suit :
  " Art. 36/1. Lorsque des lauréats de différentes sélections comparatives d'accession au niveau A et/ou d'épreuves de qualification professionnelle sont en compétition pour une même promotion, ils sont classés suivant l'ordre chronologique des procès-verbaux de clôture, à commencer par la date la plus ancienne, et, pour chaque sélection comparative ou épreuve de qualification professionnelle, dans l'ordre de leur classement. ".
Art. 33. In artikel 37, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "naar een functie" vervangen door de woorden "naar een of meerdere functies".
Art. 33. Dans l'article 37, alinéa 1er, du même arrêté, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 34. In titel 3, hoofdstuk 2, van hetzelfde besluit worden in het opschrift van afdeling 5 de woorden "tot een functie" vervangen door de woorden "tot een of meerdere functies".
Art. 34. Dans le titre 3, chapitre 2, du même arrêté, dans l'intitulé de la section 5, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions ".
Art. 35. In artikel 38 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "tot een functie" vervangen door de woorden "tot een of meerdere functies";
  2° het derde tot het zesde lid worden vervangen als volgt:
  "Het in het tweede lid bedoelde voorstel wordt schriftelijk of elektronisch meegedeeld aan alle kandidaten die hun kandidatuur geldig hebben ingediend.
  De ambtenaar die zich benadeeld acht kan binnen de tien werkdagen na de mededeling een bezwaarschrift indienen op een van de volgende wijzen:
  1° per aangetekend schrijven;
  2° per overhandigde brief;
  3° via elektronische weg.
  Onder werkdag dient te worden verstaan alle dagen met uitzondering van zaterdagen, zondagen en feestdagen.
  Om tegenstelbaar te zijn dient de kandidaat te beschikken over een ontvangstmelding die de afgifte van het bezwaarschrift bewijst.
  Indien, na het onderzoek van het bezwaarschrift, het voorstel niet wordt gewijzigd door de bevoegde overheid, wordt deze beslissing enkel meegedeeld aan de kandidaat die de klacht heeft ingediend. De mededeling gebeurt schriftelijk of elektronisch.
  Indien integendeel een nieuw voorstel wordt uitgebracht, wordt dit schriftelijk of elektronisch meegedeeld aan alle kandidaten die geldig hun kandidatuur hebben ingediend.".
Art. 35. Dans l'article 38 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " à une fonction " sont remplacés par les mots " à une ou plusieurs fonctions " ;
  2° les alinéas 3 à 6 sont remplacés par ce qui suit :
  " La proposition visée à l'alinéa 2 est communiquée par écrit ou par voie électronique à tous les candidats qui ont valablement introduit leur candidature.
  L'agent qui s'estime lésé peut introduire dans les dix jours ouvrables de la communication une réclamation par l'un des modes suivants :
  1° par courrier recommandé ;
  2° par lettre remise de la main à la main ;
  3° par voie électronique.
  Par jour ouvrable, l'on entend tous les jours à l'exception des samedis, dimanches et jours fériés.
  Pour être opposable, le candidat doit disposer d'un accusé réception prouvant le dépôt de la réclamation.
  Si, après examen de la réclamation, la proposition n'est pas modifiée par l'autorité compétente, cette décision est uniquement communiquée au candidat qui a introduit la réclamation. Cette communication est faite par écrit ou par voie électronique.
  Si, par contre, une nouvelle proposition est émise, elle est communiquée par écrit ou par voie électronique à tous les candidats qui ont introduit valablement leur candidature. ".
Art. 36. Hoofdstuk 7 van hetzelfde besluit, dat het artikel 48 bevat, wordt opgeheven.
Art. 36. Le chapitre 7 du même arrêté qui comprend l'article 48 est abrogé.
Art. 37. In hetzelfde besluit wordt een artikel 50/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 50/1. § 1. De ambtenaren die, in uitvoering van artikel 49 van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel, wegens dwingende noodzakelijkheid worden aangewezen voor een andere entiteit binnen hun administratieve standplaats en die geslaagd zijn voor loopbaanexamens die georganiseerd werden voor een andere entiteit, worden eveneens geacht de overeenstemmende loopbaanexamens geslaagd te zijn die eventueel werden georganiseerd ten behoeve van de entiteit waarvoor ze werden aangewezen.
  § 2. De ambtenaren die, in uitvoering van artikel 50 van dit besluit, ambtshalve worden gemuteerd naar een dienst van een andere entiteit en die geslaagd zijn voor loopbaanexamens die georganiseerd werden voor een andere entiteit, worden eveneens geacht de overeenstemmende loopbaanexamens geslaagd te zijn die eventueel werden georganiseerd ten behoeve van de entiteit waarvoor ze werden aangewezen.
  § 3. Onder overeenstemmende loopbaanexamens dient te worden begrepen, deze die toegang verlenen tot eenzelfde graad of klasse.
  § 4. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde ambtenaren behouden het voordeel van de datum verbonden aan het proces-verbaal van de door hen geslaagde loopbaanexamens, alsook van de behaalde punten.".
Art. 37. Dans le même arrêté, il est inséré un article 50/1 rédigé comme suit :
  " Art. 50/1. § 1er. Les agents qui, en application de l'article 49 de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, sont affectés pour des nécessités impérieuses, dans une autre entité au sein de leur résidence administrative et qui sont lauréats d'examens de carrière qui ont été organisés pour une autre entité, sont censés être également lauréats des examens de carrière correspondants qui ont été éventuellement organisés pour les besoins de l'entité dans laquelle ils ont été affectés.
  § 2. Les agents qui, en application de l'article 50 du présent arrêté, sont mutés d'office dans un service d'une autre entité et qui sont lauréats d'examens de carrière qui ont été organisés pour une autre entité, sont censés être également lauréats des examens de carrière correspondants qui ont été éventuellement organisés pour les besoins de l'entité dans laquelle ils ont été affectés.
  § 3. Par examens de carrière correspondants, l'on entend les examens de carrière qui donnent accès au même grade ou à la même classe.
  § 4. Les agents visés aux paragraphes 1er et 2 maintiennent le bénéfice de la date du procès-verbal des examens de carrière qu'ils ont réussis et des points obtenus. ".
Art. 38. In de bijlage van hetzelfde besluit worden in de kolommen 1 en 2 de woorden "(zie artikel 53)" vervangen door de woorden "(zie artikel 42)".
Art. 38. Dans l'annexe du même arrêté dans les colonnes 1 et 2, les mots " (voir article 53) " sont remplacés par les mots " (voir article 42) ".
Art. 39. In de bijlage van hetzelfde besluit, onder de rubriek "Niveau B", onder de graad "fiscaal deskundige" worden in kolom 2 de bepalingen aangevuld met de bepaling onder H, luidende:
  "H. Indien een betrekking van fiscaal deskundige openstaat voor de laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang die georganiseerd werd ten behoeve van verschillende entiteiten, administraties of activiteitsgebieden, gebeurt de rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 2, a en b als volgt:
  1° de laureaat van een selectie of een proef over de beroepsbekwaamheid, waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;
  2° onder laureaten van een selectie of proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de ambtenaar met de grootste gecumuleerde anciënniteit in de niveaus B, 2+, C en 2;
  3° bij gelijkheid tussen de ambtenaren bedoeld onder 2°, de kandidaat met de grootste dienstanciënniteit;
  4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.".
Art. 39. Dans l'annexe du même arrêté, sous la rubrique " Niveau B ", sous le grade " Expert fiscal ", les dispositions de la colonne 2 sont complétées par le H rédigé comme suit :
  " H. Si un emploi d'expert fiscal est ouvert aux lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession qui a été organisée pour les besoins de différentes entités, administrations ou domaines d'activité, le classement des candidats visés à la colonne 1, sous les 2, a et b, est fixé comme suit :
  1° le lauréat d'une sélection ou d'une épreuve de qualification professionnelle, dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne ;
  2° entre lauréats d'une sélection ou d'une épreuve de qualification professionnelle clôturées à la même date, l'agent dont l'ancienneté cumulée dans les niveaux B, 2+, C et 2 est la plus grande ;
  3° à égalité entre les agents visés au 2°, le candidat dont l'ancienneté de service est la plus grande ;
  4° à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé. ".
Art. 40. In de bijlage van hetzelfde besluit, onder de rubriek "Niveau C", onder de graad "financieel assistent" worden in kolom 2 de bepalingen aangevuld met de bepaling onder G, luidende:
  "G. Indien een betrekking van financieel assistent openstaat voor de laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid of een vergelijkende selectie voor overgang die georganiseerd werd ten behoeve van verschillende entiteiten, administraties of activiteitsgebieden, gebeurt de rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1, a en b als volgt:
  1° de laureaat van de vergelijkende selectie voor overgang die toegang verleent tot de graad van financieel assistent of de proef over de beroepsbekwaamheid, waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;
  2° onder laureaten van een vergelijkende selectie of proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de ambtenaar met de grootste gecumuleerde anciënniteit in de niveaus C, 2, D en 3;
  3° bij gelijkheid tussen de ambtenaren bedoeld onder 2°, de kandidaat met de grootste dienstanciënniteit;
  4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.".
Art. 40. Dans l'annexe du même arrêté, sous la rubrique " Niveau C ", sous le grade " assistant financier ", les dispositions de la colonne 2 sont complétées par le G rédigé comme suit :
  " G. Si un emploi d'assistant financier est ouvert aux lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle ou d'une sélection comparative d'accession qui a été organisée pour les besoins de différentes entités, administrations ou domaines d'activité, le classement des candidats visés à la colonne 1, sous les 1, a et b, est fixé comme suit :
  1° le lauréat d'une sélection comparative donnant accès au grade d'assistant financier ou de l'épreuve de qualification professionnelle, dont le procès-verbal a été clôturé à la date la plus ancienne ;
  2° entre lauréats d'une sélection comparative ou d'une épreuve de qualification professionnelle clôturées à la même date, l'agent dont l'ancienneté cumulée dans les niveaux C, 2 et 3 est la plus grande ;
  3° à égalité entre les agents visés au 2°, le candidat dont l'ancienneté de service est la plus grande ;
  4° à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé. ".
Art. 41. In de bijlage van hetzelfde besluit, onder de rubriek "Niveau D", onder de graad "financieel medewerker" worden in kolom 2 de bepalingen aangevuld met de bepaling onder E, luidende:
  "E. Indien een betrekking van financieel medewerker openstaat voor de laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid die georganiseerd werd ten behoeve van verschillende entiteiten, administraties of activiteitsgebieden, gebeurt de rangschikking van de kandidaten bedoeld in kolom 1, sub 1 als volgt:
  1° de laureaat van de proef over de beroepsbekwaamheid die toegang verleent tot de graad van financieel medewerker, waarvan het proces-verbaal op de verst afgelegen datum werd afgesloten;
  2° onder laureaten van een proef over de beroepsbekwaamheid die werd afgesloten op dezelfde datum, de ambtenaar met de grootste graadanciënniteit;
  3° bij gelijke graadanciënniteit, de ambtenaar met de grootste dienstanciënniteit;
  4° bij gelijke dienstanciënniteit, de oudste ambtenaar.".
Art. 41. Dans l'annexe du même arrêté, sous la rubrique " Niveau D ", sous le grade " collaborateur financier ", les dispositions de la colonne 2 sont complétées par le E rédigé comme suit :
  " E. Si un emploi de collaborateur financier est ouvert aux lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle qui a été organisée pour les besoins de différentes entités, administrations ou domaines d'activité, le classement des candidats visés à la colonne 1, 1 est fixé comme suit :
  1° le lauréat de l'épreuve de qualification professionnelle donnant accès au grade de collaborateur financier dont le procès-verbal est clôturé à la date la plus ancienne ;
  2° entre lauréats d'une épreuve de qualification professionnelle qui a été clôturée à la même date, l'agent dont l'ancienneté de grade est la plus grande ;
  3° à égalité d'ancienneté de grade, l'agent dont l'ancienneté de service est la plus grande ;
  4° à égalité d'ancienneté de service, l'agent le plus âgé. ".
HOOFDSTUK 2. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Mesures transitoires et finales
Art. 42. De procedures voor bevordering en de loopbaanexamens die lopen op het moment van inwerkingtreding van dit besluit blijven geregeld door de bepalingen zoals die van kracht waren voor die datum.
Art. 42. Les procédures de promotion et d'examens de carrière en cours au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté restent réglées par les dispositions telles qu'elles étaient d'application avant cette date.
Art. 43. De ambtenaren die zijn aangewezen voor de stafdienst voor Beleidsexpertise en -ondersteuning worden ambtshalve geïntegreerd in de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning bedoeld in artikel 3, 7° van het koninklijk besluit van 19 juli 2013 tot vaststelling van het organiek reglement van de Federale Overheidsdienst Financiën en van de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het statutair personeel.
Art. 43. Les agents affectés au Service d'encadrement expertise et support stratégiques sont intégrés d'office dans l'Administration générale expertise et support stratégiques visée à l'article 3, 7° de l'arrêté royal du 19 juillet 2013 fixant le règlement organique du Service public fédéral Finances ainsi que les dispositions particulières applicables aux agents statutaires.
Art. 44. § 1. De houder van de functie van Directeur van de stafdienst Beleidsexpertise en -ondersteuning oefent de bevoegdheden verbonden aan zijn mandaat verder uit als leidinggevende van de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning tot de aanstelling van de Administrateur-generaal van de Algemene Administratie voor Beleidsexpertise en -ondersteuning en uiterlijk tot het verstrijken van zijn lopend mandaat.
  Als de uitoefening van de bevoegdheden verbonden aan het mandaat stoppen overeenkomstig het eerste lid, wordt de betrokkene, door de Minister van Financiën, belast met een opdracht binnen de Federale Overheidsdienst Financiën voor de resterende duur van zijn lopend mandaat.
  Tijdens de duur van de in het tweede lid bedoelde opdracht wordt de betrokken mandaathouder geëvalueerd overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Zijn hiërarchische meerdere is de Voorzitter van het directiecomité.
  Tijdens de uitoefening van zijn opdracht behoudt hij zijn administratief statuut en geldelijk statuut en wordt verder bezoldigd in de weddeklasse verbonden aan zijn mandaat.
Art. 44. Le titulaire de la fonction de directeur du Service d'encadrement expertise et support stratégiques continue à exercer les compétences attachées à son mandat en tant que dirigeant de l'Administration générale expertise et support stratégiques jusqu'à la désignation de l'administrateur général de l'Administration générale expertise et support stratégique et au plus tard, jusqu'à l'expiration de son mandat en cours.
  Si l'exercice des compétences attachées au mandat s'arrête conformément à l'alinéa 1er, l'intéressé est chargé par le Ministre des Finances d'une mission au sein du Service public fédéral Finances pour la durée restante de son mandat en cours.
  Pendant la durée de la mission visée à l'alinéa 2, le titulaire du mandat concerné est évalué conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. Son supérieur hiérarchique est le Président du comité de direction.
  Pendant l'exercice de sa mission, il conserve son statut administratif et son statut pécuniaire et continue à être rémunéré dans la classe de traitement liée à son mandat.
Art. 45. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
  1° de artikelen 10, 19 tot 22, 1°, 23, 3°, 24, 2°, 26, 27, 29, 3°, 30, 31, 33, 34, 35, 1° en 38 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2013;
  2° de artikelen 5, 7 en 37 die uitwerking hebben met ingang van 1 mei 2014;
  3° het artikel 15, 1°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2016;
  4° het artikel 15, 2°, dat uitwerking heeft met ingang van 1 september 2017;
  5° de artikelen 22, 2°, 24, 1°, 28 en 29, 4°, die uitwerking hebben met ingang van 1 november 2013;
  6° de artikelen 25 en 29, 5°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2016.
Art. 45. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
  1° des articles 10, 19 à 22, 1°, 23, 3°, 24, 2°, 26, 27, 29, 3°, 30, 31, 33, 34, 35, 1° et 38 qui produisent leur effet le 1er septembre 2013 ;
  2° des articles 5, 7 et 37 qui produisent leurs effets le 1er mai 2014 ;
  3° de l'article 15, 1° qui produit ses effets le 1er octobre 2016 ;
  4° de l'article 15, 2°, qui produit ses effets le 1er septembre 2017 ;
  5° des articles 22, 2°, 24, 1°, 28, et 29, 4°, qui produisent leurs effets le 1er novembre 2013 ;
  6° des articles 25 et 29, 5°, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2016.
Art. 46. De minister bevoegd voor de Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 46. Le ministre qui a les Finances dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.