Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot de wijze waarop sommige bevoegdheden van de inspectie worden uitgevoerd wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° bestuur: het schoolbestuur of het bestuur van de instelling;
  2° beveiligde zending: een van volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  3° decreet van 8 mei 2009: het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
  4° kalenderdag: elke dag van het jaar, uitgezonderd de dagen tijdens de herfst-, de kerst-, de krokus-, de paas- en de zomervakantie;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
  6° schriftelijk: op een van de volgende wijzen:
  a) met een brief, verzonden met de post;
  b) met een e-mail;
  c) via "Mijn Onderwijs": de persoonlijke en beveiligde website voor directies en administraties in het onderwijs.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 MEI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot de wijze waarop sommige bevoegdheden van de inspectie worden uitgevoerd en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 houdende de vaststelling van de criteria ter beoordeling van verbeterplannen
Titre
25 MAI 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est des modalitĂ©s d'exercice de certaines compĂ©tences de l'inspection et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014 fixant les critĂšres d'Ă©valuation des plans d'amĂ©lioration
Documentinformatie
Info du document
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot de wijze waarop sommige bevoegdheden van de inspectie worden uitgevoerd
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est des modalitĂ©s d'exercice de certaines compĂ©tences de l'inspection
Article 1er. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est des modalitĂ©s d'exercice de certaines compĂ©tences de l'inspection est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° administration : l'administration de l'école ou de l'établissement ;
  2° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) lettre recommandée ;
  b) remise contre récépissé ;
  3° décret du 8 mai 2009 : le décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
  4° jour calendaire : chaque jour de l'année, à l'exception des jours pendant les vacances d'automne, de Noël, de carnaval, de Pùques et d'été ;
  5° ministre : le ministre flamand chargé de l'enseignement ;
  6° par écrit : selon l'un des modes suivants :
  a) par lettre envoyée par la poste ;
  b) par e-mail ;
  c) par " Mijn Onderwijs " : le site web personnel et sécurisé pour les directions et administrations de l'enseignement. ".
  " Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° administration : l'administration de l'école ou de l'établissement ;
  2° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) lettre recommandée ;
  b) remise contre récépissé ;
  3° décret du 8 mai 2009 : le décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
  4° jour calendaire : chaque jour de l'année, à l'exception des jours pendant les vacances d'automne, de Noël, de carnaval, de Pùques et d'été ;
  5° ministre : le ministre flamand chargé de l'enseignement ;
  6° par écrit : selon l'un des modes suivants :
  a) par lettre envoyée par la poste ;
  b) par e-mail ;
  c) par " Mijn Onderwijs " : le site web personnel et sécurisé pour les directions et administrations de l'enseignement. ".
Art. 2. Artikel 2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. § 1. Het onderzoek van de onderwijsinspectie bij een aanvraag tot opname in de voorlopige erkenning, vermeld in artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009, kan worden toevertrouwd aan een individuele inspecteur of aan een team van inspecteurs.
  Het inspectiebezoek, vermeld in het eerste lid, wordt niet aangekondigd.
  § 2. De beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 35, § 1, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt binnen vijf kalenderdagen na de beslissing schriftelijk meegedeeld aan het bestuur.
  § 3. Conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 wordt de voorlopig erkende school doorgelicht.
  De bepalingen uit hoofdstuk 3 van dit besluit zijn van toepassing.
  § 4. De beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 35, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt binnen vijf kalenderdagen na de beslissing met een beveiligde zending meegedeeld aan het bestuur.
  § 5. De beslissing om een centrum voor leerlingenbegeleiding voorlopig te erkennen, wordt onmiddellijk meegedeeld aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid.".
  "Art. 2. § 1. Het onderzoek van de onderwijsinspectie bij een aanvraag tot opname in de voorlopige erkenning, vermeld in artikel 35, § 1, van het decreet van 8 mei 2009, kan worden toevertrouwd aan een individuele inspecteur of aan een team van inspecteurs.
  Het inspectiebezoek, vermeld in het eerste lid, wordt niet aangekondigd.
  § 2. De beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 35, § 1, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt binnen vijf kalenderdagen na de beslissing schriftelijk meegedeeld aan het bestuur.
  § 3. Conform artikel 35, § 2, van het decreet van 8 mei 2009 wordt de voorlopig erkende school doorgelicht.
  De bepalingen uit hoofdstuk 3 van dit besluit zijn van toepassing.
  § 4. De beslissing van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 35, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt binnen vijf kalenderdagen na de beslissing met een beveiligde zending meegedeeld aan het bestuur.
  § 5. De beslissing om een centrum voor leerlingenbegeleiding voorlopig te erkennen, wordt onmiddellijk meegedeeld aan de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid.".
Art. 2. L'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 2. § 1er. L'enquĂȘte de l'inspection de l'enseignement lors d'une demande de reconnaissance provisoire, telle que visĂ©e Ă l'article 35, § 1er du dĂ©cret du 8 mai 2009, peut ĂȘtre confiĂ©e Ă un inspecteur individuel ou Ă une Ă©quipe d'inspecteurs.
  La visite d'inspection visée à l'alinéa 1er n'est pas annoncée.
  § 2. La décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 35, § 1er, alinéa 4 du décret du 8 mai 2009 est notifiée par écrit à l'administration dans les 5 jours calendaires de la décision.
  § 3. Conformément à l'article 35, § 2 du décret du 8 mai 2009 l'école reconnue à titre provisoire est évaluée.
  Les dispositions du chapitre 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'appliquent.
  § 4. La décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 35, § 2, alinéa 4 du décret du 8 mai 2009 est notifiée par envoi sécurisé à l'administration dans les 5 jours calendaires de la décision.
  § 5. La décision de reconnaßtre à titre provisoire un centre d'encadrement des élÚves est communiquée sans délai au ministre flamand chargé de la politique de santé. ".
  " Art. 2. § 1er. L'enquĂȘte de l'inspection de l'enseignement lors d'une demande de reconnaissance provisoire, telle que visĂ©e Ă l'article 35, § 1er du dĂ©cret du 8 mai 2009, peut ĂȘtre confiĂ©e Ă un inspecteur individuel ou Ă une Ă©quipe d'inspecteurs.
  La visite d'inspection visée à l'alinéa 1er n'est pas annoncée.
  § 2. La décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 35, § 1er, alinéa 4 du décret du 8 mai 2009 est notifiée par écrit à l'administration dans les 5 jours calendaires de la décision.
  § 3. Conformément à l'article 35, § 2 du décret du 8 mai 2009 l'école reconnue à titre provisoire est évaluée.
  Les dispositions du chapitre 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'appliquent.
  § 4. La décision du Gouvernement flamand, visée à l'article 35, § 2, alinéa 4 du décret du 8 mai 2009 est notifiée par envoi sécurisé à l'administration dans les 5 jours calendaires de la décision.
  § 5. La décision de reconnaßtre à titre provisoire un centre d'encadrement des élÚves est communiquée sans délai au ministre flamand chargé de la politique de santé. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 2/1. § 1. Het beroep tegen een niet-erkenning, vermeld in artikel 41, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de minister.
  Het bezwaarschrift geeft aan waarom het bestuur de niet-erkenning onterecht vindt. Daarbij toont het bestuur aan dat voldaan is aan de decretaal vastgelegde voorwaarden van erkenning.
  § 2. De minister neemt binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het gemotiveerde bezwaarschrift en, in voorkomend geval, nadat hij het bestuur gehoord heeft, een van de volgende beslissingen:
  1° het beroep van het bestuur wordt aanvaard en de nieuwe instelling wordt erkend;
  2° het beroep van het bestuur wordt verworpen en de beslissing "geen erkenning" blijft behouden.
  De minister motiveert de beslissing en deelt die binnen vijf kalenderdagen met een beveiligde zending mee aan het bestuur.".
  "Art. 2/1. § 1. Het beroep tegen een niet-erkenning, vermeld in artikel 41, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de minister.
  Het bezwaarschrift geeft aan waarom het bestuur de niet-erkenning onterecht vindt. Daarbij toont het bestuur aan dat voldaan is aan de decretaal vastgelegde voorwaarden van erkenning.
  § 2. De minister neemt binnen dertig kalenderdagen na de ontvangst van het gemotiveerde bezwaarschrift en, in voorkomend geval, nadat hij het bestuur gehoord heeft, een van de volgende beslissingen:
  1° het beroep van het bestuur wordt aanvaard en de nieuwe instelling wordt erkend;
  2° het beroep van het bestuur wordt verworpen en de beslissing "geen erkenning" blijft behouden.
  De minister motiveert de beslissing en deelt die binnen vijf kalenderdagen met een beveiligde zending mee aan het bestuur.".
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, il est insĂ©rĂ© un article 2/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 2/1. § 1er. Le recours contre la non-reconnaissance, visĂ© Ă l'article 41, § 2, alinĂ©a 4 du dĂ©cret du 8 mai 2009, doit ĂȘtre soumis au ministre au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ© sous forme d'avis motivĂ© d'opposition.
  L'avis d'opposition expose les raisons pour lesquelles l'administration considÚre que la non-reconnaissance n'est pas justifiée. L'administration doit notamment démontrer que les conditions de reconnaissance prévues par décret sont remplies.
  § 2. Dans les 30 jours calendaires suivant la réception de l'opposition motivée et, s'il y a lieu, aprÚs avoir entendu l'administration, le ministre prend l'une des décisions suivantes :
  1° le recours de l'administration est accepté et le nouvel établissement reconnu ;
  2° le recours de l'administration est rejeté et la décision " pas de reconnaissance " est maintenue.
  Le ministre justifie la décision et la notifie à l'administration dans les cinq jours calendaires au moyen d'un envoi sécurisé. ".
  " Art. 2/1. § 1er. Le recours contre la non-reconnaissance, visĂ© Ă l'article 41, § 2, alinĂ©a 4 du dĂ©cret du 8 mai 2009, doit ĂȘtre soumis au ministre au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ© sous forme d'avis motivĂ© d'opposition.
  L'avis d'opposition expose les raisons pour lesquelles l'administration considÚre que la non-reconnaissance n'est pas justifiée. L'administration doit notamment démontrer que les conditions de reconnaissance prévues par décret sont remplies.
  § 2. Dans les 30 jours calendaires suivant la réception de l'opposition motivée et, s'il y a lieu, aprÚs avoir entendu l'administration, le ministre prend l'une des décisions suivantes :
  1° le recours de l'administration est accepté et le nouvel établissement reconnu ;
  2° le recours de l'administration est rejeté et la décision " pas de reconnaissance " est maintenue.
  Le ministre justifie la décision et la notifie à l'administration dans les cinq jours calendaires au moyen d'un envoi sécurisé. ".
Art. 4. Artikel 3 en 4 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 4. Les articles 3 et 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 5. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 5. § 1. De onderwijsinspectie deelt het bestuur schriftelijk mee dat een instelling zal worden doorgelicht. De schriftelijke mededeling wordt minstens eenentwintig kalenderdagen voor de start van de doorlichting verstuurd.
  Die mededeling vermeldt uitdrukkelijk de informatie die voor en tijdens de doorlichtingsperiode ter beschikking moet zijn van de inspectie.
  In afwijking van het eerste lid worden de besturen van de instellingen waarvan de doorlichting in de maand september zal plaatsvinden, uiterlijk op twintig augustus op de hoogte gebracht.
  § 2. De leden van het doorlichtingsteam kunnen tijdens een doorlichting de directeur verzoeken bijkomende relevante informatie ter beschikking te stellen van de inspectie.
  De leden van het doorlichtingsteam kunnen tijdens de doorlichting bijkomende relevante informatie verzamelen door lessen en schoolse of centrumgebonden activiteiten bij te wonen, en door gesprekken te voeren met de directie, de personeelsleden, het bestuur, met de ouders van de leerlingen, met de leerlingen of cursisten, met de leden van de participatie- en inspraakorganen of met relevante derden.
  De instelling moet de onderwijsinspectie tijdens de doorlichting kunnen aantonen hoe ze de verplichtingen van het decreet van 8 mei 2009 heeft vervuld. Ze kiest zelf de wijze waarop ze dat doet.".
  "Art. 5. § 1. De onderwijsinspectie deelt het bestuur schriftelijk mee dat een instelling zal worden doorgelicht. De schriftelijke mededeling wordt minstens eenentwintig kalenderdagen voor de start van de doorlichting verstuurd.
  Die mededeling vermeldt uitdrukkelijk de informatie die voor en tijdens de doorlichtingsperiode ter beschikking moet zijn van de inspectie.
  In afwijking van het eerste lid worden de besturen van de instellingen waarvan de doorlichting in de maand september zal plaatsvinden, uiterlijk op twintig augustus op de hoogte gebracht.
  § 2. De leden van het doorlichtingsteam kunnen tijdens een doorlichting de directeur verzoeken bijkomende relevante informatie ter beschikking te stellen van de inspectie.
  De leden van het doorlichtingsteam kunnen tijdens de doorlichting bijkomende relevante informatie verzamelen door lessen en schoolse of centrumgebonden activiteiten bij te wonen, en door gesprekken te voeren met de directie, de personeelsleden, het bestuur, met de ouders van de leerlingen, met de leerlingen of cursisten, met de leden van de participatie- en inspraakorganen of met relevante derden.
  De instelling moet de onderwijsinspectie tijdens de doorlichting kunnen aantonen hoe ze de verplichtingen van het decreet van 8 mei 2009 heeft vervuld. Ze kiest zelf de wijze waarop ze dat doet.".
Art. 5. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 5. § 1er. L'inspection de l'enseignement informe l'administration par écrit qu'un établissement fera l'objet d'un audit. La communication écrite est envoyée au moins 21 jours calendaires avant le début de l'audit.
  Cette communication mentionne explicitement les informations qui doivent ĂȘtre Ă la disposition de l'inspection avant et pendant la pĂ©riode d'audit.
  Par dérogation à l'alinéa 1er les administrations des établissements dont l'audit aura lieu dans le mois de septembre, seront mis au courant au plus tard le 20 août.
  § 2. Pendant l'audit les membres de l'équipe d'audit peuvent demander au directeur de mettre des informations pertinentes supplémentaires à la disposition de l'inspection.
  Pendant l'audit les membres de l'équipe d'audit peuvent recueillir des informations pertinentes supplémentaires en assistant à des cours et à des activités de l'école ou du centre, et en s'entretenant avec la direction, les membres du personnel, l'administration, les parents des élÚves, les élÚves ou apprenants, les membres des instances de participation ou des tiers pertinents.
  Pendant l'audit l'Ă©tablissement doit prouver Ă l'inspection de l'enseignement comment il a rempli les obligations imposĂ©es par le dĂ©cret du 8 mai 2009. Il choisit lui-mĂȘme la maniĂšre dont il apporte cette preuve. ".
  " Art. 5. § 1er. L'inspection de l'enseignement informe l'administration par écrit qu'un établissement fera l'objet d'un audit. La communication écrite est envoyée au moins 21 jours calendaires avant le début de l'audit.
  Cette communication mentionne explicitement les informations qui doivent ĂȘtre Ă la disposition de l'inspection avant et pendant la pĂ©riode d'audit.
  Par dérogation à l'alinéa 1er les administrations des établissements dont l'audit aura lieu dans le mois de septembre, seront mis au courant au plus tard le 20 août.
  § 2. Pendant l'audit les membres de l'équipe d'audit peuvent demander au directeur de mettre des informations pertinentes supplémentaires à la disposition de l'inspection.
  Pendant l'audit les membres de l'équipe d'audit peuvent recueillir des informations pertinentes supplémentaires en assistant à des cours et à des activités de l'école ou du centre, et en s'entretenant avec la direction, les membres du personnel, l'administration, les parents des élÚves, les élÚves ou apprenants, les membres des instances de participation ou des tiers pertinents.
  Pendant l'audit l'Ă©tablissement doit prouver Ă l'inspection de l'enseignement comment il a rempli les obligations imposĂ©es par le dĂ©cret du 8 mai 2009. Il choisit lui-mĂȘme la maniĂšre dont il apporte cette preuve. ".
Art. 6. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 7. Artikel 7 en 8 van hetzelfde besluit worden vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. De onderwijsinspectie brengt het bestuur schriftelijk op de hoogte als de doorlichting afgelopen is.
  "Art. 7. De onderwijsinspectie brengt het bestuur schriftelijk op de hoogte als de doorlichting afgelopen is.
Art. 7. Les articles 7 et 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont remplacĂ©s par ce qui suit :
  " Art. 7. L'inspection de l'enseignement informe par écrit l'administration lorsque l'audit est terminé.
  " Art. 7. L'inspection de l'enseignement informe par écrit l'administration lorsque l'audit est terminé.
Art. 8. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 10. Het toezicht, vermeld in artikel 38, § 5, van het decreet van 8 mei 2009, bestaat uit een marginale controle op de voorwaarden voor hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Dat betekent dat de onderwijsinspectie nagaat of de instelling een doeltreffend beleid ontwikkelt en voert met het oog op de hygiëne, bewoonbaarheid en veiligheid.".
  "Art. 10. Het toezicht, vermeld in artikel 38, § 5, van het decreet van 8 mei 2009, bestaat uit een marginale controle op de voorwaarden voor hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Dat betekent dat de onderwijsinspectie nagaat of de instelling een doeltreffend beleid ontwikkelt en voert met het oog op de hygiëne, bewoonbaarheid en veiligheid.".
Art. 8. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 10. Le contrÎle visé à l'article 38, § 5 du décret du 8 mai 2009 consiste en un contrÎle marginal des conditions d'hygiÚne, de sécurité et d'habitabilité. L'inspection de l'enseignement vérifie notamment si l'établissement élabore et met en oeuvre une politique efficace en matiÚre d'hygiÚne, d'habitabilité et de sécurité. ".
  " Art. 10. Le contrÎle visé à l'article 38, § 5 du décret du 8 mai 2009 consiste en un contrÎle marginal des conditions d'hygiÚne, de sécurité et d'habitabilité. L'inspection de l'enseignement vérifie notamment si l'établissement élabore et met en oeuvre une politique efficace en matiÚre d'hygiÚne, d'habitabilité et de sécurité. ".
Art. 9. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt hoofdstuk 4, dat bestaat uit artikel 11, opgeheven.
Art. 9. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, le chapitre 4, comprenant l'article 11, est abrogĂ©.
Art. 10. Artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est abrogĂ©.
Art. 11. Artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt opgeheven.
Art. 11. L'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est abrogĂ©.
Art. 12. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 15. De mededeling van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 8 mei 2009, wordt gedaan met een beveiligde zending. Die mededeling bepaalt de datum waarop de erkenning wordt ingetrokken en verwijst naar de mogelijkheden om:
  1° de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten;
  2° beroep aan te tekenen tegen de onmogelijkheid om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten.
  De nieuwe doorlichting vermeld in artikel 41, § 2, van het decreet van 8 mei 2009, mag op zijn vroegst plaatsvinden negentig kalenderdagen na de datum waarop het definitieve verslag werd bezorgd, behalve als de tekortkomingen betrekking hebben op de hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid.".
  "Art. 15. De mededeling van de Vlaamse Regering, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 8 mei 2009, wordt gedaan met een beveiligde zending. Die mededeling bepaalt de datum waarop de erkenning wordt ingetrokken en verwijst naar de mogelijkheden om:
  1° de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten;
  2° beroep aan te tekenen tegen de onmogelijkheid om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten.
  De nieuwe doorlichting vermeld in artikel 41, § 2, van het decreet van 8 mei 2009, mag op zijn vroegst plaatsvinden negentig kalenderdagen na de datum waarop het definitieve verslag werd bezorgd, behalve als de tekortkomingen betrekking hebben op de hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid.".
Art. 12. L'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 15. La notification par le Gouvernement flamand, visée à l'article 41, § 1er, du décret du 8 mai 2009, est effectuée par envoi sécurisé. Cette notification détermine la date à laquelle la reconnaissance est retirée et fait référence aux possibilités :
  1° de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance ;
  2° de faire appel contre l'impossibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  Le nouvel audit, visé à l'article 41, § 2 du décret du 8 mai 2009 peut avoir lieu au plus tÎt nonante jours calendaires suivant la date à laquelle le rapport définitif a été transmis, sauf si les manquements portent sur l'hygiÚne, la sécurité et l'habitabilité. ".
  " Art. 15. La notification par le Gouvernement flamand, visée à l'article 41, § 1er, du décret du 8 mai 2009, est effectuée par envoi sécurisé. Cette notification détermine la date à laquelle la reconnaissance est retirée et fait référence aux possibilités :
  1° de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance ;
  2° de faire appel contre l'impossibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  Le nouvel audit, visé à l'article 41, § 2 du décret du 8 mai 2009 peut avoir lieu au plus tÎt nonante jours calendaires suivant la date à laquelle le rapport définitif a été transmis, sauf si les manquements portent sur l'hygiÚne, la sécurité et l'habitabilité. ".
Art. 13. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 16. Het verzoek tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, vermeld in artikel 41, § 2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. Die aanvraag bevat het engagement van het bestuur om aan de tekorten te werken, met externe begeleiding.".
  "Art. 16. Het verzoek tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning, vermeld in artikel 41, § 2, eerste lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal van de onderwijsinspectie. Die aanvraag bevat het engagement van het bestuur om aan de tekorten te werken, met externe begeleiding.".
Art. 13. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 16. La demande de suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance, visée à l'article 41, § 2, alinéa 1er du décret du 8 mai 2009, est soumise à l'inspecteur général de l'enseignement au moyen d'un envoi sécurisé. Cette demande contient l'engagement de l'administration à remédier aux manquements en collaboration avec des parties externes. ".
  " Art. 16. La demande de suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance, visée à l'article 41, § 2, alinéa 1er du décret du 8 mai 2009, est soumise à l'inspecteur général de l'enseignement au moyen d'un envoi sécurisé. Cette demande contient l'engagement de l'administration à remédier aux manquements en collaboration avec des parties externes. ".
Art. 14. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014, wordt een artikel 16/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 16/1. § 1. Het beroep tegen een ongunstig advies "zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen", vermeld in artikel 41, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal. Het gemotiveerde bezwaarschrift geeft aan waarom een mogelijkheid tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning gerechtvaardigd is.
  § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van het beroep onderzoekt een paritair samengesteld doorlichtingsteam, dit wil zeggen een team dat voor de helft bestaat uit inspectieleden afkomstig uit het vrij onderwijs en voor de helft uit inspectieleden afkomstig uit het officieel onderwijs, de argumenten van het bestuur.
  De inspecteur-generaal stelt het doorlichtingsteam paritair samen. Het bestaat uit minstens twee inspecteurs en wordt voorgezeten door een coördinerende inspecteur. De inspecteurs mogen geen deel hebben uitgemaakt van het doorlichtingsteam dat het ongunstige advies heeft uitgebracht.
  Het paritair samengestelde doorlichtingsteam kan alle onderzoekdaden verrichten.
  § 3. Het paritair samengestelde doorlichtingsteam geeft een van de volgende adviezen:
  1° het bestuur kan verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten, op voorwaarde dat het bestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  2° het ongunstige advies "zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen" blijft behouden.
  § 4. De leden van het doorlichtingsteam beslissen in consensus. Het verslag met het advies motiveert omstandig de beslissing. Het verslag van het paritair samengestelde doorlichtingsteam wordt binnen twintig kalenderdagen na afloop van het onderzoek aan de Vlaamse Regering bezorgd en aan het bestuur betekend met een beveiligde zending, onder de verantwoordelijkheid van de inspecteur-generaal.".
  "Art. 16/1. § 1. Het beroep tegen een ongunstig advies "zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen", vermeld in artikel 41, § 2, vierde lid, van het decreet van 8 mei 2009, wordt met een gemotiveerd bezwaarschrift via een beveiligde zending ingediend bij de inspecteur-generaal. Het gemotiveerde bezwaarschrift geeft aan waarom een mogelijkheid tot opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning gerechtvaardigd is.
  § 2. Binnen zestig kalenderdagen na de ontvangst van het beroep onderzoekt een paritair samengesteld doorlichtingsteam, dit wil zeggen een team dat voor de helft bestaat uit inspectieleden afkomstig uit het vrij onderwijs en voor de helft uit inspectieleden afkomstig uit het officieel onderwijs, de argumenten van het bestuur.
  De inspecteur-generaal stelt het doorlichtingsteam paritair samen. Het bestaat uit minstens twee inspecteurs en wordt voorgezeten door een coördinerende inspecteur. De inspecteurs mogen geen deel hebben uitgemaakt van het doorlichtingsteam dat het ongunstige advies heeft uitgebracht.
  Het paritair samengestelde doorlichtingsteam kan alle onderzoekdaden verrichten.
  § 3. Het paritair samengestelde doorlichtingsteam geeft een van de volgende adviezen:
  1° het bestuur kan verzoeken om de procedure tot intrekking van de erkenning op te schorten, op voorwaarde dat het bestuur het engagement aangaat om zich bij het werken aan de tekorten extern te laten begeleiden;
  2° het ongunstige advies "zonder de mogelijkheid om de opschorting van de procedure tot intrekking van de erkenning in te roepen" blijft behouden.
  § 4. De leden van het doorlichtingsteam beslissen in consensus. Het verslag met het advies motiveert omstandig de beslissing. Het verslag van het paritair samengestelde doorlichtingsteam wordt binnen twintig kalenderdagen na afloop van het onderzoek aan de Vlaamse Regering bezorgd en aan het bestuur betekend met een beveiligde zending, onder de verantwoordelijkheid van de inspecteur-generaal.".
Art. 14. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 juin 2014, il est insĂ©rĂ© un article 16/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 16/1. § 1er. Le recours contre un avis défavorable " sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance ", visé à l'article 41, § 2, alinéa 4, du décret du 8 mai 2009, est soumis à l'inspecteur général au moyen d'un envoi sécurisé sous forme d'avis motivé d'opposition. L'avis motivé d'opposition expose les raisons justifiant la possibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 2. Dans les 60 jours calendaires suivant la réception du recours, une équipe d'audit paritaire, c'est-à -dire une équipe composée pour la moitié de membres de l'inspection provenant de l'enseignement libre et pour la moitié de membres de l'inspection provenant de l'enseignement officiel, examine les arguments de l'administration.
  L'inspecteur général compose l'équipe d'audit de maniÚre paritaire. Elle comprend au moins deux inspecteurs et est présidée par un inspecteur coordonnateur. Les inspecteurs ne peuvent pas avoir fait partie de l'équipe d'audit ayant émis l'avis défavorable.
  L'Ă©quipe d'audit paritaire peut effectuer toutes les activitĂ©s d'enquĂȘte.
  § 3. L'équipe d'audit paritaire émet l'un des avis suivants :
  1° l'administration peut demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition qu'elle s'engage à collaborer avec des parties externes en vue de remédier aux manquements ;
  2° l'avis défavorable " sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance " est maintenu.
  § 4. Les membres de l'Ă©quipe d'audit dĂ©cident par consensus. Le rapport contenant l'avis expose en dĂ©tail les motifs de la dĂ©cision. Le rapport de l'Ă©quipe d'audit paritaire est transmis au Gouvernement flamand et notifiĂ© Ă l'administration dans les vingt jours calendaires suivant la fin de l'enquĂȘte au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ©, sous la responsabilitĂ© de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral. ".
  " Art. 16/1. § 1er. Le recours contre un avis défavorable " sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance ", visé à l'article 41, § 2, alinéa 4, du décret du 8 mai 2009, est soumis à l'inspecteur général au moyen d'un envoi sécurisé sous forme d'avis motivé d'opposition. L'avis motivé d'opposition expose les raisons justifiant la possibilité de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance.
  § 2. Dans les 60 jours calendaires suivant la réception du recours, une équipe d'audit paritaire, c'est-à -dire une équipe composée pour la moitié de membres de l'inspection provenant de l'enseignement libre et pour la moitié de membres de l'inspection provenant de l'enseignement officiel, examine les arguments de l'administration.
  L'inspecteur général compose l'équipe d'audit de maniÚre paritaire. Elle comprend au moins deux inspecteurs et est présidée par un inspecteur coordonnateur. Les inspecteurs ne peuvent pas avoir fait partie de l'équipe d'audit ayant émis l'avis défavorable.
  L'Ă©quipe d'audit paritaire peut effectuer toutes les activitĂ©s d'enquĂȘte.
  § 3. L'équipe d'audit paritaire émet l'un des avis suivants :
  1° l'administration peut demander de suspendre la procédure de retrait de la reconnaissance à condition qu'elle s'engage à collaborer avec des parties externes en vue de remédier aux manquements ;
  2° l'avis défavorable " sans possibilité d'invoquer la suspension de la procédure de retrait de la reconnaissance " est maintenu.
  § 4. Les membres de l'Ă©quipe d'audit dĂ©cident par consensus. Le rapport contenant l'avis expose en dĂ©tail les motifs de la dĂ©cision. Le rapport de l'Ă©quipe d'audit paritaire est transmis au Gouvernement flamand et notifiĂ© Ă l'administration dans les vingt jours calendaires suivant la fin de l'enquĂȘte au moyen d'un envoi sĂ©curisĂ©, sous la responsabilitĂ© de l'inspecteur gĂ©nĂ©ral. ".
Art. 15. In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt het getal "16" vervangen door de zinsnede "16/1".
Art. 15. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le nombre " 16 " est remplacĂ© par le membre de phrase " 16/1 ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 16. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2014 houdende de vaststelling van de criteria ter beoordeling van verbeterplannen wordt opgeheven.
Art. 16. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 janvier 2014 fixant les critĂšres d'Ă©valuation des plans d'amĂ©lioration est abrogĂ©.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2018.
Art. 17. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2018.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.