Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 DECEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot toekenning van steun aan audiovisuele werken van het type lange fictie-, documentaire of animatiefilm, of animatiereeksen [ ...] (Citeertitel: "het Besluit Screen Flanders van 8 december 2017") ( NOTA: <BVR2024-05-17/45, art. 15, 004; Inwerkingtreding : 05-08-2024>) ((NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-01-2018 en tekstbijwerking tot 26-09-2025)
Titre
8 DECEMBRE 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand portant octroi d'aides aux oeuvres audiovisuelles du type film de fiction, documentaire ou film d'animation de long métrage, ou série d'animation [ ...] (NOTE: modifié par <AGF2024-05-17/45, art. 15, 004; En vigueur: 05-08-2024>)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-01-2018 et mise à jour au 26-09-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (80)
Texte (80)
HOOFDSTUK 1. [1 Algemene bepalingen]1
CHAPITRE 1er. [1 Dispositions générales]1
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° Agentschap Innoveren en Ondernemen: het Agentschap, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2005 aangaande het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
  2° algemene groepsvrijstellingsverordening: de verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard;
  3° audiovisueel werk: een langspeelfilm, namelijk een lange fictie-, documentaire of animatiefilm of een animatiereeks;
  4° datum van de indiening van de steunaanvraag: de datum van registratie van de steunaanvraag, vermeld in de beslissing tot steuntoekenning, vermeld in artikel 39 en 40;
  5° datum van de steuntoekenning: de datum, vermeld in de beslissing tot steuntoekenning, vermeld in artikel 39 en 40;
  6° decreet van 16 maart 2012: het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid;
  7° hefboom: de verhouding tussen de voorgestelde in aanmerking komende uitgaven en de gevraagde steun, vermeld in de steunaanvraag;
  8° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie;
  9° oproep: een bij ministerieel besluit gelanceerde vraag of uitnodiging tot indiening van voorstellen om projecten te financieren;
  10° project: de productie van een audiovisueel werk;
  11° steun: de steun, vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet 16 maart 2012;
  12° steunaanvrager: een audiovisueel productiehuis;
  13° uitgavenperiode: een termijn vanaf de datum van de indiening van de steunaanvraag tot en met 18 maanden voor fictie- en documentaire films en 24 maanden voor animatiefilms en -reeksen na de datum van de steuntoekenning;
  14° Vlaams Audiovisueel Fonds: het Vlaams Audiovisueel Fonds vzw, opgericht ter uitvoering van het decreet van 13 april 1999 houdende machtiging van de Vlaamse regering om toe te treden tot en om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel Vlaams Audiovisueel Fonds.
  De minister kan de definities, vermeld in het eerste lid, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
  De minister kan de definitie van audiovisueel werk, vermeld in het eerste lid, 3°, uitbreiden met een fictie- of een documentaire reeks onder de door hem bepaalde voorwaarden.
  De minister kan de uitgavenperiode, vermeld in het eerste lid, 13°, verlengen en het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan de uitgavenperiode op gemotiveerd verzoek van de steunaanvrager verlengen.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat : l'agence créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 octobre 2005 relatif à l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
  2° Règlement général d'exemption par catégorie : le règlement (UE) n° 651/2014 de la Commission du 17 juin 2014 déclarant certaines catégories d'aide compatibles avec le marché interne en application des articles 107 et 108 du Traité.
  3° oeuvre audiovisuelle : un film de long métrage, à savoir un film de fiction, un film documentaire ou un film d'animation, ou une série d'animation ;
  4° date de dépôt de la demande d'aide : la date d'enregistrement de la demande d'aide visée à la décision d'octroi de l'aide au sens des articles 39 et 40 ;
  5° date d'octroi de l'aide : la date mentionnée dans la décision d'octroi de l'aide mentionnée dans les articles 39 et 40 ;
  6° décret du 16 mars 2012 : le décret du 16 mars 2012 relatif à la politique d'aide économique ;
  7° levier : le rapport entre les dépenses éligibles proposées et l'aide sollicitée mentionnée dans la demande d'aide ;
  8° ministre : le Ministre flamand ayant l'économie dans ses attributions ;
  9° appel : une demande ou invitation au dépôt de propositions pour le financement de projets, lancée par arrêté ministériel ;
  10° projet : la production d'une oeuvre audiovisuelle ;
  11° aide : l'aide visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012 ;
  12° demandeur d'aide : une maison de production audiovisuelle ;
  13° période des dépenses : un délai à partir de la date de dépôt de la demande d'aide jusqu'à 18 mois pour des films de fiction et documentaires et 24 mois pour des films ou séries d'animation après la date d'octroi de l'aide ;
  14° Vlaams Audiovisueel Fonds : le Vlaams Audiovisueel Fonds vzw établi en exécution du décret du 13 avril 1999 portant autorisation du Gouvernement flamand à accéder et à participer à la création de l'association sans but lucratif " Vlaams Audiovisueel Fonds " (Fonds audiovisuel flamand).
  Le ministre peut clarifier et compléter les définitions mentionnées à l'alinéa 1er en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
  Le ministre peut étendre la définition d'oeuvre audiovisuelle visée à l'alinéa 1er, 3° par une série de fiction ou documentaire aux conditions déterminées par lui.
  Le ministre peut prolonger la période des dépenses visée à l'alinéa 1er, 13° et l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut prolonger la période des dépenses à la demande motivée du demandeur d'aide.
Art.1/1. [1 Dit besluit wordt aangehaald als: het Besluit Screen Flanders van 8 december 2017.]1
  
Art.1/1. [1 Le présent arrêté est cité comme : l'Arrêté Screen Flanders du 8 décembre 2017.]1
  
HOOFDSTUK 2. - Algemene groepsvrijstellingsverordening
CHAPITRE 2. - Règlement général d'exemption par catégorie
Art.2. Alle steun die toegekend wordt met toepassing van dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, wordt verleend binnen de grenzen en de voorwaarden, vermeld in de algemene groepsvrijstellingsverordening. Als de individuele aanmeldingsdrempels, vermeld in artikel 4 van de voormelde verordening, overschreden worden, zal de voorgenomen steun voorafgaandelijk worden aangemeld bij de Europese Commissie.
Art.2. Toutes les aides accordées en application du présent arrêté et de ses arrêtés d'exécution sont octroyées dans les limites et aux conditions visées au règlement général d'exemption par catégorie. Lorsque les seuils de notification individuels visés à l'article 4 du règlement précité sont excédés, l'aide envisagée doit être préalablement notifiée à la Commission européenne.
Art.3. [2 Er wordt alleen steun verleend aan ondernemingen die op de datum van de indiening van de steunaanvraag en op de datum van de steuntoekenning geen onderneming in moeilijkheden zijn als vermeld in artikel 2, punt 18, van de algemene groepsvrijstellingsverordening, en geen procedure op basis van Europees recht hebben lopen waarbij een toegekende steun wordt teruggevorderd.]2
  Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor werkzaamheden die verband houden met de uitvoer naar derde landen of voor werkzaamheden die afhangen van het gebruik van binnenlandse goederen als vermeld in artikel 1, lid 2, van de voormelde verordening.
  Er kan geen steun worden toegekend met toepassing van dit besluit voor activiteiten van ondernemingen in de sectoren, vermeld in artikel 1, lid 3, van de voormelde verordening.
  De steun kan niet worden toegekend als ze zou leiden tot een schending van het Unierecht als vermeld in artikel 1, lid 5, van de voormelde verordening.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen leeft bij steuntoekenning de verplichtingen voor de publicatie en de informatie, vermeld in artikel 9 van de voormelde verordening, na.
  
Art.3. [1 [2 Aucune aide n'est octroyée aux entreprises qui, à la date d'introduction de la demande d'aide et à la date d'octroi de l'aide, sont des entreprises en difficulté telles que visées à l'article 2, point 18, du règlement général d'exemption par catégorie, et font l'objet d'une procédure en cours en vertu du droit européen visant la récupération d'une aide octroyée.]2
  Aucune aide ne peut être octroyée en application du présent arrêté en faveur d'activités liées à l'exportation vers des pays tiers ou d'activités subordonnées à l'utilisation de produits nationaux au sens de l'article 1er, alinéa 2, du règlement précité.
  Aucune aide ne peut être accordée en application du présent arrêté en faveur d'activités d'entreprises dans les secteurs visés à l'article 1er, alinéa 3, du règlement précité.
  L'aide ne peut être accordée lorsqu'elle aurait pour effet d'entrainer une violation du droit de l'Union au sens de l'article 1er, alinéa 5, du règlement précité.
  En cas d'octroi de l'aide sollicitée, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat respecte les obligations en matière de publication et d'information prévues à l'article 9 du règlement précité.
  
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden
CHAPITRE 3. - Conditions
Afdeling 1. - Voorwaarden voor de steunaanvrager
Section 1re. - Conditions s'appliquant au demandeur d'aide
Art.4. De steunaanvrager is een onderneming als vermeld in artikel 3, 1°, van het decreet van 16 maart 2012.
Art.4. Le demandeur d'aide est une entreprise telle que visée à l'article 3, 1°, du décret du 16 mars 2012.
Art.5. [1 Een steunaanvrager neemt een van de volgende rechtsvormen aan:
   1° een natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent;
   2° een vennootschap met rechtspersoonlijkheid van privaat recht;
   3° een buitenlandse onderneming met een statuut dat gelijkwaardig is aan het statuut, vermeld in punt 1° en 2°.]1

  
Art.5. [1 Un demandeur d'aide prend une des formes juridiques suivantes :
   1° une personne physique exerçant une activité professionnelle en tant qu'indépendant ;
   2° une société de droit privé dotée de la personnalité juridique ;
   3° une entreprise étrangère ayant un statut équivalent au statut visé aux points 1° à 2°.]1

  
Art.6. De steunaanvrager heeft een operationele exploitatiezetel in België.
Art.6. Le demandeur d'aide a un siège d'exploitation opérationnel en Belgique.
Art.7. De steunaanvrager is een onafhankelijke producent als vermeld in artikel 2, 49°, van het decreet van 27 maart 2009 betreffende de radio-omroep en televisie.
Art.7. Le demandeur d'aide est un producteur indépendant tel que visé à l'article 2, 49°, du décret du 27 mars 2009 relatif à la radiodiffusion et à la télévision.
Art.8. Een administratieve overheid als vermeld in artikel 14 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, of een buitenlandse vergelijkbare administratieve overheid mag geen dominerende invloed hebben op het beleid van de steunaanvrager.
  Er is een vermoeden van dominerende invloed als vermeld in het eerste lid, als de steunaanvrager voor 50% of meer van het kapitaal [1 , de inbreng]1 of de stemrechten rechtstreeks of onrechtstreeks in handen is van de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid.
  Het vermoeden, vermeld in het tweede lid, kan weerlegd worden als de steunaanvrager kan aantonen dat de administratieve overheid, vermeld in het eerste lid, in werkelijkheid geen dominerende invloed uitoefent op het beleid van de steunaanvrager. De minister neemt daarover een beslissing.
  
Art.8. Une autorité administrative telle que visée à l'article 14 des lois sur le Conseil d'Etat coordonnées le 12 janvier 1973 ou une autorité administrative étrangère similaire, ne peut pas exercer une influence dominante sur la politique du demandeur d'aide.
  L'existence d'une influence dominante telle que visée à l'alinéa 1er est présumée lorsque 50% ou plus du capital [1 , de l'apport]1 ou des droits de vote du demandeur d'aide sont directement ou indirectement détenus par l'autorité administrative visée à l'alinéa 1er.
  La présomption mentionnée dans l'alinéa 2 peut être réfutée lorsque le demandeur d'aide peut démontrer que l'autorité administrative visée à l'alinéa 1er n'exerce en réalité aucune influence dominante sur la politique du demandeur d'aide. Le ministre prendra une décision en la matière.
  
Art.9. De steunaanvrager mag geen ingebrekestellingen of juridische procedures hebben lopen die de realisatie van het project in de weg kunnen staan.
Art.9. Le demandeur d'aide ne peut pas faire l'objet de mises en demeure ou de procédures juridiques en cours qui peuvent entraver la réalisation du projet.
Art.10. De minister kan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 tot en met 9, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.10. Le ministre peut clarifier et compléter les conditions visées aux articles 4 à 9 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
Art.11. De minister bepaalt welke communicatieverplichtingen en verplichtingen over intellectuele rechten, de steunaanvrager moet naleven.
Art.11. Le ministre détermine les obligations de communication et les obligations en matière de propriété intellectuelle à respecter par le demandeur d'aide.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor het project
Section 2. - Conditions s'appliquant au projet
Art.12. Het audiovisuele werk heeft een duur van minimaal zestig minuten.
  De minister kan de duur, vermeld in het eerste lid, verkorten.
Art.12. L'oeuvre audiovisuelle a une durée minimale de soixante minutes.
  Le ministre peut raccourcir la durée mentionnée à l'alinéa 1er.
Art.13. De steunaanvrager houdt een aparte transparante boekhouding voor het project bij.
Art.13. Le demandeur d'aide tient une comptabilité transparente séparée pour le projet.
Art.14. De in aanmerking komende uitgaven, vermeld in artikel 27, bedragen minimaal 250.000 euro, exclusief btw.
  De minister kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, verlagen.
Art.14. Les dépenses éligibles visées à l'article 27 s'élèvent à au minimum 250.000 euros hors T.V.A..
  Le ministre peut réduire le montant mentionné dans l'alinéa 1er.
Art.15. De steunaanvrager wendt de steun aan voor de betaling van de in aanmerking komende uitgaven, vermeld in artikel 27.
Art.15. Le demandeur d'aide affecte l'aide au paiement des dépenses éligibles visées à l'article 27.
Art.16. Het project start op zijn vroegst na de datum van de indiening van de steunaanvraag.
  In het eerste lid wordt verstaan onder start van het project: de eerste opnamedag van het audiovisuele werk.
Art.16. Le projet démarre au plus tôt après la date de dépôt de la demande d'aide.
  Dans l'alinéa 1er, il faut entendre par démarrage du projet : le premier jour de tournage de l'oeuvre audiovisuelle.
Art.17. Het audiovisuele werk voldoet minstens aan vier voor fictie- en documentaire films, en aan drie voor animatiefilms en -reeksen, van de volgende culturele voorwaarden:
  1° het scenario vindt grotendeels plaats in Vlaanderen, in België, in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie;
  2° de regisseur of de scenarist is gedomicilieerd in Vlaanderen, in België, in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of in een lidstaat van de Europese Vrijhandelsassociatie;
  3° een van de hoofdrolspelers of drie van de bijrolspelers hebben een band met de Belgische cultuur;
  4° ten minste een van de hoofdpersonages heeft een band met de Belgische cultuur;
  5° het originele scenario is grotendeels geschreven in en de hoofdpersonages drukken zich uit in een van de officiële talen of streektalen van België;
  6° het scenario is een aanpassing van een origineel literair werk of is geïnspireerd op een andere creatie die erkend is op cultureel gebied;
  7° het audiovisuele werk heeft als hoofdthema kunst of verschillende artiesten;
  8° het audiovisuele werk gaat voornamelijk over historische personen of gebeurtenissen;
  9° het audiovisuele werk kaart voornamelijk maatschappelijke thema's aan die relevant zijn voor België of voor een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte of van de Europese Vrijhandelsassociatie, met een actueel, cultureel, sociaal of politiek aspect;
  10° het audiovisuele werk draagt bij tot de herwaardering van het Belgische of het Europese audiovisuele patrimonium.
Art.17. L'oeuvre audiovisuelle répond au moins à quatre des conditions culturelles suivantes pour les films de fiction et documentaires et à trois des conditions culturelles suivantes pour les films et séries d'animation :
  1° le scénario se déroule essentiellement en Flandre, en Belgique, dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou dans un Etat membre de l'Association européenne de libre-échange ;
  2° le metteur en scène ou le scénariste est domicilié en Flandre, en Belgique, dans un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou dans un Etat membre de l'Association européenne de libre-échange ;
  3° un des rôles principaux ou trois des rôles secondaires ont un lien avec la culture belge ;
  4° au moins un des personnages principaux a un lien avec la culture belge ;
  5° le scénario original est rédigé en grande partie dans une des langues officielles ou langues régionales belges et les personnages principaux s'expriment dans une des langues officielles ou langues régionales belges ;
  6° le scénario est une adaptation d'une oeuvre littéraire originale, ou est inspiré d'une autre création reconnue dans le domaine culturel ;
  7° l'oeuvre audiovisuelle a pour thème principal l'art ou différents artistes ;
  8° l'oeuvre audiovisuelle porte principalement sur des personnages ou des événements historiques ;
  9° l'oeuvre audiovisuelle aborde principalement des thèmes sociaux pertinents pour la Belgique ou pour un autre Etat membre de l'Espace économique européen ou de l'Association européenne de libre-échange, et présente un aspect culturel, social ou politique actuel ;
  10° l'oeuvre audiovisuelle contribue à revaloriser le patrimoine audiovisuel belge ou européen.
Art.18. De volgende audiovisuele werken zijn uitgesloten van steun:
  1° werken die aanzetten tot haat of tot rassenhaat;
  2° werken die in strijd zijn met de publieke orde of met de goede zeden;
  3° reclame en informatie-, ontspannings-, nieuws- of sportprogramma's.
Art.18. Les oeuvres audiovisuelles suivantes sont exclues de l'aide :
  1° les oeuvres incitatrices à la haine ou à la haine raciale ;
  2° les oeuvres contraires à l'ordre public ou aux bonnes moeurs ;
  3° les publicités, les programmes d'information, de divertissement ou de sport.
Art.19. De steunaanvrager toont aan dat hij over minimaal 50% van de financiering van het totale productiebudget, exclusief btw, kan beschikken.
  De minister kan het percentage, vermeld in het eerste lid, tot maximaal 75% verhogen.
Art.19. Le demandeur d'aide prouve qu'il peut disposer d'au moins 50 % du financement du budget total de production, hors T.V.A..
  Le ministre peut augmenter le pourcentage mentionné dans l'alinéa 1er jusqu'à 75% au maximum.
Art.20. De minister kan de voorwaarden, vermeld in artikel 12 tot en met 19, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.20. Le ministre peut clarifier et compléter les conditions visées aux articles 12 à 19 conformément aux nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Beoordelingscriteria
CHAPITRE 4. - Critères d'évaluation
Art.21. De ontvankelijke steunaanvragen worden getoetst aan de volgende kwalitatieve en kwantitatieve criteria op het vlak van:
  1° de maatschappelijke en culturele meerwaarde van het audiovisuele werk in termen van de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van het scenario;
  2° de actoren die betrokken zijn bij het audiovisuele werk:
  a) het professionalisme en het trackrecord van de steunaanvrager;
  b) de kwaliteit en de aantrekkelijkheid van de casting en de regisseur;
  3° efficiëntie en output:
  a) de commerciële troeven van het coproductiecontract;
  b) de gesloten distributiegaranties die zijn opgenomen in het financieringsplan;
  c) de mate waarin efficiënt met middelen wordt omgegaan;
  d) de mate waarin de productie van het audiovisuele werk haalbaar is met de middelen die voorgelegd worden;
  e) de kwaliteit van de distributeurs en van de al verkochte landen;
  f) de vrije territoria, namelijk de territoria die inkomsten genereren in geval van verkoop;
  g) de kansen op financiële return en de terugbetalingscapaciteit;
  4° effectiviteit en outcome:
  a) de mate waarin een hefboom wordt gecreëerd;
  b) de impact van het audiovisuele werk op de Vlaamse productiefirma;
  c) de impact op de Vlaamse audiovisuele sector;
  d) de impact op de filmcrew;
  e) de impact op de Vlaamse facilitaire dienstverleners;
  f) de impact op Vlaanderen als audiovisuele en filmregio en als regio in het algemeen;
  g) voor projecten die al steun krijgen van het Vlaams Audiovisueel Fonds: de impact en meerwaarde van bijkomende steun op basis van dit besluit.
Art.21. Les demandes d'aides recevables sont évaluées au regard des critères qualitatifs et quantitatifs suivants portant sur :
  1° la plus-value sociale et culturelle de l'oeuvre audiovisuelle en termes de qualité et d'attractivité du scénario;
  2° les acteurs associés à l'oeuvre audiovisuelle :
  a) le professionnalisme et les références du demandeur d'aide ;
  b) la qualité et l'attractivité de la distribution des rôles et du metteur en scène ;
  3° l'efficacité et la production :
  a) les atouts commerciaux du contrat de coproduction ;
  b) les garanties conclues en matière de distribution qui sont inclues dans le plan de financement ;
  c) le degré d'efficacité dans l'utilisation des moyens ;
  d) la faisabilité de la production de l'oeuvre audiovisuelle compte tenu des moyens proposés ;
  e) la qualité des distributeurs et des pays où l'oeuvre a déjà été vendue ;
  f) les territoires libres, c'est-à-dire les territoires qui génèrent des revenus en cas de vente ;
  g) les chances de rendement financier et la capacité de remboursement ;
  4° l'efficacité et le résultat :
  a) la mesure dans laquelle un effet de levier est créé ;
  b) l'impact de l'oeuvre audiovisuelle sur la firme de production flamande ;
  c) l'impact sur le secteur audiovisuel flamand ;
  d) l'impact sur l'équipe du film ;
  e) l'impact sur les entreprises prestataires de services flamandes ;
  f) l'impact sur la Flandre en tant que région audiovisuelle et cinématographique et en tant que région en général ;
  g) pour des projets qui reçoivent déjà une aide du Fonds Audiovisuel de Flandre : l'impact et la plus-value de l'aide complémentaire sur la base du présent arrêté.
Art.22. De minister kan de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 21, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.22. Le ministre peut clarifier et compléter les critères d'évaluation visés à l'article 21 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 5. - Steun
CHAPITRE 5. - Aide
Afdeling 1. - Vorm
Section 1re. - Forme
Art.23. De steun wordt toegekend in de vorm van steun die terugbetaald wordt met de netto-ontvangsten.
Art.23. L'aide est attribuée sous la forme d'une aide remboursable à partir des recettes nettes.
Afdeling 2. - Hoogte van de steun
Section 2. - Niveau de l'aide
Art.24. De toegekende steun wordt bepaald door het gevraagde steunbedrag in de steunaanvraag, beperkt tot de maxima, vermeld in artikel 25, en eventueel aangepast door de jury conform artikel 38, vierde lid. De gevraagde steun bepaalt mee de hefboom, vermeld in artikel 21, 4°, a).
Art.24. L'aide attribuée est déterminée par le montant de l'aide demandé figurant dans la demande d'aide, limité aux plafonds visés à l'article 25 et éventuellement adapté par le jury conformément à l'article 38, alinéa 4. L'aide demandée joue un rôle dans la détermination du levier visé à l'article 21, 4°, a).
Art.25. De steun wordt beperkt door de volgende maxima:
  1° 400.000 euro per project;
  2° de in aanmerking komende uitgaven, vermeld in artikel 27 van dit besluit;
  3° de steunintensiteit, vermeld in artikel 54 van de algemene groepsvrijstellingsverordening.
  De minister kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, 1°, verhogen met 100.000 euro.
Art.25. L'aide est limitée aux plafonds suivants :
  1° 400.000 euros par projet ;
  2° les dépenses éligibles visées à l'article 27 du présent arrêté ;
  3° l'intensité de l'aide visée à l'article 54 du règlement général d'exemption par catégorie.
  Le ministre peut majorer le montant mentionné dans l'alinéa 1er, 1°, de 100.000 euros.
Art.26. De minister kan de modaliteiten van de hoogte van de steun, vermeld in artikel 24 en 25, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.26. Le ministre peut clarifier et compléter les modalités du niveau de l'aide visées aux articles 24 et 25 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
Afdeling 3. - In aanmerking komende uitgaven
Section 3. - Dépenses éligibles
Art.27. De hoogte van de in aanmerking uitgaven wordt bepaald door de voorgestelde uitgaven in de steunaanvraag onder de voorwaarden, vermeld in artikel 14, 28 tot en met 30, en wordt eventueel aangepast door de jury conform artikel 38, vierde lid. De voorgestelde uitgaven bepalen mee de hefboom, vermeld in artikel 21, 4°, a).
Art.27. Le niveau des dépenses éligibles est déterminé par les dépenses proposées dans la demande d'aide aux conditions visées aux articles 14, 28 à 30, et est éventuellement adapté par le jury conformément à l'article 38, alinéa 4. Les dépenses proposées jouent un rôle dans la détermination du levier visé à l'article 21, 4°, a).
Art.28. De minister bepaalt de in aanmerking komende uitgaven.
Art.28. Le ministre détermine les dépenses éligibles.
Art.29. De in aanmerking komende uitgaven voldoen minstens aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze worden gefactureerd vanuit en betaald in het Vlaamse Gewest;
  2° ze hebben als doel de voltooiing van het beoogde audiovisuele werk en ze vervullen een structurerende rol voor de Vlaamse audiovisuele sector;
  3° ze hebben betrekking op materiële of immateriële goederen of diensten die verband houden met de audiovisuele sector;
  4° ze zijn marktconform wat betreft de prijs;
  5° ze worden gefactureerd binnen de uitgavenperiode.
Art.29. Les dépenses éligibles satisfont au moins à l'ensemble des conditions suivantes :
  1° elles sont facturées par et payées en Région flamande ;
  2° elles ont pour objet la réalisation de l'oeuvre audiovisuelle et génèrent un effet structurant sur le secteur flamand de l'audiovisuel ;
  3° elles ont trait à des biens et à des services matériels ou immatériels ayant un lien avec le secteur de l'audiovisuel ;
  4° elles sont conformes au marché pour ce qui est du prix ;
  5° elles sont facturées dans la période des dépenses.
Art.30. De volgende uitgaven komen niet in aanmerking:
  1° de btw van de in aanmerking komende uitgaven;
  2° de door de minister bepaalde niet in aanmerking komende uitgaven.
  De minister kan een verbod van cumulatie van steun voor dezelfde uitgaven opleggen.
Art.30. Les dépenses suivantes ne sont pas éligibles :
  1° la T.V.A. des dépenses éligibles ;
  2° les dépenses non éligibles définies par le ministre.
  Le ministre peut interdire le cumul d'aides à finalités identiques.
Art.31. De minister kan de modaliteiten van de in aanmerking komende uitgaven, vermeld in artikel 27 tot en met 30, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.31. Le ministre peut clarifier et compléter les modalités des dépenses éligibles visées aux articles 27 à 30 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 6. - Procedure voor de steunaanvraag
CHAPITRE 6. - Procédure de demande d'aide
Afdeling 1. - Oproep
Section 1re. - Appel
Art.32. De steun wordt toegekend via een oproepprocedure.
Art.32. L'aide est attribuée via une procédure d'appel.
Art.33. De minister bepaalt de volgende modaliteiten van de oproep:
  1° de budgettaire enveloppe die ter beschikking wordt gesteld;
  2° de uiterste indieningsdatum;
  3° het model van het aanvraagformulier;
  4° de eventuele bijkomende voorwaarden.
Art.33. Le ministre détermine les modalités d'appel suivantes :
  1° l'enveloppe budgétaire qui est mise à disposition ;
  2° la date limite de dépôt ;
  3° le modèle du formulaire de demande ;
  4° les conditions éventuelles supplémentaires.
Afdeling 2. - Indiening van de steunaanvraag
Section 2. - Dépôt de la demande d'aide
Art.34. De steunaanvragers dienen een steunaanvraag in met de documenten die daarvoor ter beschikking worden gesteld op de website van Screen Flanders, overeenkomstig de voorwaarden, vermeld op die website.
  Een steunaanvraag voor een project met overwegend dezelfde kenmerken dat in een eerdere oproep onontvankelijk is verklaard of negatief is beoordeeld, kan maar één keer opnieuw ingediend worden.
  Een steunaanvraag voor een project met overwegend dezelfde kenmerken dat via een eerdere oproep steun heeft verkregen, kan niet meer opnieuw ingediend worden.
Art.34. Les demandeurs d'aide présentent une demande d'aide au moyen des documents mis à disposition à cette fin au site web de Screen Flanders Conformément aux conditions visées à ce site web.
  Une demande d'aide pour un projet présentant principalement les mêmes caractéristiques qui ont été déclarés non recevables ou ont reçu une évaluation négative à l'issue d'un appel antérieur ne peut être réintroduite qu'une seule fois.
  Une demande d'aide pour un projet présentant principalement les mêmes caractéristiques bénéficiant déjà d'une aide dans le cadre d'un appel antérieur ne peut plus être réintroduite.
Afdeling 3. - Ontvankelijkheid
Section 3. - Recevabilité
Art.35. De steunaanvraag wordt getoetst aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 tot en met 20, door het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art.35. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat examine la demande d'aide en fonction des conditions énoncées aux articles 3 à 20.
Art.36. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist of de steunaanvraag al dan niet ontvankelijk is. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan daarvoor een beroep doen op externe experten.
Art.36. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décidera de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande d'aide. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut à cette fin faire appel à des experts externes.
Art.37. De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de onontvankelijkheid.
Art.37. Le demandeur d'aide est notifié par écrit de l'irrecevabilité.
Afdeling. 4. - Beoordeling
Section. 4. - Evaluation
Art.38. De ontvankelijke steunaanvragen worden beoordeeld door een jury op basis van de beoordelingscriteria, vermeld in artikel 21. Er wordt een score toegekend aan de beoordelingscriteria en op basis daarvan worden de steunaanvragen gerangschikt.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen en het Vlaams Audiovisueel Fonds stellen een jury samen van economische en culturele deskundigen.
  Na de ontvankelijkheidscontrole en voorafgaand aan de jurering van de steunaanvragen kunnen de steunaanvragers worden uitgenodigd om hun steunaanvraag en hun project mondeling toe te lichten aan de jury.
  De jury kan de steunaanvraag aanpassen en bijkomende voorwaarden opleggen met het oog op de optimale benutting van de overheidsmiddelen en de optimale stimulering van de audiovisuele sector.
  De jury formuleert een voorstel van beslissing voor het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art.38. Les demandes d'aides recevables sont évaluées par un jury à l'aide des critères d'évaluation visés à l'article 21. Un score est attribué aux critères d'évaluation et sur cette base il est procédé à un classement des demandes d'aide.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat et le Fonds Audiovisuel de Flandre composent un jury d'experts économiques et culturels.
  Après vérification de la recevabilité et avant l'examen des demandes d'aide par le jury, les demandeurs d'aide peuvent être invités à venir présenter leur demande d'aide et leur projet oralement au jury.
  Le jury peut adapter la demande d'aide et imposer des conditions supplémentaires en vue de l'utilisation optimale des moyens publics et d'une promotion optimale du secteur de l'audiovisuel.
  Le jury formule une proposition de décision à l'intention du chef de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
Afdeling 5. - Steuntoekenning
Section 5. - Octroi d'aide
Art.39. Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen beslist over de toekenning van de steun.
  Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan alleen afwijken van het voorstel van de jury als hij de afwijking motiveert.
Art.39. Le chef de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat décide de l'attribution de l'aide.
  Le chef de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ne peut déroger de la proposition du jury que s'il motive la dérogation.
Art.40. De steunaanvrager wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de beslissing of er al dan niet steun wordt toegekend.
Art.40. L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat est informée par écrit décision d'octroi de l'aide ou du rejet de la demande.
Afdeling 6. - Aanvullende regeling van de procedure
Section 6. - Règlement supplémentaire de la procédure
Art.41. De minister kan de procedure, vermeld in artikel 32 tot en met 40, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.41. Le ministre peut clarifier et compléter la procédure visée aux articles 32 à 40 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 7. - Uitbetaling en verjaring
CHAPITRE 7. - Paiement et prescription
Art.42. De steun wordt in drie schijven uitbetaald volgens het volgende schema en conform de procedure, vermeld op de website van Screen Flanders:
  1° een eerste schijf van 40% op zijn vroegst dertig dagen na de datum van de steuntoekenning op voorwaarde dat de steunaanvrager:
  a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  b) aantoont dat het productiebudget voldoende is gefinancierd;
  2° een tweede schijf van 30% op zijn vroegst dertig dagen na de datum van de steuntoekenning op voorwaarde dat de steunaanvrager:
  a) de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  b) aantoont dat het project loopt;
  3° een derde schijf van 30% op zijn vroegst dertig dagen na de datum van de steuntoekenning op voorwaarde dat:
  a) de steunaanvrager de uitbetaling van de schijf aanvraagt;
  b) de steunaanvrager verklaart dat de uitgaven die in aanmerking komen voor steun, volledig betaald zijn;
  c) het Agentschap Innoveren en Ondernemen gecontroleerd heeft dat alle voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit, de uitvoeringsbesluiten en de beslissing tot steuntoekenning, vermeld in artikel 39 en 40, zijn nageleefd.
  [1 Als de steunaanvrager een openstaande en niet in het kader van een gerechtelijke procedure betwiste schuld heeft bij het Agentschap Innoveren en Ondernemen of het Fonds voor Innoveren en Ondernemen, vermeld in artikel 41, § 1, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002, wordt de uitbetaling opgeschort tot het teruggevorderde bedrag is terugbetaald of de procedure tot terugvordering is afgelopen.]1
Art.42. L'aide est payée en trois tranches suivant le schéma suivant et conformément à la procédure visée au site web de Screen Flanders :
  1° une première tranche de 40% au plus tôt trente jours après la date d'octroi de l'aide à condition que le demandeur d'aide :
  a) demande le paiement de la tranche ;
  b) démontre que le budget de production contient suffisamment de fonds ;
  2° une deuxième tranche de 30% au plus tôt trente jours après la date d'octroi de l'aide à condition que le demandeur d'aide :
  a) demande le paiement de la tranche ;
  b) démontre que le projet est en train d'être réalisé ;
  3° une deuxième tranche de 30% au plus tôt trente jours après la date d'octroi de l'aide à condition que :
  a) le demandeur d'aide demande le paiement de la tranche ;
  b) le demandeur d'aide déclare que les dépenses éligibles à l'aide sont payées dans leur intégralité ;
  c) l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ait vérifié que toutes les conditions énumérées dans le décret du 16 mars 2012, le présent arrêté, les arrêtés d'exécution et la décision d'octroi de l'aide visée aux articles 39 et 40, sont remplies.
  [1 Si le demandeur d'aide a une dette impayée et non contestée dans le cadre d'une procédure judiciaire à l'égard de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat ou du Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat, visé à l'article 41, § 1er, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002, le paiement est suspendu jusqu'à ce que le montant récupéré ait été remboursé ou que la procédure de récupération soit terminée. ]1
Art.43. De minister kan de voorwaarden voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 42, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.43. Le ministre peut clarifier et compléter les conditions pour le versement de l'aide visées à l'article 42 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
Art.44. Overeenkomstig artikel 39 van het decreet van 16 maart 2012 worden de aanvragen tot uitbetaling ingediend binnen twaalf maanden na de uitgavenperiode.
Art.44. Conformément à l'article 39 du décret du 16 mars 2012, les demandes de paiement sont déposées dans les douze mois de la période des dépenses.
HOOFDSTUK 8. - Terugbetaling van de steun
CHAPITRE 8. - Remboursement de l'aide
Art.45. De steun wordt terugbetaald met alle netto-ontvangsten, vermeld in artikel 46, die gegenereerd worden als gevolg van de exploitatie van het audiovisuele werk. De steun wordt terugbetaald vanaf de eerste netto-ontvangsten, gelijktijdig en in eerste rang met de andere financiers.
  Van de netto-ontvangsten wordt een percentage terugbetaald dat voorlopig wordt bepaald door de jury bij de beoordeling van de steunaanvraag, vermeld in artikel 38, en definitief wordt bepaald in het kader van de controle bij de uitbetaling van de derde schijf, vermeld in artikel 42, 3°, c). Dat percentage komt overeen met de verhouding van de totale toegekende steun ten opzichte van de totale bewezen financiering van het totale productiebudget van het audiovisuele werk. Dat percentage wordt volledig terugbetaald zelfs al bedraagt de terugbetaling meer dan de toegekende steun.
  Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan op voorstel van de jury afwijken van de bepalingen in het eerste en tweede lid, als de steunaanvrager een beter terugbetalingsvoorstel doet.
  Het voorlopige percentage, vermeld in het tweede lid, kan bij definitieve bepaling worden aangepast. De minister bepaalt de voorwaarden waaronder deze aanpassing gebeurt.
  Het Agentschap Innoveren en Ondernemen volgt de netto-ontvangsten, vermeld in artikel 46, vijf jaar lang op, vanaf de eerste publieke vertoning van het audiovisuele werk, tenzij er concrete indicaties bestaan dat er daarna nog substantiële netto-ontvangsten zullen volgen.
  De projecten waarvan de netto-ontvangsten langer dan vijf jaar worden opgevolgd, worden maximaal vijftien jaar opgevolgd. Bij die projecten wordt op basis van de effectief gerealiseerde netto-ontvangsten van de voorgaande jaren jaarlijks beoordeeld of het project al dan niet verder wordt opgevolgd.
Art.45. L'aide est remboursée avec toutes les recettes nettes, visées à l'article 46, générées par l'exploitation de l'oeuvre audiovisuelle. L'aide est remboursée à partir des premières recettes nettes, ceci en premier rang et au même moment que les autres investisseurs financiers.
  Un pourcentage des recettes nettes, c.-à-d. un pourcentage fixé provisoirement par le jury au moment de l'évaluation de la demande d'aide visée à l'article 38, et fixé définitivement dans le cadre de la vérification lors du paiement de la troisième tranche, visée à l'article 42, 3°, c). Ce pourcentage correspond à la proportion de l'aide totale accordée par rapport au financement total confirmé du budget total de production de l'oeuvre audiovisuelle. Ce pourcentage est remboursé intégralement même si le remboursement excède l'aide octroyée.
  Sur la proposition du jury, le chef de l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut déroger des dispositions des alinéas 1er et 2, si le demandeur d'aide fait une meilleure proposition de remboursement.
  Au moment de la fixation définitive, le pourcentage provisoire visé à l'alinéa 2 peut être ajusté. Le ministre détermine les conditions de cet ajustement.
  L'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat assure le suivi des recettes nettes visées à l'article 46 pendant cinq ans à partir de la première diffusion publique de l'oeuvre audiovisuelle à moins qu'il n'y ait des indications concrètes que des recettes nettes substantielles suivront ensuite.
  La période de suivi des projets dont les recettes nettes font l'objet d'un suivi de plus de cinq ans est de quinze ans au maximum. La continuation du suivi de ces projets est évaluée annuellement sur la base des recettes nettes effectivement réalisées pendant les années précédentes.
Art.46. De netto-ontvangsten, vermeld in artikel 45, omvatten alle inkomsten uit de exploitatie van het audiovisuele werk in België en in het buitenland, inclusief de inkomsten uit kabel- en privékopierechten en uit merchandising, die niet behoren tot de financiering van de totale kostprijs van het audiovisuele werk, met uitzondering van de voorbehouden rechten en voorbehouden territoria van de andere producenten.
  De volgende posten kunnen worden afgetrokken van de inkomsten, vermeld in het eerste lid:
  1° de belastingen aan openbare besturen, de bronheffingen op buitenlandse inkomsten, de rechten aan auteursverenigingen en het aandeel voor de zaalexploitanten;
  2° de promotie- en distributiekosten voor het uitbrengen van het audiovisuele werk, inclusief de aanmaak van de kopieën, met inbegrip van de kosten om de versies voor festivals te dubben en te ondertitelen. Die kosten staan in redelijke verhouding tot de afzetmarkt en de productiekosten van het audiovisuele werk;
  3° de distributieprovisie en de verkoopcommissies volgens de internationaal gangbare normen;
  4° de collection account fee;
  5° de minimumgaranties, als ze gebruikt zijn voor de financiering van het project;
  6° de gerechtskosten die betrekking hebben op de invordering van de te innen geldsommen.
  Uitgestelde betalingen en participaties kunnen niet worden afgetrokken van die inkomsten.
Art.46. Les recettes nettes visées à l'article 45 comprennent tous les revenus issus de l'exploitation de l'oeuvre audiovisuelle en Belgique et à l'étranger, en ce compris les revenus tirés des droits de câble et de copie privée ainsi que du merchandising, qui n'appartiennent pas au financement du coût total de l'oeuvre audiovisuelle à l'exception des droits réservés et des territoires réservés des autres producteurs.
  Les suivants postes sont déduits des revenus visés à alinéa 1er :
  1° les taxes et impôts payés aux administrations publiques, les retenues à la source sur les revenus étrangers, les droits versés aux associations d'auteurs et la part réservée aux exploitants de salles ;
  2° les frais de promotion et de distribution pour la diffusion de l'oeuvre audiovisuelle, y compris la réalisation des copies, y compris les frais engagés pour le sous-titrage et le doublage des copies destinées à des festivals. Ces frais sont raisonnablement proportionnels au marché ou aux coûts de production de l'oeuvre audiovisuelle ;
  3° la provision de distribution et les commissions de vente selon les normes internationales usuelles ;
  4° les frais du compte de domiciliation de recettes ;
  5° les garanties minimales dans la mesure où elles ont été utilisées pour le financement du projet ;
  6° les frais de justice relatifs au recouvrement des sommes à encaisser.
  Les paiements différés et les participations ne peuvent pas être déduits de ces revenus.
Art.47. De minister kan de voorwaarden voor de terugbetaling van de steun, vermeld in artikel 45 en 46, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.47. Le ministre peut clarifier et compléter les conditions pour le remboursement de l'aide visées aux articles 45 et 46 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 9. - Controle en rapportering
CHAPITRE 9. - Contrôle et rapportage
Art.48. Het Agentschap Innoveren en Ondernemen kan vanaf het ogenblik dat de steunaanvraag is ingediend, ter plaatse of op de bewijsstukken controleren of de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit en de uitvoeringsbesluiten ervan, worden nageleefd.
  De controle, vermeld in het eerste lid, kan, afhankelijk van het feit of de steun al dan niet is toegekend, het volgende tot gevolg hebben:
  1° beslissing tot weigering van de steun;
  2° gehele of gedeeltelijke niet-uitbetaling of terugvordering van de toegekende steun.
  [1 Als uit een controle blijkt dat de onderneming een steunaanvraag heeft ingediend op basis van onjuiste verklaringen of foutieve informatie en die niet spontaan heeft gecorrigeerd, komt die onderneming gedurende een periode van vijf jaar, vanaf het moment van de kennisgeving van de voormelde vaststelling, niet in aanmerking voor steun als vermeld in artikel 3, 5°, van het decreet van 16 maart 2012, artikel 4, eerste en vijfde lid, van het decreet van 15 juli 2016 houdende toekenning van een hinderpremie aan kleine ondernemingen die ernstige hinder ondervinden van openbare werken in het Vlaamse Gewest, en artikel 41ter, § 2, van het decreet van 21 december 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002.]1
  
Art.48. Dès le dépôt de la demande d'aide, l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat peut exercer sur place ou sur pièces le contrôle du respect des conditions visées au décret du 16 mars 2012, au présent arrêté et à ses arrêtés d'exécution.
  Le contrôle visé à l'alinéa 1er peut, en fonction de l'octroi ou du refus de l'aide, avoir les conséquences suivantes :
  1° la décision de refus de l'aide ;
  2° le non-paiement ou le recouvrement total ou partiel de l'aide octroyée.
  [1 S'il ressort d'un contrôle que l'entreprise a introduit une demande d'aide sur la base de déclarations inexactes ou d'informations erronées et qu'elle n'a pas corrigé spontanément, cette entreprise n'est pas admissible, pendant une période de cinq ans à compter de la date de notification du constat précité, au bénéfice de l'aide telle que visée à l'article 3, 5°, du décret du 16 mars 2012, à l'article 4, alinéas 1 et 5, du décret du 15 juillet 2016 portant octroi d'une prime de nuisances aux petites entreprises sérieusement incommodées par des travaux publics en Région flamande, et à l'article 41ter, § 2, du décret du 21 décembre 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002.]1
  
Art.49. De steunaanvrager bezorgt de bewijsstukken die aantonen dat de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit, de uitvoeringsbesluiten of de beslissing tot steuntoekenning, zijn nageleefd, aan het Vlaams Audiovisueel Fonds of het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
Art.49. Le demandeur d'aide remet au Vlaams Audiovisueel Fonds ou à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat les pièces justificatives qui confirment le respect des conditions visées au décret du 16 mars 2012, au présent arrêté, à ses arrêtés d'exécution ou à la décision d'octroi de l'aide.
Art.50. De minister bepaalt de gebeurtenissen, die het project in het gedrang kunnen brengen, en de wijzigingen aan het project en de steunaanvraag die aan het Agentschap Innoveren en Ondernemen moeten worden gemeld.
Art.50. Le ministre détermine les événements de nature à compromettre le projet ainsi que les modifications du projet et de la demande d'aide devant être communiqués à l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat.
Art.51. De minister kan de modaliteiten van de controle en rapportering, vermeld in artikel 48 tot en met 50, verduidelijken en aanvullen overeenkomstig de noodwendigheden en zonder de basisprincipes van dit besluit te wijzigen.
Art.51. Le ministre peut clarifier et compléter les modalités du contrôle et du rapportage visées aux articles 48 à 50 en fonction des nécessités et sans modifier les principes de base du présent arrêté.
HOOFDSTUK 10. - Terugvordering
CHAPITRE 10. - Recouvrement
Art.52. Als de voorwaarden, vermeld in het decreet van 16 maart 2012, dit besluit, de uitvoeringsbesluiten of de beslissing tot steuntoekenning, niet worden nageleefd, wordt de steun geheel of gedeeltelijk teruggevorderd.
Art.52. En cas de non-respect des conditions visées au décret du 16 mars 2012, au présent arrêté, à ses arrêtés d'exécution ou à la décision d'octroi de l'aide, l'aide est totalement ou partiellement recouvrée.
Art.53. In geval van terugvordering wordt de Europese referentierentevoet voor terugvordering van onrechtmatig verleende staatssteun toegepast.
Art.53. En cas de recouvrement, le taux d'intérêt de référence européen pour le recouvrement des aides d'Etat illégalement octroyées est d'application.
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art.54. Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 tot toekenning van steun aan audiovisuele werken van het type lange fictie-, documentaire of animatiefilm, of van animatiereeksen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 december 2015 en 5 februari 2016, wordt opgeheven.
Art.54. L'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 portant octroi d'aides aux oeuvres audiovisuelles du type film de fiction, documentaire ou film d'animation de long métrage, ou série d'animation, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 décembre 2015 et 5 février 2016, est abrogé.
Art.55. Het besluit van de Vlaamse Regering van 9 november 2012 tot toekenning van steun aan audiovisuele werken van het type lange fictie-, documentaire- of animatiefilm, of van animatiereeksen, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de aanvragen die ingediend zijn vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Art.55. L'arrêté du Gouvernement flamand du 9 novembre 2012 portant octroi d'aides aux oeuvres audiovisuelles du type film de fiction, documentaire ou film d'animation de long métrage, ou série d'animation, tel qu'en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, reste d'application aux demandes déposées avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.56. Dit besluit treedt in werking op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, vast te stellen datum en uiterlijk op 31 maart 2018.
Art.56. Le présent arrêté entre en vigueur à une date à fixer par le Ministre flamand chargé de l'économie, et au plus tard le 31 mars 2018.
(NOTE : Entrée en vigueur fixée au 23-02-2018 par AM 2018-02-23/34, art. 23)
Art. 57. De Vlaamse minister, bevoegd voor de economie, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de Media, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 57. Le Ministre flamand ayant l'économie dans ses attributions et le Ministre flamand ayant les médias dans ses attributions sont chargés de l'exécution du présent arrêté.