Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 DECEMBER 2017. - Decreet houdende diverse fiscale wijzigingen
Titre
13 DECEMBRE 2017. - Décret portant diverses modifications fiscales
Documentinformatie
Info du document
Tekst (48)
Texte (48)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het Wetboek der successierechten
CHAPITRE Ier. - Modifications du Code des droits de succession
Artikel 1. In artikel 42 van het Wetboek der successierechten wordt VIII aangevuld met de woorden "en als de vrijstelling bedoeld in artikel 55quinquies, zevende lid, van toepassing is, moet bij de schulden die specifiek zijn aangegaan om het hoofdverblijf te verwerven of te behouden uitdrukkelijk worden vermeld dat ze met dat doel zijn aangegaan".
Article 1er. Dans l'article 42 du Code des droits de succession, le VIII est complété par les mots " et si l'exemption visée à l'article 55quinquies, aliéna 7, s'applique, la mention que les dettes spécialement contractées pour acquérir ou conserver la résidence principale l'ont été à cette fin ".
Art.2. In artikel 54, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, laatst gewijzigd bij het decreet van 10 juli 2013, worden de woorden "Van het recht van successie wordt vrijgesteld" vervangen door de woorden "Van het recht van successie en van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld".
Art.2. Dans l'article 54, alinéa 1er, du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 10 juillet 2013, les mots " Est exempt du droit de succession " sont remplacés par les mots " Est exempt du droit de succession et du droit de mutation par décès ".
Art.3. In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel 55quinquies ingevoegd, luidend als volgt :
  "Artikel 55quinquies. § 1. Van het recht van successie en van overgang bij overlijden wordt vrijgesteld, het netto-aandeel van de rechtverkrijgende echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende in de woning die de overledene en de echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende tot hoofdverblijf diende sinds minstens vijf jaar op de datum van het overlijden.
  Voor de toepassing van het eerste lid blijkt het feit dat de overledene en de echtgenoot of wettelijk samenwonende hun hoofdverblijfplaats hadden in kwestieus onroerend goed, behoudens bewijs van het tegendeel, uit een uittreksel van het bevolkingsregister of van het vreemdelingenregister.
  Als hoofdverblijfplaats wordt eveneens in aanmerking genomen, de laatste hoofdverblijfplaats van de echtgenoten of wettelijk samenwonenden als aan hun samenwonen een einde is gekomen, hetzij door de feitelijke scheiding van de echtgenoten of van de wettelijk samenwonenden, hetzij door een geval van overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps-of maatschappelijke aard.
  § 2. Onder netto-aandeel bedoeld in § 1, eerste lid, moet worden begrepen de waarde van het deel dat de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende verkrijgt in de hoofdverblijfplaats, verminderd met de schulden.
  Het aandeel van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende in de schulden van de nalatenschap die specifiek zijn aangegaan om die hoofdverblijfplaats te verwerven of te behouden wordt bij voorrang aangerekend op hun deel in bedoeld goed.
  Het aandeel van de langstlevende echtgenoot of wettelijk samenwonende in de overige schulden en begrafeniskosten wordt eerst aangerekend op de waarde van de bestanddelen van activa bedoeld in artikel 60bis, vervolgens op de waarde van de overige goederen van de nalatenschap, en ten slotte op de overblijvende waarde van het verkregen deel in de hoofdverblijfplaats.
  § 3. Ingeval, volgens de gegevens van het bevolkingsregister of van het vreemdelingenregister, de in § 1, eerste lid, gestelde voorwaarden zijn vervuld, past de ontvanger deze vrijstelling ambtshalve toe. Indien de overledene, de echtgenoot/echtgenote of wettelijk samenwonende, zijn hoofdverblijfplaats niet heeft kunnen behouden in het gebouw, als bedoeld in § 1, derde lid, of indien een einde is gekomen aan het samenwonen door overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps- of maatschappelijke aard, moet de toepassing van de vrijstelling uitdrukkelijk worden gevraagd in de aangifte van nalatenschap en, in voorkomend geval, moet de overmacht of de dwingende reden worden bewezen.".
Art.3. Dans le même Code, il est inséré un article 55quinquies, rédigé comme suit :
  " Article 55quinquies. § 1er. Est exempte des droits de succession et de mutation par décès, la part nette du conjoint ou du cohabitant légal ayant droit dans l'habitation qui servait de résidence principale au défunt et à son conjoint ou cohabitant légal, depuis au moins cinq ans à la date de son décès.
  Pour l'application de l'alinéa 1er, la preuve du fait que le défunt et le conjoint ou cohabitant légal avaient leur résidence principale dans l'immeuble considéré résulte, sauf preuve contraire, d'un extrait du registre de la population ou du registre des étrangers.
  Est également prise en considération comme résidence principale, la dernière résidence principale des conjoints ou cohabitants légaux si leur cohabitation a pris fin, soit par la séparation de fait des conjoints ou cohabitants légaux, soit par un cas de force majeure ou raison impérieuse de nature familiale, médicale, professionnelle ou sociale.
  § 2. Par part nette visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, l'on entend la valeur de la part recueillie par le conjoint survivant ou le cohabitant légal survivant dans la résidence principale, déduction faite des dettes.
  La quote-part du conjoint survivant ou du cohabitant légal survivant dans les dettes de la succession spécialement contractées pour acquérir ou conserver cette résidence principale est imputée par priorité sur leur part dans ledit bien.
  La quote-part du conjoint survivant ou du cohabitant légal dans les autres dettes et frais funéraires est déduite par priorité de la valeur des éléments d'actifs visés à l'article 60bis, ensuite, de la valeur des autres biens de la succession, et enfin de la valeur restante de sa part recueillie dans la résidence principale.
  § 3. Lorsque, suivant les données du registre de la population ou du registre des étrangers, les conditions établies au paragraphe 1er, alinéa 1er, sont remplies, le receveur accorde d'office cette exemption. Toutefois, lorsque dans les cas prévus au paragraphe 1er, alinéa 3, le défunt, ou son conjoint ou cohabitant légal n'a pas pu conserver sa résidence principale dans l'immeuble ou que la cohabitation a pris fin pour cause de force majeure ou raison impérieuse de nature familiale, médicale, professionnelle ou sociale, l'application de l'exemption est expressément demandée dans la déclaration de succession et, le cas échéant, la force majeure ou raison impérieuse prouvée. ".
Art. 4. Artikel 60ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2005 en gewijzigd bij de decreten van 30 april 2009 en 11 april 2014, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 60ter. § 1. Indien de erfopvolging van de overledene minstens één aandeel in volle eigendom in het onroerend goed bevat waar de overledene zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad sinds minstens vijf jaar op datum van zijn overlijden en dat onroerend goed, geheel of gedeeltelijk bestemd voor bewoning en in het Waalse Gewest gelegen, verkregen wordt door een erfgenaam, een legataris of een begiftigde in de rechte lijn, wordt het successierecht dat van toepassing is op de netto-waarde van zijn aandeel in die woning, na aftrek, in voorkomend geval, van de waarde van het beroepsdeel van dat onroerend goed onderworpen aan het verlaagde percentage van artikel 60bis, vastgesteld volgens het tarief aangegeven in onderstaande tabel.
  Hierin wordt vermeld:
  onder littera a: het percentage geldend voor de overeenstemmende schijf;
  onder littera b: het totaalbedrag van de belasting op de voorgaande schijven.
Art. 4. L'article 60ter du même Code, inséré par le décret du 15 décembre 2005 et modifié par les décrets des 30 avril 2009 et 11 avril 2014, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 60ter. § 1er. Lorsque la succession du défunt comprend au moins une part en pleine propriété dans l'immeuble où le défunt a eu sa résidence principale depuis cinq ans au moins à la date de son décès et que cet immeuble, destiné en tout ou en partie à l'habitation et situé en Région wallonne, est recueilli par un héritier, un légataire ou un donataire en ligne directe, le droit de succession applicable à la valeur nette de sa part dans cette habitation, abstraction faite, le cas échéant, de la valeur de la partie professionnelle dudit immeuble soumise au taux réduit de l'article 60bis, est fixé d'après le tarif indiqué dans le tableau ci-après.
  Celui-ci mentionne :
  sous la lettre a : le pourcentage applicable à la tranche correspondante ;
  sous la lettre b : le montant total de l'impôt sur les tranches précédentes.
Tabel met betrekking tot het preferentiele tarief voor de netto-aandelen in woningen
Schijf van het netto-aandeel Erfgenaam, begiftigde
  legataris in de rechte lijn
Van tot en met A B
EUR EUR Pct. EUR
0,01 25.000,00 1 -
25.000,01 50.000,00 2 250,00
50.000,01 160.000,00 5 750,00
160.000,01 175.000,00 5 6.250,00
175.000,01 250.000,00 12 7.000,00
250.000,01 500.000,00 24 16.000,00
Meer dan 500.000,00 30 76.000,00
Tabel met betrekking tot het preferentiele tarief voor de netto-aandelen in woningen Schijf van het netto-aandeel Erfgenaam, begiftigde
  legataris in de rechte lijnVan tot en met A BEUR EUR Pct. EUR0,01 25.000,00 1 -25.000,01 50.000,00 2 250,0050.000,01 160.000,00 5 750,00160.000,01 175.000,00 5 6.250,00175.000,01 250.000,00 12 7.000,00250.000,01 500.000,00 24 16.000,00 Meer dan 500.000,00 30 76.000,00
§ 2. Voor de toepassing van § 1 blijkt het feit dat de overledene zijn hoofdverblijfplaats had in kwestieus onroerend goed, behoudens bewijs van het tegendeel, uit een uittreksel van het bevolkingsregister of van het vreemdelingenregister.
  Het voordeel van het verlaagd tarief blijft behouden zelfs indien de overledene zijn hoofdverblijfplaats niet in kwestieus onroerend goed heeft kunnen handhaven wegens overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps- of maatschappelijke aard.
  § 3. Onder netto-waarde dient de waarde van het aandeel in de woning bedoeld in § 1 te worden verstaan, verminderd met het saldo van de schulden en de begrafeniskosten na toerekening op de goederen bedoeld bij artikel 60bis, zoals bepaald in artikel 60bis, § 2, met uitsluiting van die, welke in het bijzonder betrekking hebben op andere goederen.
  § 4. Ingeval, volgens de gegevens van het bevolkingsregister of van het vreemdelingenregister, de bij dit artikel bedoelde voorwaarden zijn vervuld, past de ontvanger dit verlaagde tarief ambtshalve toe. Indien de overledene zijn hoofdverblijfplaats door overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps-of maatschappelijke aard niet heeft kunnen behouden in kwestieus onroerend goed, als bedoeld in § 2, tweede lid, moet de toepassing van het verlaagd tarief uitdrukkelijk worden gevraagd in de aangifte van nalatenschap en, in voorkomend geval, moet de overmacht of de dwingende reden worden bewezen.".
Tableau relatif au tarif préférentiel pour les parts nettes dans les habitations
Tranche de part nette Héritier, donataire,
  légataire en ligne directe
De à ... inclus a b
EUR EUR Pour cent EUR
0,01 25.000,00 1 -
25.000,01 50.000,00 2 250,00
50.000,01 160.000,00 5 750,00
160.000,01 175.000,00 5 6.250,00
175.000,01 250.000,00 12 7.000,00
250.000,01 500.000,00 24 16.000,00
Au-delà de 500.000,00 30 76.000,00
Tableau relatif au tarif préférentiel pour les parts nettes dans les habitations Tranche de part nette Héritier, donataire,
  légataire en ligne directeDe à ... inclus a bEUR EUR Pour cent EUR0,01 25.000,00 1 -25.000,01 50.000,00 2 250,0050.000,01 160.000,00 5 750,00160.000,01 175.000,00 5 6.250,00175.000,01 250.000,00 12 7.000,00250.000,01 500.000,00 24 16.000,00 Au-delà de 500.000,00 30 76.000,00
§ 2. Pour l'application du paragraphe 1er, la preuve du fait que le défunt avait sa résidence principale dans l'immeuble considéré résulte, sauf preuve du contraire, d'un extrait du registre de la population ou du registre des étrangers.
  Le bénéfice du tarif réduit est maintenu même lorsque le défunt n'a pas pu conserver sa résidence principale dans l'immeuble considéré pour cause de force majeure ou de raison impérieuse de nature familiale, médicale, professionnelle ou sociale.
  § 3. Par valeur nette, l'on entend la valeur de la part dans l'habitation visée au paragraphe 1er, diminuée du solde des dettes et des frais funéraires après imputation sur les biens visés par l'article 60bis, comme prévu à l'article 60bis, § 2, à l'exclusion de celles se rapportant spécialement à d'autres biens.
  § 4. Dans le cas où, suivant les données du registre de la population ou du registre des étrangers, les conditions visées, par le présent article sont remplies, le receveur accorde d'office ce tarif réduit. Toutefois, lorsque dans le cas prévu au paragraphe 2, alinéa 2, le défunt n'a pas pu conserver sa résidence principale dans l'immeuble considéré pour cause de force majeure ou raison impérieuse de nature familiale, médicale, professionnelle ou sociale, l'application du tarif réduit est expressément demandée dans la déclaration de succession et la force majeure ou raison impérieuse, est prouvée. ".
Art.5. In artikel 128 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 juli 1993 wordt punt 2° aangevuld met de woorden "of die, in het geval bedoeld in artikel 42, VIII, nalaat te vermelden dat een opgegeven schuld is aangegaan met als doel de hoofdverblijfplaats te verwerven of te behouden".
Art.5. Dans l'article 128 du même Code, remplacé par la loi du 22 juillet 1993, le 2° est complété par les mots " ou qui dans le cas visé à l'article 42, VIII, a omis de signaler qu'une dette déclarée a été contractée en vue d'acquérir ou de conserver la résidence principale ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
CHAPITRE II. - Modifications du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe
Art.6. In artikel 44 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, vervangen bij het decreet van 21 december 2016, worden de leden 2 tot 4 opgeheven.
Art.6. Dans l'article 44 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, remplacé par le décret du 21 décembre 2016, les alinéas 2 à 4 sont abrogés.
Art.7. Artikel 44 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Dat recht wordt tot 6 % verlaagd voor de bij authentieke akte vastgestelde verkopen op lijfrente met als doel de verkoop van de woning die sinds minstens 5 jaar de hoofdverblijfplaats van de verkoper is. Deze vermindering is niet van toepassing op de overeenkomsten bij onderhandse akte die ter registratie worden aangeboden.".
Art.7. L'article 44 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Ce droit est réduit à 6 % pour les ventes en viager, ayant pour objet la vente, de l'habitation qui est la résidence principale du vendeur depuis au moins 5 ans, constatées par acte authentique. Cette réduction n'est pas applicable aux conventions sous seing privé présentées à l'enregistrement. ".
Art.8. Artikel 44bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 en vervangen bij het decreet van 21 december 2016, wordt opgeheven.
Art.8. L'article 44bis du même Code, inséré par le décret du 17 décembre 2015 et remplacé par le décret du 21 décembre 2016, est abrogé.
Art.9. In hetzelfde Wetboek wordt er een artikel 46bis ingevoegd, luidend als volgt :
  "Art. 46bis. § 1. Voor wat betreft de verkopen, wordt de belastbare grondslag, bepaald overeenkomstig de artikelen 45 en 46, verminderd met 20.000 euro in geval van verwerving tegen betaling door een of meerdere natuurlijke personen van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hun hoofdverblijfplaats. Dit abattement wordt ook toegepast in geval van een aankoop van een bouwgrond of een woning in aanbouw of een woning op plan.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in dit register.
  Voor de toepassing van dit artikel wordt ook beschouwd als bouwgrond, de grond waarop een bouwwerk is opgericht, dat de aankoper wil slopen om er zijn hoofdverblijfplaats opnieuw te bouwen.
  § 2. Aan het in § 1 bedoelde abattement zijn de volgende voorwaarden verbonden:
  1° de verkrijgers moeten in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift om de toepassing van deze bepaling verzoeken en verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarden vermeld in deze paragraaf;
  2° geen van de verkrijgers mag op de datum bedoeld in § 2, 1°, niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
  3° elke verkrijger moet zich verbinden zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het verkregen goed:
  a) indien het een bestaande woning betreft, binnen drie jaar na:
  (1) ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
  (2) ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn;
  b) indien het een bouwgrond of een woning in aanbouw of een woning op tekening betreft, binnen vijf jaar na de in a) bedoelde datum.
  4° elke verkrijger moet zich ertoe verbinden zijn hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed te behouden gedurende een ononderbroken periode van drie jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
  Wat punt 2° betreft, mogen ze, als de aankoop gedaan wordt door verschillende personen, op de datum bedoeld in § 2, 1°, gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
  § 3. Indien de in § 2, eerste lid, 2°, bedoelde voorwaarde of de voorwaarde bedoeld in lid 2 van dezelfde paragraaf niet vervuld wordt door:
  1° elkeen van de verkrijgers, zijn ze ondeelbaar en solidair gehouden tot betaling van de aanvullende rechten berekend op het bedrag waarmee de in lid één bedoelde belastbare grondslag is verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten;
  2° sommige van de verkrijgers, zijn ze ondeelbaar en solidair gehouden tot betaling van de aanvullende rechten berekend op het bedrag waarmee de belastbare grondslag is verminderd, naar verhouding van hun aandeel in het verkregen onroerend goed, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
  § 4. Indien één van de in § 2, eerste lid, 3° en 4°, bedoelde voorwaarden :
  1° niet vervuld wordt door elke van de verkrijgers na toepassing van § 1, zijn ze ondeelbaar en solidair gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het in § 1 bedoelde bedrag waarmee de belastbare grondslag werd verminderd;
  2° niet vervuld wordt door sommige van de verkrijgers, zijn ze ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het in § 1 bedoelde bedrag waarmee de belastbare grondslag is verminderd, naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het verkregen onroerend goed.
  Het eerste lid is niet van toepassing in geval van overmacht of om dwingende reden van medische, familiale, beroeps-of maatschappelijke aard."
Art.9. Dans le même Code, il est inséré un article 46bis rédigé comme suit :
  " Art. 46bis. § 1er. En ce qui concerne les ventes, la base imposable déterminée conformément aux articles 45 et 46 est réduite de 20.000 euros en cas d'acquisition à titre onéreux, par une ou plusieurs personnes physiques, de la totalité en pleine propriété d'un immeuble affecté ou destiné en tout ou en partie à l'habitation en vue d'y établir leur résidence principale. Cet abattement s'applique également en cas d'acquisition d'un terrain à bâtir ou d'une habitation en construction ou sur plan.
  Pour l'application du présent article, est considérée comme résidence principale, sauf preuve contraire, l'adresse à laquelle les acquéreurs sont inscrits dans le registre de la population ou du registre des étrangers. La date d'inscription dans ce registre vaut comme date d'établissement de la résidence principale.
  Pour l'application du présent article, est également considéré comme terrain à bâtir, le terrain sur lequel est érigée une construction que l'acquéreur prévoit de démolir pour y reconstruire sa résidence principale.
  § 2. L'abattement visé au paragraphe 1er est subordonné aux conditions suivantes :
  1° les acquéreurs, dans ou au pied du document donnant lieu à la perception du droit d'enregistrement proportionnel ou dans un écrit signé joint à ce document, sont tenus de demander l'application de la présente disposition et de déclarer qu'ils remplissent les conditions visées au présent paragraphe ;
  2° aucun des acquéreurs ne possède, à la date du document visé au paragraphe 2, 1°, la totalité en pleine propriété d'un autre immeuble destiné en tout ou en partie à l'habitation ;
  3° chacun des acquéreurs doit s'engager à établir sa résidence principale à l'endroit du bien acquis :
  a) s'il s'agit d'une habitation existante, dans les trois ans :
  (1) soit de la date de l'enregistrement du document qui donne lieu à la perception du droit d'enregistrement proportionnel, lorsque ce document est présenté à l'enregistrement dans le délai prévu à cet effet ;
  (2) soit de la date limite pour la présentation à l'enregistrement, lorsque ce document est présenté à l'enregistrement après l'expiration du délai prévu à cet effet ;
  b) s'il s'agit d'un terrain à bâtir ou d'une habitation en construction ou sur plan, dans les cinq ans de la date prévue au a) ;
  4° chacun des acquéreurs doit s'engager à conserver sa résidence principale dans l'immeuble acquis durant une période minimale ininterrompue de trois ans à compter de la date de l'établissement de leur résidence principale dans l'immeuble pour lequel l'abattement a été obtenu.
  Concernant le 2°, lorsque l'acquisition est faite par plusieurs personnes, elles ne possèdent pas conjointement, à la date visée au 2°, la totalité en pleine propriété d'un autre immeuble destiné en tout ou en partie à l'habitation.
  § 3. Si la condition visée à l'alinéa 1er, 2°, du paragraphe 2 ou celle visée à l'alinéa 2 du même paragraphe n'est pas remplie par :
  1° chacun des acquéreurs, ceux-ci sont indivisiblement et solidairement tenus au paiement des droits complémentaires calculés sur le montant de la réduction de la base imposable visé au paragraphe 1er, ainsi qu'à une amende égale à ces droits complémentaires ;
  2° certains des acquéreurs, ceux-ci sont indivisiblement et solidairement tenus au paiement des droits complémentaires calculés sur le montant de réduction de la base imposable visé au paragraphe 1er, à concurrence de la totalité de leurs parts dans l'immeuble acquis, ainsi qu'à une amende égale à ces droits complémentaires.
  § 4. Si une des conditions mentionnées au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° et 4° :
  1° n'est pas remplie par chacun des acquéreurs après application du paragraphe 1er, ceux-ci sont indivisiblement et solidairement tenus au paiement des droits complémentaires calculés sur le montant de la réduction de la base imposable visé au paragraphe 1er ;
  2° n'est pas remplie par certains des acquéreurs, ceux-ci sont indivisiblement et solidairement tenus au paiement des droits complémentaires calculés sur le montant de la réduction de la base imposable visé au paragraphe 1er, à concurrence de la totalité de leurs parts dans l'immeuble acquis.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas en cas de force majeure ou raison impérieuse de nature familiale, médicale, professionnelle ou sociale. ".
Art.10. Artikel 48 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt:
  "Voor de in artikel 44, tweede lid, bedoelde lijfrenteverkopen die bij authentieke akte worden vastgesteld, mag de overeenkomstig artikel 47 berekende verkoopwaarde van de blote eigendom echter niet lager zijn dan" In afwijking van lid 1 mag de belastbare grondslag, voor de lijfrenteverkopen van de blote eigendom van een onroerend goed waarvan het vruchtgebruik door de vervreemder gereserveerd is, vastgesteld bij authentieke akte en bedoeld in artikel 44, lid 2, niet lager zijn dan:
  - 50 % van de verkoopwaarde van de volle eigendom indien de maximale duur van de rente kleiner dan of gelijk is aan 20 jaar;
  - 40% van de verkoopwaarde van de volle eigendom indien de maximale duur van de rente hoger dan 20 jaar is.
Art.10. L'article 48 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothèque et de greffe, est complété par un second alinéa rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour les ventes en viager de la nue-propriété d'un immeuble dont l'usufruit est réservé par l'aliénateur, constatées par acte authentique et visées à l'article 44, alinéa 2, la base imposable ne peut être inférieure à :
  - 50 % de la valeur vénale de la pleine propriété si la durée maximale de la rente est inférieure ou égale à 20 ans ;
  - 40 % de la valeur vénale de la pleine propriété si la durée maximale de la rente est supérieure à 20 ans. ".
Art.11. In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 1978 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2016, worden de woorden "Het bij de artikelen 44 en 44bis vastgestelde recht " vervangen door de woorden "Het bij artikel 44 vastgestelde recht".
Art.11. Dans l'article 62, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 27 avril 1978 et modifié par le décret du 21 décembre 2016, les mots " Le droit fixé par les articles 44 et 44bis " sont remplacés par les mots " Le droit fixé par l'article 44 ".
Art.12. In artikel 64 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 21december 2016, worden de woorden "of bij artikel 44bis"opgeheven.
Art.12. Dans l'article 64 du même Code, modifié par le décret du 21 décembre 2016, les mots " ou par l'article 44bis " sont abrogés.
Art.13. In artikel 65 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 21december 2016, worden de woorden "of bij artikel 44bis"opgeheven.
Art.13. Dans l'article 65 du même Code, modifié par le décret du 21 décembre 2016, les mots " ou par l'article 44bis " sont abrogés.
Art.14. In artikel 71 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij het decreet van 21december 2016, worden de woorden "of bij artikel 44bis"opgeheven.
Art.14. Dans l'article 71 du même Code, modifié par le décret du 21 décembre 2016, les mots " ou par l'article 44bis " sont abrogés.
Art.15. Artikel 131bis, § 1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 15 december 2005 en gewijzigd bij het decreet van 11 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) 2° wordt vervangen als volgt: "2° 5,5 % voor de schenkingen aan andere personen.";
  b) punt 3° wordt opgeheven.
Art.15. Dans l'article 131bis, § 1er, alinéa 1er, du même Code, inséré par le décret du 15 décembre 2005 et modifié par le décret du 11 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 2° est remplacé par ce qui suit : " 2° 5,5 % pour les donations à d'autres personnes. " ;
  b) le 3° est abrogé.
Art.16. In artikel 209, eerste lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, wordt c), ingevoegd bij het decreet van 17 december 2015 en vervangen bij het decreet van 21 december 2016, opgeheven.
Art.16. Dans l'article 209, alinéa 1er, 1°, du même Code, le c), inséré par le décret du 17 décembre 2015 et remplacé par le décret du 21 décembre 2016, est abrogé.
Art.17. In artikel 212, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992 en gewijzigd bij het decreet van 21 december 2016, worden de woorden "of bij artikel 44bis" opgeheven.
Art.17. Dans l'article 212, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 28 décembre 1992 et modifié par le décret du 21 décembre 2016, les mots " ou par l'article 44bis " sont abrogés.
HOOFDSTUK III. - Wijziging in het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen
CHAPITRE III. - Modification du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus
Art.18. In artikel 98, § 1, van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, ingevoegd bij de wet van 1 juni 1992 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 20 juli 2000 en 13 juli 2001, wordt punt B. vervangen als volgt:
  "B. Luchtvaartuigen zoals omschreven in artikel 94.
  De belasting wordt vastgesteld op:
  (1) 0,00 euro voor de op afstand bestuurde luchtvaartuigen bedoeld in artikel 1, eerste lid, 4° en 5°, van het koninklijk besluit van 10 april 2016 met betrekking tot het gebruik van op afstand bestuurde luchtvaartuigen in het Belgisch luchtruim met uitzondering van de op afstand bestuurde luchtvaartuigen die geacht zijn, in het verkeer te worden gebracht door vennootschappen, autonome overheidsbedrijven of verenigingen zonder winstoogmerk die leasingsactiviteiten uitoefenen;
  (2) 61,50 euro voor de paramotoren bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 juni 2014 tot vaststelling van de bijzondere voorwaarden opgelegd voor de toelating tot het luchtverkeer van paramotoren;
  (3) 619,00 euro voor de ultralichte motoraangedreven luchtvaartuigen;
  (4) 2478,00 euro voor de andere luchtvaartuigen.".
Art.18. Dans l'article 98, § 1er, du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, inséré par la loi du 1er juin 1992 et modifié par les arrêtés royaux des 20 juillet 2000 et 13 juillet 2001, le B. est remplacé par ce qui suit :
  " B. Aéronefs définis à l'article 94.
  La taxe est fixée à :
  (1) 0,00 euro pour les aéronefs télépilotés visés à l'article 1er, alinéa 1er, 4° et 5°, de l'arrêté royal du 10 avril 2016 relatif à l'utilisation des aéronefs télépilotés dans l'espace aérien belge, à l'exception des aéronefs télépilotés qui sont censés être mis en circulation par des sociétés, des entreprises publiques autonomes ou des associations sans but lucratif pratiquant des activités de leasing ;
  (2) 61,50 euros pour les paramoteurs visés à l'article 1er de l'arrêté royal du 10 juin 2014 fixant les conditions particulières imposées pour l'admission à la circulation aérienne des paramoteurs ;
  (3) 619,00 euros pour les aéronefs ultralégers motorisés ;
  (4) 2.478,00 euros pour tous les autres aéronefs. ".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen in de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld
CHAPITRE IV. - Modification de la loi du 13 juillet 1987 relative aux redevances radio et télévision
Art.19. Artikel 1bis van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, ingevoegd bij het decreet van 30 april 2009, wordt opgeheven.
Art.19. L'article 1erbis de la loi du 13 juillet 1987 relative aux redevances radio et télévision, inséré par le décret du 30 avril 2009, est abrogé.
Art.20. Artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2003 en 18 december 2008, wordt aangevuld met een lid, luidend als volgt:
  "Voor de in de artikelen 7 en 8 bedoelde periodes die vanaf 1 januari 2018 beginnen te lopen, wordt het jaarlijkse kijk- en luistergeld tot nul euro teruggebracht".
Art.20. L'article 3 de la même loi, modifié par les décrets des 27 mars 2003 et 18 décembre 2008, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
  " Pour les périodes définies aux articles 7 et 8 qui prennent cours à partir du 1er janvier 2018, la redevance télévision annuelle est réduite à zéro euro ".
Art.21. In dezelfde wet worden de volgende artikelen opgeheven:
  1° artikel 9, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 september 2013;
  2° artikel 10, gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2003 en 5 december 2008;
  3° artikel 12, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2003;
  4° artikel 13, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 september 2013;
  5° artikel 15, gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2003 en 5 december 2008;
  6° artikel 16, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2003;
  7° artikel 18, vervangen bij het decreet van 19 september 2013;
  8° artikel 19, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 september 2013;
  9° artikel 20, laatst gewijzigd bij het decreet van 10 mei 2012;
  10° artikel 21, gewijzigd bij het decreet van 27 maart 2003;
  11° artikel 22, gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2003 en 5 december 2008;
  12° artikel 23;
  13° artikel 24, gewijzigd bij de decreten van 27 maart 2003 en 10 december 2009;
  14° artikel 26, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 september 2013;
  15° artikel 27, laatst gewijzigd bij het decreet van 5 december 2008;
  16° artikel 28, laatst gewijzigd bij het decreet van 19 september 2013.
Art.21. Dans la même loi, sont abrogés :
  1° l'article 9, modifié en dernier lieu par le décret du 19 septembre 2013 ;
  2° l'article 10, modifié par les décrets des 27 mars 2003 et 5 décembre 2008 ;
  3° l'article 12, modifié par le décret du 27 mars 2003 ;
  4° l'article 13, modifié en dernier lieu par le décret du 19 septembre 2013 ;
  5° l'article 15, modifié par les décrets des 27 mars 2003 et 5 décembre 2008 ;
  6° l'article 16, modifié par le décret du 27 mars 2003 ;
  7° l'article 18, remplacé par le décret du 19 septembre 2013 ;
  8° l'article 19, modifié en dernier lieu par le décret du 19 septembre 2013 ;
  9° l'article 20, modifié en dernier lieu par le décret du 10 mai 2012 ;
  10° l'article 21, modifié par le décret du 27 mars 2003 ;
  11° l'article 22, modifié par les décrets des 27 mars 2003 et 5 décembre 2008 ;
  12° l'article 23 ;
  13° l'article 24, modifié par les décrets des 27 mars 2003 et 10 décembre 2009 ;
  14° l'article 26, modifié en dernier lieu par le décret du 19 septembre 2013 ;
  15° l'article 27, modifié en dernier lieu par le décret du 5 décembre 2008 ;
  16° l'article 28, modifié en dernier lieu par le décret du 19 septembre 2013.
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen in het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen
CHAPITRE V. - Modifications du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes
Art.22. Artikel 11 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, vervangen bij het decreet van 19 september 2013, wordt aangevuld met § 4, luidend als volgt:
  " § 4. De met de invordering belaste ambtenaren beschikken over alle onderzoeksbevoegdheden bedoeld bij dit decreet om de vermogenstoestand vast te leggen van de belastingplichtige en van de personen op wier goederen de belastingen, taksen, verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, de administratieve boetes en verhogingen, de nalatigheidsinteresten en de kosten worden ingevorderd overeenkomstig artikel 35ter, om de invordering van de belastingen, taksen, verschuldigd in hoofdsom en opcentiemen, de administratieve boetes en verhogingen, de nalatigheidsinteresten en de kosten te verzekeren.".
Art.22. L'article 11 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, remplacé par le décret du 19 septembre 2013, est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit :
  " § 4. Les fonctionnaires chargés du recouvrement disposent de tous les pouvoirs d'investigations prévus par le présent décret en vue d'établir la situation patrimoniale du redevable et des personnes sur les biens desquelles les impôts, les taxes, dus en principal et additionnels, les amendes administratives et majorations, les intérêts de retard et les frais sont mis en recouvrement conformément à l'article 35ter, pour assurer le recouvrement des impôts, des taxes, dus en principal et additionnels, des amendes administratives et majorations, des intérêts de retard et des frais. ".
Art.23. In artikel 30 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2001, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "De nalatigheidsintrest is niet verschuldigd wanneer het bedrag ervan kleiner is dan 5 euro per maand.".
Art.23. Dans l'article 30 du même décret, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2001, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " L'intérêt de retard n'est pas dû lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois. ".
Art.24. In artikel 34, eerste lid, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2001 en bij het decreet van 28 november 2013, wordt 1. vervangen als volgt:
  "1. indien de som van die interest minder bedraagt dan 5 euro per maand.".
Art.24. Dans l'article 34, alinéa 1er, du même décret, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2001 et par le décret du 28 novembre 2013, le 1. est remplacé par ce qui suit :
  " 1. lorsque son montant n'atteint pas 5 euros par mois. ".
Art.25. Artikel 52bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 17 januari 2008 en gewijzigd bij het decreet van 10 december 2009, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 52bis. Elke som die aan een persoon moet worden teruggegeven of betaald in het kader van de toepassing van de wettelijke bepalingen of krachtens de bepalingen van het burgerlijk recht met betrekking tot de onverschuldigde betaling, inzake de Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en boetes, kan door de bevoegde ambtenaar zonder formaliteit worden aangewend ter betaling van de door deze persoon invorderbare Waalse gewestelijke belastingen, heffingen en boetes, interesten en kosten wanneer deze laatste een zekere en vaststaande schuld vormen op het tijdstip van de bestemming.
  Het eerste lid blijft van toepassing in geval van beslag, overdracht, samenloop of een insolvabiliteitsprocedure.
  Een kwitantie wordt zo spoedig mogelijk aan de belastingplichtige verleend en geldt als kennisgeving van de overeenkomstig het eerste lid uitgevoerde toewijzing.".
Art.25. L'article 52bis du même décret, inséré par le décret du 17 janvier 2008 et modifié par le décret du 10 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 52bis. Toute somme à restituer ou à payer à une personne dans le cadre de l'application des dispositions légales ou des règles du droit civil relatives à la répétition de l'indu, en matière de taxes, redevances et amendes régionales wallonnes, peut être affectée sans formalité par le receveur compétent au paiement des taxes, redevances et amendes régionales wallonnes, des intérêts et des frais recouvrables à charge de cette personne si ces derniers constituent une dette certaine et liquide au moment de l'affectation.
  L'alinéa 1er reste applicable en cas de saisie, de cession, de situation de concours ou de procédure d'insolvabilité.
  Une quittance est délivrée au redevable dans les meilleurs délais et vaut notification de l'affectation effectuée conformément à l'alinéa 1er. ".
Art.26. In artikel 57 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 30 april 2009, wordt § 1 vervangen als volgt:
  " § 1. De in artikel 56 bedoelde termijn wordt gestuit:
  1° op de wijze voorzien bij de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek;
  2° door afstand van de verstreken tijd van de verjaring;
  3° door verzending door de ontvanger bij aangetekend schrijven van een aanmaning tot betaling die de gegevens van het aanslagbiljet bevat.
  Wat punt 3° betreft, geldt de afgifte van het stuk aan de aanbieder van de universele postdienst als kennisgeving vanaf de derde daaropvolgende werkdag. Heeft de geadresseerde noch in België noch in het buitenland een gekende woonplaats, dan wordt de aanmaning tot betaling verzonden bij ter post aangetekende brief aan de procureur des Konings te Brussel. De kosten voor de aangetekende verzending zijn ten laste van de geadresseerde.
  Indien de verjaring gestuit wordt, is een nieuwe verjaring die op dezelfde manier gestuit kan worden, vaststaand vijf jaar na de laatste stuitingsakte van de voorgaande verjaring indien er geen aanleg voor de rechtbank plaats heeft gevonden.
Art.26. Dans l'article 57 du même décret, remplacé par le décret du 30 avril 2009, le paragraphe 1er, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le délai visé à l'article 56 est interrompu :
  1° de la manière prévue par les articles 2244 et suivants du Code civil ;
  2° par une renonciation au temps couru de la prescription ;
  3° par l'envoi par le receveur, par recommandé, d'une sommation de payer contenant les mentions de l'avertissement-extrait de rôle.
  Concernant le 3°, la remise de la pièce au prestataire de service postal universel vaut notification à compter du troisième jour ouvrable suivant. Lorsque le destinataire n'a pas de domicile connu en Belgique ou à l'étranger, cette sommation de payer est adressée par envoi recommandé au procureur du Roi de Bruxelles. Les frais du recommandé sont à charge du destinataire.
  En cas d'interruption de la prescription, une nouvelle prescription susceptible d'être interrompue de la même manière, est acquise cinq ans après le dernier acte interruptif de la précédente prescription, s'il n'y a pas instance en justice. ".
Art.27. Artikel 57bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 57bis. Op grond van een insolvabiliteitsverslag opgemaakt door de bevoegde ontvanger en op grond waarvan hij de onmogelijkheid om een schuldvordering in te vorderen vaststelt, stelt laatstgenoemde de decharge voor deze oninbaar geachte schuldvordering aan de door de Regering aangewezen dienst.
  De decharge voor deze schuldvordering kan aan de ontvanger alleen verleend worden indien de door de Regering aangewezen dienst vaststelt dat de ontvanger te bekwamer tijd alle nodige maatregelen getroffen en de nodige vervolgingen ingesteld heeft.
Art.27. L'article 57bis du même décret, inséré par le décret du 19 septembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 57bis. Sur la base d'un rapport d'insolvabilité rédigé par le receveur compétent et par lequel il constate l'impossibilité de recouvrer une créance, ce dernier propose au service désigné par le Gouvernement, la mise en décharge de cette créance qu'il estime irrécouvrable dans les cinq années suivant sa date d'exigibilité.
  La mise en décharge de cette créance peut être accordée au receveur uniquement si le service désigné par le Gouvernement constate que le receveur a fait en temps opportun toutes les diligences et poursuites nécessaires. ".
Art.28. Artikel 57ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 december 2013, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 57ter. De decharge geldt als decharge voor de ontvanger. Ze vormt geen kwijtschelding. De ontvanger annuleert de oninbare rechten in zijn comptabiliteit.".
Art.28. L'article 57ter du même décret, inséré par le décret du 19 septembre 2013, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 57ter. La mise en décharge vaut décharge pour le receveur. Elle ne constitue pas une remise de dettes. Le receveur porte les droits irrécouvrables en annulation dans sa comptabilité. ".
Art.29. De artikelen 57quater tot 57sexies van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 19 september 2013, worden opgeheven.
Art.29. Les articles 57quater à 57sexies du même décret, insérés par le décret du 19 septembre 2013, sont abrogés.
Art.30. Artikel 58 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 58. Voor de invordering van de belastingen, de boetes en verhogingen, de interesten en de kosten heeft het Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goeden van de belastingplichtige met uitzondering van de schepen en boten en een wettelijke hypotheek op alle in België gelegen goeden die aan de belastingplichtige toebehoren en die voor hypotheek in aanmerking kunnen komen.
  Het voorrecht bezwaart eveneens alle roerende goederen van de personen die de ingekohierde belastingen, boetes en verhogingen namens de belastingplichtige moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.
  De wettelijke hypotheek bezwaart eveneens de in België gelegen goederen die vatbaar zijn voor hypotheek en die toebehoren aan personen die de ingekohierde belastingen, boetes en verhogingen namens de belastingplichtige moeten betalen krachtens het gemeen recht, de bepalingen van dit decreet of de wetgeving die de ingekohierde belastingen ten laste van de belastingplichtige vastlegt.".
Art.30. L'article 58 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 58. Pour le recouvrement des taxes, des amendes et majorations, des intérêts et des frais, la Région a un privilège général sur tous les biens meubles du redevable à l'exception des navires et bateaux et une hypothèque légale sur tous les biens appartenant au redevable susceptibles d'hypothèque situés en Belgique.
  Le privilège grève également tous les biens meubles des personnes qui sont tenues au paiement des taxes, des amendes et majorations enrôlées au nom du redevable en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit les taxes enrôlées à charge du redevable.
  L'hypothèque légale grève également les biens susceptibles d'hypothèque situés en Belgique et appartenant aux personnes qui sont tenues au paiement des taxes, des amendes et majorations enrôlées au nom du redevable en vertu du droit commun, des dispositions du présent décret ou de la législation qui établit la taxe, l'amende ou la majoration. ".
Art.31. Artikel 64 van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 64. § 1. De door de Regering aangewezen dienst beslist in eerste en laatste instantie over de verzoekschriften m.b.t. de kwijtschelding of de matiging van de fiscale boetes of verhogingen van de belastingen.
  § 2. De in § 1 bedoelde verzoekschriften worden bij met redenen omkleed schrijven bij de door de Regering aangewezen dienst ingediend door de belastingplichtingen of de personen op wier goederen boetes of verhogingen van de belastingen worden ingevorderd.
  Elk ingediend verzoekschrift bedoeld in § 1 is ontvankelijk wanneer:
  1° de termijnen voor administratieve beroepen niet vervallen zijn, of;
  2° de administratieve geschillenfase niet afgesloten is.
Art.31. L'article 64 du même décret est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 64. § 1er. Le service désigné par le Gouvernement statue en premier et dernier ressort sur les requêtes ayant pour objet la remise ou modération des amendes fiscales ou majorations des taxes.
  § 2 Les requêtes visées au paragraphe 1er sont introduites, par écrit motivé auprès du service désigné par le Gouvernement par les redevables ou les personnes sur les biens desquels les amendes ou majorations des taxes sont mises en recouvrement.
  Est irrecevable, toute requête visée au paragraphe 1er introduite lorsque :
  1° les délais de recours administratifs ne sont pas expirés, ou ;
  2° la phase contentieuse administrative n'est pas clôturée.
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen in het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens
CHAPITRE VI. - Modifications du décret du 16 juillet 2015 instaurant un prélèvement kilométrique à charge des poids lourds pour l'utilisation des routes
Art. 32. Artikel 22 van het decreet van 16 juli 2015 tot invoering van een kilometerheffing voor het wegengebruik door zware vrachtwagens wordt vervangen als volgt:
  "Art. 22. § 1. Elke overtreding van dit decreet of van zijn uitvoeringsmaatregelen wordt bestraft met een administratieve boete.
  Slechts één administratieve boete kan worden opgelegd voor het geheel van de in het eerste lid bedoelde overtredingen die met hetzelfde voertuig op dezelfde dag worden begaan. Het ingehouden bedrag is het bedrag van de overtreding onderworpen aan het hoogste tarief, overeenkomstig § 2.
  Er wordt geen administratieve boete opgelegd voor elke overtreding begaan binnen een periode van drie uren na de eerste overtreding van dit decreet, van zijn uitvoeringsmaatregelen, van de wetgeving van het Brussels Hoofdstelijk Gewest of van de wetgeving van het Vlaams Gewest inzake kilometerheffing:
  1° indien de betrokken overtredingen met hetzelfde voertuig worden begaan en;
  2° indien de eerste overtreding met een administratieve boete wordt bestraft.
  § 2. Het bedrag van de administratieve boetes wordt vastgesteld als volgt:
Art. 32. L'article 22 du décret du 16 juillet 2015 instaurant un prélèvement kilométrique à charge des poids lourds pour l'utilisation des routes est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 22. § 1er. Toute infraction au présent décret ou à ses mesures d'exécution est sanctionnée d'une amende administrative.
  Une seule amende administrative peut être établie pour la totalité des infractions mentionnées à l'alinéa 1er qui sont commises avec le même véhicule le même jour. Le montant retenu est celui de l'infraction soumise au tarif le plus élevé, conformément au paragraphe 2.
  Aucune amende administrative n'est établie pour toute infraction commise dans les trois heures de la première infraction au présent décret, à ses mesures d'exécution, à la législation de la Région de Bruxelles-Capitale ou à la législation de la Région flamande en matière de prélèvement kilométrique :
  1° si les infractions concernées sont commises avec le même véhicule, et ;
  2° si la première infraction est sanctionnée par une amende administrative.
  § 2. Le montant des amendes administratives est fixé comme suit :
Categorie Soort overtreding Bedrag van de boete
A 1° ten gevolge van een opzettelijke handeling om de kilometerheffing te ontwijken detecteert het registratieapparaat de voertuigpositie of het door het voertuig afgelegde traject via satellietsignaal niet meer,
  2° de documenten bij het voertuigen die nodig zijn voor de bepaling van de maximaal toegelaten massa (MTM) of van de euro-uitgifteklasse van het voertuig worden vervalst.
1000 EUR
B 1° het voertuig is voor de Belgische kilometerheffing niet uitgerust met een elektronisch registratieapparaat;
  2° vóór het gebruik van elke weg heeft de belastingplichtige geen overeenkomst gesloten, voor het betrokken voertuig, met de dienstverlener van zijn keuze.
800 EUR
C 1° het elektronische registratieapparaat is niet geactiveerd; 2° het elektronische registratieapparaat dat het voertuig uitrust, is het apparaat van een ander voertuig;
  3° de met de dienstverlener gesloten overeenkomst wordt opgeschort;
  4° het voertuig wordt gebruikt op het wegennet onderworpen aan een kilometerheffing nadat het elektronische registratieapparaat het signaal heeft uitgezonden dat het beschikbare saldo van de voorbetaling onvoldoende is;
  5° het elektronische registratieapparaat wijst op een defect of zendt geen signaal meer uit en de dienstverlener is niet gecontacteerd;
  6° het elektronische registratieapparaat wijst op een defect of zendt geen signaal meer uit; de dienstverlener is gecontacteerd maar de belastingplichtig volgt de door laatstgenoemde gegeven instructies niet.
500 EUR
D Elke andere overtreding van de regelgeving inzake de kilometerheffing zoals bedoeld in dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen. 100 EUR
Categorie Soort overtreding Bedrag van de boeteA 1° ten gevolge van een opzettelijke handeling om de kilometerheffing te ontwijken detecteert het registratieapparaat de voertuigpositie of het door het voertuig afgelegde traject via satellietsignaal niet meer,
  2° de documenten bij het voertuigen die nodig zijn voor de bepaling van de maximaal toegelaten massa (MTM) of van de euro-uitgifteklasse van het voertuig worden vervalst. 1000 EURB 1° het voertuig is voor de Belgische kilometerheffing niet uitgerust met een elektronisch registratieapparaat;
  2° vóór het gebruik van elke weg heeft de belastingplichtige geen overeenkomst gesloten, voor het betrokken voertuig, met de dienstverlener van zijn keuze. 800 EURC 1° het elektronische registratieapparaat is niet geactiveerd; 2° het elektronische registratieapparaat dat het voertuig uitrust, is het apparaat van een ander voertuig;
  3° de met de dienstverlener gesloten overeenkomst wordt opgeschort;
  4° het voertuig wordt gebruikt op het wegennet onderworpen aan een kilometerheffing nadat het elektronische registratieapparaat het signaal heeft uitgezonden dat het beschikbare saldo van de voorbetaling onvoldoende is;
  5° het elektronische registratieapparaat wijst op een defect of zendt geen signaal meer uit en de dienstverlener is niet gecontacteerd;
  6° het elektronische registratieapparaat wijst op een defect of zendt geen signaal meer uit; de dienstverlener is gecontacteerd maar de belastingplichtig volgt de door laatstgenoemde gegeven instructies niet. 500 EURD Elke andere overtreding van de regelgeving inzake de kilometerheffing zoals bedoeld in dit decreet en zijn uitvoeringsmaatregelen. 100 EUR
§ 3. De bevoegde ambtenaar kan het bedrag van de boete vermeld in categorie C tot 250 euro terugbrengen wanneer het voor hetzelfde voertuig om de eerste overtreding van deze categorie vastgesteld tijdens hetzelfde kalenderjaar gaat.
  In geval van goede trouw door de belastingplichtige kan de bevoegde ambtenaar de in § 2 bedoelde administratieve boetes verminderen indien deze boetes:
  1° eenzelfde soort overtreding bestraffen;
  2° en bedoelde overtredingen zijn begaan tijdens een in de tijd beperkte periode door hetzelfde voertuig.
  § 4. De natuurlijke of rechtspersonen zijn burgerlijk verantwoordelijk voor de betaling van de administratieve boete en van de andere bedragen van welke aard ook die opgelegd worden aan hun gemachtigden of mandatarissen wegens een overtreding inzake kilometerheffing.
  De Regering kan op grond van de door haar vastgestelde modaliteiten het bedrag van de boete indexeren".
Catégorie Type d'infraction Montant
  de l'amende
A 1° suite à un acte intentionnel en vue d'éluder le prélèvement kilométrique, le dispositif d'enregistrement ne détecte plus, par signal satellite, la position du véhicule ou le trajet parcouru par le véhicule,
  2° les documents de bord probants nécessaires à la détermination de la masse maximale autorisée (MMA) ou de la classe d'émission euro du véhicule sont falsifiés.
1000 EUR
B 1° le véhicule n'est pas équipé, pour le prélèvement kilométrique belge, d'un dispositif d'enregistrement électronique ;
  2° préalablement à l'utilisation de toute route, le redevable n'a pas de contrat conclu, pour le véhicule concerné, avec le prestataire de services de son choix.
800 EUR
C 1° le dispositif d'enregistrement électronique n'est pas activé ;
  2° le dispositif d'enregistrement électronique qui équipe le véhicule est celui d'un autre véhicule ;
  3° le contrat conclu avec le prestataire de service est suspendu ;
  4° le véhicule est utilisé sur le réseau routier soumis à prélèvement kilométrique après que le dispositif d'enregistrement électronique a émis le signal que le solde disponible du prépaiement se révèle insuffisant ;
  5° le dispositif d'enregistrement électronique indique un dysfonctionnement ou n'émet plus de signal et le prestataire de service n'a pas été contacté ;
  6° le dispositif d'enregistrement électronique indique un dysfonctionnement ou n'émet plus de signal, le prestataire de services a été contacté, mais le redevable ne suit pas les instructions données par ce dernier.
500 EUR
D Toute autre infraction à la réglementation en matière de prélèvement kilométrique telle que prévue au présent décret et ses mesures d'exécution. 100 EUR
Catégorie Type d'infraction Montant
  de l'amendeA 1° suite à un acte intentionnel en vue d'éluder le prélèvement kilométrique, le dispositif d'enregistrement ne détecte plus, par signal satellite, la position du véhicule ou le trajet parcouru par le véhicule,
  2° les documents de bord probants nécessaires à la détermination de la masse maximale autorisée (MMA) ou de la classe d'émission euro du véhicule sont falsifiés. 1000 EURB 1° le véhicule n'est pas équipé, pour le prélèvement kilométrique belge, d'un dispositif d'enregistrement électronique ;
  2° préalablement à l'utilisation de toute route, le redevable n'a pas de contrat conclu, pour le véhicule concerné, avec le prestataire de services de son choix. 800 EURC 1° le dispositif d'enregistrement électronique n'est pas activé ;
  2° le dispositif d'enregistrement électronique qui équipe le véhicule est celui d'un autre véhicule ;
  3° le contrat conclu avec le prestataire de service est suspendu ;
  4° le véhicule est utilisé sur le réseau routier soumis à prélèvement kilométrique après que le dispositif d'enregistrement électronique a émis le signal que le solde disponible du prépaiement se révèle insuffisant ;
  5° le dispositif d'enregistrement électronique indique un dysfonctionnement ou n'émet plus de signal et le prestataire de service n'a pas été contacté ;
  6° le dispositif d'enregistrement électronique indique un dysfonctionnement ou n'émet plus de signal, le prestataire de services a été contacté, mais le redevable ne suit pas les instructions données par ce dernier. 500 EURD Toute autre infraction à la réglementation en matière de prélèvement kilométrique telle que prévue au présent décret et ses mesures d'exécution. 100 EUR
§ 3. Le fonctionnaire compétent peut ramener le montant de l'amende mentionné en catégorie C à 250 euros lorsqu'il s'agit, pour le même véhicule, de la première infraction de cette catégorie constatée au cours de la même année civile.
  En cas de bonne foi du redevable, le fonctionnaire compétent peut réduire les amendes administratives visées au paragraphe 2 si ces amendes :
  1° sanctionnent un même type d'infraction ;
  2° et que ces infractions sont commises durant une période limitée dans le temps par le même véhicule.
  § 4. Les personnes physiques ou morales sont civilement responsables du paiement de l'amende administrative et des autres montants de quelque nature que ce soit qui sont imposés à leurs préposés ou mandataires, en raison d'une infraction en matière de prélèvement kilométrique.
  Le Gouvernement peut indexer, sur la base des modalités qu'il fixe, le montant de l'amende. ".
HOOFDSTUK VII. - Vastlegging van de gewestelijke opcentiemen
CHAPITRE VII. - Fixation des centimes additionnels régionaux
Art.33. Voor de toepassing van Titel III/1 van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten en onverminderd de toepassing van artikel 54 van dezelfde wet worden de gewestelijke opcentiemen vastgesteld op 33, 257% van de verminderde Belasting Staat.
  De termen "verminderde belasting Staat" en "gewestelijke opcentiemen" hebben voor de toepassing van die bepaling de betekenis die hun wordt gegeven in titel III/1 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
Art.33. Pour l'application du Titre III/1- De la taxe additionnelle régionale sur l'impôt des personnes physiques - de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions et sans préjudice de l'application de l'article 54 de la même loi, les centimes additionnels régionaux sont fixés à 33,257 % de l'impôt Etat réduit.
  Les termes " impôt Etat réduit " et " centimes additionnels régionaux " ont pour l'application de la présente disposition, la signification qui leur est donnée dans le titre III/1 de la loi spéciale du 16 janvier 1989 relative au financement des Communautés et des Régions.
Art.34. Artikelen 132 en 133 van het programmadecreet houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit, van 12 december 2014, worden opgeheven.
Art.34. Les articles 132 et 133 du décret-programme portant des mesures diverses liées au budget en matière de calamité naturelle, de sécurité routière, de travaux publics, d'énergie, de logement, d'environnement, d'aménagement du territoire, de bien-être animal, d'agriculture et de fiscalité, du 12 décembre 2014, sont abrogés.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales
Art.35. De artikelen 6, 8, 9, 11 en 16 zijn van toepassing op de authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2018 of op de onderhandse akten die vanaf 1 januari 2018 een bepaalde datum hebben ontvangen in de zin van artikel 1328 van het Burgerlijk Wetboek.
Art.35. Les articles 6, 8, 9, 11 et 16 s'appliquent aux actes authentiques passés à partir du 1er janvier 2018 ou aux actes sous seing privé qui ont reçu une date certaine au sens de l'article 1328 du Code civil à partir du 1er janvier 2018.
Art.36. De artikelen 7 en 10 zijn van toepassing op de authentieke akten verleden vanaf 1 januari 2018.
Art.36. Les articles 7 et 10 s'appliquent aux actes authentiques passés à partir du 1er janvier 2018.
Art.37. Artikel 17 is van toepassing voor de wederverkopen van gebouwen verkregen bij overeenkomst gesloten vanaf 1 januari 2018.
Art.37. L'article 17 s'applique pour les reventes d'immeubles, acquis par convention conclues à partir du 1er janvier 2018.
Art.38. De artikelen van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, zoals ze bestonden alvorens opgeheven te worden bij de artikelen 19 en 21, blijven van toepassing voor het kijkgeld verschuldigd voor de periodes die voor 1 januari 2018 beginnen te lopen.
Art.38. Les articles de la loi du 13 juillet 1987 relative aux redevances radio et télévision, tels qu'ils existaient avant d'être abrogés par les articles 19 et 21, restent d'application pour la redevance télévision due pour les périodes qui prennent cours avant le 1er janvier 2018.
Art.39. De artikelen 33 tot 34 van dit decreet zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2018.
Art.39. Les articles 33 et 34 du présent décret sont applicables à partir de l'exercice d'imposition 2018.
Art. 40. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2018.
  In afwijking van het eerste lid heeft artikel 18 uitwerking op 19 juli 2014.
Art. 40. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2018.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 18 produit ses effets le 19 juillet 2014.