Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 MAART 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-04-2017 en tekstbijwerking tot 27-12-2024)
Titre
10 MARS 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-04-2017 et mise à jour au 27-12-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° besluit van 15 december 2000: het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap;
  3° MFC: een multifunctioneel centrum als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
  4° vertegenwoordiger: een vertegenwoordiger als vermeld in artikel 1, 12°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
  5° vergunde zorgaanbieder: een aanbieder van zorg of ondersteuning voor personen met een handicap die conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap is vergund door het agentschap.
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
  2° arrêté du 15 décembre 2000 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 établissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapées ;
  3° MFC : un centre multifonctionnel tel que visé à l'article 2 de arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
  4° représentant : un représentant tel que visé à l'article 1er, 12°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
  5° prestataire de soins autorisé : un dispensateur de soins ou de soutien aux personnes handicapées qui, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, est autorisé par l'agence.
Art.2. Binnen de grenzen van de middelen die hiertoe zijn ingeschreven in de begroting van het agentschap kunnen minderjarige personen met een handicap of meerderjarige personen met een handicap die voortzetting van jeugdhulpverlening vragen als vermeld in artikel 18, § 3, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, hierna personen met een handicap genoemd, die beschikken over een indicatiestellingsverslag als vermeld in artikel 21, eerste lid, 2°, van het voormelde decreet met een of meerdere typemodules, aanspraak maken op persoonsvolgende middelen om dringend tegemoet te komen aan hun dringende of complexe noden.
  Voor de vaststelling van het bedrag van de persoonsvolgende middelen die kunnen worden toegekend wordt uitgegaan van de noden van de betrokken minderjarige persoon met een handicap en worden volgende modules en bedragen gehanteerd:
  1° verblijf voor minderjarigen met een handicap (hoge frequentie) in combinatie met dagopvang: 60.259 euro op jaarbasis;
  2° schoolaanvullende dagopvang: 30.273 euro op jaarbasis;
  3° schoolvervangende dagopvang: 42.658 euro op jaarbasis;
  4° verblijf voor minderjarigen (met een vermoeden van handicap) met diagnostiek: 66.190 euro op jaarbasis;
  5° verblijf voor minderjarigen in combinatie met behandeling: 66.190 euro;
  6° verblijf voor GES+: 70.793 euro op jaarbasis;
  7° mobiele of ambulante begeleiding: 226,77 euro per begeleiding.
Art.2. Dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget de l'agence, des personnes handicapées mineures ou des personnes handicapées majeures qui sollicitent une prolongation de l'aide à la jeunesse telle que visée à l'article 18, § 3, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, dénommées ci-après personnes handicapées qui disposent d'un rapport d'indication tel que visé à l'article 21, alinéa 1er, 2°, du décret précité avec un ou plusieurs modules types peuvent prétendre aux aides personnalisées pour combler leurs besoins urgents ou complexes.
  Le montant des aides personnalisées pouvant être accordées est déterminé sur la base des besoins de la personne handicapée mineure concernée et les modules et montants suivants sont appliqués :
  1° séjour pour mineurs handicapés (haute fréquence) en combinaison avec l'accueil de jour : 60.259 euros sur une base annuelle ;
  2° accueil de jour complémentaire à l'école : 30.273 euros sur une base annuelle ;
  3° accueil de jour en substitution de l'école : 42.658 euros sur une base annuelle ;
  4° séjour pour mineurs (présumés handicapés) sur la base d'un diagnostic : 66.190 euros sur une base annuelle ;
  5° séjour pour mineurs en combinaison avec un traitement : 66.190 euros ;
  6° séjour pour GES+: 70.793 euros sur une base annuelle ;
  7° accompagnement mobile ou ambulatoire : 226,77 euros par accompagnement.
Art.3. De persoonsvolgende middelen, vermeld in artikel 2, kunnen worden aangewend voor de ondersteuning die geboden wordt door een MFC of door een vergunde zorgaanbieder of voor de organisatie van ondersteuning als vermeld in artikel 8, eerste lid, of voor een combinatie van beide vormen van ondersteuning.
  In afwijking van het eerste lid kunnen de persoonsvolgende middelen niet worden aangewend voor de organisatie van ondersteuning als vermeld in artikel 8, eerste lid, als het dossier van de betrokken persoon met een handicap bij de toegangspoort, vermeld in artikel 17 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, is aangemeld door een gemandateerde voorziening als vermeld in hoofdstuk 8, afdeling 2, van hetzelfde decreet, als voor de persoon met een handicap een verzoek van de jeugdrechter is ingediend of als de persoon door de jeugdrechtbank is geplaatst.
Art.3. Les aides personnalisées visées à l'article 2 peuvent être utilisées pour le soutien offert par un MFC ou par un prestataire de soins autorisé ou pour l'organisation du soutien tel que visé à l'article 8, alinéa 1er, ou pour une combinaison des deux formes de soutien.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les aides personnalisées ne peuvent pas être utilisées pour l'organisation du soutien tel que visé à l'article 8, alinéa 1er, si le dossier de la personne handicapée concernée a été introduit auprès de la porte d'entrée, visée à l'article 17 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, par une structure mandatée au sens du chapitre 8, section 2, du même décret, si, pour la personne handicapée, une requête du juge de la jeunesse a été introduite ou si la personne handicapée est placée par le juge de la jeunesse.
HOOFDSTUK 2. - Aanwending van persoonsvolgende middelen bij een multifiunctioneel centrum of bij een vergunde zorgaanbieder
CHAPITRE 2. - Affectation d'aides personnalisées auprès d'un centre multifonctionnel ou auprès d'un prestataire de soins autorisé
Art.4. De persoonsvolgende middelen kunnen bij een MFC of een vergunde zorgaanbieder naar keuze besteed worden voor de ondersteuningsfuncties, vermeld in artikel 2, tweede lid.
  De persoon met een handicap of zijn vertegenwoordiger deelt het bedrag van de persoonsvolgende middelen dat zal worden besteed bij het MFC of de vergunde zorgaanbieder mee aan het agentschap.
Art.4. Les aides personnalisées peuvent être affectées, au choix de l'intéressé, auprès d'un MFC ou auprès d'un prestataire de soins autorisé pour les fonctions de soutien visées à l'article 2, alinéa 2.
  La personne handicapée ou son représentant notifie à l'agence le montant des aides personnalisées qui sera utilisé auprès du MFC ou du prestataire de soins autorisé.
Art.5. Als de persoonsvolgende middelen aangewend worden voor de ondersteuning door een MFC of een vergunde zorgaanbieder sluit de persoon met een handicap of zijn vertegenwoordiger een dienstverleningsovereenkomst, als vermeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap.
Art.5. Lorsque les aides personnalisées sont utilisées pour le soutien par un MFC ou un prestataire de soins autorisé, la personne handicapée ou son représentant conclut un contrat de prestation de services au sens de l'article 8 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées.
Art.6. Het MFC of de vergunde zorgaanbieder deelt aan het agentschap mee op de wijze die door het agentschap wordt bepaald welke ondersteuning daadwerklijk werd verleend in het kader van de overeenkomst, vermeld in artikel 5.
Art.6. Le MFC ou le prestataire de soins autorisé communique à l'agence de la façon déterminée par l'agence quel soutien est réellement apporté dans le cadre du contrat visé à l'article 5.
Art. 7. Het agentschap subsidieert het MFC of de vergunde zorgaanbieder voor de ondersteuning die door het MFC of de vergunde zorgaanbieder werd meegedeeld aan het agentschap voor maximum het bedrag, vermeld in artikel 4, tweede lid.
  Met het oog op de subsidiëring wordt het bedrag, vermeld in artikel 4, tweede lid, omgezet in personeelspunten met de formule :
  Toegekend bedrag/925 = maximaal aantal subsidieerbare personeelspunten.
  Maximaal 20 % van deze personeelspunten kunnen worden omgezet in werkingstoelagen.
  Eveneens met het oog op de subsidiëring worden rekening houdend met de ondersteuning, vermeld in dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 5, voor de verschillende modules, vermeld in artikel 2, tweede lid, navolgende equivalenten aan personeelspunten gehanteerd:
Art. 7. Le MFC ou le prestataire de soins autorisé reçoit des subventions de la part de l'agence pour le soutien que le MFC ou le prestataire de soins autorisé a communiqué à l'agence pour au maximum le montant visé à l'article 4, alinéa 2.
  En vue de l'octroi de subventions, le montant visé à l'article 4, alinéa 2 est converti en points de personnel calculés à l'aide de la formule suivante :
  Montant accordé/925 = nombre maximum de points de personnel subventionnables.
  Au maximum 20% de ces points de personnel peuvent être convertis en allocations de fonctionnement.
  Toujours en vue de l'octroi de subventions sont appliqués, en tenant compte du soutien visé au contrat de prestation de services, mentionné à l'article 5, pour les différents modules, mentionnés à l'article 2, alinéa 2, les équivalents de points de personnel suivants :
[1aantal dagen in dienstverleningsovereenkomst
 minstens 54321
  
verblijf in combinatie met dagopvang65,1452,1239,0926,0613,03
schoolaanvullende dagopvang32,7326,1819,6413,096,55
schoolvervangende dagopvang46,1236,8927,6718,459,22
verblijf in combinatie met diagnostiek71,5657,2542,9328,6214,31
verblijf in combinatie met behandeling71,5657,2542,9328,6214,31
verblijf voor GES+76,5361,2345,9230,6115,31]1
(1)<BVR 2023-02-17/30, art. 17, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2023>
[1 aantal dagen in dienstverleningsovereenkomstminstens 54321
verblijf in combinatie met dagopvang65,1452,1239,0926,0613,03schoolaanvullende dagopvang32,7326,1819,6413,096,55schoolvervangende dagopvang46,1236,8927,6718,459,22verblijf in combinatie met diagnostiek71,5657,2542,9328,6214,31verblijf in combinatie met behandeling71,5657,2542,9328,6214,31verblijf voor GES+76,5361,2345,9230,6115,31]1
(1)
De aantallen, vermeld in de tabel zijn aantallen op jaarbasis. Als de duur van de dienstverleningsovereenkomst niet een heel jaar bestrijkt worden de aantallen vermeld in de tabel verhoudingsgewijs verminderd.
  Voor een mobiele of ambulante begeleiding worden 0,288 punten per begeleiding toegekend.
[1Nombre de jours dans le contrat de prestation de services
 au moins 54321
  
Séjour en combinaison avec l'accueil de jour65,1452,1239,0926,0613,03
Accueil de jour en complément de l'école32,7326,1819,6413,096,55
Accueil de jour en remplacement de l'école46,1236,8927,6718,459,22
Séjour en combinaison avec un diagnostic71,5657,2542,9328,6214,31
Séjour en combinaison avec un traitement71,5657,2542,9328,6214,31
Séjour pour GES+76,5361,2345,9230,6115,31]1
(1)<AGF 2023-02-17/30, art. 17, 003; En vigueur : 01-01-2023>
[1 Nombre de jours dans le contrat de prestation de servicesau moins 54321
Séjour en combinaison avec l'accueil de jour65,1452,1239,0926,0613,03Accueil de jour en complément de l'école32,7326,1819,6413,096,55Accueil de jour en remplacement de l'école46,1236,8927,6718,459,22Séjour en combinaison avec un diagnostic71,5657,2542,9328,6214,31Séjour en combinaison avec un traitement71,5657,2542,9328,6214,31Séjour pour GES+76,5361,2345,9230,6115,31]1
(1)
Les nombres visés au tableau sont des nombres sur une base annuelle. Si la durée du contrat de prestation de services ne couvre pas une année complète, les nombres mentionnés dans le tableau sont réduits proportionnellement.
  Pour un accompagnement mobile ou ambulatoire [1 0,245 ]1 points par accompagnement sont attribués.
HOOFDSTUK 3. - Aanwending van persoonsvolgende middelen door middel van een persoonlijke-assitentiebudget
CHAPITRE 3. - Affectation des aides personnalisées par la voie d'un budget d'assistance personnelle
Art.8. De persoonsvolgende middelen, vermeld in artikel 2, kunnen tevens worden aangewend voor de organisatie van ondersteuning als vermeld in artikel 10, § 2, van het besluit van 15 december 2000.
  Als het totale bedrag van de persoonsvolgende middelen die zijn toegekend of een deel ervan gebruikt wordt voor ondersteuning als vermeld in het eerste lid kan slechts 87,5 % van het bedrag dat zal gebruikt worden voor deze ondersteuning effectief worden besteed.
  [1 Het deel van het bedrag van de persoonsvolgende middelen dat wordt gebruikt voor ondersteuning als vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna de G-index te noemen, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt]1.
  Met het oog op de organisatie van de ondersteuning, vermeld in het eerste lid, sluit de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger een van de overeenkomsten, vermeld in artikel 12 van het besluit van 15 december 2000, met naleving van de bepalingen van artikel 12, derde lid en artikel 13 van voormeld besluit.
  De persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger bezorgen de overeenkomsten aan het agentschap.
  
Art.8. Les aides personnalisées visées à l'article 2, peuvent également être affectées à l'organisation du soutien tel que visé à l'article 10, § 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000.
  Lorsque le montant total d'aides personnalisées attribuées ou une partie de ce montant est affecté au soutien tel que mentionné à l'alinéa 1er, seulement 87,5 % du montant qui sera utilisé pour ce soutien peuvent effectivement être affectés.
  [1 La partie du montant d'aides personnalisées qui est utilisée pour le soutien tel que visé à l'alinéa 1er est annuellement adaptée au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]1
  En vue de l'organisation du soutien visé à l'alinéa 1er, la personne handicapée ou son représentant légal conclut un des contrats visés à l'article 12 de l'arrêté du 15 décembre 2000, tout en respectant les dispositions de l'article 12, alinéa 3 et de l'article 13 de l'arrêté précité.
  La personne handicapée ou son représentant légal transmettent les contrats à l'agence.
  
Art.9. Minstens 95% van de persoonsvolgende middelen die worden aangewend conform artikel 8, eerste lid, moeten worden besteed voor personeelskosten. Sociale en fiscale werkgeverslasten, alsook noodzakelijke verzekeringskosten en diverse kosten die met de arbeidssituatie verbonden zijn, opleidingen, en wettelijk bepaalde kosten die verband houden met de inzet van vrijwilligers worden ook als personeelskosten beschouwd. Alleen de personeelskosten die de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger met betrekking tot zijn assistentie heeft gemaakt en kan bewijzen, kunnen door het agentschap vergoed worden.
Art.9. Au moins 95 % des aides personnalisées qui sont affectées conformément à l'article 8, alinéa 1er, doivent être affectées au frais de personnel. Tant les charges patronales sociales et fiscales, les frais d'assurance nécessaires, les frais divers liés à la situation de travail, les formations que les charges légalement prévues qui se rapportent à l'engagement de bénévoles sont également considérés comme des frais de personnel. Seuls les frais de personnel que la personne handicapée ou son représentant légal a encourus de manière démontrable pour son assistance, peuvent être remboursés par l'agence.
Art.10. [1 De personen met een handicap of hun wettelijke vertegenwoordiger delen aan het agentschap het bedrag van de persoonsvolgende middelen mee dat op jaarbasis wordt aangewend conform artikel 8.
   Het agentschap kent bij de opstart van de aanwending van het bedrag, vermeld in het eerste lid, conform artikel 8, een terugvorderbaar voorschot toe dat drie twaalfden van het bedrag, vermeld in het eerste lid, bedraagt.
   Het terugvorderbaar voorschot wordt niet aangerekend op het bedrag, vermeld in het eerste lid.
   Het terugvorderbaar voorschot wordt bij de beëindiging van de aanwending conform artikel 8, aan het agentschap terugbetaald.
   De personen met een handicap of hun wettelijke vertegenwoordiger delen de kosten die worden gemaakt in het kader van de besteding van het bedrag, vermeld in het eerste lid, mee aan het agentschap met een kostenstaat. Het agentschap stelt een model van kostenstaat ter beschikking. Nadat het agentschap die kostenstaat heeft ontvangen, betaalt het de kosten, vermeld op de kostenstaat, tot het bedrag, vermeld in het eerste lid, is opgebruikt.
   De kostenstaten voor een kalenderjaar worden uiterlijk op 1 april van het volgende kalenderjaar aan het agentschap bezorgd. De kosten, vermeld op de kostenstaten, die na die datum worden ingediend, worden niet betaald." ]1

  
Art.10. [1 Les personnes handicapées ou leur représentant légal communiquent à l'agence le montant des aides personnalisées qui sera affecté sur une base annuelle conformément à l'article 8.
   Au début de l'affectation du montant visé à l'alinéa 1er, l'agence accorde, conformément à l'article 8, une avance récupérable qui s'élève à trois douzièmes du montant visé à l'alinéa 1er.
   L'avance récupérable n'est pas imputée sur le montant visé à l'alinéa 1er.
   A la fin de l'affectation conformément à l'article 8, l'avance récupérable est remboursée à l'agence.
   Les personnes handicapées ou leur représentant légal communiquent à l'agence les frais exposés dans le cadre de l'affectation du montant visé à l'alinéa 1er, au moyen d'un état de frais. L'agence met à disposition un modèle d'état de frais. Après avoir reçu cet état de frais, l'agence rembourse les frais mentionnés dans l'état de frais, jusqu'à épuisement du montant visé à l'alinéa 1er.
   Les états de frais d'une année calendaire sont transmis à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année calendaire suivante. Les frais mentionnés dans les états de frais introduits après cette date ne sont pas payés. ]1

  
Art.11. Artikel 18bis van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 is van toepassing op de persoonsvolgende middelen die worden aangewend conform artikel 8. Voor de toepassing hiervan wordt de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger beschouwd als budgethouder.
Art.11. L'article 18bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 2000 est d'application aux aides personnalisées qui sont affectées conformément à l'article 8. Pour l'application de ce qui précède, la personne handicapée ou son représentant légal est considéré comme titulaire de budget.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.12. In artikel 38 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugd- hulp worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "een persoonsvolgend convenant", vervangen door "persoonsvolgende middelen als vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden";
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.12. A l'article 38 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 février 2014 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse sont apportées les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " de la convention sur le suivi de la personne " sont remplacés par les mots " des aides personnalisées telles que visées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.13. Aan artikel 25 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders wordt een nieuw lid toegvoegd dat luidt als volgt:
  Als de persoon met een handicap overlijdt wordt er van uitgegaan dat de overeenkomst met de vergunde zorgaanbieder beëindigd wordt maximaal twee maanden na de datum van het overlijden van de budgethouder. Als binnen die periode een overeenkomst met een nieuwe budgethouder wordt afgesloten en ingaat, wordt de overeenkomst met de overleden budgethouder beëindigd op de dag waarop de overeenkomst van de nieuwe budgethouder ingaat. Deze regeling is van toepassing tot en met 31 december 2019.
Art.13. A l'article 25 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés est ajouté un nouvel alinéa :
  Si la personne handicapée meurt, il est assumé que le contrat avec le prestataire de soins autorisé se termine au maximum deux mois après la date de décès du titulaire du budget. Si, dans cette période, un contrat avec un nouveau titulaire de budget est conclu et prend cours, le contrat avec le titulaire de budget décédé se termine le jour où le contrat avec le nouveau titulaire de budget prend cours. Cette règle est d'application jusqu'au 31 décembre 2019.
Art.14. Het besluit van van de Vlaamse regering van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap wordt opgeheven.
Art.14. L'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant à rencontrer les besoins urgents des personnes handicapées est abrogé.
Art.15. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag na de datum van publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad met uitzondering van artikel 13 dat uitwerking hefet met ingang van 1 september 2016.
Art.15. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour après sa publication au Moniteur belge, à l'exception de l'article 13 qui produit ses effets le 1er septembre 2016.
Art.16. De personen met een handicap aan wie een persoonsvolgende convenant, als vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van van 19 juli 2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap, werd toegewezen met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende integrale jeugdhulp kunnen het bedrag van de persoonsvolgende convenant die werd toegekend besteden conform de bepalingen van dit besluit.
Art.16. Les personnes handicapées auxquelles était désignée en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse une convention telle que visée à l'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002 portant des mesures visant à rencontrer les besoins urgents des personnes handicapées peuvent affecter le montant de la convention personnalisée conformément aux dispositions du présent arrêté.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le Ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.