Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2018. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de handhaving van de ruimtelijke ordening en tot wijziging en opheffing van diverse besluiten (aangehaald als : het Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening van 9 februari 2018)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-02-2018 en tekstbijwerking tot 22-10-2025)
Titre
9 FEVRIER 2018. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand concernant le maintien de l'amĂ©nagement du territoire, et modifiant et supprimant divers arrĂȘtĂ©s (citĂ© comme : l'ArrĂȘtĂ© de maintien de l'amĂ©nagement du territoire du 9 fĂ©vrier 2018) (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 28-02-2018 et mise Ă jour au 22-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Citeeropschrift
HOOFDSTUK 2. - Definities
HOOFDSTUK 2/1. [1 Gewestelijke personeelsleden...
HOOFDSTUK 3. - Gewestelijke personeelsleden inz...
HOOFDSTUK 4. - Verbalisanten ruimtelijke ordening
HOOFDSTUK 5. - Het verslag van vaststelling
HOOFDSTUK 6. - Het voorstel tot betaling van ee...
HOOFDSTUK 7. - De herstelvordering
HOOFDSTUK 8. - Bedrag en betaling van een meerw...
HOOFDSTUK 9. - Bewaring en teruggave van in het...
HOOFDSTUK 10. - Uitsluiting, wijziging of intre...
HOOFDSTUK 11. - Aanvraag van een minnelijke sch...
HOOFDSTUK 12. - Procedure inzake opeisbare dwan...
HOOFDSTUK 13. - Beroep tegen de bestuurlijke ma...
HOOFDSTUK 14. - Het herstelattest
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 6. - Wijzigingen aan het besluit van d...
HOOFDSTUK 16. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1. - Intitulé abrégé
CHAPITRE 2. - Définitions
CHAPITRE 2/1. [1 Membres du personnel régionaux...
CHAPITRE 3. - Membres du personnel régionaux en...
CHAPITRE 4. - Agents verbalisateurs de l'aménag...
CHAPITRE 5. - Le rapport de constatation
CHAPITRE 6. - La proposition de payer une somme...
CHAPITRE 7. - La requĂȘte en rĂ©paration
CHAPITRE 8. - Montant et paiement d'une somme d...
CHAPITRE 9. - Conservation et restitution des a...
CHAPITRE 10. - Exclusion, modification ou retra...
CHAPITRE 11. - Demande de rĂšglement Ă l'amiable
CHAPITRE 12. - Procédure en matiÚre d'astreinte...
CHAPITRE 13. - Recours contre les mesures admin...
CHAPITRE 14. - L'attestation de réparation
CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives
Section 1. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 4. - Modifications apportĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ©...
Section 5. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 16. - Dispositions finales
Tekst (76)
Texte (76)
HOOFDSTUK 1. - Citeeropschrift
CHAPITRE 1. - Intitulé abrégé
Artikel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: het Handhavingsbesluit Ruimtelijke Ordening van 9 februari 2018.
Article 1er. Cet arrĂȘtĂ© est citĂ© comme : l'ArrĂȘtĂ© de maintien de l'amĂ©nagement du territoire du 9 fĂ©vrier 2018
HOOFDSTUK 2. - Definities
CHAPITRE 2. - Définitions
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° departement: het Departement Omgeving van het Vlaams Ministerie van Omgeving, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid, vermeld in artikel 6.1.1, 1°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  3° gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid, vermeld in artikel 6.1.1, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  4° Hoge Raad: de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering, vermeld in artikel 6.3.7, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor ruimtelijke ordening;
  6° verbalisant ruimtelijke ordening: het personeelslid, vermeld in artikel 6.2.5/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  7° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
  1° departement: het Departement Omgeving van het Vlaams Ministerie van Omgeving, vermeld in artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid, vermeld in artikel 6.1.1, 1°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  3° gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur: het personeelslid, vermeld in artikel 6.1.1, 3°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  4° Hoge Raad: de Hoge Raad voor de Handhavingsuitvoering, vermeld in artikel 6.3.7, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor ruimtelijke ordening;
  6° verbalisant ruimtelijke ordening: het personeelslid, vermeld in artikel 6.2.5/1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening;
  7° beveiligde zending: een van de volgende betekeningswijzen:
  a) een aangetekende brief;
  b) een afgifte tegen ontvangstbewijs;
  c) elke andere door de Vlaamse Regering toegelaten betekeningswijze, waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.
Art. 2. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, il convient d'entendre par :
  1° departement : le dĂ©partement de l'Environnement et de l'AmĂ©nagement du Territoire du MinistĂšre flamand de l'Environnement et de l'AmĂ©nagement du Territoire, visĂ© Ă l'article 29 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'administration flamande ;
  2° inspecteur urbaniste communal : le membre du personnel, visé à l'article 6.1.1, 1° , du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  3° inspecteur urbaniste régional : le membre du personnel visé à l'article 6.1.1, 3° , du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  4° Conseil supérieur : le Conseil supérieur pour l'exécution du maintien, visé à l'article 6.3.7, § 1 du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  5° ministre : le ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire ;
  6° agent verbalisateur de l'aménagement du territoire : le membre du personnel visé à l'article 6.2.5/1 du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  7° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ;
  c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant de déterminer avec certitude la date de notification
  1° departement : le dĂ©partement de l'Environnement et de l'AmĂ©nagement du Territoire du MinistĂšre flamand de l'Environnement et de l'AmĂ©nagement du Territoire, visĂ© Ă l'article 29 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'administration flamande ;
  2° inspecteur urbaniste communal : le membre du personnel, visé à l'article 6.1.1, 1° , du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  3° inspecteur urbaniste régional : le membre du personnel visé à l'article 6.1.1, 3° , du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  4° Conseil supérieur : le Conseil supérieur pour l'exécution du maintien, visé à l'article 6.3.7, § 1 du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  5° ministre : le ministre flamand chargé de l'aménagement du territoire ;
  6° agent verbalisateur de l'aménagement du territoire : le membre du personnel visé à l'article 6.2.5/1 du Code flamand de l'aménagement du territoire ;
  7° envoi sécurisé : l'un des modes de signification suivants :
  a) une lettre recommandée ;
  b) une remise contre récépissé ;
  c) tout autre mode de signification autorisé par le Gouvernement flamand permettant de déterminer avec certitude la date de notification
HOOFDSTUK 2/1. [1 Gewestelijke personeelsleden voor de beboeting ]1
CHAPITRE 2/1. [1 Membres du personnel régionaux en charge de la verbalisation]1
Art.2/1. [1 De leidend ambtenaar van het departement wijst de personeelsleden van het departement aan die optreden als gewestelijke entiteit, als vermeld in artikel 6.1.1, 2° van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009. ]1
 Â
 Â
Art.2/1. [1 Le fonctionnaire dirigeant du département désigne les membres du personnel du département agissant en tant qu'entité régionale, telle que visée à l'article 6.1.1, 2°, du Code flamand de l'aménagement du territoire du 15 mai 2009. ]1
 Â
 Â
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - Gewestelijke personeelsleden inzake herstel en invordering
CHAPITRE 3. - Membres du personnel régionaux en matiÚre de réparation et recouvrement
Art. 3. De leidend ambtenaar van het departement kan op het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest de functie uitoefenen van gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur.
Art. 3. Le fonctionnaire dirigeant du département peut exercer la fonction d'inspecteur urbaniste régional sur l'ensemble du territoire de la Région flamande.
Art. 4. § 1. De minister stelt de andere gewestelijke stedenbouwkundige inspecteurs dan de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur, vermeld in artikel 3 van dit besluit, aan. De minister kan die bevoegdheid delegeren tot op het meest functionele niveau.
  Het aanstellingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De aanstelling kan op elk moment worden beeïndigd hetzij op verzoek van de betrokkene, hetzij op initiatief van de minister.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 7.7.10, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan de minister de aanstelling van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op grond van artikel 1.4.3, eerste lid, 1°, van de voormelde codex, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, beëindigen. De minister kan die bevoegdheid delegeren tot op het meest functionele niveau.
  § 3. De aanstellingen vermeld in dit artikel eindigen van rechtswege wanneer de betrokkene de afdeling die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening verlaat.
  Het aanstellingsbesluit wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
  De aanstelling kan op elk moment worden beeïndigd hetzij op verzoek van de betrokkene, hetzij op initiatief van de minister.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 7.7.10, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan de minister de aanstelling van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op grond van artikel 1.4.3, eerste lid, 1°, van de voormelde codex, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 6 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, beëindigen. De minister kan die bevoegdheid delegeren tot op het meest functionele niveau.
  § 3. De aanstellingen vermeld in dit artikel eindigen van rechtswege wanneer de betrokkene de afdeling die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening verlaat.
Art. 4. § 1. Le ministre dĂ©signe les inspecteurs urbanistes rĂ©gionaux autres que l'inspecteur urbaniste rĂ©gional visĂ© Ă l'article 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le ministre peut dĂ©lĂ©guer cette compĂ©tence jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  L'arrĂȘtĂ© de dĂ©signation est publiĂ© par extrait au Moniteur belge.
  Il peut ĂȘtre mis fin Ă la dĂ©signation Ă tout moment, soit Ă la demande de l'intĂ©ressĂ©, soit Ă l'initiative du ministre.
  § 2. En exécution de l'article 7.7.10, deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire, le ministre peut mettre fin à la désignation de l'inspecteur urbaniste régional sur la base de l'article 1.4.3, premier alinéa, 1° , du code précité, tel qu'il était d'application avant l'entrée en vigueur de l'article 6 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement. Le ministre peut déléguer cette compétence jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  § 3. Les désignations visées dans cet article prennent fin de plein droit si l'intéressé quitte le département chargé de l'exécution des tùches de maintien dans le champ politique de l'aménagement du territoire.
  L'arrĂȘtĂ© de dĂ©signation est publiĂ© par extrait au Moniteur belge.
  Il peut ĂȘtre mis fin Ă la dĂ©signation Ă tout moment, soit Ă la demande de l'intĂ©ressĂ©, soit Ă l'initiative du ministre.
  § 2. En exécution de l'article 7.7.10, deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire, le ministre peut mettre fin à la désignation de l'inspecteur urbaniste régional sur la base de l'article 1.4.3, premier alinéa, 1° , du code précité, tel qu'il était d'application avant l'entrée en vigueur de l'article 6 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement. Le ministre peut déléguer cette compétence jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  § 3. Les désignations visées dans cet article prennent fin de plein droit si l'intéressé quitte le département chargé de l'exécution des tùches de maintien dans le champ politique de l'aménagement du territoire.
Art. 5. De leidend ambtenaar van het departement wordt aangewezen als de ambtenaar die bevoegd is om dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren als vermeld in artikel 6.2.11, § 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De leidend ambtenaar van het departement is bevoegd om andere ambtenaren van het departement aan te wijzen als ambtenaar als vermeld in het eerste lid.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheid, vermeld in het tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
  De leidend ambtenaar van het departement is bevoegd om andere ambtenaren van het departement aan te wijzen als ambtenaar als vermeld in het eerste lid.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheid, vermeld in het tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
Art. 5. Le fonctionnaire dirigeant est désigné comme le fonctionnaire habilité à viser les contraintes et à les déclarer exécutoires, conformément à l'article 6.2.11, § 2 du Code flamand de l'aménagement du territoire.
  Le fonctionnaire dirigeant du département est compétent pour désigner d'autres fonctionnaires du département comme fonctionnaire au sens du premier alinéa.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer la compétence visée au deuxiÚme alinéa jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  Le fonctionnaire dirigeant du département est compétent pour désigner d'autres fonctionnaires du département comme fonctionnaire au sens du premier alinéa.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer la compétence visée au deuxiÚme alinéa jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
Art. 6. De leidend ambtenaar van het departement wordt aangewezen als ambtenaar die bevoegd is om dwangbevelen te viseren en uitvoerbaar te verklaren als vermeld in artikel 6.4.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De leidend ambtenaar van het departement is bevoegd om andere ambtenaren van het departement aan te wijzen als ambtenaar als vermeld in het eerste lid.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheid, vermeld in het tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
  De leidend ambtenaar van het departement is bevoegd om andere ambtenaren van het departement aan te wijzen als ambtenaar als vermeld in het eerste lid.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheid, vermeld in het tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
Art. 6. Le fonctionnaire dirigeant du département est désigné comme le fonctionnaire habilité à viser les contraintes et à les déclarer exécutoires, conformément à l'article 6.4.11 du Code flamand de l'aménagement du territoire.
  Le fonctionnaire dirigeant du département est compétent pour désigner d'autres fonctionnaires du département comme fonctionnaire au sens du premier alinéa.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer la compétence visée au deuxiÚme alinéa jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  Le fonctionnaire dirigeant du département est compétent pour désigner d'autres fonctionnaires du département comme fonctionnaire au sens du premier alinéa.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer la compétence visée au deuxiÚme alinéa jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
HOOFDSTUK 4. - Verbalisanten ruimtelijke ordening
CHAPITRE 4. - Agents verbalisateurs de l'aménagement du territoire
Art. 7. § 1. De leidend ambtenaar van het departement is bevoegd om de gewestelijke verbalisanten ruimtelijke ordening aan te wijzen.
  De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, kan betrekking hebben op personeelsleden van een andere gewestelijke entiteit als met het hoofd van de betrokken entiteit een protocol werd gesloten over de vaststellings- en opsporingsbevoegdheid. Het protocol mag geen afbreuk doen aan het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening, vermeld in artikel 6.1.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met inbegrip van het traject en de prioriteiten die daarin zijn opgenomen.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheden, vermeld in het eerste en tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 7.7.9, eerste en tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan de leidend ambtenaar van het departement de aanwijzing op grond van artikel 6.1.5 van de voormelde codex, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 20 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, beëindigen. De leidend ambtenaar van het departement kan die bevoegdheid delegeren tot op het meest functionele niveau.
  De bevoegdheid, vermeld in het eerste lid, kan betrekking hebben op personeelsleden van een andere gewestelijke entiteit als met het hoofd van de betrokken entiteit een protocol werd gesloten over de vaststellings- en opsporingsbevoegdheid. Het protocol mag geen afbreuk doen aan het Handhavingsprogramma Ruimtelijke Ordening, vermeld in artikel 6.1.3, § 1, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, met inbegrip van het traject en de prioriteiten die daarin zijn opgenomen.
  De leidend ambtenaar van het departement kan de bevoegdheden, vermeld in het eerste en tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
  § 2. Ter uitvoering van artikel 7.7.9, eerste en tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening kan de leidend ambtenaar van het departement de aanwijzing op grond van artikel 6.1.5 van de voormelde codex, zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 20 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, beëindigen. De leidend ambtenaar van het departement kan die bevoegdheid delegeren tot op het meest functionele niveau.
Art. 7. § 1. Le fonctionnaire dirigeant du département est compétent pour désigner les agents verbalisateurs régionaux de l'aménagement du territoire.
  La compétence visée au premier alinéa peut se rapporter à des membres du personnel d'une autre entité régionale si un protocole a été conclu avec le chef de l'entité concernée concernant la compétence de constatation et de recherche. Le protocole ne doit pas porter préjudice au programme de maintien de l'aménagement du territoire, visé à l'article 6.1.3, § 1, du Code flamand de l'aménagement du territoire, en ce compris le parcours et les priorités qui y sont repris.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer les compétences visées aux premier et deuxiÚme alinéas jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  § 2. En exécution de l'article 7.7.9, premier et deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire, le fonctionnaire dirigeant du département peut mettre fin à la désignation sur la base de l'article 6.1.5 du code précité, telle qu'il était d'application avant l'entrée en vigueur de l'article 20 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement. Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer cette compétence jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  La compétence visée au premier alinéa peut se rapporter à des membres du personnel d'une autre entité régionale si un protocole a été conclu avec le chef de l'entité concernée concernant la compétence de constatation et de recherche. Le protocole ne doit pas porter préjudice au programme de maintien de l'aménagement du territoire, visé à l'article 6.1.3, § 1, du Code flamand de l'aménagement du territoire, en ce compris le parcours et les priorités qui y sont repris.
  Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer les compétences visées aux premier et deuxiÚme alinéas jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
  § 2. En exécution de l'article 7.7.9, premier et deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire, le fonctionnaire dirigeant du département peut mettre fin à la désignation sur la base de l'article 6.1.5 du code précité, telle qu'il était d'application avant l'entrée en vigueur de l'article 20 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement. Le fonctionnaire dirigeant du département peut déléguer cette compétence jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
Art. 8. De minister wijst onder de gewestelijke verbalisanten ruimtelijke ordening de personeelsleden aan die voor het opsporen en vaststellen van de stedenbouwkundige misdrijven, vermeld in titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 2, van de voormelde codex, verkrijgen.
  Ter uitvoering van artikel 7.7.10, eerste lid, van de voormelde codex, kan de minister de bevoegdheden van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur als verbalisant ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 1, eerste lid, 1°, van de voormelde codex, en de daartoe behouden hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, beëindigen.
  Ter uitvoering van artikel 7.7.10, eerste lid, van de voormelde codex, kan de minister de bevoegdheden van de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur als verbalisant ruimtelijke ordening, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 1, eerste lid, 1°, van de voormelde codex, en de daartoe behouden hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie, hulpofficier van de procureur des Konings, beëindigen.
Art. 8. Le ministre désigne parmi les agents verbalisateurs régionaux de l'aménagement du territoire les membres du personnel qui, pour la recherche et la constatation des délits urbanistiques visés au titre VI du Code flamand de l'aménagement du territoire, acquiÚrent la qualité d'officier de police judiciaire, auxiliaire du procureur du Roi, comme visé à l'article 6.2.5/1, § 2, du code précité.
  En exécution de l'article 7.7.10, premier alinéa, du code précité, le ministre peut mettre fin aux compétences de l'inspecteur urbaniste régional en tant qu'agent verbalisateur de l'aménagement du territoire, visé à l'article 6.2.5/1, § 1, premier alinéa, 1° , du code précité, ainsi qu'à la qualité d'officier de police judiciaire, auxiliaire du procureur du Roi, conservée à cet effet.
  En exécution de l'article 7.7.10, premier alinéa, du code précité, le ministre peut mettre fin aux compétences de l'inspecteur urbaniste régional en tant qu'agent verbalisateur de l'aménagement du territoire, visé à l'article 6.2.5/1, § 1, premier alinéa, 1° , du code précité, ainsi qu'à la qualité d'officier de police judiciaire, auxiliaire du procureur du Roi, conservée à cet effet.
Art. 9. Behalve in de gevallen, vermeld in artikel 6.2.5/1, § 3, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, leggen de contractuele personeelsleden voordat ze hun opdracht kunnen vervullen, de eed af in handen van de overheid die hen heeft aangewezen conform artikel 6.2.5/1, § 1, van de voormelde codex.
  Voor de gewestelijke verbalisanten ruimtelijke ordening geldt de volgende regeling:
  1° de contractuele personeelsleden van een departement leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat departement;
  2° de contractuele personeelsleden van een agentschap leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat agentschap.
  Voor de gewestelijke verbalisanten ruimtelijke ordening geldt de volgende regeling:
  1° de contractuele personeelsleden van een departement leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat departement;
  2° de contractuele personeelsleden van een agentschap leggen de eed af in handen van de leidend ambtenaar van dat agentschap.
Art. 9. Sauf dans les cas visĂ©s Ă l'article 6.2.5/1, § 3, deuxiĂšme alinĂ©a, du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire, les membres du personnel contractuels prĂȘtent serment, avant de pouvoir remplir leur mission, entre les mains de l'autoritĂ© qui les a dĂ©signĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 6.2.5/1, § 1, du code prĂ©citĂ©.
  Pour les agents verbalisateurs de l'aménagement du territoire, le rÚglement suivant est d'application :
  1° les membres du personnel contractuels d'un dĂ©partement prĂȘtent serment entre les mains du fonctionnaire dirigeant de ce dĂ©partement ;
  2° les membres du personnel contractuels d'une agence prĂȘtent serment entre les mains du fonctionnaire dirigeant de cette agence.
  Pour les agents verbalisateurs de l'aménagement du territoire, le rÚglement suivant est d'application :
  1° les membres du personnel contractuels d'un dĂ©partement prĂȘtent serment entre les mains du fonctionnaire dirigeant de ce dĂ©partement ;
  2° les membres du personnel contractuels d'une agence prĂȘtent serment entre les mains du fonctionnaire dirigeant de cette agence.
HOOFDSTUK 5. - Het verslag van vaststelling
CHAPITRE 5. - Le rapport de constatation
Art. 10. De minister kan de vorm van het verslag van vaststelling, vermeld in artikel 6.2.5, eerste lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, bepalen.
Art. 10. Le ministre peut déterminer la forme du rapport de constatation visé à l'article 6.2.5, premier alinéa, du Code flamand de l'aménagement du territoire.
HOOFDSTUK 6. - Het voorstel tot betaling van een geldsom
CHAPITRE 6. - La proposition de payer une somme d'argent
Art. 11. Het voorstel tot betaling van een geldsom wordt schriftelijk gedaan met een beveiligde zending, en omvat minstens de volgende gegevens:
  1° de datum en nummer van het verslag van vaststelling of het proces-verbaal;
  2° de vastgestelde stedenbouwkundige inbreuk of het vastgestelde stedenbouwkundige misdrijf, inclusief de geschonden regelgeving;
  3° de decretale grondslag voor de toepassing van een voorstel tot betaling van een geldsom;
  4° de voorgestelde geldsom, alsook de betalingstermijn en de wijze van betaling;
  5° de gevolgen in geval van niet-tijdige betaling van de voorgestelde geldsom.
  1° de datum en nummer van het verslag van vaststelling of het proces-verbaal;
  2° de vastgestelde stedenbouwkundige inbreuk of het vastgestelde stedenbouwkundige misdrijf, inclusief de geschonden regelgeving;
  3° de decretale grondslag voor de toepassing van een voorstel tot betaling van een geldsom;
  4° de voorgestelde geldsom, alsook de betalingstermijn en de wijze van betaling;
  5° de gevolgen in geval van niet-tijdige betaling van de voorgestelde geldsom.
Art. 11. La proposition de payer une somme d'argent est faite par écrit et par envoi sécurisé, et comprend au moins les données suivantes :
  1° la date et le numéro du rapport de constatation ou du procÚs-verbal ;
  2° l'infraction urbanistique constatée ou le délit urbanistique constaté, y compris la réglementation violée ;
  3° la base décrétale de l'application d'une proposition de payer une somme d'argent ;
  4° la somme proposée, ainsi que le délai de paiement et le mode de paiement ;
  5° les conséquences en cas de paiement tardif de la somme d'argent proposée.
  1° la date et le numéro du rapport de constatation ou du procÚs-verbal ;
  2° l'infraction urbanistique constatée ou le délit urbanistique constaté, y compris la réglementation violée ;
  3° la base décrétale de l'application d'une proposition de payer une somme d'argent ;
  4° la somme proposée, ainsi que le délai de paiement et le mode de paiement ;
  5° les conséquences en cas de paiement tardif de la somme d'argent proposée.
HOOFDSTUK 7. - De herstelvordering
CHAPITRE 7. - La requĂȘte en rĂ©paration
Art. 12. Een herstelvordering als vermeld in artikel 6.3.1 en 6.3.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende stukken, inlichtingen of gegevens:
  1° de kadastrale identificatie van het onroerend goed waarop de schendingen zijn gepleegd op het ogenblik dat de herstelvordering wordt ingeleid;
  2° een beschrijving van de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen;
  3° de vermelding van de geldende voorschriften op het ogenblik van de schending;
  4° het voorafgaand advies van de Hoge Raad of de vermelding van het feit dat hetzij geen advies werd verleend, hetzij een advies werd verleend buiten de termijn van zestig dagen, vermeld in artikel 6.3.11, § 2, eerste lid, van de voormelde codex.
  Onverminderd de verplichting tot het voorzien van de stukken, de inlichtingen of de gegevens, vermeld in het eerste lid, worden de volgende stukken, inlichtingen of gegevens bij de herstelvordering gevoegd:
  1° de vermelding van de geldende voorschriften op het ogenblik dat de herstelvordering wordt ingeleid;
  2° in voorkomend geval de vermelding van eerdere rechterlijke herstelmaatregelen of de bestuurlijke maatregelen met betrekking tot het onroerend goed, die door een vonnis, arrest, bestuurlijk besluit of minnelijke schikking zijn opgelegd of overeengekomen, hetzij een afschrift ervan;
  3° de vermelding van het totale meerwaardebedrag en de berekening ervan in geval van een vordering tot het betalen van een meerwaarde;
  4° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in punt 1° tot en met 3°, en het eerste lid.
  1° de kadastrale identificatie van het onroerend goed waarop de schendingen zijn gepleegd op het ogenblik dat de herstelvordering wordt ingeleid;
  2° een beschrijving van de wederrechtelijk uitgevoerde handelingen;
  3° de vermelding van de geldende voorschriften op het ogenblik van de schending;
  4° het voorafgaand advies van de Hoge Raad of de vermelding van het feit dat hetzij geen advies werd verleend, hetzij een advies werd verleend buiten de termijn van zestig dagen, vermeld in artikel 6.3.11, § 2, eerste lid, van de voormelde codex.
  Onverminderd de verplichting tot het voorzien van de stukken, de inlichtingen of de gegevens, vermeld in het eerste lid, worden de volgende stukken, inlichtingen of gegevens bij de herstelvordering gevoegd:
  1° de vermelding van de geldende voorschriften op het ogenblik dat de herstelvordering wordt ingeleid;
  2° in voorkomend geval de vermelding van eerdere rechterlijke herstelmaatregelen of de bestuurlijke maatregelen met betrekking tot het onroerend goed, die door een vonnis, arrest, bestuurlijk besluit of minnelijke schikking zijn opgelegd of overeengekomen, hetzij een afschrift ervan;
  3° de vermelding van het totale meerwaardebedrag en de berekening ervan in geval van een vordering tot het betalen van een meerwaarde;
  4° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in punt 1° tot en met 3°, en het eerste lid.
Art. 12. Une requĂȘte en rĂ©paration telle que visĂ©e aux articles 6.3.1 et 6.3.3 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire comprend, sous peine d'irrecevabilitĂ©, les piĂšces, renseignements ou donnĂ©es suivants :
  1° l'identification cadastrale du bien immobilier sur lequel les violations ont Ă©tĂ© commises au moment oĂč la requĂȘte en rĂ©paration est introduite ;
  2° une description des actes exécutés illégalement ;
  3° la mention des prescriptions en vigueur au moment de la violation ;
  4° l'avis préalable du Conseil supérieur ou la mention du fait que soit aucun avis n'a été rendu, soit un avis a été rendu hors du délai de 60 jours visé à l'article 6.3.11, § 2, premier alinéa, du code précité.
  Sans prĂ©judice de l'obligation de prĂ©voir les piĂšces, renseignements et donnĂ©es visĂ©s au premier alinĂ©a, les piĂšces, renseignements ou donnĂ©es suivants seront joints Ă la requĂȘte en rĂ©paration :
  1° la mention des prescriptions en vigueur au moment oĂč la requĂȘte en rĂ©paration est introduite ;
  2° le cas Ă©chĂ©ant, la mention de mesures judiciaires de rĂ©paration antĂ©rieures ou des mesures administratives relatives aux biens immobiliers, qui ont Ă©tĂ© imposĂ©es ou convenues par un jugement, un arrĂȘt, un arrĂȘtĂ© administratif ou un rĂšglement Ă l'amiable, ou une copie du document concernĂ© ;
  3° la mention du montant total de la plus-value et le calcul de celui-ci, en cas de demande de paiement d'une plus-value ;
  4° une liste numérotée de toutes les piÚces jointes visées aux points 1° à 3° inclus et au premier alinéa.
  1° l'identification cadastrale du bien immobilier sur lequel les violations ont Ă©tĂ© commises au moment oĂč la requĂȘte en rĂ©paration est introduite ;
  2° une description des actes exécutés illégalement ;
  3° la mention des prescriptions en vigueur au moment de la violation ;
  4° l'avis préalable du Conseil supérieur ou la mention du fait que soit aucun avis n'a été rendu, soit un avis a été rendu hors du délai de 60 jours visé à l'article 6.3.11, § 2, premier alinéa, du code précité.
  Sans prĂ©judice de l'obligation de prĂ©voir les piĂšces, renseignements et donnĂ©es visĂ©s au premier alinĂ©a, les piĂšces, renseignements ou donnĂ©es suivants seront joints Ă la requĂȘte en rĂ©paration :
  1° la mention des prescriptions en vigueur au moment oĂč la requĂȘte en rĂ©paration est introduite ;
  2° le cas Ă©chĂ©ant, la mention de mesures judiciaires de rĂ©paration antĂ©rieures ou des mesures administratives relatives aux biens immobiliers, qui ont Ă©tĂ© imposĂ©es ou convenues par un jugement, un arrĂȘt, un arrĂȘtĂ© administratif ou un rĂšglement Ă l'amiable, ou une copie du document concernĂ© ;
  3° la mention du montant total de la plus-value et le calcul de celui-ci, en cas de demande de paiement d'une plus-value ;
  4° une liste numérotée de toutes les piÚces jointes visées aux points 1° à 3° inclus et au premier alinéa.
Art. 13. Respectievelijk de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester bezorgt binnen zeven dagen na het indienen van de herstelvordering, vermeld in artikel 6.3.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, een melding daarvan aan de overtreder met een beveiligde zending.
Art. 13. L'inspecteur urbaniste rĂ©gional, l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre, respectivement, transmet dans les sept jours aprĂšs introduction de la requĂȘte en rĂ©paration visĂ©e Ă l'article 6.3.1 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire une notification de celle-ci au contrevenant par envoi sĂ©curisĂ©.
HOOFDSTUK 8. - Bedrag en betaling van een meerwaardesom
CHAPITRE 8. - Montant et paiement d'une somme de plus-value
Art. 14. Voor de berekening van het meerwaardebedrag als forfaitaire vergoeding voor de illegale gevolgen van een schending als vermeld in artikel 6.2.1 en 6.2.2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden de forfaitaire vergoedingen gehanteerd, vermeld in artikel 15 van dit besluit.
Art. 14. Pour le calcul du montant de la plus-value en tant qu'indemnitĂ© forfaitaire pour les consĂ©quences illĂ©gales d'une violation telle que visĂ©e aux articles 6.2.1 et 6.2.2 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire, les indemnitĂ©s forfaitaires visĂ©es Ă l'article 15 de cet arrĂȘtĂ© sont appliquĂ©es.
Art. 15. De meerwaarde wordt vastgesteld op basis van de vergoeding respectievelijk per vierkante meter vloeroppervlakte, per strekkende meter of per stuk binnen de vork van de reguliere en de maximumvergoedingen, vermeld in de volgende tabel:
Art. 15. La plus-value est fixée sur la base de l'indemnité, respectivement par mÚtre carré de surface de sol, par mÚtre courant ou par piÚce dans la fourchette des indemnités réguliÚres et maximales mentionnées dans le tableau suivant :
| Voor: | Eenheid | Reguliere vergoeding in   ⏠per m2 bruto vloeroppervlakte/   strekkende meter/stuk | Maximumvergoeding in   ⏠per m2 bruto vloeroppervlakte/   strekkende meter/stuk | ||||
| Â | Â | RKG | AGRARISCH | ANDERE | RKG | AGRARISCH | ANDERE Â Â |
| Alle delen van woningen en appartementen, andere dan onbewoonbare kelders en zolders | Per m2 | 500 | 250 | 100 | 1.000 | 750 | 600 |
| Onbewoonbare kelder | Per m2 | 125 | 62,50 | 25 | 250 | 187,5 | 150 |
| Onbewoonbare zolder | Per m2 | 187,5 | 93,75 | 37,5 | 375 | 281,25 | 225 |
| Handelsgebouwen, kantoren of winkels | Per m2 | 250 | 125 | 50 | 500 | 375 | 300 |
| Agrarische gebouwen, industriële gebouwen of andere bedrijfsgebouwen | Per m2 | 165 | 82,50 | 33 | 330 | 247,5 | 198 |
| Garages, bergplaatsen, tuinhuizen of andere losstaande of accessoire constructies | Per m2 | 82,5 | 41,25 | 16,5 | 165 | 123,75 | 99 |
| Het aanleggen of wijzigen van openlucht recreatieve terreinen - artikel 4.2.1, 8° VCRO | Per m2 | 32,5 | 16,25 | 6,5 | 65 | 48,75 | 39 |
| Het aanleggen of wijzigen van openlucht recreatieve terreinen met bijzondere infrastructuren of grondverhardingen | Per m2 | 40 | 20 | 8 | 80 | 60 | 48 |
| Het aanleggen of inrichten van gronden - artikel 4.2.1, 5° VCRO | Per m2 | 32,5 | 16,25 | 6,5 | 65 | 48,75 | 39 |
| Het aanleggen of inrichten van gronden met grondverhardingen of andere losstaande of accessoire constructies | Per m2 | 40 | 20 | 8 | 80 | 60 | 48 |
| Een gevelde hoogstammige boom | Per stuk | 165 | 82,5 | 33 | 330 | 247,5 | 198 |
| Een reliëfwijziging | Per m2 | 7,5 | 3,75 | 1,5 | 15 | 11,25 | 9 |
| Een afsluiting | Per strek-kende meter | 7,5 | 3,75 | 1,5 | 15 | 11,25 | 9 |
  ⏠per m2 bruto vloeroppervlakte/
  strekkende meter/stuk Maximumvergoeding in
  ⏠per m2 bruto vloeroppervlakte/
  strekkende meter/stukRKG AGRARISCH ANDERE RKG AGRARISCH ANDERE
Alle delen van woningen en appartementen, andere dan onbewoonbare kelders en zolders Per m2500 250 100 1.000 750 600Onbewoonbare kelder Per m2125 62,50 25 250 187,5 150Onbewoonbare zolder Per m2187,5 93,75 37,5 375 281,25 225Handelsgebouwen, kantoren of winkels Per m2250 125 50 500 375 300Agrarische gebouwen, industriële gebouwen of andere bedrijfsgebouwen Per m2165 82,50 33 330 247,5 198Garages, bergplaatsen, tuinhuizen of andere losstaande of accessoire constructies Per m282,5 41,25 16,5 165 123,75 99Het aanleggen of wijzigen van openlucht recreatieve terreinen - artikel 4.2.1, 8° VCRO Per m232,5 16,25 6,5 65 48,75 39Het aanleggen of wijzigen van openlucht recreatieve terreinen met bijzondere infrastructuren of grondverhardingen Per m240 20 8 80 60 48Het aanleggen of inrichten van gronden - artikel 4.2.1, 5° VCRO Per m232,5 16,25 6,5 65 48,75 39Het aanleggen of inrichten van gronden met grondverhardingen of andere losstaande of accessoire constructies Per m240 20 8 80 60 48Een gevelde hoogstammige boom Per stuk 165 82,5 33 330 247,5 198Een reliëfwijziging Per m27,5 3,75 1,5 15 11,25 9Een afsluiting Per strek-kende meter 7,5 3,75 1,5 15 11,25 9
Het forfaitaire bedrag wordt berekend op basis van de reguliere vergoeding. Dat forfaitaire bedrag kan maximaal verhoogd worden tot aan een bedrag op basis van de maximumvergoeding op voorwaarde dat uitdrukkelijk wordt gemotiveerd op welke elementen die verhoging gesteund is. In dit laatste geval kan onder meer rekening worden gehouden met de reële vermogensvoordelen, die het gevolg zijn van onder meer comfortverbetering, duurzaam materiaalgebruik of economische voordelen.
  In een ruimtelijk kwetsbaar gebied zijn de reguliere en maximumvergoedingen van de kolom met het opschrift "RKG" in de tabel, vermeld in het eerste lid, van toepassing.
  In een agrarisch gebied of een landschappelijk waardevol agrarisch gebied zijn de reguliere en de maximumvergoedingen van de kolom met het opschrift "agrarisch" in de tabel, vermeld in het eerste lid, van toepassing.
  In een zone met een bestemming van een andere aard dan de bestemming, vermeld in het derde en vierde lid, zijn de reguliere en de maximumvergoedingen van de kolom met het opschrift "andere" in de tabel, vermeld in het eerste lid, van toepassing.
| Pour : | Unité | Indemnités réguliÚres en   ⏠par m2 de surface brute de plancher/mÚtre courant/piÚce | Indemnité maximale en   ⏠par m2 de surface brute de plancher/ mÚtre courant/piÚce | ||||
| Â | Â | CLC | AGRICOLE | AUTRE | CLC | AGRICOLE | AUTRE Â Â |
| Toutes les parties d'habitations et d'appartements, autres que les caves et greniers inhabitables | Par m2 | 500 | 250 | 100 | 1.000 | 750 | 600 |
| Cave inhabitable | Par m2 | 125 | 62,50 | 25 | 250 | 187,5 | 150 |
| Grenier inhabitable | Par m2 | 187,5 | 93,75 | 37,5 | 375 | 281,25 | 225 |
| BĂątiments commerciaux, bureaux ou magasins | Par m2 | 250 | 125 | 50 | 500 | 375 | 300 |
| BĂątiments agricoles, bĂątiments industriels ou autres bĂątiments d'entreprise | Par m2 | 165 | 82,50 | 33 | 330 | 247,5 | 198 |
| Garages, débarras, pavillons de jardin ou autres constructions isolées ou accessoires | Par m2 | 82,5 | 41,25 | 16,5 | 165 | 123,75 | 99 |
| La création ou la modification de terrains pour loisirs en plein air - article 4.2.1, 8° VCRO | Par m2 | 32,5 | 16,25 | 6,5 | 65 | 48,75 | 39 |
| La crĂ©ation ou la modification de terrains pour loisirs en plein air comportant des infrastructures ou revĂȘtements de sol particuliers | Par m2 | 40 | 20 | 8 | 80 | 60 | 48 |
| La création ou l'aménagement de terrains - article 4.2.1, 5° VCRO | Par m2 | 32,5 | 16,25 | 6,5 | 65 | 48,75 | 39 |
| La crĂ©ation ou l'amĂ©nagement de terrains comportant des revĂȘtements de sol ou d'autres constructions isolĂ©es ou accessoires | Par m2 | 40 | 20 | 8 | 80 | 60 | 48 |
| Un arbre Ă haute tige abattu | Par piĂšce | 165 | 82,5 | 33 | 330 | 247,5 | 198 |
| Une modification de relief | Par m2 | 7,5 | 3,75 | 1,5 | 15 | 11,25 | 9 |
| Une clĂŽture | Par mĂštre courant | 7,5 | 3,75 | 1,5 | 15 | 11,25 | 9 |
  ⏠par m2 de surface brute de plancher/mÚtre courant/piÚce Indemnité maximale en
  ⏠par m2 de surface brute de plancher/ mÚtre courant/piÚceCLC AGRICOLE AUTRE CLC AGRICOLE AUTRE
Toutes les parties d'habitations et d'appartements, autres que les caves et greniers inhabitables Par m2500 250 100 1.000 750 600Cave inhabitable Par m2125 62,50 25 250 187,5 150Grenier inhabitable Par m2187,5 93,75 37,5 375 281,25 225BĂątiments commerciaux, bureaux ou magasins Par m2250 125 50 500 375 300BĂątiments agricoles, bĂątiments industriels ou autres bĂątiments d'entreprise Par m2165 82,50 33 330 247,5 198Garages, dĂ©barras, pavillons de jardin ou autres constructions isolĂ©es ou accessoires Par m282,5 41,25 16,5 165 123,75 99La crĂ©ation ou la modification de terrains pour loisirs en plein air - article 4.2.1, 8° VCRO Par m232,5 16,25 6,5 65 48,75 39La crĂ©ation ou la modification de terrains pour loisirs en plein air comportant des infrastructures ou revĂȘtements de sol particuliers Par m240 20 8 80 60 48La crĂ©ation ou l'amĂ©nagement de terrains - article 4.2.1, 5° VCRO Par m232,5 16,25 6,5 65 48,75 39La crĂ©ation ou l'amĂ©nagement de terrains comportant des revĂȘtements de sol ou d'autres constructions isolĂ©es ou accessoires Par m240 20 8 80 60 48Un arbre Ă haute tige abattu Par piĂšce 165 82,5 33 330 247,5 198Une modification de relief Par m27,5 3,75 1,5 15 11,25 9Une clĂŽture Par mĂštre courant 7,5 3,75 1,5 15 11,25 9
Le montant forfaitaire est calculĂ© sur la base de l'indemnitĂ© rĂ©guliĂšre. Ce montant forfaitaire peut au maximum ĂȘtre majorĂ© Ă concurrence d'un montant sur la base de l'indemnitĂ© maximale, Ă condition qu'il soit expressĂ©ment prĂ©cisĂ© sur quels Ă©lĂ©ments cette majoration se fonde. Dans ce dernier cas, il peut notamment ĂȘtre tenu compte des avantages rĂ©els du bien, dĂ©coulant entre autres de l'amĂ©lioration du confort, d'une utilisation de matĂ©riaux durables ou d'avantages Ă©conomiques.
  Dans une zone vulnérable du point de vue spatiale, les indemnités réguliÚres et maximales de la colonne intitulée " CLC " dans le tableau visé au premier alinéa sont d'application.
  Dans une zone agricole ou une zone agricole d'intĂ©rĂȘt paysager, les indemnitĂ©s rĂ©guliĂšres et maximales de la colonne intitulĂ©e " AGRICOLE " dans le tableau visĂ© au premier alinĂ©a sont d'application.
  Dans une zone ayant une affectation d'une autre nature que celle visée aux troisiÚme et quatriÚme alinéas, les indemnités réguliÚres et maximales de la colonne intitulée " AUTRE " dans le tableau visé au premier alinéa sont d'application.
Art. 16. § 1. De vloeroppervlakte, vermeld in artikel 15 van dit besluit, wordt berekend over de verschillende bouwlagen van een constructie. De bruto vloeroppervlakte wordt buitenmaats berekend.
  Alleen het bouwfysische gedeelte van de constructie dat afgebroken zou moeten worden om een tot een herstel in de oorspronkelijke toestand te komen of het bouwfysische gedeelte waarvan het strijdige gebruik gestaakt moet worden, wordt als berekeningsbasis genomen. In geval van illegale verbouwings- of uitbreidingswerken waardoor een gebouw zijn hoofdzakelijk vergunde karakter verliest, kan de berekeningsbasis alleen betrekking hebben op het bouwfysische deel van de verbouwde of de uitgebreide delen. Het bouwfysische gedeelte waarvoor bijkomend aan de meerwaarde bouw- of aanpassingswerken worden voorzien, wordt niet meegerekend in de berekeningsbasis voor de meerwaarde. Voor schendingen van de inplanting van constructies worden alleen de delen van de vloeroppervlakte in de berekeningsbasis meegenomen die buiten de vergunde of vergund geachte inplanting gelegen zijn.
  § 2. De bedragen, vermeld in artikel 15 van dit besluit, worden vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit besluit, jaarlijks aangepast aan de evolutie van het cijfer van de gezondheidsindex, zoals bepaald in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, volgens de volgende formule:
  Nieuw bedrag: basisbedrag x gezondheidsindex van de maand december die voorafgaat aan de maand januari waarin de aanpassing plaatsvindt/gezondheidsindex december 2017.
  De bedragen die volgens de formule, vermeld in het eerste lid, berekend zijn, worden naar de hogere eenheid afgerond.
  Alleen het bouwfysische gedeelte van de constructie dat afgebroken zou moeten worden om een tot een herstel in de oorspronkelijke toestand te komen of het bouwfysische gedeelte waarvan het strijdige gebruik gestaakt moet worden, wordt als berekeningsbasis genomen. In geval van illegale verbouwings- of uitbreidingswerken waardoor een gebouw zijn hoofdzakelijk vergunde karakter verliest, kan de berekeningsbasis alleen betrekking hebben op het bouwfysische deel van de verbouwde of de uitgebreide delen. Het bouwfysische gedeelte waarvoor bijkomend aan de meerwaarde bouw- of aanpassingswerken worden voorzien, wordt niet meegerekend in de berekeningsbasis voor de meerwaarde. Voor schendingen van de inplanting van constructies worden alleen de delen van de vloeroppervlakte in de berekeningsbasis meegenomen die buiten de vergunde of vergund geachte inplanting gelegen zijn.
  § 2. De bedragen, vermeld in artikel 15 van dit besluit, worden vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de inwerkingtreding van dit besluit, jaarlijks aangepast aan de evolutie van het cijfer van de gezondheidsindex, zoals bepaald in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, volgens de volgende formule:
  Nieuw bedrag: basisbedrag x gezondheidsindex van de maand december die voorafgaat aan de maand januari waarin de aanpassing plaatsvindt/gezondheidsindex december 2017.
  De bedragen die volgens de formule, vermeld in het eerste lid, berekend zijn, worden naar de hogere eenheid afgerond.
Art. 16. § 1. La surface de plancher visĂ©e Ă l'article 15 de cet arrĂȘtĂ© est calculĂ©e sur les diffĂ©rents Ă©tages d'une construction. La surface brute de plancher est calculĂ©e sur la base des dimensions extĂ©rieures.
  Seule la partie physique de la construction qui devrait ĂȘtre dĂ©molie pour rĂ©aliser une restauration dans l'Ă©tat initial ou la partie physique dont l'utilisation incriminĂ©e doit ĂȘtre arrĂȘtĂ©e, est prise comme base de calcul. En cas de travaux de transformation ou d'agrandissement illĂ©gaux par lesquels un bĂątiment perd son caractĂšre autorisĂ© en principal, la base de calcul ne peut avoir trait qu'Ă la partie physique des parties transformĂ©es ou agrandies. La partie physique pour laquelle, complĂ©mentairement Ă la plus-value, des travaux de construction ou d'adaptation sont prĂ©vus n'est pas prise en compte dans la base de calcul pour la plus-value. En ce qui concerne les violations portant sur l'implantation de constructions, seules sont prises en compte dans la base de calcul les parties de la surface au sol qui sont situĂ©es Ă l'extĂ©rieur de l'implantation autorisĂ©e ou rĂ©putĂ©e autorisĂ©e.
  § 2. Les montants visĂ©s Ă l'article 15 de cet arrĂȘtĂ© sont adaptĂ©s annuellement, Ă partir du 1er janvier de l'annĂ©e qui suit l'entrĂ©e en vigueur de cet arrĂȘtĂ©, Ă l'Ă©volution du chiffre de l'indice santĂ© conformĂ©ment Ă l'article 2, § 1, de l'ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays, selon la formule suivante :
  Nouveau montant : montant de base x indice santé du mois de décembre précédant le mois de janvier durant lequel l'adaptation a lieu/indice santé de décembre 2017.
  Les montants qui ont été calculés selon la formule visée au premier alinéa sont arrondis à l'unité supérieure.
  Seule la partie physique de la construction qui devrait ĂȘtre dĂ©molie pour rĂ©aliser une restauration dans l'Ă©tat initial ou la partie physique dont l'utilisation incriminĂ©e doit ĂȘtre arrĂȘtĂ©e, est prise comme base de calcul. En cas de travaux de transformation ou d'agrandissement illĂ©gaux par lesquels un bĂątiment perd son caractĂšre autorisĂ© en principal, la base de calcul ne peut avoir trait qu'Ă la partie physique des parties transformĂ©es ou agrandies. La partie physique pour laquelle, complĂ©mentairement Ă la plus-value, des travaux de construction ou d'adaptation sont prĂ©vus n'est pas prise en compte dans la base de calcul pour la plus-value. En ce qui concerne les violations portant sur l'implantation de constructions, seules sont prises en compte dans la base de calcul les parties de la surface au sol qui sont situĂ©es Ă l'extĂ©rieur de l'implantation autorisĂ©e ou rĂ©putĂ©e autorisĂ©e.
  § 2. Les montants visĂ©s Ă l'article 15 de cet arrĂȘtĂ© sont adaptĂ©s annuellement, Ă partir du 1er janvier de l'annĂ©e qui suit l'entrĂ©e en vigueur de cet arrĂȘtĂ©, Ă l'Ă©volution du chiffre de l'indice santĂ© conformĂ©ment Ă l'article 2, § 1, de l'ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays, selon la formule suivante :
  Nouveau montant : montant de base x indice santé du mois de décembre précédant le mois de janvier durant lequel l'adaptation a lieu/indice santé de décembre 2017.
  Les montants qui ont été calculés selon la formule visée au premier alinéa sont arrondis à l'unité supérieure.
Art. 17. De vordering tot het betalen van een meerwaarde die krachtens artikel 6.3.1 of 6.3.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt ingeleid, vermeldt het totale meerwaardebedrag en de berekening ervan. Hetzelfde geldt voor het besluit tot toepassing van bestuursdwang of last onder dwangsom, vermeld in artikel 6.4.7 en 6.4.14 van de voormelde codex, en voor de beslissing na beroep, vermeld in artikel 6.4.8 en 6.4.15 van de voormelde codex, telkens als daarin beslist wordt tot het opleggen of handhaven van de betaling van een meerwaarde.
Art. 17. La rĂ©clamation de paiement d'une plus-value qui est introduite en vertu de l'article 6.3.1 ou 6.3.3 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire mentionne le montant total de la plus-value et le calcul de celui-ci. Il en est de mĂȘme pour l'arrĂȘtĂ© portant application de la contrainte administrative ou de la charge sous astreinte, mentionnĂ©e aux articles 6.4.7 et 6.4.14 du code prĂ©citĂ©, et pour la dĂ©cision sur recours, visĂ©e aux articles 6.4.8 et 6.4.15 du code prĂ©citĂ©, chaque fois qu'il y est stipulĂ© d'imposer ou de maintenir le paiement d'une plus-value.
Art. 18. Tenzij bij kwijting als vermeld in artikel 6.3.1, § 5, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, moet het bedrag van de meerwaarde uiterlijk bij het verstrijken van de toegestane betalingstermijn worden gestort op de rekening van [1 BRV-fonds, vermeld in artikel 1.6.1]1 van de voormelde codex.
  De rekenplichtige ambtenaar van het [1 BRV-fonds, vermeld in het eerste lid]1, die daartoe wordt aangewezen door de leidend ambtenaar van het departement, brengt de overheid die het meerwaardebedrag heeft gevorderd of opgelegd en, voor zover verschillend, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op de hoogte van de storting.
  Vanaf het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, is de wettelijke verwijlintrest op het door de rechter bepaalde bedrag van de meerwaarde verschuldigd zonder verdere ingebrekestelling.
 Â
  De rekenplichtige ambtenaar van het [1 BRV-fonds, vermeld in het eerste lid]1, die daartoe wordt aangewezen door de leidend ambtenaar van het departement, brengt de overheid die het meerwaardebedrag heeft gevorderd of opgelegd en, voor zover verschillend, de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur op de hoogte van de storting.
  Vanaf het verstrijken van de termijn, vermeld in het eerste lid, is de wettelijke verwijlintrest op het door de rechter bepaalde bedrag van de meerwaarde verschuldigd zonder verdere ingebrekestelling.
 Â
Wijzigingen
Art. 18. A moins que le contrevenant s'acquitte conformĂ©ment Ă l'article 6.3.1, § 5, troisiĂšme alinĂ©a, du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire, le montant de la plus-value doit ĂȘtre versĂ©, au plus tard Ă l'expiration du dĂ©lai de paiement accordĂ©, sur le compte du [1 Fonds BRV, visĂ© Ă l'article 1.6.1]1 du code prĂ©citĂ©.
  Le fonctionnaire comptable du [1 Fonds BRV, visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ]1, dĂ©signĂ© Ă cet effet par le fonctionnaire dirigeant du dĂ©partement, notifie le versement Ă l'autoritĂ© qui a requis ou imposĂ© le montant de la plus-value et, pour autant qu'il ne s'agisse pas de la mĂȘme personne, Ă l'inspecteur urbaniste rĂ©gional.
  A l'expiration du dĂ©lai visĂ© au premier alinĂ©a, les intĂ©rĂȘts de retard lĂ©gaux sur le montant de la plus-value dĂ©terminĂ© par le juge sont dus sans autre mise en demeure.
 Â
  Le fonctionnaire comptable du [1 Fonds BRV, visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er ]1, dĂ©signĂ© Ă cet effet par le fonctionnaire dirigeant du dĂ©partement, notifie le versement Ă l'autoritĂ© qui a requis ou imposĂ© le montant de la plus-value et, pour autant qu'il ne s'agisse pas de la mĂȘme personne, Ă l'inspecteur urbaniste rĂ©gional.
  A l'expiration du dĂ©lai visĂ© au premier alinĂ©a, les intĂ©rĂȘts de retard lĂ©gaux sur le montant de la plus-value dĂ©terminĂ© par le juge sont dus sans autre mise en demeure.
 Â
Wijzigingen
HOOFDSTUK 9. - Bewaring en teruggave van in het kader van bestuursdwang meegenomen zaken
CHAPITRE 9. - Conservation et restitution des affaires emportées dans le cadre d'une contrainte administrative
Art. 19. § 1. Als zaken op grond van de bevoegdheid, vermeld in artikel 6.4.13 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, worden meegevoerd en opgeslagen, maakt de bevoegde overheid of de gerechtsdeurwaarder, vermeld in artikel 6.4.12 van de voormelde codex, daarvan melding in een proces-verbaal. Een afschrift wordt verstrekt aan degene die de zaken onder zijn beheer had en, als dat een andere persoon is en als die bekend is, aan de rechthebbende.
  § 2. De bevoegde overheid zorgt voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft die zaken terug aan de rechthebbende. De bevoegde overheid is bevoegd om de afgifte op te schorten tot de kosten, vermeld in artikel 6.4.10 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die worden vermeerderd met de kosten van bewaring, zijn voldaan. Als geen van de rechthebbenden als overtreder kan worden beschouwd, mag de afgifte evenwel alleen afhankelijk worden gesteld van de betaling van de kosten van bewaring.
  § 3. Als de meegevoerde en opgeslagen zaken niet binnen drie maanden na het meevoeren worden opgeëist door de rechthebbende, is de bevoegde overheid gerechtigd ze te verkopen of, als verkoop naar haar oordeel niet mogelijk is, de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vernietigen.
  De termijn van drie maanden, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden afgewacht zodra de kosten van bewaring, vermeerderd met de kosten die geraamd zijn voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden.
  Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging kan evenwel nooit plaatsvinden binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift, vermeld in paragraaf 1, tenzij het gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen betreft.
  § 2. De bevoegde overheid zorgt voor de bewaring van de opgeslagen zaken en geeft die zaken terug aan de rechthebbende. De bevoegde overheid is bevoegd om de afgifte op te schorten tot de kosten, vermeld in artikel 6.4.10 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die worden vermeerderd met de kosten van bewaring, zijn voldaan. Als geen van de rechthebbenden als overtreder kan worden beschouwd, mag de afgifte evenwel alleen afhankelijk worden gesteld van de betaling van de kosten van bewaring.
  § 3. Als de meegevoerde en opgeslagen zaken niet binnen drie maanden na het meevoeren worden opgeëist door de rechthebbende, is de bevoegde overheid gerechtigd ze te verkopen of, als verkoop naar haar oordeel niet mogelijk is, de zaak om niet aan een derde in eigendom over te dragen of te laten vernietigen.
  De termijn van drie maanden, vermeld in het eerste lid, hoeft niet te worden afgewacht zodra de kosten van bewaring, vermeerderd met de kosten die geraamd zijn voor de verkoop, de eigendomsoverdracht om niet of de vernietiging, in verhouding tot de waarde van de zaak onevenredig hoog worden.
  Verkoop, eigendomsoverdracht om niet of vernietiging kan evenwel nooit plaatsvinden binnen twee weken na de verstrekking van het afschrift, vermeld in paragraaf 1, tenzij het gevaarlijke stoffen of eerder aan bederf onderhevige stoffen betreft.
Art. 19. § 1. Dans l'Ă©ventualitĂ© oĂč, sur la base de la compĂ©tence visĂ©e Ă l'article 6.4.13 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire, des affaires sont emportĂ©es et entreposĂ©es, l'autoritĂ© compĂ©tente ou l'huissier de justice, visĂ©s Ă l'article 6.4.12 du code prĂ©citĂ©, en fait mention dans un procĂšs-verbal. Une copie de celui-ci est transmise Ă la personne qui avait les affaires sous sa gestion et, lorsqu'il s'agit d'une autre personne et si elle est connue, Ă l'ayant droit.
  § 2. L'autoritĂ© compĂ©tente assure la conservation des affaires entreposĂ©es et les restitue Ă l'ayant droit. L'autoritĂ© compĂ©tente est habilitĂ©e Ă suspendre la dĂ©livrance jusqu'Ă ce que les frais visĂ©s Ă l'article 6.4.10 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire et majorĂ©s des frais de conservation aient Ă©tĂ© acquittĂ©s. Lorsqu'aucun des ayants droit ne peut ĂȘtre considĂ©rĂ© comme contrevenant, la dĂ©livrance peut cependant uniquement dĂ©pendre du paiement des frais de conservation.
  § 3. Lorsque les affaires emportées et entreposées ne sont pas réclamées par l'ayant droit dans les trois mois aprÚs avoir été emportées, l'autorité compétente est autorisée à les vendre ou, lorsqu'elle estime qu'une vente n'est pas possible, à transférer en propriété l'affaire à un tiers sans paiement ou à la faire détruire.
  Il n'est pas obligatoire d'attendre que le dĂ©lai de trois mois, visĂ© au premier alinĂ©a, soit Ă©coulĂ©, Ă partir du moment oĂč les frais de conservation majorĂ©s des frais qui ont Ă©tĂ© estimĂ©s pour la vente, le transfert en propriĂ©tĂ© sans paiement ou la destruction deviennent disproportionnellement Ă©levĂ©s par rapport Ă la valeur des affaires concernĂ©es.
  Toutefois, la vente, le transfert en propriété sans paiement ou la destruction ne peut jamais avoir lieu moins de deux semaines aprÚs transmission de la copie visée au paragraphe 1, à moins qu'il s'agisse de matiÚres dangereuses ou de matiÚres susceptibles de se dégrader.
  § 2. L'autoritĂ© compĂ©tente assure la conservation des affaires entreposĂ©es et les restitue Ă l'ayant droit. L'autoritĂ© compĂ©tente est habilitĂ©e Ă suspendre la dĂ©livrance jusqu'Ă ce que les frais visĂ©s Ă l'article 6.4.10 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire et majorĂ©s des frais de conservation aient Ă©tĂ© acquittĂ©s. Lorsqu'aucun des ayants droit ne peut ĂȘtre considĂ©rĂ© comme contrevenant, la dĂ©livrance peut cependant uniquement dĂ©pendre du paiement des frais de conservation.
  § 3. Lorsque les affaires emportées et entreposées ne sont pas réclamées par l'ayant droit dans les trois mois aprÚs avoir été emportées, l'autorité compétente est autorisée à les vendre ou, lorsqu'elle estime qu'une vente n'est pas possible, à transférer en propriété l'affaire à un tiers sans paiement ou à la faire détruire.
  Il n'est pas obligatoire d'attendre que le dĂ©lai de trois mois, visĂ© au premier alinĂ©a, soit Ă©coulĂ©, Ă partir du moment oĂč les frais de conservation majorĂ©s des frais qui ont Ă©tĂ© estimĂ©s pour la vente, le transfert en propriĂ©tĂ© sans paiement ou la destruction deviennent disproportionnellement Ă©levĂ©s par rapport Ă la valeur des affaires concernĂ©es.
  Toutefois, la vente, le transfert en propriété sans paiement ou la destruction ne peut jamais avoir lieu moins de deux semaines aprÚs transmission de la copie visée au paragraphe 1, à moins qu'il s'agisse de matiÚres dangereuses ou de matiÚres susceptibles de se dégrader.
HOOFDSTUK 10. - Uitsluiting, wijziging of intrekking van een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom
CHAPITRE 10. - Exclusion, modification ou retrait d'une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte
Art. 20. De inbreuken, vermeld in artikel 6.2.2, 2°, 3°, 4° en 5°, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zijn uitgesloten als grondslag voor de toepassing van bestuursdwang of last onder dwangsom.
  Hetzelfde geldt ten opzichte van de eigenaar, vermeld in artikel 6.2.2, 7°, van de voormelde codex, als het de inbreuken, vermeld in punt 3° en 5° van het voormelde artikel, betreft.
  Hetzelfde geldt ten opzichte van de eigenaar, vermeld in artikel 6.2.2, 7°, van de voormelde codex, als het de inbreuken, vermeld in punt 3° en 5° van het voormelde artikel, betreft.
Art. 20. Les infractions visées à l'article 6.2.2, 2° , 3° , 4° et 5° , du Code flamand de l'aménagement du territoire sont exclues comme base de l'application d'une contrainte administrative ou d'une charge sous astreinte.
  Le mĂȘme principe s'applique vis-Ă -vis du propriĂ©taire visĂ© Ă l'article 6.2.2, 7° , du code prĂ©citĂ©, lorsqu'il s'agit des infractions visĂ©es aux points 3° et 5° de l'article prĂ©citĂ©.
  Le mĂȘme principe s'applique vis-Ă -vis du propriĂ©taire visĂ© Ă l'article 6.2.2, 7° , du code prĂ©citĂ©, lorsqu'il s'agit des infractions visĂ©es aux points 3° et 5° de l'article prĂ©citĂ©.
Art. 21. De belanghebbende, vermeld in artikel 6.4.2, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening richt het gemotiveerde verzoek tot wijziging of intrekking van de bestuurlijke maatregel met een beveiligde zending aan degene die de bestuurlijke maatregel heeft opgelegd.
  De persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, beslist over de wijziging of intrekking binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de indiening van het gemotiveerde verzoek.
  In een besluit houdende de wijziging of intrekking van een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom worden minstens de volgende gegevens vermeld:
  1° de mate waarin de opgelegde maatregelen al dan niet zijn uitgevoerd en de mate waarin het herstel van de goede ruimtelijke ordening al dan niet werd bereikt;
  2° de omstandigheden die zich voordoen die een wijziging of intrekking van de maatregelen vereisen.
  Het besluit houdende de wijziging of intrekking van een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom wordt aan degene aan wie de maatregel werd opgelegd, meegedeeld met een beveiligde zending binnen een termijn van tien dagen na de ondertekening van het besluit.
  Degene die een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft gewijzigd of ingetrokken, meldt dat aan de betrokken gemeente, respectievelijk aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, voor zover de gemeentelijke dan wel gewestelijke bevoegde overheid niet betrokken was bij dat besluit tot wijziging of intrekking.
  De persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, beslist over de wijziging of intrekking binnen een termijn van vijfenveertig dagen na de indiening van het gemotiveerde verzoek.
  In een besluit houdende de wijziging of intrekking van een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom worden minstens de volgende gegevens vermeld:
  1° de mate waarin de opgelegde maatregelen al dan niet zijn uitgevoerd en de mate waarin het herstel van de goede ruimtelijke ordening al dan niet werd bereikt;
  2° de omstandigheden die zich voordoen die een wijziging of intrekking van de maatregelen vereisen.
  Het besluit houdende de wijziging of intrekking van een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom wordt aan degene aan wie de maatregel werd opgelegd, meegedeeld met een beveiligde zending binnen een termijn van tien dagen na de ondertekening van het besluit.
  Degene die een bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft gewijzigd of ingetrokken, meldt dat aan de betrokken gemeente, respectievelijk aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, voor zover de gemeentelijke dan wel gewestelijke bevoegde overheid niet betrokken was bij dat besluit tot wijziging of intrekking.
Art. 21. L'ayant droit visĂ© Ă l'article 6.4.2, § 2 du Code flamand de l'amĂ©nagement du territoire adresse la requĂȘte motivĂ©e de modification ou de retrait de la mesure administrative par envoi sĂ©curisĂ© Ă la personne qui a imposĂ© celle-ci.
  La personne qui a imposĂ© la mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte se prononce sur la modification ou le retrait dans un dĂ©lai de 45 jours aprĂšs dĂ©pĂŽt de la requĂȘte motivĂ©e.
  Un arrĂȘtĂ© portant modification ou retrait d'une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte reprend au moins les donnĂ©es suivantes :
  1° la mesure dans laquelle les mesures imposées ont ou non été exécutées et la mesure dans laquelle le rétablissement d'un bon aménagement du territoire a ou non été effectivement réalisé ;
  2° les circonstances survenues qui nécessitent une modification ou un retrait des mesures.
  L'arrĂȘtĂ© portant modification ou retrait d'une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte est communiquĂ© Ă la personne Ă qui la mesure a Ă©tĂ© imposĂ©e par envoi sĂ©curisĂ© dans un dĂ©lai de 10 jours aprĂšs signature de l'arrĂȘtĂ©.
  La personne qui a modifiĂ© ou retirĂ© une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte le notifie Ă la commune concernĂ©e ou Ă l'inspecteur urbaniste rĂ©gional pour autant que l'autoritĂ© compĂ©tente communale ou rĂ©gionale n'ait pas Ă©tĂ© impliquĂ©e dans cet arrĂȘtĂ© de modification ou de retrait.
  La personne qui a imposĂ© la mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte se prononce sur la modification ou le retrait dans un dĂ©lai de 45 jours aprĂšs dĂ©pĂŽt de la requĂȘte motivĂ©e.
  Un arrĂȘtĂ© portant modification ou retrait d'une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte reprend au moins les donnĂ©es suivantes :
  1° la mesure dans laquelle les mesures imposées ont ou non été exécutées et la mesure dans laquelle le rétablissement d'un bon aménagement du territoire a ou non été effectivement réalisé ;
  2° les circonstances survenues qui nécessitent une modification ou un retrait des mesures.
  L'arrĂȘtĂ© portant modification ou retrait d'une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte est communiquĂ© Ă la personne Ă qui la mesure a Ă©tĂ© imposĂ©e par envoi sĂ©curisĂ© dans un dĂ©lai de 10 jours aprĂšs signature de l'arrĂȘtĂ©.
  La personne qui a modifiĂ© ou retirĂ© une mesure administrative de contrainte administrative ou de charge sous astreinte le notifie Ă la commune concernĂ©e ou Ă l'inspecteur urbaniste rĂ©gional pour autant que l'autoritĂ© compĂ©tente communale ou rĂ©gionale n'ait pas Ă©tĂ© impliquĂ©e dans cet arrĂȘtĂ© de modification ou de retrait.
HOOFDSTUK 11. - Aanvraag van een minnelijke schikking
CHAPITRE 11. - Demande de rĂšglement Ă l'amiable
Art. 22. § 1. De aanvraag tot minnelijke schikking, vermeld in artikel 6.4.19 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt door de overtreder of belanghebbende schriftelijk ingediend bij de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijk stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester. De aanvraag wordt met een beveiligde zending gedaan.
  De overheid die een aanvraag ontvangt, laat daarvan onmiddellijk bericht aan de andere overheden, vermeld in het eerste lid, en stelt de opsteller van het proces-verbaal of vaststellingsverslag daarvan op de hoogte.
  De minister kan het model vaststellen van een aanvraagformulier dat in het geval, vermeld in artikel 6.4.19 van voormelde codex, gebruikt moet worden.
  § 2. De aanvraag tot minnelijke schikking bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende stukken, inlichtingen en gegevens:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en zetel van de aanvrager of aanvragers;
  2° de hoedanigheid waarin de aanvrager of aanvragers optreden en hun rechten op het perceel of op de constructies;
  3° een opgave van alle personen die zakelijke rechten hebben op het goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft;
  4° de kadastrale identificatie van het onroerend goed;
  5° een beschrijving van de feiten en het voorwerp van het herstel;
  6° een beschrijving van de voorgestelde wijze van het herstel;
  7° de handtekening van de aanvrager of aanvragers of hun raadsman.
  § 3. Onverminderd paragraaf 2 bevat de aanvraag tot minnelijke schikking de volgende stukken, inlichtingen of gegevens:
  1° het telefoonnummer en het e-mailadres van de aanvrager of aanvragers;
  2° voor rechtspersonen, verenigingen en groeperingen de meest recente statuten waaruit de hoedanigheid en de aanstelling van de bevoegde organen blijkt, of het ondernemingsnummer en de beslissing van de bevoegde organen om de aanvraag in te dienen;
  3° de processen-verbaal of de verslagen van vaststelling, en alle andere stukken en inlichtingen die relevant zijn voor de beoordeling;
  4° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in paragraaf 2, en deze paragraaf.
  § 4. De aanvrager of aanvragers vermelden in de aanvraag of zij al dan niet bereid zijn in het kader van de minnelijke schikking bouw- of aanpassingswerken uit te voeren. Zij kunnen zelf bouw- of aanpassingswerken voorstellen.
  § 5. De aanvraag wordt mee ondertekend door de architect als het herstel, met inbegrip van de in voorkomend geval voorgestelde bouw- of aanpassingswerken, handelingen betreft waarvoor de medewerking van een architect vereist is.
  In de aanvraag begroot de architect, als dat van toepassing is, het meerwaardebedrag.
  § 6. De overheid die een aanvraag ontvangt, gaat na of de aanvraag volledig en regelmatig is. Ze kan aanvullende stukken en gegevens bij de aanvrager of aanvragers opvragen. De aanvullende stukken en gegevens worden haar door de aanvrager of aanvragers per beveiligde zending bezorgd binnen een vervaltermijn van dertig dagen na de datum van het opvragen hiervan.
  De overheid die een aanvraag ontvangt, laat daarvan onmiddellijk bericht aan de andere overheden, vermeld in het eerste lid, en stelt de opsteller van het proces-verbaal of vaststellingsverslag daarvan op de hoogte.
  De minister kan het model vaststellen van een aanvraagformulier dat in het geval, vermeld in artikel 6.4.19 van voormelde codex, gebruikt moet worden.
  § 2. De aanvraag tot minnelijke schikking bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende stukken, inlichtingen en gegevens:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en zetel van de aanvrager of aanvragers;
  2° de hoedanigheid waarin de aanvrager of aanvragers optreden en hun rechten op het perceel of op de constructies;
  3° een opgave van alle personen die zakelijke rechten hebben op het goed waarop de minnelijke schikking betrekking heeft;
  4° de kadastrale identificatie van het onroerend goed;
  5° een beschrijving van de feiten en het voorwerp van het herstel;
  6° een beschrijving van de voorgestelde wijze van het herstel;
  7° de handtekening van de aanvrager of aanvragers of hun raadsman.
  § 3. Onverminderd paragraaf 2 bevat de aanvraag tot minnelijke schikking de volgende stukken, inlichtingen of gegevens:
  1° het telefoonnummer en het e-mailadres van de aanvrager of aanvragers;
  2° voor rechtspersonen, verenigingen en groeperingen de meest recente statuten waaruit de hoedanigheid en de aanstelling van de bevoegde organen blijkt, of het ondernemingsnummer en de beslissing van de bevoegde organen om de aanvraag in te dienen;
  3° de processen-verbaal of de verslagen van vaststelling, en alle andere stukken en inlichtingen die relevant zijn voor de beoordeling;
  4° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in paragraaf 2, en deze paragraaf.
  § 4. De aanvrager of aanvragers vermelden in de aanvraag of zij al dan niet bereid zijn in het kader van de minnelijke schikking bouw- of aanpassingswerken uit te voeren. Zij kunnen zelf bouw- of aanpassingswerken voorstellen.
  § 5. De aanvraag wordt mee ondertekend door de architect als het herstel, met inbegrip van de in voorkomend geval voorgestelde bouw- of aanpassingswerken, handelingen betreft waarvoor de medewerking van een architect vereist is.
  In de aanvraag begroot de architect, als dat van toepassing is, het meerwaardebedrag.
  § 6. De overheid die een aanvraag ontvangt, gaat na of de aanvraag volledig en regelmatig is. Ze kan aanvullende stukken en gegevens bij de aanvrager of aanvragers opvragen. De aanvullende stukken en gegevens worden haar door de aanvrager of aanvragers per beveiligde zending bezorgd binnen een vervaltermijn van dertig dagen na de datum van het opvragen hiervan.
Art. 22. § 1er. La demande de rĂšglement Ă l'amiable, visĂ©e Ă l'article 6.4.19 du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire, doit ĂȘtre prĂ©sentĂ©e par Ă©crit par le contrevenant ou l'intĂ©ressĂ© Ă l'inspecteur urbaniste rĂ©gional, Ă l'inspecteur urbaniste communal ou au bourgmestre. La demande est faite par envoi sĂ©curisĂ©.
  L'autorité qui reçoit une demande en informe immédiatement les autres autorités visées au paragraphe premier et en informe le rédacteur du procÚs-verbal ou de son rapport de constatation.
  Le ministre peut définir le modÚle d'un formulaire de demande à utiliser dans le cas visé à l'article 6.4.19 du codex susmentionné.
  § 2. La demande de rÚglement à l'amiable contient, sous peine d'irrecevabilité, les documents, informations et données suivants :
  1° les nom, prénom et domicile ou la raison sociale et le siÚge social du ou des demandeurs ;
  2° la qualité en laquelle le ou les demandeurs agissent et leurs droits sur la parcelle ou les constructions ;
  3° une indication de toutes les personnes ayant des droits réels sur le bien sur lequel porte le rÚglement à l'amiable ;
  4° l'identification cadastrale du bien immobilier ;
  5° une description des faits et de l'objet de la réparation ;
  6° une description de la méthode de réparation proposée ;
  7° la signature du ou des demandeurs ou de leur conseil juridique.
  § 3. Sans préjudice du paragraphe 2, la demande de rÚglement à l'amiable contient les documents, informations ou données suivants :
  1° le numéro de téléphone et l'adresse électronique du ou des demandeurs ;
  2° pour les personnes morales, associations et groupements, les statuts les plus récents indiquant la qualité et la désignation des organes compétents, ou le numéro d'entreprise, et la décision des organes compétents de soumettre la demande ;
  3° les procÚs-verbaux ou rapports de constatation, ainsi que tous autres documents et informations utiles à l'évaluation ;
  4° une liste numérotée de toutes les piÚces jointes mentionnées au paragraphe 2 et au présent paragraphe.
  § 4. Le ou les demandeurs mentionnent dans la demande s'il est disposĂ© ou non Ă effectuer des travaux de construction ou d'amĂ©nagement dans le cadre du rĂšglement Ă l'amiable. Ils peuvent proposer eux-mĂȘmes des travaux de construction ou d'amĂ©nagement.
  § 5. La demande doit ĂȘtre cosignĂ©e par l'architecte si la rĂ©paration, y compris les Ă©ventuels travaux de construction ou d'amĂ©nagement proposĂ©s, concerne des actions qui nĂ©cessitent la collaboration d'un architecte.
  Dans la demande, l'architecte estime, le cas échéant, le montant de la plus-value.
  § 6. L'autorité qui reçoit une demande vérifie si la demande est complÚte et réguliÚre. Elle peut demander des documents et des informations supplémentaires au ou aux demandeurs. Les documents et données complémentaires lui sont transmis par le ou les demandeurs, par envoi sécurisé, dans un délai de 30 jours à compter de la date de la demande.
  L'autorité qui reçoit une demande en informe immédiatement les autres autorités visées au paragraphe premier et en informe le rédacteur du procÚs-verbal ou de son rapport de constatation.
  Le ministre peut définir le modÚle d'un formulaire de demande à utiliser dans le cas visé à l'article 6.4.19 du codex susmentionné.
  § 2. La demande de rÚglement à l'amiable contient, sous peine d'irrecevabilité, les documents, informations et données suivants :
  1° les nom, prénom et domicile ou la raison sociale et le siÚge social du ou des demandeurs ;
  2° la qualité en laquelle le ou les demandeurs agissent et leurs droits sur la parcelle ou les constructions ;
  3° une indication de toutes les personnes ayant des droits réels sur le bien sur lequel porte le rÚglement à l'amiable ;
  4° l'identification cadastrale du bien immobilier ;
  5° une description des faits et de l'objet de la réparation ;
  6° une description de la méthode de réparation proposée ;
  7° la signature du ou des demandeurs ou de leur conseil juridique.
  § 3. Sans préjudice du paragraphe 2, la demande de rÚglement à l'amiable contient les documents, informations ou données suivants :
  1° le numéro de téléphone et l'adresse électronique du ou des demandeurs ;
  2° pour les personnes morales, associations et groupements, les statuts les plus récents indiquant la qualité et la désignation des organes compétents, ou le numéro d'entreprise, et la décision des organes compétents de soumettre la demande ;
  3° les procÚs-verbaux ou rapports de constatation, ainsi que tous autres documents et informations utiles à l'évaluation ;
  4° une liste numérotée de toutes les piÚces jointes mentionnées au paragraphe 2 et au présent paragraphe.
  § 4. Le ou les demandeurs mentionnent dans la demande s'il est disposĂ© ou non Ă effectuer des travaux de construction ou d'amĂ©nagement dans le cadre du rĂšglement Ă l'amiable. Ils peuvent proposer eux-mĂȘmes des travaux de construction ou d'amĂ©nagement.
  § 5. La demande doit ĂȘtre cosignĂ©e par l'architecte si la rĂ©paration, y compris les Ă©ventuels travaux de construction ou d'amĂ©nagement proposĂ©s, concerne des actions qui nĂ©cessitent la collaboration d'un architecte.
  Dans la demande, l'architecte estime, le cas échéant, le montant de la plus-value.
  § 6. L'autorité qui reçoit une demande vérifie si la demande est complÚte et réguliÚre. Elle peut demander des documents et des informations supplémentaires au ou aux demandeurs. Les documents et données complémentaires lui sont transmis par le ou les demandeurs, par envoi sécurisé, dans un délai de 30 jours à compter de la date de la demande.
HOOFDSTUK 12. - Procedure inzake opeisbare dwangsommen
CHAPITRE 12. - Procédure en matiÚre d'astreintes exigibles
Art. 23. § 1. De gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, die de dwangsomtitel heeft doen betekenen, neemt ambtshalve een beslissing om de opeisbare dwangsomschuld al dan niet geheel of gedeeltelijk in te vorderen als vermeld in artikel 6.3.4, § 4, tweede lid, en artikel 6.4.16, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening binnen een termijn van negentig dagen na de datum van de afgifte van een proces-verbaal van vaststelling van uitvoering als vermeld in artikel 6.3.6, 6.4.9, 6.4.15, § 2, en artikel 6.4.21 van de voormelde codex.
  § 2. De schuldenaren van de opeisbare dwangsom worden met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. Als de beslissing, vermeld in paragraaf 1, door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur wordt genomen, wordt er op dezelfde dag van de verzending, vermeld in paragraaf 2, een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de minister, vermeld in artikel 25 § 1.
  § 2. De schuldenaren van de opeisbare dwangsom worden met een beveiligde zending op de hoogte gebracht van de beslissing, vermeld in paragraaf 1.
  § 3. Als de beslissing, vermeld in paragraaf 1, door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur wordt genomen, wordt er op dezelfde dag van de verzending, vermeld in paragraaf 2, een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de minister, vermeld in artikel 25 § 1.
Art. 23. § 1er. L'inspecteur urbaniste régional, l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre, qui a signifié le titre d'astreinte, décide d'office de recouvrer ou non tout ou partie de l'astreinte visée à l'article 6.3.4, § 4, deuxiÚme alinéa, et à l'article 6.4.16, troisiÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire dans un délai de nonante jours à compter de la date de délivrance d'un procÚs-verbal de constatation d'exécution visé aux articles 6.3.6,6.4.9,6.4.15, § 2 et 6.4.21 du code susmentionné.
  § 2. Les débiteurs de l'astreinte exigible sont informés de la décision visée au paragraphe 1er par envoi sécurisé.
  § 3. Si la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er est prise par l'inspecteur urbaniste rĂ©gional, une copie de la dĂ©cision est communiquĂ©e au ministre, visĂ© Ă l'article 25 § 1er, le jour mĂȘme de l'expĂ©dition visĂ©e au paragraphe 2.
  § 2. Les débiteurs de l'astreinte exigible sont informés de la décision visée au paragraphe 1er par envoi sécurisé.
  § 3. Si la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er est prise par l'inspecteur urbaniste rĂ©gional, une copie de la dĂ©cision est communiquĂ©e au ministre, visĂ© Ă l'article 25 § 1er, le jour mĂȘme de l'expĂ©dition visĂ©e au paragraphe 2.
Art. 24. § 1. Het eenvoudige verzoek, vermeld in artikel 6.3.4, § 4, en artikel 6.4.16, derde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt ingediend bij respectievelijk de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, die de dwangsomtitel heeft doen betekenen.
  Als de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester vaststelt dat het verzoek ten onrechte aan hem is gericht, stuurt hij het onmiddellijk door aan de bevoegde persoon en brengt hij de verzoeker daarvan op de hoogte.
  § 2. Er kunnen aan de verzoeker stukken, inlichtingen of gegevens gevraagd worden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het verzoek.
  § 3. Het eenvoudige verzoek wordt binnen een termijn van negentig dagen behandeld en de verzoeker wordt met een gewone brief op de hoogte gebracht van de beslissing.
  § 4. Als de beslissing, vermeld in paragraaf 3, door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur wordt genomen, wordt er op dezelfde dag van de verzending, vermeld in paragraaf 3, een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de minister, vermeld in artikel 25 § 1.
  Als de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester vaststelt dat het verzoek ten onrechte aan hem is gericht, stuurt hij het onmiddellijk door aan de bevoegde persoon en brengt hij de verzoeker daarvan op de hoogte.
  § 2. Er kunnen aan de verzoeker stukken, inlichtingen of gegevens gevraagd worden die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van het verzoek.
  § 3. Het eenvoudige verzoek wordt binnen een termijn van negentig dagen behandeld en de verzoeker wordt met een gewone brief op de hoogte gebracht van de beslissing.
  § 4. Als de beslissing, vermeld in paragraaf 3, door de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur wordt genomen, wordt er op dezelfde dag van de verzending, vermeld in paragraaf 3, een afschrift van de beslissing meegedeeld aan de minister, vermeld in artikel 25 § 1.
Art. 24. § 1er. La simple demande visée à l'article 6.3.4 § 4, et à l'article 6.4.16, troisiÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire est soumise respectivement à l'inspecteur urbaniste régional, à l'urbaniste communal ou au bourgmestre qui a signifié le titre d'astreinte.
  Si l'inspecteur urbaniste régional, l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre constate que la demande lui a été adressée à tort, il la transmet immédiatement à la personne compétente et en informe le demandeur.
  § 2. Le demandeur peut ĂȘtre invitĂ© Ă fournir tous les documents, informations ou donnĂ©es nĂ©cessaires Ă l'Ă©valuation de la demande.
  § 3. La simple demande est traitée dans un délai de nonante jours et le demandeur est informé de la décision par lettre ordinaire.
  § 4. Si la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 3 est prise par l'inspecteur urbaniste rĂ©gional, une copie de la dĂ©cision est communiquĂ©e au ministre, visĂ© Ă l'article 25 § 1er, le jour mĂȘme de l'expĂ©dition visĂ© au paragraphe 3.
  Si l'inspecteur urbaniste régional, l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre constate que la demande lui a été adressée à tort, il la transmet immédiatement à la personne compétente et en informe le demandeur.
  § 2. Le demandeur peut ĂȘtre invitĂ© Ă fournir tous les documents, informations ou donnĂ©es nĂ©cessaires Ă l'Ă©valuation de la demande.
  § 3. La simple demande est traitée dans un délai de nonante jours et le demandeur est informé de la décision par lettre ordinaire.
  § 4. Si la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 3 est prise par l'inspecteur urbaniste rĂ©gional, une copie de la dĂ©cision est communiquĂ©e au ministre, visĂ© Ă l'article 25 § 1er, le jour mĂȘme de l'expĂ©dition visĂ© au paragraphe 3.
Art. 25. § 1. Het gemotiveerde verzoek, vermeld in artikel 6.3.4, § 5, en artikel 6.4.16, vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt met een beveiligde zending ingediend bij respectievelijk het college van burgemeester en schepenen van de gemeente, in naam van wie de dwangsomtitel wordt uitgevoerd of haar gemachtigde, dan wel bij de Vlaamse Regering, in naam van wie de dwangsomtitel wordt uitgevoerd, of haar gemachtigde. In het laatste geval wordt het verzoek gericht aan de minister, op het adres van het departement, Koning Albert II-laan 20 bus 8, 1000 Brussel.
  § 2. Het verzoek bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende stukken, inlichtingen of gegevens:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en zetel van de verzoeker en de hoedanigheid van de verzoeker;
  2° de kadastrale identificatie van het onroerend goed;
  3° een afschrift van de dwangsomtitel en de betekening ervan;
  4° de inhoudelijke motieven;
  5° een overzicht van de gestelde handelingen en de genomen engagementen inzake de hoofdveroordeling;
  6° een overzicht van de gehele of gedeeltelijke realisatie van het herstel;
  7° de handtekening van de verzoeker of zijn raadsman.
  § 3. Onverminderd de verplichting tot het voorzien van de stukken, de inlichtingen of de gegevens, vermeld in paragraaf 2, worden de volgende stukken, inlichtingen of gegevens bij het verzoek gevoegd:
  1° het telefoonnummer en het e-mailadres van de verzoeker;
  2° voor rechtspersonen, verenigingen en groeperingen de meest recente statuten waaruit de hoedanigheid en de aanstelling van de bevoegde organen blijkt, of het ondernemingsnummer en de beslissing van de bevoegde organen om de aanvraag in te dienen;
  3° de processen-verbaal die zijn opgesteld na het opeisbaar worden van de dwangsommen;
  4° de stukken die de verzoeker nuttig acht voor de beoordeling van zijn verzoek;
  5° de bewijzen van betaling en de aanduiding van de periode waarop de betalingen betrekking hebben of de vermelding dat er geen betalingen zijn;
  6° de vermelding en de stukken van eerdere verzoeken die op grond van artikel 6.3.4, § 4 of § 5, hetzij artikel 6.4.16, derde of vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zijn ingediend en de betreffende beslissingen;
  7° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in paragraaf 2 en deze paragraaf.
  Als wordt vastgesteld dat er gegevens, inlichtingen en stukken als vermeld in paragraaf 3, ontbreken, kan aan de verzoeker worden gevraagd om het dossier aan te vullen.
  § 4. De overheid die het gemotiveerde verzoek, vermeld in paragraaf 1, ontvangt, onderzoekt de ontvankelijkheid:
  1° als het verzoek onontvankelijk wordt bevonden, wordt de verzoeker daarvan met een beveiligde zending op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de ontvangst van het verzoek. De procedure voor het niet ontvankelijk bevonden verzoek is daarmee beëindigd;
  2° als het verzoek ontvankelijk wordt bevonden, wordt de verzoeker daarvan met een beveiligde zending op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de ontvangst van het verzoek.
  § 2. Het verzoek bevat op straffe van onontvankelijkheid de volgende stukken, inlichtingen of gegevens:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en zetel van de verzoeker en de hoedanigheid van de verzoeker;
  2° de kadastrale identificatie van het onroerend goed;
  3° een afschrift van de dwangsomtitel en de betekening ervan;
  4° de inhoudelijke motieven;
  5° een overzicht van de gestelde handelingen en de genomen engagementen inzake de hoofdveroordeling;
  6° een overzicht van de gehele of gedeeltelijke realisatie van het herstel;
  7° de handtekening van de verzoeker of zijn raadsman.
  § 3. Onverminderd de verplichting tot het voorzien van de stukken, de inlichtingen of de gegevens, vermeld in paragraaf 2, worden de volgende stukken, inlichtingen of gegevens bij het verzoek gevoegd:
  1° het telefoonnummer en het e-mailadres van de verzoeker;
  2° voor rechtspersonen, verenigingen en groeperingen de meest recente statuten waaruit de hoedanigheid en de aanstelling van de bevoegde organen blijkt, of het ondernemingsnummer en de beslissing van de bevoegde organen om de aanvraag in te dienen;
  3° de processen-verbaal die zijn opgesteld na het opeisbaar worden van de dwangsommen;
  4° de stukken die de verzoeker nuttig acht voor de beoordeling van zijn verzoek;
  5° de bewijzen van betaling en de aanduiding van de periode waarop de betalingen betrekking hebben of de vermelding dat er geen betalingen zijn;
  6° de vermelding en de stukken van eerdere verzoeken die op grond van artikel 6.3.4, § 4 of § 5, hetzij artikel 6.4.16, derde of vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zijn ingediend en de betreffende beslissingen;
  7° een genummerde lijst van al de bijgevoegde stukken, vermeld in paragraaf 2 en deze paragraaf.
  Als wordt vastgesteld dat er gegevens, inlichtingen en stukken als vermeld in paragraaf 3, ontbreken, kan aan de verzoeker worden gevraagd om het dossier aan te vullen.
  § 4. De overheid die het gemotiveerde verzoek, vermeld in paragraaf 1, ontvangt, onderzoekt de ontvankelijkheid:
  1° als het verzoek onontvankelijk wordt bevonden, wordt de verzoeker daarvan met een beveiligde zending op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de ontvangst van het verzoek. De procedure voor het niet ontvankelijk bevonden verzoek is daarmee beëindigd;
  2° als het verzoek ontvankelijk wordt bevonden, wordt de verzoeker daarvan met een beveiligde zending op de hoogte gebracht binnen veertien dagen na de ontvangst van het verzoek.
Art. 25. § 1er. La demande motivée visée à l'article 6.3.4, § 5, et à l'article 6.4.16, quatriÚme alinéa du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, est adressée par envoi sécurisé, respectivement, au collÚge des bourgmestre et échevins de la commune, au nom desquels le titre d'astreinte est exécuté ou à son délégué, ou au Gouvernement flamand, au nom duquel s'exerce le titre d'astreinte, ou à son délégué. Dans ce dernier cas, la demande est adressée au Ministre à l'adresse du Département, Boulevard Roi Albert II, 20 boßte 8, 1000 Bruxelles.
  § 2. La demande contient, sous peine d'irrecevabilité, des documents, renseignements ou données suivants:
  1° les nom, prénom et le domicile ou la raison sociale et le siÚge social du demandeur et la qualité du demandeur ;
  2° l'identification cadastrale du bien immobilier ;
  3° une copie du titre de l'astreinte et de sa signification ;
  4° les motifs de " fond " ;
  5° une vue d'ensemble des actes posés et des engagements pris en ce qui concerne la condamnation principale ;
  6° un aperçu de la réalisation complÚte ou partielle de la réparation ;
  7° la signature du demandeur ou de son conseil.
  § 3. Sans préjudice de l'obligation de fournir les documents, renseignements ou données visés au paragraphe 2, les documents, renseignements ou données suivants sont joints à la demande :
  1° le numéro de téléphone et l'adresse électronique du demandeur ;
  2° pour les personnes morales, associations et groupements, les statuts les plus récents indiquant la qualité et la désignation des organes compétents, ou le numéro d'entreprise, et la décision des organes compétents de soumettre la demande ;
  3° les procÚs-verbaux établis aprÚs l'exigibilité des astreintes ;
  4° les documents que le demandeur juge utiles à l'appréciation de sa demande ;
  5° des preuves de paiement et une indication de la période à laquelle les paiements se rapportent ou une indication de l'absence de paiements ;
  6° la mention et les documents de demandes antérieures soumises en application de l'article 6.3.4, § 4 ou § 5, ou de l'article 6.4.16, troisiÚme ou quatriÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ainsi que les décisions y afférentes ;
  7° une liste numérotée de tous les documents joints dont il est question au paragraphe 2 et au présent paragraphe.
  S'il est Ă©tabli que les donnĂ©es, informations et documents visĂ©s au paragraphe 3 sont manquants, le demandeur peut ĂȘtre invitĂ© Ă complĂ©ter le dossier.
  § 4. L'autorité qui reçoit la demande motivée visée au paragraphe 1 examine sa recevabilité :
  1° si la demande est dĂ©clarĂ©e irrecevable, le demandeur en est informĂ© par envoi sĂ©curisĂ© dans les quatorze jours suivant la rĂ©ception de la requĂȘte. La procĂ©dure relative Ă la demande dĂ©clarĂ©e irrecevable est ainsi close ;
  2° si la demande est jugée recevable, le demandeur en est informé par envoi sécurisé dans les quatorze jours suivant la réception de la demande.
  § 2. La demande contient, sous peine d'irrecevabilité, des documents, renseignements ou données suivants:
  1° les nom, prénom et le domicile ou la raison sociale et le siÚge social du demandeur et la qualité du demandeur ;
  2° l'identification cadastrale du bien immobilier ;
  3° une copie du titre de l'astreinte et de sa signification ;
  4° les motifs de " fond " ;
  5° une vue d'ensemble des actes posés et des engagements pris en ce qui concerne la condamnation principale ;
  6° un aperçu de la réalisation complÚte ou partielle de la réparation ;
  7° la signature du demandeur ou de son conseil.
  § 3. Sans préjudice de l'obligation de fournir les documents, renseignements ou données visés au paragraphe 2, les documents, renseignements ou données suivants sont joints à la demande :
  1° le numéro de téléphone et l'adresse électronique du demandeur ;
  2° pour les personnes morales, associations et groupements, les statuts les plus récents indiquant la qualité et la désignation des organes compétents, ou le numéro d'entreprise, et la décision des organes compétents de soumettre la demande ;
  3° les procÚs-verbaux établis aprÚs l'exigibilité des astreintes ;
  4° les documents que le demandeur juge utiles à l'appréciation de sa demande ;
  5° des preuves de paiement et une indication de la période à laquelle les paiements se rapportent ou une indication de l'absence de paiements ;
  6° la mention et les documents de demandes antérieures soumises en application de l'article 6.3.4, § 4 ou § 5, ou de l'article 6.4.16, troisiÚme ou quatriÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, ainsi que les décisions y afférentes ;
  7° une liste numérotée de tous les documents joints dont il est question au paragraphe 2 et au présent paragraphe.
  S'il est Ă©tabli que les donnĂ©es, informations et documents visĂ©s au paragraphe 3 sont manquants, le demandeur peut ĂȘtre invitĂ© Ă complĂ©ter le dossier.
  § 4. L'autorité qui reçoit la demande motivée visée au paragraphe 1 examine sa recevabilité :
  1° si la demande est dĂ©clarĂ©e irrecevable, le demandeur en est informĂ© par envoi sĂ©curisĂ© dans les quatorze jours suivant la rĂ©ception de la requĂȘte. La procĂ©dure relative Ă la demande dĂ©clarĂ©e irrecevable est ainsi close ;
  2° si la demande est jugée recevable, le demandeur en est informé par envoi sécurisé dans les quatorze jours suivant la réception de la demande.
Art. 26. Het administratief dossier wordt door de overheid die het gemotiveerde verzoek ontvangt, onmiddellijk met een beveiligde zending aan de Hoge Raad bezorgd met de vraag om schriftelijk advies uit te brengen.
Art. 26. Le dossier administratif est immédiatement transmis avec un envoi sécurisé au Conseil supérieur par l'autorité qui reçoit la demande motivée, avec la demande d'émettre un avis écrit.
Art. 27. De Hoge Raad brengt conform artikel 6.3.12, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, zijn advies uit binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de ontvangst van de adviesaanvraag en bezorgt dat advies onmiddellijk met een beveiligde zending aan de aanvragende overheid.
Art. 27. Conformément à l'article 6.3.12, § 2 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, le Conseil supérieur émet son avis dans les quarante-cinq jours suivant la réception de la demande d'avis et le transmet immédiatement à l'autorité requérante par envoi sécurisé.
Art. 28. De beslissing over het gemotiveerde verzoek om tijdelijk of definitief af te zien van de verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsom wordt respectievelijk door de gemeente of haar gemachtigde, of door de minister genomen binnen een ordetermijn van negentig dagen. Die termijn van negentig dagen is geschorst tijdens de periode van het advies van de Hoge Raad of tot het verstrijken van de termijn, vermeld in artikel 27 van dit besluit.
  De beslissing over het gemotiveerde verzoek om tijdelijk of definitief af te zien van de verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsom, wordt binnen een termijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan de verzoeker. Conform artikel 6.3.4, § 5, vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in de betekening van de dwangsomtitel.
  De beslissing over het gemotiveerde verzoek om tijdelijk of definitief af te zien van de verdere inning van een opeisbaar geworden dwangsom, wordt binnen een termijn van tien dagen met een beveiligde zending bezorgd aan de verzoeker. Conform artikel 6.3.4, § 5, vierde lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt een afschrift bezorgd aan de gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur, de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in de betekening van de dwangsomtitel.
Art. 28. La dĂ©cision relative Ă la demande motivĂ©e de renonciation temporaire ou dĂ©finitive au recouvrement ultĂ©rieur d'une astreinte devenue exigible est prise par la commune ou son reprĂ©sentant respectivement, ou par le ministre dans un dĂ©lai d'ordre de nonante jours. Ce dĂ©lai de nonante jours a Ă©tĂ© suspendu pendant la durĂ©e de l'avis du Conseil supĂ©rieur ou jusqu'Ă l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 27 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  La décision relative à la demande motivée de renonciation, temporaire ou permanente, au recouvrement ultérieur d'une astreinte devenue exigible est transmise au demandeur par envoi sécurisé dans un délai de dix jours. Conformément à l'article 6.3.4, § 5, quatriÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, une copie est adressée à l'inspecteur urbaniste régional, à l'inspecteur urbaniste communal ou au bourgmestre mentionnés dans le titre d'astreinte.
  La décision relative à la demande motivée de renonciation, temporaire ou permanente, au recouvrement ultérieur d'une astreinte devenue exigible est transmise au demandeur par envoi sécurisé dans un délai de dix jours. Conformément à l'article 6.3.4, § 5, quatriÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, une copie est adressée à l'inspecteur urbaniste régional, à l'inspecteur urbaniste communal ou au bourgmestre mentionnés dans le titre d'astreinte.
HOOFDSTUK 13. - Beroep tegen de bestuurlijke maatregelen van bestuursdwang of last onder dwangsom
CHAPITRE 13. - Recours contre les mesures administratives de contrainte administrative ou d'une charge sous astreinte
Art. 29. Tegen de beslissing tot het opleggen van een last onder dwangsom en de beslissing tot toepassing van bestuursdwang kan de vermoedelijke overtreder beroep aantekenen bij de minister. Het beroep wordt ingediend met een beveiligde zending die gericht is aan de minister, op het adres van het departement, Koning Albert II-laan 20, bus 8, 1000 Brussel.
  Het beroepschrift voldoet op straffe van onontvankelijkheid aan de volgende voorwaarden:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en de zetel vermelden van de beroepsindiener. Als de woonplaatskeuze bij de raadsman van de beroepsindiener wordt gedaan, wordt dat in het beroepschrift aangegeven;
  2° ondertekend zijn door de beroepsindiener of zijn raadsman. In geval van ondertekening door een raadsman wordt een schriftelijke machtiging bijgevoegd, tenzij de raadsman ingeschreven is als advocaat of advocaat-stagiair;
  3° het voorwerp van het beroep vermelden, met een omschrijving van de ingeroepen argumenten;
  4° een kopie van de bestreden beslissing bevatten;
  5° in voorkomend geval een inventaris van de overtuigingsstukken bevatten.
  Het beroepschrift voldoet op straffe van onontvankelijkheid aan de volgende voorwaarden:
  1° de naam, voornaam en de woonplaats of de maatschappelijke benaming en de zetel vermelden van de beroepsindiener. Als de woonplaatskeuze bij de raadsman van de beroepsindiener wordt gedaan, wordt dat in het beroepschrift aangegeven;
  2° ondertekend zijn door de beroepsindiener of zijn raadsman. In geval van ondertekening door een raadsman wordt een schriftelijke machtiging bijgevoegd, tenzij de raadsman ingeschreven is als advocaat of advocaat-stagiair;
  3° het voorwerp van het beroep vermelden, met een omschrijving van de ingeroepen argumenten;
  4° een kopie van de bestreden beslissing bevatten;
  5° in voorkomend geval een inventaris van de overtuigingsstukken bevatten.
Art. 29. Le contrevenant prĂ©sumĂ© peut dĂ©poser un recours contre la dĂ©cision d'imposer une astreinte et la dĂ©cision de recourir Ă la contrainte administrative devant le ministre. L'appel doit ĂȘtre dĂ©posĂ© par envoi sĂ©curisĂ© auprĂšs du Ministre, Ă l'adresse du DĂ©partement, Boulevard Albert II, 20, bte 8, 1000 Bruxelles.
  La déclaration de recours satisfait aux conditions suivantes sous peine d'irrecevabilité :
  1° le nom, le prĂ©nom et le domicile ou la raison sociale et le siĂšge social de l'auteur du recours. Si le choix du domicile est arrĂȘtĂ© par le conseil de l'auteur du recours, cela sera indiquĂ© dans la dĂ©claration de recours ;
  2° elle doit ĂȘtre signĂ©e par l'auteur du recours ou son conseil. En cas de signature par un conseiller, une autorisation Ă©crite sera jointe, Ă moins que le conseiller ne soit inscrit comme avocat ou avocat stagiaire ;
  3° indiquer l'objet du recours, avec une description des arguments invoqués ;
  4° contenir une copie de la décision attaquée ;
  5° le cas échéant, inclure un inventaire des piÚces à conviction.
  La déclaration de recours satisfait aux conditions suivantes sous peine d'irrecevabilité :
  1° le nom, le prĂ©nom et le domicile ou la raison sociale et le siĂšge social de l'auteur du recours. Si le choix du domicile est arrĂȘtĂ© par le conseil de l'auteur du recours, cela sera indiquĂ© dans la dĂ©claration de recours ;
  2° elle doit ĂȘtre signĂ©e par l'auteur du recours ou son conseil. En cas de signature par un conseiller, une autorisation Ă©crite sera jointe, Ă moins que le conseiller ne soit inscrit comme avocat ou avocat stagiaire ;
  3° indiquer l'objet du recours, avec une description des arguments invoqués ;
  4° contenir une copie de la décision attaquée ;
  5° le cas échéant, inclure un inventaire des piÚces à conviction.
Art. 30. De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde onderzoekt het beroep, vermeld in artikel 29 van dit besluit, op zijn ontvankelijkheid:
  1° als het beroep onontvankelijk wordt bevonden, brengt de gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen veertien dagen na de ontvangst van het beroep. De procedure voor het niet ontvankelijk bevonden beroep is daarmee beëindigd;
  2° als het beroep ontvankelijk wordt bevonden, brengt de gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen veertien dagen na de ontvangst van het beroep.
  Binnen tien dagen na de ontvangst van de beveiligde zending, vermeld in het eerste lid, 2°, dient de persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, of zijn gemachtigde het administratieve dossier met een beveiligde zending in bij de gewestelijke beroepsinstantie. Dat administratieve dossier bevat minstens een kopie van de processen-verbaal of van de verslagen van vaststelling die geleid hebben tot de bestreden beslissing, en alle andere stukken en inlichtingen die relevant zijn voor de beoordeling van het beroep.
  Na ontvangst van het administratieve dossier bezorgt de gewestelijke beroepsinstantie het volledige dossier onmiddellijk aan de Hoge Raad met het verzoek schriftelijk advies uit te brengen over de herstelmaatregel. Die bezorging kan digitaal gedaan worden.
  De Hoge Raad brengt zijn advies uit binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de adviesaanvraag en bezorgt dat advies onmiddellijk aan de gewestelijke beroepsinstantie.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde stelt binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die geschorst is tijdens de periode van het advies van de Hoge Raad of tot het verstrijken van de termijn, vermeld in het vierde lid, een advies op over het beroep, vermeld in artikel 29 van dit besluit, en bezorgt dat onmiddellijk aan de minister.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde brengt de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd op de hoogte van de termijnverlenging, vermeld in artikel 6.4.8, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde bezorgt de beslissing van de minister of een eensluidend verklaarde kopie ervan met een beveiligde zending aan de beroepsindiener en aan de persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, binnen een termijn van tien dagen na de datum van de beslissing.
  In dit artikel wordt verstaan onder gewestelijke beroepsinstantie: de subentiteit van het departement, die aangewezen is om de beroepen tegen de administratieve besluiten, vermeld in artikel 6.4.8 en 6.4.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, te behandelen.
  1° als het beroep onontvankelijk wordt bevonden, brengt de gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen veertien dagen na de ontvangst van het beroep. De procedure voor het niet ontvankelijk bevonden beroep is daarmee beëindigd;
  2° als het beroep ontvankelijk wordt bevonden, brengt de gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd, daarvan met een beveiligde zending op de hoogte binnen veertien dagen na de ontvangst van het beroep.
  Binnen tien dagen na de ontvangst van de beveiligde zending, vermeld in het eerste lid, 2°, dient de persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, of zijn gemachtigde het administratieve dossier met een beveiligde zending in bij de gewestelijke beroepsinstantie. Dat administratieve dossier bevat minstens een kopie van de processen-verbaal of van de verslagen van vaststelling die geleid hebben tot de bestreden beslissing, en alle andere stukken en inlichtingen die relevant zijn voor de beoordeling van het beroep.
  Na ontvangst van het administratieve dossier bezorgt de gewestelijke beroepsinstantie het volledige dossier onmiddellijk aan de Hoge Raad met het verzoek schriftelijk advies uit te brengen over de herstelmaatregel. Die bezorging kan digitaal gedaan worden.
  De Hoge Raad brengt zijn advies uit binnen een vervaltermijn van vijfenveertig dagen vanaf de dag na de ontvangst van de adviesaanvraag en bezorgt dat advies onmiddellijk aan de gewestelijke beroepsinstantie.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde stelt binnen een termijn van vijfenveertig dagen, die geschorst is tijdens de periode van het advies van de Hoge Raad of tot het verstrijken van de termijn, vermeld in het vierde lid, een advies op over het beroep, vermeld in artikel 29 van dit besluit, en bezorgt dat onmiddellijk aan de minister.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde brengt de beroepsindiener en de persoon die de bestuurlijke maatregelen heeft opgelegd op de hoogte van de termijnverlenging, vermeld in artikel 6.4.8, § 2, tweede lid, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  De gewestelijke beroepsinstantie of haar gemachtigde bezorgt de beslissing van de minister of een eensluidend verklaarde kopie ervan met een beveiligde zending aan de beroepsindiener en aan de persoon die de bestuurlijke maatregel van bestuursdwang of last onder dwangsom heeft opgelegd, binnen een termijn van tien dagen na de datum van de beslissing.
  In dit artikel wordt verstaan onder gewestelijke beroepsinstantie: de subentiteit van het departement, die aangewezen is om de beroepen tegen de administratieve besluiten, vermeld in artikel 6.4.8 en 6.4.15 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, te behandelen.
Art. 30. L'instance rĂ©gionale de recours ou son dĂ©lĂ©guĂ© examine la recevabilitĂ© du recours visĂ© Ă l'article 29 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° si le recours est déclaré irrecevable, l'instance régionale de recours ou son délégué en informe, dans un délai de quatorze jours à compter de la réception du recours, l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives par envoi sécurisé. La procédure pour le recours déclaré irrecevable est donc close ;
  2° si le recours est déclaré recevable, l'instance régionale de recours ou son délégué en informe l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives par envoi sécurisé dans un délai de quatorze jours à compter de la réception du recours.
  Dans les dix jours suivant la réception de l'envoi sécurisé visé au premier alinéa, 2° , la personne qui a imposé la mesure administrative de contrainte administrative ou qui a imposé la charge sous astreinte, ou son délégué, soumet le dossier administratif avec un envoi sécurisé à l'instance régionale de recours. Ce dossier administratif contient au moins une copie du procÚs-verbal ou des rapports de constatation qui ont conduit à la décision attaquée ainsi que tous les autres documents et informations utiles à l'appréciation du recours.
  DĂšs rĂ©ception du dossier administratif, l'instance rĂ©gionale de recours transmet immĂ©diatement le dossier complet au Conseil supĂ©rieur avec la demande d'avis Ă©crit sur la mesure de rĂ©paration. Cette transmission peut ĂȘtre rĂ©alisĂ©e numĂ©riquement.
  Le Conseil supérieur émet son avis dans un délai de quarante-cinq jours à compter du jour suivant la réception de la demande d'avis et le transmet immédiatement à l'instance régionale de recours.
  L'instance rĂ©gionale de recours ou son dĂ©lĂ©guĂ©, dans un dĂ©lai de quarante-cinq jours qui est suspendu pendant la durĂ©e de l'avis du Conseil supĂ©rieur ou jusqu' Ă l'expiration du dĂ©lai visĂ© au quatriĂšme alinĂ©a, rend un avis sur le recours visĂ© Ă l'article 29 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et le transmet immĂ©diatement au Ministre.
  L'instance régionale de recours ou son délégué informe l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives de la prolongation du délai visé à l'article 6.4.8, § 2, deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  L'instance régionale de recours ou son délégué transmet la décision du Ministre ou une copie certifiée conforme de celle-ci par envoi sécurisé à l'auteur du recours et à la personne qui a imposé la mesure administrative de contrainte administrative ou ordonné la charge sous astreinte dans un délai de dix jours à compter de la date de la décision.
  Aux fins du présent article, on entend par instance régionale de recours la sous-entité du département désignée pour traiter les recours contre les décisions administratives visées aux articles 6.4.8 et 6.4.15 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  1° si le recours est déclaré irrecevable, l'instance régionale de recours ou son délégué en informe, dans un délai de quatorze jours à compter de la réception du recours, l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives par envoi sécurisé. La procédure pour le recours déclaré irrecevable est donc close ;
  2° si le recours est déclaré recevable, l'instance régionale de recours ou son délégué en informe l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives par envoi sécurisé dans un délai de quatorze jours à compter de la réception du recours.
  Dans les dix jours suivant la réception de l'envoi sécurisé visé au premier alinéa, 2° , la personne qui a imposé la mesure administrative de contrainte administrative ou qui a imposé la charge sous astreinte, ou son délégué, soumet le dossier administratif avec un envoi sécurisé à l'instance régionale de recours. Ce dossier administratif contient au moins une copie du procÚs-verbal ou des rapports de constatation qui ont conduit à la décision attaquée ainsi que tous les autres documents et informations utiles à l'appréciation du recours.
  DĂšs rĂ©ception du dossier administratif, l'instance rĂ©gionale de recours transmet immĂ©diatement le dossier complet au Conseil supĂ©rieur avec la demande d'avis Ă©crit sur la mesure de rĂ©paration. Cette transmission peut ĂȘtre rĂ©alisĂ©e numĂ©riquement.
  Le Conseil supérieur émet son avis dans un délai de quarante-cinq jours à compter du jour suivant la réception de la demande d'avis et le transmet immédiatement à l'instance régionale de recours.
  L'instance rĂ©gionale de recours ou son dĂ©lĂ©guĂ©, dans un dĂ©lai de quarante-cinq jours qui est suspendu pendant la durĂ©e de l'avis du Conseil supĂ©rieur ou jusqu' Ă l'expiration du dĂ©lai visĂ© au quatriĂšme alinĂ©a, rend un avis sur le recours visĂ© Ă l'article 29 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et le transmet immĂ©diatement au Ministre.
  L'instance régionale de recours ou son délégué informe l'auteur du recours et la personne qui a imposé les mesures administratives de la prolongation du délai visé à l'article 6.4.8, § 2, deuxiÚme alinéa, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  L'instance régionale de recours ou son délégué transmet la décision du Ministre ou une copie certifiée conforme de celle-ci par envoi sécurisé à l'auteur du recours et à la personne qui a imposé la mesure administrative de contrainte administrative ou ordonné la charge sous astreinte dans un délai de dix jours à compter de la date de la décision.
  Aux fins du présent article, on entend par instance régionale de recours la sous-entité du département désignée pour traiter les recours contre les décisions administratives visées aux articles 6.4.8 et 6.4.15 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
HOOFDSTUK 14. - Het herstelattest
CHAPITRE 14. - L'attestation de réparation
Art. 31. § 1. Het herstelattest, vermeld in artikel 6.6.1 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, wordt aangevraagd bij het college van burgemeester en schepenen dat bevoegd is voor het grondgebied waar het onroerend goed dat of de constructie die het voorwerp heeft uitgemaakt van de rechterlijke herstelmaatregel of de bestuurlijke maatregel, gelegen is.
  Het attest wordt enkel uitgereikt voor de rechterlijke herstelmaatregelen of de bestuurlijke maatregelen die door een vonnis, arrest, bestuurlijk besluit of minnelijke schikking zijn opgelegd of overeengekomen nà de inwerkingtreding van artikel 89 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, zoals bepaald in artikel 7.7.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Het attest bevat de volgende gegevens:
  1° de identificatie van de aanvrager;
  2° de kadastrale identificatie van het onroerend goed of de constructie;
  3° de gegevens met betrekking tot de beslissing, uitspraak of minnelijke schikking waarin het herstel werd opgelegd, bevolen of overeengekomen;
  4° de gegevens met betrekking tot het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering;
  5° een beschrijving van het herstel en in voorkomend geval een afschrift van het beeldverslag;
  6° de bevestiging dat het voorwerp van de uitgevoerde herstelmaatregelen in de door het herstelattest gedocumenteerde staat behouden kan blijven;
  7° de tekst van artikel 6.6.1, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  § 2. Behoudens het geval vermeld in paragraaf 4, wordt voor de aanvraag gebruikgemaakt van het daartoe bestemde aanvraagformulier, waarvan de modellen worden vastgesteld door de minister. Die aanvraagformulieren kunnen worden verkregen bij de gemeentelijke overheid.
  De aanvraag omvat een aanvraagformulier met al de volgende bijlagen:
  1° een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering;
  2° een afschrift van de beslissing of uitspraak waarin het herstel werd opgelegd of bevolen;
  3° een beeldverslag van de actuele herstelde toestand in een reeks van minstens drie foto's en vergezeld van een inplantingsplan waarop is aangeduid vanuit welke positie de foto's zijn genomen.
  § 3. Het attest wordt uitgereikt na de betaling van een vergoeding aan het college van burgemeester en schepenen, vermeld in paragraaf 1. De vergoeding voor het herstellattest bedraagt maximaal 100 euro.
  § 4. Nadat de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering van de minnelijke schikking, vermeld in artikel 6.4.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, heeft ontvangen, wordt in afwijking van paragraaf 2, het herstelattest op eenvoudig verzoek uitgereikt aan de aanvrager na de betaling van de vergoeding, vermeld in paragraaf 3.
  § 5. De minister bepaalt de vorm van het herstelattest.
  Het attest wordt enkel uitgereikt voor de rechterlijke herstelmaatregelen of de bestuurlijke maatregelen die door een vonnis, arrest, bestuurlijk besluit of minnelijke schikking zijn opgelegd of overeengekomen nà de inwerkingtreding van artikel 89 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, zoals bepaald in artikel 7.7.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  Het attest bevat de volgende gegevens:
  1° de identificatie van de aanvrager;
  2° de kadastrale identificatie van het onroerend goed of de constructie;
  3° de gegevens met betrekking tot de beslissing, uitspraak of minnelijke schikking waarin het herstel werd opgelegd, bevolen of overeengekomen;
  4° de gegevens met betrekking tot het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering;
  5° een beschrijving van het herstel en in voorkomend geval een afschrift van het beeldverslag;
  6° de bevestiging dat het voorwerp van de uitgevoerde herstelmaatregelen in de door het herstelattest gedocumenteerde staat behouden kan blijven;
  7° de tekst van artikel 6.6.1, § 2, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
  § 2. Behoudens het geval vermeld in paragraaf 4, wordt voor de aanvraag gebruikgemaakt van het daartoe bestemde aanvraagformulier, waarvan de modellen worden vastgesteld door de minister. Die aanvraagformulieren kunnen worden verkregen bij de gemeentelijke overheid.
  De aanvraag omvat een aanvraagformulier met al de volgende bijlagen:
  1° een afschrift van het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering;
  2° een afschrift van de beslissing of uitspraak waarin het herstel werd opgelegd of bevolen;
  3° een beeldverslag van de actuele herstelde toestand in een reeks van minstens drie foto's en vergezeld van een inplantingsplan waarop is aangeduid vanuit welke positie de foto's zijn genomen.
  § 3. Het attest wordt uitgereikt na de betaling van een vergoeding aan het college van burgemeester en schepenen, vermeld in paragraaf 1. De vergoeding voor het herstellattest bedraagt maximaal 100 euro.
  § 4. Nadat de gemeentelijke stedenbouwkundige inspecteur of de burgemeester, vermeld in paragraaf 1, het proces-verbaal van vaststelling van uitvoering van de minnelijke schikking, vermeld in artikel 6.4.21 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, heeft ontvangen, wordt in afwijking van paragraaf 2, het herstelattest op eenvoudig verzoek uitgereikt aan de aanvrager na de betaling van de vergoeding, vermeld in paragraaf 3.
  § 5. De minister bepaalt de vorm van het herstelattest.
Art. 31. § 1er. L'attestation de rĂ©paration, visĂ©e Ă l'article 6.6.1 du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire, est demandĂ©e au collĂšge des bourgmestre et Ă©chevins qui est compĂ©tent pour terrain oĂč le bien immobilier ou la construction qui a fait l'objet de la mesure de rĂ©paration judiciaire ou de la mesure administrative se situe.
  L'attestation n'est dĂ©livrĂ©e que pour les mesures de rĂ©paration judiciaire ou les mesures administratives imposĂ©es ou convenues par un jugement, un arrĂȘt, une dĂ©cision administrative ou un rĂšglement Ă l'amiable aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur de l'article 89 du dĂ©cret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, prĂ©vu Ă l'article 7.7.4 du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire.
  L'attestation contient les informations suivantes :
  1° l'identification du demandeur ;
  2° l'identification cadastrale du bien immobilier ou de la construction ;
  3° les détails relatifs à la décision, au prononcé ou au rÚglement à l'amiable par lequel la réparation a été imposée, ordonnée ou convenue ;
  4° les données relatives au procÚs-verbal de constatation de l'exécution ;
  5° une description de la réparation et, le cas échéant, une copie de l'enregistrement audiovisuel ;
  6° la confirmation que l'objet des mesures de restauration effectuĂ©es peut ĂȘtre maintenu dans l'Ă©tat documentĂ© par l'attestation de rĂ©paration ;
  7° le texte de l'article 6.6.1, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  § 2. Sous rĂ©serve du cas visĂ© au paragraphe 4, les demandes doivent ĂȘtre introduites sur le formulaire de demande prĂ©vu Ă cet effet, dont un modĂšle sera Ă©tabli par le Ministre. Ces formulaires de demande peuvent ĂȘtre obtenus auprĂšs des autoritĂ©s communales.
  La demande comprend un formulaire de demande comportant toutes les annexes suivantes :
  1° une copie du procÚs-verbal du procÚs-verbal de constatation de l'exécution ;
  2° une copie de la décision ou du prononcé dans lequel la réparation a été imposée ou ordonnée ;
  3° un enregistrement audiovisuel de l'état réel réparé en une série d'au moins trois photographies et accompagné d'un plan d'implantation indiquant la position à partir de laquelle les photographies ont été prises.
  § 3. L'attestation est délivrée aprÚs paiement d'une indemnité au collÚge des bourgmestre et échevins, visée au paragraphe 1er. L'indemnité pour l'attestation de réparation ne doit pas dépasser 100 euros.
  § 4. AprÚs que l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre visé au paragraphe 1er a reçu le procÚs-verbal de constatation de l'exécution du rÚglement à l'amiable visé à l'article 6.4.21 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, l'attestation de réparation est délivrée au demandeur sur simple demande, par dérogation au paragraphe 2, aprÚs paiement de l'indemnité visée au paragraphe 3.
  § 5. Le Ministre détermine la forme de l'attestation de réparation.
  L'attestation n'est dĂ©livrĂ©e que pour les mesures de rĂ©paration judiciaire ou les mesures administratives imposĂ©es ou convenues par un jugement, un arrĂȘt, une dĂ©cision administrative ou un rĂšglement Ă l'amiable aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur de l'article 89 du dĂ©cret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, prĂ©vu Ă l'article 7.7.4 du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire.
  L'attestation contient les informations suivantes :
  1° l'identification du demandeur ;
  2° l'identification cadastrale du bien immobilier ou de la construction ;
  3° les détails relatifs à la décision, au prononcé ou au rÚglement à l'amiable par lequel la réparation a été imposée, ordonnée ou convenue ;
  4° les données relatives au procÚs-verbal de constatation de l'exécution ;
  5° une description de la réparation et, le cas échéant, une copie de l'enregistrement audiovisuel ;
  6° la confirmation que l'objet des mesures de restauration effectuĂ©es peut ĂȘtre maintenu dans l'Ă©tat documentĂ© par l'attestation de rĂ©paration ;
  7° le texte de l'article 6.6.1, § 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire.
  § 2. Sous rĂ©serve du cas visĂ© au paragraphe 4, les demandes doivent ĂȘtre introduites sur le formulaire de demande prĂ©vu Ă cet effet, dont un modĂšle sera Ă©tabli par le Ministre. Ces formulaires de demande peuvent ĂȘtre obtenus auprĂšs des autoritĂ©s communales.
  La demande comprend un formulaire de demande comportant toutes les annexes suivantes :
  1° une copie du procÚs-verbal du procÚs-verbal de constatation de l'exécution ;
  2° une copie de la décision ou du prononcé dans lequel la réparation a été imposée ou ordonnée ;
  3° un enregistrement audiovisuel de l'état réel réparé en une série d'au moins trois photographies et accompagné d'un plan d'implantation indiquant la position à partir de laquelle les photographies ont été prises.
  § 3. L'attestation est délivrée aprÚs paiement d'une indemnité au collÚge des bourgmestre et échevins, visée au paragraphe 1er. L'indemnité pour l'attestation de réparation ne doit pas dépasser 100 euros.
  § 4. AprÚs que l'inspecteur urbaniste communal ou le bourgmestre visé au paragraphe 1er a reçu le procÚs-verbal de constatation de l'exécution du rÚglement à l'amiable visé à l'article 6.4.21 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, l'attestation de réparation est délivrée au demandeur sur simple demande, par dérogation au paragraphe 2, aprÚs paiement de l'indemnité visée au paragraphe 3.
  § 5. Le Ministre détermine la forme de l'attestation de réparation.
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 15. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2000 betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel
Section 1. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 relatif Ă l'amende administrative pour la violation d'un ordre de cessation confirmĂ©
Art. 32. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2000 betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel wordt het woord "bekrachtigd" opgeheven.
Art. 32. Dans le titre de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 relatif Ă l'amende administrative pour la violation d'un ordre de cessation confirmĂ©, le mot " confirmĂ© " est supprimĂ©.
Art. 33. In artikel 1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "Ruimtelijke Ordening," en de woorden "wordt vastgesteld" de zinsnede "zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° aan punt 3° wordt de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 20 en 36 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" toegevoegd.
  1° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "Ruimtelijke Ordening," en de woorden "wordt vastgesteld" de zinsnede "zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° aan punt 3° wordt de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 20 en 36 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" toegevoegd.
Art. 33. A l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du vendredi 5 juin 2009, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 2° , le membre de phrase " Aménagement du Territoire " est désormais suivi par le membre de phrase " comme applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " ;
  2° le membre de phrase " , comme applicable avant l'entrée en vigueur des articles 20 et 36 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au point 3.
  1° au point 2° , le membre de phrase " Aménagement du Territoire " est désormais suivi par le membre de phrase " comme applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " ;
  2° le membre de phrase " , comme applicable avant l'entrée en vigueur des articles 20 et 36 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au point 3.
Art. 34. In artikel 2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 en 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° aan paragraaf 2, tweede lid, 4°, wordt de zinsnede "zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" toegevoegd.
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° aan paragraaf 2, tweede lid, 4°, wordt de zinsnede "zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" toegevoegd.
Art. 34. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des vendredi 5 juin 2009 et vendredi 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est supprimé ;
  2° au paragraphe 2, deuxiÚme alinéa, 4° , le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté.
  1° le paragraphe 1er est supprimé ;
  2° au paragraphe 2, deuxiÚme alinéa, 4° , le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté.
Art. 35. In artikel 3 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de woorden "waarin de betrokkene" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° in het derde lid, 6°, wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de zinsnede "en van artikel 4 en 5" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" ingevoegd.
  1° in het eerste lid wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de woorden "waarin de betrokkene" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° in het derde lid, 6°, wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de zinsnede "en van artikel 4 en 5" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning" ingevoegd.
Art. 35. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 :
  1° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au premier alinéa entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " dans laquelle la personne en question " ;
  2° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au troisiÚme aliéna, 6° , entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " et des articles 4 et 5 du présent décret ".
  1° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au premier alinéa entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " dans laquelle la personne en question " ;
  2° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au troisiÚme aliéna, 6° , entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " et des articles 4 et 5 du présent décret ".
Art. 36. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 en 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de zinsnede ", worden gericht" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° in het eerste en tweede lid worden de woorden "stedenbouwkundige inspecteur" telkens vervangen door "gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur".
  1° in het eerste lid wordt tussen de woorden "van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" en de zinsnede ", worden gericht" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd;
  2° in het eerste en tweede lid worden de woorden "stedenbouwkundige inspecteur" telkens vervangen door "gewestelijke stedenbouwkundige inspecteur".
Art. 36. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des vendredi 5 juin 2009 et vendredi 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au premier alinéa entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " , sont adressées à " ;
  2° aux premier et deuxiÚme alinéas, les mots " inspecteur urbaniste " sont remplacés par les termes " inspecteur urbaniste régional ".
  1° le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrée en vigueur des articles 83 et 116 du décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajouté au premier alinéa entre les mots " du Code flamand de l'Aménagement du Territoire " et les mots " , sont adressées à " ;
  2° aux premier et deuxiÚme alinéas, les mots " inspecteur urbaniste " sont remplacés par les termes " inspecteur urbaniste régional ".
Art. 37. Aan artikel 6, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, wordt de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van artikel 83 en 116 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," toegevoegd.
Art. 37. A l'article 6, premiĂšre aliĂ©na, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘt du Gouvernement flamand du 5 juin 2009n le membre de phrase " tel qu'applicable avant l'entrĂ©e en vigueur des articles 83 et 116 du dĂ©cret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajoutĂ©.
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als ambtenaar ruimtelijke ordening te kunnen worden aangesteld
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 mai 2000 fixant les conditions auxquelles doivent rĂ©pondre les personnes susceptibles d'ĂȘtre dĂ©signĂ©es comme fonctionnaires de l'amĂ©nagement du territoire
Art. 38. Artikel 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als ambtenaar ruimtelijke ordening te kunnen worden aangesteld, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en gewijzigd bij het besluit van 17 februari 2017, wordt opgeheven.
Art. 38. L'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 mai 2000 fixant les conditions auxquelles doivent rĂ©pondre les personnes susceptibles d'ĂȘtre dĂ©signĂ©es comme fonctionnaires de l'amĂ©nagement du territoire, est remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 17 fĂ©vrier 2017, est supprimĂ©.
Afdeling 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
Section 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement
Art. 39. In hoofdstuk IV van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 februari 2017, wordt het opschrift van afdeling II vervangen door wat volgt:
  "Afdeling II. Handhavingsrapport".
  "Afdeling II. Handhavingsrapport".
Art. 39. Au chapitre IV de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 fĂ©vrier 2017, l'intitulĂ© de la section II est remplacĂ© par le texte suivant :
  " Section II. Rapport de maintien ".
  " Section II. Rapport de maintien ".
Art. 40. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste en tweede lid wordt het woord "milieuhandhavingsrapport" vervangen door het woord "handhavingsrapport";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "16.2.5, vierde lid" vervangen door de zinsnede "16.2.5, vijfde lid".
  1° in het eerste en tweede lid wordt het woord "milieuhandhavingsrapport" vervangen door het woord "handhavingsrapport";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "16.2.5, vierde lid" vervangen door de zinsnede "16.2.5, vijfde lid".
Art. 40. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans les premier et deuxiÚme alinéas, les mots " rapport de maintien environnemental " sont remplacés par les mots " rapport de maintien " ;
  2° au premier alinéa, le membre de phrase " 16.2.5, quatriÚme alinéa " est remplacé par les mots " 16.2.5, cinquiÚme alinéa "..
  1° dans les premier et deuxiÚme alinéas, les mots " rapport de maintien environnemental " sont remplacés par les mots " rapport de maintien " ;
  2° au premier alinéa, le membre de phrase " 16.2.5, quatriÚme alinéa " est remplacé par les mots " 16.2.5, cinquiÚme alinéa "..
Art. 41. In artikel 6/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016, wordt het woord "milieuhandhavingsrapport" vervangen door het woord "handhavingsrapport".
Art. 41. A l'article 6/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016, les mots " rapport de maintien environnemental " sont remplacĂ©s par les mots " rapport de maintien ".
Afdeling 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de selectiecriteria en de vergoedings-, presentie- en reiskostenregeling van de leden van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid.
Section 4. - Modifications apportĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif aux critĂšres de sĂ©lection et au rĂšglement des indemnitĂ©s, des jetons de prĂ©sence et des frais de dĂ©placement des membres du Conseil supĂ©rieur de la Politique de Maintien.
Art. 42. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009 betreffende de selectiecriteria en de vergoedings-, presentie- en reiskostenregeling van de leden van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid worden de woorden "het Handhavingsbeleid" vervangen door de woorden "de Handhavingsuitvoering".
Art. 42. Dans l'intitulĂ© l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009 relatif aux critĂšres de sĂ©lection et au rĂšglement des indemnitĂ©s, des jetons de prĂ©sence et des frais de dĂ©placement des membres du Conseil supĂ©rieur de la Politique de Maintien, les mots " la Politique de Maintien " sont remplacĂ©s par les mots " l'ExĂ©cution du maintien ".
Art. 43. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "het Handhavingsbeleid" vervangen door de zinsnede "de Handhavingsuitvoering, vermeld in artikel 6.3.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening";
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "6.1.39" vervangen door de zinsnede "6.3.16".
  1° in punt 1° worden de woorden "het Handhavingsbeleid" vervangen door de zinsnede "de Handhavingsuitvoering, vermeld in artikel 6.3.7 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening";
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "6.1.39" vervangen door de zinsnede "6.3.16".
Art. 43. A l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1° , les mots " la Politique de Maintien " sont remplacés par les mots " l'Exécution du maintien ", visés à l'article 6.3.7 du " Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
  2° au point 3° , le membre de phrase " 6.1.39 " est remplacé par le membre de phrase " 6.3.16 ".
  1° au point 1° , les mots " la Politique de Maintien " sont remplacés par les mots " l'Exécution du maintien ", visés à l'article 6.3.7 du " Code flamand de l'Aménagement du Territoire ";
  2° au point 3° , le membre de phrase " 6.1.39 " est remplacé par le membre de phrase " 6.3.16 ".
Art. 44. In artikel 4, § 1, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "6.1.38" vervangen door de zinsnede "6.3.16".
Art. 44. A l'article 4, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " 6.1.38 " est remplacĂ© par le membre de phrase " 6.3.16 ".
Art. 45. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt tussen de woorden "Ruimtelijke Ordening" en de woorden "van rechtswege" de zinsnede ", zoals van toepassing vóór de inwerkingtreding van het artikel 112 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning," ingevoegd.
Art. 45. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de la phrase " , tel qu'applicable avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 112 du dĂ©cret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement " est ajoutĂ© aprĂšs " AmĂ©nagement du Territoire ".
Art. 46. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "6.1.40" vervangen door de zinsnede "6.3.17".
Art. 46. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " 6.1.40 " est remplacĂ© par le membre de phrase " 6.3.17 ".
Afdeling 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 houdende de vaststelling van het procedure- en werkingsreglement van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid
Section 5. - Modifications de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 fixant le rĂšglement de procĂ©dure et de fonctionnement du Conseil supĂ©rieur de la Politique de Maintien
Art. 47. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 houdende de vaststelling van het procedure- en werkingsreglement van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid worden de woorden "het Handhavingsbeleid" vervangen door de woorden "de Handhavingsuitvoering".
Art. 47. Dans l'intitulĂ© de l'ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 fixant le rĂšglement de procĂ©dure et de fonctionnement du Conseil supĂ©rieur de la Politique de Maintien, les mots " la Politique de Maintien " sont remplacĂ©s par les mots " l'ExĂ©cution du maintien ".
Afdeling 6. - Wijzigingen aan het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 tot wijziging van diverse besluiten wat betreft de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en in het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen
Section 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 modifiant divers arrĂȘtĂ©s pour ce qui est de l'intĂ©gration des tĂąches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le DĂ©partement de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgĂ©taires
Art. 48. Artikel 36 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 tot wijziging van diverse besluiten wat betreft de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en in het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2017, wordt opgeheven.
Art. 48. L'article 36 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 modifiant divers arrĂȘtĂ©s pour ce qui est de l'intĂ©gration des tĂąches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le DĂ©partement de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgĂ©taires, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2017 est supprimĂ©.
HOOFDSTUK 16. - Slotbepalingen
CHAPITRE 16. - Dispositions finales
Art. 49. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2000 houdende de aanwijzing van ambtenaren die bevoegd zijn om de misdrijven op het gebied van de ruimtelijke ordening en stedenbouw op te sporen en vast te stellen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, 23 juni 2006, 5 juni 2009 en 15 juli 2016;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de berekening en de betaling van de meerwaarde, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, 14 mei 2004, 23 juni 2006, 29 mei 2009, 15 juli 2016 en 24 februari 2017;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de minnelijke schikking inzake ruimtelijke ordening.
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 2000 houdende de aanwijzing van ambtenaren die bevoegd zijn om de misdrijven op het gebied van de ruimtelijke ordening en stedenbouw op te sporen en vast te stellen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004, 23 juni 2006, 5 juni 2009 en 15 juli 2016;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000 betreffende de berekening en de betaling van de meerwaarde, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001, 14 mei 2004, 23 juni 2006, 29 mei 2009, 15 juli 2016 en 24 februari 2017;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de minnelijke schikking inzake ruimtelijke ordening.
Art. 49. Les réglementations suivantes sont abrogées :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 portant dĂ©signation de fonctionnaires qui sont autorisĂ©s Ă rechercher et Ă constater des infractions dans le domaine de l'amĂ©nagement du territoire et de l'urbanisme, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand des 14 mai 2004, 23 juin 2006, 5 juin 2009 et 15 juillet 2016;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 relatif au mode de calcul et au paiement de la plus-value, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand des 14 dĂ©cembre 2001, 14 mai 2004, 23 juin 2006, 29 mai 2009, 15 juillet 2016 et 24 fĂ©vrier 2017;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif aux rĂšglements Ă l'amiable en matiĂšre d'amĂ©nagement du territoire.
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 portant dĂ©signation de fonctionnaires qui sont autorisĂ©s Ă rechercher et Ă constater des infractions dans le domaine de l'amĂ©nagement du territoire et de l'urbanisme, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand des 14 mai 2004, 23 juin 2006, 5 juin 2009 et 15 juillet 2016;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 relatif au mode de calcul et au paiement de la plus-value, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand des 14 dĂ©cembre 2001, 14 mai 2004, 23 juin 2006, 29 mai 2009, 15 juillet 2016 et 24 fĂ©vrier 2017;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif aux rĂšglements Ă l'amiable en matiĂšre d'amĂ©nagement du territoire.
Art. 50. Elk bestaand protocol dat gesloten is in het kader van artikel 7, § 3, 2°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO en dat van kracht is gebleven op grond van artikel 29 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016 tot wijziging van diverse besluiten wat betreft de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en in het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen, blijft van kracht zolang dat niet is vervangen door een protocol als vermeld in artikel 7, § 1, tweede lid, van dit besluit.
Art. 50. Tout protocole existant conclu dans le cadre de l'article 7, § 3,2° , de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Inspectie RWO " et qui restĂ© en vigueur sur la base de l'article 29 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016 modifiant divers arrĂȘtĂ©s pour ce qui est de l'intĂ©gration des tĂąches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le DĂ©partement de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgĂ©taires, reste en vigueur aussi longtemps qu'il n'est pas remplacĂ© par un protocole tel que mentionnĂ©e Ă l'article 7, § 1er, deuxiĂšme alinĂ©a du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 51. De volgende regelgevende teksten treden in werking op 1 maart 2018:
  1° het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, met uitzondering van de artikelen, vermeld in artikel 145, tweede lid van het voormelde decreet;
  2° dit besluit.
  1° het decreet van 25 april 2014 betreffende de handhaving van de omgevingsvergunning, met uitzondering van de artikelen, vermeld in artikel 145, tweede lid van het voormelde decreet;
  2° dit besluit.
Art. 51. Les textes réglementaires suivants entrent en vigueur le 1er mars 2018 :
  1° le décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement, à l'exception des articles mentionnés à l'article 145, deuxiÚme alinéa du décret précité ;
  2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  1° le décret du 25 avril 2014 concernant le maintien du permis d'environnement, à l'exception des articles mentionnés à l'article 145, deuxiÚme alinéa du décret précité ;
  2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 52. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, en de Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 52. Le Ministre flamand qui a l'amĂ©nagement du territoire dans ses attributions et le Ministre flamand qui a l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, sont chargĂ©s, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.