Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JULI 2017. - Koninklijk besluit tot aanpassing aan de welvaart van bepaalde pensioenen in de regeling voor werknemers
Titre
21 JUILLET 2017. - ArrĂȘtĂ© royal portant adaptation au bien-ĂȘtre de certaines pensions dans le rĂ©gime des travailleurs salariĂ©s
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Aanpassing van de loongrens
HOOFDSTUK 2. - Aanpassing van het gewaarborgd m...
HOOFDSTUK 3. - Aanpassing van het minimumrecht ...
HOOFDSTUK 4. - Aanpassing van sommige pensioenen
HOOFDSTUK 5. - Wijzing van artikel 24bis, eerst...
HOOFDSTUK 6. - Aanpassing van het vakantiegeld
HOOFDSTUK 7. - Aanpassing van het grensbedrag v...
HOOFDSTUK 8. - Aanpassing van de inkomensgarant...
HOOFDSTUK 9. - Gemeenschappelijke bepaling
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Adaptation du plafond salarial
CHAPITRE 2. - Adaptation de la pension minimum ...
CHAPITRE 3. - Adaptation du droit minimum par a...
CHAPITRE 4. - Adaptation de certaines pensions
CHAPITRE 5. - Modification de l'article 24bis, ...
CHAPITRE 6. - Adaptation du pécule de vacances
CHAPITRE 7. - Adaptation du plafond de cumul d'...
CHAPITRE 8. - Adaptation de la garantie de reve...
CHAPITRE 9. - Disposition commune
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Aanpassing van de loongrens
CHAPITRE 1er. - Adaptation du plafond salarial
Artikel 1. Het jaarbedrag bedoeld in artikel 7, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers wordt voor de jaren na 2017 vermenigvuldigd met 1,017.
Article 1er. Le montant annuel visĂ© Ă l'article 7, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif Ă la pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s est pour les annĂ©es aprĂšs 2017 multipliĂ© par 1,017.
HOOFDSTUK 2. - Aanpassing van het gewaarborgd minimumpensioen
CHAPITRE 2. - Adaptation de la pension minimum garantie
Art. 2. De bedragen van 13.021,31 euro en van 10.420,33 euro bedoeld in artikel 152 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 worden met ingang van 1 september 2017 respectievelijk vervangen door de bedragen van 13.151,52 euro en 10.524,53 euro.
Art. 2. Les montants de 13.021,31 euros et de 10.420,33 euros visés à l'article 152 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 sont respectivement remplacés avec effet au 1er septembre 2017 par les montants de 13.151,52 euros et de 10.524,53 euros.
Art. 3. Het bedrag van 10.256,50 euro bedoeld in artikel 153 van dezelfde wet wordt met ingang van 1 september 2017 vervangen door het bedrag van 10.383,89 euro.
Art. 3. Le montant de 10.256,50 euros visĂ© Ă l'article 153 de la mĂȘme loi est remplacĂ© avec effet au 1er septembre 2017 par le montant de 10.383,89 euros.
Art. 4. Artikel 7 van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector en vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2015, maar waarvan de bepalingen van toepassing blijven op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal zijn ingegaan vóór 1 oktober 2006, wordt met ingang van 1 september 2017 vervangen als volgt :
  "Art. 7. § 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 4, 2° bedoelde voorwaarden voldoet en dat niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 33bis, derde lid, van de herstelwet is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, eerste lid, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het artikel 33, eerste lid, van de herstelwet bedoelde bedragen van toepassing.
  § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5 bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het artikel 34bis, derde lid, van de herstelwet, is het bedrag bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de herstelwet van toepassing.".
  "Art. 7. § 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 4, 2° bedoelde voorwaarden voldoet en dat niet voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 33bis, derde lid, van de herstelwet is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, eerste lid, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het artikel 33, eerste lid, van de herstelwet bedoelde bedragen van toepassing.
  § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5 bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het artikel 34bis, derde lid, van de herstelwet, is het bedrag bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de herstelwet van toepassing.".
Art. 4. L'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 fĂ©vrier 2003 portant dĂ©termination du montant minimum garanti de pension pour travailleurs salariĂ©s, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2006 portant exĂ©cution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 fĂ©vrier 1981 relative aux pensions du secteur social et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 avril 2015, mais dont les dispositions restent d'application pour les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la premiĂšre fois avant le 1er octobre 2006, est remplacĂ©, avec effet au 1er septembre 2017, par ce qui suit :
  " Art. 7. § 1er. Lorsqu'il s'agit d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 4, 2°, et qui ne remplit pas les conditions visĂ©es Ă l'article 33bis, alinĂ©a 3, de la loi de redressement, l'un des montants visĂ©s Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, de la loi de redressement est d'application selon que la pension de retraite Ă©tait calculĂ©e sur base de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, a, ou b, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
  § 2. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie calculée sur la base d'une pension de retraite, qui satisfait aux conditions visées à l'article 5, mais ne remplit pas la condition visée à l'article 34bis, alinéa 3, de la loi de redressement, le montant visé à l'article 34, alinéa 1er, de la loi de redressement est d'application. ".
  " Art. 7. § 1er. Lorsqu'il s'agit d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 4, 2°, et qui ne remplit pas les conditions visĂ©es Ă l'article 33bis, alinĂ©a 3, de la loi de redressement, l'un des montants visĂ©s Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, de la loi de redressement est d'application selon que la pension de retraite Ă©tait calculĂ©e sur base de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, a, ou b, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
  § 2. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie calculée sur la base d'une pension de retraite, qui satisfait aux conditions visées à l'article 5, mais ne remplit pas la condition visée à l'article 34bis, alinéa 3, de la loi de redressement, le montant visé à l'article 34, alinéa 1er, de la loi de redressement est d'application. ".
Art. 5. Het artikel 7 van het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 april 2015, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 7. § 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 33bis, derde lid, van de herstelwet is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, eerste lid, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het artikel 33, eerste lid, van de herstelwet bedoelde bedragen van toepassing.
  § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het artikel 34bis, derde lid, van de herstelwet, is het bedrag bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de herstelwet van toepassing.".
  "Art. 7. § 1. Wanneer het een rustpensioen betreft dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in artikel 33bis, derde lid, van de herstelwet is, naargelang het rustpensioen werd berekend op basis van artikel 5, § 1, eerste lid, a, of b, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, één van de in het artikel 33, eerste lid, van de herstelwet bedoelde bedragen van toepassing.
  § 2. Wanneer het een overlevingspensioen betreft dat berekend werd op basis van een rustpensioen en dat aan de in artikel 5, § 2, bedoelde voorwaarden voldoet maar dat niet voldoet aan de voorwaarde bedoeld in het artikel 34bis, derde lid, van de herstelwet, is het bedrag bedoeld in artikel 34, eerste lid, van de herstelwet van toepassing.".
Art. 5. L'article 7 de l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2006 portant exĂ©cution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 fĂ©vrier 1981 relative aux pensions du secteur social, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 3 avril 2015, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 7. § 1er. Lorsqu'il s'agit d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 5, § 2 mais qui ne remplit pas la condition visĂ©e Ă l'article 33bis, alinĂ©a 3, de la loi de redressement, l'un des montants visĂ©s Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, de la loi de redressement est d'application selon que la pension de retraite Ă©tait calculĂ©e sur base de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, a, ou b, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
  § 2. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie calculée sur la base d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visées à l'article 5, § 2 mais qui ne remplit pas la condition visée à l'article 34bis, alinéa 3, de la loi de redressement, le montant visé à l'article 34, alinéa 1er, de la loi de redressement est d'application. ".
  " Art. 7. § 1er. Lorsqu'il s'agit d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 5, § 2 mais qui ne remplit pas la condition visĂ©e Ă l'article 33bis, alinĂ©a 3, de la loi de redressement, l'un des montants visĂ©s Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, de la loi de redressement est d'application selon que la pension de retraite Ă©tait calculĂ©e sur base de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, a, ou b, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
  § 2. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie calculée sur la base d'une pension de retraite qui satisfait aux conditions visées à l'article 5, § 2 mais qui ne remplit pas la condition visée à l'article 34bis, alinéa 3, de la loi de redressement, le montant visé à l'article 34, alinéa 1er, de la loi de redressement est d'application. ".
HOOFDSTUK 3. - Aanpassing van het minimumrecht per loopbaanjaar
CHAPITRE 3. - Adaptation du droit minimum par année de carriÚre
Art. 6. § 1. Het bedrag van 17.367,23 euro bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels wordt vervangen door het bedrag van 17.662,47 euro.
  De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen en de overgangsuitkeringen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
  § 2. De bedragen van 13.810,87 euro en van 11.048,69 euro bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden respectievelijk vervangen door de bedragen van 14.045,65 euro en 11.236,52 euro.
  De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
  De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen en de overgangsuitkeringen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
  § 2. De bedragen van 13.810,87 euro en van 11.048,69 euro bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit worden respectievelijk vervangen door de bedragen van 14.045,65 euro en 11.236,52 euro.
  De bepalingen van deze paragraaf zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
Art. 6. § 1er. Le montant de 17.367,23 euros visĂ© Ă l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 portant exĂ©cution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions est remplacĂ© par le montant de 17.662,47 euros.
  Les dispositions du présent paragraphe s'appliquent aux pensions et allocations de transition qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
  § 2. Les montants de 13.810,87 euros et de 11.048,69 euros visĂ©s Ă l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont respectivement remplacĂ©s par les montants de 14.045,65 euros et de 11.236,52 euros.
  Les dispositions du présent paragraphe s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
  Les dispositions du présent paragraphe s'appliquent aux pensions et allocations de transition qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
  § 2. Les montants de 13.810,87 euros et de 11.048,69 euros visĂ©s Ă l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont respectivement remplacĂ©s par les montants de 14.045,65 euros et de 11.236,52 euros.
  Les dispositions du présent paragraphe s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
HOOFDSTUK 4. - Aanpassing van sommige pensioenen
CHAPITRE 4. - Adaptation de certaines pensions
Art. 7. Met uitsluiting van de pensioenen bedoeld in de artikelen 152 en 153 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980 en van de pensioenen bedoeld in artikel 7, §§ 1 en 2, van het koninklijk besluit van 14 februari 2003 tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers, opgeheven bij het koninklijk besluit van 28 september 2006 tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake pensioenen van de sociale sector, maar waarvan de bepalingen van toepassing blijven op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten laatste op 1 september 2006 zijn ingegaan, worden de pensioenen in de werknemersregeling die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 1995 en ten laatste op 1 december 2004 zijn ingegaan verhoogd met 1 % op 1 september 2017.
Art. 7. A l'exclusion des pensions visĂ©es aux articles 152 et 153 de la loi du 8 aoĂ»t 1980 relative aux propositions budgĂ©taires 1979-1980 et des pensions visĂ©es Ă l'article 7, §§ 1er et 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 fĂ©vrier 2003 portant dĂ©termination du montant minimum garanti de pension pour travailleurs salariĂ©s, abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 septembre 2006 portant exĂ©cution des articles 33, 33bis, 34 et 34bis de la loi de redressement du 10 fĂ©vrier 1981 relative aux pensions du secteur social, mais dont les dispositions restent d'application pour les pensions qui ont pris cours effectivement et pour la premiĂšre fois le plus tard le 1er septembre 2006, les pensions dans le rĂ©gime des travailleur salariĂ©s qui ont pris cours effectivement et pour la premiĂšre fois au plus tĂŽt le 1er janvier 1995 et au plus tard le 1er dĂ©cembre 2004, sont augmentĂ©es de 1 % au 1er septembre 2017.
HOOFDSTUK 5. - Wijzing van artikel 24bis, eerste lid, 1., van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers
CHAPITRE 5. - Modification de l'article 24bis, alinĂ©a 1er, 1., de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral du rĂ©gime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s
Art. 8. In artikel 24bis, eerste lid, 1. van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, laatst gewijzigd door het koninklijk besluit van 22 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden "tijdens een termijn die negen jaar niet overtreft" vervangen door de woorden "tijdens een periode die vijftien jaar niet overtreft";
  2° in het vierde lid worden de woorden "de leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt op het ogenblik dat de activiteit als zelfstandige aanvangt en tegelijk" opgeheven.
  De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
  1° in het derde lid worden de woorden "tijdens een termijn die negen jaar niet overtreft" vervangen door de woorden "tijdens een periode die vijftien jaar niet overtreft";
  2° in het vierde lid worden de woorden "de leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt op het ogenblik dat de activiteit als zelfstandige aanvangt en tegelijk" opgeheven.
  De bepalingen van dit artikel zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2018 ingaan.
Art. 8. A l'article 24bis, alinĂ©a 1er, 1., de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral du rĂ©gime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 2005, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 3, les mots " pendant une période n'excédant pas neuf ans " sont remplacés par les mots " pendant une période n'excédant pas quinze ans ";
  2° dans l'alinĂ©a 4, les mots " avoir atteint l'Ăąge de 50 ans au moment oĂč dĂ©bute l'activitĂ© comme indĂ©pendant et en mĂȘme temps " sont abrogĂ©s.
  Les dispositions du présent article s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
  1° dans l'alinéa 3, les mots " pendant une période n'excédant pas neuf ans " sont remplacés par les mots " pendant une période n'excédant pas quinze ans ";
  2° dans l'alinĂ©a 4, les mots " avoir atteint l'Ăąge de 50 ans au moment oĂč dĂ©bute l'activitĂ© comme indĂ©pendant et en mĂȘme temps " sont abrogĂ©s.
  Les dispositions du présent article s'appliquent aux pensions qui prennent cours effectivement et pour la premiÚre fois au plus tÎt le 1er janvier 2018.
HOOFDSTUK 6. - Aanpassing van het vakantiegeld
CHAPITRE 6. - Adaptation du pécule de vacances
Art. 9. De bedragen van 174,98 euro, 104,94 euro, 685,85 euro en 548,67 euro bedoeld in artikel 56, § 3, van hetzelfde besluit worden respectievelijk vervangen met ingang van 1 mei 2018 door de bedragen van 178,83 euro, 107,25 euro, 700,94 euro en 560,75 euro.
  De verhogingscoëfficiënt van 1,175875 bedoeld in artikel 56, § 5, van hetzelfde besluit wordt met ingang van 1 mei 2018 vervangen door de verhogingscoëfficiënt van 1,20175.
  De verhogingscoëfficiënt van 1,175875 bedoeld in artikel 56, § 5, van hetzelfde besluit wordt met ingang van 1 mei 2018 vervangen door de verhogingscoëfficiënt van 1,20175.
Art. 9. Les montants 174,98 euros, de 104,94 euros, de 685,85 euros et de 548,67 euros visĂ©s Ă l'article 56, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont respectivement remplacĂ©s avec effet au 1er mai 2018 par les montants de 178,83 euros, de 107,25 euros, de 700,94 euros et de 560,75 euros.
  Le coefficient de 1,175875 visĂ© Ă l'article 56, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© avec effet au 1er mai 2018 par le coefficient de 1,20175.
  Le coefficient de 1,175875 visĂ© Ă l'article 56, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© avec effet au 1er mai 2018 par le coefficient de 1,20175.
HOOFDSTUK 7. - Aanpassing van het grensbedrag van de cumulatie van een overlevingspensioen met een sociale uitkering
CHAPITRE 7. - Adaptation du plafond de cumul d'une pension de survie avec une prestation sociale
Art. 10. In artikel 64septies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 20 december 2006 en vervangen bij het koninklijk besluit van 28 mei 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het bedrag van 7.934,87 euro op 1 september 2017 vervangen door het bedrag van 6.312,80 euro;
  2° in het tweede lid worden de woorden "spilindex 136,09" vervangen door de woorden "spilindex 103,14 (basis 1996 = 100)".
  1° in het eerste lid wordt het bedrag van 7.934,87 euro op 1 september 2017 vervangen door het bedrag van 6.312,80 euro;
  2° in het tweede lid worden de woorden "spilindex 136,09" vervangen door de woorden "spilindex 103,14 (basis 1996 = 100)".
Art. 10. A l'article 64septies du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 20 dĂ©cembre 2006 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 mai 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le montant de 7.934,87 euros est remplacé au 1er septembre 2017 par le montant de 6.312,80 euros;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " l'indice-pivot 136,09 " sont remplacés par les mots " l'indice-pivot 103,14 (base 1996 = 100) ".
  1° dans l'alinéa 1er, le montant de 7.934,87 euros est remplacé au 1er septembre 2017 par le montant de 6.312,80 euros;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " l'indice-pivot 136,09 " sont remplacés par les mots " l'indice-pivot 103,14 (base 1996 = 100) ".
HOOFDSTUK 8. - Aanpassing van de inkomensgarantie voor ouderen
CHAPITRE 8. - Adaptation de la garantie de revenus aux personnes ùgées
Art. 11. Het bedrag van 6.256,49 euro bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, wordt op 1 september 2017 vervangen door het bedrag van 6.312,80 euro.
Art. 11. Le montant de 6.256,49 euros visé à l'article 6, § 1er, de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes ùgées est remplacé au 1er septembre 2017 par le montant de 6.312,80 euros.
HOOFDSTUK 9. - Gemeenschappelijke bepaling
CHAPITRE 9. - Disposition commune
Art. 12. Wanneer het een overlevingspensioen betreft, is het in aanmerking te nemen ingangsjaar het jaar tijdens hetwelke het rustpensioen van de overleden echtgenoot daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan wanneer deze op het ogenblik van zijn overlijden dit pensioen genoot.
Art. 12. Lorsqu'il s'agit d'une pension de survie, l'année de prise de cours à prendre en considération est l'année au cours de laquelle la pension de retraite du conjoint décédé a pris cours effectivement et pour la premiÚre fois si celui-ci bénéficiait de cette pension au moment de son décÚs.
HOOFDSTUK 10. - Slotbepalingen
CHAPITRE 10. - Dispositions finales
Art. 13. De bepalingen van dit besluit treden in werking op 1 september 2017 met uitzondering van :
  1° artikelen 1, 6 en 8 die in werking treden op 1 januari 2018;
  2° artikel 9 dat in werking treedt op 1 mei 2018.
  1° artikelen 1, 6 en 8 die in werking treden op 1 januari 2018;
  2° artikel 9 dat in werking treedt op 1 mei 2018.
Art. 13. Les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur le 1er septembre 2017, Ă l'exception :
  1° des articles 1er, 6 et 8 qui entrent en vigueur le 1erjanvier 2018;
  2° de l'article 9 qui entre en vigueur le 1ermai 2018.
  1° des articles 1er, 6 et 8 qui entrent en vigueur le 1erjanvier 2018;
  2° de l'article 9 qui entre en vigueur le 1ermai 2018.
Art. 14. De minister bevoegd voor Pensioenen is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.