Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder :
1° het decreet : het decreet van 2 februari 2017 betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken;
2° de Minister : de Minister bevoegd voor de bedrijfsruimten;
3° de leidend ambtenaar : de directeur-generaal van het Operationele Directoraat-generaal Economie, Tewerkstelling en Onderzoek of één van de ambtenaren die de Regering daartoe aanwijst;
4° het aankoopcomité : het comité vallend onder het Departement Aankoopcomités van het Overkoepelend Directoraat-generaal Begroting, Logistiek en Informatie- en Communicatietechnologieën van de Waalse Overheidsdienst.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 MEI 2017. - Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 2 februari 2017 betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-06-2017 en tekstbijwerking tot 30-10-2023)
Titre
11 MAI 2017. - Arrêté du Gouvernement wallon portant exécution du décret du 2 février 2017 relatif au développement des parcs d'activités économiques(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 14-06-2017 et mise à jour au 30-10-2023)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Begripsomschrijving
TITEL 2. - Operatoren
TITEL 3. - Erkenningsomtrek, onteigening en voo...
HOOFDSTUK I. - Erkenningsomtrek
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Procedure
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Onderafdeling 2. - Gewone procedure
Onderafdeling 3. - Vereenvoudigde procedure
Afdeling 3. - Effecten
HOOFDSTUK II. - Onteigening
Afdeling 1.
Afdeling 2.
Afdeling 3.-. Uitvoering
HOOFDSTUK III. - Verzamelaanvraag voor de erken...
HOOFDSTUK IV. - Voorkooprecht
Afdeling 1. - Procedure
Afdeling 2. - Effecten
TITEL 4. - Gewestelijke financiële tegemoetkomi...
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK II. - Procedure voor de toekenning va...
HOOFDSTUK III. - Vereffeningprocedure, basisber...
Afdeling 1.-. Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Subsidiepercentage
Afdeling 3. - Vereffening van de subsidies
HOOFDSTUK IV. - Afschaffing van het economische...
HOOFDSTUK V. - Rapportering, controle en sancties
TITEL 5. - Terbeschikkingstelling
TITEL 7. - Opheffings-, overgangs- en slotbepal...
BIJLAGEN.
Inhoud
TITRE 1er. - Des définitions
TITRE 2. - Des opérateurs
TITRE 3. - Du périmètre de reconnaissance, de l...
CHAPITRE Ier. - Du périmètre de reconnaissance
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Procédure
Sous-section 1re. - Dispositions générales.
Sous-section 2. - Procédure ordinaire
Sous-section 3. - Procédure simplifiée
Section 3. - Effets
CHAPITRE II. - De l'expropriation
Section 1re.
Section 2.
Section 3. - Mise en oeuvre
CHAPITRE III. - De la demande unique de périmèt...
CHAPITRE IV. - Du droit de préemption
Section 1re. - Procédure
Section 2. - Effets
TITRE 4. - Des interventions financières région...
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
CHAPITRE II. - Procédure d'octroi de subside
CHAPITRE III.-. Procédure de liquidation, base ...
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Taux de subside
Section 3. - Liquidation des subsides
CHAPITRE IV. - Suppression de l'usage économiqu...
CHAPITRE V. - Rapportage, contrĂ´le et sanctions
TITRE 5. - De la mise Ă disposition
TITRE 6. - Des dispositions abrogatoires, trans...
ANNEXES.
Tekst (91)
Texte (91)
TITEL 1. - Begripsomschrijving
TITRE 1er. - Des définitions
Article 1er. Au sens du présent arrêté, on entend par :
1° le décret : le décret du 2 février 2017 relatif au développement des parcs d'activités économiques;
2° le Ministre : le Ministre en charge des zones d'activités économiques;
3° le fonctionnaire dirigeant : le directeur général de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche ou l'un des fonctionnaires que le Gouvernement désigne à cette fin;
4° le comité d'acquisition : le comité relevant du Département des Comités d'acquisition de la Direction générale transversale Budget, Logistique et Technologies de l'Information et de la Communication du Service public de Wallonie.
1° le décret : le décret du 2 février 2017 relatif au développement des parcs d'activités économiques;
2° le Ministre : le Ministre en charge des zones d'activités économiques;
3° le fonctionnaire dirigeant : le directeur général de la Direction générale opérationnelle Economie, Emploi et Recherche ou l'un des fonctionnaires que le Gouvernement désigne à cette fin;
4° le comité d'acquisition : le comité relevant du Département des Comités d'acquisition de la Direction générale transversale Budget, Logistique et Technologies de l'Information et de la Communication du Service public de Wallonie.
TITEL 2. - Operatoren
TITRE 2. - Des opérateurs
Art. 2. Het contract voor de oprichting van een operator van categorie A bij wege van de vereniging bedoeld in artikel 2, § 1, h) van het decreet of de statuten van een rechtspersoon bedoeld in artikel 2, § 1, i), van het decreet worden geregeld bij de volgende voorwaarden :
a) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is bevoegd voor :
1. de beslissingen betreffende de handelingen m.b.t. de toekenning van de subsidie en de supervisies ervan;
2. de aanneming en de overmaking aan de Regering van het meerjarig programma en de bijwerkingen ervan;
3. de aanneming van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel 71 van het decreet;
b) de overeenkomst van de vereniging of de statuten van de rechtspersoon overeenstemmend met dit artikel worden door de Minister goedgekeurd.
[1 Voor het overige zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing.]1
a) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is bevoegd voor :
1. de beslissingen betreffende de handelingen m.b.t. de toekenning van de subsidie en de supervisies ervan;
2. de aanneming en de overmaking aan de Regering van het meerjarig programma en de bijwerkingen ervan;
3. de aanneming van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel 71 van het decreet;
b) de overeenkomst van de vereniging of de statuten van de rechtspersoon overeenstemmend met dit artikel worden door de Minister goedgekeurd.
[1 Voor het overige zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen van toepassing.]1
Wijzigingen
Art. 2. Le contrat ayant pour objet la constitution d'un opérateur de catégorie A par la voie de l'association visée à l'article 2, § 1er, h), du décret, ou les statuts d'une personne morale visée à l'article 2, § 1er, i), du décret, sont régis par les conditions suivantes :
a) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est compétent pour :
1. les décisions relatives aux opérations ayant trait à l'octroi du subside ainsi que leurs supervisions;
2. l'adoption et la transmission au Gouvernement du programme pluriannuel et de ses actualisations;
3. l'adoption du rapport annuel visé à l'article 71 du décret;
b) la convention de l'association ou les statuts de la personne morale conformes au présent article sont approuvés par le Ministre.
[1 Pour le surplus, les dispositions du Code des sociétés et des associations, sont d'application.]1
a) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est compétent pour :
1. les décisions relatives aux opérations ayant trait à l'octroi du subside ainsi que leurs supervisions;
2. l'adoption et la transmission au Gouvernement du programme pluriannuel et de ses actualisations;
3. l'adoption du rapport annuel visé à l'article 71 du décret;
b) la convention de l'association ou les statuts de la personne morale conformes au présent article sont approuvés par le Ministre.
[1 Pour le surplus, les dispositions du Code des sociétés et des associations, sont d'application.]1
Wijzigingen
Art. 3. Het contract voor de oprichting van een operator van categorie B bij wege van de vereniging bedoeld in artikel 2, § 2, a) van het decreet of de statuten van een rechtspersoon bedoeld in artikel 2, § 2, b), van het decreet worden geregeld bij de volgende voorwaarden :
a) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is bevoegd voor :
1. de beslissingen betreffende de handelingen m.b.t. de toekenning van de subsidie en de supervisies ervan;
2. de aanneming en de overmaking aan de Regering van het meerjarig programma en de bijwerkingen ervan;
3. de aanneming van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel 71 van het decreet;
b) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is samengesteld als volgt :
1. elke operator van categorie A, lid van de vereniging of vennoot van de rechtspersoon, wijst minstens een stemgerechtigd lid binnen het beheersorgaan aan;
2. wanneer de intercommunale op het grondgebied waarvan het gebouw gelegen is, geen lid is van de vereniging of geen vennoot is van de rechtspersoon, beschikt ze evenwel ook over een stemgerechtigd lid;
3. het aantal stemrechten van de vertegenwoordigers aangewezen binnen het beheersorgaan van de vereniging of van de rechtspersoon door de operatoren van categorie A is altijd hoger dan het aantal stemrechten van de andere leden;
4. het voorzitterschap van het beheersorgaan wordt altijd toevertrouwd aan een vertegenwoordiger aangewezen onder de vertegenwoordigers van de operatoren van categorie A;
5. de beslissingen van het beheersorgaan worden bij meerderheid van stemmen aangenomen waardoor de beslissingsmacht bij meerderheid van de operatoren van categorie A in ieder geval wordt bevestigd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
c) de resultaten worden opgesplitst door aan de operatoren van categorie A een deel van de winsten toe te kennen die minstens evenredig is aan hun inbrengen in de vereniging of de rechtspersoon, rekening houdend met het feit dat de aan de vereniging of de rechtspersoon toegekende subsidies worden opgenomen in de basis van de inbrengberekening; in geval van vereffening of ontbinding binnen een termijn van maximum 10 jaar te rekenen van de toekenning van de subsidie wordt de winstmarge bij voorkeur gebruikt voor de terugbetaling van de subsidie;
d) de overeenkomst van de vereniging of de statuten van de rechtspersoon overeenstemmend met dit artikel worden door de Minister goedgekeurd.
Voor het overige zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen, de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen van toepassing.
a) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is bevoegd voor :
1. de beslissingen betreffende de handelingen m.b.t. de toekenning van de subsidie en de supervisies ervan;
2. de aanneming en de overmaking aan de Regering van het meerjarig programma en de bijwerkingen ervan;
3. de aanneming van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel 71 van het decreet;
b) het beheersorgaan van de vereniging of de rechtspersoon is samengesteld als volgt :
1. elke operator van categorie A, lid van de vereniging of vennoot van de rechtspersoon, wijst minstens een stemgerechtigd lid binnen het beheersorgaan aan;
2. wanneer de intercommunale op het grondgebied waarvan het gebouw gelegen is, geen lid is van de vereniging of geen vennoot is van de rechtspersoon, beschikt ze evenwel ook over een stemgerechtigd lid;
3. het aantal stemrechten van de vertegenwoordigers aangewezen binnen het beheersorgaan van de vereniging of van de rechtspersoon door de operatoren van categorie A is altijd hoger dan het aantal stemrechten van de andere leden;
4. het voorzitterschap van het beheersorgaan wordt altijd toevertrouwd aan een vertegenwoordiger aangewezen onder de vertegenwoordigers van de operatoren van categorie A;
5. de beslissingen van het beheersorgaan worden bij meerderheid van stemmen aangenomen waardoor de beslissingsmacht bij meerderheid van de operatoren van categorie A in ieder geval wordt bevestigd. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend;
c) de resultaten worden opgesplitst door aan de operatoren van categorie A een deel van de winsten toe te kennen die minstens evenredig is aan hun inbrengen in de vereniging of de rechtspersoon, rekening houdend met het feit dat de aan de vereniging of de rechtspersoon toegekende subsidies worden opgenomen in de basis van de inbrengberekening; in geval van vereffening of ontbinding binnen een termijn van maximum 10 jaar te rekenen van de toekenning van de subsidie wordt de winstmarge bij voorkeur gebruikt voor de terugbetaling van de subsidie;
d) de overeenkomst van de vereniging of de statuten van de rechtspersoon overeenstemmend met dit artikel worden door de Minister goedgekeurd.
Voor het overige zijn de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen, de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen van toepassing.
Art. 3. Le contrat ayant pour objet la constitution d'un opérateur de catégorie B par la voie de l'association visée à l'article 2, § 2, a), du décret ou par la voie de la création d'une personne morale visée à l'article 2, § 2, b), du décret est régi par les conditions suivantes :
a) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est compétent pour :
1. les décisions relatives aux opérations ayant trait à l'octroi du subside ainsi que leurs supervisions;
2. l'adoption et la transmission au Gouvernement du programme pluriannuel et de ses actualisations;
3. l'adoption du rapport annuel visé à l'article 71 du décret;
b) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est composé comme suit :
1. chaque opérateur de catégorie A, membre de l'association ou associé de la personne morale désigne au moins un membre ayant une voix délibérative au sein de l'organe de gestion;
2. lorsque l'intercommunale, sur le territoire de laquelle le bâtiment est situé, n'est pas membre de l'association ou associé de la personne morale, elle dispose néanmoins également d'un membre ayant une voix consultative;
3. le nombre de voix délibératives des représentants désignés au sein de l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale par les opérateurs de catégorie A est toujours supérieur au nombre de voix délibératives des autres membres;
4. la présidence de l'organe de gestion est toujours confiée à un représentant désigné parmi les représentants des opérateurs de catégorie A;
5. les décisions de l'organe de gestion sont adoptées à la majorité des voix, consacrant en toute hypothèse le pouvoir majoritaire de décision des opérateurs de catégorie A et, en cas de parité, la voix du président est prépondérante;
c) les résultats sont répartis en attribuant aux opérateurs de catégorie A une part des bénéfices au moins proportionnelle à leurs apports dans l'association ou la personne morale, les subsides accordés à l'association ou la personne morale étant intégrés dans la base de calcul de leurs apports; en cas de liquidation ou de dissolution intervenant dans un délai de 10 ans maximum à dater de l'octroi du subside, la marge bénéficiaire est affectée par priorité au remboursement du subside;
d) la convention de l'association ou les statuts de la personne morale conformes au présent article sont approuvés par le Ministre.
Pour le surplus, les dispositions du Code des Sociétés et de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes, sont d'application.
a) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est compétent pour :
1. les décisions relatives aux opérations ayant trait à l'octroi du subside ainsi que leurs supervisions;
2. l'adoption et la transmission au Gouvernement du programme pluriannuel et de ses actualisations;
3. l'adoption du rapport annuel visé à l'article 71 du décret;
b) l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale est composé comme suit :
1. chaque opérateur de catégorie A, membre de l'association ou associé de la personne morale désigne au moins un membre ayant une voix délibérative au sein de l'organe de gestion;
2. lorsque l'intercommunale, sur le territoire de laquelle le bâtiment est situé, n'est pas membre de l'association ou associé de la personne morale, elle dispose néanmoins également d'un membre ayant une voix consultative;
3. le nombre de voix délibératives des représentants désignés au sein de l'organe de gestion de l'association ou de la personne morale par les opérateurs de catégorie A est toujours supérieur au nombre de voix délibératives des autres membres;
4. la présidence de l'organe de gestion est toujours confiée à un représentant désigné parmi les représentants des opérateurs de catégorie A;
5. les décisions de l'organe de gestion sont adoptées à la majorité des voix, consacrant en toute hypothèse le pouvoir majoritaire de décision des opérateurs de catégorie A et, en cas de parité, la voix du président est prépondérante;
c) les résultats sont répartis en attribuant aux opérateurs de catégorie A une part des bénéfices au moins proportionnelle à leurs apports dans l'association ou la personne morale, les subsides accordés à l'association ou la personne morale étant intégrés dans la base de calcul de leurs apports; en cas de liquidation ou de dissolution intervenant dans un délai de 10 ans maximum à dater de l'octroi du subside, la marge bénéficiaire est affectée par priorité au remboursement du subside;
d) la convention de l'association ou les statuts de la personne morale conformes au présent article sont approuvés par le Ministre.
Pour le surplus, les dispositions du Code des Sociétés et de la loi du 27 juin 1921 sur les associations sans but lucratif, les fondations, les partis politiques européens et les fondations politiques européennes, sont d'application.
Art. 4. Het meerjarig programma van infrastructurele investeringen en de bijwerkingen ervan worden overeenkomstig bijlage I bij dit besluit opgemaakt.
Het meerjarig programma van infrastructurele investeringen en de bijwerkingen ervan worden door de operator aan de Minister overgemaakt. De zending geschiedt bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Het visum van de Minister bestaat in een aan de operator gerichte mededeling waarin de volgende elementen worden vermeld :
a) de datum van ontvangst van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan;
b) de gehele of gedeeltelijke goedkeuring van de doelstellingen en de opsomming van de investeringen van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan;
c) de herinnering aan het feit dat de visum van de Minister geen verbintenis van de Minister tot gevolg heeft wat betreft de goedkeuring van de omtrekken of de toekenning van de door de operator aangevraagde steun.
Indien de Minister het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan van een gedeeltelijk visum voorziet, bepaalt hij de reikwijdte van het visum en de redenen van zijn beslissing.
Het meerjarig programma van infrastructurele investeringen en de bijwerkingen ervan worden door de operator aan de Minister overgemaakt. De zending geschiedt bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Het visum van de Minister bestaat in een aan de operator gerichte mededeling waarin de volgende elementen worden vermeld :
a) de datum van ontvangst van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan;
b) de gehele of gedeeltelijke goedkeuring van de doelstellingen en de opsomming van de investeringen van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan;
c) de herinnering aan het feit dat de visum van de Minister geen verbintenis van de Minister tot gevolg heeft wat betreft de goedkeuring van de omtrekken of de toekenning van de door de operator aangevraagde steun.
Indien de Minister het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of de bijwerkingen ervan van een gedeeltelijk visum voorziet, bepaalt hij de reikwijdte van het visum en de redenen van zijn beslissing.
Art. 4. Le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels et ses actualisations sont établis conformément à l'annexe I du présent arrêté.
Le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels et ses actualisations sont communiqués au Ministre par l'opérateur. L'envoi se fait par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Le visa du Ministre consiste en une communication adressée à l'opérateur mentionnant :
a) la date de réception du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou de ses actualisations;
b) l'approbation, en tout ou en partie, des objectifs et de l'énumération des investissements du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou de ses actualisations;
c) le rappel de ce que le visa du Ministre n'emporte aucun engagement de celui-ci quant à l'approbation des périmètres ou l'octroi des aides sollicités par l'opérateur.
Si le Ministre vise partiellement le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou ses actualisations, il précise la portée du visa et les motifs de sa décision.
Le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels et ses actualisations sont communiqués au Ministre par l'opérateur. L'envoi se fait par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Le visa du Ministre consiste en une communication adressée à l'opérateur mentionnant :
a) la date de réception du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou de ses actualisations;
b) l'approbation, en tout ou en partie, des objectifs et de l'énumération des investissements du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou de ses actualisations;
c) le rappel de ce que le visa du Ministre n'emporte aucun engagement de celui-ci quant à l'approbation des périmètres ou l'octroi des aides sollicités par l'opérateur.
Si le Ministre vise partiellement le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou ses actualisations, il précise la portée du visa et les motifs de sa décision.
TITEL 3. - Erkenningsomtrek, onteigening en voorkooprecht
TITRE 3. - Du périmètre de reconnaissance, de l'expropriation et du droit de préemption
HOOFDSTUK I. - Erkenningsomtrek
CHAPITRE Ier. - Du périmètre de reconnaissance
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 5. Boven de kleinhandelactiviteiten van ondersteunende aard bedoeld in artikel 1, 1°, van het decreet vormen de volgende activiteiten ondersteunende dienstenactiviteiten toegelaten binnen de erkenningsomtrek in de zin van artikel 6, § 1, van het decreet voor zover ze bij de toelating ervan bij stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of globale vergunning of bij de inbedrijfstelling ervan indien ze van een vergunning worden vrijgesteld, inspelen op een behoefte waarin nog niet is voorzien binnen een straal van 1000 meter van de erkenningsomtrek :
a) de activiteiten van dienstverleningen aan de ondernemingen die een band vertonen van functionele aard, van geografische nabijheid en economische afhankelijkheid met de bestaande of overwogen activiteiten binnen die omtrek;
b) de buurt- en nabijheidsdiensten, zoals een postpunt, een afhaalpunt, een pressing, een consignatie;
c) de woningen van de exploitant of van het bewakingspersoneel;
d) de ondersteunende dienstencentra zoals kinderdagverblijven;
a) de HORECA-inrichtingen die een band vertonen van functionele aard, van geografische nabijheid en economische afhankelijkheid met de bestaande of overwogen activiteiten binnen die omtrek;
f) de broodjeszaken;
g) de tankstations;
h) de parkings.
a) de activiteiten van dienstverleningen aan de ondernemingen die een band vertonen van functionele aard, van geografische nabijheid en economische afhankelijkheid met de bestaande of overwogen activiteiten binnen die omtrek;
b) de buurt- en nabijheidsdiensten, zoals een postpunt, een afhaalpunt, een pressing, een consignatie;
c) de woningen van de exploitant of van het bewakingspersoneel;
d) de ondersteunende dienstencentra zoals kinderdagverblijven;
a) de HORECA-inrichtingen die een band vertonen van functionele aard, van geografische nabijheid en economische afhankelijkheid met de bestaande of overwogen activiteiten binnen die omtrek;
f) de broodjeszaken;
g) de tankstations;
h) de parkings.
Art. 5. En sus des activités de commerces de détail auxiliaires visées par l'article 1er, 1°, du décret, constituent des activités de services auxiliaires admises au sein du périmètre de reconnaissance au sens de l'article 6, § 1er, du décret, pour autant qu'elles répondent, au moment de leur autorisation par permis d'urbanisme, permis d'environnement ou permis unique ou au moment de leur mise en exploitation si elles sont dispensées de permis, à un besoin non rencontré dans un rayon de mille mètres autour du périmètre de reconnaissance :
a) les activités de services aux entreprises qui présentent un lien de fonctionnalité, de proximité et de dépendance économique avec les activités existantes ou projetées au sein du périmètre;
b) les services de proximité, tels que point-poste, point d'enlèvement de colis, pressing, consignation;
c) les logements de l'exploitant ou du personnel de gardiennage;
d) les centres de services auxiliaires tels que les crèches;
e) les établissements HORECA qui présentent un lien de fonctionnalité, de proximité et de dépendance économique avec les activités existantes ou projetées au sein du périmètre;
f) les sandwicheries;
g) les stations-services;
h) les parkings.
a) les activités de services aux entreprises qui présentent un lien de fonctionnalité, de proximité et de dépendance économique avec les activités existantes ou projetées au sein du périmètre;
b) les services de proximité, tels que point-poste, point d'enlèvement de colis, pressing, consignation;
c) les logements de l'exploitant ou du personnel de gardiennage;
d) les centres de services auxiliaires tels que les crèches;
e) les établissements HORECA qui présentent un lien de fonctionnalité, de proximité et de dépendance économique avec les activités existantes ou projetées au sein du périmètre;
f) les sandwicheries;
g) les stations-services;
h) les parkings.
Art. 6. § 1. Om de artikelen 12, § 2, eerste lid, a), 17, § 2, eerste lid, a), en 46, § 2, eerste lid, a) van het decreet na te leven voorziet de erkenningsaanvraag, wanneer ze vereist wordt, in de uitvoering van een terreinaanbod dat inspeelt op behoefte geïdentificeerd op schaal van verschillende gemeenten op basis van een aangepast referentiegrondgebied. Het feit dat de uitvoering ervan wordt aangetoond, wordt opgenomen in de beoordeling van de sociaal-economische opportuniteit van het project in de zin van artikel 8, tweede lid, b), van het decreet.
§ 2. Om n de artikelen 12, § 2, eerste lid, b), 17, § 2, eerste lid, b), en 46, § 2, eerste lid, b) van het decreet na te leven voorziet de erkenningsaanvraag in :
a) inrichtingen waarvan de uitwerking als langdurig en duurzaam wordt erkend, waarbij de frequentie van het onderhoud kan worden beperkt en de levensduur van de infrastructuur kan worden verlengd;
b) uitrustingen of inrichtingen waarbij de impregnatie van de gronden beperkt kan worden;
c) gemeenschappelijke en geĂŻntegreerde infrastructuren voor het beheer van het regenwater en de opvang van afvalwater behalve indien het saneringsplan per onderstroomgebied het verbiedt of indien de erkende saneringsinstelling het afraadt;
d) de goedkeuring van een mobiliteitstrategie specifiek voor de omtrek, waarin het vervoer van goederen wordt inbegrepen en waarin het gebruik van alternatieve vervoerswijzen worden voorzien, zoals het openbaar vervoer, de zachte vervoermiddelen, de gedeelde vervoermiddelen of de carpooling.
Bovendien kan de erkenningsaanvraag met name voorzien in :
a) de installatie van elke inrichting binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan een hernieuwbare energiebron waarvan meerdere ondernemingen binnen de omtrek genieten voor zover haar openbare financiering wordt toegelaten;
b) de uitvoering van elke inrichting voor de circulaire energie via de oprichting van synergieën tussen ondernemingen in het kader van de cyclus voor de productie en terugwinning van stoffen;
c) het inbrengen voor onderling gebruik van openbare uitrustingen;
d) de installatie van een openbare led-verlichting;
e) de installatie van een intelligente openbare verlichting;
f) de uitvoering van elke uitrusting met het oog op het verzekeren van een hoger energieprestatieniveau dan de bij de wetgeving bepaalde drempels;
g) de installatie van ruimten en oplaadpunten voor de elektrische wagens;
h) de installatie van een tankstation met gecomprimeerd of vloeibaar aardgas;
i) de installatie van elke uitrusting tot bevordering van het verbruik van groene energie;
j) de bouw van gedeelde parkings voor de ondernemingen die vrij toegankelijk zijn en die anders zijn dan de parkeerplaatsen langs de weg;
k) de installatie van gemeenschappelijke platforms voor de afvalverzameling;
l) de oprichting van voor het publiek toegankelijke recreatieoorden;
m) de installatie van een openbaar warmtenet.
§ 3. Om artikel 12, § 2, c) van het decreet na te leven voorziet de erkenningsaanvraag in de uitvoering van een glasvezelkabelnetwerk met een symmetrisch debiet van minstens 100 Mbps en toegankelijk voor alle ondernemingen binnen de omtrek. Om de doeltreffendheid van de digitale connectiviteit te garanderen maakt de terbeschikkingstelling van de geul voor de installatie van de optische vezel het voorwerp van een overeenkomst tussen de operator en de telecommunicatie-operator.
§ 2. Om n de artikelen 12, § 2, eerste lid, b), 17, § 2, eerste lid, b), en 46, § 2, eerste lid, b) van het decreet na te leven voorziet de erkenningsaanvraag in :
a) inrichtingen waarvan de uitwerking als langdurig en duurzaam wordt erkend, waarbij de frequentie van het onderhoud kan worden beperkt en de levensduur van de infrastructuur kan worden verlengd;
b) uitrustingen of inrichtingen waarbij de impregnatie van de gronden beperkt kan worden;
c) gemeenschappelijke en geĂŻntegreerde infrastructuren voor het beheer van het regenwater en de opvang van afvalwater behalve indien het saneringsplan per onderstroomgebied het verbiedt of indien de erkende saneringsinstelling het afraadt;
d) de goedkeuring van een mobiliteitstrategie specifiek voor de omtrek, waarin het vervoer van goederen wordt inbegrepen en waarin het gebruik van alternatieve vervoerswijzen worden voorzien, zoals het openbaar vervoer, de zachte vervoermiddelen, de gedeelde vervoermiddelen of de carpooling.
Bovendien kan de erkenningsaanvraag met name voorzien in :
a) de installatie van elke inrichting binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan een hernieuwbare energiebron waarvan meerdere ondernemingen binnen de omtrek genieten voor zover haar openbare financiering wordt toegelaten;
b) de uitvoering van elke inrichting voor de circulaire energie via de oprichting van synergieën tussen ondernemingen in het kader van de cyclus voor de productie en terugwinning van stoffen;
c) het inbrengen voor onderling gebruik van openbare uitrustingen;
d) de installatie van een openbare led-verlichting;
e) de installatie van een intelligente openbare verlichting;
f) de uitvoering van elke uitrusting met het oog op het verzekeren van een hoger energieprestatieniveau dan de bij de wetgeving bepaalde drempels;
g) de installatie van ruimten en oplaadpunten voor de elektrische wagens;
h) de installatie van een tankstation met gecomprimeerd of vloeibaar aardgas;
i) de installatie van elke uitrusting tot bevordering van het verbruik van groene energie;
j) de bouw van gedeelde parkings voor de ondernemingen die vrij toegankelijk zijn en die anders zijn dan de parkeerplaatsen langs de weg;
k) de installatie van gemeenschappelijke platforms voor de afvalverzameling;
l) de oprichting van voor het publiek toegankelijke recreatieoorden;
m) de installatie van een openbaar warmtenet.
§ 3. Om artikel 12, § 2, c) van het decreet na te leven voorziet de erkenningsaanvraag in de uitvoering van een glasvezelkabelnetwerk met een symmetrisch debiet van minstens 100 Mbps en toegankelijk voor alle ondernemingen binnen de omtrek. Om de doeltreffendheid van de digitale connectiviteit te garanderen maakt de terbeschikkingstelling van de geul voor de installatie van de optische vezel het voorwerp van een overeenkomst tussen de operator en de telecommunicatie-operator.
Art. 6. § 1er. Afin de respecter les articles 12, § 2, alinéa 1er, a), 17, § 2, alinéa 1er, a), et 46, § 2, alinéa 1er, a), du décret, la demande de reconnaissance prévoit, lorsqu'elle est requise, la mise en oeuvre d'une offre de terrains répondant à des besoins identifiés à l'échelle de plusieurs communes en se fondant sur un territoire de référence adéquat. La démonstration de cette mise en oeuvre est intégrée à l'évaluation de l'opportunité socio-économique du projet au sens de l'article 8, alinéa 2, b), du décret.
§ 2. Afin de respecter les articles 12, § 2, alinéa 1er, b), 17, § 2, alinéa 1er, b), et 46, § 2, alinéa 1er, b), du décret, la demande de reconnaissance prévoit :
a) des aménagements dont la conception est reconnue comme pérenne et durable, permettant de limiter la fréquence d'entretien et d'allonger la durée de vie de l'infrastructure;
b) des équipements ou aménagements permettant de limiter l'imperméabilisation des sols;
c) des infrastructures communes et intégrées pour la gestion des eaux pluviales et la collecte des eaux usées, sauf si le plan d'assainissement par sous-bassin hydrographique l'interdit ou si l'organisme d'assainissement agréé le déconseille;
d) l'adoption d'une stratégie de mobilité spécifique au périmètre incluant le transport de marchandises et prévoyant l'utilisation de modes de transport alternatifs, tels que les transports en commun, les modes de déplacements doux, les véhicules partagés ou le covoiturage.
En outre, la demande de reconnaissance peut notamment prévoir :
a) l'installation de tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié, même partiellement, à une source d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que son financement public soit autorisé;
b) la mise en oeuvre de tout équipement permettant l'économie circulaire par la mise en place de synergies entre entreprises dans le cadre du cycle de production et de récupération des matières;
c) la mutualisation d'équipements publics;
d) l'installation d'un éclairage public led;
e) l'installation d'un éclairage public intelligent;
f) la mise en oeuvre de tout équipement visant à assurer un niveau de performance énergétique plus élevé que les seuils fixés par la législation;
g) l'installation d'espaces et de bornes de recharge pour les voitures électriques;
h) l'installation d'une station de carburant au gaz naturel compressé ou liquéfié;
i) l'installation de tout équipement favorisant l'autoconsommation en énergie verte;
j) la création de parkings partagés à destination des entreprises qui leur sont librement accessibles, autres que le stationnement en voirie;
k) l'installation de plates-formes communes de regroupement des déchets;
l) la réalisation de zones d'agrément accessibles au public;
m) la mise en place d'un réseau public de chaleur.
§ 3. Afin de respecter l'article 12, § 2, c), du décret, la demande de reconnaissance prévoit la mise en oeuvre d'un réseau de fibre optique offrant un débit symétrique d'au moins 100 Mbps et accessible à toutes les entreprises au sein du périmètre. Pour garantir l'effectivité de la connectivité numérique, la mise à disposition de la tranchée pour le placement de la fibre optique fait l'objet d'une convention entre l'opérateur et l'opérateur de télécommunications.
§ 2. Afin de respecter les articles 12, § 2, alinéa 1er, b), 17, § 2, alinéa 1er, b), et 46, § 2, alinéa 1er, b), du décret, la demande de reconnaissance prévoit :
a) des aménagements dont la conception est reconnue comme pérenne et durable, permettant de limiter la fréquence d'entretien et d'allonger la durée de vie de l'infrastructure;
b) des équipements ou aménagements permettant de limiter l'imperméabilisation des sols;
c) des infrastructures communes et intégrées pour la gestion des eaux pluviales et la collecte des eaux usées, sauf si le plan d'assainissement par sous-bassin hydrographique l'interdit ou si l'organisme d'assainissement agréé le déconseille;
d) l'adoption d'une stratégie de mobilité spécifique au périmètre incluant le transport de marchandises et prévoyant l'utilisation de modes de transport alternatifs, tels que les transports en commun, les modes de déplacements doux, les véhicules partagés ou le covoiturage.
En outre, la demande de reconnaissance peut notamment prévoir :
a) l'installation de tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié, même partiellement, à une source d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que son financement public soit autorisé;
b) la mise en oeuvre de tout équipement permettant l'économie circulaire par la mise en place de synergies entre entreprises dans le cadre du cycle de production et de récupération des matières;
c) la mutualisation d'équipements publics;
d) l'installation d'un éclairage public led;
e) l'installation d'un éclairage public intelligent;
f) la mise en oeuvre de tout équipement visant à assurer un niveau de performance énergétique plus élevé que les seuils fixés par la législation;
g) l'installation d'espaces et de bornes de recharge pour les voitures électriques;
h) l'installation d'une station de carburant au gaz naturel compressé ou liquéfié;
i) l'installation de tout équipement favorisant l'autoconsommation en énergie verte;
j) la création de parkings partagés à destination des entreprises qui leur sont librement accessibles, autres que le stationnement en voirie;
k) l'installation de plates-formes communes de regroupement des déchets;
l) la réalisation de zones d'agrément accessibles au public;
m) la mise en place d'un réseau public de chaleur.
§ 3. Afin de respecter l'article 12, § 2, c), du décret, la demande de reconnaissance prévoit la mise en oeuvre d'un réseau de fibre optique offrant un débit symétrique d'au moins 100 Mbps et accessible à toutes les entreprises au sein du périmètre. Pour garantir l'effectivité de la connectivité numérique, la mise à disposition de la tranchée pour le placement de la fibre optique fait l'objet d'une convention entre l'opérateur et l'opérateur de télécommunications.
Afdeling 2. - Procedure
Section 2. - Procédure
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales.
Art. 7. De aanvraag voor een erkenningsomtrek wordt overeenkomstig bijlage II opgemaakt.
Wanneer de operator erin voorziet een deel van de erkenningsomtrek voor te behouden voor andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, en die door een privaatrechtelijke persoon uitgevoerd moeten worden, omvat de aanvraag voor de erkenningsomtrek de verhouding van de operationele oppervlakte van de omtrek die daartoe wordt voorbehouden.
Wanneer de operator erin voorziet een deel van de erkenningsomtrek voor te behouden voor andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, en die door een privaatrechtelijke persoon uitgevoerd moeten worden, omvat de aanvraag voor de erkenningsomtrek de verhouding van de operationele oppervlakte van de omtrek die daartoe wordt voorbehouden.
Art. 7. La demande de périmètre de reconnaissance est établie conformément à l'annexe II.
Lorsque l'opérateur prévoit de réserver une partie du périmètre de reconnaissance à des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, à réaliser par une personne de droit privé, la demande de périmètre de reconnaissance comprend la proportion de la superficie opérationnelle du périmètre réservée à cette fin.
Lorsque l'opérateur prévoit de réserver une partie du périmètre de reconnaissance à des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, à réaliser par une personne de droit privé, la demande de périmètre de reconnaissance comprend la proportion de la superficie opérationnelle du périmètre réservée à cette fin.
Onderafdeling 2. - Gewone procedure
Sous-section 2. - Procédure ordinaire
Art. 8. De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 12, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 12, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Art. 8. Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de leur envoi et de leur réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Art. 9. Wanneer de Minister het initiatief neemt van een ontwerp tot wijziging van een erkenningsomtrek, richt de leidend ambtenaar een afschrift van het ontwerp ter advies aan de operator die de erkenningsomtrek geniet, en aan de diensten, commissies en overheden die hij nodig acht te raadplegen.
Indien de operator zijn advies niet heeft gericht aan de leidend ambtenaar binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de in artikel 13, derde lid, van het decreet bedoelde termijn, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan.
Indien de operator zijn advies niet heeft gericht aan de leidend ambtenaar binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van de in artikel 13, derde lid, van het decreet bedoelde termijn, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan.
Art. 9. Lorsque le Ministre est à l'initiative d'un projet de modification d'un périmètre de reconnaissance, le fonctionnaire dirigeant adresse, pour avis, une copie du projet à l'opérateur, bénéficiaire du périmètre de reconnaissance, et aux services, commissions et autorités qu'il juge nécessaire de consulter.
Si l'opérateur n'a pas adressé son avis au fonctionnaire dirigeant dans les trente jours qui suivent la réception de la demande visée à l'article 13, alinéa 3, du décret, il est passé outre.
Si l'opérateur n'a pas adressé son avis au fonctionnaire dirigeant dans les trente jours qui suivent la réception de la demande visée à l'article 13, alinéa 3, du décret, il est passé outre.
Onderafdeling 3. - Vereenvoudigde procedure
Sous-section 3. - Procédure simplifiée
Art. 10. De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij een vaste datum aan de zending en aan de ontvangst wordt verleend.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 17, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 17, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Art. 10. Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé assurant date certaine à son envoie et sa réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 17, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 17, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de l'envoi et de sa réception.
Art. 11. Wanneer de Minister het initiatief neemt van een ontwerp tot wijziging of tot afschaffing van een erkenningsomtrek, richt de leidend ambtenaar een afschrift van het ontwerp ter advies aan de operator die de erkenningsomtrek geniet, en aan de diensten, commissies en overheden die hij nodig acht te raadplegen.
Indien de operator zijn advies aan de leidend ambtenaar niet heeft gericht binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van de in artikel 13, derde lid, van het decreet bedoelde aanvraag, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan.
Indien de operator zijn advies aan de leidend ambtenaar niet heeft gericht binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van de in artikel 13, derde lid, van het decreet bedoelde aanvraag, wordt aan de adviesvereiste voorbijgegaan.
Art. 11. Lorsque le Ministre est à l'initiative d'un projet de modification ou de suppression d'un périmètre de reconnaissance, le fonctionnaire dirigeant adresse, pour avis, une copie du projet à l'opérateur, bénéficiaire du périmètre de reconnaissance, et aux services, commissions et autorités qu'il juge nécessaire de consulter.
Si l'opérateur n'a pas adressé son avis au fonctionnaire dirigeant dans les vingt jours qui suivent la réception de la demande visée à l'article 13, alinéa 3, du décret, il est passé outre.
Si l'opérateur n'a pas adressé son avis au fonctionnaire dirigeant dans les vingt jours qui suivent la réception de la demande visée à l'article 13, alinéa 3, du décret, il est passé outre.
Afdeling 3. - Effecten
Section 3. - Effets
Art. 12. De operator die wenst een erkenningsomtrek die hij geniet, over te dragen, richt een aanvraag aan de Minister.
De aanvraag vermeldt de operator voor wie de overdracht wordt overwogen en de wijze waarop deze operator het sociaal-economische doel van de erkenningsomtrek, dat de aanneming van de omtrek heeft gerechtvaardigd, kan waarborgen.
De beslissing van de Minister wordt aan beide operatoren meegedeeld.
De aanvraag vermeldt de operator voor wie de overdracht wordt overwogen en de wijze waarop deze operator het sociaal-economische doel van de erkenningsomtrek, dat de aanneming van de omtrek heeft gerechtvaardigd, kan waarborgen.
De beslissing van de Minister wordt aan beide operatoren meegedeeld.
Art. 12. L'opérateur qui souhaite céder un périmètre de reconnaissance dont il est bénéficiaire, adresse une demande au Ministre.
La demande précise l'opérateur auquel la cession est envisagée et la manière dont cet opérateur est à même de garantir la finalité socio-économique qui a justifié l'adoption du périmètre.
La décision du Ministre est notifiée aux deux opérateurs.
La demande précise l'opérateur auquel la cession est envisagée et la manière dont cet opérateur est à même de garantir la finalité socio-économique qui a justifié l'adoption du périmètre.
La décision du Ministre est notifiée aux deux opérateurs.
Art. 13. § 1. Met uitzondering van de infrastructuren en ruimten beheerd door de operator of door de ondernemingen worden de volgende infrastructuren, alleen of in mede-eigendom, onmiddellijk vanaf hun voorlopige oplevering overgedragen :
a) de andere wegen dan de gemeentelijke wegen en hun gesubsidieerde accessoires aan het Waalse Gewest wanneer laatstgenoemd er zich voorafgaandelijk toe heeft verbonden ze over te nemen;
b) de gesubsidieerde infrastructuren aan de beheerders die bijzonder bij de wetten en verordeningen worden bepaald;
c) de andere gesubsidieerde infrastructuren aan de gemeente op het grondgebied waarvan ze zijn gelegen.
§ 2. Met het oog op het verzekeren van het onderhoud en de exploitatie van de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit worden de voor die netten bestemde infrastructuren die overeenkomstig criteria bepaald door de netbeheerders uitgevoerd worden, onmiddellijk vanaf hun voorlopige oplevering door de operator overgedragen aan de netbeheerders.
De overdracht wordt bij een authentieke akte of bij onderhandse overeenkomst verricht. Behalve bijzondere overeenkomst gesloten uiterlijk bij de mededeling van de werf, wordt de overdracht door de netbeheerder aanvaard voor een prijs gelijkwaardig aan het niet-gesubsidieerd aandeel van de infrastructuur, verhoogd, in voorkomend geval, met de BTW, over de hele betrokken infrastructuur wanneer ze niet dor de netbeheerder verschuldigd is.
Onmiddellijk vanaf de overdracht wordt de infrastructuur op kosten van de netbeheerder onderhouden en geëxploiteerd.
a) de andere wegen dan de gemeentelijke wegen en hun gesubsidieerde accessoires aan het Waalse Gewest wanneer laatstgenoemd er zich voorafgaandelijk toe heeft verbonden ze over te nemen;
b) de gesubsidieerde infrastructuren aan de beheerders die bijzonder bij de wetten en verordeningen worden bepaald;
c) de andere gesubsidieerde infrastructuren aan de gemeente op het grondgebied waarvan ze zijn gelegen.
§ 2. Met het oog op het verzekeren van het onderhoud en de exploitatie van de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit worden de voor die netten bestemde infrastructuren die overeenkomstig criteria bepaald door de netbeheerders uitgevoerd worden, onmiddellijk vanaf hun voorlopige oplevering door de operator overgedragen aan de netbeheerders.
De overdracht wordt bij een authentieke akte of bij onderhandse overeenkomst verricht. Behalve bijzondere overeenkomst gesloten uiterlijk bij de mededeling van de werf, wordt de overdracht door de netbeheerder aanvaard voor een prijs gelijkwaardig aan het niet-gesubsidieerd aandeel van de infrastructuur, verhoogd, in voorkomend geval, met de BTW, over de hele betrokken infrastructuur wanneer ze niet dor de netbeheerder verschuldigd is.
Onmiddellijk vanaf de overdracht wordt de infrastructuur op kosten van de netbeheerder onderhouden en geëxploiteerd.
Art. 13. § 1er. A l'exception des infrastructures et des espaces gérés par l'opérateur ou par les entreprises, seules ou en copropriété, sont cédées dès leur réception provisoire :
a) les voiries autres que communales et leurs accessoires subsidiés, à la Région wallonne lorsqu'elle s'est engagée préalablement à les reprendre;
b) les infrastructures subsidiées, aux gestionnaires spécialement prévus par les lois et règlements;
c) les autres infrastructures subsidiées, à la commune sur le territoire de laquelle elles se trouvent.
§ 2. En vue d'assurer l'entretien et l'exploitation des réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité, les infrastructures destinées à ces réseaux réalisées conformément aux critères établis par les gestionnaires de réseau sont cédées par l'opérateur aux gestionnaires de réseau dès leur réception provisoire.
La cession est réalisée par acte authentique ou par convention sous seing privé. Sauf convention particulière conclue au plus tard au moment de la notification du chantier, la cession est acceptée par le gestionnaire de réseau pour un prix équivalent à la part non subsidiée de l'infrastructure, augmentée le cas échéant de la TVA sur la totalité de l'infrastructure concernée lorsqu'elle n'est pas due par le gestionnaire de réseau.
Dès cession, l'infrastructure est entretenue et exploitée aux frais du gestionnaire de réseau.
a) les voiries autres que communales et leurs accessoires subsidiés, à la Région wallonne lorsqu'elle s'est engagée préalablement à les reprendre;
b) les infrastructures subsidiées, aux gestionnaires spécialement prévus par les lois et règlements;
c) les autres infrastructures subsidiées, à la commune sur le territoire de laquelle elles se trouvent.
§ 2. En vue d'assurer l'entretien et l'exploitation des réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité, les infrastructures destinées à ces réseaux réalisées conformément aux critères établis par les gestionnaires de réseau sont cédées par l'opérateur aux gestionnaires de réseau dès leur réception provisoire.
La cession est réalisée par acte authentique ou par convention sous seing privé. Sauf convention particulière conclue au plus tard au moment de la notification du chantier, la cession est acceptée par le gestionnaire de réseau pour un prix équivalent à la part non subsidiée de l'infrastructure, augmentée le cas échéant de la TVA sur la totalité de l'infrastructure concernée lorsqu'elle n'est pas due par le gestionnaire de réseau.
Dès cession, l'infrastructure est entretenue et exploitée aux frais du gestionnaire de réseau.
Art. 14. § 1. In het kader van de ontsluitings- of herdynamiseringswerken spant de operator zich naar best vermogen in om binnen de erkenningsomtrek gemeentelijke geulen in het huidige of toekomstige openbaar domein van de weg ter beschikking te stellen.
De gemeenschappelijke geulen zijn bestemd voor ondergrondse installaties, namelijk elke stijve of flexibele leiding voor het vervoer of de distributie van vloeistoffen, energieën, telecommunicatie of radio- of teledistributie.
Ze worden ter beschikking gesteld :
a) van de operatoren van telecommunicatienetwerken;
b) van de radio-of teledistributieoperatoren;
c) de beheerders van netten voor energievervoer en -distributie;
d) vervoerders, verdelers en verzamelaars van vloeistoffen.
§ 2. De operator en alle in § 1, derde lid, bedoelde personen zorgen ervoor zich onderling op de hoogte te houden van de overwogen werken die de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke geulen binnen de erkenningsomtrek mogelijk kunnen maken.
Op 1 januari van elk jaar deelt de operator het programma van deze werken die binnen de 15 toekomstige maanden worden overwogen, aan alle personen bedoeld in § 1, tweede lid, mee.
De operator en alle in § 1, derde lid, bedoelde personen zorgen ervoor zich aan te passen aan de stadia van de vastlegging van het project en van de uitvoering van de werf.
§ 3. De fasen m.b.t. het onderzoek en de opvatting van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken nemen de technische drukfactoren van de installaties en netten in, met name wat betreft de afmetingen van de gemeenschappelijke geulen en de installatie van mangaten of trekputten.
De in § 1, derde lid, bedoelde personen delen de operator elk nuttige inlichting mee die de vastlegging van het ontsluitings- en herdynamiseringsproject mogelijk maakt.
De operator organiseert een coördinatievergadering met de in § 1, derde lid, bedoelde personen, om een standaarddoorsnede van de gemeenschappelijke geulen en een tussenkomsttijdschema voor de plaatsing van de ondergrondse installaties in onderlinge overeenstemming te bepalen.
Met het oog op de uitvoering van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken delen de in § 1, derde lid, bedoelde personen de operator alle inlichtingen betreffende de werfinstallaties, de eventuele bijzondere technieken en de handhaving van installaties op de locatie na de werken mee.
De operator dient een machtigingsaanvraag voor de uitvoering van de werf bij de beheerder van de weg in.
De operator verenigt de in § 1, derde lid, bedoelde personen voor de vergadering die voorafgaat aan het begin van de werken.
Tijdens de uitvoering van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken worden de gemeenschappelijke geulen ter beschikking gesteld tijdens een periode die tussen de partijen in onderlinge overeenstemming is gesloten.
Elke wijziging van het begin van de werken, van de uitvoeringstermijn of van een onderbreking van de werken wordt meegedeeld aan de in § 1, derde lid, bedoelde personen.
De ruiming en de opvulling van de gemeenschappelijke geulen worden verricht door de onderneming die door de operator aangewezen is, en geschieden vakkundig en overeenkomstig de vigerende wetgevingen rekening houdende met de eventuele bijzondere voorschriften van de in § 1, derde lid, bedoelde personen.
De technische coördinatie van de werken voor de plaatsing van de ondergrondse installaties wordt verzekerd door de onderneming aangewezen door de operator. Het toezicht op die werken worden door de in § 1, derde lid, bedoelde personen verzekerd.
De coördinatie veiligheid-gezondheid wordt verzekerd door de onderneming aangewezen door de operator met inachtneming van de inlichtingen verstrekt door de in § 1, derde lid, bedoelde personen voor de plaatsing van de ondergrondse installaties.
De gemeenschappelijke geulen zijn bestemd voor ondergrondse installaties, namelijk elke stijve of flexibele leiding voor het vervoer of de distributie van vloeistoffen, energieën, telecommunicatie of radio- of teledistributie.
Ze worden ter beschikking gesteld :
a) van de operatoren van telecommunicatienetwerken;
b) van de radio-of teledistributieoperatoren;
c) de beheerders van netten voor energievervoer en -distributie;
d) vervoerders, verdelers en verzamelaars van vloeistoffen.
§ 2. De operator en alle in § 1, derde lid, bedoelde personen zorgen ervoor zich onderling op de hoogte te houden van de overwogen werken die de terbeschikkingstelling van gemeenschappelijke geulen binnen de erkenningsomtrek mogelijk kunnen maken.
Op 1 januari van elk jaar deelt de operator het programma van deze werken die binnen de 15 toekomstige maanden worden overwogen, aan alle personen bedoeld in § 1, tweede lid, mee.
De operator en alle in § 1, derde lid, bedoelde personen zorgen ervoor zich aan te passen aan de stadia van de vastlegging van het project en van de uitvoering van de werf.
§ 3. De fasen m.b.t. het onderzoek en de opvatting van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken nemen de technische drukfactoren van de installaties en netten in, met name wat betreft de afmetingen van de gemeenschappelijke geulen en de installatie van mangaten of trekputten.
De in § 1, derde lid, bedoelde personen delen de operator elk nuttige inlichting mee die de vastlegging van het ontsluitings- en herdynamiseringsproject mogelijk maakt.
De operator organiseert een coördinatievergadering met de in § 1, derde lid, bedoelde personen, om een standaarddoorsnede van de gemeenschappelijke geulen en een tussenkomsttijdschema voor de plaatsing van de ondergrondse installaties in onderlinge overeenstemming te bepalen.
Met het oog op de uitvoering van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken delen de in § 1, derde lid, bedoelde personen de operator alle inlichtingen betreffende de werfinstallaties, de eventuele bijzondere technieken en de handhaving van installaties op de locatie na de werken mee.
De operator dient een machtigingsaanvraag voor de uitvoering van de werf bij de beheerder van de weg in.
De operator verenigt de in § 1, derde lid, bedoelde personen voor de vergadering die voorafgaat aan het begin van de werken.
Tijdens de uitvoering van de ontsluitings- en herdynamiseringswerken worden de gemeenschappelijke geulen ter beschikking gesteld tijdens een periode die tussen de partijen in onderlinge overeenstemming is gesloten.
Elke wijziging van het begin van de werken, van de uitvoeringstermijn of van een onderbreking van de werken wordt meegedeeld aan de in § 1, derde lid, bedoelde personen.
De ruiming en de opvulling van de gemeenschappelijke geulen worden verricht door de onderneming die door de operator aangewezen is, en geschieden vakkundig en overeenkomstig de vigerende wetgevingen rekening houdende met de eventuele bijzondere voorschriften van de in § 1, derde lid, bedoelde personen.
De technische coördinatie van de werken voor de plaatsing van de ondergrondse installaties wordt verzekerd door de onderneming aangewezen door de operator. Het toezicht op die werken worden door de in § 1, derde lid, bedoelde personen verzekerd.
De coördinatie veiligheid-gezondheid wordt verzekerd door de onderneming aangewezen door de operator met inachtneming van de inlichtingen verstrekt door de in § 1, derde lid, bedoelde personen voor de plaatsing van de ondergrondse installaties.
Art. 14. § 1er. Dans le cadre des travaux de viabilisation ou de redynamisation, l'opérateur fournit ses meilleurs efforts afin de mettre à disposition des tranchées communes dans le domaine public, actuel ou futur, de la voirie au sein du périmètre de reconnaissance.
Les tranchées communes sont destinées à accueillir des installations souterraines, à savoir tout conduit, rigide ou souple, servant de transport ou à la distribution de fluides, d'énergies, de télécommunications ou de radio-télédistribution.
Elles sont mises Ă disposition :
a) des opérateurs de réseaux de télécommunications;
b) des opérateurs de radio-télédistribution;
c) des gestionnaires de réseaux de transport et de distribution d'énergie;
d) des transporteurs, distributeurs et collecteurs de fluides.
§ 2. L'opérateur et toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, veillent à s'informer mutuellement des travaux projetés et susceptibles de permettre la mise à disposition de tranchées communes au sein du périmètre de reconnaissance.
Au 1er janvier de chaque année, l'opérateur communique à toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2, le programme desdits travaux projetés dans les 15 mois à venir.
L'opérateur et toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, veillent à se coordonner aux stades de l'établissement du projet et de l'exécution du chantier.
§ 3. Les phases d'étude et de conception des travaux de viabilisation et de redynamisation intègrent les contraintes techniques des installations et réseaux, notamment, en ce qui concerne le dimensionnement des tranchées communes et le placement des chambres de visite ou de tirage.
Les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, communiquent à l'opérateur toute donnée utile facilitant l'établissement du projet de viabilisation et de redynamisation.
L'opérateur organise une réunion de coordination avec les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, afin d'établir de commun accord une coupe-type des tranchées communes et un calendrier d'intervention pour le placement des installations souterraines.
En vue de l'exécution des travaux de viabilisation et de redynamisation, les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, communiquent à l'opérateur toute information relative aux installations de chantier, aux éventuelles techniques spéciales et au maintien d'installations sur site après travaux.
L'opérateur sollicite auprès du gestionnaire de la voirie une demande d'autorisation d'exécution du chantier.
L'opérateur associe les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, à la réunion préalable au commencement des travaux.
Au cours de l'exécution des travaux de viabilisation ou de redynamisation, les tranchées communes sont mises à disposition durant une période convenue de commun accord entre les parties.
Toute modification du début des travaux, du délai d'exécution ou d'une interruption des travaux est communiquée aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
Le déblayage et le remblayage des tranchées communes sont réalisées par l'entreprise désignée par l'opérateur et se font suivant les règles de l'art et les législations en vigueur en tenant compte des indications particulières éventuelles données par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
La coordination technique des travaux de placement des installations souterraines est assurée par l'entreprise désignée par l'opérateur. La surveillance de ces travaux est assurée par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
La coordination sécurité-santé est assurée par l'entreprise désignée par l'opérateur en tenant compte des données fournies par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, pour le placement des installations souterraines.
Les tranchées communes sont destinées à accueillir des installations souterraines, à savoir tout conduit, rigide ou souple, servant de transport ou à la distribution de fluides, d'énergies, de télécommunications ou de radio-télédistribution.
Elles sont mises Ă disposition :
a) des opérateurs de réseaux de télécommunications;
b) des opérateurs de radio-télédistribution;
c) des gestionnaires de réseaux de transport et de distribution d'énergie;
d) des transporteurs, distributeurs et collecteurs de fluides.
§ 2. L'opérateur et toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, veillent à s'informer mutuellement des travaux projetés et susceptibles de permettre la mise à disposition de tranchées communes au sein du périmètre de reconnaissance.
Au 1er janvier de chaque année, l'opérateur communique à toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 2, le programme desdits travaux projetés dans les 15 mois à venir.
L'opérateur et toutes les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, veillent à se coordonner aux stades de l'établissement du projet et de l'exécution du chantier.
§ 3. Les phases d'étude et de conception des travaux de viabilisation et de redynamisation intègrent les contraintes techniques des installations et réseaux, notamment, en ce qui concerne le dimensionnement des tranchées communes et le placement des chambres de visite ou de tirage.
Les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, communiquent à l'opérateur toute donnée utile facilitant l'établissement du projet de viabilisation et de redynamisation.
L'opérateur organise une réunion de coordination avec les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, afin d'établir de commun accord une coupe-type des tranchées communes et un calendrier d'intervention pour le placement des installations souterraines.
En vue de l'exécution des travaux de viabilisation et de redynamisation, les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, communiquent à l'opérateur toute information relative aux installations de chantier, aux éventuelles techniques spéciales et au maintien d'installations sur site après travaux.
L'opérateur sollicite auprès du gestionnaire de la voirie une demande d'autorisation d'exécution du chantier.
L'opérateur associe les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, à la réunion préalable au commencement des travaux.
Au cours de l'exécution des travaux de viabilisation ou de redynamisation, les tranchées communes sont mises à disposition durant une période convenue de commun accord entre les parties.
Toute modification du début des travaux, du délai d'exécution ou d'une interruption des travaux est communiquée aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
Le déblayage et le remblayage des tranchées communes sont réalisées par l'entreprise désignée par l'opérateur et se font suivant les règles de l'art et les législations en vigueur en tenant compte des indications particulières éventuelles données par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
La coordination technique des travaux de placement des installations souterraines est assurée par l'entreprise désignée par l'opérateur. La surveillance de ces travaux est assurée par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3.
La coordination sécurité-santé est assurée par l'entreprise désignée par l'opérateur en tenant compte des données fournies par les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 3, pour le placement des installations souterraines.
Art. 15. De beslissing van de Regering om de geldigheid van de erkenningsomtrek overeenkomstig artikel 21 van het decreet al dan niet te verlengen wordt aan de betrokken gemeente(n), de leidend ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar meegedeeld.
Art. 15. La décision du Gouvernement de proroger, ou non, la validité du périmètre de reconnaissance, en application de l'article 21 du décret, est notifiée à la ou aux commune(s) concernée(s), au fonctionnaire dirigeant et au fonctionnaire délégué.
HOOFDSTUK II. - Onteigening
CHAPITRE II. - De l'expropriation
Afdeling 1.
Section 1re.
Art. 16.
Art. 16.
Art. 17.
Art. 17.
Art. 18.
Art. 18.
Afdeling 2.
Section 2.
Art. 19.
Art. 19.
Afdeling 3.-. Uitvoering
Section 3. - Mise en oeuvre
Art. 20. [1 ...]1
Het aankoopcomité of de instrumenterende notaris voegt bij de verkoopsakte, de akte van overdracht van zakelijke rechten of de verhuurakte de evaluatie van de verkoopwaarde van de overgedragen rechten die door het aankoopcomité of door het college van de drie notarissen is uitgevoerd.
Het aankoopcomité of de instrumenterende notaris voegt bij de verkoopsakte, de akte van overdracht van zakelijke rechten of de verhuurakte de evaluatie van de verkoopwaarde van de overgedragen rechten die door het aankoopcomité of door het college van de drie notarissen is uitgevoerd.
Wijzigingen
Art. 20. [1 ...]1
Le comité d'acquisition ou le notaire instrumentant joint à l'acte de vente, de cession de droits réels ou de location, l'évaluation de la valeur vénale des droits cédés, réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège des trois notaires.
Le comité d'acquisition ou le notaire instrumentant joint à l'acte de vente, de cession de droits réels ou de location, l'évaluation de la valeur vénale des droits cédés, réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège des trois notaires.
Wijzigingen
HOOFDSTUK III. - Verzamelaanvraag voor de erkenning- en onteigeningsomtrek
CHAPITRE III. - De la demande unique de périmètre de reconnaissance et d'expropriation
Art. 21. De verzamelaanvraag wordt overeenkomstig bijlage IV opgemaakt.
Art. 21. La demande unique est établie conformément à l'annexe IV.
Art. 22. De gemeente informeert de leidend ambtenaar over het begin van het onderzoek.
De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 46, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 46, § 1, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Art. 22. La commune informe le fonctionnaire dirigeant du commencement de l'enquĂŞte.
Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de leur envoi et de leur réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 46, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de leur envoi et de leur réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 46, § 1er, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
Art. 23. De beslissing van de Regering om de geldigheid van de erkenningsomtrek overeenkomstig artikel 47, § 2, van het decreet al dan niet te verlengen wordt aan de betrokken gemeente(n), de leidend ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar meegedeeld.
De beslissing van de Regering om de geldigheid van het besluit tot toelating van de onteigening overeenkomstig artikel 47, § 3, van het decreet al dan niet te verlengen wordt aan de betrokken gemeente(n), de leidend ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar meegedeeld.
De beslissing van de Regering om de geldigheid van het besluit tot toelating van de onteigening overeenkomstig artikel 47, § 3, van het decreet al dan niet te verlengen wordt aan de betrokken gemeente(n), de leidend ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar meegedeeld.
Art. 23. La décision du Gouvernement de proroger, ou non, la validité du périmètre de reconnaissance, en application de l'article 47, § 2, du décret est notifiée à la ou aux commune(s) concernée(s), au fonctionnaire dirigeant et au fonctionnaire délégué.
La décision du Gouvernement de proroger, ou non, la validité de l'arrêté autorisant l'expropriation, en application de l'article 47, § 3, du décret est notifiée à la ou aux commune(s) concernée(s), au fonctionnaire dirigeant et au fonctionnaire délégué.
La décision du Gouvernement de proroger, ou non, la validité de l'arrêté autorisant l'expropriation, en application de l'article 47, § 3, du décret est notifiée à la ou aux commune(s) concernée(s), au fonctionnaire dirigeant et au fonctionnaire délégué.
HOOFDSTUK IV. - Voorkooprecht
CHAPITRE IV. - Du droit de préemption
Afdeling 1. - Procedure
Section 1re. - Procédure
Art. 24. De aanvraag voor een voorkooprecht wordt overeenkomstig bijlage V opgemaakt.
De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 51, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De beslissing van de Regering wordt aan de operator en aan de leidend ambtenaar meegedeeld.
De leidend ambtenaar richt zijn adviesaanvragen bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De leidend ambtenaar raadpleegt het Operationele Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Patrimonium en Energie van de Waalse Overheidsdienst en het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
De in artikel 51, tweede lid, van het decreet bedoelde rappelbrief wordt door de operator aan de Minister gericht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De beslissing van de Regering wordt aan de operator en aan de leidend ambtenaar meegedeeld.
Art. 24. La demande de droit de préemption est établie conformément à l'annexe V.
Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de leur envoi et de leur réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 51, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
La décision du Gouvernement est notifiée à l'opérateur et au fonctionnaire dirigeant.
Le fonctionnaire dirigeant adresse ses demandes d'avis par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de leur envoi et de leur réception.
Le fonctionnaire dirigeant consulte la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie et la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement.
Le rappel visé à l'article 51, alinéa 2, du décret est adressé par l'opérateur au Ministre par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
La décision du Gouvernement est notifiée à l'opérateur et au fonctionnaire dirigeant.
Afdeling 2. - Effecten
Section 2. - Effets
Art. 25. De intentieverklaring tot vervreemding wordt overeenkomstig het formulier bedoeld in bijlage VI bij dit besluit opgemaakt.
De persoon die de intentie tot vervreemding moet verklaren, dient een aangifte voor elk van de over te dragen goederen bij de operator in.
De persoon die de intentie tot vervreemding moet verklaren, dient een aangifte voor elk van de over te dragen goederen bij de operator in.
Art. 25. La déclaration d'intention d'aliéner est établie selon le formulaire contenu à l'annexe VI du présent arrêté.
La personne tenue de déclarer l'intention d'aliéner notifie à l'opérateur une déclaration pour chacun des biens à céder.
La personne tenue de déclarer l'intention d'aliéner notifie à l'opérateur une déclaration pour chacun des biens à céder.
Art. 26. Het attest ter vaststelling van het bestaan van een intentieverklaring tot vervreemding verricht vóór de ontvangst van een authentieke akte wordt overeenkomstig het formulier bedoeld in bijlage VII bij dit besluit opgemaakt.
De aanvraag voor een attest ter vaststelling van het bestaan van een intentieverklaring tot vervreemding verricht vóór de ontvangst van een authentieke akte wordt aan de operator verricht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
De aanvraag voor een attest ter vaststelling van het bestaan van een intentieverklaring tot vervreemding verricht vóór de ontvangst van een authentieke akte wordt aan de operator verricht bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd.
Art. 26. L'attestation établissant l'existence d'une déclaration d'intention d'aliéner réalisée avant la réception d'un acte authentique est établie selon le formulaire contenu à l'annexe VII du présent arrêté.
La demande d'attestation établissant l'existence d'une déclaration d'intention d'aliéner réalisée avant la réception d'un acte authentique est adressée à l'opérateur par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
La demande d'attestation établissant l'existence d'une déclaration d'intention d'aliéner réalisée avant la réception d'un acte authentique est adressée à l'opérateur par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date de son envoi et de sa réception.
TITEL 4. - Gewestelijke financiële tegemoetkomingen
TITRE 4. - Des interventions financières régionales
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Art. 27. De berekeningsbasis voor de subsidie omvat de belasting over de toegevoegde waarde wanneer ze door de operator verschuldigd is en niet kan worden teruggevorderd.
Wanneer de erkenningsomtrek voorziet in andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, en die door een privaatrechtelijke persoon uitgevoerd moeten worden, wordt de subsidie uitsluitend toegekend voor de ontsluitingen, de herdynamiseringen, onderzoeken en terugkopen uitgevoerd door de operator buiten het gebied bestemd voor die investeringen binnen deze omtrek, en dit, op basis van de operationele oppervlakte geĂŻdentificeerd in de erkenningsaanvraag.
Wanneer de erkenningsomtrek voorziet in andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, en die door een privaatrechtelijke persoon uitgevoerd moeten worden, wordt de subsidie uitsluitend toegekend voor de ontsluitingen, de herdynamiseringen, onderzoeken en terugkopen uitgevoerd door de operator buiten het gebied bestemd voor die investeringen binnen deze omtrek, en dit, op basis van de operationele oppervlakte geĂŻdentificeerd in de erkenningsaanvraag.
Art. 27. La base de calcul du subside inclut la taxe sur la valeur ajoutée lorsqu'elle est due et non récupérable dans le chef de l'opérateur.
Lorsque le périmètre de reconnaissance, prévoit des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, à réaliser par une personne de droit privé, le subside est accordé exclusivement pour les viabilisations, redynamisations, études et rachats réalisés par l'opérateur en dehors de la zone réservée à ces investissements au sein de ce périmètre, en s'appuyant sur la superficie opérationnelle identifiée dans la demande de reconnaissance.
Lorsque le périmètre de reconnaissance, prévoit des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, à réaliser par une personne de droit privé, le subside est accordé exclusivement pour les viabilisations, redynamisations, études et rachats réalisés par l'opérateur en dehors de la zone réservée à ces investissements au sein de ce périmètre, en s'appuyant sur la superficie opérationnelle identifiée dans la demande de reconnaissance.
Art. 28. § 1. De berekeningsbasis voor de subsidie voor een ontsluiting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet, wordt bepaald als volgt :
§ 2. De volgende werken vormen de basisberekening voor de subsidie voor een ontsluiting die bestaat in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek :
a) de voor het bouwrijp maken van de terreinen nodige nivellerings-, effenings-, drainerings- en grondverstevigingswerken;
b) de tot het openbare domein beperkte werken betreffende de oprichting van interne wegen;
c) de tot het openbare domein beperkte rioleringswerken, tot aan de afvoerriool, met inbegrip van de maatregelen voor waterregeling;
d) de tot het openbare domein beperkte watertoevoerwerken;
e) de tot het openbare domein beperkte oprichtingen van kaaimuren die nodig zijn voor de economische activiteit;
f) de tot het openbare domein beperkte verbindingswerken met het spoor of waterkanalen;
g) de tot het openbare domein beperkte openbare verlichtingswerken;
h) zowel binnen de erkenningsomtrek als in de nabijheid ervan, de levering en de aanleg van straatmeubilair, de trottoirs, de fietspaden met inbegrip van degene die gelegen zijn op de verbindingswegen tot de erkenningsomtrek, de bewegwijzering binnen de omtrek, de werken en de versierende aanplantingen verbonden met de bescherming van het leefmilieu of die als isolatievoorziening moeten dienen en de landschappelijke inrichtingen die in het globale ordeningsschema van het gebied kaderen alsook de daarmee verbonden grondbewegingen;
i) de tot het openbare domein beperkte aansluitingen op de netten voor energiedistributie alsook de interne netten en hun bijbehorende uitrustingen;
j) de carpoolingruimte, het oplaadpunt voor elektrische voertuigen, de parkeerplaats voor fietsen en het tankpunt met gecomprimeerd of vloeibaar aardgas voor voertuigen, die op het openbaar domein zijn gevestigd;
k) elke inrichting binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan een hernieuwbare energiebron waarvan meerdere onderneming binnen de omtrek genieten voor zover haar openbare financiering wordt toegelaten;
l) de aanleg van externe toegangswegen met inbegrip van de rioolverzamelaars en hun afvoeren evenals de stormbekkens;
m) de nodige geotechnische onderzoeken;
n) de onderzoeken die de aanwezigheid of afwezigheid van bodemverontreiniging kunnen bevestigen;
o) de afvoer van verontreinigde gronden wanneer het nodig is voor de uitvoering van subsidiabele werken aan wegen en accessoires;
p) de levering en de aanleg van kokers en trekputten bestemd voor de optische vezels bestemd voor de telecommunicatie, die beperkt zijn tot het openbaar domein;
q) de levering en de aanleg van openbare masten als steun voor de aanleg van zendmasten voor het vervoer van golven via de ether, die beperkt zijn tot het openbaar domein;
r) de inrichting van stopplaatsen en de bouw van wachthokjes voor het openbaar of gemeenschappelijk vervoer zowel in de erkenningsomtrek als in de nabijheid ervan;
s) de werken betreffende de multimodale platforms en de daarbinnen ingerichte bewegingsoppervlakten die gebruikt worden door verscheidene ondernemingen of degene die naast luchthavens gebouwd zijn;
t) de watermassa's, de opvangpost, de bewakingspost en eventueel de andere infrastructuren voor veiligheidspreventie binnen erkenningsomtrekken waarin dergelijke maatregelen nodig zijn ten opzichte van de beschutte activiteiten;
u) de bouw van openbare zuiveringsstations bestemd voor verscheidene ondernemingen alsook andere maatregelen om toevallige verontreiniging te voorkomen dan degene die voorzien zijn in het kader van de milieuvergunningen;
v) de werken voor de bouw van een openbaar sorteer- of inzamelcentrum wegens de aanwezigheid van een grote hoeveelheid afvalstoffen van diverse aard;
w) de werken voor de inrichting en de aansluiting van de interne ruimten op een gebouw om er individuele en verplaatsbare cellen met het oog op de vestiging van ondernemingen te verbinden.
§ 3. De volgende elementen vormen de basisberekening voor de subsidie voor een ontsluiting die bestaat in de oprichting, de aankoop of de verbouwing van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum :
a) de aankoopprijs van het gebouw verminderd met de prijs van het terrein bepaald door het aankoopcomité of een college van drie notarissen met inachtneming van artikel 38 van het decreet en artikel 20;
b) de verbouwings- of bouwwerken rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen;
c) voor zover ze nodig zijn voor de inbedrijfstelling ervan, de werken gebonden aan elke openbare uitrusting zowel binnen of buiten het perceel waarin het gebouw is gevestigd, rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen.
§ 2. De volgende werken vormen de basisberekening voor de subsidie voor een ontsluiting die bestaat in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek :
a) de voor het bouwrijp maken van de terreinen nodige nivellerings-, effenings-, drainerings- en grondverstevigingswerken;
b) de tot het openbare domein beperkte werken betreffende de oprichting van interne wegen;
c) de tot het openbare domein beperkte rioleringswerken, tot aan de afvoerriool, met inbegrip van de maatregelen voor waterregeling;
d) de tot het openbare domein beperkte watertoevoerwerken;
e) de tot het openbare domein beperkte oprichtingen van kaaimuren die nodig zijn voor de economische activiteit;
f) de tot het openbare domein beperkte verbindingswerken met het spoor of waterkanalen;
g) de tot het openbare domein beperkte openbare verlichtingswerken;
h) zowel binnen de erkenningsomtrek als in de nabijheid ervan, de levering en de aanleg van straatmeubilair, de trottoirs, de fietspaden met inbegrip van degene die gelegen zijn op de verbindingswegen tot de erkenningsomtrek, de bewegwijzering binnen de omtrek, de werken en de versierende aanplantingen verbonden met de bescherming van het leefmilieu of die als isolatievoorziening moeten dienen en de landschappelijke inrichtingen die in het globale ordeningsschema van het gebied kaderen alsook de daarmee verbonden grondbewegingen;
i) de tot het openbare domein beperkte aansluitingen op de netten voor energiedistributie alsook de interne netten en hun bijbehorende uitrustingen;
j) de carpoolingruimte, het oplaadpunt voor elektrische voertuigen, de parkeerplaats voor fietsen en het tankpunt met gecomprimeerd of vloeibaar aardgas voor voertuigen, die op het openbaar domein zijn gevestigd;
k) elke inrichting binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan een hernieuwbare energiebron waarvan meerdere onderneming binnen de omtrek genieten voor zover haar openbare financiering wordt toegelaten;
l) de aanleg van externe toegangswegen met inbegrip van de rioolverzamelaars en hun afvoeren evenals de stormbekkens;
m) de nodige geotechnische onderzoeken;
n) de onderzoeken die de aanwezigheid of afwezigheid van bodemverontreiniging kunnen bevestigen;
o) de afvoer van verontreinigde gronden wanneer het nodig is voor de uitvoering van subsidiabele werken aan wegen en accessoires;
p) de levering en de aanleg van kokers en trekputten bestemd voor de optische vezels bestemd voor de telecommunicatie, die beperkt zijn tot het openbaar domein;
q) de levering en de aanleg van openbare masten als steun voor de aanleg van zendmasten voor het vervoer van golven via de ether, die beperkt zijn tot het openbaar domein;
r) de inrichting van stopplaatsen en de bouw van wachthokjes voor het openbaar of gemeenschappelijk vervoer zowel in de erkenningsomtrek als in de nabijheid ervan;
s) de werken betreffende de multimodale platforms en de daarbinnen ingerichte bewegingsoppervlakten die gebruikt worden door verscheidene ondernemingen of degene die naast luchthavens gebouwd zijn;
t) de watermassa's, de opvangpost, de bewakingspost en eventueel de andere infrastructuren voor veiligheidspreventie binnen erkenningsomtrekken waarin dergelijke maatregelen nodig zijn ten opzichte van de beschutte activiteiten;
u) de bouw van openbare zuiveringsstations bestemd voor verscheidene ondernemingen alsook andere maatregelen om toevallige verontreiniging te voorkomen dan degene die voorzien zijn in het kader van de milieuvergunningen;
v) de werken voor de bouw van een openbaar sorteer- of inzamelcentrum wegens de aanwezigheid van een grote hoeveelheid afvalstoffen van diverse aard;
w) de werken voor de inrichting en de aansluiting van de interne ruimten op een gebouw om er individuele en verplaatsbare cellen met het oog op de vestiging van ondernemingen te verbinden.
§ 3. De volgende elementen vormen de basisberekening voor de subsidie voor een ontsluiting die bestaat in de oprichting, de aankoop of de verbouwing van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum :
a) de aankoopprijs van het gebouw verminderd met de prijs van het terrein bepaald door het aankoopcomité of een college van drie notarissen met inachtneming van artikel 38 van het decreet en artikel 20;
b) de verbouwings- of bouwwerken rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen;
c) voor zover ze nodig zijn voor de inbedrijfstelling ervan, de werken gebonden aan elke openbare uitrusting zowel binnen of buiten het perceel waarin het gebouw is gevestigd, rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen.
Art. 28. § 1er. La base de calcul du subside pour une viabilisation au sens de l'article 1er, 3°, du décret est déterminée comme suit.
§ 2. Constituent la base de calcul du subside pour une viabilisation, consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci, les travaux suivants :
a) les travaux de nivellement, d'arasement, de drainage et de renforcement de sol, nécessaires pour viabiliser les terrains;
b) les travaux relatifs à la création de voies internes, limités au domaine public;
c) les travaux d'égouts, limités au domaine public, jusqu'à leurs exutoires, en ce compris les mesures de régulation des eaux;
d) les travaux d'alimentation en eau, limités au domaine public;
e) les travaux de construction de murs de quai, limités au domaine public et nécessaires à l'activité économique;
f) les travaux de raccordement à une voie ferrée ou navigable, limités au domaine public;
g) les travaux d'éclairage public, limités au domaine public;
h) tant dans le périmètre de reconnaissance qu'à proximité de celui-ci, la fourniture et la pose de mobilier urbain, les trottoirs, pistes cyclables y compris celles situées sur les voies d'accès au périmètre de reconnaissance, la signalisation à l'intérieur du périmètre, les travaux et les plantations d'ornement liées à la protection de l'environnement ou servant de dispositif d'isolement et les aménagements paysagers s'inscrivant dans le schéma global d'aménagement de la zone ainsi que les mouvements de terre y associés;
i) les raccordements aux réseaux de distribution d'énergie ainsi que les réseaux internes et leurs équipements annexes, limités au domaine public;
j) l'aire de covoiturage, la borne de rechargement pour véhicule électrique, le parking pour vélos et la station de ravitaillement en gaz naturel compressé ou liquéfié pour véhicules, installé sur le domaine public;
k) tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié, même partiellement, à une source d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que son financement public soit autorisé;
l) la création de voies d'accès extérieures, y compris les collecteurs d'égouts et leurs exutoires ainsi que les bassins d'orages;
m) les prospections géotechniques nécessaires;
n) les investigations permettant d'établir l'existence ou l'absence de pollution des sols;
o) l'évacuation des terres polluées lorsque celle-ci est nécessaire pour la réalisation des travaux éligibles de voirie et de ses accessoires;
p) la fourniture et les travaux de pose de gaines et chambres de tirage pour fibres optiques destinées aux télécommunications, limités au domaine public;
q) la fourniture et les travaux de pose de mâts publics supports de l'installation d'antennes pour le transport d'ondes par voie hertzienne, limités au domaine public;
r) l'aménagement d'aires d'arrêt et la construction d'aubettes pour le transport public ou en commun tant dans le périmètre de reconnaissance qu'à proximité de celui-ci;
s) les travaux relatifs aux plates-formes multimodales publiques et aux aires de manoeuvre aménagées au sein de celles-ci qui bénéficient à plusieurs entreprises ou à celles construites dans les zones contiguës aux aéroports;
t) les pièces d'eau, le poste d'accueil, de gardiennage et éventuellement les autres infrastructures de prévention de sécurité au sein de périmètres de reconnaissance dans lesquels de telles mesures s'imposent au regard des activités abritées;
u) la construction de stations d'épuration publiques destinées à plusieurs entreprises ainsi que les mesures de prévention de pollution accidentelle en dehors de celles prévues dans le cadre des permis d'environnement;
v) les travaux de création d'un centre de tri ou de regroupement public en raison de la présence d'un grand volume de déchets de natures diverses;
w) les travaux d'aménagement et de raccordement des espaces internes à un bâtiment, dans le but d'y connecter des cellules individuelles et déplaçables visant l'accueil d'entreprises.
§ 3. Constituent la base de calcul du subside pour une viabilisation, consistant en la création, l'acquisition ou la transformation d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, les éléments suivants :
a) le prix d'achat du bâtiment diminué du prix du terrain déterminé par le comité d'acquisition ou un collège de trois notaires dans le respect de l'article 38 du décret et de l'article 20;
b) les travaux de transformation ou de construction tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés;
c) pour autant qu'ils soient nécessaires à la mise en exploitation de celui-ci, les travaux liés à tout équipement public, interne ou externe à la parcelle accueillant le bâtiment, tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés.
§ 2. Constituent la base de calcul du subside pour une viabilisation, consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci, les travaux suivants :
a) les travaux de nivellement, d'arasement, de drainage et de renforcement de sol, nécessaires pour viabiliser les terrains;
b) les travaux relatifs à la création de voies internes, limités au domaine public;
c) les travaux d'égouts, limités au domaine public, jusqu'à leurs exutoires, en ce compris les mesures de régulation des eaux;
d) les travaux d'alimentation en eau, limités au domaine public;
e) les travaux de construction de murs de quai, limités au domaine public et nécessaires à l'activité économique;
f) les travaux de raccordement à une voie ferrée ou navigable, limités au domaine public;
g) les travaux d'éclairage public, limités au domaine public;
h) tant dans le périmètre de reconnaissance qu'à proximité de celui-ci, la fourniture et la pose de mobilier urbain, les trottoirs, pistes cyclables y compris celles situées sur les voies d'accès au périmètre de reconnaissance, la signalisation à l'intérieur du périmètre, les travaux et les plantations d'ornement liées à la protection de l'environnement ou servant de dispositif d'isolement et les aménagements paysagers s'inscrivant dans le schéma global d'aménagement de la zone ainsi que les mouvements de terre y associés;
i) les raccordements aux réseaux de distribution d'énergie ainsi que les réseaux internes et leurs équipements annexes, limités au domaine public;
j) l'aire de covoiturage, la borne de rechargement pour véhicule électrique, le parking pour vélos et la station de ravitaillement en gaz naturel compressé ou liquéfié pour véhicules, installé sur le domaine public;
k) tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié, même partiellement, à une source d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que son financement public soit autorisé;
l) la création de voies d'accès extérieures, y compris les collecteurs d'égouts et leurs exutoires ainsi que les bassins d'orages;
m) les prospections géotechniques nécessaires;
n) les investigations permettant d'établir l'existence ou l'absence de pollution des sols;
o) l'évacuation des terres polluées lorsque celle-ci est nécessaire pour la réalisation des travaux éligibles de voirie et de ses accessoires;
p) la fourniture et les travaux de pose de gaines et chambres de tirage pour fibres optiques destinées aux télécommunications, limités au domaine public;
q) la fourniture et les travaux de pose de mâts publics supports de l'installation d'antennes pour le transport d'ondes par voie hertzienne, limités au domaine public;
r) l'aménagement d'aires d'arrêt et la construction d'aubettes pour le transport public ou en commun tant dans le périmètre de reconnaissance qu'à proximité de celui-ci;
s) les travaux relatifs aux plates-formes multimodales publiques et aux aires de manoeuvre aménagées au sein de celles-ci qui bénéficient à plusieurs entreprises ou à celles construites dans les zones contiguës aux aéroports;
t) les pièces d'eau, le poste d'accueil, de gardiennage et éventuellement les autres infrastructures de prévention de sécurité au sein de périmètres de reconnaissance dans lesquels de telles mesures s'imposent au regard des activités abritées;
u) la construction de stations d'épuration publiques destinées à plusieurs entreprises ainsi que les mesures de prévention de pollution accidentelle en dehors de celles prévues dans le cadre des permis d'environnement;
v) les travaux de création d'un centre de tri ou de regroupement public en raison de la présence d'un grand volume de déchets de natures diverses;
w) les travaux d'aménagement et de raccordement des espaces internes à un bâtiment, dans le but d'y connecter des cellules individuelles et déplaçables visant l'accueil d'entreprises.
§ 3. Constituent la base de calcul du subside pour une viabilisation, consistant en la création, l'acquisition ou la transformation d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, les éléments suivants :
a) le prix d'achat du bâtiment diminué du prix du terrain déterminé par le comité d'acquisition ou un collège de trois notaires dans le respect de l'article 38 du décret et de l'article 20;
b) les travaux de transformation ou de construction tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés;
c) pour autant qu'ils soient nécessaires à la mise en exploitation de celui-ci, les travaux liés à tout équipement public, interne ou externe à la parcelle accueillant le bâtiment, tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés.
Art. 29. De volgende elementen vormen de basisberekening voor de subsidie voor een aankoop in de zin van artikel 59, tweede lid, van het decreet :
a) de aankoopprijs van het terrein beperkt tot het bedrag dat geëvalueerd is door het aankoopcomité of een college van drie notarissen bedoeld in artikel 38 van het decreet;
b) de wettelijke aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan degene betreffende de aankoopprijs;
c) de meetkosten.
a) de aankoopprijs van het terrein beperkt tot het bedrag dat geëvalueerd is door het aankoopcomité of een college van drie notarissen bedoeld in artikel 38 van het decreet;
b) de wettelijke aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan degene betreffende de aankoopprijs;
c) de meetkosten.
Art. 29. Constituent la base de calcul du subside pour une acquisition au sens de l'article 59, alinéa 2, du décret les éléments suivants :
a) le prix d'achat du terrain limité au montant évalué par le comité d'acquisition ou le collège de trois notaires visé à l'article 38 du décret;
b) les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat;
c) les frais de mesurage.
a) le prix d'achat du terrain limité au montant évalué par le comité d'acquisition ou le collège de trois notaires visé à l'article 38 du décret;
b) les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat;
c) les frais de mesurage.
Art. 30. § 1. De handelingen en werken voor de renovatie of de verbetering die uitgevoerd moeten worden op infrastructuren die bestemd zijn voor de vestiging van economische activiteiten sinds minstens 20 jaar te rekenen van de voorlopige oplevering van de uitrustingwerken en die onder het openbaar domein ressorteren of daarvoor bestemd zijn, vormen de basisberekening voor de subsidie voor een herdynamisering in de zin van artikel 1, 4°, van het decreet.
De kosten van die werken worden bepaald rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen.
§ 2. De volgende kosten vormen de basisberekening voor de subsidie voor een terugkoop :
a) de prijs van het goed beperkt tot het bedrag dat geëvalueerd is door het aankoopcomité of een college van drie notarissen bedoeld in artikel 38 van het decreet;
b) de wettelijke aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan degene betreffende de aankoopprijs;
c) de meetkosten.
De kosten van die werken worden bepaald rekening houdende met het bedrag waarvoor ze zijn toegewezen.
§ 2. De volgende kosten vormen de basisberekening voor de subsidie voor een terugkoop :
a) de prijs van het goed beperkt tot het bedrag dat geëvalueerd is door het aankoopcomité of een college van drie notarissen bedoeld in artikel 38 van het decreet;
b) de wettelijke aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan degene betreffende de aankoopprijs;
c) de meetkosten.
Art. 30. § 1er. Constituent la base de calcul du subside pour une redynamisation au sens de l'article 1er, 4°, du décret les actes et travaux de rénovation et d'amélioration à réaliser sur des infrastructures destinées à l'accueil d'activités économiques depuis au moins vingt ans à dater de la réception provisoire des travaux d'équipement et relevant du domaine public ou destinés à y être incorporés.
Le coût de ces travaux est déterminé en tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés.
§ 2. Constituent la base de calcul du subside pour un rachat :
a) le prix du bien limité au montant évalué par le comité d'acquisition ou le collège de trois notaires visé à l'article 38 du décret;
b) les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat;
c) les frais de mesurage.
Le coût de ces travaux est déterminé en tenant compte du montant pour lequel ils ont été adjugés.
§ 2. Constituent la base de calcul du subside pour un rachat :
a) le prix du bien limité au montant évalué par le comité d'acquisition ou le collège de trois notaires visé à l'article 38 du décret;
b) les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat;
c) les frais de mesurage.
Art. 31. Vormen de berekeningsbasis voor de subsidie voor de algemene kosten die bestaan in onderzoeken in de zin van artikel 1, 5°, van het decreet : het bedrag van de aanvankelijke opdracht vermeerderd, in voorkomend geval, met de door de Minister toegelaten overschrijdingen overeenkomstig artikel 64, tweede lid, van het decreet, voor zover deze overschrijdingen bijkomende prestaties inzake onderzoeken, leiding of toezicht hebben doen ontstaan.
Art. 31. Constituent la base de calcul du subside pour les frais généraux constituant des études au sens de l'article 1er, 5°, du décret, le montant du marché initial, augmenté, le cas échéant, des dépassements admis par le Ministre conformément à l'article 64, alinéa 2, du décret, dans la mesure où ces dépassements ont engendré des prestations supplémentaires d'études, de direction ou de surveillance.
HOOFDSTUK II. - Procedure voor de toekenning van subsidies
CHAPITRE II. - Procédure d'octroi de subside
Art. 32. De subsidieaanvraag omvat de volgende elementen voor de ontsluitingen die bestaan in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek :
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan;
d) voor de "parken 2020" in de zin van artikel 66, § 2, tweede lid, f) van het decreet : de verhouding van de operationele oppervlakte van de erkenningsomtrek gelegen op het grondgebied van de betrokken gemeente(n);
e) voor de omtrekken waarin een co-investeringshandeling te verrichten i : de verhouding van de oppervlakte van de erkenningsomtrek waarin de particuliere investering wordt verricht;
f) voor de infrastructuren bestemd voor de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit : de kosten van de infrastructuur die aan de netbeheerder overgedragen moet worden;
g) voor de omtrekken waarin andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, uitgevoerd moeten worden door een privaatrechtelijke persoon : de verhouding van de operationele oppervlakte van de omtrek bestemd voor die investeringen.
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan;
d) voor de "parken 2020" in de zin van artikel 66, § 2, tweede lid, f) van het decreet : de verhouding van de operationele oppervlakte van de erkenningsomtrek gelegen op het grondgebied van de betrokken gemeente(n);
e) voor de omtrekken waarin een co-investeringshandeling te verrichten i : de verhouding van de oppervlakte van de erkenningsomtrek waarin de particuliere investering wordt verricht;
f) voor de infrastructuren bestemd voor de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit : de kosten van de infrastructuur die aan de netbeheerder overgedragen moet worden;
g) voor de omtrekken waarin andere investeringen dan degene die gebonden zijn aan een economische activiteit die zich in die omtrek zou kunnen vestigen, uitgevoerd moeten worden door een privaatrechtelijke persoon : de verhouding van de operationele oppervlakte van de omtrek bestemd voor die investeringen.
Art. 32. La demande de subside contient, pour les viabilisations consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci, les éléments suivants :
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations;
d) pour les " parcs 2020 " au sens de l'article 66, § 2, alinéa 2, f), du décret : la proportion de la superficie du périmètre de reconnaissance située sur le territoire de la ou des communes visées;
e) pour les périmètres à l'intérieur desquels une opération de co-investissement est à réaliser : la proportion de la superficie du périmètre de reconnaissance où se réalise l'investissement privé;
f) pour les infrastructures destinées aux réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité : le coût de l'infrastructure à céder au gestionnaire de réseau;
g) pour les périmètres à l'intérieur desquels des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, sont à réaliser par une personne de droit privé : la proportion de la superficie opérationnelle du périmètre réservée à ces investissements.
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations;
d) pour les " parcs 2020 " au sens de l'article 66, § 2, alinéa 2, f), du décret : la proportion de la superficie du périmètre de reconnaissance située sur le territoire de la ou des communes visées;
e) pour les périmètres à l'intérieur desquels une opération de co-investissement est à réaliser : la proportion de la superficie du périmètre de reconnaissance où se réalise l'investissement privé;
f) pour les infrastructures destinées aux réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité : le coût de l'infrastructure à céder au gestionnaire de réseau;
g) pour les périmètres à l'intérieur desquels des investissements, autres que ceux liés à une activité économique susceptible d'être accueillie dans ce périmètre, sont à réaliser par une personne de droit privé : la proportion de la superficie opérationnelle du périmètre réservée à ces investissements.
Art. 33. § 1. De subsidieaanvraag omvat de volgende elementen voor de ontsluitingen die bestaan in de oprichting, de aankoop of de verbouwing van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum :
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) in voorkomend geval, het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
§ 2. De subsidieaanvraag omvat de volgende elementen voor de ontsluitingen die bestaan in de oprichting van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum :
a) de evaluatie van het goed verricht door het aankoopcomité of door het college van drie notarissen overeenkomstig artikel 38 van het decreet;
b) in voorkomend geval, het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) in voorkomend geval, het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
§ 2. De subsidieaanvraag omvat de volgende elementen voor de ontsluitingen die bestaan in de oprichting van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum :
a) de evaluatie van het goed verricht door het aankoopcomité of door het college van drie notarissen overeenkomstig artikel 38 van het decreet;
b) in voorkomend geval, het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
Art. 33. § 1er. La demande de subside contient, pour les viabilisations consistant en la création ou la transformation d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, les éléments suivants :
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) le cas échéant, l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
§ 2. La demande de subside contient, pour les viabilisations consistant en l'acquisition d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, les éléments suivants :
a) l'évaluation du bien réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires conformément à l'article 38 du décret;
b) le cas échéant, l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) le cas échéant, l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
§ 2. La demande de subside contient, pour les viabilisations consistant en l'acquisition d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, les éléments suivants :
a) l'évaluation du bien réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires conformément à l'article 38 du décret;
b) le cas échéant, l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
Art. 34. Voor de herdynamiseringen omvat de subsidieaanvraag de volgende elementen :
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan;
d) voor de infrastructuren bestemd voor de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit : de kosten van de infrastructuur die aan de netbeheerder overgedragen moet worden.
a) de voorlegging van de resultaten van de gunning van de opdracht bij toepassing van de wet 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;
b) het attest van de operator waaruit blijkt dat de belasting op de toegevoegde waarde niet door hem kan worden teruggevorderd;
c) de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan;
d) voor de infrastructuren bestemd voor de netten voor het vervoer en de distributie van water, gas en elektriciteit : de kosten van de infrastructuur die aan de netbeheerder overgedragen moet worden.
Art. 34. La demande de subside contient, pour les redynamisations, les éléments suivants :
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations;
d) pour les infrastructures destinées aux réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité : le coût de l'infrastructure à céder au gestionnaire de réseau.
a) la présentation des résultats de l'attribution du marché en application de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services;
b) l'attestation de l'opérateur que la taxe sur la valeur ajoutée n'est pas récupérable dans son chef;
c) l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations;
d) pour les infrastructures destinées aux réseaux de transport et de distribution d'eau, de gaz et d'électricité : le coût de l'infrastructure à céder au gestionnaire de réseau.
Art. 35. § 1. De subsidieaanvraag omvat, voor de andere aankopen dan die bedoeld in artikel 33, § 2, en voor de terugkopen, de volgende elementen :
a) de evaluatie van het goed die de verdeling tussen de prijs van het terrein en van het gebouw laat vertonen en die verricht is door het aankoopcomité of door het college van drie notarissen overeenkomstig artikel 38 van het decreet;
b) in voorkomend geval, de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
§ 2. De subsidieaanvraag voor de onderzoeken wordt ingediend met de subsidieaanvraag m.b.t. de handelingen en werken van ontsluiting of herdynamisering.
a) de evaluatie van het goed die de verdeling tussen de prijs van het terrein en van het gebouw laat vertonen en die verricht is door het aankoopcomité of door het college van drie notarissen overeenkomstig artikel 38 van het decreet;
b) in voorkomend geval, de identificatie van het project waarvoor de subsidie wordt aangevraagd in het meerjarig programma van infrastructurele investeringen of in de bijwerkingen ervan.
§ 2. De subsidieaanvraag voor de onderzoeken wordt ingediend met de subsidieaanvraag m.b.t. de handelingen en werken van ontsluiting of herdynamisering.
Art. 35. § 1er. La demande de subside contient, pour acquisitions autres que celles visées à l'article 33, § 2 et pour les rachats, les éléments suivants :
a) l'évaluation du bien qui fait apparaître la ventilation entre le prix du terrain et du bâtiment réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires conformément à l'article 38 du décret;
b) le cas échéant, l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
§ 2. La demande de subside pour les études est introduite avec la demande de subside portant sur les actes et travaux de viabilisation ou de redynamisation.
a) l'évaluation du bien qui fait apparaître la ventilation entre le prix du terrain et du bâtiment réalisée par le comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires conformément à l'article 38 du décret;
b) le cas échéant, l'identification du projet pour lequel le subside est demandé dans le programme pluriannuel d'investissements infrastructurels ou dans ses actualisations.
§ 2. La demande de subside pour les études est introduite avec la demande de subside portant sur les actes et travaux de viabilisation ou de redynamisation.
HOOFDSTUK III. - Vereffeningprocedure, basisberekening en subsidiepercentage
CHAPITRE III.-. Procédure de liquidation, base de calcul et taux de subside
Afdeling 1.-. Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 36. Er wordt geen subsidie voor dezelfde handelingen en werkingen toegekend indien een project reeds in aanmerking komt voor subsidies op grond van andere gewestelijke wetgevingen.
Voor zover het totaalbedrag van de subsidies het bedrag van de handelingen en werken niet overschrijdt, wordt de in artikel 59 van het decreet bedoelde subsidie toegelaten ondanks de inning op dat goed van elke som overeenkomstig hoofdstuk VIII van het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, van titel I, van Boek V, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en van elke som voor de bouw of de wijziging van door het Waalse Gewest gefinancierde wegen.
Voor zover het totaalbedrag van de subsidies het bedrag van de handelingen en werken niet overschrijdt, wordt de in artikel 59 van het decreet bedoelde subsidie toegelaten ondanks de inning op dat goed van elke som overeenkomstig hoofdstuk VIII van het decreet van 5 december 2008 betreffende het bodembeheer, van titel I, van Boek V, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling en van elke som voor de bouw of de wijziging van door het Waalse Gewest gefinancierde wegen.
Art. 36. Aucun subside pour les mêmes actes et travaux n'est accordé si un projet bénéficie déjà de subsides sur la base d'autres législations régionales.
Pour autant que le montant total des subsides ne dépasse pas le montant des actes et travaux, l'octroi d'un subside visé à l'article 59 du décret est autorisé malgré la perception sur ce même bien de toute somme en application du chapitre VIII du décret du 5 décembre 2008 relatif à la gestion des sols, du titre Ier du Livre V du Code de Développement territorial et de toute somme pour la construction ou la modification de voiries financées par la Région wallonne.
Pour autant que le montant total des subsides ne dépasse pas le montant des actes et travaux, l'octroi d'un subside visé à l'article 59 du décret est autorisé malgré la perception sur ce même bien de toute somme en application du chapitre VIII du décret du 5 décembre 2008 relatif à la gestion des sols, du titre Ier du Livre V du Code de Développement territorial et de toute somme pour la construction ou la modification de voiries financées par la Région wallonne.
Art. 37. Tot 30 juni van elk jaar worden de twee derde van de kredieten van de oorspronkelijke begroting van het lopende jaar, die niet gebonden zijn aan een alternatieve financiering of aan een Europese medefinanciering en die aangewend worden voor de financiering van de verrichtingen geregeld bij het decreet, bestemd voor de subsidieaanvragen ontvangen uiterlijk op 31 mei en betreffende projecten opgenomen in de meerjarige programma's van infrastructurele investeringen, of in de bijwerkingen ervan, en voorzien van een visum door de Regering.
Op 31 mei maakt de leidend ambtenaar de lijst op van de ontvangen aanvragen.
Op 30 juni maakt de Minister de lijst op van de aanvragen die in aanmerking komen voor de subsidies, onder de lijst van de ontvangen aanvragen.
Als het totaalbedrag van de ontvangen aanvragen hoger is dan de twee derde van de beschikbare oorspronkelijke begroting zorgt de Minister ervoor het gebruik van de kredieten te optimaliseren. Als het bedrag kleiner is dan de twee derde, wordt het saldo vanaf 1 juli opnieuw bestemd voor alle andere subsidiabele aanvragen voor het lopende jaar.
Indien een subsidie rekening houdende met de beschikbare begroting in de loop van het jaar niet toegekend heeft kunnen worden, kan de operator zijn aanvraag voor het volgende jaar bevestigen via de opneming ervan in het meerjarig programma of de bijwerking ervan alsook via de zending van een schrijven aan de leidend ambtenaar.
Op 31 mei maakt de leidend ambtenaar de lijst op van de ontvangen aanvragen.
Op 30 juni maakt de Minister de lijst op van de aanvragen die in aanmerking komen voor de subsidies, onder de lijst van de ontvangen aanvragen.
Als het totaalbedrag van de ontvangen aanvragen hoger is dan de twee derde van de beschikbare oorspronkelijke begroting zorgt de Minister ervoor het gebruik van de kredieten te optimaliseren. Als het bedrag kleiner is dan de twee derde, wordt het saldo vanaf 1 juli opnieuw bestemd voor alle andere subsidiabele aanvragen voor het lopende jaar.
Indien een subsidie rekening houdende met de beschikbare begroting in de loop van het jaar niet toegekend heeft kunnen worden, kan de operator zijn aanvraag voor het volgende jaar bevestigen via de opneming ervan in het meerjarig programma of de bijwerking ervan alsook via de zending van een schrijven aan de leidend ambtenaar.
Art. 37. Jusqu'au 30 juin de chaque année, les deux tiers des crédits du budget initial de l'année en cours, non liés à un financement alternatif ou à un cofinancement européen et affectés au financement des opérations régies par le décret sont réservés aux demandes de subside réceptionnées au plus tard le 31 mai et relatives à des projets inscrits dans les programmes pluriannuels d'investissements infrastructurels, ou dans ses actualisations, visés par le Gouvernement.
Au 31 mai, le fonctionnaire dirigeant dresse la liste des demandes réceptionnées.
Au 30 juin, le Ministre dresse la liste des demandes éligibles aux subsides parmi la liste des demandes réceptionnées.
Si le montant total des demandes réceptionnées est supérieur aux deux tiers du budget initial disponible, le Ministre veille à optimaliser la consommation des crédits. Si le montant est inférieur aux deux tiers, le solde est réaffecté dès le 1er juillet à toutes autres demandes éligibles pour l'année en cours.
Si, compte tenu du budget disponible, un subside n'a pu être accordé au cours de l'année, l'opérateur peut confirmer sa demande pour l'année suivante par son inscription dans le programme pluriannuel ou son actualisation ainsi que par l'envoi d'un courrier au fonctionnaire dirigeant.
Au 31 mai, le fonctionnaire dirigeant dresse la liste des demandes réceptionnées.
Au 30 juin, le Ministre dresse la liste des demandes éligibles aux subsides parmi la liste des demandes réceptionnées.
Si le montant total des demandes réceptionnées est supérieur aux deux tiers du budget initial disponible, le Ministre veille à optimaliser la consommation des crédits. Si le montant est inférieur aux deux tiers, le solde est réaffecté dès le 1er juillet à toutes autres demandes éligibles pour l'année en cours.
Si, compte tenu du budget disponible, un subside n'a pu être accordé au cours de l'année, l'opérateur peut confirmer sa demande pour l'année suivante par son inscription dans le programme pluriannuel ou son actualisation ainsi que par l'envoi d'un courrier au fonctionnaire dirigeant.
Afdeling 2. - Subsidiepercentage
Section 2. - Taux de subside
Art. 38. § 1. Het percentage van de subsidie toegekend voor een ontsluiting die bestaat in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek wordt bepaald als volgt :
De binnen de omtrek uitgevoerde handelingen, werken en onderzoeken genieten een basispercentage van de subsidie van 65 %.
Het basispercentage kan verhoogd worden met maximum 20 % in alle gevallen en voorwaarden bepaald in bijlage VIII.
§ 2. Onder "regionaal park" wordt verstaan de omtrek die bijdraagt tot de uitvoering van de prioritaire plannen van bedrijfsruimten of van de alternatieve financieringsprogramma's SOWAFINAL voor zover de erkenningsomtrek een oppervlakte van minstens 20 ha heeft.
De verhoging is ook van toepassing voor de budgettaire aanrekeningen op de gewone kredieten van de begroting van de uitgaven van het Waalse Gewest.
§ 3. Onder "gespecialiseerd park" wordt verstaan de omtrek die over minstens 75 % van zijn nuttige oppervlakte bestemd is :
a) voor de vestiging van activiteitensectoren die ressorteren onder één van concurrentiepolen van Wallonië;
b) of om erkend te worden als wetenschappelijk park en het net "Science Parks of Wallonia" te integreren;
c) of voor de vestiging van een bepaald aantal activiteitensectoren wegens elementen specifiek aan de omtrek, waarbij zijn economische oriëntatie wordt gerechtvaardigd; deze specifieke elementen kunnen met name de volgende zijn :
i. de overdrukken of de bijkomende voorschriften in het gewestplan;
ii. de nabijheid van de grondstof;
iii. de nabijheid van een voornamelijke verkeersinfrastructuur;
iv. de bijzondere hernieuwbare energiebronnen;
d) of voor de vestiging van economische activiteiten op verschillende percelen met een oppervlakte van minstens 10 hectare, gelegen in de nabijheid van de hoofdverkeersassen zoals snelwegen, havens en luchthavens, waar multimodale bewegingen mogelijk zijn.
Mag niet als "gespecialiseerd park" beschouwd worden, de omtrek die er zich toe beperkt om :
a) activiteitensectoren bedoeld in de Belgische versie van de statistieke nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE-BEL) uit te sluiten;
b) of sommige activiteitensectoren overeenkomstig het decreet of andere wetgevingen uit te sluiten;
c) of de toegelaten actitiveitensectoren op te sommen op basis van uitsluitend :
- de zonering voortvloeiend uit het gewestplan; of
- het gepolste verzorgingsgebied van de activiteiten; of
- de plaatselijke tewerstellingsmogelijkheden; of
- de gepolste kwalificatie van de te scheppen banen; of
- de afmeting van de percelen.
§ 4. Onder "publiek-privé-park" wordt verstaan de omtrek die uitgevoerd wordt :
- ofwel door een operator van categorie B in de zin van artikel 3, § 2, van het decreet, van wie de investering minstens 50 % van het totaalbedrag van de investering binnen de omtrek vertegenwoordigt;
- ofwel via een co-investering op voorwaarde dat de investering van de privaatrechtelijke rechtspersoon binnen de erkenningsomtrek minimum 20 % van het totaalbedrag van de investering binnen de omtrek vertegenwoordigt en dat ze niet uitsluitend de vorm aanneemt van een verrichting voor de onroerende bemiddeling, bevordering of ontwikkeling.
§ 5. Onder "publiek-privé-park" wordt verstaan de omtrek waarin elke van de privaatrechtelijke rechtspersoon betrokken bij of deelnemend aan het project de totale investering nodig voor de ontsluiting van de omtrek ter hoogte van minstens 25 % financiert.
§ 6. Onder "duurzaam park" wordt verstaan de omtrek die rekening houdt met de uitdagingen gebonden aan de duurzame ontwikkeling voor zover het :
- de oprichting van een micro-bedrijfsruimte in een bebouwd milieu beoogt, waarbij het stadsweefsel geregenereerd kan worden of economische activiteiten in een stedelijk milieu opnieuw kunnen worden gevestigd voor zover de omtrek een oppervlakte van maximum 10 hectare heeft; of,
- elke inrichting uitvoert binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan minstens twee hernieuwbare energiebronnen waarvan meerdere ondernemingen binnen de omtrek genieten voor zover hun openbare financiering wordt toegelaten; of,
- minstens vijf van de uitrustingen, inrichtingen of installaties bedoeld in artikel 5, § 2, tweede lid uitvoert.
§ 7. Onder "park "herin te richten locatie" wordt verstaan de omtrek waarvan minstens 75 % van zijn oppervlakte opgenomen wordt in een omtrek van een herin te richten locatie of van een locatie tot herstel van landschap en leefmilieu in de zin van het Wet van Ruimtelijke Ontwikkeling.
§ 8. Indien de omtrek op het grondgebied van meerdere gemeenten wordt bepaald, wordt de verhoging in het "park 2020" die op het grondgebied van één of meerdere van deze gemeenten toepasselijk is, vastgelegd naar rato van de betrokken oppervlakte.
§ 9. Voor de werken betreffende de oprichting van wegen die onder het gewestelijk openbaar domein ressorteren of die daarvoor bestemd zijn, wordt het subsidiepercentage bepaald op 80 % en is geen enkele verhoging van toepassing. Voor die werken kan het subsidiepercentage voor de algemene kosten op 100 % bepaald worden.
De binnen de omtrek uitgevoerde handelingen, werken en onderzoeken genieten een basispercentage van de subsidie van 65 %.
Het basispercentage kan verhoogd worden met maximum 20 % in alle gevallen en voorwaarden bepaald in bijlage VIII.
§ 2. Onder "regionaal park" wordt verstaan de omtrek die bijdraagt tot de uitvoering van de prioritaire plannen van bedrijfsruimten of van de alternatieve financieringsprogramma's SOWAFINAL voor zover de erkenningsomtrek een oppervlakte van minstens 20 ha heeft.
De verhoging is ook van toepassing voor de budgettaire aanrekeningen op de gewone kredieten van de begroting van de uitgaven van het Waalse Gewest.
§ 3. Onder "gespecialiseerd park" wordt verstaan de omtrek die over minstens 75 % van zijn nuttige oppervlakte bestemd is :
a) voor de vestiging van activiteitensectoren die ressorteren onder één van concurrentiepolen van Wallonië;
b) of om erkend te worden als wetenschappelijk park en het net "Science Parks of Wallonia" te integreren;
c) of voor de vestiging van een bepaald aantal activiteitensectoren wegens elementen specifiek aan de omtrek, waarbij zijn economische oriëntatie wordt gerechtvaardigd; deze specifieke elementen kunnen met name de volgende zijn :
i. de overdrukken of de bijkomende voorschriften in het gewestplan;
ii. de nabijheid van de grondstof;
iii. de nabijheid van een voornamelijke verkeersinfrastructuur;
iv. de bijzondere hernieuwbare energiebronnen;
d) of voor de vestiging van economische activiteiten op verschillende percelen met een oppervlakte van minstens 10 hectare, gelegen in de nabijheid van de hoofdverkeersassen zoals snelwegen, havens en luchthavens, waar multimodale bewegingen mogelijk zijn.
Mag niet als "gespecialiseerd park" beschouwd worden, de omtrek die er zich toe beperkt om :
a) activiteitensectoren bedoeld in de Belgische versie van de statistieke nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE-BEL) uit te sluiten;
b) of sommige activiteitensectoren overeenkomstig het decreet of andere wetgevingen uit te sluiten;
c) of de toegelaten actitiveitensectoren op te sommen op basis van uitsluitend :
- de zonering voortvloeiend uit het gewestplan; of
- het gepolste verzorgingsgebied van de activiteiten; of
- de plaatselijke tewerstellingsmogelijkheden; of
- de gepolste kwalificatie van de te scheppen banen; of
- de afmeting van de percelen.
§ 4. Onder "publiek-privé-park" wordt verstaan de omtrek die uitgevoerd wordt :
- ofwel door een operator van categorie B in de zin van artikel 3, § 2, van het decreet, van wie de investering minstens 50 % van het totaalbedrag van de investering binnen de omtrek vertegenwoordigt;
- ofwel via een co-investering op voorwaarde dat de investering van de privaatrechtelijke rechtspersoon binnen de erkenningsomtrek minimum 20 % van het totaalbedrag van de investering binnen de omtrek vertegenwoordigt en dat ze niet uitsluitend de vorm aanneemt van een verrichting voor de onroerende bemiddeling, bevordering of ontwikkeling.
§ 5. Onder "publiek-privé-park" wordt verstaan de omtrek waarin elke van de privaatrechtelijke rechtspersoon betrokken bij of deelnemend aan het project de totale investering nodig voor de ontsluiting van de omtrek ter hoogte van minstens 25 % financiert.
§ 6. Onder "duurzaam park" wordt verstaan de omtrek die rekening houdt met de uitdagingen gebonden aan de duurzame ontwikkeling voor zover het :
- de oprichting van een micro-bedrijfsruimte in een bebouwd milieu beoogt, waarbij het stadsweefsel geregenereerd kan worden of economische activiteiten in een stedelijk milieu opnieuw kunnen worden gevestigd voor zover de omtrek een oppervlakte van maximum 10 hectare heeft; of,
- elke inrichting uitvoert binnen of buiten de omtrek gebonden, zelfs gedeeltelijk, aan minstens twee hernieuwbare energiebronnen waarvan meerdere ondernemingen binnen de omtrek genieten voor zover hun openbare financiering wordt toegelaten; of,
- minstens vijf van de uitrustingen, inrichtingen of installaties bedoeld in artikel 5, § 2, tweede lid uitvoert.
§ 7. Onder "park "herin te richten locatie" wordt verstaan de omtrek waarvan minstens 75 % van zijn oppervlakte opgenomen wordt in een omtrek van een herin te richten locatie of van een locatie tot herstel van landschap en leefmilieu in de zin van het Wet van Ruimtelijke Ontwikkeling.
§ 8. Indien de omtrek op het grondgebied van meerdere gemeenten wordt bepaald, wordt de verhoging in het "park 2020" die op het grondgebied van één of meerdere van deze gemeenten toepasselijk is, vastgelegd naar rato van de betrokken oppervlakte.
§ 9. Voor de werken betreffende de oprichting van wegen die onder het gewestelijk openbaar domein ressorteren of die daarvoor bestemd zijn, wordt het subsidiepercentage bepaald op 80 % en is geen enkele verhoging van toepassing. Voor die werken kan het subsidiepercentage voor de algemene kosten op 100 % bepaald worden.
Art. 38. § 1er. Le taux du subside accordé pour une viabilisation, consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci est déterminé comme suit.
Les actes, travaux et études réalisés à l'intérieur du périmètre bénéficient d'un taux de base de subside fixé à soixante-cinq pour cent.
Le taux de base peut être majoré de maximum vingt pour cent dans les cas et conditions fixées à l'annexe VIII.
§ 2. Par " parc régional ", on entend le périmètre qui participe à la mise en oeuvre des plans prioritaires de zones d'activités économiques ou des programmes de financement alternatif SOWAFINAL pour autant que le périmètre de reconnaissance présente une superficie d'au moins vingt hectares.
La majoration s'applique en ce compris pour les imputations budgétaires sur les crédits ordinaires du budget des dépenses de la Région wallonne.
§ 3. Par " parc spécialisé ", on entend le périmètre qui, sur au moins septante-cinq pour cent de sa superficie utile, est destiné à :
a) accueillir des secteurs d'activités relevant d'un des pôles de compétitivité de la Wallonie;
b) ou être reconnu comme parc scientifique et intégrer le réseau Science Parks of Wallonia;
c) ou accueillir un nombre limité de secteurs d'activités en raison d'éléments spécifiques au périmètre justifiant son orientation économique; ces éléments spécifiques peuvent notamment être les suivants :
i. les surimpressions ou les prescriptions supplémentaires au plan de secteur;
ii. la proximité de la matière première;
iii. la proximité d'une principale infrastructure de communication;
iv. les sources particulières d'alimentation en énergie renouvelable;
d) ou accueillir des activités économiques sur plusieurs parcelles d'une contenance de minimum dix hectares situées à proximité des principales infrastructures de communication telles que les autoroutes, ports et aéroports et permettant la multimodalité.
Ne peut être considéré comme " parc spécialisé ", le périmètre qui se limite à :
a) exclure des secteurs d'activités visés dans la version belge de la nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté européenne (NACE-BEL);
b) ou exclure certains secteurs d'activités en application du décret ou d'autres législations;
c) ou énumérer les secteurs d'activités admis en se fondant exclusivement :
- sur le zonage résultant du plan de secteur; ou,
- sur la zone de chalandise des activités pressentie; ou,
- sur les potentialités locales de mise à l'emploi; ou,
- sur la qualification pressentie des emplois à créer; ou,
- sur la dimension des parcelles.
§ 4. Par " parc public-privé ", on entend le périmètre qui est mis en oeuvre :
- soit par un opérateur de catégorie B au sens de l'article 3, § 2, du décret, dont l'investissement représente minimum cinquante pour cent du montant total de l'investissement au sein du périmètre;
- soit au moyen d'un co-investissement, à condition que l'investissement de la personne de droit privé à l'intérieur du périmètre de reconnaissance représente minimum vingt-cinq pour cent du montant total de l'investissement au sein du périmètre et qu'il ne prenne pas la forme exclusivement d'une opération d'intermédiation, de promotion ou de développement immobiliers.
§ 5. Par " parc public-public ", on entend le périmètre à l'intérieur duquel chacune des personnes de droit public associée ou participante au projet finance à hauteur d'au moins vingt-cinq pour cent l'investissement total nécessaire à la viabilisation du périmètre.
§ 6. Par " parc durable ", on entend le périmètre qui intègre les enjeux liés au développement durable en ce qu'il :
- vise la création d'une micro-zone d'activités économiques en milieu urbanisé, permettant de régénérer le tissu urbain ou de réimplanter des activités économiques en milieu urbain, pour autant que le périmètre présente une superficie de maximum 10 hectares; ou,
- met en oeuvre tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié même partiellement, à au moins deux sources d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que leur financement public soit autorisé; ou,
- met en oeuvre au moins cinq des équipements, aménagements ou installations visés à l'article 5, § 2, alinéa 2.
§ 7. Par " parc SAR ", on entend le périmètre dont au moins septante-cinq pour cent de sa superficie est intégrée dans un périmètre de site à réaménager ou de site de réhabilitation paysagère et environnementale au sens du Code de Développement territorial.
§ 8. Dans le " parc 2020 ", si le périmètre est établi sur le territoire de plusieurs communes, la majoration applicable sur le territoire de l'une ou plusieurs d'elles, est déterminée au prorata de la superficie concernée.
§ 9. Pour les travaux relatifs à la création de voiries relevant du domaine public régional ou destinées à y être incorporées, le taux de subside est fixé à quatre-vingt pour cent et aucune majoration n'est d'application. Pour ces travaux, le taux de subside pour les frais généraux peut être fixé à cent pour cent.
Les actes, travaux et études réalisés à l'intérieur du périmètre bénéficient d'un taux de base de subside fixé à soixante-cinq pour cent.
Le taux de base peut être majoré de maximum vingt pour cent dans les cas et conditions fixées à l'annexe VIII.
§ 2. Par " parc régional ", on entend le périmètre qui participe à la mise en oeuvre des plans prioritaires de zones d'activités économiques ou des programmes de financement alternatif SOWAFINAL pour autant que le périmètre de reconnaissance présente une superficie d'au moins vingt hectares.
La majoration s'applique en ce compris pour les imputations budgétaires sur les crédits ordinaires du budget des dépenses de la Région wallonne.
§ 3. Par " parc spécialisé ", on entend le périmètre qui, sur au moins septante-cinq pour cent de sa superficie utile, est destiné à :
a) accueillir des secteurs d'activités relevant d'un des pôles de compétitivité de la Wallonie;
b) ou être reconnu comme parc scientifique et intégrer le réseau Science Parks of Wallonia;
c) ou accueillir un nombre limité de secteurs d'activités en raison d'éléments spécifiques au périmètre justifiant son orientation économique; ces éléments spécifiques peuvent notamment être les suivants :
i. les surimpressions ou les prescriptions supplémentaires au plan de secteur;
ii. la proximité de la matière première;
iii. la proximité d'une principale infrastructure de communication;
iv. les sources particulières d'alimentation en énergie renouvelable;
d) ou accueillir des activités économiques sur plusieurs parcelles d'une contenance de minimum dix hectares situées à proximité des principales infrastructures de communication telles que les autoroutes, ports et aéroports et permettant la multimodalité.
Ne peut être considéré comme " parc spécialisé ", le périmètre qui se limite à :
a) exclure des secteurs d'activités visés dans la version belge de la nomenclature statistique des activités économiques dans la Communauté européenne (NACE-BEL);
b) ou exclure certains secteurs d'activités en application du décret ou d'autres législations;
c) ou énumérer les secteurs d'activités admis en se fondant exclusivement :
- sur le zonage résultant du plan de secteur; ou,
- sur la zone de chalandise des activités pressentie; ou,
- sur les potentialités locales de mise à l'emploi; ou,
- sur la qualification pressentie des emplois à créer; ou,
- sur la dimension des parcelles.
§ 4. Par " parc public-privé ", on entend le périmètre qui est mis en oeuvre :
- soit par un opérateur de catégorie B au sens de l'article 3, § 2, du décret, dont l'investissement représente minimum cinquante pour cent du montant total de l'investissement au sein du périmètre;
- soit au moyen d'un co-investissement, à condition que l'investissement de la personne de droit privé à l'intérieur du périmètre de reconnaissance représente minimum vingt-cinq pour cent du montant total de l'investissement au sein du périmètre et qu'il ne prenne pas la forme exclusivement d'une opération d'intermédiation, de promotion ou de développement immobiliers.
§ 5. Par " parc public-public ", on entend le périmètre à l'intérieur duquel chacune des personnes de droit public associée ou participante au projet finance à hauteur d'au moins vingt-cinq pour cent l'investissement total nécessaire à la viabilisation du périmètre.
§ 6. Par " parc durable ", on entend le périmètre qui intègre les enjeux liés au développement durable en ce qu'il :
- vise la création d'une micro-zone d'activités économiques en milieu urbanisé, permettant de régénérer le tissu urbain ou de réimplanter des activités économiques en milieu urbain, pour autant que le périmètre présente une superficie de maximum 10 hectares; ou,
- met en oeuvre tout équipement, interne ou externe au périmètre, lié même partiellement, à au moins deux sources d'énergie renouvelable bénéficiant à plusieurs entreprises au sein du périmètre pour autant que leur financement public soit autorisé; ou,
- met en oeuvre au moins cinq des équipements, aménagements ou installations visés à l'article 5, § 2, alinéa 2.
§ 7. Par " parc SAR ", on entend le périmètre dont au moins septante-cinq pour cent de sa superficie est intégrée dans un périmètre de site à réaménager ou de site de réhabilitation paysagère et environnementale au sens du Code de Développement territorial.
§ 8. Dans le " parc 2020 ", si le périmètre est établi sur le territoire de plusieurs communes, la majoration applicable sur le territoire de l'une ou plusieurs d'elles, est déterminée au prorata de la superficie concernée.
§ 9. Pour les travaux relatifs à la création de voiries relevant du domaine public régional ou destinées à y être incorporées, le taux de subside est fixé à quatre-vingt pour cent et aucune majoration n'est d'application. Pour ces travaux, le taux de subside pour les frais généraux peut être fixé à cent pour cent.
Art. 39. Het bedrag de subsidie toegekend voor een ontsluiting die bestaat in de oprichting, de aankoop of de verbouwing van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum wordt als volgt bepaald.
Het bedrag wordt op 80 % van de basisberekeningen voor de subsidie bepaald zonder dat bedoelde subsidie 375 000 euro mag overschrijden voor een gebouw voor tijdelijk onthaal en 500 000 euro voor een ondersteunend dienstencentrum.
Indien het gebouw gelegen is in een omtrek die de verhoging voor "regionaal park" of "gespecialiseerd park" of "park 'herin te richten locatie'" geniet, worden de in het vorige lid bedoelde bedragen met 50 % verhoogd.
Het bedrag van de in het tweede lid bedoelde subsidie mag het verschil tussen de investeringskosten en de winstmarge van de investering niet overschrijden. De winstmarge wordt afgetrokken van de ex-ante-investeringskosten op grond van redelijke projecties.
Het bedrag wordt op 80 % van de basisberekeningen voor de subsidie bepaald zonder dat bedoelde subsidie 375 000 euro mag overschrijden voor een gebouw voor tijdelijk onthaal en 500 000 euro voor een ondersteunend dienstencentrum.
Indien het gebouw gelegen is in een omtrek die de verhoging voor "regionaal park" of "gespecialiseerd park" of "park 'herin te richten locatie'" geniet, worden de in het vorige lid bedoelde bedragen met 50 % verhoogd.
Het bedrag van de in het tweede lid bedoelde subsidie mag het verschil tussen de investeringskosten en de winstmarge van de investering niet overschrijden. De winstmarge wordt afgetrokken van de ex-ante-investeringskosten op grond van redelijke projecties.
Art. 39. Le montant de subside accordé pour une viabilisation, consistant en la création, l'acquisition ou la transformation d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires est déterminé comme suit.
Le taux est fixé à quatre-vingt pour cent des bases de calcul du subside, sans que celui-ci ne puisse dépasser trois cent septante-cinq mille euros pour un bâtiment d'accueil temporaire et cinq cent mille euros pour un centre de services auxiliaires.
Néanmoins, si le bâtiment est situé dans un périmètre bénéficiant de la majoration pour " parc régional " ou " parc spécialisé " ou " parc SAR ", les montants mentionnés à l'alinéa précédent sont augmentés de cinquante pour cent.
Le montant du subside visé à l'alinéa 2 ne peut dépasser la différence entre les coûts d'investissement et la marge d'exploitation de l'investissement. La marge d'exploitation est déduite des coûts d'investissement ex ante, sur la base de projections raisonnables.
Le taux est fixé à quatre-vingt pour cent des bases de calcul du subside, sans que celui-ci ne puisse dépasser trois cent septante-cinq mille euros pour un bâtiment d'accueil temporaire et cinq cent mille euros pour un centre de services auxiliaires.
Néanmoins, si le bâtiment est situé dans un périmètre bénéficiant de la majoration pour " parc régional " ou " parc spécialisé " ou " parc SAR ", les montants mentionnés à l'alinéa précédent sont augmentés de cinquante pour cent.
Le montant du subside visé à l'alinéa 2 ne peut dépasser la différence entre les coûts d'investissement et la marge d'exploitation de l'investissement. La marge d'exploitation est déduite des coûts d'investissement ex ante, sur la base de projections raisonnables.
Art. 40. Het subsidiepercentage toegekend voor een herdynamisering in de zin van artikel 1, 4°, van het decreet is 80 %.
Art. 40. Le taux de subside accordé pour une redynamisation au sens de l'article 1er, 4° du décret est de quatre-vingts pour cent.
Art. 41. Het subsidiepercentage toegekend voor een terugkoop in de zin van de artikelen 83 en 84 van het decreet is 30 %.
Art. 41. Le taux de subside accordé pour un rachat au sens des articles 83 et 84 du décret est de trente pour cent.
Art. 42. Het subsidiepercentage van de algemene kosten die bestaan in onderzoeken in de zin van artikel 1, 5°, van het decreet is het volgende :
a) voor onderzoeks- en leidingskosten :
1. maximum zes procent voor de eerste schijf van de gesubsidieerde werken tot 250 000 euro;
2. maximum vier procent voor de tweede schijf van de gesubsidieerde werken, inbegrepen tussen 250 000 euro en 500 000 euro;
3. maximum drie procent voor het gedeelte van de gesubsidieerde werken hoger dan 500 000 euro;
b) voor toezichtkosten, drie procent van het totaalbedrag van de gesubsidieerde werken;
b) voor administratieve kosten, één procent van het totaalbedrag van de gesubsidieerde werken.
a) voor onderzoeks- en leidingskosten :
1. maximum zes procent voor de eerste schijf van de gesubsidieerde werken tot 250 000 euro;
2. maximum vier procent voor de tweede schijf van de gesubsidieerde werken, inbegrepen tussen 250 000 euro en 500 000 euro;
3. maximum drie procent voor het gedeelte van de gesubsidieerde werken hoger dan 500 000 euro;
b) voor toezichtkosten, drie procent van het totaalbedrag van de gesubsidieerde werken;
b) voor administratieve kosten, één procent van het totaalbedrag van de gesubsidieerde werken.
Art. 42. Le taux de subside des frais généraux constituant des études au sens de l'article 1er, 5°, du décret est le suivant :
a) pour des frais d'études et de direction:
1. six pour cent maximum pour la première tranche des travaux subsidiés jusqu'à deux cent cinquante mille euros;
2. quatre pour cent maximum pour la deuxième tranche des travaux subsidiés, comprise entre deux cent cinquante mille et cinq cent mille euros;
3. trois pour cent maximum pour la partie des travaux subsidiés dépassant cinq cent mille euros;
b) pour des frais de surveillance, trois pour cent maximum du montant total des travaux subsidiés;
c) pour des frais administratifs, un pour cent maximum du montant total des travaux subsidiés.
a) pour des frais d'études et de direction:
1. six pour cent maximum pour la première tranche des travaux subsidiés jusqu'à deux cent cinquante mille euros;
2. quatre pour cent maximum pour la deuxième tranche des travaux subsidiés, comprise entre deux cent cinquante mille et cinq cent mille euros;
3. trois pour cent maximum pour la partie des travaux subsidiés dépassant cinq cent mille euros;
b) pour des frais de surveillance, trois pour cent maximum du montant total des travaux subsidiés;
c) pour des frais administratifs, un pour cent maximum du montant total des travaux subsidiés.
Art. 43. Het subsidiepercentage toegekend voor de aankoop van het onroerend goed bedoeld in artikel 59, tweede lid, van het decreet is het volgende :
a) 15 %;
b) of 50 % wanneer de aankoop betrekking heeft op een onroerend goed gelegen :
i. op de gebieden van de spoorweginfrastructuren in de zin van artikel D.II.19 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; of
ii. in een woongebied, in een woongebied met landelijk karakter, in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, in een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg of in een gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, in het gewestplan; of,
iii. in een omtrek van een herin te richten locatie of een locatie tot herstel van landschap en leefmilieu in de zin van het Wet van Ruimtelijke Ontwikkeling.
In dit geval heeft de subsidie betrekking op de aankoopprijs van het onroerend goed beperkt tot de prijs geëvalueerd door het Aankoopcomité of door het college van drie notarissen, op de algemene aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan de kosten betreffende de aankoopprijs en de meetkosten.
a) 15 %;
b) of 50 % wanneer de aankoop betrekking heeft op een onroerend goed gelegen :
i. op de gebieden van de spoorweginfrastructuren in de zin van artikel D.II.19 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling; of
ii. in een woongebied, in een woongebied met landelijk karakter, in een gebied voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, in een gebied waarvan de inrichting door de gemeente onderworpen is aan een overleg of in een gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting door de gemeente aan een overlegprocedure onderworpen is, in het gewestplan; of,
iii. in een omtrek van een herin te richten locatie of een locatie tot herstel van landschap en leefmilieu in de zin van het Wet van Ruimtelijke Ontwikkeling.
In dit geval heeft de subsidie betrekking op de aankoopprijs van het onroerend goed beperkt tot de prijs geëvalueerd door het Aankoopcomité of door het college van drie notarissen, op de algemene aankoopkosten die niet hoger mogen zijn dan de kosten betreffende de aankoopprijs en de meetkosten.
Art. 43. Le taux de subside accordé pour l'acquisition du bien immobilier visée à l'article 59, alinéa 2, du décret est le suivant :
a) quinze pour cent;
b) ou cinquante pour cent lorsque l'acquisition porte sur un bien immobilier situé :
i. dans les domaines des infrastructures ferroviaires au sens de l'article D.II.19 du Code de Développement territorial; ou,
ii. dans une zone d'habitat, dans une zone d'habitat à caractère rural, dans une zone de services publics et d'intérêts communautaires, dans une zone d'aménagement communal concerté ou dans une zone d'aménagement communal concerté à caractère économique au plan de secteur; ou,
iii. dans un périmètre de site à réaménager ou de site de réhabilitation paysagère et environnementale au sens du Code de Développement territorial.
Dans ce cas, le subside porte sur le prix d'achat du bien immobilier, limité au prix évalué par le Comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires, sur les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat et sur les frais de mesurage.
a) quinze pour cent;
b) ou cinquante pour cent lorsque l'acquisition porte sur un bien immobilier situé :
i. dans les domaines des infrastructures ferroviaires au sens de l'article D.II.19 du Code de Développement territorial; ou,
ii. dans une zone d'habitat, dans une zone d'habitat à caractère rural, dans une zone de services publics et d'intérêts communautaires, dans une zone d'aménagement communal concerté ou dans une zone d'aménagement communal concerté à caractère économique au plan de secteur; ou,
iii. dans un périmètre de site à réaménager ou de site de réhabilitation paysagère et environnementale au sens du Code de Développement territorial.
Dans ce cas, le subside porte sur le prix d'achat du bien immobilier, limité au prix évalué par le Comité d'acquisition ou par le collège de trois notaires, sur les frais légaux d'acquisition qui ne peuvent excéder ceux relatifs au prix d'achat et sur les frais de mesurage.
Afdeling 3. - Vereffening van de subsidies
Section 3. - Liquidation des subsides
Art. 44. De subsidie toegekend voor een ontsluiting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet, die bestaat in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek wordt vereffend als volgt :
a) een voorschot van 30 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
b) een voorschot van 30% van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 30% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
c) een voorschot van 20 % van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 60% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
d) het saldo van de subsidie bij de goedkeuring op voorlegging van de eindafrekening van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten wordt ten belope van twee derde uitbetaald op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten en van een derde na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
a) een voorschot van 30 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
b) een voorschot van 30% van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 30% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
c) een voorschot van 20 % van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 60% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
d) het saldo van de subsidie bij de goedkeuring op voorlegging van de eindafrekening van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten wordt ten belope van twee derde uitbetaald op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten en van een derde na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Art. 44. Le subside accordé pour une viabilisation au sens de l'article 1er, 3°, du décret, consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci est liquidé comme suit:
a) une avance de trente pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
b) une avance de trente pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint trente pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
c) une avance de vingt pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint soixante pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
d) le solde du subside lors de l'approbation sur présentation du décompte final de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux est liquidé à concurrence de deux tiers sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux et d'un tiers après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur ainsi que du procès-verbal de réception provisoire.
a) une avance de trente pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
b) une avance de trente pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint trente pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
c) une avance de vingt pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint soixante pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
d) le solde du subside lors de l'approbation sur présentation du décompte final de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux est liquidé à concurrence de deux tiers sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux et d'un tiers après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur ainsi que du procès-verbal de réception provisoire.
Art. 45. De subsidie toegekend voor een ontsluiting in de zin van artikel 1, 3°, van het decreet, die bestaat in de oprichting, de aankoop of de verbouwing van een gebouw voor tijdelijk onthaal of van ondersteunend dienstencentrum wordt bepaald als volgt :
a) een voorschot van 75 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
b) het saldo van de subsidie na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de eindafrekening goedgekeurd door de operator van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten met betrekking tot de werken waarvan sprake in het eerste lid wordt uitbetaald na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
a) een voorschot van 75 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
b) het saldo van de subsidie na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de eindafrekening goedgekeurd door de operator van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten met betrekking tot de werken waarvan sprake in het eerste lid wordt uitbetaald na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Art. 45. Le subside accordé pour une viabilisation au sens de l'article 1er, 3°, du décret, consistant en la création, l'acquisition ou la transformation d'un bâtiment d'accueil temporaire ou d'un centre de services auxiliaires, est liquidé comme suit :
a) une avance de septante-cinq pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
b) le solde du subside après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux afférents aux travaux visés à l'alinéa 1er, est liquidé après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur et du procès-verbal de réception provisoire.
a) une avance de septante-cinq pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
b) le solde du subside après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux afférents aux travaux visés à l'alinéa 1er, est liquidé après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur et du procès-verbal de réception provisoire.
Art. 46. De subsidie toegekend voor een herdynamisering in de zin van artikel 1, 4°, van het decreet wordt uitbetaald als volgt :
1° een voorschot van 30 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
2° een voorschot van 30% van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 30% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
3° een voorschot van 20 % van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 60% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werkzaamheden bedraagt;
4° het saldo van de subsidie na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de eindafrekening goedgekeurd door de operator van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten wordt ten belope van twee derde uitbetaald op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten en van een derde na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
1° een voorschot van 30 % van het bedrag van de subsidie op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten;
2° een voorschot van 30% van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 30% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werken bedraagt;
3° een voorschot van 20 % van het bedrag van de subsidie wanneer het samengevoegd bedrag van de uitgevoerde werken 60% van het bedrag van de in het toekenningsbesluit subsidieerbaar verklaarde werkzaamheden bedraagt;
4° het saldo van de subsidie na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de eindafrekening goedgekeurd door de operator van alle werken.
De subsidie voor de algemene kosten wordt ten belope van twee derde uitbetaald op vertoon van de brief van de operator waarbij hij de aannemer het bevel geeft de werken aan te vatten en van een derde na goedkeuring van de in aanmerking komende uitgaven van de door de operator goedgekeurde eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Art. 46. Le subside accordé pour une redynamisation au sens de l'article 1er, 4°, du décret est liquidé comme suit :
1° une avance de trente pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
2° une avance de trente pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint 30 % du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
3° une avance de vingt pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint soixante pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
4° le solde du subside après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux est liquidé à concurrence de deux tiers sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux et d'un tiers après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur ainsi que du procès-verbal de réception provisoire.
1° une avance de trente pour cent du montant du subside sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux;
2° une avance de trente pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint 30 % du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
3° une avance de vingt pour cent du montant du subside lorsque le montant cumulé des travaux exécutés atteint soixante pour cent du montant des travaux déclarés subsidiables dans l'arrêté d'octroi;
4° le solde du subside après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur de l'ensemble des travaux.
Le subside pour les frais généraux est liquidé à concurrence de deux tiers sur production de la lettre de l'opérateur notifiant à l'entrepreneur l'ordre de commencer les travaux et d'un tiers après approbation des dépenses éligibles du décompte final approuvé par l'opérateur ainsi que du procès-verbal de réception provisoire.
Art. 47. De subsidie toegekend voor een gedwongen terugkoop bedoeld in artikel 83 van het decreet of voor elke terugkoop van een gebouw in geval van opzegging van de huurovereenkomst of van afstand van zakelijke rechten bedoeld in artikel 84 van het decreet wordt uitbetaald op voorlegging van de authentieke akte tot vastlegging van de overdracht van eigendom van het goed aan de operator.
Art. 47. Le subside accordé pour un rachat forcé visé à l'article 83 du décret ou un rachat de bâtiment en cas de résiliation de la convention de location ou de cession de droits réels visée à l'article 84 du décret est liquidé sur présentation de l'acte authentique établissant le transfert de propriété du bien à l'opérateur.
Art. 48. De subsidie toegekend voor de aankoop van het onroerend goed bedoeld in artikel 59, tweede lid, van het decreet wordt in één keer uitbetaald op voorlegging van de authentieke akte tot vastlegging van de overdracht van eigendom van het goed aan de operator en van de rechtvaardiging van de subsidiabele kosten.
Art. 48. Le subside accordé pour l'acquisition du bien immobilier visée à l'article 59, aliéna 2, du décret, est liquidé en une fois sur présentation de l'acte authentique établissant le transfert de propriété du terrain à l'opérateur ainsi que de la justification des frais éligibles.
Art. 49. De bijkomende subsidie toegekend voor een overschrijding van het gegunde bedrag overeenkomstig artikel 64, tweede lid, van het decreet, wordt uitbetaald na goedkeuring door de operator van de subsidiabele uitgaven van het supplement in de eindafrekening en van het proces-verbaal van voorlopige oplevering.
Art. 49. Le subside complémentaire accordé pour un dépassement du montant adjugé conformément à l'article 64, alinéa 2, du décret est liquidé après approbation des dépenses éligibles par l'opérateur du supplément au décompte final et du procès-verbal de réception provisoire.
Art. 50. Ten gevolge van een beslissing tot wijziging van het subsidiepercentage overeenkomstig artikel 67, tweede lid, van het decreet kan de Minister, om een geĂŻnde subsidie terug te vorderen, overgaan tot een compensatie tussen te terug te vorderen sommen en de aan de operator verschuldigde sommen rekening houdende met de goedgekeurde eindafrekening.
Wanneer het terug te vorderen bedrag hoger is dan het aan de operator verschuldigde bedrag, verplicht de Minister de operator om het saldo terug te betalen.
Wanneer het terug te vorderen bedrag hoger is dan het aan de operator verschuldigde bedrag, verplicht de Minister de operator om het saldo terug te betalen.
Art. 50. A la suite d'une décision de modification du taux de subside prise en application de l'article 67, alinéa 2, du décret, pour récupérer un subside perçu, le Ministre peut procéder à une compensation entre les sommes à récupérer et les sommes dues à l'opérateur en considération du décompte final approuvé.
Lorsque le montant à récupérer est supérieur au montant dû à l'opérateur, le Ministre impose à l'opérateur le remboursement du solde.
Lorsque le montant à récupérer est supérieur au montant dû à l'opérateur, le Ministre impose à l'opérateur le remboursement du solde.
Art. 51. De leidend ambtenaar gaat over tot de jaarlijkse controle op de financiële toestand m.b.t. de kosten en alle geïnde ontvangsten of vaststaande ontvangsten van het project overgemaakt door de operator van categorie B op basis van artikel 71, eerste lid, g), van het decreet.
De leidend ambtenaar kan vorderen om door de operator in het bezit te worden gesteld van alle boekhoudkundige, fiscale of financiële bewijsstukken die hij nodig acht.
Indien de op 31 december besloten boekhoudkundige, fiscale of financiële toestand als voorlopig moet worden beschouwd, kan de leidend ambtenaar vorderen om door de operator in het bezit te worden gesteld van de vaststelling van de definitieve rekeningen aangenomen na de overmaking van het jaarverslag.
Wanneer uit de financiële toestand blijkt dat het project overeenkomstig artikel 68 van het decreet een winstmarge ten gunste van de operator van categorie B genereert, brengt de leidend ambtenaar de operator in kennis daarvan die overgaat tot de terugbetaling van de subsidie, vastgesteld in verhouding tot de winstmarge en vermeerderd met de interesten berekend op basis van het referentiepercentage aangenomen door de Europese Commissie op grond van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag.
De leidend ambtenaar kan vorderen om door de operator in het bezit te worden gesteld van alle boekhoudkundige, fiscale of financiële bewijsstukken die hij nodig acht.
Indien de op 31 december besloten boekhoudkundige, fiscale of financiële toestand als voorlopig moet worden beschouwd, kan de leidend ambtenaar vorderen om door de operator in het bezit te worden gesteld van de vaststelling van de definitieve rekeningen aangenomen na de overmaking van het jaarverslag.
Wanneer uit de financiële toestand blijkt dat het project overeenkomstig artikel 68 van het decreet een winstmarge ten gunste van de operator van categorie B genereert, brengt de leidend ambtenaar de operator in kennis daarvan die overgaat tot de terugbetaling van de subsidie, vastgesteld in verhouding tot de winstmarge en vermeerderd met de interesten berekend op basis van het referentiepercentage aangenomen door de Europese Commissie op grond van artikel 10 van Verordening (EG) nr. 794/2004 van de Commissie van 21 april 2004 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 659/1999 van de Raad tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 93 van het EG-Verdrag.
Art. 51. Le fonctionnaire dirigeant procède au contrôle annuel de l'état financier portant sur les coûts et toutes les recettes encaissées ou certaines du projet transmis par l'opérateur de catégorie B sur la base de l'article 71, alinéa 1er, g), du décret.
Le fonctionnaire dirigeant peut se faire remettre par l'opérateur toutes pièces justificatives comptables, fiscales ou financières qu'il juge nécessaire.
Si la situation comptable, fiscale ou financière arrêtée au 31 décembre doit être considérée comme provisoire, le fonctionnaire dirigeant peut se faire produire par l'opérateur l'arrêt des comptes définitifs adopté postérieurement à la transmission du rapport annuel.
En application de l'article 68 du décret, dans l'hypothèse où il ressort de l'état financier que le projet génère une marge bénéficiaire au profit de l'opérateur de catégorie B, le fonctionnaire dirigeant en informe l'opérateur qui procède au remboursement du subside, établi proportionnellement à la marge bénéficiaire et augmenté des intérêts calculés sur base du taux de référence adopté par la Commission européenne sur la base de l'article 10 du règlement (CE) n° 794/2004 de la Commission du 21 avril 2004 concernant la mise en oeuvre du règlement (CE) n° 659/1999 du Conseil portant modalités d'application de l'article 93 du traité CE.
Le fonctionnaire dirigeant peut se faire remettre par l'opérateur toutes pièces justificatives comptables, fiscales ou financières qu'il juge nécessaire.
Si la situation comptable, fiscale ou financière arrêtée au 31 décembre doit être considérée comme provisoire, le fonctionnaire dirigeant peut se faire produire par l'opérateur l'arrêt des comptes définitifs adopté postérieurement à la transmission du rapport annuel.
En application de l'article 68 du décret, dans l'hypothèse où il ressort de l'état financier que le projet génère une marge bénéficiaire au profit de l'opérateur de catégorie B, le fonctionnaire dirigeant en informe l'opérateur qui procède au remboursement du subside, établi proportionnellement à la marge bénéficiaire et augmenté des intérêts calculés sur base du taux de référence adopté par la Commission européenne sur la base de l'article 10 du règlement (CE) n° 794/2004 de la Commission du 21 avril 2004 concernant la mise en oeuvre du règlement (CE) n° 659/1999 du Conseil portant modalités d'application de l'article 93 du traité CE.
HOOFDSTUK IV. - Afschaffing van het economische gebruik van het gesubsidieerde goed
CHAPITRE IV. - Suppression de l'usage économique du bien subsidié
Art. 52. Om over te gaan tot de evenredige terugvordering van de subsidie overeenkomstig artikel 70 van het decreet, kan de Minister zich gronden op de inkomstenbron veroorzaakt door de vervanging van het economische gebruik van het goed door een ander gebruik en berekend op basis van de prijs van het gesubsidieerde gebouw, verminderd met een aflossing hiervan gespreid over een duur die in het besluit tot subsidietoekenning vastligt.
Art. 52. Afin de procéder à la récupération proportionnée du subside conformément à l'article 70 du décret, le Ministre peut se fonder sur la source de revenu générée par le remplacement de l'usage économique du bien par un autre usage et calculée en se basant sur le coût du bâtiment subsidié diminué d'un amortissement de celui-ci étalé sur une durée fixée dans l'arrêté d'octroi de subside.
HOOFDSTUK V. - Rapportering, controle en sancties
CHAPITRE V. - Rapportage, contrĂ´le et sanctions
Art. 53. Het verslag van de operator wordt bepaald overeenkomstig het formulier bedoeld in bijlage IX bij dit besluit.
Art. 53. Le rapport de l'opérateur est établi suivant le formulaire établi en annexe IX du présent arrêté.
Art. 54. De mededeling van de leidend ambtenaar waarbij de operator in kennis wordt gesteld van de vastgestelde tekortkomingen, wordt bij elk procédé waarbij een vaste datum aan de ontvangst ervan wordt verleend, aan de operator gericht.
De beslissing van de Minister wordt bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd, aan de operator meegedeeld.
De beslissing van de Minister wordt bij elk procédé waarbij het bewijs van de datum van zending en van de ontvangst ervan wordt geleverd, aan de operator meegedeeld.
Art. 54. La communication du fonctionnaire dirigeant informant l'opérateur des manquements constatés est adressée à l'opérateur par tout procédé assurant date certaine à sa réception.
La décision du Ministre est communiquée à l'opérateur par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date et de la réception de l'envoi.
La décision du Ministre est communiquée à l'opérateur par tout procédé qui permet d'assurer la preuve de la date et de la réception de l'envoi.
TITEL 5. - Terbeschikkingstelling
TITRE 5. - De la mise Ă disposition
Art. 55. Indien er geen beroep op het aankoopcomité wordt gedaan, leeft het beroep op een college van drie notarissen om de prijs te bepalen van de over te dragen rechten of om akten van verkoop, overdracht van zakelijke rechten of huur van hand tot hand op te stellen, de in artikel 20 bepaalde principes na.
Art. 55. A défaut de solliciter le Comité d'acquisition, le recours à un collège de trois notaires pour déterminer le prix des droits à céder ou établir les actes de vente, de cession de droits réels ou de location de gré à gré respecte les principes établis à l'article 20.
TITEL 7. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
TITRE 6. - Des dispositions abrogatoires, transitoires et finales
Art. 56. De bevoegdheden toegekend aan de Regering door de artikelen 4, lid 4, 12, §§ 1 en2, lid 1, 4 en 6, 13, 17, §§ 1 en 2, lid 1, 4 en 6, 18, 20, 21, 31, 32, 36, 46, §§ 1 en 2,lid 1 et 3, 47, 51, 59, 62, 66, § 2, lid 5, 67, lid 2, 69, 70, 71, lid 3, 73, 76, lid 1 en 2, 86, lid 2, 87, en 88, van het decreet worden door de Minister uitgeoefend.
Art. 56. Les compétences dévolues au Gouvernement par les articles 4, alinéa 4, 12, §§ 1er et 2, alinéas 1, 4 et 6, 13, 17, §§ 1er et 2, alinéas 1, 4 et 6, 18, 20, 21, 31, 32, 36, 46, §§ 1er et 2, alinéas 1 et 3, 47, 51, 59, 62, 66, § 2, alinéa 5, 67, alinéa 2, 69, 70, 71, alinéa 3, 73, 76, alinéas 1 et 2, 86, alinéa 2, 87, et 88, du décret sont exercées par le Ministre.
Art. 57. Het decreet van 2 februari 2017 betreffende de ontwikkeling van bedrijfsparken treedt in werking op 1 september 2017 met uitzondering van de artikelen 4, lid 1, 2 en 5, 60, lid 1, 71, lid 1 en 3, en 76, lid 1 en 2, die op 1 januari 2018 in werking treden.
De uitsluiting van de kleinhandel in de erkenningsomtrek, zoals bepaald in artikel 1, 1°, van het decreet, is niet van toepassing voor de handels die regelmatig gevestigd zijn in elke erkenningsomtrek goedgekeurd voor de inwerkingtreding van het decreet behalve indien het besluit dat bedoelde erkenningsomtrek heeft aangenomen, er de kleinhandel heeft uitgesloten.
De periode van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het decreet is geënt op de duur van de lopende gewestelijke legislatuur. Bij wijze van overgangsmaatregel wordt het programma en de bijwerkingen ervan die ten gevolge van de inwerkingtreding van het decreet uitgewerkt moeten worden, vastgelegd over een periode die op 1 januari 2018 begint en die op 31 december 2019 eindigt.
Overeenkomstig artikel 85, tweede lid, b), van het decreet, worden de gevolgen van het decreet van 11 maart 2004 gehandhaafd wat betreft de mogelijkheid bedoeld in artikel 13 van het decreet van 11 maart 2004 maart betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid voor de operator om een van het visum van het comité voorzien aanbod in der minne of in rechte voor te stellen tot de inwerkingtreding van de in artikel 20 bedoelde overeenkomst die tussen het Waalse Gewest en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat gesloten moet worden.
De uitsluiting van de kleinhandel in de erkenningsomtrek, zoals bepaald in artikel 1, 1°, van het decreet, is niet van toepassing voor de handels die regelmatig gevestigd zijn in elke erkenningsomtrek goedgekeurd voor de inwerkingtreding van het decreet behalve indien het besluit dat bedoelde erkenningsomtrek heeft aangenomen, er de kleinhandel heeft uitgesloten.
De periode van het meerjarig programma van infrastructurele investeringen bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het decreet is geënt op de duur van de lopende gewestelijke legislatuur. Bij wijze van overgangsmaatregel wordt het programma en de bijwerkingen ervan die ten gevolge van de inwerkingtreding van het decreet uitgewerkt moeten worden, vastgelegd over een periode die op 1 januari 2018 begint en die op 31 december 2019 eindigt.
Overeenkomstig artikel 85, tweede lid, b), van het decreet, worden de gevolgen van het decreet van 11 maart 2004 gehandhaafd wat betreft de mogelijkheid bedoeld in artikel 13 van het decreet van 11 maart 2004 maart betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid voor de operator om een van het visum van het comité voorzien aanbod in der minne of in rechte voor te stellen tot de inwerkingtreding van de in artikel 20 bedoelde overeenkomst die tussen het Waalse Gewest en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat gesloten moet worden.
Art. 57. Le décret du 2 février 2017 relatif au développement de parcs d'activités économiques entre en vigueur le 1er septembre 2017 à l'exception des articles 4, alinéas 1, 2 et 5, 60, alinéa 1, 71, alinéas 1 et 3, et 76, alinéas 1 et 2, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2018.
L'exclusion du commerce de détail dans le périmètre de reconnaissance, telle que prévue à l'article 1er, 1°, du décret, n'est pas d'application pour les commerces implantés régulièrement dans tout périmètre de reconnaissance approuvé avant l'entrée en vigueur du décret, sauf si l'arrêté ayant adopté ce périmètre de reconnaissance y a exclu le commerce de détail.
La période du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels visé à l'article 4, alinéa 1, du décret, est calquée sur la durée de la législature régionale en cours. A titre transitoire, le programme et ses actualisations à élaborer à la suite de l'entrée en vigueur du décret est établi sur une période débutant le 1er janvier 2018 et prenant fin au 31 décembre 2019.
En exécution de l'article 85, alinéa 2, b), du décret, les effets du décret du 11 mars 2004 sont maintenus, concernant la possibilité prévue à l'article 13 du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d'accueil des activités économiques, pour l'opérateur de faire une offre amiable ou en justice soumise au visa du comité, jusqu'à l'entrée en vigueur de la convention à conclure entre la Région wallonne et la Fédération royale du Notariat belge visée à l'article 20.
L'exclusion du commerce de détail dans le périmètre de reconnaissance, telle que prévue à l'article 1er, 1°, du décret, n'est pas d'application pour les commerces implantés régulièrement dans tout périmètre de reconnaissance approuvé avant l'entrée en vigueur du décret, sauf si l'arrêté ayant adopté ce périmètre de reconnaissance y a exclu le commerce de détail.
La période du programme pluriannuel d'investissements infrastructurels visé à l'article 4, alinéa 1, du décret, est calquée sur la durée de la législature régionale en cours. A titre transitoire, le programme et ses actualisations à élaborer à la suite de l'entrée en vigueur du décret est établi sur une période débutant le 1er janvier 2018 et prenant fin au 31 décembre 2019.
En exécution de l'article 85, alinéa 2, b), du décret, les effets du décret du 11 mars 2004 sont maintenus, concernant la possibilité prévue à l'article 13 du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d'accueil des activités économiques, pour l'opérateur de faire une offre amiable ou en justice soumise au visa du comité, jusqu'à l'entrée en vigueur de la convention à conclure entre la Région wallonne et la Fédération royale du Notariat belge visée à l'article 20.
Art. 58. Het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 2004 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid wordt opgeheven op 1 september 2017.
Art. 58. L'arrêté du 21 octobre 2004 portant exécution du décret du 11 mars 2004 relatif aux infrastructures d'accueil des activités économiques est abrogé le 1er septembre 2017.
Art. 59. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2017 met uitzondering van de artikelen 14, § 2, lid 2, 37 en 51, lid 1, die op 1 januari 2018 in werking treden.
Art. 59. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2017 à l'exception des articles 14, § 2, alinéa 2, 37 et 51, alinéa 1, qui entrent en vigueur le 1er janvier 2018.
Art. 60. De Minister van Openbare Werken, Gezondheid, Sociale Actie en Erfgoed is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 60. Le Ministre des Travaux publics, de la Santé, de l'Action sociale et du Patrimoine est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage 1 tot en met 9.
Art. N. Annexes 1 Ă 9.
Bijlage I : formulier betreffende het meerjarig programma van infrastructurele investeringen en de bijwerkingen ervan
Annexe I : formulaire de programme pluriannuel d'investissement infrastructurels et des actualisations
Bijlage II : Formulier voor de aanvraag voor een erkenningsomtrek
Annexe II : formulaire de demande de périmètre de reconnaissance
Bijlage III : Formulier voor de aanvraag voor een onteigeningsbesluit
Annexe III : formulaire de demande d'arrêté d'expropriation
Bijlage IV : Formulier voor een verzamelaanvraag
Annexe IV : formulaire de demande unique
Bijlage V : Formulier voor een aanvraag voor een omtrek van voorkoop
Annexe V : formulaire de demande de préemption
Bijlage VI : Formulier betreffende een intentieverklaring tot vervreemding
Annexe VI : formulaire de déclaration d'intention d'aliéner.
Bijlage VII : Formulier ter bevestiging van het bestaan van een intentieverklaring tot vervreemding verricht voor de ontvangst van een authentieke akte
Annexe VII : formulaire établissant l'existence d'une déclaration d'intention d'aliéner réalisée avant la réception d'un acte authentique
Bijlage VIII : Tabel van de verhogingen van de percentages van de subsidie toegekend voor een ontsluiting die bestaat in handelingen en werken uitgevoerd op onroerende goederen gelegen binnen een erkenningsomtrek om de vestiging of de ontwikkeling van economische activiteiten mogelijk te maken of in handelingen en werken nodig voor de uitvoering van de erkenningsomtrek en uitgevoerd buiten bedoelde omtrek.
Annexe VIII : tableau des majorations des taux de subside accordés pour une viabilisation, consistant en des actes et travaux réalisés sur des biens immobiliers situés dans un périmètre de reconnaissance, afin de permettre l'accueil ou le développement d'activités économiques ou en des actes et travaux nécessaires à la mise en oeuvre du périmètre de reconnaissance et réalisés en dehors de celui-ci
Bijlage IV : formulier voor het jaarlijks verslag van de operatoren
Annexe IX : formulaire de rapport annuel des opérateurs
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-06-2017, p. 64545)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-06-2017, p. 64444)
Gewijzigd door:
Modifiée par: