Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
15 JUNI 2018. - Decreet betreffende het onderwijs XXVIII
Titre
15 JUIN 2018. - Décret relatif à l'enseignement XXVIII
Documentinformatie
Numac: 2018013216
Datum: 2018-06-15
Info du document
Numac: 2018013216
Date: 2018-06-15
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rech...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rech...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet basi...
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van ...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van ...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de Codex Secund...
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de Codex Hoger ...
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de Codificatie ...
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van het decreet van...
HOOFDSTUK 21. - Autonome bepalingen
HOOFDSTUK 22. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Disposition préliminaire
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 27 mar...
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 27 mar...
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 25 fév...
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 2 avri...
CHAPITRE 6. - Modifications au décret du 7 mai ...
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 8 juin...
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 15 jui...
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 6 juin...
CHAPITRE 10. - Modifications du décret du 10 ju...
CHAPITRE 11. - Modifications du décret du 13 fé...
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 30 avr...
CHAPITRE 13. - Modification du décret du 8 mai ...
CHAPITRE 14. - Modifications du Code de l'Ensei...
CHAPITRE 15. - Modifications du Code de l'Ensei...
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrêté du Gou...
CHAPITRE 17. - Modifications de la Codification...
CHAPITRE 18. - Modification de l'arrêté du Gouv...
CHAPITRE 19. - Modifications du décret du 7 jui...
CHAPITRE 20. - Modifications du décret du 9 mar...
CHAPITRE 21. - Dispositions autonomes
CHAPITRE 22. - Entrée en vigueur
Tekst (155)
Texte (155)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition préliminaire
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné
Art.2. In artikel 4, § 1, a), van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "instellingen voor secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede "instellingen voor secundair onderwijs, academies voor deeltijds kunstonderwijs".
Art.2. Dans l'article 4, § 1er, a) du décret du 27 mars 1991 relatif au statut des membres du personnel de l'enseignement subventionné, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, les mots " les établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par le membre de phrase " les établissements d'enseignement secondaire, les académies d'enseignement artistique à temps partiel ".
Art.3. In artikel 5, 1°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "de scholen voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs".
Art.3. Dans l'article 5, 1°, du même décret, modifié en dernier lieu par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016, les mots " écoles d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par les mots " académies d'enseignement artistique à temps partiel ".
Art.4. In artikel 6 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 en III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 en III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art.4. A l'article 6 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 4, le mot " rédacteur " est remplacé par les mots " collaborateur administratif " ;
2° au paragraphe 5, le membre de phrase " les articles II.30 et III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement " sont remplacés par les mots " l'article 82 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel et l'article III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
1° au paragraphe 4, le mot " rédacteur " est remplacé par les mots " collaborateur administratif " ;
2° au paragraphe 5, le membre de phrase " les articles II.30 et III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement " sont remplacés par les mots " l'article 82 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel et l'article III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art.5. In artikel 19, § 1, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt tussen de woorden "het basisonderwijs" en de woorden "of van artikel 106" de zinsnede ", artikel 66, 1°, 2° en 6°, van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs" ingevoegd.
Art.5. Dans l'article 19, § 1er, du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, le membre de phrase " , l'article 66, 1°, 2° et 6° du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel " est inséré entre les mots " enseignement fondamental " et les mots " ou l'article 106 ".
Art.6. In artikel 34 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "filiaal," opgeheven.
Art.6. Dans l'article 34 du même décret, remplacé par le décret du 19 juillet 2013, le membre de phrase " d'une filiale " est abrogé.
Art.7. In artikel 39bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, en het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt i) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de woorden "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";
2° een punt j) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"j) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".
1° in punt i) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de woorden "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";
2° een punt j) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"j) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".
Art.7. A l'article 39bis, § 4, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, remplacé par le décret du 9 juillet 2010 et modifié par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016 et le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le point i), le membre de phrase " relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves " est remplacé par les mots " relatif aux congés et aux absences pour prestations réduites " ;
2° il est ajouté un point j ainsi rédigé :
" j) mise en disponibilité pour convenances personnelles, telle que visée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 octobre 2009 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement, prise par un membre du personnel jusqu'au 31 août 2017. ".
1° dans le point i), le membre de phrase " relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves " est remplacé par les mots " relatif aux congés et aux absences pour prestations réduites " ;
2° il est ajouté un point j ainsi rédigé :
" j) mise en disponibilité pour convenances personnelles, telle que visée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 octobre 2009 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement, prise par un membre du personnel jusqu'au 31 août 2017. ".
Art.8. In artikel 44bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De inrichtende macht kan een opdracht in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing kan alleen na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet, voor wat een wervingsambt betreft, of, als vermeld in hoofdstuk IV van dit decreet, voor wat een selectie- of bevorderingsambt betreft.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan zijn inrichtende macht een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.
Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan zijn inrichtende macht om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "inzake de voorrang" vervangen door de zinsnede "betreffende de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2,";
4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Werving" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";
5° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:
" § 6. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De inrichtende macht kan een opdracht in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing kan alleen na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet, voor wat een wervingsambt betreft, of, als vermeld in hoofdstuk IV van dit decreet, voor wat een selectie- of bevorderingsambt betreft.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan zijn inrichtende macht een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.
Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan zijn inrichtende macht om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. De inrichtende macht kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";
3° in paragraaf 3 worden de woorden "inzake de voorrang" vervangen door de zinsnede "betreffende de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2,";
4° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Werving" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";
5° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:
" § 6. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".
Art.8. A l'article 44bis du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997 et modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003, 15 juillet 2005 et 4 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le pouvoir organisateur peut affecter temporairement une charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion à un membre du personnel nommé à titre définitif qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du présent décret, dans un établissement tel que visé à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation ne peut s'opérer qu'après application des principes de la désignation temporaire visés au chapitre III, section 2 du présent décret, dans le cas d'une fonction de recrutement ou, visés au chapitre IV du présent décret, dans le cas d'une fonction de sélection ou de promotion. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Moyennant son accord, le membre du personnel nommé à titre définitif peut renoncer entièrement ou partiellement à l'exercice de la charge pour laquelle il est nommé à titre définitif afin d'assumer une autre charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion pour laquelle il n'est pas nommé à titre définitif. A cette fin, le membre du personnel nommé à titre définitif demande à son pouvoir organisateur un congé pour exercer temporairement une autre charge. Le pouvoir organisateur peut accorder un tel congé pour exercer temporairement une autre charge.
Le membre du personnel peut également demander le congé pour exercer temporairement une autre charge, tel que visé à l'alinéa 1er, à son pouvoir organisateur pour assumer une charge dans un centre d'éducation de base, dans un institut supérieur, auprès de l'inspection ou auprès de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques. Le pouvoir organisateur peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge. " ;
3° au paragraphe 3, les mots " relatives à la priorité " sont remplacés par le membre de phrase " relatives à la désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée au chapitre III, section 2, " ;
4° au paragraphe 5, alinéa 2, le membre de phrase " Chapitre III. Recrutement " est remplacé par le membre de phrase " Chapitre III " ;
5° le paragraphe 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Dans le présent article, on entend toujours par désignation temporaire dans une fonction de recrutement une désignation temporaire à durée déterminée. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le pouvoir organisateur peut affecter temporairement une charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion à un membre du personnel nommé à titre définitif qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du présent décret, dans un établissement tel que visé à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation ne peut s'opérer qu'après application des principes de la désignation temporaire visés au chapitre III, section 2 du présent décret, dans le cas d'une fonction de recrutement ou, visés au chapitre IV du présent décret, dans le cas d'une fonction de sélection ou de promotion. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
" § 2. Moyennant son accord, le membre du personnel nommé à titre définitif peut renoncer entièrement ou partiellement à l'exercice de la charge pour laquelle il est nommé à titre définitif afin d'assumer une autre charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion pour laquelle il n'est pas nommé à titre définitif. A cette fin, le membre du personnel nommé à titre définitif demande à son pouvoir organisateur un congé pour exercer temporairement une autre charge. Le pouvoir organisateur peut accorder un tel congé pour exercer temporairement une autre charge.
Le membre du personnel peut également demander le congé pour exercer temporairement une autre charge, tel que visé à l'alinéa 1er, à son pouvoir organisateur pour assumer une charge dans un centre d'éducation de base, dans un institut supérieur, auprès de l'inspection ou auprès de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques. Le pouvoir organisateur peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge. " ;
3° au paragraphe 3, les mots " relatives à la priorité " sont remplacés par le membre de phrase " relatives à la désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée au chapitre III, section 2, " ;
4° au paragraphe 5, alinéa 2, le membre de phrase " Chapitre III. Recrutement " est remplacé par le membre de phrase " Chapitre III " ;
5° le paragraphe 6 est remplacé par la disposition suivante :
" § 6. Dans le présent article, on entend toujours par désignation temporaire dans une fonction de recrutement une désignation temporaire à durée déterminée. ".
Art.9. In artikel 44ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, worden tussen de woorden "de vastbenoemde personeelsleden die" en de woorden "tijdelijk belast worden" de woorden "via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen" ingevoegd.
Art.9. Dans l'article 44ter du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997, les mots " par le biais d'un congé pour l'exercice temporaire d'une autre charge " sont insérés entre les mots " des personnels définitifs qui " et les mots " accomplissent temporairement une autre charge ".
Art.10. In hoofdstuk IVquinquies/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
Art.10. Dans le chapitre IVquinquies/1 du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, l'intitulé de la section 3 est remplacé par ce qui suit:
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
Art.11. In artikel 44quinquies decies/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door de inrichtende macht uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten de inrichtende macht en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 51sexies van dit decreet, van toepassing.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door de inrichtende macht uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten de inrichtende macht en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 51sexies van dit decreet, van toepassing.".
Art.11. Dans l'article 44quinquies decies/3 du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez l'employeur un travail adapté ou un autre travail auprès de l'employeur, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Si l'avis du conseiller en prévention-médecin du travail implique que le membre du personnel intéressé est suffisamment apte à exercer une autre fonction et si le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord avec cet avis, le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé concluent un accord écrit sur la forme de la mise au travail. " est remplacée par la phrase " Si, conformément aux articles I.4-74 et I.4-75 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, le pouvoir organisateur et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration établi par le pouvoir organisateur, le pouvoir organisateur et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. " ;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur l'emploi, l'article 51sexies du présent décret est d'application. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez l'employeur un travail adapté ou un autre travail auprès de l'employeur, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
2° dans le paragraphe 2, la phrase " Si l'avis du conseiller en prévention-médecin du travail implique que le membre du personnel intéressé est suffisamment apte à exercer une autre fonction et si le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord avec cet avis, le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé concluent un accord écrit sur la forme de la mise au travail. " est remplacée par la phrase " Si, conformément aux articles I.4-74 et I.4-75 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, le pouvoir organisateur et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration établi par le pouvoir organisateur, le pouvoir organisateur et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. " ;
3° dans le paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur l'emploi, l'article 51sexies du présent décret est d'application. ".
Art.12. In titel II van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt in het opschrift van hoofdstuk X de zinsnede "of een filiaal, bij de samensmelting van filialen" opgeheven.
Art.12. Dans le titre II du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " ou d'une filiale ou lors de la fusion de filiales " dans l'intitulé du chapitre X est abrogé.
Art.13. In artikel 74bis1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, bij de decreten van 25 april 2014 en 3 juli 2015, en bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;
2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";
3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";
5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;
9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting van filialen behoort" opgeheven;
10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;
2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";
3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";
5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;
9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting van filialen behoort" opgeheven;
10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.
Art.13. A l'article 74bis 1 du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sanctionné par le décret du 27 mai 2011, par les décrets des 25 avril 2014 et 3 juillet 2015, et par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionné par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 1°, le point b) est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 1°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) dans l'enseignement artistique à temps partiel : le transfert d'une ou plusieurs subdivisions structurelles dans une certaine implantation telle que visée à l'article 131 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, la phrase " Si une des situations suivantes se présente, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de la filiale, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel :
1° le transfert d'une implantation ou d'une filiale à un établissement d'un autre pouvoir organisateur ;
2° la fusion en un nouvel établissement d'un autre pouvoir organisateur. " est remplacée par la phrase " Lors du transfert d'une implantation à un établissement d'un autre pouvoir organisateur, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de l'implantation, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel. " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, les mots " ou d'une filiale " et les mots " ou la fusion " sont supprimés ;
6° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots " ou la fusion " sont abrogés ;
7° au paragraphe 3, les mots " ou la filiale " sont chaque fois abrogés ;
8° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou la fusion " sont chaque fois abrogés ;
9° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou auquel le nouvel établissement appartient après la fusion de filiales " sont abrogés ;
10° au paragraphe 3, alinéas 2 et 3, les mots " ou avant la fusion " et les mots " ou le nouvel établissement après la fusion " sont supprimés.
1° au paragraphe 1er, 1°, le point b) est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 1°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) dans l'enseignement artistique à temps partiel : le transfert d'une ou plusieurs subdivisions structurelles dans une certaine implantation telle que visée à l'article 131 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, la phrase " Si une des situations suivantes se présente, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de la filiale, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel :
1° le transfert d'une implantation ou d'une filiale à un établissement d'un autre pouvoir organisateur ;
2° la fusion en un nouvel établissement d'un autre pouvoir organisateur. " est remplacée par la phrase " Lors du transfert d'une implantation à un établissement d'un autre pouvoir organisateur, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de l'implantation, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel. " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, les mots " ou d'une filiale " et les mots " ou la fusion " sont supprimés ;
6° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots " ou la fusion " sont abrogés ;
7° au paragraphe 3, les mots " ou la filiale " sont chaque fois abrogés ;
8° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou la fusion " sont chaque fois abrogés ;
9° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou auquel le nouvel établissement appartient après la fusion de filiales " sont abrogés ;
10° au paragraphe 3, alinéas 2 et 3, les mots " ou avant la fusion " et les mots " ou le nouvel établissement après la fusion " sont supprimés.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991
CHAPITRE 3. - Modifications du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire
Art.14. In artikel 2 van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de woorden "en de instellingen van het secundair onderwijs en deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de zinsnede ", de instellingen van het secundair onderwijs en de academies voor deeltijds kunstonderwijs".
Art.14. Dans l'article 2 du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, modifié en dernier lieu par le décret du 25 avril 2014, les mots " et les établissements d'enseignement secondaire et d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par le membre de phrase " , les établissements d'enseignement secondaire et les académies d'enseignement artistique à temps partiel ".
Art.15. In artikel 3, 3°, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de woorden "de scholen voor deeltijds kunstonderwijs" vervangen door de woorden "de academies voor deeltijds kunstonderwijs".
Art.15. Dans l'article 3, 3°, du même décret, modifié en dernier lieu par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016, les mots " écoles d'enseignement artistique à temps partiel " sont remplacés par les mots " académies d'enseignement artistique à temps partiel ".
Art.16. In artikel 4 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 of III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
1° in paragraaf 4 wordt het woord "opsteller" vervangen door de woorden "administratief medewerker";
2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "artikel II.30 of III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs" vervangen door de zinsnede "artikel 82 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs en artikel III.36 van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016".
Art.16. A l'article 4 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 4, le mot " rédacteur " est remplacé par les mots " collaborateur administratif " ;
2° au paragraphe 5, le membre de phrase " les articles II.30 ou III.36 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement " est remplacé par le membre de phrase " l'article 82 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel et l'article III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
1° au paragraphe 4, le mot " rédacteur " est remplacé par les mots " collaborateur administratif " ;
2° au paragraphe 5, le membre de phrase " les articles II.30 ou III.36 de la codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement " est remplacé par le membre de phrase " l'article 82 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel et l'article III.36 de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016 ".
Art.17. In artikel 29 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 19 juli 2013, wordt de zinsnede "filiaal," opgeheven.
Art.17. Dans l'article 29 du même décret, remplacé par le décret du 19 juillet 2013, le membre de phrase " d'une filiale " est abrogé.
Art.18. Aan artikel 42bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009, vervangen bij het decreet van 9 juli 2010 en gewijzigd bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, en het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt j) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de zinsnede "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";
2° een punt k) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"k) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".
1° in punt j) wordt de zinsnede "betreffende het verlof voor verminderde prestaties, gewettigd door sociale of familiale redenen, en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid ten gunste van de personeelsleden van het onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding" vervangen door de zinsnede "betreffende het verlof en de afwezigheid voor verminderde prestaties";
2° een punt k) wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"k) een terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 16 oktober 2009 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voor de personeelsleden van het onderwijs, die een personeelslid tot en met 31 augustus 2017 heeft opgenomen.".
Art.18. A l'article 42bis, § 4, du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009, remplacé par le décret du 9 juillet 2010 et modifié par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016 et le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° au point j), le membre de phrase " relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves " est remplacé par les mots " relatif aux congés et aux absences pour prestations réduites " ;
2° il est ajouté un point k) ainsi rédigé :
" k) mise en disponibilité pour convenances personnelles, telle que visée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 octobre 2009 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement, prise par un membre du personnel jusqu'au 31 août 2017. ".
1° au point j), le membre de phrase " relatif aux congés pour prestations réduites justifiés par des raisons sociales ou familiales et aux absences pour prestations réduites justifiées par des raisons de convenances personnelles, accordés aux membres du personnel de l'enseignement et des centres d'encadrement des élèves " est remplacé par les mots " relatif aux congés et aux absences pour prestations réduites " ;
2° il est ajouté un point k) ainsi rédigé :
" k) mise en disponibilité pour convenances personnelles, telle que visée à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 octobre 2009 relatif à la mise en disponibilité pour convenances personnelles des membres du personnel de l'enseignement, prise par un membre du personnel jusqu'au 31 août 2017. ".
Art.19. In artikel 55bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997 en gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 14 februari 2003, 15 juli 2005, 13 juli 2007 en 4 juli 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 en 2 worden vervangen door wat volgt:
" § 1. De directeur kan een opdracht in een wervingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of aan een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet.
De raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan een opdracht in een selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk V van dit decreet.
§ 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.
Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";
2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "en de voorrang, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten" vervangen door de zinsnede "en de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten, vermeld in hoofdstuk V";
3° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Wervingsambten" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";
4° paragraaf 6 wordt opgeheven;
5° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
" § 7. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".
1° paragraaf 1 en 2 worden vervangen door wat volgt:
" § 1. De directeur kan een opdracht in een wervingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of aan een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, van dit decreet.
De raad van bestuur - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan een opdracht in een selectie- of bevorderingsambt tijdelijk toewijzen aan een vastbenoemd personeelslid of een personeelslid dat is toegelaten tot de proeftijd, dat aangesteld is in een instelling als vermeld in artikel 2, § 1, van dit decreet, in een instelling als vermeld in artikel 4, § 1, van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs van 27 maart 1991 of in een centrum voor basiseducatie als vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie. Die toewijzing is alleen mogelijk na toepassing van de principes van de tijdelijke aanstelling, vermeld in hoofdstuk V van dit decreet.
§ 2. Het vastbenoemde personeelslid kan, met zijn instemming, geheel of gedeeltelijk afzien van de uitoefening van de opdracht waarvoor het vastbenoemd is om in een wervings-, selectie- of bevorderingsambt tijdelijk belast te worden met een andere opdracht waarvoor het niet vastbenoemd is. Het vastbenoemde personeelslid vraagt daarvoor aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.
Het personeelslid kan het verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen, vermeld in het eerste lid, ook aanvragen aan het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum aan de afgevaardigd bestuurder - om een opdracht op te nemen in een centrum voor basiseducatie, in een hogeschool, bij de inspectie of bij de inspectie en begeleiding van de levensbeschouwelijke vakken. Het college van directeurs van de scholengroep - voor de pedagogische begeleidingsdienst en het vormingscentrum: de afgevaardigd bestuurder - kan dat verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen toestaan.";
2° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "en de voorrang, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten" vervangen door de zinsnede "en de tijdelijke aanstelling van doorlopende duur, vermeld in hoofdstuk III, afdeling 2, ofwel de waarnemende aanstelling in selectie- en bevorderingsambten, vermeld in hoofdstuk V";
3° in paragraaf 5, tweede lid, wordt de zinsnede "hoofdstuk III. Wervingsambten" vervangen door de zinsnede "hoofdstuk III";
4° paragraaf 6 wordt opgeheven;
5° paragraaf 7 wordt vervangen door wat volgt:
" § 7. In dit artikel wordt met een tijdelijke aanstelling in een wervingsambt altijd een tijdelijke aanstelling van bepaalde duur bedoeld.".
Art.19. A l'article 55bis du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997 et modifié par les décrets des 18 mai 1999, 14 février 2003, 15 juillet 2005, 13 juillet 2007 et 4 juillet 2008, les modifications suivantes sont apportées :
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le directeur peut affecter temporairement une charge dans une fonction de recrutement à un membre du personnel nommé à titre définitif ou à un membre du personnel admis au stage qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 2, § 1er, du présent décret, dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation n'est possible qu'après application des principes de la désignation temporaire énoncés au chapitre III, section 2 du présent décret.
Le conseil d'administration - et pour le service d'encadrement pédagogique ou le centre de formation : l'administrateur délégué - peut affecter temporairement une charge dans une fonction de sélection ou de promotion à un membre du personnel nommé à titre définitif ou à un membre du personnel admis au stage, qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation n'est possible qu'après application des principes de la désignation temporaire énoncés au chapitre V du présent décret.
§ 2. Moyennant son accord, le membre du personnel nommé à titre définitif peut renoncer entièrement ou partiellement à l'exercice de la charge pour laquelle il est nommé à titre définitif afin d'assumer une autre charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion pour laquelle il n'est pas nommé à titre définitif. Le membre du personnel nommé à titre définitif demande à cet effet au collège des directeurs du groupe d'écoles - et pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation à l'administrateur délégué - un congé pour exercer temporairement une autre charge. Le collège des directeurs du groupe d'écoles - et pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation : l'administrateur délégué - peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge.
Le membre du personnel peut également demander le congé pour exercer temporairement une autre charge, tel que visé à l'alinéa 1er, au collège des directeurs du groupe d'écoles - pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation à l'administrateur délégué - pour assumer une charge dans un centre d'éducation de base, dans un institut supérieur, auprès de l'inspection ou auprès de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques. Le collège des directeurs du groupe d'écoles - pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation : l'administrateur délégué - peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge. " ;
2° au paragraphe 3, le membre de phrase " et la priorité, ou bien la désignation intérimaire dans des fonctions de sélection et de promotion " est remplacé par le membre de phrase " et la désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée au chapitre III, section 2, ou bien la désignation intérimaire dans des fonctions de sélection et de promotion, visées au chapitre V " ;
3° au paragraphe 5, alinéa 2, le membre de phrase " chapitre III. Fonctions de recrutement " est remplacé par le membre de phrase " Chapitre III " ;
4° le paragraphe 6 est abrogé ;
5° le paragraphe 7 est remplacé par la disposition suivante :
" § 7. Dans le présent article, on entend toujours par désignation temporaire dans une fonction de recrutement une désignation temporaire à durée déterminée. ".
1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit :
" § 1er. Le directeur peut affecter temporairement une charge dans une fonction de recrutement à un membre du personnel nommé à titre définitif ou à un membre du personnel admis au stage qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 2, § 1er, du présent décret, dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation n'est possible qu'après application des principes de la désignation temporaire énoncés au chapitre III, section 2 du présent décret.
Le conseil d'administration - et pour le service d'encadrement pédagogique ou le centre de formation : l'administrateur délégué - peut affecter temporairement une charge dans une fonction de sélection ou de promotion à un membre du personnel nommé à titre définitif ou à un membre du personnel admis au stage, qui est désigné dans un établissement tel que visé à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné, ou dans un centre d'éducation de base tel que visé à l'article 3 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base. Cette affectation n'est possible qu'après application des principes de la désignation temporaire énoncés au chapitre V du présent décret.
§ 2. Moyennant son accord, le membre du personnel nommé à titre définitif peut renoncer entièrement ou partiellement à l'exercice de la charge pour laquelle il est nommé à titre définitif afin d'assumer une autre charge dans une fonction de recrutement, de sélection ou de promotion pour laquelle il n'est pas nommé à titre définitif. Le membre du personnel nommé à titre définitif demande à cet effet au collège des directeurs du groupe d'écoles - et pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation à l'administrateur délégué - un congé pour exercer temporairement une autre charge. Le collège des directeurs du groupe d'écoles - et pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation : l'administrateur délégué - peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge.
Le membre du personnel peut également demander le congé pour exercer temporairement une autre charge, tel que visé à l'alinéa 1er, au collège des directeurs du groupe d'écoles - pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation à l'administrateur délégué - pour assumer une charge dans un centre d'éducation de base, dans un institut supérieur, auprès de l'inspection ou auprès de l'inspection et de l'encadrement des cours philosophiques. Le collège des directeurs du groupe d'écoles - pour le service d'encadrement pédagogique et le centre de formation : l'administrateur délégué - peut accorder ce congé pour exercer temporairement une autre charge. " ;
2° au paragraphe 3, le membre de phrase " et la priorité, ou bien la désignation intérimaire dans des fonctions de sélection et de promotion " est remplacé par le membre de phrase " et la désignation temporaire à durée ininterrompue, telle que visée au chapitre III, section 2, ou bien la désignation intérimaire dans des fonctions de sélection et de promotion, visées au chapitre V " ;
3° au paragraphe 5, alinéa 2, le membre de phrase " chapitre III. Fonctions de recrutement " est remplacé par le membre de phrase " Chapitre III " ;
4° le paragraphe 6 est abrogé ;
5° le paragraphe 7 est remplacé par la disposition suivante :
" § 7. Dans le présent article, on entend toujours par désignation temporaire dans une fonction de recrutement une désignation temporaire à durée déterminée. ".
Art.20. In artikel 55ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997, worden tussen de woorden "de vastbenoemde personeelsleden die" en de woorden "tijdelijk belast worden" de woorden "via een verlof om tijdelijk een andere opdracht uit te oefenen" ingevoegd.
Art.20. Dans l'article 55ter du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997, les mots " par le biais d'un congé pour l'exercice temporaire d'une autre charge " sont insérés entre les mots " des personnels définitifs qui " et les mots " accomplissent temporairement une autre charge ".
Art.21. In hoofdstuk Vquinquies/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
Art.21. Dans le chapitre Vquinquies/1 du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, l'intitulé de la section 3 est remplacé par ce qui suit:
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
Art.22. In artikel 55vicies/3 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, het schoolbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het schoolbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het schoolbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 77sexies van toepassing.".
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij de inrichtende macht een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.";
2° in paragraaf 2 wordt de zin "Als het advies van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer inhoudt dat het betrokken personeelslid voldoende geschikt is om een andere functie uit te oefenen en als de inrichtende macht en het personeelslid ermee akkoord gaan om dat advies te volgen, sluiten de inrichtende macht en het betrokken personeelslid een schriftelijke overeenkomst betreffende de vorm van tewerkstelling." vervangen door de zin "Als conform artikel I.4-74 en I.4-75 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, het schoolbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het schoolbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het schoolbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van tewerkstelling.";
3° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, is artikel 77sexies van toepassing.".
Art.22. A l'article 55vicies/3 du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez le pouvoir organisateur un travail adapté ou un autre travail, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
2° au paragraphe 2, la phrase " Si l'avis du conseiller en prévention-médecin du travail implique que le membre du personnel intéressé est suffisamment apte à exercer une autre fonction et si le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord avec cet avis, le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé concluent un accord écrit sur la forme de la mise au travail. " est remplacée par la phrase " Si, conformément aux articles I.4-74 et I.4-75 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, l'autorité scolaire et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration établi par l'autorité scolaire, l'autorité scolaire et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. " ;
3° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur l'emploi, l'article 77sexies du présent décret est d'application. ".
1° le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez le pouvoir organisateur un travail adapté ou un autre travail, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
2° au paragraphe 2, la phrase " Si l'avis du conseiller en prévention-médecin du travail implique que le membre du personnel intéressé est suffisamment apte à exercer une autre fonction et si le pouvoir organisateur et le membre du personnel sont d'accord avec cet avis, le pouvoir organisateur et le membre du personnel intéressé concluent un accord écrit sur la forme de la mise au travail. " est remplacée par la phrase " Si, conformément aux articles I.4-74 et I.4-75 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, l'autorité scolaire et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration établi par l'autorité scolaire, l'autorité scolaire et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. " ;
3° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur l'emploi, l'article 77sexies du présent décret est d'application. ".
Art.23. In artikel 56/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, bekrachtigd bij het decreet van 27 mei 2011, bij het decreet van 3 juli 2015 en bij de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;
2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";
3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunst-onderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";
5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;
9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting behoort" opgeheven;
10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.
1° in paragraaf 1, 1°, wordt punt b) opgeheven;
2° aan paragraaf 1, 1°, wordt een punt d) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"d) in het deeltijds kunstonderwijs: de overheveling van een of meer structuuronderdelen in een bepaalde vestigingsplaats als vermeld in artikel 131 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs;";
3° in paragraaf 1 worden punt 2° en punt 3° opgeheven;
4° in paragraaf 2 wordt de zin "Wanneer één van de volgende situaties zich voordoet, stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunst-onderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van het filiaal betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op:
1° de overheveling van een vestigingsplaats of een filiaal naar een instelling van een andere inrichtende macht;
2° de samensmelting tot een nieuwe instelling van een andere inrichtende macht." vervangen door de zin "Bij de overheveling van een vestigingsplaats naar een instelling van een andere inrichtende macht stellen de betrokken inrichtende machten, en in het deeltijds kunstonderwijs ook de andere instanties die bij de organisatie van de vestigingsplaats betrokken zijn, ten behoeve van de situatie van het personeel een schriftelijke overeenkomst op.";
5° in paragraaf 2, tweede lid, 1°, worden de woorden "of het filiaal" en de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
6° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, worden de woorden "of de samensmelting" opgeheven;
7° in paragraaf 3 worden de woorden "of het filiaal" telkens opgeheven;
8° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of de samensmelting" telkens opgeheven;
9° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "of waartoe de nieuwe instelling na de samensmelting behoort" opgeheven;
10° in paragraaf 3, tweede en derde lid, worden de woorden "of voor de samensmelting" en de woorden "of de nieuwe instelling na de samensmelting" opgeheven.
Art.23. A l'article 56/1 du même décret, inséré par le décret du 8 mai 2009 et modifié par le Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sanctionné par le décret du 27 mai 2011, par le décret du 3 juillet 2015, et par la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionné par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 1°, le point b) est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 1°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) dans l'enseignement artistique à temps partiel : le transfert d'une ou plusieurs subdivisions structurelles dans une certaine implantation telle que visée à l'article 131 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, la phrase " Si une des situations suivantes se présente, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de la filiale, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel :
1° le transfert d'une implantation ou d'une filiale à un établissement d'un autre pouvoir organisateur ;
2° la fusion en un nouvel établissement d'un autre pouvoir organisateur. " est remplacée par la phrase " Lors du transfert d'une implantation à un établissement d'un autre pouvoir organisateur, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de l'implantation, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel. " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, les mots " ou d'une filiale " et les mots " ou la fusion " sont supprimés ;
6° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots " ou la fusion " sont abrogés ;
7° au paragraphe 3, les mots " ou la filiale " sont chaque fois abrogés ;
8° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou la fusion " sont chaque fois abrogés ;
9° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou auquel le nouvel établissement appartient après la fusion " sont abrogés ;
10° au paragraphe 3, alinéas 2 et 3, les mots " ou avant la fusion " et les mots " ou le nouvel établissement après la fusion " sont supprimés.
1° au paragraphe 1er, 1°, le point b) est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, 1°, il est ajouté un point d), rédigé comme suit :
" d) dans l'enseignement artistique à temps partiel : le transfert d'une ou plusieurs subdivisions structurelles dans une certaine implantation telle que visée à l'article 131 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 2° et 3° sont abrogés ;
4° au paragraphe 2, la phrase " Si une des situations suivantes se présente, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de la filiale, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel :
1° le transfert d'une implantation ou d'une filiale à un établissement d'un autre pouvoir organisateur ;
2° la fusion en un nouvel établissement d'un autre pouvoir organisateur. " est remplacée par la phrase " Lors du transfert d'une implantation à un établissement d'un autre pouvoir organisateur, les pouvoirs organisateurs concernés, et dans l'enseignement artistique à temps partiel également les autres instances intervenant dans l'organisation de l'implantation, établissent une convention écrite au bénéfice de la situation du personnel. " ;
5° au paragraphe 2, alinéa 2, 1°, les mots " ou d'une filiale " et les mots " ou la fusion " sont supprimés ;
6° au paragraphe 2, alinéa 2, 2°, les mots " ou la fusion " sont abrogés ;
7° au paragraphe 3, les mots " ou la filiale " sont chaque fois abrogés ;
8° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou la fusion " sont chaque fois abrogés ;
9° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " ou auquel le nouvel établissement appartient après la fusion " sont abrogés ;
10° au paragraphe 3, alinéas 2 et 3, les mots " ou avant la fusion " et les mots " ou le nouvel établissement après la fusion " sont supprimés.
Art.24. In het opschrift van hoofdstuk VI van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt de zinsnede "of een filiaal, bij de samensmelting van filialen" opgeheven.
Art.24. Dans l'intitulé du chapitre VI du même décret, modifié par le décret du 12 juillet 2013, le membre de phrase " ou d'une filiale ou lors de la fusion de filiales " est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 4. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art.25. Aan artikel 3, 52bis/2, van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2012, wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
Art.25. L'article 3, 52bis/2, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, inséré par le décret du 6 juillet 2012, est complété par le membre de phrase suivant :
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
Art.26. Artikel 21 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 20 oktober 2000 en gewijzigd bij het decreet van 19 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 21. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van het moment van de inschrijving en de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.
Als de leerling in kwestie al was ingeschreven in een school, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, deze inschrijving automatisch als schoolverandering aan de vorige school, met vermelding van de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.
Bij een inschrijving voor het volgende schooljaar, die plaatsvindt vóór 1 juli van het voorafgaande schooljaar, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, de schoolverandering aan de oude school op 1 juli.
Een leerling kan uitgeschreven worden op basis van een melding van schoolverandering van de leerling in kwestie door de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Als de voorziene start van de lesbijwoning niet gepland wordt op de eerste schooldag van september, blijft de leerling tot die datum ingeschreven in de oude school.".
"Art. 21. Een school registreert elke inschrijving binnen zeven kalenderdagen, en uiterlijk op de eerste dag van de effectieve lesbijwoning, in de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, met vermelding van het moment van de inschrijving en de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.
Als de leerling in kwestie al was ingeschreven in een school, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, deze inschrijving automatisch als schoolverandering aan de vorige school, met vermelding van de datum van de voorziene start van de lesbijwoning.
Bij een inschrijving voor het volgende schooljaar, die plaatsvindt vóór 1 juli van het voorafgaande schooljaar, meldt de administratieve toepassing voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, de schoolverandering aan de oude school op 1 juli.
Een leerling kan uitgeschreven worden op basis van een melding van schoolverandering van de leerling in kwestie door de administratieve toepassingen voor het uitwisselen van leerlingengegevens tussen scholen en het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Als de voorziene start van de lesbijwoning niet gepland wordt op de eerste schooldag van september, blijft de leerling tot die datum ingeschreven in de oude school.".
Art.26. L'article 21 du même décret, remplacé par le décret du 20 octobre 2000 et modifié par le décret du 19 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit:
" Art. 21. Une école enregistre chaque inscription dans les sept jours calendaires, et au plus tard le premier jour de la fréquentation effective des cours, dans les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, avec mention du moment de l'inscription et la date prévue de la fréquentation effective des cours.
Si l'élève en question était déjà inscrit dans une école, l'application administrative pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, signale automatiquement cette inscription comme un changement d'école à l'école précédente et indique la date de début prévue de la fréquentation des cours.
En cas d'inscription à l'année scolaire suivante ayant lieu avant le 1er juillet de l'année scolaire précédente, l'application administrative pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation signale le changement d'école à l'ancienne école le 1er juillet.
Un élève peut être désinscrit sur la base d'une notification de changement d'école de l'élève en question par les applications administratives pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Si le début prévu de la fréquentation des cours n'est pas planifié au premier jour de classe de septembre, l'élève restera inscrit dans l'ancienne école jusqu'à cette date. ".
" Art. 21. Une école enregistre chaque inscription dans les sept jours calendaires, et au plus tard le premier jour de la fréquentation effective des cours, dans les applications administratives pour l'échange de données sur les élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, avec mention du moment de l'inscription et la date prévue de la fréquentation effective des cours.
Si l'élève en question était déjà inscrit dans une école, l'application administrative pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation, signale automatiquement cette inscription comme un changement d'école à l'école précédente et indique la date de début prévue de la fréquentation des cours.
En cas d'inscription à l'année scolaire suivante ayant lieu avant le 1er juillet de l'année scolaire précédente, l'application administrative pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation signale le changement d'école à l'ancienne école le 1er juillet.
Un élève peut être désinscrit sur la base d'une notification de changement d'école de l'élève en question par les applications administratives pour l'échange de données des élèves entre les écoles et le Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. Si le début prévu de la fréquentation des cours n'est pas planifié au premier jour de classe de septembre, l'élève restera inscrit dans l'ancienne école jusqu'à cette date. ".
Art.27. In artikel 31 van hetzelfde decreet, hersteld bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij de decreten van 19 juni 2015 en 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden "worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende gezamenlijke voorwaarden" vervangen door de zinsnede "draagt de oude school de leerlingengegevens over aan de nieuwe school, onder de volgende voorwaarden";
2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. Paragraaf 1 is, met uitzondering van het eerste lid, 4°, ook van toepassing bij schoolverandering van basisonderwijs naar secundair onderwijs.".
1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden "worden tussen de betrokken scholen leerlingengegevens overgedragen onder de volgende gezamenlijke voorwaarden" vervangen door de zinsnede "draagt de oude school de leerlingengegevens over aan de nieuwe school, onder de volgende voorwaarden";
2° er wordt een paragraaf 2 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 2. Paragraaf 1 is, met uitzondering van het eerste lid, 4°, ook van toepassing bij schoolverandering van basisonderwijs naar secundair onderwijs.".
Art.27. A l'article 31 du même décret, rétabli par le décret du 4 avril 2014 et modifié par les décrets des 19 juin 2015 et 17 juin 2016, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le texte existant qui formera le paragraphe 1er, les mots " sont transférées entre les écoles concernées aux conditions cumulées suivantes " sont remplacés par le membre de phrase " l'école ancienne assure le transfert des données de l'élève à la nouvelle école, aux conditions cumulées suivantes " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2 qui s'énonce comme suit :
" § 2. Le paragraphe 1er, à l'exception de l'alinéa 1er, 4°, est également d'application au changement d'école lorsque l'élève passe de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire. ".
1° dans le texte existant qui formera le paragraphe 1er, les mots " sont transférées entre les écoles concernées aux conditions cumulées suivantes " sont remplacés par le membre de phrase " l'école ancienne assure le transfert des données de l'élève à la nouvelle école, aux conditions cumulées suivantes " ;
2° il est ajouté un paragraphe 2 qui s'énonce comme suit :
" § 2. Le paragraphe 1er, à l'exception de l'alinéa 1er, 4°, est également d'application au changement d'école lorsque l'élève passe de l'enseignement fondamental à l'enseignement secondaire. ".
Art.28. In artikel 37quater decies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 25 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "een niet-gerealiseerde inschrijving" en ", een schriftelijke klacht" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;
2° aan het eerste lid van paragraaf 2 worden de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;
3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "gegrond acht" de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;
4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd acht" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" toegevoegd.
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "een niet-gerealiseerde inschrijving" en ", een schriftelijke klacht" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;
2° aan het eerste lid van paragraaf 2 worden de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;
3° in paragraaf 3 wordt tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "gegrond acht" de woorden "of de uitschrijving" toegevoegd;
4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd acht" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" toegevoegd.
Art.28. A l'article 37quater decies, du même décret, modifié par le décret du 25 novembre 2011, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, les mots " ou d'une désinscription " sont insérés entre les mots " à l'occasion d'une inscription non réalisée, " et les mots " déposer une plainte " ;
2° l'alinéa 1er du paragraphe 2 est complété par les mots suivants " ou de la désinscription " ;
3° au paragraphe 3, les mots " ou la désinscription " sont insérés entre les mots " l'inscription non réalisée " et les mots " est fondée " ;
4° au paragraphe 4, les mots " ou que la désinscription n'est pas justifiée " sont insérés entre les mots " que l'inscription non réalisée n'est pas ou insuffisamment motivée " et les mots " l'élève peut ".
1° au paragraphe 1er, les mots " ou d'une désinscription " sont insérés entre les mots " à l'occasion d'une inscription non réalisée, " et les mots " déposer une plainte " ;
2° l'alinéa 1er du paragraphe 2 est complété par les mots suivants " ou de la désinscription " ;
3° au paragraphe 3, les mots " ou la désinscription " sont insérés entre les mots " l'inscription non réalisée " et les mots " est fondée " ;
4° au paragraphe 4, les mots " ou que la désinscription n'est pas justifiée " sont insérés entre les mots " que l'inscription non réalisée n'est pas ou insuffisamment motivée " et les mots " l'élève peut ".
Art.29. In artikel 37quindecies van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 25 november 2011 en 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "start het LOP" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "van de weigeringsbeslissing" en "De CLR" de woorden "of de uitschrijving" ingevoegd;
3° in paragraaf 4 worden tussen de woorden "weigeringsbeslissing" en "gegrond acht" de woorden "of uitschrijving" ingevoegd;
4° in paragraaf 5 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" ingevoegd.
1° in paragraaf 1 worden tussen de woorden "niet-gerealiseerde inschrijving" en "start het LOP" de woorden "of een uitschrijving" ingevoegd;
2° in paragraaf 3 worden tussen de woorden "van de weigeringsbeslissing" en "De CLR" de woorden "of de uitschrijving" ingevoegd;
3° in paragraaf 4 worden tussen de woorden "weigeringsbeslissing" en "gegrond acht" de woorden "of uitschrijving" ingevoegd;
4° in paragraaf 5 wordt tussen de woorden "niet afdoende gemotiveerd" en "kan de leerling" de woorden "of de uitschrijving onterecht acht" ingevoegd.
Art.29. A l'article 37quindecies du même décret, modifié par les décrets des 25 novembre 2011 et 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots " ou d'une désinscription " sont insérés entre les mots " En cas d'une inscription non réalisée " et les mots " la LOP commence " ;
2° au paragraphe 3, les mots " ou de la désinscription " sont insérés entre les mots " de la décision de refus " et les mots " . La CLR formule " ;
3° au paragraphe 4, les mots " ou la désinscription " sont insérés entre les mots " la décision de refus " et les mots " est fondée " ;
4° au paragraphe 5, les mots " ou que la désinscription n'est pas justifiée " sont insérés entre les mots " que l'inscription non réalisée n'est pas ou insuffisamment motivée " et les mots " l'élève peut ".
1° au paragraphe 1er, les mots " ou d'une désinscription " sont insérés entre les mots " En cas d'une inscription non réalisée " et les mots " la LOP commence " ;
2° au paragraphe 3, les mots " ou de la désinscription " sont insérés entre les mots " de la décision de refus " et les mots " . La CLR formule " ;
3° au paragraphe 4, les mots " ou la désinscription " sont insérés entre les mots " la décision de refus " et les mots " est fondée " ;
4° au paragraphe 5, les mots " ou que la désinscription n'est pas justifiée " sont insérés entre les mots " que l'inscription non réalisée n'est pas ou insuffisamment motivée " et les mots " l'élève peut ".
Art.30. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 54bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 54bis. In afwijking van artikel 53 en 54 ontvangen de leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen in het schooljaar 2017-2018, geen getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel bereikt heeft, maar een verklaring met het aantal en soort gevolgde jaren lager onderwijs, een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt werd, alsook aandachtspunten voor de toekomst.".
"Art. 54bis. In afwijking van artikel 53 en 54 ontvangen de leerlingen die het getuigschrift basisonderwijs niet behalen in het schooljaar 2017-2018, geen getuigschrift dat aangeeft welke doelen de leerling wel bereikt heeft, maar een verklaring met het aantal en soort gevolgde jaren lager onderwijs, een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift basisonderwijs niet uitgereikt werd, alsook aandachtspunten voor de toekomst.".
Art.30. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré un article 54bis ainsi rédigé :
" Art. 54bis. Par dérogation aux articles 53 et 54, les élèves qui n'obtiennent pas de certificat d'enseignement fondamental dans l'année scolaire 2017-2018, ne reçoivent pas de certificat indiquant les objectifs que l'élève a néanmoins atteints, mais une déclaration précisant le nombre et le type d'années d'enseignement fondamental suivies, une motivation écrite des raisons pour lesquelles le certificat d'enseignement fondamental n'a pas été délivré, ainsi que des points d'attention pour l'avenir. ".
" Art. 54bis. Par dérogation aux articles 53 et 54, les élèves qui n'obtiennent pas de certificat d'enseignement fondamental dans l'année scolaire 2017-2018, ne reçoivent pas de certificat indiquant les objectifs que l'élève a néanmoins atteints, mais une déclaration précisant le nombre et le type d'années d'enseignement fondamental suivies, une motivation écrite des raisons pour lesquelles le certificat d'enseignement fondamental n'a pas été délivré, ainsi que des points d'attention pour l'avenir. ".
Art.31. In artikel 125quinquies, § 4, tweede lid, 3°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt de zinsnede "2018 of" opgeheven.
Art.31. Dans l'article 125quinquies, § 4, alinéa 2, 3°, du même décret, inséré par le décret du 25 avril 2014 et modifié par le décret du 17 juin 2016, le membre de phrase " 2018 ou " est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad
CHAPITRE 5. - Modifications du décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l'école et au " Vlaamse Onderwijsraad " (Conseil flamand de l'Enseignement)
Art.32. In artikel 33 van het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad wordt de zinsnede "zoals bedoeld in artikel V.21 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek" opgeheven.
Art.32. Dans l'article 33 du décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l'école et au " Vlaamse Onderwijsraad ", le membre de phrase " telle que visée à l'article V.21 du décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement XIII-Mosaïque " est abrogé.
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen"
CHAPITRE 6. - Modifications au décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Flandre)
Art.33. In artikel 2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap " Vlaams Agentschap voor Ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen ", gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt punt 5° opgeheven.
Art.33. Dans l'article 2 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen ", modifié par le décret du 20 avril 2012, le point 5° est abrogé.
Art.34. In artikel 10, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, worden de woorden "leertrajectbegeleider en" opgeheven.
Art.34. Dans l'article 10, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 20 avril 2012, les mots " d'accompagnateur du parcours d'apprentissage et " sont abrogés.
Art.35. In hoofdstuk IX van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 10 juni 2016, wordt afdeling 2, die bestaat uit artikel 39, opgeheven.
Art.35. Dans le chapitre IX du même décret, modifié par le décret du 10 juin 2016, la section 2, comprenant l'article 39, est abrogée.
Art.36. In artikel 42, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt de zinsnede "en het overeenkomstig artikel 39, 6°, uitgeoefende toezicht door de leertrajectbegeleiders," opgeheven.
Art.36. Dans l'article 42, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 20 avril 2012, le membre de phrase " et de la surveillance exercée par les accompagnateurs du parcours d'apprentissage conformément à l'article 39, 6°, " est abrogé.
Art.37. In artikel 43, tweede lid van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 april 2012, wordt de zinsnede ", de praktijkcommissie" opgeheven.
Art.37. Dans l'article 43, alinéa 2, du même décret, modifié par le décret du 20 avril 2012, le membre de phrase " , à la commission de pratique " est abrogé.
Art.38. In artikel 44, tweede lid, 2°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 20 april 2012, wordt punt a) opgeheven.
Art.38. Dans l'article 44, alinéa 2, 2°, du même décret, inséré par le décret du 20 avril 2012, le point a) est abrogé.
Art.39. Artikel 48 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.39. L'article 48 du même décret est abrogé.
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 7. - Modifications du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande
Art.40. Aan artikel 9 van het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009 en 16 juni 2017, wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een toelage worden toegekend aan een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan een jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.".
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 en 2 kan een toelage worden toegekend aan een pleegkind of pleeggast als vermeld in artikel 2, 8° en 10°, van het decreet van 29 juni 2012 houdende de organisatie van pleegzorg, op voorwaarde dat het pleegkind of de pleeggast langer dan een jaar onafgebroken bij hetzelfde pleeggezin verblijft.".
Art.40. A l'article 9 du décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, modifié par les décrets des 8 mai 2009 et 16 juin 2017, il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, une allocation peut être octroyée à un enfant placé ou un adulte placé tel que visé à l'article 2, 8° et 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial à condition que l'enfant placé ou l'adulte placé séjourne dans la même famille d'accueil pendant une période ininterrompue de plus d'un an. ".
" § 3. Par dérogation aux paragraphes 1er et 2, une allocation peut être octroyée à un enfant placé ou un adulte placé tel que visé à l'article 2, 8° et 10°, du décret du 29 juin 2012 portant organisation du placement familial à condition que l'enfant placé ou l'adulte placé séjourne dans la même famille d'accueil pendant une période ininterrompue de plus d'un an. ".
Art.41. In artikel 53/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de datum "1 september" vervangen door de datum "1 augustus";
2° in het tweede lid wordt de datum "1 juni" vervangen door de datum "1 mei";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of de student reageert uiterlijk op 1 juni van het lopende schooljaar op de melding van de start van het onderzoek.".
1° in het tweede lid wordt de datum "1 september" vervangen door de datum "1 augustus";
2° in het tweede lid wordt de datum "1 juni" vervangen door de datum "1 mei";
3° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De wettelijke vertegenwoordiger van de leerling of de student reageert uiterlijk op 1 juni van het lopende schooljaar op de melding van de start van het onderzoek.".
Art.41. A l'article 53/1 du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et modifié par le décret du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans l'alinéa 2, la date " 1er septembre " est remplacée par la date " 1er août " ;
2° dans l'alinéa 2, la date " 1er juin " est remplacée par la date " 1er mai " ;
3° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Le représentant légal de l'élève ou l'étudiant répond à la notification du démarrage de l'examen au plus tard le 1er juin de l'année scolaire en cours. ".
1° dans l'alinéa 2, la date " 1er septembre " est remplacée par la date " 1er août " ;
2° dans l'alinéa 2, la date " 1er juin " est remplacée par la date " 1er mai " ;
3° il est ajouté un alinéa 5, rédigé comme suit :
" Le représentant légal de l'élève ou l'étudiant répond à la notification du démarrage de l'examen au plus tard le 1er juin de l'année scolaire en cours. ".
Art.42. In artikel 55 van hetzelfde decreet wordt de datum "1 september" vervangen door de zinsnede "de laatste maandag van augustus".
Art.42. Dans l'article 55 du même décret, la date " 1er septembre " est remplacée par le membre de phrase " dernier lundi d'août ".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 8. - Modifications du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes
Art.43. In artikel 63, § 1bis, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 29 juni 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden tussen het woord "Vorming" en het woord "individuele" de woorden "aantoonbaar een" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist.".
1° in het eerste lid worden tussen het woord "Vorming" en het woord "individuele" de woorden "aantoonbaar een" ingevoegd;
2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
"Het centrum voor volwassenenonderwijs legt in samenspraak met de cursist het leertraject vast en houdt daarbij rekening met de startcompetenties en het eindperspectief van de cursist.".
Art.43. A l'article 63, § 1bis, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 29 juin 2012, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, le mot " démontrable " est ajouté après les mots " Vorming " un accompagnement de la filière d'apprentissage individuel;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le centre d'éducation des adultes détermine la filière d'apprentissage en concertation avec l'apprenant, en tenant compte des compétences de base et de la perspective finale de l'apprenant. ".
1° dans l'alinéa 1er, le mot " démontrable " est ajouté après les mots " Vorming " un accompagnement de la filière d'apprentissage individuel;
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Le centre d'éducation des adultes détermine la filière d'apprentissage en concertation avec l'apprenant, en tenant compte des compétences de base et de la perspective finale de l'apprenant. ".
Art.44. In artikel 196quater, § 5, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 maart 2018, wordt de zinsnede "vanaf het daaropvolgende schooljaar berekend op basis van de financierbare of subsidieerbare cursisten die tijdens de voorafgaande referteperiode geregistreerd werden in de opleidingen die met de middelen, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, georganiseerd werden." vervangen door de zinsnede "het daaropvolgende schooljaar berekend op basis van het aandeel van elk centrum binnen het totale aantal LUC die tijdens de voorafgaande referteperiode gegenereerd werden in opleidingen van de leergebieden alfabetisering Nederlands tweede taal en Nederlands tweede taal en van de studiegebieden Nederlands tweede taal richtgraad 1 en 2 en Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4.".
Art.44. Dans l'article 196quater, § 5, du même décret, inséré par le décret du 16 mars 2018, le membre de phrase " à partir de l'année scolaire suivante est calculée sur la base des apprenants admissibles au financement ou au subventionnement qui étaient enregistrés dans la période de référence précédente dans les formations organisées avec les moyens visés au paragraphe 1er, alinéa 2. " est remplacé par le membre de phrase " est calculée l'année scolaire suivante sur la base de la part de chaque centre dans le nombre total d'heures de cours/apprenant (LUC), générées dans la période de référence précédente dans les formations des domaines d'apprentissage " alfabetisering Nederlands tweede taal " et " Nederlands tweede taal " et des disciplines " Nederlands tweede taal richtgraad 1 et 2 " et " Nederlands tweede taal richtgraad 3 en 4. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 9. - Modifications du décret du 6 juin 2008 instituant une interdiction de fumer dans les établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves
Art.45. Artikel 2 van het decreet van 6 juni 2008 houdende het instellen van een rookverbod in onderwijsinstellingen en centra voor leerlingenbegeleiding, gewijzigd bij het decreet van 8 mei 2009 en de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt opgeheven.
Art.45. L'article 2 du décret du 6 juin 2008 instituant une interdiction de fumer dans les établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves, modifié par le décret du 8 mai 2009 et la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, sanctionnée par le décret du 23 décembre 2016, est abrogé.
Art.46. Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. Dit decreet is van toepassing op alle vestigingsplaatsen van:
1° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor basisonderwijs, scholen voor secundair onderwijs, academies deeltijds kunstonderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft, en centra voor deeltijdse vorming;
2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde internaten en tehuizen;
4° de andere scholen en centra voor onderwijs als die dezelfde vestigingsplaatsen in gebruik nemen als de vestigingsplaatsen, vermeld in punt 1°, 2° of 3°. ".
"Art. 3. Dit decreet is van toepassing op alle vestigingsplaatsen van:
1° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen voor basisonderwijs, scholen voor secundair onderwijs, academies deeltijds kunstonderwijs, centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen, wat de leertijd betreft, en centra voor deeltijdse vorming;
2° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
3° de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde internaten en tehuizen;
4° de andere scholen en centra voor onderwijs als die dezelfde vestigingsplaatsen in gebruik nemen als de vestigingsplaatsen, vermeld in punt 1°, 2° of 3°. ".
Art.46. L'article 3 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Le présent décret est d'application aux implantations suivantes :
1° aux écoles d'enseignement fondamental, écoles d'enseignement secondaire, académies d'enseignement artistique à temps partiel qui sont agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande ; aux centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, pour ce qui est de l'apprentissage, et aux centres de formation à temps partiel ;
2° aux centres d'encadrement des élèves, agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
3° aux internats et homes d'accueil agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
4° aux autres écoles et centres d'enseignement s'ils occupent les mêmes implantations que les implantations visées au point 1°, 2° ou 3°. ".
" Art. 3. Le présent décret est d'application aux implantations suivantes :
1° aux écoles d'enseignement fondamental, écoles d'enseignement secondaire, académies d'enseignement artistique à temps partiel qui sont agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande ; aux centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, pour ce qui est de l'apprentissage, et aux centres de formation à temps partiel ;
2° aux centres d'encadrement des élèves, agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
3° aux internats et homes d'accueil agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande ;
4° aux autres écoles et centres d'enseignement s'ils occupent les mêmes implantations que les implantations visées au point 1°, 2° ou 3°. ".
Art.47. Artikel 4 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 4. Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten.".
"Art. 4. Er geldt een absoluut en permanent verbod op het roken van producten op basis van tabak of van soortgelijke producten.".
Art.47. L'article 4 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 4. Il existe une interdiction absolue et permanente de fumer des produits à base de tabac ou de produits similaires. ".
" Art. 4. Il existe une interdiction absolue et permanente de fumer des produits à base de tabac ou de produits similaires. ".
Art.48. In artikel 5 van hetzelfde decreet wordt het woord "infrastructuur" vervangen door het woord "vestigingsplaatsen".
Art.48. Dans l'article 5 du même décret, les mots " leur infrastructure " sont remplacés par les mots " leurs implantations ".
Art.49. In artikel 6 van hetzelfde decreet wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De bepalingen, vermeld in artikel 4, worden in voorkomend geval opgenomen in:
1° het school-, internaats- of centrumreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan leerlingen een rookverbod bij extra-murosactiviteiten opleggen;
2° het arbeidsreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan zijn personeelsleden een rookverbod opleggen bij de uitoefening van hun opdrachten buiten de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3;
3° de reglementen en contractuele verbintenissen waarin de voorwaarden van de verhuur aan of het gebruik door derden van de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3, worden vastgelegd.".
"De bepalingen, vermeld in artikel 4, worden in voorkomend geval opgenomen in:
1° het school-, internaats- of centrumreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan leerlingen een rookverbod bij extra-murosactiviteiten opleggen;
2° het arbeidsreglement; het betrokken school-, internaats- of centrumbestuur kan bijkomend aan zijn personeelsleden een rookverbod opleggen bij de uitoefening van hun opdrachten buiten de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3;
3° de reglementen en contractuele verbintenissen waarin de voorwaarden van de verhuur aan of het gebruik door derden van de vestigingsplaatsen, vermeld in artikel 3, worden vastgelegd.".
Art.49. Dans l'article 6 du même décret, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les dispositions visées à l'article 4 sont, le cas échéant, intégrées dans :
1° le règlement d'école, d'internat ou de centre ; l'autorité scolaire, l'autorité d'un internat ou d'un centre en question peut de surcroît imposer une interdiction de fumer aux élèves dans le cas d'activités extra-muros ;
2° le règlement du travail ; l'autorité scolaire, l'autorité de l'internat ou du centre en question peut de surcroît imposer une interdiction de fumer à ses membres du personnel lors de l'exercice de leurs charges en dehors des implantations, visées à l'article 3 ;
3° les règlements et les engagements contractuels fixant les conditions de location ou d'utilisation par des tiers des implantations visées à l'article 3. ".
" Les dispositions visées à l'article 4 sont, le cas échéant, intégrées dans :
1° le règlement d'école, d'internat ou de centre ; l'autorité scolaire, l'autorité d'un internat ou d'un centre en question peut de surcroît imposer une interdiction de fumer aux élèves dans le cas d'activités extra-muros ;
2° le règlement du travail ; l'autorité scolaire, l'autorité de l'internat ou du centre en question peut de surcroît imposer une interdiction de fumer à ses membres du personnel lors de l'exercice de leurs charges en dehors des implantations, visées à l'article 3 ;
3° les règlements et les engagements contractuels fixant les conditions de location ou d'utilisation par des tiers des implantations visées à l'article 3. ".
Art.50. Artikel 8 van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art.50. L'article 8 du même décret est abrogé.
Art.51. In artikel 9 van hetzelfde decreet wordt het woord "inspectie" vervangen door het woord "onderwijsinspectie".
Art.51. Dans l'article 9 du même décret, le terme " l'inspection " est remplacé par le terme " l'inspection de l'enseignement ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 10. - Modifications du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande
Art.52. In artikel 3 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 8 mei 2009, 19 juli 2013, 21 maart 2014, 10 juni 2016, 17 juni 2016 en 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 16° wordt vervangen door wat volgt:
"16° trajectbegeleider: het aangewezen personeelslid dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs belast is met trajectbegeleiding; de gemandateerde persoon die in het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen belast is met trajectbegeleiding;";
2° punt 17° wordt opgeheven.
1° punt 16° wordt vervangen door wat volgt:
"16° trajectbegeleider: het aangewezen personeelslid dat in het centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs belast is met trajectbegeleiding; de gemandateerde persoon die in het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen belast is met trajectbegeleiding;";
2° punt 17° wordt opgeheven.
Art.52. A l'article 3 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié par les décrets des 8 mai 2009, 19 juillet 2013, 21 mars 2014, 10 juin 2016, 17 juin 2016 et 16 juin 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° le point 16° est remplacé par ce qui suit :
" 16° accompagnateur de parcours : le membre du personnel désigné qui est chargé de l'accompagnement de parcours dans le centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ; la personne mandatée qui est chargée de l'accompagnement de parcours dans le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ; " ;
2° le point 17° est abrogé.
1° le point 16° est remplacé par ce qui suit :
" 16° accompagnateur de parcours : le membre du personnel désigné qui est chargé de l'accompagnement de parcours dans le centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ; la personne mandatée qui est chargée de l'accompagnement de parcours dans le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ; " ;
2° le point 17° est abrogé.
Art.53. In artikel 40, eerste lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 21 december 2012, worden de woorden "de ondernemersopleiding" vervangen door de woorden "het ondernemerschapstraject".
Art.53. Dans l'article 40, alinéa 1er, du même décret, remplacé par le décret du 21 décembre 2012, les mots " la formation d'entrepreneurs " sont remplacés par les mots " le parcours d'entrepreneuriat ".
Art.54. In artikel 42bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra" vervangen door de woorden "overstappen van een school of centrum met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die of centrum dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".
Art.54. Dans l'article 42bis du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ou d'un centre ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école ou d'un centre agréé par la Communauté française ou germanophone de Belgique. "
Art.55. In artikel 43 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "de praktijkcommissie" vervangen door de woorden "de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "de praktijkcommissie" vervangen door de woorden "de raad van bestuur van Syntra Vlaanderen";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.55. A l'article 43 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la commission de pratique " sont remplacés par les mots " le conseil d'administration de Syntra Vlaanderen " ;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " la commission de pratique " sont remplacés par les mots " le conseil d'administration de Syntra Vlaanderen " ;
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.56. In artikel 45, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, worden de woorden "trajectbegeleider Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen".
Art.56. Dans l'article 45, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots " accompagnateur de parcours de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ".
Art.57. In artikel 49bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra" wordt vervangen door de woorden "overstappen van een school of centrum met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die of centrum dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België";
2° de woorden "een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen" worden vervangen door de woorden "een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen";
3° de woorden "Bij de beslissing houdt Syntra Vlaanderen rekening met" worden vervangen door de woorden "Bij de beslissing houdt de klassenraad rekening met".
1° de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen of centra dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen en centra" wordt vervangen door de woorden "overstappen van een school of centrum met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die of centrum dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België";
2° de woorden "een gunstige beslissing van Syntra Vlaanderen" worden vervangen door de woorden "een gunstige beslissing van de klassenraad van een door de betrokken personen gekozen centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen";
3° de woorden "Bij de beslissing houdt Syntra Vlaanderen rekening met" worden vervangen door de woorden "Bij de beslissing houdt de klassenraad rekening met".
Art.57. A l'article 49bis du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 25 avril 2014, sont apportées les modifications suivantes :
1° le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ou d'un centre ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école ou d'un centre agréé par la Communauté française ou germanophone de Belgique " ;
2° les mots " une décision favorable de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " une décision favorable du conseil de classe d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises choisi par les personnes concernées " ;
3° les mots " Pour sa décision, Syntra Vlaanderen tient compte de " sont remplacés par les mots " Pour sa décision, le conseil de classe tient compte de ".
1° le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ou d'un centre ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école ou d'un centre agréé par la Communauté française ou germanophone de Belgique " ;
2° les mots " une décision favorable de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " une décision favorable du conseil de classe d'un centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises choisi par les personnes concernées " ;
3° les mots " Pour sa décision, Syntra Vlaanderen tient compte de " sont remplacés par les mots " Pour sa décision, le conseil de classe tient compte de ".
Art.58. In artikel 75 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "begeleidingsteam" vervangen door het woord "klassenraad";
2° in het tweede lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" en de woorden "het begeleidingsteam" respectievelijk vervangen door de woorden "De klassenraad" en de woorden "de klassenraad";
3° in het derde lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "De klassenraad".
1° in het eerste lid wordt het woord "begeleidingsteam" vervangen door het woord "klassenraad";
2° in het tweede lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" en de woorden "het begeleidingsteam" respectievelijk vervangen door de woorden "De klassenraad" en de woorden "de klassenraad";
3° in het derde lid worden de woorden "Het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "De klassenraad".
Art.58. A l'article 75 du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° à l'alinéa 1er, les mots " une équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " un conseil de classe " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " L'équipe d'accompagnement " et les mots " l'équipe d'accompagnement " sont respectivement remplacés par les mots " Le conseil de classe " et " le conseil de classe " ;
3° à l'alinéa 3, les mots " L'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " Le conseil de classe ".
1° à l'alinéa 1er, les mots " une équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " un conseil de classe " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " L'équipe d'accompagnement " et les mots " l'équipe d'accompagnement " sont respectivement remplacés par les mots " Le conseil de classe " et " le conseil de classe " ;
3° à l'alinéa 3, les mots " L'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " Le conseil de classe ".
Art.59. In artikel 76 van hetzelfde decreet worden de woorden "Het begeleidingsteam" telkens vervangen door de woorden "De klassenraad" en worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".
Art.59. Dans l'article 76 du même décret, les mots " L'équipe d'accompagnement " sont chaque fois remplacés par les mots " Le conseil de classe " et les mots " l'équipe d'accompagnement " par les mots " le conseil de classe ".
Art.60. In artikel 77 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 17 juni 2016 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "Het begeleidingsteam" telkens vervangen door de woorden "De klassenraad".
Art.60. Dans l'article 77 du même décret, remplacé par le décret du 17 juin 2016 et modifié par le décret du 16 juin 2017, les mots " L'équipe d'accompagnement " sont chaque fois remplacés par les mots " Le conseil de classe ".
Art.61. In artikel 78 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 16 juni 2017, worden de woorden "Het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "De klassenraad" en worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".
Art.61. Dans l'article 78 du même décret, remplacé par le décret du 16 juin 2017, les mots " L'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " Le conseil de classe " et les mots " l'équipe d'accompagnement " par les mots " le conseil de classe ".
Art.62. In artikel 80/1 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 juli 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen is" vervangen door de woorden "De centra zijn";
2° in het tweede lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap".
1° in het eerste lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen is" vervangen door de woorden "De centra zijn";
2° in het tweede lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de centra waar ze een studiebewijs hebben behaald of bij de Vlaamse Gemeenschap".
Art.62. A l'article 80/1 du même décret, inséré par le décret du 19 juillet 2013, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " Syntra Vlaanderen est autorisée " sont remplacés par les mots " Les centres sont autorisés " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " auprès de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " auprès des centres où ils ont obtenu un certificat ou auprès de la Communauté flamande ".
1° dans l'alinéa 1er, les mots " Syntra Vlaanderen est autorisée " sont remplacés par les mots " Les centres sont autorisés " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " auprès de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " auprès des centres où ils ont obtenu un certificat ou auprès de la Communauté flamande ".
Art.63. In artikel 82 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";
2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";
3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam".
1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";
2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam";
3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het begeleidingsteam".
Art.63. A l'article 82 du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement " ;
2° au paragraphe 2, 3°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement " ;
3° au paragraphe 3, 4°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement ".
1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement " ;
2° au paragraphe 2, 3°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement " ;
3° au paragraphe 3, 4°, les mots " de Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " de l'équipe d'accompagnement ".
Art.64. In artikel 82 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 8 mei 2009 en gewijzigd bij het decreet van 15 juni 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";
2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";
3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".
1° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";
2° in paragraaf 2, 3°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad";
3° in paragraaf 3, 4°, worden de woorden "het begeleidingsteam" vervangen door de woorden "de klassenraad".
Art.64. A l'article 82 du même décret, remplacé par le décret du 8 mai 2009 et modifié par le décret du 15 juin 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe " ;
2° au paragraphe 2, 3°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe " ;
3° au paragraphe 3, 4°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe ".
1° au paragraphe 1er, 3°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe " ;
2° au paragraphe 2, 3°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe " ;
3° au paragraphe 3, 4°, les mots " l'équipe d'accompagnement " sont remplacés par les mots " le conseil de classe ".
Art.65. Artikel 93, § 1, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. De centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van de vigerende regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zoals gewijzigd.".
" § 1. De centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen worden gesubsidieerd op basis van de vigerende regelgeving betreffende de erkenning en de subsidiëring van de centra voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in uitvoering van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen, zoals gewijzigd.".
Art.65. L'article 93, § 1er, du même décret est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises sont subventionnés sur la base de la réglementation en vigueur relative à l'agrément et au subventionnement des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises en application du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Flandre), tel que modifié. ".
" § 1er. Les centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises sont subventionnés sur la base de la réglementation en vigueur relative à l'agrément et au subventionnement des centres de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises en application du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen " (Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Flandre), tel que modifié. ".
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport
CHAPITRE 11. - Modifications du décret du 13 février 2009 portant organisation du sport scolaire
Art.66. Artikel 2 van het decreet van 13 februari 2009 houdende de organisatie van schoolsport wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. Schoolsport is het geheel van extracurriculaire sport- en bewegingsactiviteiten, inclusief initiatieven ter beperking van sedentair gedrag, in schools en naschools verband voor de leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs, met bijzondere aandacht voor die leerlingen die via het bestaande aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten buiten schools verband niet worden bereikt.
Schoolsport heeft als doel om leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs te stimuleren om deel te nemen aan sport- en bewegingsactiviteiten, zowel in georganiseerd verband binnen een sportvereniging, als in los of anders georganiseerd of ongeorganiseerd verband, om een gezonde levensstijl en een levenslange deelname aan sport- en bewegingsactiviteiten te stimuleren.
De organisatie van schoolsport omvat:
1° de innovatie, de planning en de uitvoering van de schoolsport;
2° het stimuleren van de wisselwerking tussen het vak- of leergebied lichamelijke opvoeding en de schoolsport enerzijds, en de schoolsport en de lokale sportactiviteiten anderzijds.".
"Art. 2. Schoolsport is het geheel van extracurriculaire sport- en bewegingsactiviteiten, inclusief initiatieven ter beperking van sedentair gedrag, in schools en naschools verband voor de leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs, met bijzondere aandacht voor die leerlingen die via het bestaande aanbod van sport- en bewegingsactiviteiten buiten schools verband niet worden bereikt.
Schoolsport heeft als doel om leerlingen uit het basisonderwijs en secundair onderwijs te stimuleren om deel te nemen aan sport- en bewegingsactiviteiten, zowel in georganiseerd verband binnen een sportvereniging, als in los of anders georganiseerd of ongeorganiseerd verband, om een gezonde levensstijl en een levenslange deelname aan sport- en bewegingsactiviteiten te stimuleren.
De organisatie van schoolsport omvat:
1° de innovatie, de planning en de uitvoering van de schoolsport;
2° het stimuleren van de wisselwerking tussen het vak- of leergebied lichamelijke opvoeding en de schoolsport enerzijds, en de schoolsport en de lokale sportactiviteiten anderzijds.".
Art.66. L'article 2 du décret du 13 février 2009 portant organisation du sport scolaire est remplacé par ce qui suit :
" Art. 2. Le sport scolaire est l'ensemble des activités sportives et physiques extra-curriculaires, y compris les initiatives visant à réduire le comportement sédentaire, tant pendant qu'après les heures scolaires pour les élèves de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, qui se focalise sur ces élèves qui ne sont pas atteints par l'éventail existant d'activités sportives et physiques organisées en dehors de l'école.
L'objectif du sport scolaire est d'encourager les élèves de l'enseignement fondamental et secondaire à participer à des activités sportives et physiques, tant organisées au sein d'une association sportive qu'organisées ad hoc ou non organisées, afin de promouvoir un mode de vie sain et la participation tout au long de la vie à des activités sportives et physiques.
L'organisation du sport scolaire comprend :
1° l'innovation, le planning et la pratique du sport scolaire ;
2° l'encouragement de l'interaction entre le domaine d'apprentissage ou la discipline de l'éducation physique et le sport scolaire, d'une part, et le sport scolaire et les activités sportives locales, d'autre part. ".
" Art. 2. Le sport scolaire est l'ensemble des activités sportives et physiques extra-curriculaires, y compris les initiatives visant à réduire le comportement sédentaire, tant pendant qu'après les heures scolaires pour les élèves de l'enseignement fondamental et de l'enseignement secondaire, qui se focalise sur ces élèves qui ne sont pas atteints par l'éventail existant d'activités sportives et physiques organisées en dehors de l'école.
L'objectif du sport scolaire est d'encourager les élèves de l'enseignement fondamental et secondaire à participer à des activités sportives et physiques, tant organisées au sein d'une association sportive qu'organisées ad hoc ou non organisées, afin de promouvoir un mode de vie sain et la participation tout au long de la vie à des activités sportives et physiques.
L'organisation du sport scolaire comprend :
1° l'innovation, le planning et la pratique du sport scolaire ;
2° l'encouragement de l'interaction entre le domaine d'apprentissage ou la discipline de l'éducation physique et le sport scolaire, d'une part, et le sport scolaire et les activités sportives locales, d'autre part. ".
Art.67. Artikel 3 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 3. De Vlaamse Regering kan een vereniging zonder winstoogmerk of stichting voor de organisatie van schoolsport, opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, subsidiëren als aan al de volgende voorwaarden voldaan wordt:
1° uit de statuten blijkt dat in de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging alleszins vertegenwoordigers zijn opgenomen van:
a) het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
b) de Vlaamse Sportfederatie, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid;
c) vertegenwoordigers van de non-profitsector die affiniteit hebben met schoolsport;
2° er wordt een subsidieovereenkomst met de Vlaamse Regering afgesloten. In die overeenkomst worden ook de door de Vlaamse Regering aangewezen experten opgenomen die als waarnemer de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging bijwonen;
3° er wordt vierjaarlijks een werkingsverslag voorgelegd, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;
4° er wordt jaarlijks een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voorgelegd;
5° de principes over deugdelijk bestuur worden gerespecteerd.".
"Art. 3. De Vlaamse Regering kan een vereniging zonder winstoogmerk of stichting voor de organisatie van schoolsport, opgericht conform de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, subsidiëren als aan al de volgende voorwaarden voldaan wordt:
1° uit de statuten blijkt dat in de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging alleszins vertegenwoordigers zijn opgenomen van:
a) het Gemeenschapsonderwijs en de representatieve verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs;
b) de Vlaamse Sportfederatie, de Bond voor Lichamelijke Opvoeding, het Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid;
c) vertegenwoordigers van de non-profitsector die affiniteit hebben met schoolsport;
2° er wordt een subsidieovereenkomst met de Vlaamse Regering afgesloten. In die overeenkomst worden ook de door de Vlaamse Regering aangewezen experten opgenomen die als waarnemer de algemene vergadering en/of de raad van bestuur van de vereniging bijwonen;
3° er wordt vierjaarlijks een werkingsverslag voorgelegd, waaruit blijkt dat de bepalingen uit de subsidieovereenkomst werden gerealiseerd;
4° er wordt jaarlijks een jaarplan, een begroting, een jaarverslag en een jaarrekening voorgelegd;
5° de principes over deugdelijk bestuur worden gerespecteerd.".
Art.67. L'article 3 du même décret est remplacé par ce qui suit :
" Art. 3. Le Gouvernement flamand peut subventionner une association sans but lucratif ou une fondation pour l'organisation du sport scolaire créée conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° il ressort des statuts que l'assemblée générale et/ou le conseil d'administration de l'association comprend en tout cas des représentants :
a) de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires de l'enseignement subventionné ;
b) de la " Vlaamse Sportfederatie ", de la " Bond voor Lichamelijke Opvoeding " ou du " Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid " ;
c) des représentants du secteur non lucratif ayant une affinité avec le sport scolaire ;
2° il est conclu une convention de subvention avec le Gouvernement flamand. Dans cette convention figurent également des experts désignés par le Gouvernement flamand qui assistent à l'assemblée générale et/ou au conseil d'administration de l'association en qualité d'observateurs ;
3° il est présenté un rapport d'activités tous les quatre ans, dont il ressort que les dispositions de la convention de subvention ont été réalisées ;
4° chaque année, un plan annuel, un budget, un rapport et un compte annuels sont présentés ;
5° les principes de bonne gouvernance sont respectés. ".
" Art. 3. Le Gouvernement flamand peut subventionner une association sans but lucratif ou une fondation pour l'organisation du sport scolaire créée conformément à la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° il ressort des statuts que l'assemblée générale et/ou le conseil d'administration de l'association comprend en tout cas des représentants :
a) de l'Enseignement communautaire et des associations représentatives des autorités scolaires de l'enseignement subventionné ;
b) de la " Vlaamse Sportfederatie ", de la " Bond voor Lichamelijke Opvoeding " ou du " Vlaams Instituut voor Sportbeheer en Recreatiebeleid " ;
c) des représentants du secteur non lucratif ayant une affinité avec le sport scolaire ;
2° il est conclu une convention de subvention avec le Gouvernement flamand. Dans cette convention figurent également des experts désignés par le Gouvernement flamand qui assistent à l'assemblée générale et/ou au conseil d'administration de l'association en qualité d'observateurs ;
3° il est présenté un rapport d'activités tous les quatre ans, dont il ressort que les dispositions de la convention de subvention ont été réalisées ;
4° chaque année, un plan annuel, un budget, un rapport et un compte annuels sont présentés ;
5° les principes de bonne gouvernance sont respectés. ".
HOOFDSTUK 12. - Wijzigingen van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur
CHAPITRE 12. - Modification du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications
Art.68. Aan artikel 8 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de kwalificatiestructuur wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Deelkwalificaties zijn samenhangende gehelen van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie die uitstroomkansen bieden in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie. Deelkwalificaties worden afgebakend tijdens de opmaak van een beroepskwalificatie en hebben geen eigen inschalingsniveau.".
"Deelkwalificaties zijn samenhangende gehelen van competenties uit eenzelfde beroepskwalificatie die uitstroomkansen bieden in een smaller deel van de arbeidsmarkt dan de volledige beroepskwalificatie. Deelkwalificaties worden afgebakend tijdens de opmaak van een beroepskwalificatie en hebben geen eigen inschalingsniveau.".
Art.68. L'article 8 du décret du 30 avril 2009 relatif à la structure des certifications est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Des certifications partielles sont des ensembles cohérents de compétences d'une même qualification professionnelle qui offrent des chances à la sortie dans une partie plus étroite du marché du travail que la qualification professionnelle complète. Des qualifications partielles sont définies lors de la préparation d'une qualification professionnelle et n'ont pas leur propre niveau de classification. ".
" Des certifications partielles sont des ensembles cohérents de compétences d'une même qualification professionnelle qui offrent des chances à la sortie dans une partie plus étroite du marché du travail que la qualification professionnelle complète. Des qualifications partielles sont définies lors de la préparation d'une qualification professionnelle et n'ont pas leur propre niveau de classification. ".
Art.69. In artikel 14, eerste lid, van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "of erkende beroepskwalificaties" worden vervangen door de woorden "erkende beroepskwalificaties of deelkwalificaties";
2° aan punt 2°, b), worden de woorden "of deelkwalificaties" toegevoegd;
3° aan de punten 3°, a), en 4°, d), e), f), g) en h), worden telkens de woorden "al dan niet aangevuld met één of meer deelkwalificaties" toegevoegd.
1° de woorden "of erkende beroepskwalificaties" worden vervangen door de woorden "erkende beroepskwalificaties of deelkwalificaties";
2° aan punt 2°, b), worden de woorden "of deelkwalificaties" toegevoegd;
3° aan de punten 3°, a), en 4°, d), e), f), g) en h), worden telkens de woorden "al dan niet aangevuld met één of meer deelkwalificaties" toegevoegd.
Art.69. A l'article 14, alinéa 1er, du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° les mots " ou des qualifications professionnelles reconnues " sont remplacés par les mots " des qualifications professionnelles ou qualifications partielles reconnues " ;
2° au point 2°, b), sont ajoutés les mots " ou qualifications partielles " ;
3° aux points 3°, a), et 4°, d), e), f), g) et h), sont chaque fois ajoutés les mots " complétées ou non par une ou plusieurs qualifications partielles ".
1° les mots " ou des qualifications professionnelles reconnues " sont remplacés par les mots " des qualifications professionnelles ou qualifications partielles reconnues " ;
2° au point 2°, b), sont ajoutés les mots " ou qualifications partielles " ;
3° aux points 3°, a), et 4°, d), e), f), g) et h), sont chaque fois ajoutés les mots " complétées ou non par une ou plusieurs qualifications partielles ".
HOOFDSTUK 13. - Wijzigingen van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs
CHAPITRE 13. - Modification du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement.
Art.70. Artikel 27/1 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2012 en vervangen bij het decreet van 19 juni 2015, wordt opgeheven.
Art.70. L'article 27/1 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, inséré par le décret du 21 décembre 2012 et remplacé par le décret du 19 juin 2015 est abrogé.
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010
CHAPITRE 14. - Modifications du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010
Art.71. Artikel 44 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 3 juli 2015, wordt opgeheven.
Art.71. L'article 44 du même Code, remplacé par le décret du 3 juillet 2015, est abrogé.
Art.72. In artikel 51 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, worden in het vierde lid de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 3° wordt de zinsnede "2018 of" opgeheven;
2° een punt 4° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° indien de school met een vereniging van gemeenten als schoolbestuur wordt overgenomen door een schoolbestuur dat geen vereniging van gemeenten is.".
1° in punt 3° wordt de zinsnede "2018 of" opgeheven;
2° een punt 4° wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
"4° indien de school met een vereniging van gemeenten als schoolbestuur wordt overgenomen door een schoolbestuur dat geen vereniging van gemeenten is.".
Art.72. A l'article 51 du même Code, inséré par le décret du 25 avril 2014 et modifié par le décret du 16 juin 2017, les modifications suivantes sont apportées à l'alinéa 4 :
1° au point 3°, le membre de phrase " 2018 ou " est abrogé ;
2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° si l'école avec une association de communes comme autorité scolaire est reprise par une autorité scolaire qui n'est pas une association de communes. ".
1° au point 3°, le membre de phrase " 2018 ou " est abrogé ;
2° il est ajouté un point 4°, rédigé comme suit :
" 4° si l'école avec une association de communes comme autorité scolaire est reprise par une autorité scolaire qui n'est pas une association de communes. ".
Art.73. In artikel 112 van dezelfde codex, vervangen bij het decreet van 4 april 2014 en gewijzigd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 9°, b), wordt de zinsnede "of Syntra Vlaanderen elke genomen beslissing van, naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen elke genomen beslissing van de klassenraad";
2° in het eerste lid, 9°, c), wordt de zinsnede ", naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de klassenraad";
3° in het derde lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen".
1° in het eerste lid, 9°, b), wordt de zinsnede "of Syntra Vlaanderen elke genomen beslissing van, naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen elke genomen beslissing van de klassenraad";
2° in het eerste lid, 9°, c), wordt de zinsnede ", naargelang van het geval, de klassenraad of Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "de klassenraad";
3° in het derde lid worden de woorden "Syntra Vlaanderen" vervangen door de woorden "het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen".
Art.73. Dans l'article 112 du même Code, remplacé par le décret du 4 avril 2014 et modifié par le décret du 17 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 9°, b), le membre de phrase " ou Syntra Vlaanderen motivent par écrit toute décision prise par, le cas échéant, le conseil de classe ou Syntra Vlaanderen " est remplacé par les mots " ou le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises motivent par écrit toute décision prise par le conseil de classe " ;
2° dans l'alinéa 1er, 9°, c), le membre de phrase " le cas échéant, le conseil de classe ou Syntra Vlaanderen " est remplacé par les mots " le conseil de classe " ;
3° dans l'alinéa 3, les mots " Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ".
1° dans l'alinéa 1er, 9°, b), le membre de phrase " ou Syntra Vlaanderen motivent par écrit toute décision prise par, le cas échéant, le conseil de classe ou Syntra Vlaanderen " est remplacé par les mots " ou le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises motivent par écrit toute décision prise par le conseil de classe " ;
2° dans l'alinéa 1er, 9°, c), le membre de phrase " le cas échéant, le conseil de classe ou Syntra Vlaanderen " est remplacé par les mots " le conseil de classe " ;
3° dans l'alinéa 3, les mots " Syntra Vlaanderen " sont remplacés par les mots " le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ".
Art.74. In artikel 115/1, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".
Art.74. Dans l'article 115/1, alinéa 1er, du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles ou centres autres que les écoles ou centres agréés, financés ou subventionnés par la Communauté flamande " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école agréée par la Communauté française ou germanophone de Belgique ".
Art.75. In artikel 123/2 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014, wordt de zinsnede "in kwestie of door Syntra Vlaanderen, naargelang van het geval," vervangen door de zinsnede "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen in kwestie".
Art.75. Dans l'article 123/2 du même Code, inséré par le décret du 25 avril 2014, le membre de phrase " ou par Syntra Vlaanderen, selon le cas, " est remplacé par le membre de phrase " ou le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises en question ".
Art.76. In artikel 123/7, eerste lid, van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014 en vernummerd bij het decreet van 17 juni 2016, wordt de zinsnede ", het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen of Syntra Vlaanderen," vervangen door de zinsnede "of het centrum voor vorming van zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen,".
Art.76. Dans l'article 123/7, alinéa 1er, du même Code, inséré par le décret du 4 avril 2014 et renuméroté par le décret du 17 juin 2016, le membre de phrase " , le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises ou Syntra Vlaanderen, " est remplacé par le membre de phrase " ou le centre de formation des indépendants et des petites et moyennes entreprises, ".
Art.77. In artikel 123/19 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 4 april 2014 en vernummerd bij het decreet van 17 juni 2016, worden de woorden "respectievelijk Syntra Vlaanderen" en de woorden "in het secundair onderwijs respectievelijk de leertijd" opgeheven.
Art.77. Dans l'article 123/19 du même Code, inséré par le décret du 4 avril 2014 et renuméroté par le décret du 17 juin 2016, les mots " respectivement Syntra Vlaanderen " et les mots " dans l'enseignement secondaire respectivement l'apprentissage " sont supprimés.
Art.78. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een artikel 209/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 209/1. § 1. Voor een school die tot een scholengemeenschap is toegetreden, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar verhoogd onder de volgende voorwaarden:
1° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van elke onderwijszone waarin de scholengemeenschap in kwestie ligt, stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
2° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van de scholengemeenschap in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
3° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de school in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
4° tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, mag de school in kwestie geen uren-leraar overdragen naar een andere school of naar het volgend schooljaar; het schoolbestuur mag tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, geen uren-leraar aan de school in kwestie onttrekken in het kader van een herverdeling van uren-leraar;
5° de stijging van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in de school in kwestie mag niet het gevolg zijn van een fusie of afsplitsing van scholen met eerste graad waarbij zij is betrokken of van een overheveling van de eerste graad tussen scholen waarbij zij is betrokken;
6° de extra uren-leraar mogen door de school in kwestie enkel worden aangewend in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B en voor zover er zich een stijging van het aantal leerlingen in desbetreffend leerjaar voordoet.
§ 2. De extra uren-leraar worden op basis van volgende modaliteiten op het niveau van de school in kwestie berekend:
1° het verschil in leerlingenaantal tussen de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorgaande schooljaar wordt afzonderlijk voor het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B vastgesteld. Als de stijging van het leerlingenaantal in het ene leerjaar gepaard gaat met een geringere daling in het andere leerjaar, dan wordt de `netto' stijging, toegepast op het leerjaar waarin de stijging zich voordoet, voor de berekening in aanmerking genomen;
2° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar A wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
3° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar B wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
4° de som van de resultaten van de vermenigvuldigingen, vermeld in punt 2° en 3°, geeft de extra uren-leraar voor de school. Als het eindresultaat uitkomt op een cijfer van vijf of meer na de komma, wordt het afgerond naar de hogere eenheid.
De uitoefening door de Vlaamse Regering van de bevoegdheden in dit artikel wordt jaarlijks herhaald en de Vlaamse Regering houdt daarbij rekening met:
1° de grootteorde van de gemiddelde leerlingencoëfficiënt van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B die is vastgesteld in toepassing van artikel 209;
2° de globale leerlingenstromen naar het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B in het onderwijs dat door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt, en de daaraan gekoppelde capaciteitsbehoeften;
3° de beschikbare begrotingskredieten.
Bij de toepassing van deze bepalingen worden niet in aanmerking genomen:
1° de leerlingen van scholen met opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs;
2° de leerlingen van scholen waarvoor de financiering of subsidiëring wordt berekend op basis van de schoolbevolking op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar.
§ 3. Indien volgens dezelfde voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, het aantal leerlingen daalt, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar op basis van dezelfde modaliteiten zoals bepaald in paragraaf 2 verminderd.
§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, kan de Vlaamse Regering nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot de toekenning of vermindering van wekelijkse uren-leraar als bedoeld in dit artikel.".
"Art. 209/1. § 1. Voor een school die tot een scholengemeenschap is toegetreden, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar verhoogd onder de volgende voorwaarden:
1° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van elke onderwijszone waarin de scholengemeenschap in kwestie ligt, stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
2° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de eerste graad van alle scholen van de scholengemeenschap in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
3° het totale aantal regelmatige leerlingen van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B van de school in kwestie stijgt minimaal met een door de Vlaamse Regering enerzijds te bepalen percentage en anderzijds te bepalen absoluut aantal op de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorafgaande schooljaar;
4° tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, mag de school in kwestie geen uren-leraar overdragen naar een andere school of naar het volgend schooljaar; het schoolbestuur mag tijdens het schooljaar waarop de verhoging van het aantal wekelijkse uren-leraar betrekking heeft, geen uren-leraar aan de school in kwestie onttrekken in het kader van een herverdeling van uren-leraar;
5° de stijging van het aantal leerlingen in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B in de school in kwestie mag niet het gevolg zijn van een fusie of afsplitsing van scholen met eerste graad waarbij zij is betrokken of van een overheveling van de eerste graad tussen scholen waarbij zij is betrokken;
6° de extra uren-leraar mogen door de school in kwestie enkel worden aangewend in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B en voor zover er zich een stijging van het aantal leerlingen in desbetreffend leerjaar voordoet.
§ 2. De extra uren-leraar worden op basis van volgende modaliteiten op het niveau van de school in kwestie berekend:
1° het verschil in leerlingenaantal tussen de eerste lesdag van oktober ten opzichte van de eerste lesdag van februari van het voorgaande schooljaar wordt afzonderlijk voor het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B vastgesteld. Als de stijging van het leerlingenaantal in het ene leerjaar gepaard gaat met een geringere daling in het andere leerjaar, dan wordt de `netto' stijging, toegepast op het leerjaar waarin de stijging zich voordoet, voor de berekening in aanmerking genomen;
2° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar A wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
3° het verschil, als het een stijging betreft, voor het eerste leerjaar B wordt vermenigvuldigd met een leerlingencoëfficiënt die de Vlaamse Regering bepaalt;
4° de som van de resultaten van de vermenigvuldigingen, vermeld in punt 2° en 3°, geeft de extra uren-leraar voor de school. Als het eindresultaat uitkomt op een cijfer van vijf of meer na de komma, wordt het afgerond naar de hogere eenheid.
De uitoefening door de Vlaamse Regering van de bevoegdheden in dit artikel wordt jaarlijks herhaald en de Vlaamse Regering houdt daarbij rekening met:
1° de grootteorde van de gemiddelde leerlingencoëfficiënt van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B die is vastgesteld in toepassing van artikel 209;
2° de globale leerlingenstromen naar het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B in het onderwijs dat door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt, en de daaraan gekoppelde capaciteitsbehoeften;
3° de beschikbare begrotingskredieten.
Bij de toepassing van deze bepalingen worden niet in aanmerking genomen:
1° de leerlingen van scholen met opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs;
2° de leerlingen van scholen waarvoor de financiering of subsidiëring wordt berekend op basis van de schoolbevolking op de eerste lesdag van oktober van het lopende schooljaar.
§ 3. Indien volgens dezelfde voorwaarden zoals bepaald in paragraaf 1, 1° tot en met 3°, het aantal leerlingen daalt, wordt het aantal wekelijkse uren-leraar op basis van dezelfde modaliteiten zoals bepaald in paragraaf 2 verminderd.
§ 4. Met behoud van de toepassing van paragraaf 2, tweede lid, kan de Vlaamse Regering nadere voorwaarden bepalen met betrekking tot de toekenning of vermindering van wekelijkse uren-leraar als bedoeld in dit artikel.".
Art.78. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré un article 209/1 rédigé comme suit :
" Art. 209/1. § 1er. Pour une école affiliée à un centre d'enseignement, le nombre de périodes-professeur hebdomadaires est majoré aux conditions suivantes :
1° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B du premier degré de toutes les écoles de chaque zone d'enseignement dans laquelle se trouve le centre d'enseignement en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
2° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B du premier degré de toutes les écoles du centre d'enseignement en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
3° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B de l'école en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
4° pendant l'année scolaire à laquelle se rapporte l'augmentation du nombre de périodes-professeur hebdomadaires, l'école en question ne peut transférer de périodes-professeur à une autre école ou à l'année scolaire suivante ; l'autorité scolaire ne peut retirer de périodes-professeur hebdomadaires de l'école en question, dans le cadre d'une redistribution des périodes-professeur au cours de l'année scolaire à laquelle se rapporte l'augmentation du nombre de périodes-professeur ;
5° l'augmentation du nombre d'élèves en première année d'études A ou en première année d'études B de l'école en question ne peut résulter d'une fusion ou d'une scission d'écoles du premier degré dans lesquelles elle est impliquée ou d'un transfert du premier degré entre des écoles dans lesquelles elle est impliquée ;
6° les périodes-professeur supplémentaires ne peuvent être utilisées par l'école en question que dans la première année d'études A ou la première année d'études B et dans la mesure où il y a augmentation du nombre d'élèves pendant l'année d'études concernée.
§ 2. Les périodes-professeur supplémentaires sont calculées au niveau de l'école sur la base des modalités suivantes :
1° la différence du nombre d'élèves entre le premier jour de classe d'octobre et le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente est déterminée séparément pour la première année d'études A et la première année d'études B. Si l'augmentation du nombre d'élèves dans une année d'études s'accompagne d'une diminution plus faible dans l'autre année scolaire, l'augmentation " nette " appliquée à l'année au cours de laquelle l'augmentation se produit est prise en compte dans le calcul ;
2° la différence, s'il s'agit d'une augmentation, pour la première année d'études A est multipliée par un coefficient d'élèves déterminé par le Gouvernement flamand ;
3° la différence, s'il s'agit d'une augmentation, pour la première année d'études B est multipliée par un coefficient d'élèves déterminé par le Gouvernement flamand ;
4° la somme des résultats des multiplications visées aux points 2° et 3° donne les périodes-professeur supplémentaires pour l'école. Si le résultat final est égal ou supérieur à cinq après la virgule décimale, il est arrondi à l'unité supérieure suivante.
L'exercice par le Gouvernement flamand des compétences définies dans le présent article est répété annuellement et, ce faisant, le Gouvernement flamand tient compte :
1° de l'ordre de grandeur du coefficient moyen d'élèves pour la première année d'études A et la première année d'études B établi en application de l'article 209 ;
2° des flux globaux d'élèves vers la première année d'études A et la première année d'études B dans l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande, ainsi que des besoins de capacité correspondants ;
3° des crédits budgétaires disponibles.
Ne sont pas pris en considération pour l'application de ces dispositions :
1° les élèves des écoles de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial ;
2° les élèves des écoles dont le financement ou le subventionnement est calculé sur la base de la population scolaire au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours.
§ 3. Si, aux mêmes conditions que celles prévues au paragraphe 1er, 1° à 3°, le nombre d'élèves diminue, le nombre de périodes-professeur supplémentaires est réduit sur la base des mêmes modalités que celles prévues au paragraphe 2.
§ 4. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, alinéa 2, le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à l'attribution ou la réduction du nombre de périodes-professeur supplémentaires visées au présent article. ".
" Art. 209/1. § 1er. Pour une école affiliée à un centre d'enseignement, le nombre de périodes-professeur hebdomadaires est majoré aux conditions suivantes :
1° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B du premier degré de toutes les écoles de chaque zone d'enseignement dans laquelle se trouve le centre d'enseignement en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
2° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B du premier degré de toutes les écoles du centre d'enseignement en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
3° le nombre total d'élèves réguliers de la première année d'études A et de la première année d'études B de l'école en question augmente au moins, d'une part, d'un pourcentage à déterminer par le Gouvernement flamand et, d'autre part, d'un nombre absolu à déterminer au premier jour de classe d'octobre par rapport au premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente ;
4° pendant l'année scolaire à laquelle se rapporte l'augmentation du nombre de périodes-professeur hebdomadaires, l'école en question ne peut transférer de périodes-professeur à une autre école ou à l'année scolaire suivante ; l'autorité scolaire ne peut retirer de périodes-professeur hebdomadaires de l'école en question, dans le cadre d'une redistribution des périodes-professeur au cours de l'année scolaire à laquelle se rapporte l'augmentation du nombre de périodes-professeur ;
5° l'augmentation du nombre d'élèves en première année d'études A ou en première année d'études B de l'école en question ne peut résulter d'une fusion ou d'une scission d'écoles du premier degré dans lesquelles elle est impliquée ou d'un transfert du premier degré entre des écoles dans lesquelles elle est impliquée ;
6° les périodes-professeur supplémentaires ne peuvent être utilisées par l'école en question que dans la première année d'études A ou la première année d'études B et dans la mesure où il y a augmentation du nombre d'élèves pendant l'année d'études concernée.
§ 2. Les périodes-professeur supplémentaires sont calculées au niveau de l'école sur la base des modalités suivantes :
1° la différence du nombre d'élèves entre le premier jour de classe d'octobre et le premier jour de classe de février de l'année scolaire précédente est déterminée séparément pour la première année d'études A et la première année d'études B. Si l'augmentation du nombre d'élèves dans une année d'études s'accompagne d'une diminution plus faible dans l'autre année scolaire, l'augmentation " nette " appliquée à l'année au cours de laquelle l'augmentation se produit est prise en compte dans le calcul ;
2° la différence, s'il s'agit d'une augmentation, pour la première année d'études A est multipliée par un coefficient d'élèves déterminé par le Gouvernement flamand ;
3° la différence, s'il s'agit d'une augmentation, pour la première année d'études B est multipliée par un coefficient d'élèves déterminé par le Gouvernement flamand ;
4° la somme des résultats des multiplications visées aux points 2° et 3° donne les périodes-professeur supplémentaires pour l'école. Si le résultat final est égal ou supérieur à cinq après la virgule décimale, il est arrondi à l'unité supérieure suivante.
L'exercice par le Gouvernement flamand des compétences définies dans le présent article est répété annuellement et, ce faisant, le Gouvernement flamand tient compte :
1° de l'ordre de grandeur du coefficient moyen d'élèves pour la première année d'études A et la première année d'études B établi en application de l'article 209 ;
2° des flux globaux d'élèves vers la première année d'études A et la première année d'études B dans l'enseignement agréé, financé ou subventionné par la Communauté flamande, ainsi que des besoins de capacité correspondants ;
3° des crédits budgétaires disponibles.
Ne sont pas pris en considération pour l'application de ces dispositions :
1° les élèves des écoles de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial ;
2° les élèves des écoles dont le financement ou le subventionnement est calculé sur la base de la population scolaire au premier jour de classe d'octobre de l'année scolaire en cours.
§ 3. Si, aux mêmes conditions que celles prévues au paragraphe 1er, 1° à 3°, le nombre d'élèves diminue, le nombre de périodes-professeur supplémentaires est réduit sur la base des mêmes modalités que celles prévues au paragraphe 2.
§ 4. Sans préjudice de l'application du paragraphe 2, alinéa 2, le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à l'attribution ou la réduction du nombre de périodes-professeur supplémentaires visées au présent article. ".
Art.79. Aan artikel 225, § 1, 2°, van dezelfde codex wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
Art.79. L'article 225, § 1er, 2°, du même Code, est complété par le membre de phrase suivant :
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
Art.80. Aan artikel 233, § 1, 2°, van dezelfde codex wordt de volgende zinsnede toegevoegd:
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
"of de leerling is een niet-begeleide minderjarige vreemdeling als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002".
Art.80. L'article 233, § 1er, 2°, du même Code, est complété par le membre de phrase suivant :
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
" ou l'élève est un mineur étranger non accompagné, tel que visé à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 ".
Art.81. In artikel 242, § 2, tweede lid, van dezelfde codex wordt tussen de woorden "Ministerie van Onderwijs en Vorming" en het woord "Leerlingen" de zin "Onder thuislozen worden ook de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen verstaan als vermeld in artikel 479 van de programmawet I van 24 december 2002." ingevoegd.
Art.81. Dans l'article 242, alinéa 2, du même Code, la phrase " Par sans-abri, on entend également les mineurs étrangers non accompagnés visés à l'article 479 de la loi-programme I du 24 décembre 2002 " est insérée entre les mots " Ministère flamand de l'Enseignement et de la Formation. " et les mots " Des élèves ".
Art.82. In artikel 314/1, § 1, van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij de decreten van 29 juni 2012, 19 juli 2013, 19 juni 2015 en 16 juni 2017, wordt de zinsnede "2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2018" vervangen door de zinsnede "2014-2015, 2015-2016, 2016-2017, 2017-2018, 2018-2019 en 2019-2020".
Art.82. Dans l'article 314/1, § 1er, du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par les décrets des 29 juin 2012, 19 juillet 2013, 19 juin 2015 et 16 juin 2017, le membre de phrase " 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017 et 2017-2018 " est remplacé par le membre de phrase " , 2014-2015, 2015-2016, 2016-2017, 2017-2018, 2018-2019 et 2019-2020 ".
Art.83. In artikel 314/4 van dezelfde codex, ingevoegd bij decreet van 1 juli 2011 en gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het jaartal "2018" vervangen door het jaartal "2020".
Art.83. Dans l'article 314/4 du même Code, inséré par le décret du 1er juillet 2011 et modifié par le décret du 16 juin 2017, l'année " 2018 " est remplacée par l'année " 2020 ".
Art.84. In artikel 357/11 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".
Art.84. Dans l'article 357/11 du même Code, inséré par le décret du 30 mars 2018, le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles autres que les écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande, " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école agréée par la Communauté française ou germanophone de Belgique. "
Art.85. In artikel 357/45 van dezelfde codex, ingevoegd bij het decreet van 30 maart 2018, wordt de zinsnede "houder zijn van studiebewijzen, uitgereikt door andere scholen dan de door de Vlaamse Gemeenschap erkende, gefinancierde of gesubsidieerde scholen" vervangen door de woorden "overstappen van een school met een buitenlands onderwijssysteem of van een school die is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België".
Art.85. Dans l'article 357/45 du même Code, inséré par le décret du 30 mars 2018, le membre de phrase " titulaires de titres délivrés par des écoles autres que les écoles agréées, financées ou subventionnées par la Communauté flamande, " est remplacé par les mots " qui passent d'une école ayant un système d'enseignement étranger ou d'une école agréée par la Communauté française ou germanophone de Belgique. "
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013
CHAPITRE 15. - Modifications du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013
Art.86. In artikel II.3 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, het laatst gewijzigd door het decreet van 19 juni 2015, wordt punt 11° vervangen door wat volgt:
"11° de "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";".
"11° de "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";".
Art.86. A l'article II.3 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 19 juin 2015, le point 11° est remplacé par la disposition suivante :
" 11° Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen ; ".
" 11° Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen ; ".
Art.87. In artikel II.93 van dezelfde codex wordt de zinsnede "Karel de GroteHogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".
Art.87. Dans l'article II.93 du même Code, le membre de phrase " La Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen " est remplacé par le membre de phrase " La Karel de Grote-Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen ".
Art.88. Aan artikel II.215, eerste lid, van dezelfde codex, gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° studenten die familielid zijn van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.".
"8° studenten die familielid zijn van een onderdaan van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte.".
Art.88. L'article II.215, alinéa 1er, du même décret, modifié par le décret du 16 juin 2017, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° d'étudiants qui sont membres de la famille d'un ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen. ".
" 8° d'étudiants qui sont membres de la famille d'un ressortissant d'un Etat membre de l'Espace économique européen. ".
Art.89. In artikel II.221, § 2, van dezelfde codex wordt het vierde lid vervangen door wat volgt:
"Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding te bereiken of aan de mogelijkheid om andere doelstellingen van het opleidingsprogramma globaal te verwezenlijken.".
"Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding te bereiken of aan de mogelijkheid om andere doelstellingen van het opleidingsprogramma globaal te verwezenlijken.".
Art.89. A l'article II.221, § 2 du même Code, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Une décision de refuser les aménagements demandés peut être motivée par une réflexion de l'institution selon laquelle l'aménagement demandé porte préjudice à la possibilité d'atteindre les acquis de l'apprentissage spécifiques au domaine de la formation ou à la possibilité d'atteindre d'autres objectifs du programme de formation dans leur ensemble. ".
" Une décision de refuser les aménagements demandés peut être motivée par une réflexion de l'institution selon laquelle l'aménagement demandé porte préjudice à la possibilité d'atteindre les acquis de l'apprentissage spécifiques au domaine de la formation ou à la possibilité d'atteindre d'autres objectifs du programme de formation dans leur ensemble. ".
Art.90. In artikel II.276, § 3, derde lid, van dezelfde codex wordt de zin "Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de essentiële leerresultaten van de opleiding te bereiken." vervangen door de zin "Een beslissing tot weigering van de gevraagde aanpassingen kan gemotiveerd zijn op grond van een door de instelling gemaakte afweging dat de gevraagde aanpassing afbreuk doet aan de mogelijkheid de domeinspecifieke leerresultaten van de opleiding te bereiken of aan de mogelijkheid om andere doelstellingen van het opleidingsprogramma globaal te verwezenlijken.".
Art.90. Dans l'article II.276, § 3, alinéa 3, du même Code, la phrase " Une décision de refuser les aménagements demandés peut être motivée par la réflexion de l'institution que l'aménagement demandé porte préjudice à la possibilité d'atteindre les acquis de formation essentiels. " est remplacée par la phrase " Une décision de refuser les aménagements demandés peut être motivée par une réflexion de l'institution selon laquelle l'aménagement demandé porte préjudice à la possibilité d'atteindre les acquis de l'apprentissage spécifiques au domaine de la formation ou à la possibilité d'atteindre d'autres objectifs du programme de formation dans leur ensemble. ".
Art.91. In artikel III.24, § 2, van dezelfde codex worden de woorden "Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".
Art.91. Dans l'article III.24 du même Code, les mots " Karel de Grote-Hogeschool KH Antwerpen " sont remplacés par le membre de phrase " Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen ".
Art.92. In artikel III.34 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Karel de Grote-Hogeschool Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";
2° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd die luidt als volgt:
" § 8. Vanaf het begrotingsjaar 2017 kent de Vlaamse Regering jaarlijks binnen de beschikbare budgetten een compensatie toe aan de publiekrechtelijke hogescholen voor de meerkost van de toekenning van het gewaarborgd maandloon uit het bediendenstatuut aan hun arbeiders, zoals voorzien in het kader van cao III van 10 december 2010.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "Karel de Grote-Hogeschool Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen";
2° er wordt een paragraaf 8 toegevoegd die luidt als volgt:
" § 8. Vanaf het begrotingsjaar 2017 kent de Vlaamse Regering jaarlijks binnen de beschikbare budgetten een compensatie toe aan de publiekrechtelijke hogescholen voor de meerkost van de toekenning van het gewaarborgd maandloon uit het bediendenstatuut aan hun arbeiders, zoals voorzien in het kader van cao III van 10 december 2010.".
Art.92. A l'article III.34 du même Code, modifié par le décret du 8 décembre 2017, sont apportées les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, les mots " Karel de Grote-Hogeschool Katholieke Hogeschool Antwerpen " sont remplacés par le membre de phrase " Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen " ;
2° il est ajouté un paragraphe 8 qui s'énonce comme suit :
" § 8. A partir de l'année budgétaire 2017, le Gouvernement flamand accorde chaque année aux instituts supérieurs de droit public, dans les limites des budgets disponibles, une compensation des coûts supplémentaires liés à l'octroi du salaire mensuel garanti du régime des employés à leurs ouvriers, comme prévue dans le cadre de la CCT III du 10 décembre 2010.
1° au paragraphe 1er, les mots " Karel de Grote-Hogeschool Katholieke Hogeschool Antwerpen " sont remplacés par le membre de phrase " Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen " ;
2° il est ajouté un paragraphe 8 qui s'énonce comme suit :
" § 8. A partir de l'année budgétaire 2017, le Gouvernement flamand accorde chaque année aux instituts supérieurs de droit public, dans les limites des budgets disponibles, une compensation des coûts supplémentaires liés à l'octroi du salaire mensuel garanti du régime des employés à leurs ouvriers, comme prévue dans le cadre de la CCT III du 10 décembre 2010.
Art.93. In artikel III.46, § 3, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen" vervangen door de zinsnede "Karel de Grote Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen".
Art.93. Dans l'article III.46, § 3, du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, le membre de phrase " Karel de Grote-Hogeschool - Katholieke Hogeschool Antwerpen " est remplacé par le membre de phrase " Karel de Grote-Hogeschool, Katholieke Hogeschool Antwerpen ".
Art.94. Artikel V.12 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.12. Een deeltijdse opdracht wordt als een procentueel aandeel van een voltijdse opdracht bepaald. Voor het bepalen van een procentueel aandeel komt elke halve dag per week die besteed wordt ten dienste van de universiteit overeen met 10 %. Het procentuele aandeel omvat minstens 10 % van een voltijdse aanstelling en wordt altijd als een veelvoud van vijf uitgedrukt.
In afwijking van het eerste lid bedraagt een deeltijdse opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel die uitsluitend onderwijsactiviteiten omvat en van praktijkassistenten, ten minste 5 %.".
"Art. V.12. Een deeltijdse opdracht wordt als een procentueel aandeel van een voltijdse opdracht bepaald. Voor het bepalen van een procentueel aandeel komt elke halve dag per week die besteed wordt ten dienste van de universiteit overeen met 10 %. Het procentuele aandeel omvat minstens 10 % van een voltijdse aanstelling en wordt altijd als een veelvoud van vijf uitgedrukt.
In afwijking van het eerste lid bedraagt een deeltijdse opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel die uitsluitend onderwijsactiviteiten omvat en van praktijkassistenten, ten minste 5 %.".
Art.94. L'article V.12 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.12. Une charge à temps partiel est déterminée en pourcentage d'une charge à temps plein. Pour la détermination du pourcentage, chaque demi-journée hebdomadaire au service de l'université correspond à 10 %. Le pourcentage doit être d'au moins 10 % d'une désignation à temps plein et est toujours exprimé en multiples de cinq.
Par dérogation à l'alinéa 1er, une charge à temps partiel d'un membre du personnel académique autonome comportant uniquement des activités d'enseignement et des assistants chargés d'exercices est d'au moins 5 %. ".
" Art. V.12. Une charge à temps partiel est déterminée en pourcentage d'une charge à temps plein. Pour la détermination du pourcentage, chaque demi-journée hebdomadaire au service de l'université correspond à 10 %. Le pourcentage doit être d'au moins 10 % d'une désignation à temps plein et est toujours exprimé en multiples de cinq.
Par dérogation à l'alinéa 1er, une charge à temps partiel d'un membre du personnel académique autonome comportant uniquement des activités d'enseignement et des assistants chargés d'exercices est d'au moins 5 %. ".
Art.95. Artikel V.13 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.13. De opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel in een deeltijds dienstverband kan ofwel uitsluitend onderwijsactiviteiten, ofwel uitsluitend onderzoeksactiviteiten, ofwel een combinatie van beide bevatten. Ook wetenschappelijke dienstverlening en organisatorische, coördinerende of administratieve taken kunnen tot de taakstelling van die leden van het zelfstandig academisch personeel behoren.
Een deeltijdse opdracht van een bepaalde graad van het zelfstandig academisch personeel kan in dezelfde universiteit niet gecombineerd worden met een deeltijdse opdracht van een andere graad van het zelfstandig academisch personeel.".
"Art. V.13. De opdracht van een lid van het zelfstandig academisch personeel in een deeltijds dienstverband kan ofwel uitsluitend onderwijsactiviteiten, ofwel uitsluitend onderzoeksactiviteiten, ofwel een combinatie van beide bevatten. Ook wetenschappelijke dienstverlening en organisatorische, coördinerende of administratieve taken kunnen tot de taakstelling van die leden van het zelfstandig academisch personeel behoren.
Een deeltijdse opdracht van een bepaalde graad van het zelfstandig academisch personeel kan in dezelfde universiteit niet gecombineerd worden met een deeltijdse opdracht van een andere graad van het zelfstandig academisch personeel.".
Art.95. L'article V.13 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.13. La charge à temps partiel d'un membre du personnel académique autonome peut comprendre, soit uniquement des activités d'enseignement, soit uniquement des activités de recherche, soit une combinaison des deux. Des services scientifiques et des tâches organisationnelles, coordinatrices ou administratives peuvent également faire partie de la charge de ces membres du personnel académique autonome.
Dans la même université, une charge à temps partiel d'un grade déterminé du personnel académique autonome ne peut être cumulée avec une charge à temps partiel d'un autre grade du personnel académique autonome. ".
" Art. V.13. La charge à temps partiel d'un membre du personnel académique autonome peut comprendre, soit uniquement des activités d'enseignement, soit uniquement des activités de recherche, soit une combinaison des deux. Des services scientifiques et des tâches organisationnelles, coordinatrices ou administratives peuvent également faire partie de la charge de ces membres du personnel académique autonome.
Dans la même université, une charge à temps partiel d'un grade déterminé du personnel académique autonome ne peut être cumulée avec une charge à temps partiel d'un autre grade du personnel académique autonome. ".
Art.96. Artikel V.14 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.14. Bij overeenkomst tussen twee of meer universiteiten kunnen afzonderlijke onderwijs- en onderzoeksopdrachten verdeeld over de universiteiten in kwestie als één voltijdse opdracht omschreven worden. In de overeenkomst wordt de universiteit aangewezen die als werkgever van de betrokken personen moet worden beschouwd en worden de opdrachten van de betrokken personen in de verschillende universiteiten procentsgewijs ten opzichte van een voltijdse opdracht bepaald.".
"Art. V.14. Bij overeenkomst tussen twee of meer universiteiten kunnen afzonderlijke onderwijs- en onderzoeksopdrachten verdeeld over de universiteiten in kwestie als één voltijdse opdracht omschreven worden. In de overeenkomst wordt de universiteit aangewezen die als werkgever van de betrokken personen moet worden beschouwd en worden de opdrachten van de betrokken personen in de verschillende universiteiten procentsgewijs ten opzichte van een voltijdse opdracht bepaald.".
Art.96. L'article V.14 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.14. Par convention conclue entre deux universités ou plus, les charges séparées d'enseignement ou de recherche, partagées entre les universités en question peuvent être définies comme une seule charge à temps plein. Cette convention indique l'université à considérer comme l'employeur des personnes intéressées et détermine le pourcentage des charges des personnes intéressées dans les différentes universités par rapport à une charge complète. ".
" Art. V.14. Par convention conclue entre deux universités ou plus, les charges séparées d'enseignement ou de recherche, partagées entre les universités en question peuvent être définies comme une seule charge à temps plein. Cette convention indique l'université à considérer comme l'employeur des personnes intéressées et détermine le pourcentage des charges des personnes intéressées dans les différentes universités par rapport à une charge complète. ".
Art.97. Artikel V.15 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.15. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de universiteit een overzicht van de politieke mandaten en de andere beroeps- of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de universiteit uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".
"Art. V.15. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de universiteit een overzicht van de politieke mandaten en de andere beroeps- of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de universiteit uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".
Art.97. L'article V.15 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.157. Chaque membre du personnel exerçant au moins une demi-charge soumet à l'université un aperçu des mandats politiques et des autres activités professionnelles ou rémunérées qu'il exerce en plus de ses tâches à l'université. Un membre du personnel peut consulter cet aperçu à tout moment et le faire corriger. ".
" Art. V.157. Chaque membre du personnel exerçant au moins une demi-charge soumet à l'université un aperçu des mandats politiques et des autres activités professionnelles ou rémunérées qu'il exerce en plus de ses tâches à l'université. Un membre du personnel peut consulter cet aperçu à tout moment et le faire corriger. ".
Art.98. Artikel V.16 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.16. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de universiteit en dat daarnaast een politiek mandaat bekleedt of een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.
Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de universiteit ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de universiteit, bedraagt ten minste 50 %.
Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht. De Vlaamse Regering bepaalt van welke politieke mandaten ambtshalve aangenomen wordt dat deze meer dan 20 % van een voltijdse opdracht in beslag nemen. Deze politieke mandaten leiden tot een ambtshalve reductie van de voltijdse opdracht van een lid van het academisch personeel.".
"Art. V.16. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de universiteit en dat daarnaast een politiek mandaat bekleedt of een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.
Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de universiteit ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de universiteit, bedraagt ten minste 50 %.
Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht. De Vlaamse Regering bepaalt van welke politieke mandaten ambtshalve aangenomen wordt dat deze meer dan 20 % van een voltijdse opdracht in beslag nemen. Deze politieke mandaten leiden tot een ambtshalve reductie van de voltijdse opdracht van een lid van het academisch personeel.".
Art.98. L'article V.16 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.16. Le volume total des charges d'un membre du personnel qui exerce au moins une demi-charge à une université et qui exerce en outre un mandat politique ou une autre activité rémunérée ou professionnelle s'élève à 120 % au maximum.
Si le volume total des charges, visées à l'alinéa 1er, dépasse 120 %, la charge à l'université est réduite d'office à un pourcentage nécessaire pour atteindre la limite de 120 %. Le volume de la charge qu'un membre du personnel exerce à l'université après la réduction s'élève à 50 % au moins.
Une charge qui est supposée prendre une demi-journée de travail par semaine correspond à un volume de 10 % d'une charge à temps plein. Le Gouvernement flamand détermine quels mandats politiques seront d'office présumés occuper plus de 20 % d'une charge à temps plein. Ces mandats politiques entraînent une réduction d'office de la charge à temps plein d'un membre du personnel académique. ".
" Art. V.16. Le volume total des charges d'un membre du personnel qui exerce au moins une demi-charge à une université et qui exerce en outre un mandat politique ou une autre activité rémunérée ou professionnelle s'élève à 120 % au maximum.
Si le volume total des charges, visées à l'alinéa 1er, dépasse 120 %, la charge à l'université est réduite d'office à un pourcentage nécessaire pour atteindre la limite de 120 %. Le volume de la charge qu'un membre du personnel exerce à l'université après la réduction s'élève à 50 % au moins.
Une charge qui est supposée prendre une demi-journée de travail par semaine correspond à un volume de 10 % d'une charge à temps plein. Le Gouvernement flamand détermine quels mandats politiques seront d'office présumés occuper plus de 20 % d'une charge à temps plein. Ces mandats politiques entraînent une réduction d'office de la charge à temps plein d'un membre du personnel académique. ".
Art.99. Artikel V.17 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.17. Het universiteitsbestuur legt de regels vast over het meedelen van politieke mandaten en andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van de politieke mandaten die niet tot een ambtshalve reductie leiden en van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten.
Voor de toepassing van artikel V.15 en V.16 worden de medische en paramedische activiteiten die worden uitgeoefend door een lid van het academisch personeel ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of van een reglement over kliniekvergoedingen, niet beschouwd als andere beroepsactiviteiten of andere bezoldigde activiteiten, als ze uitsluitend worden uitgeoefend in het universitair ziekenhuis dat deel uitmaakt van de eigen universiteit of daarvan afgesplitst is en omgevormd is tot een autonome rechtspersoon.
Voor de Vrije Universiteit Brussel is het tweede lid ook van toepassing op de personeelsleden verbonden aan de tandheelkundige kliniek.".
"Art. V.17. Het universiteitsbestuur legt de regels vast over het meedelen van politieke mandaten en andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van de politieke mandaten die niet tot een ambtshalve reductie leiden en van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten.
Voor de toepassing van artikel V.15 en V.16 worden de medische en paramedische activiteiten die worden uitgeoefend door een lid van het academisch personeel ter uitvoering van een arbeidsovereenkomst of van een reglement over kliniekvergoedingen, niet beschouwd als andere beroepsactiviteiten of andere bezoldigde activiteiten, als ze uitsluitend worden uitgeoefend in het universitair ziekenhuis dat deel uitmaakt van de eigen universiteit of daarvan afgesplitst is en omgevormd is tot een autonome rechtspersoon.
Voor de Vrije Universiteit Brussel is het tweede lid ook van toepassing op de personeelsleden verbonden aan de tandheelkundige kliniek.".
Art.99. L'article V.17 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.17. Les autorités universitaires fixent les règles relatives à la communication des mandats politiques et d'autres activités professionnelles ou activités rémunérées et à la détermination de l'étendue des mandats politiques qui ne conduisent pas à une réduction d'office et des autres activités professionnelles ou activités rémunérées.
Aux fins des articles V.15 et V.16, les activités médicales et paramédicales exercées par un membre du personnel académique en exécution d'un contrat de travail ou d'un règlement sur les indemnités cliniques, ne sont pas considérées comme d'autres activités professionnelles ou d'autres activités rémunérées si elles sont exercées exclusivement dans l'hôpital universitaire qui fait partie de sa propre université ou qui est le résultat d'une scission de celle-ci et qui a été transformé en personne juridique autonome.
Pour la Vrije Universiteit Brussel, l'alinéa 2 s'applique également aux membres du personnel rattachés à la clinique dentaire. ".
" Art. V.17. Les autorités universitaires fixent les règles relatives à la communication des mandats politiques et d'autres activités professionnelles ou activités rémunérées et à la détermination de l'étendue des mandats politiques qui ne conduisent pas à une réduction d'office et des autres activités professionnelles ou activités rémunérées.
Aux fins des articles V.15 et V.16, les activités médicales et paramédicales exercées par un membre du personnel académique en exécution d'un contrat de travail ou d'un règlement sur les indemnités cliniques, ne sont pas considérées comme d'autres activités professionnelles ou d'autres activités rémunérées si elles sont exercées exclusivement dans l'hôpital universitaire qui fait partie de sa propre université ou qui est le résultat d'une scission de celle-ci et qui a été transformé en personne juridique autonome.
Pour la Vrije Universiteit Brussel, l'alinéa 2 s'applique également aux membres du personnel rattachés à la clinique dentaire. ".
Art.100. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt een artikel V.17/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.17/1. Het universiteitsbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de universiteit.
Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de universiteit;
3° belemmeren dat de opdracht aan de universiteit naar behoren uitgevoerd wordt.
Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.
Het universiteitsbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het universiteitsbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".
"Art. V.17/1. Het universiteitsbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de universiteit.
Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de universiteit;
3° belemmeren dat de opdracht aan de universiteit naar behoren uitgevoerd wordt.
Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.
Het universiteitsbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het universiteitsbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".
Art.100. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, il est inséré un article V.17/1 rédigé comme suit :
" Art. V.17/1. Les autorités universitaires déterminent dans un règlement ou un règlement du travail les règles relatives à l'exercice d'activités accessoires qui sont entièrement ou partiellement incompatibles avec un poste à l'université.
Sont incompatibles, les activités rémunérées ou non rémunérées qui :
1° conduisent à un conflit d'intérêts pour le membre du personnel ;
2° sont de nature à nuire à l'université ;
3° entravent la bonne exécution de la charge à l'université.
Le règlement ou le règlement du travail visé à l'alinéa 1er fixe au moins les éléments suivants :
1° la procédure de détermination des incompatibilités. Cette procédure garantit le droit de tout membre du personnel d'être entendu et prévoit une procédure de recours ;
2° les conséquences de l'exercice d'activités incompatibles.
Les autorités universitaires peuvent mettre fin d'office à la désignation ou à la nomination d'un membre du personnel qui, après la procédure visée à l'alinéa 2, 1°, refuse de mettre fin d'office à l'incompatibilité établie et persistante. En cas de la cessation d'office d'une nomination, les autorités universitaires paient les cotisations des employeurs et des travailleurs nécessaires pour la reprise du membre du personnel dans le régime de l'assurance chômage, de l'assurance maladie (secteur des allocations) et de l'assurance maternité. ".
" Art. V.17/1. Les autorités universitaires déterminent dans un règlement ou un règlement du travail les règles relatives à l'exercice d'activités accessoires qui sont entièrement ou partiellement incompatibles avec un poste à l'université.
Sont incompatibles, les activités rémunérées ou non rémunérées qui :
1° conduisent à un conflit d'intérêts pour le membre du personnel ;
2° sont de nature à nuire à l'université ;
3° entravent la bonne exécution de la charge à l'université.
Le règlement ou le règlement du travail visé à l'alinéa 1er fixe au moins les éléments suivants :
1° la procédure de détermination des incompatibilités. Cette procédure garantit le droit de tout membre du personnel d'être entendu et prévoit une procédure de recours ;
2° les conséquences de l'exercice d'activités incompatibles.
Les autorités universitaires peuvent mettre fin d'office à la désignation ou à la nomination d'un membre du personnel qui, après la procédure visée à l'alinéa 2, 1°, refuse de mettre fin d'office à l'incompatibilité établie et persistante. En cas de la cessation d'office d'une nomination, les autorités universitaires paient les cotisations des employeurs et des travailleurs nécessaires pour la reprise du membre du personnel dans le régime de l'assurance chômage, de l'assurance maladie (secteur des allocations) et de l'assurance maternité. ".
Art.101. In artikel V.88 van dezelfde codex wordt punt 5° opgeheven.
Art.101. Dans l'article V.88 du même Code, le point 5° est abrogé.
Art.102. Aan deel 5, titel 2, hoofdstuk 1, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 7. Politiek verlof".
"Afdeling 7. Politiek verlof".
Art.102. Dans la partie 5, titre 2, chapitre 1er, du même Code, modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré une section 7, rédigée comme suit :
" Section 7. Congé politique ".
" Section 7. Congé politique ".
Art.103. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 102, een artikel V.116/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.116/1. De personeelsleden worden van ambtswege en zonder dat ze zich eraan kunnen onttrekken met politiek verlof gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten:
1° het lidmaatschap van het Europees of Belgisch Parlement, van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, van de Commissie van de Europese Gemeenschap, van een regering op federaal, gemeenschaps- of gewestniveau;
2° het ambt van gouverneur, vicegouverneur, adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant of het mandaat van een lid van het rechtsprekend college, vermeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, of van bestendig afgevaardigde of van staatssecretaris in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3° het ambt van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter in een gemeente van meer dan 50.000 inwoners.
Het politiek verlof begint van ambtswege op de datum van de eedaflegging voor een van de mandaten, vermeld in het eerste lid.".
"Art. V.116/1. De personeelsleden worden van ambtswege en zonder dat ze zich eraan kunnen onttrekken met politiek verlof gezonden voor de uitoefening van de volgende politieke mandaten:
1° het lidmaatschap van het Europees of Belgisch Parlement, van een Gemeenschaps- of Gewestparlement, van de Commissie van de Europese Gemeenschap, van een regering op federaal, gemeenschaps- of gewestniveau;
2° het ambt van gouverneur, vicegouverneur, adjunct van de gouverneur van Vlaams-Brabant of het mandaat van een lid van het rechtsprekend college, vermeld in artikel 83quinquies, § 2, van de bijzondere wet van 12 januari 1989 met betrekking tot de Brusselse instellingen, of van bestendig afgevaardigde of van staatssecretaris in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest;
3° het ambt van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter in een gemeente van meer dan 50.000 inwoners.
Het politiek verlof begint van ambtswege op de datum van de eedaflegging voor een van de mandaten, vermeld in het eerste lid.".
Art.103. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, il est ajouté à la section 7, ajoutée par l'article 102, un article V.116/1 qui s'énonce comme suit :
" Art. V.116/1. Les membres du personnel sont envoyés en congé politique d'office et sans qu'ils puissent s'y soustraire, pour l'exercice des mandats politiques suivants :
1° la qualité de membre du Parlement européen ou belge, d'un conseil communautaire ou régional, de la Commission de l'Union européenne, d'un gouvernement au niveau fédéral, communautaire ou régional ;
2° la fonction de gouverneur, de vice-gouverneur, d'adjoint du gouverneur de la province du Brabant flamand ou le mandat de membre de l'instance juridictionnelle, visé à l'article 83quinquies, § 2, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, ou de député permanent ou de secrétaire d'état dans le Région de Bruxelles-Capitale ;
3° la fonction de bourgmestre, d'échevin ou de président d'un CPAS dans une commune de plus de 50.000 habitants.
Le congé politique commence d'office à la date de la prestation de serment pour un des mandats visés à l'alinéa 1er. ".
" Art. V.116/1. Les membres du personnel sont envoyés en congé politique d'office et sans qu'ils puissent s'y soustraire, pour l'exercice des mandats politiques suivants :
1° la qualité de membre du Parlement européen ou belge, d'un conseil communautaire ou régional, de la Commission de l'Union européenne, d'un gouvernement au niveau fédéral, communautaire ou régional ;
2° la fonction de gouverneur, de vice-gouverneur, d'adjoint du gouverneur de la province du Brabant flamand ou le mandat de membre de l'instance juridictionnelle, visé à l'article 83quinquies, § 2, de la loi spéciale du 12 janvier 1989 relative aux Institutions bruxelloises, ou de député permanent ou de secrétaire d'état dans le Région de Bruxelles-Capitale ;
3° la fonction de bourgmestre, d'échevin ou de président d'un CPAS dans une commune de plus de 50.000 habitants.
Le congé politique commence d'office à la date de la prestation de serment pour un des mandats visés à l'alinéa 1er. ".
Art.104. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/2 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.116/2. Het hogeschoolbestuur kan een personeelslid op zijn of haar verzoek een politiek verlof toekennen voor de uitoefening van een mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter van een gemeente en voorzitter of lid van het vast bureau van de districtsraad, ongeacht het aantal inwoners. Het personeelslid kan het verlof voltijds of deeltijds opnemen.".
"Art. V.116/2. Het hogeschoolbestuur kan een personeelslid op zijn of haar verzoek een politiek verlof toekennen voor de uitoefening van een mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter van een gemeente en voorzitter of lid van het vast bureau van de districtsraad, ongeacht het aantal inwoners. Het personeelslid kan het verlof voltijds of deeltijds opnemen.".
Art.104. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la même section 7 est complétée par un article V.116/2, rédigé comme suit :
" Art. V.116/2. La direction de l'institut supérieur peut accorder à un membre du personnel, à sa demande, un congé politique pour l'exercice d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président du CPAS d'une commune, ou de président ou de membre du bureau permanent du conseil de district, quel que soit le nombre d'habitants. Le membre du personnel peut prendre ce congé à temps plein ou à temps partiel. ".
" Art. V.116/2. La direction de l'institut supérieur peut accorder à un membre du personnel, à sa demande, un congé politique pour l'exercice d'un mandat de bourgmestre, d'échevin ou de président du CPAS d'une commune, ou de président ou de membre du bureau permanent du conseil de district, quel que soit le nombre d'habitants. Le membre du personnel peut prendre ce congé à temps plein ou à temps partiel. ".
Art.105. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.116/3. Voor de toepassing van artikel V.116/1 wordt het aantal inwoners bepaald conform artikel 4, § 3, van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.".
"Art. V.116/3. Voor de toepassing van artikel V.116/1 wordt het aantal inwoners bepaald conform artikel 4, § 3, van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.".
Art.105. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la même section 7 est complétée par un article V.116/3, rédigé comme suit :
" Art. V.116/3. Pour l'application de l'article V.116/1, le nombre d'habitants est déterminé conformément à l'article 4, § 3, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale. ".
" Art. V.116/3. Pour l'application de l'article V.116/1, le nombre d'habitants est déterminé conformément à l'article 4, § 3, du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale. ".
Art.106. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/4 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.116/4. Gedurende de periodes van politiek verlof van ambtswege of op eigen verzoek is het personeelslid in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens die periodes geen recht op een salaris. De periodes van politiek verlof tellen wel mee voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.".
"Art. V.116/4. Gedurende de periodes van politiek verlof van ambtswege of op eigen verzoek is het personeelslid in de stand non-activiteit. Het personeelslid heeft tijdens die periodes geen recht op een salaris. De periodes van politiek verlof tellen wel mee voor de berekening van de geldelijke anciënniteit.".
Art.106. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la même section 7 est complétée par un article V.116/4, rédigé comme suit :
" Art. V.116/4. Pendant les périodes de congé politique d'office ou à la propre demande, le membre du personnel se trouve en non-activité. Durant ces périodes, le membre du personnel n'a pas droit à un traitement. Les périodes de congé politique entrent cependant en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire. ".
" Art. V.116/4. Pendant les périodes de congé politique d'office ou à la propre demande, le membre du personnel se trouve en non-activité. Durant ces périodes, le membre du personnel n'a pas droit à un traitement. Les périodes de congé politique entrent cependant en ligne de compte pour le calcul de l'ancienneté pécuniaire. ".
Art.107. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan dezelfde afdeling 7 een artikel V.116/5 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.116/5. Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin het mandaat eindigt.".
"Art. V.116/5. Het politiek verlof eindigt uiterlijk op de laatste dag van de maand die volgt op de maand waarin het mandaat eindigt.".
Art.107. Dans le même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, la même section 7 est complétée par un article V.116/5, rédigé comme suit :
" Art. V.116/5. Le congé politique se termine au plus tard le dernier jour du mois qui suit le mois dans lequel le mandat prend fin. ".
" Art. V.116/5. Le congé politique se termine au plus tard le dernier jour du mois qui suit le mois dans lequel le mandat prend fin. ".
Art.108. In artikel V.148, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde codex, wordt het woord "professionele" opgeheven.
Art.108. Dans l'article V.148, § 1er, alinéa 1er, 1°, du même Code, le mot " professionnel " est abrogé.
Art.109. In deel 5, titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het opschrift van afdeling 6 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 6. Cumulatie".
"Afdeling 6. Cumulatie".
Art.109. Dans la partie 5, titre 2, chapitre 2, du même Code, modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, l'intitulé de la section 6 est remplacé par ce qui suit :
" Section 6. Cumuls ".
" Section 6. Cumuls ".
Art.110. Artikel V.169 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.169. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de hogeschool een overzicht van de andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de hogeschool uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".
"Art. V.169. Ieder personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent, bezorgt de hogeschool een overzicht van de andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten die het naast de opdracht aan de hogeschool uitoefent. Een personeelslid kan dat overzicht op ieder moment inkijken en laten aanpassen.".
Art.110. L'article V.169 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.169. Chaque membre du personnel exerçant au moins une demi-charge soumet à l'institut supérieur un aperçu des autres activités professionnelles ou rémunérées qu'il exerce en plus de ses tâches à l'institut supérieur. Un membre du personnel peut consulter cet aperçu à tout moment et le faire corriger. ".
" Art. V.169. Chaque membre du personnel exerçant au moins une demi-charge soumet à l'institut supérieur un aperçu des autres activités professionnelles ou rémunérées qu'il exerce en plus de ses tâches à l'institut supérieur. Un membre du personnel peut consulter cet aperçu à tout moment et le faire corriger. ".
Art.111. Artikel V.170 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.170. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de hogeschool en dat daarnaast een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.
Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de hogeschool ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de hogeschool bedraagt ten minste 50 %.
Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht.".
"Art. V.170. De totale omvang van de opdrachten van een personeelslid dat ten minste een halftijdse opdracht uitoefent aan de hogeschool en dat daarnaast een andere bezoldigde activiteit of beroepsactiviteit uitoefent, bedraagt maximaal 120 %.
Als de totale omvang van de opdrachten, vermeld in het eerste lid, meer dan 120 % bedraagt, wordt de opdracht aan de hogeschool ambtshalve gereduceerd tot een percentage dat nodig is om de grens van 120 % te bereiken. De omvang van de opdracht die het personeelslid na de reductie nog uitoefent aan de hogeschool bedraagt ten minste 50 %.
Een opdracht waarvan aangenomen wordt dat de uitoefening een halve dag per week in beslag neemt, komt overeen met een volume van 10 % van een voltijdse opdracht.".
Art.111. L'article V.170 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.170. Le volume total des charges d'un membre du personnel qui exerce au moins une demi-charge dans un institut supérieur et qui exerce également une autre activité rémunérée ou professionnelle s'élève à 120 % au maximum.
Si le volume total des charges, visées à l'alinéa 1er, dépasse 120 %, la charge à l'institut supérieur est réduite d'office à un pourcentage nécessaire pour atteindre la limite de 120 %. Le volume de la charge qu'un membre du personnel exerce à l'institut supérieur après la réduction s'élève à 50 % au moins.
Une charge qui est supposée prendre une demi-journée de travail par semaine correspond à un volume de 10 % d'une charge à temps plein. ".
" Art. V.170. Le volume total des charges d'un membre du personnel qui exerce au moins une demi-charge dans un institut supérieur et qui exerce également une autre activité rémunérée ou professionnelle s'élève à 120 % au maximum.
Si le volume total des charges, visées à l'alinéa 1er, dépasse 120 %, la charge à l'institut supérieur est réduite d'office à un pourcentage nécessaire pour atteindre la limite de 120 %. Le volume de la charge qu'un membre du personnel exerce à l'institut supérieur après la réduction s'élève à 50 % au moins.
Une charge qui est supposée prendre une demi-journée de travail par semaine correspond à un volume de 10 % d'une charge à temps plein. ".
Art.112. Artikel V.171 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.171. In afwijking van artikel V.170 wordt de opdracht van het personeelslid dat belast is met een voltijdse opdracht van artistiek gebonden onderwijsactiviteiten van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst, en Muziek en podiumkunsten, vermeld in artikel V.164, § 1, en dat een andere beroepsactiviteit of een andere bezoldigde activiteit uitoefent die een groot deel van zijn tijd in beslag neemt, niet ambtshalve deeltijds als deze nevenactiviteiten van artistieke aard zijn en verband houden met de onderwijsactiviteiten die het personeelslid verstrekt.".
"Art. V.171. In afwijking van artikel V.170 wordt de opdracht van het personeelslid dat belast is met een voltijdse opdracht van artistiek gebonden onderwijsactiviteiten van de studiegebieden Audiovisuele en beeldende kunst, en Muziek en podiumkunsten, vermeld in artikel V.164, § 1, en dat een andere beroepsactiviteit of een andere bezoldigde activiteit uitoefent die een groot deel van zijn tijd in beslag neemt, niet ambtshalve deeltijds als deze nevenactiviteiten van artistieke aard zijn en verband houden met de onderwijsactiviteiten die het personeelslid verstrekt.".
Art.112. L'article V.171 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.171. Par dérogation à l'article V.170, la charge du membre du personnel qui exerce à temps plein des activités d'enseignement artistique dans les disciplines Arts audiovisuels et plastiques, et Musique et arts de la scène, visées à l'article V.164, § 1er, et qui exerce une autre activité professionnelle ou une autre activité rémunérée absorbant une grande partie de son temps, ne peut être exercée d'office à temps partiel si ces activités accessoires sont de nature artistique et sont connexes à ses activités d'enseignement. ".
" Art. V.171. Par dérogation à l'article V.170, la charge du membre du personnel qui exerce à temps plein des activités d'enseignement artistique dans les disciplines Arts audiovisuels et plastiques, et Musique et arts de la scène, visées à l'article V.164, § 1er, et qui exerce une autre activité professionnelle ou une autre activité rémunérée absorbant une grande partie de son temps, ne peut être exercée d'office à temps partiel si ces activités accessoires sont de nature artistique et sont connexes à ses activités d'enseignement. ".
Art.113. Artikel V.172 van dezelfde codex wordt vervangen door wat volgt:
"Art. V.172. Het hogeschoolbestuur legt de regels vast over het meedelen van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van deze activiteiten.".
"Art. V.172. Het hogeschoolbestuur legt de regels vast over het meedelen van andere beroepsactiviteiten of bezoldigde activiteiten en over het bepalen van de omvang van deze activiteiten.".
Art.113. L'article V.172 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. V.172. La direction de l'institut supérieur fixe les règles relatives à la communication des autres activités professionnelles ou activités rémunérées et à la détermination de l'étendue de ces activités. ".
" Art. V.172. La direction de l'institut supérieur fixe les règles relatives à la communication des autres activités professionnelles ou activités rémunérées et à la détermination de l'étendue de ces activités. ".
Art.114. Aan deel 5, titel 2, hoofdstuk 2, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 7. Onverenigbaarheden".
"Afdeling 7. Onverenigbaarheden".
Art.114. Dans la partie 5, titre 2, chapitre 2, du même Code, modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré une section 7, rédigée comme suit :
" Section 7. Incompatibilités ".
" Section 7. Incompatibilités ".
Art.115. In dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017, wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 114, een artikel V.172/1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. V.172/1. Het hogeschoolbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de hogeschool.
Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de hogeschool;
3° belemmeren dat de opdracht aan de hogeschool naar behoren uitgevoerd wordt.
Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.
Het hogeschoolbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het hogeschoolbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".
"Art. V.172/1. Het hogeschoolbestuur legt in een reglement of in het arbeidsreglement de regels vast met betrekking tot het uitoefenen van nevenactiviteiten die geheel of gedeeltelijk onverenigbaar zijn met een tewerkstelling aan de hogeschool.
Onverenigbaar zijn bezoldigde of onbezoldigde activiteiten die:
1° leiden tot een tegenstrijdigheid van belangen bij het personeelslid;
2° schade berokkenen aan de hogeschool;
3° belemmeren dat de opdracht aan de hogeschool naar behoren uitgevoerd wordt.
Het in het eerste lid vermelde reglement of arbeidsreglement legt ten minste de volgende elementen vast:
1° de procedure voor het vaststellen van een onverenigbaarheid. Die procedure waarborgt het hoorrecht van het personeelslid en voorziet in een beroepsprocedure;
2° de gevolgen die verbonden zijn aan het uitoefenen van onverenigbare activiteiten.
Het hogeschoolbestuur kan de aanstelling of benoeming van een personeelslid dat na de procedure, vermeld in het tweede lid, 1°, weigert een einde te maken aan de vastgestelde en voortdurende onverenigbaarheid, ambtshalve beëindigen. Bij een ambtshalve beëindiging van een benoeming betaalt het hogeschoolbestuur de werkgevers- en werknemersbijdragen die nodig zijn om het personeelslid onder de werkloosheidsverzekering, de ziekteverzekering (sector uitkeringen) en de moederschapsverzekering te brengen.".
Art.115. Dans le même code, modifié en dernier lieu par le décret du 8 décembre 2017, il est ajouté à la section 7, ajoutée par l'article 114, un article V.172/1 qui s'énonce comme suit :
" Art. V.172/1. La direction de l'institut supérieur détermine dans un règlement ou dans le règlement du travail les règles relatives à l'exercice d'activités accessoires qui sont entièrement ou partiellement incompatibles avec un poste à l'institut supérieur.
Sont incompatibles, les activités rémunérées ou non rémunérées qui :
1° conduisent à un conflit d'intérêts pour le membre du personnel ;
2° sont de nature à nuire à l'institut supérieur ;
3° entravent la bonne exécution de la charge à l'institut supérieur.
Le règlement ou le règlement du travail visé à l'alinéa 1er fixe au moins les éléments suivants :
1° la procédure de détermination des incompatibilités. Cette procédure garantit le droit de tout membre du personnel d'être entendu et prévoit une procédure de recours ;
2° les conséquences de l'exercice d'activités incompatibles.
La direction de l'institut supérieur peut d'office mettre fin à la désignation ou à la nomination d'un membre du personnel qui, après la procédure visée à l'alinéa 2, 1°, refuse de mettre fin d'office à l'incompatibilité établie et persistante. En cas de cessation d'office d'une nomination, la direction de l'institut supérieur paie les cotisations des employeurs et des travailleurs nécessaires pour la reprise du membre du personnel dans le régime de l'assurance chômage, de l'assurance maladie (secteur des allocations) et de l'assurance maternité. ".
" Art. V.172/1. La direction de l'institut supérieur détermine dans un règlement ou dans le règlement du travail les règles relatives à l'exercice d'activités accessoires qui sont entièrement ou partiellement incompatibles avec un poste à l'institut supérieur.
Sont incompatibles, les activités rémunérées ou non rémunérées qui :
1° conduisent à un conflit d'intérêts pour le membre du personnel ;
2° sont de nature à nuire à l'institut supérieur ;
3° entravent la bonne exécution de la charge à l'institut supérieur.
Le règlement ou le règlement du travail visé à l'alinéa 1er fixe au moins les éléments suivants :
1° la procédure de détermination des incompatibilités. Cette procédure garantit le droit de tout membre du personnel d'être entendu et prévoit une procédure de recours ;
2° les conséquences de l'exercice d'activités incompatibles.
La direction de l'institut supérieur peut d'office mettre fin à la désignation ou à la nomination d'un membre du personnel qui, après la procédure visée à l'alinéa 2, 1°, refuse de mettre fin d'office à l'incompatibilité établie et persistante. En cas de cessation d'office d'une nomination, la direction de l'institut supérieur paie les cotisations des employeurs et des travailleurs nécessaires pour la reprise du membre du personnel dans le régime de l'assurance chômage, de l'assurance maladie (secteur des allocations) et de l'assurance maternité. ".
Art.116. In deel 5, titel 2, hoofdstuk 3, van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt afdeling 7, die bestaat uit artikel V.198 tot en met V.202, opgeheven.
Art.116. Dans la partie 5, titre 2, chapitre 3, du même Code, telle que modifiée par le décret du 16 juin 2017, la section 7, constituée des articles V.198 à V.202, est abrogée.
Art.117. In artikel V.299, § 1, en § 2, eerste lid, van dezelfde codex, wordt de zinsnede "artikel III.35, § 3" vervangen door de zinsnede "artikel III.36, § 3".
Art.117. Dans l'article V.299, §§ 1er et 2, l'alinéa 1er, du même Code, le membre de phrase " l'article III.35, § 3, " est remplacé par le membre de phrase " l'article III.36, § 3, ".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 10 juni 2016
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2016 relatif au projet temporaire " schoolbank op de werkplek " relatif à l'apprentissage dual dans l'enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 10 juin 2016
Art.118. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 april 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in het secundair onderwijs, bekrachtigd bij het decreet van 10 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het vierde lid wordt opgeheven;
2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 20192020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd. De heropstart uiterlijk in het schooljaar 2020-2021 van een niet duale gelijknamige of inhoudelijk nauwverwante opleiding die ten gevolge van het tijdelijke project door de school niet meer werd ingericht, is geen programmatie.".
1° het vierde lid wordt opgeheven;
2° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 20192020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd. De heropstart uiterlijk in het schooljaar 2020-2021 van een niet duale gelijknamige of inhoudelijk nauwverwante opleiding die ten gevolge van het tijdelijke project door de school niet meer werd ingericht, is geen programmatie.".
Art.118. A l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 avril 2016 relatif au projet temporaire " schoolbank op de werkplek " relatif à l'apprentissage dual dans l'enseignement secondaire, sanctionné par le décret du 10 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 4 est abrogé ;
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour une formation duale de deux ans lancée dans l'année scolaire 2018-2019, la deuxième année d'études doit être organisée par l'école pendant l'année scolaire 2019-2020, à savoir l'année scolaire de début de la formation duale organique. Le redémarrage au plus tard dans l'année scolaire 2020-2021 d'une formation non duale du même nom ou apparentée quant au contenu, qui, à la suite du projet temporaire, n'est plus organisée par l'école, n'est pas une programmation. ".
1° l'alinéa 4 est abrogé ;
2° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
" Pour une formation duale de deux ans lancée dans l'année scolaire 2018-2019, la deuxième année d'études doit être organisée par l'école pendant l'année scolaire 2019-2020, à savoir l'année scolaire de début de la formation duale organique. Le redémarrage au plus tard dans l'année scolaire 2020-2021 d'une formation non duale du même nom ou apparentée quant au contenu, qui, à la suite du projet temporaire, n'est plus organisée par l'école, n'est pas une programmation. ".
Art.119. In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt in het eerste lid het punt 4° opgeheven.
Art.119. Dans l'article 17 du même arrêté, le point 4° dans l'alinéa 1er est abrogé.
HOOFDSTUK 17. - Wijzigingen van de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016
CHAPITRE 17. - Modifications de la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016
Art.120. In de Codificatie sommige bepalingen voor het onderwijs van 28 oktober 2016, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt een deel X/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Deel X/1. Overgangsmaatregel bij fusie van gemeenten".
"Deel X/1. Overgangsmaatregel bij fusie van gemeenten".
Art.120. Dans la Codification de certaines dispositions relatives à l'enseignement du 28 octobre 2016, modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré une partie X/1 ainsi rédigée :
" Partie X/1. Mesure transitoire en cas de fusion de communes ".
" Partie X/1. Mesure transitoire en cas de fusion de communes ".
Art.121. In dezelfde codificatie, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt in deel X/1, ingevoegd bij artikel 120, een artikel X.1/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. X.1/1. In dit artikel wordt verstaan onder instellingen:
1° de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs;
2° de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs.
Gemeenten die fusioneren conform het decreet Vrijwillige Samenvoeging van Gemeenten van 24 juni 2016 worden voor de toepassing van de onderwijsregelgeving gedurende een periode van zes schooljaren, die start op 1 september na de fusie, beschouwd als niet gefusioneerd voor:
1° het berekenen van de financiering en subsidiëring van de instellingen en scholengemeenschappen op hun grondgebied;
2° het behalen van de programmatie- en rationalisatienormen van de instellingen op hun grondgebied;
3° het behalen van de norm voor scholengemeenschappen basisonderwijs;
4° de regionale afbakeningen voor de onderwijszones en de LOP-gebieden.".
"Art. X.1/1. In dit artikel wordt verstaan onder instellingen:
1° de scholen voor gewoon en buitengewoon basisonderwijs;
2° de instellingen voor deeltijds kunstonderwijs.
Gemeenten die fusioneren conform het decreet Vrijwillige Samenvoeging van Gemeenten van 24 juni 2016 worden voor de toepassing van de onderwijsregelgeving gedurende een periode van zes schooljaren, die start op 1 september na de fusie, beschouwd als niet gefusioneerd voor:
1° het berekenen van de financiering en subsidiëring van de instellingen en scholengemeenschappen op hun grondgebied;
2° het behalen van de programmatie- en rationalisatienormen van de instellingen op hun grondgebied;
3° het behalen van de norm voor scholengemeenschappen basisonderwijs;
4° de regionale afbakeningen voor de onderwijszones en de LOP-gebieden.".
Art.121. Dans la même Codification, modifiée en dernier lieu par le décret du 16 juin 2017, il est inséré dans la section X/1, insérée par l'article 120, un article X.1/1 ainsi rédigé :
" Art. X.1/1. Dans le présent article, il faut entendre par établissements :
1° les écoles d'enseignement fondamental ordinaire et spécial ;
2° les établissements d'enseignement artistique à temps partiel.
Les communes qui fusionnent conformément au décret Fusion volontaire de Communes du 24 juin 2016, sont considérées, pour l'application de la réglementation de l'enseignement, comme n'ayant pas fait l'objet d'une fusion pendant une période de six années scolaires, prenant cours le 1er septembre après la fusion, pour :
1° le calcul du financement et du subventionnement des établissements et des centres d'enseignement sur leur territoire ;
2° l'obtention des normes de programmation et de rationalisation des établissements sur leur territoire ;
3° l'obtention de la norme pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental ;
4° les délimitations régionales pour les zones d'enseignement et les régions LOP. ".
" Art. X.1/1. Dans le présent article, il faut entendre par établissements :
1° les écoles d'enseignement fondamental ordinaire et spécial ;
2° les établissements d'enseignement artistique à temps partiel.
Les communes qui fusionnent conformément au décret Fusion volontaire de Communes du 24 juin 2016, sont considérées, pour l'application de la réglementation de l'enseignement, comme n'ayant pas fait l'objet d'une fusion pendant une période de six années scolaires, prenant cours le 1er septembre après la fusion, pour :
1° le calcul du financement et du subventionnement des établissements et des centres d'enseignement sur leur territoire ;
2° l'obtention des normes de programmation et de rationalisation des établissements sur leur territoire ;
3° l'obtention de la norme pour les centres d'enseignement de l'enseignement fondamental ;
4° les délimitations régionales pour les zones d'enseignement et les régions LOP. ".
Art.122. In artikel III.20, § 2, 2°, van dezelfde codificatie wordt het getal "100" vervangen door het getal "110".
Art.122. Dans l'article III.20, § 2, 2°, du même arrêté, le nombre " 100 " est remplacé par le nombre " 110 ".
Art.123. In artikel XI.1 van dezelfde codificatie wordt een punt 57° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"57° het decreet betreffende het onderwijs XXVIII.".
"57° het decreet betreffende het onderwijs XXVIII.".
Art.123. L'article XI.1 de la même Codification est complété par un point 57°, rédigé comme suit :
" 57° le décret relatif à l'enseignement XXVIII. ".
" 57° le décret relatif à l'enseignement XXVIII. ".
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in de leertijd, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016
CHAPITRE 18. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016 relatif au projet temporaire " schoolbank op de werkplek " consacré à la formation en alternance en période d'apprentissage, sanctionné par le décret du 23 décembre 2016
Art.124. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2016 betreffende het tijdelijke project `Schoolbank op de werkplek' rond duaal leren in de leertijd, bekrachtigd bij het decreet van 23 december 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° het punt 4° wordt opgeheven;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 2019-2020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd.".
1° het punt 4° wordt opgeheven;
2° het vierde lid wordt vervangen door wat volgt:
"Voor een tweejarige duale opleiding die wordt opgestart in het schooljaar 2018-2019 moet het tweede leerjaar door de school alleszins in het schooljaar 2019-2020, zijnde het aanvangsschooljaar van het organiek duaal leren, worden georganiseerd.".
Art.124. Dans l'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 octobre 2016 relatif au projet temporaire " schoolbank op de werkplek " consacré à la formation en alternance en période d'apprentissage, sanctionné par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 4° est abrogé ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Pour une formation duale de deux ans lancée dans l'année scolaire 2018-2019, la deuxième année d'études doit être organisée par l'école pendant l'année scolaire 2019-2020, à savoir l'année scolaire de début de la formation duale organique. ".
1° le point 4° est abrogé ;
2° l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit :
" Pour une formation duale de deux ans lancée dans l'année scolaire 2018-2019, la deuxième année d'études doit être organisée par l'école pendant l'année scolaire 2019-2020, à savoir l'année scolaire de début de la formation duale organique. ".
Art.125. In artikel 16 van hetzelfde besluit wordt in het eerste lid het punt 4° opgeheven.
Art.125. Dans l'article 16 du même arrêté, le point 4° dans l'alinéa 1er est abrogé.
HOOFDSTUK 19. - Wijzigingen van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie
CHAPITRE 19. - Modifications du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base
Art.126. In hoofdstuk 13 van het decreet van 7 juli 2017 betreffende de rechtspositie van de personeelsleden in de basiseducatie wordt een afdeling 3 ingevoegd, die luidt als volgt:
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
"Afdeling 3. Het re-integratietraject van een werknemer die het overeengekomen werk definitief niet kan uitoefenen".
Art.126. Dans le chapitre 13 du décret du 7 juillet 2017 relatif au statut des membres du personnel de l'éducation de base, il est inséré une section 3 ainsi rédigée :
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
" Section 3. Le trajet de réintégration d'un travailleur qui est définitivement dans l'inaptitude d'effectuer le travail convenu ".
Art.127. In hetzelfde decreet wordt in afdeling 3, ingevoegd bij artikel 126, een artikel 75/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 75/1. § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij het centrumbestuur een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.
§ 2. Als conform artikel 73/3 en 73/4 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 het centrumbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het centrumbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het centrumbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van de tewerkstelling. Die tewerkstelling is mogelijk in een van de volgende vormen:
1° tewerkstelling in het ambt van benoeming na aanpassing van de geïndividualiseerde functiebeschrijving, vermeld in artikel 79;
2° tewerkstelling in een ander ambt dan het ambt van vaste benoeming als vermeld in afdeling 2.
Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel 73/2, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, kan het centrumbestuur een vastbenoemd personeelslid de uitoefening van zijn ambt ontzeggen.".
"Art. 75/1. § 1. Deze afdeling is van toepassing op het vastbenoemde personeelslid voor wie de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer met toepassing van artikel I.4-73, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 heeft beslist dat hij definitief ongeschikt is om het overeengekomen werk te hervatten, maar in staat is om bij het centrumbestuur een aangepast of ander werk uit te voeren, in voorkomend geval na aanpassing van de werkpost.
§ 2. Als conform artikel 73/3 en 73/4 van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017 het centrumbestuur en het personeelslid ermee akkoord gaan om die beslissing en het door het centrumbestuur uitgewerkte re-integratieplan te volgen, sluiten het centrumbestuur en het personeelslid een schriftelijke overeenkomst over de vorm van de tewerkstelling. Die tewerkstelling is mogelijk in een van de volgende vormen:
1° tewerkstelling in het ambt van benoeming na aanpassing van de geïndividualiseerde functiebeschrijving, vermeld in artikel 79;
2° tewerkstelling in een ander ambt dan het ambt van vaste benoeming als vermeld in afdeling 2.
Als de beslissing van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, vermeld in artikel 73/2, § 4, c), van de codex over het welzijn op het werk van 28 april 2017, niet leidt tot een overeenkomst over tewerkstelling, kan het centrumbestuur een vastbenoemd personeelslid de uitoefening van zijn ambt ontzeggen.".
Art.127. Dans le même décret, il est inséré dans la section 3, insérée par l'article 126, un article 75/1, rédigé comme suit :
" Art. 75/1. § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez l'autorité du centre un travail adapté ou un autre travail, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
§ 2. Si, conformément aux articles 73/3 et 73/4 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, l'autorité du centre et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration élaboré par l'autorité du centre, l'autorité du centre et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. Cette mise à l'emploi est possible sous l'une des formes suivantes :
1° l'affectation à la fonction de nomination définitive après l'adaptation de la description de fonction individualisée visée à l'article 79 ;
2° l'affectation à une fonction autre que la fonction de nomination définitive, telle que visée à la section 2.
Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article 73/2, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur son emploi, l'autorité du centre peut priver un membre de son personnel nommé à titre définitif de l'exercice de ses fonctions. ".
" Art. 75/1. § 1er. Cette section est applicable au membre du personnel nommé à titre définitif pour qui le conseiller en prévention-médecin du travail a décidé par application de l'article I.4-73, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 qu'il est définitivement inapte à reprendre le travail convenu mais est en état d'effectuer chez l'autorité du centre un travail adapté ou un autre travail, le cas échéant avec une adaptation du poste de travail. " ;
§ 2. Si, conformément aux articles 73/3 et 73/4 du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017, l'autorité du centre et le membre du personnel conviennent de suivre cette décision et le plan de réintégration élaboré par l'autorité du centre, l'autorité du centre et le membre du personnel concluent un accord écrit sur la forme de l'emploi. Cette mise à l'emploi est possible sous l'une des formes suivantes :
1° l'affectation à la fonction de nomination définitive après l'adaptation de la description de fonction individualisée visée à l'article 79 ;
2° l'affectation à une fonction autre que la fonction de nomination définitive, telle que visée à la section 2.
Si la décision du conseiller en prévention-médecin du travail, visée à l'article 73/2, § 4, c), du Code du bien-être au travail du 28 avril 2017 ne mène pas à un accord sur son emploi, l'autorité du centre peut priver un membre de son personnel nommé à titre définitif de l'exercice de ses fonctions. ".
HOOFDSTUK 20. - Wijzigingen van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 20. - Modifications du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel
Art.128. Artikel 31 van het decreet van 9 maart 2018 betreffende het deeltijds kunstonderwijs wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 31. Om toegelaten te worden tot de tweede graad van de domeinen dans of woordkunst-drama of de tweede graad voor jongeren van het domein muziek, moet de leerling voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben of de leeftijd van acht jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
2° in het geval van woordkunst-drama niet ouder zijn dan veertien jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.
Om toegelaten te worden tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek moet de leerling de leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Mits toestemming van de directeur kan een leerling die op dat ogenblik minder dan vijftien jaar oud is toch om pedagogische redenen worden toegelaten tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek.
Om toegelaten te worden tot de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;
2° de leeftijd van acht jaar bereikt hebben, maar niet ouder zijn dan twaalf jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.".
"Art. 31. Om toegelaten te worden tot de tweede graad van de domeinen dans of woordkunst-drama of de tweede graad voor jongeren van het domein muziek, moet de leerling voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben of de leeftijd van acht jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar of minstens twee volledige schooljaren ingeschreven zijn in het lager onderwijs;
2° in het geval van woordkunst-drama niet ouder zijn dan veertien jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.
Om toegelaten te worden tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek moet de leerling de leeftijd van vijftien jaar bereikt hebben op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar. Mits toestemming van de directeur kan een leerling die op dat ogenblik minder dan vijftien jaar oud is toch om pedagogische redenen worden toegelaten tot de tweede graad voor volwassenen van het domein muziek.
Om toegelaten te worden tot de tweede graad van het domein beeldende en audiovisuele kunsten moet de leerling voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
1° de basiscompetenties van de eerste graad verworven hebben;
2° de leeftijd van acht jaar bereikt hebben, maar niet ouder zijn dan twaalf jaar op de dag van 31 december die volgt op de aanvang van het schooljaar.".
Art.128. L'article 31 du décret du 9 mars 2018 relatif à l'enseignement artistique à temps partiel est remplacé par les dispositions suivantes :
" Art. 31. Pour être admis au deuxième degré dans les domaines danse, arts de la parole-théâtre ou au deuxième degré pour jeunes dans le domaine musique, l'élève doit remplir l'une des conditions suivantes :
1° avoir acquis les compétences de base du premier degré ou avoir atteint l'âge de huit ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire ou être inscrit dans l'enseignement primaire depuis au moins deux années scolaires complètes ;
2° dans le cas du domaine arts de la parole-théâtre ne pas être âgé de plus de quatorze ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire.
Pour être admis au deuxième degré pour adultes du domaine musique, l'élève doit avoir atteint l'âge de quinze ans au 31 décembre suivant le début de l'année scolaire. Avec l'autorisation du directeur, un élève âgé de moins de quinze ans à ce moment peut toutefois être admis au deuxième degré pour adultes dans le domaine musique pour des raisons pédagogiques.
Pour être admis au deuxième degré du domaine arts plastiques et audiovisuels, l'élève doit remplir l'une des conditions suivantes :
1° avoir acquis les compétences de base du premier degré ;
2° avoir atteint l'âge de huit ans, mais ne pas être âgé de plus de douze ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire. ".
" Art. 31. Pour être admis au deuxième degré dans les domaines danse, arts de la parole-théâtre ou au deuxième degré pour jeunes dans le domaine musique, l'élève doit remplir l'une des conditions suivantes :
1° avoir acquis les compétences de base du premier degré ou avoir atteint l'âge de huit ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire ou être inscrit dans l'enseignement primaire depuis au moins deux années scolaires complètes ;
2° dans le cas du domaine arts de la parole-théâtre ne pas être âgé de plus de quatorze ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire.
Pour être admis au deuxième degré pour adultes du domaine musique, l'élève doit avoir atteint l'âge de quinze ans au 31 décembre suivant le début de l'année scolaire. Avec l'autorisation du directeur, un élève âgé de moins de quinze ans à ce moment peut toutefois être admis au deuxième degré pour adultes dans le domaine musique pour des raisons pédagogiques.
Pour être admis au deuxième degré du domaine arts plastiques et audiovisuels, l'élève doit remplir l'une des conditions suivantes :
1° avoir acquis les compétences de base du premier degré ;
2° avoir atteint l'âge de huit ans, mais ne pas être âgé de plus de douze ans à la date du 31 décembre suivant le début de l'année scolaire. ".
Art.129. In artikel 74 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de laatste zin geschrapt;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden van de kortlopende studierichtingen kunnen alleen onderling worden uitgewisseld. Enkel wanneer het gaat om de oprichting van een nieuwe studierichting, optie of een nieuw muziekinstrument, kunnen de lestijden van de kortlopende studierichtingen worden uitgewisseld met die van de vierde graad of omgekeerd en dit voor de duur van de oprichting.".
1° in het eerste lid wordt de laatste zin geschrapt;
2° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De lestijden van de kortlopende studierichtingen kunnen alleen onderling worden uitgewisseld. Enkel wanneer het gaat om de oprichting van een nieuwe studierichting, optie of een nieuw muziekinstrument, kunnen de lestijden van de kortlopende studierichtingen worden uitgewisseld met die van de vierde graad of omgekeerd en dit voor de duur van de oprichting.".
Art.129. A l'article 74 du même décret sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, la dernière phrase est supprimée ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Les périodes de cours des orientations d'études de courte durée ne peuvent être échangées qu'entre elles. Ce n'est que dans le cas de la création d'une nouvelle orientation d'études, option ou d'un nouveau instrument de musique que les périodes de cours des orientations d'études de courte durée peuvent être échangées avec celles du quatrième degré ou vice versa et ce, pour la durée de la création. ".
1° dans l'alinéa 1er, la dernière phrase est supprimée ;
2° l'alinéa 3 est remplacé par la disposition suivante :
" Les périodes de cours des orientations d'études de courte durée ne peuvent être échangées qu'entre elles. Ce n'est que dans le cas de la création d'une nouvelle orientation d'études, option ou d'un nouveau instrument de musique que les périodes de cours des orientations d'études de courte durée peuvent être échangées avec celles du quatrième degré ou vice versa et ce, pour la durée de la création. ".
HOOFDSTUK 21. - Autonome bepalingen
CHAPITRE 21. - Dispositions autonomes
Art.130. Het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de structuur, organisatie en financiering van de Koninklijke Beiaardschool Jef Denyn in Mechelen wordt bekrachtigd.
Art.130. L'arrêté du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif à l'offre de formation, à la structure, à l'organisation et au financement de l'école royale de carillon Jef Denyn à Malines est sanctionné.
Art.131. In het gewoon secundair onderwijs worden op 1 september 2019 de door de Vlaamse Regering vastgelegde duale structuuronderdelen programmeerbaar op voorwaarde dat de Vlaamse Regering, uiterlijk op 30 november 2018, voor het duaal structuuronderdeel in kwestie een standaardtraject heeft goedgekeurd. Het standaardtraject beantwoordt aan artikel 357/7 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
De programmatie van het duaal structuuronderdeel verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur die op 31 december 2018 wordt vastgesteld. Deze termijn geldt als vervaltermijn.
De programmatie van het duaal structuuronderdeel verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur die op 31 december 2018 wordt vastgesteld. Deze termijn geldt als vervaltermijn.
Art.131. Dans l'enseignement secondaire ordinaire, les subdivisions structurelles duales établies par le Gouvernement flamand sont programmables le 1er septembre 2019 à condition que le Gouvernement flamand, le 30 novembre 2018 au plus tard, ait approuvé un parcours standard pour la subdivision structurelle duale en question. Le parcours standard est conforme à l'article 357/7 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
La programmation de la subdivision structurelle duale se déroule suivant la procédure de l'article 357/8 du même Code, à l'exception de la date limite d'introduction de la demande de programmation par l'autorité scolaire qui est fixée au 31 décembre 2018. Ce délai vaut comme délai d'échéance.
La programmation de la subdivision structurelle duale se déroule suivant la procédure de l'article 357/8 du même Code, à l'exception de la date limite d'introduction de la demande de programmation par l'autorité scolaire qui est fixée au 31 décembre 2018. Ce délai vaut comme délai d'échéance.
Art.132. Onder voorbehoud van de invoering bij decreet op 1 september 2019 van een organieke regeling voor duaal leren in het buitengewoon secundair onderwijs, worden in het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4, op 1 september 2019 de door de Vlaamse Regering vastgelegde duale structuuronderdelen programmeerbaar op voorwaarde dat de Vlaamse Regering, uiterlijk op 31 december 2018, voor het duaal structuuronderdeel in kwestie een standaardtraject heeft goedgekeurd. Het standaardtraject beantwoordt aan artikel 357/7 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010.
De programmatie van een duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 of opleidingsvorm 4 verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur en de uiterste datum voor beslissing door de Vlaamse Regering die op 28 februari 2019 respectievelijk 31 mei 2019 worden vastgesteld. Deze termijnen gelden als vervaltermijnen.
Op de in dit artikel bedoelde duale structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 zijn artikel 289, § 3, en artikel 335 van dezelfde codex niet van toepassing.
De programmatie van een duaal structuuronderdeel in opleidingsvorm 3 of opleidingsvorm 4 verloopt volgens de procedure van artikel 357/8 van dezelfde codex, met uitzondering van de uiterste datum voor indiening van de programmatieaanvraag door het schoolbestuur en de uiterste datum voor beslissing door de Vlaamse Regering die op 28 februari 2019 respectievelijk 31 mei 2019 worden vastgesteld. Deze termijnen gelden als vervaltermijnen.
Op de in dit artikel bedoelde duale structuuronderdelen in opleidingsvorm 3 zijn artikel 289, § 3, en artikel 335 van dezelfde codex niet van toepassing.
Art.132. Sous réserve de l'introduction par décret le 1er septembre 2019 d'un régime organique pour l'apprentissage dual dans l'enseignement secondaire spécial, la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 deviennent programmables dans l'enseignement secondaire spécial le 1er septembre 2019, à condition que le Gouvernement flamand ait approuvé le parcours standard, le 31 décembre 2018 au plus tard, pour la subdivision structurelle duale. Le parcours standard est conforme à l'article 357/7 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010.
La programmation de la subdivision structurelle duale dans la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 se déroule suivant la procédure de l'article 357/8 du même Code, à l'exception de la date limite d'introduction de la demande de programmation par l'autorité scolaire et de la date limite de décision par le Gouvernement flamand qui sont fixées respectivement au 28 février 2019 et au 31 mai 2019. Ces délais sont considérés comme des délais d'échéance.
Les articles 289, § 3 et 335 du même Code ne sont pas d'application aux subdivisions structurelles duales dans la forme d'enseignement 3.
La programmation de la subdivision structurelle duale dans la forme d'enseignement 3 et la forme d'enseignement 4 se déroule suivant la procédure de l'article 357/8 du même Code, à l'exception de la date limite d'introduction de la demande de programmation par l'autorité scolaire et de la date limite de décision par le Gouvernement flamand qui sont fixées respectivement au 28 février 2019 et au 31 mai 2019. Ces délais sont considérés comme des délais d'échéance.
Les articles 289, § 3 et 335 du même Code ne sont pas d'application aux subdivisions structurelles duales dans la forme d'enseignement 3.
HOOFDSTUK 22. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 22. - Entrée en vigueur
Art. 133. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2018, met uitzondering van:
- artikel 41, dat in werking treedt op 1 augustus 2018;
- artikel 42, dat in werking treedt op 27 augustus 2018;
- artikel 120 en 121, die in werking treden op 1 januari 2019;
- artikel 69, dat in werking treedt op 1 september 2019;
- artikel 7, 18 en 63 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017;
- artikel 8, 9, 19, 20, 92, 2°, en 122 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2018;
- artikel 30 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2018;
- artikel 71 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2018;
- artikel 86, 87, 91, 92, 1°, en 93 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2016;
- artikel 117 dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2013.
- artikel 41, dat in werking treedt op 1 augustus 2018;
- artikel 42, dat in werking treedt op 27 augustus 2018;
- artikel 120 en 121, die in werking treden op 1 januari 2019;
- artikel 69, dat in werking treedt op 1 september 2019;
- artikel 7, 18 en 63 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2017;
- artikel 8, 9, 19, 20, 92, 2°, en 122 die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2018;
- artikel 30 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juni 2018;
- artikel 71 dat uitwerking heeft met ingang van 1 juli 2018;
- artikel 86, 87, 91, 92, 1°, en 93 die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2016;
- artikel 117 dat uitwerking heeft met ingang van 1 oktober 2013.
Art. 133. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2018, à l'exception :
- de l'article 41, qui entre en vigueur le 1er août 2018 ;
- de l'article 42, qui entre en vigueur le 27 août 2018 ;
- des articles 120 et 121, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2019 ;
- de l'article 69, qui entre en vigueur le 1er septembre 2019 ;
- des articles 7, 18 et 63 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2017 ;
- des articles 8, 9, 19, 20, 92, 2° et 122, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2018 ;
- de l'article 30, qui produit ses effets le 1er juin 2018 ;
- de l'article 71, qui produit ses effets 1er juillet 2018 ;
- des articles 86, 87, 91, 92, 1°, et 93, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2016 ;
- de l'article 117, qui produit ses effets le 1er octobre 2013.
- de l'article 41, qui entre en vigueur le 1er août 2018 ;
- de l'article 42, qui entre en vigueur le 27 août 2018 ;
- des articles 120 et 121, qui entrent en vigueur le 1er septembre 2019 ;
- de l'article 69, qui entre en vigueur le 1er septembre 2019 ;
- des articles 7, 18 et 63 qui produisent leurs effets le 1er septembre 2017 ;
- des articles 8, 9, 19, 20, 92, 2° et 122, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2018 ;
- de l'article 30, qui produit ses effets le 1er juin 2018 ;
- de l'article 71, qui produit ses effets 1er juillet 2018 ;
- des articles 86, 87, 91, 92, 1°, et 93, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2016 ;
- de l'article 117, qui produit ses effets le 1er octobre 2013.