Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot vastlegging van de procedures voor het aanvragen en de vereffening van de subsidies beoogd door de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen
Titre
19 JUILLET 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale fixant les procédures de demande et de liquidation des subsides visées par l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public
Documentinformatie
Numac: 2018013370
Datum: 2018-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013370
Date: 2018-07-19
Moniteur: Voir
Tekst (35)
Texte (35)
HOOFDSTUK I. - Definities en algemeenheden
CHAPITRE Ier. - Définitions et généralités
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Minister: de minister bevoegd voor Plaatselijke Besturen;
  2° Ordonnantie: de Ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen;
  3° GOB: Gewestelijke Overheidsdienst Brussel;
  4° Directie Investeringen: de directie Investeringen van Brussel Plaatselijke Besturen van de GOB;
  5° Directie Boekhouding: de directie Boekhouding van Brussel Financiën en Begroting van de GOB;
  6° GDIP: het Gemeentelijk driejarig investeringsprogramma zoals omschreven in artikel 7 van de ordonnantie;
  7° Driejarig investeringsplan: de bijlage bij de gemeentebegroting waarin artikel 242bis van de nieuwe gemeentewet voorziet;
  8° Bevoegde instantie: de overheid die bij wet of bij de statuten van de begunstigde het recht heeft om hetzij de voorwaarden van de opdracht, hetzij de toekenning ervan te valideren;
  9° Bevoegde ordonnateur: de initiatiefnemer van een handeling die gericht is op de uitvoering van de begroting zoals beschreven in de organieke ordonnantie van 23 februari 2006 houdende de bepalingen die van toepassing zijn op de begroting, de boekhouding en de controle;
  10° SVG: Stadsvernieuwingsgebied van het Gewestelijk Plan voor Duurzame Ontwikkeling;
  11° Perimeter voor vergroening en aanleg van groene ruimten: de perimeter die door de Regering is vastgelegd in het kader van het groene netwerk;
  12° Groene verbinding: de ruimten met maatschappelijke en/of ecologische landschapswaarde die zoveel mogelijk met elkaar en/of met het weefsel verbonden worden om iedereen een meer gelijke toegang te bieden tot de groene zones en groene openbare ruimten waarbij de zachte mobiliteit (wandelen, fietsen, rollerskates, ...) bevorderd wordt.
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° Ministre : le Ministre qui a les Pouvoirs locaux dans ses attributions ;
  2° Ordonnance : l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public ;
  3° SPRB : Service Public Régional de Bruxelles ;
  4° Direction des Investissements : la Direction des Investissements de Bruxelles Pouvoirs locaux du SPRB ;
  5° Direction de la Comptabilité : la Direction de la Comptabilité de Bruxelles Finances et Budget du SPRB ;
  6° PTIC : le Programme triennal d'investissement communal défini à l'article 7 de l'ordonnance ;
  7° Plan triennal d'investissement : l'annexe prévue au budget communal par l'article 242bis de la nouvelle loi communale ;
  8° Organe qualifié : l'autorité qui par la loi ou les statuts du bénéficiaire a le droit de valider soit les conditions du marché soit son attribution ;
  9° Ordonnateur compétent : l'initiateur d'une opération visant à exécuter le budget tel que décrit dans l'ordonnance du 23 février 2006 organique portant les dispositions applicables au budget, à la comptabilité et au contrôle;
  10° ZRU : Zone de Rénovation Urbaine du Plan Régional de Développement Durable ;
  11° Périmètre de verdoiement et de création d'espaces verts : le périmètre défini par le Gouvernement dans le cadre du maillage vert ;
  12° Continuité verte : les sites d'intérêts paysagers, sociaux et/ou écologiques, remis autant que possible en continuité physique entre eux et/ou avec la trame pour offrir à tous un accès plus égal aux zones verdurisées et aux espaces verts publics, tout en facilitant une mobilité douce (marche, vélo, rollers...).
Art. 2. Voor het GDIP dat de gemeenten in toepassing van artikel 8 van de ordonnantie moeten opstellen en voorleggen aan het begeleidingscomité, wordt een formulier gebruikt dat conform is aan model A dat als bijlage aan dit besluit is toegevoegd.
  Elke wijziging van het GDIP moet op hetzelfde formulier opgesteld worden.
  Elk project dat in het GDIP opgenomen is, dient te worden uiteengezet in een formulier dat conform is aan model B dat als bijlage aan dit besluit is toegevoegd.
  Voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 1°, 3°, 4° en 7° van de ordonnantie moeten alle documenten die naar de directie Investeringen verstuurd worden voorzien zijn van het volgnummer van het project zoals het in het GDIP geïdentificeerd is.
Art. 2. Le PTIC que les communes sont tenues d'établir et de soumettre au comité d'accompagnement, en application de l'article 8, de l'ordonnance, est établi sur un formulaire conforme au modèle A joint au présent arrêté.
  Toute modification du PTIC est établie sur le même formulaire.
  Chaque projet inscrit au PTIC est développé dans un formulaire conforme au modèle B joint au présent arrêté.
  Pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 1°, 3°, 4° et 7° de l'ordonnance, tous les documents envoyés à la Direction des Investissements doivent porter le numéro d'ordre du projet tel qu'il a été identifié dans le PTIC.
HOOFDSTUK II. - Aanvragen om principiële instemming tot toekenning van subsidies
CHAPITRE II. - Dossiers de demandes d'accord de principe d'octroi de subsides
Art. 3. Dit hoofdstuk is van toepassing op de begunstigden bedoeld in artikel 4, 2°, 5°, 6° en 7° die artikel 7, § 2 van de ordonnantie moeten naleven.
Art. 3. Le présent chapitre s'applique aux bénéficiaires visés à l'article 4, 2°, 5°, 6° et 7° qui doivent respecter l'article 7, § 2 de l'ordonnance.
Art. 4. Als een aanvraag om principiële instemming tot toekenning van subsidies wordt ingediend, krijgt deze aanvraag een projectnummer dat moet worden gebruikt bij elke latere verzending van documenten.
Art. 4. Lorsqu'une demande d'accord de principe d'octroi de subsides est introduite, il lui est attribué un numéro de projet qui devra être utilisé lors de tout envoi ultérieur de documents.
Art. 5. § 1. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat een volledig dossier voor de aanvraag om principiële instemming tot toekenning van subsidies voor de uitvoering van werken:
  1° het door de bevoegde instantie goedgekeurde project, inclusief de plannen, het bestek, de beschrijvende, samenvattende en ramende opmetingsstaten opgesteld conform de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en bijhorende uitvoeringsbesluiten, alsook een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die de voorwaarden van de opdracht goedkeurt;
  2° een kopie van de gewestelijke vergunningen die vóór de uitvoering van de werken verkregen moet zijn, onder andere de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Als geen enkele vergunning is vereist, bezorgt de begunstigde alle noodzakelijke bewijsstukken;
  3° als de werken betrekking hebben op een goed dat niet tot het openbaar domein behoort, een afschrift van het eigendomsbewijs voor het goed waaraan de subsidieerbare werken worden uitgevoerd en, bij promotie-opdrachten, een afschrift van de overeenkomst tussen de aanvrager en degene aan wie de opdracht werd toegewezen;
  4° als de werken worden uitgevoerd aan een goed dat met behulp van de subsidie werd verworven, een voor eensluidend verklaard afschrift van de verwervingsakte of van het onteigeningsvonnis van het goed;
  5° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 5° van de ordonnantie, een kopie van het gunstige advies van de religieuze overheid;
  6° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 6° van de ordonnantie, een kopie van het gunstige advies van het door de minister van Justitie erkende representatieve orgaan;
  7° voor de werken bedoeld in artikel 17, 4° van de ordonnantie, het formulier C dat als bijlage aan dit besluit is toegevoegd.
  § 2. Begunstigden die een principiële instemming tot toekenning van subsidies aan hun project verkregen hebben, moeten de documenten bedoeld in artikel 7, 1° niet meer indienen, behalve als er naar aanleiding van opmerkingen van de subsidiërende overheid of van een andere bevoegde overheid wijzigingen werden aangebracht aan het project dat conform § 1 werd ingediend.
Art. 5. § 1er. En application de l'article 21 de l'ordonnance, le dossier complet de demande d'accord de principe d'octroi de subsides relatif à l'exécution de travaux comprend :
  1° le projet approuvé par l'organe qualifié, qui inclut les plans, le cahier des charges, les métrés descriptif, récapitulatif et estimatif, établis conformément à la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services et à ses arrêtés d'application, ainsi qu'une copie de la délibération de l'organe qualifié qui approuve les conditions du marché ;
  2° une copie des autorisations régionales requises préalablement à l'exécution des travaux, entre autres, le permis d'urbanisme, le permis d'environnement. Si aucune autorisation n'est exigée, le bénéficiaire fournit toutes les justifications nécessaires;
  3° lorsque les travaux sont relatifs à un bien immeuble qui ne ressort pas du domaine public, une copie du titre de propriété relatif au bien qui fait l'objet des travaux subsidiables, et, en cas de marché de promotion, une copie de la convention liant le bénéficiaire et l'attributaire de ce marché;
  4° lorsque les travaux sont réalisés sur un bien acquis grâce au subside, une copie certifiée conforme de l'acte d'acquisition ou du jugement d'expropriation du bien ;
  5° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 5°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'autorité religieuse ;
  6° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 6°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'organe représentatif reconnu par le Ministre de la Justice ;
  7° pour les travaux visés à l'article 17,4°, de l'ordonnance, le formulaire C joint au présent arrêté.
  § 2. Les bénéficiaires ayant obtenu un accord de principe d'octroi de subsides pour leur projet, ne doivent plus transmettre les documents visés au 1° de l'article 7 du présent arrêté, sauf si des modifications ont été apportées, suite à des remarques du pouvoir subsidiant ou d'une autre autorité compétente, au projet introduit conformément au § 1er.
HOOFDSTUK III. - Samenstelling van de aanvraagdossiers tot toekenning en vereffening van subsidies
CHAPITRE III. - Composition des dossiers de demandes d'octroi et de liquidation de subsides
Art. 6. Dit hoofdstuk is van toepassing op alle begunstigden bedoeld in artikel 4 van de ordonnantie.
Art. 6. Le présent chapitre s'applique à tous les bénéficiaires visés à l'article 4 de l'ordonnance.
Art. 7. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat het volledige dossier voor de aanvraag tot toekenning van subsidies voor de uitvoering van werken:
  1° het door de bevoegde instantie goedgekeurde project, inclusief de plannen, het bestek, de beschrijvende, samenvattende en ramende opmetingsstaten opgesteld conform de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 en bijhorende uitvoeringsbesluiten, alsook een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die de voorwaarden van de opdracht goedkeurt;
  2° de aankondiging van de opdracht of de brief die aan de kandidaat-inschrijvers wordt verstuurd in geval van onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, desgevallend de kopie van het proces-verbaal van opening van de offertes, het volledige verslag van de analyse van de offertes, en de offerte die door de bevoegde instantie is goedgekeurd alsook de bijhorende bijlagen;
  3° een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die de aanwijzing van de opdrachtnemer goedkeurt;
  4° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 4° van de ordonnantie, een afschrift van het gunstige advies van de religieuze overheid;
  5° een kopie van de gewestelijke vergunningen die vóór de uitvoering van de werken verkregen moet zijn, onder andere de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning. Als geen enkele vergunning is vereist, bezorgt de begunstigde alle noodzakelijke bewijsstukken;
  6° als de werken betrekking hebben op een goed dat niet tot het openbaar domein behoort, een afschrift van het eigendomsbewijs voor het goed waaraan de subsidieerbare werken worden uitgevoerd en, bij promotie-opdrachten, een afschrift van de overeenkomst tussen de aanvrager en degene aan wie de opdracht werd toegewezen;
  7° als de werken worden uitgevoerd aan een goed dat met behulp van de subsidie werd verworven, een afschrift van de verwervingsakte of van het onteigeningsvonnis van het goed;
  8° voor de werken bedoeld in artikel 17, 4° van de ordonnantie, het formulier D dat als bijlage aan dit besluit is toegevoegd;
  9° voor de werken bedoeld in artikel 17 van de ordonnantie waarvoor conform artikel 28, 3° van de ordonnantie een hoger subsidiepercentage wordt verkregen, het EPB-voorstel dat de wil van de begunstigde bevestigt om voor het gebouw de passieve standaard of de standaard lage energie te bereiken.
Art. 7. En application de l'article 21 de l'ordonnance, le dossier complet de demande d'octroi de subsides relatif à l'exécution de travaux comprend :
  1° le projet approuvé par l'organe qualifié, qui comprend les plans, le cahier des charges, les métrés descriptif, récapitulatif et estimatif, établis conformément à la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services et à ses arrêtés d'application, ainsi qu'une copie de la délibération de l'organe qualifié qui approuve les conditions du marché;
  2° l'avis de marché ou la lettre transmise aux candidats soumissionnaires en cas de procédure négociée sans publicité, le cas échéant la copie du procès-verbal d'ouverture des offres, le rapport complet d'analyse des offres et l'offre approuvée par l'organe qualifié accompagnée de ses annexes;
  3° une copie de la délibération de l'organe qualifié approuvant la désignation de l'attributaire du marché;
  4° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 4°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'autorité religieuse ;
  5° une copie des autorisations régionales requises préalablement à l'exécution des travaux, entre autres, le permis d'urbanisme, le permis d'environnement. Si aucune autorisation n'est exigée, le bénéficiaire fournit toutes les justifications nécessaires;
  6° lorsque les travaux sont relatifs à un bien immeuble qui ne ressort pas du domaine public, une copie du titre de propriété relatif au bien qui fait l'objet des travaux subsidiables, et, en cas de marché de promotion, une copie de la convention liant le bénéficiaire et l'attributaire de ce marché;
  7° lorsque les travaux sont réalisés sur un bien acquis grâce au subside, une copie de l'acte d'acquisition ou du jugement d'expropriation du bien.
  8° pour les travaux visés à l'article 17,4° de l'ordonnance, le formulaire D joint au présent arrêté.
  9° pour les travaux visés à l'article 17 de l'ordonnance qui ont leur taux de subside majoré conformément à l'article 28, 3° de l'ordonnance, la proposition PEB qui confirme la volonté du bénéficiaire d'atteindre le standard passif ou basse énergie du bâtiment.
Art. 8. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat het volledige dossier voor de aanvraag tot toekenning van subsidies voor de verwerving van een onroerend goed:
  1° een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die het principe van de verwerving of onteigening van het goed goedkeurt, met vermelding van de toekomstige bestemming van het goed;
  2° een kopie van de stedenbouwkundige inlichtingen die de gemachtigde ambtenaar heeft afgeleverd;
  3° een kadastraal uittreksel en een uittreksel van het kadastrale register van het desbetreffende goed;
  4° de schatting van het goed door het gewestelijke Comité tot aankoop van onroerende goederen, opgericht bij ordonnantie van 23 juni 2016 betreffende de overname van de activiteiten van de Comités tot aankoop van onroerende goederen door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of, in voorkomend geval, door elke andere door de regering aangestelde schatter;
  5° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 4° van de ordonnantie, een afschrift van het gunstige advies van de religieuze overheid;
  6° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 5° van de ordonnantie, een afschrift van het gunstige advies van de religieuze overheid;
  7° voor de begunstigden bedoeld in artikel 4, 6° van de ordonnantie, een afschrift van het gunstige advies van de door de minister van Justitie erkende vertegenwoordigende instantie.
Art. 8. En application de l'article 21 de l'ordonnance, le dossier complet de demande d'octroi de subsides relatif à l'acquisition d'un bien immobilier comprend :
  1° une copie de la délibération de l'organe qualifié approuvant le principe de l'acquisition ou de l'expropriation du bien, précisant la destination future du bien ;
  2° une copie des renseignements urbanistiques délivrés par le fonctionnaire délégué ;
  3° un extrait cadastral et un extrait de la matrice cadastrale relatifs au bien visé;
  4° l'estimation du bien du Comité d'Acquisition d'immeubles Régional, créé par l'Ordonnance du 23 juin 2016 relative à la reprise des activités des Comités d'acquisition d'immeubles par la Région de Bruxelles- Capitale ou, le cas échéant, tout autre estimateur habilité par le Gouvernement ;
  5° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 4°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'autorité religieuse ;
  6° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 5°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'autorité religieuse ;
  7° pour les bénéficiaires visés à l'article 4, 6°, de l'ordonnance, une copie de l'avis favorable de l'organe représentatif reconnu par le Ministre de la Justice.
Art. 9. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat het volledige dossier voor de aanvraag tot toekenning van subsidies voor een studieproject:
  1° een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die de gunningswijze van de opdracht en de studieovereenkomst goedkeurt;
  2° een afschrift van de beraadslaging van de bevoegde instantie die de aanwijzing van de opdrachtnemer goedkeurt;
  3° de kopie van de studieovereenkomst gesloten tussen de begunstigde en de auteur van het studieproject.
Art. 9. En application de l'article 21 de l'ordonnance, le dossier complet de demande d'octroi de subsides relatif à un projet d'études comprend :
  1° une copie de la délibération de l'organe qualifié approuvant le mode de passation du marché et la convention d'étude;
  2° une copie de la délibération de l'organe qualifié approuvant la désignation de l'attributaire du marché;
  3° la copie de la convention d'études conclue entre le bénéficiaire et l'auteur du projet de l'étude.
Art. 10. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat de aanvraag tot vereffening van het voorschot van de subsidie voor een project van werken:
  1° een afschrift van de kennisgeving van de bestelling aan de opdrachtnemer van de opdracht voor werken;
  2° een schuldvordering.
Art. 10. En application de l'article 21 de l'ordonnance, la demande de liquidation de l'avance du subside pour un projet de travaux comprend :
  1° une copie de la notification de la commande à l'attributaire du marché de travaux;
  2° une déclaration de créance.
Art. 11. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat de aanvraag tot vereffening van het voorschot van de subsidie voor een studieproject:
  1° een afschrift van de kennisgeving van de bestelling aan de opdrachtnemer van de opdracht voor werken betreffende de studie;
  2° een schuldvordering.
Art. 11. En application de l'article 21 de l'ordonnance, la demande de liquidation de l'avance du subside pour un projet d'étude comprend :
  1° une copie de la notification de la commande à l'attributaire du marché de travaux relatifs à l'étude;
  2° une déclaration de créance.
Art. 12. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat de aanvraag tot vereffening van het saldo van de subsidie voor werken:
  1° een verklaring op erewoord van de financieel verantwoordelijke van de begunstigde die vermeldt of de investering het voorwerp vormt van een door de begunstigde ontvangen inkomen, ander dan een lening, op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte en waarin desgevallend het voorwerp en het bedrag van dit inkomen vermeld worden;
  2° het proces-verbaal of de processen-verbaal van de voorlopige oplevering van de werken;
  3° de door de bevoegde instantie goedgekeurde eindafrekening van de werken of in geval van geschil met de aannemer conform artikel 27 van de ordonnantie, de voorlopige eindafrekening van de werken en de bijhorende verantwoordingsstukken (de eerdere vorderingsstaten, de processen-verbaal van verzuim, ...);
  4° een visueel dossier (foto's of films) dat de situatie van het project na de werken weergeeft;
  5° voor de werken bedoeld in artikel 17, 4° van de ordonnantie, het formulier E dat als bijlage aan dit besluit is toegevoegd;
  6° voor de werken bedoeld in artikel 17 van de ordonnantie waarvoor conform artikel 28, 3° van de ordonnantie een hoger subsidiepercentage wordt verkregen, de EPB-verklaring die de passiefbouw of de lage energie van het gebouw bevestigt.
  In het geval dat de investering het voorwerp heeft gevormd van een andere financiering dan een lening aan de begunstigde op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte, zal het saldo van de subsidie berekend worden door het bedrag van deze financiering af te trekken van het bedrag dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidie.
Art. 12. En application de l'article 21 de l'ordonnance, la demande de liquidation du solde du subside de travaux comprend :
  1° une déclaration sur l'honneur du responsable financier du bénéficiaire précisant si l'investissement fait l'objet d'une recette perçue par le bénéficiaire, autre qu'un emprunt, en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral et précisant, le cas échéant, l'objet et le montant de cette recette;
  2° le ou les procès-verbaux de réception provisoire des travaux;
  3° le décompte final des travaux approuvé par l'organe qualifié ou en cas de conflit avec l'entrepreneur conformément à l'article 27 de l'ordonnance, le décompte final provisoire des travaux et les justificatifs de celui-ci (les états d'avancements antérieurs, les procès-verbaux de manquement,...) ;
  4° un dossier visuel (photographique ou filmé) présentant la situation du projet après travaux ;
  5° pour les travaux visés à l'article 17,4° de l'ordonnance, le formulaire E joint au présent arrêté ;
  6° pour les travaux visés à l'article 17 de l'ordonnance qui ont leur taux de subside majoré conformément à l'article 28, 3° de l'ordonnance, la déclaration PEB qui confirme le caractère passif ou basse énergie du bâtiment.
  Dans les cas où l'investissement a fait l'objet d'un financement autre qu'un emprunt octroyé au bénéficiaire en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral, le solde du subside sera calculé en déduisant le montant de ce financement du montant pris en compte pour le calcul du subside.
Art. 13. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat de aanvraag tot vereffening van het saldo van de verwervingssubsidie:
  1° een verklaring op erewoord van de financieel verantwoordelijke van de begunstigde die vermeldt of de verwerving het voorwerp vormt van een door de begunstigde ontvangen inkomen, ander dan een lening, op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte en waarin desgevallend het voorwerp en het bedrag van dit inkomen vermeld worden;
  2° een afschrift van de verwervingsakte of van het onteigeningsvonnis van het goed;
  3° de eindafrekening van de verwerving (factuur van de notaris, bedrag van de wederbeleggingsvergoeding, aankoopbedrag, ...);
  4° aanvraag tot toekenning van subsidies voor renovatiewerken aan het goed als die nog niet werd ingediend.
  In het geval dat de verwerving het voorwerp heeft gevormd van een andere financiering dan een lening aan de begunstigde op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte, zal het saldo van de subsidie berekend worden door het bedrag van deze financiering af te trekken van het bedrag dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidie.
Art. 13. En application de l'article 21 de l'ordonnance, la demande de liquidation du solde du subside d'acquisition comprend :
  1° une déclaration sur l'honneur du responsable financier du bénéficiaire précisant si l'acquisition fait l'objet d'une recette perçue par le bénéficiaire, autre qu'un emprunt, en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral et précisant, le cas échéant, l'objet et le montant de cette recette;
  2° une copie de l'acte d'acquisition ou du jugement d'expropriation du bien;
  3° le décompte final de l'acquisition (facture du notaire, montant de l'indemnité de réemploi, montant de l'acquisition, ...);
  4° la demande d'octroi de subsides pour les travaux de rénovation du bien si cela n'a pas été déjà été introduit.
  Dans les cas où l'acquisition a fait l'objet d'un financement autre qu'un emprunt octroyé au bénéficiaire en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral, le solde du subside sera calculé en déduisant le montant de ce financement du montant pris en compte pour le calcul du subside.
Art. 14. In toepassing van artikel 21 van de ordonnantie bevat de aanvraag tot vereffening van het saldo van de studiesubsidie:
  1° een verklaring op erewoord van de financieel verantwoordelijke van de begunstigde die vermeldt of de studie het voorwerp vormt van een door de begunstigde ontvangen inkomen, ander dan een lening, op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte en waarin desgevallend het voorwerp en het bedrag van dit inkomen vermeld worden;
  2° het proces-verbaal of de processen-verbaal van de voorlopige en definitieve oplevering van de werken;
  3° de door de bevoegde instantie goedgekeurde eindafrekening van de studie (het totaal van de facturen van het studiebureau);
  4° in het geval die nog niet werden bezorgd, de verantwoordingsstukken betreffende de vereffening van de subsidies voor de werken die verband houden met de studie;
  In het geval dat de studie het voorwerp heeft gevormd van een andere financiering dan een lening aan de begunstigde op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte, zal het saldo van de subsidie berekend worden door het bedrag van deze financiering af te trekken van het bedrag dat in aanmerking genomen wordt voor de berekening van de subsidie.
Art. 14. En application de l'article 21 de l'ordonnance, la demande de liquidation du solde du subside d'étude comprend :
  1° une déclaration sur l'honneur du responsable financier du bénéficiaire précisant si l'étude fait l'objet d'une recette perçue par le bénéficiaire, autre qu'un emprunt, en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral et précisant, le cas échéant, l'objet et le montant de cette recette;
  2° le ou les procès-verbaux de réception provisoire et définitive des travaux;
  3° le décompte final de l'étude approuvé par l'organe qualifié (l'ensemble des factures du bureau d'étude) ;
  4° si elles n'ont pas déjà été fournies, les pièces justificatives relatives à la liquidation des subsides concernant les travaux auxquels l'étude se rapporte ;
  Dans les cas où l'étude a fait l'objet d'un financement autre qu'un emprunt octroyé au bénéficiaire en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral, le solde du subside sera calculé en déduisant le montant de ce financement du montant pris en compte pour le calcul du subside.
HOOFDSTUK IV. - Verzending van de schuldvorderingen
CHAPITRE IV. - Envoi des déclarations de créance
Art. 15. § 1. De begunstigden bedoeld in artikel 4, 1°, 2°, 5° en 6° van de ordonnantie sturen hun schuldvorderingen naar de directie Boekhouding.
  § 2. De begunstigden bedoeld in artikel 4, 3° en 4° van de ordonnantie sturen hun schuldvorderingen samen met de vereiste verantwoordingsstukken naar het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waaronder ze vallen en brengen de directie Investeringen ervan op de hoogte.
  Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waaronder deze begunstigden vallen, zendt een schuldvordering voor hetzelfde bedrag naar de directie Boekhouding.
  § 3. De begunstigden bedoeld in artikel 4, 7° van de ordonnantie die haar artikel 7, § 1 moeten naleven, moeten de procedure volgen waarin § 2.
  De begunstigden bedoeld in artikel 4, 7° van de ordonnantie die haar artikel 7, § 2 moeten naleven, moeten de procedure volgen waarin § 1.
  § 4. De schuldvorderingen die moeten opgestuurd worden naar de GOB, moet het origineel opsturen naar de directie Boekhouding, in pdf-formaat op het adres invoice@gob.brussels.
  De schuldvordering vermeldt :
  - de reden van de betaling;
  - het bedrag waarvan betaling wordt gevraagd;
  - het nummer van het visum voor de vastlegging;
  - het bankrekeningnummer waarop dit bedrag gestort moet worden.
  Bovendien moet de schuldvordering opgesteld worden op papier met briefhoofd, gedateerd zijn en ondertekend worden door een persoon die gemachtigd is de begunstigde te binden.
Art. 15. § 1er. Les bénéficiaires visés à l'article 4, 1°, 2°, 5° et 6°, de l'ordonnance adressent leurs déclarations de créance à la Direction de la Comptabilité.
  § 2. Les bénéficiaires visés à l'article 4, 3°, et 4°, de l'ordonnance adressent leurs déclarations de créance accompagnées des pièces justificatives requises, au Collège des Bourgmestre et Echevins de la commune dont ils relèvent et en avertissent la Direction des Investissements.
  Le Collège des Bourgmestre et Echevins de la commune dont relèvent ces bénéficiaires adresse une déclaration de créance d'un même montant, à la Direction de la Comptabilité.
  § 3. Les bénéficiaires visés à l'article 4, 7°, de l'ordonnance qui doivent respecter l'article 7, § 1 de l'ordonnance devront respecter la procédure prévue au § 2.
  Les bénéficiaires visés à l'article 4, 7°, de l'ordonnance qui doivent respecter l'article 7, § 2, de l'ordonnance devront respecter la procédure prévue au § 1er.
  § 4. Les déclarations de créance qui doivent être envoyées au SPRB, sont introduites en original auprès de la Direction de la Comptabilité, sous format pdf, à l'adresse invoice@sprb.brussels.
  La déclaration de créance indique :
  - le motif du paiement ;
  - le montant demandé en paiement ;
  - le n° de visa d'engagement ;
  - le n° de compte bancaire sur lequel le montant doit être versé.
  En outre, cette déclaration de créance doit être rédigée sur papier à en-tête, datée et signée par une personne habilitée à engager le bénéficiaire.
Art. 16. Zodra het eindafrekeningsdossier nagekeken is, zal de begunstigde door de bevoegde ordonnateur worden verzocht binnen een termijn van 15 dagen een schuldvordering over te maken aan de directie Boekhouding met vermelding van het eindbedrag dat hem toegekend is op grond van de controle.
  De begunstigde heeft dan 15 kalenderdagen tijd om zijn argumenten voor te leggen indien hij niet akkoord gaat met de voorgestelde bedragen.
  De bevoegde ordonnateur neemt de eindbeslissing over het definitieve subsidiebedrag na analyse van de door de begunstigde uiteengezette middelen, die vervolgens verzocht wordt om binnen een termijn van 15 dagen een schuldvordering van dit bedrag over te maken.
  De in artikel 27 van de ordonnantie vastgestelde vereffeningstermijn van 180 dagen vangt aan op de dag dat de GOB de schuldvorderingen ontvangt die conform zijn aan de kennisgeving van de bevoegde ordonnateur.
Art. 16. Dès vérification du dossier de décompte final, le bénéficiaire sera invité par l'ordonnateur compétent à transmettre à la Direction de la Comptabilité, dans un délai de 15 jours, une déclaration de créance reprenant le montant final octroyé suite au contrôle.
  Le bénéficiaire dispose alors d'un délai de 15 jours calendrier pour soumettre ses arguments en cas de désaccord sur les montants.
  L'ordonnateur compétent prend la décision finale sur le montant définitif du subside après analyse des moyens présentés par le bénéficiaire qui est alors invité à transmettre, dans les 15 jours, une déclaration de créance de ce montant.
  Le délai de liquidation de 180 jours, fixé à l'article 27 de l'ordonnance, prend cours à la réception par le SPRB des déclarations de créance conformes à la notification de l'ordonnateur compétent.
HOOFDSTUK V. - Subsidies tegen verhoogde percentages
CHAPITRE V. - Subsides octroyés à taux majorés
Art. 17. In overeenstemming met artikel 28 van de ordonnantie kan het percentage van de subsidies verhoogd worden als ze bijdragen aan de uitvoering van de prioritaire beleidslijnen van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan:
  1° de investeringen bedoeld in de artikelen 16, 17 en 18 van de ordonnantie als ze in een SVG gelegen zijn;
  2° de investeringen bedoeld in artikel 16, 2°, c, 3°, a, b en c, en 4°, a, b en c van de ordonnantie als ze verricht worden in de perimeter voor vergroening en aanleg van groene ruimten of als ze betrekking hebben op de verwezenlijking van de groene verbinding;
  3° De in de artikelen 16, 17 en 18 van de ordonnantie bedoelde investeringen die gedaan worden in het kader van een perimeter voor herwaardering in toepassing van de ordonnantie van 7 oktober 1993 houdende organisatie van de herwaardering van de wijken;
  4° De in artikel 16, 1°, b en c van de ordonnantie bedoelde investeringen als zij tot doel hebben de verplaatsingen per fiets en/of het comfort van de voetgangers te bevorderen;
  5° De in artikel 17, 4° bedoelde investeringen als ze tot doel hebben het met de bevolkingsgroei gepaard gaande energieverbruik van de gebouwen te verminderen.
Art. 17. Conformément à l'article 28 de l'ordonnance, peuvent être subsidiés à taux majorés lorsqu'ils contribuent à la mise en oeuvre de politiques prioritaires du Plan régional de développement durable :
  1° les investissements visés aux articles 16, 17 et 18 de l'ordonnance lorsqu'ils sont situés dans la ZRU;
  2° les investissements visés à l'article 16, 2°, c, 3°, a, b et c, et 4°, a, b et c, de l'ordonnance, lorsqu'ils sont réalisés dans le périmètre de verdoiement et de création d'espaces verts ou lorsqu'ils concernent la réalisation de la continuité verte;
  3° les investissements visés aux articles 16, 17 et 18 de l'ordonnance réalisés dans le cadre d'un périmètre de revitalisation établi en application de l'ordonnance du 7 octobre 1993 organique de la revitalisation des quartiers;
  4° les investissements visés à l'article 16, 1°, b et c, de l'ordonnance lorsqu'ils ont pour objet de favoriser les déplacements à vélo et/ou le confort des piétons ;
  5° les investissements visés à l'article 17, 4°, lorsqu'ils ont pour objet de réduire l'empreinte énergétique des bâtiments en lien avec l'essor démographique.
HOOFDSTUK VI. - Het begeleidingscomité
CHAPITRE VI. - Le comité d'accompagnement
Art. 18. In toepassing van artikel 15 van de ordonnantie legt de gemeente aan het begin van elke driejarige periode en vóór elke wijziging een ontwerp van GDIP voor aan het voor deze gemeente opgerichte begeleidingscomité.
  De leden van dit begeleidingscomité overleggen over de verschillende projecten die in het ontwerp van GDIP opgenomen zijn door de gewestelijke prioriteiten en de behoeften van de gemeente naast elkaar te leggen.
  Het overleg heeft betrekking op:
  - de gegrondheid van de aanvraag, met name ten aanzien van het driejarig investeringsplan dat aan de gemeentebegroting is toegevoegd;
  - de relevantie en het praktische aspect van de projecten;
  - de rechtsgeldigheid van de akten, met name inzake overheidsopdrachten;
  - de administratieve en technische planning van elk project.
  Na afloop van de raadplegingen stelt het begeleidingscomité de notulen op en maakt die over aan de Regering en aan de gemeente conform de bepalingen van de artikelen 8 en 9 van de ordonnantie.
  Op basis van al deze elementen keurt de gemeenteraad zijn GDIP definitief goed.
  Het begeleidingscomité heeft ook als taak de evolutie van de gesubsidieerde projecten van de gemeente op te volgen.
Art. 18. En application de l'article 15 de l'ordonnance, la commune soumet, au début de chaque triennat et avant toute modification, un projet de PTIC au comité d'accompagnement créé pour cette commune.
  Les membres de ce comité d'accompagnement se concertent sur les différents projets repris au projet de PTIC en mettant en parallèle les priorités régionales et les besoins de la commune.
  La concertation porte sur :
  - le bien-fondé de la demande, notamment en regard du plan triennal d'investissement annexé au budget communal ;
  - la pertinence et l'aspect fonctionnel des projets ;
  - la légalité des actes, notamment en matière de marchés publics ;
  - le planning administratif et technique de chaque projet.
  Au terme de ces consultations, le comité d'accompagnement rédige un procès-verbal qu'il communique au Gouvernement et à la commune, conformément aux dispositions des articles 8 et 9 de l'ordonnance.
  Sur base de l'ensemble de ces éléments, le conseil communal valide définitivement son PTIC
  Ce comité d'accompagnement a également pour mission de suivre l'évolution des projets subsidiés de la commune.
Art. 19. Elk begeleidingscomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van het Gewest en van de gemeente.
  Vertegenwoordigen het Gewest:
  - de afgevaardigde(n) van Brussel Plaatselijke Besturen die het comité voorzit(ten);
  Vertegenwoordigen de gemeente:
  - de afgevaardigde van het college van burgemeester en schepenen;
  - de dienst(en) die de projecten beheert/beheren;
  Beide partijen kunnen zich indien nodig door deskundigen (studiebureaus, andere subsidiërende overheden, ...) laten bijstaan om aanvullende informatie aan het comité te verschaffen.
Art. 19. Chaque comité d'accompagnement est composé de représentants de la Région et de de la commune.
  Représentent la Région :
  - le(s) délégué(s) de Bruxelles Pouvoirs Locaux qui préside(nt) le comité ;
  Représentent la commune :
  - le délégué du collège des bourgmestre et échevins ;
  - le(s) service(s) qui gère(nt) les projets ;
  Les deux parties peuvent demander la présence d'experts si nécessaire (bureaux d'étude, autres pouvoirs subsidiants, ...) pour fournir des informations complémentaires au comité.
Art. 20. Elk begeleidingscomité komt minstens één keer per jaar samen. De vergaderingen vinden plaats in de kantoren van de GOB, tenzij anders beslist.
Art. 20. Chaque comité d'accompagnement se réunit au moins une fois par an. Les réunions se tiennent dans les locaux du SPRB, sauf décision contraire.
Art. 21. De directie Investeringen verzorgt het secretariaat van elk begeleidingscomité.
  Daartoe stelt ze de agenda op en stuurt ze een oproepingsbrief naar alle leden van het comité en desgevallend naar de door het comité aangeduide deskundigen.
  Ze stelt de notulen van de zitting op die vervolgens naar de leden van het comité, de gemeente en de Regering worden verzonden.
Art. 21. La Direction des Investissements assure le secrétariat de chaque comité d'accompagnement.
  A cette fin, elle élabore l'ordre du jour et convoque les membres du comité et le cas échéant, les experts désignés par le comité.
  Elle rédige le procès-verbal de la séance, qui est ensuite transmis aux membres du comité, à la commune et au Gouvernement.
HOOFDSTUK VII. - Niet-subsidieerbare posten
CHAPITRE VII. - Postes non subsidiables
Art. 22. De volgende posten van werken, studies en inbegrepen kosten komen krachtens artikel 30, § 1ste lid, 1° van de ordonnantie niet in aanmerking voor subsidies:
  1° de werken en prestaties die op grond van om het even welke wetgeving, regelgeving, overeenkomst of eenzijdige akte ten laste genomen worden door derden, evenmin als de btw als die door de begunstigde van de subsidie teruggewonnen wordt;
  2° de uitgaven voor voorzieningen of meubels, als die niet onroerend per bestemming zijn;
  3° niet beschreven, niet geplande en niet gekwantificeerde werken;
  4° niet duidelijk omschreven en toegelichte werken van diverse aard, in regie en eventuele bijkomende werken.
Art. 22. Ne sont pas subsidiables dans le cadre de l'article 30, § 1er alinéa 1er, de l'ordonnance, les postes de travaux, études et frais compris suivants :
  1° les travaux et prestations pris en charge par des tiers en vertu de toute législation, réglementation, convention ou acte unilatéral, ainsi que la T.V.A. si celle-ci est récupérée par le bénéficiaire du subside ;
  2° les dépenses d'équipement ou de mobilier, lorsque ceux-ci ne sont pas immeubles par destination ;
  3° les travaux non décrits, non prévus et non quantifiés ;
  4° les postes non clairement définis et sous-titrés travaux divers, en régie et travaux supplémentaires éventuels.
HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en uitvoeringsbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions abrogatoires et exécutoires
Art. 23. Worden opgeheven:
  1° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 tot bepaling van de wijze van voorstelling van het driejarig investeringsprogramma bedoeld in artikel 9 van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen;
  2° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 tot vaststelling van de samenstelling van de dossiers voor de aanvragen om subsidie, van de aard van de bewijsstukken en van de procedures voor de toekenning en de uitbetaling, in uitvoering van artikel 21 van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, gewijzigd bij besluiten van de regering van 20 december 2001 en 24 maart 2011;
  3° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 1998 tot bepaling van de initiatieven van gewestelijk belang die in aanmerking kunnen komen voor de driejarige ontwikkelingsdotatie en van de investeringsprojecten die in aanmerking kunnen komen voor verhoogde subsidiëringspercentages, in toepassing van artikelen 14, 28 en 29 van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen, gewijzigd bij besluiten van de regering van 30 november 2000, 8 november 2001, 19 februari 2004, 4 september 2008 en 24 maart 2011;
  4° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 5 oktober 2000 inzake de vaststelling van de algemene voorwaarden tot samenwerking met de gemeenten die in aanmerking kunnen komen voor de driejarige ontwikkelingsdotatie in het kader van investeringen van openbaar nut, gewijzigd bij besluiten van de regering van 7 mei 2009 en 31 maart 2017;
  5° het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 juli 2008 tot vaststelling van de lijst van niet-subsidieerbare posten in de bedragen van de subsidieerbare investeringen in toepassing van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen;
  6° het ministerieel besluit van 1 april 2011 tot vaststelling van de formulieren die bij de dossiers gevoegd moeten worden voor de aanvragen om principiële instemming voor de toekenning van subsidie, de aanvragen om toekenning van subsidie en de eindafrekening van de werken bedoeld in artikel 17, 4°, van de ordonnantie van 16 juli 1998 betreffende de toekenning van subsidies om investeringen van openbaar nut aan te moedigen.
Art. 23. Sont abrogés :
  1° l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 16 juillet 1998 déterminant les modalités de présentation du programme triennal d'investissement visé à l'article 9 de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public.
  2° L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 16 juillet 1998 fixant la composition des dossiers de demandes de subsides, la nature des pièces justificatives et la procédure d'octroi et de liquidation, en application de l'article 21 de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public modifié par les arrêtés du Gouvernement des 20 décembre 2001 et du 24 mars 2011.
  3° L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 16 juillet 1998 déterminant les initiatives d'intérêt régional susceptibles d'émarger à la Dotation triennale de développement et les projets d'investissements susceptibles d'être subsidiés à taux majorés, en application des articles 14, 28 et 29 de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public modifié par les arrêtés du Gouvernement des 30 novembre 2000, 8 novembre 2001, du 19 février 2004, du 4 septembre 2008 et du 24 mars 2011.
  4° L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 5 octobre 2000 fixant les conditions générales de collaboration avec les communes susceptibles de bénéficier de la dotation triennale de développement dans le cadre de la réalisation d'investissements d'intérêt public modifié par les arrêtés du Gouvernement des 7 mai 2009 et du 31 mars 2017.
  5° L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 juillet 2008 arrêtant la liste des postes non subsidiables dans les montants des investissements subsidiables en application de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public.
  6° L'arrêté ministériel du 1 avril 2011 établissant les formulaires à joindre aux dossiers de demandes d'accord de principes d'octroi de subside, d'octroi de subside et de décompte final pour les travaux visés à l'article 17,4° de l'ordonnance du 16 juillet 1998 relative à l'octroi de subsides destinés à encourager la réalisation d'investissements d'intérêt public.
Art. 24. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 24. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication.
Art. 25. De minister bevoegd voor de Plaatselijke Besturen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le Ministre qui a les Pouvoirs locaux dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-09-2018, p. 68920)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 06-09-2018, p. 68920)