Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 NOVEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-12-2017 en tekstbijwerking tot 01-08-2024)
Titre
17 NOVEMBRE 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et de l'organisation partenaire(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 15-12-2017 et mise Ă  jour au 01-08-2024)
Documentinformatie
Numac: 2017031838
Datum: 2017-11-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017031838
Date: 2017-11-17
Moniteur: Voir
Tekst (91)
Texte (91)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid [1 Kind en Gezin]1, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid [1 Opgroeien regie]1;
2° decreet van 12 juli 2013: het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
3° dienstverlener: een dienstverlener als vermeld in artikel 2, § 1, 13°, van het decreet van 12 juli 2013;
4° kindermishandeling: kindermishandeling als vermeld in artikel 2, § 1, 32°, van het decreet van 12 juli 2013;
5° meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling": een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" als vermeld in artikel 3 van het decreet van 21 juni 2013 houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
7° partnerorganisatie: het geformaliseerde samenwerkingsverband tussen de zes vertrouwenscentra kindermishandeling dat wordt erkend en gesubsidieerd conform dit besluit;
8° vertrouwenscentrum kindermishandeling: een centrum dat erkend en gesubsidieerd wordt conform dit besluit.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique [1 " Grandir régie "]1, visée à l'article 3 du décret du 30 avril 2004 portant création de l'agence autonomisée interne [1 " Grandir régie "]1 ;
2° décret du 12 juillet 2013 : le décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
3° prestataire de services : un prestataire de services tel que visé à l'article 2, § 1er, 13°, du décret du 12 juillet 2013 ;
4° maltraitance d'enfants : la maltraitance d'enfants telle que visée à l'article 2, § 1er, 32°, du décret du 12 juillet 2013 ;
5° guichet " Geweld, Misbruik en Kindermishandeling " : un guichet " Geweld, Misbruik en Kindermishandeling " tel que visĂ© Ă  l'article 3 du dĂ©cret du 21 juin 2013 portant diverses dispositions relatives au domaine politique du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
6° Ministre : le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
7° organisation partenaire : le partenariat formalisĂ© entre les six centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s, qui est agréé et subventionnĂ© conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
8° centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s : un centre agréé et subventionnĂ© conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning
CHAPITRE 2. - Agrément
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 2. Het agentschap beslist over de toekenning van een erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling. Het agentschap erkent in elke provincie van het Nederlandse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad één vertrouwenscentrum kindermishandeling.
Het werkingsgebied van het vertrouwenscentrum kindermishandeling bestaat uit de provincie of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad waarin het gelegen is.
De erkenning geldt voor vijf jaar.
Art. 2. L'agence décide de l'octroi d'un agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités. L'agence agrée dans chaque province de la région de langue néerlandaise et dans la région bilingue de Bruxelles-Capitale un centre de confiance pour enfants maltraités.
Le ressort du centre de confiance pour enfants maltraités comprend la province ou la région bilingue de Bruxelles-Capitale dans laquelle il se situe.
Cet agrément est valable pendant cinq ans.
Art. 3. Het agentschap beslist over de toekenning van een erkenning als partnerorganisatie.
Het werkingsgebied van de partnerorganisatie bestaat uit het volledige Nederlandse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
De erkenning geldt voor vijf jaar.
Art. 3. L'agence décide de l'octroi d'un agrément comme organisation partenaire.
Le ressort de l'organisation partenaire comprend la région de langue néerlandaise entiÚre et la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Cet agrément est valable pendant cinq ans.
Afdeling 2. - Missie
Section 2. - Mission
Art. 4. Artikel 5 van het decreet van 12 juli 2013, van toepassing op de vertrouwenscentra kindermishandeling, is van overeenkomstige toepassing op de partnerorganisatie.
Art. 4. L'article 5 du décret du 12 juillet 2013, applicable sur les centres de confiance pour enfants maltraités, s'applique par analogie à l'organisation partenaire.
Art. 5. De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie hebben in het kader van het thema kindermishandeling de volgende missie:
1° het detecteren van situaties van kindermishandeling;
2° het stoppen van de kindermishandeling en het installeren van veiligheid voor de betrokken minderjarigen;
3° het voorkomen van herhaling van de kindermishandeling voor de betrokken minderjarigen;
4° het nastreven van individueel en relationeel herstel voor de betrokken minderjarigen.
5° ten aanzien van kindermishandeling in de samenleving:
a) de effectieve sensibilisering van de samenleving voor de problematiek van kindermishandeling in Vlaanderen en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
b) de opbouw en de verspreiding van kennis en deskundigheid over kindermishandeling en de aanpak van kindermishandeling in Vlaanderen en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Art. 5. Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire ont la mission suivante, dans le cadre du thÚme de la maltraitance d'enfants :
1° la détection de situations de maltraitance d'enfants ;
2° l'arrĂȘt de la maltraitance d'enfants et l'installation de sĂ©curitĂ© pour les mineurs concernĂ©s ;
3° la prévention de la répétition de la maltraitance d'enfants pour les mineurs concernés ;
4° la poursuite du rétablissement individuel et relationnel pour les mineurs concernés ;
5° à l'égard de la maltraitance d'enfants dans la société :
a) la sensibilisation effective de la société à la problématique de la maltraitance d'enfants en Flandre et en région bilingue de Bruxelles-Capitale ;
b) l'acquisition et la dissémination de connaissances et d'expertise sur la maltraitance d'enfants et l'approche de la maltraitance d'enfants en Flandre et en région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Afdeling 3. - Erkenningsvoorwaarden
Section 3. - Conditions d'agrément
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions générales
Art. 6. § 1. Om erkend te worden dient het vertrouwenscentrum kindermishandeling te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden vermeld in de artikelen 7 tot en met 13 en in de artikelen 16 tot en met 23.
§ 2. Om erkend te worden dient de partnerorganisatie te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden vermeld in de artikelen 14 tot en met 23.
Art. 6. § 1er. Pour ĂȘtre agréé, le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s doit rĂ©pondre aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es aux articles 7 Ă  13 inclus et aux articles 16 Ă  23 inclus.
§ 2. Pour ĂȘtre agréée, l'organisation partenaire doit rĂ©pondre aux conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 14 Ă  23 inclus.
Onderafdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden voor de vertrouwenscentra kindermishandeling
Sous-section 2. - Conditions d'agrément pour les centres de confiance pour enfants maltraités
Art. 7. § 1.Het vertrouwenscentrum kindermishandeling organiseert samen met de centra voor algemeen welzijnswerk meldpunten "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling".
§ 2. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling vervult als gemandateerde voorziening de volgende opdrachten:
1° de opdrachten voor kindermishandeling, vermeld in artikel 42, § 1, tweede lid, 1° en 2°, van het decreet van 12 juli 2013;
2° de opdrachten met een maatschappelijke noodzaak, vermeld in artikel 42, § 1, tweede lid, 3° tot en met 6°, van het voormelde decreet;
3° de ondersteuning en begeleiding van jeugdhulpaanbieders of andere personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden of dienstverleners, in het omgaan met situaties van kindermishandeling als ze het vertrouwenscentrum kindermishandeling daarom verzoeken.
In het eerste lid, 3°, wordt verstaan onder jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van het decreet van 12 juli 2013.
Art. 7. § 1er. Le centre de confiance pour enfants maltraités organise, en collaboration avec les centres d'aide sociale générale, des guichets " Geweld, Misbruik en Kindermishandeling ".
§ 2. En tant que structure mandatée, le centre de confiance pour enfants maltraités accomplit les missions suivantes :
1° les missions relatives à la maltraitance d'enfants, visées à l'article 42, § 1er, alinéa 2, 1° et 2°, du décret du 12 juillet 2013 ;
2° les missions ayant une nécessité sociale, visées à l'article 42, § 1er, alinéa 2, 3° à 6° inclus, du décret précité ;
3° le soutien et l'accompagnement d'offreurs d'aide à la jeunesse ou d'autres personnes et structures offrant de l'aide à la jeunesse ou prestataires de services, lors de la gestion des situations de maltraitance d'enfants s'ils en font la demande auprÚs du centre de confiance pour enfants maltraités.
Dans l'alinéa 1er, 3°, on entend par offreur d'aide à la jeunesse : un offreur d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 2, § 1er, 27°, du décret du 12 juillet 2013.
Art. 8. De hulp- en zorgverlening van het vertrouwenscentrum kindermishandeling aan een gezin kan vraaggestuurd zijn of kan tot stand komen door een actieve benadering van het centrum. Als de aard van de situatie dat vereist, is de hulp- en zorgverlening aanklampend.
De hulp- en zorgverlening die wordt geboden ter uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 7, § 2, eerste lid, 1° en 3°, bestaat uit een breed palet aan activiteiten, in verband met onderzoek, indicatie, begeleiding, coördinatie, consult en doorverwijzing.
Art. 8. Les services d'aide et de soins que le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s fournit Ă  une famille peuvent ĂȘtre orientĂ©s sur la demande ou ĂȘtre rĂ©alisĂ©s par une approche active du centre. Lorsque la nature de la situation le requiert, les services d'aide et de soins sont persistants.
Les services d'aide et de soins offerts en exécution des missions visées à l'article 7, § 2, alinéa 1er, 1° et 3°, comprennent des activités variées relatives à la recherche, l'indication, l'accompagnement, la coordination, la consultation et le renvoi.
Art. 9. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling betrekt de ouders, de opvoedingsverantwoordelijken en de leefomgeving bij de hulp- en zorgverlening, rekening houdend met het belang van de minderjarige.
Art. 9. Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s associe les parents, les responsables de l'Ă©ducation et l'environnement aux services d'aide et de soins, en tenant compte de l'intĂ©rĂȘt du mineur.
Art. 10. § 1. Onder voorbehoud van artikel 62 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp voorzien de vertrouwenscentra kindermishandeling voor de uitvoering van hun opdrachten in een laagdrempelige toegang, wat minstens inhoudt dat ze telefonisch bereikbaar zijn tijdens de kantooruren.
Naast de verplichting, vermeld in het eerste lid, verzekert minstens één vertrouwenscentrum kindermishandeling de elektronische toegang van de hulp- en dienstverlening van alle vertrouwenscentra voor minderjarigen via de chat. De vertrouwenscentra kindermishandeling bepalen in onderling overleg welk vertrouwenscentrum die taak op zich neemt. Indien de vertrouwenscentra kindermishandeling in onderling overleg niet tot overeenstemming komen, bepaalt de minister welk vertrouwenscentrum die taak op zich neemt. De minister kan de tijdstippen vastleggen waarop de chat bereikbaar moet zijn.
§ 2. De vertrouwenscentra kindermishandeling maken samen afspraken over hoe ze de laagdrempelige toegang, vermeld in paragraaf 1, concreet organiseren en bekendmaken en streven daarbij naar gelijkvormigheid.
Art. 10. § 1er. Sous rĂ©serve de l'article 62 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă  l'aide intĂ©grale Ă  la jeunesse, les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s prĂ©voient un accĂšs aisĂ© pour l'exĂ©cution de leurs missions, ce qui implique au minimum qu'ils sont joignables par tĂ©lĂ©phone pendant les heures de bureau.
Outre l'obligation visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, au moins un centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s assure l'accĂšs Ă©lectronique des services d'aide et de soins de tous les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s via le chat. Les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s dĂ©terminent de commun accord quel centre de confiance assume cette tĂąche. Si les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s n'arrivent pas Ă  s'accorder de commun accord, le Ministre dĂ©termine quel centre de confiance assume cette tĂąche. Le Ministre peut arrĂȘter les heures auxquelles le chat doit ĂȘtre accessible.
§ 2. Les centres de confiance pour enfants maltraités conviennent comment ils organisent et publient concrÚtement l'accÚs aisé, visé au paragraphe 1er, en aspirant à l'uniformité.
Art. 11. De vertrouwenscentra kindermishandeling voeren een beleid om in hun dienstverlening gevaarsituaties en grensoverschrijdend gedrag door hun medewerkers tegenover cliënten te voorkomen en in voorkomend geval aan te pakken. De vertrouwenscentra kindermishandeling melden elke voormelde situatie zo snel mogelijk aan het agentschap, zonder vermelding van persoonsgegevens.
Art. 11. Les centres de confiance pour enfants maltraités mÚnent une politique visant à prévenir et, le cas échéant, aborder, des situations dangereuses et du comportement excessif par leurs collaborateurs à l'égard de clients dans le cadre de leur prestation de services. Les centres de confiance pour enfants maltraités notifient toute situation précitée dans les meilleurs délais à l'agence, sans mention des données personnelles.
Art. 12. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling werkt multidisciplinair en doet naargelang van de situatie een beroep op de inbreng van medische, psychologische, pedagogische, sociale en juridische of criminologische expertise.
Art. 12. Le centre de confiance pour enfants maltraités adopte une approche multidisciplinaire et, selon la situation, fait appel à l'apport d'une expertise médicale, psychologique, pédagogique, sociale et juridique ou criminologique.
Art. 13. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling werkt mee aan de registratie die het agentschap bepaalt om beleidsrelevante informatie te kunnen verzamelen. Hierbij worden geen persoonsgegevens verwerkt.
Art. 13. Le centre de confiance pour enfants maltraités collabore à l'enregistrement que l'agence détermine pour pouvoir collecter des informations pertinentes en termes de politique. Les données personnelles ne sont pas traitées lors de cet enregistrement.
Onderafdeling 3. - Erkenningsvoorwaarden voor de partnerorganisatie
Sous-section 3. - Conditions d'agrément pour l'organisation partenaire
Art. 14. De partnerorganisatie kan alleen erkend worden als elk erkend vertrouwenscentrum kindermishandeling er lid van is.
Art. 14. L'organisation partenaire ne peut ĂȘtre agréée que si chaque centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s en est membre.
Art. 15. [1 De partnerorganisatie heeft de volgende opdrachten:
1° kennisopbouw, deskundigheids- en ervaringsdeskundigheidsbevordering over kindermishandeling;
2° bijdragen tot de sensibilisering van de samenleving voor de problematiek van kindermishandeling;
3° voorzien in inhoudelijke en praktijkgerichte ondersteuning en ontwikkeling van de werking van de vertrouwenscentra kindermishandeling en het stimuleren van de organisatorische samenwerking van de vertrouwenscentra kindermishandeling;
4° bijdragen tot de inhoudelijke en praktijkgerichte ondersteuning in de gepaste omgang met kindermishandeling voor:
a) jeugdhulpaanbieders;
b) personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden;
c) dienstverleners;
d) organisaties en voorzieningen binnen sectoren die met kinderen en jongeren werken;
5° bijdragen tot de inhoudelijke en praktijkgerichte ondersteuning in de gepaste omgang met kindermishandeling voor sectoren die met volwassenen werken door onder andere de ontwikkeling en implementatie van de kindreflex;
6° in opdracht van het agentschap adviseren over de veiligheid van minderjarigen in een voorziening en over het pedagogisch handelen in een voorziening op basis van een gestructureerd risicotaxatieproces ]1
.
Art. 15. [1 L'organisation partenaire a les missions suivantes :
1° renforcer les connaissances, promouvoir l'expertise et l'expertise du vécu sur la maltraitance d'enfants ;
2° contribuer à la sensibilisation de la société à la problématique de la maltraitance d'enfants ;
3° prévoir le soutien thématique et orienté sur la pratique, développer les activités des centres de confiance pour enfants maltraités, et encourager la coopération organisationnelle des centres de confiance pour enfants maltraités ;
4° contribuer au soutien thématique et orienté sur la pratique quant à l'approche appropriée de la maltraitance d'enfants pour :
a) les offreurs d'aide Ă  la jeunesse ;
b) les personnes et structures offrant de l'aide Ă  la jeunesse ;
c) les prestataires de services ;
d) les organisations et structures dans les secteurs qui travaillent avec des enfants et des jeunes ;
5° contribuer au soutien thématique et orienté sur la pratique quant à l'approche appropriée de la maltraitance d'enfants pour les secteurs qui travaillent avec des adultes, entre autres par le développement et la mise en oeuvre du " réflexe enfant " ;
6° conseiller, sur l'ordre de l'agence, au sujet de la sécurité des mineurs dans une structure, et au sujet de l'approche pédagogique dans une structure sur la base d'un processus structuré d'évaluation des risques ]1
.
Onderafdeling 4. - Erkenningsvoorwaarden voor de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie
Sous-section 4. - Conditions d'agrément pour les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire
Art. 16. [1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie zijn opgericht als een privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen.
Art. 16. [1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraités et l'organisation partenaire sont créés comme une association de droit privé dotée de la personnalité juridique, pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres.
Art.16/1. [1 De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie werken samen opdat ze dezelfde kwaliteitsvolle dienst- en hulpverlening bieden, met behoud van de toepassing van de opdracht van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15, 3°.
De samenwerking, vermeld in het eerste lid, heeft minstens betrekking op de volgende thema's:
1° een actueel gehouden visie en profilering van het vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie;
2° een efficiënt en toekomstgericht bestuurs- en werkingsmodel, met een eenduidige beslissings- en valideringsbevoegdheid;
3° de procesvoering en het gebruik van instrumenten voor de uitvoering van de opdrachten van de vertrouwenscentra kindermishandeling, vermeld in artikel 7, § 2, en voor de uitvoering van de opdrachten van de partnerorganisatie, vermeld in artikel 15;
4° het delen van goede praktijken;
5° de vorming, training, opleiding, supervisie en ondersteuning van medewerkers, vermeld in artikel 19, tweede lid;
6° het kwaliteitsbeleid, vermeld in artikel 26/1;
7° het klachtenbeleid, vermeld in artikel 20;
8° ondersteunende processen. ]1

Art. 16/1. [1 Les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire collaborent de maniĂšre Ă  fournir la mĂȘme qualitĂ© de service et d'assistance, sans prĂ©judice de l'application de la mission de l'organisation partenaire, visĂ©e Ă  l'article 15, 3°.
La coopération, visée à l'alinéa 1er, porte au moins sur les thÚmes suivants :
1° une vision et un profilage actualisés des centres de confiance et de l'organisation partenaire ;
2° un modÚle d'administration et de fonctionnement efficace et tourné vers l'avenir, avec un pouvoir de décision et de validation sans ambiguïté ;
3° le processus et l'utilisation d'instruments pour l'exécution des missions des centres de confiance pour enfants maltraités, visées à l'article 7, § 2, et pour l'exécution des missions de l'organisation partenaire, visées à l'article 15 ;
4° le partage de bonnes pratiques ;
5° la formation, l'entraßnement, l'éducation, la supervision et le soutien des employés, visés à l'article 19, alinéa 2 ;
6° la politique de qualité, visée à l'article 26/1 ;
7° la politique de traitement des plaintes, visée à l'article 20 ;
8° les processus de soutien.]1

Art. 17. [1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie hebben in hun werking aandacht voor goed bestuur. Zij waken over de diversiteit in samenstelling, de deskundigheid, de opdrachten en de verantwoordelijkheden van de bestuursorganen.
Art. 17. Dans le cadre de leurs activitĂ©s, [1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire prĂȘtent une attention Ă  la bonne gouvernance. Ils veillent Ă  la diversitĂ© au niveau de composition, d'expertise, de missions et de responsabilitĂ©s des organismes administratifs.
Art. 18. [1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie beschikken over toegankelijke en aangepaste infrastructuur om de opdrachten kwaliteitsvol uit te kunnen voeren.
Art. 18. [1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraités et l'organisation partenaire disposent d'une infrastructure accessible et adaptée afin d'exécuter les missions de maniÚre qualitative.
Art. 19. [1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie beschikken over voldoende en voldoende opgeleide medewerkers.
[1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie voorzien in de nodige ondersteuning, vorming, training, opleiding en supervisie van de medewerkers.
Art. 19. [1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraités et l'organisation partenaire disposent d'un nombre suffisant de collaborateurs suffisamment qualifiés.
[1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraités et l'organisation partenaire prévoient le soutien, l'éducation, l'entraßnement, la formation et la supervision nécessaires des collaborateurs.
Art. 20. [1 De vertrouwenscentra]1 kindermishandeling en de partnerorganisatie beschikken over een klachtenprocedure. Die procedure wordt aan de gebruiker bekendgemaakt en garandeert binnen een redelijke termijn een antwoord op een klacht.
Art. 20. [1 Les centres de confiance]1 pour enfants maltraités et l'organisation partenaire disposent d'une procédure de plaintes. Cette procédure est communiquée à l'usager et garantit une réponse à la plainte dans un délai raisonnable.
Art. 21. [1 De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een inhoudelijk en kwantitatief activiteitenverslag in over de werking in het voorgaande jaar. Het activiteitenverslag bevat een verslag over de genomen acties en de ontwikkelde instrumenten ter uitvoering van artikel 16/1.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 december bij het agentschap een verslag in met een planning van de activiteiten voor het volgende jaar ter uitvoering van de thema's, vermeld in artikel 16/1, tweede lid, en de verwachte realisaties ervan.
De vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie dienen jaarlijks vóór 1 juni bij het agentschap een verslag in over het kwaliteitsbeleid van de werking waarvoor ze erkend zijn. Het verslag bevat de volgende gegevens:
1° de resultaten van de zelfevaluatie;
2° de geformuleerde verbeteracties;
3° de wijze waarop de verbeteracties zijn uitgevoerd;
4° de kwaliteitsplanning voor het lopende jaar.
Het agentschap kan nadere voorwaarden bepalen voor de verslagen, vermeld in het eerste tot en met het derde lid.]1

Art. 21. [1 Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport d'activité thématique et quantitatif sur leur fonctionnement au cours de l'année précédente. Le rapport d'activité comprend un rapport sur les actions entreprises et les instruments développés en vue d'exécuter l'article 16/1.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er décembre de chaque année, un rapport planifiant les activités de l'année suivante en vue d'exécuter les thÚmes visés à l'article 16/1, alinéa 2, et les résultats escomptés.
Les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire soumettent à l'agence, avant le 1er juin de chaque année, un rapport sur la politique de qualité du fonctionnement pour laquelle ils sont agréés. Le rapport contient les données suivantes :
1° les résultats de l'auto-évaluation ;
2° les actions d'amélioration formulées ;
3° la maniÚre dont les actions d'amélioration sont effectuées ;
4° le planning de la qualité pour l'année en cours.
L'agence peut déterminer d'autres conditions pour les rapports visés aux alinéas 1 à 3.]1

Art. 22. Voor het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie zijn de veiligheid en het belang van de betrokken minderjarigen altijd de belangrijkste aandachtspunten.
Art. 22. Pour le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire, la sĂ©curitĂ© et l'intĂ©rĂȘt des mineurs concernĂ©s constituent toujours les points d'attention principaux.
Art. 23. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie vragen voor de uitvoering van hun opdrachten, vermeld in artikel 7, geen vergoeding aan de cliënt.
Art. 23. Le centre de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire ne demandent pas d'indemnité au client pour l'exécution de leurs missions, visées à l'article 7.
Afdeling 4. - Werking
Section 4. - Fonctionnement
Art. 24. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling kan zijn opdrachten, vermeld in artikel 7, § 2, eerste lid, samen met de andere erkende vertrouwenscentra kindermishandeling of met de partnerorganisatie uitvoeren.
Art. 24. Le centre de confiance pour enfants maltraités peut exécuter ses missions, visées à l'article 7, § 2, alinéa 1er, ensemble avec les autres centres de confiance pour enfants maltraités agréés ou avec l'organisation partenaire.
Art. 25. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling kan binnen zijn opdrachten, vermeld in artikel 7, § 2, eerste lid, 1°, met het oog op vraagverheldering, meldingen doorverwijzen naar een meldpunt "Geweld, Misbruik en Kindermishandeling" als die meldingen niet gedaan werden door een van de volgende personen:
1° minderjarige personen;
2° personen en voorzieningen die jeugdhulpverlening aanbieden of dienstverleners.
Art. 25. Dans le cadre de ses missions, visées à l'article 7, § 2, alinéa 1er, 1°, le centre de confiance pour enfants maltraités peut renvoyer des notifications à un guichet " Geweld, Misbruik en Kindermishandeling " en vue de l'éclaircissement de la demande, si ces notifications n'ont pas été faites par une des personnes suivantes :
1° des personnes mineures ;
2° des personnes et structures offrant de l'aide à la jeunesse ou des prestataires de services.
Art. 26. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling kan in bijkomende tijden en kanalen voorzien voor de toegankelijkheid, zoals vermeld in artikel 10.
Art. 26. Le centre de confiance pour enfants maltraités peut prévoir des heures et canaux supplémentaires pour l'accessibilité, telle que visée à l'article 10.
Hoofdstuk 2/1. [1 Kwaliteitsbeleid]1
Chapitre 2/1. [1 Politique de qualité]1
Art.26/1. [1 Met toepassing van artikel 5, § 1, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen hebben de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie een kwaliteitsbeleid dat al de volgende elementen bevat:
Art. 26/1. [1 En application de l'article 5, § 1er, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire ont élaboré une politique de qualité contenant tous les éléments suivants :
Art.26/2. [1 Conform artikel 5, § 2, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen beschikken vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie over een kwaliteitsmanagementsysteem dat minimaal de organisatorische structuur, de bevoegdheden, de verantwoordelijkheden en de processen en procedures bevat.]1
Art. 26/2. [1 Conformément à l'article 5, § 2, du décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire disposent d'un systÚme de management de la qualité qui contient au moins la structure organisationnelle, les compétences, les responsabilités ainsi que les processus et procédures.]1
Art.26/3. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 5, § 3, van het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen evalueren de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie systematisch zelf hun werking en minimaal de aandachtsgebieden kwaliteitszorg, de kernprocessen en de outputgebieden, vermeld in artikel 26/1, 5°, van dit besluit, conform de groeiniveaus in de volgende tabel:
Art. 26/3. [1 Sans prĂ©judice de l'article 5, § 3, du dĂ©cret du 17 octobre 2003 relatif Ă  la qualitĂ© des structures de soins de santĂ© et d'aide sociale, les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire Ă©valuent systĂ©matiquement eux-mĂȘmes leur fonctionnement et au moins les domaines d'attention gestion de la qualitĂ©, les processus essentiels et les domaines de sortie, visĂ©s Ă  l'article 26/1, 5°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conformĂ©ment aux niveaux de croissance dans le tableau suivant :
Art.26/4. [1 De voorziening beschikt over een borgend kwaliteitshandboek, dat de volgende elementen bevat:
Art. 26/4. [1 La structure dispose d'un manuel de garantie de la qualité, qui contient les éléments suivants :
HOOFDSTUK 3. - Subsidiëring
CHAPITRE 3. - Subventionnement
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art. 27. [1 Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie, erkend conform dit besluit, ontvangen binnen de perken van de begrotingskredieten jaarlijks een algemene werkingssubsidie ter ondersteuning van de personeels- en werkingskosten.
Het agentschap kent voor de duur van de erkenning een subsidie toe als vermeld in het eerste lid.]1

Art. 27. [1 Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire, agréés conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reçoivent, dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires, annuellement une subvention de fonctionnement gĂ©nĂ©ral Ă  titre de soutien aux frais de personnel et de fonctionnement.
L'agence octroie pour la durée de l'agrément une subvention, telle que visée à l'alinéa 1er.]1

Afdeling 2. - Subsidievoorwaarden
Section 2. - Conditions de subvention
Art. 28. [1 § 1.]1 De subsidie wordt toegekend als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of [1 ...]1 voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de erkenningsvoorwaarden die van toepassing zijn, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 3;
2° de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 2.
[1 § 2. De subsidie wordt toegekend als de partnerorganisatie voldoet aan al de volgende voorwaarden:
1° de erkenningsvoorwaarden, vermeld in hoofdstuk 2, afdeling 3, die van toepassing zijn;
2° de bepalingen, vermeld in hoofdstuk 3, afdeling 2;
3° beschikken over een jaarplan dat het agentschap heeft goedgekeurd.
Het jaarplan, vermeld in het eerste lid, 3°, behandelt de periode van één kalenderjaar en bevat een omschrijving van de wijze waarop de partnerorganisatie de opdrachten, vermeld in artikel 15, zal vormgeven en uitvoeren en de daaraan gekoppelde begroting.
De partnerorganisatie bezorgt het jaarplan, vermeld in het eerste lid, 3°, aan het agentschap uiterlijk op 1 oktober van het jaar dat voorafgaat aan het werkjaar waarop het jaarplan betrekking heeft.
Het agentschap beslist uiterlijk op 1 december van het jaar dat voorafgaat aan het werkjaar waarop het jaarplan, vermeld in het eerste lid, 3°, betrekking heeft, over de goedkeuring van dat jaarplan. Voor het agentschap het voormelde jaarplan goedkeurt, kan het aan de partnerorganisatie, na overleg, vragen om dat jaarplan te wijzigen.]1

Art. 28. [1 § 1.]1 La subvention est accordée si le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire répond aux conditions cumulatives suivantes :
1° les conditions d'agrément applicables, visées au chapitre 2, section 3 ;
2° les dispositions, visées au chapitre 3, section 2.
[1 La subvention est accordée si l'organisation partenaire répond à l'ensemble des conditions suivantes :
1° les conditions d'agrément, visées au chapitre 2, section 3, qui sont d'application ;
2° les dispositions visées au chapitre 3, section 2 ;
3° disposer d'un plan annuel, approuvé par l'agence.
Le plan annuel, visé à l'alinéa 1er, 3°, couvre la période d'une année calendaire et comprend une description de la maniÚre dont l'organisation partenaire concrétisera et mettra en oeuvre les missions visées à l'article 15, ainsi que le budget correspondant.
L'organisation partenaire transmet le plan annuel, visé à l'alinéa 1er, 3°, à l'agence au plus tard le 1er octobre de l'année précédant l'année d'activité à laquelle le plan annuel se rapporte.
L'agence décide au plus tard le 1er décembre de l'année précédant l'année d'activité à laquelle le plan annuel, visé à l'alinéa 1er, 3°, se rapporte, de l'approbation de ce plan annuel. Avant que l'agence n'approuve le plan annuel précité, elle peut demander à l'organisation partenaire, aprÚs consultation, de modifier ce plan annuel. ]1

Art. 29. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie bezorgen jaarlijks het financieel verslag over het voorgaande werkingsjaar aan het agentschap, conform het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Art. 29. Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s et l'organisation partenaire transmettent annuellement le rapport financier relatif Ă  l'annĂ©e d'activitĂ© prĂ©cĂ©dente Ă  l'agence, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 relatif Ă  la comptabilitĂ© et au rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale SantĂ© publique et Famille.
Art. 30. § 1. Als de subsidie de kosten ten laste van de subsidie overschrijdt, bouwt het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie een overschot ten laste van de subsidie op. Maximaal 20% van de jaarlijkse subsidie kan als overschot worden overgedragen naar het volgende jaar.
In het eerste lid wordt verstaan onder de kosten ten laste van de subsidie: een procentueel deel van de totale kosten van de gesubsidieerde werking, overeenkomstig het procentuele aandeel van de subsidie van het agentschap in de totale opbrengsten van de gesubsidieerde werking.
Een overschot als vermeld in het eerste lid, wordt gecompenseerd door een tekort. Het gecumuleerde overschot ten laste van de subsidie is, met uitzondering van het sociaal passief, maximaal 50% van de jaarlijkse subsidie. Voor de toepassing van deze bepaling wordt het sociaal passief beperkt tot 25% van de jaarlijkse personeelskosten.
§ 2. Het gecumuleerde overschot ten laste van de subsidie wordt door het agentschap berekend en bijgehouden, en wordt jaarlijks bij de saldoafrekening, vermeld in artikel 32, [1 derde lid]1, ter kennis gebracht van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie.
§ 3. Als in het financieel verslag een staat van ontvangsten en uitgaven is opgenomen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, wordt voor de toepassing van dit artikel het woord "opbrengsten" gelezen als "ontvangsten" en wordt het woord "kosten" gelezen als "uitgaven".
Art. 30. § 1er. Lorsque la subvention dĂ©passe les frais Ă  charge de la subvention, le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire constitue un excĂ©dent Ă  charge de la subvention. Un maximum de 20% de la subvention annuelle peut ĂȘtre transfĂ©rĂ© Ă  l'annĂ©e prochaine comme excĂ©dent.
Dans l'alinéa premier, on entend par frais à charge de la subvention : une partie, exprimée en pourcentage, du total des frais du fonctionnement subventionné, correspondant à la part, exprimée en pourcentage, de la subvention de l'agence au total des produits du fonctionnement subventionné.
Un excédent tel que visé à l'alinéa premier est compensé par un déficit. L'excédent cumulé à charge de la subvention, à l'exception du passif social, s'élÚve au maximum à 50 % de la subvention annuelle. Pour l'application de la présente disposition, le passif social est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
§ 2. L'excédent cumulé à charge de la subvention est calculé et tenu par l'agence, et est annuellement porté à la connaissance du centre de confiance pour enfants maltraités ou de l'organisation partenaire lors du rÚglement de solde, visé à l'article 32, [1 alinéa 3]1.
§ 3. Si le rapport financier comprend un Ă©tat des recettes et des dĂ©penses en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilitĂ© et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille, le mot " produits " est lu comme " recettes " et le mot " frais " est lu comme " dĂ©penses " pour l'application du prĂ©sent article.
Afdeling 3. - Berekening van de subsidie
Section 3. - Calcul de la subvention
Art. 31. § 1. Voor de berekening van de subsidie die het vertrouwenscentrum kindermishandeling jaarlijks ontvangt, stelt de minister na overleg met de vertrouwenscentra kindermishandeling de criteria vast om het subsidiebedrag te bepalen. De minister houdt daarbij minstens rekening met:
1° het aantal minderjarigen in het werkingsgebied van het vertrouwenscentrum kindermishandeling, met uitzondering van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, waar 30 % van het aantal minderjarigen in rekening wordt genomen;
2° het aandeel minderjarigen in een kansarm gezin in dat werkingsgebied.
Er wordt voor elk vertrouwenscentrum kindermishandeling jaarlijks aanvullend een tegemoetkoming voor anciënniteitsontwikkeling vastgesteld, op basis van het verschil in gemiddelde anciënniteit van de personeelsleden van het vertrouwenscentrum kindermishandeling in het voorgaande jaar, in vergelijking met het basisjaar 2016.
§ 2. Onverminderd artikel 27, paragraaf 1, behoudt het vertrouwenscentrum kindermishandeling, vermeld in artikel 53, bij de berekening van het subsidiebedrag, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, het volgende subsidiebedrag dat op dat vertrouwenscentrum kindermishandeling betrekking heeft:
1° vertrouwenscentrum kindermishandeling Antwerpen: [2 [5 [6 [7 [8 2.107.680,26 euro (twee miljoen honderdenzevenduizend zeshonderdtachtig euro zesentwintig cent)]8]7]6]5]2;
2° vertrouwenscentrum kindermishandeling Brussel-Hoofdstad: [2 [5 [6 [7 1.101.904,73 euro (een miljoen honderdeneenduizend negenhonderdenvier euro drieënzeventig cent)]7]6]5]2;
3° vertrouwenscentrum kindermishandeling Limburg: [2 [5 [6 [7 [8 1.377.279,66 euro (een miljoen driehonderdzevenenzeventigduizend tweehonderdnegenzeventig euro zesenzestig cent)]8]7]6]2;
4° vertrouwenscentrum kindermishandeling Oost-Vlaanderen: [2 [5 [6 [7 [8 1.663.047,60 euro (een miljoen zeshonderddrieënzestigduizend zevenenveertig euro zestig cent)]8]7]6]5]2;
5° vertrouwenscentrum kindermishandeling Vlaams-Brabant: [2 [5 [6 [7 [8 1.516.546,51 euro (een miljoen vijfhonderdzestienduizend vijfhonderdzesenveertig euro eenenvijftig cent)]8-6]5]2;
6° vertrouwenscentrum kindermishandeling West-Vlaanderen: [2 1[5 [6 [7 [8 1.524.218,89 euro (een miljoen vijfhonderdvierentwintigduizend tweehonderdachttien euro negenentachtig cent)]8]7]6]5)]2.
§ 3. De jaarlijkse aanvullende subsidie voor het vertrouwenscentrum kindermishandeling dat de elektronische toegang via de chat verzekert, vermeld in artikel 10, § 1, tweede lid, bedraagt [1 [4 [5 [6 116.101,98 euro (honderdzestienduizend honderdeneen euro achtennegentig cent)]6]5]4]1. Als de elektronische toegang via de chat door meer dan één vertrouwenscentrum kindermishandeling wordt verzekerd, bepaalt het agentschap na overleg met de betrokken vertrouwenscentra kindermishandeling de verdeling van de aanvullende subsidie over de betreffende vertrouwenscentra kindermishandeling.
[1 § 3/1. De jaarlijkse subsidie voor de partnerorganisatie bedraagt [3 [5 [6 [7 664.531,05 euro (zeshonderdvierenzestigduizend vijfhonderdeenendertig euro vijf cent)]7]6]5]3).]1
§ 4. [1 [5 [7 De subsidies, vermeld in dit artikel, zijn gekoppeld aan de spilindex die van toepassing is op 1 januari 2023]7]5]1. De bedragen worden geïndexeerd conform de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld. De aanpassing wordt telkens gedaan vanaf de tweede maand die volgt op de maand waarin een spilindex wordt bereikt of erop wordt teruggebracht.
Art. 31. § 1er. Pour le calcul de la subvention que le centre de confiance pour enfants maltraités reçoit annuellement, le Ministre établit les critÚres, aprÚs consultation avec les centres de confiance pour enfants maltraités, pour déterminer le montant de subvention. Dans ce contexte, le Ministre tient au moins compte :
1° du nombre de mineurs dans la zone d'action du centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s, Ă  l'exception de la rĂ©gion bilingue de Bruxelles-Capitale oĂč 30% du nombre de mineurs sont pris en compte ;
2° de la part de mineurs dans une famille défavorisée dans cette zone d'action.
Pour chaque centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s, il est arrĂȘtĂ© annuellement une intervention complĂ©mentaire pour l'Ă©volution de l'anciennetĂ©, sur la base de la diffĂ©rence en anciennetĂ© moyenne des membres du personnel du centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s au cours de l'annĂ©e prĂ©cĂ©dente, en comparaison avec l'annĂ©e de base 2016.
§ 2. Sans préjudice de l'article 27, paragraphe 1er, le centre de confiance pour enfants maltraités visé à l'article 53, maintient lors du calcul du montant de subvention visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, le montant de subvention suivant qui concerne le centre de confiance pour enfants maltraités :
1° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Antwerpen " : [2 [5 [6 [7 [8 2 107 680,26 euros (deux millions cent sept mille six cent quatre-vingts euros vingt-six cents)]8]7]6]5]2 ;
2° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Brussel " : [2 [5 [6 [7 1 101 904,73 euros (un million cent un mille neuf cent quatre euros septante-trois cents)]7]6]5]2 ;
3° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Limburg " : [2 [5 [6 [7 1 [8 1 377 279,66 euros (un million trois cent septante-sept mille deux cent septante-neuf euros soixante-six cents) ]8 ]7)]6]5]2 ;
4° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Oost-Vlaanderen " : [2 [5 [6 [7 [8 1 663 047,60 euros (un million six cent soixante-trois mille quarante-sept euros soixante cents) ]8]7)]6]5]2 ;
5° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling Vlaams-Brabant " : [2 [5 [6 [7 [8 1 516 546,51 euros (un million cinq cent seize mille cinq cent quarante-six euros cinquante et un cents) ]8]7 ]6]5]2 ;
6° " Vertrouwenscentrum Kindermishandeling West-Vlaanderen " : [2 [5 [7 [8 1 524 218,89 euros (un million cinq cent vingt-quatre mille deux cent dix-huit euros quatre-vingt-neuf cents)]8]7]6]5)]2.
§ 3. La subvention complémentaire annuelle pour le centre de confiance pour enfants maltraités qui assure l'accÚs électronique via le chat, visé à l'article 10, § 1er, alinéa 2, s'élÚve à [1 [4 [5 [6 116.101,98 euros (cent seize mille cent cinquante-huit cents)]6]5]4]1. Si l'accÚs électronique via le chat est assuré par plusieurs centres de confiance pour enfants maltraités, l'agence détermine, aprÚs concertation avec les centres de confiance pour enfants maltraités concernés, la répartition de la subvention complémentaire parmi les centres de confiance pour enfants maltraités concernés.
[1 § 3/1. La subvention annuelle pour l'organisation partenaire s'élÚve à [3 [5 [6 [7 664 531,05 euros (six cent soixante-quatre mille cinq cent trente et un euros cinq cents) ]7 ]6]5]3.]1
§ 4. [1 [5 [7 Les subventions visĂ©es au prĂ©sent article sont liĂ©es Ă  l'indice-pivot applicable au 1er janvier 2023]7]5.]1. Les montants sont indexĂ©s conformĂ©ment Ă  la loi du 1er mars 1977 organisant un rĂ©gime de liaison Ă  l'indice des prix Ă  la consommation du Royaume de certaines dĂ©penses dans le secteur public. L'adaptation a lieu chaque fois Ă  partir du deuxiĂšme mois qui suit le mois oĂč un indice pivot est atteint ou y est ramenĂ©.
Afdeling 4. - De uitbetaling
Section 4. - Le paiement
Art. 32. [1 Het agentschap betaalt bij het begin van elk kwartaal [2 ...]2 een voorschot uit dat 90% van de geraamde subsidie bedraagt.
[2 ...]2
[1 Voor het jaar waarin de subsidie wordt opgestart, wordt het eerste voorschot uitbetaald in de maand die volgt op de maand waarin het agentschap de aanvrager op de hoogte brengt van de beslissing tot toekenning van de subsidie conform artikel 46, derde lid.]1

Na de verwerking van het financieel verslag, vermeld in artikel 29, wordt het eventuele saldo van het subsidiebedrag uitbetaald. Als door de uitbetaling van het volledige saldo een van de maxima, vermeld in artikel 30, wordt overschreden, wordt het saldo verminderd met het bedrag dat de maxima overschrijdt. Het agentschap brengt het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie op de hoogte van de voormelde saldoafrekening.
Art. 32. [1 L'agence paie au début de chaque trimestre [2 ...]2 une avance de 90 % de la subvention estimée.
[2 ...]2
[1 Pour l'année de lancement de la subvention, la premiÚre avance est payée dans le mois suivant celui au cours duquel l'agence informe le demandeur de la décision d'octroi de la subvention conformément à l'article 46, alinéa trois.]1

AprÚs le traitement du rapport financier, visé à l'article 29, le solde éventuel du montant de la subvention est payé. Lorsqu'un des maxima, visés à l'article 30, est dépassé en conséquence du paiement de la totalité du solde, le solde est réduit du montant qui dépasse les maxima. L'agence informe le centre de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire du rÚglement de solde précité.
Art. 33. Voor het jaar waarin de subsidie wordt opgestart en voor het jaar waarin de subsidie wordt stopgezet, wordt het subsidiebedrag dat toegekend zou worden voor een volledig jaar, verminderd naar evenredigheid van de werkelijke duur.
Art. 33. Pour l'annĂ©e dans laquelle la subvention est lancĂ©e et pour l'annĂ©e dans laquelle la subvention est arrĂȘtĂ©e, le montant de la subvention qui serait octroyĂ© pour une annĂ©e entiĂšre est rĂ©duit proportionnellement Ă  la durĂ©e rĂ©elle.
HOOFDSTUK 4. - Toezicht en handhaving
CHAPITRE 4. - ContrĂŽle et maintien
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1. - Dispositions générales
Art. 34. Het agentschap volgt jaarlijks de werking van het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie en de aanwending van de toegekende subsidie op aan de hand van de door het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie aangeleverde rapportage, vermeld in artikel 21.
Naast de controle, vermeld in het eerste lid, evalueert het agentschap minstens om de vijf jaar de naleving van de erkenningsvoorwaarden en de aanwending van de toegekende subsidie door het vertrouwenscentrum kindermishandeling en de partnerorganisatie. Die evaluatie wordt minstens gedaan op basis van de rapportage, vermeld in artikel 21, en op basis van de bevindingen van Zorginspectie. Het agentschap kan daarnaast aan het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie alle stukken opvragen die met de erkenningsvoorwaarden en de aanwending van de toegekende subsidie verband houden.
In het tweede lid wordt verstaan onder Zorginspectie: [1 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]1.
Het agentschap bespreekt het resultaat van de evaluatie, vermeld in het tweede lid, met het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie. Op basis van die bespreking kan het agentschap in voorkomend geval gebruikmaken van een van de handhavingsinstrumenten, vermeld in afdeling 2.
Art. 34. L'agence suit annuellement le fonctionnement du centre de confiance pour enfants maltraités et de l'organisation partenaire ainsi que l'affectation de la subvention octroyée, à l'aide des rapports fournis par le centre de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire, visés à l'article 21.
Outre le contrÎle visé à l'alinéa 1er, l'agence évalue au moins tous les cinq ans le respect des conditions d'agrément et l'affectation de la subvention octroyée, par le centre de confiance pour enfants maltraités et l'organisation partenaire. Cette évaluation se fait au moins sur la base des rapports, visés à l'article 21, et sur la base des constatations de l'Inspection des Soins. L'agence peut en outre demander au centre de confiance pour enfants maltraités et à l'organisation partenaire tous documents relatifs aux conditions d'agrément et à l'affectation de la subvention octroyée.
A l'alinĂ©a deux, il y a lieu d'entendre par Zorginspectie : [1 l'Inspection des Soins, telle que visĂ©e Ă  l'article 4, § 2, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au DĂ©partement Soins ]1.
L'agence discute du résultat de l'évaluation, visée à l'alinéa 2, avec le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire. Sur la base de cette discussion, l'agence peut, le cas échéant, utiliser un des instruments de maintien, visés à la section 2.
Afdeling 2. - Aanmaning, opheffing of onmiddellijke schorsing van de erkenning
Section 2. - Sommation, annulation ou suspension immédiate de l'agrément
Art. 35. Als uit het toezicht, vermeld in afdeling 1, blijkt dat het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie niet meer aan een of meer erkenningsvoorwaarden voldoet, als de subsidie niet aangewend wordt voor de doeleinden waarvoor ze werd verleend, of als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie niet meewerkt aan de uitoefening van het toezicht of de uitoefening van het toezicht belemmert, maant het agentschap het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie met een aangetekende brief aan om de tekorten weg te werken of mee te werken aan de uitoefening van het toezicht.
Art. 35. Lorsqu'il ressort du contrĂŽle visĂ© Ă  la section 1re, que le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire ne rĂ©pond plus Ă  une ou plusieurs conditions d'agrĂ©ment, lorsque la subvention n'est pas affectĂ©e aux objectifs pour lesquels elle a Ă©tĂ© octroyĂ©e, ou lorsque le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire n'apporte pas sa collaboration Ă  l'exercice du contrĂŽle ou empĂȘche l'exercice du contrĂŽle, l'agence somme le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire par lettre recommandĂ©e Ă  combler les dĂ©ficits ou Ă  apporter sa collaboration Ă  l'exercice du contrĂŽle.
Art. 36. De aanmaning, vermeld in artikel 35, vermeldt:
1° de identificatie- en contactgegevens van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie;
2° de motivering van de aanmaning;
3° de tekorten en de termijn waarin de tekorten weggewerkt moeten worden.
Gedurende de aanmaningstermijn kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Art. 36. La sommation, visée à l'article 35, mentionne :
1° les données d'identification et de contact du centre de confiance pour enfants maltraités ou de l'organisation partenaire ;
2° la motivation de la sommation ;
3° les dĂ©ficits et le dĂ©lai dans lequel les dĂ©ficits doivent ĂȘtre comblĂ©s.
Pendant le dĂ©lai de sommation, le paiement de la subvention peut ĂȘtre suspendu entiĂšrement ou partiellement.
Art. 37. Als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie de tekorten niet binnen de vooropgestelde termijn weggewerkt heeft, of als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie de medewerking aan de uitoefening van het toezicht blijft weigeren of belemmeren, formuleert het agentschap binnen drie maanden na afloop van de termijn die is vastgelegd in de aanmaning, het voornemen tot opheffing van de erkenning.
Bij het voornemen tot opheffing van de erkenning kan de uitbetaling van de subsidie geheel of gedeeltelijk opgeschort worden.
Het voornemen tot opheffing van de erkenning wordt met een aangetekende brief bezorgd aan het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie. De aangetekende brief bevat, in voorkomend geval, de informatie over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen.
Art. 37. Lorsque le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire n'a pas comblĂ© les dĂ©ficits dans le dĂ©lai imparti, ou lorsque le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s ou l'organisation partenaire continue Ă  refuser d'apporter sa collaboration Ă  l'exercice du contrĂŽle ou Ă  l'empĂȘcher, l'agence formule, dans les trois mois Ă  l'issue du dĂ©lai fixĂ© dans la sommation, l'intention d'abrogation de l'agrĂ©ment.
Lors de l'intention d'abrogation de l'agrĂ©ment, le paiement de la subvention peut ĂȘtre suspendu entiĂšrement ou partiellement.
L'intention d'abrogation de l'agrément est notifiée par lettre recommandée au centre de confiance pour enfants maltraités ou à l'organisation partenaire. La lettre recommandée comprend, le cas échéant, des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure pour introduire une réclamation motivée.
Art. 38. Als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie binnen de vooropgestelde termijn geen bezwaarschrift indient, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van het agentschap omgezet in een beslissing tot opheffing van de erkenning. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie wordt van de voormelde beslissing op de hoogte gebracht met een aangetekende brief.
Als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie een ontvankelijk bezwaarschrift heeft ingediend, wordt de beslissing over de opheffing van de erkenning genomen nadat de bezwaarprocedure, vermeld in hoofdstuk 5, afdeling 2, doorlopen is.
Art. 38. Lorsque le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire n'introduit pas de réclamation dans le délai imparti, l'intention de l'agence est transformée, aprÚs l'expiration de ce délai, en une décision d'abrogation de l'agrément. Le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire est informé de la décision précitée par lettre recommandée.
Lorsque le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire a introduit une réclamation recevable, la décision sur l'abrogation de l'agrément est prise aprÚs avoir parcouru la procédure de réclamation, visée au chapitre 5, section 2.
Art. 39. Het agentschap kan de erkenning van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie onmiddellijk schorsen als de integriteit of de veiligheid van de betrokken gezinnen met kinderen door de werking van het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie aangetast wordt. De schorsing heeft directe uitwerking.
Het agentschap hoort zo snel mogelijk en uiterlijk binnen vijf werkdagen het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie en neemt op basis daarvan een beslissing over de erkenning. De beslissing heeft betrekking op:
1° het behoud van de erkenning, in voorkomend geval met naleving van de opgelegde modaliteiten;
2° het voornemen tot opheffing van de erkenning, op de wijze, vermeld in artikel 37.
Het agentschap brengt het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie met een aangetekende brief op de hoogte van de beslissing, vermeld in het tweede lid.
Art. 39. L'agence peut suspendre immédiatement l'agrément du centre de confiance pour enfants maltraités ou de l'organisation partenaire si l'intégrité ou la sécurité des familles avec enfants concernées est atteinte par le fonctionnement du centre de confiance pour enfants maltraités ou de l'organisation partenaire. La suspension produit ses effets directement.
Le plus vite possible et au plus tard dans les cinq jours ouvrables, l'agence entend le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire et prend une décision sur l'agrément sur la base de cette audition. La décision a trait :
1° au maintien de l'agrément, le cas échéant dans le respect des modalités imposées ;
2° à l'intention d'abrogation de l'agrément, de la maniÚre, visée à l'article 37.
L'agence informe le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire par lettre recommandée de la décision, visée à l'alinéa 2.
Afdeling 3. - Vrijwillige stopzetting
Section 3. - Cessation volontaire
Art. 40. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling dat of de partnerorganisatie die wil overgaan tot de stopzetting van de erkende activiteiten, brengt het agentschap daar met een aangetekende brief van op de hoogte, minstens zes maanden vóór de effectieve stopzetting. Gedurende die termijn blijft het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie instaan voor de continuïteit van de dienstverlening.
Art. 40. Le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire qui veut procéder à la cessation des activités agréées en informe l'agence par une lettre recommandée, au moins six mois avant la cessation effective. Pendant ce délai, le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire continue à assurer la continuité des services.
Afdeling 4. - Terugvordering van de subsidie
Section 4. - Recouvrement de la subvention
Art. 41. De subsidie wordt teruggevorderd in de gevallen, vermeld in artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof. Daarnaast kan het agentschap na de uitvoering van de aanmaningsprocedure de subsidie terugvorderen:
1° in de gevallen, vermeld in artikel 30 van dit besluit;
2° in geval van een stopzetting van de subsidie. In dat geval wordt het bedrag ten belope van de gecumuleerde overschotten teruggevorderd, met uitzondering van het sociaal passief.
De beslissing over de terugvordering van de subsidie wordt met een aangetekende brief bezorgd aan het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie.
Art. 41. La subvention est recouvrée dans les cas, visés à l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions générales applicables aux budgets, au contrÎle des subventions et à la comptabilité des communautés et des régions, ainsi qu'à l'organisation du contrÎle de la Cour des comptes. En outre, l'agence peut recouvrer la subvention aprÚs l'exécution de la procédure de sommation :
1° dans les cas visĂ©s Ă  l'article 30, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° en cas d'une cessation de la subvention. Dans ce cas, le montant est recouvré à concurrence des excédents cumulés, à l'exception du passif social.
La décision sur le recouvrement de la subvention est notifiée par lettre recommandée au centre de confiance pour enfants maltraités ou à l'organisation partenaire.
Art. 42. In afwijking van artikel 41, eerste lid, 1°, kan het agentschap afzien van een terugvordering van het overschreden bedrag als het vertrouwenscentrum kindermishandeling of de partnerorganisatie een aanwendings- of aanzuiveringsplan aan het agentschap kan voorleggen.
Het plan, vermeld in het eerste lid, wordt door het agentschap ter goedkeuring voorgelegd aan de Inspectie van Financiën van de Vlaamse overheid. De minister kan de verdere criteria waaraan het aanwendings- of aanzuiveringsplan moet voldoen en de precieze modaliteiten van de alternatieve aanwending bepalen.
Art. 42. Par dérogation à l'article 41, alinéa 1er, 1°, l'agence peut renoncer au recouvrement du montant dépassé lorsque le centre de confiance pour enfants maltraités ou l'organisation partenaire peut soumettre un plan d'affectation ou d'apurement à l'agence.
Le plan, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, est soumis Ă  l'Inspection des Finances des autoritĂ©s flamandes pour approbation par l'agence. Le Ministre peut arrĂȘter les critĂšres spĂ©cifiques auxquels le plan d'affectation ou d'apurement doit rĂ©pondre, et les modalitĂ©s prĂ©cises de l'affectation alternative.
HOOFDSTUK 5. - Erkenningsprocedure en bezwaarprocedure
CHAPITRE 5. - Procédure d'agrément et procédure de réclamation
Afdeling 1. - Erkenningsprocedure
Section 1. - Procédure d'agrément
Onderafdeling 1. - Aanvraag
Sous-section 1. - Demande
Art. 43. Een aanvraag tot erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie is ontvankelijk als de aanvraag:
1° aangetekend wordt verstuurd;
2° de gegevens bevat die nodig zijn om een beslissing te nemen over de toekenning of de weigering van de erkenning.
Art. 43. Une demande d'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire est recevable si la demande :
1° est envoyée en recommandé ;
2° comprend toutes les données nécessaires afin de pouvoir prendre une décision sur l'octroi ou le refus de l'agrément.
Art. 44. § 1. Als de aanvraag onontvankelijk is, brengt het agentschap de aanvrager daarvan op de hoogte binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag tot erkenning.
§ 2. Het agentschap behandelt de ontvankelijke aanvraag binnen een termijn van drie maanden.
Het agentschap kan aanvullende informatie vragen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt de gevraagde aanvullende informatie aan het agentschap binnen dertig dagen. Tijdens die periode wordt de beslissingstermijn geschorst.
Art. 44. § 1er. Lorsque la demande est irrecevable, l'agence en informe le demandeur dans un délai de trente jours aprÚs la réception de la demande d'agrément.
§ 2. L'agence traite la demande recevable dans un délai de trois mois.
L'agence peut demander des informations supplémentaires au demandeur. Le demandeur transmet les informations supplémentaires demandées à l'agence dans les trente jours. Lors de cette période, le délai de décision est suspendu.
Onderafdeling 2. - Toekenning
Sous-section 2. - Octroi
Art. 45. Het agentschap bezorgt de beslissing over de aanvraag tot erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie uiterlijk na afloop van de termijn, vermeld in artikel 44, § 2, eerste lid, aan de aanvrager.
Art. 45. Au plus tard à l'expiration du délai, visé à l'article 44, § 2, alinéa 1er, l'agence transmet la décision sur la demande d'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire au demandeur.
Art. 46. De beslissing, vermeld in artikel 45, heeft betrekking op een van de volgende gevallen:
1° het voornemen tot weigering van de erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie;
2° de toekenning van de erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie.
Het agentschap brengt de aanvrager met een aangetekende brief op de hoogte van het voornemen tot weigering van een erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie, vermeld in het eerste lid, 1°. Die aangetekende brief bevat, in voorkomend geval, de informatie over de mogelijkheid, de voorwaarden en de procedure om een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen.
Het agentschap brengt de aanvrager met een aangetekende brief op de hoogte van de beslissing tot toekenning, vermeld in het eerste lid, 2°. Die aangetekende brief bevat minstens de beslissing en de begindatum van de erkenningsperiode.
Art. 46. La décision, visée à l'article 45, concerne un des cas suivants :
1° l'intention de refuser l'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire ;
2° l'octroi de l'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire.
L'agence informe le demandeur par lettre recommandée de l'intention de refuser un agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire, visée à l'alinéa 1er, 1°. Cette lettre recommandée comprend, le cas échéant, des informations sur la possibilité, les conditions et la procédure pour introduire une réclamation motivée.
L'agence informe le demandeur par lettre recommandée de la décision d'octroi, visée à l'alinéa 1er, 2°. Cette lettre recommandée comprend au moins la décision et la date de début de la période d'agrément.
Art. 47. Als de aanvrager binnen de vooropgestelde termijn geen bezwaarschrift indient, wordt, nadat die termijn verstreken is, het voornemen van het agentschap van rechtswege omgezet in een beslissing tot weigering van de erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie.
Art. 47. Lorsque le demandeur n'introduit pas de réclamation dans le délai imparti, l'intention de l'agence est transformée de plein droit, aprÚs l'expiration de ce délai, en une décision de refus de l'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire.
Afdeling 1/1 [1 Verlenging van de erkenning ]1
Section 1/1. [1 Prolongation de l'agrément ]1
Art.47/1 .[1 Als na afloop van de vijfjarige erkenningstermijn uit de evaluatie, vermeld in artikel 34, een positieve beoordeling volgt, wordt de erkenning van het vertrouwenscentrum of van de partnerorganisatie van rechtswege verlengd voor vijf jaar ]1
Art. 47/1. [1 Lorsque, à l'expiration du délai d'agrément de cinq ans, l'évaluation visée à l'article 34 donne lieu à un avis favorable, l'agrément du centre de confiance ou de l'organisation partenaire est prolongé de plein droit pour une durée de cinq ans. ]1
Afdeling 2. - Bezwaarprocedure
Section 2. - Procédure de réclamation
Art. 48. Binnen dertig dagen nadat de aangetekende brief, vermeld in artikel 37 en 46, is verstuurd, kan de organisator een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij het agentschap in een van de volgende gevallen:
1° bij een voornemen tot weigering van een erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie;
2° bij een voornemen tot opheffing van een erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie.
Art. 48. Dans les trente jours aprÚs que la lettre recommandée, visée à l'article 37 ou 46, a été envoyée, l'organisateur peut introduire une réclamation motivée auprÚs de l'agence dans un des cas suivants :
1° l'intention de refuser un agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire ;
2° l'intention d'abroger un agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire.
Art. 49. Het bezwaarschrift, vermeld in artikel 48, is ontvankelijk als het:
1° met een aangetekende brief is ingediend;
2° binnen de vooropgestelde termijn is ingediend;
3° gemotiveerd is.
Art. 49. La réclamation visée à l'article 48 est recevable lorsqu'elle :
1° est introduite par lettre recommandée ;
2° est introduite dans le délai imparti ;
3° est motivée.
Art. 50. Het agentschap bezorgt het ontvankelijke bezwaarschrift, samen met het volledige administratieve dossier en de toepasselijke regelgeving, binnen vijftien dagen na de ontvangst ervan aan het secretariaat van de Adviescommissie, vermeld in artikel 12 van het decreet van 7 december 2007 houdende de oprichting van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid en van een Adviescommissie voor Voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en (Kandidaat-)pleegzorgers. Het bezwaar, het advies en de uiteindelijke beslissing over de erkenning als vertrouwenscentrum kindermishandeling of als partnerorganisatie wordt verder behandeld volgens de regels die zijn vastgesteld bij of ter uitvoering van hoofdstuk III van het voormelde decreet.
Art. 50. L'agence transmet la réclamation recevable, avec le dossier administratif complet et la réglementation applicable, dans les quinze jours aprÚs sa réception, au secrétariat de la Commission consultative, visée à l'article 12 du décret du 7 décembre 2007 portant création du Conseil consultatif stratégique pour la Politique flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de la Famille et d'une Commission consultative pour les Structures de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Famille et des (Candidats) Accueillants. La réclamation, l'avis et la décision finale sur l'agrément comme centre de confiance pour enfants maltraités ou organisation partenaire sont traités ultérieurement selon les rÚgles qui ont été fixées par le ou en exécution du chapitre III du décret précité.
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilitĂ© et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille.
Art. 51. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt punt 15° vervangen door wat volgt:
"15° besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2017 betreffende de erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling en de partnerorganisatie;".
Art. 51. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 janvier 2006 concernant la comptabilitĂ© et le rapport financier pour les structures dans certains secteurs du domaine politique Aide sociale, SantĂ© publique et Famille, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, le point 15° est remplacĂ© par la disposition suivante :
" 15° arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2017 relatif Ă  l'agrĂ©ment et au subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s et de l'organisation partenaire ; ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 52. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2002 betreffende erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2015, wordt opgeheven.
Art. 52. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2002 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 octobre 2015, est abrogĂ©.
Art. 53. De vertrouwenscentra kindermishandeling die bij de inwerkingtreding van dit besluit erkend zijn met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2002 betreffende erkenning en subsidiëring van de vertrouwenscentra kindermishandeling zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, krijgen een voorlopige erkenning.
De voorlopige erkenning van een vertrouwenscentrum kindermishandeling, vermeld in het eerste lid, wordt omgezet in een definitieve erkenning zodra het aan de voorwaarden van dit besluit voldoet. Het vertrouwenscentrum kindermishandeling krijgt daarvoor maximaal een jaar de tijd.
Art. 53. Les centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s qui, Ă  l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont agréés en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2002 rĂ©glant l'agrĂ©ment et le subventionnement des centres de confiance pour enfants maltraitĂ©s, tel qu'en vigueur avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reçoivent un agrĂ©ment provisoire.
L'agrĂ©ment provisoire d'un centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, est converti en un agrĂ©ment dĂ©finitif dĂšs qu'il rĂ©pond aux conditions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le centre de confiance pour enfants maltraitĂ©s dispose d'un dĂ©lai d'un an au maximum Ă  cette fin.
Art. 54. Het decreet van 17 oktober 2003 betreffende de kwaliteit van de gezondheids- en welzijnsvoorzieningen treedt voor de vertrouwenscentra kindermishandeling in werking op 1 januari 2018.
Art. 54. Le décret du 17 octobre 2003 relatif à la qualité des structures de soins de santé et d'aide sociale entre en vigueur le 1er janvier 2018 pour les centres de confiance pour enfants maltraités.
Art. 55. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2018.
Art. 55. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2018.
Art. 56. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 56. Le ministre flamand ayant l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.