Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "instellingen" genoemd,, overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.
De instellingen bedoeld in het eerste lid zijn degene die werden bepaald in artikel 1, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, hierna "statuut" genoemd.
Onderhavig besluit is van toepassing op het contractueel personeel van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
§ 2. Wanneer een verwijzing plaatsvindt naar het statuut, dient hieronder te worden begrepen het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
[1 § 3. De algemene bepalingen die zijn vastgelegd in de artikelen 2 en 2/1 van het statuut, zijn eveneens van toepassing in het kader van dit besluit.]1
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 MAART 2018. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-03-2018 en tekstbijwerking tot 03-04-2025)
Titre
21 MARS 2018. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-03-2018 et mise à jour au 03-04-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Indienstneming
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Indienstnemings-procedure
HOOFDSTUK III. - Arbeidsregeling en verloven
Afdeling 1. - Arbeidsregeling
Afdeling 2. - Verloven
Afdeling 3. - Vorming
HOOFDSTUK IV. - Bezoldigings-regeling
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Specifieke bepalingen ten gunste ...
HOOFDSTUK V. - De ontbinding van de arbeidsover...
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen
Onderafdeling 1. - Algemene overgangsbepalingen
Onderafdeling 2. - Overgangsmaatregel voor de o...
HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - De l'engagement
Section 1. - Dispositions générales
Section 2. - Procédure d'engagement
CHAPITRE III. : - Du régime de travail et des c...
Section 1. - Régime de travail
Section 2. - Congés
Section 3. - De la formation
CHAPITRE IV. - Du régime pécuniaire
Section 1er. - Dispositions communes
Section 2.-. - Dispositions spécifiques en fave...
CHAPITRE V. - De la résiliation du contrat de t...
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires
Sous-section 1. - Dispositions transitoires gén...
Sous-section 2. - Mesure transitoire pour les t...
CHAPITRE VIII. : - Dispositions abrogatoires et...
Tekst (61)
Texte (61)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Article 1er. § 1er. Le présent arrêté s'applique aux personnes engagées par contrat de travail dans les organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, nommés ci-après " organismes ", conformément à la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.
Les organismes visés au premier alinéa sont ceux énumérés à l'article 1, § 1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, nommé ci-après " statut ".
Le présent arrêté s'applique au personnel contractuel du Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Lorsqu'il est fait référence au statut, il y a lieu d'entendre l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018.
[1 § 3. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté.]1
Les organismes visés au premier alinéa sont ceux énumérés à l'article 1, § 1 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, nommé ci-après " statut ".
Le présent arrêté s'applique au personnel contractuel du Conseil économique et social de la Région de Bruxelles-Capitale.
§ 2. Lorsqu'il est fait référence au statut, il y a lieu d'entendre l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018.
[1 § 3. Les dispositions générales fixées aux articles 2 et 2/1 du statut s'appliquent également dans le cadre du présent arrêté.]1
Wijzigingen
Art. 2. Bij arbeidsovereenkomst kunnen personen in dienst worden genomen uitsluitend om :
[1 1.]1 aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, hetzij voor in de tijd beperkte acties, hetzij voor een buitengewone toename van het werk :
[1 2.]1 personeelsleden te vervangen bij gehele of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht of ze in dienstactiviteit zijn of niet, wanneer de duur van die afwezigheid tot vervanging noopt :
[1 3.]1 bijkomende of specifieke taken te vervullen;
[1 4.]1 [2 ...]2
[1 5.]1 jonge werkzoekenden toe te staan om hun intrede te maken op de arbeidsmarkt, in het kader van federale of gewestelijke maatregelen die hun tewerkstelling beogen.
[1 1.]1 aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen, hetzij voor in de tijd beperkte acties, hetzij voor een buitengewone toename van het werk :
[1 2.]1 personeelsleden te vervangen bij gehele of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht of ze in dienstactiviteit zijn of niet, wanneer de duur van die afwezigheid tot vervanging noopt :
[1 3.]1 bijkomende of specifieke taken te vervullen;
[1 4.]1 [2 ...]2
[1 5.]1 jonge werkzoekenden toe te staan om hun intrede te maken op de arbeidsmarkt, in het kader van federale of gewestelijke maatregelen die hun tewerkstelling beogen.
Art. 2. Des personnes peuvent être engagées sous contrat de travail aux fins exclusives de :
1. répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le temps, soit d'un surcroît extraordinaire de travail;
[1 2.]1 remplacer des membres du personnel en cas d'absence totale ou partielle, qu'ils soient ou non en activité de service, quand la durée de cette absence implique un remplacement;
[1 3.]1 accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques;
[1 4.]1 [2 ...]2
[1 5.]1 permettre à de jeunes chercheurs d'emploi, dans le cadre de mesures fédérales ou régionales visant à leur mise au travail, de faire leur entrée sur le marché du travail.
1. répondre à des besoins exceptionnels et temporaires en personnel, qu'il s'agisse soit de la mise en oeuvre d'actions limitées dans le temps, soit d'un surcroît extraordinaire de travail;
[1 2.]1 remplacer des membres du personnel en cas d'absence totale ou partielle, qu'ils soient ou non en activité de service, quand la durée de cette absence implique un remplacement;
[1 3.]1 accomplir des tâches auxiliaires ou spécifiques;
[1 4.]1 [2 ...]2
[1 5.]1 permettre à de jeunes chercheurs d'emploi, dans le cadre de mesures fédérales ou régionales visant à leur mise au travail, de faire leur entrée sur le marché du travail.
Art. 3. § 1. Elke arbeidsovereenkomst wordt schriftelijk aangegaan.
§ 2. In de arbeidsovereenkomst wordt de plaats vermeld waar de werkzaamheden worden verricht.
Elke wijziging van de plaats van tewerkstelling geeft aanleiding tot een bijlage bij de arbeidsovereenkomst.
§ 3. [1 Arbeidscontracten worden ondertekend door de directeur-generaal of zijn gemachtigde.]1
§ 2. In de arbeidsovereenkomst wordt de plaats vermeld waar de werkzaamheden worden verricht.
Elke wijziging van de plaats van tewerkstelling geeft aanleiding tot een bijlage bij de arbeidsovereenkomst.
§ 3. [1 Arbeidscontracten worden ondertekend door de directeur-generaal of zijn gemachtigde.]1
Art. 3. § 1er. Chaque contrat de travail est conclu par écrit.
§ 2. Le lieu de travail est mentionné dans le contrat.
Tout changement du lieu de travail fait l'objet d'un avenant au contrat de travail.
§ 3. [1 Les contrats de travail sont signés par le Directeur général ou son délégué.]1
§ 2. Le lieu de travail est mentionné dans le contrat.
Tout changement du lieu de travail fait l'objet d'un avenant au contrat de travail.
§ 3. [1 Les contrats de travail sont signés par le Directeur général ou son délégué.]1
Wijzigingen
Art. 4. De rechten en plichten bepaald in de artikelen 5 tot en met [1 14ter]1 van het statuut zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing.
Art. 4. Les droits et obligations fixés aux articles 5 à [1 14ter]1 inclus du statut s'appliquent aux membres du personnel contractuel.
Wijzigingen
Art. 4/1. [1 § 1. De bevoegde organisator kan beslissen om de in het kader van de ontslagprocedure bedoelde gesprekken op digitale wijze te organiseren.
Het contractuele personeelslid dat om objectieve redenen in de onmogelijkheid verkeert zich op fysieke wijze te verplaatsen, kan ook vragen om deze procedure op digitale wijze te organiseren, ten minste 48 uur voorafgaand aan de procedure.
Het contractuele personeelslid dat niet in staat is deze procedure digitaal uit te voeren, kan de bevoegde organisator vragen de betrokken procedure op fysieke wijze uit te voeren, ten minste 48 uur voorafgaand aan de procedure.
Onder "op digitale wijze" in dit artikel wordt de organisatie van de ontslagprocedure door middel van videoconferentie verstaan.
De overheid vergewist zich ervan dat het bedoelde contractuele personeelslid beschikt over de technische middelen die de betrokkene toelaten op virtuele wijze te communiceren. Zo dat niet het geval is, wordt het vereiste materieel ter beschikking gesteld van de betrokkene.
§ 2. Het contractuele personeelslid krijgt kennis van de modaliteiten vóór aanvang van de procedure. De bevoegde organisator dient erop toe te zien dat het contractuele personeelslid dezelfde rechten geniet als bedoeld in het kader van de procedure met fysieke aanwezigheid.
Deze modaliteiten dienen minstens:
Het aantal personen te vermelden die aanwezig zijn;
Gebruik te maken van beveiligde technische procedés die geen enkele verwerking van persoonsgegevens inhouden buiten die welke noodzakelijk zijn voor de bewuste procedure en die garanties bieden voor een echt gesprek tussen het contractuele personeelslid en de vertegenwoordiger van de overheid;
Te voorzien dat het dossier van het personeelslid op veilige wijze ter beschikking wordt gesteld van iedere persoon die hierover dient te beschikken.
§ .3 Het is verboden om beelden of geluid van de mondelinge administratieve procedure per videoconferentie op te nemen.
§ 4. In geval van een ontslagprocedure in digitale wijze blijft artikel 34 van dit besluit van toepassing.]1
Het contractuele personeelslid dat om objectieve redenen in de onmogelijkheid verkeert zich op fysieke wijze te verplaatsen, kan ook vragen om deze procedure op digitale wijze te organiseren, ten minste 48 uur voorafgaand aan de procedure.
Het contractuele personeelslid dat niet in staat is deze procedure digitaal uit te voeren, kan de bevoegde organisator vragen de betrokken procedure op fysieke wijze uit te voeren, ten minste 48 uur voorafgaand aan de procedure.
Onder "op digitale wijze" in dit artikel wordt de organisatie van de ontslagprocedure door middel van videoconferentie verstaan.
De overheid vergewist zich ervan dat het bedoelde contractuele personeelslid beschikt over de technische middelen die de betrokkene toelaten op virtuele wijze te communiceren. Zo dat niet het geval is, wordt het vereiste materieel ter beschikking gesteld van de betrokkene.
§ 2. Het contractuele personeelslid krijgt kennis van de modaliteiten vóór aanvang van de procedure. De bevoegde organisator dient erop toe te zien dat het contractuele personeelslid dezelfde rechten geniet als bedoeld in het kader van de procedure met fysieke aanwezigheid.
Deze modaliteiten dienen minstens:
Het aantal personen te vermelden die aanwezig zijn;
Gebruik te maken van beveiligde technische procedés die geen enkele verwerking van persoonsgegevens inhouden buiten die welke noodzakelijk zijn voor de bewuste procedure en die garanties bieden voor een echt gesprek tussen het contractuele personeelslid en de vertegenwoordiger van de overheid;
Te voorzien dat het dossier van het personeelslid op veilige wijze ter beschikking wordt gesteld van iedere persoon die hierover dient te beschikken.
§ .3 Het is verboden om beelden of geluid van de mondelinge administratieve procedure per videoconferentie op te nemen.
§ 4. In geval van een ontslagprocedure in digitale wijze blijft artikel 34 van dit besluit van toepassing.]1
Art. 4/1. [1 § 1er. L'organisateur compétent peut décider d'organiser les entretiens prévus dans le cadre de la procédure de licenciement sous format numérique.
Le membre du personnel contractuel, qui pour des raisons objectives se trouve dans l'impossibilité de se déplacer en présentiel, peut également demander que cette procédure soit réalisée sous format numérique, au minimum 48 heures avant celle-ci.
Le membre du personnel contractuel qui est dans l'impossibilité de réaliser cette procédure sous format numérique, peut demander à l'organisateur compétent de réaliser la procédure concernée en présentiel, au minimum 48 heures avant celle-ci.
On entend par " format numérique " dans le présent article l'organisation de la procédure de licenciement par vidéoconférence.
L'autorité s'assure que le membre du personnel contractuel visé dispose des moyens techniques lui permettant de participer à la communication en virtuel. A défaut, le matériel requis est mis à sa disposition.
§ 2. Les modalités sont communiquées au membre du personnel contractuel avant l'entame de la procédure. L'organisateur compétent veille à ce que le membre du personnel contractuel bénéficie des mêmes droits que ceux prévus dans le cadre de la procédure en présentiel.
Ces modalités doivent au minimum :
Indiquer le nombre de personnes qui sont présentes ;
Recourir à des procédés techniques sécurisés qui n'impliquent aucun traitement de données à caractère personnel hormis ceux nécessaires à ladite procédure et qui garantissent une véritable discussion entre le membre du personnel contractuel et le représentant de l'autorité ;
Assurer que le dossier du membre du personnel concerné soit bien d'une manière sécurisée mis à la disposition de chaque personne qui doit en disposer.
§ .3 Tout enregistrement d'images ou de son de la procédure administrative orale réalisée par vidéoconférence est proscrit.
§ 4. En cas de procédure de licenciement sous format numérique, l'article 34 du présent arrêté reste d'application.]1
Le membre du personnel contractuel, qui pour des raisons objectives se trouve dans l'impossibilité de se déplacer en présentiel, peut également demander que cette procédure soit réalisée sous format numérique, au minimum 48 heures avant celle-ci.
Le membre du personnel contractuel qui est dans l'impossibilité de réaliser cette procédure sous format numérique, peut demander à l'organisateur compétent de réaliser la procédure concernée en présentiel, au minimum 48 heures avant celle-ci.
On entend par " format numérique " dans le présent article l'organisation de la procédure de licenciement par vidéoconférence.
L'autorité s'assure que le membre du personnel contractuel visé dispose des moyens techniques lui permettant de participer à la communication en virtuel. A défaut, le matériel requis est mis à sa disposition.
§ 2. Les modalités sont communiquées au membre du personnel contractuel avant l'entame de la procédure. L'organisateur compétent veille à ce que le membre du personnel contractuel bénéficie des mêmes droits que ceux prévus dans le cadre de la procédure en présentiel.
Ces modalités doivent au minimum :
Indiquer le nombre de personnes qui sont présentes ;
Recourir à des procédés techniques sécurisés qui n'impliquent aucun traitement de données à caractère personnel hormis ceux nécessaires à ladite procédure et qui garantissent une véritable discussion entre le membre du personnel contractuel et le représentant de l'autorité ;
Assurer que le dossier du membre du personnel concerné soit bien d'une manière sécurisée mis à la disposition de chaque personne qui doit en disposer.
§ .3 Tout enregistrement d'images ou de son de la procédure administrative orale réalisée par vidéoconférence est proscrit.
§ 4. En cas de procédure de licenciement sous format numérique, l'article 34 du présent arrêté reste d'application.]1
HOOFDSTUK II. - Indienstneming
CHAPITRE II. - De l'engagement
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art. 5. § 1 Om bij arbeidsovereenkomst in dienst te worden genomen is het vereist om aan volgende voorwaarden te voldoen :
1. de burgerlijke en politieke rechten niet ontnomen zijn;
2. de medische geschiktheid bezitten om de functie uit te oefenen, indien de aard van de functie dit vereist;
3. houder zijn van een diploma of getuigschrift dat overeenstemt met het niveau van de te verlenen graad onder dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn voor de ambtenaren krachtens het statuut;
4. een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de vereisten aangaande de te verlenen betrekking;
5. over een professionele ervaring beschikken van drie jaar voor een functie van rang 2 en zes jaar voor een functie van rang 3. Deze ervaring dient equivalent te zijn aan het niveau van de vacante functie;
6. te slagen in de selectie zoals bepaald in artikel 9.
§ 2. De personen die reeds aangeworven zijn aan de hand van een arbeidsovereenkomst of een contract voor beroepsaanpassing voor eenzelfde of een equivalente functie, zijn bij verlenging van de arbeidsovereenkomst of wijziging van de arbeidsovereenkomst niet onderworpen aan de voorwaarde van het slagen voor een selectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, 6.
§ 3. [1 ...]1
1. de burgerlijke en politieke rechten niet ontnomen zijn;
2. de medische geschiktheid bezitten om de functie uit te oefenen, indien de aard van de functie dit vereist;
3. houder zijn van een diploma of getuigschrift dat overeenstemt met het niveau van de te verlenen graad onder dezelfde voorwaarden als die welke van toepassing zijn voor de ambtenaren krachtens het statuut;
4. een gedrag vertonen dat in overeenstemming is met de vereisten aangaande de te verlenen betrekking;
5. over een professionele ervaring beschikken van drie jaar voor een functie van rang 2 en zes jaar voor een functie van rang 3. Deze ervaring dient equivalent te zijn aan het niveau van de vacante functie;
6. te slagen in de selectie zoals bepaald in artikel 9.
§ 2. De personen die reeds aangeworven zijn aan de hand van een arbeidsovereenkomst of een contract voor beroepsaanpassing voor eenzelfde of een equivalente functie, zijn bij verlenging van de arbeidsovereenkomst of wijziging van de arbeidsovereenkomst niet onderworpen aan de voorwaarde van het slagen voor een selectie, zoals bepaald in de eerste paragraaf, 6.
§ 3. [1 ...]1
Art. 5. § 1 Pour être engagé par contrat de travail, il faut remplir les conditions générales suivantes :
1. ne pas être déchu de ses droits civils et politiques;
2. justifier de la possession des aptitudes médicales pour exercer la fonction, si la nature de la fonction l'exige;
3. être porteur d'un diplôme ou d'un certificat en rapport avec le niveau du grade à conférer aux mêmes conditions que celles applicables au personnel statutaire en vertu du statut;
4. être d'une conduite correspondant aux exigences de l'emploi à pourvoir;
5. Disposer d'une expérience professionnelle de trois ans pour une fonction de rang 2 et de six ans pour une fonction de rang 3. Cette expérience doit être équivalente au niveau de la fonction vacante;
6. réussir la sélection organisée à l'article 9.
§ 2. Les personnes qui sont déjà engagées par contrat de travail ou par contrat d'adaptation professionnelle pour une même fonction ou une fonction équivalente, en cas de prolongation de contrat ou de changement de contrat, sont dispensées de la condition de réussite de l'examen de sélection, visé au paragraphe 1er, 6.
§ 3. [1 ...]1
1. ne pas être déchu de ses droits civils et politiques;
2. justifier de la possession des aptitudes médicales pour exercer la fonction, si la nature de la fonction l'exige;
3. être porteur d'un diplôme ou d'un certificat en rapport avec le niveau du grade à conférer aux mêmes conditions que celles applicables au personnel statutaire en vertu du statut;
4. être d'une conduite correspondant aux exigences de l'emploi à pourvoir;
5. Disposer d'une expérience professionnelle de trois ans pour une fonction de rang 2 et de six ans pour une fonction de rang 3. Cette expérience doit être équivalente au niveau de la fonction vacante;
6. réussir la sélection organisée à l'article 9.
§ 2. Les personnes qui sont déjà engagées par contrat de travail ou par contrat d'adaptation professionnelle pour une même fonction ou une fonction équivalente, en cas de prolongation de contrat ou de changement de contrat, sont dispensées de la condition de réussite de l'examen de sélection, visé au paragraphe 1er, 6.
§ 3. [1 ...]1
Wijzigingen
Art. 5/1. [1 § 1. De indienstnemingsprocedures kunnen geheel of gedeeltelijk op digitale wijze worden georganiseerd.
Onder "op digitale wijze" in dit artikel wordt verstaan ofwel dat de schriftelijke proeven op afstand op computer worden afgelegd, ofwel dat de mondelinge proef via videoconferentie wordt georganiseerd.
Nadat de voorwaarden van de selectie kenbaar zijn gemaakt in het selectiereglement kan een kandidaat die in de onmogelijkheid is om de proef of de proeven op digitale wijze af te leggen, de organisator van de selectie vragen om de proef of proeven ter plaatse af te leggen.
De organisator moet ervoor zorgen dat de betrokken kandidaat beschikt over alle technische mogelijkheden om deel te nemen aan de proeven op digitale wijze. Indien dit niet het geval is, worden de nodige maatregelen genomen om hierin te voorzien.
§ 2. De organisator dient erop toe te zien dat de kandidaat dezelfde rechten geniet als bedoeld in het kader van de procedure met fysieke aanwezigheid. De modaliteiten inzake de organisatie van administratieve procedures op digitale wijze worden gecommuniceerd aan het kandidaat aan het begin van deze procedure. Deze modaliteiten dienen minstens, voor iedere procedure:
Het aantal personen vermelden die aanwezig zullen zijn als lid van de jury of als observator;
Een effectieve collegiale discussie garanderen met mogelijkheid tot stemming, de uitvoering van een objectieve selectieproef garanderen waarbij de kandidaat op optimale wijze kan worden ondervraagd;
Te voorzien dat het dossier van de betrokken kandidaat op veilige wijze ter beschikking wordt gesteld van alle mensen die hierover dienen te beschikken;
Erop toe te zien dat de schriftelijke proef daadwerkelijk door de betrokken kandidaat wordt afgelegd;
Erop toe te zien dat de kandidaat zich tijdens de proef niet door derden kan laten helpen;
Erop toe te zien dat de kandidaat geen hulpmiddelen gebruikt die niet zijn toegestaan.
De organisator moet gebruik maken van beveiligde technische procedés die geen enkele verwerking van persoonsgegevens inhouden buiten die welke noodzakelijk zijn voor de bewuste procedure om de identiteit van de kandidaat te verifiëren en elke poging tot fraude bij de op digitale wijze georganiseerde proeven te voorkomen; de organisator kan een beroep doen op een onderaannemer die alle persoonsgegevens, na hun noodzakelijk gebruik, in een gestructureerd, algemeen gebruikt en leesbaar (digitaal) formaat aan hem bezorgt en geen fysieke of elektronische kopieën bewaart. Die gegevens zullen zo snel mogelijk worden bezorgd, uiterlijk binnen een maand na het einde van de opdracht, zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomst.
Indien een kandidaat tijdens de proeven te maken krijgt met technologische problemen en als uit het onderzoek van het probleem blijkt dat dit niet aan de kandidaat zelf te wijten is, kan hij in de gelegenheid gesteld worden om de proef opnieuw af te leggen. In dergelijke omstandigheden kan de duur van de proef ook verlengd worden om een gelijke behandeling van de kandidaten te waarborgen.
§ 3. De mondelinge proef die door middel van videoconferentie wordt afgenomen, kan worden opgenomen (beeld en/of geluid), uitsluitend om na te gaan of er sprake is van fraude (of poging tot fraude).
§ 4. De gegevens van de schriftelijke en mondelinge proeven en de opname kunnen worden bewaard tot het einde van de wettelijke termijn voor het instellen van een beroep bij de Raad van State, en tot het einde van de beroepsprocedure voor wanneer een kandidaat beslist om een beroep in te stellen nadat hij kennis heeft genomen van de beslissing van de jury in verband met zijn kandidatuur.]1
Onder "op digitale wijze" in dit artikel wordt verstaan ofwel dat de schriftelijke proeven op afstand op computer worden afgelegd, ofwel dat de mondelinge proef via videoconferentie wordt georganiseerd.
Nadat de voorwaarden van de selectie kenbaar zijn gemaakt in het selectiereglement kan een kandidaat die in de onmogelijkheid is om de proef of de proeven op digitale wijze af te leggen, de organisator van de selectie vragen om de proef of proeven ter plaatse af te leggen.
De organisator moet ervoor zorgen dat de betrokken kandidaat beschikt over alle technische mogelijkheden om deel te nemen aan de proeven op digitale wijze. Indien dit niet het geval is, worden de nodige maatregelen genomen om hierin te voorzien.
§ 2. De organisator dient erop toe te zien dat de kandidaat dezelfde rechten geniet als bedoeld in het kader van de procedure met fysieke aanwezigheid. De modaliteiten inzake de organisatie van administratieve procedures op digitale wijze worden gecommuniceerd aan het kandidaat aan het begin van deze procedure. Deze modaliteiten dienen minstens, voor iedere procedure:
Het aantal personen vermelden die aanwezig zullen zijn als lid van de jury of als observator;
Een effectieve collegiale discussie garanderen met mogelijkheid tot stemming, de uitvoering van een objectieve selectieproef garanderen waarbij de kandidaat op optimale wijze kan worden ondervraagd;
Te voorzien dat het dossier van de betrokken kandidaat op veilige wijze ter beschikking wordt gesteld van alle mensen die hierover dienen te beschikken;
Erop toe te zien dat de schriftelijke proef daadwerkelijk door de betrokken kandidaat wordt afgelegd;
Erop toe te zien dat de kandidaat zich tijdens de proef niet door derden kan laten helpen;
Erop toe te zien dat de kandidaat geen hulpmiddelen gebruikt die niet zijn toegestaan.
De organisator moet gebruik maken van beveiligde technische procedés die geen enkele verwerking van persoonsgegevens inhouden buiten die welke noodzakelijk zijn voor de bewuste procedure om de identiteit van de kandidaat te verifiëren en elke poging tot fraude bij de op digitale wijze georganiseerde proeven te voorkomen; de organisator kan een beroep doen op een onderaannemer die alle persoonsgegevens, na hun noodzakelijk gebruik, in een gestructureerd, algemeen gebruikt en leesbaar (digitaal) formaat aan hem bezorgt en geen fysieke of elektronische kopieën bewaart. Die gegevens zullen zo snel mogelijk worden bezorgd, uiterlijk binnen een maand na het einde van de opdracht, zoals bepaald in de samenwerkingsovereenkomst.
Indien een kandidaat tijdens de proeven te maken krijgt met technologische problemen en als uit het onderzoek van het probleem blijkt dat dit niet aan de kandidaat zelf te wijten is, kan hij in de gelegenheid gesteld worden om de proef opnieuw af te leggen. In dergelijke omstandigheden kan de duur van de proef ook verlengd worden om een gelijke behandeling van de kandidaten te waarborgen.
§ 3. De mondelinge proef die door middel van videoconferentie wordt afgenomen, kan worden opgenomen (beeld en/of geluid), uitsluitend om na te gaan of er sprake is van fraude (of poging tot fraude).
§ 4. De gegevens van de schriftelijke en mondelinge proeven en de opname kunnen worden bewaard tot het einde van de wettelijke termijn voor het instellen van een beroep bij de Raad van State, en tot het einde van de beroepsprocedure voor wanneer een kandidaat beslist om een beroep in te stellen nadat hij kennis heeft genomen van de beslissing van de jury in verband met zijn kandidatuur.]1
Art. 5/1. [1 § 1er. Les procédures d'engagement peuvent être organisées partiellement ou entièrement sous format numérique.
On entend par " format numérique " dans le présent article soit la réalisation des épreuves écrites à distance sur ordinateur, soit l'organisation de l'épreuve orale par vidéoconférence.
Une fois les conditions de la sélection communiquées dans le règlement de sélection, le candidat qui est dans l'impossibilité de réaliser l'épreuve ou les épreuves sous format numérique, peut demander à l'organisateur de la sélection de réaliser l'épreuve ou les épreuves concernée(s) en présentiel.
L'organisateur doit s'assurer que le candidat visé dispose de toutes les possibilités techniques lui permettant de participer à ces épreuves sous format numérique. A défaut, les mesures adéquates sont prises pour y remédier.
§ 2. L'organisateur veille à ce que le candidat bénéficie des mêmes droits que ceux prévus dans le cadre de la procédure en présentiel. Les modalités concernant l'organisation de ces procédures sous format numérique sont communiquées au candidat au début de la procédure. Ces modalités doivent, pour chaque procédure au minimum :
Indiquer le nombre de personnes qui seront présentes comme membre du jury ou comme observateurs;
Garantir une véritable discussion collégiale avec possibilité de vote et la réalisation d'une épreuve de sélection objective où le candidat peut être interrogé de manière optimale ;
Assurer que le dossier du candidat concerné soit bien d'une manière sécurisée mis à la disposition de chacune des personnes qui doivent en disposer ;
Garantir que l'épreuve écrite soit effectivement passée par le candidat concerné ;
Garantir que le candidat ne puisse pas se faire aider par des tiers au cours de l'épreuve ;
Garantir que le candidat ne recourt pas à des outils non autorisés.
L'organisateur doit recourir à des procédés techniques sécurisés qui n'impliquent aucun traitement de données à caractère personnel hormis ceux nécessaires à ladite procédure aux fins de vérification de l'identité du candidat et de lutter contre toute tentative de fraude aux épreuves organisées sous format numérique; l'organisateur peut faire appel à un sous-traitant qui lui restituera après usage nécessaire l'ensemble des données à caractère personnel dans un format structuré, couramment utilisé et lisible (de manière numérique) et n'en conservera aucune copie physique ou électronique. Cette restitution aura lieu le plus rapidement possible, et au plus tard dans un délai d'un mois à compter de la fin de la mission telle qu'elle sera définie dans le contrat de collaboration.
Si un candidat rencontre des problèmes technologiques pendant les épreuves et si l'examen du problème révèle qu'il n'est pas dû au candidat lui-même, il peut avoir la possibilité de repasser l'épreuve. Dans cette situation, la durée de l'examen peut également être prolongée en vue d'assurer un traitement équitable entre les candidats .
§ 3. L'épreuve orale réalisée par vidéoconférence peut être enregistrée (images et/ou son) aux fins exclusives de vérification des cas de fraude (ou de tentative de fraude).
§ 4. Les données issues des épreuves écrites et orales, et de l'enregistrement peuvent être conservées jusqu'à l'issue du délai légal de recours auprès du Conseil d'Etat, et jusqu'à l'issue de la procédure de recours lorsqu'un candidat décide d'introduire un recours à la suite de la notification de la décision prise par le jury à l'égard de sa candidature.]1
On entend par " format numérique " dans le présent article soit la réalisation des épreuves écrites à distance sur ordinateur, soit l'organisation de l'épreuve orale par vidéoconférence.
Une fois les conditions de la sélection communiquées dans le règlement de sélection, le candidat qui est dans l'impossibilité de réaliser l'épreuve ou les épreuves sous format numérique, peut demander à l'organisateur de la sélection de réaliser l'épreuve ou les épreuves concernée(s) en présentiel.
L'organisateur doit s'assurer que le candidat visé dispose de toutes les possibilités techniques lui permettant de participer à ces épreuves sous format numérique. A défaut, les mesures adéquates sont prises pour y remédier.
§ 2. L'organisateur veille à ce que le candidat bénéficie des mêmes droits que ceux prévus dans le cadre de la procédure en présentiel. Les modalités concernant l'organisation de ces procédures sous format numérique sont communiquées au candidat au début de la procédure. Ces modalités doivent, pour chaque procédure au minimum :
Indiquer le nombre de personnes qui seront présentes comme membre du jury ou comme observateurs;
Garantir une véritable discussion collégiale avec possibilité de vote et la réalisation d'une épreuve de sélection objective où le candidat peut être interrogé de manière optimale ;
Assurer que le dossier du candidat concerné soit bien d'une manière sécurisée mis à la disposition de chacune des personnes qui doivent en disposer ;
Garantir que l'épreuve écrite soit effectivement passée par le candidat concerné ;
Garantir que le candidat ne puisse pas se faire aider par des tiers au cours de l'épreuve ;
Garantir que le candidat ne recourt pas à des outils non autorisés.
L'organisateur doit recourir à des procédés techniques sécurisés qui n'impliquent aucun traitement de données à caractère personnel hormis ceux nécessaires à ladite procédure aux fins de vérification de l'identité du candidat et de lutter contre toute tentative de fraude aux épreuves organisées sous format numérique; l'organisateur peut faire appel à un sous-traitant qui lui restituera après usage nécessaire l'ensemble des données à caractère personnel dans un format structuré, couramment utilisé et lisible (de manière numérique) et n'en conservera aucune copie physique ou électronique. Cette restitution aura lieu le plus rapidement possible, et au plus tard dans un délai d'un mois à compter de la fin de la mission telle qu'elle sera définie dans le contrat de collaboration.
Si un candidat rencontre des problèmes technologiques pendant les épreuves et si l'examen du problème révèle qu'il n'est pas dû au candidat lui-même, il peut avoir la possibilité de repasser l'épreuve. Dans cette situation, la durée de l'examen peut également être prolongée en vue d'assurer un traitement équitable entre les candidats .
§ 3. L'épreuve orale réalisée par vidéoconférence peut être enregistrée (images et/ou son) aux fins exclusives de vérification des cas de fraude (ou de tentative de fraude).
§ 4. Les données issues des épreuves écrites et orales, et de l'enregistrement peuvent être conservées jusqu'à l'issue du délai légal de recours auprès du Conseil d'Etat, et jusqu'à l'issue de la procédure de recours lorsqu'un candidat décide d'introduire un recours à la suite de la notification de la décision prise par le jury à l'égard de sa candidature.]1
Art. 6. De in artikel 2, 1°, 2° en 5° bedoelde contractuele personeelsleden worden in dienst genomen in een graad van rang 1.
Art. 6. Les membres du personnel contractuel visés à l'article 2, 1°, 2° et 5° sont engagés dans un grade de rang 1.
Art. 7. De contractuele personeelsleden die een vervangingsopdracht vervullen treden in dienst voor een periode die niet langer mag zijn dan de duur van de vervanging.
Art. 7. Les membres du personnel contractuel qui effectuent une mission de remplacement entrent en service pour une période qui ne peut excéder la durée du remplacement.
Art. 8. De bijkomende en specifieke taken stemmen overeen met de volgende functies :
1. adjunct-informaticus (C1);
2. assistent-informaticus (B1);
3. informaticus (A1);
4. hoofd van IT-afdeling (A3);
5. analist-statisticus (A2);
6. verpleegassistent - opleider van ambulancier van de BHDBDMH (B1)
7. geneesheer van BHDBDMH (A1)
8. deskundigen om opdrachten uit te voeren die beantwoorden aan functies van niveau A en die een beroepskwalificatie vergen welke voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk is vereist (A2 of A3).
1. adjunct-informaticus (C1);
2. assistent-informaticus (B1);
3. informaticus (A1);
4. hoofd van IT-afdeling (A3);
5. analist-statisticus (A2);
6. verpleegassistent - opleider van ambulancier van de BHDBDMH (B1)
7. geneesheer van BHDBDMH (A1)
8. deskundigen om opdrachten uit te voeren die beantwoorden aan functies van niveau A en die een beroepskwalificatie vergen welke voor een bepaalde tijd of voor een duidelijk omschreven werk is vereist (A2 of A3).
Art. 8. Les tâches auxiliaires et spécifiques correspondent aux fonctions suivantes :
1. technicien informatique (C1)
2. assistant informaticien (B1);
3. les informaticiens (A1);
4. responsable du département informatique (A3);
5. analyste-statisticien (A2);
6. infirmier formateur d'ambulancier du SIAMU (B1)
7. médecin du SIAMU (A1)
8. expert pour exercer des tâches correspondant à des fonctions de niveau A et qui exigent une qualification professionnelle requise pour une durée limitée ou pour une activité nettement définie (A2 ou A3).
1. technicien informatique (C1)
2. assistant informaticien (B1);
3. les informaticiens (A1);
4. responsable du département informatique (A3);
5. analyste-statisticien (A2);
6. infirmier formateur d'ambulancier du SIAMU (B1)
7. médecin du SIAMU (A1)
8. expert pour exercer des tâches correspondant à des fonctions de niveau A et qui exigent une qualification professionnelle requise pour une durée limitée ou pour une activité nettement définie (A2 ou A3).
Afdeling 2. - Indienstnemings-procedure
Section 2. - Procédure d'engagement
Art. 9. § 1. De dienst die instaat voor het beheer van de menselijke middelen, afgekort HRM, maakt de algemene functiebeschrijvingen op, overeenkomstig het artikel 34 van het statuut.
De contractuele werkaanbiedingen moeten ten minste worden gepubliceerd op de gewestelijke website waarop de werkaanbiedingen verspreid worden en op website van Actiris.
§ 2. Het HRM verifieert de overeenstemming van de kandidatuur met de voorwaarden voor deelname aan de selectie en de functiebeschrijving.
De in aanmerking genomen kandidaten worden uitgenodigd voor de selectie.
§ 3. De totale selectie wordt georganiseerd door het HRM en bestaat uit een anonieme schriftelijke proef en een mondelinge proef :
1. De anonieme schriftelijke proef is een schriftelijke of computergestuurde test, met als doel het evalueren van de generieke vaardigheden van de kandidaten, of uit een competentiebilan uitgevoerd door Actiris of door Brussel Openbaar ambt.
Deze proef is eliminerend.
Worden vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef, deze kandidaten die hoogstens zes maanden eerder reeds geslaagd zijn voor deze proef bij een eerdere selectie en hiervoor schriftelijk een aanvraag indienen. De kandidaten die beslissen de anonieme schriftelijke proef opnieuw af te leggen, kunnen niet langer de resultaten behaald voor de anonieme schriftelijke proef bij een eerdere selectie inroepen.
Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt.
2. De kandidaten wordt opgedragen om hun mondelinge proef voor te stellen volgens hun klasseringsvolgorde.
Het aantal opgeroepen kandidaten hangt af van het aantal in te vullen betrekkingen.
De mondelinge proef vindt plaats voor een jury die voorgezeten wordt door de HRM of zijn/haar afgevaardigde, en is samengesteld als volgt :
c) een assessor gekozen uit de personeelsleden van de instelling van een graad die minstens evenwaardig is aan die van de in te vullen functie;
d) een personeelslid van HRM belast met de selectie.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.
[1 Wanneer de jury uit twee leden bestaat, mogen ze niet van hetzelfde gender zijn.]1
Deze proef dient om de volgende vereisten te evalueren :
a) de motivatie om de functie te bekleden,
b) de technische vaardigheden,
c) de essentiële specifieke vaardigheden.
[1 De uit twee personen bestaande jury beslist bij consensus.]1
Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt en in dienst genomen in volgorde van hun rangschikking. De kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve waarvan de geldigheidsduur twee jaar bedraagt.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3, 1°, bestaat de anonieme schriftelijke proef ambtshalve uit een beoordeling van de vaardigheden die wordt uitgevoerd door Actiris voor de categorie van contractuelen bedoeld in het artikel 2, 5°.
§ 5. De laureaten van een statutaire of contractuele selectie georganiseerd door de gewestelijke overheidsdienst Brussel, door een instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door de federale staat of door een andere gefedereerde entiteit zijn vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef.
§ 6. De bepalingen van het statuut betreffende de inschakeling van personen met een handicap worden mutatis mutandis van toepassing op de contractuele indienstneming.
De contractuele werkaanbiedingen moeten ten minste worden gepubliceerd op de gewestelijke website waarop de werkaanbiedingen verspreid worden en op website van Actiris.
§ 2. Het HRM verifieert de overeenstemming van de kandidatuur met de voorwaarden voor deelname aan de selectie en de functiebeschrijving.
De in aanmerking genomen kandidaten worden uitgenodigd voor de selectie.
§ 3. De totale selectie wordt georganiseerd door het HRM en bestaat uit een anonieme schriftelijke proef en een mondelinge proef :
1. De anonieme schriftelijke proef is een schriftelijke of computergestuurde test, met als doel het evalueren van de generieke vaardigheden van de kandidaten, of uit een competentiebilan uitgevoerd door Actiris of door Brussel Openbaar ambt.
Deze proef is eliminerend.
Worden vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef, deze kandidaten die hoogstens zes maanden eerder reeds geslaagd zijn voor deze proef bij een eerdere selectie en hiervoor schriftelijk een aanvraag indienen. De kandidaten die beslissen de anonieme schriftelijke proef opnieuw af te leggen, kunnen niet langer de resultaten behaald voor de anonieme schriftelijke proef bij een eerdere selectie inroepen.
Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt.
2. De kandidaten wordt opgedragen om hun mondelinge proef voor te stellen volgens hun klasseringsvolgorde.
Het aantal opgeroepen kandidaten hangt af van het aantal in te vullen betrekkingen.
De mondelinge proef vindt plaats voor een jury die voorgezeten wordt door de HRM of zijn/haar afgevaardigde, en is samengesteld als volgt :
c) een assessor gekozen uit de personeelsleden van de instelling van een graad die minstens evenwaardig is aan die van de in te vullen functie;
d) een personeelslid van HRM belast met de selectie.
De beslissingen worden genomen bij meerderheid van stemmen.
[1 Wanneer de jury uit twee leden bestaat, mogen ze niet van hetzelfde gender zijn.]1
Deze proef dient om de volgende vereisten te evalueren :
a) de motivatie om de functie te bekleden,
b) de technische vaardigheden,
c) de essentiële specifieke vaardigheden.
[1 De uit twee personen bestaande jury beslist bij consensus.]1
Na deze proef worden de kandidaten gerangschikt en in dienst genomen in volgorde van hun rangschikking. De kandidaten worden opgenomen in een wervingsreserve waarvan de geldigheidsduur twee jaar bedraagt.
§ 4. In afwijking van paragraaf 3, 1°, bestaat de anonieme schriftelijke proef ambtshalve uit een beoordeling van de vaardigheden die wordt uitgevoerd door Actiris voor de categorie van contractuelen bedoeld in het artikel 2, 5°.
§ 5. De laureaten van een statutaire of contractuele selectie georganiseerd door de gewestelijke overheidsdienst Brussel, door een instelling van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, door de federale staat of door een andere gefedereerde entiteit zijn vrijgesteld van de anonieme schriftelijke proef.
§ 6. De bepalingen van het statuut betreffende de inschakeling van personen met een handicap worden mutatis mutandis van toepassing op de contractuele indienstneming.
Art. 9. § 1. Le service chargé de la gestion de ressources humaines, en abrégé la GRH, établit les descriptions de fonctions conformément à l'article 34 du statut.
Les offres d'emploi contractuel sont publiées à tout le moins sur le site régional de diffusion des offres d'emploi et sur le site d'Actiris.
§ 2. La GRH vérifie la conformité de la candidature avec les conditions de participation à la sélection et avec la description de fonction.
Les candidats retenus sont invités à la sélection.
§ 3. La totalité de la sélection est organisée par la GRH et se compose d'une épreuve écrite anonyme et d'une épreuve orale :
1. L'épreuve écrite anonyme consiste en un test, informatisé ou écrit, dont la finalité est d'évaluer les compétences génériques des candidats ou en un bilan de compétences effectué par Actiris ou Bruxelles Fonction publique.
Cette épreuve est éliminatoire.
Sont dispensés de l'épreuve écrite anonyme, les candidats qui ont réussi cette même épreuve au maximum six mois auparavant dans le cadre d'une sélection précédente et qui en introduisent une demande écrite. Les candidats qui décident de repasser l'épreuve écrite anonyme ne peuvent plus invoquer les résultats obtenus pour l'épreuve écrite anonyme dans une sélection précédente.
A l'issue de cette épreuve, les candidats sont classés.
2. Les candidats sont appelés à présenter l'épreuve orale dans leur ordre de classement.
Le nombre de candidats appelés est fonction du nombre d'emplois à pourvoir.
L'épreuve orale se déroule devant un jury présidé par la GRH ou son délégué, et composé comme suit :
a) [1 au moins]1 un assesseur choisi parmi le personnel de l'organisme, dont le grade est au moins équivalent à celui de la fonction à pourvoir;
b) un membre du personnel de la GRH chargé de la sélection.
Les décisions se prennent à la majorité des voix.
[1 Lorsque le jury est composé de deux membres, ceux-ci ne peuvent pas être du même genre.]1
Cette épreuve est destinée à évaluer les exigences suivantes :
a) la motivation à occuper la fonction,
b) les compétences techniques,
c) les compétences spécifiques essentielles.
[1 Le jury composé de deux personnes décide par consensus.]1
A l'issue de cette épreuve, les candidats sont classés et engagés dans l'ordre de classement. Les candidats sont repris dans une réserve de recrutement dont la durée de validité est de deux ans.
§ 4. Par dérogation, au paragraphe 3, 1°, l'épreuve écrite anonyme consiste d'office en un bilan de compétences effectué par Actiris pour la catégorie de contractuels visée à l'article 2, 5°.
§ 5. Les lauréats d'une sélection statutaire ou contractuelle organisée par le service public régional de Bruxelles, par un organisme d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, par l'Etat fédéral ou une autre entité fédérée sont dispensés de l'épreuve écrite anonyme.
§ 6. Les dispositions du statut relatives à l'intégration des personnes avec un handicap sont mutatis mutandis d'application pour l'engagement des contractuels.
Les offres d'emploi contractuel sont publiées à tout le moins sur le site régional de diffusion des offres d'emploi et sur le site d'Actiris.
§ 2. La GRH vérifie la conformité de la candidature avec les conditions de participation à la sélection et avec la description de fonction.
Les candidats retenus sont invités à la sélection.
§ 3. La totalité de la sélection est organisée par la GRH et se compose d'une épreuve écrite anonyme et d'une épreuve orale :
1. L'épreuve écrite anonyme consiste en un test, informatisé ou écrit, dont la finalité est d'évaluer les compétences génériques des candidats ou en un bilan de compétences effectué par Actiris ou Bruxelles Fonction publique.
Cette épreuve est éliminatoire.
Sont dispensés de l'épreuve écrite anonyme, les candidats qui ont réussi cette même épreuve au maximum six mois auparavant dans le cadre d'une sélection précédente et qui en introduisent une demande écrite. Les candidats qui décident de repasser l'épreuve écrite anonyme ne peuvent plus invoquer les résultats obtenus pour l'épreuve écrite anonyme dans une sélection précédente.
A l'issue de cette épreuve, les candidats sont classés.
2. Les candidats sont appelés à présenter l'épreuve orale dans leur ordre de classement.
Le nombre de candidats appelés est fonction du nombre d'emplois à pourvoir.
L'épreuve orale se déroule devant un jury présidé par la GRH ou son délégué, et composé comme suit :
a) [1 au moins]1 un assesseur choisi parmi le personnel de l'organisme, dont le grade est au moins équivalent à celui de la fonction à pourvoir;
b) un membre du personnel de la GRH chargé de la sélection.
Les décisions se prennent à la majorité des voix.
[1 Lorsque le jury est composé de deux membres, ceux-ci ne peuvent pas être du même genre.]1
Cette épreuve est destinée à évaluer les exigences suivantes :
a) la motivation à occuper la fonction,
b) les compétences techniques,
c) les compétences spécifiques essentielles.
[1 Le jury composé de deux personnes décide par consensus.]1
A l'issue de cette épreuve, les candidats sont classés et engagés dans l'ordre de classement. Les candidats sont repris dans une réserve de recrutement dont la durée de validité est de deux ans.
§ 4. Par dérogation, au paragraphe 3, 1°, l'épreuve écrite anonyme consiste d'office en un bilan de compétences effectué par Actiris pour la catégorie de contractuels visée à l'article 2, 5°.
§ 5. Les lauréats d'une sélection statutaire ou contractuelle organisée par le service public régional de Bruxelles, par un organisme d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, par l'Etat fédéral ou une autre entité fédérée sont dispensés de l'épreuve écrite anonyme.
§ 6. Les dispositions du statut relatives à l'intégration des personnes avec un handicap sont mutatis mutandis d'application pour l'engagement des contractuels.
Wijzigingen
Art.9/1. [1 Ten hoogste twee derden van de juryleden behoren tot hetzelfde gender.
Bij het voorzitterschap van de jury wordt voor genderwisseling gezorgd.
De juryleden krijgen vooraf een specifieke opleiding over stereotypen en gendervooroordelen.]1
Bij het voorzitterschap van de jury wordt voor genderwisseling gezorgd.
De juryleden krijgen vooraf een specifieke opleiding over stereotypen en gendervooroordelen.]1
Art.9/1. [1 Les deux tiers au plus des membres du jury appartiennent au même genre.
Une alternance de genre est assurée dans la présidence du jury.
Les membres du jury reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre.]1
Une alternance de genre est assurée dans la présidence du jury.
Les membres du jury reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre.]1
HOOFDSTUK III. - Arbeidsregeling en verloven
CHAPITRE III. : - Du régime de travail et des congés
Afdeling 1. - Arbeidsregeling
Section 1. - Régime de travail
Art. 10. De arbeidstijd en de arbeidsregeling zijn dezelfde voor het contractueel personeel als voor het statutair personeel.
Art. 10. La durée de travail et le régime de travail sont les mêmes pour le personnel contractuel que pour le personnel statutaire.
Art. 11. § 1. Het contractuele personeelslid met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur of van een bepaalde duur van minstens twee jaar wordt geëvalueerd.
De evaluatie heeft tot doel het werk van het contractuele personeelslid in de functie die hij vervult, aan de hand van de functiebeschrijving ervan, doorlopend te beoordelen.
§ 2. De evaluatie van het contractuele personeelslid vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in titel VI van boek I van het statuut [1 en overeenkomstig artikel 2/3 van het Statuut]1
§ 3. In geval van bevestiging van de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid door de gewestelijke kamer van beroep, of indien het contractuele personeelslid tegen de verklaring van beroepsongeschiktheid niet in beroep is gegaan, wordt het contractuele personeelslid door de benoemende overheid ontslagen.
De evaluatie heeft tot doel het werk van het contractuele personeelslid in de functie die hij vervult, aan de hand van de functiebeschrijving ervan, doorlopend te beoordelen.
§ 2. De evaluatie van het contractuele personeelslid vindt plaats overeenkomstig het bepaalde in titel VI van boek I van het statuut [1 en overeenkomstig artikel 2/3 van het Statuut]1
§ 3. In geval van bevestiging van de verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid door de gewestelijke kamer van beroep, of indien het contractuele personeelslid tegen de verklaring van beroepsongeschiktheid niet in beroep is gegaan, wordt het contractuele personeelslid door de benoemende overheid ontslagen.
Art. 11. § 1. Le membre du personnel contractuel ayant un contrat à durée indéterminée ou à durée déterminée de minimum deux ans est soumis à l'évaluation.
L'évaluation a pour but d'apprécier de manière continue le travail effectué par le membre du personnel dans la fonction qu'il exerce par référence à la description de cette fonction.
§ 2. L'évaluation du membre du personnel contractuel se déroule conformément aux dispositions du titre VI du livre 1er du statut [1 et conformément à l'article 2/3 du statut.]1
§ 3. En cas de confirmation de la déclaration d'inaptitude professionnelle définitive par la Chambre de recours régionale, ou si le membre du personnel contractuel n'a pas été en recours contre la déclaration d'inaptitude professionnelle, le membre du personnel contractuel est licencié par l'autorité investie du pouvoir de nomination.
L'évaluation a pour but d'apprécier de manière continue le travail effectué par le membre du personnel dans la fonction qu'il exerce par référence à la description de cette fonction.
§ 2. L'évaluation du membre du personnel contractuel se déroule conformément aux dispositions du titre VI du livre 1er du statut [1 et conformément à l'article 2/3 du statut.]1
§ 3. En cas de confirmation de la déclaration d'inaptitude professionnelle définitive par la Chambre de recours régionale, ou si le membre du personnel contractuel n'a pas été en recours contre la déclaration d'inaptitude professionnelle, le membre du personnel contractuel est licencié par l'autorité investie du pouvoir de nomination.
Wijzigingen
Art. 12. De statutaire bepalingen inzake onverenigbaarheden en cumulatie van activiteiten zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing.
Art. 12. Les membres du personnel contractuel sont soumis aux dispositions du statut concernant les incompatibilités et le cumul d'activités.
Art. 13. De statutaire bepalingen inzake vrijwillige interne mutatie zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing, degenen bedoeld in artikel 2, 2° en 3° uitgezonderd.
Art. 13. Les membres du personnel contractuel sont soumis aux dispositions du statut concernant la mutation interne volontaire, sauf le personnel contractuel visé à l'article 2, 2° et 3°.
Afdeling 2. - Verloven
Section 2. - Congés
Art. 14. [1 De contractuele personeelsleden genieten dezelfde verloven als degene bepaald in de hoofdstukken III, V en VIII van titel VII [2 , en in titel XII]2 van Boek I van het statuut, voor zover deze regeling gunstiger is dan die bepaald bij de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten en de bijzondere wetten.
De verloven vermeld in de voorgaande leden worden toegekend volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.
De bepalingen met betrekking tot de halftijdse vervroegde uittreding voorzien in hoofdstuk III van titel VII van boek I van het statuut zijn niet van toepassing.
Voor wat betreft hoofdstuk V van titel VII van boek I van het statuut, leidt de afwezigheid van het contractueel personeelslid dat afwezig is wegens ziekte, uitgezonderd door beroepsziekte, of wegens ongeval, uitgezonderd in het geval van een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van of naar het werk, en waarbij de duur van de gelijkstelling voorzien in artikel 43, eerste lid, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers werd overschreden, tot een vermindering in evenredige mate van de jaarlijkse vakantie bepaald in hoofdstuk V van het statuut.]1
De verloven vermeld in de voorgaande leden worden toegekend volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.
De bepalingen met betrekking tot de halftijdse vervroegde uittreding voorzien in hoofdstuk III van titel VII van boek I van het statuut zijn niet van toepassing.
Voor wat betreft hoofdstuk V van titel VII van boek I van het statuut, leidt de afwezigheid van het contractueel personeelslid dat afwezig is wegens ziekte, uitgezonderd door beroepsziekte, of wegens ongeval, uitgezonderd in het geval van een arbeidsongeval of een ongeval op de weg van of naar het werk, en waarbij de duur van de gelijkstelling voorzien in artikel 43, eerste lid, 2° en 3° van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers werd overschreden, tot een vermindering in evenredige mate van de jaarlijkse vakantie bepaald in hoofdstuk V van het statuut.]1
Art. 14. [1 Les membres du personnel contractuel bénéficient des mêmes congés que ceux prévus aux chapitres III, V et VIII du titre VII [2 , et au titre XII]2 du Livre Ier du statut, pour autant que ce régime soit plus favorable que celui prévu par loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et les lois particulières.
Ces congés sont octroyés selon les modalités applicables au personnel statutaire.
Pour ce qui concerne le chapitre III du titre VII du livre Ier du statut, le départ anticipé à la pension à mi-temps ne s'applique pas.
Pour ce qui concerne le chapitre V du titre VII du livre Ier du statut, lorsque le membre du personnel contractuel est en absence pour maladie, autre que professionnelle, ou accident, autre qu'accident de travail ou sur le chemin du travail, et que la durée de l'assimilation, visée à l'article 43, alinéa 1, 2° et 3° de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, est dépassée, les absences donnent lieu à une réduction proportionnelle du congé de vacances.]1
Ces congés sont octroyés selon les modalités applicables au personnel statutaire.
Pour ce qui concerne le chapitre III du titre VII du livre Ier du statut, le départ anticipé à la pension à mi-temps ne s'applique pas.
Pour ce qui concerne le chapitre V du titre VII du livre Ier du statut, lorsque le membre du personnel contractuel est en absence pour maladie, autre que professionnelle, ou accident, autre qu'accident de travail ou sur le chemin du travail, et que la durée de l'assimilation, visée à l'article 43, alinéa 1, 2° et 3° de l'arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d'exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, est dépassée, les absences donnent lieu à une réduction proportionnelle du congé de vacances.]1
Art.14/1. [1 Het contractueel personeelslid die in een mandaatfunctie wordt aangesteld, geniet een schorsing van de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst voor de volledige duur van de uitoefening van het mandaat, onder voorbehoud van de beëindiging van de overeenkomst zoals bepaald in de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.]1
Art.14/1. [1 Le membre du personnel contractuel désigné à une fonction de mandat bénéficie d'une suspension de l'exécution de son contrat de travail pendant toute la durée de l'exercice du mandat, sous réserve d'une fin de contrat comme reprise dans les dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.]1
Art. 15. De contractuele personeelsleden mogen niet afwezig zijn indien zij geen verlof of dienstvrijstelling hebben gekregen volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.
Art. 15. Les membres du personnel contractuel ne peuvent s'absenter s'ils n'ont pas obtenu un congé ou une dispense de service selon les modalités applicables au personnel statutaire.
Art. 16. Onverminderd de op hen van toepassing zijnde regels zoals deze gelden in de privésector, vallen wegens ziekte afwezige contractuele personeelsleden onder het medisch toezicht van de door de minister daartoe aangestelde medische controledienst volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.
De regelgeving [1 van het Bestuur van de Medische Expertise]1 is op hen van toepassing voor wat betreft de arbeidsongevallen en beroepsziekten.
De regelgeving [1 van het Bestuur van de Medische Expertise]1 is op hen van toepassing voor wat betreft de arbeidsongevallen en beroepsziekten.
Art. 16. Sans préjudice des règles qui leur sont applicables selon le régime du secteur privé, les membres du personnel contractuel absents pour cause de maladie sont soumis au contrôle médical du service de contrôle médical désigné par le ministre, selon les modalités applicables au personnel statutaire.
Ils sont soumis à la réglementation [1 de l'Administration de l'expertise médicale]1 pour ce qui concerne les accidents de travail et les maladies professionnelles.
Ils sont soumis à la réglementation [1 de l'Administration de l'expertise médicale]1 pour ce qui concerne les accidents de travail et les maladies professionnelles.
Wijzigingen
Afdeling 3. - Vorming
Section 3. - De la formation
Art. 17. De statutaire bepalingen inzake vorming zijn op de contractuele personeelsleden van toepassing.
Art. 17. Les membres du personnel contractuel sont soumis aux dispositions du statut concernant la formation.
HOOFDSTUK IV. - Bezoldigings-regeling
CHAPITRE IV. - Du régime pécuniaire
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1er. - Dispositions communes
Art. 18. De contractuele personeelsleden ontvangen een bezoldiging die overeenstemt met de wedde die met de graad en de eerste schaal van een ambtenaar verbonden is voor dezelfde of een analoge functie alsmede de daarmee gepaard gaande tussentijdse verhogingen.
Art. 18. Les membres du personnel contractuel reçoivent une rémunération identique au traitement lié au grade et à la première échelle octroyés aux membres du personnel statutaire pour la même fonction ou une fonction analogue ainsi que les augmentations intercalaires qui y sont liées.
Art. 19. Overeenkomstig hun respectievelijk niveau, genieten de contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A1, B1, C1 en D1 de weddenschaal, A 101, B 101, C 101 of D 101 bij hun indienstneming, de weddenschaal A 102, B 102, C 102 of D 102. wanneer zij minstens 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben en de weddenschaal A 103, B 103, C 103 of D 103 wanneer zij minstens 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en minstens een gunstige evaluatie hebben gekregen.
De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A2 genieten van de weddenschaal A 200 bij hun indienstneming. Zij genieten respectievelijk van de weddenschaal A210 et A220 wanneer zij minstens 6 en 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en minstens een gunstige evaluatie hebben gekregen.
De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A3 genieten van de weddenschaal A300 bij hun indienstneming. Zij genieten van de weddenschaal A310 wanneer zij minstens 6, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en een gunstige evaluatie hebben gekregen.
[1 De volgende contractuele personeelsleden komen in aanmerking voor de volgende weddeschalen; zij genieten een hogere weddeschaal, mits zij een verplichte opleiding hebben gevolgd en ten minste één gunstige beoordeling hebben gekregen:
1° Adjunct-informatici: weddeschaal C103 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal C200 wanneer zij ten minste 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
2° Assistent-informatici: weddeschaal B103 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal B200 wanneer zij ten minste 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
3° Informatici: weddeschaal A111 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal A113 en A310 wanneer zij respectievelijk ten minste 6 jaar en 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
4° het hoofd van de IT-afdeling: weddeschaal A310 op het ogenblik van zijn aanstelling, weddeschaal A400 wanneer hij minstens 6 jaar anciënniteit in zijn functie heeft.]1
De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A2 genieten van de weddenschaal A 200 bij hun indienstneming. Zij genieten respectievelijk van de weddenschaal A210 et A220 wanneer zij minstens 6 en 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en minstens een gunstige evaluatie hebben gekregen.
De contractuele personeelsleden die in dienst genomen worden om bijkomende of specifieke opdrachten uitvoeren van rang A3 genieten van de weddenschaal A300 bij hun indienstneming. Zij genieten van de weddenschaal A310 wanneer zij minstens 6, voor zover zij aan de verplichte vorming hebben deelgenomen en een gunstige evaluatie hebben gekregen.
[1 De volgende contractuele personeelsleden komen in aanmerking voor de volgende weddeschalen; zij genieten een hogere weddeschaal, mits zij een verplichte opleiding hebben gevolgd en ten minste één gunstige beoordeling hebben gekregen:
1° Adjunct-informatici: weddeschaal C103 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal C200 wanneer zij ten minste 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
2° Assistent-informatici: weddeschaal B103 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal B200 wanneer zij ten minste 6 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
3° Informatici: weddeschaal A111 op het moment van hun aanstelling en de weddeschaal A113 en A310 wanneer zij respectievelijk ten minste 6 jaar en 15 jaar anciënniteit in hun functie hebben;
4° het hoofd van de IT-afdeling: weddeschaal A310 op het ogenblik van zijn aanstelling, weddeschaal A400 wanneer hij minstens 6 jaar anciënniteit in zijn functie heeft.]1
Art. 19. Suivant leur niveau respectif, les membres du personnel contractuel engagés pour effectuer des tâches auxiliaires ou spécifiques de rang A1, B1, C1 et D1 bénéficient de l'échelle de traitement A 101, B 101, C 101 ou D 101, au moment de leur engagement, de l'échelle de traitement A 102, B 102, C 102 ou D 102 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction et de l'échelle de traitement A103, B103, C103 et D103 lorsqu'ils comptent au moins 15 ans d'ancienneté dans leur fonction, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu une évaluation au moins favorable.
Les membres du personnel contractuel engagés pour effectuer des tâches auxiliaires ou spécifiques de rang A2 bénéficient de l'échelle de traitement A200 au moment de leur engagement. Ils bénéficient respectivement des échelles de traitement A210 et A220 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans et 15 ans d'ancienneté dans leur fonction, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu une évaluation au moins favorable. Les membres du personnel contractuel engagés pour effectuer des tâches auxiliaires ou spécifiques de rang A3 bénéficient de l'échelle de traitement A300 au moment de leur engagement.
Ils bénéficient de l'échelle de traitement A310 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu une évaluation favorable.
[1 Les membres du personnel contractuel suivants bénéficient des échelles de traitement ci-après; ils bénéficient d'une échelle supérieure, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu des évaluations au moins favorable :
1° les techniciens informatiques : l'échelle C103 au moment de leur engagement et l'échelle C200 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction;
2° les assistants informaticiens : l'échelle B103 au moment de leur engagement et l'échelle B200 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction;
3° les informaticiens : l'échelle A111 au moment de leur engagement, l'échelle A113 et l'échelle A310 lorsqu'ils comptent au moins respectivement 6 ans et 15 ans d'ancienneté dans leur fonction.
4° le responsable du département informatique : l'échelle A310 au moment de son engagement, l'échelle A400 lorsqu'il compte au moins 6 ans d'ancienneté dans sa fonction.]1
Les membres du personnel contractuel engagés pour effectuer des tâches auxiliaires ou spécifiques de rang A2 bénéficient de l'échelle de traitement A200 au moment de leur engagement. Ils bénéficient respectivement des échelles de traitement A210 et A220 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans et 15 ans d'ancienneté dans leur fonction, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu une évaluation au moins favorable. Les membres du personnel contractuel engagés pour effectuer des tâches auxiliaires ou spécifiques de rang A3 bénéficient de l'échelle de traitement A300 au moment de leur engagement.
Ils bénéficient de l'échelle de traitement A310 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu une évaluation favorable.
[1 Les membres du personnel contractuel suivants bénéficient des échelles de traitement ci-après; ils bénéficient d'une échelle supérieure, pour autant qu'ils aient suivi une formation obligatoire et obtenu des évaluations au moins favorable :
1° les techniciens informatiques : l'échelle C103 au moment de leur engagement et l'échelle C200 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction;
2° les assistants informaticiens : l'échelle B103 au moment de leur engagement et l'échelle B200 lorsqu'ils comptent au moins 6 ans d'ancienneté dans leur fonction;
3° les informaticiens : l'échelle A111 au moment de leur engagement, l'échelle A113 et l'échelle A310 lorsqu'ils comptent au moins respectivement 6 ans et 15 ans d'ancienneté dans leur fonction.
4° le responsable du département informatique : l'échelle A310 au moment de son engagement, l'échelle A400 lorsqu'il compte au moins 6 ans d'ancienneté dans sa fonction.]1
Wijzigingen
Art. 20. De contractuele personeelsleden genieten op dezelfde wijze als de ambtenaren van de instellingen :
a) een gewaarborgd minimuminkomen;
b) een haard- of standplaatstoelage;
c) vakantiegeld;
d) een eindejaarstoelage;
e) dezelfde vergoedingen en toelagen als degene voor dezelfde of een gelijkwaardige functie;
f) een aanvullende vergoeding voor begrafeniskosten op voorwaarde dat het totaal van de ingevolge de van toepassing zijnde regeling uitgekeerde vergoedingen in de privésector niet meer bedraagt dan het bedrag dat verschuldigd is voor ambtenaren.
a) een gewaarborgd minimuminkomen;
b) een haard- of standplaatstoelage;
c) vakantiegeld;
d) een eindejaarstoelage;
e) dezelfde vergoedingen en toelagen als degene voor dezelfde of een gelijkwaardige functie;
f) een aanvullende vergoeding voor begrafeniskosten op voorwaarde dat het totaal van de ingevolge de van toepassing zijnde regeling uitgekeerde vergoedingen in de privésector niet meer bedraagt dan het bedrag dat verschuldigd is voor ambtenaren.
Art. 20. Le personnel contractuel a droit aux mêmes conditions que pour le personnel statutaire des organismes à :
a) un revenu minimum garanti;
b) une allocation de foyer ou de résidence;
c) un pécule de vacances;
d) une allocation de fin d'année;
e) aux mêmes indemnités et allocations que celles octroyées pour la même fonction ou une fonction équivalente;
f) un complément d'indemnité pour frais funéraires dans la mesure où le total des indemnités qui lui sont dues en vertu des régimes qui lui sont appliqués dans le secteur privé ne dépasse pas le montant de l'indemnité due au personnel statutaire.
a) un revenu minimum garanti;
b) une allocation de foyer ou de résidence;
c) un pécule de vacances;
d) une allocation de fin d'année;
e) aux mêmes indemnités et allocations que celles octroyées pour la même fonction ou une fonction équivalente;
f) un complément d'indemnité pour frais funéraires dans la mesure où le total des indemnités qui lui sont dues en vertu des régimes qui lui sont appliqués dans le secteur privé ne dépasse pas le montant de l'indemnité due au personnel statutaire.
Art. 21. § 1. De geldelijke anciënniteit wordt berekend volgens de voor de ambtenaren bestaande regeling.
§ 2. De periodes van niet gewaarborgd inkomen, met uitzondering van de het moederschapsverlof en de periodes van moederschapsbescherming bedoeld in de artikelen 41bis, 42, § 1, 43, § 1 en 43bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, evenals de periodes met verminderde prestaties om medische redenen worden niet in aanmerking genomen voor de tussentijdse verhogingen of om een hogere weddenschaal te bekomen.
§ 3. De periode tijdens dewelke het personeelslid een evaluatie met vermelding "onder voorbehoud" of "onvoldoende" heeft gekregen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de anciënniteit die nodig is om een hogere weddenschaal te bekomen.
§ 2. De periodes van niet gewaarborgd inkomen, met uitzondering van de het moederschapsverlof en de periodes van moederschapsbescherming bedoeld in de artikelen 41bis, 42, § 1, 43, § 1 en 43bis van de arbeidswet van 16 maart 1971, evenals de periodes met verminderde prestaties om medische redenen worden niet in aanmerking genomen voor de tussentijdse verhogingen of om een hogere weddenschaal te bekomen.
§ 3. De periode tijdens dewelke het personeelslid een evaluatie met vermelding "onder voorbehoud" of "onvoldoende" heeft gekregen, wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van de anciënniteit die nodig is om een hogere weddenschaal te bekomen.
Art. 21. § 1. L'ancienneté pécuniaire est calculée selon les modalités applicables au personnel statutaire.
§ 2. Les périodes de salaire non garanti, à l'exception du congé de maternité et des périodes de protection de la maternité visées aux articles 41bis, 42, § 1er, 43, § 1er et 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, ainsi que les périodes de prestations réduites pour raisons médicales ne sont pas prises en considération pour les augmentations intercalaires ou pour l'obtention d'une échelle barémique supérieure.
§ 3. La période durant laquelle le membre du personnel reçoit une évaluation avec la mention " sous réserve " ou " insuffisant " n'est pas prise en compte pour le calcul de l'ancienneté nécessaire à l'obtention d'une échelle de traitement supérieure.
§ 2. Les périodes de salaire non garanti, à l'exception du congé de maternité et des périodes de protection de la maternité visées aux articles 41bis, 42, § 1er, 43, § 1er et 43bis de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, ainsi que les périodes de prestations réduites pour raisons médicales ne sont pas prises en considération pour les augmentations intercalaires ou pour l'obtention d'une échelle barémique supérieure.
§ 3. La période durant laquelle le membre du personnel reçoit une évaluation avec la mention " sous réserve " ou " insuffisant " n'est pas prise en compte pour le calcul de l'ancienneté nécessaire à l'obtention d'une échelle de traitement supérieure.
Art. 22. De geldelijke anciënniteit van een personeelslid kan nooit meer bedragen dan de reële duur van de werkelijk gepresteerde diensten.
Art. 22. L'ancienneté pécuniaire que comptent les membres du personnel ne peut jamais dépasser la durée réelle des services effectivement prestés.
Art. 23. Bij deeltijdse arbeidsovereenkomst in dienst genomen personeelsleden worden naar rata van de deeltijdse prestaties bezoldigd.
Art. 23. Les membres du personnel engagés sous contrat de travail à temps partiel sont rémunérés proportionnellement à leurs prestations partielles.
Afdeling 2. - Specifieke bepalingen ten gunste van de leden van het administratief personeel toegewezen in de hoedanigheid van operator aan de centrale 100-112 van de DBDMH
Section 2.-. - Dispositions spécifiques en faveur des membres du personnel administratif affectés en qualité d'opérateur à la centrale 100-112 du SIAMU
Art. 24. Het contractueel personeel dat als operator is toegewezen aan het hulpcentrum 100/112 geniet een forfaitaire vergoeding als compensatie voor nacht-, zaterdag- en zondagswerk tegen de hierna vermelde voorwaarden.
Art. 24. Le personnel contractuel, affecté comme opérateur à la centrale 100-112, bénéficie d'une allocation forfaitaire en compensation pour prestations de nuit, du samedi et du dimanche aux conditions reprises ci-dessous.
Art. 25. Elke effectieve gepresteerde wacht van 12 uur geeft recht op een forfaitaire vergoeding van 5 uur. Voor personeelsleden die geen nachten mogen presteren vanaf 20 uur en die alleen tussen 8 uur en 20 uur presteren bedraagt de forfaitaire vergoeding 4 uur.
Art. 25. Chaque garde de 12 heures effectivement prestée donne droit à une allocation forfaitaire de 5 heures. Pour les membres du personnel qui ne peuvent pas prester de nuit à partir de 20 heures et qui ne prestent qu'entre 8 heures et 20 heures, l'allocation forfaitaire s'élève à 4 heures.
Art. 26. Er dient te worden verstaan onder nachtprestaties, de prestaties tussen 18 en 8 uur.
Art. 26. Il y a lieu d'entendre par prestations de nuit, les prestations accomplies entre 18 et 8 heures.
Art. 27. Het bedrag per uur prestatie van de toelage wordt vastgesteld op 1/1850 van het salaris vermeerderd met de haard- of standplaatstoelage en/of de toelage voor het uitoefenen van een hoger ambt.
Art. 27. Le montant de l'heure de prestation est fixé à 1/1850 de la rémunération augmentée de l'allocation de foyer ou résidence et/ou pour fonction supérieure.
Art. 28. Een verantwoordelijkheids-toelage wordt toegekend aan de leden van het contractueel personeel die als operator zijn toegewezen aan de centrale 100-112 van de Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp.
Deze toelage bedraagt € 1.365 op jaarbasis.
Zij is gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138.01.
Deze toelage bedraagt € 1.365 op jaarbasis.
Zij is gekoppeld aan de schommelingen van de spilindex 138.01.
Art. 28. Une allocation de responsabilité est octroyée aux membres du personnel contractuel affectés comme opérateur à la centrale 100-112 du Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente.
Elle s'élève à € 1.365 sur une base annuelle.
Elle est liée aux fluctuations de l'indice pivot 138,01.
Elle s'élève à € 1.365 sur une base annuelle.
Elle est liée aux fluctuations de l'indice pivot 138,01.
Art. 29. De toelagen worden maandelijks uitbetaald, na het vervallen van de termijn.
Art. 29. Ces allocations sont payées mensuellement, à terme échu.
HOOFDSTUK V. - De ontbinding van de arbeidsovereenkomst
CHAPITRE V. - De la résiliation du contrat de travail
Art. 30. Indien professionele tekortkomingen of diverse gebreken, buiten het geval van dringende redenen of een verklaring van definitieve beroepsongeschiktheid bedoeld in artikel 11, § 3, worden vastgesteld die een ontslag verantwoorden, stelt de hiërarchische meerdere een omstandig verslag op waarin deze worden opgenomen.
De hiërarchische meerdere hoort en licht het contractueel personeelslid in omtrent het verslag en het voorstel tot ontslag. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
De hiërarchische meerdere hoort en licht het contractueel personeelslid in omtrent het verslag en het voorstel tot ontslag. Het personeelslid kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
Art. 30. Si des manquements professionnels ou divers, en dehors des motifs graves ou d'une déclaration d'inaptitude professionnelle visée à l'article 11, § 3, sont constatés qui justifient un licenciement, le supérieur hiérarchique établit un rapport circonstancié dans lequel il reprend ceux-ci.
Le supérieur hiérarchique entend et informe le membre du personnel contractuel du rapport et de la proposition de licenciement. Le membre du personnel peut se faire assister par une personne de son choix.
Le supérieur hiérarchique entend et informe le membre du personnel contractuel du rapport et de la proposition de licenciement. Le membre du personnel peut se faire assister par une personne de son choix.
Art. 31. Het verslag en het voorstel tot ontslag worden verzonden aan de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar of hun afgevaardigde en betekend aan het contractuele personeelslid per aangetekend schrijven.
Art. 31. Le rapport et la proposition de licenciement sont envoyés au fonctionnaire dirigeant ou au fonctionnaire dirigeant adjoint ou à leur délégué et notifiés au membre du personnel contractuel par lettre recommandée à la poste.
Art. 32. Het contractueel personeelslid wordt gehoord door de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar ten vroegste 15 dagen na de ontvangst van het verslag en het voorstel tot ontslag bedoeld in artikel 30. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
Art. 32. Le membre du personnel contractuel est entendu par le fonctionnaire dirigeant ou par le fonctionnaire dirigeant adjoint au plus tôt 15 jours après réception du rapport et de la proposition visés à l'article 30. Le membre du personnel peut se faire assister par une personne de son choix.
Art. 33. Na het horen van het personeelslid beslist de leidende ambtenaar of de adjunct-leidende ambtenaar of het aangewezen is om het personeelslid te ontslaan.
Art. 33. Après avoir entendu le membre du personnel, le fonctionnaire dirigeant ou le fonctionnaire dirigeant adjoint décide s'il est indiqué de licencier le membre du personnel.
Art. 34. De definitieve beslissing wordt betekend per aangetekend schrijven aan het contractuele personeelslid ten laatste 10 dagen na zijn hoorzitting.
Art. 34. La décision définitive est notifiée par lettre recommandée à la poste au membre du personnel contractuel au plus tard 10 jours après son audition.
Art. 35. In geval van herstructurering van diensten, die het ontslag van contractuele personeelsleden tot gevolg kan hebben, dient er vooraf overleg met de representatieve vakorganisaties plaats te hebben.
Art. 35. En cas de restructuration des services pouvant entraîner le licenciement de membres du personnel contractuel, une concertation préalable doit avoir lieu avec les organisations syndicales représentatives.
HOOFDSTUK VI. - Overgangsbepalingen
CHAPITRE VI. - Dispositions transitoires
Onderafdeling 1. - Algemene overgangsbepalingen
Sous-section 1. - Dispositions transitoires générales
Art. 36. De aanwervingsprocedures voor de betrekkingen die vacant verklaard werd(en) voor de inwerkingtreding van dit besluit worden voortgezet op basis van de bepalingen die op deze procedure van toepassing waren voor deze datum.
Art. 36. Les procédures de recrutement pour lesquelles le ou les emplois ont été déclarés vacants avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont poursuivies sur la base des dispositions qui leur étaient applicables avant cette date.
Art. 37. De geldelijke anciënniteit verworven door de contractuele personeelsleden op datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft ongewijzigd.
Art. 37. Les anciennetés pécuniaires acquises par les membres du personnel contractuel à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté restent acquises.
Onderafdeling 2. - Overgangsmaatregel voor de opgeheven bijkomende en specifieke opdrachten
Sous-section 2. - Mesure transitoire pour les tâches auxiliaires et spécifiques abrogées
Art. 38. De taken, uitgeoefend door de volgende betrekkingen worden niet langer beschouwd als bijkomende en specifieke opdrachten bij vertrek van de titularis van de betrokken betrekking :
1. de expertingenieurs van het water- en milieubeleid bij de Haven van Brussel (rang A1);
2. de zeevaartexperts bij de Haven van Brussel (rang A2)
3. de verpleegkundigen (rang B1);
4. de financiële auditeurs (rang A2);
5. de sociaal afgevaardigden van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) (rang B2);
6. de coördinator van de beheersovereenkomst tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de BGHM, en tussen de BGHM en de Openbare Vastgoedmaatschappijen (rang A2);
7. de experts inzake duurzame huisvesting bij de BGHM (rang A2);
8. de experts inzake integratie van kunstwerken in sociale woningen bij de BGHM (rang A2);
9. de experts inzake het Huisvestingsplan van de BGHM (rang A2);
10. de expert verantwoordelijk voor de sociaal afgevaardigden van de BGHM (rang A2);
11. de expert "coördinatie van het Huisvestingsplan" van de BGHM (rang A3);
12. de junioranalisten van de arbeidsmarkt bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor de Arbeidsbemiddeling (BGDA) (rang A1);
13. de consultants inzake diversiteit bij de BGDA (rang A1);
14. de consultants van de transversale cel in het kader van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A1);
15. de expertanalisten van de arbeidsmarkt bij de BGDA (rang A2);
16. de experts inzake overzicht van de vakbekwaamheden bij de BGDA (rang A2);
17. de experts in internationale betrekkingen inzake werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);
18. de coördinator van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);
19. de experts verantwoordelijk voor de opvolging van de beheersovereenkomst tussen de BGDA en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de BGDA (rang A2);
20. de attachés belast met de bevordering van het rationeel energiebeleid bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) (rang A1);
21. de attachés belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A1);
22. de experts belast met de uitvoering van de liberalisering van de energiemarkt bij het BIM (rang A2);
23. de experts belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A2);
24. de experts in wetenschappelijk onderzoek bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (IWOIB) (rang A2);
25. de secretaris van de Raad voor Wetenschapsbeleid bij het IWOIB (rang A2)
26. de arbeiders van het kledingatelier van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (BHDBDMH) (rang E1);
27. de operatoren 100 van de BHDBDMH (rang C1);
28. de hoofdoperatoren 100 van de BHDBDMH (rang C2);
29. de monitors lichamelijke opvoeding van de BHDBDMH (rang B1);
30. de preventieassistenten van de BHDBDMH (rang B1);
31. de preventieattachés van de BHDBDMH (rang A1);
32. de ploegbazen van de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E2)
33. de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E1);
34. de garagetechnici (rang C1).
De eerste lid van dit artikel doet geen afbreuk aan de reeds gevestigde personeelsleden die verder presteren in hun functie totdat er een einde wordt gemaakt aan hun contract. De betrokken personeelsleden blijven genieten van de geldelijke regeling die wordt beoogd in het artikel 19.
1. de expertingenieurs van het water- en milieubeleid bij de Haven van Brussel (rang A1);
2. de zeevaartexperts bij de Haven van Brussel (rang A2)
3. de verpleegkundigen (rang B1);
4. de financiële auditeurs (rang A2);
5. de sociaal afgevaardigden van de Brusselse Gewestelijke Huisvestingsmaatschappij (BGHM) (rang B2);
6. de coördinator van de beheersovereenkomst tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de BGHM, en tussen de BGHM en de Openbare Vastgoedmaatschappijen (rang A2);
7. de experts inzake duurzame huisvesting bij de BGHM (rang A2);
8. de experts inzake integratie van kunstwerken in sociale woningen bij de BGHM (rang A2);
9. de experts inzake het Huisvestingsplan van de BGHM (rang A2);
10. de expert verantwoordelijk voor de sociaal afgevaardigden van de BGHM (rang A2);
11. de expert "coördinatie van het Huisvestingsplan" van de BGHM (rang A3);
12. de junioranalisten van de arbeidsmarkt bij de Brusselse Gewestelijke Dienst voor de Arbeidsbemiddeling (BGDA) (rang A1);
13. de consultants inzake diversiteit bij de BGDA (rang A1);
14. de consultants van de transversale cel in het kader van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A1);
15. de expertanalisten van de arbeidsmarkt bij de BGDA (rang A2);
16. de experts inzake overzicht van de vakbekwaamheden bij de BGDA (rang A2);
17. de experts in internationale betrekkingen inzake werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);
18. de coördinator van het territoriaal pact voor de werkgelegenheid bij de BGDA (rang A2);
19. de experts verantwoordelijk voor de opvolging van de beheersovereenkomst tussen de BGDA en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bij de BGDA (rang A2);
20. de attachés belast met de bevordering van het rationeel energiebeleid bij het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) (rang A1);
21. de attachés belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A1);
22. de experts belast met de uitvoering van de liberalisering van de energiemarkt bij het BIM (rang A2);
23. de experts belast met de uitvoering van Europese richtlijnen bij het BIM (rang A2);
24. de experts in wetenschappelijk onderzoek bij het Instituut ter bevordering van het Wetenschappelijk Onderzoek en de Innovatie van Brussel (IWOIB) (rang A2);
25. de secretaris van de Raad voor Wetenschapsbeleid bij het IWOIB (rang A2)
26. de arbeiders van het kledingatelier van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp (BHDBDMH) (rang E1);
27. de operatoren 100 van de BHDBDMH (rang C1);
28. de hoofdoperatoren 100 van de BHDBDMH (rang C2);
29. de monitors lichamelijke opvoeding van de BHDBDMH (rang B1);
30. de preventieassistenten van de BHDBDMH (rang B1);
31. de preventieattachés van de BHDBDMH (rang A1);
32. de ploegbazen van de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E2)
33. de personeelsleden die met de schoonmaak of de restaurantbediening zijn belast (rang E1);
34. de garagetechnici (rang C1).
De eerste lid van dit artikel doet geen afbreuk aan de reeds gevestigde personeelsleden die verder presteren in hun functie totdat er een einde wordt gemaakt aan hun contract. De betrokken personeelsleden blijven genieten van de geldelijke regeling die wordt beoogd in het artikel 19.
Art. 38. Les tâches, exercées par les emplois suivants, ne sont plus considérées comme des tâches auxiliaires et spécifiques au départ du titulaire de l'emploi concerné :
1. les ingénieurs experts en gestion de l'eau et de l'environnement au Port de Bruxelles (rang A1);
2. les experts en matière nautique au Port de Bruxelles (rang A2);
3. les infirmiers (rang B1);
4. les auditeurs financiers (rang A2);
5. les délégués sociaux de la Société du Logement de la Région bruxelloise (SLRB) (rang B2);
6. le coordinateur du contrat de gestion entre la Région de Bruxelles-Capitale et la SLRB, et entre la SLRB et les Sociétés Immobilières de service public (rang A2);
7. les experts en logement durable de la SLRB (rang A2);
8. les experts en intégration d'oeuvres d'art dans les logements sociaux de la SLRB (rang A2);
9. les experts du Plan Logement de la SLRB (rang A2);
10. l'expert responsable des délégués sociaux de la SLRB (rang A2);
11. l'expert "coordination du Plan Logement" de la SLRB (rang A3);
12. les analystes juniors du marché de l'emploi à l'Office régional bruxellois de l'Emploi (ORBEm) (rang A1);
13. les consultants en diversité à l'ORBEm (rang A1);
14. les consultants de la cellule transversale dans le cadre du pacte territorial pour l'emploi à l'ORBEm (rang A1);
15. les analystes experts du marché de l'emploi à l'ORBEm (rang A2);
16. les experts en bilan de compétences à l'ORBEm (rang A2);
17. les experts en relations internationales en matière d'emploi à l'ORBEm (rang A2);
18. le coordinateur du pacte territorial pour l'emploi à l'ORBEm (rang A2);
19. les experts responsables du suivi du contrat de gestion entre l'ORBEm et la Région de Bruxelles-Capitale à l'ORBEm (rang A2);
20. les attachés chargés de la promotion des politiques rationnelles de l'énergie à l'Institut Bruxellois pour la Gestion de l'Environnement (IBGE) (rang A1);
21. les attachés chargés de la mise en oeuvre des directives européennes à l'IBGE (rang A1);
22. les experts chargés de la mise en oeuvre de la libéralisation du marché de l'énergie à l'IBGE (rang A2);
23. les experts chargés de la mise en oeuvre des directives européennes à l'IBGE (rang A2);
24. les experts en recherche scientifique de l'Institut d'encouragement de la recherche scientifique et de l'innovation de Bruxelles (IRSIB) (rang A2);
25. le secrétaire du Conseil de la Politique scientifique à l'IRSIB (rang A2).
26. les ouvriers de l'atelier de lingerie du Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale (SIAMU) (rang E1);
27. les opérateurs 100 du SIAMU (rang C1);
28. les chefs opérateurs 100 du SIAMU (rang C2);
29. les moniteurs d'éducation physique du SIAMU (rang B1);
30. les assistants en prévention du SIAMU (rang B1);
31. les attachés en prévention du SIAMU (rang A1).
32. les chefs d'équipe des membres du personnel chargés des travaux de nettoyage ou du service des restaurants (rang E2);
33. les membres du personnel chargés des travaux de nettoyage ou du service des restaurants (rang E1);
34. les techniciens de garage (rang C1).
L'alinéa 1er du présent article ne porte pas préjudice aux membres du personnel en poste qui continuent à prester dans leur fonction jusqu'à qu'il soit mis un terme à leur contrat. Les membres du personnel concernés continuent à bénéficier du régime pécuniaire visé à l'article 19.
1. les ingénieurs experts en gestion de l'eau et de l'environnement au Port de Bruxelles (rang A1);
2. les experts en matière nautique au Port de Bruxelles (rang A2);
3. les infirmiers (rang B1);
4. les auditeurs financiers (rang A2);
5. les délégués sociaux de la Société du Logement de la Région bruxelloise (SLRB) (rang B2);
6. le coordinateur du contrat de gestion entre la Région de Bruxelles-Capitale et la SLRB, et entre la SLRB et les Sociétés Immobilières de service public (rang A2);
7. les experts en logement durable de la SLRB (rang A2);
8. les experts en intégration d'oeuvres d'art dans les logements sociaux de la SLRB (rang A2);
9. les experts du Plan Logement de la SLRB (rang A2);
10. l'expert responsable des délégués sociaux de la SLRB (rang A2);
11. l'expert "coordination du Plan Logement" de la SLRB (rang A3);
12. les analystes juniors du marché de l'emploi à l'Office régional bruxellois de l'Emploi (ORBEm) (rang A1);
13. les consultants en diversité à l'ORBEm (rang A1);
14. les consultants de la cellule transversale dans le cadre du pacte territorial pour l'emploi à l'ORBEm (rang A1);
15. les analystes experts du marché de l'emploi à l'ORBEm (rang A2);
16. les experts en bilan de compétences à l'ORBEm (rang A2);
17. les experts en relations internationales en matière d'emploi à l'ORBEm (rang A2);
18. le coordinateur du pacte territorial pour l'emploi à l'ORBEm (rang A2);
19. les experts responsables du suivi du contrat de gestion entre l'ORBEm et la Région de Bruxelles-Capitale à l'ORBEm (rang A2);
20. les attachés chargés de la promotion des politiques rationnelles de l'énergie à l'Institut Bruxellois pour la Gestion de l'Environnement (IBGE) (rang A1);
21. les attachés chargés de la mise en oeuvre des directives européennes à l'IBGE (rang A1);
22. les experts chargés de la mise en oeuvre de la libéralisation du marché de l'énergie à l'IBGE (rang A2);
23. les experts chargés de la mise en oeuvre des directives européennes à l'IBGE (rang A2);
24. les experts en recherche scientifique de l'Institut d'encouragement de la recherche scientifique et de l'innovation de Bruxelles (IRSIB) (rang A2);
25. le secrétaire du Conseil de la Politique scientifique à l'IRSIB (rang A2).
26. les ouvriers de l'atelier de lingerie du Service d'Incendie et d'Aide médicale urgente de la Région de Bruxelles-Capitale (SIAMU) (rang E1);
27. les opérateurs 100 du SIAMU (rang C1);
28. les chefs opérateurs 100 du SIAMU (rang C2);
29. les moniteurs d'éducation physique du SIAMU (rang B1);
30. les assistants en prévention du SIAMU (rang B1);
31. les attachés en prévention du SIAMU (rang A1).
32. les chefs d'équipe des membres du personnel chargés des travaux de nettoyage ou du service des restaurants (rang E2);
33. les membres du personnel chargés des travaux de nettoyage ou du service des restaurants (rang E1);
34. les techniciens de garage (rang C1).
L'alinéa 1er du présent article ne porte pas préjudice aux membres du personnel en poste qui continuent à prester dans leur fonction jusqu'à qu'il soit mis un terme à leur contrat. Les membres du personnel concernés continuent à bénéficier du régime pécuniaire visé à l'article 19.
HOOFDSTUK VIII. - Opheffings- en slotbepalingen
CHAPITRE VIII. : - Dispositions abrogatoires et finales
Art. 39. Het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 27 maart 2014 tot regeling van de administratieve en geldelijke toestand van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd door het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 november 2015, wordt opgeheven.
Art. 39. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 27 mars 2014 portant réglementation de la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitales du 20 novembre 2015, est abrogé.
Art. 40. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 40. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge.
Art. 41. De minister bevoegd voor Openbaar Ambt wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 41. Le ministre qui a la Fonction publique dans ses attributions est chargé du l'exécution du présent arrêté.