Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 MEI 2017. - Wet met betrekking tot de financiering van het asbestfonds
Titre
25 MAI 2017. - Loi relative au financement du fonds amiante
Documentinformatie
Numac: 2017203326
Datum: 2017-05-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017203326
Date: 2017-05-25
Moniteur: Voir
Tekst (13)
Texte (13)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi rÚgle une matiÚre visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Opdracht en werking van het asbestfonds
CHAPITRE 2. - Mission et fonctionnement du fonds amiante
Art. 2. Artikel 113 van de programmawet (I) van 27 december 2006 wordt aangevuld met vier leden, luidende :
  "Het Asbestfonds kan eveneens, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, preventieprojecten en projecten van academisch onderzoek financieren die verband houden met de asbestproblematiek binnen de grenzen bedoeld in artikel 116, eerste lid, 1°.
  Een forfaitair bedrag van maximum 650 000 euro, voorafgenomen op de inkomsten bedoeld in artikel 116, eerste lid, 1°, 2° en 3°, kan jaarlijks besteed worden aan deze projecten, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Het bedrag voorafgenomen op de inkomsten bedoeld in artikel 116, eerste lid, 3°, is gelijk aan 5 % van het forfaitair bedrag bedoeld in het vierde lid en mag jaarlijks 50 000 euro niet overschrijden. Dit bedrag wordt tot en met 2025 gefinancierd met de financieringsoverschotten die voortkomen uit de reserve van het Asbestfonds dat tot stand werd gebracht door het globaal financieel beheer van het sociaal statuut van de zelfstandigen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 18 november 1996 strekkende tot invoering van een globaal financieel beheer in het sociaal statuut der zelfstandigen, met toepassing van hoofdstuk I van titel VI van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.
  Op 1 januari 2019 wordt het forfaitair bedrag van 650 000 euro bedoeld in het vierde lid, gekoppeld aan het spilindexcijfer van kracht tijdens de maand december 2018.
  Vanaf 2020 wordt het jaarlijks op 1 januari geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.".
Art. 2. L'article 113 de la loi programme (I) du 27 décembre 2006 est complété par quatre alinéas, rédigés comme suit :
  "Le Fonds amiante peut également, sur la proposition du Comité de gestion des maladies professionnelles, financer des projets de prévention et d'études académiques en lien avec la problématique de l'amiante dans les limites visées à l'article 116, alinéa 1er, 1°.
  Un montant forfaitaire de maximum 650 000 euros, prĂ©levĂ© des ressources visĂ©es Ă  l'article 116, alinĂ©a 1er, 1°, 2° et 3°, peut ĂȘtre attribuĂ© annuellement Ă  ces projets, sur la proposition du ComitĂ© de gestion des maladies professionnelles, par un arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres.
  Le montant prĂ©levĂ© des ressources visĂ©es Ă  l'article 116, alinĂ©a 1er, 3°, Ă©quivaut Ă  5 % du montant forfaitaire visĂ© Ă  l'alinĂ©a 4 et ne peut dĂ©passer 50 000 euros par an. Ce montant est financĂ© jusqu'en 2025 inclus par les excĂ©dents de financement provenant de la rĂ©serve du Fonds amiante qui a Ă©tĂ© constituĂ©e par la gestion financiĂšre globale du statut social des travailleurs indĂ©pendants visĂ©e Ă  l'article 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 novembre 1996 visant l'introduction d'une gestion financiĂšre globale dans le statut social des travailleurs indĂ©pendants, en application du chapitre I du titre VI de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions.
  Au 1er janvier 2019, le montant forfaitaire de 650 000 euros visé à l'alinéa 4 sera rattaché à l'indice-pivot qui sera en vigueur au mois de décembre 2018.
  A partir de 2020, il sera indexé annuellement le 1er janvier conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants.".
HOOFDSTUK 3. - Hervorming 2015-2016 van de financiëring van het asbestfonds
CHAPITRE 3. - Réforme 2015-2016 du financement du fonds amiante
Art. 3. Artikel 116, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 21 december 2007, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Desalniettemin is voor de jaren 2015-2016 het in het eerste lid, 1°, bedoelde bedrag niet verschuldigd.".
Art. 3. L'article 116, 1°, de la mĂȘme loi, modifiĂ© par la loi du 21 dĂ©cembre 2007, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit:
  "Toutefois, pour les années 2015 et 2016, le montant visé à l'alinéa 1er, 1°, n'est pas dû.".
HOOFDSTUK 4. - Overgangshervorming 2017-2019 van de financiëring van het asbestfonds
CHAPITRE 4. - Réforme transitoire 2017-2019 du financement du fonds amiante
Art. 4. Artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007, 22 december 2008, 23 december 2009 en 21 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 116. De inkomsten van het Asbestfonds bestaan uit :
  1° de opbrengst van de bijdragen ten laste van de werkgevers die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de werkgevers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en de werkgevers van studenten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld op 0,01 % van de lonen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De bijdrage is ieder jaar verschuldigd voor het eerste en het tweede trimester.
  De bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de socialezekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdrage wordt door de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, gestort aan het Asbestfonds.
  De bepalingen van de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, zijn van toepassing.
  Onverminderd de toepassing van de andere burgerlijke sancties en de strafbepalingen, is de werkgever ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat hij één of meerdere valse aangiften heeft gedaan om de betaling van de bijdrage of een deel ervan te ontduiken, een forfaitaire vergoeding verschuldigd waarvan het bedrag gelijk is aan het dubbel van de ontdoken bijdragen, en waarvan de opbrengst door de instelling die voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen bevoegd is, wordt gestort aan het Asbestfonds;
  2° een dotatie van de Federale Staat die, samen met de bijdrage bedoeld in de bepaling onder 1°, toelaat de uitgaven van het Asbestfonds te dekken, met uitzondering van het forfaitair bedrag bedoeld in de bepaling onder 3°, dat wordt voorafgenomen op de reserve tot stand gebracht op 1 januari 2017 in het Asbestfonds door de zelfstandigen, voor de preventieprojecten en de projecten van academisch onderzoek die verband houden met de asbestproblematiek.
  Deze dotatie wordt ingeschreven op de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. De dotatie wordt gestort per trimestriële schijf, ten laatste op het einde van de eerste maand van het trimester, aan het Asbestfonds;
  3° een financiering via het sociaal statuut van de zelfstandigen voor de tussenkomst van het Asbestfonds ten gunste van de zelfstandigen die slachtoffers zijn van asbestose, die door de Koning kan worden vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  4° schenkingen en legaten;
  5° de teruggevorderde bedragen verkregen ingevolge een subrogatierecht dat het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) uitoefent overeenkomstig de bepalingen van artikel 125, § 3.
  Indien bij de voorbereiding van de begrotingen 2017, 2018 en 2019 blijkt dat de dotatie berekend overeenkomstig het eerste lid, 2°, een bedrag van 10 miljoen euro overschrijdt, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, het bedrag en de periodiciteit van de betaling van de bijdrage bedoeld in het eerste lid, 1°, wijzigen.".
Art. 4. L'article 116 de la mĂȘme loi, modifiĂ© par les lois des 21 dĂ©cembre 2007, 22 dĂ©cembre 2008, 23 dĂ©cembre 2009 et 21 dĂ©cembre 2013, est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 116. Les ressources du Fonds amiante sont constituées par :
  1° le produit des cotisations Ă  charge des employeurs assujettis en tout ou en partie Ă  la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, des employeurs assujettis Ă  l'arrĂȘtĂ©-loi du 7 fĂ©vrier 1945 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des marins de la marine marchande et des employeurs des Ă©tudiants visĂ©s Ă  l'article 17bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs.
  Le taux de la cotisation est fixé à 0,01 % des rémunérations qui sont prises en considération pour le calcul des cotisations de sécurité sociale. La cotisation est due pour le premier et le deuxiÚme trimestre de chaque année.
  La cotisation est payĂ©e par l'employeur Ă  l'organisme compĂ©tent de perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, dans les mĂȘmes dĂ©lais et aux mĂȘmes conditions que les cotisations de sĂ©curitĂ© sociale pour les travailleurs salariĂ©s.
  Le produit de la cotisation est transmis par l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale au Fonds amiante.
  Les dispositions du régime général de la sécurité sociale des travailleurs salariés, notamment en ce qui concerne les déclarations avec justification des cotisations, les délais en matiÚre de paiement, l'application des sanctions civiles et les dispositions pénales, le contrÎle, le juge compétent en cas de contestation, la prescription en matiÚre d'actions judiciaires, le privilÚge et la communication du montant de la créance de l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale, sont applicables.
  Sans préjudice de l'application des autres sanctions civiles et des dispositions pénales, l'employeur à l'égard duquel il est établi qu'il a commis une ou plusieurs fausses déclarations visant à éluder le paiement de la cotisation ou une partie de celui-ci, est redevable d'une indemnité forfaitaire dont le montant est égal au double des cotisations éludées, et dont le produit est transmis par l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale au Fonds amiante;
  2° une dotation de l'Etat fédéral qui, en complément de la cotisation visée au 1°, permet de couvrir les dépenses du Fonds amiante, à l'exception du montant forfaitaire visé au 3° prélevé, pour les projets de prévention et d'études académiques en lien avec la problématique de l'amiante, de la réserve constituée au 1er janvier 2017 dans le Fonds amiante par les travailleurs indépendants.
  Cette dotation est inscrite au budget du SPF Sécurité sociale. La dotation est versée par tranche trimestrielle, au plus tard à la fin du premier mois du trimestre, au Fonds amiante;
  3° un financement par le biais du statut social des travailleurs indĂ©pendants pour l'intervention du Fonds amiante en faveur des travailleurs indĂ©pendants victimes de l'asbestose, qui peut ĂȘtre fixĂ© par le Roi, par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres;
  4° des dotations et des legs;
  5° les récupérations obtenues à la suite d'un droit de subrogation exercé par l'Agence fédérale des risques professionnels (Fedris) conformément aux dispositions de l'article 125, § 3.
  Si lors de la prĂ©paration des budgets 2017, 2018 et 2019, il apparait que la dotation calculĂ©e conformĂ©ment Ă  l'alinĂ©a 1er, 2°, dĂ©passe un montant de 10 millions d'euros, le Roi peut, par un arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres et sur la proposition du ComitĂ© de gestion des maladies professionnelles, modifier le montant et la pĂ©riodicitĂ© de paiement de la cotisation visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, 1°.".
HOOFDSTUK 5. - Structurele hervorming van de financiëring van het asbestfonds vanaf 2020
CHAPITRE 5. - Réforme structurelle du financement du fonds amiante à partir de 2020
Art. 5. Artikel 116 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 21 december 2007, 22 december 2008, 23 december 2009 en 21 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 116. De inkomsten van het Asbestfonds bestaan uit :
  1° de opbrengst van de bijdragen ten laste van de werkgevers die geheel of gedeeltelijk onderworpen zijn aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, de werkgevers die onderworpen zijn aan de besluitwet van 7 februari 1945 betreffende de maatschappelijke veiligheid van de zeelieden ter koopvaardij en de werkgevers van de studenten bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld op 0,01 % van de lonen die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de socialezekerheidsbijdragen. De Koning bepaalt jaarlijks, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, ten laatste in december van het jaar dat voorafgaat, op voorstel van het Beheerscomité voor de beroepsziekten, op basis van de begrotingsvooruitzichten, het aantal trimesters waarvoor de bijdrage verschuldigd is. Bij gebrek aan een besluit genomen binnen de voormelde termijn, is de bijdrage verschuldigd voor het eerste en het tweede trimester.
  De bijdrage wordt door de werkgever betaald aan de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, binnen dezelfde termijnen en onder dezelfde voorwaarden als de sociale zekerheidsbijdragen voor de werknemers.
  De opbrengst van de bijdrage wordt door de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, gestort aan het Asbestfonds.
  De bepalingen van de algemene regeling van de sociale zekerheid voor werknemers, met name wat betreft de aangiften met verantwoording van de bijdragen, de betalingstermijnen, de toepassing van de burgerlijke sancties en de strafbepalingen, het toezicht, de bevoegde rechter ingeval van betwisting, de verjaring inzake rechtsvorderingen, het voorrecht en de mededeling van het bedrag van de schuldvordering van de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, zijn van toepassing.
  Onverminderd de toepassing van de andere burgerlijke sancties en de strafbepalingen, is de werkgever ten aanzien van wie wordt vastgesteld dat hij één of meerdere valse aangiften heeft gedaan om de betaling van de bijdrage of een deel ervan te ontduiken, een forfaitaire vergoeding verschuldigd waarvan het bedrag gelijk is aan het dubbel van de ontdoken bijdragen, en waarvan de opbrengst door de instelling die voor de inning van de sociale zekerheidsbijdragen bevoegd is, wordt gestort aan het Asbestfonds;
  2° een dotatie van de Federale Staat die, samen met de bijdrage bedoeld in de bepaling onder 1°, toelaat de uitgaven van het Asbestfonds te dekken, met uitzondering, tot en met 2025, van het forfaitair bedrag bedoeld in de bepaling onder 3°, dat wordt voorafgenomen van de reserve tot stand gebracht op 1 januari 2017 in het Asbestfonds door de zelfstandigen, voor de preventieprojecten en de projecten van academisch onderzoek die verband houden met de asbestproblematiek.
  Deze dotatie wordt ingeschreven op de begroting van de FOD Sociale Zekerheid. De dotatie wordt gestort per trimestriële schijf, ten laatste op het einde van de eerste maand van het trimester, aan het Asbestfonds.
  De te hoge financiering of het tekort aan financiering bij het afsluiten van de rekeningen van het Asbestfonds zal deel uitmaken van een regularisatie: in geval van een tekort aan financiering zal de dotatie van het volgende jaar worden verhoogd met het overeenkomstige bedrag; in geval van te hoge financiering zal het Asbestfonds dit terugstorten aan de Staat;
  3° een financiering via het sociaal statuut van de zelfstandigen voor de tussenkomst van het Asbestfonds ten gunste van de zelfstandigen die slachtoffers zijn van asbestose, dat door de Koning kan worden vastgesteld bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad;
  4° schenkingen en legaten;
  5° de teruggevorderde bedragen verkregen ingevolge een subrogatierecht dat het Federaal agentschap voor beroepsrisico's (Fedris) uitoefent overeenkomstig de bepalingen van artikel 125, § 3.".
Art. 5. L'article 116 de la mĂȘme loi, modifiĂ© par les lois du 21 dĂ©cembre 2007, 22 dĂ©cembre 2008, 23 dĂ©cembre 2009 et 21 dĂ©cembre 2013, est remplacĂ© par ce qui suit:
  "Art. 116. Les ressources du Fonds amiante sont constituées par :
  1° le produit des cotisations Ă  charge des employeurs assujettis en tout ou en partie Ă  la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, des employeurs assujettis Ă  l'arrĂȘtĂ©-loi du 7 fĂ©vrier 1945 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des marins de la marine marchande et des employeurs des Ă©tudiants visĂ©s Ă  l'article 17bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 novembre 1969 pris en exĂ©cution de la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs.
  Le taux de la cotisation est fixĂ© Ă  0,01 % des rĂ©munĂ©rations qui sont prises en considĂ©ration pour le calcul des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale. Le Roi dĂ©termine annuellement par arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres, au plus tard en dĂ©cembre de l'annĂ©e qui prĂ©cĂšde, sur proposition du ComitĂ© de gestion des maladies professionnelles, sur la base des prĂ©visions budgĂ©taires, le nombre de trimestres pour lesquels la cotisation est due. A dĂ©faut d'arrĂȘtĂ© pris dans le dĂ©lai prĂ©citĂ©, la cotisation est due pour le premier et le deuxiĂšme trimestre.
  La cotisation est payĂ©e par l'employeur Ă  l'organisme compĂ©tent de perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, dans les mĂȘmes dĂ©lais et aux mĂȘmes conditions que les cotisations de sĂ©curitĂ© sociale pour les travailleurs salariĂ©s.
  Le produit de la cotisation est transmis par l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale au Fonds amiante.
  Les dispositions du régime général de la sécurité sociale des travailleurs salariés, notamment en ce qui concerne les déclarations avec justification des cotisations, les délais en matiÚre de paiement, l'application des sanctions civiles et les dispositions pénales, le contrÎle, le juge compétent en cas de contestation, la prescription en matiÚre d'actions judiciaires, le privilÚge et la communication du montant de la créance de l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale, sont applicables.
  Sans préjudice de l'application des autres sanctions civiles et des dispositions pénales, l'employeur à l'égard duquel il est établi qu'il a commis une ou plusieurs fausses déclarations visant à éluder le paiement de la cotisation ou une partie de celui-ci, est redevable d'une indemnité forfaitaire dont le montant est égal au double des cotisations éludées, et dont le produit est transmis par l'organisme compétent de perception des cotisations de sécurité sociale au Fonds amiante;
  2° une dotation de l'Etat fédéral qui en complément de la cotisation visée au 1° permet de couvrir les dépenses du Fonds amiante, à l'exception, jusqu'en 2025, du montant forfaitaire visé au 3° prélevé, pour les projets de prévention et d'études académiques en lien avec la problématique de l'amiante, de la réserve constituée au 1er janvier 2017 dans le Fonds amiante par les travailleurs indépendants.
  Cette dotation est inscrite au budget du SPF Sécurité sociale. La dotation est versée par tranche trimestrielle, au plus tard à la fin du premier mois du trimestre, au Fonds amiante.
  Le financement trop élevé ou le manque de financement constaté lors de la clÎture des comptes du Fonds amiante fera l'objet d'une régularisation: en cas d'un manque de financement, la dotation de l'année suivante sera augmentée à due concurrence; en cas d'un financement trop élevé, le Fonds amiante remboursera l'Etat;
  3° un financement par le biais du statut social des travailleurs indĂ©pendants pour l'intervention du Fonds amiante en faveur des travailleurs indĂ©pendants victimes de l'asbestose, qui peut ĂȘtre fixĂ© par le Roi, par un arrĂȘtĂ© dĂ©libĂ©rĂ© en Conseil des ministres;
  4° des dotations et des legs;
  5° les récupérations obtenues à la suite d'un droit de subrogation exercé par l'Agence fédérale des risques professionnels (Fedris) conformément aux dispositions de l'article 125, § 3.".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen en inwerkingtreding
CHAPITRE 6. - Dispositions finales et entrée en vigueur
Art. 6. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 11 mei 2007 ter uitvoering van hoofdstuk VI, van titel IV, van de programmawet (I) van 27 december 2006 tot oprichting van een Schadeloosstellingfonds voor asbestslachtoffers wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 11 mai 2007 portant exĂ©cution du chapitre VI, du titre IV, de la loi-programme (I) du 27 dĂ©cembre 2006 portant crĂ©ation d'un Fonds d'indemnisation des victimes de l'amiante est abrogĂ©.
Art. 7. Deze wet heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017, met uitzondering van hoofdstuk 3, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2015, en van hoofdstuk 5, dat in werking treedt op 1 januari 2020.
Art. 7. La présente loi produit ses effets le 1er janvier 2017, à l'exception du chapitre 3, qui produit ses effets le 1er janvier 2015, et du chapitre 5, qui entre en vigueur le 1er janvier 2020.