Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 SEPTEMBER 2017. - Ministerieel besluit tot wijziging van diverse bepalingen van het ministerieel besluit van 15 juni 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wat betreft de regels voor de premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij
Titre
11 SEPTEMBRE 2017. - Arrêté ministériel modifiant diverses dispositions de l'arrêté ministériel du 15 juin 2015 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune, pour ce qui concerne les modalités de la prime pour le maintien de l'élevage spécialisé de vaches allaitantes
Documentinformatie
Numac: 2017031236
Datum: 2017-09-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017031236
Date: 2017-09-11
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 1 van het ministerieel besluit van 15 juni 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wat betreft de regels voor de premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° voor punt 1°, dat punt 1° /1 wordt, wordt een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "1° bedrijf: een bedrijf als vermeld in artikel 4, lid 1, b), van verordening (EU) nr. 1307/2013;";
  2° er wordt een punt 6° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "6° /1 landbouwer: een landbouwer als vermeld in artikel 4, lid 1, a), van verordening (EU) nr. 1307/2013;";
  3° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° verordening (EU) nr. 1307/2013: Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en Verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad.".
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrêté ministériel du 15 juin 2015 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune, pour ce qui concerne les modalités de la prime pour le maintien de l'élevage spécialisé de vaches allaitantes, les modifications suivantes sont apportées :
  1° devant le point 1°, qui devient le point 1° /1, il est inséré un nouveau point 1°, rédigé comme suit :
  "1° exploitation : une exploitation telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, b), du Règlement (UE) n° 1307/2013 ; " ;
  2° il est inséré un point 6° /1, rédigé comme suit :
  "6° /1 agriculteur : un agriculteur, tel que visé à l'article 4, alinéa 1er, a), du Règlement (UE) n° 1307/2013 ; " ;
  3° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  "10° règlement (UE) n° 1307/2013 : le Règlement (UE) n° 1307/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 établissant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune et abrogeant le règlement (CE) n° 637/2008 du Conseil et le Règlement (CE) n° 73/2009 du Conseil.".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit, vervangen bij het ministerieel besluit van 22 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° veehouders die beschikken over een individueel maximum als vermeld in artikel 44 van het besluit van 24 oktober 2014, van minstens vijf premierechten, ontvangen na toetreding van een jonge veehouder als vermeld in artikel 43, 2°, van het besluit van 24 oktober 2014, in het jaar voorafgaand aan het campagnejaar in kwestie eenmalig vijftien premierechten boven op hun individuele maximum, als de veehouder niet eerder rechten uit de reserve ontvangen heeft.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "jonge" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede "1°, " opgeheven;
  4° in paragraaf 3, tweede lid, wordt de zinsnede "paragraaf 1, 2°, en" opgeheven.
Art. 2. A l'article 7 du même arrêté, remplacé par l'arrêté ministériel du 22 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 3°, rédigé comme suit :
  "3° les éleveurs qui disposent d'un maximum individuel, tel que visé à l'article 44 de l'arrêté du 24 octobre 2014, d'au moins cinq droits à la prime, obtiennent à titre unique, après l'adhésion d'un jeune éleveur, tel que visé à l'article 43, 2°, de l'arrêté du 24 octobre 2014, au cours de l'année précédant l'année de campagne concernée, quinze droits à la prime en sus de leur maximum individuel, si l'éleveur n'a pas antérieurement bénéficié de droits en provenance de la réserve." ;
  2° au paragraphe 3, alinéa premier, le mot " jeune " est abrogé ;
  3° au paragraphe 3, alinéa premier, le membre de phrase " 1° " est abrogé ;
  4° au paragraphe 3, alinéa deux, le membre de phrase "aux paragraphes 1er, 2° et 2" est remplacé par le membre de phrase "au paragraphe 2".
Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 22 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de premierechten, vanaf de campagne waarin die worden toegekend, niet gedurende drie opeenvolgende campagnes in eigen gebruik heeft, behalve bij volledige overdracht van het bedrijf met bijbehorende premierechten.";
  2° aan paragraaf 2 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de premierechten gedurende drie opeenvolgende campagnes in eigen gebruik zijn, kan de overdracht aangemeld worden in het derde jaar conform paragraaf 4.";
  3° in paragraaf 3 wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "Als de overlater, die een natuurlijke persoon is en op 1 januari van het kalenderjaar in kwestie ouder is dan 65 jaar, rechten overdraagt, bedraagt de afhouding voor de zoogkoeienreserve 100%, behalve als het om een overname van minstens alle exploitaties met een rundveebeslag gaat door een bloed- of aanverwant tot in de derde graad of door een rechtspersoon waarvan minstens een van de verantwoordelijken een bloed- of aanverwant tot in de derde graad is. In de voormelde gevallen is er geen afhouding voor de reserve.";
  4° aan paragraaf 3 wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de overlater, die een rechtspersoon is waarvan alle verantwoordelijken op 1 januari van het kalenderjaar in kwestie ouder dan 65 jaar zijn, rechten overdraagt, bedraagt de afhouding voor de zoogkoeienreserve 100%, behalve als de overname betrekking heeft op minstens alle exploitaties met een rundveebeslag, en de overnemer-natuurlijke persoon een bloed- of aanverwant is tot in de derde graad van minstens een van de verantwoordelijken van de overlater of als minstens een van de verantwoordelijken van de overnemer-rechtspersoon een bloed- of aanverwant is tot in de derde graad van minstens een van de verantwoordelijken van de overlater. In de voormelde gevallen is er geen afhouding voor de reserve.";
  5° in paragraaf 4 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Bij een volledige bedrijfsovername kunnen de bijbehorende premierechten het hele kalenderjaar, tot en met 1 januari van het volgende kalenderjaar, worden overgedragen. De overdracht van de premierechten moet uiterlijk op 31 januari van het volgende kalenderjaar via het e-loket van de bevoegde entiteit gemeld worden om uiterlijk op 1 januari van datzelfde jaar in te gaan. Als de melding later dan 31 januari gedaan wordt, gaat de overdracht van de premierechten op zijn vroegst in vanaf 2 januari. De premie voor dat kalenderjaar komt in dat geval toe aan de overlater. De overnemer moet in dat kalenderjaar voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 11.".
Art. 3. A l'article 9 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 22 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° n'a pas en usage propre les droits à la prime pendant trois campagnes consécutives, à compter de la campagne dans laquelle ceux-ci sont octroyés, sauf en cas d'un transfert complet de l'exploitation et des droits à la prime y afférents." ;
  2° le paragraphe 2 est complété par un alinéa deux, rédigé comme suit :
  "Si les droits à la prime sont en usage propre pendant trois campagnes consécutives, le transfert peut être notifié dans la troisième année, conformément au paragraphe 4." ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa trois est remplacé par ce qui suit :
  "Si le cédant, qui est une personne physique et qui, au 1er janvier de l'année calendaire en question, a plus de 65 ans, transfère des droits, la déduction en faveur de la réserve pour la prime à la vache allaitante s'élève à 100%, sauf s'il s'agit d'une reprise d'au moins toutes les exploitations ayant des troupeaux de bovins par un parent ou allié en ligne directe jusqu'au troisième degré ou par une personne morale dont au moins un des responsables est un parent ou allié jusqu'au troisième degré. Dans les cas précités, aucune déduction pour la réserve n'est opérée." ;
  4° au paragraphe 3, il est ajouté un alinéa quatre, rédigé comme suit :
  "Si le cédant, qui est une personne morale, dont tous les responsables ont plus de 65 ans au 1er janvier de l'année calendaire concernée, transfère des droits, la déduction en faveur de la réserve pour vaches allaitantes est de 100%, sauf si la reprise concerne au moins toutes les exploitations ayant des troupeaux de bovins et que le repreneur-personne physique est un parent ou allié jusqu'au troisième degré d'au moins un des responsables du cédant ou si au moins un des responsables du repreneur-personne morale est un parent ou un allié jusqu'au troisième degré d'au moins un des responsables du cédant. Dans les cas précités, aucune déduction en faveur de la réserve n'est opérée." ;
  5° au paragraphe 4, l'alinéa deux est remplacé par ce qui suit :
  "En cas de reprise complète d'une exploitation, les droits à la prime y afférents peuvent être transférés pendant toute l'année calendaire, jusqu'au 1 janvier inclus de l'année calendaire suivante. Le transfert des droits à la prime doit être notifié via le guichet électronique de l'entité compétente au plus tard le 31 janvier de l'année calendaire suivante pour qu'il prenne cours au plus tard le 1 janvier de cette même année. Si la notification est faite après le 31 janvier, le transfert des droits à la prime prend effet à partir du 2 janvier au plus tôt. La prime pour cette année calendaire revient au cédant dans ce cas. Le repreneur doit dans cette année calendaire satisfaire aux conditions visées à l'article 11."
Art. 4. In artikel 10, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 22 januari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "Landbouw en Visserij" vervangen door de woorden "van de bevoegde entiteit";
  2° in het tweede lid worden de woorden "In de deelnameverklaring" vervangen door de woorden "Via het e-loket van de bevoegde entiteit".
Art. 4. A l'article 10, § 2 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 22 janvier 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le premier alinéa, les mots " Agriculture et Pêche " sont remplacés par les mots " de l'entité compétente " ;
  2° dans l'alinéa deux, les mots " La déclaration de participation mentionne " sont remplacés par les mots " Via le guichet électronique de l'entité compétente est rentré ".
Art. 5. In artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 21 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "in Sanitel" opgeheven;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden tussen de zinsnede "koninklijk besluit van 23 maart 2011, en" en de woorden "geregistreerd als een vleesrastype" de woorden "in Sanitel" ingevoegd;
  3° aan paragraaf 1, eerste lid, 3°, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "Als een zoogkoe in hetzelfde kalenderjaar twee keer kalft, bij twee verschillende landbouwers, wordt alleen de eerste kalving in aanmerking genomen op voorwaarde dat de zoogkoe aan alle voorwaarden voldoet. Als de zoogkoe niet aan alle voorwaarden voldoet, komt de landbouwer bij wie de tweede kalving heeft plaatsgevonden, niet in aanmerking voor de premie.";
  4° aan paragraaf 1 wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met toepassing van artikel 53, lid 4, van verordening (EU) nr. 639/2014 van de Commissie van 11 maart 2014 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot wijziging van bijlage X bij die verordening, het laatst gewijzigd bij gedelegeerde verordening (EU) 2016/141 van de Commissie van 30 november 2015 moet de identificatie en registratie van zoogkoeien, conform Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad van 17 juli 2000 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad nageleefd zijn vanaf de eerste dag van de aanhoudingsperiode en gedurende de volledige looptijd van de aanhoudingsperiode.";
  5° in paragraaf 4 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, komt een zoogkoe niet in aanmerking voor uitbetaling van de premie voor het campagnejaar als er voor de zoogkoe in de aanhoudingsperiode overtredingen zijn inzake identificatie en registratie, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 2011. Een zoogkoe komt ook niet in aanmerking voor betaling van de premie als het kalf van het vleestype, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, dat de zoogkoe in het kalenderjaar heeft voortgebracht, niet tijdig in Sanitel is geregistreerd.";
  6° in paragraaf 4, tweede lid, wordt de zin "Artikel 31 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 is evenwel niet van toepassing." vervangen door de zin "Artikel 31 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 is niet van toepassing op een zoogkoe die niet in aanmerking komt voor betaling van de premie omdat het kalf van het vleestype, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, dat de zoogkoe in het kalenderjaar heeft voortgebracht, niet tijdig in Sanitel is geregistreerd.";
  7° in paragraaf 5 wordt punt 3° opgeheven.
Art. 5. A l'article 11 du même arrêté, modifié par l'arrêté ministériel du 21 juin 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa premier, 1°, les mots " enregistrées dans Sanitel " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa premier, 1°, les mots " dans Sanitel " sont insérés entre le membre de phrase " l'arrêté royal du 23 mars 2011, et " et les mots " enregistrées comme un type racial viandeux ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, les phrases suivantes sont ajoutées :
  "Si dans une même année calendaire, une vache allaitante met bas deux fois, chez deux agriculteurs différents, seul le premier vêlage est pris en compte à condition que la vache allaitante réponde à toutes les conditions. Si la vache allaitante ne répond pas à toutes les conditions, l'agriculteur chez qui le deuxième vêlage a eu lieu, n'est pas éligible à la prime." ;
  4° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa trois, rédigé comme suit :
  "En application de l'article 53, alinéa 4 du règlement (UE) n° 639/2014 de la Commission du 11 mars 2014 complétant le règlement (UE) n° 1307/2013 du Parlement européen et du Conseil établissant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune et modifiant l'annexe X dudit règlement, modifié en dernier lieu par le règlement délégué (UE) 2016/141 de la Commission du 30 novembre 2015, l'identification et l'enregistrement de vaches allaitantes, conformes au Règlement (CE) n° 1760/2000 du Parlement européen et du Conseil du 17 juillet 2000 établissant un système d'identification et d'enregistrement des bovins et concernant l'étiquetage de la viande bovine et des produits à base de viande bovine, et abrogeant le règlement (CE) n° 820/97 du Conseil, doivent être satisfaits à partir du premier jour de la période de garde et pendant la durée totale de la période de garde." ;
  5° au paragraphe 4, le premier alinéa est remplacé par la disposition suivante :
  "Sans préjudice de l'application des conditions, visées aux paragraphes 1er à 3 inclus, une vache allaitante n'est pas éligible au paiement de la prime pour l'année de campagne s'il y a des infractions en matière d'identification et d'enregistrement pour la vache allaitante dans la période de garde, conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 23 mars 2011. Une vache allaitante n'est pas non plus éligible au paiement de la prime si le veau du type viandeux, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, que la vache allaitante a produit dans l'année calendaire, n'a pas été enregistré dans Sanitel dans les délais impartis." ;
  6° au paragraphe 4, alinéa deux, la phrase "L'article 31 du Règlement délégué (UE) n° 640/2014 ne s'applique toutefois pas." est remplacée par la phrase "L'article 31 du Règlement délégué (UE) n° 640/2014 ne s'applique pas à une vache allaitante qui n'est pas éligible au paiement de la prime parce que le veau du type viandeux, visé au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, que la vache allaitante a produit dans l'année calendaire, n'a pas été enregistré dans Sanitel dans les délais impartis." ;
  7° au paragraphe 5, le point 3° est abrogé.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017, met uitzondering van artikel 2, dat uitwerking heeft met ingang van 1 november 2016.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1 janvier 2017, à l'exception de l'article 2, qui produit ses effets le 1er novembre 2016.