Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 JULI 2018. - Wet tot wijziging van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties wat de verkeersinbreuken betreft die het voorwerp kunnen maken van gemeentelijke en administratieve sancties
Titre
19 JUILLET 2018. - Loi modifiant la loi du 24 juin 2013 relative aux sanctions administratives communales en ce qui concerne les infractions routières pouvant faire l'objet de sanctions administratives communales
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt aangevuld met een bepaling onder 4°, luidende :
"4° voor het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin."
"4° voor het niet nakomen van de verplichting bedoeld in artikel 33, derde lid, derde zin."
Art. 2. L'article 3 de la loi du 24 juin 2013 relative aux sanctions administratives communales, modifié par la loi du 21 décembre 2013, est complété par un 4°, rédigé comme suit :
"4° pour le non-respect de l'obligation visée à l'article 33, alinéa 3, troisième phrase.".
"4° pour le non-respect de l'obligation visée à l'article 33, alinéa 3, troisième phrase.".
Art. 3. In artikel 33 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 december 2013, wordt het derde lid vervangen als volgt :
"Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.".
"Voor de in artikel 3, 3°, bedoelde inbreuken wordt bij afwezigheid van de bestuurder vermoed dat deze is begaan door de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat kan dit vermoeden weerleggen door met elk middel te bewijzen dat hij niet de bestuurder was op het ogenblik van de feiten. In dat geval is hij ertoe gehouden de identiteit van de onmiskenbare bestuurder kenbaar te maken binnen dertig dagen na de kennisgeving van de overtreding, behalve wanneer hij diefstal, fraude of overmacht kan bewijzen.".
Art. 3. Dans l'article 33 de la même loi, modifié par la loi du 21 décembre 2013, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
"Pour les infractions visées à l'article 3, 3°, en cas d'absence du conducteur, l'infraction est censée avoir été commise par le titulaire de la plaque d'immatriculation du véhicule. Le titulaire de la plaque d'immatriculation peut renverser cette présomption en prouvant par tout moyen qu'il n'était pas le conducteur au moment des faits. Dans ce cas, il est tenu de communiquer l'identité du conducteur incontestable dans les trente jours de la notification de l'infraction, sauf s'il peut prouver le vol, la fraude ou la force majeure.".
"Pour les infractions visées à l'article 3, 3°, en cas d'absence du conducteur, l'infraction est censée avoir été commise par le titulaire de la plaque d'immatriculation du véhicule. Le titulaire de la plaque d'immatriculation peut renverser cette présomption en prouvant par tout moyen qu'il n'était pas le conducteur au moment des faits. Dans ce cas, il est tenu de communiquer l'identité du conducteur incontestable dans les trente jours de la notification de l'infraction, sauf s'il peut prouver le vol, la fraude ou la force majeure.".