Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
1°[1 werkzoekende: een persoon die bij de VDAB ingeschreven is, geen betaalde beroepsarbeid verricht en die behoort tot een van volgende categorieën:
a) uitkeringsgerechtigd zijn;
b) niet-uitkeringsgerechtigd zijn;
c) als rechthebbende op maatschappelijke integratie, een leefloon krijgen;
d) als rechthebbende op maatschappelijke hulp, financiële steun krijgen;
e) als erkende arbeidsongeschikte in de zin van de uitkeringsverzekering voor werknemers of de uitkeringsverzekering voor zelfstandigen, de toelating hebben gekregen van de adviserende arts van het ziekenfonds om het werk te hervatten;
f) als rechthebbende op de overbrugging voor zelfstandigen, de financiële uitkering krijgen]1.
2° uitbetalingsorganen : de volgende organen die belast zijn met de uitbetaling van :
- de werkloosheidsuitkeringen, namelijk de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen en de erkende uitbetalingsinstellingen in het kader van de werkloosheidsverzekering;
- het leefloon of de maatschappelijke financiële hulp, namelijk de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
- de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, namelijk de Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering en de verzekeringsinstellingen in het kader van de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;
- de financiële uitkering bij overbruggingsrecht, namelijk de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen.
[1 De volgende categorieën worden niet als werkzoekende als vermeld in het eerste lid, 1°, beschouwd:
1° de werknemers die hun opzegtermijn presteren of van wie de opzegtermijn is gedekt door een verbrekingsvergoeding;
2° de werknemers die tijdelijk werkloos worden in toepassing van artikelen 26, 51 en 77/4 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten.]1
3° zelfstandige in hoofdberoep : een natuurlijke persoon die aan al de volgende voorwaarden voldoet :
- een beroepsbezigheid uitoefenen waarvoor hij geen arbeidsovereenkomst heeft gesloten of waaraan hij niet door een statuut verbonden is;
- zich in die hoedanigheid van zelfstandige in hoofdberoep aangesloten hebben bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen;
- geen beroepsbezigheid uitoefenen die binnen het toepassingsgebied valt van artikel 35 van het koninklijk besluit van 19 december 1967 houdende algemeen reglement in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.
4° beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep starten : zich aansluiten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen in de hoedanigheid van zelfstandige in hoofdberoep;
5° ondernemer : de begunstigde van een transitiepremie;
6° transitiepremie : de premie vermeld in artikel 3 van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren;
7° ondernemingsnummer : het unieke identificatienummer dat toegekend is aan ondernemingen door de Kruispuntbank van Ondernemingen van de Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie met toepassing van artikel 1 van het koninklijk besluit van 24 juni 2003 tot vaststelling van de toekenningsregels, de samenstelling en de overdrachtsmodaliteiten van het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidsnummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
8° prestarterstraject : een door de minister conform artikel 12 bepaald traject richting zelfstandig ondernemerschap dat voorbereidt op de start van een eigen onderneming;
9° dienstverlener : organisaties met publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid of natuurlijke personen die een prestarterstraject organiseren;
10° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid;
11° departement : het Departement Werk en Sociale Economie vermeld in artikel 25, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
12° VDAB : de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
23 FEBRUARI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-03-2018 en tekstbijwerking tot 08-02-2023)
Titre
23 FEVRIER 2018. - Arrêté du Gouvernement flamand portant exécution du décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-03-2018 et mise à jour au 08-02-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied en voorwaarden
HOOFDSTUK 3. - Bedrag en looptijd van de transi...
HOOFDSTUK 4. - Cumulatie
HOOFDSTUK 5. - Procedure
HOOFDSTUK 6. - Prestarterstraject
HOOFDSTUK 7. - Stopzetting van de uitbetaling v...
HOOFDSTUK 8. - Terugvordering
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Champ d'application et conditions
CHAPITRE 3. - Montant et durée de la prime de t...
CHAPITRE 4. - Cumul
CHAPITRE 5. - Procédure
CHAPITRE 6. - Parcours de candidat entrepreneur
CHAPITRE 7. - Cessation du paiement de la prime
CHAPITRE 8. - Recouvrement
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Tekst (31)
Texte (31)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, il convient d'entendre par :
1° [1 demandeur d'emploi : une personne inscrite auprès de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (VDAB), qui n'exerce aucun travail professionnel rémunéré et qui appartient à l'une des catégories suivantes :
a) ayant droit aux prestations de chômage ;
b) ne pas avoir droit aux prestations de chômage ;
c) bénéficier du revenu d'intégration sociale en tant qu'ayant droit à l'intégration sociale ;
d) bénéficier d'une aide financière en tant qu'ayant droit à l'aide sociale ;
e) en tant que personne reconnue comme étant en incapacité de travail au sens de l'assurance indemnités des travailleurs salariés ou de l'assurance indemnités des travailleurs indépendants, avoir obtenu l'autorisation du médecin-conseil de la mutualité à reprendre le travail ;
f) bénéficier de l'allocation financière en tant qu'ayant droit au régime de transition pour travailleurs indépendants ]1.
2° organismes payeurs : les entités suivantes chargées des paiements suivants :
- allocations de chômage, à savoir la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage et les organismes payeurs agréés de l'assurance chômage ;
- le revenu d'intégration ou l'aide financière sociale, à savoir les centres publics d'aide sociale ;
- les allocations de maladie et d'invalidité, à savoir la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et les institutions d'assurance dans le cadre de l'assurance obligatoire pour soins et allocations médicaux ;
- l'allocation financière en cas de droit au régime transitoire, à savoir les caisses d'assurance sociale des travailleurs indépendants.
[1 Les catégories suivantes ne sont pas considérées comme demandeurs d'emploi tels que visés à l'alinéa 1er, 1° :
1° les employés prestant leur délai de préavis ou dont le délai de préavis est couvert par une indemnité de rupture ;
2° les employés se retrouvant en chômage temporaire en application des articles 26, 51 et 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.]1
3° travailleur indépendant à titre principal : la personne physique qui réunit les conditions suivantes :
- exercer une profession sans contrat de travail ou sans engagement statutaire ;
- dans sa qualité de travailleur indépendant à titre principal, adhérer à une caisse d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
- ne pas exercer d'activité professionnelle régie par l'article 35 de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
4° commencer une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal : adhérer à une caisse d'assurance sociale des travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales pour travailleurs indépendants en qualité d'indépendant à titre principal ;
5° entrepreneur: le bénéficiaire d'une prime de transition ;
6° prime de transition : la prime visée à l'article 3 du décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
7° numéro d'entreprise : le numéro d'identification unique attribué aux entreprises par la Banque-Carrefour des Entreprises du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie en application de l'article 1er de l'arrêté royal du 24 juin 2003 fixant les règles d'attribution, la composition et les modalités de transfert du numéro d'entreprise et du numéro d'unité d'établissement dans la Banque-Carrefour des Entreprises ;
8° parcours de candidat entrepreneur : un parcours vers l'entrepreneuriat indépendant, défini par le Ministre conformément à l'article 12, qui prépare le candidat à la création de sa propre entreprise ;
9° prestataire de services: une organisation dotée de la personnalité juridique de droit public ou privé ou une personne physique, qui organise un parcours de candidat entrepreneur ;
10° ministre : le ministre flamand chargé de la politique de l'emploi ;
11° Département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
12° VDAB : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ;
1° [1 demandeur d'emploi : une personne inscrite auprès de l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (VDAB), qui n'exerce aucun travail professionnel rémunéré et qui appartient à l'une des catégories suivantes :
a) ayant droit aux prestations de chômage ;
b) ne pas avoir droit aux prestations de chômage ;
c) bénéficier du revenu d'intégration sociale en tant qu'ayant droit à l'intégration sociale ;
d) bénéficier d'une aide financière en tant qu'ayant droit à l'aide sociale ;
e) en tant que personne reconnue comme étant en incapacité de travail au sens de l'assurance indemnités des travailleurs salariés ou de l'assurance indemnités des travailleurs indépendants, avoir obtenu l'autorisation du médecin-conseil de la mutualité à reprendre le travail ;
f) bénéficier de l'allocation financière en tant qu'ayant droit au régime de transition pour travailleurs indépendants ]1.
2° organismes payeurs : les entités suivantes chargées des paiements suivants :
- allocations de chômage, à savoir la Caisse auxiliaire de paiement des allocations de chômage et les organismes payeurs agréés de l'assurance chômage ;
- le revenu d'intégration ou l'aide financière sociale, à savoir les centres publics d'aide sociale ;
- les allocations de maladie et d'invalidité, à savoir la Caisse auxiliaire d'assurance maladie-invalidité et les institutions d'assurance dans le cadre de l'assurance obligatoire pour soins et allocations médicaux ;
- l'allocation financière en cas de droit au régime transitoire, à savoir les caisses d'assurance sociale des travailleurs indépendants.
[1 Les catégories suivantes ne sont pas considérées comme demandeurs d'emploi tels que visés à l'alinéa 1er, 1° :
1° les employés prestant leur délai de préavis ou dont le délai de préavis est couvert par une indemnité de rupture ;
2° les employés se retrouvant en chômage temporaire en application des articles 26, 51 et 77/4 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail.]1
3° travailleur indépendant à titre principal : la personne physique qui réunit les conditions suivantes :
- exercer une profession sans contrat de travail ou sans engagement statutaire ;
- dans sa qualité de travailleur indépendant à titre principal, adhérer à une caisse d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales pour travailleurs indépendants ;
- ne pas exercer d'activité professionnelle régie par l'article 35 de l'arrêté royal du 19 décembre 1967 portant règlement général en exécution de l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants.
4° commencer une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal : adhérer à une caisse d'assurance sociale des travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales pour travailleurs indépendants en qualité d'indépendant à titre principal ;
5° entrepreneur: le bénéficiaire d'une prime de transition ;
6° prime de transition : la prime visée à l'article 3 du décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat ;
7° numéro d'entreprise : le numéro d'identification unique attribué aux entreprises par la Banque-Carrefour des Entreprises du Service public fédéral Economie, PME, Classes moyennes et Energie en application de l'article 1er de l'arrêté royal du 24 juin 2003 fixant les règles d'attribution, la composition et les modalités de transfert du numéro d'entreprise et du numéro d'unité d'établissement dans la Banque-Carrefour des Entreprises ;
8° parcours de candidat entrepreneur : un parcours vers l'entrepreneuriat indépendant, défini par le Ministre conformément à l'article 12, qui prépare le candidat à la création de sa propre entreprise ;
9° prestataire de services: une organisation dotée de la personnalité juridique de droit public ou privé ou une personne physique, qui organise un parcours de candidat entrepreneur ;
10° ministre : le ministre flamand chargé de la politique de l'emploi ;
11° Département : le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale, visé à l'article 25, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande ;
12° VDAB : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, visé à l'article 3, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle ;
Wijzigingen
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied en voorwaarden
CHAPITRE 2. - Champ d'application et conditions
Art. 2. Binnen de perken van de jaarlijks goedgekeurde begroting kan het departement een maandelijkse transitiepremie toekennen aan een ondernemer die aan al de volgende voorwaarden voldoet :
1° op zijn vroegste op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep starten;
Voor de toepassing van deze voorwaarde wordt de overgang van de hoedanigheid van zelfstandige in bijberoep naar die van zelfstandige in hoofdberoep ook beschouwd als de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
2° binnen zes maanden nadat het prestarterstraject afgerond is en uiterlijk in de maand die voorafgaat aan de maand waarin de toekenning van de transitiepremie ingaat, een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep starten;
3° op de dag voor hij een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep start werkzoekende zijn; [4 en zich niet bevinden in de periode van onderbreking van de inschrijving als werkzoekende, vermeld in punt 11° ]4 de werkloosheid mag niet veroorzaakt zijn door de stopzetting of de vermindering van arbeid als loontrekkende met het oog op het bekomen van het voordeel van de transitiepremie;
4° ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, vermeld in artikel I.2, 1° van het Wetboek van economisch recht. Als de ondernemer een beroepsbezigheid als zaakvoerder, vennoot of bestuurder start van een vennootschap, is deze voorwaarde van toepassing op die vennootschap;
5° met succes een prestarterstraject hebben afgerond;
6° in de maand waarin hij een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep start de leeftijd van 45 jaar bereikt hebben, maar nog niet de wettelijke pensioenleeftijd;
7° zijn vestigingsplaats hebben in het Vlaamse Gewest gedurende de hele periode waarin de transitiepremie wordt toegekend.
Als de ondernemer een beroepsbezigheid als zaakvoerder, vennoot of bestuurder van een vennootschap start, dan is deze voorwaarde van toepassing op die vennootschap;
8° de hoedanigheid van zelfstandige in hoofdberoep behouden gedurende de hele periode waarin de transitiepremie toegekend wordt;
9° zich ertoe verbinden gedurende de hele periode waarin de transitiepremie toegekend wordt voor de laatste werkgever bij wie de ondernemer in dienst was, geen diensten te verrichten als zelfstandige ten voordele van of in opdracht van, die werkgever of van de groep waartoe die werkgever behoort;
10° gedurende de afgelopen zes jaar vanaf de datum van de laatste uitbetaling van een transitiepremie tot de datum waarop de transitiepremie opnieuw wordt aangevraagd het voordeel van de transitiepremie voor ondernemers niet hebben gekregen
[4 11° de niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden, vermeld in artikel 1, eerste lid, 1°, b), zijn voorafgaand aan de start als zelfstandige in hoofdberoep gedurende minimaal zes maanden ingeschreven als werkzoekenden bij de VDAB. De periode van onderbreking van de inschrijving als werkzoekende wordt gelijkgesteld met de inschrijving als werkzoekende als die onderbreking niet meer dan maximaal drie opeenvolgende maanden bedraagt.]4
[1 In geval van een crisis met een ernstige sociale en economische impact die als dusdanig door de minister is erkend, wordt de termijn van zes maanden, vermeld in het eerste lid, 2°, automatisch verlengd met telkens 3 maanden tot zolang de minister dit niet meer noodzakelijk acht.]1
[2 De leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar, vermeld in het eerste lid, punt 6°, geldt niet voor aanvragen die worden ingediend met ingang van 1 april 2021 [3 ...]3.]2
1° op zijn vroegste op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep starten;
Voor de toepassing van deze voorwaarde wordt de overgang van de hoedanigheid van zelfstandige in bijberoep naar die van zelfstandige in hoofdberoep ook beschouwd als de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
2° binnen zes maanden nadat het prestarterstraject afgerond is en uiterlijk in de maand die voorafgaat aan de maand waarin de toekenning van de transitiepremie ingaat, een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep starten;
3° op de dag voor hij een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep start werkzoekende zijn; [4 en zich niet bevinden in de periode van onderbreking van de inschrijving als werkzoekende, vermeld in punt 11° ]4 de werkloosheid mag niet veroorzaakt zijn door de stopzetting of de vermindering van arbeid als loontrekkende met het oog op het bekomen van het voordeel van de transitiepremie;
4° ingeschreven zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen, vermeld in artikel I.2, 1° van het Wetboek van economisch recht. Als de ondernemer een beroepsbezigheid als zaakvoerder, vennoot of bestuurder start van een vennootschap, is deze voorwaarde van toepassing op die vennootschap;
5° met succes een prestarterstraject hebben afgerond;
6° in de maand waarin hij een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep start de leeftijd van 45 jaar bereikt hebben, maar nog niet de wettelijke pensioenleeftijd;
7° zijn vestigingsplaats hebben in het Vlaamse Gewest gedurende de hele periode waarin de transitiepremie wordt toegekend.
Als de ondernemer een beroepsbezigheid als zaakvoerder, vennoot of bestuurder van een vennootschap start, dan is deze voorwaarde van toepassing op die vennootschap;
8° de hoedanigheid van zelfstandige in hoofdberoep behouden gedurende de hele periode waarin de transitiepremie toegekend wordt;
9° zich ertoe verbinden gedurende de hele periode waarin de transitiepremie toegekend wordt voor de laatste werkgever bij wie de ondernemer in dienst was, geen diensten te verrichten als zelfstandige ten voordele van of in opdracht van, die werkgever of van de groep waartoe die werkgever behoort;
10° gedurende de afgelopen zes jaar vanaf de datum van de laatste uitbetaling van een transitiepremie tot de datum waarop de transitiepremie opnieuw wordt aangevraagd het voordeel van de transitiepremie voor ondernemers niet hebben gekregen
[4 11° de niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden, vermeld in artikel 1, eerste lid, 1°, b), zijn voorafgaand aan de start als zelfstandige in hoofdberoep gedurende minimaal zes maanden ingeschreven als werkzoekenden bij de VDAB. De periode van onderbreking van de inschrijving als werkzoekende wordt gelijkgesteld met de inschrijving als werkzoekende als die onderbreking niet meer dan maximaal drie opeenvolgende maanden bedraagt.]4
[1 In geval van een crisis met een ernstige sociale en economische impact die als dusdanig door de minister is erkend, wordt de termijn van zes maanden, vermeld in het eerste lid, 2°, automatisch verlengd met telkens 3 maanden tot zolang de minister dit niet meer noodzakelijk acht.]1
[2 De leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar, vermeld in het eerste lid, punt 6°, geldt niet voor aanvragen die worden ingediend met ingang van 1 april 2021 [3 ...]3.]2
Art. 2. Dans les limites du budget approuvé annuellement, le département peut accorder une prime de transition mensuelle à un entrepreneur qui remplit toutes les conditions suivantes :
1° commencer au plus tôt à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal.
Pour l'application de cette condition, le passage du statut d'indépendant à titre accessoire à celui d'indépendant à titre principal est également considéré comme le début d'une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal ;
2° commencer une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal dans les six mois à compter de l'achèvement du parcours de candidat entrepreneur et au plus tard dans le mois précédant le mois au cours duquel l'octroi de la prime de transition prend effet ;
3° être demandeur d'emploi [4 et ne pas se trouver dans la période d'interruption de l'inscription en tant que demandeur d'emploi, visée au point 11° ]4 le jour avant de commencer l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal. Le chômage ne peut pas être provoqué par la cessation ou la réduction du travail en tant que salarié en vue de bénéficier de la prime de transition ;
4° être inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises, visée à l'article I.2, 1° du Code de droit économique. Si l'entrepreneur commence une activité professionnelle en tant que gérant, associé ou administrateur d'une société, cette condition s'applique à cette société ;
5° avoir complété avec succès un parcours de candidat entrepreneur ;
6° avoir atteint l'âge de 45 ans dans le mois où il a commencé l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal, sans avoir atteint l'âge légal de la retraite ;
7° avoir son lieu d'établissement en Région flamande pendant toute la période d'octroi de la prime de transition.
Si l'entrepreneur commence une activité professionnelle en tant que gérant, associé ou administrateur d'une société, cette condition s'applique à cette société ;
8° conserver le statut de travailleur indépendant à titre principal pendant toute la durée de l'octroi de la prime de transition ;
9° s'engager, pendant toute la durée de l'octroi de la prime de transition au titre du dernier employeur par lequel l'entrepreneur a été employé, à ne pas fournir de services en qualité d'indépendant au profit ou pour le compte de cet employeur ou du groupe auquel celui-ci appartient ;
10° au cours des six dernières années, depuis la date du dernier versement d'une prime de transition jusqu'à la date à laquelle la prime de transition est demandée de nouveau, ne pas avoir bénéficié de la prime de transition pour entrepreneurs.
[4 11° les demandeurs d'emploi non indemnisés, visés à l'article 1er, alinéa 1er, 1°, b), ont été inscrits en tant que demandeurs d'emploi auprès du VDAB pendant au moins six mois avant de commencer comme indépendant à titre principal. La période d'interruption de l'inscription en tant que demandeur d'emploi est assimilée à l'inscription en tant que demandeur d'emploi si cette interruption s'élève à trois mois consécutifs au maximum.]4
[1 En cas de crise ayant un impact social et économique grave, reconnue comme telle par le Ministre, le délai de six mois visé à l'alinéa 1er, 2°, est prolongé automatiquement de chaque fois trois mois, jusqu'à ce que le Ministre ne l'estime plus nécessaire.]1
[2 La condition d'âge de 45 ans, visée à l'alinéa 1er, point 6°, ne s'applique pas aux demandes introduites à partir du 1er avril 2021 [3 ...]3.]2
1° commencer au plus tôt à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal.
Pour l'application de cette condition, le passage du statut d'indépendant à titre accessoire à celui d'indépendant à titre principal est également considéré comme le début d'une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal ;
2° commencer une activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal dans les six mois à compter de l'achèvement du parcours de candidat entrepreneur et au plus tard dans le mois précédant le mois au cours duquel l'octroi de la prime de transition prend effet ;
3° être demandeur d'emploi [4 et ne pas se trouver dans la période d'interruption de l'inscription en tant que demandeur d'emploi, visée au point 11° ]4 le jour avant de commencer l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal. Le chômage ne peut pas être provoqué par la cessation ou la réduction du travail en tant que salarié en vue de bénéficier de la prime de transition ;
4° être inscrit à la Banque-Carrefour des Entreprises, visée à l'article I.2, 1° du Code de droit économique. Si l'entrepreneur commence une activité professionnelle en tant que gérant, associé ou administrateur d'une société, cette condition s'applique à cette société ;
5° avoir complété avec succès un parcours de candidat entrepreneur ;
6° avoir atteint l'âge de 45 ans dans le mois où il a commencé l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal, sans avoir atteint l'âge légal de la retraite ;
7° avoir son lieu d'établissement en Région flamande pendant toute la période d'octroi de la prime de transition.
Si l'entrepreneur commence une activité professionnelle en tant que gérant, associé ou administrateur d'une société, cette condition s'applique à cette société ;
8° conserver le statut de travailleur indépendant à titre principal pendant toute la durée de l'octroi de la prime de transition ;
9° s'engager, pendant toute la durée de l'octroi de la prime de transition au titre du dernier employeur par lequel l'entrepreneur a été employé, à ne pas fournir de services en qualité d'indépendant au profit ou pour le compte de cet employeur ou du groupe auquel celui-ci appartient ;
10° au cours des six dernières années, depuis la date du dernier versement d'une prime de transition jusqu'à la date à laquelle la prime de transition est demandée de nouveau, ne pas avoir bénéficié de la prime de transition pour entrepreneurs.
[4 11° les demandeurs d'emploi non indemnisés, visés à l'article 1er, alinéa 1er, 1°, b), ont été inscrits en tant que demandeurs d'emploi auprès du VDAB pendant au moins six mois avant de commencer comme indépendant à titre principal. La période d'interruption de l'inscription en tant que demandeur d'emploi est assimilée à l'inscription en tant que demandeur d'emploi si cette interruption s'élève à trois mois consécutifs au maximum.]4
[1 En cas de crise ayant un impact social et économique grave, reconnue comme telle par le Ministre, le délai de six mois visé à l'alinéa 1er, 2°, est prolongé automatiquement de chaque fois trois mois, jusqu'à ce que le Ministre ne l'estime plus nécessaire.]1
[2 La condition d'âge de 45 ans, visée à l'alinéa 1er, point 6°, ne s'applique pas aux demandes introduites à partir du 1er avril 2021 [3 ...]3.]2
HOOFDSTUK 3. - Bedrag en looptijd van de transitiepremie
CHAPITRE 3. - Montant et durée de la prime de transition
Art. 3. De transitiepremie wordt maandelijks toegekend voor maximaal 24 maanden, op zijn vroegste vanaf de maand die volgt op de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep.
Het bruto bedrag van de transitiepremie vertoont het volgende degressieve verloop :
Het bruto bedrag van de transitiepremie vertoont het volgende degressieve verloop :
Art. 3. La prime de transition est octroyée mensuellement pour une durée maximale de 24 mois, au plus tôt à compter du mois qui suit le début de l'activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal.
Le montant brut de la prime de transition évolue de manière dégressive :
Le montant brut de la prime de transition évolue de manière dégressive :
| Maanden | in euro per maand |
| 1 tot 3 | 1000 |
| 4 tot 6 | 900 |
| 7 tot 9 | 800 |
| 10 tot 12 | 700 |
| 13 tot 15 | 600 |
| 16 tot 18 | 500 |
| 19 tot 21 | 400 |
| 22 tot 24 | 300 |
| Mois | en euros par mois |
| 1 à 3 | 1000 |
| 4 à 6 | 900 |
| 7 à 9 | 800 |
| 10 à 12 | 700 |
| 13 à 15 | 600 |
| 16 à 18 | 500 |
| 19 à 21 | 400 |
| 22 à 24 | 300 |
Art. 3/1. [1 In afwijking van artikel 3 wordt de transitiepremie maandelijks toegekend voor maximaal 24 maanden, op zijn vroegste vanaf de maand die volgt op de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep, voor de hiernavolgende categorieën van ondernemers:
1° de ondernemers die de leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar niet hebben bereikt en die met ingang van 1 april 2021 [2 ...]2 een aanvraag hebben ingediend;
2° de ondernemers die de leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar hebben bereikt en die met ingang van 1 juni 2021 [2 ...]2 een aanvraag hebben ingediend.
Het bruto bedrag van de transitiepremie vertoont het volgende degressieve verloop:
1° de ondernemers die de leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar niet hebben bereikt en die met ingang van 1 april 2021 [2 ...]2 een aanvraag hebben ingediend;
2° de ondernemers die de leeftijdsvoorwaarde van 45 jaar hebben bereikt en die met ingang van 1 juni 2021 [2 ...]2 een aanvraag hebben ingediend.
Het bruto bedrag van de transitiepremie vertoont het volgende degressieve verloop:
Art. 3/1. [1 Par dérogation à l'article 3, la prime de transition est octroyée mensuellement pour une durée maximale de 24 mois, au plus tôt à compter du mois qui suit le début d'une activité professionnelle en tant qu'indépendant à titre principal, pour les catégories d'entrepreneurs suivantes :
1° les entrepreneurs qui n'ont pas atteint la condition d'âge de 45 ans et qui ont introduit une demande à partir du 1er avril 2021 [2 ...]2 ;
2° les entrepreneurs qui ont atteint la condition d'âge de 45 ans et qui ont introduit une demande à partir du 1er juin 2021 [2 ...]2.
Le montant brut de la prime de transition évolue de manière dégressive :
1° les entrepreneurs qui n'ont pas atteint la condition d'âge de 45 ans et qui ont introduit une demande à partir du 1er avril 2021 [2 ...]2 ;
2° les entrepreneurs qui ont atteint la condition d'âge de 45 ans et qui ont introduit une demande à partir du 1er juin 2021 [2 ...]2.
Le montant brut de la prime de transition évolue de manière dégressive :
| Maanden | In euro per maand |
| 1 tot 3 | 500 |
| 4 tot 6 | 450 |
| 7 tot 9 | 400 |
| 10 tot 12 | 350 |
| 13 tot 15 | 300 |
| 16 tot 18 | 250 |
| 19 tot 21 | 200 |
| 22 tot 24 | 150 |
]1
| Mois | En euros par mois |
| 1 à 3 | 500 |
| 4 à 6 | 450 |
| 7 à 9 | 400 |
| 10 à 12 | 350 |
| 13 à 15 | 300 |
| 16 à 18 | 250 |
| 19 à 21 | 200 |
| 22 à 24 | 150 |
]1
Art.3/2. [1 In afwijking van artikel 3 en 3/1 wordt het brutobedrag van de transitiepremie voor niet-uitkeringsgerechtigde werkzoekenden op de volgende wijze bepaald:
1° bij een inschrijvingsduur van zes tot twaalf maanden wordt, met behoud van het degressieve verloop, een kwart van de premie, vermeld in artikel 3/1, toegekend;
2° bij een inschrijvingsduur vanaf twaalf maanden wordt, met behoud van het degressieve verloop, de helft van de premie, vermeld in artikel 3/1, toegekend. ]1
1° bij een inschrijvingsduur van zes tot twaalf maanden wordt, met behoud van het degressieve verloop, een kwart van de premie, vermeld in artikel 3/1, toegekend;
2° bij een inschrijvingsduur vanaf twaalf maanden wordt, met behoud van het degressieve verloop, de helft van de premie, vermeld in artikel 3/1, toegekend. ]1
Art.3/2. [1 Par dérogation aux article 3 et 3/1, le montant brut de la prime de transition pour les demandeurs d'emploi non indemnisés est fixé comme suit :
1° dans le cas d'une durée d'inscription de six à douze mois, un quart de la prime, visée à l'article 3/1, est accordé, sans préjudice de l'évolution de manière dégressive ;
2° dans le cas d'une durée d'inscription à partir de douze mois, la moitié de la prime, visée à l'article 3/1, est accordé, sans préjudice de l'évolution de manière dégressive. ]1
1° dans le cas d'une durée d'inscription de six à douze mois, un quart de la prime, visée à l'article 3/1, est accordé, sans préjudice de l'évolution de manière dégressive ;
2° dans le cas d'une durée d'inscription à partir de douze mois, la moitié de la prime, visée à l'article 3/1, est accordé, sans préjudice de l'évolution de manière dégressive. ]1
Art. 4. De uitbetaling van de transitiepremie wordt geschorst tijdens de periodes van primaire ongeschiktheid en moederschapsrust die gedekt zijn door uitkeringen in het kader van de ziekteverzekering voor zelfstandigen. De ondernemer behoudt het recht op het maximale aantal maandelijkse premies vermeld in artikel 3 [1 [2 , 3/1 en 3/2]2]1.
Art. 4. Le paiement de la prime de transition est suspendu pendant les périodes d'incapacité primaire et de congé de maternité couvertes par l'assurance maladie des travailleurs indépendants. L'entrepreneur conserve le droit au nombre maximal de primes mensuelles [1 [2 visé aux articles 3, 3/1 et 3/2]2]1.
Art. 5. § 1. De transitiepremie wordt gekoppeld aan de afgevlakte gezondheidsindex conform het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen met als basis 1 januari 2018 = 100. Bij overschrijding van de spilindex wordt de verhoging toegepast vanaf de eerste maand die volgt op de maand waarvan het indexcijfer het cijfer bereikt dat een wijziging rechtvaardigt.
§ 2. Het nieuwe bedrag wordt verkregen door het bedrag van de transitiepremie te vermenigvuldigen met een multiplicator die gelijk is aan 1,0200n, waarbij n overeenstemt met de rang van de bereikte spilindex, zonder dat een intermediaire afronding doorgevoerd wordt. De spilindex die volgt op de spilindex, vermeld in paragraaf 1, wordt als rang 1 beschouwd. De multiplicator wordt uitgedrukt in eenheden, gevolgd door vier cijfers. Het vijfde cijfer na de komma wordt weggelaten en leidt tot een verhoging met één eenheid van het vorige cijfer als het vijf of meer is.
Als het bedrag van de transitiepremie, berekend conform het eerste lid, een gedeelte van een cent bevat, wordt het op de hogere of de lagere cent afgerond naargelang het gedeelte meer dan wel minder dan of gelijk aan 0,5 is.
§ 2. Het nieuwe bedrag wordt verkregen door het bedrag van de transitiepremie te vermenigvuldigen met een multiplicator die gelijk is aan 1,0200n, waarbij n overeenstemt met de rang van de bereikte spilindex, zonder dat een intermediaire afronding doorgevoerd wordt. De spilindex die volgt op de spilindex, vermeld in paragraaf 1, wordt als rang 1 beschouwd. De multiplicator wordt uitgedrukt in eenheden, gevolgd door vier cijfers. Het vijfde cijfer na de komma wordt weggelaten en leidt tot een verhoging met één eenheid van het vorige cijfer als het vijf of meer is.
Als het bedrag van de transitiepremie, berekend conform het eerste lid, een gedeelte van een cent bevat, wordt het op de hogere of de lagere cent afgerond naargelang het gedeelte meer dan wel minder dan of gelijk aan 0,5 is.
Art. 5. § 1er. La prime de transition est liée à l'indice santé lissé, conformément à l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, le 1er janvier 2018 représentant la base de 100. En cas de dépassement de l'indice-pivot, l'augmentation est appliquée à partir du premier mois suivant le mois pour lequel l'indice atteint le chiffre justifiant une modification.
§ 2. Le nouveau montant est obtenu en multipliant le montant de la prime de transition par un multiplicateur égal à 1,0200n, où n correspond au rang de l'indice-pivot atteint, sans arrondi intermédiaire. L'indice-pivot qui suit celui mentionné au paragraphe précédent est considéré comme rang 1. Le multiplicateur est exprimé en unités, suivies de 4 chiffres. Le cinquième chiffre après la virgule est supprimé et entraîne une augmentation du chiffre précédent d'une unité lorsqu'il atteint au moins 5.
Si le montant de la prime de transition, calculé conformément à l'alinéa 1er, contient une partie d'un cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur, selon que la partie est supérieure, ou inférieure ou égale à 0,5.
§ 2. Le nouveau montant est obtenu en multipliant le montant de la prime de transition par un multiplicateur égal à 1,0200n, où n correspond au rang de l'indice-pivot atteint, sans arrondi intermédiaire. L'indice-pivot qui suit celui mentionné au paragraphe précédent est considéré comme rang 1. Le multiplicateur est exprimé en unités, suivies de 4 chiffres. Le cinquième chiffre après la virgule est supprimé et entraîne une augmentation du chiffre précédent d'une unité lorsqu'il atteint au moins 5.
Si le montant de la prime de transition, calculé conformément à l'alinéa 1er, contient une partie d'un cent, il est arrondi au cent supérieur ou inférieur, selon que la partie est supérieure, ou inférieure ou égale à 0,5.
HOOFDSTUK 4. - Cumulatie
CHAPITRE 4. - Cumul
Art. 6. De transitiepremie mag niet gecumuleerd worden met subsidies of premies voor beginnende zelfstandigen toegekend door andere gewestoverheden dan de Vlaamse overheid.
[1 Het bedrag van de jobbonus plus, vermeld in artikel 4 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen wordt in mindering gebracht van de transitiepremie als de ondernemer een jobbonus plus ontvangt.]1
[1 Het bedrag van de jobbonus plus, vermeld in artikel 4 van het decreet van 15 juli 2022 tot regeling van de toekenning van een jobbonus plus voor startende zelfstandigen wordt in mindering gebracht van de transitiepremie als de ondernemer een jobbonus plus ontvangt.]1
Art. 6. La prime de transition ne peut pas être cumulée avec des subventions ou des primes pour les travailleurs indépendants débutants octroyées par des autorités régionales autres que l'Autorité flamande.
[1 Le montant du bonus emploi plus, visé à l'article 4 du décret du 15 juillet 2022 réglant l'octroi d'un bonus emploi plus aux indépendants débutants, est déduit de la prime de transition si l'entrepreneur reçoit un bonus emploi plus. ]1
[1 Le montant du bonus emploi plus, visé à l'article 4 du décret du 15 juillet 2022 réglant l'octroi d'un bonus emploi plus aux indépendants débutants, est déduit de la prime de transition si l'entrepreneur reçoit un bonus emploi plus. ]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 5. - Procedure
CHAPITRE 5. - Procédure
Art. 7. § 1. De ondernemer dient de aanvraag voor de transitiepremie in bij het departement op straffe van verval binnen de drie maanden nadat hij een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep is gestart. Het departement stelt daarvoor een aanvraagformulier ter beschikking.
De aanvraag van de transitiepremie bevat al de volgende gegevens :
1° de identiteitsgegevens van de ondernemer;
2° de datum van inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen en het ondernemingsnummer;
3° de datum van de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
4° de vestigingsplaats(en) van de onderneming;
5° de maand vanaf wanneer de aanvrager de transitiepremie wil ontvangen, met behoud van de toepassing van artikel 3, eerste lid.
Bij de aanvraag van de transitiepremie worden al de volgende stukken gevoegd :
1° het bewijs van de VDAB waaruit de inschrijving van ondernemer als niet-werkende werkzoekende blijkt op het ogenblik, vermeld in artikel 2, 3° ;
2° het bewijs van het bevoegde uitbetalingsorgaan waaruit blijkt dat de ondernemer uitkeringsgerechtigd was op het ogenblik, vermeld in artikel 2, 3° ;
3° [2 het bewijs van de VDAB waaruit de inschrijving van de ondernemer als werkzoekende blijkt, zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° en/of artikel 2, eerste lid, 11° ]2;
4° het bewijs van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
5° het bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer is aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen als zelfstandige in hoofdberoep;
6° een verklaring op erewoord dat de ondernemer geen subsidie of premie voor beginnende zelfstandigen krijgt die toegekend wordt door andere gewestoverheden dan de Vlaamse overheid.
Het departement beoordeelt de aanvraag op basis van een tijdig ingediend, volledig en correct ingevuld aanvraagformulier waarbij de vereiste documenten zijn gevoegd.
[1 In geval van een crisis met een ernstige sociale en economische impact die als dusdanig door de minister is erkend, wordt de termijn van drie maanden, vermeld in het eerste lid, automatisch verlengd met telkens 3 maanden tot zolang de minister dit niet meer noodzakelijk acht.]1
§ 2. Het departement kan alle noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen om de aanvraag te verwerken. Als het departement via digitale gegevensbronnen beschikt over bepaalde gegevens en documenten vermeld in paragraaf 1, verstrekt de aanvrager die gegevens niet en voegt hij de documenten niet bij zijn aanvraag.
§ 3. De ondernemer krijgt een ontvangstmelding dat de aanvraag van de transitiepremie geregistreerd is of een verzoek om aanvullende inlichtingen binnen een maand nadat hij de aanvraag heeft ingediend. Die termijn van een maand wordt geschorst als het departement de ondernemer om aanvullende informatie heeft verzocht en het departement die informatie nog niet heeft ontvangen.
Als het dossier drie maanden na de indiening van de aanvraag van de transitiepremie niet volledig is, vervalt die aanvraag.
De aanvraag van de transitiepremie bevat al de volgende gegevens :
1° de identiteitsgegevens van de ondernemer;
2° de datum van inschrijving in de Kruispuntbank voor Ondernemingen en het ondernemingsnummer;
3° de datum van de start van een beroepsbezigheid als zelfstandige in hoofdberoep;
4° de vestigingsplaats(en) van de onderneming;
5° de maand vanaf wanneer de aanvrager de transitiepremie wil ontvangen, met behoud van de toepassing van artikel 3, eerste lid.
Bij de aanvraag van de transitiepremie worden al de volgende stukken gevoegd :
1° het bewijs van de VDAB waaruit de inschrijving van ondernemer als niet-werkende werkzoekende blijkt op het ogenblik, vermeld in artikel 2, 3° ;
2° het bewijs van het bevoegde uitbetalingsorgaan waaruit blijkt dat de ondernemer uitkeringsgerechtigd was op het ogenblik, vermeld in artikel 2, 3° ;
3° [2 het bewijs van de VDAB waaruit de inschrijving van de ondernemer als werkzoekende blijkt, zoals vermeld in artikel 2, eerste lid, 3° en/of artikel 2, eerste lid, 11° ]2;
4° het bewijs van inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
5° het bewijs waaruit blijkt dat de ondernemer is aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen of bij de Nationale Hulpkas voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen als zelfstandige in hoofdberoep;
6° een verklaring op erewoord dat de ondernemer geen subsidie of premie voor beginnende zelfstandigen krijgt die toegekend wordt door andere gewestoverheden dan de Vlaamse overheid.
Het departement beoordeelt de aanvraag op basis van een tijdig ingediend, volledig en correct ingevuld aanvraagformulier waarbij de vereiste documenten zijn gevoegd.
[1 In geval van een crisis met een ernstige sociale en economische impact die als dusdanig door de minister is erkend, wordt de termijn van drie maanden, vermeld in het eerste lid, automatisch verlengd met telkens 3 maanden tot zolang de minister dit niet meer noodzakelijk acht.]1
§ 2. Het departement kan alle noodzakelijke gegevensbronnen raadplegen om de aanvraag te verwerken. Als het departement via digitale gegevensbronnen beschikt over bepaalde gegevens en documenten vermeld in paragraaf 1, verstrekt de aanvrager die gegevens niet en voegt hij de documenten niet bij zijn aanvraag.
§ 3. De ondernemer krijgt een ontvangstmelding dat de aanvraag van de transitiepremie geregistreerd is of een verzoek om aanvullende inlichtingen binnen een maand nadat hij de aanvraag heeft ingediend. Die termijn van een maand wordt geschorst als het departement de ondernemer om aanvullende informatie heeft verzocht en het departement die informatie nog niet heeft ontvangen.
Als het dossier drie maanden na de indiening van de aanvraag van de transitiepremie niet volledig is, vervalt die aanvraag.
Art. 7. § 1er. L'entrepreneur dépose la demande de prime de transition auprès du département sous peine de déchéance dans les trois mois suivant le début de son activité professionnelle en tant que travailleur indépendant à titre principal. Le département met à disposition un formulaire de demande à cet effet.
La demande de prime de transition contient tous les renseignements suivants :
1° données d'identité de l'entrepreneur ;
2° date d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises et numéro d'entreprise ;
3° date du début de l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal ;
4° lieu(x) d'établissement de l'entreprise ;
5° le mois à partir duquel le demandeur souhaite recevoir la prime de transition, sans préjudice de l'article 3, alinéa 1er.
Tous les documents suivants sont joints à la demande de prime de transition :
1° [2 1° la preuve du VDAB attestant de l'inscription de l'entrepreneur comme demandeur d'emploi, telle que visée à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et/ou à l'article 2, alinéa 1er, 11°]2;
2° la preuve de l'organisme payeur compétent que l'entrepreneur avait droit aux prestations au moment visé à l'article 2, 3° ;
3° le certificat délivré par le prestataire de services, attestant que le demandeur a mené à bien un parcours de candidat entrepreneur ;
4° la preuve d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
5° la preuve que l'entrepreneur adhère à une caisse d'assurance sociale des travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales des indépendants en tant que travailleur indépendant à titre principal ;
6° une déclaration sur l'honneur selon laquelle l'entrepreneur ne reçoit aucune subvention ou prime pour travailleurs indépendants débutants octroyée par des autorités régionales autres que l'Autorité flamande.
Le département évalue la demande sur la base du formulaire de demande soumis à temps, complet et correctement rempli et qui comprend les documents requis.
[1 En cas de crise ayant un impact social et économique grave, reconnue comme telle par le Ministre, le délai de trois mois visé à l'alinéa 1er, est prolongé automatiquement de chaque fois trois mois, jusqu'à ce que le Ministre ne l'estime plus nécessaire. ]1
§ 2. Le département peut consulter toutes les sources de données nécessaires pour traiter la demande. Si le département dispose de certaines données et de certains documents visés au paragraphe 1er par l'intermédiaire de sources de données numériques, le demandeur ne fournit pas ces données et ne joint pas ces documents à sa demande.
§ 3. L'entrepreneur reçoit un accusé de réception de l'enregistrement de la demande de prime de transition ou une demande d'informations complémentaires dans le mois suivant le dépôt de sa demande. Le délai d'un mois est suspendu si le service a demandé des informations complémentaires à l'entrepreneur et ne les a pas encore reçues.
La demande est caduque si le dossier n'est pas complété dans un délai de trois mois suivant le dépôt de la demande de prime de transition.
La demande de prime de transition contient tous les renseignements suivants :
1° données d'identité de l'entrepreneur ;
2° date d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises et numéro d'entreprise ;
3° date du début de l'activité professionnelle de travailleur indépendant à titre principal ;
4° lieu(x) d'établissement de l'entreprise ;
5° le mois à partir duquel le demandeur souhaite recevoir la prime de transition, sans préjudice de l'article 3, alinéa 1er.
Tous les documents suivants sont joints à la demande de prime de transition :
1° [2 1° la preuve du VDAB attestant de l'inscription de l'entrepreneur comme demandeur d'emploi, telle que visée à l'article 2, alinéa 1er, 3°, et/ou à l'article 2, alinéa 1er, 11°]2;
2° la preuve de l'organisme payeur compétent que l'entrepreneur avait droit aux prestations au moment visé à l'article 2, 3° ;
3° le certificat délivré par le prestataire de services, attestant que le demandeur a mené à bien un parcours de candidat entrepreneur ;
4° la preuve d'inscription à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
5° la preuve que l'entrepreneur adhère à une caisse d'assurance sociale des travailleurs indépendants ou à la Caisse nationale auxiliaire d'assurances sociales des indépendants en tant que travailleur indépendant à titre principal ;
6° une déclaration sur l'honneur selon laquelle l'entrepreneur ne reçoit aucune subvention ou prime pour travailleurs indépendants débutants octroyée par des autorités régionales autres que l'Autorité flamande.
Le département évalue la demande sur la base du formulaire de demande soumis à temps, complet et correctement rempli et qui comprend les documents requis.
[1 En cas de crise ayant un impact social et économique grave, reconnue comme telle par le Ministre, le délai de trois mois visé à l'alinéa 1er, est prolongé automatiquement de chaque fois trois mois, jusqu'à ce que le Ministre ne l'estime plus nécessaire. ]1
§ 2. Le département peut consulter toutes les sources de données nécessaires pour traiter la demande. Si le département dispose de certaines données et de certains documents visés au paragraphe 1er par l'intermédiaire de sources de données numériques, le demandeur ne fournit pas ces données et ne joint pas ces documents à sa demande.
§ 3. L'entrepreneur reçoit un accusé de réception de l'enregistrement de la demande de prime de transition ou une demande d'informations complémentaires dans le mois suivant le dépôt de sa demande. Le délai d'un mois est suspendu si le service a demandé des informations complémentaires à l'entrepreneur et ne les a pas encore reçues.
La demande est caduque si le dossier n'est pas complété dans un délai de trois mois suivant le dépôt de la demande de prime de transition.
Art. 8. Het departement toets de aanvraag aan de toekenningsvoorwaarden, vermeld in [1 artikel 2]1 om te bepalen of de ondernemer een transitiepremie krijgt.
Art. 8. Le département évalue la demande par rapport aux conditions d'octroi visées à [1 l'article 2]1 afin de déterminer si l'entrepreneur a droit à une prime de transition.
Wijzigingen
Art. 9. Uiterlijk dertig dagen nadat de volledige aanvraag van de transitiepremie is ingediend, brengt het departement de ondernemer op de hoogte van zijn beslissing.
De beslissing tot toekenning bevat al de volgende elementen :
1° de identiteitsgegevens van de aanvrager;
2° de tijdstippen waarop de transitiepremie uitbetaald wordt;
3° in voorkomend geval de motivering om de transitiepremie niet toe te kennen.
In afwijking van het eerste lid kan de minister een langere termijn vaststellen als het departement om administratief-technische redenen de aanvragen niet tijdig kan behandelen.
De beslissing tot toekenning bevat al de volgende elementen :
1° de identiteitsgegevens van de aanvrager;
2° de tijdstippen waarop de transitiepremie uitbetaald wordt;
3° in voorkomend geval de motivering om de transitiepremie niet toe te kennen.
In afwijking van het eerste lid kan de minister een langere termijn vaststellen als het departement om administratief-technische redenen de aanvragen niet tijdig kan behandelen.
Art. 9. Le département informe l'entrepreneur de sa décision au plus tard trente jours après le dépôt de la demande complète de prime de transition.
La décision d'octroi contient tous les éléments suivants :
1° les données d'identité du demandeur ;
2° les dates de paiement de la prime de transition ;
3° le cas échéant, les raisons pour lesquelles la prime de transition n'est pas octroyée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le ministre peut fixer un délai plus long si le département n'est pas en mesure de traiter les demandes à temps pour des raisons administratives ou techniques.
La décision d'octroi contient tous les éléments suivants :
1° les données d'identité du demandeur ;
2° les dates de paiement de la prime de transition ;
3° le cas échéant, les raisons pour lesquelles la prime de transition n'est pas octroyée.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le ministre peut fixer un délai plus long si le département n'est pas en mesure de traiter les demandes à temps pour des raisons administratives ou techniques.
Art. 10. Het departement betaalt de transitiepremie maandelijks uit.
Art. 10. Le département paie la prime de transition mensuellement.
Art. 11. De ondernemer brengt het departement onmiddellijk en op eigen initiatief op de hoogte van elke wijziging die betrekking heeft of kan hebben op de toekenningsvoorwaarden van de transitiepremie.
Art. 11. L'entrepreneur informe immédiatement et de sa propre initiative le département de tout changement susceptible d'avoir trait aux conditions d'octroi de la prime de transition.
HOOFDSTUK 6. - Prestarterstraject
CHAPITRE 6. - Parcours de candidat entrepreneur
Art. 12. De minister bepaalt, op gezamenlijke voordracht van de leden van de Commissie Transitiepremie de lijst met de prestarterstrajecten. De Commissie Transitiepremie is samengesteld uit telkens één lid van het departement, de VDAB [1 en het]1 Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen [1 ...]1.
Art. 12. Sur proposition conjointe des membres de la Commission sur la Prime de transition, le ministre établit la liste des parcours de candidat entrepreneur. La Commission sur la Prime de transition est composée de chaque fois un membre du département, du VDAB [1 et de]1 l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat [1 ...]1.
Wijzigingen
Art. 13. Het prestarterstraject focust op de voorbereiding van de opstart van een eigen onderneming. Het prestarterstraject heeft tot doel aan te leren hoe een ondernemings- en financieel plan wordt opgesteld, waarbij de haalbaarheid van het ondernemersidee wordt ingeschat. Dit moet garanderen dat een kandidaat ondernemer met een realiseerbaar ondernemingsidee start. Het prestarterstraject omvat daartoe al de volgende elementen :
- de opmaak van een goed uitgewerkt en haalbaar businessplan;
- het versterken van de algemene ondernemerscompetenties.
Het prestarterstraject heeft een minimum doorlooptijd van 6 weken.
De minister kan de verdere inhoudelijke voorwaarden en de procedure bepalen.
- de opmaak van een goed uitgewerkt en haalbaar businessplan;
- het versterken van de algemene ondernemerscompetenties.
Het prestarterstraject heeft een minimum doorlooptijd van 6 weken.
De minister kan de verdere inhoudelijke voorwaarden en de procedure bepalen.
Art. 13. Le parcours de candidat entrepreneur vise à préparer ce dernier à démarrer sa propre entreprise. Grâce à ce parcours le candidat entrepreneur apprend à établir un plan d'entreprise et financier, tout en évaluant la faisabilité du projet. Le but est d'aboutir à un projet d'entreprise réalisable. A cet effet le parcours de candidat entrepreneur comprend tous les éléments suivants :
- la préparation d'un plan d'entreprise bien élaboré et réalisable ;
- le développement des compétences entrepreneuriales générales.
Le parcours de candidat entrepreneur a une durée minimum de 6 semaines.
Le ministre peut déterminer les modalités de fond et la procédure.
- la préparation d'un plan d'entreprise bien élaboré et réalisable ;
- le développement des compétences entrepreneuriales générales.
Le parcours de candidat entrepreneur a une durée minimum de 6 semaines.
Le ministre peut déterminer les modalités de fond et la procédure.
Art. 14. De Commissie Transitiepremie behandelt de aanvragen van dienstverleners en waakt over de vormelijke en inhoudelijke criteria die in dit besluit gesteld worden aan de dienstverleners en de prestarterstrajecten.
Art. 14. La Commission sur la Prime de transition traite les demandes des prestataires de services et surveille les critères formels et substantiels imposés dans le présent arrêté aux prestataires de services et aux parcours de candidat entrepreneur.
Art. 15. De dienstverlener verbindt zich ertoe aan de deelnemers die met succes een traject hebben afgerond, een gedateerd attest uit te reiken waarin bevestigd wordt dat de betrokkene een prestarterstraject met succes heeft afgerond.
Art. 15. Le prestataire de services s'engage à délivrer aux participants qui ont mené à bien le parcours de candidat entrepreneur un certificat daté, l'attestant.
HOOFDSTUK 7. - Stopzetting van de uitbetaling van de premie
CHAPITRE 7. - Cessation du paiement de la prime
Art. 16. Het departement stopt de betaling van de transitiepremie als de ondernemer niet meer voldoet aan een of meerdere van de voorwaarden vermeld in dit besluit of als hij in de aanvraag onjuiste, onvolledige of misleidende informatie heeft verstrekt.
Art. 16. Le département cesse de payer la prime de transition si l'entrepreneur ne remplit plus une ou plusieurs des conditions prévues au présent arrêté ou s'il a fourni des renseignements inexacts, incomplets ou trompeurs dans sa demande.
HOOFDSTUK 8. - Terugvordering
CHAPITRE 8. - Recouvrement
Art. 17. Het departement vordert onrechtmatig verkregen transitiepremies terug.
Art. 17. Le département recouvre les primes de transition indûment obtenues.
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art. 18. Met uitzondering van artikel 12 en 13, treedt het decreet van 22 december 2017 houdende een premie om de transitie van werkzoekenden naar ondernemerschap te stimuleren in werking op 15 maart 2018.
Art. 18. A l'exception des articles 12 et 13, le décret du 22 décembre 2017 portant une prime destinée à favoriser la transition des demandeurs d'emploi à l'entrepreneuriat entre en vigueur le 15 mars 2018.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 15 maart 2018.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 15 mars 2018.
Art. 20. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.