Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 DECEMBER 2017. - Decreet houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest voor het begrotingsjaar 2018(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 22-12-2017 en tekstbijwerking tot 22-10-2018)
Titre
13 DECEMBRE 2017. - Décret contenant le budget des recettes de la Région wallonne pour l'année budgétaire 2018(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 22-12-2017 et mise à jour au 22-10-2018)
Documentinformatie
Numac: 2017032046
Datum: 2017-12-13
Info du document
Numac: 2017032046
Date: 2017-12-13
Inhoud
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Voor het begrotingsjaar 2018, worden de lopende ontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 11.485.372 duizend euro, overeenkomstig Titel I van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Article 1er. Pour l'année budgétaire 2018, les recettes courantes de la Wallonie sont estimées à 11.485.372 milliers d'euros, conformément au Titre I du tableau annexé au présent décret.
Art.2. Voor het begrotingsjaar 2018, worden de kapitaalontvangsten van het Waalse Gewest geraamd op 911.507 duizend euro, overeenkomstig Titel II van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art.2. Pour l'année budgétaire 2018, les recettes en capital de la Wallonie sont estimées à 911.507 milliers d'euros, conformément au Titre II du tableau annexé au présent décret.
Art.3. Voor het begrotingsjaar 2018, worden de opbrengsten van leningen van het Waalse Gewest geraamd op 160.000 duizend euro, overeenkomstig Titel III van de bij dit decreet gevoegde tabel.
Art.3. Pour l'année budgétaire 2018, les produits d'emprunts de la Wallonie sont estimés à 160.000 milliers d'euros, conformément au Titre III du tableau annexé au présent décret.
Art.4. De belastingen en taksen geïnd ten bate van het Gewest die op 31 december 2017 bestaan, zullen worden ingevorderd tijdens het jaar 2018, overeenkomstig de wetten, decreten en tarieven die de grondslag en de inning daarvan regelen.
Art.4. Les impôts et les taxes perçus au profit de la Wallonie existants au 31 décembre 2017 seront recouvrés pendant l'année 2018 d'après les lois, décrets, arrêtés et tarifs qui en règlent l'assiette et la perception.
Art.5. § 1. De Minister van Begroting wordt gemachtigd tot dekking, door leningen die zowel in België als in het buitenland mogen worden uitgegeven, in euro of in vreemde valuta :
1° van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten ;
2° van de terugbetaling van de nog niet afgeschreven leningen en obligaties van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2018 is vastgesteld;
3° van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;
4° van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen.
§ 2. De Minister van Begroting wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type " Thesauriebewijzen op lange termijn " en de termijn ervan aan te passen.
1° van de financiering van de begrotingsuitgaven niet gedekt door de begrotingsontvangsten ;
2° van de terugbetaling van de nog niet afgeschreven leningen en obligaties van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen waarvan de eindtermijn in 2018 is vastgesteld;
3° van de vervroegde gehele of gedeeltelijke terugbetaling van in euro of in vreemde valuta uitgeschreven leningen, overeenkomstig de bepalingen van de ministeriële emissiebesluiten of leningsovereenkomsten;
4° van de verrichtingen van dagelijks beheer van de Schatkist of van de in het belang van de Schatkist verwezenlijkte verrichtingen van financieel beheer, met inbegrip van de voor hun goede afloop nodige beleggingen.
§ 2. De Minister van Begroting wordt ertoe gemachtigd, met instemming van de houders en overeenkomstig de marktvoorwaarden, bestaande leningen geheel of ten dele om te zetten in leningen van het type " Thesauriebewijzen op lange termijn " en de termijn ervan aan te passen.
Art.5. § 1er. Le Ministre du Budget est autorisé à couvrir, par des emprunts, lesquels peuvent être émis tant en Belgique qu'à l'étranger, en euro qu'en monnaies étrangères :
1° le financement des dépenses budgétaires non couvertes par les recettes budgétaires ;
2° le remboursement des emprunts et des obligations non encore amorties des emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères dont l'échéance finale se situe en 2018 ;
3° le remboursement par anticipation de tout ou partie d'emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères, conformément aux dispositions des arrêtés ministériels d'émission ou des conventions d'emprunt ;
4° les opérations de gestion journalières du Trésor ou les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général du Trésor, en ce compris les placements nécessaires à leur bonne fin.
§ 2. Le Ministre du Budget est autorisé à convertir, avec l'accord des porteurs et aux conditions du marché, tout ou partie d'emprunts existants en emprunts du type " Billets de trésorerie à long terme " et d'en adapter l'échéance.
1° le financement des dépenses budgétaires non couvertes par les recettes budgétaires ;
2° le remboursement des emprunts et des obligations non encore amorties des emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères dont l'échéance finale se situe en 2018 ;
3° le remboursement par anticipation de tout ou partie d'emprunts libellés en euro ou en monnaies étrangères, conformément aux dispositions des arrêtés ministériels d'émission ou des conventions d'emprunt ;
4° les opérations de gestion journalières du Trésor ou les opérations de gestion financière réalisées dans l'intérêt général du Trésor, en ce compris les placements nécessaires à leur bonne fin.
§ 2. Le Ministre du Budget est autorisé à convertir, avec l'accord des porteurs et aux conditions du marché, tout ou partie d'emprunts existants en emprunts du type " Billets de trésorerie à long terme " et d'en adapter l'échéance.
Art.6. De Minister van Begroting is gemachtigd :
1° tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;
2° tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe.
3° tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven privé-leningen;
4° tot uitvoering van de in artikel 7, tweede lid, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.
1° tot het scheppen van thesauriebewijzen of van andere financieringsmiddelen die interest opbrengen, ten belope van het bedrag van de af te sluiten leningen, zowel in België als in het buitenland, in euro of in vreemde valuta;
2° tot uitvoering van elke verrichting van dagelijks beheer van de Schatkist of van elke verrichting van financieel beheer die verwezenlijkt wordt in het algemeen belang van de Schatkist, met inbegrip van het afsluiten van beleggingsovereenkomsten die voor hun goede afloop noodzakelijk zijn en met inachtneming van het voorzichtigheidsprincipe.
3° tot aanpassing van de terugbetalingsvoorwaarden en -termijnen, met instemming van de uitleners, wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven privé-leningen;
4° tot uitvoering van de in artikel 7, tweede lid, bepaalde financiële beheersverrichtingen wat betreft de door het Waalse Gewest in België of in het buitenland uitgeschreven leningen.
Art.6. Le Ministre du Budget est autorisé :
1° à créer des billets de trésorerie ou d'autres instruments de financement portant intérêt, à concurrence du montant des emprunts à contracter et ce aussi bien en Belgique qu'à l'étranger, en euro et en monnaies étrangères ;
2° à conclure toute opération de gestion journalière du Trésor ou toute opération de gestion financière réalisée dans l'intérêt général du Trésor, en ce, compris la conclusion de conventions de placement nécessaires à leur bonne fin, dans le respect du principe de prudence ;
3° en ce qui concerne les emprunts privés émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à adapter, en accord avec les prêteurs, les conditions et termes de remboursement ;
4° en ce qui concerne les emprunts émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à conclure des opérations financières de gestion visées à l'article 8, 2°.
1° à créer des billets de trésorerie ou d'autres instruments de financement portant intérêt, à concurrence du montant des emprunts à contracter et ce aussi bien en Belgique qu'à l'étranger, en euro et en monnaies étrangères ;
2° à conclure toute opération de gestion journalière du Trésor ou toute opération de gestion financière réalisée dans l'intérêt général du Trésor, en ce, compris la conclusion de conventions de placement nécessaires à leur bonne fin, dans le respect du principe de prudence ;
3° en ce qui concerne les emprunts privés émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à adapter, en accord avec les prêteurs, les conditions et termes de remboursement ;
4° en ce qui concerne les emprunts émis par la Wallonie en Belgique ou à l'étranger, à conclure des opérations financières de gestion visées à l'article 8, 2°.
Art.7. De voorlopige uitgaven inzake de samenstelling van activa (openbare leningen en thesauriebewijzen op lange termijn) en de bijkomende kosten, alsook de ontvangsten voortvloeiend uit de tegeldemaking van deze samengestelde activa, de bijkomende uitgaven en de ontvangsten die eruit voortvloeien kunnen geboekt worden op speciaal daartoe geopende bankrekeningen bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, als wettelijk gevolg van het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
De samengestelde activa kunnen ook ingeschreven worden op bijzondere effectenrekeningen die daartoe namens de Waalse Schatkist geopend zijn bij een in België gevestigde financiële instelling naar Belgisch recht, waarmee het Waalse Gewest een overeenkomst van financieel agent gesloten heeft, die wettelijk voortkomt uit het gebruik van de in artikel 6, 1°, bedoelde financiële middelen, inzonderheid de bepalingen van het koninklijk besluit van 22 december 1995 betreffende het toezicht op de instellingen die erkend zijn om rekeningen van gedematerialiseerde effecten van de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de plaatselijke overheden of de openbare instellingen bij te houden.
Art.7. Les dépenses provisoires relatives à la constitution d'actifs (emprunts publics et billets de trésorerie à long terme) et les coûts annexes ainsi que les recettes afférentes à la réalisation de ces actifs constitués, les dépenses annexes et les revenus en découlant peuvent être enregistrés sur des comptes financiers spéciaux ouverts à cette fin dans une institution financière de droit belge établie en Belgique avec laquelle la Wallonie a conclu une convention d'agent financier découlant légalement de l'utilisation d'instruments financiers visés à l'article 6, 1°, et notamment les dispositions de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif au contrôle des teneurs de comptes agréés pour la tenue de comptes de titres dématérialisés de l'Etat, des Communautés, des Régions, des Provinces, des autorités locales ou des établissements publics.
Les actifs constitués peuvent aussi être inscrits en comptes titres spéciaux ouverts au nom du Trésor wallon à cette fin dans une institution financière de droit belge établie en Belgique avec laquelle la Wallonie a conclu une convention d'agent financier découlant légalement de l'utilisation d'instruments financiers visés à l'article 6, 1°, et notamment les dispositions de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif au contrôle des teneurs de comptes agréés pour la tenue de comptes de titres dématérialisés de l'Etat, des Communautés, des Régions, des Provinces, des autorités locales ou des établissements publics.
Les actifs constitués peuvent aussi être inscrits en comptes titres spéciaux ouverts au nom du Trésor wallon à cette fin dans une institution financière de droit belge établie en Belgique avec laquelle la Wallonie a conclu une convention d'agent financier découlant légalement de l'utilisation d'instruments financiers visés à l'article 6, 1°, et notamment les dispositions de l'arrêté royal du 22 décembre 1995 relatif au contrôle des teneurs de comptes agréés pour la tenue de comptes de titres dématérialisés de l'Etat, des Communautés, des Régions, des Provinces, des autorités locales ou des établissements publics.
Art.8. De Minister van Begroting is ertoe gemachtigd volgende inkomsten af te trekken van de leningslasten van Wallonië :
1° de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;
2° de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.
1° de inkomsten van de in het kader van de beheersverrichtingen van de Schatkist waarvan sprake in artikel 5, 1° en 2°, belegde opbrengsten van leningen in euro;
2° de aan het Waalse Gewest toegewezen inkomsten of kapitalen ten gevolge van beheersverrichtingen van de Schatkist inzake interestenswap, arbitrages, risicodekkingen zoals de opties of andere verrichtingen verwezenlijkt door middel van leningen van Wallonië en om de financiële lasten ervan te verlagen.
Art.8. Le Ministre du Budget est autorisé à porter en déduction des charges d'emprunts de la Wallonie :
1° les revenus de placements de produits d'emprunts en euro effectués dans le cadre des opérations de gestion du Trésor visées à l'article 5, 1° et 2° ;
2° les revenus ou capitaux attribués à la Wallonie suite à des opérations de gestion du Trésor en matière de "swap" d'intérêts, d'arbitrages, de couvertures de risque telles que les options ou autres opérations réalisées au moyen d'emprunts de la Wallonie et aux fins d'en alléger les charges financières.
1° les revenus de placements de produits d'emprunts en euro effectués dans le cadre des opérations de gestion du Trésor visées à l'article 5, 1° et 2° ;
2° les revenus ou capitaux attribués à la Wallonie suite à des opérations de gestion du Trésor en matière de "swap" d'intérêts, d'arbitrages, de couvertures de risque telles que les options ou autres opérations réalisées au moyen d'emprunts de la Wallonie et aux fins d'en alléger les charges financières.
Art.10. [1 (geen vertaling)]1
Art.10. A l'article D.361, § 1er, du décret du 27 mars 2014 relatif au Code wallon de l'Agriculture, il est ajouté un 6° libellé comme suit :
" 6° [1 les recettes provenant de l'attribution, dans le cadre d'un aménagement foncier, des biens immobiliers agricoles acquis par la Région wallonne, en application de l'article D.288, § 2, alinéa 6;"]1
[1 7° les recettes provenant des soldes débiteurs dus par les intéressés envers les comités de remembrement ou d'aménagement foncier en application des articles D. 297, D. 298, D. 305, D. 306, D. 348 et D. 349.]1
" 6° [1 les recettes provenant de l'attribution, dans le cadre d'un aménagement foncier, des biens immobiliers agricoles acquis par la Région wallonne, en application de l'article D.288, § 2, alinéa 6;"]1
[1 7° les recettes provenant des soldes débiteurs dus par les intéressés envers les comités de remembrement ou d'aménagement foncier en application des articles D. 297, D. 298, D. 305, D. 306, D. 348 et D. 349.]1
Wijzigingen
Art.11. Artikel 253, 5°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en gewijzigd bij de decreten van 6 december 2001 en 22 oktober 2003, wordt vervangen door wat volgt:
" 5° de onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied, van een natuurreservaat of een bosreservaat of opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling ; ".
" 5° de onroerende goederen gelegen in het Waalse Gewest en opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied, van een natuurreservaat of een bosreservaat of opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling ; ".
Art.11. L'article 253, 5°, du Code des impôts sur les revenus 1992, remplacé par la loi du 6 juillet 1994 et modifié par les décrets des 6 décembre 2001 et 22 octobre 2003, est remplacé par ce qui suit :
" 5° des biens immobiliers situés en Région wallonne et repris dans le périmètre d'un site Natura 2000, d'une réserve naturelle ou d'une réserve forestière ou repris dans le périmètre d'un site candidat au réseau Natura 2000 et soumis au régime de protection primaire ; ".
" 5° des biens immobiliers situés en Région wallonne et repris dans le périmètre d'un site Natura 2000, d'une réserve naturelle ou d'une réserve forestière ou repris dans le périmètre d'un site candidat au réseau Natura 2000 et soumis au régime de protection primaire ; ".
HOOFDSTUK II. - Waterbeleid
CHAPITRE II. - Politique de l'eau
Art.12. Artikel D.267, tweede lid, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt vervangen als volgt :
" De eenheidsbelasting per kubieke meter geloosd afvalwater, bedoeld in artikel D.259, 2°, wordt vastgelegd op :
- 1,935 euro van 1 januari 2015 tot 31 december 2015 ;
- 2,115 euro vanaf 1 januari 2016. ".
" De eenheidsbelasting per kubieke meter geloosd afvalwater, bedoeld in artikel D.259, 2°, wordt vastgelegd op :
- 1,935 euro van 1 januari 2015 tot 31 december 2015 ;
- 2,115 euro vanaf 1 januari 2016. ".
Art.12. L'article D.267, alinéa 2, du livre II du Code de l'Environnement constituant le Code de l'Eau est remplacé comme suit :
" La taxe unitaire par mètre cube d'eau usée déversé, visée à l'article D.259, 2°, est fixée à :
- 1,935 euro du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2015 ;
- 2,115 euro à partir du 1er janvier 2016. ".
" La taxe unitaire par mètre cube d'eau usée déversé, visée à l'article D.259, 2°, est fixée à :
- 1,935 euro du 1er janvier 2015 au 31 décembre 2015 ;
- 2,115 euro à partir du 1er janvier 2016. ".
Art.13. In artikel D.330-1 van hetzelfde Boek, worden de woorden " met uitzondering van de belasting bedoeld in artikel D.267 " ingevoegd tussen de woorden " Wetboek " en " wordt ".
Art.13. A l'article D.330-1 du même livre, les mots " hormis la taxe visée à l'article D.267 " sont insérés entre les mots " Code " et " est ".
Art.14. Artikel D.257, § 1, van het Waterwetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 3° wordt vervangen als volgt :
" 3° boven 10.000.000 mü : 0.02 0,02 euro per mü uitgepompt water. " ;
2° punt 4° wordt opgeheven.
1° punt 3° wordt vervangen als volgt :
" 3° boven 10.000.000 mü : 0.02 0,02 euro per mü uitgepompt water. " ;
2° punt 4° wordt opgeheven.
Art.14. A L'article D.257, § 1er, du Code de l'Eau, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° sur la tranche supérieure à 10 000 000 mètres cubes : 0.02 euro par mètre cube d'eau prélevé. " ;
2° le 4° est abrogé.
1° le 3° est remplacé par ce qui suit :
" 3° sur la tranche supérieure à 10 000 000 mètres cubes : 0.02 euro par mètre cube d'eau prélevé. " ;
2° le 4° est abrogé.
HOOFDSTUK III. - Bepalingen tot wijziging van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen
CHAPITRE III. - Dispositions modifiant le décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes
Art.15. In artikel 5 van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen, wordt paragraaf 1 vervangen door de volgende bepaling :
" § 1. Het bedrag van de belasting op het storten van huisafval in " C.E.T. " wordt vastgelegd op 100 euro/ton ".
In paragraaf 2 van hetzelfde artikel, worden de woorden " voor brandbaar afval " toegevoegd na de woorden " voor gevaarlijk afval ".
" § 1. Het bedrag van de belasting op het storten van huisafval in " C.E.T. " wordt vastgelegd op 100 euro/ton ".
In paragraaf 2 van hetzelfde artikel, worden de woorden " voor brandbaar afval " toegevoegd na de woorden " voor gevaarlijk afval ".
Art.15. A l'article 5 du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales directes, le paragraphe 1er est remplacé par la disposition suivante :
" § 1er. Le montant de la taxe sur la mise en C.E.T. des déchets est fixé à 100 euros/tonne ".
Au paragraphe 2 du même article, après les mots " s'il s'agit de déchets dangereux " sont insérés les mots " ou de déchets combustibles ".
" § 1er. Le montant de la taxe sur la mise en C.E.T. des déchets est fixé à 100 euros/tonne ".
Au paragraphe 2 du même article, après les mots " s'il s'agit de déchets dangereux " sont insérés les mots " ou de déchets combustibles ".
Art.16. In artikel 6, § 1, van hetzelfde decreet, wordt een punt 13 ingevoegd, luidend als volgt :
" 13° 55 euro/ton als het gaat om niet-brandbare afval waarvoor geen ander verlaagd percentage wordt toegepast krachtens dit artikel. De Regering kan een lijst vaststellen van afval dat al dan niet brandbaar wordt geacht te zijn. Afval met een percentage van gloeiverlies hoger dan 10 % en een totale hoeveelheid organische koolstof hoger dan 6 % wordt geacht brandbaar te zijn en komt niet in aanmerking voor het voordeel van het percentage. ".
" 13° 55 euro/ton als het gaat om niet-brandbare afval waarvoor geen ander verlaagd percentage wordt toegepast krachtens dit artikel. De Regering kan een lijst vaststellen van afval dat al dan niet brandbaar wordt geacht te zijn. Afval met een percentage van gloeiverlies hoger dan 10 % en een totale hoeveelheid organische koolstof hoger dan 6 % wordt geacht brandbaar te zijn en komt niet in aanmerking voor het voordeel van het percentage. ".
Art.16. A l'article 6, § 1er, du même décret, un point 13° est inséré, libellé comme suit :
" 13° 55 euros/tonne, s'agissant de déchets non combustibles pour lesquels un autre taux réduit n'est pas d'application en vertu du présent article. Une liste de déchets présumés combustibles ou non combustibles peut être arrêtée par le Gouvernement. Les déchets présentant un taux de perte au feu supérieur à 10 % et une teneur en carbone organique total supérieure à 6 % sont réputés combustibles et exclus du bénéfice de ce taux ".
" 13° 55 euros/tonne, s'agissant de déchets non combustibles pour lesquels un autre taux réduit n'est pas d'application en vertu du présent article. Une liste de déchets présumés combustibles ou non combustibles peut être arrêtée par le Gouvernement. Les déchets présentant un taux de perte au feu supérieur à 10 % et une teneur en carbone organique total supérieure à 6 % sont réputés combustibles et exclus du bénéfice de ce taux ".
Art.17. In artikel 26/1, eerste lid, van hetzelfde fiscaal decreet, worden de woorden " Voor het kalenderjaar 2016 " vervangen door de woorden " Voor de jaren 2016 tot 2021 ".
Art.17. A l'article 26/1, alinéa 1er, du même décret fiscal, les mots " Pour l'année civile 2016 " sont remplacés par les mots " Pour les années 2016 à 2021 ".
Art.18. In hetzelfde fiscaal decreet, wordt een artikel 26/5 toegevoegd, luidend als volgt :
" Art. 26/5. Als de belastingplichtige ervoor kiest om een overeenkomst met de Regering te sluiten met betrekking tot de organisatie van zijn bijdrage tot het gewestelijk beleid inzake preventie, hergebruik en beheer van de aan de terugnameplicht onderworpen afval, wordt de belasting dan betaald via een schikkingsprocedure.
De overeenkomst bedoeld in het eerste lid bevat minstens, voor elk betrokken jaar :
1° de verbintenis van de belastingplichtige om een jaarlijkse bijdrage per inwoner ter beschikking te stellen van een bedrag dat minstens gelijk is aan het bedrag van de belasting ;
2° de modaliteiten in verband met de storting van de bijdrage;
3° de overlegmodaliteiten betreffende de bestemming van de bijdrage ;
4° een lijst van gewestelijke acties die door de bijdrage worden gefinancierd.
Het aantal inwoners wordt bepaald aan de hand van de meest recente bevolkingsstatistieken die op 1 januari van elk jaar beschikbaar zijn.
De uitvoering van de overeenkomst maakt het voorwerp uit van een evaluatie en van een jaarlijk verslag van het Bestuur, voorgelegd aan de Regering.
Bij niet-uitvoering door de belastingplichtige van een of meerdere van de verplichtingen vervat in de overeenkomst, kan de Regering een einde maken aan de overeenkomst vóór het verstrijken ervan ".
" Art. 26/5. Als de belastingplichtige ervoor kiest om een overeenkomst met de Regering te sluiten met betrekking tot de organisatie van zijn bijdrage tot het gewestelijk beleid inzake preventie, hergebruik en beheer van de aan de terugnameplicht onderworpen afval, wordt de belasting dan betaald via een schikkingsprocedure.
De overeenkomst bedoeld in het eerste lid bevat minstens, voor elk betrokken jaar :
1° de verbintenis van de belastingplichtige om een jaarlijkse bijdrage per inwoner ter beschikking te stellen van een bedrag dat minstens gelijk is aan het bedrag van de belasting ;
2° de modaliteiten in verband met de storting van de bijdrage;
3° de overlegmodaliteiten betreffende de bestemming van de bijdrage ;
4° een lijst van gewestelijke acties die door de bijdrage worden gefinancierd.
Het aantal inwoners wordt bepaald aan de hand van de meest recente bevolkingsstatistieken die op 1 januari van elk jaar beschikbaar zijn.
De uitvoering van de overeenkomst maakt het voorwerp uit van een evaluatie en van een jaarlijk verslag van het Bestuur, voorgelegd aan de Regering.
Bij niet-uitvoering door de belastingplichtige van een of meerdere van de verplichtingen vervat in de overeenkomst, kan de Regering een einde maken aan de overeenkomst vóór het verstrijken ervan ".
Art.18. Dans le même décret fiscal, un article 26/5 est ajouté, libellé comme suit :
" Art. 26/5. Lorsque le redevable choisit de conclure avec le Gouvernement une convention organisant sa contribution à la politique régionale de prévention, de réutilisation et de gestion des déchets soumis à l'obligation de reprise, la taxe est acquittée par voie transactionnelle.
La convention visée à l'alinéa 1er comporte au minimum, pour chaque année concernée :
1° l'engagement du redevable à mettre à disposition une contribution annuelle par habitant d'un montant correspondant au moins au montant de la taxe ;
2° les modalités de versement de la contribution ;
3° les modalités de concertation concernant l'affectation de la contribution ;
4° une liste d'actions régionales financées par la contribution.
Le nombre d'habitants est fixé par les statistiques de population les plus récentes disponibles au 1er janvier de chaque année.
La mise en oeuvre de la convention fait l'objet, par redevable, d'une évaluation et d'un rapport annuel de l'Administration, présenté au Gouvernement.
En cas d'inexécution par le redevable d'une ou de plusieurs des obligations contenues dans la convention, le Gouvernement peut mettre un terme à la convention avant son échéance ".
" Art. 26/5. Lorsque le redevable choisit de conclure avec le Gouvernement une convention organisant sa contribution à la politique régionale de prévention, de réutilisation et de gestion des déchets soumis à l'obligation de reprise, la taxe est acquittée par voie transactionnelle.
La convention visée à l'alinéa 1er comporte au minimum, pour chaque année concernée :
1° l'engagement du redevable à mettre à disposition une contribution annuelle par habitant d'un montant correspondant au moins au montant de la taxe ;
2° les modalités de versement de la contribution ;
3° les modalités de concertation concernant l'affectation de la contribution ;
4° une liste d'actions régionales financées par la contribution.
Le nombre d'habitants est fixé par les statistiques de population les plus récentes disponibles au 1er janvier de chaque année.
La mise en oeuvre de la convention fait l'objet, par redevable, d'une évaluation et d'un rapport annuel de l'Administration, présenté au Gouvernement.
En cas d'inexécution par le redevable d'une ou de plusieurs des obligations contenues dans la convention, le Gouvernement peut mettre un terme à la convention avant son échéance ".
Art.19. In artikel 53 van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake Waalse gewestelijke belastingen, wordt de volgende bepaling ingevoegd:
" In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd. ".
" In afwijking van het eerste lid wordt elke belasting inzake afval, als er een gerechtelijk beroep wordt ingediend, vermeerderd met de boete, de interest en de kosten, beschouwd als een zekere en vaststaande schuld die op alle wijzen van uitvoering mag worden ingevorderd. ".
Art.19. A l'article 53 du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matière de taxes régionales wallonnes, la disposition suivante est insérée :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution ".
" Par dérogation à l'alinéa 1er, en cas de recours judiciaire, toute taxe en matière de déchets, augmentée de l'amende, des intérêts et des frais éventuels est considérée comme une dette liquide et certaine pouvant être recouvrée par toutes voies d'exécution ".
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art.20. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2018.
Art.20. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2018.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 22-12-2017, p. 114577)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 22-12-2017, p. 114554)