Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JUNI 2017. - Koninklijk besluit houdende overdracht van de ambtenaren van de sociale inspectie van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid naar de Rijksdienst voor sociale zekerheid(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-06-2017 en tekstbijwerking tot 16-04-2018)
Titre
6 JUIN 2017. - Arrêté royal visant à transférer les agents de l'inspection sociale du Service public fédéral Sécurité sociale à l'Office national de sécurité sociale(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-06-2017 et mise à jour au 16-04-2018)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. Met ingang van 1 juli 2017 wordt de dienst belast met het toezicht op de naleving van de socialezekerheidswetgeving overgenomen door de openbare instelling voor sociale zekerheid bevoegd voor de inning van de socialezekerheidsbijdragen van de werkgevers en de werknemers.
Article 1er. A partir du 1er juillet 2017 le service chargé du contrôle du respect de la réglementation en matière de sécurité sociale est repris par l'institution publique de sécurité sociale en charge de la perception des cotisations des employeurs et des travailleurs.
Art. 2. In toepassing van artikel 35 van het koninklijk besluit van 15 januari 2007 betreffende de mobiliteit van de statutaire ambtenaren in het federaal administratief openbaar ambt, worden de ambtenaren van de inspectiedienst van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, in dienst of tijdelijk afwezig, van rechtswege overgedragen naar de Rijksdienst voor sociale zekerheid op 1 juli 2017.
De overgedragen personeelsleden behouden hun hoedanigheid, graad of klasse, hun administratieve en geldelijke anciënniteit, en ook hun bezoldiging.
De personeelsleden die geslaagd zijn voor een examen of een vergelijkende selectie voor overgang naar het hoger niveau of voor een examen of een selectie voor verhoging in graad of voor een gedeelte van deze examens of selecties, georganiseerd binnen de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, behouden de voordelen verbonden aan dit slagen.
[1 In afwijking van artikel 32 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, wordt de datum van het proces-verbaal van de selecties voor een hogere graad van sociaal inspecteur diensthoofd georganiseerd bij de Federale overheidsdienst Sociale zekerheid (BFG17031 en BNG17031) geacht identiek te zijn aan de datum van het proces-verbaal van de gelijkaardige selectie georganiseerd bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid (BFG17050 en BNG17050). Deze twee selecties worden geacht voor elke taalrol een gemeenschappelijk reserve te bevatten. Het klassement in deze gemeenschappelijke reserve volgt het klassement van de desbetreffende selecties en plaatst ex aequo de laureaten die op dezelfde plaats terecht gekomen zijn. De volgorde tussen de ex aequo geachte laureaten wordt gevestigd als volgt :
1° het personeelslid met de meeste graadanciënniteit;
2° in geval van gelijke graadanciënniteit, het personeelslid met de meeste dienstanciënniteit;
3° In geval van gelijke dienstanciënniteit, het oudste personeelslid."
De gemeenschappelijke reserve zal indien nodig verlengd worden voor een periode van 2 jaar.]1
De overgedragen personeelsleden behouden de laatste evaluaties die hen toegekend werden in toepassing van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt.
De personeelsleden die in dienst zijn met een arbeidsovereenkomst bij de inspectiedienst van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid genieten, louter door ondertekening van een aanhangsel bij hun arbeidsovereenkomst dezelfde arbeidsovereenkomst bij de instelling waarnaar zij werden overgeheveld.
De overgedragen personeelsleden, waarvoor de periode van toekenning van een premie voor competentieontwikkeling nog niet verstreken is, behouden hun recht op de premie voor competentieontwikkeling. Op het einde van de geldigheidsdatum worden ze bevorderd, als dat het geval was, in de schaal waarin ze volgens de gecertificeerde opleiding recht op hadden, en krijgen ze hun bonificatie.
De minister bevoegd voor Sociale Zaken zal de lijst opstellen van de over te dragen ambtenaren.
De overgedragen personeelsleden behouden hun hoedanigheid, graad of klasse, hun administratieve en geldelijke anciënniteit, en ook hun bezoldiging.
De personeelsleden die geslaagd zijn voor een examen of een vergelijkende selectie voor overgang naar het hoger niveau of voor een examen of een selectie voor verhoging in graad of voor een gedeelte van deze examens of selecties, georganiseerd binnen de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, behouden de voordelen verbonden aan dit slagen.
[1 In afwijking van artikel 32 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel, wordt de datum van het proces-verbaal van de selecties voor een hogere graad van sociaal inspecteur diensthoofd georganiseerd bij de Federale overheidsdienst Sociale zekerheid (BFG17031 en BNG17031) geacht identiek te zijn aan de datum van het proces-verbaal van de gelijkaardige selectie georganiseerd bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid (BFG17050 en BNG17050). Deze twee selecties worden geacht voor elke taalrol een gemeenschappelijk reserve te bevatten. Het klassement in deze gemeenschappelijke reserve volgt het klassement van de desbetreffende selecties en plaatst ex aequo de laureaten die op dezelfde plaats terecht gekomen zijn. De volgorde tussen de ex aequo geachte laureaten wordt gevestigd als volgt :
1° het personeelslid met de meeste graadanciënniteit;
2° in geval van gelijke graadanciënniteit, het personeelslid met de meeste dienstanciënniteit;
3° In geval van gelijke dienstanciënniteit, het oudste personeelslid."
De gemeenschappelijke reserve zal indien nodig verlengd worden voor een periode van 2 jaar.]1
De overgedragen personeelsleden behouden de laatste evaluaties die hen toegekend werden in toepassing van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt.
De personeelsleden die in dienst zijn met een arbeidsovereenkomst bij de inspectiedienst van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid genieten, louter door ondertekening van een aanhangsel bij hun arbeidsovereenkomst dezelfde arbeidsovereenkomst bij de instelling waarnaar zij werden overgeheveld.
De overgedragen personeelsleden, waarvoor de periode van toekenning van een premie voor competentieontwikkeling nog niet verstreken is, behouden hun recht op de premie voor competentieontwikkeling. Op het einde van de geldigheidsdatum worden ze bevorderd, als dat het geval was, in de schaal waarin ze volgens de gecertificeerde opleiding recht op hadden, en krijgen ze hun bonificatie.
De minister bevoegd voor Sociale Zaken zal de lijst opstellen van de over te dragen ambtenaren.
Art. 2. En application de l'article 35 de l'arrêté royal du 15 janvier 2007 relatif à la mobilité des agents statutaires dans la fonction publique fédérale administrative, les agents du service d'inspection du Service public fédéral Sécurité sociale, en service ou temporairement absents sont transférés d'office à l'Office national de sécurité sociale au 1er juillet 2017.
Les membres du personnel transférés conservent leur qualité, leur grade ou leur classe, leur ancienneté administrative et pécuniaire, ainsi que leur rémunération.
Les membres du personnel qui ont réussi un examen ou une sélection équivalente pour l'accession à un niveau supérieur ou un examen ou une sélection pour un grade plus élevé ou une partie de ces examens ou sélections, organisés au sein du Service public fédéral Sécurité sociale, conservent les avantages liés à cette réussite.
[1 Par dérogation à l'article 32 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, la date du procès-verbal des sélections pour un grade plus élevé d'inspecteur social chef d'équipe organisées au sein du Service public fédéral Sécurité sociale (BFG17031 et BNG17031) est réputée être identique à la date du procès-verbal de la sélection équivalente organisée au sein de l'Office national de sécurité sociale (BFG17050 et BNG17050). Ces deux sélections sont réputées constituer une réserve unique pour chaque rôle linguistique. Le classement dans cette réserve unique suit le classement des sélections en question et place ex aequo les lauréats arrivés en même position. L'ordre entre les lauréats réputés ex aequo s'établit comme suit :
1° le membre du personnel le plus ancien en grade;
2° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la plus grande;
3° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel le plus âgé. ".
La réserve unique sera le cas échéant prolongée pour une période de 2 ans.]1
Les membres du personnel transférés conservent les dernières évaluations qui leur ont été attribuées, en application de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale.
Les membres du personnel qui sont en service de l'inspection du Service public fédéral Sécurité sociale dans le cadre d'un contrat de travail bénéficient, par simple signature d'un avenant à leur contrat de travail, du même contrat auprès de l'institution vers laquelle ils sont transférés.
Les membres du personnel transférés, pour lesquels la période d'attribution d'une prime de développement des compétences n'a pas encore expiré, gardent leur droit à la prime de développement des compétences. A la date d'expiration, ils sont promus, si c'était le cas, dans l'échelle dans laquelle ils avaient droit selon la formation certifiée, et ils reçoivent leur bonification.
Le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions, établira la liste des agents à transférer.
Les membres du personnel transférés conservent leur qualité, leur grade ou leur classe, leur ancienneté administrative et pécuniaire, ainsi que leur rémunération.
Les membres du personnel qui ont réussi un examen ou une sélection équivalente pour l'accession à un niveau supérieur ou un examen ou une sélection pour un grade plus élevé ou une partie de ces examens ou sélections, organisés au sein du Service public fédéral Sécurité sociale, conservent les avantages liés à cette réussite.
[1 Par dérogation à l'article 32 de l'arrêté royal du 7 août 1939 organisant l'évaluation et la carrière des agents de l'Etat, la date du procès-verbal des sélections pour un grade plus élevé d'inspecteur social chef d'équipe organisées au sein du Service public fédéral Sécurité sociale (BFG17031 et BNG17031) est réputée être identique à la date du procès-verbal de la sélection équivalente organisée au sein de l'Office national de sécurité sociale (BFG17050 et BNG17050). Ces deux sélections sont réputées constituer une réserve unique pour chaque rôle linguistique. Le classement dans cette réserve unique suit le classement des sélections en question et place ex aequo les lauréats arrivés en même position. L'ordre entre les lauréats réputés ex aequo s'établit comme suit :
1° le membre du personnel le plus ancien en grade;
2° à égalité d'ancienneté de grade, le membre du personnel dont l'ancienneté de service est la plus grande;
3° à égalité d'ancienneté de service, le membre du personnel le plus âgé. ".
La réserve unique sera le cas échéant prolongée pour une période de 2 ans.]1
Les membres du personnel transférés conservent les dernières évaluations qui leur ont été attribuées, en application de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale.
Les membres du personnel qui sont en service de l'inspection du Service public fédéral Sécurité sociale dans le cadre d'un contrat de travail bénéficient, par simple signature d'un avenant à leur contrat de travail, du même contrat auprès de l'institution vers laquelle ils sont transférés.
Les membres du personnel transférés, pour lesquels la période d'attribution d'une prime de développement des compétences n'a pas encore expiré, gardent leur droit à la prime de développement des compétences. A la date d'expiration, ils sont promus, si c'était le cas, dans l'échelle dans laquelle ils avaient droit selon la formation certifiée, et ils reçoivent leur bonification.
Le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions, établira la liste des agents à transférer.
Wijzigingen
Art. 3. De persoon die op 1 juli 2017 is aangesteld als houder van een managementfunctie bij de inspectiedienst van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, behoudt zijn wedde tot het verstrijken van zijn lopende mandaat.
De houder van de managementfunctie bedoeld in het eerste lid, wordt op 1 juli 2017 voor de resterende duur van zijn lopende mandaat ambtshalve belast met de opdracht van directeur-generaal bij de juridische diensten van de Rijksdienst voor Sociale zekerheid. Deze opdracht vormt geen nieuwe aanstelling in een mandaat, bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en geen verlof of afwezigheid bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit.
Tijdens de duur van zijn opdracht is de opdrachthouder bedoeld in het eerste lid onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Hij wordt gelijkgesteld met een ambtenaar van de klasse A5 voor de toepassing van dit artikel.
De opdrachthouder bedoeld in dit artikel, kan geen aanspraak maken op de bepalingen van hoofdstuk VII betreffende de hernieuwing van het mandaat, bepaald in het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
Artikel 14 van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 is van toepassing op de opdrachthouder, bedoeld in dit artikel.
De bepalingen betreffende de herintegratievergoedingen en beëindigingsvergoedingen, opgenomen in artikel 21 en volgende van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 blijven onverminderd van toepassing op de opdrachthouder, bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van de artikelen 21 en volgende van het voormelde besluit, zijn het evenwel de vermeldingen bekomen in toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 24 september 2013 die in aanmerking worden genomen voor de toekenning en de bepaling van de hoogte van deze vergoedingen.
De houder van de managementfunctie bedoeld in het eerste lid, wordt op 1 juli 2017 voor de resterende duur van zijn lopende mandaat ambtshalve belast met de opdracht van directeur-generaal bij de juridische diensten van de Rijksdienst voor Sociale zekerheid. Deze opdracht vormt geen nieuwe aanstelling in een mandaat, bedoeld in artikel 10 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten en geen verlof of afwezigheid bedoeld in artikel 14 van hetzelfde besluit.
Tijdens de duur van zijn opdracht is de opdrachthouder bedoeld in het eerste lid onderworpen aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 september 2013 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Hij wordt gelijkgesteld met een ambtenaar van de klasse A5 voor de toepassing van dit artikel.
De opdrachthouder bedoeld in dit artikel, kan geen aanspraak maken op de bepalingen van hoofdstuk VII betreffende de hernieuwing van het mandaat, bepaald in het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001.
Artikel 14 van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 is van toepassing op de opdrachthouder, bedoeld in dit artikel.
De bepalingen betreffende de herintegratievergoedingen en beëindigingsvergoedingen, opgenomen in artikel 21 en volgende van het hogervermelde koninklijk besluit van 29 oktober 2001 blijven onverminderd van toepassing op de opdrachthouder, bedoeld in het eerste lid.
In afwijking van de artikelen 21 en volgende van het voormelde besluit, zijn het evenwel de vermeldingen bekomen in toepassing van het voormelde koninklijk besluit van 24 september 2013 die in aanmerking worden genomen voor de toekenning en de bepaling van de hoogte van deze vergoedingen.
Art. 3. La personne qui, au 1er juillet 2017, est désignée pour exercer la fonction de management au service de l'inspection du Service public fédéral Sécurité sociale, conserve son traitement jusqu'au terme de son mandat en cours.
Le titulaire de la fonction de management visé par l'alinéa premier est chargé d'office au 1er juillet 2017 de l'exercice d'une mission de directeur général auprès des services juridiques de l'Office national de sécurité sociale. Cette mission ne constitue pas une nouvelle désignation dans un mandat, comme visé par l'article 10 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation et ne constitue pas un congé ou une absence visés par l'article 14 du même arrêté.
Pendant la durée de sa mission, le chargé de mission visé à l'alinéa premier est soumis aux dispositions de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. Il est assimilé à un agent de classe A5 pour l'application de cet article.
Le chargé de mission, visé à cet article, ne peut pas prétendre aux dispositions du chapitre VII relatif au renouvellement du mandat, définies dans l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité.
L'article 14 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité est applicable au chargé de mission, tel que visé à cet article.
Les dispositions relatives aux indemnités de réintégration et aux indemnités de départ, définies aux articles 21 et suivants de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité restent entièrement applicables au chargé de mission, visé à l'alinéa premier.
Toutefois, par dérogation aux articles 21 et suivants de l'arrêté précité, ce sont les mentions obtenues en application de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 précité qui sont prises en considération pour l'octroi et la détermination du montant de ces indemnités.
Le titulaire de la fonction de management visé par l'alinéa premier est chargé d'office au 1er juillet 2017 de l'exercice d'une mission de directeur général auprès des services juridiques de l'Office national de sécurité sociale. Cette mission ne constitue pas une nouvelle désignation dans un mandat, comme visé par l'article 10 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation et ne constitue pas un congé ou une absence visés par l'article 14 du même arrêté.
Pendant la durée de sa mission, le chargé de mission visé à l'alinéa premier est soumis aux dispositions de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale. Il est assimilé à un agent de classe A5 pour l'application de cet article.
Le chargé de mission, visé à cet article, ne peut pas prétendre aux dispositions du chapitre VII relatif au renouvellement du mandat, définies dans l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité.
L'article 14 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité est applicable au chargé de mission, tel que visé à cet article.
Les dispositions relatives aux indemnités de réintégration et aux indemnités de départ, définies aux articles 21 et suivants de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 précité restent entièrement applicables au chargé de mission, visé à l'alinéa premier.
Toutefois, par dérogation aux articles 21 et suivants de l'arrêté précité, ce sont les mentions obtenues en application de l'arrêté royal du 24 septembre 2013 précité qui sont prises en considération pour l'octroi et la détermination du montant de ces indemnités.
Art. 4. In het koninklijk besluit van 23 mei 2001 houdende oprichting van de federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, gewijzigd bij de besluiten van 18 juni 2001, 28 augustus 2002, 24 december 2002, 5 juli 2004 en 21 januari 2005, worden volgende wijzigingen aangebracht :
1° in artikel 2 wordt paragraaf 1, 7° opgeheven.
2° in artikel 3, 2°, van hetzelfde besluit wordt het cijfer "6" vervangen door het cijfer "5".
1° in artikel 2 wordt paragraaf 1, 7° opgeheven.
2° in artikel 3, 2°, van hetzelfde besluit wordt het cijfer "6" vervangen door het cijfer "5".
Art. 4. Dans l'arrêté royal du 23 mai 2001 portant création du Service public fédéral Sécurité sociale, modifié par les arrêtés du 18 juin 2001, 28 août 2002, 24 décembre 2002, 5 juillet 2004 et 21 janvier 2005, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'article 2, le paragraphe 1er, 7° est abrogé.
2° dans l'article 3, 2° du même arrêté, le chiffre " 6 " est remplacé par le chiffre " 5 ".
1° dans l'article 2, le paragraphe 1er, 7° est abrogé.
2° dans l'article 3, 2° du même arrêté, le chiffre " 6 " est remplacé par le chiffre " 5 ".
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2017.
Art. 5. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 2017.
Art. 6. De minister bevoegd voor Werk en de minister bevoegd voor Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre qui a l'Emploi dans ses attributions et le ministre qui a les Affaires sociales dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.