Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de controle en het onderhoud van verwarmings- en klimaatregelingssystemen en betreffende de erkenning van de personen die deze handelingen uitvoeren(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-08-2018 en tekstbijwerking tot 30-07-2024)
Titre
21 JUIN 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif au contrôle et à l'entretien des systèmes de chauffage et de climatisation et à l'agrément des personnes qui réalisent ces actes(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-08-2018 et mise à jour au 30-07-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (90)
Texte (90)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. . - Généralités
Artikel 1.1.1. Onderhavig besluit vult de omzetting van de richtlijn 2010/31/UE van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 betreffende de energieprestatie van gebouwen aan.
Article 1.1.1. Le présent arrêté complète la transposition de la directive 2010/31/UE du Parlement européen et du Conseil du 19 mai 2010 sur la performance énergétique des bâtiments.
Art. 1.1.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° EPB-verwarmingsketeltechnicus: controleur belast met de EPB-periodieke controle van verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen, evenals van de toegankelijke delen van de verwarmingssystemen;
  2° EPB-verwarmingsadviseur type 1: controleur belast met de EPB-oplevering van verwarmingssystemen van type 1;
  3° EPB-verwarmingsadviseur type 2: controleur belast met de EPB-oplevering van verwarmingssystemen van type 1 en type 2, evenals met de EPB-diagnose van verwarmingssystemen van type 2;
  4° EPB-klimaatregelingsadviseur: controleur belast met de EPB-diagnose van klimaatregelingssystemen [1 , evenals de EPB-oplevering en EPB-diagnose van verwarmingssystemen waarvan de warmtegeneratoren alleen warmtepompen omvatten]1;
  5° Bevoegd koeltechnicus: technicus die voldoet aan de voorwaarden vastgelegd in artikel 8 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 maart 2012 inzake de bepaling van de minimumopleidingseisen voor koeltechnici en de registratie van koeltechnische bedrijven;
  6° Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21/06/2018 betreffende de voor de verwarmingssystemen en klimaatregelingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode;
  7° Besluit van 3 juni 2010: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2010 betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode;
  8° Besluit van 15 december 2011: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende het onderhoud en de controle van klimaatregelingssystemen en betreffende de geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbating;
  9° Opleidingsprotocol: door Leefmilieu Brussel ter beschikking gesteld handboek waarin de richtlijnen worden vastgelegd die opleidingsinstellingen moeten opvolgen in het kader van de erkenning van opleidingen, en dit specifiek voor elke opleiding besproken in hoofdstuk 6 van dit besluit.
  10° Gedragscodes opgesteld door de gassector: de volgende gedragscodes:
  a) sectorale gedragscode betreffende de aanpak van I2E(S) verwarmingsketels en warmwaterbereidingstoestellen in het kader van de conversie van L-gas naar H-gas in België;
  b) sectorale gedragscode betreffende de aanpak van I2E(R) verwarmingsketels, warmwatertoestellen en ventilatorbranders binnen het kader van de conversie van L- naar H-gas in België.
  
Art. 1.1.2. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
  1° Technicien chaudière PEB: contrôleur en charge du contrôle périodique PEB des chaudières et des chauffe-eau, ainsi que des parties accessibles des systèmes de chauffage;
  2° Conseiller chauffage PEB de type 1: contrôleur en charge de la réception PEB des systèmes de chauffage de type 1;
  3° Conseiller chauffage PEB de type 2: contrôleur en charge de la réception PEB des systèmes de chauffage de type 1 et de type 2, ainsi que du diagnostic PEB des systèmes de chauffage de type 2;
  4° Conseiller climatisation PEB: contrôleur en charge du diagnostic PEB des systèmes de climatisation [1 , ainsi que de la réception PEB et du diagnostic PEB des systèmes de chauffage dont les générateurs de chaleur ne sont que des pompes à chaleur]1;
  5° Technicien frigoriste qualifié: technicien répondant aux conditions fixées à l'article 8 de l'arrêté du gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 22 mars 2012 relatif à la fixation des exigences de qualification minimale des techniciens frigoristes et à l'enregistrement des entreprises en technique du froid;
  6° Arrêté exigences chauffage-climatisation PEB: l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21/06/2018 relatif aux exigences PEB applicables aux systèmes de chauffage et aux systèmes de climatisation pour le bâtiment lors de leur installation et pendant leur exploitation;
  7° Arrêté du 3 juin 2010 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juin 2010 relatif aux exigences PEB applicables aux systèmes de chauffage pour le bâtiment lors de leur installation et pendant leur exploitation;
  8° Arrêté du 15 décembre 2011 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 décembre 2011 relatif à l'entretien et au contrôle des systèmes de climatisation et aux exigences PEB qui leur sont applicables lors de leur installation et pendant leur exploitation;
  9° Protocole de formation : manuel mis à disposition par Bruxelles Environnement fixant les lignes directrices à suivre par les organismes de formation dans le cadre de la reconnaissance des formations, propre à chaque formation visée au chapitre 6 du présent arrêté.
  10° Codes de conduite du secteur gazier : les codes de conduite suivants :
  a) code de conduite sectoriel pour l'approche applicable aux chaudières I2E(S) et appareils de préparation d'eau chaude dans le cadre de la conversion du gaz L au gaz H en Belgique;
  b) code de conduite sectoriel pour l'approche applicable aux chaudières, chauffe-eau et brûleurs à air soufflé de type I2E(R) dans le cadre de la conversion du gaz L au gaz H en Belgique.
  
Art. 1.1.3. De bepalingen van hoofdstuk 1 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling zijn van toepassing op dit besluit.
Art. 1.1.3. Les dispositions du chapitre 1er de l'Arrêté exigences chauffage-climatisation PEB s'appliquent au présent arrêté.
Art. 1.1.4. De eigenaar, de houder of de aangever houdt rekening met de aanbevelingen die de EPB-verwarmingsketeltechnici, de EPB-verwarmingsadviseurs en de EPB-klimaatregelingsadviseurs vermelden op de attesten van EPB-periodieke controle, de EPB- opleveringsattesten en de EPB-diagnoseverslagen zoals bedoeld in artikelen 2.1.3, 2.2.2, § 5, 4° en 2.5.2, 5° en 3.1.2, 5° van dit besluit.
Art. 1.1.4. Le propriétaire, le titulaire ou le déclarant tient compte des recommandations rédigées par les techniciens chaudières PEB, les conseillers chauffage PEB et les conseillers climatisation PEB, sur les attestations de réception PEB, les attestations de contrôle périodique PEB et les rapports de diagnostic PEB, visées respectivement aux articles 2.1.3, 2.2.2, § 5, 4° et 2.5.2, 5° et 3.1.2, 5° du présent arrêté.
HOOFDSTUK 2. - Controlehandelingen met betrekking tot verwarmingssystemen en waterverwarmingstoestellen
CHAPITRE 2. - Actes de contrôle relatifs aux systèmes de chauffage et aux chauffe-eau
Afdeling 1. - EPB-oplevering van verwarmingssystemen
Section 1. - Réception PEB des systèmes de chauffage
Art. 2.1.1. De EPB-oplevering van het verwarmingssysteem bestaat uit een controle uitgevoerd door een EPB-verwarmingsadviseur, na de plaatsing of vervanging [1 , in een verwarmingssysteem, van een [2 met vloeibare of gasvormige brandstof gestookte]2 verwarmingsketel, ongeacht of deze al dan niet nieuw is en/of een warmtepomp, ongeacht of deze al dan niet nieuw is]1. Ze gebeurt binnen de maand na de ingebruikname van deze verwarmingsketel [1 of deze warmtepomp]1.
  [1 De EPB-oplevering van het verwarmingssysteem kan worden uitgevoerd door een EPB-klimaatregelingsadviseur indien de warmtegeneratoren van dit verwarmingssysteem alleen warmtepompen omvatten.]1
  Leefmilieu Brussel kan een bijkomende termijn toekennen voor verwarmingssystemen van type 2, mits de procedure beschreven in bijlage 1 bij dit besluit gevolgd wordt.
  
Art. 2.1.1. La réception PEB du système de chauffage est un contrôle réalisé par un conseiller chauffage PEB après le placement ou le remplacement [1 , dans un système de chauffage, d'une chaudière [2 alimentée par un combustible liquide ou gazeux]2 qu'elle soit neuve ou non, et/ou d'une pompe à chaleur qu'elle soit neuve ou non]1. Elle est effectuée au plus tard un mois après la mise en service de cette chaudière [1 ou de cette pompe à chaleur]1.
  [1 La réception PEB du système de chauffage peut être réalisée par un conseiller climatisation PEB si les générateurs de chaleur de ce système de chauffage ne comprennent que des pompes à chaleur.]1
  Un délai supplémentaire peut être octroyé par Bruxelles Environnement pour les systèmes de chauffage de type 2 en suivant la procédure décrite à l'annexe 1 du présent arrêté.
  
Art. 2.1.2. De EPB-oplevering van een verwarmingssysteem bestaat uit een controle van de naleving van de eisen op het vlak van de goede werking van de verwarmingsketels en van de technische eisen betreffende verwarmingssystemen vastgelegd in hoofdstukken 2 en 3 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling die van toepassing zijn op dit systeem [1 ...]1.
  De controle van de naleving van de EPB-eisen houdt rekening met de afwijkingen die Leefmilieu Brussel toegekend heeft, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling.
  
Art. 2.1.2. La réception PEB d'un système de chauffage comprend la vérification du respect des exigences de bon fonctionnement des chaudières et les exigences techniques relatives aux systèmes de chauffage définies aux chapitres 2 et 3 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB, qui sont applicables à ce système [1 ...]1.
  La vérification du respect des exigences PEB tient compte des dérogations qui ont été accordées par Bruxelles Environnement, conformément à la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB.
  
Art. 2.1.3. De EPB-oplevering omvat eveneens het opstellen van aanbevelingen, met name betreffende het gebruik van het verwarmingssysteem [1 , het naleven van bepaalde exploitatievoorwaarden]1 en, voor verwarmingsketels aangesloten op het gasdistributienet, betreffende de eventueel te ondernemen acties in het kader van de conversie van L-gas naar H-gas.
  
Art. 2.1.3. La réception PEB comprend également la rédaction de recommandations, notamment sur l'utilisation du système de chauffage [1 , sur le respect de certaines conditions d'exploiter]1 et, pour les chaudières raccordées au réseau de distribution de gaz, sur les actions éventuelles à prendre dans le cadre de la conversion du gaz L vers le gaz H.
  
Art. 2.1.4. Na de EPB-oplevering stelt de EPB-verwarmingsadviseur [1 of de EPB-klimaatregelingsadviseur]1 het EPB-opleveringsattest op, waarbij hij gebruik maakt van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt, en vult hij het stappenplan aan. De minimale inhoud van het EPB-opleveringsattest en het stappenplan worden vastgelegd in bijlage 2 bij dit besluit. Er wordt een kopie van deze documenten bij het logboek van het verwarmingssysteem gevoegd.
  
Art. 2.1.4. A l'issue de l'acte de réception PEB, le conseiller chauffage PEB [1 ou le conseiller climatisation PEB]1 rédige l'attestation de réception PEB en utilisant les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement, et complète la feuille de route. Le contenu minimal de l'attestation de réception PEB et de la feuille de route est défini à l'annexe 2 du présent arrêté. Une copie de ces documents est jointe au carnet de bord du système de chauffage.
  
Art. 2.1.5. Na een conformiteitsstelling die werd uitgevoerd nadat de EPB-oplevering van een verwarmingssysteem toegelaten heeft om vast te stellen dat een of meerdere EPB-eisen niet werden nageleefd, wordt een nieuwe controle uitgevoerd. In dit geval vermeldt de EPB-verwarmingsadviseur [1 of de EPB-klimaatregelingsadviseur]1 in het EPB-opleveringsattest dat het gaat om een controle na een conformiteitsstelling.
  Als een of meerdere eisen op het vlak van de goede werking van de verwarmingsketels zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling niet nageleefd werden voor een of meerdere verwarmingsketels, worden bij deze nieuwe controle de naleving van alle eisen op het vlak van de goede werking van de verwarmingsketel(s) die niet-conform was(waren), gecontroleerd.
  Bij een nieuwe controle van de naleving van de technische eisen betreffende verwarmingssystemen zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling wordt de naleving van de eisen die niet gerespecteerd werden gecontroleerd.
  
Art. 2.1.5. Suite à une mise en conformité effectuée après une réception PEB d'un système de chauffage ayant permis de constater le non-respect d'une ou plusieurs exigences PEB, un nouveau contrôle est réalisé. Dans ce cas, le conseiller chauffage PEB [1 ou le conseiller climatisation PEB]1 mentionne dans l'attestation de réception PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à une mise en conformité.
  Lorsqu'une ou plusieurs exigences de bon fonctionnement des chaudières visées au chapitre 2 de l'arrêté Exigences chauffage-climatisation PEB n'étaient pas respectées pour une ou plusieurs chaudières, ce nouveau contrôle comprend la vérification de toutes les exigences de bon fonctionnement de la (des) chaudière(s) qui faisai(en)t l'objet d'une non-conformité.
  En ce qui concerne le contrôle du respect des exigences techniques relatives aux systèmes de chauffage visées au chapitre 3 de l'arrêté Exigence chauffage-climatisation PEB, ce nouveau contrôle comporte la vérification du respect des exigences qui n'étaient pas respectées.
  
Afdeling 2. [1 - EPB-periodieke controle en onderhoud van verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen op gas, evenals van de toegankelijke delen van het verwarmingssysteem en warmtegeneratoren op vaste brandstof]1
Section 2. [1 - Contrôle périodique PEB et entretien des chaudières et des chauffe-eau gaz, ainsi que des parties accessibles du système de chauffage et des générateurs de chaleur alimentés en combustibles solides]1
Art. 2.2.1. § 1. [1 De EPB-periodieke controle van verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen wordt uitgevoerd door een erkende of gekwalificeerde technicus in functie van het type toestel, in overeenstemming met de volgende tabel :
Art. 2.2.1. § 1er. [1 Le contrôle périodique PEB des chaudières et des chauffe-eau est réalisé par un technicien agréé ou qualifié suivant le type d'appareil conformément au tableau suivant :
Type toestel Type erkenning of kwalificatie Type d'appareil Type d`agrément ou de qualification
Verwarmingsketels op vloeibare brandstof EPB- verwarmingsketeltechnicus L Chaudières à combustible liquide Technicien chaudière PEB L
Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk is EPB-verwarmingsketeltechicus GI Chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gaz Technicien chaudière PEB GI
Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof EPB-verwarmingsketeltechnicus GII Tous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux Technicien chaudière PEB GII
Vaste brandstof ketel EPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
   Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels
Chaudière alimentée en combustible solide Technicien chaudière PEB, ou ;
   Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse "
Type toestel Type erkenning of kwalificatie Type d'appareil Type d`agrément ou de qualification Verwarmingsketels op vloeibare brandstof EPB- verwarmingsketeltechnicus L Chaudières à combustible liquide Technicien chaudière PEB L Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk is EPB-verwarmingsketeltechicus GI Chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gaz Technicien chaudière PEB GI Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof EPB-verwarmingsketeltechnicus GII Tous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux Technicien chaudière PEB GII Vaste brandstof ketel EPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
   Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels Chaudière alimentée en combustible solide Technicien chaudière PEB, ou ;
   Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse "
]1
Type toestel Type erkenning of kwalificatie Type d'appareil Type d`agrément ou de qualification
Verwarmingsketels op vloeibare brandstof EPB- verwarmingsketeltechnicus L Chaudières à combustible liquide Technicien chaudière PEB L
Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk is EPB-verwarmingsketeltechicus GI Chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gaz Technicien chaudière PEB GI
Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof EPB-verwarmingsketeltechnicus GII Tous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux Technicien chaudière PEB GII
Vaste brandstof ketel EPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
   Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels
Chaudière alimentée en combustible solide Technicien chaudière PEB, ou ;
   Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse "
Type toestel Type erkenning of kwalificatie Type d'appareil Type d`agrément ou de qualification Verwarmingsketels op vloeibare brandstof EPB- verwarmingsketeltechnicus L Chaudières à combustible liquide Technicien chaudière PEB L Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk is EPB-verwarmingsketeltechicus GI Chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gaz Technicien chaudière PEB GI Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof EPB-verwarmingsketeltechnicus GII Tous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux Technicien chaudière PEB GII Vaste brandstof ketel EPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
   Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels Chaudière alimentée en combustible solide Technicien chaudière PEB, ou ;
   Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse "
]1
[1 Type toestelType erkenning of kwalificatieType d'appareilType d'agrément ou de qualification
Verwarmingsketels op vloeibare brandstofEPB- verwarmingsketeltechnicus LChaudières à combustible liquideTechnicien chaudière PEB L
Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk isEPB-verwarmingsketeltechicus GIChaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gazTechnicien chaudière PEB GI
Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstofEPB-verwarmingsketeltechnicus GIITous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeuxTechnicien chaudière PEB GII
Vaste brandstof ketelEPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
  Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels
Chaudière alimentée en combustible solideTechnicien chaudière PEB, ou ;
  Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse '']1
(1)<BESL 2024-06-06/17, art. 53, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2025>
[1 Type toestelType erkenning of kwalificatieType d'appareilType d'agrément ou de qualificationVerwarmingsketels op vloeibare brandstofEPB- verwarmingsketeltechnicus LChaudières à combustible liquideTechnicien chaudière PEB LVerwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk isEPB-verwarmingsketeltechicus GIChaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gazTechnicien chaudière PEB GIAlle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstofEPB-verwarmingsketeltechnicus GIITous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeuxTechnicien chaudière PEB GIIVaste brandstof ketelEPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
  Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketelsChaudière alimentée en combustible solideTechnicien chaudière PEB, ou ;
  Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse '']1
(1)
§ 2. De EPB-periodieke controle gebeurt:
  1° bij de plaatsing of vervanging van een waterverwarmingstoestel die werkt op een gasvormige vloeistof;
  2° na elke interventie aan het verbrandingsgedeelte van een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel, inclusief na de vervanging van een brander;
  3° Minimum om de twee jaar voor verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen die werken op een gasvormige brandstof;
  4° Minimum elk jaar voor verwarmingsketels die werken op een vloeibare [1 of vaste]1 brandstof;
  § 3. Voor verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen die geplaatst werden voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die nog niet het voorwerp uitgemaakt hebben van een EPB-periodieke controle, wordt deze EPB-periodieke controle uitgevoerd ten laatste één jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk.
  Voor verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen die geplaatst werden voor de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die voordien het voorwerp uitgemaakt hebben van een EPB-periodieke controle, wordt de datum waarop de EPB-periodieke controle uitgevoerd dient te worden berekend op basis van de datum van de laatste EPB-periodieke controle.
  Voor verwarmingsketels die nieuw geplaatst worden na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk en die nog niet het voorwerp uitgemaakt hebben van een EPB-periodieke controle, wordt de datum waarop de EPB-periodieke controle uitgevoerd dient te worden berekend op basis van de datum van de EPB-oplevering van het verwarmingssysteem.
  
[1 Type toestelType erkenning of kwalificatieType d'appareilType d'agrément ou de qualification
Verwarmingsketels op vloeibare brandstofEPB- verwarmingsketeltechnicus LChaudières à combustible liquideTechnicien chaudière PEB L
Verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk isEPB-verwarmingsketeltechicus GIChaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gazTechnicien chaudière PEB GI
Alle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstofEPB-verwarmingsketeltechnicus GIITous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeuxTechnicien chaudière PEB GII
Vaste brandstof ketelEPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
  Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketels
Chaudière alimentée en combustible solideTechnicien chaudière PEB, ou ;
  Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse '']1
(1)<ARR 2024-06-06/17, art. 53, 003; En vigueur : 01-01-2025>
[1 Type toestelType erkenning of kwalificatieType d'appareilType d'agrément ou de qualificationVerwarmingsketels op vloeibare brandstofEPB- verwarmingsketeltechnicus LChaudières à combustible liquideTechnicien chaudière PEB LVerwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstof uitgezonderd toestellen waarvoor een afstelling van het debiet van de verbrandingslucht EN van het gasdebiet noodzakelijk isEPB-verwarmingsketeltechicus GIChaudières ou chauffe-eau à combustible gazeux hormis les appareils qui nécessitent un réglage du débit d'air comburant ET du débit de gazTechnicien chaudière PEB GIAlle types verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen op gasvormige brandstofEPB-verwarmingsketeltechnicus GIITous types de chaudières ou chauffe-eau à combustible gazeuxTechnicien chaudière PEB GIIVaste brandstof ketelEPB-verwarmingsketeltechnicus, of;
  Gekwalificeerde technicus opgeleid voor dit type verwarmingsketel, of gecertificeerd RESCERT installateur voor biomassaketelsChaudière alimentée en combustible solideTechnicien chaudière PEB, ou ;
  Technicien qualifié ayant reçu une formation pour ce type de chaudière ou certifié installateur RESCERT pour les chaudières à biomasse '']1
(1)
§ 2. Le contrôle périodique PEB est réalisé :
  1° lors du placement ou du remplacement d'un chauffe-eau alimenté par un combustible gazeux;
  2° après chaque intervention sur la partie combustion d'une chaudière ou d'un chauffe-eau, en ce compris après le remplacement d'un brûleur;
  3° au minimum tous les deux ans pour les chaudières et les chauffe-eau alimentés par un combustible gazeux;
  4° au minimum tous les ans pour les chaudières alimentées par un combustible liquide [1 ou solide]1.
  § 3. Pour les chaudières et chauffe-eau installés avant l'entrée en vigueur de ce chapitre et qui n'ont pas fait précédemment l'objet d'un contrôle périodique PEB, le contrôle périodique PEB est réalisé au plus tard un an après l'entrée en vigueur de ce chapitre.
  Pour les chaudières et les chauffe-eau installés avant l'entrée en vigueur de ce chapitre et qui ont fait précédemment l'objet d'un contrôle périodique PEB, la date à laquelle le contrôle périodique PEB est réalisé est calculée à partir de la date du dernier contrôle périodique PEB.
  Pour les chaudières nouvellement placées après la date d'entrée en vigueur de ce chapitre et qui n'ont pas encore fait l'objet d'un contrôle périodique PEB, la date à laquelle le contrôle périodique PEB est réalisé est calculée à partir de la date de la réception PEB du système de chauffage.
  
Art. 2.2.2. § 1. De EPB-periodieke controle van een verwarmingsketel of een waterverwarmingstoestel omvat de volgende handelingen:
  1° het onderhoud van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel, de inrichting voor de afvoer van verbrandingsgassen en de aanvoer van verbrandingslucht, voor condensatieketels of -waterverwarmingstoestellen de sifon, en voor verwarmingssystemen type 1, de toegankelijke delen van het verwarmingssysteem;
  2° Indien nodig de afstelling, van de brander en de elektroden van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel;
  3° De controle van de naleving van de eisen van goede werking van de verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen gedefinieerd in hoofdstuk 2 van EPB-eisenbesluit verwarming en klimaatregeling, van toepassing op de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel [1 , met uitzondering van de meting van de deeltjesconcentratie in de verbrandingsproducten van ketels die werken op vaste brandstoffen met een nominaal opgenomen vermogen van minder dan 300 kW]1;
  4° Het opstellen van een attest EPB-periodieke controle
  § 2. Het onderhoud bedoeld in het punt 1° van § 1 wordt uitgevoerd overeenkomstig de voorschriften van de fabrikant, het minimaal onderhoudsprogramma vastgesteld door de Minister et bevat minstens wat in de volgende alinea's beschreven is.
  Het onderhoud van een verwarmingsketel of een waterverwarmingstoestel betreft:
  1° controle van de algemenen staat, van de reinheid, de dichtheid, de slijtage en de controle van de werking van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel door de eventuele gebreken vast te stellen;
  2° het ontstoffen van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel en het reinigen van het verwarmingslichaam en de uitwisselingsoppervlakten in contact met de verbrandingsgassen;
  Het reinigen van het verwarmingslichaam en van de uitwisselingsoppervlakten die in contact staan met de verbrandingsgassen kan uitgevoerd worden door een derde, op voorwaarde dit deze handeling uitgevoerd wordt onder de verantwoordelijkheid en onder het toezicht van een EPB-verwarmingsketeltechnicus.
  3° In aanwezigheid van een condensatieketel, de controle van de afvoer van condensaten en indien nodig, het reinigen en vullen van de sifon.
  Het onderhoud van de uitrusting voor de afvoer van verbrandingsgassen en aanvoer van verbrandingslucht betreft:
  1° De controle van de reinheid en indien nodig de reiniging van het individueel afvoerkanaal van verbrandingsgassen of het individueel gedeelte van het collectief afvoerkanaal van verbrandingsgassen, m.a.w. een kanaal waarop meerdere verwarmingsketels of waterverwarmingstoestellen zijn aangesloten. Het reinigen en/of de controle van het individueel afvoerkanaal of het individueel gedeelte van het collectief afvoerkanaal van verbrandingsgassen kan uitgevoerd worden door een schoorsteenvegersbedrijf. In dit geval gaat de EPB-verwarmingsketeltechnicus de aanwezigheid van een attest opgemaakt door een schoorsteenvegersbedrijf na.
  2° In aanwezigheid van een collectief afvoerkanaal van verbrandingsgassen, de controle van de aanwezigheid van een inspectieverslag of van een attest dat aantoont dat het gemeenschappelijk gedeelte van het collectief afvoerkanaal van verbrandingsgassen geveegd werd.
  3° Desgevallend de controle en, indien nodig, de reiniging van het aanvoerkanaal van verbrandingslucht.
  Voor wat het onderhoud van de toegankelijke delen van type 1 systemen betreft, wanneer deze uitrustingen toegankelijk zijn en zich in de nabijheid of binnenin de verwarmingsketel bevinden:
  1° de controle van de staat en de werking van de circulatiepomp(en);
  2° de controle van de staat en de werking van de inrichting voor externe regeling die de werking van de verwarmingsketel, de circulatiepomp(en) en desgevallend een of meerdere klep(pen) aanstuurt;
  3° de controle van de staat van de kleppen en ontluchters;
  4° de controle van de druk van het verwarmingscircuit en het ontbreken van lekken in de zichtbare delen van dit circuit, indien nodig de afstelling van de druk van het circuit;
  5° de controle van de druk van het expansievat en indien nodig de regeling ervan;
  [1 6° de controle en de reiniging van de automatische toevoer van vaste brandstoffen (indien aanwezig);
   7° controle van de aanwezige veiligheidsvoorzieningen en die specifiek zijn voor ketels op vaste brandstof (zoals vlamterugslagbeveiliging, luikopening, thermische veiligheidsklep).]1

  § 3. het gedeelte betreffende de afstelling bedoeld in punt 2° van § 1 wordt uitgevoerd, met naleving van de voorschriften van de fabrikant, het minimaal onderhoudsprogramma vastgesteld door de minister en voor toestellen op gas, de Gedragscodes opgesteld door de gassector.
  § 4. Na afloop van de EPB-periodieke controle stelt [1 de in artikel 2.2.1, § 1 beoogde technicus]1 een attest van EPB-periodieke controle op, gebruikmakend van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt en vult de stappenplan aan. De minimuminhoud van het attest van EPB periodieke controle et het stappenplan is gedefinieerd in bijlage 2 van dit besluit. Een kopie van deze documenten wordt aan het logboek van het verwar mingssysteem gevoegd [1 en binnen 30 dagen doorgestuurd naar Leefmilieu Brussel]1.
  Het attest van EPB-periodieke controle vermeldt met name:
  1° Het resultaat van de uitgevoerde controles.
  2° Een korte beschrijving van de uitgevoerde handelingen en de gebreken die tijdens de interventie werden verholpen.
  3° Een evaluatie van de dimensionering van de verwarmingsketel voor verwarmingssystemen van type 1. De evaluatie van de dimensionering van de verwarmingsketel dient niet herhaald te worden indien er in de tussentijd geen wijzigingen van het verwarmingssysteem gebeurden.
  4° Aanbevelingen, met name voor te overwegen acties of wijzigingen met het oog op het verbeteren van de energieprestatie van de installaties en, voor verwarmingsketels aangesloten op het gasdistributienet, voor de acties die ondernomen dienen te worden in het kader van de conversie van L-gas naar H-gas.
  § 5 In afwijking van § 2 2° b), bevat de EPB-periodieke controle bij de plaatsing van een nieuw waterverwarmingstoestel geen reiniging van het verwarmingslichaam en uitwisselingsoppervlakten in contact met verbrandingsgassen.
  
Art. 2.2.2. § 1er. Le contrôle périodique PEB d'une chaudière ou d'un chauffe-eau comprend les opérations suivantes:
  1° l'entretien de la chaudière ou du chauffe-eau, du dispositif d'évacuation des gaz de combustion, du dispositif d'amenée d'air comburant, pour les chaudières ou chauffe-eau à condensation du siphon, et, pour les systèmes de chauffage de type 1, des parties accessibles du système de chauffage;
  2° le réglage, si nécessaire, du brûleur et des électrodes de la chaudière ou du chauffe-eau;
  3° le contrôle du respect des exigences de bon fonctionnement des chaudières et des chauffe-eau définies au chapitre 2 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB applicables à cette chaudière ou ce chauffe-eau [1 , à l'exception de la mesure de la concentration en particules dans les produits de combustion des chaudières alimentées par des combustibles solides dont la puissance nominale absorbée est inférieure à 300 kW]1;
  4° la rédaction d'une attestation de contrôle périodique PEB.
  § 2. L'entretien visé au point 1° du § 1 est effectué en respectant les prescriptions du fabricant, le programme minimal d'entretien déterminé par le Ministre et comprend au minimum ce qui est décrit dans les alinéas suivants.
  Pour l'entretien d'une chaudière ou d'un chauffe-eau, il s'agit de :
  1° la vérification de son état général, de la propreté, de l'étanchéité, de l'usure et la vérification du fonctionnement de la chaudière ou du chauffe-eau en faisant constat des éventuels défauts;
  2° le dépoussiérage de la chaudière ou du chauffe-eau et le nettoyage du corps de chauffe et des surfaces d'échange en contact avec les gaz de combustion;
  Le nettoyage du corps de chauffe et des surfaces d'échange en contact avec les gaz de combustion peut être effectué par une tierce personne, à condition que cette opération soit réalisée sous la responsabilité et la supervision d'un technicien chaudière PEB.
  3° en présence d'une chaudière à condensation, la vérification de l'évacuation des condensats et si nécessaire, le remplissage et le nettoyage du siphon.
  Pour l'entretien du dispositif d'évacuation des gaz de combustion et du dispositif d'amenée d'air comburant, il s'agit de :
  1° La vérification de l'état de propreté et, si nécessaire, le nettoyage du conduit individuel d'évacuation des gaz de combustion ou de la partie individuelle du conduit collectif d'évacuation des gaz de combustion, c'est-à-dire un conduit sur lequel plusieurs chaudières ou chauffe-eau sont raccordés. Le nettoyage et/ou la vérification du conduit individuel ou de la partie individuelle du conduit d'évacuation des gaz de combustion peut être effectué par une entreprise de ramonage. Dans ce cas, le technicien chaudière PEB vérifie la présence d'une attestation établie par une entreprise de ramonage.
  2° En présence d'un conduit collectif d'évacuation des gaz de combustion, le contrôle de la présence d'un rapport d'inspection ou d'une attestation de ramonage de la partie commune du conduit collectif d'évacuation des gaz de combustion.
  3° Le cas échéant, la vérification et si nécessaire, le nettoyage du conduit d'amenée d'air comburant.
  Pour l'entretien des parties accessibles des systèmes de type 1, lorsque ces équipements sont accessibles et se trouvent à proximité ou à l'intérieur de la chaudière, il s'agit de :
  1° la vérification de l'état et du fonctionnement du ou des circulateurs;
  2° la vérification de l'état et du fonctionnement du dispositif de régulation externe qui commande le fonctionnement de la chaudière, du ou des circulateurs et le cas échéant, d'une ou plusieurs vannes;
  3° le contrôle de l'état des vannes et des purgeurs d'air;
  4° le contrôle de la pression du circuit de chauffage et de l'absence de fuite sur les parties visibles de ce circuit, si nécessaire le réglage de la pression du circuit;
  5° le contrôle de la pression du vase d'expansion et si nécessaire son réglage.
  [1 6° le contrôle et le nettoyage du système d'alimentation automatique de combustible solide (si présent) ;
   7° le contrôle des dispositifs de sécurité présents et propres aux chaudières alimentées en combustible solide (tels que l'anti retour de flamme, l'ouverture de trappe, la soupape thermique de sécurité).]1

  § 3. La partie relative au réglage visée au point 2° du § 1 est effectuée, en respectant les prescriptions du fabricant, le programme minimal d'entretien déterminé par le Ministre et, pour les appareils alimentés au gaz, les Codes de conduite du secteur gazier.
  § 4. A l'issue du contrôle périodique PEB, le [1 technicien visé à l'article 2.2.1, § 1]1 rédige l'attestation de contrôle périodique PEB en utilisant les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement, et complète la feuille de route. Le contenu minimum de l'attestation de contrôle périodique PEB et de la feuille de route est défini à l'annexe 2 du présent arrêté. Une copie de ces documents est jointe au carnet de bord du système de chauffage [1 et transmise endéans les 30 jours à Bruxelles Environnement]1.
  L'attestation de contrôle périodique PEB reprend notamment :
  1° Le résultat des contrôles effectués.
  2° Un bref descriptif des actions effectuées et des défauts constatés et corrigés lors de l'intervention.
  3° une évaluation du dimensionnement de la chaudière pour les systèmes de chauffage de type 1. L'évaluation du dimensionnement de la chaudière n'est pas répétée si aucune modification n'a été apportée entre-temps au système de chauffage.
  4° des recommandations, notamment sur des actions ou modifications à envisager afin d'améliorer la performance énergétique de l'installation et, pour les chaudières raccordées au réseau de distribution de gaz, sur les actions à prendre dans le cadre de la conversion du gaz L vers le gaz H.
  § 5. Par dérogation au § 2 2° b), le contrôle périodique PEB effectué lors du placement d'un chauffe-eau neuf ne comprend pas le nettoyage du corps de chauffe et des surfaces d'échange en contact avec les gaz de combustion.
  
Art. 2.2.3. Na een conformiteitsstelling die werd uitgevoerd nadat de EPB-periodieke controle van een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel toegelaten heeft vast te stellen dat een of meerdere EPB-eisen niet werden nageleefd, wordt een nieuwe controle uitgevoerd. In dit geval vermeldt de EPB-verwarmingsketeltechnicus in het attest van EPB-periodieke controle dat het gaat om een controle na een conformiteitsstelling. Deze nieuwe controle bestaat eruit na te gaan of alle eisen op het vlak van de goede werking zoals bedoeld in hoofdstuk 2 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling nageleefd worden. De gegevens betreffende het onderhoud van het toestel, vermeld op punt 1.3 in bijlage 2, worden op het attest van EPB-periodieke controle niet ingevuld, voor zover de termijn voor de conformiteitsstelling niet werd overschreden.
Art. 2.2.3. Suite à une mise en conformité effectuée après un contrôle périodique PEB d'une chaudière ou d'un chauffe-eau ayant permis de constater le non-respect d'une ou plusieurs exigences PEB, un nouveau contrôle est réalisé. Dans ce cas, le technicien chaudière PEB mentionne dans l'attestation de contrôle périodique PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à une mise en conformité. Ce nouveau contrôle consiste à vérifier le respect de toutes les exigences de bon fonctionnement visées au chapitre 2 de l'arrêté Exigences chauffage-climatisation PEB. Les données relatives à l'entretien de l'appareil mentionnées au point 1.3 de l'annexe 2 ne sont pas complétées sur l'attestation de contrôle périodique PEB, si le délai de mise en conformité est respecté.
Art.2.2.4. [1 De controle van de staat en de reiniging van de binnenkant van de afvoerkanalen van verbrandingsgassen van met vaste brandstoffen gestookte warmtegeneratoren moet ten minste jaarlijks worden uitgevoerd.]1
  
Art.2.2.4. [1 La vérification de l'état et le nettoyage de la partie interne des conduits d'évacuation des gaz de combustion des générateurs de chaleur alimentés en combustible solide sont effectués au minimum tous les ans.]1
  
Afdeling 3. - Inspectie of vegen van collectieve afvoerkanalen van verbrandingsgassen
Section 3. - Inspection ou ramonage des conduits collectifs d'évacuation des gaz de combustion
Art. 2.3.1. Collectieve afvoerkanalen van verbrandingsgassen waarop meerdere verwarmingsketels en/of waterverwarmingstoestellen aangesloten zijn worden visueel geïnspecteerd, onder meer met behulp van een camera of via inspectieluiken, om de staat van de binnenkant van het kanaal en desgevallend van de apparatuur voor de afzuiging van verbrandingsgassen te kennen, of worden minstens elke vijf jaar geveegd, waarna een verslag van de inspectie van het collectief kanaal of een attest van het vegen ervan wordt opgesteld.
  Bij de EPB-periodieke controle van elk van de verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen aangesloten op het collectief kanaal wordt nagegaan of dit verslag of attest aanwezig is. De niet-naleving van de maximumtermijn van vijf jaar leidt niet tot de niet-conformiteit van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel aangesloten op het collectief kanaal, maar op het attest van EPB-periodieke controle wordt een opmerking geplaatst.
Art. 2.3.1. Les conduits collectifs d'évacuation des gaz de combustion auxquels sont raccordés plusieurs chaudières et/ou plusieurs chauffe-eau font l'objet d'une inspection visuelle à l'aide notamment d'une caméra ou par les trappes de visite afin de connaître l'état de l'intérieur du conduit et, le cas échéant, l'état des équipements qui permettent l'extraction des gaz de combustion, ou d'un ramonage au moins tous les cinq ans, à l'issue desquels un rapport d'inspection du conduit collectif ou une attestation de ramonage sont rédigés.
  La présence de ce rapport ou de cette attestation est vérifiée lors du contrôle périodique PEB de chacune des chaudières et de chacun des chauffe-eau raccordés au conduit collectif. Le non-respect du délai maximal de cinq ans n'entraîne pas la non-conformité de la chaudière ou du chauffe-eau raccordé au conduit collectif, mais une remarque est indiquée sur l'attestation de contrôle périodique PEB.
Afdeling 4. - Minimaal onderhoudsprogramma voor verwarmingssystemen [1 ...]1
Section 4. - Programme minimum d'entretien des systèmes de chauffage [1 ...]1
Art. 2.4.1. § 1. Het onderhoud van de uitrusting van verwarmingssystemen [1 en ventilatiesystemen die gecombineerd zijn aan deze systemen]1 gebeurt in overeenstemming met het minimaal onderhoudsprogramma vastgelegd door de Minister.
  § 2. Het onderhoud wordt uitgevoerd door een persoon, of onder toezicht van een persoon, die beschikt over een bekwaamheidsattest behaald na een opleiding betreffende het minimaal onderhoudsprogramma en de inhoud van het logboek, die erkend werd door Leefmilieu Brussel krachtens de bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 6 van dit besluit.
  § 3. Na het onderhoud wordt een onderhoudsverslag opgesteld waarin de naam van de persoon bedoeld in paragraaf 2 vermeld wordt, desgevallend door gebruik te maken van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
  Er wordt een kopie van het onderhoudsverslag bij het logboek van het verwarmingssysteem gevoegd.
  [1 § 4. De in paragraaf 2 bedoelde persoon actualiseert zijn kennis met behulp van de door Leefmilieu Brussel ter beschikking gestelde leermiddelen betreffende het minimumaal onderhoudsprogramma en door het bijwonen van bijscholingscursussen die worden georganiseerd overeenkomstig de door de Minister vastgestelde modaliteiten.]1
  
Art. 2.4.1. § 1er. L'entretien des équipements des systèmes de chauffage [1 et des systèmes de ventilation combinés à ces systèmes]1 est réalisé conformément au programme minimum d'entretien déterminé par le Ministre.
  § 2. L'entretien est réalisé par une personne, ou sous la supervision d'une personne, qui dispose d'un certificat d'aptitude obtenu au terme d'une formation relative au programme minimum d'entretien et au contenu du carnet de bord, reconnue par Bruxelles Environnement en vertu de la section 2 du chapitre 6 du présent arrêté.
  § 3. A l'issue de l'entretien, un rapport d'entretien est rédigé en mentionnant le nom de la personne visée au § 2 et en utilisant le cas échéant, les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  Une copie du rapport d'entretien est jointe au carnet de bord du système de chauffage.
  [1 § 4. La personne visée au paragraphe 2 met à jour ses connaissances à l'aide des supports pédagogiques relatifs au programme minimum d'entretien mis à disposition par Bruxelles Environnement et en suivant les formations de recyclage organisées selon les modalités déterminées par le Ministre.]1
  
Afdeling 5. - EPB-diagnose van verwarmingssystemen [1 ...]1
Section 5. - Diagnostic PEB des systèmes de chauffage [1 ...]1
Art. 2.5.1. § 1. Een EPB-diagnose [1 van een verwarmingssysteem is een controle van het verwarmingssysteem van type 2]1, uitgevoerd door een EPB-verwarmingsadviseur van type 2 [1 of door een EPB-klimaatregelingsadviseur als de warmtegeneratoren van het verwarmingssysteem alleen warmtepompen omvatten]1 binnen de vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk en daarna om de vijf jaar.
  § 2. De EPB-diagnose is niet vereist als het verwarmingssysteem:
  1° zich in een gebouw bevindt dat het voorwerp uitmaakt van een PLAGE, overeenkomstig artikel 2.2.22 en artikel 2.4.3. van de ordonnantie;
  2° deel uitmaakt van een inrichting die minder dan vijf jaar geleden het voorwerp heeft uitgemaakt van een energieaudit in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 8 december 2016 betreffende de energieaudit van de grote ondernemingen en de energieaudit van de milieuvergunning;
  3° minder dan vijf jaar geleden het voorwerp heeft uitgemaakt van een EPB-oplevering in overeenstemming met afdeling 1 van dit hoofdstuk.
  [1 4° expliciet wordt geregeld door een energieprestatiecriterium dat wordt vermeld in een energieprestatiecontract.]1
  [1 § 3. Voor de toepassing van het vierde punt van de vorige paragraaf is een "energieprestatiecontract", een contractuele overeenkomst tussen de begunstigde en de aanbieder van een maatregel ter verbetering van de energie-efficiëntie, die tijdens de gehele looptijd van het contract wordt gecontroleerd en gemonitord, waarbij de investeringen (werken, leveringen of diensten) in die maatregel worden vergoed op basis van een contractueel vastgelegd niveau van verbetering van de energie-efficiëntie of een ander overeengekomen prestatiecriterium, zoals financiële besparingen;
   In dit contract staat uitdrukkelijk vermeld:
   1. het (de) gebouw(en) en het (de) technische systeem (systemen) waarop de opdracht betrekking heeft;
   2° de contactgegevens van de begunstigde en van de leverancier van werken, leveringen of diensten;
   3° de begin- en einddatum van de overeenkomst;
   4° de inhoud van het actieprogramma dat tijdens het contract wordt uitgevoerd;
   5° de gekwantificeerde doelstelling voor de verbetering van de energieprestatie die moet worden bereikt;
   6° de methode voor het meten van de verbetering van de energieprestatie van het gebouw of de gebouwen waarop de overeenkomst betrekking heeft;
   7° de berekeningswijze van de vergoeding van de leverancier en de boetes op basis van het resultaat van de verbetering van de energieprestatie van het gebouw of de gebouwen waarop de overeenkomst betrekking heeft.]1

  
Art. 2.5.1. § 1er. Le diagnostic PEB [1 d'un système de chauffage est un contrôle d'un système de chauffage de type 2]1 réalisé dans les cinq ans après l'entrée en vigueur de ce chapitre et ensuite tous les cinq ans, par un conseiller chauffage PEB de type 2 [1 ou par un conseiller climatisation PEB lorsque les générateurs de chaleur du système de chauffage ne comprennent que des pompes à chaleur]1.
  § 2. Le diagnostic PEB n'est pas requis lorsque le système de chauffage :
  1° se situe dans un bâtiment qui fait l'objet d'un PLAGE conformément à l'article 2.2.22 et à l'article 2.4.3. de l'ordonnance;
  2° se situe dans un établissement qui a fait l'objet, depuis moins de cinq ans, d'un audit énergétique au sens de l'arrêté du 8 décembre 2016 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l'audit énergétique des grandes entreprises et à l'audit énergétique du permis d'environnement;
  3° a fait l'objet d'une réception PEB conformément à la section 1 du présent chapitre, qui date de moins de cinq ans.
  [1 4° est régi explicitement par un critère de performance énergétique mentionné dans un contrat de performance énergétique.]1
  [1 § 3. Pour l'application du 4ème point du paragraphe précédent, un " contrat de performance énergétique " est un accord contractuel entre le bénéficiaire et le fournisseur d'une mesure visant à améliorer l'efficacité énergétique, vérifiée et surveillée pendant toute la durée du contrat, aux termes duquel les investissements (travaux, fournitures ou services) dans cette mesure sont rémunérés en fonction d'un niveau d'amélioration de l'efficacité énergétique qui est contractuellement défini ou d'un autre critère de performance énergétique convenu, tel que des économies financières;
   Ce contrat mentionne explicitement :
   1° le ou les bâtiments et le ou les systèmes techniques régis par le contrat;
   2° les coordonnées du bénéficiaire et du fournisseur de travaux, fournitures ou services;
   3° les dates de début et de fin du contrat;
   4° le contenu du programme d'actions qui sera mis en oeuvre durant le contrat;
   5° l'objectif chiffré d'amélioration de la performance énergétique à atteindre;
   6° la méthode pour mesurer l'amélioration de la performance énergétique du ou des bâtiments régis par le contrat;
   7° la méthode de calcul de la rémunération du fournisseur et des pénalités en fonction du résultat de l'amélioration de la performance énergétique du ou des bâtiments régis par le contrat.]1

  
Art. 2.5.2. De [1 in artikel 2.5.1 § 1 omschreven EPB-diagnose]1 omvat:
  1° de controle van de naleving van de EPB-eisen vastgelegd in [1 het hoofdstuk]1 3 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling, die van toepasbaar zijn op dit systeem;
  2° de controle, op basis van een representatief staal van de uitrustingen waaruit dit systeem bestaat, van de uitvoering van het minimaal onderhoudsprogramma voor verwarmingssystemen zoals vastgelegd door de Minister krachtens artikel 2.4.1 van dit besluit;
  3° de evaluatie van de energieprestaties van de verwarmingsketel(s) en van het verwarmingssysteem;
  4° de evaluatie van de dimensionering van de verwarmingsketel of van alle verwarmingsketels;
  5° het opstellen van aanbevelingen, met name voor te overwegen acties of wijzigingen met het oog op het verbeteren van de energieprestatie van het verwarmingssysteem, zoals adviezen betreffende de regeling en het gebruik van het verwarmingssysteem, de vervanging van verwarmingsketels, alternatieve te overwegen oplossingen en, voor verwarmingsketels aangesloten op het gasdistributienet, aanbevelingen voor de acties die eventueel ondernomen dienen te worden in het kader van de omschakeling van L-gas naar H-gas;
  6° het opstellen of bijwerken van het stappenplan.
  De controle van de naleving van de EPB-eisen houdt rekening met de afwijkingen die Leefmilieu Brussel heeft toegekend, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling.
  
Art. 2.5.2. Le diagnostic PEB [1 défini à l'article 2.5.1, § 1]1 comprend :
  1° la vérification du respect des exigences PEB définies [1 au chapitre]1 3 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB, qui sont applicables à ce système;
  2° la vérification, sur base d'un échantillon représentatif des équipements compris dans ce système, de la mise en oeuvre du programme minimum d'entretien des systèmes de chauffage tel que déterminé par le Ministre en vertu de l'article 2.4.1 du présent arrêté;
  3° l'évaluation des performances énergétiques de la ou des chaudières et du système de chauffage;
  4° l'évaluation du dimensionnement de la chaudière ou de l'ensemble des chaudières;
  5° la rédaction de recommandations notamment sur des actions ou des modifications à envisager afin d'améliorer la performance énergétique du système de chauffage tels que des conseils au sujet de la régulation et de l'utilisation du système de chauffage, sur le remplacement des chaudières, sur des solutions alternatives envisageables, ainsi que des recommandations pour les chaudières raccordées au réseau de distribution de gaz, sur les éventuelles actions à prendre dans le cadre de la conversion du gaz L vers le gaz H;
  6° l'établissement ou la mise à jour de la feuille de route.
  La vérification du respect des exigences PEB tient compte des dérogations qui ont été accordées par Bruxelles Environnement, conformément à la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB.
  
Art. 2.5.3. Na de EPB-diagnose stelt de EPB-verwarmingsadviseur [1 of de EPB-klimaatregelingsadviseur]1 een EPB-diagnoseverslag op, waarbij hij gebruik maakt van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt, en vult hij het stappenplan aan. De minimale inhoud van het EPB-diagnoseverslag van het verwarmingssysteem en het stappenplan worden vastgelegd in bijlage 2 bij dit besluit.
  Er wordt een kopie van deze documenten bij het logboek van het verwarmingssysteem gevoegd.
  
Art. 2.5.3. A l'issue du diagnostic PEB du système de chauffage, le conseiller chauffage PEB [1 ou le conseiller climatisation PEB]1 rédige un rapport de diagnostic PEB en utilisant les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement, et complète la feuille de route. Le contenu minimum du rapport de diagnostic PEB du système de chauffage et de la feuille de route sont définis à l'annexe 2 du présent arrêté.
  Une copie de ces documents est jointe au carnet de bord du système de chauffage.
  
Art. 2.5.4. § 1. Na een conformiteitsstelling die werd uitgevoerd nadat de EPB-diagnose [1 van een verwarmingssysteem]1 toegelaten heet om vast te stellen dat een of meerdere EPB-eisen niet werden nageleefd, wordt een nieuwe controle uitgevoerd. In dit geval vermeldt de EPB-verwarmingsadviseur van type 2 [1 of de EPB-klimaatregelingsadviseur]1 in het EPB-diagnoseverslag dat het gaat om een controle na een conformiteitsstelling. Deze nieuwe controle omvat de controle van de naleving van de EPB-eisen die tijdens de voorgaande EPB-diagnose niet-conform werden bevonden.
  § 2. Een nieuwe controle wordt uitgevoerd nadat een EPB-diagnose [1 van een verwarmingssysteem]1 op basis van een representatieve steekproef heeft laten vaststellen dat het onderhoud niet in overeenstemming met het minimaal onderhoudsprogramma voor verwarmingssystemen is uitgevoerd. In dit geval vermeldt de EPB-verwarmingsadviseur van type 2 [1 of de EPB-klimaatregelingsadviseur]1 in het EPB-diagnoseverslag dat het gaat om een controle na gebrek aan onderhoud. Deze nieuwe controle omvat de verificatie, op basis van een representatieve steekproef van de uitrustingen waaruit dit systeem bestaat, van de uitvoering van het minimaal onderhoudsprogramma voor verwarmingssystemen zoals vastgelegd door de Minister krachtens artikel 2.4.1 van dit besluit.
  
Art. 2.5.4. § 1er. Suite à une mise en conformité effectuée après un diagnostic PEB [1 d'un système de chauffage]1 ayant permis de constater le non-respect d'une ou plusieurs exigences PEB, un nouveau contrôle est réalisé. Dans ce cas, le conseiller chauffage PEB de type 2 [1 ou le conseiller climatisation PEB]1 mentionne dans le rapport de diagnostic PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à une mise en conformité. Ce nouveau contrôle comprend la vérification du respect des exigences PEB qui faisaient l'objet de la non-conformité constatée lors du précédent diagnostic PEB .
  § 2. Un nouveau contrôle est effectué après qu'un diagnostic PEB [1 d'un système de chauffage]1 a permis de constater sur base d'un échantillon représentatif que le programme minimum d'entretien des systèmes de chauffage n'était pas correctement mis en oeuvre. Dans ce cas, le conseiller chauffage PEB de type 2 [1 ou le conseiller climatisation PEB]1 mentionne dans le rapport de diagnostic PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à un manque d'entretien. Ce nouveau contrôle comprend la vérification, sur base d'un échantillon représentatif des équipements compris dans ce système, de la mise en oeuvre du programme minimum d'entretien des systèmes de chauffage tel que déterminé par le Ministre en vertu de l'article 2.4.1 du présent arrêté.
  
HOOFDSTUK 3. - Controlehandelingen met betrekking tot klimaatregelingssystemen
CHAPITRE 3. - Actes de contrôle relatifs aux systèmes de climatisation
Afdeling 1. - EPB-diagnose van klimaatregelingssystemen
Section 1. - Diagnostic PEB des systèmes de climatisation
Art. 3.1.1. Een EPB-diagnose van een klimaatregelingssysteem is een controle van het klimaatregelingssysteem, uitgevoerd door een EPB-klimaatregelingsadviseur:
  1° periodiek, met inachtneming van een maximumtermijn tussen twee opeenvolgende controles. Deze maximumtermijn hangt af van het effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem overeenkomstig de volgende tabel:
Art. 3.1.1. Le diagnostic PEB du système de climatisation est un contrôle du système de climatisation, réalisé par un conseiller climatisation PEB :
  1° périodiquement en respectant un délai maximal entre deux contrôles consécutifs. Ce délai maximal dépend de la puissance nominale effective du système de climatisation conformément au tableau suivant :
Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem Maximumtermijn tussen twee controles Puissance nominale effective du système de climatisation Délai maximal entre deux contrôles
> 12 en ≤ 100 kW 15 jaar > 12 et ≤ 100 kW 15 ans
> 100 kW 5 jaar > 100 kW 5 ans
Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem Maximumtermijn tussen twee controles Puissance nominale effective du système de climatisation Délai maximal entre deux contrôles> 12 en ≤ 100 kW 15 jaar > 12 et ≤ 100 kW 15 ans> 100 kW 5 jaar > 100 kW 5 ans
na de plaatsing van een nieuw klimaatregelingssysteem of na de wijziging van een bestaand klimaatregelingssysteem, als het effectief nominaal vermogen van het toegevoegde of vervangen gedeelte groter is dan of gelijk is aan 50 % van het effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem na de werken. In dit geval wordt de EPB-diagnose ten laatste 6 maand na de ingebruikname uitgevoerd.
Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem Maximumtermijn tussen twee controles Puissance nominale effective du système de climatisation Délai maximal entre deux contrôles
> 12 en ≤ 100 kW 15 jaar > 12 et ≤ 100 kW 15 ans
> 100 kW 5 jaar > 100 kW 5 ans
Effectief nominaal vermogen van het klimaatregelingssysteem Maximumtermijn tussen twee controles Puissance nominale effective du système de climatisation Délai maximal entre deux contrôles> 12 en ≤ 100 kW 15 jaar > 12 et ≤ 100 kW 15 ans> 100 kW 5 jaar > 100 kW 5 ans
après l'installation d'un nouveau système de climatisation ou après la modification d'un système de climatisation existant, lorsque la puissance nominale effective de la partie ajoutée ou remplacée est supérieure ou égale à 50 % de la puissance nominale effective du système de climatisation après travaux. Dans ce cas, le diagnostic PEB est réalisé au plus tard six mois après la mise en service.
Art. 3.1.2. De EPB-diagnose van een klimaatregelingssysteem omvat:
  1° de evaluatie van de dimensionering van het klimaatregelingssysteem;
  2° de controle van de regelparameters zoals de temperatuurinstellingen en de bedrijfsuren;
  3° de controle van de naleving van de EPB-eisen vastgelegd in hoofdstuk 4 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling, die van toepassing zijn op dit klimaatregelingssysteem;
  4° de controle, op basis van een representatief staal van de uitrustingen waaruit dit systeem bestaat, van de uitvoering van het minimaal onderhoudsprogramma voor klimaatregelingssystemen zoals vastgelegd door de Minister krachtens artikel 3.2.1 van dit besluit;
  5° het opstellen van aanbevelingen ter verbetering van het bestaande klimaatregelingssysteem, en desgevallend adviezen over de vervanging van koelinstallaties en over alternatieve overweegbare oplossingen;
  6° de controle van de naleving van bepaalde uitbatingsvoorwaarden
  De controle van de naleving van de EPB-eisen houdt rekening met de afwijkingen die Leefmilieu Brussel heeft toegekend, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling.
Art. 3.1.2. Le diagnostic PEB du système de climatisation comprend :
  1° l'évaluation du dimensionnement du système de climatisation;
  2° la vérification des paramètres de la régulation tels que les consignes de température et les horaires de fonctionnement;
  3° la vérification du respect des exigences PEB définies au chapitre 4 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB, qui sont applicables à ce système de climatisation;
  4° la vérification, sur base d'un échantillon représentatif des équipements compris dans ce système de climatisation, de la mise en oeuvre du programme minimum d'entretien des systèmes de climatisation tel que déterminé par le Ministre en vertu de l'article 3.2.1 du présent arrêté;
  5° la rédaction de recommandations sur les améliorations à apporter au système de climatisation existant et le cas échéant, de conseils sur le remplacement des installations de réfrigération et sur les autres solutions envisageables;
  6° la vérification du respect de certaines conditions d'exploitation.
  La vérification du respect des exigences PEB tient compte des dérogations qui ont été accordées par Bruxelles Environnement, conformément à la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB.
Art. 3.1.3. Na de EPB-diagnose van het klimaatregelingssysteem stelt de EPB-klimaatregelingsadviseur een EPB-diagnoseverslag op, waarbij hij gebruik maakt van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
  De minimale inhoud van het EPB-diagnoseverslag van het klimaatregelingssysteem wordt vastgelegd in bijlage 2 bij dit besluit.
  Er wordt een kopie van deze documenten bij het logboek van het klimaatregelingssysteem gevoegd.
Art. 3.1.3. A l'issue du diagnostic PEB du système de climatisation, le conseiller climatisation PEB rédige un rapport de diagnostic PEB en utilisant les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  Le contenu minimum du rapport de diagnostic PEB du système de climatisation est défini à l'annexe 2 du présent arrêté.
  Une copie du rapport est jointe au carnet de bord du système de climatisation.
Art. 3.1.4. § 1.Na een conformiteitsstelling die werd uitgevoerd nadat de EPB-diagnose van een klimaatregelingssysteem toegelaten heeft om vast te stellen dat een of meerdere EPB-eisen niet werden nageleefd, wordt een nieuwe controle uitgevoerd. In dit geval vermeldt de EPB-klimaatregelingsadviseur in het EPB-diagnoseverslag dat het gaat om een controle na een conformiteitsstelling. Deze nieuwe controle omvat de controle van de naleving van de EPB-eisen die tijdens de voorgaande EPB-diagnose niet-conform werden bevonden.
  § 2. Een nieuwe controle wordt uitgevoerd nadat een EPB-diagnose van een klimaatregelingssysteem op basis van een representatieve steekproef heeft laten vaststellen dat het onderhoud niet is gebeurd in overeenstemming met het minimaal onderhoudsprogramma voor klimaatregelingssystemen. In dit geval vermeldt de EPB-klimaatregelingsadviseur in het EPB-diagnoseverslag dat het gaat om een controle na gebrek aan onderhoud. Deze nieuwe controle omvat de verificatie, op basis van een representatieve steekproef van de uitrustingen waaruit dit systeem bestaat, van de uitvoering van het minimaal onderhoudsprogramma voor klimaatregelingssystemen zoals vastgelegd door de Minister krachtens artikel 3.2.1 van dit besluit.
Art. 3.1.4. § 1er. Suite à une mise en conformité effectuée après un diagnostic PEB d'un système de climatisation ayant permis de constater le non-respect d'une ou plusieurs exigences PEB, un nouveau contrôle est réalisé. Dans ce cas, le conseiller climatisation PEB mentionne dans le rapport de diagnostic PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à une mise en conformité. Ce nouveau contrôle comprend la vérification du respect des exigences PEB qui faisaient l'objet de la non-conformité constatée lors du précédent diagnostic PEB.
  § 2. Un nouveau contrôle est effectué après qu'un diagnostic PEB d'un système de climatisation a permis de constater sur base d'un échantillon représentatif que le programme minimum d'entretien des systèmes de climatisation n'était pas correctement mis en oeuvre. Dans ce cas, le conseiller climatisation PEB mentionne dans le rapport de diagnostic PEB qu'il s'agit d'un contrôle suite à un manque d'entretien. Ce nouveau contrôle comprend la vérification, sur base d'un échantillon représentatif des équipements compris dans ce système, de la mise en oeuvre du programme minimum d'entretien des systèmes de climatisation tel que déterminé par le Ministre en vertu de l'article 3.2.1 du présent arrêté.
Afdeling 2. - Minimaal onderhoudsprogramma voor klimaatregelingssystemen
Section 2. - Programme minimum d'entretien des systèmes de climatisation
Art. 3.2.1. § 1. Het onderhoud van de uitrusting van klimaatregelingssystemen [1 en de ventilatiesystemen die gecombineerd zijn met deze systemen]1 gebeurt in overeenstemming met het minimaal onderhoudsprogramma vastgelegd door de Minister.
  § 2. Het onderhoud wordt uitgevoerd door een persoon, of onder toezicht van een persoon, die beschikt over een bekwaamheidsattest behaald na een opleiding betreffende het minimaal onderhoudsprogramma en de inhoud van het logboek, die erkend werd door Leefmilieu Brussel krachtens de bepalingen van afdeling 2 van hoofdstuk 6 van dit besluit.
  § 3. Na het onderhoud wordt een onderhoudsverslag opgesteld waarin de naam van de persoon bedoeld in paragraaf 2 vermeld wordt, desgevallend door gebruik te maken van de modellen en informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
  Er wordt een kopie van het onderhoudsverslag bij het logboek van het klimaatregelingssysteem gevoegd.
  [1 § 4. De in paragraaf 2 bedoelde persoon actualiseert zijn kennis met behulp van de door Leefmilieu Brussel ter beschikking gestelde leermiddelen betreffende het minimaal onderhoudsprogramma en door het bijwonen van bijscholingscursussen die worden georganiseerd overeenkomstig de door de Minister vastgestelde modaliteiten.]1
  
Art. 3.2.1. § 1er. L'entretien des équipements des systèmes de climatisation [1 et des systèmes de ventilation combinés à ces systèmes]1 est réalisé conformément au programme minimum d'entretien déterminé par le Ministre.
  § 2. L'entretien est réalisé par une personne, ou sous la supervision d'une personne, qui dispose d'un certificat d'aptitude obtenu au terme d'une formation relative au programme minimum d'entretien et au contenu du carnet de bord, reconnue par Bruxelles Environnement en vertu de la section 2 du chapitre 6 du présent arrêté.
  § 3. A l'issue de l'entretien, un rapport d'entretien est rédigé en mentionnant le nom de la personne visée au § 2 et en utilisant le cas échéant, les modèles et outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  Une copie du rapport d'entretien est jointe au carnet de bord [1 du système de climatisation]1.
  [1 § 4. La personne visée au paragraphe 2 met à jour ses connaissances à l'aide des supports pédagogiques relatifs au programme minimum d'entretien mis à disposition par Bruxelles Environnement et en suivant les formations de recyclage organisées selon les modalités déterminées par le Ministre.]1
  
HOOFDSTUK 4. - Verplichtingen van de actoren
CHAPITRE 4. - Obligations des acteurs
Afdeling 1. - Verplichtingen van de eigenaar of de houder of aangever
Section 1. - Obligations du propriétaire ou du titulaire ou déclarant
Art. 4.1.1. De eigenaar, houder of aangever komt de volgende verplichtingen na:
  1° hij leeft de eisen na die werden vastgelegd in het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling die van toepassing zijn op het verwarmings- of klimaatregelingssysteem en op waterverwarmingstoestellen;
  2° hij laat alle handelingen voorzien in hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit uitvoeren [1 behalve in het geval van de EPB-periodieke controle van verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen op gas en toegankelijke delen van het verwarmingssysteem wanneer er een schriftelijke huurovereenkomst is gesloten tussen de eigenaar en de huurder, overeenkomstig de in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geldende reglementering inzake huurcontracten, en de huurovereenkomst vermeldt niet uitdrukkelijk de verplichting van de verhuurder om de EPB-periodieke controle te laten uitvoeren: In dat geval is de huurder verantwoordelijk voor de uitvoering van de EPB-periodieke controle, onverminderd de verplichting van de eigenaar om de andere in dit besluit vastgestelde verplichtingen na te komen]1;
  3° hij respecteert het bevel om een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel stil te leggen bij een EPB-periodieke controle van een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel of bij een EPB-oplevering of een EPB-diagnose van een verwarmingssysteem, als dit bevel gegeven wordt door een EPB-verwarmingsketeltechnicus of een EPB-verwarmingsadviseur overeenkomstig het protocol beschreven in bijlage 3;
  4° hij verstrekt indien van toepassing op eenvoudig verzoek gratis aan de gebruikers van de EPB-eenheid:
  a) een kopie van het laatste attest van EPB-periodieke controle
  b) een kopie van het EPB-opleveringsattest
  c) een kopie van het laatste EPB-diagnoseverslag
  d) een kopie van de verslagen van de energieboekhouding
  5° hij laat het minimaal onderhoudsprogramma voor verwarmings- en klimaatregelingssystemen uitvoeren;
  6° hij neemt een termijn van vijf maand in acht, vanaf de EPB-oplevering, de EPB-periodieke controle of de EPB-diagnose betreffende de verwarming om het verwarmingssysteem, de verwarmingsketel of de waterverwarmingstoestellen conform te maken en een EPB-opleveringsattest, een attest van EPB-periodieke controle of een EPB-diagnoseverslag te bekomen dat de conformiteitsstelling aantoont.
  7° hij neemt een termijn van twaalf maand in acht vanaf de EPB-diagnose betreffende de klimaatregeling om het klimaatregelingssysteem conform te maken en een EPB-diagnoseverslag te bekomen dat de conformiteitsstelling aantoont.
  
Art. 4.1.1. Le propriétaire, le titulaire ou le déclarant respecte les obligations suivantes :
  1° il respecte les exigences définies dans l'arrêté Exigences chauffage-climatisation PEB applicables au système de chauffage, au système de climatisation et au chauffe-eau;
  2° il fait réaliser les actes prévus aux chapitres 2 et 3 du présent arrêté [1 sauf dans le cas du contrôle périodique PEB des chaudières et des chauffe-eau gaz ainsi que des parties accessibles du système de chauffage lorsqu'un contrat de bail écrit a été conclu entre le propriétaire et le locataire conformément à la réglementation sur les baux en vigueur en région de Bruxelles-Capitale et que ce contrat ne mentionne pas explicitement que cet acte est à charge du bailleur : dans ce cas, la réalisation du contrôle périodique PEB incombe au locataire sans préjudice pour le propriétaire de respecter ses autres obligations fixées dans le présent arrêté]1;
  3° il respecte l'injonction d'arrêter une chaudière ou un chauffe-eau lors d'un contrôle périodique PEB d'une chaudière ou d'un chauffe-eau, d'une réception PEB ou d'un diagnostic PEB d'un système de chauffage, donnée par un technicien chaudière PEB ou un conseiller chauffage PEB conformément au protocole décrit à l'annexe 3;
  4° le cas échéant il fournit, gratuitement aux occupants de l'unité PEB sur simple demande:
  a) une copie de la dernière attestation de contrôle périodique PEB
  b) une copie de l'attestation de réception PEB
  c) une copie du dernier rapport de diagnostic PEB
  d) une copie des rapports de comptabilité énergétique
  5° il fait mettre en oeuvre le programme minimum d'entretien des systèmes de chauffage et de climatisation;
  6° il respecte un délai de cinq mois à dater de la réception PEB, du contrôle périodique PEB ou du diagnostic chauffage PEB pour mettre le système de chauffage, la chaudière ou le chauffe-eau en conformité et obtenir une attestation de réception PEB, une attestation de contrôle périodique PEB ou un rapport de diagnostic chauffage PEB qui démontre la mise en conformité;
  7° il respecte un délai de douze mois à dater du diagnostic climatisation PEB pour mettre le système de climatisation en conformité et obtenir un rapport de diagnostic climatisation PEB qui démontre la mise en conformité.
  
Afdeling 2. - Verplichtingen van de EPB-verwarmingsketeltechnicus, de EPB-verwarmingsadviseur en de EPB-klimaatregelingsadviseur
Section 2. - Obligations du technicien chaudière PEB, du conseiller chauffage PEB et du conseiller climatisation PEB
Art. 4.2.1. De EPB-verwarmingsketeltechnicus, de EPB-verwarmingsadviseur en de EPB-klimaatregelingsadviseur voert zijn opdrachten uit met nakoming van de volgende verplichtingen:
  1° hij past de bepalingen vastgelegd in hoofdstukken 2 en 3 van dit besluit toe;
  2° hij maakt de inlichtingen of feiten waarvan hij kennis genomen heeft tijdens de uitvoering van zijn opdracht en met betrekking waartoe hij een discretieplicht heeft niet openbaar;
  3° hij voldoet aan de verplichtingen die de sociale en fiscale wetgeving hem oplegt;
  4° hij is gedekt door een verzekering "burgerlijke beroepsaansprakelijkheid" ten aanzien van derden voor fouten of onachtzaamheden bij de uitvoering van zijn opdrachten;
  5° hij aanvaardt de controle van de kwaliteit van zijn prestaties door werknemers van Leefmilieu Brussel of door een kwaliteitscontrole-instelling aangeduid door Leefmilieu Brussel krachtens artikel 5.4.1 van dit besluit;
  6° hij deelt de codes die Leefmilieu Brussel te zijner beschikking stelt om toegang te krijgen tot de informaticatools niet mee;
  7° hij werkt zijn kennis bij door onder meer de bijscholingen te volgen die georganiseerd worden volgens de door de Minister bepaalde modaliteiten;
  8° hij beschikt over het naar behoren onderhouden materieel dat nodig is voor de metingen die hij tijdens zijn opdrachten dient uit te voeren;
  9° hij beschikt over de technische en informatica-middelen nodig om aan zijn verplichtingen te voldoen;
  10° hij stelt attesten en verslagen op die overeenkomen met de realiteit. Hij vult alle verplichte velden in en is verantwoordelijk voor de juistheid van de gegevens vermeld op de attesten en verslagen die hij opstelt;
  11° hij maakt binnen de dertig dagen aan Leefmilieu Brussel een kopie over van elk attest of verslag dat hij in het kader van zijn opdrachten heeft opgesteld, met uitzondering van de attesten van EPB-periodieke controle die een conformiteit aangeven, dewelke pas een jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk aan Leefmilieu Brussel worden overgemaakt;
  12° hij maakt aan de eigenaar, de houder of de aangever een kopie over van het attest of het verslag dat hij voor de verwarmingsketel, het waterverwarmingstoestel, het verwarmingssysteem of het klimaatregelingssysteem heeft opgesteld en verzekert zich ervan dat dit document aan het logboek wordt toegevoegd;
  13° hij houdt gedurende vier jaar een kopie bij van de attesten of verslagen die hij heeft opgesteld in het kader van zijn opdrachten, evenals de bewijsstukken;
  14° hij maakt binnen de vijf werkdagen op eenvoudig verzoek van de werknemers of de kwaliteitscontrole-instelling een kopie over van elk attest of verslag dat hij in het kader van zijn opdrachten heeft opgesteld;
  15° bij niet-conformiteit bezorgt hij Leefmilieu Brussel alle nuttige elementen om de omvang van deze niet-conformiteit in te schatten, zoals foto's, hydraulische of aëraulische schema's, inventaris van niet-thermisch geïsoleerde leidingsegmenten, uittreksels van documenten van de fabrikant;
  16° hij gebruikt de [1 ...]1 informaticatools die Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt [1 om zijn verplichtingen voorzien in dit hoofdstuk uit te voeren]1. Hij kan gedurende een overgangsperiode van twee jaar na de inwerkingtreding van dit hoofdstuk [1 met de schriftelijke toestemming van Leefmilieu Brussel, een andere tool gebruiken om de attesten op te stellen waarvan de inhoud voldoet aan de minimumeisen van dit besluit]1.
  17° hij maakt zijn nieuwe contactgegevens over aan Leefmilieu Brussel van zodra deze veranderen.
  
Art. 4.2.1. Le technicien chaudière PEB, le conseiller chauffage PEB et le conseiller climatisation PEB exercent leurs missions en respectant les obligations suivantes :
  1° il applique les dispositions définies dans les chapitres 2 et 3 du présent arrêté;
  2° il ne fait aucune publicité des renseignements ou des faits dont il a pris connaissance dans l'accomplissement de sa mission et sur lesquels il a un devoir de discrétion;
  3° il remplit ses obligations imposées par la législation sociale et fiscale;
  4° il est couvert par une assurance "Responsabilité civile professionnelle" envers les tiers pour les fautes ou négligences commises dans l'accomplissement de ses missions;
  5° il accepte le contrôle de la qualité de ses prestations par les agents de Bruxelles Environnement ou, par un organisme de contrôle de qualité désigné par Bruxelles Environnement en vertu de l'article 5.4.1 du présent arrêté;
  6° il ne communique pas les codes que Bruxelles Environnement met à sa disposition pour accéder aux outils informatiques;
  7° il met à jour ses connaissances en suivant notamment les formations de recyclage organisées selon les modalités déterminées par le Ministre;
  8° il dispose du matériel dûment entretenu nécessaire pour les mesures à réaliser lors de ses missions;
  9° il dispose des moyens techniques et informatiques appropriés pour remplir ses obligations;
  10° il établit des attestations et des rapports conformes à la réalité. Il complète tous les champs obligatoires et est responsable de l'exactitude des données qui sont reprises sur les attestations et les rapports qu'il rédige;
  11° Il transmet à Bruxelles Environnement dans un délai de trente jours une copie de toute attestation ou rapport qu'il a rédigé dans le cadre de ses missions, à l'exception des attestations de contrôle périodique PEB déclarant une conformité, lesquelles ne sont transmises à Bruxelles Environnement qu'un an après l'entrée en vigueur du présent chapitre;
  12° Il transmet au propriétaire, déclarant ou titulaire une copie de l'attestation ou du rapport qu'il a rédigé pour la chaudière, le chauffe-eau ou le système de chauffage ou de climatisation contrôlés et s'assure que ce document soit joint au carnet de bord;
  13° il conserve durant quatre ans une copie des attestations ou des rapports qu'il a rédigés dans le cadre de ses missions, ainsi que les pièces justificatives;
  14° il transmet dans les cinq jours ouvrables, sur simple demande des agents ou de l'organisme de contrôle de qualité, une copie des attestations ou rapports réalisés dans le cadre de ses missions;
  15° en cas de non-conformité, il fournit à Bruxelles Environnement tous les éléments utiles pour estimer l'ampleur de cette non-conformité, tels que des photos, schémas hydrauliques ou aérauliques, inventaire des tronçons de conduits non calorifugées, extraits de documents du fabricant;
  16° il utilise [1 ...]1 les outils informatiques mis à disposition par Bruxelles Environnement pour [1 exécuter ses obligations prévues dans le présent chapitre]1. Durant une période transitoire de deux ans après l'entrée en vigueur du présent chapitre, il peut [1 utiliser, après l'accord écrit de Bruxelles-Environnement, un autre outil pour établir les attestations dont le contenu est conforme au]1 contenu minimum requis par le présent arrêté;
  17° il transmet ses nouvelles coordonnées à Bruxelles Environnement dès qu'elles changent.
  
Art. 4.2.2. De EPB-verwarmingsketeltechnicus komt de volgende verplichtingen na:
  1° Hij voert de EPB-periodieke controle van de verwarmingsketels en waterverwarmingstoestellen en van de toegankelijke delen van het verwarmingssysteem op objectieve en onpartijdige wijze uit, los van enig commercieel belang, rekening houdend met de eventuele afwijkingen die Leefmilieu Brussel zou toekennen, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling.
  2° Hij wijkt voor de reiniging en de afstelling van de verwarmingsketel of het waterverwarmingstoestel niet af van de voorschriften van de fabrikant;
  3° Hij volgt de voorschriften voor de metingen en meettoestellen vastgelegd in bijlage 1 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling ;
  4° Hij volgt het protocol voor het bevel om een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel tot stilstand te brengen, vastgelegd in bijlage 3;
  5° Hij voegt bij de attesten de tickets van de resultaten van de metingen die hij uitgevoerd heeft op de verbrandingsgassen, behalve als het gebruikte meettoestel de meetresultaten zonder dat deze gewijzigd konden worden, heeft doorgestuurd naar een informaticaprogramma dat verslagen en attesten kan genereren.
Art. 4.2.2. Le technicien chaudière PEB respecte les obligations suivantes:
  1° Il effectue le contrôle périodique PEB des chaudières et des chauffe-eau, ainsi que des parties accessibles du système de chauffage de manière objective et impartiale, indépendamment de tout intérêt commercial, en tenant compte des éventuelles dérogations octroyées par Bruxelles Environnement au terme de la procédure prévue au chapitre 5 de l' Arrêté exigences chauffage-climatisation PEB;
  2° Il ne déroge pas aux prescriptions du fabricant de la chaudière ou du chauffe-eau pour son nettoyage et son réglage;
  3° Il suit les prescriptions pour les mesures et appareillages de mesure définies à l'annexe 1 de l'Arrêté exigences chauffage-climatisation PEB ;
  4° Il suit le protocole d'injonction d'arrêter une chaudière ou un chauffe-eau défini à l'annexe 3;
  5° Il joint aux attestations, les tickets des résultats des mesures qu'il a effectuées sur les gaz de combustion, sauf si l'appareil de mesure utilisé a transmis les résultats des mesures, sans qu'ils n'aient pu être modifiés, à un programme informatique permettant de générer les rapports et les attestations.
Art. 4.2.3. De EPB-verwarmingsadviseur komt de volgende verplichtingen na:
  1° Als hij EPB-verwarmingsadviseur type 1 is, voert hij de EPB-oplevering van verwarmingssystemen van type 1 op objectieve en onpartijdige wijze uit, los van enig commercieel belang, rekening houdend met de eventuele afwijkingen die Leefmilieu Brussel heeft toegekend, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling;
  Als hij EPB-verwarmingsadviseur type 2 is, voert hij de EPB-oplevering van verwarmingssystemen van type 1 en type 2 en de EPB-diagnose van verwarmingssystemen van type 2 [1 , evenals de EPB-oplevering en EPB-diagnose van verwarmingssystemen met één of meerdere warmtepompen]1 op objectieve en onpartijdige wijze uit, los van enig commercieel belang, rekening houdend met de eventuele afwijkingen die Leefmilieu Brussel heeft toegekend, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling;
  2° Hij is niet door een arbeids- of associatieovereenkomst gebonden aan de eigenaar, houder of aangever en is geen eigenaar, houder of aangever van het verwarmingssysteem waarvan hij de EPB-oplevering of EPB-diagnose uitvoert;
  3° Hij volgt de voorschriften voor de metingen en meettoestellen vastgelegd in bijlage 1 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling;
  4° Hij volgt het protocol voor het bevel om een verwarmingsketel of waterverwarmingstoestel tot stilstand te brengen, vastgelegd in bijlage 3;
  5° Hij voegt bij de attesten de tickets van de resultaten van de metingen die hij uitgevoerd heeft op de verbrandingsgassen, behalve als het gebruikte meettoestel de meetresultaten zonder dat deze gewijzigd konden worden, heeft doorgestuurd naar een informaticaprogramma dat verslagen en attesten kan genereren.
  
Art. 4.2.3. Le conseiller chauffage PEB respecte les obligations suivantes:
  1° S'il est conseiller chauffage PEB de type 1, il effectue la réception PEB des systèmes de chauffage de type 1 de façon objective et impartiale, indépendamment de tout intérêt commercial, en tenant compte des éventuelles dérogations octroyées par Bruxelles Environnement au terme de la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB;
  S'il est conseiller chauffage PEB de type 2, il effectue la réception PEB des systèmes de chauffage de type 1 et de type 2, ainsi que le diagnostic PEB des systèmes de chauffage de type 2 [1 , ainsi que la réception PEB et le diagnostic PEB des systèmes de chauffage qui comprennent une ou plusieurs pompes à chaleur]1 de façon objective et impartiale, indépendamment de tout intérêt commercial, en tenant compte des éventuelles dérogations octroyées par Bruxelles Environnement au terme de la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB;
  2° Il n'est pas lié au propriétaire ou au titulaire ou déclarant par un contrat de travail ou d'association et n'est pas propriétaire ou titulaire ou déclarant du système de chauffage sur lequel il effectue la réception PEB ou le diagnostic PEB ;
  3° Il suit les prescriptions pour les mesures et appareillages de mesure définies à l'annexe 1 de l'Arrêté exigences chauffage-climatisation PEB;
  4° Il suit le protocole d'injonction d'arrêter une chaudière ou un chauffe-eau défini à l'annexe 3 du présent arrêté;
  5° Il joint aux attestations, les tickets des résultats des mesures qu'il a effectuées sur les gaz de combustion, sauf si l'appareil de mesure utilisé a transmis les résultats des mesures, sans qu'ils n'aient pu être modifiés, à un programme informatique permettant de générer les rapports et les attestations.
  
Art. 4.2.4. De EPB-klimaatregelingsadviseur komt de volgende verplichtingen na:
  1° Hij voert de EPB-diagnose van klimaatregelingssystemen [1 evenals de EPB-oplevering en EPB-diagnose van verwarmingssystemen waarvan de warmtegeneratoren alleen warmtepompen omvatten]1 op objectieve en onpartijdige wijze uit, los van enig commercieel belang, rekening houdend met de eventuele afwijkingen die Leefmilieu Brussel heeft toegekend, overeenkomstig de procedure voorzien in hoofdstuk 5 van het Besluit EPB-eisen verwarming en klimaatregeling;
  2° Hij is niet door een arbeids- of associatieovereenkomst gebonden aan de eigenaar of houder of aangever en is geen eigenaar of houder of aangever van het klimaatregelingssysteem waarvan hij de EPB-oplevering of EPB-diagnose uitvoert.
  
Art. 4.2.4. Le conseiller climatisation PEB respecte les obligations suivantes:
  1° Il effectue le diagnostic PEB des systèmes de climatisation [1 , ainsi que la réception PEB et le diagnostic PEB des systèmes de chauffage dont les générateurs de chaleur ne comprennent que des pompes à chaleur,]1 de façon objective et impartiale, indépendamment de tout intérêt commercial, en tenant compte des éventuelles dérogations octroyées par Bruxelles Environnement au terme de la procédure prévue au chapitre 5 de l'arrêté exigences chauffage-climatisation PEB;
  2° Il n'est pas lié au propriétaire ou au titulaire ou déclarant par un contrat de travail ou d'association et n'est pas propriétaire ou titulaire ou déclarant du système de climatisation sur lequel il effectue le contrôle.
  
HOOFDSTUK 5. - Over de erkenning van de EPB-verwarmingsketeltechnici, de EPB-verwarmingsadviseurs en de EPB-klimaatregelingsadviseurs
CHAPITRE 5. - De l'agrément des techniciens chaudière PEB, des conseillers chauffage PEB et des conseillers climatisation PEB
Afdeling 1. - Toekenning van de erkenning
Section 1. - Octroi de l'agrément
Onderafdeling 1. - Voorwaarden
Sous-section 1. - Conditions
Art. 5.1.1. De erkenning als EPB-verwarmingsketeltechnicus wordt, in functie van het type verwarmingsketel waaraan hij werkt, overeenkomstig de tabel opgenomen in artikel 2.2.1, toegekend aan natuurlijke personen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° Houder zijn van een geldig bekwaamheidsattest van EPB-verwarmingsketeltechnicus L, GI of GII, uitgereikt na met vrucht een krachtens afdeling 1 van hoofdstuk 6 van dit besluit erkende opleiding gevolgd te hebben of desgevallend houder zijn van een geldig attest dat door Leefmilieu Brussel als gelijkwaardig wordt erkend;
  2° Zich ertoe verbinden te voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikels 4.2.1 en 4.2.2 van dit besluit;
  3° Niet ontzet zijn uit zijn burgerlijke of politieke rechten.
Art. 5.1.1. L'agrément en tant que technicien chaudière PEB est octroyé, selon le type de chaudière sur laquelle il agit conformément au tableau visé à l'article 2.2.1, aux personnes physiques remplissant les conditions suivantes :
  1° Etre titulaire d'un certificat d'aptitude valable en tant que technicien chaudière PEB L, GI ou GII délivré après avoir suivi avec fruit une formation reconnue en vertu de la section 1 du chapitre 6 du présent arrêté ou le cas échéant d'un certificat valable reconnu équivalent par Bruxelles Environnement;
  2° S'engager à respecter les obligations visées aux articles 4.2.1 et 4.2.2 du présent arrêté;
  3° Ne pas être privé de ses droits civils ou politiques.
Art. 5.1.2. De erkenning als EPB-verwarmingsadviseur wordt toegekend aan natuurlijke personen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° Houder zijn van een geldig bekwaamheidsattest van EPB-verwarmingsketeltechnicus L, GI of GII, uitgereikt na met vrucht een krachtens afdeling 1 van hoofdstuk 6 van dit besluit erkende opleiding gevolgd te hebben of een erkenning EPB-verwarmingstechnicus L, GI of GII;
  2° Houder zijn van een geldig bekwaamheidsattest van EPB-verwarmingsadviseur van type 1 of 2, uitgereikt na met vrucht een krachtens afdeling 1 van hoofdstuk 6 van dit besluit erkende opleiding gevolgd te hebben;
  3° Zich ertoe verbinden te voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikels 4.2.1 en 4.2.3 van dit besluit;
  4° Niet ontzet zijn uit zijn burgerlijke of politieke rechten.
Art. 5.1.2. L'agrément en tant que conseiller chauffage PEB est octroyé aux personnes physiques remplissant les conditions suivantes :
  1° Etre titulaire d'un certificat d'aptitude valable en tant que technicien chaudière PEB L, GI ou GII délivré après avoir suivi avec fruit une formation reconnue en vertu de la section 1 du chapitre 6 du présent arrêté ou d'un agrément technicien chaudière PEB L, GI ou GII;
  2° Etre titulaire d'un certificat d'aptitude valable en tant que conseiller chauffage PEB de type 1 ou type 2, délivré après avoir suivi une formation reconnue en vertu de la section 1 du chapitre 6 du présent arrêté;
  3° S'engager à respecter les obligations visées aux articles 4.2.1 et 4.2.3 du présent arrêté;
  4° Ne pas être privé de ses droits civils ou politiques.
Art. 5.1.3. De erkenning als EPB-klimaatregelingsadviseur wordt toegekend aan natuurlijke personen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° Houder zijn van een bachelor- of masterdiploma, of van een diploma industrieel ingenieur, bio-ingenieur of burgerlijk ingenieur, met technische of wetenschappelijke specialisatie of van een gelijkwaardig diploma uitgereikt in een andere staat, of houder zijn van een attest van bekwaamheid in de koeltechniek, in de zin van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 maart 2012 inzake de bepaling van de minimumopleidingseisen voor koeltechnici en de registratie van koeltechnische bedrijven, of van een gelijkwaardig attest uitgereikt in een ander gewest of een andere staat;
  2° Minstens drie jaar beroepservaring aantonen in de controle, het ontwerp, de installatie of het onderhoud van HVAC-installaties, indien deze ervaring daadwerkelijk in hoofdbezigheid of voltijds gepresteerd werd en minstens vijf jaar als deze ervaring daadwerkelijk als nevenactiviteit of deeltijds gepresteerd werd;
  3° Houder zijn van een geldig bekwaamheidsattest van EPB-klimaatregelingsadviseur, uitgereikt na met vrucht een krachtens afdeling 1 van hoofdstuk 6 van dit besluit erkende opleiding gevolgd te hebben;
  4° Zich ertoe verbinden te voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikels 4.2.1 en 4.2.4 van dit besluit;
  5° Niet ontzet zijn uit zijn burgerlijke of politieke rechten.
Art. 5.1.3. L'agrément en tant que conseiller climatisation PEB est octroyé aux personnes physiques remplissant les conditions suivantes :
  1° Etre titulaire d'un diplôme de bachelier, de master, d'ingénieur industriel, de bio-ingénieur ou d'ingénieur civil à orientation technique ou scientifique ou d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, ou être titulaire d'un certificat d'aptitude en technique du froid au sens de l'arrêté du gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 22 mars 2012 relatif à la fixation des exigences de qualification minimale des techniciens frigoristes et à l'enregistrement des entreprise en technique du froid ou d'un certificat équivalent délivré dans une autre région ou un autre Etat;
  2° Justifier d'une expérience professionnelle de minimum trois ans dans le contrôle, la conception, l'installation ou la maintenance d'installations HVAC si cette expérience a effectivement été prestée à titre principal ou à temps plein, ou de minimum cinq ans si cette expérience a effectivement été prestée à titre complémentaire ou à temps partiel;
  3° Etre titulaire d'un certificat d'aptitude valable en tant que conseiller climatisation PEB délivré après avoir suivi une formation reconnue en vertu de la section 1 du chapitre 6 du présent arrêté;
  4° S'engager à respecter les obligations visées aux articles 4.2.1 et 4.2.4 du présent arrêté;
  5° Ne pas être privé de ses droits civils ou politiques.
Art. 5.1.4. Het bekwaamheidsattest is geldig als het afgeleverd werd krachtens artikel 6.1.2 van dit besluit en [1 , voor de initiële opleidingen]1 het attest op de datum van de versturing van het ontvangstbewijs van het volledig verklaard erkenningsaanvraagdossier minder dan twee jaar oud is.
  
Art. 5.1.4. Un certificat d'aptitude est valable s'il est délivré en vertu de l'article 6.1.2 du présent arrêté et [1 , pour les formations initiales]1 s'il date de moins de deux ans à la date d'envoi de l'accusé de réception du dossier de demande d'agrément déclaré complet.
  
Onderafdeling 2. - Procedure
Sous-section 2. - Procédure
Art. 5.1.5. § 1. De aanvraag voor een of meerdere erkenningen wordt in één exemplaar bij aangetekende zending of elektronisch aan Leefmilieu Brussel gericht.
  Leefmilieu Brussel reikt meteen een bewijs van indiening van de aanvraag uit.
  § 2. De aanvraag bevat de volgende elementen:
  1° het naar behoren ingevulde en door de aangever gedateerd en ondertekend erkenningsaanvraagformulier waarvan het model wordt vastgelegd en ter beschikking gesteld door Leefmilieu Brussel;
  2° een kopie van het (de) geldig(e) bekwaamheidsattest(en) voor de aangevraagde erkenning(en);
  3° een kopie van het bewijs van betaling van de in artikel 2.5.3 van de ordonnantie beoogde dossierrechten;
  4° een uittreksel uit het strafregister van minder dan een jaar oud;
  5° bewijsstukken betreffende de diploma- en ervaringsvoorwaarden vermeld in artikel 5.1.3, 1° en 2° van dit besluit voor EPB-klimaatregelingsadviseurs.
  Indien de aanvraag tot erkenning wordt ingediend door een persoon die houder is van een gelijkwaardige titel die in een ander gewest of in een andere staat afgeleverd werd, bevat de erkenningsaanvraag eveneens een vertaling naar het Nederlands of het Frans van de reeds verkregen titel en elk element dat toelaat aan te tonen dat de voorwaarden van de reeds ontvangen titel gelijkaardig zijn aan de voorwaarden opgelegd in artikels 5.1.1 tot 5.1.3.
Art. 5.1.5. § 1er. La demande pour un ou plusieurs agréments est adressée à Bruxelles Environnement en un exemplaire par envoi recommandé au siège de Bruxelles Environnement ou par voie électronique.
  Bruxelles Environnement délivre immédiatement une attestation de dépôt de la demande.
  § 2. La demande comprend les éléments suivants :
  1° le formulaire de demande d'agrément, dont le modèle est fixé et mis à disposition par Bruxelles Environnement, dûment complété, daté et signé par le demandeur;
  2° une copie du (des) certificat(s) d'aptitude valable(s) correspondant(s) à (aux) l'agrément(s) demandé(s) ;
  3° une copie de la preuve du paiement du droit de dossier visé à l'article 2.5.3 de l'ordonnance;
  4° un extrait du casier judiciaire datant de moins d'un an;
  5° les documents justificatifs relatifs aux conditions de diplôme et d'expérience visées à l'article 5.1.3, 1° et 2° du présent arrêté pour les conseillers climatisation PEB.
  Si la demande d'agrément est introduite par une personne qui détient un titre équivalent délivré dans une autre région ou un autre état, la demande comprend également une traduction en langue française ou néerlandaise du titre déjà obtenu et tout élément permettant de démontrer que les conditions du titre déjà obtenu sont similaires à celles imposées aux articles 5.1.1 à 5.1.3.
Art. 5.1.6. § 1. Leefmilieu Brussel verstuurt een ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier aan de aangever binnen de tien werkdagen na ontvangst van de aanvraag tot erkenning.
  Als het dossier onvolledig is, stelt Leefmilieu Brussel de aanvrager op de hoogte van de ontbrekende documenten en inlichtingen. Binnen de tien werkdagen na ontvangst van de ontbrekende documenten verstuurt Leefmilieu Brussel hem een ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier.
  Als de ontbrekende documenten en inlichtingen niet binnen de 60 dagen na het ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier worden ingediend, wordt het aanvraagdossier afgesloten.
  Het ontvangstbewijs van volledig of onvolledig dossier vermeldt de behandelingstermijnen van het dossier en de beroepsmogelijkheden tegen de beslissing.
  § 2. Leefmilieu Brussel oordeelt over de aanvraag tot erkenning, rekening houdend met de elementen in het volledig verklaard dossier. Het betekent zijn beslissing aan de aangever bij aangetekend schrijven binnen de dertig werkdagen na de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledig verklaard dossier
  Als de complexiteit van het dossier dit rechtvaardigt, kan Leefmilieu Brussel deze termijn eenmalig verlengen voor een bepaalde duur. De verlenging en de duur ervan worden naar behoren gemotiveerd en ter kennis van de aangever gebracht voor het verstrijken van de aanvankelijke termijn.
  § 3. Bij gebreke aan kennisgeving van de beslissing binnen de termijn voorzien in § 2, kan de aangever bij ter post aangetekend schrijven een herinnering richten aan Leefmilieu Brussel.
  Indien de aanvrager bij het verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien werkdagen te rekenen vanaf de neerlegging ter post van de aangetekende zending houdende de herinnering geen beslissing heeft ontvangen, wordt de aanvraag geacht te zijn geweigerd.
Art. 5.1.6. § 1er. Bruxelles Environnement adresse au demandeur un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet dans les dix jours ouvrables de la réception de la demande d'agrément.
  Si le dossier est incomplet, Bruxelles Environnement informe le demandeur des documents et renseignements manquants. Dans les dix jours ouvrables de la réception des documents manquants, Bruxelles Environnement lui adresse un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet.
  Si les documents et renseignements manquants ne sont pas introduits dans les 60 jours à dater de l'accusé de réception du dossier déclaré incomplet, le dossier relatif à la demande est clôturé.
  L'accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet indique les délais de traitement du dossier et les voies de recours contre la décision.
  § 2. Bruxelles Environnement statue sur la demande d'agrément en tenant compte des éléments contenus dans le dossier déclaré complet. Il notifie sa décision au demandeur par envoi recommandé dans les trente jours ouvrables de la date d'envoi de l'accusé de réception du dossier déclaré complet.
  Lorsque la complexité du dossier le justifie, Bruxelles Environnement peut prolonger ce délai une seule fois et pour une durée limitée. La prolongation ainsi que sa durée sont dûment motivées et notifiées au demandeur avant l'expiration du délai initial.
  § 3. A défaut de notification de la décision dans le délai prévu au § 2, le demandeur peut, par lettre recommandée, adresser un rappel à Bruxelles Environnement.
  Si, à l'expiration d'un nouveau délai de quinze jours ouvrables prenant cours à la date du dépôt du recommandé contenant le rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, la demande est réputée refusée.
Art. 5.1.7. § 1. De erkenning wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op het onlineportaal van Leefmilieu Brussel.
  § 2. Alle documenten opgesteld in het kader van de opdrachten waarvoor de persoon erkend is, vermelden zijn erkenningsnummer.
Art. 5.1.7. § 1er. L'agrément est publié, par extrait au Moniteur belge et sur le portail en ligne de Bruxelles Environnement.
  § 2. Tous les documents établis dans le cadre des missions pour lequel le professionnel est agréé mentionnent son numéro d'agrément.
Afdeling 2. - Opschorting en intrekking van de erkenning
Section 2. - Suspension et retrait de l'agrément
Art. 5.2.1. § 1. Leefmilieu Brussel kan de erkenning schorsen indien de houder van de erkenning:
  1° zijn verplichtingen beoogd in afdeling 2 van hoofdstuk 4 van dit besluit niet nakomt;
  2° niet langer voldoet aan de erkenningsvoorwaarden beoogd in artikels 5.1.1 tot 5.1.3 van dit besluit.
  § 2. Als een houder van de erkenning die het voorwerp heeft uitgemaakt van een schorsing voldoet aan de voorwaarden voor een tweede schorsing overeenkomstig § 1, kan Leefmilieu Brussel zijn erkenning intrekken.
Art. 5.2.1. § 1er. Bruxelles Environnement peut suspendre l'agrément si le titulaire de l'agrément :
  1° ne respecte pas ses obligations visées à la section 2 du chapitre 4 du présent arrêté;
  2° ne respecte plus les conditions d'agrément visées aux articles 5.1.1 à 5.1.3 du présent arrêté.
  § 2. Le titulaire de l'agrément ayant fait l'objet d'une suspension et qui se retrouve dans les conditions d'une seconde suspension conformément au § 1 peut se voir retirer l'agrément par Bruxelles Environnement.
Art. 5.2.2. § 1. Elke beslissing tot schorsing wordt genomen nadat de houder van de erkenning de mogelijkheid heeft gekregen om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk mee te delen.
  § 2. Elke beslissing tot intrekking wordt genomen nadat de houder van de erkenning hierover ten minste één waarschuwing heeft ontvangen, en nadat hij de mogelijkheid heeft gekregen om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk mee te delen.
  § 3. De beslissing tot schorsing of intrekking wordt aan de houder van de erkenning betekend bij aangetekend schrijven. Ze wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op het onlineportaal van Leefmilieu Brussel, van zodra aan één van de volgende twee voorwaarden is voldaan:
  1° De termijn voor het indienen van het beroep voorzien in afdeling 3 van dit hoofdstuk is verstreken;
  2° De beslissing werd bevestigd of wordt geacht te zijn bevestigd na het voorwerp te hebben uitgemaakt van het beroep voorzien in afdeling 3 van dit hoofdstuk.
  De houder van de erkenning wiens erkenning werd geschorst of ingetrokken laat zijn cliënten binnen dezelfde termijn weten dat hij niet langer erkend is nu krachtens de ordonnantie alle beroepsmogelijkheden zijn uitgeput.
Art. 5.2.2. § 1er. Toute décision de suspension est prise après avoir donné au titulaire de l'agrément la possibilité d'adresser ses observations, oralement ou par écrit.
  § 2. Toute décision de retrait est prise après avoir notifié au titulaire de l'agrément un rappel à l'ordre au minimum, et après lui avoir donné la possibilité d'adresser ses observations, oralement ou par écrit.
  § 3. La décision de suspension ou de retrait est notifiée par envoi recommandé au titulaire de l'agrément. Elle est publiée, par extrait au Moniteur belge et sur le portail en ligne de Bruxelles Environnement dès qu'une des deux conditions suivantes est remplie :
  1° Le délai pour introduire le recours prévu à la section 3 du présent chapitre est expiré;
  2° La décision est confirmée ou réputée confirmée après avoir fait l'objet du recours prévu à la section 3 du présent chapitre.
  Dans le même délai, le titulaire de l'agrément dont l'agrément a été suspendu ou retiré notifie à ses clients en cours qu'il n'est plus agréé dès lors que toutes les voies de recours sont épuisées.
Afdeling 3. - Beroepsprocedure
Section 3. - Procédure de recours
Art. 5.3.1. § 1. In uitvoering van artikel 2.5.5 van de ordonnantie kunnen alle personen van wie een erkenning werd geweigerd, geschorst, ingetrokken of die geen beslissing binnen de in artikel 5.1.6, § 3 van dit besluit bedoelde termijn hebben verkregen, een beroep bij het Milieucollege indienen
  § 2. De beroepstermijn van dertig dagen loopt vanaf de datum van kennisgeving van de in artikel 5.1.6, § 2 of artikel 5.2.2, § 3 bedoelde beslissing of na het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 5.1.6, § 3 van dit besluit.
  § 3. Het Milieucollege maakt binnen de vijf dagen na de datum van ontvangst van het beroep een kopie ervan over aan Leefmilieu Brussel.
  § 4. Leefmilieu Brussel bezorgt het Milieucollege een kopie van het dossier binnen de tien dagen na de datum van ontvangst van de kopie van het beroep.
  § 5. De verzoeker of zijn raadgever en Leefmilieu Brussel of zijn afgevaardigde, worden op hun verzoek, gehoord door het Milieucollege. Wanneer één van de partijen vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen uitgenodigd om te verschijnen.
Art. 5.3.1. § 1er. En exécution de l'article 2.5.5 de l'ordonnance, toute personne qui s'est vue refuser, suspendre, retirer l'agrément ou qui n'a pas obtenu de décision dans le délai visé à l'article 5.1.6, § 3 du présent arrêté peut introduire un recours auprès du Collège d'environnement.
  § 2. Le délai de recours de trente jours court à dater de la notification de la décision visée à l'article 5.1.6, § 2 ou à l'article 5.2.2, § 3 ou de l'expiration du délai visé à l'article 5.1.6, § 3 du présent arrêté.
  § 3. Dans les cinq jours à dater de la réception du recours, le Collège d'environnement adresse une copie de celui-ci à Bruxelles Environnement.
  § 4. Bruxelles Environnement transmet au Collège d'environnement une copie du dossier dans les dix jours de la réception de la copie du recours.
  § 5. Le requérant ou son conseil, ainsi que Bruxelles Environnement ou son délégué sont, à leur demande, entendus par le Collège d'environnement. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître.
Afdeling 4. - Instellingen voor de controle van de kwaliteit van de erkende personen
Section 4. - Organismes de contrôle de qualité des personnes agréées
Art. 5.4.1. Leefmilieu Brussel wijst, overeenkomstig de federale reglementering inzake overheidsopdrachten, de kwaliteitscontrole-instellingen aan die minstens aan de volgende voorwaarde voldoen: in hun midden natuurlijke personen hebben aangeduid die erkend zijn en beschikken over praktijkervaring als erkend persoon voor het type erkenning waarop de kwaliteitscontrole betrekking heeft;
Art. 5.4.1. Bruxelles Environnement désigne, conformément à la réglementation fédérale relative aux marchés publics, les organismes de contrôle de qualité qui remplissent au moins la condition suivante : avoir désigné en son sein des personnes physiques qui sont agréées et qui disposent d'une expérience pratique en tant que personne agréée dans le type d'agrément concerné par le contrôle de qualité;
Art. 5.4.2. § 1. De kwaliteitscontrole-instelling voert op verzoek van Leefmilieu Brussel minstens al de volgende opdrachten uit:
  1° de controle van de verplichtingen beoogd in artikels 4.2.1 tot 4.2.4 van dit besluit;
  2° de opstelling van verslagen over de uitgevoerde kwaliteitscontroles en de verzending ervan naar Leefmilieu Brussel.
  § 2. Als uit de bij § 1, 1° beoogde controle blijkt dat de erkende persoon zijn verplichtingen niet is nagekomen en deze tekortkoming een nieuwe controle in aanwezigheid van de betrokken partijen noodzakelijk maakt, dan komen de kosten voor deze nieuwe controle voor rekening van de erkende persoon die in gebreke werd gesteld.
  § 3. Leefmilieu Brussel kan de resultaten van de controle bedoeld in § 1 gebruiken om de erkenning te schorsen of in te trekken.
Art. 5.4.2. § 1er. L'organisme de contrôle de qualité exécute au moins toutes les missions suivantes sur demande de Bruxelles Environnement :
  1° le contrôle des obligations visées aux articles 4.2.1 à 4.2.4 du présent arrêté;
  2° l'établissement de rapports sur les contrôles de qualité effectués, avec envoi de ceux-ci à Bruxelles Environnement.
  § 2. S'il résulte du contrôle visé au § 1er, 1° que la personne agréée n'a pas respecté ses obligations, et que ce manquement requiert un nouveau contrôle en présence des parties concernées, les frais occasionnés par ce nouveau contrôle seront à charge de la personne agréée prise en défaut.
  § 3. Les résultats du contrôle visé au § 1er peuvent être utilisés par Bruxelles Environnement pour suspendre ou retirer l'agrément.
HOOFDSTUK 6. - Over de erkenning van opleidingen
CHAPITRE 6. - De la reconnaissance des formations
Afdeling 1. - Opleidingen voor EPB-verwarmingsketeltechnici, EPB-verwarmingsadviseurs en EPB-klimaatregelingsadviseurs
Section 1. - Des formations pour techniciens chaudière PEB, conseillers chauffage PEB et conseillers climatisation PEB
Art. 6.1.1. De erkenning van een opleiding voor EPB-verwarmingsketeltechnici, EPB-verwarmingsadviseurs en EPB-klimaatregelingsadviseurs wordt toegekend aan opleidingen die minstens aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° Naargelang het gaat om een initiële opleiding of een bijscholing heeft de opleiding de volgende minimale inhoud:
  a) de initiële opleiding en de eerste bijscholing bestaan uit meerdere modules, waarvan de minimale inhoud vastgelegd wordt in bijlage 4;
  b) de bijscholing heeft betrekking op de aan de modules aangebrachte wijzigingen, zoals vastgelegd door de Minister;
  2° De opleiding wordt verstrekt in een infrastructuur die aangepast is aan de organisatie van de opleiding en is conform de richtlijnen uiteengezet in het opleidingsprotocol;
  3° De opleiding wordt verstrekt door lesgevers die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  a) een door Leefmilieu Brussel georganiseerde opleiding gevolgd hebben met betrekking tot de modules die ze gaan onderwijzen of met vrucht een erkende opleiding die deze modules bevatte gevolgd hebben;
  b) houder zijn van een bachelor- of masterdiploma, of van een diploma industrieel ingenieur, bio-ingenieur of burgerlijk ingenieur, met technische of wetenschappelijke specialisatie of van een gelijkwaardig diploma uitgereikt in een andere staat, of beschikken over minstens vijf jaar beroepservaring in de controle, het ontwerp, de installatie of het onderhoud van HVAC-installaties, of van minstens vijf jaar beroepservaring als technisch lesgever HVAC-installaties;
  4° De opleiding leeft de bepalingen vastgelegd in het onderwijsprotocol na.
Art. 6.1.1. La reconnaissance d'une formation pour techniciens chaudière PEB, conseillers chauffage PEB et conseillers climatisation PEB est octroyée aux formations qui répondent aux conditions suivantes :
  1° La formation a selon qu'il s'agisse d'une formation initiale ou d'une formation de recyclage, le contenu minimum suivant :
  a) la formation initiale et le premier recyclage portent sur plusieurs modules dont le contenu minimal est défini à l'annexe 4;
  b) la formation de recyclage porte sur les modifications apportées aux modules, telles que définies par le Ministre;
  2° La formation est dispensée dans une infrastructure adaptée à l'organisation de la formation et est conforme aux lignes directrices définies dans le protocole de formation;
  3° La formation est dispensée par des formateurs qui répondent aux conditions suivantes :
  a) avoir suivi une formation organisée par Bruxelles Environnement relative aux modules qu'ils vont enseigner ou avoir suivi avec fruit une formation reconnue comprenant ces modules;
  b) disposer d'un diplôme de bachelier, de master, d'ingénieur industriel, de bio-ingénieur ou d'ingénieur civil, à orientation technique ou scientifique ou d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, ou d'une expérience professionnelle de minimum cinq ans dans le contrôle, la conception, l'installation ou la maintenance d'installations HVAC ou de minimum cinq ans en tant que formateur technique en lien avec les installations HVAC;
  4° La formation respecte les dispositions définies dans le protocole de formation.
Art. 6.1.2. Elke opleidingsinstelling waarvan de opleiding door Leefmilieu Brussel erkend werd, is gemachtigd om een bekwaamheidsattest af te leveren aan de personen die met vrucht de opleiding gevolgd hebben, overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het opleidingsprotocol.
Art. 6.1.2. Tout organisme de formation dont la formation est reconnue par Bruxelles Environnement est habilité à délivrer aux personnes qui ont suivi avec fruit la formation un certificat d'aptitude conforme aux dispositions définies dans le protocole de formation.
Art. 6.1.3. § 1. Leefmilieu Brussel brengt de opleidingsinstellingen desgevallend op de hoogte van gelijkwaardige opleidingen die verstrekt worden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een ander gewest of een andere lidstaat, en geeft ze de toelating vrijstelling te verlenen voor een of meerdere modules of moduleonderdelen aan natuurlijke personen die een bewijs van deelname met vrucht aan deze gelijkwaardige opleiding voorleggen.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art. 6.1.3. § 1er. Bruxelles Environnement informe le cas échéant les organismes de formation des formations équivalentes dispensées en Région de Bruxelles-Capitale, dans une autre région ou un autre Etat membre, et les autorise à dispenser d'un ou plusieurs modules ou partie de module, toute personne physique qui fournit une preuve de participation avec fruit à ladite formation équivalente.
  § 2. [1 ...]1.
  § 3. [1 ...]1
  
Afdeling 2. - Opleidingen betreffende het minimale onderhoudsprogramma en het logboek van verwarmings- en klimaatregelingssystemen
Section 2. - Des formations relatives au programme minimum d'entretien et au contenu du carnet de bord des systèmes de chauffage et de climatisation
Art. 6.2.1. De erkenning van een opleiding betreffende het minimale onderhoudsprogramma en het logboek van verwarmings- en klimaatregelingssystemen wordt toegekend aan opleidingen die minstens aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° De opleiding bestaat uit meerdere modules, waarvan de minimale inhoud vastgelegd wordt in bijlage 5;
  2° De opleiding wordt verstrekt in een infrastructuur die aangepast is aan de organisatie van de opleiding en is conform de richtlijnen uiteengezet in het opleidingsprotocol;
  3° De opleiding wordt verstrekt door lesgevers die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  a) een door Leefmilieu Brussel georganiseerde opleiding gevolgd hebben met betrekking tot de modules die ze gaan onderwijzen of met vrucht een erkende opleiding die deze modules bevatte gevolgd hebben;
  b) houder zijn van een bachelor- of masterdiploma, of van een diploma industrieel ingenieur, bio-ingenieur of burgerlijk ingenieur, met technische of wetenschappelijke specialisatie of van een gelijkwaardig diploma uitgereikt in een andere staat, of beschikken over minstens vijf jaar beroepservaring in de controle, het ontwerp, de installatie of het onderhoud van HVAC-installaties, of van minstens vijf jaar beroepservaring als technisch lesgever HVAC-installaties;
  4° De opleiding leeft de bepalingen vastgelegd in het opleidingsprotocol na.
Art. 6.2.1. La reconnaissance d'une formation relative au programme minimum d'entretien et au contenu du carnet de bord des systèmes de chauffage et de climatisation est octroyée aux formations qui répondent aux conditions suivantes :
  1° La formation porte sur plusieurs modules dont le contenu minimal est défini à l'annexe 5;
  2° La formation est dispensée dans une infrastructure adaptée à l'organisation de la formation et est conforme aux lignes directrices définies dans le protocole de formation;
  3° La formation est dispensée par des formateurs qui répondent aux conditions suivantes :
  a) avoir suivi une formation délivrée par Bruxelles Environnement relative aux modules de cours qu'ils vont enseigner ou avoir suivi avec fruit une formation reconnue comprenant ces modules
  b) disposer d'un diplôme de bachelier, de master, d'ingénieur industriel, de bio-ingénieur ou d'ingénieur civil, à orientation technique ou scientifique ou d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, ou d'une expérience professionnelle de minimum cinq ans dans le contrôle, la conception, l'installation ou la maintenance d'installations HVAC ou de minimum cinq ans en tant que formateur technique en lien avec les installations HVAC;
  4° La formation respecte les dispositions définies dans le protocole de formation.
Art. 6.2.2. Elke opleidingsinstelling waarvan de opleiding door Leefmilieu Brussel erkend werd, is gemachtigd om een bekwaamheidsattest af te leveren aan de personen die met vrucht de opleiding gevolgd hebben, overeenkomstig de bepalingen vastgelegd in het opleidingsprotocol.
Art. 6.2.2. Tout organisme de formation dont la formation est reconnue par Bruxelles Environnement est habilité à délivrer aux personnes qui ont suivi avec fruit la formation un certificat d'aptitude conforme aux dispositions définies dans le protocole de formation.
Art. 6.2.3. Leefmilieu Brussel brengt de opleidingsinstellingen desgevallend op de hoogte van gelijkwaardige opleidingen die verstrekt worden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, een ander gewest of een andere lidstaat, en geeft ze de toelating vrijstelling te verlenen voor een of meerdere modules of moduleonderdelen aan elk natuurlijk persoon die een bewijs voorlegt dat hij/zij met vrucht heeft deelgenomen aan deze gelijkwaardige opleiding.
Art. 6.2.3. Bruxelles Environnement informe le cas échéant les organismes de formation des formations équivalentes dispensées en Région de Bruxelles-Capitale, dans une autre région ou un autre Etat membre, et les autorise à dispenser d'un ou plusieurs modules ou partie de module, toute personne physique qui fournit une preuve de participation avec fruit à ladite formation équivalente.
Afdeling 3. - Erkenningsprocedure
Section 3. - Procédure de reconnaissance
Art. 6.3.1. De aanvraag tot erkenning van de opleiding wordt in een exemplaar aangetekend of elektronisch naar de zetel van Leefmilieu Brussel gestuurd en bevat minstens de gegevens vermeld op het formulier, in overeenstemming met de minimale inhoud opgenomen in bijlage 6, naast de in die bijlage vermelde documenten.
  Leefmilieu Brussel reikt meteen een bewijs van indiening van de aanvraag uit.
  De aanvraag tot erkenning wordt onderzocht volgens de procedure beschreven in artikels 5.1.6 en 5.1.7
Art. 6.3.1. La demande de reconnaissance de la formation est adressée par envoi recommandé au siège de Bruxelles Environnement ou par voie électronique et contient au moins les données reprises dans le formulaire conforme au contenu minimum repris en annexe 6 accompagnées des documents mentionnés dans cette annexe.
  Bruxelles Environnement délivre immédiatement une attestation de dépôt de la demande.
  La demande de reconnaissance est instruite selon la procédure décrite aux articles 5.1.6 et 5.1.7
Art. 6.3.2. De instelling waarvan de opleiding erkend wordt, leeft de volgende verplichtingen na:
  1° Ze past het opleidingsprotocol toe dat specifiek is voor de opleiding waarvoor ze een erkenning heeft gekregen;
  2° Ze bezorgt jaarlijks een activiteitenrapport aan Leefmilieu Brussel waarin ze de georganiseerde erkende opleidingen beschrijft en evalueert, de afgeleverde bekwaamheidsattesten opsomt en verklaart dat de opleiding nog steeds voldoet aan de erkenningsvoorwaarden;
  3° Ze deelt aan Leefmilieu Brussel elke wijziging van de gegevens in het erkenningsdossier mee, van zodra deze zich voordoet.
  4° Ze gebruikt de laatste versie van het door Leefmilieu Brussel geleverde pedagogisch ondersteuningsmateriaal en examenvragen en als ze deze wenst te wijzigen of ander pedagogisch ondersteuningsmateriaal of andere examenvragen wenst te gebruiken, dient ze deze ter goedkeuring voor te leggen aan Leefmilieu Brussel en ze bij te werken volgens de instructies van Leefmilieu Brussel.
Art. 6.3.2. L'organisme dont la formation est reconnue respecte les obligations suivantes :
  1° Il applique le protocole de formation propre à la formation pour laquelle il a obtenu une reconnaissance;
  2° Il transmet annuellement à Bruxelles Environnement un rapport d'activités dans lequel il décrit et évalue les formations reconnues organisées, liste les certificats d'aptitude délivrés, et déclare que la formation remplit toujours les conditions de reconnaissance;
  3° Il communique à Bruxelles Environnement toute modification relative à une donnée figurant dans le dossier de reconnaissance dès qu'elle survient.
  4° Il utilise les dernières versions des supports pédagogiques et des questionnaires d'examen fournis par Bruxelles Environnement et s'il souhaite les modifier ou utiliser d'autres supports pédagogiques ou questionnaires d'examen, il les soumet pour approbation à Bruxelles Environnement et les met à jour suivant les instructions de Bruxelles Environnement.
Art. 6.3.3. Leefmilieu Brussel kan beslissen de erkenning te schorsen of in te trekken, waarbij het de procedure beoogd in artikel 5.2.2 dient te respecteren:
  1° als de voorwaarden voor de erkenning niet langer vervuld zijn of;
  2° als de instelling waarvan de opleiding erkend is zijn verplichtingen bedoeld in artikel 6.3.2 niet nakomt of;
  3° als de instelling waarvan de opleiding erkend is de instructies die Leefmilieu Brussel in het kader van de erkenning gaf niet heeft opgevolgd.
Art. 6.3.3. Bruxelles Environnement peut décider de suspendre ou retirer la reconnaissance en respectant la procédure visée à l'article 5.2.2 :
  1° si les conditions de reconnaissance ne sont plus remplies ou;
  2° si l'organisme dont la formation est reconnue ne remplit pas ses obligations visées à l'article 6.3.2 ou;
  3° si l'organisme dont la formation est reconnue n'a pas suivi les instructions données par Bruxelles Environnement dans le cadre de la reconnaissance.
Art. 6.3.4. De bepalingen betreffende de beroepsprocedure vastgelegd in artikel 5.3.1 van dit besluit zijn van toepassing op dit hoofdstuk.
Art. 6.3.4. Les dispositions relatives à la procédure de recours prévues à l'article 5.3.1 du présent arrêté s'appliquent au présent chapitre.
HOOFDSTUK 7. - Overgangs-, opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions transitoires, abrogatoires, modificatives et finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Section 1. - Dispositions transitoires
Art. 7.1.1. Personen die krachtens het besluit van 3 juni 2010 en het besluit van 15 december 2011 erkend werden als: erkend verwarmingsketeltechnicus, erkend verwarmingsinstallateur, EPB-verwarmingsadviseur en controleur blijven erkend krachtens dit besluit, als respectievelijk: EPB-verwarmingsketeltechnicus, EPB-verwarmingsadviseur van type 1, EPB-verwarmingsadviseur van type 2 en EPB-klimaatregelingsadviseur; voor zover ze met vrucht binnen de twee jaar na de inwerkingtreding van dit artikel een erkende bijscholing gevolgd hebben die betrekking had op de punten van de modules vastgelegd in bijlage 4 bij dit besluit.
Art. 7.1.1. Les personnes agréées en vertu de l'arrêté du 3 juin 2010 et de l'arrêté du 15 décembre 2011, en tant que : technicien chaudière agréé, chauffagiste agréé, conseiller chauffage PEB et contrôleur; restent agréés en vertu du présent arrêté, respectivement en tant que : technicien chaudière PEB, conseiller chauffage PEB de type 1, conseiller chauffage PEB de type 2 et conseiller climatisation PEB; pour autant que ces personnes aient suivi avec fruit dans les deux ans à compter de l'entrée en vigueur du présent article une formation de recyclage reconnue, portant sur les points des modules tels que définis à l'annexe 4 du présent arrêté.
Art. 7.1.2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op opleidingen die erkend werden voor de inwerkingtreding van dit artikel, voor zover dat:
  1° de instelling waarvan de opleiding erkend is niet uitdrukkelijk om de intrekking van de erkenning heeft gevraagd en;
  2° de eerste dag van de erkende opleidingssessie na de datum van de inwerkingtreding van dit artikel valt.
Art. 7.1.2. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux formations qui ont été reconnues avant l'entrée en vigueur du présent article pour autant :
  1° que l'organisme dont la formation est reconnue n'ait pas demandé expressément le retrait de sa reconnaissance et;
  2° que le premier jour de la session de la formation reconnue est postérieur à la date d'entrée en vigueur du présent article.
Art.7.1.3. De EPB-klimaatregelingstechnicus die erkend is voor de inwerkingtreding van dit artikel, is bevoegd om de handelingen bedoeld in de artikelen 2.4.1 en 3.2.1 van dit besluit uit te voeren.
Art. 7.1.3. Le technicien Climatisation PEB agréé avant l'entrée en vigueur du présent article est habilité à réaliser les actes visés aux articles 2.4.1 et 3.2.1 du présent arrêté.
Afdeling 2. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen
Section 2. - Dispositions abrogatoires et modificatives
Art. 7.2.1. Hoofdstukken 3, 4, 5, 6, 7 en 8 en artikel 63 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juni 2010 betreffende de voor de verwarmingssystemen van gebouwen geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbatingperiode worden opgeheven.
Art. 7.2.1. Les chapitres 3, 4, 5, 6, 7 et 8 et l'article 63 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juin 2010 relatif aux exigences PEB applicables aux systèmes de chauffage pour le bâtiment lors de leur installation et pendant leur exploitation sont abrogés.
Art. 7.2.2. Hoofdstukken 3, 4, 5, 6 en 7 en artikel 37 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 december 2011 betreffende het onderhoud en de controle van klimaatregelingssystemen en betreffende de geldende EPB-eisen bij hun installatie en tijdens hun uitbating worden opgeheven.
Art. 7.2.2. Les chapitres 3, 4, 5, 6 et 7 et l'article 37 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 décembre 2011 relatif à l'entretien et au contrôle des systèmes de climatisation et aux exigences PEB qui leur sont applicables lors de leur installation et pendant leur exploitation sont abrogés.
Art. 7.2.3. § 1. In het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor EPB-wooneenheden worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het artikel 5, § 3, eerste lid, worden de woorden
  "via de software zoals bepaald in artikel 1, 6° van het Erkenningenbesluit " ingevoegd tussen de woorden "aan de Residentiële certificateur " en het woord "betekend";
  2° in artikel 6, § 1, worden de woorden "of het tussentijds rapport" ingevoegd tussen de woorden "uit het EPB-certificaat" en de woorden "wordt overgenomen".
  § 2. In artikel 5, § 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden worden de woorden "of het tussentijds rapport" ingevoegd tussen de woorden "uit het EPB-certificaat" en de woorden "wordt overgenomen".
  In het opschrift van bijlage 1 van hetzelfde besluit worden de woorden "punt 1.2" vervangen door de woorden "punt 1.3".
Art. 7.2.3. § 1er. Dans l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités PEB Habitations individuelles, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'article 5, § 3, alinéa 1er, les mots
  " via le logiciel tel que défini à l'article 1, 6° de l'arrêté Agréments " sont insérés entre les mots " au certificateur Résidentiel " et les mots " lorsqu'il est constaté ";
  2° à l'article 6, § 1, les mots " ou du rapport intermédiaire " sont ajoutés après les mots " reprise du certificat PEB ".
  § 2. A l'article 5, § 1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires, les mots " ou du rapport intermédiaire " sont ajoutés après les mots " reprise du certificat PEB ".
  Dans l'intitulé de l'annexe 1 du même arrêté, les mots " point 1.2 " sont remplacés par les mots " point 1.3 ".
Afdeling 3. - slotbepalingen
Section 3. - Dispositions finales
Art. 7.3.1. Indien de Gedragscodes opgesteld door de gassector later op een zodanige wijze worden gewijzigd, dat de naleving van de in dit besluit vastgelegde verplichtingen technisch, economisch of functioneel onuitvoerbaar is; kan de minister de versie van de toe te passen Gedragscodes opgesteld door de gassector bepalen.
Art. 7.3.1. Si les Codes de conduite du secteur gazier sont modifiés ultérieurement, de manière telle qu'ils rendent le respect des obligations fixées par le présenté arrêté irréalisable du point de vue technique, économique ou fonctionnel; le Ministre peut déterminer la version des Codes de conduite du secteur gazier à appliquer.
Art. 7.3.2. Met uitzondering van hoofdstuk 6 en artikelen 7.1.2 en 7.2.3, dit besluit alsook artikel 2.2.17 van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing treden in werking op 1 januari 2019.
  Artikel 4.2.2 van voormelde ordonnantie treedt gelijktijdig met dit besluit in werking, voor wat artikelen 20 en 21 van de ordonnantie van 7 juni 2007 houdende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen betreft.
  Hoofdstuk 6 en artikel 7.1.2 van dit besluit treden in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7.3.2. Exceptés le chapitre 6 et les articles 7.1.2 et 7.2.3, le présent arrêté, ainsi que l'article 2.2.17 de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code Bruxellois de l'Air, du Climat et de la maîtrise de l'Energie entrent en vigueur le 1e janvier 2019.
  L'article 4.2.2 de l'ordonnance précitée entre en vigueur en même temps que le présent arrêté, en ce qui concerne les articles 20 et 21 de l'ordonnance du 7 juin 2007 relative à la performance énergétique et au climat intérieur des bâtiments.
  Le chapitre 6 et l'article 7.1.2 du présent arrêté entrent en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un délai de dix jours prenant cours le jour après la publication du présent arrêté au Moniteur belge.
Art. 7.3.3. De Minister die bevoegd is voor energie, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7.3.3. Le Ministre qui a l'énergie dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 03-08-2018, p. 61357)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 03-08-2018, p. 61357)
  Gewijzigd bij :
  
  
  
  
  Modifiée par :