Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 JUNI 2017. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2017(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 03-07-2017 en tekstbijwerking tot 29-12-2023)
Titre
30 JUIN 2017. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2017(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 03-07-2017 et mise à jour au 29-12-2023)
Documentinformatie
Numac: 2017030415
Datum: 2017-06-30
Info du document
Numac: 2017030415
Date: 2017-06-30
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
HOOFDSTUK 2. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Afdeling 1. - Avenant en nieuwe overeenkomst tu...
HOOFDSTUK 3. - Mobiliteit en Openbare Werken
Afdeling 1. - Aanpassing indexatie heffing en b...
Afdeling 2. - Machtiging aan de Vlaamse Waterwe...
HOOFDSTUK 4. - Kanselarij en Bestuur
Afdeling 1. - Fonds Personeelsleden met Verlof ...
Afdeling 2. - Gemeentefonds - cofinanciering ex...
HOOFDSTUK 5. - Ruimtelijke Ordening, Onroerend ...
Afdeling 1. - Waarborg in toepassing van artike...
HOOFDSTUK 6. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
Afdeling 1. - Fonds Personeelsleden met Verlof ...
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet van 4 a...
HOOFDSTUK 7. - Omgeving
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Jachtdecreet ...
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet van 23 ...
HOOFDSTUK 8. - Onderwijs en Vorming
Afdeling 1. - Gelijkschakeling coëfficiënt admi...
Afdeling 2. - Machtiging aan AGION voor verbint...
Afdeling 3. - Bachelor in de toegepaste psychol...
Afdeling 4. - Extra leraarsuren hbo5-opleidingen
Afdeling 5. - Aanpassing bijkomende middelen in...
Afdeling 6. - Flexibele inzet uren POT-trajecten
Afdeling 7. - Middelen verhoogde taalvereiste NT2
HOOFDSTUK 9. - Werk en Sociale Economie
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtreding
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Généralités
CHAPITRE 2. - Welzijn Volksgezondheid en Gezin ...
Section 1re. - Avenant et nouvelle convention e...
CHAPITRE 3. - Mobilité et Travaux publics
Section 1re. - Adaptation de l'indexation de la...
Section 2. - Autorisation à la Vlaamse Waterweg...
CHAPITRE 4. - Chancellerie et Administration
Section 1re. - Fonds Membres du personnel en co...
Section 2. - Fonds flamand des communes - cofin...
CHAPITRE 5. - Aménagement du territoire, Patrim...
Section 1re. - Garantie en application de l'art...
CHAPITRE 6. - Culture, Jeunesse, Sports et Médias
Section 1re. - Fonds Membres du personnel en co...
Section 2. - Modification du décret du 4 avril ...
CHAPITRE 7. - Environnement
Section 1re. - Modifications du décret sur la c...
Section 2. - Modification du décret du 23 décem...
CHAPITRE 8. - Enseignement et Formation
Section 1re. - Assimilation coefficient encadre...
Section 2. - Autorisation à l'AGION pour les en...
Section 3. - Bachelor en psychologie appliquée ...
Section 4. - Périodes/enseignant supplémentaire...
Section 5. - Adaptation des moyens supplémentai...
Section 6. - Mise en oeuvre flexible des heures...
Section 7. - Moyens pour l'exigence linguistiqu...
CHAPITRE 9. - Emploi et Economie sociale
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Tekst (56)
Texte (56)
HOOFDSTUK 1. - Algemeen
CHAPITRE 1er. - Généralités
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewest- en gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière régionale et communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
CHAPITRE 2. - Welzijn Volksgezondheid en Gezin (Bien-être, Santé publique et Famille)
Afdeling 1. - Avenant en nieuwe overeenkomst tussen het RIZIV en VAZG
Section 1re. - Avenant et nouvelle convention entre l'INAMI et la VAZG
Art.2. In artikel 2 van het decreet van 7 juli 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 1998, vervangen bij het decreet van 19 december 2003 en gewijzigd bij het decreet van 8 juli 2011, 21 december 2012, 19 december 2014, 18 december 2015 en 8 juli 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "en voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers," vervangen door de zinsnede ", voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, en voor de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid,";
2° in paragraaf 2/3 worden de woorden "een overeenkomst" vervangen door de zinsnede "de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015";
3° er wordt een paragraaf 2/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
4° er wordt een paragraaf 2/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
5° er wordt een paragraaf 3/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.";
6° er wordt een paragraaf 3/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.".
1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "en voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers," vervangen door de zinsnede ", voor de uitvoering van het protocolakkoord van 5 februari 2016 tussen de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de aankoop van vaccins voor vaccinatie van asielzoekers, voor de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid, en voor de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid,";
2° in paragraaf 2/3 worden de woorden "een overeenkomst" vervangen door de zinsnede "de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 juli 2016) van 13 oktober 2015";
3° er wordt een paragraaf 2/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/5. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
4° er wordt een paragraaf 2/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 2/6. Het Fonds wordt gespijsd met middelen die in de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid worden uitbetaald.";
5° er wordt een paragraaf 3/5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/5. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van het avenant van 16 januari 2017 bij de overeenkomst (1 augustus 2015 - 31 december 2017) van 13 oktober 2015 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.";
6° er wordt een paragraaf 3/6 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 3/6. Ten laste van dit Fonds worden alle soorten uitgaven die gedaan worden door het Agentschap Zorg en Gezondheid aangerekend, voor zover die uitgaven verband houden met de uitvoering van de overeenkomst (1 juli 2017 - 31 december 2018) van 27 januari 2017 tussen het Comité van de verzekering voor Geneeskundige Verzorging, ingesteld bij de dienst voor Geneeskundige Verzorging van het RIZIV, en het Agentschap Zorg en Gezondheid.".
Art.2. A l'article 2 du décret du 7 juillet 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 1998, remplacé par le décret du 19 décembre 2003 et modifié par les décrets des 8 juillet 2011, 21 décembre 2012, 19 décembre 2014, 18 décembre 2015 et 8 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " et pour l'exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande au sujet de l'achat de vaccins pour la vaccination de demandeurs d'asile, " est remplacé par le membre de phrase " , pour l'exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande au sujet de l'achat de vaccins pour la vaccination de demandeurs d'asile, pour l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, et pour l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, " ;
2° au paragraphe 2/3, les mots " d'une convention " sont remplacés par le membre de phrase " de la convention (1er août 2015 - 31 juillet 2016) du 13 octobre 2015 " ;
3° il est inséré un paragraphe 2/5, libellé comme suit :
" § 2/5. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
4° il est inséré un paragraphe 2/6, libellé comme suit :
" § 2/6. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
5° il est inséré un paragraphe 3/5, libellé comme suit :
" § 3/5. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
6° il est inséré un paragraphe 3/6, libellé comme suit :
" § 3/6. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " et pour l'exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande au sujet de l'achat de vaccins pour la vaccination de demandeurs d'asile, " est remplacé par le membre de phrase " , pour l'exécution du protocole d'accord du 5 février 2016 entre l'autorité fédérale et la Communauté flamande au sujet de l'achat de vaccins pour la vaccination de demandeurs d'asile, pour l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, et pour l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé, " ;
2° au paragraphe 2/3, les mots " d'une convention " sont remplacés par le membre de phrase " de la convention (1er août 2015 - 31 juillet 2016) du 13 octobre 2015 " ;
3° il est inséré un paragraphe 2/5, libellé comme suit :
" § 2/5. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
4° il est inséré un paragraphe 2/6, libellé comme suit :
" § 2/6. Le Fonds est alimenté par des moyens versés en exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
5° il est inséré un paragraphe 3/5, libellé comme suit :
" § 3/5. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de l'avenant du 16 janvier 2017 à la convention (1er août 2015 - 31 décembre 2017) du 13 octobre 2015 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
6° il est inséré un paragraphe 3/6, libellé comme suit :
" § 3/6. Sont imputées à charge de ce Fonds, toutes sortes de dépenses effectuées par l'Agence des Soins et de la Santé dans la mesure où ces dépenses sont liées à l'exécution de la convention (1er juillet 2017 - 31 décembre 2018) du 27 janvier 2017 entre le Comité de l'assurance des soins de santé, institué auprès du Service des soins de santé de l'INAMI, et l'Agence des Soins et de la Santé. " ;
HOOFDSTUK 3. - Mobiliteit en Openbare Werken
CHAPITRE 3. - Mobilité et Travaux publics
Afdeling 1. - Aanpassing indexatie heffing en boete kilometerheffing
Section 1re. - Adaptation de l'indexation de la taxe et de l'amende sur la taxe kilométrique
Art.3. In artikel 2.4.4.0.2, derde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de zinsnede "De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden", wordt vervangen door de zinsnede "Het tarief Tz, vermeld in het eerste lid, wordt";
2° de woorden "voor de maand mei van het lopende jaar" worden vervangen door de woorden "voor de maand maart van het lopende jaar".
1° de zinsnede "De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden", wordt vervangen door de zinsnede "Het tarief Tz, vermeld in het eerste lid, wordt";
2° de woorden "voor de maand mei van het lopende jaar" worden vervangen door de woorden "voor de maand maart van het lopende jaar".
Art.3. A l'article 2.4.4.0.2, alinéa 3, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° le membre de phrase " Les montants, repris à l'alinéa premier, sont indexés " est remplacé par le membre de phrase " Le tarif Tz, visé à l'alinéa 1er, est indexé " ;
2° les mots " pour le mois de mai de l'année en cours " sont remplacés par les mots " pour le mois de mars de l'année en cours ".
1° le membre de phrase " Les montants, repris à l'alinéa premier, sont indexés " est remplacé par le membre de phrase " Le tarif Tz, visé à l'alinéa 1er, est indexé " ;
2° les mots " pour le mois de mai de l'année en cours " sont remplacés par les mots " pour le mois de mars de l'année en cours ".
Art.4. In artikel 3.18.0.0.1, § 4, vijfde lid, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, ingevoegd bij het decreet van 3 juli 2015, worden de woorden "voor de maand mei van het lopende jaar" vervangen door de woorden "voor de maand maart van het lopende jaar".
Art.4. A l'article 3.18.0.0.1, § 4, alinéa 5, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013, inséré par le décret du 3 juillet 2015, les mots " pour le mois de mai de l'année en cours " sont remplacés par les mots " pour le mois de mars de l'année en cours ".
Afdeling 2. - Machtiging aan de Vlaamse Waterweg nv inzake borgstelling in DBFM-overeenkomsten
Section 2. - Autorisation à la Vlaamse Waterweg nv en matière de cautionnement dans le cadre de contrats DBFM
Art.5. De Vlaamse Waterweg nv wordt gemachtigd om in de DBFM-overeenkomsten voor het verhogen van een deel van de bruggen over het Albertkanaal een clausule op te nemen op grond waarvan het Vlaamse Gewest, daarbij vertegenwoordigd door de Vlaamse minister bevoegd voor Begroting, zich borg stelt voor de nakoming door De Vlaamse Waterweg nv van alle betalingsverplichtingen die zij ten aanzien van de opdrachtnemer (of diens rechtsopvolger) op zich neemt krachtens deze DBFM-overeenkomsten.
Art.5. La Vlaamse Waterweg nv est autorisée à reprendre, dans les contrats DBFM pour le rehaussement des ponts sur le canal Albert, une clause en vertu de laquelle la Région flamande, représentée par le ministre flamand en charge du Budget, se porte caution du respect par la Vlaamse Waterweg nv de toutes les obligations de paiement qu'elle contracte à l'égard du prestataire (ou de son ayant droit) au titre de ces contrats DBFM.
HOOFDSTUK 4. - Kanselarij en Bestuur
CHAPITRE 4. - Chancellerie et Administration
Afdeling 1. - Fonds Personeelsleden met Verlof voor Opdracht
Section 1re. - Fonds Membres du personnel en congé pour mission
Art.6. Aan artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, vervangen bij het decreet van 21 november 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, worden een paragraaf 7 en een paragraaf 8 toegevoegd, die luiden als volgt:
" § 7. Aan het fonds bij het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur worden alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten toegewezen met betrekking tot personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.
§ 8. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur, verkregen op basis van paragraaf 7, dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.".
" § 7. Aan het fonds bij het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur worden alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten toegewezen met betrekking tot personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.
§ 8. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur, verkregen op basis van paragraaf 7, dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.".
Art.6. A l'article 33 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001, remplacé par le décret du 21 novembre 2008 et modifié par le décret du 18 décembre 2009, sont ajoutés un paragraphe 7 et un paragraphe 8 libellés comme suit :
" § 7. Le fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique se voit attribuer la totalité des recouvrements de salaires et des indemnisations et coûts y relatifs concernant les membres du personnel qui sont transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou leurs remplaçants.
§ 8. Les moyens du fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique obtenus sur la base du § 7 seront utilisés pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou de leurs remplaçants. ".
" § 7. Le fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique se voit attribuer la totalité des recouvrements de salaires et des indemnisations et coûts y relatifs concernant les membres du personnel qui sont transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou leurs remplaçants.
§ 8. Les moyens du fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique obtenus sur la base du § 7 seront utilisés pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou de leurs remplaçants. ".
Afdeling 2. - Gemeentefonds - cofinanciering externe audit
Section 2. - Fonds flamand des communes - cofinancement audit externe
Art.7. In artikel 3, § 3/1, van het decreet van 5 juli 2002 tot vaststelling van de regels inzake de dotatie en de verdeling van het Vlaams Gemeentefonds wordt tussen de zinsnede "in 2016 verminderd met 1.044.000 euro." en de woorden "De in mindering gebrachte bedragen" de zin "Vanaf 2017 bedraagt de vermindering 470.000 euro." ingevoegd.
Art.7. A l'article 3, § 3/1, du décret du 5 juillet 2002 réglant la dotation et la répartition du Fonds flamand des Communes, la phrase " A partir de 2017, la diminution s'élève à 470.000 euros. " est insérée entre le membre de phrase " en 2016 de 1.044.000 euros. " et les mots " Les montants portés en diminution ".
HOOFDSTUK 5. - Ruimtelijke Ordening, Onroerend Erfgoed en Woonbeleid
CHAPITRE 5. - Aménagement du territoire, Patrimoine immobilier et Politique du logement
Afdeling 1. - Waarborg in toepassing van artikel 78, § 2 - bevoegdheden VWF
Section 1re. - Garantie en application de l'article 78, § 2 - compétences du Fonds flamand du Logement (VWF)
Art.8. In artikel 78 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode wordt een paragraaf 5 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. Bij uitwinning of ter voorkoming van een uitwinning van de waarborg vermeld in artikel 78, § 2, kan de Vlaamse Regering het VWF opdracht geven tot overname van de activa en passiva van de in artikel 78, § 1, eerste lid, 1°, vermelde kredietmaatschappijen.".
" § 5. Bij uitwinning of ter voorkoming van een uitwinning van de waarborg vermeld in artikel 78, § 2, kan de Vlaamse Regering het VWF opdracht geven tot overname van de activa en passiva van de in artikel 78, § 1, eerste lid, 1°, vermelde kredietmaatschappijen.".
Art.8. A l'article 78 du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, il est inséré un paragraphe 5 libellé comme suit :
" § 5. En cas d'éviction ou en vue d'éviter une éviction de la garantie visée à l'article 78, § 2, le Gouvernement flamand peut charger le VWF de reprendre les actifs et passifs des sociétés de crédit mentionnées à l'article 78, § 1er, alinéa 1er, 1°. ".
" § 5. En cas d'éviction ou en vue d'éviter une éviction de la garantie visée à l'article 78, § 2, le Gouvernement flamand peut charger le VWF de reprendre les actifs et passifs des sociétés de crédit mentionnées à l'article 78, § 1er, alinéa 1er, 1°. ".
HOOFDSTUK 6. - Cultuur, Jeugd, Sport en Media
CHAPITRE 6. - Culture, Jeunesse, Sports et Médias
Afdeling 1. - Fonds Personeelsleden met Verlof voor Opdracht
Section 1re. - Fonds Membres du personnel en congé pour mission
Art.9. Aan artikel 33 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001, gewijzigd bij de decreten van 21 november 2008 en 18 december 2009, wordt een paragraaf 9 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 9. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor netwerkradio's en lokale radio's die in het jaar 2017 bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake netwerkradio's en lokale radio's.".
" § 9. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor netwerkradio's en lokale radio's die in het jaar 2017 bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake netwerkradio's en lokale radio's.".
Art.9. A l'article 33 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001, modifié par les décrets des 21 novembre 2008 et 18 décembre 2009, il est ajouté un paragraphe 9 libellé comme suit :
" § 9. Le fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias se voit attribuer la totalité des recettes provenant des candidatures pour radios de réseau et radios locales introduites durant l'année 2017 au Département Culture, Jeunesse et Médias.
Les moyens du Fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias obtenus sur la base de l'alinéa premier seront utilisés pour le paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel temporaire engagés en vue de traiter les demandes relevant des radios de réseau et des radios locales. ".
" § 9. Le fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias se voit attribuer la totalité des recettes provenant des candidatures pour radios de réseau et radios locales introduites durant l'année 2017 au Département Culture, Jeunesse et Médias.
Les moyens du Fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias obtenus sur la base de l'alinéa premier seront utilisés pour le paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel temporaire engagés en vue de traiter les demandes relevant des radios de réseau et des radios locales. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenenwerk tot bijkomende ondersteuning van de verenigingen van migranten
Section 2. - Modification du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes en vue d'un soutien complémentaire aux associations de migrants
Art. 10. Aan artikel 44 van het decreet van 4 april 2003 betreffende het sociaal-cultureel volwassenwerk, zoals gewijzigd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt een paragraaf 6 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 6. In afwijking van paragraaf 1 worden aan de vermelde organisaties in de beleidsperiode die loopt van 1 januari 2016 tot 31 december 2020 vanaf 1 januari 2017 de volgende bedragen bijkomend toegekend:
" § 6. In afwijking van paragraaf 1 worden aan de vermelde organisaties in de beleidsperiode die loopt van 1 januari 2016 tot 31 december 2020 vanaf 1 januari 2017 de volgende bedragen bijkomend toegekend:
Art. 10. A l'article 44 du décret du 4 avril 2003 relatif à l'animation socioculturelle des adultes, tel que modifié par le décret du 12 juillet 2013, il est ajouté un paragraphe 6, libellé comme suit :
" § 6. Par dérogation au paragraphe 1er, les organisations mentionnées se voient attribuer, durant la période de gestion courant du 1er janvier 2016 au 31 décembre 2020, les montants suivants à partir du 1er janvier 2017 :
" § 6. Par dérogation au paragraphe 1er, les organisations mentionnées se voient attribuer, durant la période de gestion courant du 1er janvier 2016 au 31 décembre 2020, les montants suivants à partir du 1er janvier 2017 :
| Vereniging | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
| Actieve Interculturele Federatie + | 40.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR |
| Federatie Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties | 40.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR |
| Federatie van Marokkaanse Verenigingen | 40.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR |
| Internationaal Comité | 40.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR |
| Turkse Unie van België | 40.000,00 EUR | 90.000,00 EUR | 90.000,00 EUR | 90.000,00 EUR |
| Unie van TurkseVerenigingen | 40.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR |
| Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR |
| Feniks vzw | 40.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR |
| Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen | 40.000,00 EUR | 50.000,00 EUR | 50.000,00 EUR | 50.000,00 EUR |
| Federation of Anglophone Africans in Belgium | 40.000,00 EUR | 100.000,00 EUR | 100.000,00 EUR | 100.000,00 EUR |
Deze bedragen zijn niet onderhevig aan de index zoals bedoeld in artikel 47.".
| Association | 2017 | 2018 | 2019 | 2020 |
| Actieve Interculturele Federatie + | 40.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR |
| Federatie Marokkaanse en Mondiale Democratische Organisaties | 40.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR |
| Federatie van Marokkaanse Verenigingen | 40.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR | 70.000,00 EUR |
| Internationaal Comité | 40.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR | 110.000,00 EUR |
| Turkse Unie van België | 40.000,00 EUR | 90.000,00 EUR | 90.000,00 EUR | 90.000,00 EUR |
| Unie van Turkse Verenigingen | 40.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR |
| Vereniging voor Ontwikkeling en Emancipatie van Moslims | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR | 40.000,00 EUR |
| Feniks vzw | 40.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR | 80.000,00 EUR |
| Federatie van Zelforganisaties in Vlaanderen | 40.000,00 EUR | 50.000,00 EUR | 50.000,00 EUR | 50.000,00 EUR |
| Federation of Anglophone Africans in Belgium | 40.000,00 EUR | 100.000,00 EUR | 100.000,00 EUR | 100.000,00 EUR |
Ces montants ne sont pas soumis à l'index visé à l'article 47. ".
HOOFDSTUK 7. - Omgeving
CHAPITRE 7. - Environnement
Afdeling 1. - Wijzigingen van het Jachtdecreet van 24 juli 1991
Section 1re. - Modifications du décret sur la chasse du 24 juillet 1991
Art.11. In het Jachtdecreet van 24 juli 1991, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt een hoofdstuk IX/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Hoofdstuk IX/1. Het Jachtfonds".
"Hoofdstuk IX/1. Het Jachtfonds".
Art.11. Dans le décret sur la chasse du 24 juillet 1991, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2015, il est inséré un chapitre IX/1 libellé comme suit :
" Chapitre IX/1. Le Fonds de la chasse ".
" Chapitre IX/1. Le Fonds de la chasse ".
Art.12. In hetzelfde decreet wordt in hoofdstuk IX/1, ingevoegd bij artikel 11, een artikel 32/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/1. Bij het Agentschap voor Natuur en Bos wordt een Jachtfonds ingesteld, dat kan worden aangewend om de volgende doelstellingen te realiseren:
1° het streven naar stabiele populaties van wildsoorten binnen hun leefgebieden;
2° sensibilisering met betrekking tot de inpassing van het wildbeheer in het bredere kader van natuurbehoud;
3° vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen realiseren die een verbetering van de leefgebieden van wildsoorten met zich meebrengen;
4° de werking van de wildbeheereenheden bevorderen en ondersteunen;
5° de praktische organisatie van de jacht ondersteunen, namelijk de volgende aspecten:
a) jachtexamens organiseren;
b) een jachtverlof uitreiken;
c) een jachtvergunning uitreiken;
d) een plan als vermeld in artikel 7 van dit decreet, opmaken en indienen;
e) de dienstverlening aan de jachtsector bevorderen;
6° maatschappelijk onaanvaardbare schade en impact door jachtwild, invasieve uitheemse soorten en beschermde soorten voorkomen en inperken;
7° wetenschappelijk onderzoek in het kader van de doelstellingen, vermeld in punt 1° tot en met 6°, uitvoeren;
8° verscherping van het toezicht op de toepassing van de jachtreglementering.".
"Art. 32/1. Bij het Agentschap voor Natuur en Bos wordt een Jachtfonds ingesteld, dat kan worden aangewend om de volgende doelstellingen te realiseren:
1° het streven naar stabiele populaties van wildsoorten binnen hun leefgebieden;
2° sensibilisering met betrekking tot de inpassing van het wildbeheer in het bredere kader van natuurbehoud;
3° vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen realiseren die een verbetering van de leefgebieden van wildsoorten met zich meebrengen;
4° de werking van de wildbeheereenheden bevorderen en ondersteunen;
5° de praktische organisatie van de jacht ondersteunen, namelijk de volgende aspecten:
a) jachtexamens organiseren;
b) een jachtverlof uitreiken;
c) een jachtvergunning uitreiken;
d) een plan als vermeld in artikel 7 van dit decreet, opmaken en indienen;
e) de dienstverlening aan de jachtsector bevorderen;
6° maatschappelijk onaanvaardbare schade en impact door jachtwild, invasieve uitheemse soorten en beschermde soorten voorkomen en inperken;
7° wetenschappelijk onderzoek in het kader van de doelstellingen, vermeld in punt 1° tot en met 6°, uitvoeren;
8° verscherping van het toezicht op de toepassing van de jachtreglementering.".
Art.12. Dans le même décret, il est inséré au chapitre IX/1, inséré par l'article 11, un article 32/1 libellé comme suit :
" Art. 32/1. Il est instauré, au sein de l'Agence de la Nature et des Forêts, un Fonds de la chasse qui peut être utilisé en vue de réaliser les objectifs suivants :
1° chercher à établir des populations stables d'animaux sauvages dans leurs habitats ;
2° procéder à une sensibilisation en matière d'intégration de la gestion du gibier dans le cadre plus vaste de la préservation de la nature ;
3° concrétiser les objectifs de conservation établis entraînant une amélioration des habitats des espèces sauvages ;
4° stimuler et soutenir le fonctionnement des unités de gestion du gibier ;
5° soutenir l'organisation pratique de la chasse, notamment les aspects suivants :
a) organiser des examens de chasse ;
b) octroyer un permis de chasse ;
c) octroyer une licence de chasse ;
d) élaborer et soumettre un plan tel que mentionné à l'article 7 du présent décret ;
e) favoriser le service fourni au secteur de la chasse ;
6° éviter et limiter les dégâts sociaux et l'impact inacceptables du gibier, des espèces non indigènes et des espèces protégées ;
7° poursuivre les recherches scientifiques dans le cadre des objectifs mentionnés aux points 1° à 6° ;
8° renforcement du contrôle sur l'application de la réglementation relative à la chasse. ".
" Art. 32/1. Il est instauré, au sein de l'Agence de la Nature et des Forêts, un Fonds de la chasse qui peut être utilisé en vue de réaliser les objectifs suivants :
1° chercher à établir des populations stables d'animaux sauvages dans leurs habitats ;
2° procéder à une sensibilisation en matière d'intégration de la gestion du gibier dans le cadre plus vaste de la préservation de la nature ;
3° concrétiser les objectifs de conservation établis entraînant une amélioration des habitats des espèces sauvages ;
4° stimuler et soutenir le fonctionnement des unités de gestion du gibier ;
5° soutenir l'organisation pratique de la chasse, notamment les aspects suivants :
a) organiser des examens de chasse ;
b) octroyer un permis de chasse ;
c) octroyer une licence de chasse ;
d) élaborer et soumettre un plan tel que mentionné à l'article 7 du présent décret ;
e) favoriser le service fourni au secteur de la chasse ;
6° éviter et limiter les dégâts sociaux et l'impact inacceptables du gibier, des espèces non indigènes et des espèces protégées ;
7° poursuivre les recherches scientifiques dans le cadre des objectifs mentionnés aux points 1° à 6° ;
8° renforcement du contrôle sur l'application de la réglementation relative à la chasse. ".
Art.13. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt in hetzelfde hoofdstuk IX/1 een artikel 32/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/2. Het Jachtfonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. Het wordt gespijsd door:
1° de prijs van de jachtverloven en jachtvergunningen;
2° de opbrengst van de inschrijvingsgelden voor het jachtexamen.".
"Art. 32/2. Het Jachtfonds is een begrotingsfonds als vermeld in artikel 12 van het decreet van 8 juli 2011 houdende regeling van de begroting, de boekhouding, de toekenning van subsidies en de controle op de aanwending ervan, en de controle door het Rekenhof. Het wordt gespijsd door:
1° de prijs van de jachtverloven en jachtvergunningen;
2° de opbrengst van de inschrijvingsgelden voor het jachtexamen.".
Art.13. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2015, il est inséré dans le même chapitre IX/1 un article 32/2, libellé comme suit :
" Art. 32/2. Le Fonds de la chasse est un fonds budgétaire tel que visé à l'article 12 du décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes. Il est alimenté par :
1° le prix des permis et licences de chasse ;
2° le produit des inscriptions pour l'examen de chasse. ".
" Art. 32/2. Le Fonds de la chasse est un fonds budgétaire tel que visé à l'article 12 du décret du 8 juillet 2011 réglant le budget, la comptabilité, l'attribution de subventions et le contrôle de leur utilisation, et le contrôle par la Cour des Comptes. Il est alimenté par :
1° le prix des permis et licences de chasse ;
2° le produit des inscriptions pour l'examen de chasse. ".
Art.14. In hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 18 december 2015, wordt in hetzelfde hoofdstuk IX/1 een artikel 32/3 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 32/3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de volgende aspecten:
1° wie instaat voor het beheer van het Jachtfonds;
2° de wijze waarop het aandeel van het Jachtfonds wordt bepaald dat wordt toebedeeld aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1;
3° het instellen van een Centraal Comité van het Jachtfonds, de samenstelling ervan, de werking ervan en de taken ervan;
4° de procedure waarmee de middelen uit het Jachtfonds kunnen worden aangewend voor de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1.".
"Art. 32/3. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels inzake de volgende aspecten:
1° wie instaat voor het beheer van het Jachtfonds;
2° de wijze waarop het aandeel van het Jachtfonds wordt bepaald dat wordt toebedeeld aan elk van de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1;
3° het instellen van een Centraal Comité van het Jachtfonds, de samenstelling ervan, de werking ervan en de taken ervan;
4° de procedure waarmee de middelen uit het Jachtfonds kunnen worden aangewend voor de doelstellingen, vermeld in artikel 32/1.".
Art.14. Dans le même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 18 décembre 2015, il est inséré dans le même chapitre IX/1 un article 32/3, libellé comme suit :
" Art. 32/3. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux aspects suivants :
1° qui assume la gestion du Fonds de la chasse ;
2° la manière dont est définie la part du Fonds de la chasse affectée à chacun des objectifs visés à l'article 32/1 ;
3° la constitution d'un Comité central du Fonds de la Chasse, sa composition, son fonctionnement et ses tâches ;
4° la procédure par laquelle les moyens du Fonds de la chasse peuvent être affectés aux objectifs visés à l'article 32/1. ".
" Art. 32/3. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux aspects suivants :
1° qui assume la gestion du Fonds de la chasse ;
2° la manière dont est définie la part du Fonds de la chasse affectée à chacun des objectifs visés à l'article 32/1 ;
3° la constitution d'un Comité central du Fonds de la Chasse, sa composition, son fonctionnement et ses tâches ;
4° la procédure par laquelle les moyens du Fonds de la chasse peuvent être affectés aux objectifs visés à l'article 32/1. ".
Afdeling 2. - Wijziging van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen
Section 2. - Modification du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets
Art.15. In artikel 46, § 1, 6°, b), van het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen worden de volgende zinnen toegevoegd:
"In afwijking hiervan geldt het heffingstarief van 0 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde Enhanced Landfill Mining-projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- het ELFM-project betreft een stortplaats;
- de afgraving en herontwikkeling is opgenomen in een bodemsaneringsproject of levert een grondstoffen-, energie- of ruimtewinst op.".
"In afwijking hiervan geldt het heffingstarief van 0 euro per ton voor het storten op een daartoe vergunde stortplaats van afvalstoffen afkomstig van door de OVAM goedgekeurde Enhanced Landfill Mining-projecten die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- het ELFM-project betreft een stortplaats;
- de afgraving en herontwikkeling is opgenomen in een bodemsaneringsproject of levert een grondstoffen-, energie- of ruimtewinst op.".
Art.15. A l'article 46 § 1er, 6°, b), du décret du 23 décembre 2011 relatif à la gestion durable de cycles de matériaux et de déchets, les phrases suivantes sont ajoutées :
" Par dérogation à ce qui précède, le taux de redevance de 0 euro par tonne s'applique au déversement dans une décharge autorisée à cet effet de déchets provenant de projets de type Enhanced Landfill Mining approuvés par l'OVAM répondant aux conditions suivantes :
- le projet ELFM concerne une décharge ;
- le déblaiement et le redéveloppement sont repris dans un projet d'assainissement du sol ou génère un gain de matières premières, d'énergie ou d'espace. ".
" Par dérogation à ce qui précède, le taux de redevance de 0 euro par tonne s'applique au déversement dans une décharge autorisée à cet effet de déchets provenant de projets de type Enhanced Landfill Mining approuvés par l'OVAM répondant aux conditions suivantes :
- le projet ELFM concerne une décharge ;
- le déblaiement et le redéveloppement sont repris dans un projet d'assainissement du sol ou génère un gain de matières premières, d'énergie ou d'espace. ".
HOOFDSTUK 8. - Onderwijs en Vorming
CHAPITRE 8. - Enseignement et Formation
Afdeling 1. - Gelijkschakeling coëfficiënt administratieve omkadering in het GO! ter compensatie van afbouw RAGO-punten
Section 1re. - Assimilation coefficient encadrement administratif dans le GO! en compensation de la disparition progressive des points RAGO
Art.16. Artikel 79, § 4, van het decreet van 25 februari 1997 basisonderwijs, vervangen bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 486.000 euro.".
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 486.000 euro.".
Art.16. L'article 79, § 4, du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, remplacé par le décret du 4 juillet 2008 et modifié par le décret du 19 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Le montant obtenu en application du paragraphe 3 est majoré de 486.000 euros pour l'année budgétaire 2017. ".
" § 4. Le montant obtenu en application du paragraphe 3 est majoré de 486.000 euros pour l'année budgétaire 2017. ".
Art.17. Artikel 85bis, § 4, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 4 juli 2008 en gewijzigd bij het decreet van 18 december 2009, wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 53.000 euro.".
" § 4. Het bedrag, verkregen door de toepassing van paragraaf 3, wordt voor het begrotingsjaar 2017 verhoogd met 53.000 euro.".
Art.17. L'article 85bis, § 4, du même décret, inséré par le décret du 4 juillet 2008 et modifié par le décret du 19 décembre 2009, est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Le montant obtenu en application du paragraphe 3 est majoré de 53.000 euros pour l'année budgétaire 2017. ".
" § 4. Le montant obtenu en application du paragraphe 3 est majoré de 53.000 euros pour l'année budgétaire 2017. ".
Art.18. In artikel 86ter, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 23 december 2016, wordt de zin "Dit bedrag wordt nog verhoogd met de loonkosten die jaarlijks vrijkomen door de toepassing van artikel 192, § 2;" opgeheven.
Art.18. A l'article 86ter, 1°, du même décret, inséré par le décret du 23 décembre 2016, la phrase " Ce montant est encore majoré des charges salariales dégagées annuellement en application de l'article 192, § 2 ; " est abrogée.
Art.19. Artikel 192 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 10 juli 2003, 7 juli 2006 en 4 juli 2008, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 192. In afwijking van artikel 153sexies, § 2, worden, vanaf 1 september 2017, voor de personeelsleden vermeld in artikel 100undecies, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, bij de omrekening van de punten administratieve ondersteuning naar gefinancierde betrekkingen de helft van de punten nodig voor een betrekking in salarisschaal 202, zoals vermeld in artikel 27quindecies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs van 17 juni 1997 en zoals vermeld in artikel 25sexies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs van 17 juni 1997, afgerond naar het hoger gelegen geheel getal, in rekening gebracht.".
"Art. 192. In afwijking van artikel 153sexies, § 2, worden, vanaf 1 september 2017, voor de personeelsleden vermeld in artikel 100undecies, § 3, van het decreet rechtspositie personeelsleden gemeenschapsonderwijs van 27 maart 1991, bij de omrekening van de punten administratieve ondersteuning naar gefinancierde betrekkingen de helft van de punten nodig voor een betrekking in salarisschaal 202, zoals vermeld in artikel 27quindecies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs van 17 juni 1997 en zoals vermeld in artikel 25sexies van het besluit van de Vlaamse Regering betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs van 17 juni 1997, afgerond naar het hoger gelegen geheel getal, in rekening gebracht.".
Art.19. L'article 192 du même décret, modifié par les décrets des 10 juillet 2003, 7 juillet 2006 et 4 juillet 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. 192. Par dérogation à l'article 153sexies, § 2, seront portés en compte à partir du 1er septembre 2017, pour les membres du personnel visés à l'article 100undecies, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, pour la conversion des points de support administratif en emplois financés, la moitié des points nécessaires pour un emploi dans l'échelle de traitement 202 telle que visée à l'article 27quindecies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire et telle que visée à l'article 25sexties de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial, arrondis à l'entier supérieur. ".
" Art. 192. Par dérogation à l'article 153sexies, § 2, seront portés en compte à partir du 1er septembre 2017, pour les membres du personnel visés à l'article 100undecies, § 3, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire, pour la conversion des points de support administratif en emplois financés, la moitié des points nécessaires pour un emploi dans l'échelle de traitement 202 telle que visée à l'article 27quindecies de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire et telle que visée à l'article 25sexties de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spécial, arrondis à l'entier supérieur. ".
Afdeling 2. - Machtiging aan AGION voor verbintenissen voor huursubsidies
Section 2. - Autorisation à l'AGION pour les engagements en matière d'allocations de loyer
Art.20. AGION wordt er toe gemachtigd verbintenissen aan te gaan voor huursubsidies voor een totaal van maximaal [1 [2 [3 [4 [5 [6 30.200.000]6 euro]5]4]3]2]1 subsidie per jaar.
Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2016, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend.
Dit bedrag wordt gekoppeld aan de consumptieprijsindex van december 2016, basis 2013, en wordt jaarlijks op 1 januari berekend.
Wijzigingen
Art.20. L'AGION (Agence de l'Infrastructure dans l'Enseignement) est autorisée à contracter des engagements en matière d'allocations de loyer pour un total de [1 [2 [3 [4 [5 [6 30.200.000]6 euros]5]4]3]2]1 maximum de subventions par an.
Ce montant est lié à l'indice des prix à la consommation de décembre 2016, base 2013, et est calculé au 1er janvier de chaque année.
Ce montant est lié à l'indice des prix à la consommation de décembre 2016, base 2013, et est calculé au 1er janvier de chaque année.
Wijzigingen
Afdeling 3. - Bachelor in de toegepaste psychologie Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen
Section 3. - Bachelor en psychologie appliquée de la Haute Ecole Artesis Plantijn à Anvers
Art. 21. Aan artikel III.5 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013, bekrachtigd bij het decreet van 20 december 2013, wordt een paragraaf 16 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 16. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden toegevoegd aan de bedragen VOWprof, als vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel:
" § 16. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden toegevoegd aan de bedragen VOWprof, als vermeld of berekend overeenkomstig dit artikel:
Art. 21. A l'article III.5 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013, sanctionné par le décret du 20 décembre 2013, il est ajouté un paragraphe 16 libellé comme suit :
" § 16. Les montants suivants, exprimés en euros, sont ajoutés aux VOWprof, tels que visés ou calculés conformément au présent article :
" § 16. Les montants suivants, exprimés en euros, sont ajoutés aux VOWprof, tels que visés ou calculés conformément au présent article :
| Begrotingsjaar 2019 | 25.594,20 |
| Begrotingsjaar 2020 | 51.188,40 |
| Begrotingsjaar 2021 | 76.782,60 |
| Vanaf begrotingsjaar 2022 | 102.376,80 |
Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in paragraaf 9 van dit artikel.".
| Année budgétaire 2019 | 25.594,20 |
| Année budgétaire 2020 | 51.188,40 |
| Année budgétaire 2021 | 76.782,60 |
| A partir de l'année budgétaire 2022 | 102.376,80 |
A partir de l'année budgétaire 2018, les montants visés à l'alinéa 1er sont indexés au moyen de la formule d'indexation visée à l'article III.5, § 9. ".
Art. 22. Aan artikel III.34 van dezelfde codex, het laatst gewijzigd bij het decreet van 3 juli 2015, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 7. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden als aanvullende uitkering toegevoegd aan de werkingsuitkering van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen:
" § 7. Volgende bedragen, uitgedrukt in euro, worden als aanvullende uitkering toegevoegd aan de werkingsuitkering van de Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen:
Art. 22. A l'article III.34 du même Code, modifié en dernier lieu par le décret du 3 juillet 2015, il est ajouté un paragraphe 7 libellé comme suit :
" § 7. Les montants suivants, exprimés en euros, sont ajoutés à titre d'allocations complémentaires à l'allocation de fonctionnement de l'Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen:
" § 7. Les montants suivants, exprimés en euros, sont ajoutés à titre d'allocations complémentaires à l'allocation de fonctionnement de l'Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen:
| Begrotingsjaar 2016 | 41.549,00 |
| Begrotingsjaar 2017 | 127.971,00 |
| Begrotingsjaar 2018 | 127.971,00 |
| Begrotingsjaar 2019 | 102.376,80 |
| Begrotingsjaar 2020 | 76.782,60 |
| Begrotingsjaar 2021 | 51.188,40 |
| Begrotingsjaar 2022 | 25.594,20 |
Vanaf het begrotingsjaar 2018 worden de bedragen vermeld in het eerste lid, geïndexeerd aan de hand van de indexformule, vermeld in artikel III.5, § 9.".
| Année budgétaire 2016 | 41.549,00 |
| Année budgétaire 2017 | 127.971,00 |
| Année budgétaire 2018 | 127.971,00 |
| Année budgétaire 2019 | 102.376,80 |
| Année budgétaire 2020 | 76.782,60 |
| Année budgétaire 2021 | 51.188,40 |
| Année budgétaire 2022 | 25.594,20 |
A partir de l'année budgétaire 2018, les montants visés à l'alinéa 1er sont indexés au moyen de la formule d'indexation visée à l'article III.5, § 9. ".
Afdeling 4. - Extra leraarsuren hbo5-opleidingen
Section 4. - Périodes/enseignant supplémentaires formations hbo5 (enseignement professionnel supérieur)
Art.23. Artikel 107, tweede lid, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 12 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt:
"Aan de groei met betrekking tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt voor alle centra voor volwassenenonderwijs samen een bedrag van 1.644.512 euro voorzien in het begrotingsjaar 2016. Vanaf het begrotingsjaar 2017 worden er 41.622,70 bijkomende leraarsuren toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs.".
"Aan de groei met betrekking tot de opleidingen van het hoger beroepsonderwijs zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt voor alle centra voor volwassenenonderwijs samen een bedrag van 1.644.512 euro voorzien in het begrotingsjaar 2016. Vanaf het begrotingsjaar 2017 worden er 41.622,70 bijkomende leraarsuren toegekend aan de centra voor volwassenenonderwijs.".
Art.23. L'article 107, alinéa 2, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 12 juillet 2013, est remplacé par ce qui suit :
" A la croissance pour ce qui est des formations de l'enseignement professionnel supérieur telle que visée à l'alinéa précédent, un montant de 1.644.512 euros est prévu dans l'année budgétaire 2016 pour l'ensemble des centres d'éducation des adultes. A partir de l'année budgétaire 2017, 41.622,70 périodes/enseignant supplémentaires sont attribuées aux centres d'éducation des adultes. ".
" A la croissance pour ce qui est des formations de l'enseignement professionnel supérieur telle que visée à l'alinéa précédent, un montant de 1.644.512 euros est prévu dans l'année budgétaire 2016 pour l'ensemble des centres d'éducation des adultes. A partir de l'année budgétaire 2017, 41.622,70 périodes/enseignant supplémentaires sont attribuées aux centres d'éducation des adultes. ".
Afdeling 5. - Aanpassing bijkomende middelen in het kader van de asielcrisis
Section 5. - Adaptation des moyens supplémentaires dans le cadre de la crise de l'asile
Art.24. In artikel 196sexies, § 1, van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 18 december 2015, en gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Ten laste van het begrotingsjaar 2017 worden 73.900 aanvullende leraarsuren, 1.080,81 aanvullende punten en een bedrag van 666.550,71 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 136,30 aanvullende vte, 2.247,19 aanvullende punten en een bedrag van 1.609.718,00 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.".
"Ten laste van het begrotingsjaar 2017 worden 73.900 aanvullende leraarsuren, 1.080,81 aanvullende punten en een bedrag van 666.550,71 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 136,30 aanvullende vte, 2.247,19 aanvullende punten en een bedrag van 1.609.718,00 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.".
Art.24. A l'article 196sexies, § 1er, du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 18 décembre 2015 et modifié par le décret du 23 décembre 2016, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" A charge de l'année budgétaire 2017, 73.900 périodes/enseignant complémentaires, 1.080,81 points complémentaires et un montant de 666.550,71 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation des adultes, et 136,30 ETP complémentaires, 2.247,19 points complémentaires et un montant de 1.609.718,00 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation de base. ".
" A charge de l'année budgétaire 2017, 73.900 périodes/enseignant complémentaires, 1.080,81 points complémentaires et un montant de 666.550,71 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation des adultes, et 136,30 ETP complémentaires, 2.247,19 points complémentaires et un montant de 1.609.718,00 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation de base. ".
Afdeling 6. - Flexibele inzet uren POT-trajecten
Section 6. - Mise en oeuvre flexible des heures des trajets POT
Art.25. In het artikel 95 van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij het decreet van 23 december 2011 en het decreet van 19 juni 2015, wordt een paragraaf 1/2 ingevoegd, die luidt als volgt:
" § 1/2. Binnen eenzelfde centrum voor deeltijdse vorming kan gedurende een lopend schooljaar maximum 15% van de toegekende middelen overgedragen worden van het ene naar het andere werkingsgebied.".
" § 1/2. Binnen eenzelfde centrum voor deeltijdse vorming kan gedurende een lopend schooljaar maximum 15% van de toegekende middelen overgedragen worden van het ene naar het andere werkingsgebied.".
Art.25. A l'article 95 du décret du 10 juillet 2008 relatif au système d'apprentissage et de travail en Communauté flamande, modifié par les décrets des 23 décembre 2011 et 19 juin 2015, il est inséré un paragraphe 1/2 libellé comme suit :
" § 1/2. Au sein d'un même centre de formation à temps partiel, 15 % maximum des moyens octroyés peuvent être transférés d'une zone d'action à l'autre durant une année scolaire en cours. ".
" § 1/2. Au sein d'un même centre de formation à temps partiel, 15 % maximum des moyens octroyés peuvent être transférés d'une zone d'action à l'autre durant une année scolaire en cours. ".
Afdeling 7. - Middelen verhoogde taalvereiste NT2
Section 7. - Moyens pour l'exigence linguistique supérieure NT2
Art.26. Aan artikel 196quater van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014 en gewijzigd bij de decreten van 18 december 2015 en 8 juli 2016, worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor schooljaar 2017-2018 worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 54.645 aanvullende leraarsuren, 720 aanvullende punten en een bedrag van 465.372,43 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 106,03 aanvullende vte, 1574 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.902,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "tot en met het schooljaar 2016-2017" vervangen door de zinsnede "tot en met het schooljaar 2017-2018".
1° aan paragraaf 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor schooljaar 2017-2018 worden in uitvoering van artikel 29, § 1, van het decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid, 54.645 aanvullende leraarsuren, 720 aanvullende punten en een bedrag van 465.372,43 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor volwassenenonderwijs en 106,03 aanvullende vte, 1574 aanvullende punten en een bedrag van 1.109.902,18 euro aan werkingsmiddelen aan de centra voor basiseducatie toegekend.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede "tot en met het schooljaar 2016-2017" vervangen door de zinsnede "tot en met het schooljaar 2017-2018".
Art.26. A l'article 196quater du décret du 15 juin 2007 relatif à l'éducation des adultes, inséré par le décret du 25 avril 2014 et modifié par les décrets des 18 décembre 2015 et 8 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
" Pour l'année scolaire 2017-2018, 54.645 périodes/enseignant complémentaires, 720 points complémentaires et un montant de 465.372,43 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation des adultes, et 106,03 ETP complémentaires, 1574 points complémentaires et un montant de 1.109.902,18 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation de base, en exécution de l'article 29, § 1er, du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " Jusqu'à l'année scolaire 2016-2017 incluse " est remplacé par le membre de phrase " jusqu'à l'année scolaire 2017-2018 incluse ".
1° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa 2 libellé comme suit :
" Pour l'année scolaire 2017-2018, 54.645 périodes/enseignant complémentaires, 720 points complémentaires et un montant de 465.372,43 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation des adultes, et 106,03 ETP complémentaires, 1574 points complémentaires et un montant de 1.109.902,18 euros de moyens de fonctionnement sont octroyés aux centres d'éducation de base, en exécution de l'article 29, § 1er, du décret du 7 juin 2013 relatif à la politique flamande d'intégration et d'intégration civique. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 2, le membre de phrase " Jusqu'à l'année scolaire 2016-2017 incluse " est remplacé par le membre de phrase " jusqu'à l'année scolaire 2017-2018 incluse ".
HOOFDSTUK 9. - Werk en Sociale Economie
CHAPITRE 9. - Emploi et Economie sociale
Art.27. Het artikel 79 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006, opgeheven bij het decreet van 12 juli 2013 betreffende maatwerk bij collectieve inschakeling, wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
"Art. 79. § 1. De personen met een arbeidshandicap die wegens de aard of de ernst van hun arbeidshandicap niet of nog niet in het normale economische arbeidscircuit beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen, kunnen, hetzij voltijds, hetzij deeltijds, in beschutte werkplaatsen worden tewerkgesteld, die worden erkend en gesubsidieerd door het Departement Werk en Sociale Economie.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft en voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden.
De in de beschutte werkplaatsen tewerkgestelde personen met een arbeidshandicap worden aangeworven krachtens een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of voor bedienden.
De beschutte werkplaats kan aan de personen met een arbeidshandicap, die zich onmogelijk of moeilijk kunnen verplaatsen, huisarbeid verschaffen. In dit geval worden zij aangeworven krachtens een arbeidsovereenkomst voor huisarbeiders.
§ 2. Het bouwen, het inrichten en oprichten, het in gebruik nemen van, het exploiteren en het wijzigen van de opnamecapaciteit van een door het Departement Werk en Sociale Economie subsidiabele beschutte werkplaats is onderworpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het Departement Werk en Sociale Economie in het kader van de door de Vlaamse Regering vastgestelde programmatie.
De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van deze vergunningsplicht.
In geval de vergunning wordt geweigerd kan de aanvrager tegen deze beslissing beroep aantekenen bij de regering op de wijze door deze bepaald.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden inzake erkenning van de beschutte werkplaatsen en de nadere regels inzake de indiening en behandeling van de aanvraag tot erkenning en inzake het verlenen, weigeren, schorsen en intrekken van deze erkenning. In geval de erkenning wordt geweigerd, geschorst of ingetrokken, kan de aanvrager tegen de beslissing beroep aantekenen bij de regering op de wijze door deze bepaald.
Deze voorwaarden van erkenning hebben ten minste betrekking op:
1° het onthaalbeleid en de begeleiding van de werknemers met een arbeidshandicap;
2° de vrijheid van de in de werkplaats tewerkgestelde personen en de eerbiediging van hun ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging;
3° de veiligheid en gezondheid van de werknemers met een arbeidshandicap, en de arbeidsrechtelijke verhoudingen;
4° de materiële infrastructuur;
5° de inspraak van de personen met een arbeidshandicap of van hun wettelijke vertegenwoordigers;
6° het beheer, de boekhouding en de verslaggeving van de werkplaats;
7° het onderzoek en het behandelen van de klachten van de werknemers;
8° de kwaliteit van de sociale begeleiding van de werknemers;
9° het beheer van gelden en goederen van de werknemers met een arbeidshandicap.
De erkenning kan niet worden verleend wanneer de beschutte werkplaats niet past in het kader van de programmatie die door de Vlaamse Regering is vastgesteld. Om erkend te worden moet de voorziening opgericht zijn door een vereniging zonder winstoogmerk, of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging, bedoeld bij artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of door een publiekrechtelijke rechtspersoon of een instelling van openbaar nut.
Indien voormelde rechtspersoon ook andere voorzieningen organiseert dan beschutte tewerkstelling moet de inhoudelijke en administratieve autonomie van de beschutte werkplaats gewaarborgd zijn.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de criteria, de modaliteiten en het bedrag van de subsidies, die aan de beschutte werkplaatsen worden verleend met het oog op de tewerkstelling van werknemers met een arbeidshandicap.
§ 5. Het Departement Werk en Sociale Economie kan binnen de perken van de hiervoor op de begroting van het Vlaams ministerie van Werk en Sociale Economie ingeschreven middelen tegemoetkomen in de financiering van de aankoop, bouw en verbouwingswerken alsook in de kosten van uitrusting en apparatuur van de door hem erkende beschutte werkplaatsen die in het kader van de programmatie ter zake hiervoor in aanmerking komen.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedureregels, de bouwtechnische normen en de maximumbedragen inzake het verlenen van deze tegemoetkomingen.
§ 6. De sociaalrechtelijke inspecteurs, vermeld in het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, oefenen controle en toezicht uit op de naleving van deze bepalingen.
§ 7. Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 euro tot 500 euro of met één van die straffen alleen degene die, zonder voorafgaande vergunning als vermeld in paragraaf 2, een door het Departement Werk en Sociale Economie subsidieerbare beschutte werkplaats bouwt, wie deze opricht, in gebruik neemt, exploiteert of de opnamecapaciteit ervan wijzigt en die het toezicht verhindert zoals voorzien in paragraaf 6.".
"Art. 79. § 1. De personen met een arbeidshandicap die wegens de aard of de ernst van hun arbeidshandicap niet of nog niet in het normale economische arbeidscircuit beroepsactiviteiten kunnen uitoefenen, kunnen, hetzij voltijds, hetzij deeltijds, in beschutte werkplaatsen worden tewerkgesteld, die worden erkend en gesubsidieerd door het Departement Werk en Sociale Economie.
De Vlaamse Regering bepaalt de criteria en de procedure aan de hand waarvan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding bepaalt of een persoon al dan niet een arbeidshandicap heeft en voldoet aan de hierboven gestelde voorwaarden.
De in de beschutte werkplaatsen tewerkgestelde personen met een arbeidshandicap worden aangeworven krachtens een arbeidsovereenkomst voor arbeiders of voor bedienden.
De beschutte werkplaats kan aan de personen met een arbeidshandicap, die zich onmogelijk of moeilijk kunnen verplaatsen, huisarbeid verschaffen. In dit geval worden zij aangeworven krachtens een arbeidsovereenkomst voor huisarbeiders.
§ 2. Het bouwen, het inrichten en oprichten, het in gebruik nemen van, het exploiteren en het wijzigen van de opnamecapaciteit van een door het Departement Werk en Sociale Economie subsidiabele beschutte werkplaats is onderworpen aan een voorafgaande vergunning verleend door het Departement Werk en Sociale Economie in het kader van de door de Vlaamse Regering vastgestelde programmatie.
De Vlaamse Regering bepaalt de modaliteiten van deze vergunningsplicht.
In geval de vergunning wordt geweigerd kan de aanvrager tegen deze beslissing beroep aantekenen bij de regering op de wijze door deze bepaald.
§ 3. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden inzake erkenning van de beschutte werkplaatsen en de nadere regels inzake de indiening en behandeling van de aanvraag tot erkenning en inzake het verlenen, weigeren, schorsen en intrekken van deze erkenning. In geval de erkenning wordt geweigerd, geschorst of ingetrokken, kan de aanvrager tegen de beslissing beroep aantekenen bij de regering op de wijze door deze bepaald.
Deze voorwaarden van erkenning hebben ten minste betrekking op:
1° het onthaalbeleid en de begeleiding van de werknemers met een arbeidshandicap;
2° de vrijheid van de in de werkplaats tewerkgestelde personen en de eerbiediging van hun ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging;
3° de veiligheid en gezondheid van de werknemers met een arbeidshandicap, en de arbeidsrechtelijke verhoudingen;
4° de materiële infrastructuur;
5° de inspraak van de personen met een arbeidshandicap of van hun wettelijke vertegenwoordigers;
6° het beheer, de boekhouding en de verslaggeving van de werkplaats;
7° het onderzoek en het behandelen van de klachten van de werknemers;
8° de kwaliteit van de sociale begeleiding van de werknemers;
9° het beheer van gelden en goederen van de werknemers met een arbeidshandicap.
De erkenning kan niet worden verleend wanneer de beschutte werkplaats niet past in het kader van de programmatie die door de Vlaamse Regering is vastgesteld. Om erkend te worden moet de voorziening opgericht zijn door een vereniging zonder winstoogmerk, of door een ondergeschikt bestuur zoals een provincie, een gemeente, een intercommunale van gemeenten, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een vereniging, bedoeld bij artikel 118 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, of door een publiekrechtelijke rechtspersoon of een instelling van openbaar nut.
Indien voormelde rechtspersoon ook andere voorzieningen organiseert dan beschutte tewerkstelling moet de inhoudelijke en administratieve autonomie van de beschutte werkplaats gewaarborgd zijn.
§ 4. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden, de criteria, de modaliteiten en het bedrag van de subsidies, die aan de beschutte werkplaatsen worden verleend met het oog op de tewerkstelling van werknemers met een arbeidshandicap.
§ 5. Het Departement Werk en Sociale Economie kan binnen de perken van de hiervoor op de begroting van het Vlaams ministerie van Werk en Sociale Economie ingeschreven middelen tegemoetkomen in de financiering van de aankoop, bouw en verbouwingswerken alsook in de kosten van uitrusting en apparatuur van de door hem erkende beschutte werkplaatsen die in het kader van de programmatie ter zake hiervoor in aanmerking komen.
De Vlaamse Regering bepaalt de procedureregels, de bouwtechnische normen en de maximumbedragen inzake het verlenen van deze tegemoetkomingen.
§ 6. De sociaalrechtelijke inspecteurs, vermeld in het decreet van 30 april 2004 tot uniformisering van de toezichts-, sanctie- en strafbepalingen die zijn opgenomen in de regelgeving van de sociaalrechtelijke aangelegenheden, waarvoor de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bevoegd zijn, oefenen controle en toezicht uit op de naleving van deze bepalingen.
§ 7. Onverminderd de toepassing van de in het Strafwetboek gestelde straffen, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 euro tot 500 euro of met één van die straffen alleen degene die, zonder voorafgaande vergunning als vermeld in paragraaf 2, een door het Departement Werk en Sociale Economie subsidieerbare beschutte werkplaats bouwt, wie deze opricht, in gebruik neemt, exploiteert of de opnamecapaciteit ervan wijzigt en die het toezicht verhindert zoals voorzien in paragraaf 6.".
Art.27. L'article 79 du décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006, abrogé par le décret du 12 juillet 2013 relatif au travail adapté dans le cadre de l'intégration collective, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 79. § 1er. Les personnes handicapées du travail qui, en raison de la nature ou de la gravité de leur handicap du travail, ne peuvent pas ou pas encore exercer des activités professionnelles dans le circuit de travail régulier économique, peuvent être mises au travail, soit à temps plein, soit à temps partiel, dans des ateliers protégés qui sont agréés et subventionnés par le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale.
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non et répond aux conditions susmentionnées.
Les personnes handicapées du travail occupées dans les ateliers protégés sont engagées en vertu d'un contrat de travail pour ouvriers ou employés.
L'atelier protégé peut autoriser les personnes handicapées du travail à travailler à domicile si celles-ci ne peuvent pas ou difficilement se déplacer. Dans ce cas, elles sont engagées en vertu d'un contrat de travail pour travailleurs à domicile.
§ 2. La construction, l'aménagement et la création, la mise en service, l'exploitation et la modification de la capacité d'accueil d'un atelier protégé éligible aux subventions du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale sont soumis à une autorisation préalable délivrée par ce dernier dans le cadre de la programmation établie par le Gouvernement flamand.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'autorisation.
Le demandeur peut exercer un recours contre la décision de refus de l'autorisation auprès du Gouvernement suivant les modalités arrêtées par ce dernier.
§ 3. Le Gouvernement flamand arrête les conditions d'agrément des ateliers protégés et les modalités d'introduction et de traitement de la demande d'agrément et de délivrance, refus, suspension et retrait de l'agrément. Le demandeur peut exercer un recours contre la décision de refus, de suspension ou de retrait de l'agrément auprès du Gouvernement suivant les modalités arrêtées par ce dernier.
Ces conditions d'agrément portent au moins sur :
1° la politique d'accueil et l'accompagnement des travailleurs handicapés du travail ;
2° la liberté des personnes occupées dans l'atelier et le respect de leurs convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses ;
3° la sécurité et la santé des travailleurs handicapés du travail et les relations en matière de droit du travail ;
4° l'infrastructure matérielle ;
5° la participation des personnes handicapées du travail ou de leurs représentants légaux ;
6° la gestion, la comptabilité et l'établissement de rapports par l'atelier ;
7° l'examen et le traitement des plaintes formulées par les travailleurs ;
8° la qualité de l'accompagnement social des travailleurs ;
9° la gestion de l'argent et des biens des travailleurs handicapés du travail.
L'agrément est refusé lorsque l'atelier protégé ne s'inscrit pas dans le cadre de la programmation établie par le Gouvernement flamand. Pour pouvoir être agréée, la structure doit être créée par une association sans but lucratif ou par un pouvoir subordonné tel qu'une province, une commune, une intercommunale, un centre public d'aide sociale ou une association, au sens de l'article 118 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale, ou par une personne morale de droit public ou un organisme d'intérêt public.
Si la personne morale précitée organise également d'autres structures que l'emploi protégé, l'autonomie d'action et administrative de l'atelier protégé doit être garantie.
§ 4. Le Gouvernement flamand détermine les conditions, critères et modalités ainsi que le montant des subventions octroyées aux ateliers protégés en vue de l'emploi de travailleurs handicapés du travail.
§ 5. Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale peut, dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale, intervenir dans le financement de l'acquisition, de la construction et des travaux de transformation ainsi que dans les frais d'équipement et d'appareillage des ateliers protégés agréés par lui qui y sont éligibles dans le cadre de la programmation en la matière.
Le Gouvernement flamand arrête les règles de procédure, les normes techniques de la construction et les montants maximaux des interventions.
§ 6. Les inspecteurs des lois sociales visés au décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et pénales reprises dans la réglementation des matières de législation sociale qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande, exercent un contrôle et une surveillance sur le respect de ces dispositions.
§ 7. Sans préjudice des peines prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 26 euros à 500 euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui, sans autorisation préalable, telle que visée au § 2, construit, crée, met en service ou exploite un atelier protégé éligible aux subventions du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ou en modifie la capacité d'accueil et qui entrave la surveillance prévue au § 6. ".
" Art. 79. § 1er. Les personnes handicapées du travail qui, en raison de la nature ou de la gravité de leur handicap du travail, ne peuvent pas ou pas encore exercer des activités professionnelles dans le circuit de travail régulier économique, peuvent être mises au travail, soit à temps plein, soit à temps partiel, dans des ateliers protégés qui sont agréés et subventionnés par le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale.
Le Gouvernement flamand fixe les critères et la procédure à utiliser par le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) pour déterminer si une personne présente un handicap du travail ou non et répond aux conditions susmentionnées.
Les personnes handicapées du travail occupées dans les ateliers protégés sont engagées en vertu d'un contrat de travail pour ouvriers ou employés.
L'atelier protégé peut autoriser les personnes handicapées du travail à travailler à domicile si celles-ci ne peuvent pas ou difficilement se déplacer. Dans ce cas, elles sont engagées en vertu d'un contrat de travail pour travailleurs à domicile.
§ 2. La construction, l'aménagement et la création, la mise en service, l'exploitation et la modification de la capacité d'accueil d'un atelier protégé éligible aux subventions du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale sont soumis à une autorisation préalable délivrée par ce dernier dans le cadre de la programmation établie par le Gouvernement flamand.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'autorisation.
Le demandeur peut exercer un recours contre la décision de refus de l'autorisation auprès du Gouvernement suivant les modalités arrêtées par ce dernier.
§ 3. Le Gouvernement flamand arrête les conditions d'agrément des ateliers protégés et les modalités d'introduction et de traitement de la demande d'agrément et de délivrance, refus, suspension et retrait de l'agrément. Le demandeur peut exercer un recours contre la décision de refus, de suspension ou de retrait de l'agrément auprès du Gouvernement suivant les modalités arrêtées par ce dernier.
Ces conditions d'agrément portent au moins sur :
1° la politique d'accueil et l'accompagnement des travailleurs handicapés du travail ;
2° la liberté des personnes occupées dans l'atelier et le respect de leurs convictions idéologiques, philosophiques ou religieuses ;
3° la sécurité et la santé des travailleurs handicapés du travail et les relations en matière de droit du travail ;
4° l'infrastructure matérielle ;
5° la participation des personnes handicapées du travail ou de leurs représentants légaux ;
6° la gestion, la comptabilité et l'établissement de rapports par l'atelier ;
7° l'examen et le traitement des plaintes formulées par les travailleurs ;
8° la qualité de l'accompagnement social des travailleurs ;
9° la gestion de l'argent et des biens des travailleurs handicapés du travail.
L'agrément est refusé lorsque l'atelier protégé ne s'inscrit pas dans le cadre de la programmation établie par le Gouvernement flamand. Pour pouvoir être agréée, la structure doit être créée par une association sans but lucratif ou par un pouvoir subordonné tel qu'une province, une commune, une intercommunale, un centre public d'aide sociale ou une association, au sens de l'article 118 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale, ou par une personne morale de droit public ou un organisme d'intérêt public.
Si la personne morale précitée organise également d'autres structures que l'emploi protégé, l'autonomie d'action et administrative de l'atelier protégé doit être garantie.
§ 4. Le Gouvernement flamand détermine les conditions, critères et modalités ainsi que le montant des subventions octroyées aux ateliers protégés en vue de l'emploi de travailleurs handicapés du travail.
§ 5. Le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale peut, dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget du Ministère flamand de l'Emploi et de l'Economie sociale, intervenir dans le financement de l'acquisition, de la construction et des travaux de transformation ainsi que dans les frais d'équipement et d'appareillage des ateliers protégés agréés par lui qui y sont éligibles dans le cadre de la programmation en la matière.
Le Gouvernement flamand arrête les règles de procédure, les normes techniques de la construction et les montants maximaux des interventions.
§ 6. Les inspecteurs des lois sociales visés au décret du 30 avril 2004 portant uniformisation des dispositions de contrôle, de sanction et pénales reprises dans la réglementation des matières de législation sociale qui relèvent de la compétence de la Communauté flamande et de la Région flamande, exercent un contrôle et une surveillance sur le respect de ces dispositions.
§ 7. Sans préjudice des peines prévues par le Code pénal, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de 26 euros à 500 euros ou de l'une de ces peines seulement, celui qui, sans autorisation préalable, telle que visée au § 2, construit, crée, met en service ou exploite un atelier protégé éligible aux subventions du Département de l'Emploi et de l'Economie sociale ou en modifie la capacité d'accueil et qui entrave la surveillance prévue au § 6. ".
Art.28. § 1. De Vlaamse Regering erkent de sociale werkplaatsen die tot doel hebben werkgelegenheid te verschaffen aan zeer moeilijk bemiddelbare werkzoekenden die door een cumulatie van persoons- en omgevingsgebonden factoren, geen arbeidsplaats in het reguliere arbeidscircuit kunnen verwerven of behouden maar die onder begeleiding in staat zijn tot het verrichten van arbeid op maat, hierna doelgroepwerknemers te noemen.
De Vlaamse Regering bepaalt wat dient te worden verstaan onder persoons- en omgevingsgebonden factoren.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden wat betreft:
1° de erkenning van de sociale werkplaatsen, met inbegrip van schorsing en intrekking van de erkenning;
2° de toeleiding en trajectbegeleiding van de doelgroepwerknemers;
3° de subsidiëring en omkadering van de doelgroepwerknemers;
4° de evaluatie van de erkenning van de sociale werkplaatsen.
§ 3. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht.
De Vlaamse Regering bepaalt wat dient te worden verstaan onder persoons- en omgevingsgebonden factoren.
§ 2. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden wat betreft:
1° de erkenning van de sociale werkplaatsen, met inbegrip van schorsing en intrekking van de erkenning;
2° de toeleiding en trajectbegeleiding van de doelgroepwerknemers;
3° de subsidiëring en omkadering van de doelgroepwerknemers;
4° de evaluatie van de erkenning van de sociale werkplaatsen.
§ 3. Het toezicht en de controle op de uitvoering van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 april 2004 houdende sociaalrechtelijk toezicht.
Art.28. § 1er. Le Gouvernement flamand agrée les ateliers sociaux ayant pour but de mettre au travail des demandeurs d'emploi dont le placement s'avère très difficile qui, par suite d'une accumulation de facteurs personnels et de facteurs liés au milieu social, ne peuvent acquérir ou garder une place dans le circuit de travail régulier mais qui, accompagnés, sont capables d'exercer un travail sur mesure, ci-après dénommés travailleurs de groupes cibles.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par " facteurs personnels et facteurs liés au milieu social ".
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les conditions concernant :
1° l'agrément des ateliers sociaux, y compris la suspension et le retrait de l'agrément ;
2° l'orientation et l'accompagnement de parcours des travailleurs de groupes cibles ;
3° le subventionnement et l'encadrement des travailleurs de groupes cibles ;
4° l'évaluation de l'agrément des ateliers sociaux.
§ 3. La surveillance et le contrôle du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ont lieu conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales.
Le Gouvernement flamand détermine ce qu'il faut entendre par " facteurs personnels et facteurs liés au milieu social ".
§ 2. Le Gouvernement flamand fixe les conditions concernant :
1° l'agrément des ateliers sociaux, y compris la suspension et le retrait de l'agrément ;
2° l'orientation et l'accompagnement de parcours des travailleurs de groupes cibles ;
3° le subventionnement et l'encadrement des travailleurs de groupes cibles ;
4° l'évaluation de l'agrément des ateliers sociaux.
§ 3. La surveillance et le contrôle du présent décret et de ses arrêtés d'exécution ont lieu conformément aux dispositions du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales.
HOOFDSTUK 10. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 10. - Entrée en vigueur
Art. 29. Dit decreet treedt in werking 10 dagen na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van:
1° de artikelen 2, 3, 4 en 11 tot en met 15 die in werking treden op 1 juli 2017;
2° artikel 6 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad;
3° artikel 8 dat uitwerking heeft vanaf 1 april 2017;
4° de artikelen 10, 16 tot en met 19, 21 tot en met 24 en 26 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2017;
5° artikel 25 dat in werking treedt op 1 september 2017;
6° artikelen 27 en 28, die uitwerking hebben op 1 april 2017 en buiten werking treden op 1 januari 2019.
1° de artikelen 2, 3, 4 en 11 tot en met 15 die in werking treden op 1 juli 2017;
2° artikel 6 dat in werking treedt op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad;
3° artikel 8 dat uitwerking heeft vanaf 1 april 2017;
4° de artikelen 10, 16 tot en met 19, 21 tot en met 24 en 26 die uitwerking hebben vanaf 1 januari 2017;
5° artikel 25 dat in werking treedt op 1 september 2017;
6° artikelen 27 en 28, die uitwerking hebben op 1 april 2017 en buiten werking treden op 1 januari 2019.
Art. 29. Le présent décret entre en vigueur 10 jours après la date de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
1° des articles 2, 3, 4 et 11 à 15 inclus, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2017 ;
2° de l'article 6, qui entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge ;
3° de l'article 8, qui produit ses effets à partir du 1er avril 2017 ;
4° des articles 10, 16 à 19, 21 à 24 et 26, qui produisent leurs effets à partir du 1er janvier 2017 ;
5° de l'article 25, qui entre en vigueur le 1er septembre 2017 ;
6° des articles 27 et 28, qui produisent leurs effets au 1er avril 2017 et cessent d'être en vigueur le 1er janvier 2019.
1° des articles 2, 3, 4 et 11 à 15 inclus, qui entrent en vigueur le 1er juillet 2017 ;
2° de l'article 6, qui entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge ;
3° de l'article 8, qui produit ses effets à partir du 1er avril 2017 ;
4° des articles 10, 16 à 19, 21 à 24 et 26, qui produisent leurs effets à partir du 1er janvier 2017 ;
5° de l'article 25, qui entre en vigueur le 1er septembre 2017 ;
6° des articles 27 et 28, qui produisent leurs effets au 1er avril 2017 et cessent d'être en vigueur le 1er janvier 2019.