Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 JULI 2017. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het reglementair deel van Boek I van het Leefmilieuwetboek, betreffende de keuze en de wraking van een auteur van effectenonderzoeken
Titre
6 JUILLET 2017. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant la partie réglementaire du Livre 1er du Code de l'Environnement relatif au choix et à la récusation d'un auteur d'études d'incidences
Documentinformatie
Numac: 2017204123
Datum: 2017-07-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017204123
Date: 2017-07-06
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Artikel R.72 van het reglementair deel van Boek I van het Milieuwetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. R.72. § 1. De aanvrager kiest de auteur van het onderzoek onder de personen, erkend in de hoedanigheid van auteurs van effectenonderzoeken voor de categorie(ën) waarbij zijn project overeenkomstig artikel R.58 is ondergebracht.
§ 2. Uiterlijk 20 werkdagen voor de publieke informatievergadering die hij organiseert overeenkomstig arti -kel R.41-3, geeft de aanvrager kennis van zijn keuze van de auteur van het effectenonderzoek aan de Directie Voorkoming van Verontreinigingen, bij het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst, hierna het Bestuur Leefmilieu.
De aanvrager maakt gebruik van het formulier, vastgesteld door de Minister, om de kennisgeving bedoeld in lid 1 te verrichten.
§ 3. Het Bestuur Leefmilieu geeft binnen de vijftien werkdagen, te rekenen van de ontvangst van de kennisgeving bedoeld in paragraaf 2, kennis van zijn beslissing aan de aanvrager, betreffende de keuze van de persoon als erkend auteur van effectenonderzoeken, rekening houdend met de aard van het project.
Binnen dezelfde termijn geeft het Bestuur Leefmilieu kennis van de keuze van de auteur van het onderzoek en zijn beslissing :
aan de Minister;
aan de bevoegde overheid;
aan het Bestuur Ruimtelijke Ordening;
aan de overheid belast met het onderzoek naar de volledigheid en de ontvankelijkheid
van het aanvraagdossier;
aan de Beleidsgroep Leefmilieu van de Sociaal-Economische Raad van Wallonië;
voor de windturbineprojecten, aan de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening;
voor de andere projecten dan windturbineprojecten, aan de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit, bedoeld bij het Wetboek Ruimtelijke Ontwikkeling, of, bij ontstentenis, aan de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening van de Sociaal-Economische Raad van Wallonië.
§ 4. De kennisgevingen bedoeld in de paragrafen 2 en 3 worden verricht ofwel bij :
aangetekend schrijven met ontvangstbericht;
via elke soortgelijke formule waarmee vaste datum aan de verzending en aan de ontvangst van de akte gegeven kan worden, ongeacht de distributiedienst;
neerlegging tegen ontvangstbewijs;
elke gedematerialiseerde procedure, in de voorwaarden en volgens de nadere regels vastgesteld door de Minister.
§ 5. De nadere berekeningsregels voor de termijnen zijn de volgende :
de verzending moet uiterlijk op de vervaldatum plaatsvinden;
de vervaldatum wordt in de termijn meegeteld, behalve als die dag een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is, dan wordt de vervaldatum evenwel naar de volgende werkdag verschoven;
de dag van ontvangst van een akte die de begindatum van een termijn is, wordt niet meegerekend.
Article 1er. L'article R.72 de la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.72. § 1er. Le demandeur choisit l'auteur d'étude parmi les personnes agréées en qualité d'auteurs d'études d'incidences, pour la ou les catégories à laquelle ou auxquelles son projet se rattache conformément à l'article R.58.
§ 2. Au plus tard 20 jours ouvrables avant la réunion d'information du public qu'il organise conformément à l'article R41-3, le demandeur notifie son choix d'auteur d'études à la Direction de la Prévention des Pollutions, du Département de l'Environnement et de l'Eau, de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources Naturelles et Environnement, du Service public de Wallonie, ci-après l'Administration de l'Environnement.
Le demandeur utilise le formulaire arrêté par le Ministre pour réaliser la notification visée à l'alinéa 1er.
§ 3. L'Administration de l'Environnement notifie au demandeur sa décision relative au choix de la personne choisie en qualité d'auteur d'études d'incidences agréée compte tenu de la nature du projet, dans les 15 jours ouvrables à dater de la réception de la notification visée au paragraphe 2.
Dans le même délai, l'Administration de l'Environnement notifie le choix de l'auteur d'études et sa décision :
au Ministre;
à l'autorité compétente;
à l'Administration de l'Aménagement du Territoire;
à l'autorité chargée d'examiner le caractère complet ou recevable du dossier de demande;
au Pôle Environnement du CESW;
pour les projets éoliens, au Pôle Aménagement du Territoire;
pour les projets autres qu'éoliens, à la Commission consultative communale d'aménagement du territoire et de mobilité (C.C.A.T.M.) visée par le CoDT ou, à défaut, au Pôle Aménagement du Territoire du CESW.
§ 4. Les notifications visées aux paragraphes 2 à 3 sont réalisées soit par :
lettre recommandée avec accusé de réception;
le recours à toute formule similaire permettant de conférer une date certaine à l'envoi et à la réception de l'acte, quel que soit le service de distribution du courrier utilisé;
le dépôt de la notification contre récépissé;
toute procédure dématérialisée, selon les conditions et modalités définies par le Ministre.
§ 5. Les modalités de calcul des délais sont les suivantes :
l'envoi doit se faire au plus tard le jour de l'échéance;
le jour de l'échéance est compté dans le délai, sauf lorsque le jour d'envoi est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, où il est reporté au jour ouvrable suivant;
le jour de la réception de la notification qui est le point de départ du délai n'y est pas inclus.
Art. 2. In afdeling 3 van hoofdstuk IV van het reglementair deel van Boek I van het Milieuwetboek wordt een artikel R.72bis ingevoegd, luidend als volgt :
" R.72bis. § 1. In de zin van deze afdeling worden onder werkdag alle dagen verstaan, met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen.
§ 2. De nadere regels bedoeld in artikel R.72, § 5, zijn van toepassing voor de berekening van de termijnen bedoeld in deze afdeling. ".
Art. 2. Dans la section 3 du chapitre IV de la partie V réglementaire du livre Ier du Code de l'Environnement, il est inséré un article R.72bis rédigé comme suit :
" R.72bis. § 1er. Au sens de la présente section, on entend par jour ouvrable tous les jours à l'exception du samedi, du dimanche et des jours fériés légaux.
§ 2. Les modalités visées à l'article R.72, § 5, sont applicables pour le calcul des délais visés à la présente section. ".
Art. 3. Artikel R.74 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
"Art. R.74. § 1. De overheid, bevoegd om te beslissen over de vergunningsaanvraag, het Bestuur Leefmilieu of het Bestuur Ruimtelijke Ordening kan de Minister voorstellen om een persoon, gekozen in de hoedanigheid van auteur van effectenonderzoeken te wraken.
De wrakingsprocedure wordt uiterlijk ingezet binnen een termijn van vijftien dagen te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal door de bevoegde overheid overeenkomstig artikel D.29-6.
§ 2. De initiatiefnemer voor de wrakingsprocedure motiveert en geeft de als auteur van het onderzoek gekozen persoon kennis van zijn voornemen om tot wraking over te gaan, bij aangetekend schrijven met bericht van ontvangst.
Het voornemen om tot wraking over te gaan wordt eveneens gericht aan de aanvrager en aan de instanties bedoeld in artikel R.72, § 3, lid 3, volgens een wijze van mededeling bedoeld in artikel R.72, § 4.
§ 3. De persoon gekozen als auteur van het onderzoek kan zijn verweermiddelen te gelde maken bij de initiatiefnemer voor de wrakingsprocedure. Op straffe van onontvankelijkheid legt zij haar verweermiddelen schriftelijk neer, volgens een wijze van mededeling bedoeld in artikel R.72, § 4, binnen de tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van het voorstel tot wraking.
In haar aanvraag maakt de persoon, gekozen als auteur van effectenonderzoeken, duidelijk of ze gehoort wenst te worden. In dat geval wordt de hoorzitting door de initiatiefnemer voor de wrakingsprocedure vastgesteld uiterlijk binnen de vijftien dagen na ontvangst van de verweermiddelen van de persoon gekozen als auteur van effectenonderzoeken. Hij licht de aanvrager van de machtiging, evenals de instanties bedoeld in artikel R.72, § 3, lid 2, voor de hoorzitting opgeroepen, er volgens een wijze van mededeling bedoeld in artikel R.72, § 5, over in.
§ 4. De initiatiefnemer voor de wrakingsprocedure onderzoekt de verweermiddelen van de persoon gekozen als auteur van het onderzoeken en geeft aan laatstgenoemde kennis van zijn voorstel tot beslissing binnen de tien werkdagen te rekenen van de ontvangst van de verweermiddelen overeenkomstig § 3, lid 1, of, in voorkomend geval, te rekenen van de hoorzitting van belanghebbende. Het voorstel tot beslissing wordt binnen dezelfde termijn aan de Minister gericht. De kennisgevingen worden schriftelijk verstuurd, volgens een wijze van mededeling bedoeld in artikel 72, § 4.
§ 5. Wanneer de persoon gekozen als auteur van effectenonderzoeken afziet van het indienen van verweermiddelen en/of van het aanvragen van een hoorzitting binnen de termijnen vastgesteld in § 1, richt de initiatiefnemer voor de wrakingsprocedure zijn gemotiveerd voorstel tot wraking aan de Minister binnen de twintig werkdagen te rekenen van de kennisgeving van zijn voornemen tot het overgaan tot wraking bedoeld in artikel R.74, § 2. "
Art. 3. L'article R.74 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.74. § 1er. L'autorité compétente pour statuer sur la demande de permis, l'Administration de l'Environnement ou l'Administration de l'Aménagement du Territoire peut proposer au Ministre la récusation d'une personne choisie en qualité d'auteur d'études d'incidences.
L'initiation de la procédure de récusation débute au plus tard dans un délai de quinze jours à dater du jour de la réception du procès-verbal par l'autorité compétente conformément à l'article D.29-6.
§ 2. L'initiateur de la procédure de récusation motive et notifie à la personne choisie en qualité d'auteur de l'étude son intention de procéder à la récusation, par pli recommandé avec accusé de réception.
L'intention de procéder à la récusation est également adressée au demandeur et aux instances visées à l'article R.72, § 3, alinéa 2, selon un mode de communication visé à l'article R.72, § 4.
§ 3. La personne choisie en qualité d'auteur de l'étude peut faire valoir ses moyens de défense auprès de l'initiateur de la procédure de récusation. Sous peine d'irrecevabilité, elle adresse ses moyens de défense par écrit selon un mode de communication visé à l'article R.72, § 4, dans les dix jours ouvrables à dater de la réception de la proposition de récusation.
Dans sa demande, la personne choisie en qualité d'auteur d'études d'incidences précise si elle souhaite être entendue. Dans ce cas, l'audition est fixée par l'initiateur de la procédure de récusation au plus tard dans les quinze jours de la réception des moyens de défense de la personne choisie en qualité d'auteur d'études d'incidences. Il en informe le demandeur d'autorisation ainsi que les instances visées à l'article R.72, § 3, alinéa 2, invités à l'audition, selon un mode de communication visé à l'article R.72, § 5.
§ 4. L'initiateur de la procédure de récusation procède à l'examen des moyens de défense de la personne choisie en qualité d'auteur de l'étude et notifie à celle-ci sa proposition de décision dans les dix jours ouvrables à dater de la réception des moyens de défense conformément au § 3, alinéa 1er ou, le cas échéant, à dater de l'audition de l'intéressée. La proposition de décision est adressée au Ministre dans le même délai. Les notifications sont adressées par écrit selon un mode de communication visé à l'article 72, § 4.
§ 5. Lorsque la personne choisie en qualité d'auteur d'études d'incidences s'abstient de présenter ses moyens de défense et/ou de demander une audition dans les délais fixés au paragraphe 1er, l'initiateur de la procédure de récusation envoie sa proposition de récusation motivée au Ministre dans les 20 jours ouvrables à dater de la notification de son intention de procéder à la récusation visée à l'article R.74, § 2. "
Art. 4. Artikel R.75 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt :
" Art. R.75. De Minister beslist binnen de vijftien werkdagen, te rekenen van de kennisgeving van het voorstel tot wraking bedoeld in artikel 74, § 4 of § 5. De beslissing van de Minister wordt zowel aan de auteur van effectenonderzoeken als aan de aanvrager medegedeeld volgens een wijze van mededeling bedoeld in artikel 72, § 4.
Een afschrift wordt gericht aan de instanties bedoeld in artikel R.72, § 3, lid 2.".
Art. 4. L'article R.75 du même Code est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.75. Le Ministre statue dans les quinze jours ouvrables à dater de la notification de la proposition de récusation visée à l'article 74, § 4 ou § 5. La décision du Ministre est notifiée à l'auteur d'études d'incidences ainsi qu'au demandeur, selon un mode de communication visé à l'article 72, § 4.
Une copie est adressée aux instances visées à l'article R.72, § 3, alinéa 2. ".
Art. 5. De kennisgevingen ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit worden behandeld volgens de regels geldend op de datum van de kennisgeving door de aanvrager.
Art. 5. Les notifications introduites avant la date d'entrée en vigueur du présent arrêté sont traitées selon les règles en vigueur au jour de la notification par le demandeur.
Art. 6. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.