Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
7 JULI 2017. - Decreet betreffende wijk-werken en diverse bepalingen in het kader van de zesde staatshervorming(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 09-08-2017 en tekstbijwerking tot 06-06-2024)
Titre
7 JUILLET 2017. - Décret relatif au travail de proximité et à diverses dispositions dans le cadre de la sixième réforme de l'Etat(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 09-08-2017 et mise à jour au 06-06-2024)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Wijk-werken
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 2. - Doelgroep
Afdeling 3. - Overeenkomst en statuut
Afdeling 4. - Regie en werkingsprincipes
Afdeling 5. - Organisatoren van wijk-werken
Afdeling 6. - Activiteiten
Afdeling 7. - De gebruikers
Afdeling 8. - Wijk-werkcheque
Afdeling 9. - Platform
Afdeling 10. - Financiering en controle
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Travail de proximité
Section 1re. - Dispositions générales
Section 2. - Groupe-cible
Section 3. - Contrat et statut
Section 4. - Gestion et principes de fonctionne...
Section 5. - Organisateurs du travail de proximité
Section 6. - Activités
Section 7. - Les utilisateurs
Section 8. - Chèque-travail de proximité
Section 9. - Plate-forme
Section 10. - Financement et contrôle
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Tekst (78)
Texte (78)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
Art. 2. Dit decreet wordt aangehaald als: Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017.
Art. 2. Le présent décret est cité comme : Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017.
HOOFDSTUK 2. - Wijk-werken
CHAPITRE 2. - Travail de proximité
Afdeling 1. - Algemene bepalingen
Section 1re. - Dispositions générales
Art. 3. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
1° gebruiker: de natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstelling of feitelijke vereniging die wijk-werkcheques gebruikt om wijk-werkactiviteiten te laten uitvoeren;
2° gemeente: de gemeenten, vermeld in het Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
3° OCMW: de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
4° organisator: de rechtspersoon die de organisatie van het wijk-werken uitvoert;
5° partnerorganisaties: de partnerorganisaties, vermeld in artikel 1, eerste lid, 25°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
6° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
7° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
8° wijk-werkcheques: de [1 ...]1 cheques die gebruikt wordden om wijk-werkers te vergoeden voor de activiteiten die ze in het kader van wijk-werken verrichten;
9° wijk-werken: een maatregel met als doel het opdoen van werkervaring door het uitvoeren van activiteiten bij gebruikers in het kader van een traject naar werk;
10° wijk-werker: de natuurlijke persoon die activiteiten in het wijk-werken uitvoert.
1° gebruiker: de natuurlijke persoon, rechtspersoon, overheidsinstelling of feitelijke vereniging die wijk-werkcheques gebruikt om wijk-werkactiviteiten te laten uitvoeren;
2° gemeente: de gemeenten, vermeld in het Gemeentedecreet van 15 juli 2005;
3° OCMW: de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn;
4° organisator: de rechtspersoon die de organisatie van het wijk-werken uitvoert;
5° partnerorganisaties: de partnerorganisaties, vermeld in artikel 1, eerste lid, 25°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
6° VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
7° werkzoekende: de werkzoekende, vermeld in artikel 1, eerste lid, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding;
8° wijk-werkcheques: de [1 ...]1 cheques die gebruikt wordden om wijk-werkers te vergoeden voor de activiteiten die ze in het kader van wijk-werken verrichten;
9° wijk-werken: een maatregel met als doel het opdoen van werkervaring door het uitvoeren van activiteiten bij gebruikers in het kader van een traject naar werk;
10° wijk-werker: de natuurlijke persoon die activiteiten in het wijk-werken uitvoert.
Art. 3. Dans le présent chapitre, on entend par :
1° utilisateur : la personne physique, la personne morale, l'organisme public ou l'association de fait qui utilise des chèques-travail de proximité pour faire effectuer des activités de travail de proximité ;
2° commune : les communes visées au Décret communal du 15 juillet 2005 ;
3° CPAS : les Centres publics d'Action sociale ;
4° organisateur : la personne morale qui assure l'organisation du travail de proximité ;
5° organisations partenaires : les organisations partenaires, visées à l'article 1er, 25°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
6° VDAB : le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ;
7° demandeur d'emploi : le demandeur d'emploi, visé à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
8° chèques-travail de proximité : les chèques [1 ...]1 qui sont utilisés pour rémunérer les travailleurs de proximité pour les activités qu'ils effectuent dans le cadre du travail de proximité ;
9° travail de proximité : une mesure visant à acquérir de l'expérience professionnelle en effectuant des activités auprès d'utilisateurs dans le cadre d'un parcours vers l'emploi ;
10° travailleur de proximité : la personne physique effectuant les activités dans le cadre du travail de proximité.
1° utilisateur : la personne physique, la personne morale, l'organisme public ou l'association de fait qui utilise des chèques-travail de proximité pour faire effectuer des activités de travail de proximité ;
2° commune : les communes visées au Décret communal du 15 juillet 2005 ;
3° CPAS : les Centres publics d'Action sociale ;
4° organisateur : la personne morale qui assure l'organisation du travail de proximité ;
5° organisations partenaires : les organisations partenaires, visées à l'article 1er, 25°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
6° VDAB : le " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " ;
7° demandeur d'emploi : le demandeur d'emploi, visé à l'article 1er, 7°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle ;
8° chèques-travail de proximité : les chèques [1 ...]1 qui sont utilisés pour rémunérer les travailleurs de proximité pour les activités qu'ils effectuent dans le cadre du travail de proximité ;
9° travail de proximité : une mesure visant à acquérir de l'expérience professionnelle en effectuant des activités auprès d'utilisateurs dans le cadre d'un parcours vers l'emploi ;
10° travailleur de proximité : la personne physique effectuant les activités dans le cadre du travail de proximité.
Wijzigingen
Art. 4. Er wordt een PWA-stelsel opgericht voor het Vlaamse Gewest in de zin van artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, hierna het stelsel wijk-werken te noemen. In het stelsel wijk-werken verrichten wijk-werkers activiteiten bij gebruikers. Per gepresteerd uur ontvangt de wijk-werker een wijk-werkcheque van de gebruiker. Elk begonnen uur van prestaties geeft recht op een wijk-werkcheque.
Het stelsel wijk-werken is toegankelijk voor werkzoekenden en gebruikers die hun domicilie of vestigingseenheid hebben in het Vlaamse Gewest, voor activiteiten die plaatsvinden in het Vlaamse Gewest.
Het stelsel wijk-werken is toegankelijk voor werkzoekenden en gebruikers die hun domicilie of vestigingseenheid hebben in het Vlaamse Gewest, voor activiteiten die plaatsvinden in het Vlaamse Gewest.
Art. 4. Il est créé un régime ALE pour la Région flamande au sens de l'article 6, § 1er, IX, 11°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles, ci-après dénommé le régime du travail de proximité. Dans le cadre du régime de travail de proximité, des travailleurs de proximité effectuent des activités auprès d'utilisateurs. Par heure prestée le travailleur de proximité reçoit un chèque-travail de proximité de l'utilisateur. Chaque heure commencée de prestations donne droit à un chèque-travail de proximité.
Le régime du travail de proximité est accessible aux demandeurs d'emploi et aux utilisateurs ayant leur domicile ou unité d'établissement en Région flamande, pour des activités qui ont lieu en Région flamande.
Le régime du travail de proximité est accessible aux demandeurs d'emploi et aux utilisateurs ayant leur domicile ou unité d'établissement en Région flamande, pour des activités qui ont lieu en Région flamande.
Art. 5. De volgende vier afzonderlijke partners zijn betrokken bij wijk-werken:
1° de VDAB;
2° de gemeente;
3° de organisator;
4° het OCMW.
1° de VDAB;
2° de gemeente;
3° de organisator;
4° het OCMW.
Art. 5. Les quatre partenaires distincts suivants sont associés au travail de proximité :
1° le VDAB ;
2° la commune ;
3° l'organisateur ;
4° le CPAS.
1° le VDAB ;
2° la commune ;
3° l'organisateur ;
4° le CPAS.
Art. 6. De VDAB of de partnerorganisaties leiden de niet-leefloongerechtigde werkzoekenden toe naar wijk-werken. De OCMW's leiden de leefloongerechtigden toe naar wijk-werken. Leefloongerechtigden dienen ingeschreven te worden als werkzoekende bij VDAB voor de start van wijk-werken, overeenkomstig artikel 11.
In het eerste lid wordt verstaan onder leefloongerechtigde: de leefloongerechtigde, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
De Vlaamse Regering bepaalt welke partnerorganisaties de toeleiding naar wijk-werken kunnen doen.
In het eerste lid wordt verstaan onder leefloongerechtigde: de leefloongerechtigde, vermeld in artikel 2, 13°, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding".
De Vlaamse Regering bepaalt welke partnerorganisaties de toeleiding naar wijk-werken kunnen doen.
Art. 6. Le VDAB ou les organisations partenaires orientent les demandeurs d'emploi non bénéficiaires du revenu d'intégration, au travail de proximité. Les CPAS orientent les bénéficiaires du revenu d'intégration au travail de proximité. Les bénéficiaires du revenu d'intégration doivent être inscrits comme demandeur d'emploi auprès du VDAB avant le début du travail de proximité, conformément à l'article 11.
Dans l'alinéa 1er, on entend par bénéficiaire du revenu d'intégration, le bénéficiaire du revenu d'intégration visé à l'article 2, 13° du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Le Gouvernement flamand détermine quelles organisations partenaires peuvent effectuer l'orientation vers le travail de proximité.
Dans l'alinéa 1er, on entend par bénéficiaire du revenu d'intégration, le bénéficiaire du revenu d'intégration visé à l'article 2, 13° du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle).
Le Gouvernement flamand détermine quelles organisations partenaires peuvent effectuer l'orientation vers le travail de proximité.
Art. 7. Wijk-werken heeft als doelstelling om werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt werkervaring te laten opdoen minstens gericht op het behoud van reeds verworven competenties. Dat gebeurt door het uitvoeren van maatschappelijk relevante activiteiten binnen een reële arbeidsmarktomgeving door middel van werkplekken op lokaal niveau bij een gebruiker. De werkzoekende kan werkervaring opbouwen in functie van een individueel traject naar werk dat gericht is op het normale economische circuit.
Art. 7. Le travail de proximité vise à permettre aux demandeurs d'emploi qui sont à grande distance du marché du travail régulier d'acquérir une expérience professionnelle au moins axée sur le maintien de compétences déjà acquises. Cette expérience professionnelle est acquise en effectuant des activités pertinentes du point de vue social au sein d'un environnement réel de marché du travail au moyen de lieux de travail au niveau local auprès d'un utilisateur. Le demandeur d'emploi peut développer une expérience professionnelle en fonction d'un parcours individuel vers l'emploi qui est axé sur le circuit économique normal.
Art. 8. Tijdens wijk-werken wordt de werkzoekende begeleid door de VDAB, de partnerorganisaties of de OCMW's om de doelstelling van het stelsel te verwezenlijken en de wijk-werker te ondersteunen. Die begeleiding omvat de volgende taken:
1° het vastgelegde traject naar werk opstellen en opvolgen;
2° het vastgelegde traject naar werk evalueren;
3° het traject naar werk in overleg met de werkzoekende bijsturen.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toeleiding, de voorwaarden voor de toegang tot het wijk-werken, en de begeleiding tijdens het wijk-werken.
1° het vastgelegde traject naar werk opstellen en opvolgen;
2° het vastgelegde traject naar werk evalueren;
3° het traject naar werk in overleg met de werkzoekende bijsturen.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toeleiding, de voorwaarden voor de toegang tot het wijk-werken, en de begeleiding tijdens het wijk-werken.
Art. 8. Au cours du travail de proximité, le demandeur d'emploi est accompagné par le VDAB, les organisations partenaires ou les CPAS afin de réaliser l'objectif du régime et de soutenir le travailleur de proximité. Cet accompagnement comprend les tâches suivantes :
1° l'établissement et le suivi du parcours défini vers l'emploi ;
2° l'évaluation du parcours défini vers l'emploi ;
3° l'ajustement, en concertation avec le demandeur d'emploi, du parcours vers l'emploi.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant l'orientation, les conditions d'accès au travail de proximité, et l'accompagnement pendant le travail de proximité.
1° l'établissement et le suivi du parcours défini vers l'emploi ;
2° l'évaluation du parcours défini vers l'emploi ;
3° l'ajustement, en concertation avec le demandeur d'emploi, du parcours vers l'emploi.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant l'orientation, les conditions d'accès au travail de proximité, et l'accompagnement pendant le travail de proximité.
Art. 9. De duurtijd van wijk-werken wordt voor elke werkzoekende individueel bepaald aan de hand van de te overbruggen afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. Een wijk-werker kan maximaal twaalf maanden in het stelsel van wijk-werken activiteiten verrichten, berekend van datum tot datum.
De maximumtermijn van twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor personen die op 30 september 2017 verbonden zijn met een PWA-arbeidsovereenkomst of aan wie minstens honderd PWA-cheques zijn uitbetaald in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2017. Die personen worden ook begeleid door de VDAB, de partnerorganisaties of het OCMW met toepassing van artikel 8.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de duurtijd, de schorsing, de hervatting en de stopzetting van wijk-werken.
De maximumtermijn van twaalf maanden, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor personen die op 30 september 2017 verbonden zijn met een PWA-arbeidsovereenkomst of aan wie minstens honderd PWA-cheques zijn uitbetaald in de periode van 1 oktober 2015 tot en met 30 september 2017. Die personen worden ook begeleid door de VDAB, de partnerorganisaties of het OCMW met toepassing van artikel 8.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de duurtijd, de schorsing, de hervatting en de stopzetting van wijk-werken.
Art. 9. La durée du travail de proximité est définie individuellement pour chaque demandeur d'emploi à l'aide de la distance par rapport au marché du travail régulier à couvrir. Un travailleur de proximité peut effectuer des activités dans le cadre du régime du travail de proximité pendant un délai maximal de douze mois, calculé de date en date.
Le délai maximal de douze mois, visé à l'alinéa 1er, ne vaut pas pour les personnes qui sont liées, le 30 septembre 2017, par un contrat de travail ALE ou auxquelles au moins cent chèques ALE ont été payés au cours de la période du 1er octobre 2015 au 30 septembre 2017. Ces personnes sont également accompagnées par le VDAB, les organisations partenaires ou le CPAS en application de l'article 8.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant la durée, la suspension, la reprise et la cessation du travail de proximité.
Le délai maximal de douze mois, visé à l'alinéa 1er, ne vaut pas pour les personnes qui sont liées, le 30 septembre 2017, par un contrat de travail ALE ou auxquelles au moins cent chèques ALE ont été payés au cours de la période du 1er octobre 2015 au 30 septembre 2017. Ces personnes sont également accompagnées par le VDAB, les organisations partenaires ou le CPAS en application de l'article 8.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant la durée, la suspension, la reprise et la cessation du travail de proximité.
Afdeling 2. - Doelgroep
Section 2. - Groupe-cible
Art. 10. Wijk-werken is een stelsel dat toegankelijk is voor werkzoekenden met een grote afstand tot de reguliere arbeidsmarkt. De werkzoekende:
1° heeft een gebrek aan werkervaring of recente werkervaring;
2° verkeert niet in de mogelijkheid om minimaal een halftijdse professionele tijdsbesteding op te nemen, waardoor instroom in een andere maatregel niet haalbaar is in functie van een traject naar werk;
3° kan na wijk-werken doorstromen naar een volgende stap in het traject naar werk.
Als andere instrumenten beter passen in het traject naar werk van de werkzoekende, stapt de werkzoekende over naar andere instrumenten.
1° heeft een gebrek aan werkervaring of recente werkervaring;
2° verkeert niet in de mogelijkheid om minimaal een halftijdse professionele tijdsbesteding op te nemen, waardoor instroom in een andere maatregel niet haalbaar is in functie van een traject naar werk;
3° kan na wijk-werken doorstromen naar een volgende stap in het traject naar werk.
Als andere instrumenten beter passen in het traject naar werk van de werkzoekende, stapt de werkzoekende over naar andere instrumenten.
Art. 10. Le travail de proximité est un régime accessible aux demandeurs d'emploi qui sont à une grande distance du marché du travail régulier. Le demandeur d'emploi :
1° a un manque d'expérience professionnelle ou d'expérience professionnelle récente ;
2° est dans l'impossibilité d'assumer au minimum un emploi du temps à mi-temps, ce qui rend l'entrée dans une autre mesure non réalisable en fonction d'un parcours vers l'emploi ;
3° peut accéder, après le travail de proximité, à une phase suivante du parcours vers l'emploi.
Si d'autres instruments conviennent mieux dans le parcours vers le travail du demandeur d'emploi, ce dernier passe à d'autres instruments.
1° a un manque d'expérience professionnelle ou d'expérience professionnelle récente ;
2° est dans l'impossibilité d'assumer au minimum un emploi du temps à mi-temps, ce qui rend l'entrée dans une autre mesure non réalisable en fonction d'un parcours vers l'emploi ;
3° peut accéder, après le travail de proximité, à une phase suivante du parcours vers l'emploi.
Si d'autres instruments conviennent mieux dans le parcours vers le travail du demandeur d'emploi, ce dernier passe à d'autres instruments.
Art. 11. De werkzoekende schrijft zich in als werkzoekende bij VDAB vóór wijk-werken wordt gestart.
Tijdens wijk-werken blijft de werkzoekende beschikbaar voor de arbeidsmarkt, tenzij hij zich op een vrijstelling van beschikbaarheid kan beroepen.
Tijdens wijk-werken blijft de werkzoekende beschikbaar voor de arbeidsmarkt, tenzij hij zich op een vrijstelling van beschikbaarheid kan beroepen.
Art. 11. Le demandeur d'emploi s'inscrit comme demandeur d'emploi auprès du VDAB avant le début du travail de proximité.
Pendant le travail de proximité le demandeur d'emploi reste disponible pour le marché du travail, sauf s'il peut invoquer une dispense de disponibilité.
Pendant le travail de proximité le demandeur d'emploi reste disponible pour le marché du travail, sauf s'il peut invoquer une dispense de disponibilité.
Afdeling 3. - Overeenkomst en statuut
Section 3. - Contrat et statut
Art. 12. De wijk-werker sluit met de organisator een wijk-werkovereenkomst.
In het eerste lid wordt verstaan onder wijk-werkovereenkomst: een PWA-arbeidsovereenkomst gesloten met toepassing van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst.
In het eerste lid wordt verstaan onder wijk-werkovereenkomst: een PWA-arbeidsovereenkomst gesloten met toepassing van de wet van 7 april 1999 betreffende de PWA-arbeidsovereenkomst.
Art. 12. Le travailleur de proximité conclut un contrat de travail de proximité avec l'organisateur.
Dans l'alinéa 1er, on entend par contrat de travail de proximité, un contrat de travail ALE conclu en application de la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE.
Dans l'alinéa 1er, on entend par contrat de travail de proximité, un contrat de travail ALE conclu en application de la loi du 7 avril 1999 relative au contrat de travail ALE.
Afdeling 4. - Regie en werkingsprincipes
Section 4. - Gestion et principes de fonctionnement
Art. 13. § 1. De gemeente heeft de volgende taken voor de regie van het wijk-werken:
1° het detecteren van de lokale noden met betrekking tot activiteiten die niet worden uitgevoerd in het reguliere arbeidscircuit;
2° het bepalen van lokale uitbreidingen of beperkingen op de lijst van activiteiten, zoals bepaald in artikel 27 van dit decreet;
3° het bewaken van de lijst van activiteiten, zodat er geen verdringing van de reguliere arbeid kan zijn;
4° het uitbouwen van een samenwerking en coördinatie met de VDAB en de organisator;
5° het informeren en sensibiliseren van de gebruikers;
6° het verzamelen en aanleveren aan de organisator van mogelijke werkplekken voor het verrichten van wijk-werken.
§ 2. De gemeente kan de taken, vermeld in paragraaf 1, zelf uitvoeren, of voor de uitvoering van die taken [1 een samenwerking aangaan als vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 2° ]1.
Voor de taken, vermeld in paragraaf 1, maakt de gemeente gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9.
§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de taken, vermeld in paragraaf 1.
1° het detecteren van de lokale noden met betrekking tot activiteiten die niet worden uitgevoerd in het reguliere arbeidscircuit;
2° het bepalen van lokale uitbreidingen of beperkingen op de lijst van activiteiten, zoals bepaald in artikel 27 van dit decreet;
3° het bewaken van de lijst van activiteiten, zodat er geen verdringing van de reguliere arbeid kan zijn;
4° het uitbouwen van een samenwerking en coördinatie met de VDAB en de organisator;
5° het informeren en sensibiliseren van de gebruikers;
6° het verzamelen en aanleveren aan de organisator van mogelijke werkplekken voor het verrichten van wijk-werken.
§ 2. De gemeente kan de taken, vermeld in paragraaf 1, zelf uitvoeren, of voor de uitvoering van die taken [1 een samenwerking aangaan als vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 2° ]1.
Voor de taken, vermeld in paragraaf 1, maakt de gemeente gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9.
§ 3. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de taken, vermeld in paragraaf 1.
Art. 13. § 1er. La commune a les tâches suivantes quant à la gestion du travail de proximité :
1° la détection des besoins locaux relatifs aux activités qui ne sont pas réalisées dans le cadre du circuit de travail régulier ;
2° la détermination d'extensions ou de limitations locales sur la liste des activités, telles que fixées à l'article 27 du présent décret ;
3° le contrôle de la liste des activités, afin de prévenir l'éviction du travail régulier ;
4° le développement d'une coopération et coordination avec le VDAB et l'organisateur ;
5° l'information et la sensibilisation des utilisateurs ;
6° la collecte et la fourniture à l'organisateur de lieux de travail éventuels pour exécuter du travail de proximité.
§ 2. La commune peut exécuter elle-même les tâches, visées au paragraphe 1er, ou [1 entrer en partenariat à cet effet, au sens de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°]1.
Pour les tâches, visées au paragraphe 1er, la commune utilise la plate-forme, visée à la section 9.
§ 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour les tâches visées au paragraphe 1er.
1° la détection des besoins locaux relatifs aux activités qui ne sont pas réalisées dans le cadre du circuit de travail régulier ;
2° la détermination d'extensions ou de limitations locales sur la liste des activités, telles que fixées à l'article 27 du présent décret ;
3° le contrôle de la liste des activités, afin de prévenir l'éviction du travail régulier ;
4° le développement d'une coopération et coordination avec le VDAB et l'organisateur ;
5° l'information et la sensibilisation des utilisateurs ;
6° la collecte et la fourniture à l'organisateur de lieux de travail éventuels pour exécuter du travail de proximité.
§ 2. La commune peut exécuter elle-même les tâches, visées au paragraphe 1er, ou [1 entrer en partenariat à cet effet, au sens de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°]1.
Pour les tâches, visées au paragraphe 1er, la commune utilise la plate-forme, visée à la section 9.
§ 3. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour les tâches visées au paragraphe 1er.
Wijzigingen
Art. 14. § 1. De gemeente heeft de volgende taak inzake de organisatie van het wijk-werken:
1° hetzij het oprichten van een organisator als het een gemeente betreft die minstens zestigduizend inwoners heeft;
2°[1 hetzij het vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid als vermeld in deel 3, titel 3, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, of een interlokale vereniging als vermeld in deel 3, titel 3, hoofdstuk 2, van het voormelde decreet als een van de deelnemende gemeenten aangesteld wordt als beherende gemeente die de vereniging vertegenwoordigt, of een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van het voormelde decreet, die als organisator optreedt of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat het samenwerkingsverband of de vereniging of de vennootschap een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat;]1;
3° hetzij de organisatie van wijk-werken over te laten aan de VDAB.
Voor de taak, vermeld in het eerste lid, 2°, kan de gemeente ervoor kiezen om een bestaand samenwerkingsverband of een bestaande vereniging als vermeld in het voormelde punt 2°, te belasten met de organisatie van wijk-werken.
Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder oprichten van een organisator: het oprichten van een rechtspersoon of het aanduiden van een bestaande rechtspersoon die als organisator zal optreden. De Vlaamse Regering bepaalt welke vormen van rechtspersoonlijkheid in aanmerking komen als organisator.
[1 De gemeenten organiseren het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, de interlokale vereniging of de vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, 2°, uiterlijk op 1 januari 2026 in overeenstemming met de principes, vermeld in artikel 6 van het Regiodecreet van 3 februari 2023. Artikel 7 van het voormelde decreet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevoegde orgaan van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, de interlokale vereniging of de vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, 2°, de aanvraag tot afwijking indient;]1
§ 2. Als de gemeente kiest voor de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, zal de VDAB optreden als organisator.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van deze paragraaf als een gemeente op een later tijdstip wil gebruikmaken van de mogelijkheden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°.
§ 3. Er kan worden afgeweken van de vereiste van zestigduizend inwoners vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, als de gemeente of het samenwerkingsverband daartoe een gemotiveerde aanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van deze paragraaf aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe een gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend.
§ 4. In afwijking van [1 het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]1 of andere reglementering die de lokale besturen bindt, kan de beslissing tot oprichting van een organisator met toepassing van dit artikel genomen worden tijdens kalenderjaren 2017 en 2018, ongeacht de nabijheid van de verkiezingen voor de algehele vernieuwing van de gemeenteraden.
§ 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen met betrekking tot dit artikel. De Vlaamse Regering kan bepalen welke vormen van rechtspersonen kunnen optreden als organisator en onder welke voorwaarden.
1° hetzij het oprichten van een organisator als het een gemeente betreft die minstens zestigduizend inwoners heeft;
2°[1 hetzij het vormen van een samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid als vermeld in deel 3, titel 3, hoofdstuk 3, van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, of een interlokale vereniging als vermeld in deel 3, titel 3, hoofdstuk 2, van het voormelde decreet als een van de deelnemende gemeenten aangesteld wordt als beherende gemeente die de vereniging vertegenwoordigt, of een vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn als vermeld in deel 3, titel 4, van het voormelde decreet, die als organisator optreedt of een organisator zal oprichten, op voorwaarde dat het samenwerkingsverband of de vereniging of de vennootschap een grondgebied van zestigduizend inwoners omvat;]1;
3° hetzij de organisatie van wijk-werken over te laten aan de VDAB.
Voor de taak, vermeld in het eerste lid, 2°, kan de gemeente ervoor kiezen om een bestaand samenwerkingsverband of een bestaande vereniging als vermeld in het voormelde punt 2°, te belasten met de organisatie van wijk-werken.
Voor de taken, vermeld in het eerste lid, 1° en 2°, wordt verstaan onder oprichten van een organisator: het oprichten van een rechtspersoon of het aanduiden van een bestaande rechtspersoon die als organisator zal optreden. De Vlaamse Regering bepaalt welke vormen van rechtspersoonlijkheid in aanmerking komen als organisator.
[1 De gemeenten organiseren het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, de interlokale vereniging of de vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, 2°, uiterlijk op 1 januari 2026 in overeenstemming met de principes, vermeld in artikel 6 van het Regiodecreet van 3 februari 2023. Artikel 7 van het voormelde decreet is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het bevoegde orgaan van het samenwerkingsverband met rechtspersoonlijkheid, de interlokale vereniging of de vereniging of vennootschap voor maatschappelijk welzijn, vermeld in het eerste lid, 2°, de aanvraag tot afwijking indient;]1
§ 2. Als de gemeente kiest voor de mogelijkheid, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, zal de VDAB optreden als organisator.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de toepassing van deze paragraaf als een gemeente op een later tijdstip wil gebruikmaken van de mogelijkheden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° of 2°.
§ 3. Er kan worden afgeweken van de vereiste van zestigduizend inwoners vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° en 2°, als de gemeente of het samenwerkingsverband daartoe een gemotiveerde aanvraag indient en voldoet aan de voorwaarden. De Vlaamse Regering bepaalt voor de toepassing van deze paragraaf aan welke voorwaarden moet worden voldaan en hoe een gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend.
§ 4. In afwijking van [1 het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur]1 of andere reglementering die de lokale besturen bindt, kan de beslissing tot oprichting van een organisator met toepassing van dit artikel genomen worden tijdens kalenderjaren 2017 en 2018, ongeacht de nabijheid van de verkiezingen voor de algehele vernieuwing van de gemeenteraden.
§ 5. De Vlaamse Regering kan nadere regels en voorwaarden bepalen met betrekking tot dit artikel. De Vlaamse Regering kan bepalen welke vormen van rechtspersonen kunnen optreden als organisator en onder welke voorwaarden.
Art. 14. § 1er. La commune a la tâche suivante quant à l'organisation du travail de proximité :
1° soit la création d'un organisateur lorsqu'il s'agit d'une commune ayant au moins soixante mille habitants ;
2° [1 soit la formation d'un partenariat doté de la personnalité juridique tel que visé à la partie 3, titre 3, chapitre 3 du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, ou d'une association interlocale telle que visée à la partie 3, titre 3, chapitre 2 du décret précité si l'une des communes participantes est désignée comme commune gestionnaire représentant l'association, ou d'une association ou société d'aide sociale telle que visée à la partie 3, titre 4 du décret précité, qui agit comme organisatrice ou qui créera un organisateur, à condition que le partenariat, l'association ou la société couvre un territoire de soixante-mille habitants ;]1;
3° soit confier l'organisation du travail de proximité au VDAB.
Pour la tâche, visée à l'alinéa 1er, 2°, la commune peut choisir de charger un partenariat existant ou une association existante, tels que visés au point 2° précité, de l'organisation du travail de proximité.
Pour les tâches, visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, on entend par la création d'un organisateur : la création d'une personne morale ou la désignation d'une personne morale existante qui agira comme organisateur. Le Gouvernement flamand détermine quelles formes de personnalité juridique entrent en ligne de compte comme organisateur.
[1 Les communes organisent au plus tard le 1er janvier 2026 le partenariat doté de la personnalité juridique, l'association interlocale ou l'association ou société d'aide sociale, figurant à l'alinéa 1er, 2°, conformément aux principes énoncés à l'article 6 du décret Régions du 3 février 2023. L'article 7 du décret précité s'applique mutatis mutandis, étant entendu que l'organe compétent du partenariat doté de la personnalité juridique, de l'association interlocale ou de l'association ou société d'aide sociale, figurant à l'alinéa 1er, 2°, présente la demande de dérogation.]1
§ 2. Si la commune choisit la possibilité visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le VDAB agira comme organisateur.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant l'application du présent paragraphe si une commune souhaite se servir à une date ultérieure des possibilités, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ou 2°.
§ 3. Il peut être dérogé à l'exigence de soixante mille habitants, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, si la commune ou le partenariat introduit une demande motivée à cet effet et répond aux conditions. Pour l'application du présent paragraphe, le Gouvernement flamand détermine les conditions auxquelles il doit être satisfait, et la manière dont il faut introduire une demande motivée.
§ 4. Par dérogation aux dispositions du décret du 6 juillet 2001 portant réglementation de la coopération intercommunale, aux dispositions du Décret communal du 15 juillet 2005 ou à d'autre réglementation liant les administrations locales, la décision de création d'un organisateur en application du présent article peut être prise pendant les années calendaires 2017 et 2018, malgré l'approche des élections pour le renouvellement intégral des conseils communaux.
§ 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités et conditions relatives au présent article. Le Gouvernement flamand peut déterminer quelles formes de personnes morales peuvent agir comme organisateur, et sous quelles conditions.
1° soit la création d'un organisateur lorsqu'il s'agit d'une commune ayant au moins soixante mille habitants ;
2° [1 soit la formation d'un partenariat doté de la personnalité juridique tel que visé à la partie 3, titre 3, chapitre 3 du décret du 22 décembre 2017 sur l'administration locale, ou d'une association interlocale telle que visée à la partie 3, titre 3, chapitre 2 du décret précité si l'une des communes participantes est désignée comme commune gestionnaire représentant l'association, ou d'une association ou société d'aide sociale telle que visée à la partie 3, titre 4 du décret précité, qui agit comme organisatrice ou qui créera un organisateur, à condition que le partenariat, l'association ou la société couvre un territoire de soixante-mille habitants ;]1;
3° soit confier l'organisation du travail de proximité au VDAB.
Pour la tâche, visée à l'alinéa 1er, 2°, la commune peut choisir de charger un partenariat existant ou une association existante, tels que visés au point 2° précité, de l'organisation du travail de proximité.
Pour les tâches, visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, on entend par la création d'un organisateur : la création d'une personne morale ou la désignation d'une personne morale existante qui agira comme organisateur. Le Gouvernement flamand détermine quelles formes de personnalité juridique entrent en ligne de compte comme organisateur.
[1 Les communes organisent au plus tard le 1er janvier 2026 le partenariat doté de la personnalité juridique, l'association interlocale ou l'association ou société d'aide sociale, figurant à l'alinéa 1er, 2°, conformément aux principes énoncés à l'article 6 du décret Régions du 3 février 2023. L'article 7 du décret précité s'applique mutatis mutandis, étant entendu que l'organe compétent du partenariat doté de la personnalité juridique, de l'association interlocale ou de l'association ou société d'aide sociale, figurant à l'alinéa 1er, 2°, présente la demande de dérogation.]1
§ 2. Si la commune choisit la possibilité visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le VDAB agira comme organisateur.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant l'application du présent paragraphe si une commune souhaite se servir à une date ultérieure des possibilités, visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ou 2°.
§ 3. Il peut être dérogé à l'exigence de soixante mille habitants, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° et 2°, si la commune ou le partenariat introduit une demande motivée à cet effet et répond aux conditions. Pour l'application du présent paragraphe, le Gouvernement flamand détermine les conditions auxquelles il doit être satisfait, et la manière dont il faut introduire une demande motivée.
§ 4. Par dérogation aux dispositions du décret du 6 juillet 2001 portant réglementation de la coopération intercommunale, aux dispositions du Décret communal du 15 juillet 2005 ou à d'autre réglementation liant les administrations locales, la décision de création d'un organisateur en application du présent article peut être prise pendant les années calendaires 2017 et 2018, malgré l'approche des élections pour le renouvellement intégral des conseils communaux.
§ 5. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités et conditions relatives au présent article. Le Gouvernement flamand peut déterminer quelles formes de personnes morales peuvent agir comme organisateur, et sous quelles conditions.
Wijzigingen
Art. 15. De wijk-werker kan activiteiten uitvoeren op het grondgebied van elke organisator van wijk-werken. De wijk-werker wordt toegeleid naar de organisator van zijn domicilie.
De gebruiker wendt zich tot de organisator van de plaats waar de activiteiten plaatsvinden, om activiteiten te laten uitvoeren.
Elke organisator heeft een vestigingsplaats in het Vlaamse Gewest.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de bepalingen van dit artikel.
De gebruiker wendt zich tot de organisator van de plaats waar de activiteiten plaatsvinden, om activiteiten te laten uitvoeren.
Elke organisator heeft een vestigingsplaats in het Vlaamse Gewest.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de bepalingen van dit artikel.
Art. 15. Le travailleur de proximité peut effectuer des activités sur le territoire de chaque organisateur de travail de proximité. Le travailleur de proximité est orienté vers l'organisateur de son domicile.
L'utilisateur s'adresse à l'organisateur de l'endroit où les activités ont lieu, afin de faire effectuer des activités.
Chaque organisateur a un lieu d'implantation en Région flamande.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant les dispositions du présent article.
L'utilisateur s'adresse à l'organisateur de l'endroit où les activités ont lieu, afin de faire effectuer des activités.
Chaque organisateur a un lieu d'implantation en Région flamande.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant les dispositions du présent article.
Art. 16. § 1. De VDAB heeft de volgende taken in het kader van wijk-werken:
1° in personeel voor de ondersteuning van de organisatoren voorzien;
2° in het platform, vermeld in afdeling 9, voorzien;
3° de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, opstellen en bewaken;
4° in een samenwerking en coördinatie tussen de VDAB, de gemeenten en de organisator voorzien;
5° als organisator optreden met toepassing van artikel 14, § 2;
6° het voorzien in de betalingen en de financiële werking van het wijk-werken.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de taken, vermeld in het eerste lid.
§ 2. Met toepassing van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers mogen personeelsleden door de VDAB ter beschikking gesteld worden van de organisator met het oog op de organisatie van het wijk-werken.
Gedurende de periode waarin het personeelslid bij de organisator werkt, staat de organisator in voor de toepassing van de wetgeving over de reglementering en de bescherming van de arbeid. In geen geval kan de organisator werkgeversgezag uitoefenen over het personeelslid.
De raad van bestuur van de VDAB beslist over de voorwaarden en modaliteiten van de bepalingen van deze paragraaf.
1° in personeel voor de ondersteuning van de organisatoren voorzien;
2° in het platform, vermeld in afdeling 9, voorzien;
3° de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, opstellen en bewaken;
4° in een samenwerking en coördinatie tussen de VDAB, de gemeenten en de organisator voorzien;
5° als organisator optreden met toepassing van artikel 14, § 2;
6° het voorzien in de betalingen en de financiële werking van het wijk-werken.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de taken, vermeld in het eerste lid.
§ 2. Met toepassing van artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers mogen personeelsleden door de VDAB ter beschikking gesteld worden van de organisator met het oog op de organisatie van het wijk-werken.
Gedurende de periode waarin het personeelslid bij de organisator werkt, staat de organisator in voor de toepassing van de wetgeving over de reglementering en de bescherming van de arbeid. In geen geval kan de organisator werkgeversgezag uitoefenen over het personeelslid.
De raad van bestuur van de VDAB beslist over de voorwaarden en modaliteiten van de bepalingen van deze paragraaf.
Art. 16. § 1er. Le VDAB a les tâches suivantes dans le cadre du travail de proximité :
1° prévoir du personnel pour le soutien des organisateurs ;
2° prévoir la plate-forme visée à la section 9 ;
3° établir et contrôler la liste des activités, visée à l'article 27 ;
4° prévoir une coopération et coordination entre le VDAB, les communes et l'organisateur ;
5° agir comme organisateur en application de l'article 14, § 2 ;
6° prévoir les paiements et le fonctionnement financier du travail de proximité.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux tâches, visées à l'alinéa 1er.
§ 2. En application de l'article 31 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, des membres du personnel peuvent être mis à disposition de l'organisateur par le VDAB en vue de l'organisation du travail de proximité.
Pendant la période lors de laquelle le membre du personnel travaille pour l'organisateur, ce dernier assure l'application de la législation relative à la réglementation et la protection du travail. L'organisateur ne peut en aucun cas exercer une autorité d'employeur par rapport au membre du personnel.
Le conseil d'administration du VDAB décide sur les conditions et modalités des dispositions du présent paragraphe.
1° prévoir du personnel pour le soutien des organisateurs ;
2° prévoir la plate-forme visée à la section 9 ;
3° établir et contrôler la liste des activités, visée à l'article 27 ;
4° prévoir une coopération et coordination entre le VDAB, les communes et l'organisateur ;
5° agir comme organisateur en application de l'article 14, § 2 ;
6° prévoir les paiements et le fonctionnement financier du travail de proximité.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives aux tâches, visées à l'alinéa 1er.
§ 2. En application de l'article 31 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, des membres du personnel peuvent être mis à disposition de l'organisateur par le VDAB en vue de l'organisation du travail de proximité.
Pendant la période lors de laquelle le membre du personnel travaille pour l'organisateur, ce dernier assure l'application de la législation relative à la réglementation et la protection du travail. L'organisateur ne peut en aucun cas exercer une autorité d'employeur par rapport au membre du personnel.
Le conseil d'administration du VDAB décide sur les conditions et modalités des dispositions du présent paragraphe.
Afdeling 5. - Organisatoren van wijk-werken
Section 5. - Organisateurs du travail de proximité
Art. 17. De organisator van wijk-werken heeft de volgende taken:
1° de vraag van de gebruiker matchen met een beschikbare wijk-werker die de activiteit kan uitvoeren in het kader van zijn traject naar werk;
2° de competenties van de wijk-werker en de gegevens die relevant zijn voor zijn traject naar werk, registreren in het systeem van de VDAB, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
3° gebruikers zoeken en in een voldoende aanbod van activiteiten in het kader van wijk-werken voorzien;
4° het platform gebruiken;
5° het verloop van de uitvoering van de activiteiten door de wijk-werker opvolgen, met inbegrip van het registreren van de activiteiten in het platform;
6° administratieve taken vervullen, met inbegrip van de verwerking van de wijk-werkcheques;
7° gebruikers, gemeenten en wijk-werkers bij het gebruik van het platform ondersteunen;
8° informatie verlenen over wijk-werken;
9° het jaarlijks informeren van de gemeente over de uitvoering van het wijk-werken in de betrokken gemeente.
Om de taken, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, maakt de organisator gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9. De organisator voert de taken uit, vermeld in het eerste lid, conform de regelgeving over de [1 bescherming van de persoonlijke levenssfeer]1 en de verwerking van persoonsgegevens.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en regels in verband met het toepassingsgebied, de aard en de inhoud van de organisatie van het wijk-werken, de taken van de organisatie, de controle en het toezicht.
1° de vraag van de gebruiker matchen met een beschikbare wijk-werker die de activiteit kan uitvoeren in het kader van zijn traject naar werk;
2° de competenties van de wijk-werker en de gegevens die relevant zijn voor zijn traject naar werk, registreren in het systeem van de VDAB, vermeld in hoofdstuk VI, afdeling 3, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";
3° gebruikers zoeken en in een voldoende aanbod van activiteiten in het kader van wijk-werken voorzien;
4° het platform gebruiken;
5° het verloop van de uitvoering van de activiteiten door de wijk-werker opvolgen, met inbegrip van het registreren van de activiteiten in het platform;
6° administratieve taken vervullen, met inbegrip van de verwerking van de wijk-werkcheques;
7° gebruikers, gemeenten en wijk-werkers bij het gebruik van het platform ondersteunen;
8° informatie verlenen over wijk-werken;
9° het jaarlijks informeren van de gemeente over de uitvoering van het wijk-werken in de betrokken gemeente.
Om de taken, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, maakt de organisator gebruik van het platform, vermeld in afdeling 9. De organisator voert de taken uit, vermeld in het eerste lid, conform de regelgeving over de [1 bescherming van de persoonlijke levenssfeer]1 en de verwerking van persoonsgegevens.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere voorwaarden en regels in verband met het toepassingsgebied, de aard en de inhoud van de organisatie van het wijk-werken, de taken van de organisatie, de controle en het toezicht.
Art. 17. L'organisateur du travail de proximité a les tâches suivantes :
1° trouver une correspondance entre la demande de l'utilisateur et un travailleur de proximité disponible qui peut effectuer l'activité dans le cadre de son parcours vers l'emploi ;
2° enregistrer les compétences du travailleur de proximité et les données pertinentes pour son parcours vers l'emploi dans le système du VDAB, visé au chapitre VI, section 3, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
3° rechercher des utilisateurs et prévoir une offre suffisante d'activités dans le cadre du travail de proximité ;
4° utiliser la plate-forme ;
5° suivre le déroulement de l'exécution des activités par le travailleur de proximité, y compris l'enregistrement des activités dans la plate-forme ;
6° accomplir des tâches administratives, y compris le traitement des chèques-travail de proximité ;
7° soutenir les utilisateurs, les communes et les travailleurs de proximité lors de l'utilisation de la plate-forme ;
8° fournir des informations relatives au travail de proximité ;
9° informer annuellement la commune sur l'exécution du travail de proximité dans la commune concernée.
Pour exécuter les tâches, visées à l'alinéa 1er, l'organisateur utilise la plate-forme, visée à la section 9. L'organisateur exécute les tâches visées à l'alinéa 1er conformément à la réglementation relative à la [1 protection de la vie privée]1 et au traitement des données à caractère personnel.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les règles concernant le champ d'application, la nature et le contenu de l'organisation du travail de proximité, les tâches de l'organisation, le contrôle et la surveillance.
1° trouver une correspondance entre la demande de l'utilisateur et un travailleur de proximité disponible qui peut effectuer l'activité dans le cadre de son parcours vers l'emploi ;
2° enregistrer les compétences du travailleur de proximité et les données pertinentes pour son parcours vers l'emploi dans le système du VDAB, visé au chapitre VI, section 3, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ;
3° rechercher des utilisateurs et prévoir une offre suffisante d'activités dans le cadre du travail de proximité ;
4° utiliser la plate-forme ;
5° suivre le déroulement de l'exécution des activités par le travailleur de proximité, y compris l'enregistrement des activités dans la plate-forme ;
6° accomplir des tâches administratives, y compris le traitement des chèques-travail de proximité ;
7° soutenir les utilisateurs, les communes et les travailleurs de proximité lors de l'utilisation de la plate-forme ;
8° fournir des informations relatives au travail de proximité ;
9° informer annuellement la commune sur l'exécution du travail de proximité dans la commune concernée.
Pour exécuter les tâches, visées à l'alinéa 1er, l'organisateur utilise la plate-forme, visée à la section 9. L'organisateur exécute les tâches visées à l'alinéa 1er conformément à la réglementation relative à la [1 protection de la vie privée]1 et au traitement des données à caractère personnel.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités et les règles concernant le champ d'application, la nature et le contenu de l'organisation du travail de proximité, les tâches de l'organisation, le contrôle et la surveillance.
Wijzigingen
Art. 18. De organisator ontvangt een deel van de opbrengst van de wijk-werkcheque als vergoeding voor de dienstverlening, vermeld in artikel 17. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels voor die vergoeding.
Art. 18. L'organisateur reçoit une partie du rapport du chèque-travail de proximité comme indemnité pour les services, visés à l'article 17. Le Gouvernement flamand arrête les modalités pour cette indemnité.
Art. 19. De wijk-werker sluit een wijk-werkovereenkomst met de organisator.
Art. 19. Le travailleur de proximité conclut un contrat de travail de proximité avec l'organisateur.
Art. 20. De gebruiker sluit een gebruikersovereenkomst met de organisator.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de gebruikersovereenkomst en de raad van bestuur van VDAB bepaalt het model van de gebruikersovereenkomst.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten omtrent de verplichtingen van de gebruiker.
De Vlaamse Regering bepaalt de inhoud van de gebruikersovereenkomst en de raad van bestuur van VDAB bepaalt het model van de gebruikersovereenkomst.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere modaliteiten omtrent de verplichtingen van de gebruiker.
Art. 20. L'utilisateur conclut une convention d'utilisation avec l'organisateur.
Le Gouvernement flamand détermine le contenu de la convention d'utilisation et le conseil d'administration du VDAB détermine le modèle de la convention d'utilisation.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités concernant les obligations de l'utilisateur.
Le Gouvernement flamand détermine le contenu de la convention d'utilisation et le conseil d'administration du VDAB détermine le modèle de la convention d'utilisation.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités concernant les obligations de l'utilisateur.
Art. 21. De VDAB verzekert de wijk-werker tegen arbeidsongevallen conform de voorwaarden en de regels die de Vlaamse Regering bepaalt.
Artikel 79, § 10, zesde lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 152sexies, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6 van het koninklijk besluit van 17 december 1999 betreffende de PWA-werknemers van wie het loon betaald wordt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 79, § 10, zesde lid, van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 152sexies, § 4, van het voormelde koninklijk besluit, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6 van het koninklijk besluit van 17 december 1999 betreffende de PWA-werknemers van wie het loon betaald wordt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 21. Le VDAB assure le travailleur de proximité contre des accidents de travail conformément aux conditions et règles fixées par le Gouvernement flamand.
L'article 79, § 10, alinéa 6, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, s'applique par analogie.
L'article 152sexies, § 4, de l'arrêté royal précité s'applique par analogie.
L'article 6 de l'arrêté royal du 17 décembre 1999 relatif aux travailleurs ALE dont la rémunération est payée par les centres publics d'aide sociale, s'applique par analogie.
L'article 79, § 10, alinéa 6, de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, s'applique par analogie.
L'article 152sexies, § 4, de l'arrêté royal précité s'applique par analogie.
L'article 6 de l'arrêté royal du 17 décembre 1999 relatif aux travailleurs ALE dont la rémunération est payée par les centres publics d'aide sociale, s'applique par analogie.
Art. 22. De VDAB sluit een verzekeringspolis af voor burgerlijke aansprakelijkheid die volgt uit vorderingen met betrekking tot de uitvoering van wijk-werkactiviteiten.
Art. 22. Le VDAB conclut une police d'assurance couvrant la responsabilité civile découlant d'actions relatives à l'exécution d'activités de travail de proximité.
Art. 23. De organisator hanteert een boekhouding die alle inkomsten en uitgaven die verband houden met wijk-werkactiviteiten, transparant afzondert.
De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen met betrekking tot de boekhouding van de organisator en het toezicht op die boekhouding.
De Vlaamse Regering kan nadere regels opleggen met betrekking tot de boekhouding van de organisator en het toezicht op die boekhouding.
Art. 23. L'organisateur utilise une comptabilité qui sépare de manière transparente toutes les recettes et dépenses relatives aux activités de travail de proximité.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à la comptabilité de l'organisateur et au contrôle de cette comptabilité.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives à la comptabilité de l'organisateur et au contrôle de cette comptabilité.
Art. 24. De Vlaamse Regering kan bepalen dat de organisator een deel van zijn opbrengst moet spenderen aan initiatieven in het kader van activering en werkgelegenheid.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot dit artikel.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot dit artikel.
Art. 24. Le Gouvernement flamand peut déterminer que l'organisateur doit affecter une partie de ses recettes à des initiatives dans le cadre de l'activation et de l'emploi.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au présent article.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au présent article.
Afdeling 6. - Activiteiten
Section 6. - Activités
Art. 25. Gedurende wijk-werken kan een wijk-werker meerdere activiteiten uitvoeren op verschillende werkplekken. Artikel 152sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering is van overeenkomstige toepassing.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de formaliteiten en voorwaarden die nageleefd moeten worden bij de uitvoering van wijk-werkactiviteiten.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen met betrekking tot de formaliteiten en voorwaarden die nageleefd moeten worden bij de uitvoering van wijk-werkactiviteiten.
Art. 25. Pendant le travail de proximité, un travailleur de proximité peut effectuer plusieurs activités à plusieurs lieux de travail. L'article 152sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, s'applique par analogie.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant les formalités et conditions qui doivent être remplies lors de l'exécution d'activités de travail de proximité.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités concernant les formalités et conditions qui doivent être remplies lors de l'exécution d'activités de travail de proximité.
Art. 26. De activiteiten in het kader van wijk-werken mogen in geen geval tot gevolg hebben dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie.
Art. 26. Les activités dans le cadre du travail de proximité ne peuvent en aucun cas aboutir à l'éviction du travail régulier, ni dans le circuit économique normal, ni dans l'économie sociale.
Art. 27. De raad van bestuur van de VDAB bepaalt de lijst van activiteiten die verricht mogen worden in het Vlaamse Gewest in het kader van wijk-werken. Die lijst kan uitgebreid, aangepast of beperkt worden door de raad van bestuur van de VDAB zonder dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie.
Gemeenten kunnen, voor hun grondgebied, de lijst van activiteiten verder uitbreiden of beperken zonder dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie. De gemeente kan dit zelf doen, of hiervoor [1 een samenwerking aangaan als vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 2°]1.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling en de aanpassingen van de lijst, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan bepalen om bepaalde activiteiten voor te behouden aan bepaalde categorieën van gebruikers.
Gemeenten kunnen, voor hun grondgebied, de lijst van activiteiten verder uitbreiden of beperken zonder dat er verdringing van reguliere arbeid is, noch in het normale economische circuit, noch in de sociale economie. De gemeente kan dit zelf doen, of hiervoor [1 een samenwerking aangaan als vermeld in artikel 14, § 1, eerste lid, 2°]1.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de vaststelling en de aanpassingen van de lijst, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan bepalen om bepaalde activiteiten voor te behouden aan bepaalde categorieën van gebruikers.
Art. 27. Le conseil d'administration du VDAB détermine la liste d'activités pouvant être effectuées en Région flamande dans le cadre du travail de proximité. Cette liste peut être étendue, adaptée ou limitée par le conseil d'administration du VDAB sans aboutir à l'éviction du travail régulier, ni dans le circuit économique normal, ni dans l'économie sociale.
Les communes peuvent continuer à étendre ou limiter la liste des activités pour leur territoire, sans aboutir à l'éviction du travail régulier, ni dans le circuit économique normal, ni dans l'économie sociale. La commune peut faire ceci elle-même, ou [1 entrer en partenariat à cet effet, au sens de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°]1.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de l'établissement et des adaptations de la liste, visés aux alinéas 1er et 2. Le Gouvernement flamand peut déterminer de réserver certaines activités à certaines catégories d'utilisateurs.
Les communes peuvent continuer à étendre ou limiter la liste des activités pour leur territoire, sans aboutir à l'éviction du travail régulier, ni dans le circuit économique normal, ni dans l'économie sociale. La commune peut faire ceci elle-même, ou [1 entrer en partenariat à cet effet, au sens de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°]1.
Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités de l'établissement et des adaptations de la liste, visés aux alinéas 1er et 2. Le Gouvernement flamand peut déterminer de réserver certaines activités à certaines catégories d'utilisateurs.
Wijzigingen
Art. 28. Als blijkt dat de uitbreidingen van de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27 de reguliere arbeid verdringen of het welzijn van de wijk-werker in het gedrang brengen, kan de raad van bestuur van de VDAB die uitbreidingen schrappen. Die beslissing heeft uitwerking vanaf de datum van beslissing door de raad van bestuur van de VDAB.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de evaluatie, monitoring en bijsturing van de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, eerste en tweede lid.
De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de evaluatie, monitoring en bijsturing van de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27, eerste en tweede lid.
Art. 28. S'il s'avère que les extensions de la liste des activités, visées à l'article 27, aboutissent à l'éviction du travail régulier ou compromettent le bien-être du travailleur de proximité, le conseil d'administration du VDAB peut supprimer ces extensions. Cette décision produit ses effets à partir de la date de la décision du conseil d'administration du VDAB.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'évaluation, du monitoring et de l'ajustement de la liste des activités, visés à l'article 27, alinéas 1er et 2.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités de l'évaluation, du monitoring et de l'ajustement de la liste des activités, visés à l'article 27, alinéas 1er et 2.
Art. 29. De Vlaamse Regering bepaalt het maximum aantal uren dat een wijk-werker mag verrichten.
Art. 29. Le Gouvernement flamand détermine le nombre maximal d'heures qu'un travailleur de proximité peut effectuer.
Afdeling 7. - De gebruikers
Section 7. - Les utilisateurs
Art. 30. Zowel natuurlijke personen, rechtspersonen, overheidsinstellingen als feitelijke verenigingen kunnen gebruikmaken van wijk-werken. De gebruiker koopt een wijk-werkcheque aan voor elk begonnen uur van wijk-werken.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de categorieën van gebruikers die kunnen gebruikmaken van wijk-werken.
De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen voor de categorieën van gebruikers die kunnen gebruikmaken van wijk-werken.
Art. 30. Tant des personnes physiques, des personnes morales, des organismes publics que des associations de fait peuvent faire appel au travail de proximité. L'utilisateur achète un chèque-travail de proximité pour chaque heure commencée de travail de proximité.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour les catégories d'utilisateurs qui peuvent faire appel au travail de proximité.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités pour les catégories d'utilisateurs qui peuvent faire appel au travail de proximité.
Art. 31. De organisator vraagt aan de kandidaat-gebruiker een jaarlijks inschrijvingsrecht. De Vlaamse Regering bepaalt het bedrag van het inschrijvingsrecht en aan wie het inschrijvingsrecht toekomt.
Art. 31. L'organisateur demande au candidat-utilisateur un droit d'inscription annuel. Le Gouvernement flamand détermine le montant du droit d'inscription et celui auquel le droit d'inscription revient.
Art. 32. De kandidaat-gebruiker dient voorafgaand aan de start van de activiteiten bij de organisator een aanvraag in waarin hij de te verrichten activiteiten omschrijft. De organisator stelt vast of die activiteiten toegelaten zijn volgens de activiteitenlijst, vermeld in artikel 27.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en regels bepalen voor de indiening van de aanvraag en voor de te verlenen toelating.
De Vlaamse Regering kan nadere voorwaarden en regels bepalen voor de indiening van de aanvraag en voor de te verlenen toelating.
Art. 32. Préalablement au début des activités, le candidat-utilisateur introduit une demande auprès de l'organisateur dans laquelle il décrit les activités à effectuer. L'organisateur vérifie si ces activités sont autorisées selon la liste des activités, visée à l'article 27.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions et modalités relatives à l'introduction de la demande et à l'autorisation à accorder.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des conditions et modalités relatives à l'introduction de la demande et à l'autorisation à accorder.
Art. 33. De wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van het werk is van overeenkomstige toepassing.
Art. 33. La loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail s'applique par analogie.
Afdeling 8. - Wijk-werkcheque
Section 8. - Chèque-travail de proximité
Art. 34. De wijk-werker ontvangt voor elk begonnen uur wijk-werken een wijk-werkcheque van de gebruiker.
De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding die de wijk-werker ontvangt per cheque en de wijze waarop de wijk-werker de wijk-werkcheque kan indienen bij de organisator.
[1 De Vlaamse Regering kan de wijze van uitgifte en andere modaliteiten in verband met de wijk-werkcheques bepalen]1.
De Vlaamse Regering bepaalt de vergoeding die de wijk-werker ontvangt per cheque en de wijze waarop de wijk-werker de wijk-werkcheque kan indienen bij de organisator.
[1 De Vlaamse Regering kan de wijze van uitgifte en andere modaliteiten in verband met de wijk-werkcheques bepalen]1.
Art. 34. Le travailleur de proximité reçoit un chèque-travail de proximité de l'utilisateur pour chaque heure commencée de travail de proximité.
Le Gouvernement flamand détermine l'indemnité que le travailleur de proximité reçoit par chèque ainsi que la manière dont le travailleur de proximité peut introduire le chèque-travail de proximité auprès de l'organisateur.
[1 Le Gouvernement flamand peut déterminer le mode d'émission et les autres modalités relatives aux chèques-travail de proximité.]1.
Le Gouvernement flamand détermine l'indemnité que le travailleur de proximité reçoit par chèque ainsi que la manière dont le travailleur de proximité peut introduire le chèque-travail de proximité auprès de l'organisateur.
[1 Le Gouvernement flamand peut déterminer le mode d'émission et les autres modalités relatives aux chèques-travail de proximité.]1.
Wijzigingen
Art. 35. De Vlaamse Regering kan voorzien in een tegemoetkoming voor de verplaatsingskosten van de wijk-werker.
De Vlaamse Regering legt nadere regels vast met betrekking tot het bedrag en de voorwaarden van deze tegemoetkoming, en ten laste van wie deze verplaatsingskosten zijn.
De Vlaamse Regering legt nadere regels vast met betrekking tot het bedrag en de voorwaarden van deze tegemoetkoming, en ten laste van wie deze verplaatsingskosten zijn.
Art. 35. Le Gouvernement flamand peut prévoir une intervention dans les frais de déplacement du travailleur de proximité.
Le Gouvernement flamand établit les modalités relatives au montant et aux conditions de cette intervention, et à la partie qui doit prendre en charge ces frais de déplacement.
Le Gouvernement flamand établit les modalités relatives au montant et aux conditions de cette intervention, et à la partie qui doit prendre en charge ces frais de déplacement.
Art. 36. De Vlaamse Regering bepaalt de aanschafprijs die de gebruiker moet betalen voor de wijk-werkcheque.
De Vlaamse Regering kan bij het bepalen van de aanschafprijs een onderscheid maken per soort activiteit en per soort gebruiker.
De Vlaamse Regering kan aan de gemeenten de mogelijkheid geven om de aanschafprijs te bepalen binnen de grenzen die zij vastlegt.
De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gebruiker de wijk-werkcheque kan aankopen, aan wie welk deel van het bedrag van de wijk-werkcheque toekomt, hoe het bedrag van de wijk-werkcheque wordt aangewend en de wijze waarop de gebruiker de terugbetaling van de wijk-werkcheque kan verkrijgen.
De Vlaamse Regering kan bij het bepalen van de aanschafprijs een onderscheid maken per soort activiteit en per soort gebruiker.
De Vlaamse Regering kan aan de gemeenten de mogelijkheid geven om de aanschafprijs te bepalen binnen de grenzen die zij vastlegt.
De Vlaamse Regering kan de wijze bepalen waarop de gebruiker de wijk-werkcheque kan aankopen, aan wie welk deel van het bedrag van de wijk-werkcheque toekomt, hoe het bedrag van de wijk-werkcheque wordt aangewend en de wijze waarop de gebruiker de terugbetaling van de wijk-werkcheque kan verkrijgen.
Art. 36. Le Gouvernement flamand détermine le prix d'acquisition que l'utilisateur doit payer pour le chèque-travail de proximité.
Lors de la détermination du prix d'acquisition, le Gouvernement flamand peut faire une distinction selon le type d'activité et le type d'utilisateur.
Le Gouvernement flamand peut offrir la possibilité aux communes de déterminer le prix d'acquisition dans les limites fixés par lui.
Le Gouvernement flamand peut déterminer le mode d'acquisition du chèque-travail de proximité par l'utilisateur, quelle partie du montant du chèque-travail de proximité revient à qui, la manière dont le montant du chèque-travail de proximité est affecté, ainsi que la manière dont l'utilisateur peut obtenir le remboursement du chèque-travail de proximité.
Lors de la détermination du prix d'acquisition, le Gouvernement flamand peut faire une distinction selon le type d'activité et le type d'utilisateur.
Le Gouvernement flamand peut offrir la possibilité aux communes de déterminer le prix d'acquisition dans les limites fixés par lui.
Le Gouvernement flamand peut déterminer le mode d'acquisition du chèque-travail de proximité par l'utilisateur, quelle partie du montant du chèque-travail de proximité revient à qui, la manière dont le montant du chèque-travail de proximité est affecté, ainsi que la manière dont l'utilisateur peut obtenir le remboursement du chèque-travail de proximité.
Art. 37. De raad van bestuur van de VDAB wijst [1 de verstrekker]1 aan die instaat voor de uitgifte van de wijk-werkcheques.
Art. 37. [1 Le conseil d'administration du VDAB désigne le dispensateur assurant l'émission des chèques-travail de proximité ]1.
Wijzigingen
Art. 38. De raad van bestuur van de VDAB bepaalt het model van de wijk-werkcheques.
Art. 38. Le conseil d'administration du VDAB détermine le modèle des chèques-travail de proximité.
Afdeling 9. - Platform
Section 9. - Plate-forme
Art. 39. Er wordt voorzien in een "platform wijk-werken". Dat platform wordt gebruikt om:
1° gebruikers te registreren;
2° wijk-werkers te registreren;
3° de toegelaten activiteiten te registreren en te beheren;
4° werkplekken te laten melden door gebruikers of organisator;
5° activiteiten en werkplekken te monitoren;
6° gegevensstromen vanuit de VDAB en de partnerorganisaties naar de organisatoren van wijk-werken te creëren en vice versa;
7° werkzoekenden met beschikbare werkplekken te matchen;
8° het contingent van personen tewerkgesteld in het PWA-systeem, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, te monitoren.
De organisatoren van wijk-werken dienen gebruik te maken van dat platform.
1° gebruikers te registreren;
2° wijk-werkers te registreren;
3° de toegelaten activiteiten te registreren en te beheren;
4° werkplekken te laten melden door gebruikers of organisator;
5° activiteiten en werkplekken te monitoren;
6° gegevensstromen vanuit de VDAB en de partnerorganisaties naar de organisatoren van wijk-werken te creëren en vice versa;
7° werkzoekenden met beschikbare werkplekken te matchen;
8° het contingent van personen tewerkgesteld in het PWA-systeem, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, te monitoren.
De organisatoren van wijk-werken dienen gebruik te maken van dat platform.
Art. 39. Il est prévu une " plate-forme de travail de proximité ". Cette plate-forme est utilisée pour :
1° enregistrer des utilisateurs ;
2° enregistrer des travailleurs de proximité ;
3° enregistrer et gérer les activités autorisées ;
4° permettre aux utilisateurs ou à l'organisateur de notifier des lieux de travail ;
5° surveiller les activités et les lieux de travail ;
6° créer des flux de données à partir du VDAB et des organisations partenaires vers les organisateurs du travail de proximité et vice versa ;
7° trouver des correspondances entre les demandeurs d'emploi et les lieux de travail disponibles ;
8° surveiller le contingent de personnes mises au travail dans le régime ALE, visé à l'article 6, § 1er, IX, 11°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Les organisateurs du travail de proximité doivent utiliser cette plate-forme.
1° enregistrer des utilisateurs ;
2° enregistrer des travailleurs de proximité ;
3° enregistrer et gérer les activités autorisées ;
4° permettre aux utilisateurs ou à l'organisateur de notifier des lieux de travail ;
5° surveiller les activités et les lieux de travail ;
6° créer des flux de données à partir du VDAB et des organisations partenaires vers les organisateurs du travail de proximité et vice versa ;
7° trouver des correspondances entre les demandeurs d'emploi et les lieux de travail disponibles ;
8° surveiller le contingent de personnes mises au travail dans le régime ALE, visé à l'article 6, § 1er, IX, 11°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
Les organisateurs du travail de proximité doivent utiliser cette plate-forme.
Art. 40. De volgende personen hebben toegang tot het platform:
1° de organisator;
2° de VDAB en de partnerorganisaties;
3° de gemeenten;
4° de gebruiker;
5° de wijk-werker;
6° het OCMW;
7° de [1 verstrekker]1.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de toegang tot het platform.
1° de organisator;
2° de VDAB en de partnerorganisaties;
3° de gemeenten;
4° de gebruiker;
5° de wijk-werker;
6° het OCMW;
7° de [1 verstrekker]1.
De Vlaamse Regering stelt nadere regels vast met betrekking tot de toegang tot het platform.
Art. 40. Les personnes suivantes ont accès à la plate-forme :
1° l'organisateur ;
2° le VDAB et les organisations partenaires ;
3° les communes ;
4° l'utilisateur ;
5° le travailleur de proximité ;
6° le CPAS ;
7° [1 le dispensateur]1.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à l'accès à la plate-forme.
1° l'organisateur ;
2° le VDAB et les organisations partenaires ;
3° les communes ;
4° l'utilisateur ;
5° le travailleur de proximité ;
6° le CPAS ;
7° [1 le dispensateur]1.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à l'accès à la plate-forme.
Wijzigingen
Art. 41. Iedereen die gebruikmaakt van het platform, respecteert de bepalingen van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.
Art. 41. Toute personne qui utilise la plate-forme respectera les dispositions du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la Directive 95/46/CE.
Art. 42. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking tot dit platform.
Art. 42. Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives à cette plate-forme.
Afdeling 10. - Financiering en controle
Section 10. - Financement et contrôle
Art. 43. § 1. Het decreet van 15 juli 2011 houdende vaststelling van de algemene regels waaronder in de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest periodieke plan- en rapporteringsverplichtingen aan lokale besturen kunnen worden opgelegd is van overeenkomstige toepassing.
§ 2. De VDAB is bevoegd voor de controle op de inkomsten en uitgaven van de organisatoren. De VDAB is bevoegd voor de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.
De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels omtrent de controle, de sanctionering en de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.
§ 2. De VDAB is bevoegd voor de controle op de inkomsten en uitgaven van de organisatoren. De VDAB is bevoegd voor de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.
De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels omtrent de controle, de sanctionering en de terugvordering van ten onrechte genoten middelen.
Art. 43. § 1er. Le décret du 15 juillet 2011 fixant les règles générales auxquelles dans la Communauté flamande et la Région flamande des obligations de planning et de rapportage périodiques peuvent être imposées à des administrations locales, s'applique par analogie.
§ 2. Le VDAB est compétent pour le contrôle des recettes et dépenses des organisateurs. Le VDAB est compétent pour le recouvrement de moyens indûment perçus.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au contrôle, aux sanctions et au recouvrement de moyens indûment perçus.
§ 2. Le VDAB est compétent pour le contrôle des recettes et dépenses des organisateurs. Le VDAB est compétent pour le recouvrement de moyens indûment perçus.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités relatives au contrôle, aux sanctions et au recouvrement de moyens indûment perçus.
Art. 44. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen omtrent de financiering van de organisator en de financiering van de [1 verstrekker]1.
Art. 44. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au financement de l'organisateur et au financement [1 du dispensateur ]1.
Wijzigingen
Art. 45. De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen inzake de opvolging van het contingent, vermeld in artikel 6, § 1, IX, 11°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen. Dat omvat de mogelijkheid om de toeleiding naar wijk-werken te beperken.
Art. 45. Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives au suivi du contingent, visé à l'article 6, § 1er, IX, 11°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles. Celles-ci comprennent la possibilité de limiter l'orientation vers le travail de proximité.
Art. 46. De rechtsvorderingen die ontstaan uit de toepassing van hoofdstuk 2 en de uitvoeringsbesluiten ervan, verjaren na verloop van vijf jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan.
Art. 46. Les actions en justice nées de l'application du chapitre 2 et de ses arrêtés d'exécution se prescrivent après cinq ans après le fait dont l'action est née.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Art. 47. In artikel 8 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, hersteld bij de wet van 30 maart 1994 en het laatst gewijzigd bij het decreet van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 tot en met 3 worden opgeheven;
2° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven;
3° paragraaf 5, 6, 8, 9 en 11 worden opgeheven.
De Vlaamse Regering kan overgangsbepalingen aannemen omtrent het bestaande PWA-systeem.
1° paragraaf 1 tot en met 3 worden opgeheven;
2° in paragraaf 4 wordt het eerste lid opgeheven;
3° paragraaf 5, 6, 8, 9 en 11 worden opgeheven.
De Vlaamse Regering kan overgangsbepalingen aannemen omtrent het bestaande PWA-systeem.
Art. 47. A l'article 8 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, rétabli par la loi du 30 mars 1994 et modifié en dernier lieu par le décret du 23 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° les paragraphes 1 à 3 inclus sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 4, l'alinéa premier est abrogé ;
3° les paragraphes 5, 6, 8, 9 et 11 sont abrogés.
Le Gouvernement flamand peut adopter des dispositions transitoires relatives au régime ALE existant.
1° les paragraphes 1 à 3 inclus sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 4, l'alinéa premier est abrogé ;
3° les paragraphes 5, 6, 8, 9 et 11 sont abrogés.
Le Gouvernement flamand peut adopter des dispositions transitoires relatives au régime ALE existant.
Art. 48. Artikel 8bis van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 2 augustus 2002, wordt opgeheven.
Art. 48. L'article 8bis de la même arrêté-loi, inséré par la loi du 2 août 2002, est abrogé.
Art. 49. Artikel 8ter van dezelfde besluitwet, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012, wordt opgeheven.
Art. 49. L'article 8ter de la même arrêté-loi, inséré par la loi du 29 mars 2012, est abrogé.
Art. 50. In artikel 38, § 1, van het Wetboek van Inkomstenbelastingen van 1992, het laatst gewijzigd bij de wet van 22 december 2003, wordt punt 13° vervangen door wat volgt:
"13° het inkomen, verkregen voor prestaties die geleverd zijn in het kader van wijk-werken als vermeld in artikel 34 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, tot 4,10 euro per gepresteerd uur;".
"13° het inkomen, verkregen voor prestaties die geleverd zijn in het kader van wijk-werken als vermeld in artikel 34 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, tot 4,10 euro per gepresteerd uur;".
Art. 50. Dans l'article 38, § 1er, du Code des Impôts sur les Revenus 1992, modifié en dernier lieu par la loi du 22 décembre 2003, le point 13° est remplacé par ce qui suit :
" 13° le revenu obtenu pour des prestations fournies dans le cadre du travail de proximité telles que visées à l'article 34 du Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017, à concurrence de 4,10 EUR par heure de prestation ; ".
" 13° le revenu obtenu pour des prestations fournies dans le cadre du travail de proximité telles que visées à l'article 34 du Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017, à concurrence de 4,10 EUR par heure de prestation ; ".
Art. 51. In artikel 145/21 van hetzelfde wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de woorden "het wijk-werken";
2° in het derde lid worden de woorden "de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de zinsnede "de nominale waarde van de wijk-werkcheques, vermeld in de reglementering over wijk-werken,".
1° in het eerste lid worden de woorden "plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de woorden "het wijk-werken";
2° in het derde lid worden de woorden "de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen" vervangen door de zinsnede "de nominale waarde van de wijk-werkcheques, vermeld in de reglementering over wijk-werken,".
Art. 51. Dans l'article 145/21 du même Code les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa premier, les mots " des agences locales pour l'emploi " sont remplacés par les mots " du travail de proximité " ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " la valeur nominale des chèques-A.L.E. visés par la règlementation relative aux agences locales pour l'emploi " sont remplacés par le membre de phrase " la valeur nominale des chèques-travail de proximité, visés à la réglementation relative au travail de proximité, ".
1° dans l'alinéa premier, les mots " des agences locales pour l'emploi " sont remplacés par les mots " du travail de proximité " ;
2° dans l'alinéa 3, les mots " la valeur nominale des chèques-A.L.E. visés par la règlementation relative aux agences locales pour l'emploi " sont remplacés par le membre de phrase " la valeur nominale des chèques-travail de proximité, visés à la réglementation relative au travail de proximité, ".
Art. 52. In artikel 63/10 van het koninklijk besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomenstenbelastingen 1992 wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° wat de uitgaven, betaald voor prestaties in het kader van wijk-werken, betreft:
a) ten belope van de nominale waarde van de wijk-werkcheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbare tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die wijk-werkcheques die in de loop van datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
b) op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest overlegt dat uitgereikt is door de uitgever van de wijk-werkcheques;".
"1° wat de uitgaven, betaald voor prestaties in het kader van wijk-werken, betreft:
a) ten belope van de nominale waarde van de wijk-werkcheques die op naam van de belastingplichtige zijn uitgegeven en die hij tijdens het belastbare tijdperk bij de uitgever heeft aangekocht, verminderd met de nominale waarde van die wijk-werkcheques die in de loop van datzelfde belastbare tijdperk aan de uitgever zijn terugbezorgd;
b) op voorwaarde dat de belastingplichtige tot staving van zijn aangifte in de inkomstenbelastingen een attest overlegt dat uitgereikt is door de uitgever van de wijk-werkcheques;".
Art. 52. Dans l'article 63/10 de l'arrêté royal du 27 août 1993 d'exécution du Code des impôts sur les revenus 1992, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° en ce qui concerne les dépenses payées pour des prestations dans le cadre du travail de proximité :
a) qu'à concurrence de la valeur nominale des chèques-travail de proximité édités au nom du contribuable et que celui-ci a achetés auprès de l'émetteur au cours de la période imposable, diminuée de la valeur nominale de ces chèques-travail de proximité qui ont été retournés à l'émetteur au cours de la même période imposable ;
b) qu'à la condition que le contribuable produise à l'appui de sa déclaration aux impôts sur les revenus l'attestation délivrée par l'émetteur des chèques-travail de proximité ; ".
" 1° en ce qui concerne les dépenses payées pour des prestations dans le cadre du travail de proximité :
a) qu'à concurrence de la valeur nominale des chèques-travail de proximité édités au nom du contribuable et que celui-ci a achetés auprès de l'émetteur au cours de la période imposable, diminuée de la valeur nominale de ces chèques-travail de proximité qui ont été retournés à l'émetteur au cours de la même période imposable ;
b) qu'à la condition que le contribuable produise à l'appui de sa déclaration aux impôts sur les revenus l'attestation délivrée par l'émetteur des chèques-travail de proximité ; ".
Art. 53. In titel IV van de programmawet van 2 augustus 2002 wordt hoofdstuk X, dat bestaat uit artikel 104 tot en met 112, opgeheven.
In afwijking van het eerste lid blijven de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel gelden tot het einde van de overeenkomst met toepassing van de regelgeving zoals die gold de dag voor inwerkingtreding van dit artikel.
In afwijking van het eerste lid blijven de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten voor de datum van inwerkingtreding van dit artikel gelden tot het einde van de overeenkomst met toepassing van de regelgeving zoals die gold de dag voor inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 53. Dans le titre IV de la loi-programme du 2 août 2002, le chapitre X, qui comprend les articles 104 à 112 inclus, est abrogé.
Par dérogation à l'alinéa premier, les conventions d'immersion professionnelle conclues avant la date de l'entrée en vigueur du présent article, conservent leur validité jusqu'à la fin de la convention en application de la réglementation qui était en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent article.
Par dérogation à l'alinéa premier, les conventions d'immersion professionnelle conclues avant la date de l'entrée en vigueur du présent article, conservent leur validité jusqu'à la fin de la convention en application de la réglementation qui était en vigueur avant l'entrée en vigueur du présent article.
Art. 54. In artikel 2, § 1, eerste lid, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004 wordt punt 40° vervangen door wat volgt:
"40° het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".
"40° het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".
Art. 54. Dans l'article 2, § 1er, alinéa premier du décret du 30 avril 2004 relatif au contrôle des lois sociales, le point 40° est remplacé par ce qui suit :
" 40° le Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017 ; ".
" 40° le Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017 ; ".
Art. 55. In artikel 5, § 1, van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding", het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 april 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° aan punt 2°, e), wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° en recht hebben op een outplacementbegeleiding als vermeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 januari 2003 tot uitvoering van de artikelen 15 en 17 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.";
2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
"8° taken met betrekking tot wijk-werken als vermeld in artikel 16 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".
1° aan punt 2°, e), wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"6° en recht hebben op een outplacementbegeleiding als vermeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 januari 2003 tot uitvoering van de artikelen 15 en 17 van de wet van 5 september 2001 tot de verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers.";
2° punt 8° wordt vervangen door wat volgt:
"8° taken met betrekking tot wijk-werken als vermeld in artikel 16 van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017;".
Art. 55. A l'article 5, § 1er, du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle), modifié en dernier lieu par le décret du 24 avril 2015, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 2°, e), est complété par un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° et ayant droit à un accompagnement de l'outplacement tel que visé à l'article 7 de l'arrêté royal du 23 janvier 2003 pris en exécution des articles 15 et 17 de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs. " ;
2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° tâches relatives au travail de proximité tel que visé à l'article 16 du Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017; ".
1° le point 2°, e), est complété par un point 6°, rédigé comme suit :
" 6° et ayant droit à un accompagnement de l'outplacement tel que visé à l'article 7 de l'arrêté royal du 23 janvier 2003 pris en exécution des articles 15 et 17 de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs. " ;
2° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
" 8° tâches relatives au travail de proximité tel que visé à l'article 16 du Décret sur le travail de proximité du 7 juillet 2017; ".
Art. 56. Artikel 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 13 maart 2006 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 december 2011, wordt opgeheven.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 36sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Art. 56. L'article 36sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, inséré par l'arrêté royal du 13 mars 2006 et modifié par l'arrêté royal du 28 décembre 2011, est abrogé.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 36sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 36sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Art. 57. In artikel 79 van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 tot en met 4 en paragraaf 5 tot en met 7 worden opgeheven;
2° in paragraaf 8 worden het tweede, vierde en vijfde lid opgeheven;
3° paragraaf 9 wordt opgeheven;
4° in paragraaf 10 worden het eerste tot en met het vijfde lid opgeheven;
5° paragraaf 11 tot en met 13 worden opgeheven.
1° paragraaf 1 tot en met 4 en paragraaf 5 tot en met 7 worden opgeheven;
2° in paragraaf 8 worden het tweede, vierde en vijfde lid opgeheven;
3° paragraaf 9 wordt opgeheven;
4° in paragraaf 10 worden het eerste tot en met het vijfde lid opgeheven;
5° paragraaf 11 tot en met 13 worden opgeheven.
Art. 57. A l'article 79 du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par le décret du 9 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées :
1° les paragraphes 1er à 4 et les paragraphes 5 à 7 inclus sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 8, les alinéas deux, quatre et cinq sont abrogés ;
3° le paragraphe 9 est abrogé ;
4° dans le paragraphe 10, les alinéas premier à cinq inclus sont abrogés ;
5° les paragraphes 11 à 13 inclus sont abrogés.
1° les paragraphes 1er à 4 et les paragraphes 5 à 7 inclus sont abrogés ;
2° dans le paragraphe 8, les alinéas deux, quatre et cinq sont abrogés ;
3° le paragraphe 9 est abrogé ;
4° dans le paragraphe 10, les alinéas premier à cinq inclus sont abrogés ;
5° les paragraphes 11 à 13 inclus sont abrogés.
Art. 58. Artikel 79bis van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 juli 2012, wordt opgeheven.
Art. 58. L'article 79bis du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 23 juillet 2012, est abrogé.
Art. 59. Artikel 79ter van hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 februari 2010, wordt opgeheven.
Art. 59. L'article 79ter du même arrêté royal, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 février 2010, est abrogé.
Art. 60. Artikel 131septies/1 van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 15 januari 2009, wordt opgeheven.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131septies/1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131septies/1 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Art. 60. L'article 131septies/1 du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 15 janvier 2009, est abrogé.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 131septies/1 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 131septies/1 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Art. 61. Artikel 131octies van hetzelfde koninklijk besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 25 januari 2002, wordt opgeheven.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131octies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Als het recht ontstaat voor een periode gelegen vóór 1 januari 2018, blijven de rechten die werden toegekend op basis van artikel 131octies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, zoals van kracht op 31 december 2017, behouden tot ten laatste 31 december 2018.
Art. 61. L'article 131octies du même arrêté royal, inséré par l'arrêté royal du 25 janvier 2002, est abrogé.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 131octies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Si le droit naît pour une période antérieure au 1er janvier 2018, les droits octroyés sur la base de l'article 131octies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2017, restent maintenus jusqu'au 31 décembre 2018 au plus tard.
Art. 62. In het koninklijk besluit van 17 december 1999 betreffende de PWA-werknemers van wie het loon betaald wordt door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 maart 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° artikel 1 tot en met 5 worden opgeheven;
2° in artikel 6 wordt het tweede lid opgeheven;
3° artikel 7 wordt opgeheven.
1° artikel 1 tot en met 5 worden opgeheven;
2° in artikel 6 wordt het tweede lid opgeheven;
3° artikel 7 wordt opgeheven.
Art. 62. A l'arrêté royal du 17 décembre 1999 relatif aux travailleurs ALE dont la rémunération est payée par les centres publics d'aide sociale, modifié par l'arrêté royal du 14 mars 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1° les articles 1 à 5 inclus sont abrogés ;
2° dans l'article 6, l'alinéa deux est abrogé ;
3° l'article 7 est abrogé.
1° les articles 1 à 5 inclus sont abrogés ;
2° dans l'article 6, l'alinéa deux est abrogé ;
3° l'article 7 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 63. § 1. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het decreet van 15 juli 2005 houdende de toekenning van de mogelijkheid tot sluiting van beroepsinlevingsovereenkomsten aan sommige rechtspersonen;
2° het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot uitvoering van artikel 8, § 1 en § 6, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2016;
3° het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waartegen beroepsinlevingsovereenkomsten kunnen worden afgesloten door sommige rechtspersonen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016.
§ 2. Op de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten vóór de datum van de inwerkingtreding van paragraaf 1, 1°, 3° en 4°, blijft tot het einde van de voormelde overeenkomst de regelgeving van toepassing zoals die gold de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van deze bepalingen.
1° het decreet van 15 juli 2005 houdende de toekenning van de mogelijkheid tot sluiting van beroepsinlevingsovereenkomsten aan sommige rechtspersonen;
2° het koninklijk besluit van 10 juni 1994 tot uitvoering van artikel 8, § 1 en § 6, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, het laatst gewijzigd bij het decreet van 9 december 2016;
3° het koninklijk besluit van 11 maart 2003 tot vaststelling van de op de beroepsinlevingsovereenkomst toepasselijke minimumvergoeding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016;
4° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2005 tot vaststelling van de voorwaarden waartegen beroepsinlevingsovereenkomsten kunnen worden afgesloten door sommige rechtspersonen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2016.
§ 2. Op de beroepsinlevingsovereenkomsten gesloten vóór de datum van de inwerkingtreding van paragraaf 1, 1°, 3° en 4°, blijft tot het einde van de voormelde overeenkomst de regelgeving van toepassing zoals die gold de dag vóór de datum van de inwerkingtreding van deze bepalingen.
Art. 63. § 1er. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° le décret du 15 juillet 2005 habilitant certaines personnes morales à conclure des conventions d'immersion professionnelle ;
2° l'arrêté royal du 10 juin 1994 d'exécution de l'article 8, § 1er et § 6, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle, modifié en dernier lieu par le décret du 9 décembre 2016 ;
3° l'arrêté royal du 11 mars 2003 fixant l'indemnité minimale applicable à la convention d'immersion professionnelle, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 2005 fixant les conditions auxquelles des conventions d'immersion professionnelle peuvent être conclues par certaines personnes morales, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2016.
§ 2. Les conventions d'immersion professionnelle conclues avant la date d'entrée en vigueur du paragraphe 1er, 1°, 3° et 4°, restent soumises, jusqu'à la fin de ladite convention, à la réglementation applicable qui était en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de ces dispositions.
1° le décret du 15 juillet 2005 habilitant certaines personnes morales à conclure des conventions d'immersion professionnelle ;
2° l'arrêté royal du 10 juin 1994 d'exécution de l'article 8, § 1er et § 6, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle, modifié en dernier lieu par le décret du 9 décembre 2016 ;
3° l'arrêté royal du 11 mars 2003 fixant l'indemnité minimale applicable à la convention d'immersion professionnelle, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 décembre 2016 ;
4° l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 2005 fixant les conditions auxquelles des conventions d'immersion professionnelle peuvent être conclues par certaines personnes morales, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2016.
§ 2. Les conventions d'immersion professionnelle conclues avant la date d'entrée en vigueur du paragraphe 1er, 1°, 3° et 4°, restent soumises, jusqu'à la fin de ladite convention, à la réglementation applicable qui était en vigueur avant la date d'entrée en vigueur de ces dispositions.
Art. 64. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.
Art. 64. Le Gouvernement flamand fixe, pour chaque disposition du présent décret, la date d'entrée en vigueur.
(NOTE : Entrée en vigueur des articles 1-48; 51; 52; 54; 55,2°; 56-62; 63,2° fixée au 01-01-2018 par AGF 2017-09-29/12, art. 60)
(NOTE : Entrée en vigueur des article 53, 63, § 1er, 1°, 3°, 4°, et § 2, fixée au 01-09-2018 par AGF 2018-07-06/18, art. 45)
(NOTE : Entrée en vigueur des article 53, 63, § 1er, 1°, 3°, 4°, et § 2, fixée au 01-09-2018 par AGF 2018-07-06/18, art. 45)