Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 NOVEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning en subsidiëring van voorzieningen die ondersteuning bieden aan personen met een handicap in de gevangenis, en van units voor geïnterneerden(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-01-2018 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
24 NOVEMBRE 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'agrément et au subventionnement de structures offrant du soutien aux personnes handicapées en prison, et d'unités pour internés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-01-2018 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° besluit van 15 december 1993: het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  3° besluit van 4 februari 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
  4° dagondersteuning: de ondersteuning die gedurende de dag wordt geboden. De geleverde ondersteuning is moeilijk tot niet individueel te plannen of toe te wijzen. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie. De dagondersteuning wordt uitgedrukt in dagdelen. De voormiddag en de namiddag zijn dagdelen;
  5° gedetineerde: een gedetineerde als vermeld in de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden;
  6° geïnterneerde: de persoon die geïnterneerd is als vermeld in de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
  [1 6° /1 G-index: het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;]1
  7° handicap: een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  8° psychosociale begeleiding: een-op-eenbegeleiding die tot doel heeft de gebruiker en de context te ondersteunen in de organisatie van zijn dagelijkse leven;
  9° gevangenis: een gevangenis als vermeld in artikel 2, 15°, van de basiswet van 12 januari 2005 betreffende het gevangeniswezen en de rechtspositie van de gedetineerden;
  10° woonondersteuning: de ondersteuning die tot doel heeft de persoon met een handicap tijdens de week te ondersteunen bij het wonen. De geleverde uren ondersteuning zijn moeilijk tot niet individueel planbaar of toewijsbaar. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence : la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les personnes handicapées) ;
  2° arrêté du 15 décembre 1993 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  3° arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
  4° accompagnement de jour : l'accompagnement offert pendant la journée. L'accompagnement fourni ne peut difficilement voire pas du tout être individuellement planifié ou attribué. L'aide a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend l'accompagnement et la permanence. L'accompagnement de jour est exprimé en parties de journées. Le matin et l'après-midi sont des parties de journées ;
  5° détenu : un détenu tel que visé dans la Loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus ;
  6° interné : la personne internée telle que visée à la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement ;
  [1 6° /1 indice G : l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays ;]1
  7° handicap : un handicap tel que visé à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  8° accompagnement psychosocial : accompagnement d'un pour un visant à soutenir l'usager et le contexte dans l'organisation de sa vie quotidienne ;
  9° prison : une prison telle que visée à l'article 2, 15°, de la loi de principes du 12 janvier 2005 concernant l'administration pénitentiaire ainsi que le statut juridique des détenus ;
  10° accompagnement au logement : l'aide encourageant l'autonomie au logement de la personne handicapée pendant la semaine. Les heures d'accompagnement prestées ne peuvent difficilement voire pas du tout être individuellement planifiées ou attribuées. L'accompagnement a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend l'accompagnement et la permanence.
  
HOOFDSTUK 2. - Ondersteuning van personen met een handicap in de gevangenis
CHAPITRE 2. - Accompagnement de personnes handicapées en prison
Art.2. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, voorzieningen erkennen en subsidiëren om ondersteuning te bieden aan personen die door het agentschap zijn erkend als een persoon met een handicap, of aan personen met een vermoeden van handicap, die in de gevangenis verblijven als gedetineerde of als geïnterneerde.
  [1 ...]1
  
Art.2. Dans les limites des ressources prévues à cet effet à son budget, l'agence peut agréer et subventionner des structures en vue d'offrir de l'accompagnement aux personnes agréées par l'agence comme des personnes handicapées, ou aux personnes présumées avoir un handicap, séjournant dans une prison comme des détenus ou des internés.
  [1 ...]1
  
Art.3. De voorzieningen, vermeld in artikel 2, bieden de volgende ondersteuning:
  1° handicapspecifieke dagondersteuning in de gevangenis;
  2° psychosociale begeleiding;
  3° overdracht van handicapspecifieke knowhow en forensische expertise aan andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de gedetineerde of de geïnterneerde.
Art.3. Les structures visées à l'article 2 offrent l'accompagnement suivant :
  1° un accompagnement de jour adapté au handicap fourni en prison ;
  2° un accompagnement psychosocial ;
  3° le transfert de savoir-faire spécifique au handicap et d'expertise médicolégale aux autres acteurs impliqués dans l'accompagnement des détenus ou internés.
Art.4. De programmatie voor de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 2, bedraagt 1647 personeelspunten.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor beschikbaar zijn op de begroting van het agentschap, de programmatie, vermeld in het eerste lid, aanpassen.
Art.4. La programmation pour l'agrément des structures visées à l'article 2, s'élève à 1647 points de personnel.
  Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions, peut, dans les limites des ressources disponibles à cet effet au budget de l'agence, adapter la programmation, visée à l'alinéa premier.
Art.5. Om erkend te worden en te blijven, moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
  1° de voorziening is opgericht door een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen, door een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  2° de voorziening past binnen de programmatie, vermeld in artikel 4;
  3° de voorziening toont aan dat ze beschikt over een uitgewerkt referentiekader voor forensisch werken;
  4° de voorziening toont de samenwerking aan met andere actoren die binnen de gevangenis werken.
  Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op voorzieningen als vermeld in artikel 2 van dit besluit.
Art.5. Pour être agréé et le rester, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° la structure est établie par une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par la loi de payer un avantage patrimonial à ses membres, par une société dotée de la personnalité juridique et à finalité sociale ou par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'aide sociale ;
  2° la structure s'inscrit dans le cadre de la programmation visé à l'article 4 ;
  3° la structure démontre qu'elle dispose d'un cadre de référence élaboré pour les activités médicolégales ;
  4° la structure démontre la coopération avec d'autres acteurs actifs en prison.
  L'arrêté du 4 février 2011 s'applique aux structures visées à l'article 2 du présent arrêté.
Art.6. Het besluit van 15 december 1993 is niet van toepassing op de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, met uitzondering van artikel 9, 10 en 12 tot en met 17 van het besluit van 15 december 1993, voor de aanvraag van een erkenning en de afhandeling van de aanvraag van een erkenning.
  De voorzieningen, vermeld in artikel 2, worden erkend voor een aantal personeelspunten.
Art.6. L'arrêté du 15 décembre 1993 ne s'applique pas à l'agrément des structures visées à l'article 2 du présent arrêté, à l'exception des articles 9, 10 et 12 à 17 de l'arrêté du 15 décembre 1993, en ce qui concerne la demande d'un agrément et le traitement d'une demande d'un agrément.
  Les structures visées à l'article 2, sont agréées pour un nombre de points de personnel.
Art.7. Het agentschap subsidieert de personeelspunten waarvoor de voorziening, vermeld in artikel 2, is erkend, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen als vermeld in artikel 8.
  [2 Een voorziening als vermeld in artikel 2, kan personeelspunten waarvoor ze is erkend, overdragen aan een andere voorziening die door het agentschap erkend of vergund is en erdoor gesubsidieerd wordt.]2
  Het agentschap verleent bijkomend een werkingstoelage van 89 euro per personeelspunt waarvoor de voorziening, vermeld in artikel 2, is erkend.
  Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 8, eerste lid, van dit besluit, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en [1 dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden]1, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
  Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening, vermeld in artikel 2, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het [1 overleg]1 met de werknemersvertegenwoordiging.
  [1 ...]1.
  [3 Het bedrag, vermeld in het derde lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]3
  
Art.7. L'agence subventionne les points de personnel pour lesquels la structure visée à l'article 2, est agréée, le cas échéant diminués des points de personnel qui sont convertis en des moyens de fonctionnement tel que visé à l'article 8.
  [2 Une structure telle que visée à l'article 2, peut transférer les points de personnel pour lesquels elle est agréée à une autre structure agréée ou autorisée par l'agence et subventionnée par elle. ]2
  L'agence octroie en outre une subvention de fonctionnement de 89 euros par point de personnel pour lequel la structure visée à l'article 2, est agréée.
  L'agence subventionne les moyens de fonctionnement visés à l'article 8, alinéa premier, du présent arrêté, à condition qu'il y ait eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collective visé à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou qu'il y ait eu une participation collective telle que visée à l'article 30 de l'arrêté précité et [1 qu'il y ait eu une concertation avec la représentant des travailleurs]1, et qu'une transparence relative à l'affectation ait été offerte à ces canaux de concertation.
  A la demande de l'agence, la structure visée à l'article 2, démontre le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collective ou la participation collective et [1 la concertation]1 avec la représentation des travailleurs.
  [1 ...]1.
  [3 Le montant visé à l'alinéa 3, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient. ]3
  
Art.7/1. [1 Het gedeelte van de werkingstoelage, vermeld in artikel 7, [2 derde lid]2, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20 % van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.
   De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal 50 % van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot 25 % van de jaarlijkse personeelskosten.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de voorziening, vermeld in artikel 2, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
   In afwijking van het vijfde lid hoeven de reserves die aangelegd zijn voor het sociaal passief, na expliciete goedkeuring door het agentschap, niet aan het agentschap te worden teruggestort.]1

  
Art.7/1. [1 La partie de la subvention de fonctionnement, visée à l'article 7, [2 alinéa 3]2, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée à la constitution de réserves à concurrence d'au maximum 20 % du montant de subvention, à l'exception du passif social.
   Les réserves totales cumulées, à l'exception du passif social, peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Le passif social, visé aux alinéas premier et deux, est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
   En cas de dépassement du maximum, visé aux alinéas premier et deux, le montant dépassé est remboursé à l'agence, sauf si l'agence décide, moyennant une motivation, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximaux.
   Lorsque la structure visée à l'article 2 n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves sera remboursé à l'agence.
   Par dérogation à l'alinéa cinq les réserves constituées pour le passif social ne doivent pas être restituées à l'agence, après approbation explicite de l'agence.]1

  
Art.8. Een voorziening als vermeld in artikel 2, kan maximaal [1 3 %]1 van de personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
  [1 Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro).]1.
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van eigen personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  [2 In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform [3 artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.]3]2
  [1 [4 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]4]1
Art.8. Une structure telle que visée à l'article 2 peut convertir au maximum [1 3 %]1 des points de personnel pour lesquels elle est agréée, en des moyens de fonctionnement contre un montant par point.
  [1 Le montant par point s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).]1.
  Le montant visé à l'alinéa premier ne peut être affecté à la constitution de réserves, au recrutement de personnel ou au paiement des propres frais de personnel. L'affectation du montant peut être répartie sur plus d'une année comptable.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération des prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément [3 aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.]3]2
  [1 [4 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]4]1
Art.9. De voorzieningen, vermeld in artikel 2, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
  Het verslag wordt opgemaakt aan de hand van de sjabloon die wordt vastgesteld door het agentschap, en bevat de volgende elementen:
  1° informatie over de geïnterneerden en de gedetineerden aan wie ondersteuning wordt geboden, onder andere informatie over de aard van hun handicap;
  2° een beschrijving van de geboden ondersteuning;
  3° informatie over de samenwerking met andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de geïnterneerden en de gedetineerden;
  4° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
  Het jaarverslag wordt aan het agentschap bezorgd vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.
Art.9. Annuellement, les structures visées à l'article 2 transmettent un rapport sur leur fonctionnement à l'agence.
  Le rapport est établi à l'aide du modèle qui est établi par l'agence, et comprend les éléments suivants :
  1° des informations sur les internés et les détenus auxquels l'accompagnement est offert, entre autres, des informations sur la nature de leur handicap ;
  2° une description de l'accompagnement offert ;
  3° des informations sur la coopération avec d'autres acteurs impliqués dans l'accompagnement aux internés et aux détenus ;
  4° des informations relatives aux difficultés et opportunités.
  Le rapport annuel est transmis à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle le rapport annuel se rapporte.
HOOFDSTUK 3. - Units voor geïnterneerden
CHAPITRE 3. - Unités pour internés
Afdeling 1. - Erkenning en subsidiëring
Section 1ère. - Agrément et subventionnement
Art.10. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, units voor geïnterneerden erkennen en subsidiëren.
Art.10. Dans les limites des ressources prévues à cet effet au budget, l'agence peut agréer et subventionner des unités pour internés.
Art.11. De units voor geïnterneerden bieden ondersteuning aan personen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze zijn geïnterneerd;
  2° ze zijn door het agentschap erkend als een persoon met een handicap;
  3° ze verbleven in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de datum van de opname in de unit voor geïnterneerden minstens een dag in een gevangenis of in een forensisch psychiatrisch centrum als vermeld in artikel 3, 4°, c), van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering;
  4° het agentschap heeft positief beslist over de aanvraag van ondersteuning door een unit voor geïnterneerden;
  5° ze hebben behoefte aan voltijdse dagondersteuning en woonondersteuning in een residentiële setting met handicapspecifieke en forensische knowhow.
  In afwijking van het eerste lid, 1°, kunnen de units voor geïnterneerden de ondersteuning die zij bieden aan personen die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, continueren nadat een einde gesteld is aan de internering. De ondersteuning kan gecontinueerd worden tot op het ogenblik dat het agentschap aan de betrokken persoon een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap, heeft ter beschikking gesteld. De ondersteuning kan gecontinueerd worden op voorwaarde dat de betrokken persoon binnen de drie maanden te rekenen vanaf de datum van de beëindiging van de internering een ondersteuningsplan persoonsvolgende financiering als vermeld in artikel 1, 15°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget, aan het agentschap heeft bezorgd.
Art.11. Les unités pour internés offrent de l'accompagnement aux personnes remplissant les conditions suivantes :
  1° elles sont internées ;
  2° elles sont agréées par l'agence comme des personnes handicapées ;
  3° dans la période de dix-huit mois précédant la date de l'admission à l'unité pour internés, elles ont séjourné pendant au moins une journée en prison ou dans un centre de psychiatrie médicolégal tel que visé à l'article 3, 4°, c), de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement ;
  4° l'agence a émis un avis positif sur la demande d'accompagnement par une unité pour internés ;
  5° elles ont besoin d'un accompagnement de jour et un accompagnement au logement en permanence dans un cadre résidentiel ayant un savoir-faire spécifique au handicap et médicolégal.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 1°, les unités pour internés peuvent poursuivre l'accompagnement offert aux personnes répondant aux conditions visées à l'alinéa premier, après la fin de l'internement. L'accompagnement peut être poursuivi jusqu'au moment où l'agence a mis à disposition de la personne concernée un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ; L'accompagnement peut être poursuivi à condition que la personne concernée ait transmis à l'agence, dans les trois mois de la date de fin de l'internement, un plan de soutien du financement qui suit la personne, tel que visé à l'article 1er, 15°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapées et relatif à la mise à disposition dudit budget.
Art.12. Units voor geïnterneerden bieden de volgende ondersteuning:
  1° dagondersteuning in het kader van een aangepaste infrastructuur;
  2° woonondersteuning in het kader van een aangepaste infrastructuur;
  3° psychosociale begeleiding bij de doorstroom naar andere diensten of organisaties die zorg of ondersteuning bieden, in voorkomend geval, naar een dienst of organisatie die erkend of vergund is door het agentschap;
  4° overdracht van handicapspecifieke knowhow en forensische expertise aan andere diensten of organisaties die betrokken zijn bij de ondersteuning van de geïnterneerde.
Art.12. Les unités pour internés offrent l'accompagnement suivant :
  1° un accompagnement de jour dans le cadre d'une infrastructure adaptée ;
  2° un accompagnement au logement dans le cadre d'une infrastructure adaptée ;
  3° un accompagnement psychosocial lors de la transition vers d'autres services ou organisations offrant des soins ou d'accompagnement, le cas échéant, vers un service ou une organisation agréé ou autorisé par l'agence ;
  4° le transfert de savoir-faire spécifique au handicap et d'expertise médicolégale aux autres services ou organisations impliqués dans l'accompagnement de l'interné.
Art.13. De programmatie voor de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 10, bedraagt 47 plaatsen.
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan binnen de grenzen van de middelen die voor de erkenning van units voor geïnterneerden beschikbaar zijn op de begroting van het agentschap, de programmatie aanpassen.
Art.13. La programmation pour l'agrément des structures visées à l'article 10, s'élève à 47 places.
  Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions, peut, dans les limites des ressources disponibles à l'agrément des unités pour internés au budget de l'agence, adapter la programmation.
Art.14. Om erkend te worden en te blijven als een unit voor geïnterneerden als vermeld in artikel 10, moet voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
  1° de voorziening is opgericht door een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen, door een vennootschap met rechtspersoonlijkheid en met een sociaal oogmerk, of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten of een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;
  2° de voorziening passen binnen de programmatie, vermeld in artikel 12, eerste lid;
  3° de voorziening toont aan dat ze beschikt over een uitgewerkt referentiekader voor forensisch werken;
  4° de voorziening toont de samenwerking met betrokken actoren vanuit justitie aan;
  5° de voorziening beschikt over een infrastructuur die aangepast is aan forensisch werken.
  Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op de units voor geïnterneerden, vermeld in artikel 10.
Art.14. Pour être agréé et le rester comme unité pour internés tel que visé à l'article 10, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° la structure est établie par une association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par la loi de payer un avantage patrimonial à ses membres, par une société dotée de la personnalité juridique et à finalité sociale ou par une administration subordonnée telle qu'une province, une commune, une intercommunale de communes ou un centre public d'aide sociale ;
  2° la structure s'inscrit dans le cadre de la programmation visée à l'article 12, alinéa premier ;
  3° la structure démontre qu'elle dispose d'un cadre de référence élaboré pour les activités médicolégales ;
  4° la structure démontre la coopération de la justice avec les acteurs concernés ;
  5° la structure dispose d'une infrastructure adaptée aux activités médicolégales.
  L'arrêté du 4 février 2011 s'applique aux unités pour internés visés à l'article 10.
Art.15. Het besluit van 15 december 1993 is niet van toepassing op de erkenning van de voorzieningen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, met uitzondering van artikel 9, 10 en 12 tot en met 17 van het besluit van 15 december 1993, voor de aanvraag van een erkenning en de afhandeling van de aanvraag van een erkenning.
  De voorzieningen, vermeld in artikel 10, worden erkend voor een aantal plaatsen.
Art.15. L'arrêté du 15 décembre 1993 ne s'applique pas à l'agrément des structures visées à l'article 2 du présent arrêté, à l'exception des articles 9, 10 et 12 à 17 de l'arrêté du 15 décembre 1993, en ce qui concerne la demande d'un agrément et le traitement de la demande d'agrément.
  Les structures visées à l'article 10, sont agréées pour un certain nombre de places.
Art.16. De voorzieningen, vermeld in artikel 10, worden gesubsidieerd voor 87 personeelspunten en een bedrag van 6481 euro als werkingstoelagen per erkende plaats.
  Het agentschap subsidieert de personeelspunten die maximaal gesubsidieerd kunnen worden voor de voorziening, vermeld in artikel 10, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen als vermeld in artikel 17.
  Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 17 eerste lid, van dit besluit, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en [1 dat er overleg met de werknemersvertegenwoordiging heeft plaatsgevonden]1, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
  Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening, vermeld in artikel 10, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het [1 overleg]1 met de werknemersvertegenwoordiging.
  [1 ...]1.
  [2 Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt."]2
  
Art.16. Les structures visées à l'article 10 sont subventionnées pour 87 points de personnel et pour un montant de 6.481 euros comme subvention de fonctionnement par place agréée.
  L'agence subventionne les points de personnel qui peuvent être subventionnés au maximum pour la structure visée à l'article 10, le cas échéant diminués des points de personnel qui sont convertis en moyens de fonctionnement tel que visé à l'article 17.
  L'agence subventionne les moyens de fonctionnement visés à l'article 17, alinéa premier, du présent arrêté, à condition qu'il y ait eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collective visé à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou qu'il y ait eu une participation collective telle que visée à l'article 30 de l'arrêté précité et [1 qu'il y ait eu une concertation avec la représentant des travailleurs]1, et qu'une transparence relative à l'affectation ait été offerte à ces canaux de concertation.
  A la demande de l'agence, la structure visée à l'article 10, démontre le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collective ou la participation collective et [1 la concertation]1 avec la représentation des travailleurs.
  [1 ...]1.
  [2 Le montant visé à l'alinéa 1er, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]2
  
Art.16/1. [1 Het gedeelte van de werkingstoelagen, vermeld in artikel 16, eerste lid, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20 % van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.
   De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal 50 % van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot 25 % van de jaarlijkse personeelskosten.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de voorziening, vermeld in artikel 10, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
   In afwijking van het vijfde lid hoeven de reserves die aangelegd zijn voor het sociaal passief, na expliciete goedkeuring door het agentschap, niet aan het agentschap te worden teruggestort.]1

  
Art.16/1. [1 La partie des subventions de fonctionnement, visées à l'article 16, alinéa premier, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée à la constitution de réserves à concurrence d'au maximum 20 % du montant de subvention, à l'exception du passif social.
   Les réserves totales cumulées, à l'exception du passif social, peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Le passif social, visé aux alinéas premier et deux, est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
   En cas de dépassement du maximum, visé aux alinéas premier et deux, le montant dépassé est remboursé à l'agence, sauf si l'agence décide, moyennant une motivation, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximaux.
   Lorsque la structure visée à l'article 10 n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves sera remboursé à l'agence.
   Par dérogation à l'alinéa cinq les réserves constituées pour le passif social ne doivent pas être restituées à l'agence, après approbation explicite de l'agence.]1

  
Art.17. Een voorziening als vermeld in artikel 10, kan maximaal [1 3 %]1 van de personeelspunten, vermeld in artikel 16, eerste lid, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
  [1 Het bedrag per punt bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro)]1.
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  [2 In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform [3 artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.]3]2
  [1 [4 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]4]1
Art.17. Une structure telle que visée à l'article 10, peut convertir au maximum [1 3 %]1 des points de personnel visés à l'article 16, alinéa premier, en des moyens de fonctionnement contre un montant par point.
  [1 Le montant par point s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).]1.
  Le montant visé à l'alinéa premier ne peut être affecté à la constitution de réserves, au recrutement de personnel ou au paiement des frais de personnel. L'affectation du montant peut être répartie sur plusieurs années comptables.
  [2 Par dérogation à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération des prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément [3 aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.]3]2
  [1 [4 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]4]1
Art.18. De persoon met een handicap die ondersteund wordt door een unit voor geïnterneerden, staat zelf in voor zijn woon- en leefkosten.
Art.18. La personne handicapée qui est supportée par une unité pour internés, est responsable pour ses propres frais de vie et de logement.
Art.19. De units voor geïnterneerden behalen een bezettingsgraad van 95%. Bij een lagere bezetting worden de personeels- en werkingssubsidies verminderd in verhouding tot de werkelijk bereikte bezetting. De bezettingsgraad wordt berekend op het aantal erkende plaatsen, vermeld in artikel 25, tweede lid.
  De units voor geïnterneerden bezorgen navolgende gegevens over de bezetting aan het agentschap:
  1° het aantal personen met een handicap die worden ondersteund;
  2° de aard en de frequentie van de ondersteuning die wordt geboden.
  Het agentschap bepaalt de wijze waarop de gegevens, vermeld in het tweede lid, moeten worden meegedeeld.
Art.19. Les unités pour internés ont un taux d'occupation de 95 %. En cas d'une occupation inférieure, les subventions de personnel et de fonctionnement sont réduites proportionnellement à l'occupation réelle. Le taux d'occupation est calculé sur la base du nombre de places agréées visé à l'article 25, alinéa deux.
  Les unités pour internés transmettent les données suivantes relatives à l'occupation à l'agence :
  1° le nombre de personnes handicapées faisant l'objet de l'accompagnement ;
  2° la nature et la fréquence de l'accompagnement offert.
  L'agence arrête la façon dont les données visées à l'alinéa deux, doivent être communiquées.
Art.20. De voorzieningen, vermeld in artikel 10, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
  Het verslag wordt opgemaakt aan de hand van de sjabloon die wordt vastgesteld door het agentschap, en bevat de volgende elementen:
  1° informatie over de geïnterneerden aan wie ondersteuning wordt geboden, onder andere informatie over de aard van hun handicap;
  2° een beschrijving van de geboden ondersteuning;
  3° informatie over de samenwerking met andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de geïnterneerden en de gedetineerden;
  4° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
  Het jaarverslag wordt aan het agentschap bezorgd vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.
Art.20. Annuellement, les structures visées à l'article 10, transmettent un rapport sur leur fonctionnement à l'agence.
  Le rapport est établi à l'aide du modèle établi par l'agence, et comprend les éléments suivants :
  1° des informations sur les internés auxquels l'accompagnement est offert, entre autres, des informations sur la nature de leur handicap ;
  2° une description de l'accompagnement offert ;
  3° des informations sur la coopération avec d'autres acteurs impliqués dans l'accompagnement aux internés et aux détenus ;
  4° des informations relatives aux difficultés et opportunités.
  Le rapport annuel est transmis à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle le rapport annuel se rapporte.
Afdeling 2. - Aanvraag van ondersteuning door een unit voor geïnterneerden
Section 2. - Demande d'accompagnement par une unité pour internés
Art.21. De aanvraag van ondersteuning door een unit voor geïnterneerden bevat de volgende elementen:
  1° een aanvraagdocument waarvan de sjabloon wordt vastgesteld door het agentschap;
  2° een verslag, opgesteld door een multidisciplinair team, waarin informatie wordt aangeleverd die toelaat te beoordelen of de persoon die ondersteuning vraagt of de persoon voor wie ondersteuning wordt gevraagd, al dan niet een persoon is met een handicap met in voorkomend geval een positief of negatief advies daarover als vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, en een duidelijke en omstandige afbakening van de toestand en de behoeften van de aanvrager op medisch, psychopedagogisch en sociaal gebied.
  Als de persoon met een handicap die ondersteuning van een unit voor geïnterneerden vraagt of voor wie die ondersteuning wordt gevraagd, al erkend is door het agentschap als een persoon met een handicap, wordt alleen het aanvraagdocument, vermeld in het eerste lid, 1°, bezorgd aan het agentschap.
  [1 Het aanvraagdocument, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt ingediend door de persoon met een handicap, zijn wettelijke vertegenwoordiger of zijn bewindvoerder in het geval, vermeld in het vierde lid. Het aanvraagdocument kan bezorgd worden met de post of elektronisch op de wijze die het agentschap vaststelt. Als het document met de post wordt bezorgd, wordt het ondertekend door de persoon met een handicap of zijn wettelijke vertegenwoordiger en in het geval, vermeld in het vierde lid, door de bewindvoerder.]1
  Als de persoon met een handicap rechtelijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, kan de aanvraag tot toewijzing van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, alsook de aanvraag tot herziening worden ingediend door de bewindvoerder als de persoon volledig onbekwaam is verklaard, zowel wat betreft de persoon als wat betreft de goederen, en als de bewindvoerder vertegenwoordigingsbevoegdheid heeft gekregen, en in de andere gevallen door de persoon met een handicap samen met de bewindvoerder.
  [1 De beslissing van het agentschap tot toewijzing van ondersteuning aan een unit voor geïnterneerden vervalt in de volgende gevallen:
   1° met ingang van de eerste dag van de vijfde maand die volgt op maand waarin het agentschap de beslissing heeft genomen over de terbeschikkingstelling van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
   2° als er binnen een jaar vanaf de datum van de beslissing geen individuele dienstverleningsovereenkomst is gesloten als vermeld in artikel 9 van het besluit van 4 februari 2011, over de ondersteuning van een unit voor geïnterneerden;
   3° vanaf het ogenblik van de definitieve invrijheidstelling, vermeld in artikel 77 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, behalve in het geval, vermeld in artikel 11, tweede lid, van dit besluit;
   4° als de geïnterneerde persoon opnieuw verblijft in een inrichting als vermeld in artikel 11, eerste lid, 3°, van dit besluit.
   5° vanaf de dag van het overlijden van de geïnterneerde persoon;
   6° als het agentschap een beslissing heeft genomen als vermeld in artikel 6, § 3, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, behalve als een individuele dienstverleningsovereenkomst is gesloten als vermeld in artikel 9 van het besluit van 4 februari 2011, over de ondersteuning aan een unit voor geïnterneerden.
   In afwijking van het vijfde lid, 4°, vervalt de beslissing van het agentschap tot toewijzing van ondersteuning aan een unit voor geïnterneerden niet als gedurende drie maanden vanaf de ingangsdatum van de individuele dienstverleningsovereenkomst over de ondersteuning aan een unit voor geïnterneerden, die ondersteuning wordt gecombineerd met een verblijf of een gedeeltelijk verblijf in een inrichting als vermeld in artikel 11, eerste lid, 3°.]1

  
Art.21. La demande d'accompagnement par une unité pour internés comprend les éléments suivants :
  1° un document de demande dont le modèle est fixé par l'agence ;
  2° un rapport, établi par une équipe multidisciplinaire, contenant des informations permettant de déterminer si le demandeur de l'accompagnement ou la personne pour laquelle un accompagnement est demandé est ou non une personne handicapée, y compris, le cas échéant, un avis favorable ou défavorable à ce sujet tel que visé à l'art. 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ", et une délimitation claire et détaillée de la situation et des besoins du demandeur dans le domaine médical, psychopédagogique et social.
  Lorsque la personne handicapée demandant de l'accompagnement d'une unité pour internés ou pour laquelle un accompagnement est demandé, est déjà reconnue par l'agence comme personne handicapée, le document de demande visé à l'alinéa premier, 1°, est transmis à l'agence.
  [1 Le document de demande visé à l'alinéa premier, 1°, est introduit par la personne handicapée, son représentant légal ou son administrateur dans le cas visé à l'alinéa quatre. Le document de demande peut être transmis par le poste ou par voie électronique selon les modalités déterminées par l'agence. Si le document est transmis par la poste, il est signé par la personne handicapée ou son représentant légal et dans le cas visé à l'alinéa quatre, par l'administrateur.]1
  Lorsque la personne handicapée est protégée de droit en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la demande d'attribution d'un budget pour les soins et l'accompagnement non directement accessibles, ainsi que la demande de révision peuvent être introduites par l'administrateur lorsque la personne a été déclarée totalement inapte, tant en ce qui concerne la personne que les marchandises, et lorsque l'administrateur a reçu une compétence de représentation, et dans les autres cas par la personne handicapée avec l'administrateur.
  [1 La décision de l'agence d'allouer un soutien à une unité pour internés échoit dans les cas suivants :
   1° à partir du premier jour du cinquième mois qui suit le mois au cours duquel l'agence a pris la décision de la mise à disposition d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement personnalisé pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
   2° si, dans l'année suivant la date de la décision, aucun contrat individuel de service n'a été conclu, tel que visé à l'article 9 de l'arrêté du 4 février 2011 relatif au soutien d'une unité pour les internés ;
   3° à partir du moment de la libération définitive visée à l'article 77 de la loi du 5 mai 2014 relative à l'internement, sauf dans le cas visé à l'article 11, alinéa deux, du présent arrêté ;
   4° si la personne internée réside à nouveau dans un établissement tel que visé à l'article 11, alinéa premier, 3°, du présent arrêté;
   5° à partir du jour du décès de la personne internée ;
   6° si l'agence a pris une décision telle que visée à l'article 6, § 3, alinéa quatre, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés, sauf si un contrat individuel de services est conclu, tel que visé à l'article 9 de l'arrêté du 4 février 2011 relatif au soutien d'une unité pour les internés.
   Par dérogation à l'alinéa cinq, 4°, la décision de l'agence d'attribution de soutien à une unité pour internés n'échoit pas si pendant trois mois à compter de la date d'entrée en vigueur du contrat individuel de services relatif au soutien à une unité pour internés, ce soutien est combiné avec un séjour ou un séjour partiel dans un établissement tel que visé à l'article 11, alinéa premier, 3°.]1

  
Art.22. § 1. Het agentschap legt het dossier voor aan de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1.
  De [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1 bepaalt of de persoon getroffen is door een handicap.
  De [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1 steunt haar beoordeling op het verslag, vermeld in artikel 22, eerste lid, 2°.
  De aanvrager kan vragen om te worden gehoord door de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1.
  In afwijking van het eerste lid wordt het dossier niet voorgelegd aan de [1 Vlaamse toeleidingscommissie]1 als de persoon zich in een van de situaties bevindt, vermeld in artikel 2, § 2bis, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 1991 betreffende de indiening en afhandeling van de aanvraag tot ondersteuning bij het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap. De persoon die zich in een van de situaties bevindt, vermeld in het voormelde artikel 2, § 2bis, wordt automatisch erkend als een persoon met een handicap als vermeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.
  § 2. Het agentschap beoordeelt of de persoon met een handicap voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 10, 1° en 5°.
  
Art.22. § 1er. L'agence présente le dossier à la commission d'évaluation provinciale.
  La [1 commission d'orientation flamande]1 détermine si la personne est affectée par un handicap.
  La [1 commission d'orientation flamande]1 effectue son évaluation sur la base du rapport visé à l'article 22, premier alinéa, 2°.
  Le demandeur peut demander d'être entendu par la commission d'évaluation provinciale.
  Par dérogation à l'alinéa premier, le dossier n'est pas soumis à la [1 commission d'orientation flamande]1 lorsque la personne se trouve dans un des cas visés à l'article 2, § 2bis, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juillet 1991 relatif à l'introduction et au traitement de la demande de soutien auprès de la " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ". La personne qui se trouve dans un des cas visés à l'article précité 2, § 2bis, est automatiquement agréée comme personne handicapée telle que visée à l'article 2, 2°, du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
  § 2. L'agence évalue si la personne handicapée répond aux conditions visées à l'article 10, 1° et 5°.
  
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art.23. In afwijking van artikel 17 kan voor de personen met een handicap die vóór de inwerkingtreding van dit besluit in het kader van een FAM gespecialiseerde ondersteuning voor geïnterneerden genoten en financiële bijdragen betaalden als vermeld in artikel 22 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 [1 houdende de erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap zoals van toepassing op 31 december 2016]1, na overleg met de personen met een handicap en hun vertegenwoordigers, bepaald worden op welke wijze ze voor de gebruikers die op 1 januari 2017 financiële bijdragen betalen, in de periode van 1 januari 2017 tot en met 1 januari 2021 overgaan van een systeem van financiële bijdragen naar een systeem waarbij de persoon met een handicap of de gebruiker zelf instaat voor de woon- en leefkosten.
  
Art.23. Par dérogation à l'article 17, il peut être déterminé pour les personnes handicapées bénéficiant, avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, d'un accompagnement spécialisé pour internés dans le cadre d'un FAM et payant des cotisations financières tel que visé à l'article 22 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 [1 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes majeures handicapées tels que d'application au 31 décembre 2016]1, après concertation avec les personnes handicapées et leurs représentants, de quelle manière ils procèderont, pour les usagers payant des cotisations financières le 1er janvier 2017, dans la période du 1er janvier 2017 au 1er janvier 2021 inclus, à un système de cotisations financières vers un système par lequel la personne handicapée ou l'usager assureront eux-mêmes le financement des frais de vie et de logement.
  
Art.24. Het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van flexibele aanbodcentra voor meerderjarige personen met een handicap wordt opgeheven.
Art.24. L'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres d'offre de services flexibles en faveur de personnes handicapées majeures est abrogé.
Art.25. De volgende voorzieningen worden voor de volgende aantallen personeelspunten ambtshalve erkend voor het bieden van ondersteuning aan personen met een handicap of een vermoeden van handicap die in de gevangenis verblijven:
  1° Zwart Goor: 752 personeelspunten;
  2° Openluchtopvoeding: 179 personeelspunten;
  3° OBRA/BAKEN: 716 personeelspunten.
  De volgende voorzieningen worden erkend als een unit voor geïnterneerden als vermeld in artikel 10, voor de volgende aantallen plaatsen:
  1° Sint Ferdinand: 17 plaatsen;
  2° Itinera: 20 plaatsen;
  3° t' Zwart Goor: 10 plaatsen.
Art.25. Les structures suivantes sont agréées d'office pour les nombres suivants de points de personnel pour offrir de l'aide aux personnes handicapées ou présumées avoir un handicap séjournant en prison :
  1° Zwart Goor : 752 points de personnel ;
  2° Openluchtopvoeding : 179 points de personnel ;
  3° OBRA/BAKEN : 716 points de personnel.
  Les structures suivantes sont agréées comme des unités pour internés tel que visé à l'article 10, pour les nombres de places suivants :
  1° Sint-Ferdinand: 17 places ;
  2° Itinera : 20 places ;
  3° t' Zwart Goor : 10 places ;
Art.25/1. [1 Voor de voorzieningen, vermeld in artikel 25, tweede lid, wordt het bedrag van de jaarlijkse subsidies, dat wordt berekend conform artikel 16, verminderd met de volgende bedragen:
   1° Sint Ferdinand: 175.965,99 euro;
   2° Itinera: 165.517,96 euro;
   3° `t Zwart Goor: 117.160,90 euro.]1

  
Art.25/1. [1 Pour les structures visées à l'article 25, alinéa deux, le montant des subventions annuelles, calculé conformément à l'article 16, est réduit des montants suivants :
   1° Sint Ferdinand : 175 965,99 euros ;
   2° Itinera : 165 517,96 euros ;
   3° `t Zwart Goor : 117 160,90 euros.]1

  
Art.26. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art.26. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2017
Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.