Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 JULI 2018. - Decreet tot wijziging van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het Gemeenschapsonderwijs, het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding, het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, wat betreft maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften
Titre
6 JUILLET 2018. - Décret modifiant le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, le décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres d'encadrement des élèves subventionnés, le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental et le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, en ce qui concerne des mesures pour élèves à besoins éducatifs spécifiques
Documentinformatie
Numac: 2018013313
Datum: 2018-07-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2018013313
Date: 2018-07-06
Moniteur: Voir
Tekst (63)
Texte (63)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art. 2. Aan artikel 4, § 4, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de toepassing van hoofdstuk III in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs kan de raad van bestuur de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen als zijnde gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs. De raad van bestuur kan hierbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen ten belope van maximaal 720 dagen, berekend volgens paragraaf 1.".
Art. 2. L'article 4, § 4, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, inséré par le décret du 22 juin 2007, est complété par un alinéa 2 ainsi rédigé :
  " Pour l'application du chapitre III dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement secondaire, le conseil d'administration peut considérer les services rendus par un membre du personnel dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou dans l'enseignement secondaire spécial comme étant prestés dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire. Dans ce contexte, le conseil d'administration peut valoriser pour un membre du personnel des prestations à concurrence de 720 jours au maximum, calculées conformément au paragraphe 1er. ".
Art. 3. Aan artikel 21, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van de bepalingen van deze paragraaf komt ook de dienstanciënniteit in aanmerking die een personeelslid in een ander ambt heeft verworven, als de raad van bestuur in het basis- of secundair onderwijs gebruikmaakt van artikel 4, § 4, tweede lid. Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit.".
Art. 3. A l'article 21, § 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, il est ajouté un alinéa 4 qui se lit comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions du présent paragraphe, l'ancienneté de service acquise par un membre du personnel dans une autre fonction est également valorisée si le conseil d'administration dans l'enseignement fondamental ou secondaire fait usage de l'article 4, § 4, alinéa 2. Cette ancienneté de service est calculée conformément au paragraphe 4, dernier alinéa, du présent article et est limitée pour cette application à une ancienneté de service de 600 jours au maximum. ".
Art. 4. Aan artikel 21bis, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van de bepalingen van deze paragraaf komt ook de dienstanciënniteit in aanmerking die een personeelslid in een ander ambt heeft verworven, als de raad van bestuur gebruikmaakt van artikel 4, § 4, tweede lid. Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit.".
Art. 4. A l'article 21bis, § 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, il est ajouté un alinéa 4, qui se lit comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions du présent paragraphe, l'ancienneté de service acquise par un membre du personnel dans une autre fonction est également valorisée si le conseil d'administration fait usage de l'article 4, § 4, alinéa 2. Cette ancienneté de service est calculée conformément au paragraphe 4, dernier alinéa, du présent article et est limitée pour cette application à une ancienneté de service de 600 jours au maximum. ".
Art. 5. Aan artikel 31 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999 en gewijzigd bij de decreten van 14 februari 2003, 30 april 2009, 21 december 2012 en 25 april 2014, wordt een paragraaf 4bis toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.
  In afwijking van paragraaf 1 kan de raad van bestuur een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.".
Art. 5. A l'article 31 du même décret, remplacé par le décret du 18 mai 1999 et modifié par les décrets des 14 février 2003, 30 avril 2009, 21 décembre 2012 et 25 avril 2014, il est ajouté un nouveau paragraphe 4bis, libellé comme suit :
  " § 4bis. Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut attribuer à un membre du personnel nommé à titre définitif dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou dans l'enseignement secondaire spécial, sous réserve de son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que le membre du personnel possède le titre requis pour cette fonction.
  Par dérogation au paragraphe 1er, le conseil d'administration peut attribuer à un membre du personnel nommé à titre définitif dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou dans l'enseignement secondaire spécial, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que le membre du personnel possède le titre requis pour cette fonction. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesub-sidieerd onderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné
Art. 6. Aan artikel 6, § 4, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, ingevoegd bij het decreet van 22 juni 2007, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Voor de toepassing van hoofdstuk III in het basisonderwijs en in het secundair onderwijs kan de inrichtende macht de diensten die een personeelslid gepresteerd heeft in een wervingsambt in het buitengewoon basis- of buitengewoon secundair onderwijs beschouwen als zijnde gepresteerd in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs. De inrichtende macht kan hierbij voor een personeelslid diensten in aanmerking nemen ten belope van maximaal 720 dagen, berekend volgens paragraaf 1.".
Art. 6. L'article 6, § 4, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, inséré par le décret du 22 juin 2007, est complété par un alinéa 2 ainsi rédigé :
  " Pour l'application du chapitre III dans l'enseignement fondamental et dans l'enseignement secondaire, le pouvoir organisateur peut considérer les services rendus par un membre du personnel dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou secondaire spécial comme étant prestés dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire. Dans ce contexte, le pouvoir organisateur peut valoriser pour un membre du personnel des prestations concurrence de 720 jours au maximum, calculées conformément au paragraphe 1er. ".
Art. 7. Aan artikel 23, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van de bepalingen van deze paragraaf komt ook de dienstanciënniteit in aanmerking die een personeelslid in een ander ambt heeft verworven, als de inrichtende macht in het basis- of secundair onderwijs gebruikmaakt van artikel 6, § 4, tweede lid. Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit.".
Art. 7. A l'article 23, § 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, il est ajouté un alinéa, qui se lit comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions du présent paragraphe, l'ancienneté de service acquise par un membre du personnel dans une autre fonction est également valorisée si le pouvoir organisateur dans l'enseignement fondamental ou secondaire fait usage de l'article 6, § 4, alinéa 2. Cette ancienneté de service est calculée conformément au paragraphe 4, dernier alinéa, du présent article et est limitée pour cette application à une ancienneté de service de 600 jours au maximum. ".
Art. 8. Aan artikel 23bis, § 5, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van de bepalingen van deze paragraaf komt ook de dienstanciënniteit in aanmerking die een personeelslid in een ander ambt heeft verworven, als de inrichtende macht gebruikmaakt van artikel 6, § 4, tweede lid. Die dienstanciënniteit wordt berekend conform paragraaf 4, laatste lid, van dit artikel en is voor deze toepassing beperkt tot maximaal 600 dagen dienstanciënniteit.".
Art. 8. A l'article 23, § 5, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, il est ajouté un alinéa qui se lit comme suit :
  " Par dérogation aux dispositions du présent paragraphe, l'ancienneté de service acquise par un membre du personnel dans une autre fonction est également valorisée si le pouvoir organisateur fait usage de l'article 6, § 4, alinéa 2. Cette ancienneté de service est calculée conformément au paragraphe 4, dernier alinéa, du présent article et est limitée pour cette application à une ancienneté de service de 600 jours au maximum. ".
Art. 9. Aan artikel 45 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 18 mei 1999, 30 april 2009 en 21 december 2012, wordt een paragraaf 4bis toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4bis. In afwijking van paragraaf 1 kan de inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, op zijn verzoek een mutatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt in het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat dit personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.
  In afwijking van paragraaf 2 kan de inrichtende macht een personeelslid dat vast benoemd is in een wervingsambt in het buitengewoon basisonderwijs of in het buitengewoon secundair onderwijs, mits zijn akkoord een nieuwe affectatie toewijzen in een vacante betrekking in een wervingsambt van het gewoon basisonderwijs of in het gewoon secundair onderwijs, op voorwaarde dat het personeelslid beschikt over een vereist bekwaamheidsbewijs voor dat ambt.".
Art. 9. L'article 45 du même décret, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 18 mai 1999, 30 avril 2009 et 21 décembre 2012, est complété par un § 4bis, rédigé comme suit :
  " § 4bis. Par dérogation au paragraphe 1er, le pouvoir organisateur peut attribuer à un membre du personnel nommé à titre définitif dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou dans l'enseignement secondaire spécial, à sa demande, une mutation dans un emploi vacant dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que le membre du personnel possède le titre requis pour cette fonction.
  Par dérogation au paragraphe 2, le pouvoir organisateur peut attribuer à un membre du personnel nommé à titre définitif dans une fonction de recrutement dans l'enseignement fondamental spécial ou dans l'enseignement secondaire spécial, sous réserve de son accord, une nouvelle affectation dans un emploi vacant dans une fonction de recrutement de l'enseignement fondamental ordinaire ou dans l'enseignement secondaire ordinaire, à condition que le membre du personnel possède le titre requis pour cette fonction. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 10. In artikel 3, 24° /1, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "voor toegang tot buitengewoon onderwijs" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 15,".
Art. 10. Dans l'article 3, 24° /1 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par le décret du 16 juin 2017, les mots " qui donne accès à l'enseignement spécial. " sont remplacés par les mots " tel que visé à l'article 15. ".
Art. 11. In hoofdstuk III van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt :
  "Afdeling 2. Gewoon en buitengewoon basisonderwijs".
Art. 11. Dans le chapitre III du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 17 juin 2016, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Section 2. Enseignement fondamental ordinaire et spécial ".
Art. 12. In artikel 10 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, worden in paragraaf 1, eerste lid, 2°, de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt a) wordt de zinsnede "kleiner of gelijk aan 60" vervangen door de woorden "dat twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdsgenoten";
  2° in punt b) worden de woorden "sociale aanpassingsgedrag" en "sociaal aanpassingsgedrag" telkens vervangen door de woorden "adaptief gedrag" en worden de woorden "minstens drie" vervangen door de woorden "twee of meer".
Art. 12. Dans l'article 10 du même décret, inséré par le décret du 21 mars 2014, sont apportées les modifications suivantes au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° :
  1° dans le point a) le membre de phrase " inférieur ou égal à 60 " est remplacé par les mots " se trouvant à deux déviations standard ou plus au-dessous de la moyenne par rapport à un groupe de référence de compagnons d'âge " ;
  2° dans le point b), les mots " comportement d'adaptation sociale " sont chaque fois remplacés par les mots " comportement adaptatif " et les mots " à au moins trois déviations standard " sont remplacés par les mots " à deux déviations standard ou plus ".
Art. 13. Artikel 11 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 14 juli 1998 en 7 juli 2006, wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 11 du même décret, modifié par les décrets des 14 juillet 1998 et 7 juillet 2006, est abrogé.
Art. 14. In artikel 14/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. In het buitengewoon onderwijs kan een leerling die veertien jaar wordt voor 1 januari van het lopende schooljaar, nog een schooljaar het lager onderwijs volgen. De ouders nemen daarover een beslissing na kennis te nemen van en toelichting te krijgen bij de adviezen van de klassenraad en het CLB.
  Een inschrijving in het type basisaanbod wordt op het einde van het tweede schooljaar geëvalueerd door de klassenraad en het CLB. Het CLB informeert de ouders en de leerling op een actieve wijze over de onderstaande mogelijkheden.
  Als de klassenraad en het CLB op basis van de evaluatie, vermeld in het tweede lid, en in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, proportioneel zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, dan :
  1° heft het CLB, naargelang de situatie, het verslag op, maakt het een gemotiveerd verslag op of past het bestaande verslag aan op basis van de reële noden van de leerling. Deze aanpassing aan het verslag kan gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak;
  2° ondersteunen de school voor buitengewoon onderwijs en het CLB de ouders bij het vinden van en bij de overstap naar een school voor gewoon onderwijs waar de leerling wordt ingeschreven in geval van een gemotiveerd verslag of onder ontbindende voorwaarde wordt ingeschreven in geval van een verslag met het oog op de afweging van redelijke aanpassingen;
  3° maken de betrokken scholen, de centra voor leerlingenbegeleiding en de ouders, met betrokkenheid van de leerling, afspraken met het oog op de eventuele ondersteuning, vermeld in artikel 172quinquies.
  Als de klassenraad en het CLB op basis van de evaluatie, vermeld in het tweede lid, en in overleg met de ouders en met betrokkenheid van de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zijn om de leerling het gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, motiveert het CLB dat in het verslag conform artikel 15. De motivatie kan opgenomen worden in een addendum, voorzien van de datum van opmaak. De inschrijving in de school voor buitengewoon onderwijs kan dan verlengd worden. Uiterlijk na twee schooljaren volgt dan opnieuw een evaluatie.".
Art. 14. A l'article 14/1 du même décret, inséré par le décret du 17 juin 2016, le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. Dans l'enseignement spécial, un élève qui atteint l'âge de quatorze ans avant le 1er janvier de l'année scolaire en cours peut encore suivre l'enseignement primaire pendant une année scolaire. Après avoir pris connaissance des avis formulés par le conseil de classe et le CLB et avoir reçu des explications à propos de ceux-ci, les parents prennent une décision.
  Une inscription au type offre de base est évaluée par le conseil de classe et le CLB à la fin de la deuxième année scolaire. Le CLB informe activement les parents et l'élève des possibilités suivantes.
  Si le conseil de classe et le CLB décident, au vu de l'évaluation, visée à l'alinéa 2, et en concertation avec les parents et avec la participation de l'élève, que les aménagements, dont des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou de dispense, sont proportionnels pour permettre à l'élève de suivre le programme d'études commun ou un programme adapté individuellement dans une école d'enseignement ordinaire, alors :
  1° le CLB, suivant la situation, annule le rapport, établit un rapport motivé ou adapte le rapport existant en fonction des besoins réels de l'élève. Cette adaptation du rapport peut être effectuée au moyen d'un avenant, qui doit préciser la date de rédaction ;
  2° l'école d'enseignement spécial et le CLB aident les parents à trouver une école d'enseignement ordinaire et aident l'élève pendant son passage à cette école où l'élève est inscrit s'il dispose d'un rapport motivé ou où il est inscrit sous condition résolutoire s'il dispose d'un rapport en vue de la pondération des aménagements raisonnables ;
  3° les écoles concernées, les centres d'encadrement des élèves et les parents, avec la participation de l'élève, concluent entre eux des accords sur le soutien éventuel visé à l'article 172quinquies.
  Si le conseil de classe et le CLB décident, au vu de l'évaluation, visée à l'alinéa 2, et en concertation avec les parents et avec la participation de l'élève, que les aménagements, dont des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou de dispense, sont disproportionnels ou insuffisants pour permettre à l'élève de suivre le programme d'études commun ou un programme adapté individuellement dans une école d'enseignement ordinaire, le CLB justifie cette décision dans son rapport conformément à l'article 15. La motivation peut être reprise dans un avenant précisant la date de rédaction. L'inscription à l'école d'enseignement spécial peut alors être prolongée. Au plus tard après deux années scolaires, une nouvelle évaluation aura lieu. ".
Art. 15. In hoofdstuk IV, afdeling 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van onderafdeling C vervangen door wat volgt :
  "Onderafdeling C. Bijkomende toelatingsvoorwaarden voor het buitengewoon onderwijs en voorwaarden voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon basisonderwijs".
Art. 15. Dans le chapitre IV, section 1re, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, l'intitulé de la sous-section C est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-Section C. Conditions d'admission supplémentaires à l'enseignement spécial et conditions pour pouvoir bénéficier du programme adapté individuellement dans l'enseignement fondamental ordinaire ".
Art. 16. In artikel 15 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen de zinsnede "type 5," en de woorden "een verslag" de zinsnede "of voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon basisonderwijs, het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het woord "geneesheer" vervangen door het woord "arts";
  3° in paragraaf 5 worden de woorden "bij wijziging van onderwijsniveau of van type" vervangen door de zinsnede "bij wijziging van onderwijsniveau, van type of bij overgang van buitengewoon naar gewoon onderwijs";
  4° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 6. Als niet meer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2°, heft het CLB het verslag op.
  Als voor een leerling die beschikt over een verslag, een gemotiveerd verslag wordt opgemaakt, vervalt het verslag.
  Als een CLB voor een leerling met een verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.";
  5° er worden een paragraaf 8 en een paragraaf 9 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 8. Als een leerling, die met toepassing van paragraaf 5 nog beschikt over een inschrijvingsverslag, overgaat van het buitengewoon basisonderwijs naar het gewoon basisonderwijs, dan heft het CLB het inschrijvingsverslag op of maakt het naargelang de situatie van de leerling een gemotiveerd verslag of een verslag op. Voor een leerling met een verslag heft het CLB, naargelang de situatie, het verslag op, maakt een gemotiveerd verslag op of past het bestaande verslag aan. Aanpassingen aan gemotiveerde verslagen en verslagen kunnen gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak.
  § 9. Leerlingen met een verslag die een individueel aangepast curriculum volgen in het gewoon basisonderwijs, komen in aanmerking voor ondersteuning met toepassing van artikel 172quinquies.";
  6° er wordt een paragraaf 10 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 10. In afwijking van paragraaf 1, eerste lid, 5°, kan voor leerlingen in het gewoon onderwijs voor wie een handelingsgericht diagnostisch traject is afgerond met een vermoeden van een emotionele of gedragsstoornis waarvoor een aanbod in type 3 nodig is, eenmalig een voorlopig verslag type 3 opgemaakt worden door het CLB, ook al is niet voldaan aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°. Dit voorlopig verslag voldoet aan alle vereisten zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 4°.
  De opmaak van een voorlopig verslag leidt tot de inschrijving van de leerling in een school voor buitengewoon onderwijs type 3. In geval van onenigheid kunnen ouders een beroep doen op de Vlaamse Bemiddelingscommissie, vermeld in paragraaf 7.
  Een voorlopig verslag is geldig gedurende het lopende schooljaar. Als de diagnose, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, nog niet beschikbaar is bij de start van het daaropvolgende schooljaar, kan het CLB het voorlopig verslag uitzonderlijk met maximaal een schooljaar verlengen.
  Indien het handelingsgericht diagnostisch traject leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven en wordt er een verslag opgesteld dat voldoet aan alle voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°.
  Indien het handelingsgericht diagnostisch traject niet leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven door het betrokken CLB. Tenzij de ouders beslissen tot een inschrijving in een school voor gewoon onderwijs, behoudt de leerling het recht om in de school type 3 ingeschreven te blijven tot het einde van het lopende schooljaar.".
Art. 16. A l'article 15 du même décret, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par les décrets des 19 juin 2015 et 17 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les phrases " un rapport d'un CLB, établi en tenant compte de l'article 37 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, est requis pour l'admission d'un élève à l'enseignement spécial, excepté pour l'admission au type 5. Ce rapport doit démontrer : " sont remplacées par la phrase " l'admission d'un élève à l'enseignement spécial, à l'exception de l'admission au type 5, ou à un programme adapté individuellement dans l'enseignement fondamental ordinaire, nécessite l'accomplissement d'un parcours diagnostique orienté vers l'action débouchant sur la rédaction d'un rapport par un CLB, établi conformément à l'article 37 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, qui stipule " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, le mot " geneesheer " est remplacé dans le texte néerlandais par le mot " arts " ;
  3° au paragraphe 5, les mots " en cas d'une modification de niveau d'enseignement ou de type " sont remplacés par les mots " en cas de modification du niveau d'enseignement, du type ou en cas de passage de l'enseignement spécial à l'enseignement ordinaire " ;
  4° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Dans le cas où les conditions visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° ne sont plus remplies, le CLB annule le rapport.
  Lorsque, pour un élève qui est possession d'un rapport, un rapport motivé est établi, le rapport vient à expiration.
  Si, pour un élève avec un rapport, un CLB dresse un rapport motivé ou un rapport en vue du passage de l'élève de l'enseignement fondamental au secondaire, le rapport dont disposait l'élève dans l'enseignement fondamental vient à expiration. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 8 et paragraphe § 9, rédigés comme suit :
  " § 8. Lorsqu'un élève qui, par application du paragraphe 5, est encore en possession d'un rapport d'inscription, passe de l'enseignement fondamental spécial à l'enseignement fondamental ordinaire, le CLB annule le rapport d'inscription ou établit, selon la situation de l'élève, un rapport motivé ou un rapport. Pour un élève avec un rapport, le CLB doit, selon la situation, annuler le rapport, établir un rapport motivé ou adapter le rapport existant. Les adaptations aux rapports motivés ou aux rapports peuvent être effectuées au moyen d'un avenant, qui doit préciser la date de rédaction.
  § 9. Les élèves avec un rapport suivant un programme adapté individuellement dans l'enseignement fondamental ordinaire peuvent bénéficier d'un soutien par application de l'article 172quinquies. " ;
  6° il est ajouté un paragraphe 10, rédigé comme suit :
  " § 10. Par dérogation au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, un rapport provisoire unique de type 3 peut être établi par le CLB pour les élèves de l'enseignement ordinaire qui ont accompli un parcours diagnostique orienté vers l'action ayant conduit à une suspicion de trouble émotionnel ou comportemental nécessitant une offre de type 3, même si les conditions relatives au diagnostic, visées à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 3° ne sont pas remplies. Ce rapport provisoire se conforme à toutes les exigences énoncées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 4°.
  La rédaction d'un rapport provisoire conduit à l'inscription de l'élève dans une école d'enseignement spécial de type 3. En cas de désaccord, les parents peuvent faire appel à la " Vlaamse Bemiddelingscommissie " (Commission de médiation flamande), visée au paragraphe 7.
  Un rapport provisoire est valable pendant l'année scolaire en cours. Si le diagnostic visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 3° n'est pas encore disponible au début de l'année scolaire suivante, le CLB peut exceptionnellement prolonger le rapport provisoire d'une année scolaire au maximum.
  Si le parcours diagnostique orienté vers l'action aboutit au diagnostic visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 3°, le rapport provisoire est annulé et un rapport répondant à toutes les conditions telles que prévues au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, est établi.
  Si le parcours diagnostique orienté vers l'action n'aboutit pas à un diagnostic, tel que visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 3°, le rapport provisoire est annulé par le CLB concerné. A moins que les parents ne décident d'inscrire l'élève dans une école d'enseignement ordinaire, l'élève conserve le droit de rester inscrit dans l'école de type 3 jusqu'à la fin de l'année scolaire en cours. ".
Art. 17. In hoofdstuk IV, afdeling 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van onderafdeling D vervangen door wat volgt :
  "Onderafdeling D. Bijkomende voorwaarden om in het gewoon basisonderwijs in aanmerking te komen voor ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs".
Art. 17. Dans le chapitre IV, section 1re, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, l'intitulé de la sous-section D est remplacé par ce qui suit :
  " Sous-section D. Conditions supplémentaires pour être admissible au soutien de l'enseignement spécial dans l'enseignement fondamental ordinaire ".
Art. 18. In artikel 16 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Om als school voor gewoon basisonderwijs in aanmerking te komen voor ondersteuning met toepassing van artikel 172quinquies is voor regelmatige leerlingen het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een gemotiveerd verslag door een CLB vereist, tenzij ze al beschikken over een verslag als vermeld in artikel 15. In dat gemotiveerd verslag wordt :
  1° gemotiveerd dat met toepassing van de principes, vermeld in artikel 8, tweede lid, het inzetten van de ondersteuning, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling het gemeenschappelijk curriculum te laten volgen;
  2° de specifieke deskundigheid omschreven die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° tot en met 4°, en 6° tot en met 8°.
  De Vlaamse Regering bepaalt de verdere inhoud van het gemotiveerd verslag.";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "bij wijziging van het onderwijsniveau, van het type, de aard van de integratie, of de aard en de ernst van de handicap" vervangen door de zinsnede "bij wijziging van het onderwijsniveau of het type, vermeld in paragraaf 1, 2° ";
  3° aan paragraaf 2 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "De overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een wijziging van onderwijsniveau.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Bij wijziging van het onderwijsniveau of het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld. De overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs wordt in dit verband niet beschouwd als een wijziging van onderwijsniveau. Een wijziging van het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, binnen hetzelfde onderwijsniveau kan gebeuren met een addendum bij het gemotiveerd verslag, voorzien van de datum van opmaak.";
  5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Als niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°, heft het CLB het gemotiveerd verslag op. Als een CLB voor een leerling met een gemotiveerd verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het gemotiveerd verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.";
  6° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor leerlingen met gedrags- of emotionele problemen waarvoor scholen, met toepassing van artikel 172quinquies, in het schooljaar 2017-2018 al een beroep konden doen op ondersteuning ook al was er geen gemotiveerd verslag of verslag voor die leerlingen afgeleverd, moet ten laatste tegen 1 januari 2019 een gemotiveerd verslag of verslag zijn opgemaakt als er voor deze leerlingen verder nood is aan ondersteuning vanaf het schooljaar 2018-2019.".
Art. 18. A l'article 16 du même décret, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Pour pouvoir bénéficier d'un soutien en tant qu'école d'enseignement fondamental ordinaire par application de l'article 172quinquies, les élèves réguliers doivent passer par un parcours diagnostique orienté vers l'action débouchant sur la rédaction d'un rapport motivé par un CLB, à moins qu'ils ne disposent déjà d'un rapport tel que visé à l'article 15. Ce rapport motivé :
  1° justifie pourquoi, par application des principes, visés à l'article 8, alinéa 2, le déploiement du soutien, en combinaison avec des mesures compensatoires ou de dispense, est censé nécessaire et suffisant pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ;
  2° décrit l'expertise spécifique qui doit être déployée à partir d'un ou de plusieurs des types mentionnés à l'article 10, § 1er, 1° à 4° et 6° à 8°.
  Le Gouvernement flamand précise le contenu du rapport motivé. " ;
  2° au paragraphe 2, le membre de phrase " en cas de modification du niveau d'enseignement, du type, de la nature de l'intégration ou de la nature et de la gravité du handicap " est remplacé par le membre de phrase " en cas de modification du niveau d'enseignement ou du type au sens du paragraphe 1er, 2° " ;
  3° au paragraphe 2, la phrase suivante est ajoutée :
  " Dans ce contexte, le passage de l'enseignement maternel à l'enseignement primaire n'est pas considéré comme une modification du niveau d'enseignement. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. En cas de modification du niveau d'enseignement ou du type, visée au paragraphe 1er, 2°, un nouveau rapport motivé est établi. Dans ce contexte, le passage de l'enseignement maternel à l'enseignement primaire n'est pas considéré comme une modification du niveau d'enseignement. Une modification du type, visée au paragraphe 1er, 2°, au sein du même niveau d'enseignement peut être effectuée au moyen d'un avenant au rapport motivé, qui doit préciser la date de rédaction. " ;
  5° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Dans le cas où il n'est plus satisfait aux critères visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ou 2°, le CLB annule le rapport motivé. Si, pour un élève avec un rapport motivé, un CLB établit un rapport motivé ou un rapport en vue du passage de l'élève de l'enseignement fondamental au secondaire, le rapport motivé dont disposait l'élève dans l'enseignement fondamental vient à expiration. " ;
  6° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Pour les élèves présentant des troubles comportementaux ou émotionnels pour lesquels les écoles bénéficiaient déjà d'un soutien au cours de l'année scolaire 2017-2018, par application de l'article 172quinquies, même en l'absence d'un rapport motivé ou d'un rapport pour ces élèves, un rapport motivé ou un rapport doit être établi au plus tard le 1er janvier 2019 si un soutien ultérieur s'avère nécessaire pour ces élèves à partir de l'année scolaire 2018-2019. ".
Art. 19. In artikel 20 van hetzelfde decreet wordt paragraaf 3, opgeheven door het decreet van 7 juli 2006, opnieuw opgenomen in de volgende lezing :
  " § 3. Leerlingen die ingeschreven zijn in het buitengewoon basisonderwijs, met uitzondering van type 5, kunnen gemiddeld per schooljaar maximaal halftijds lessen of activiteiten volgen in een school voor gewoon basisonderwijs. In overleg met de ouders, met betrokkenheid van de leerling en in overleg met het CLB ondersteunt de school voor buitengewoon onderwijs de school voor gewoon onderwijs.".
Art. 19. Dans l'article 20 du même décret, le paragraphe 3, abrogé par le décret du 7 juillet 2006, est rétabli dans la rédaction suivante :
  " § 3. Les élèves inscrits dans l'enseignement fondamental spécial, à l'exception du type 5, peuvent, en moyenne, suivre par année scolaire au maximum à mi-temps des cours ou des activités dans une école d'enseignement fondamental ordinaire. En consultation avec les parents, avec la participation de l'élève et en consultation avec le CLB, l'école d'enseignement spécial soutient l'école d'enseignement ordinaire. ".
Art. 20. Artikel 24 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009, wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 24 du même décret, modifié par le décret du 8 mai 2009, est abrogé.
Art. 21. In artikel 37 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 13 juli 2001 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt punt 10° vervangen door wat volgt :
  "10° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is een kopie van het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van dit decreet, en een kopie van het verslag, vermeld in artikel 15 van dit decreet, over te dragen aan de nieuwe school.";
  2° in paragraaf 3 wordt punt 14° vervangen door wat volgt :
  "14° de mededeling dat de school bij schoolverandering binnen het basisonderwijs verplicht is een kopie van het gemotiveerd verslag, vermeld in artikel 16 van dit decreet, en een kopie van het verslag, vermeld in artikel 15 van dit decreet, over te dragen aan de nieuwe school;".
Art. 21. A l'article 37 du même décret, remplacé par le décret du 13 juillet 2001 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016, sanctionné par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° la communication que l'école est obligée, en cas de changement d'école au sein de l'enseignement fondamental, de présenter à la nouvelle école une copie du rapport visé à l'article 15 du présent décret. " ;
  2° au paragraphe 3, le point 14° est remplacé par ce qui suit :
  " 14° la communication que l'école est obligée, en cas de changement d'école au sein de l'enseignement fondamental, de présenter à la nouvelle école une copie du rapport visé à l'article 15 du présent décret ; ".
Art. 22. In artikel 37novies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011 en gewijzigd bij de decreten van 8 juni 2012, 19 juli 2013 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 5 worden de punten 3° en 4° opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 5bis toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5bis. In afwijking van paragraaf 4 moet een schoolbestuur in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :
  1° voor de terugkeer van leerlingen in het buitengewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 15 of 16, in een school voor gewoon onderwijs ingeschreven waren;
  2° voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die in een school voor buitengewoon onderwijs ingeschreven waren.".
Art. 22. A l'article 37novies du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011 et modifié par les décrets des 8 juin 2012, 19 juillet 2013 et 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les points 3° à 4° sont abrogés ;
  2° il est ajouté un paragraphe 5bis, rédigé comme suit :
  " § 5bis. Par dérogation au paragraphe 4, une autorité scolaire doit tout de même procéder à une inscription dans les situations suivantes :
  1° pour le retour d'élèves dans l'enseignement spécial qui, pendant l'année scolaire en cours ou les années deux scolaires précédentes, étaient inscrits dans l'école et qui, par application de l'article 15 ou 16, étaient inscrits dans une école d'enseignement ordinaire ;
  2° pour le retour d'élèves dans l'enseignement ordinaire qui, pendant l'année scolaire en cours ou les deux années scolaires précédentes, étaient inscrits dans l'école et qui étaient inscrits dans une école d'enseignement spécial. ".
Art. 23. In artikel 37undecies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015, 17 juni 2016 en 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  "Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het CLB het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.";
  2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.
  Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon basisonderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.".
Art. 23. A l'article 37undecies du même décret, inséré par le décret du 25 novembre 2011, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par les décrets des 19 juin 2015, 17 juin 2016 et 16 juin 2017, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Si, à la suite de la concertation, l'école considère que les ajustements nécessaires pour inclure l'élève dans le programme d'études commun sont proportionnels, le CLB soit annule le rapport, soit établit un rapport motivé. Si, à l'issue de la concertation, l'école estime que les ajustements nécessaires pour inclure l'élève dans le programme d'études commun ou pour lui permettre de progresser dans son parcours scolaire sur la base d'un programme adapté individuellement sont disproportionnels, l'inscription est annulée au moment où cet élève est inscrit auprès d'une autre école et au plus tard un mois, à l'exclusion des périodes de vacances, après la notification de la confirmation de la disproportionnalité. " ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 4 est abrogé ;
  3° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Le droit des élèves en possession d'un rapport d'inscription pour l'enseignement spécial établi dans le cadre de l'enseignement intégré, qui changent d'école au sein de l'enseignement fondamental ordinaire, est maintenu dans son intégralité.
  Les élèves en possession d'un rapport d'inscription pour l'enseignement spécial établi en vue de l'accès ou de l'inscription à l'enseignement spécial, ou en vue d'un programme adapté individuellement dans l'enseignement ordinaire, qui changent d'école au sein de l'enseignement fondamental ordinaire ou qui passent de l'enseignement spécial à l'enseignement ordinaire, sont inscrits sous condition résolutoire. ".
Art. 24. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 30 juni 2017, wordt een artikel 86bis/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 86bis/1. Er worden jaarlijks werkingsmiddelen toegekend aan de schoolbesturen van scholen buitengewoon basisonderwijs die vanaf het schooljaar 2017-2018 met toepassing van artikel 172quinquies ondersteuning bieden.
  De voormelde werkingsmiddelen voor het schooljaar (X, X+1) worden berekend door het aantal aan de schoolbesturen toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden, extra lesuren en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel, vermeld in artikel 172quinquies, in voorkomend geval na overdrachten, te vermenigvuldigen met een bedrag per begeleidingseenheid, lestijd, lesuur of uur.
  Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt berekend door het budget dat op de onderwijsbegroting voor 2018 voorzien is voor de toekenning van werkingsmiddelen voor het ondersteuningsmodel te delen door het totaal aantal toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden, extra lesuren en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel voor het schooljaar 2017-2018.
  Vanaf het schooljaar 2018-2019 wordt het bedrag, vermeld in het derde lid, jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die berekend wordt conform de volgende formule :
  A = (Cx-1/Cx-2), waarbij :
  1° Cx-1 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
  2° Cx-2 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x- 2.".
Art. 24. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 30 juin 2017, il est inséré un article 86bis/1, rédigé comme suit :
  " Art. 86bis/1. Des moyens de fonctionnement sont alloués annuellement aux autorités scolaires de l'enseignement fondamental spécial qui fournissent un soutien, par application de l'article 172quinquies, à partir de l'année scolaire 2017-2018.
  Les moyens de fonctionnement précités pour l'année scolaire (X, X+1) sont calculés en multipliant le nombre d'unités d'accompagnement, de périodes de cours supplémentaires, d'heures de cours supplémentaires et d'heures supplémentaires accordées aux autorités scolaires dans le cadre du modèle de soutien, visé à l'article 172quinquies, le cas échéant, après des transferts, par un montant par unité d'accompagnement, période de cours, heure de cours ou heure.
  Le montant, visé à l'alinéa 2, est calculé en divisant le budget inscrit au budget de l'enseignement pour 2018 pour l'attribution de moyens de fonctionnement au modèle de soutien, par le nombre total d'unités d'accompagnement, de périodes de cours supplémentaires, d'heures de cours supplémentaires et d'heures supplémentaires dans le cadre du modèle de soutien pour l'année scolaire 2017-2018.
  A partir de l'année scolaire 2018-2019, le montant visé à l'alinéa 3 est multiplié annuellement par le coefficient d'adaptation A, qui est calculé à l'aide de la formule suivante :
  A = (Cx-1/Cx-2), où :
  1° Cx-1 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
  2° Cx-2 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-2. ".
Art. 25. Artikel 112bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2013 en 21 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 25. L'article 112bis du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par les décrets des 5 juillet 2013 et 21 mars 2014, est abrogé.
Art. 26. In artikel 115 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt tussen het woord "vorige" en het woord "teldag" de zinsnede ", of voor het buitengewoon onderwijs ook de daaraanvoorafgaande," ingevoegd;
  2° in paragraaf 2 wordt tussen het woord "schooljaar" en de woorden "de volgende voorwaarden" de zinsnede ", of voor het buitengewoon onderwijs ook de daaraanvoorafgaande teldag," ingevoegd.
Art. 26. A l'article 115 du même décret, remplacé par le décret du 9 juillet 2010 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, les mots " , ou, pour l'enseignement secondaire spécial, également l'avant-dernier jour de comptage " sont insérés entre les mots " étaient remplies au jour de comptage précédent " et le signe de ponctuation " : " ;
  1° au paragraphe 2, les mots " ou, pour l'enseignement secondaire spécial, également de l'avant-dernier jour de comptage " sont insérés entre les mots " de l'année scolaire précédente " et le signe de ponctuation " : ".
Art. 27. In artikel 138, § 1, eerste lid, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012, wordt punt 2° opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 138, § 1er, alinéa 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 6 juillet 2012, le point 2° est supprimé.
Art. 28. In artikel 153, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "voor kinderen die geïntegreerd onderwijs volgen" opgeheven.
Art. 28. Dans l'article 153, alinéa 1er, du même décret, les mots " pour enfants qui suivent un enseignement intégré " sont abrogés.
Art. 29. In artikel 155 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt het getal "0,5" vervangen door het getal "0,475";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, wordt de zin "De regering zal het salarisequivalent van vijf procent van deze bijkomende lestijden of -uren met ingang van 1 januari 1998 prioritair aanwenden om de integratietoelage voor het geïntegreerd basisonderwijs aan te passen." opgeheven;
  3° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 29. A l'article 155 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le nombre " 0,5 " est remplacé par le nombre " 0,475 ".
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, la phrase " A partir du 1er janvier 1998, le Gouvernement flamand affectera prioritairement l'équivalent salarial de cinq pour cent de ces heures de cours et/ou heures supplémentaires à l'adaptation de la subvention d'intégration pour l'enseignement fondamental intégré. " est abrogée.
  3° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 30. In hoofdstuk XI van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt afdeling 3, die bestaat uit artikel 172ter en 172quater, opgeheven.
Art. 30. Dans le chapitre XI du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, la section 3, comprenant les articles 172ter et 172quater, est abrogée.
Art. 31. In artikel 172quinquies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt het getal "2168" vervangen door het getal "2188";
  2° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 bepaalt de Vlaamse Regering voor leerlingen met een inschrijvingsverslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van dit decreet of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 4° en 6°, van dit decreet, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een auditieve beperking of artikel 259, § 1, 2°, 4° en 6°, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een auditieve beperking en waarbij de doelgroepen type 4 en type 7 uitgeklaard en verfijnd worden, een nieuw omkaderingsmechanisme waarbij elke leerling die aan de voorwaarden voldoet, middelen voor ondersteuning genereert en waarbij deze middelen voor deze leerling ingezet worden en bij wijziging van school deze middelen de leerling volgen. Dit omkaderingsmechanisme treedt in werking vanaf het schooljaar 2019-2020, op basis van de telling van 1 februari 2019 waarbij de voorafname van het schooljaar 2018-2019 als bedoeld in paragraaf 2 als referentie wordt gehanteerd. De Vlaamse Regering kan als overgangsmaatregel naar het nieuwe omkaderingsmechanisme in aanvulling van de begeleidingseenheden, vermeld in paragraaf 2, derde lid, voor bijkomende leerlingen reeds bijkomende begeleidingseenheden toekennen in het schooljaar 2018-2019.";
  3° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Bij haar toewijzing aan de ondersteuningsnetwerken, vermeld in het eerste lid, garandeert de Vlaamse Regering jaarlijks 13.623 lestijden en 12.985 uren voor basisonderwijs en 7.747 lesuren en 2.605 uren voor secundair onderwijs. De toepassing hiervan zal over een periode van vijf schooljaren gemonitord worden en indien nodig in het schooljaar 2022-2023 bijgestuurd worden.";
  4° aan paragraaf 3 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt :
  "Aan één school voor buitengewoon onderwijs die behoort tot een ondersteuningsnetwerk worden middelen toegekend voor de coördinatie van dit ondersteuningsnetwerk. Deze middelen komen globaal overeen met het aantal voltijdse betrekkingen dat overeenkomt met het aantal bestaande ondersteuningsnetwerken in het schooljaar 2018-2019.
  De middelen voor coördinatie worden in mindering gebracht van de budgetten die de pedagogische begeleidingsdiensten ontvingen in toepassing van artikel VI.1, § 2, eerste lid, 4°, van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze middelen in mindering worden gebracht en de wijze van toekenning van de lestijden, lesuren of uren voor de coördinatie van het ondersteuningsnetwerk.";
  5° in paragraaf 6 wordt tussen de zinsnede "paragraaf 1" en het leesteken "," de zinsnede "en het laatste lid van paragraaf 3" ingevoegd;
  6° in paragraaf 8 wordt tussen het woord "ondersteuningsnetwerk" en het woord "die", de zinsnede ", andere dan de middelen waarvan sprake in paragraaf 3, laatste lid," ingevoegd;
  7° er wordt een paragraaf 8/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 8/1. In elk ondersteuningsnetwerk wordt ten minste één personeelslid aangesteld in een school voor buitengewoon onderwijs, dat belast wordt met coördinerende taken. Een voltijdse betrekking wordt steeds toegekend hetzij aan één personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.
  Paragraaf 6, 7 en 8 zijn van toepassing op de personeelsleden, vermeld in het eerste lid.";
  8° aan paragraaf 9 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Een vertegenwoordiging vanuit de erkende ouderverenigingen en vanuit belangenorganisaties van ouders van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan worden uitgenodigd door de stuurgroep.";
  9° er wordt een paragraaf 11 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 11. Voor de toepassing van dit artikel wordt school begrepen als een gefinancierde of gesubsidieerde school.".
Art. 31. A l'article 172quinquies du même décret, inséré par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le nombre " 2168 " est remplacé par le nombre " 2188 " ;
  2° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, pour les élèves en possession d'un rapport d'inscription pour le type 2, 4, 6 ou 7 déficience auditive dont ils disposent parce qu'ils tombent, pour l'enseignement fondamental, dans le champ d'application de l'article 16, § 2, du présent décret ou, pour l'enseignement secondaire, dans le champ d'application de l'article 352, § 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et pour les élèves en possession d'un rapport motivé ou d'un rapport pour le type 2, 4, 6 ou 7 déficience auditive, qui satisfont aux critères visés à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 2°, 4° et 6° du présent décret, et à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 7°, du décret précité pour ce qui est d'une déficience auditive ou à l'article 259, § 1er, 2°, 4° et 6° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 et à l'article 259, § 1er, 7°, du même Code pour ce qui est d'une déficience auditive et dans lequel les groupes cibles de type 4 et de type 7 sont clarifiés et affinés, le Gouvernement flamand établit un nouveau mécanisme d'encadrement selon lequel chaque élève admissible génère des moyens de soutien qui sont utilisés pour lui et qui le suivent s'il change d'école. Ce mécanisme d'encadrement entre en vigueur à partir de l'année scolaire 2019-2020, sur la base du comptage du 1er février 2019, en prenant comme référence le prélèvement de l'année scolaire 2018-2019 tel que visé au paragraphe 2. En tant que mesure transitoire au nouveau mécanisme d'encadrement, le Gouvernement flamand peut en plus des d'unités d'accompagnement visées au paragraphe 2, alinéa 3, déjà allouer au cours de l'année scolaire 2018-2019 des unités d'accompagnement supplémentaires pour des élèves supplémentaires. " ;
  3° dans le paragraphe 3, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
  " Dans son allocation aux réseaux de soutien visés à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand garantit chaque année 13.623 périodes de cours et 12.985 heures pour l'enseignement fondamental et 7.747 heures de cours et 2.605 heures pour l'enseignement secondaire. La mise en oeuvre de cette disposition sera soumise à un suivi sur une période de cinq années scolaires et, si nécessaire, elle sera ajustée au cours de l'année scolaire 2022-2023. " ;
  4° le paragraphe 3 est complété par deux paragraphes qui se lisent comme suit :
  " Une école d'enseignement spécial appartenant à un réseau de soutien se verra allouer des moyens pour la coordination de ce réseau de soutien. Ces moyens correspondent globalement au nombre d'emplois à plein temps correspondant au nombre de réseaux de soutien existants au cours de l'année scolaire 2018-2019.
  Les moyens pour la coordination sont déduits des budgets reçus par les services d'encadrement pédagogique par application de l'article VI.1, § 2, alinéa 1er, 4° du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques. Le Gouvernement flamand détermine la manière dont ces moyens sont déduits et le mode d'attribution des périodes de cours, des heures de cours ou des heures pour la coordination du réseau de soutien. " ;
  5° au paragraphe 6, le membre de phrase " et au dernier alinéa du paragraphe 3 " est inséré entre le membre de phrase " paragraphe 1er " et le signe de ponctuation " , " ;
  6° au paragraphe 8, le membre de phrase " , autres que les moyens dont il est question au paragraphe 3, dernier alinéa " est inséré entre le mot " réseau de soutien " et le mot " qui " ;
  7° il est inséré un paragraphe 8/1, rédigé comme suit :
  " § 8/1. Dans chaque réseau de soutien, au moins un membre du personnel est désigné dans une école d'enseignement spécial pour assumer des tâches de coordination. Un emploi à temps plein est toujours conféré soit à un seul membre du personnel, soit à deux membres du personnel chargés chacun d'un emploi à mi-temps. ".
  Les paragraphes 6, 7 et 8 s'appliquent aux membres du personnel visés à l'alinéa 1er. " ;
  8° au paragraphe 9, la phrase suivante est ajoutée :
  " Une représentation des associations de parents reconnues et des organisations qui représentent les intérêts des parents d'élèves à besoins éducatifs spécifiques peut être invitée par le groupe de pilotage. " ;
  9° il est ajouté un paragraphe 11, rédigé comme suit :
  " § 11. Pour l'application du présent article, on entend par école toute école financée ou subventionnée. ".
Art. 32. Artikel 187 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 7 juli 2006, wordt opgeheven.
Art. 32. L'article 187 du même décret, rétabli par le décret du 7 juillet 2006, est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 5. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art. 33. In artikel 2, § 3, tweede lid, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, worden de woorden "en het deeltijds beroepssecundair onderwijs" vervangen door de zinsnede ", het deeltijds beroepssecundair onderwijs en de opleiding Verpleegkunde van het hoger beroepsonderwijs die wordt georganiseerd door scholen voor voltijds secundair onderwijs.".
Art. 33. Dans l'article 2, § 3, alinéa 2, du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, inséré par le décret du 21 mars 2014, les mots " et à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel " sont remplacés par le membre de phrase " , à l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et à la formation de nursing de l'enseignement supérieur professionnel HBO-5. ".
Art. 34. In artikel 3, 15° /2, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "voor toegang tot buitengewoon onderwijs" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 294, § 2 tot en met § 10,".
Art. 34. Dans l'article 3, 15° /2 du même Code, inséré par le décret du 16 juin 2017, les mots " donnant accès à l'enseignement spécial. " sont remplacés par le membre de phrase " tel que visé à l'article 294, §§ 2 à 10. ".
Art. 35. In artikel 110/9 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 6 wordt punt 2° opgeheven;
  2° er wordt een paragraaf 6bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 6bis. Een schoolbestuur moet, ook bij overschrijding van een vastgelegde capaciteit in volgende situaties toch overgaan tot een inschrijving :
  1° voor de terugkeer van leerlingen in het buitengewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die met toepassing van artikel 294 of 352, in een school voor gewoon secundair onderwijs ingeschreven waren;
  2° voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die gedurende die periode in het buitengewoon secundair onderwijs ingeschreven waren.";
  3° in paragraaf 8 wordt punt 2° opgeheven;
  4° er wordt een paragraaf 8bis ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 8bis. Een schoolbestuur moet ook na volzetverklaring als vermeld in paragraaf 7, toch overgaan tot een inschrijving voor de terugkeer van leerlingen in het gewoon secundair onderwijs die in het lopende of de twee voorafgaande schooljaren in de school ingeschreven waren en die gedurende die periode in het buitengewoon secundair onderwijs ingeschreven waren.".
Art. 35. A l'article 110/9, du même Code, inséré par le décret du 25 novembre 2011, remplacé par le décret du 25 avril 2014 et modifié par le décret du 16 juin 2017, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 6, le point 2° est abrogé ;
  2° il est inséré un paragraphe 6bis, rédigé comme suit :
  " § 6bis. Même en cas de dépassement d'une capacité fixée, une autorité scolaire doit toutefois inscrire des élèves dans les situations suivantes :
  1° pour le retour d'élèves dans l'enseignement secondaire spécial qui, pendant l'année scolaire en cours ou les deux années scolaires précédentes, étaient inscrits dans l'école et qui, par application de l'article 294 ou 352, étaient inscrits dans une école d'enseignement secondaire ordinaire ;
  2° pour le retour d'élèves dans l'enseignement secondaire ordinaire qui, pendant l'année scolaire en cours ou les deux années scolaires précédentes, étaient inscrits dans l'école et qui étaient inscrits dans une école d'enseignement secondaire spécial pendant cette période. " ;
  3° au paragraphe 8, le point 2° est abrogé ;
  4° il est inséré un paragraphe 8bis, rédigé comme suit :
  " § 8bis. Toutefois, même après la déclaration d'occupation complète telle que visée au paragraphe 7, une autorité scolaire doit procéder à une inscription pour permettre le retour d'élèves dans l'enseignement secondaire ordinaire qui, pendant l'année scolaire en cours ou les deux années scolaires précédentes, étaient inscrits dans l'école et qui étaient inscrits dans une école d'enseignement secondaire spécial pendant cette période. ".
Art. 36. In artikel 110/11 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 november 2011, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015, 17 juni 2016 en 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  "Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum, proportioneel acht, heft het centrum voor leerlingenbegeleiding het verslag op of maakt het een gemotiveerd verslag op. Als de school na het overleg de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een gemeenschappelijk curriculum of studievoortgang te laten maken op basis van een individueel aangepast curriculum, disproportioneel acht, wordt de inschrijving ontbonden op het moment dat die leerling in een andere school is ingeschreven en uiterlijk een maand, vakantieperioden niet inbegrepen, na de kennisgeving van de bevestiging van de disproportionaliteit.";
  2° in paragraaf 2 wordt het vierde lid opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd in het kader van het geïntegreerd onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon secundair onderwijs, geldt een onverkort recht op inschrijving.
  Voor leerlingen met een inschrijvingsverslag buitengewoon onderwijs dat opgemaakt werd met het oog op de toegang tot of de inschrijving in het buitengewoon onderwijs, of met het oog op een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs, die van school veranderen binnen het gewoon secundair onderwijs of die overgaan van het buitengewoon naar het gewoon onderwijs, geldt een inschrijving onder ontbindende voorwaarde.".
Art. 36. A l'article 110/11, § 2, du même Code, inséré par le décret du 25 novembre 2011, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par les décrets des 19 juin 2015, 17 juin 2016 et 16 juin 2017, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
  " Si, à la suite de la concertation, l'école estime que les ajustements nécessaires pour permettre à l'élève de participer au programme d'études commun sont proportionnels, le centre d'encadrement des élèves soit annule le rapport, soit établit un rapport motivé. Si, à l'issue de la concertation, l'école estime que les ajustements nécessaires pour permettre à l'élève de participer au programme d'études commun ou pour assurer la progression de ses études sur la base d'un programme adapté individuellement sont disproportionnels, l'inscription est annulée au moment où l'élève concerné est inscrit auprès d'une autre école et au plus tard un mois, à l'exclusion des périodes de vacances, après la notification de la confirmation de la disproportionnalité. " ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 4 est abrogé ;
  3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Le droit des élèves en possession d'un rapport d'inscription pour l'enseignement spécial établi dans le cadre de l'enseignement intégré, qui changent d'école au sein de l'enseignement secondaire ordinaire, est maintenu dans son intégralité.
  Les élèves en possession d'un rapport d'inscription pour l'enseignement spécial établi en vue de l'accès ou de l'inscription à l'enseignement spécial, ou en vue d'un programme adapté individuellement dans l'enseignement ordinaire, qui changent d'école au sein de l'enseignement secondaire ordinaire ou qui passent de l'enseignement spécial à l'enseignement ordinaire, sont inscrits sous condition résolutoire. ".
Art. 37. In artikel 112, eerste lid, 15°, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de woorden "voor toegang tot het geïntegreerd onderwijs" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 352," en worden de woorden "voor toegang tot het buitengewoon onderwijs" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 294, § 2 tot en met § 10,".
Art. 37. Dans l'article 112, article 1er, 15°, du même Code, inséré par le décret du 17 juin 2016, les mots " pour l'accès à l'enseignement intégré " sont remplacés par le membre de phrase " , tel que visé à l'article 352, " et les mots " pour l'accès à l'enseignement spécial. " sont remplacés par le membre de phrase " , tel que visé à l'article 294, §§ 2 à 10. ".
Art. 38. In artikel 259 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2017 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, 2°, a), wordt de zinsnede "kleiner of gelijk aan 60" vervangen door de woorden "dat twee of meer standaarddeviaties beneden het gemiddelde ligt ten opzichte van een normgroep van leeftijdsgenoten";
  2° in paragraaf 1, 2°, b), worden de woorden "sociale aanpassingsgedrag" en "-sociaal aanpassingsgedrag" telkens vervangen door de woorden "adaptief gedrag" en worden de woorden "minstens drie" vervangen door de woorden "twee of meer";
  3° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Een inschrijving in het type basisaanbod buitengewoon onderwijs wordt op het einde van de opleidingsfase geëvalueerd door de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding. Het CLB informeert de ouders en de leerling op een actieve wijze over de onderstaande mogelijkheden.
  Als de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding op basis van de evaluatie, vermeld in het eerste lid, en in overleg met de ouders en de leerling beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, proportioneel zijn om de leerling een gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, dan :
  1° heft het centrum voor leerlingenbegeleiding, naargelang de situatie, het verslag op, maakt het een gemotiveerd verslag op of past het bestaande verslag aan op basis van de reële noden van de leerling. Deze aanpassing aan het verslag kan gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak;
  2° ondersteunen de school voor buitengewoon onderwijs en het centrum voor leerlingenbegeleiding de ouders bij het vinden van en bij de overstap naar een school voor gewoon onderwijs waar de leerling wordt ingeschreven in geval van een gemotiveerd verslag of onder ontbindende voorwaarde wordt ingeschreven in geval van een verslag met het oog op de afweging van redelijke aanpassingen;
  3° maken de betrokken scholen, de centra voor leerlingenbegeleiding, de ouders en de leerling, afspraken met het oog op de eventuele ondersteuning, vermeld in artikel 314/8;
  4° ontvangt de leerling een studieadvies van de klassenraad van de school voor buitengewoon secundair onderwijs.
  Als de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding op basis van de evaluatie, vermeld in het eerste lid, en in overleg met de ouders en de leerling, beslissen dat de aanpassingen, waaronder remediërende, differentiërende, compenserende of dispenserende maatregelen, disproportioneel of onvoldoende zullen zijn om de leerling een gemeenschappelijk curriculum of een individueel aangepast curriculum te laten volgen in een school voor gewoon onderwijs, motiveert het centrum voor leerlingenbegeleiding dat in het verslag conform artikel 294, § 2 tot en met § 10. De motivering kan worden opgenomen in een addendum, voorzien van de datum van opmaak. De inschrijving in de school voor buitengewoon onderwijs kan dan verlengd worden.".
Art. 38. A l'article 259 du même Code, remplacé par le décret du 21 mars 2017 et modifié par le décret du 17 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 2°, a) le membre de phrase " inférieur ou égal à 60 " est remplacé par les mots " se trouvant à deux déviations standard ou plus au-dessous de la moyenne par rapport à un groupe de référence de compagnons d'âge " ;
  2° au paragraphe 1er, 2°, b), les mots " comportement d'adaptation sociale " sont chaque fois remplacés par les mots " comportement adaptatif " et les mots " à au moins trois déviations standard " sont remplacés par les mots " à deux déviations standard ou plus " ;
  3° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Une inscription au type offre de base de l'enseignement spécial est évaluée par le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves à la fin de la phase de formation. Le CLB informe activement les parents et l'élève des possibilités suivantes.
  Si le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves décident, au vu de l'évaluation, visée à l'alinéa 1er, et en concertation avec les parents et l'élève, que les aménagements, dont des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou de dispense, sont proportionnels pour permettre à l'élève de suivre le programme d'études commun ou un programme adapté individuellement dans une école d'enseignement ordinaire, alors :
  1° le centre d'encadrement des élèves, suivant la situation, annule le rapport, établit un rapport motivé ou modifie le rapport existant en fonction des besoins réels de l'élève. Cette adaptation du rapport peut être effectuée au moyen d'un avenant, qui doit préciser la date de rédaction ;
  2° l'école d'enseignement spécial et le centre d'encadrement des élèves aident les parents à trouver une école d'enseignement ordinaire et aident l'élève pendant son passage à cette école où l'élève est inscrit s'il dispose d'un rapport motivé ou où il est inscrit sous condition résolutoire s'il dispose d'un rapport en vue de la pondération des aménagements raisonnables ;
  3° les écoles concernées, les centres d'encadrement des élèves, les parents et l'élève concluent entre eux des accords sur le soutien éventuel visé à l'article 314/8 ;
  4° l'élève reçoit des avis d'orientation du conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire spécial.
  Si le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves décident, au vu de l'évaluation, visée à l'alinéa 1er, et en concertation avec les parents et l'élève, que les aménagements, dont des mesures correctrices, différenciantes, compensatoires ou de dispense, seront soit disproportionnels, soit insuffisants, pour permettre à l'élève de suivre un programme d'études commun ou un programme adapté individuellement dans une école d'enseignement ordinaire, le centre d'encadrement des élèves le justifie dans son rapport conformément à l'article 294, §§ 2 à 10. La motivation peut être reprise dans un avenant précisant la date de rédaction. L'inscription dans l'école d'enseignement spécial peut alors être prolongée. ".
Art. 39. In artikel 280, § 4, van dezelfde codex wordt het tweede lid, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016, opgeheven.
Art. 39. Dans l'article 280, § 4 du même Code, l'alinéa 2, inséré par le décret du 17 juin 2016, est abrogé.
Art. 40. In artikel 284 van dezelfde codex worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bestaande bepalingen worden vervangen door wat volgt en in een eerste lid ondergebracht, dat luidt als volgt :
  "Als op de datum bepaald in artikel 271 de voor een school of een opleidingsvorm toepasbare rationalisatienorm niet wordt bereikt, kan die school of opleidingsvorm vanaf het daaropvolgende schooljaar niet meer worden gefinancierd of gesubsidieerd, tenzij de school fuseert en daardoor aan de toepasbare rationalisatienormen voldoet.";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het voorgaande lid kan de school verder voortbestaan, na een gunstige beslissing van de Vlaamse Regering. Het schoolbestuur moet hiertoe een gemotiveerde afwijkingsaanvraag indienen, met daarin een omgevingsanalyse die de noodzaak, de doelmatigheid en de leefbaarheid aantoont, rekening houdend met het lokale aanbod.".
Art. 40. A l'article 284 du même Code sont apportées les modifications suivantes :
  1° les dispositions existantes sont remplacées par le texte suivant et sont incorporées dans un alinéa 1er qui se lit comme suit :
  " Si, à la date prévue à l'article 271, la norme de rationalisation applicable à une école ou à une forme d'enseignement n'est pas atteinte, cette école ou forme d'enseignement ne peut plus être financée ou subventionnée à partir de l'année scolaire suivante, sauf si l'école fusionne et se conforme ainsi aux normes de rationalisation applicables. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa précédent, l'école peut continuer à exister après une décision favorable du Gouvernement flamand. L'autorité scolaire doit déposer à cet effet une demande de dérogation motivée, comportant une analyse de l'environnement qui démontre la nécessité, l'efficacité et la viabilité, en tenant compte de l'offre locale. ".
Art. 41. In artikel 289, § 1, van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 21 maart 2014 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 3° worden de voorlaatste en de laatste zin opgeheven;
  2° aan punt 4° worden de volgende bepalingen toegevoegd :
  "Tijdens de periode van omvorming kunnen in de opleidingsvorm of de opleiding, die opgeheven wordt, enkel leerlingen worden ingeschreven in de leerjaren, die gelet op de progressieve opheffing, nog niet zijn opgeheven. Leerlingen die deze opleidingsvorm of deze opleiding in deze school reeds volgden, mogen hun opleiding daarin beëindigen.".
Art. 41. A l'article 289, § 1er, du même Code, modifié par les décrets des 21 mars 2014 et 17 juin 2016, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans le point 3°, les avant-dernière et dernière phrases sont abrogées ;
  2° le point 4° est complété par les dispositions suivantes :
  " Pendant la période de transformation, des élèves ne peuvent être inscrits à la forme d'enseignement ou la formation en cours de suppression que dans les années d'études qui, vu la suppression progressive, ne sont pas encore supprimées. Les élèves qui suivaient déjà cette forme d'enseignement ou cette formation dans cette école peuvent y terminer leur formation. ".
Art. 42. Artikel 290 van dezelfde codex, gewijzigd bij de decreten van 5 juli 2013 en 21 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 42. L'article 290 du même Code, modifié par les décrets des 5 juillet 2013 et 21 mars 2014, est abrogé.
Art. 43. In artikel 293, § 3, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "tot het geïntegreerd onderwijs" vervangen door de woorden "tot het gewoon onderwijs met ondersteuning vanuit het buitengewoon onderwijs" en worden de woorden "van het geïntegreerd onderwijs" vervangen door de zinsnede "de voormelde ondersteuning met toepassing van artikel 314/8".
Art. 43. Dans l'article 293, § 3, du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par le décret du 16 juin 2017, les mots " admis à l'enseignement intégré " sont remplacés par les mots " admis à l'enseignement ordinaire avec le soutien apporté par l'enseignement spécial " et les mots " de l'enseignement intégré " par le membre de phrase " du soutien précité par application de l'article 314/8 ".
Art. 44. In artikel 294 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1 wordt het woord "geneesheer" vervangen door het woord "arts";
  2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "Voor de toelating van een leerling tot een door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde school voor buitengewoon secundair onderwijs of voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon secundair onderwijs is het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een verslag door een centrum voor leerlingenbegeleiding vereist, opgesteld met inachtname van artikel 37 van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding, waaruit blijkt :";
  3° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 7. Als niet meer voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in paragraaf 2, 1°, b), of 2°, b) en c), heft het centrum voor leerlingenbegeleiding het verslag op. Als een gemotiveerd verslag wordt opgemaakt voor een leerling die beschikt over een verslag, vervalt het verslag. Als een centrum voor leerlingenbegeleiding voor een leerling met een verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt met het oog op een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.";
  4° er worden een paragraaf 9 en een paragraaf 10 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 9. Als een leerling, die met toepassing van paragraaf 6 nog beschikt over een inschrijvingsverslag, overgaat van het buitengewoon secundair onderwijs naar het gewoon secundair onderwijs, dan heft het centrum voor leerlingenbegeleiding het inschrijvingsverslag op of maakt het, naargelang de situatie van de leerling, een gemotiveerd verslag of een verslag op. Voor een leerling met een verslag zal het CLB, naargelang de situatie, het verslag opheffen, een gemotiveerd verslag opmaken of het bestaande verslag aanpassen. Aanpassingen aan gemotiveerde verslagen en verslagen kunnen gebeuren met een addendum, voorzien van de datum van opmaak.
  § 10. Leerlingen met een verslag die een individueel aangepast curriculum volgen in het gewoon secundair onderwijs, komen in aanmerking voor ondersteuning met toepassing van artikel 314/8.";
  5° er wordt een paragraaf 11 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 11. In afwijking van paragraaf 2, 1°, e), en 2°, f), kan voor leerlingen in het gewoon onderwijs voor wie een handelingsgericht diagnostisch traject is afgerond met een vermoeden van een emotionele of gedragsstoornis waarvoor een aanbod in type 3 nodig is, eenmalig een voorlopig verslag type 3 opgemaakt worden door het centrum voor leerlingenbegeleiding ook al is niet voldaan aan de voorwaarden betreffende diagnostiek, vermeld in artikel 259, § 1, 3°. Dit voorlopig verslag voldoet aan alle vereisten zoals bepaald in paragraaf 2, 1°, a) tot en met d), en 2°, a) tot en met e).
  De opmaak van een voorlopig verslag leidt tot de inschrijving van de leerling in een school voor buitengewoon onderwijs type 3. In geval van onenigheid kunnen ouders een beroep doen op de Vlaamse Bemiddelingscommissie, vermeld in paragraaf 8.
  Een voorlopig verslag is geldig gedurende het lopende schooljaar. Als de diagnose, vermeld in artikel 259, § 1, 3°, nog niet beschikbaar is bij de start van het daaropvolgende schooljaar, kan het CLB het voorlopig verslag uitzonderlijk met maximaal een schooljaar verlengen.
  Indien het handelingsgericht diagnostisch traject leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 259, § 1, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven en wordt er een verslag opgesteld dat voldoet aan alle voorwaarden, zoals bepaald in paragraaf 2, 1°, a) tot en met e), of 2°, a) tot en met f).
  Indien het handelingsgericht diagnostisch traject niet leidt tot een diagnose, als vermeld in artikel 259, § 1, 3°, wordt het voorlopig verslag opgeheven door het betrokken centrum voor leerlingenbegeleiding. Tenzij de ouders beslissen tot een inschrijving in een school voor gewoon onderwijs, behoudt de leerling het recht om in de school type 3 ingeschreven te blijven tot het einde van het lopende schooljaar.".
Art. 44. A l'article 294 du même Code, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, le mot le mot " geneesheer " est remplacé dans le texte néerlandais par le mot " arts " ;
  2° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Pour être admis à une école d'enseignement secondaire spécial financée ou subventionnée par la Communauté flamande ou en vue d'un programme adapté individuellement dans l'enseignement ordinaire, l'élève doit passer par un parcours diagnostique orienté vers l'action débouchant sur la rédaction d'un rapport par un centre d'encadrement des élèves qui le rédige conformément à l'article 37 du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves, et dont il apparaît que : " ;
  3° le paragraphe 7 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 7. Dans le cas où les conditions visées au paragraphe 2, 1°, b), ou 2°, b) et c) ne sont plus remplies, le centre d'encadrement des élèves annule le rapport. Lorsque, pour un élève qui dispose d'un rapport, un rapport motivé est rédigé, le rapport vient à expiration. Lorsque, pour un élève disposant d'un rapport, le centre d'encadrement des élèves établit un rapport motivé ou un rapport en vue du passage de l'élève de l'enseignement fondamental au secondaire, le rapport dont disposait l'élève dans l'enseignement fondamental vient à expiration. " ;
  4° il est ajouté un paragraphe 9 et paragraphe 10, rédigés comme suit :
  " § 9. Lorsqu'un élève qui, par application du paragraphe 6 est encore en possession d'un rapport d'inscription, passe de l'enseignement secondaire spécial à l'enseignement secondaire ordinaire, le centre d'encadrement des élèves annule le rapport d'inscription ou établit, selon la situation de l'élève, un rapport motivé ou un rapport. Dans le cas où un élève dispose d'un rapport, le CLB doit, selon la situation, annuler le rapport, rédiger un rapport motivé ou modifier le rapport existant. Les adaptations aux rapports motivés ou aux rapports peuvent être effectuées au moyen d'un avenant, qui doit préciser la date de rédaction.
  § 10. Les élèves disposant d'un rapport qui suivent un programme adapté individuellement dans l'enseignement secondaire ordinaire peuvent bénéficier d'un soutien par application de l'article 314/8. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 11, rédigé comme suit :
  " § 11. Par dérogation au paragraphe 2, 1°, e), et 2°, f), un rapport provisoire unique de type 3 peut être établi par le centre d'encadrement des élèves pour les élèves de l'enseignement ordinaire qui ont accompli un parcours diagnostique orienté vers l'action ayant conduit à une suspicion de trouble émotionnel ou comportemental nécessitant une offre de type 3, même si les conditions relatives au diagnostic visées à l'article 259, § 1er, 3° ne sont pas remplies. Ce rapport provisoire se conforme à toutes les exigences énoncées au paragraphe 2, 1°, a) à d), et 2°, a) à e).
  La rédaction d'un rapport provisoire conduit à l'inscription de l'élève dans une école d'enseignement spécial de type 3. En cas de désaccord, les parents peuvent faire appel à la " Vlaamse Bemiddelingscommissie " (Commission de médiation flamande), visée au paragraphe 8.
  Un rapport provisoire est valable pendant l'année scolaire en cours. Si le diagnostic visé à l'article 259, § 1er, 3° n'est pas encore disponible au début de l'année scolaire suivante, le CLB peut exceptionnellement prolonger le rapport provisoire d'une année scolaire au maximum.
  Si le parcours diagnostique orienté vers l'action aboutit au diagnostic, tel que visé à l'article 259, § 1er, 3°, le rapport provisoire est annulé et un rapport répondant à toutes les conditions telles que prévues au paragraphe 2, 1°, a) à e), ou 2°, a) à f), est établi.
  Si le parcours diagnostique orienté vers l'action n'aboutit pas à un diagnostic, tel que visé à l'article 259, § 1er, 3°, le rapport provisoire est annulé par le centre d'encadrement des élèves concerné. A moins que les parents ne décident d'inscrire l'élève dans une école d'enseignement ordinaire, l'élève conserve le droit de rester inscrit dans l'école de type 3 jusqu'à la fin de l'année scolaire en cours. ".
Art. 45. In artikel 296 van dezelfde codex wordt in het derde lid de zinsnede "en anderzijds in scholen die minimaal 10 regelmatige leerlingen in het geïntegreerd onderwijs begeleiden, de leerlingen die op de eerste schooldag van oktober van het voorafgaande schooljaar in het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid werden," vervangen door de zinsnede "en anderzijds in scholen die op de eerste schooldag van oktober van het schooljaar 2014-2015 minimaal 10 regelmatige leerlingen in het geïntegreerd onderwijs begeleidden, de leerlingen die in het kader van geïntegreerd onderwijs begeleid werden,".
Art. 45. Dans l'article 296, du même Code, le membre de phrase " et d'autre part, dans les écoles accompagnant au moins 10 élèves réguliers dans l'enseignement intégré, les élèves ayant été accompagnés, dans le cadre de l'enseignement intégré, le premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire précédente. " est remplacé par le membre de phrase " et d'autre part, dans les écoles accompagnant, au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire 2014-2015, au moins 10 élèves réguliers dans l'enseignement intégré, les élèves ayant été accompagnés dans le cadre de l'enseignement intégré. ".
Art. 46. In artikel 304 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het getal "0,5" vervangen door het getal "0,475";
  2° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden opgeheven.
Art. 46. A l'article 304 du même Code, modifié par le décret du 19 juin 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, le nombre " 0,5 " est remplacé par le nombre " 0,475 ".
  2° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art. 47. In artikel 312 van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt het getal "0,5" vervangen door het getal "0,475";
  2° paragraaf 3 en paragraaf 4 worden opgeheven.
Art. 47. A l'article 312 du même Code, modifié par le décret du 19 juin 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 2, le nombre " 0,5 " est remplacé par le nombre " 0,475 ".
  2° les paragraphes 3 et 4 sont abrogés.
Art. 48. In deel V, titel 2, hoofdstuk 3, afdeling 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 17 juni 2016 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 15 juli 2016, wordt onderafdeling 3/3, die bestaat uit artikel 314/6 en 314/7, opgeheven.
Art. 48. Dans la partie V, titre 2, chapitre 3, section 1re, du même Code, insérée par le décret du 17 juin 2016 et modifiée en dernier lieu par le décret du 15 juillet 2016, la sous-section 3/3, comprenant les articles 314/6 et 314/7, est abrogée.
Art. 49. In artikel 314/8 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt het getal "2168" vervangen door het getal "2188";
  2° aan paragraaf 1 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "De lestijden, respectievelijk de lesuren, en uren, inclusief de omgezette begeleidingseenheden, kunnen, in afwijking van artikel 20 en artikel 313, § 2, overgedragen worden binnen het onderwijsniveau, op voorwaarde dat daarover een protocol van akkoord wordt bereikt in het bevoegde onderhandelingscomité van de overdragende school van buitengewoon onderwijs. De lesuren, en uren, inclusief de omgezette begeleidingseenheden, kunnen, in afwijking van artikel 21 en artikel 313, § 1, niet overgedragen worden naar het daaropvolgende schooljaar.";
  3° er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2/1. In afwijking van paragraaf 2 bepaalt de Vlaamse Regering voor leerlingen met een inschrijvingsverslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, waarover ze beschikken omdat ze, voor het basisonderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 16, § 2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 of, voor het secundair onderwijs, vallen onder de toepassing van artikel 352, § 2, van deze codex en leerlingen met een gemotiveerd verslag of een verslag type 2, 4, 6 of 7 auditieve beperking, die voldoen aan de criteria, vermeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 2°, 4° en 6°, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, en artikel 10, § 1, eerste lid, 7°, van het voormelde decreet wat betreft een auditieve beperking of artikel 259, § 1, 2°, 4° en 6°, van deze codex, en artikel 259, § 1, 7°, van dezelfde codex, wat betreft een auditieve beperking en waarbij de doelgroepen type 4 en type 7 uitgeklaard en verfijnd worden, een nieuw omkaderingsmechanisme waarbij elke leerling die aan de voorwaarden voldoet, middelen voor ondersteuning genereert en waarbij deze middelen voor deze leerling ingezet worden en bij wijziging van school deze middelen de leerling volgen. Dit omkaderingsmechanisme treedt in werking vanaf het schooljaar 2019-2020, op basis van de telling van 1 februari 2019 waarbij de voorafname van het schooljaar 2018-2019 als bedoeld in paragraaf 2 als referentie wordt gehanteerd. De Vlaamse Regering kan als overgangsmaatregel naar het nieuwe omkaderingsmechanisme in aanvulling van de begeleidingseenheden, vermeld in paragraaf 2, derde lid, voor bijkomende leerlingen reeds bijkomende begeleidingseenheden toekennen in het schooljaar 2018-2019.";
  4° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een nieuw lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Bij haar toewijzing aan de ondersteuningsnetwerken, vermeld in het eerste lid, garandeert de Vlaamse Regering jaarlijks 13.623 lestijden en 12.985 uren voor basisonderwijs en 7747 lesuren en 2605 uren voor secundair onderwijs. De toepassing hiervan zal over een periode van vijf schooljaren gemonitord worden en indien nodig in het schooljaar 2022-2023 bijgestuurd worden.";
  5° aan paragraaf 3 worden twee leden toegevoegd, die luiden als volgt :
  "Aan één school voor buitengewoon onderwijs die behoort tot een ondersteuningsnetwerk worden middelen toegekend voor de coördinatie van dit ondersteuningsnetwerk. Deze middelen komen globaal overeen met het aantal voltijdse betrekkingen dat overeenkomt met het aantal bestaande ondersteuningsnetwerken in het schooljaar 2018-2019.
  De middelen voor coördinatie worden in mindering gebracht van de budgetten die de pedagogische begeleidingsdiensten ontvingen in toepassing van artikel VI.1, § 2, eerste lid, 4°, van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. De Vlaamse Regering bepaalt de wijze waarop deze middelen in mindering worden gebracht en de wijze van toekenning van de lestijden, lesuren of uren voor de coördinatie van het ondersteuningsnetwerk.";
  6° in paragraaf 6 wordt tussen de zinsnede "paragraaf 1" en het leesteken "," de zinsnede "en het laatste lid van paragraaf 3" ingevoegd;
  7° in paragraaf 8 wordt tussen het woord "ondersteuningsnetwerk" en het woord "die", de zinsnede ", andere dan de middelen waarvan sprake in paragraaf 3, laatste lid," ingevoegd;
  8° er wordt een paragraaf 8/1 ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 8/1. In elk ondersteuningsnetwerk wordt ten minste één personeelslid aangesteld in een school voor buitengewoon onderwijs, dat belast wordt met coördinerende taken. Een voltijdse betrekking wordt steeds toegekend hetzij aan één personeelslid, hetzij aan twee personeelsleden die elk met een halftijdse betrekking worden belast.
  Paragraaf 6, 7 en 8 zijn van toepassing op de personeelsleden, vermeld in het eerste lid.";
  9° aan paragraaf 9 wordt de volgende zin toegevoegd :
  "Een vertegenwoordiging vanuit de erkende ouderverenigingen en vanuit belangenorganisaties van ouders van leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften kan worden uitgenodigd door de stuurgroep.";
  10° er wordt een paragraaf 11 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 11. Voor de toepassing van dit artikel wordt school begrepen als een gefinancierde of gesubsidieerde school.".
Art. 49. A l'article 314/8 du même Code, inséré par le décret du 16 juin 2017, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le nombre " 2168 " est remplacé par le nombre " 2188 " ;
  2° au § 1er est ajouté un alinéa 4, libellé comme suit :
  " Par dérogation à l'article 20 et à l'article 313, § 2, les périodes de cours, respectivement les heures de cours et les heures, y compris les unités d'accompagnement converties, peuvent être transférées à l'intérieur du niveau d'enseignement, à condition qu'un protocole d'accord soit conclu au sein du comité de négociation compétent de l'école d'enseignement spécial assurant le transfert. Par dérogation aux articles 21 et 313, § 1er, les heures de cours, et les heures, y compris les unités d'accompagnement converties, ne peuvent pas être transférées à l'année scolaire suivante. " ;
  3° il est inséré un paragraphe 2/1, rédigé comme suit :
  " § 2/1. Par dérogation au paragraphe 2, pour les élèves en possession d'un rapport d'inscription pour le type 2, 4, 6 ou 7 déficience auditive dont ils disposent parce qu'ils tombent, pour l'enseignement fondamental, dans le champ d'application de l'article 16, § 2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental ou, pour l'enseignement secondaire, dans le champ d'application de l'article 352, § 2, du présent Code et pour les élèves en possession d'un rapport motivé ou d'un rapport pour le type 2, 4, 6 ou 7 déficience auditive, qui satisfont aux critères visés à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 2°, 4° et 6° du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, et à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 7°, du décret précité pour ce qui est d'une déficience auditive ou à l'article 259, § 1er, 2°, 4° et 6° du présent Code et à l'article 259, § 1er, 7°, du même Code pour ce qui est d'une déficience auditive et dans lequel les groupes cibles de type 4 et de type 7 sont clarifiés et affinés, le Gouvernement flamand établit un nouveau mécanisme d'encadrement selon lequel chaque élève admissible génère des moyens de soutien qui sont utilisés pour lui et qui le suivent s'il change d'école. Ce mécanisme d'encadrement entre en vigueur à partir de l'année scolaire 2019-2020, sur la base du comptage du 1er février 2019, en prenant comme référence le prélèvement de l'année scolaire 2018-2019 tel que visé au paragraphe 2. En tant que mesure transitoire au nouveau mécanisme d'encadrement, le Gouvernement flamand peut en plus des d'unités d'accompagnement visées au paragraphe 2, alinéa 3, déjà allouer au cours de l'année scolaire 2018-2019 des unités d'accompagnement supplémentaires pour des élèves supplémentaires. " ;
  4° dans le paragraphe 3, il est inséré un nouvel alinéa entre les alinéas 2 et 3, rédigé comme suit :
  " Dans son allocation aux réseaux de soutien visés à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand garantit chaque année 13.623 périodes de cours et 12.985 heures pour l'enseignement fondamental et 7.747 heures de cours et 2.605 heures pour l'enseignement secondaire. La mise en oeuvre de cette disposition sera soumise à un suivi sur une période de cinq années scolaires et, si nécessaire, elle sera ajustée au cours de l'année scolaire 2022-2023. " ;
  5° le paragraphe 3 est complété par deux paragraphes qui se lisent comme suit :
  " Une école d'enseignement spécial appartenant à un réseau de soutien se verra allouer des moyens pour la coordination de ce réseau de soutien. Ces moyens correspondent globalement au nombre d'emplois à plein temps correspondant au nombre de réseaux de soutien existants au cours de l'année scolaire 2018-2019.
  Les moyens pour la coordination sont déduits des budgets reçus par les services d'encadrement pédagogique par application de l'article VI.1, § 2, alinéa 1er, 4° du décret du 21 mars 2014 relatif à des mesures pour les élèves à besoins éducatifs spécifiques. Le Gouvernement flamand détermine la manière dont ces moyens sont déduits et le mode d'attribution des périodes de cours, des heures de cours ou des heures pour la coordination du réseau de soutien. " ;
  6° au paragraphe 6, le membre de phrase " et au dernier alinéa du paragraphe 3 " est inséré entre le membre de phrase " paragraphe 1er " et le signe de ponctuation " , " ;
  7° au paragraphe 8, le membre de phrase " , autres que les moyens dont il est question au paragraphe 3, dernier alinéa " est inséré entre le mot " réseau de soutien " et le mot " qui " ;
  8° il est inséré un paragraphe 8/1, rédigé comme suit :
  " § 8/1. Dans chaque réseau de soutien, au moins un membre du personnel est désigné dans une école d'enseignement spécial pour assumer des tâches de coordination. Un emploi à temps plein est toujours conféré soit à un seul membre du personnel, soit à deux membres du personnel chargés chacun d'un emploi à mi-temps. ".
  Les paragraphes 6, 7 et 8 s'appliquent aux membres du personnel visés à l'alinéa 1er. " ;
  9° au paragraphe 9, la phrase suivante est ajoutée :
  " Une représentation des associations de parents reconnues et des organisations qui représentent les intérêts des parents d'élèves à besoins éducatifs spécifiques peut être invitée par le groupe de pilotage. " ;
  10° il est ajouté un paragraphe 11, rédigé comme suit :
  " § 11. Pour l'application du présent article, on entend par école toute école financée ou subventionnée. ".
Art. 50. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 330/3 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 330/3. Er worden jaarlijks werkingsmiddelen toegekend aan de schoolbesturen van scholen buitengewoon secundair onderwijs die vanaf schooljaar 2017-2018 met toepassing van artikel 314/8 ondersteuning bieden.
  De voormelde werkingsmiddelen voor het schooljaar (X, X+1) worden berekend door het aantal aan de schoolbesturen toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden, extra lesuren en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel, vermeld in artikel 314/8, in voorkomend geval na overdrachten, te vermenigvuldigen met een bedrag per begeleidingseenheid, lestijd, lesuur of uur.
  Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt berekend door het budget dat op de onderwijsbegroting voor 2018 voorzien is voor de toekenning van werkingsmiddelen voor het ondersteuningsmodel te delen door het totaal aantal toegekende begeleidingseenheden, extra lestijden, extra lesuren en extra uren in het kader van het ondersteuningsmodel voor het schooljaar 2017-2018.
  Vanaf het schooljaar 2018-2019 wordt het bedrag, vermeld in het derde lid, jaarlijks vermenigvuldigd met de aanpassingscoëfficiënt A, die berekend wordt conform de volgende formule :
  A = (Cx-1/Cx-2), waarbij :
  1° Cx-1 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x-1;
  2° Cx-2 : de gezondheidsindex van de maand januari van het begrotingsjaar x- 2.".
Art. 50. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré un article 330/3 rédigé comme suit :
  " Art. 330/3. Des moyens de fonctionnement sont alloués annuellement aux autorités scolaires d'écoles d'enseignement secondaire spécial qui fournissent un soutien à partir de l'année scolaire 2017-2018, par application de l'article 314/8.
  Les moyens de fonctionnement précités pour l'année scolaire (X, X+1) sont calculés en multipliant le nombre d'unités d'accompagnement, de périodes de cours supplémentaires, d'heures de cours supplémentaires et d'heures supplémentaires accordées aux autorités scolaires dans le cadre du modèle de soutien, visé à l'article 314/8, le cas échéant, après des transferts, par un montant par unité d'accompagnement, période de cours, heure de cours ou heure.
  Le montant, visé à l'alinéa 2, est calculé en divisant le budget inscrit au budget de l'enseignement pour 2018 pour l'attribution de moyens de fonctionnement au modèle de soutien, par le nombre total d'unités d'accompagnement, de périodes de cours supplémentaires, d'heures de cours supplémentaires et d'heures supplémentaires dans le cadre du modèle de soutien pour l'année scolaire 2017-2018.
  A partir de l'année scolaire 2018-2019, le montant visé à l'alinéa 3 est multiplié annuellement par le coefficient d'adaptation A, qui est calculé à l'aide de la formule suivante :
  A = (Cx-1/Cx-2), où :
  1° Cx-1 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-1 ;
  2° Cx-2 : l'indice santé du mois de janvier de l'année budgétaire x-2. ".
Art. 51. In artikel 334/1, § 3, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 21 maart 2014, wordt de zinsnede "16 jaar" vervangen door de woorden "de leeftijd van vijftien jaar die niet meer voltijds leerplichtig zijn".
Art. 51. Dans l'article 334/1, § 3, du même Code, inséré par le décret du 21 mars 2014, le membre de phrase " dès l'âge de 16 ans " est remplacé par les mots " dès l'âge de quinze ans qui ne sont plus soumis à plein temps à l'obligation scolaire ".
Art. 52. In deel V van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van titel 5 vervangen door wat volgt :
  "Titel 5. Specifieke bepalingen over de ondersteuning voor het gewoon onderwijs vanuit het buitengewoon onderwijs en de speciale onderwijsleermiddelen".
Art. 52. Dans la partie V, du même Code, telle que modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, l'intitulé du chapitre 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Titre 5. Dispositions spécifiques sur le soutien à l'enseignement ordinaire apporté par l'enseignement spécial et les moyens spéciaux d'aide à l'enseignement ".
Art. 53. In deel V, titel 5, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van hoofdstuk 1 vervangen door wat volgt :
  "Hoofdstuk 1. De ondersteuning voor het gewoon onderwijs vanuit het buitengewoon onderwijs".
Art. 53. Dans la partie V, titre 5, du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, l'intitulé du chapitre 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Chapitre 1er. Le soutien à l'enseignement ordinaire apporté par l'enseignement spécial ".
Art. 54. Artikel 351 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 54. L'article 351 du même Code est abrogé.
Art. 55. In artikel 352 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 21 maart 2014 en gewijzigd bij het decreet van 19 juni 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. Om als school met toepassing van artikel 314/8 voor gewoon secundair onderwijs in aanmerking te komen voor ondersteuning, is voor leerlingen het doorlopen van een handelingsgericht diagnostisch traject met de opmaak van een gemotiveerd verslag door een centrum voor leerlingenbegeleiding vereist, tenzij ze al beschikken over een verslag als vermeld in artikel 294, § 2 tot en met § 10. In dat gemotiveerd verslag wordt :
  1° gemotiveerd dat met toepassing van de principes, vermeld in artikel 136/2, het inzetten van de ondersteuning, in combinatie met compenserende of dispenserende maatregelen, nodig en voldoende geacht wordt om de leerling een gemeenschappelijk curriculum te laten volgen;
  2° de specifieke deskundigheid omschreven die vereist is vanuit een of meer van de types, vermeld in artikel 259, § 1, 1° tot en met 4°, en 6° tot en met 8°.
  De Vlaamse Regering bepaalt de verdere inhoud van het gemotiveerd verslag.";
  2° in paragraaf 2 wordt de zinsnede "onderwijsniveau, de aard van de integratie, of de aard en de ernst van de handicap" vervangen door de zinsnede "onderwijsniveau of van het type, vermeld in paragraaf 1, 2° ";
  3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Bij wijziging van het onderwijsniveau of van het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, wordt een nieuw gemotiveerd verslag opgesteld. Een wijziging van het type, vermeld in paragraaf 1, 2°, binnen hetzelfde onderwijsniveau kan gebeuren met een addendum bij het gemotiveerd verslag, voorzien van de datum van opmaak.";
  4° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 4. Wanneer niet meer voldaan is aan de criteria, vermeld in paragraaf 1, 1° of 2°, heft het centrum voor leerlingenbegeleiding het gemotiveerd verslag op. Wanneer een centrum voor leerlingenbegeleiding voor een leerling met een gemotiveerd verslag, een gemotiveerd verslag of verslag opmaakt in functie van een overgang van het basisonderwijs naar het secundair onderwijs, dan vervalt het gemotiveerd verslag dat de leerling had in het basisonderwijs.";
  5° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. Voor leerlingen met gedrags- of emotionele problemen waarvoor scholen, met toepassing van artikel 314/8, in het schooljaar 2017-2018 al een beroep konden doen op ondersteuning ook al was er geen gemotiveerd verslag of verslag voor die leerlingen afgeleverd, moet ten laatste tegen 1 januari 2019 een gemotiveerd verslag of verslag zijn opgemaakt als er voor deze leerlingen verder nood is aan ondersteuning in het schooljaar 2018-2019.".
Art. 55. A l'article 352 du même Code, remplacé par le décret du 21 mars 2014 et modifié par le décret du 19 juin 2015, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
  " § 1er. Pour pouvoir bénéficier d'un soutien en tant qu'école d'enseignement secondaire ordinaire conformément à l'article 314/8, les élèves doivent passer par un parcours diagnostique orienté vers l'action débouchant sur la rédaction d'un rapport motivé par un centre d'encadrement des élèves, à moins qu'ils ne disposent déjà d'un rapport, tel que visé à l'article 294, §§ 2 à 10. Ce rapport motivé :
  1° justifie pourquoi, par application des principes visés à l'article 136/2, le déploiement du soutien, en combinaison avec des mesures compensatoires ou de dispense, est censé nécessaire et suffisant pour que l'élève puisse suivre le programme d'études commun ;
  2° décrit l'expertise spécifique requise de la part d'un ou plusieurs des types visés à l'article 259, § 1er, 1° à 4° et 6° à 8°.
  Le Gouvernement flamand précise le contenu du rapport motivé. " ;
  2° au paragraphe 2, le membre de phrase " en cas de modification du niveau d'enseignement, du type, de la nature de l'intégration ou de la nature et de la gravité du handicap " est remplacé par le membre de phrase " en cas de modification du niveau d'enseignement ou du type, visée au paragraphe 1er, 2° " ;
  3° le paragraphe 3 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 3. En cas de modification du niveau d'enseignement ou du type, visée au paragraphe 1er, 2°, un nouveau rapport motivé est établi. Une modification du type, visée au paragraphe 1er, 2°, au sein du même niveau d'enseignement peut être effectuée au moyen d'un avenant au rapport motivé, qui doit préciser la date de rédaction. " ;
  4° le paragraphe 4 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 4. Dans le cas où les conditions visées au paragraphe 1er, 1° ou 2°, ne sont plus remplies, le centre d'encadrement des élèves annule le rapport motivé. Lorsque, pour un élève avec un rapport motivé, le centre d'encadrement des élèves établit un rapport motivé ou un rapport en vue du passage de l'élève de l'enseignement fondamental au secondaire, le rapport motivé dont disposait l'élève dans l'enseignement fondamental vient à expiration. " ;
  5° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Pour les élèves présentant des troubles comportementaux ou émotionnels pour lesquels les écoles bénéficiaient déjà, par application de l'article 314/8, d'un soutien au cours de l'année scolaire 2017-2018, même en l'absence d'un rapport motivé ou d'un rapport pour ces élèves, un rapport motivé ou un rapport doit être établi au plus tard le 1er janvier 2019 si un soutien ultérieur s'avère nécessaire dans l'année scolaire 2018-2019. ".
Art. 56. Artikel 354 van dezelfde codex wordt opgeheven.
Art. 56. L'article 354 du même Code est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Entrée en vigueur
Art. 57. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018, met uitzondering van :
  1° de artikelen 2, 3, 4, 6, 7 en 8, die uitwerking hebben met ingang van 1 juni 2018;
  2° de artikelen 24, 26, 41, 45, 49 en 50, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017.
Art. 57. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2018, à l'exception :
  1° des articles 2, 3, 4, 6, 7 et 8, qui produisent leurs effets le 1er juin 2018 ;
  2° des articles 24, 26, 41, 45, 49 et 50, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2017.