Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding en het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding
Titre
23 DECEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, de l'arrêté royal du 11 mars 2003 fixant l'indemnité minimale applicable à la convention d'immersion professionnelle et de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle
Documentinformatie
Numac: 2017040020
Datum: 2016-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017040020
Date: 2016-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding wordt vervangen door wat volgt:
  "Artikel 1. De minimumvergoeding die op de beroepsinlevingsovereenkomsten van toepassing is, bedraagt minimaal de helft van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen, vermeld in artikel 3, eerste lid, van cao nr. 43 van 2 mei 1988 betreffende de waarborg van een gemiddeld minimum maandinkomen. De voormelde vergoeding wordt toegepast in verhouding tot de tewerkstellingsbreuk.".
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 11 mars 2003 fixant l'indemnité minimale applicable à la convention d'immersion professionnelle est remplacé par la disposition suivante :
  " Article 1er. L'indemnité minimale applicable aux conventions d'immersion professionnelle s'élève au minimum à la moitié du revenu minimum mensuel moyen garanti visé à l'article 3er, alinéa 1er, de la Convention collective de travail n° 43 du 2 mai 1988 relative à la garantie d'un revenu minimum mensuel moyen. L'indemnité précitée est appliquée au prorata de la fraction d'occupation. ".
Art. 2. Artikel 32 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 32. Iedereen die wettelijk toegang heeft tot de arbeidsmarkt, mag zich als werkzoekende bij VDAB inschrijven.".
Art. 2. L'article 32 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle, est remplacé par la disposition suivante:
  " Art. 32. Toute personne ayant droit d'accès au marché de l'emploi peut s'inscrire comme demandeur d'emploi auprès du VDAB. ".
Art. 3. In artikel 88 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 88 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 4. In artikel 111/16 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende van wie de vrijstelling werd stopgezet met toepassing van artikel 111/40, wordt bezorgd aan de controledienst en geeft aanleiding tot toepassing van het eerste lid, 4°. ".
Art. 4. Dans l'article 111/16 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, un nouvel alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
  " Le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dont la dispense est supprimée en application de l'article 111/40, est présenté au service de contrôle et donne lieu à l'application de l'alinéa 1er, 4°. ".
Art. 5. In artikel 111/21, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt tussen de woorden "de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging" en de woorden "De uitnodiging wordt verstuurd" de zinsnede ", tenzij anders is overeengekomen" ingevoegd.
Art. 5. Dans l'article 111/21, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, il est inséré entre les mots " le 21ème jour après l'envoi de l'invitation " et les mots " . L'invitation est envoyée " le membre de phrase " , sauf convenu autrement ".
Art. 6. In artikel 111/29, § 4, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt tussen de woorden "de eenentwintigste dag na de verzending van de uitnodiging" en de woorden "De uitnodiging wordt verstuurd " de zinsnede ", tenzij anders is overeengekomen" ingevoegd;
  2° in het derde lid wordt het woord "veertien" vervangen door het woord "zeven".
Art. 6. A l'article 111/29, § 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, sont apportées les modifications suivantes :
  1° dans l'alinéa 2, il est inséré entre les mots " le 21ème jour après l'envoi de l'invitation " et les mots " . L'invitation est envoyée " le membre de phrase " , sauf convenu autrement " ;
  2° dans l'alinéa 3, le chiffre " 14 " est remplacé par le chiffre " 7 " ;
Art. 7. Aan titel III/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt een hoofdstuk 2, dat bestaat uit artikel 111/31 tot en met 111/42, toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 2. Vrijstellingen
  Afdeling 1. Algemene principes bij vrijstellingen
  Art. 111/31. De vrijstelling van beschikbaarheid voor de arbeidsmarkt voor een studie, opleiding of stage die door VDAB wordt toegekend aan de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, houdt in dat die werkzoekende niet hoeft in te gaan op een passend aanbod of passende dienstbetrekking, en dat hij zich niet langer moet integreren op de arbeidsmarkt voor de duurtijd van de vrijstelling.
  De werkzoekende, vermeld in het eerste lid, moet wel ingaan op afspraken bij VDAB die tot doel hebben de studie, opleiding of stage op te volgen waarvoor vrijstelling werd verleend of afspraken die worden gemaakt in het kader van het feit waarvoor de vrijstelling werd verleend. De verplicht ingeschreven werkzoekende moet tevens de studie, opleiding of stage regelmatig blijven volgen voor de duurtijd van de vrijstelling.
  Art. 111/32. § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij een andere studie, opleiding of stage volgt dan die, vermeld in artikel 111/33 tot en met 111/38, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de vraag om vrijstelling van de verplicht ingeschreven werkzoekende komt bij VDAB aan vóór de start van de studie, opleiding of stage. In geval van laattijdige aanvraag kan de vrijstelling slechts verleend worden voor de periode vanaf de datum waarop VDAB de aanvraag heeft ontvangen;
  2° de studie, opleiding of stage wordt aanvaard door VDAB als ze past in het traject naar werk van de verplicht ingeschreven werkzoekende. De aanvaarding geldt alleen voor het verlenen van de vrijstelling met toepassing van dit hoofdstuk;
  3° het betreft een studie, opleiding of stage van ten minste vier weken en gemiddeld ten minste twintig uur per week, en de lessen mogen niet hoofdzakelijk op zaterdag of na 17 uur worden gegeven;
  4° het volgen van een studie, opleiding of stage en de modaliteiten van opvolging kunnen door de bemiddelaar opgenomen worden in het formeel afsprakenblad. Als het gaat om een opleiding die niet door VDAB georganiseerd, erkend of gesubsidieerd wordt, is de opmaak van dat formeel afsprakenblad verplicht;
  5° de verplicht ingeschreven werkzoekende blijft ingeschreven bij VDAB voor de duurtijd van de vrijstelling.
  § 2. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan van VDAB de toelating krijgen om een studie, opleiding of stage te volgen zonder vrijstelling van beschikbaarheid, maar met behoud van uitkeringen.
  § 3. Paragraaf 1 is ook van toepassing als het om een studie, opleiding of stage in het buitenland gaat. In dat geval moeten de volgende aanvullende voorwaarden vervuld zijn opdat de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, vrijgesteld kan worden:
  1° de vrijstelling geldt voor een periode van ten hoogste drie maanden. Die periode is eenmaal verlengbaar met ten hoogste negen maanden;
  2° dezelfde studie, opleiding of stage kan niet in België gevolgd worden;
  3° de verplicht ingeschreven werkzoekende beschikt niet over een diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig of hoger is dan een diploma van het hoger onderwijs, of beschikt over een diploma of getuigschrift van het hoger onderwijs waarvan VDAB oordeelt dat het weinig kansen biedt op de arbeidsmarkt;
  4° de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft zijn studies of leertijd op de dag waarop hij de vrijstelling aanvraagt, sedert ten minste twee jaar beëindigd;
  5° de verplicht ingeschreven werkzoekende zal gedurende de studie, opleiding of stage in het buitenland verblijven.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts eenmaal van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, genieten.
  Art. 111/33. § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die met VDAB een opleidingsovereenkomst heeft gesloten van ten minste vier weken en gemiddeld ten minste twintig uur per week, wordt ambtshalve vrijgesteld voor de duur van de opleidingsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden.
  Als de opleidingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, langer duurt dan twaalf maanden, kan de vrijstelling automatisch verlengd worden tot het einde van de opleidingsovereenkomst, zonder dat hiervoor een tussenkomst van de werkzoekende is vereist.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt voor de verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die met VDAB een individuele beroepsopleiding als vermeld in artikel 90 sluit, een halftijdse betrekking in de onderneming waar de individuele beroepsopleiding plaatsvindt, gelijkgesteld met gemiddeld twintig uur per week.
  § 3. De toepassing van dit artikel kan uitsluitend aanleiding geven tot het verlenen van een vrijstelling en er kunnen bijgevolg geen andere rechten aan ontleend worden.
  Art. 111/34. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, wordt vrijgesteld gedurende de periode waarin hij een onderwijskwalificerende opleiding volgt in een onderwijsinstelling als vermeld in artikel 87, met een opleidingsovereenkomst die met VDAB werd afgesloten en met een maximumduur van twaalf maanden.
  Als de opleidingsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, langer duurt dan twaalf maanden, kan de vrijstelling automatisch verlengd worden tot het einde van de opleidingsovereenkomst, zonder dat hiervoor een tussenkomst van de werkzoekende is vereist.
  Als de aanvraag van een verplicht ingeschreven werkzoekende voor een vrijstelling als vermeld in het eerste lid werd geweigerd op basis van artikel 88, tweede lid, dan kan voor diezelfde opleiding geen vrijstelling worden toegekend met toepassing van dit hoofdstuk.
  Art. 111/35. § 1. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij studies van het secundair onderwijs volgt, als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 111/32, § 1;
  2° de verplicht ingeschreven werkzoekende is niet als vrije leerling ingeschreven en woont de activiteiten, opgelegd door het studieprogramma, bij;
  3° de studies worden door een gemeenschap georganiseerd, gesubsidieerd of erkend en behoren tot het secundair onderwijs;
  4° de verplicht ingeschreven werkzoekende beschikt niet over een diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig of hoger is dan een diploma van het secundair onderwijs;
  5° de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft zijn studies of leertijd sedert ten minste één jaar beëindigd op de dag waarop hij de vrijstelling aanvraagt;
  6° de gevolgde studie of opleiding leidt tot een diploma secundair onderwijs.
  De voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 4°, is niet van toepassing als het gaat om een opleiding secundair-na-secundair als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.
  § 2. In dit artikel wordt verstaan onder alternerende opleiding: de opleiding, vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 10 juni 2016 tot regeling van bepaalde aspecten van alternerende opleidingen, en de alternerende opleiding, vermeld in artikel 1bis, tweede lid van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids-of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij een alternerende opleiding volgt.
  De vrijstelling wordt alleen toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 111/32, § 1;
  2° de verplicht ingeschreven werkzoekende is bij de aanvang van de alternerende opleiding geen houder van een diploma of een getuigschrift van het secundair onderwijs;
  3° de financiële voordelen die de verplicht ingeschreven werkzoekende tijdens de alternerende opleiding ontvangt, zijn beperkt tot de vergoedingen ten laste van de werkgever, vastgesteld overeenkomstig de reglementering van toepassing op deze alternerende opleidingen;
  4° de alternerende opleiding geeft aanleiding tot een beroepskwalificatie;
  5° de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft zijn studies of leertijd sedert ten minste één jaar beëindigd op de dag waarop hij de vrijstelling aanvraagt.
  De voorwaarde, vermeld in het derde lid, 2°, is niet van toepassing als het gaat om een opleiding secundair-na-secundair als vermeld in het decreet van 30 april 2009 betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.
  § 3. De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts eenmaal van de vrijstelling, vermeld in dit artikel, genieten.
  In afwijking van het eerste lid, kan een werkzoekende een vrijstelling verkrijgen voor het volgen van een opleiding secundair-na-secundair indien deze aansluit op een eerder verkregen vrijstelling verkregen voor het volgen van een opleiding secundair onderwijs.
  Art. 111/36. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan vrijgesteld worden gedurende de periode waarin hij een studie hoger onderwijs volgt die voorbereidt op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat.
  De lijst van studies die voorbereiden op een beroep waarvoor er een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat als vermeld in het eerste lid, wordt vastgesteld door de raad van bestuur van VDAB.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, moet tevens voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 111/32, § 1;
  2° de verplicht ingeschreven werkzoekende is niet als vrije leerling ingeschreven en woont de activiteiten, opgelegd door het studieprogramma, bij;
  3° de studies zijn door een gemeenschap georganiseerd, gesubsidieerd of erkend en behoren tot het hoger onderwijs;
  4° de verplicht ingeschreven werkzoekende beschikt niet over een diploma of getuigschrift dat gelijkwaardig of hoger is dan een diploma van het hoger onderwijs, of beschikt over een diploma of getuigschrift van het hoger onderwijs waarvan VDAB oordeelt dat het weinig kansen biedt op de arbeidsmarkt;
  5° de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft zijn studies of leertijd sedert ten minste twee jaar beëindigd op de dag waarop hij de vrijstelling aanvraagt.
  Art. 111/37. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt, kan op zijn verzoek een vrijstelling verkrijgen voor de periode waarin hij een opleiding of het begeleidingstraject voor de vorming en opleiding in een zelfstandig beroep volgt, als de volgende voorwaarden vervuld zijn:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 111/32, § 1;
  2° de verplicht ingeschreven werkzoekende heeft de studies of een leertijd sedert ten minste twee jaar beëindigd op de dag waarop hij de vrijstelling aanvraagt.
  De verplicht ingeschreven werkzoekende kan slechts eenmaal van de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, genieten.
  Art. 111/38. De verplicht ingeschreven werkzoekende die werkloosheids- of inschakelingsuitkeringen ontvangt en die als kandidaat-ondernemer een overeenkomst sluit met een activiteitencoöperatie, kan voor de periode van die overeenkomst een vrijstelling verkrijgen. De vrijstelling wordt alleen toegekend als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° de verplicht ingeschreven werkzoekende voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 111/32, § 1, 1°, 2°, 4° en 5° ;
  2° de activiteitencoöperatie is erkend conform artikel 81, § 3, van de wet van 1 maart 2007 houdende diverse bepalingen (III);
  3° de verplicht ingeschreven werkzoekende behoort tot de doelgroep van moeilijk te plaatsen werklozen of andere kansengroepen, vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 juni 2009 houdende diverse bepalingen betreffende het statuut van kandidaat-ondernemer in een activiteitencoöperatie.
  De vrijstelling wordt toegekend voor de duur van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, met een maximum van twaalf maanden. Ze kan verschillende keren worden toegekend, op voorwaarde dat de gecumuleerde duur van de periodes van vrijstelling voor een of meer overeenkomsten niet meer bedraagt dan achttien maanden.
  Afdeling 2. Werkingsprincipes
  Art. 111/39. § 1. Met toepassing van afdeling 1 wordt de vrijstelling van dit hoofdstuk toegekend voor de duurtijd van de studie, opleiding of stage, met inbegrip van de daarin gelegen vakantieperiodes, evenwel beperkt tot twaalf maanden.
  Tenzij anders is bepaald in dit hoofdstuk, kan de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, telkens verlengd worden voor een periode van ten hoogste twaalf maanden als VDAB vaststelt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende aan een van de volgende voorwaarden voldoet:
  1° hij volgt de studie, opleiding of stage op regelmatige wijze en werkt actief mee aan de door VDAB voorgestelde acties;
  2° hij heeft zijn opleidingsjaar met vrucht afgerond en werkt actief mee aan de door VDAB voorgestelde acties.
  § 2. De verplicht ingeschreven werkzoekende die al een vrijstelling had gekregen van de RVA met toepassing van artikel 91 tot en met 94 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht vóór 1 januari 2017, blijft vrijgesteld voor de duurtijd van de gegeven vrijstelling, beperkt tot twaalf maanden na de initiële beslissing tot vrijstelling. Hij kan een vernieuwing van de voormelde vrijstelling aanvragen bij VDAB, met toepassing van dit hoofdstuk.
  § 3. De verplicht ingeschreven werkzoekende die al een vrijstelling had gekregen voor een studie, opleiding of stage in een ander gewest, blijft vrijgesteld voor een periode tot twaalf maanden na de initiële beslissing tot vrijstelling. Hij kan een vernieuwing van de voormelde vrijstelling aanvragen bij VDAB, met toepassing van dit hoofdstuk.
  § 4. De raad van bestuur van VDAB bepaalt de inhoud en het model van de documenten die gebruikt worden bij de aanvraag van een vrijstelling als vermeld in afdeling 1. De raad van bestuur van VDAB bepaalt ook de wijze waarop de aanvraag om vrijstelling moet worden aangevraagd.
  Art. 111/40. § 1. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet langer voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, wordt zijn vrijstelling stopgezet.
  VDAB kan een aanwezigheidsattest vragen aan de werkzoekende met vrijstelling.
  § 2. Als blijkt dat de verplicht ingeschreven werkzoekende een formeel afsprakenblad, gemaakt in het kader van de voormelde vrijstelling, niet naleeft, kan een ultiem afsprakenblad worden opgesteld conform artikel 111/12. Als het dossier van de verplicht ingeschreven werkzoekende wordt bezorgd aan de controledienst met toepassing van artikel 111/13, en de controledienst neemt een negatieve beslissing, dan wordt de vrijstelling stopgezet. De verplicht ingeschreven werkzoekende van wie de vrijstelling werd ingetrokken, wordt daarvan op de hoogte gebracht.
  § 3. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende niet ingaat op een afspraak met VDAB die tot doel heeft de studie, opleiding of stage op te volgen waarvoor vrijstelling werd verleend, wordt zijn dossier aan de controledienst bezorgd conform artikel 111/6. Als de controledienst een negatieve beslissing neemt, wordt de vrijstelling stopgezet. De verplicht ingeschreven werkzoekende wordt hiervan op de hoogte gebracht.
  § 4. Als de verplicht ingeschreven werkzoekende zijn studie, opleiding of stage stopzet om redenen die aan hemzelf te wijten zijn, wordt de vrijstelling stopgezet en wordt zijn dossier aan de controledienst bezorgd met toepassing van artikel 111/16, eerste lid, 4°.
  Art. 111/41. Met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring kan VDAB de beslissing over het al dan niet geven van een vrijstelling met toepassing van dit hoofdstuk herzien als:
  1° vastgesteld wordt dat de beslissing van VDAB is aangetast door een juridische of materiële vergissing;
  2° vastgesteld wordt dat de beslissing van VDAB is aangetast doordat de verplicht ingeschreven werkzoekende onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd, een vereiste aangifte niet of te laat heeft gedaan, onjuiste of vervalste stukken heeft voorgelegd of onregelmatigheden heeft begaan.
  De nieuwe beslissing heeft uitwerking op de datum waarop de verbeterde beslissing had moeten ingaan, met behoud van de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen over verjaring. De beslissing wordt aan de RVA meegedeeld.
  Als tegen de beslissing van VDAB beroep is ingesteld en die beslissing wordt herzien met toepassing van het eerste lid, wordt de herziening aan het bevoegde arbeidsgerecht meegedeeld.
  Art. 111/42. Elke gemotiveerde beslissing van VDAB over de vrijstelling wordt meegedeeld aan de verplicht ingeschreven werkzoekende en vermeldt onder meer de beroepsmogelijkheid, de bevoegde rechtbank, de termijn waarin en de wijze waarop het beroep moet worden ingesteld.
  Als een beroep bij de arbeidsrechtbank wordt ingesteld tegen een beslissing van VDAB, wordt de RVA daarvan op de hoogte gebracht.".
Art. 7. Dans le titre III/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2015, il est inséré un chapitre 2 comprenant les articles 111/31 à 111/42 dans la rédaction suivante :
  " Chapitre 2. Dispenses
  Section 1re. Principes généraux du régime de dispense
  Art. 111/31. La dispense de disponibilité sur le marché de l'emploi accordée par le VDAB au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion pour lui permettre de suivre des études, une formation ou un stage, implique que ce demandeur d'emploi peut refuser une offre convenable ou un emploi convenable proposé et que, pour la durée de la dispense, il n'est pas obligé de s'intégrer sur le marché de l'emploi.
  Toutefois, le demandeur d'emploi visé à l'alinéa 1er est tenu de donner suite à des engagements qu'il a pris auprès du VDAB ayant pour but d'assurer le suivi des études, de la formation ou du stage qui ont conduit à accorder la dispense ou aux engagements pris dans le cadre du fait pour lequel la dispense a été donnée. En outre, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit suivre de façon régulière les études, la formation ou le stage pour la durée de la dispense.
  Art. 111/32. § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé pour la durée de ses études, sa formation ou son stage autre que ceux visés aux articles 111/33 à 111/38 si les conditions suivantes sont réunies :
  1° la demande de dispense du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est soumise au VDAB avant le démarrage des études, de la formation ou du stage. En cas de demande tardive, la dispense ne peut être accordée que pour la période à partir de la date à laquelle le VDAB a reçu la demande ;
  2° le VDAB accepte les études, la formation ou le stage s'ils s'inscrivent dans le parcours d'insertion professionnelle du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement. L'acceptation ne s'applique qu'à l'octroi de la dispense en application du présent chapitre ;
  3° il s'agit d'études, d'une formation ou d'un stage atteignant au moins 4 semaines et au moins 20 heures en moyenne par semaine, et les cours ne peuvent être donnés principalement le samedi ou après 17 heures ;
  4° le médiateur peut inscrire dans la fiche d'engagement formelle tant les engagements pris par le demandeur d'emploi pour suivre des études, une formation ou un stage que les modalités du suivi. S'il s'agit d'une formation qui n'est pas organisée, reconnue ou subventionnée par le VDAB, l'établissement d'une telle fiche d'engagement formelle est obligatoire ;
  5° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement reste inscrit auprès du VDAB pour la durée de la dispense.
  § 2. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir l'autorisation du VDAB pour suivre des études, une formation ou un stage sans dispense de disponibilité mais avec maintien des allocations.
  § 3. Le paragraphe 1er est également d'application s'il s'agit d'études, d'une formation ou d'un stage à l'étranger. Dans ce cas, les conditions supplémentaires suivantes doivent être remplies pour que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion puisse être dispensé :
  1° la dispense est accordée pour une période de 3 mois maximum. Cette période est une fois renouvelable de maximum neuf mois ;
  2° les mêmes études, la même formation ou le même stage ne peuvent être suivis en Belgique ;
  3° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas détenteur d'un diplôme ou d'un certificat équivalent ou supérieur à un diplôme de l'enseignement supérieur ou dispose d'un diplôme ou d'un certificat d'enseignement supérieur dont le VDAB juge que ce titre n'offre que peu de possibilités sur le marché de l'emploi ;
  4° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit avoir terminé ses études et/ou son apprentissage depuis deux ans au moins au jour où il demande la dispense ;
  5° pendant ses études, sa formation ou son stage, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement séjournera à l'étranger.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut bénéficier qu'une seule fois de la dispense visée à l'alinéa 1er.
  Art. 111/33. § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion et ayant conclu avec le VDAB un contrat de formation d'au moins quatre semaines et d'au moins 20 heures en moyenne par semaine, est dispensé d'office pour la durée du contrat de formation, avec un maximum de douze mois.
  Si le contrat de formation, visé à l'alinéa 1er, dépasse douze mois, la dispense peut être prolongée automatiquement jusqu'à la fin du contrat de travail sans qu'une intervention du demandeur d'emploi ne soit requise à cet effet.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, un emploi à mi-temps dans l'entreprise où la formation professionnelle individuelle a lieu est assimilé à 20 heures en moyenne par semaine pour le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion qui conclut un contrat avec le VDAB pour suivre une formation professionnelle individuelle telle que visée à l'article 90.
  § 3. L'application du présent article ne peut donner lieu qu'à l'octroi d'une dispense et, par conséquent, ne confère aucun autre droit.
  Art. 111/34. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiaire d'allocations de chômage ou d'insertion est dispensé pour la durée de la formation qualifiante qu'il suit dans un établissement d'enseignement, tel que visé à l'article 87, sous les liens d'un contrat de formation conclu avec le VDAB. Cette formation ne peut dépasser une durée de douze mois.
  Si le contrat de formation, visé à l'alinéa 1er, dépasse douze mois, la dispense peut être prolongée automatiquement jusqu'à la fin du contrat de formation sans qu'une intervention du demandeur d'emploi ne soit requise.
  Si la demande de dispense telle que visée à l'alinéa 1er soumise par un demandeur d'emploi inscrit obligatoirement débouche sur un refus sur la base de l'article 88, alinéa 2, aucune dispense ne peut être accordée pour la même formation en application du présent chapitre.
  Art. 111/35. § 1er. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir à sa demande une dispense pour la période pendant laquelle il suit un enseignement secondaire si les conditions suivantes sont réunies :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions mentionnées à l'article 111/32, § 1er ;
  2° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut être inscrit comme élève libre et suit les activités imposées par le programme d'études ;
  3° les études sont organisées, subventionnées ou reconnues par une Communauté et appartiennent à l'enseignement secondaire ;
  4° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas titulaire d'un diplôme ou d'un certificat d'un niveau équivalent ou supérieur à un diplôme de l'enseignement secondaire ;
  5° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit avoir terminé ses études et/ou son apprentissage depuis un an au moins au jour où il demande la dispense ;
  6° les études ou la formation suivies conduisent à un diplôme d'enseignement secondaire.
  La condition visée à l'alinéa 1er, 4°, n'est pas d'application s'il s'agit d'une formation de secondaire après secondaire telle que visée au décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire après secondaire et à l'enseignement supérieur professionnel hbo5 (décret hbo5).
  § 2. Dans le présent article, on entend par formation en alternance : la formation visée à l'article 2, 2° du décret du 10 juin 2016 réglant certains aspects des formations en alternance, et la formation en alternance, visée à l'article 1bis, alinéa 2 de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir à sa demande une dispense pour la période pendant laquelle il suit une formation en alternance.
  Une dispense n'est délivrée que lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions mentionnées à l'article 111/32, § 1er ;
  2° lors du démarrage de la formation en alternance, le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas détenteur d'un diplôme ou d'un certificat d'enseignement secondaire ;
  3° les avantages financiers dont bénéficie le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement pendant la formation en alternance, sont limités aux indemnités à charge de l'employeur, déterminées conformément à la réglementation applicable à ces formations en alternance ;
  4° la formation en alternance donne lieu à une qualification professionnelle ;
  5° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit avoir terminé ses études et/ou son apprentissage depuis un an au moins au jour où il demande la dispense.
  La condition visée à l'alinéa 3, 2°, n'est pas d'application lorsqu'il s'agit d'une formation de secondaire après secondaire telle que visée au décret du 30 avril 2009 relatif à l'enseignement secondaire après secondaire et à l'enseignement supérieur professionnel hbo5 (décret hbo5).
  § 3. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut bénéficier qu'une seule fois de la dispense visée au présent article.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, un demandeur d'emploi peut obtenir une dispense pour suivre une formation de secondaire après secondaire lorsque celle-ci s'aligne sur une dispense obtenue antérieurement pour suivre une formation d'enseignement secondaire.
  Art. 111/36. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui perçoit des allocations de chômage ou d'insertion peut être dispensé pendant la période dans laquelle il suit un enseignement supérieur qui prépare à une profession pour laquelle il existe une pénurie significative de main-d'oeuvre.
  La liste reprenant les études débouchant sur des professions pour lesquelles il existe une pénurie significative de main-d'oeuvre comme visée à l'alinéa 1er, est fixée par le conseil d'administration du VDAB.
  Le demandeur d'emploi obligatoirement inscrit qui perçoit des allocations de chômage ou d'insertion doit également satisfaire aux conditions suivantes :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions mentionnées à l'article 111/32, § 1er ;
  2° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut être inscrit comme élève libre et suit les activités imposées par le programme d'études ;
  3° les études sont organisées, subventionnées ou reconnues par une Communauté et appartiennent à l'enseignement supérieur ;
  4° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement n'est pas détenteur d'un diplôme ou d'un certificat équivalent ou supérieur à un diplôme de l'enseignement supérieur ou dispose d'un diplôme ou d'un certificat d'enseignement supérieur dont le VDAB juge que ce titre n'offre que peu de possibilités sur le marché de l'emploi ;
  5° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit avoir terminé ses études et/ou son apprentissage depuis deux ans au moins au jour où il demande la dispense.
  Art. 111/37. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement bénéficiant d'allocations de chômage ou d'insertion peut obtenir à sa demande une dispense pour la période pendant laquelle il suit une formation ou le parcours d'accompagnement pour les formations conduisant à une profession indépendante si les conditions suivantes sont réunies :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions mentionnées à l'article 111/32, § 1er ;
  2° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement doit avoir terminé les études et/ou l'apprentissage depuis deux ans au moins au jour où il demande la dispense.
  Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne peut bénéficier qu'une seule fois de la dispense visée à l'alinéa 1er.
  Art. 111/38. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement qui perçoit des allocations de chômage ou d'insertion et qui conclut, comme candidat entrepreneur, une convention avec une coopérative d'activités, peut être obtenir une dispense pendant la période de cette convention. Une dispense n'est délivrée que lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions mentionnées à l'article 111/32, § 1er, 1°, 2°, 4° et 5° ;
  2° la coopérative d'activités est reconnue conformément à l'article 81 de la loi du 1er mars 2007 portant diverses dispositions (III) ;
  3° le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement appartient au groupe cible de chômeurs difficiles à placer ou à d'autres groupes à risques tels que visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 15 juin 2009 portant des dispositions diverses concernant le statut du candidat entrepreneur dans une coopérative d'activités.
  La dispense est accordée pour la durée de la convention visée à l'alinéa 1er, avec un maximum de douze mois. Elle peut être accordée plusieurs fois, sans que la durée cumulée des périodes de dispense accordées pour une ou plusieurs conventions, ne puisse toutefois excéder 18 mois.
  Section 2. Principes de fonctionnement
  Art. 111/39. § 1er. En application de la section 1re, la dispense du présent chapitre est accordée pour la durée des études, de la formation ou du stage, y compris les périodes de vacances, mais est limitée à douze mois.
  Sauf dispositions contraires du présent chapitre, la dispense visée à l'alinéa 1er peut être chaque fois prolongée d'une période de maximum douze mois lorsque le VDAB constate que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement satisfait aux conditions suivantes :
  1° il suit les études, la formation ou le stage de façon régulière et participe activement aux actions proposées par le VDAB ;
  2° il a réussi l'année de formation et participe activement aux actions proposées par le VDAB.
  § 2. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ayant déjà obtenu une dispense de l'ONEM en application des articles 91 à 94 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel que d'application avant le 1er janvier 2017, continue à être dispensé pour la durée de la dispense donnée, limitée à douze mois après la décision initiale de dispense. Il peut demander le VDAB de lui accorder un renouvellement de la dispense précitée, en application du présent chapitre.
  § 3. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ayant déjà obtenu une dispense pour des études, une formation ou un stage dans une autre Région, reste dispensé pour une période de douze mois après la décision initiale de dispense. Il peut demander le VDAB de lui accorder un renouvellement de la dispense précitée, en application du présent chapitre.
  § 4. Le conseil d'administration du VDAB fixe le contenu et le modèle des documents utilisés lors de la demande de dispense telle que visée à la section 1re. Le conseil d'administration du VDAB détermine également les modalités de demande de dispense.
  Art. 111/40. § 1er. Si le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne satisfait plus aux conditions de la présente section, sa dispense est annulée.
  Le VDAB peut demander une attestation de présence au demandeur d'emploi bénéficiaire de la dispense.
  § 2. S'il ressort que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne respecte pas les engagements repris dans la fiche d'engagement formelle établie dans le cadre de la dispense précitée, une fiche d'engagement ultime au sens de l'article 111/12 peut être dressée. Si le dossier du demandeur d'emploi inscrit obligatoirement est transmis au service de contrôle en application de l'article 111/13, et le service de contrôle prend une décision négative, il est mis fin à la dispense. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement dont la dispense a été supprimée, en est informé.
  § 3. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement ne respecte pas un engagement qu'il a pris avec le VDAB pour assurer le suivi de ses études, formation ou stage pour lesquels une dispense avait été accordée, son dossier est transmis au service de contrôle conformément à l'article 111/6. Si le service de contrôle prend une décision négative, il est mis fin à la dispense. Le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement en est informé.
  § 4. Lorsque le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement met fin à ses études, sa formation ou son stage pour des raisons qui lui sont imputables, la dispense est supprimée et son dossier est transmis au service de contrôle par application de l'article 111/16, alinéa 1er, 4°.
  Art. 111/41. Sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription, le VDAB peut réviser sa décision sur l'octroi ou non d'une dispense par application du présent chapitre si :
  1° il est constaté que la décision du VDAB est entachée d'une erreur juridique ou matérielle ;
  2° il est constaté que la décision du VDAB est entachée parce que le demandeur d'emploi inscrit obligatoirement a fourni des déclarations ou des données inexactes ou incomplètes, a omis de faire une déclaration requise ou l'a faite tardivement, a présenté des documents inexacts ou falsifiés, ou a commis des irrégularités.
  La nouvelle décision produit ses effets à la date à laquelle la décision corrigée aurait dû prendre effet, sans préjudice des dispositions légales et réglementaires relatives à la prescription. La décision est communiquée à l'ONEM.
  Lorsqu'un recours est introduit contre la décision du VDAB, et cette décision est réexaminée en application de l'alinéa 1er, la révision est communiquée au tribunal du travail compétent.
  Art. 111/42. Toute décision motivée du VDAB sur la dispense est communiquée au demandeur d'emploi inscrit obligatoirement et mentionne entre autres la possibilité de recours, le tribunal compétent, le délai et le mode d'introduction du recours.
  Lorsqu'un recours est introduit auprès du tribunal du travail contre une décision du VDAB, l'ONEM en est informé. ".
Art. 8. In het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 91, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 oktober 1992 en het koninklijk besluit van 5 maart 2006;
  2° artikel 92, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 juli 2014;
  3° artikel 93, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2011;
  4° artikel 94, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 juli 2014.
Art. 8. Dans l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, les articles suivants sont abrogés :
  1° l'article 91, modifié par l'arrêté royal du 2 octobre 1992 et par l'arrêté royal du 5 mars 2006 ;
  2° l'article 92, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 1er juillet 2014 ;
  3° l'article 93, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 28 décembre 2011 ;
  4° l'article 94, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 1er juillet 2014.
Art. 9. Artikel 34, 2°, van het decreet van 24 april 2015 houdende de implementatie van de zesde staatshervorming en houdende diverse bepalingen inzake het beleidsdomein Werk en Sociale Economie, voor wat betreft de toevoeging van een punt b) in artikel 5, § 1, 7°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" treedt in werking op 1 januari 2017.
Art. 9. L'article 34, 2°, du décret du 24 avril 2015 portant mise en oeuvre de la sixième réforme de l'Etat et portant diverses dispositions relatives au domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale, en ce qui concerne l'introduction d'un point b à l'article 5, § 1er, 7°, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding" (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) entre en vigueur le 1er janvier 2017.
Art. 10. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.
Art. 10. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2017.
Art. 11. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.