Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 OKTOBER 2017. - Ministerieel besluit tot wijziging van de artikelen 1, 19 en 70 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering
Titre
8 OCTOBRE 2017. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant les articles 1er, 19 et 70 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage
Documentinformatie
Info du document
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. In artikel 1, 13°, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, ingevoegd bij het ministerieel besluit van 30 juni 1992 en vervangen bij het ministerieel besluit van 22 december 1992, worden de woorden "en aanvaard door de directeur van het werkloosheidsbureau" opgeheven.
Article 1er. A l'article 1er, 13°, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 30 juin 1992 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 22 dĂ©cembre 1992, les mots suivants sont abrogĂ©s : " et agréée par le directeur du bureau du chĂŽmage".
Art. 2. Artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 17 juli 2015, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"Onverminderd de toepassing van artikel 130ter van het koninklijk besluit, worden de voordelen die toegekend zijn in het kader van, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, niet beschouwd als loon in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit, in hoofde van de werkloze die, overeenkomstig artikel 152quinquies van het koninklijk besluit, deze studies, opleiding, stage of leertijd mag volgen met behoud van de uitkeringen.
De voordelen die toegekend zijn in het kader van, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, worden niet beschouwd als loon in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit, in hoofde van de persoon met wie de werkloze samenwoont wanneer deze voordelen de grens die voorzien is in artikel 60, tweede lid, 3°, of, als het gaat om een kind, in artikel 60, derde lid, niet overschrijden.
In afwijking van de vorige leden, wordt de vergoeding toegekend aan de werkloze in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, niet beschouwd als loon, voor zover deze vergoeding overeenkomt met een percentage van het verschil tussen het loon dat de werknemer zou moeten ontvangen van de werkgever in het kader van een arbeidsovereenkomst en het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop de werknemer aanspraak kan maken.
In afwijking van de vorige leden, wordt een studiebeurs waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid worden verricht wel als een loon beschouwd.
In afwijking van het eerste, het tweede en het derde lid, worden de voordelen die toegekend zijn in het kader, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, beschouwd als loon in hoofde van de werkloze en in hoofde van de persoon met wie de werkloze samenwoont wanneer de activiteit die deze voordelen verschaft, wordt uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst of wordt uitgeoefend als zelfstandige.".
"Onverminderd de toepassing van artikel 130ter van het koninklijk besluit, worden de voordelen die toegekend zijn in het kader van, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, niet beschouwd als loon in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit, in hoofde van de werkloze die, overeenkomstig artikel 152quinquies van het koninklijk besluit, deze studies, opleiding, stage of leertijd mag volgen met behoud van de uitkeringen.
De voordelen die toegekend zijn in het kader van, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, worden niet beschouwd als loon in de zin van artikel 46, § 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit, in hoofde van de persoon met wie de werkloze samenwoont wanneer deze voordelen de grens die voorzien is in artikel 60, tweede lid, 3°, of, als het gaat om een kind, in artikel 60, derde lid, niet overschrijden.
In afwijking van de vorige leden, wordt de vergoeding toegekend aan de werkloze in het kader van een individuele beroepsopleiding in een onderneming, niet beschouwd als loon, voor zover deze vergoeding overeenkomt met een percentage van het verschil tussen het loon dat de werknemer zou moeten ontvangen van de werkgever in het kader van een arbeidsovereenkomst en het bedrag van de werkloosheidsuitkeringen waarop de werknemer aanspraak kan maken.
In afwijking van de vorige leden, wordt een studiebeurs waarop inhoudingen voor de sociale zekerheid worden verricht wel als een loon beschouwd.
In afwijking van het eerste, het tweede en het derde lid, worden de voordelen die toegekend zijn in het kader, tijdens of ten gevolge van een opleiding, studies, een stage of een leertijd, beschouwd als loon in hoofde van de werkloze en in hoofde van de persoon met wie de werkloze samenwoont wanneer de activiteit die deze voordelen verschaft, wordt uitgeoefend in het kader van een arbeidsovereenkomst of wordt uitgeoefend als zelfstandige.".
Art. 2. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ© modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 17 juillet 2015, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Sans prĂ©judice de l'application de l'article 130ter de l'arrĂȘtĂ© royal, les avantages qui sont accordĂ©s dans le cadre, pendant ou suite Ă une formation, des Ă©tudes, un stage ou un apprentissage, ne sont pas considĂ©rĂ©s comme une rĂ©munĂ©ration au sens de l'article 46, § 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© royal, dans le chef du chĂŽmeur qui, conformĂ©ment Ă l'article 152quinquies de l'arrĂȘtĂ© royal, peut suivre ces Ă©tudes, cette formation, ce stage ou cet apprentissage avec maintien des allocations.
Les avantages qui sont accordĂ©s dans le cadre, pendant ou suite Ă une formation, des Ă©tudes, un stage ou un apprentissage, ne sont pas considĂ©rĂ©s comme une rĂ©munĂ©ration au sens de l'article 46, § 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© royal, dans le chef de la personne avec laquelle le chĂŽmeur cohabite lorsque ces avantages ne dĂ©passent pas la limite prĂ©vue Ă l'article 60, alinĂ©a 2, 3°, ou Ă l'article 60, alinĂ©a 3, lorsqu'il s'agit d'un enfant.
Par dérogation aux alinéas précédents, l'indemnité accordée au chÎmeur dans le cadre d'une formation professionnelle individuelle en entreprise n'est pas considérée comme rémunération pour autant que cette indemnité corresponde à un pourcentage de la différence entre le salaire que le travailleur devrait percevoir de la part de l'employeur dans le cadre d'un contrat de travail et du montant des allocations de chÎmage auxquelles le travailleur peut prétendre.
Par dérogation aux alinéas précédents, la bourse d'études sur laquelle des retenues pour la sécurité sociale sont effectuées, est considérée comme une rémunération.
Par dérogation à l'alinéa 1er, au second et troisiÚme alinéas, les avantages qui sont accordés dans le cadre, pendant ou suite à des études, une formation, un stage ou un apprentissage sont considérés comme une rémunération dans le chef du chÎmeur et dans le chef de la personne avec laquelle le chÎmeur cohabite lorsque l'activité qui procure ces avantages est exercée dans le cadre d'un contrat de travail ou de l'exercice d'une activité en tant qu'indépendant. ".
" Sans prĂ©judice de l'application de l'article 130ter de l'arrĂȘtĂ© royal, les avantages qui sont accordĂ©s dans le cadre, pendant ou suite Ă une formation, des Ă©tudes, un stage ou un apprentissage, ne sont pas considĂ©rĂ©s comme une rĂ©munĂ©ration au sens de l'article 46, § 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© royal, dans le chef du chĂŽmeur qui, conformĂ©ment Ă l'article 152quinquies de l'arrĂȘtĂ© royal, peut suivre ces Ă©tudes, cette formation, ce stage ou cet apprentissage avec maintien des allocations.
Les avantages qui sont accordĂ©s dans le cadre, pendant ou suite Ă une formation, des Ă©tudes, un stage ou un apprentissage, ne sont pas considĂ©rĂ©s comme une rĂ©munĂ©ration au sens de l'article 46, § 1er, alinĂ©a 1er, 6°, de l'arrĂȘtĂ© royal, dans le chef de la personne avec laquelle le chĂŽmeur cohabite lorsque ces avantages ne dĂ©passent pas la limite prĂ©vue Ă l'article 60, alinĂ©a 2, 3°, ou Ă l'article 60, alinĂ©a 3, lorsqu'il s'agit d'un enfant.
Par dérogation aux alinéas précédents, l'indemnité accordée au chÎmeur dans le cadre d'une formation professionnelle individuelle en entreprise n'est pas considérée comme rémunération pour autant que cette indemnité corresponde à un pourcentage de la différence entre le salaire que le travailleur devrait percevoir de la part de l'employeur dans le cadre d'un contrat de travail et du montant des allocations de chÎmage auxquelles le travailleur peut prétendre.
Par dérogation aux alinéas précédents, la bourse d'études sur laquelle des retenues pour la sécurité sociale sont effectuées, est considérée comme une rémunération.
Par dérogation à l'alinéa 1er, au second et troisiÚme alinéas, les avantages qui sont accordés dans le cadre, pendant ou suite à des études, une formation, un stage ou un apprentissage sont considérés comme une rémunération dans le chef du chÎmeur et dans le chef de la personne avec laquelle le chÎmeur cohabite lorsque l'activité qui procure ces avantages est exercée dans le cadre d'un contrat de travail ou de l'exercice d'une activité en tant qu'indépendant. ".
Art. 3. Artikel 70, § 1, 2°, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 8 juli 2014, wordt vervangen door de volgende bepaling :
"De dagen van volledige werkloosheid worden evenwel in rekening gebracht indien de werkloze op deze dagen een beroepsopleiding heeft ontvangen waarvan het aantal uur per cyclus gemiddeld minstens 18 uur per week bedraagt, tewerkgesteld is geweest in een beschermde werkplaats in de hoedanigheid van moeilijk te plaatsen mindervalide werkloze of tewerkgesteld is geweest in toepassing van artikel 161 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid.".
"De dagen van volledige werkloosheid worden evenwel in rekening gebracht indien de werkloze op deze dagen een beroepsopleiding heeft ontvangen waarvan het aantal uur per cyclus gemiddeld minstens 18 uur per week bedraagt, tewerkgesteld is geweest in een beschermde werkplaats in de hoedanigheid van moeilijk te plaatsen mindervalide werkloze of tewerkgesteld is geweest in toepassing van artikel 161 van het koninklijk besluit van 20 december 1963 betreffende arbeidsvoorziening en werkloosheid.".
Art. 3. L'article 70, § 1er, 2°, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 8 juillet 2014, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Les journĂ©es de chĂŽmage complet sont cependant prises en considĂ©ration lorsque le travailleur a, au cours de celles-ci, suivi une formation professionnelle dont le nombre d'heures atteint, par cycle, en moyenne par semaine, au moins 18 heures, Ă©tĂ© occupĂ© en atelier protĂ©gĂ© en qualitĂ© de chĂŽmeur difficile Ă placer ou Ă©tĂ© occupĂ© en application de l'article 161 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă l'emploi et au chĂŽmage. ".
" Les journĂ©es de chĂŽmage complet sont cependant prises en considĂ©ration lorsque le travailleur a, au cours de celles-ci, suivi une formation professionnelle dont le nombre d'heures atteint, par cycle, en moyenne par semaine, au moins 18 heures, Ă©tĂ© occupĂ© en atelier protĂ©gĂ© en qualitĂ© de chĂŽmeur difficile Ă placer ou Ă©tĂ© occupĂ© en application de l'article 161 de l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 1963 relatif Ă l'emploi et au chĂŽmage. ".