Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 MAART 2017. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de nadere regels betreffende de werking en de organisatie van de gemeenschappelijke steundienst bij het College van de hoven en rechtbanken, bedoeld in artikel 183 van het Gerechtelijk Wetboek
Titre
30 MARS 2017. - Arrêté royal fixant les modalités du fonctionnement et de l'organisation du service d'appui commun auprès du Collège des cours et tribunaux visé à l'article 183 du Code judiciaire
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (24)
Texte (24)
HOOFDSTUK 1. - Organisatie en werking van de steundienst
CHAPITRE 1er. - Organisation et fonctionnement du service d'appui
Artikel 1. Het College van de hoven en rechtbanken, hierna het College genoemd, bepaalt de organisatiestructuur van de steundienst op voorstel van de directeur.
Article 1er. Le Collège des cours et tribunaux, ci-après dénommé le Collège, détermine la structure organisationnelle du service d'appui sur proposition du directeur.
Art. 2. § 1. De directeur is belast met de dagelijkse leiding over de steundienst. Hij is verantwoordelijk voor de goede algemene werking van de steundienst bij de uitvoering van de opdrachten bedoeld in artikel 183, § 1, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Hij zal daartoe binnen de steundienst onder meer instaan voor:
1. het opstellen van het voorstel van organisatiestructuur van de steundienst;
2. de uitvoering van de strategie van het College door realisatie van operationele doelstellingen en projecten;
3. de uitvoering van de opdrachten van het College;
4. de verdeling van het werk onder alle personen die werkzaam zijn binnen de steundienst, te weten de personeelsleden en diegene die opdracht hebben gekregen en diegene die ter beschikking werden gesteld in de steundienst;
5. de voorbereiding van het personeelsplan en de begroting en de rekeningen van de steundienst voor goedkeuring door het College;
6. het dagelijks beheer van het personeel en de middelen van de steundienst.
§ 2. Het College bepaalt de handtekeningsbevoegdheid van de directeur evenals de bevoegdheid tot het aangaan van verbintenissen en uitgaven ten laste van de begroting van de Steundienst in het kader van de dagelijkse leiding.
1. het opstellen van het voorstel van organisatiestructuur van de steundienst;
2. de uitvoering van de strategie van het College door realisatie van operationele doelstellingen en projecten;
3. de uitvoering van de opdrachten van het College;
4. de verdeling van het werk onder alle personen die werkzaam zijn binnen de steundienst, te weten de personeelsleden en diegene die opdracht hebben gekregen en diegene die ter beschikking werden gesteld in de steundienst;
5. de voorbereiding van het personeelsplan en de begroting en de rekeningen van de steundienst voor goedkeuring door het College;
6. het dagelijks beheer van het personeel en de middelen van de steundienst.
§ 2. Het College bepaalt de handtekeningsbevoegdheid van de directeur evenals de bevoegdheid tot het aangaan van verbintenissen en uitgaven ten laste van de begroting van de Steundienst in het kader van de dagelijkse leiding.
Art. 2. § 1er . Le directeur est chargé de la direction journalière du service d'appui. Il est responsable du bon fonctionnement général du service d'appui dans l'exécution des missions visées à l'article 183, § 1er, alinéa 2, du Code judiciaire. Au sein du service d'appui il veillera notamment à cet effet :
1. à l'élaboration d'une proposition de structure organisationnelle du service d'appui;
2. à la mise en oeuvre de la stratégie du Collège en réalisant des objectifs opérationnels et des projets;
3. à l'exécution des missions du Collège;
4. à la répartition du travail entre toutes les personnes travaillant au sein du service d'appui à savoir les membres du personnel et ceux qui sont chargés d'une mission, délégués, ou mis à disposition au sein du service d'appui;
5. à la préparation du plan de personnel ainsi que du budget et des comptes du service d'appui en vue de leur approbation par le Collège;
6. à la gestion journalière du personnel et des moyens du service d'appui.
§ 2. Le Collège détermine le pouvoir de signature du directeur ainsi que le pouvoir de prendre des engagements et d'approuver des dépenses à charge du budget du service d'appui dans le cadre de la gestion journalière.
1. à l'élaboration d'une proposition de structure organisationnelle du service d'appui;
2. à la mise en oeuvre de la stratégie du Collège en réalisant des objectifs opérationnels et des projets;
3. à l'exécution des missions du Collège;
4. à la répartition du travail entre toutes les personnes travaillant au sein du service d'appui à savoir les membres du personnel et ceux qui sont chargés d'une mission, délégués, ou mis à disposition au sein du service d'appui;
5. à la préparation du plan de personnel ainsi que du budget et des comptes du service d'appui en vue de leur approbation par le Collège;
6. à la gestion journalière du personnel et des moyens du service d'appui.
§ 2. Le Collège détermine le pouvoir de signature du directeur ainsi que le pouvoir de prendre des engagements et d'approuver des dépenses à charge du budget du service d'appui dans le cadre de la gestion journalière.
Art. 3. De bevoegdheden van het College en de directeur bedoeld in artikelen 1 en 2 worden uitgeoefend onverminderd de bevoegdheden en opdrachten toegekend door het College aan het Bureau bedoeld in artikel 182, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 3. Les compétences du Collège et du directeur visées aux articles 1er et 2 sont exercées sans préjudice des compétences et missions attribuées par le Collège au Bureau visé à l'article 182, alinéa 7, du Code judiciaire.
HOOFDSTUK 2. - Personeel van de steundienst
CHAPITRE 2. - Le personnel du service d'appui
Art. 4. § 1. Bij de steundienst van het College worden personeelsleden benoemd van niveau A, B, C of D.
§ 2. Ingevolge de overeenkomstige toepassing op de personeelsleden van de steundienst bedoeld in artikel 183, § 2, tweede lid, en § 3, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek van de wettelijke en statutaire regels op het in vast verband benoemd personeel van de rechterlijke organisatie,
1. worden de bevoegdheden en taken toegekend aan de hiërarchische meerdere of de hoofdgriffier uitgeoefend door de directeur;
2. worden de bevoegdheden toegekend aan de magistraat-korpschef uitgeoefend door de voorzitter van het College of diens aangestelde;
3. worden de bevoegdheden toegekend aan de functionele chef uitgeoefend door de daartoe door het College aangeduide personeelsleden van de steundienst.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur voor de overeenkomstige toepassing van het koninklijk besluit van 27 mei 2014 betreffende de evaluatie van de personeelsleden van de Rechterlijke Orde de taken die hij als de hiërarchische meerdere vervult, delegeren aan de functionele chef van het betrokken personeelslid.
§ 2. Ingevolge de overeenkomstige toepassing op de personeelsleden van de steundienst bedoeld in artikel 183, § 2, tweede lid, en § 3, derde lid, van het Gerechtelijk Wetboek van de wettelijke en statutaire regels op het in vast verband benoemd personeel van de rechterlijke organisatie,
1. worden de bevoegdheden en taken toegekend aan de hiërarchische meerdere of de hoofdgriffier uitgeoefend door de directeur;
2. worden de bevoegdheden toegekend aan de magistraat-korpschef uitgeoefend door de voorzitter van het College of diens aangestelde;
3. worden de bevoegdheden toegekend aan de functionele chef uitgeoefend door de daartoe door het College aangeduide personeelsleden van de steundienst.
In afwijking van het eerste lid kan de directeur voor de overeenkomstige toepassing van het koninklijk besluit van 27 mei 2014 betreffende de evaluatie van de personeelsleden van de Rechterlijke Orde de taken die hij als de hiërarchische meerdere vervult, delegeren aan de functionele chef van het betrokken personeelslid.
Art. 4. § 1er . Au sein du service d'appui du Collège sont nommés des membres du personnel de niveau A, B, C ou D.
§ 2. En vertu de l'application conforme des dispositions légales et statutaires applicables au personnel de l'organisation judiciaire nommé à titre définitif auxquelles le personnel du service d'appui visée à l'article 183, § 2, alinéa 2 et § 3, alinéa 3, du Code judiciaire est soumis,
1. les compétences et tâches confiées au supérieur hiérarchique ou au greffier en chef sont exercées par le directeur;
2. les compétences confiées au magistrat chef de corps sont exercées par le président du Collège ou son délégué;
3. les compétences confiées au chef fonctionnel sont exercées par les membres du personnel du service d'appui désignés par le Collège à cet effet.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le directeur peut, pour l'application conforme de l'arrêté royal du 27 mai 2014 relatif à l'évaluation des membres du personnel de l'Ordre judiciaire déléguer les tâches qu'il exerce en sa qualité de supérieur hiérarchique au chef fonctionnel du membre du personnel concerné.
§ 2. En vertu de l'application conforme des dispositions légales et statutaires applicables au personnel de l'organisation judiciaire nommé à titre définitif auxquelles le personnel du service d'appui visée à l'article 183, § 2, alinéa 2 et § 3, alinéa 3, du Code judiciaire est soumis,
1. les compétences et tâches confiées au supérieur hiérarchique ou au greffier en chef sont exercées par le directeur;
2. les compétences confiées au magistrat chef de corps sont exercées par le président du Collège ou son délégué;
3. les compétences confiées au chef fonctionnel sont exercées par les membres du personnel du service d'appui désignés par le Collège à cet effet.
Par dérogation à l'alinéa 1er, le directeur peut, pour l'application conforme de l'arrêté royal du 27 mai 2014 relatif à l'évaluation des membres du personnel de l'Ordre judiciaire déléguer les tâches qu'il exerce en sa qualité de supérieur hiérarchique au chef fonctionnel du membre du personnel concerné.
Art. 5. § 1. Het College beslist op basis van artikel 183, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek en het personeelsplan of een vacante betrekking binnen de steundienst wordt ingevuld door middel van werving en/of bevordering, dan wel via een opdracht of terbeschikkingstelling.
§ 2. Het personeelsplan beschrijft, voor het jaar waarop het betrekking heeft, de gewenste eindprojectie van de betaalde personeelsleden en magistraten uitgedrukt in voltijdse equivalenten en hun budgettaire last uitgaande van de initiële betaalde vte's en hun budgettaire last. Het omvat een synthese van de beoogde evolutie van de human resources, van hun budgettaire lasten alsook een raming van de budgettaire marges.
§ 2. Het personeelsplan beschrijft, voor het jaar waarop het betrekking heeft, de gewenste eindprojectie van de betaalde personeelsleden en magistraten uitgedrukt in voltijdse equivalenten en hun budgettaire last uitgaande van de initiële betaalde vte's en hun budgettaire last. Het omvat een synthese van de beoogde evolutie van de human resources, van hun budgettaire lasten alsook een raming van de budgettaire marges.
Art. 5. § 1er . Le Collège décide, sur la base de l'article 183, § 2, du Code judiciaire et du plan de personnel, si une place vacante au sein du service d'appui est pourvue par le biais d'un recrutement et/ou d'une promotion, d'une délégation ou d'une mise à disposition.
§ 2. Le plan de personnel décrit, pour l'année sur laquelle il porte, la projection finale souhaitée des membres du personnel et magistrats rémunérés, exprimée en équivalents temps plein, et de leur charge budgétaire en se basant sur le nombre initial d'ETP rémunérés et leur charge budgétaire. Il contient une synthèse de l'évolution visée des ressources humaines, de leurs charges budgétaires ainsi qu'une estimation des marges budgétaires.
§ 2. Le plan de personnel décrit, pour l'année sur laquelle il porte, la projection finale souhaitée des membres du personnel et magistrats rémunérés, exprimée en équivalents temps plein, et de leur charge budgétaire en se basant sur le nombre initial d'ETP rémunérés et leur charge budgétaire. Il contient une synthèse de l'évolution visée des ressources humaines, de leurs charges budgétaires ainsi qu'une estimation des marges budgétaires.
Art. 6. Op vraag van en in overleg met het College, organiseert de afgevaardigd bestuurder van Selor een vergelijkende selectie.
Het College kan de minister vragen een bijkomende vergelijkende proef te organiseren overeenkomstig artikel 274, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek voor de geslaagden van de vergelijkende selectie en/of de kandidaten die in aanmerking komen voor bevordering.
Het College kan eveneens beroep doen op Selor voor de organisatie van de selectie van zijn directeur.
Het College kan de minister vragen een bijkomende vergelijkende proef te organiseren overeenkomstig artikel 274, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek voor de geslaagden van de vergelijkende selectie en/of de kandidaten die in aanmerking komen voor bevordering.
Het College kan eveneens beroep doen op Selor voor de organisatie van de selectie van zijn directeur.
Art. 6. A la demande du et après concertation avec le Collège l'administrateur délégué de Selor organise une sélection comparative.
Le Collège peut demander au ministre d'organiser une épreuve comparative complémentaire conformément à l'article 274, § 4, du Code judiciaire pour les lauréats de la sélection comparative et/ou les candidats qui entrent en ligne de compte pour une promotion.
Le Collège peut également faire appel au Selor pour l'organisation de la sélection de son directeur.
Le Collège peut demander au ministre d'organiser une épreuve comparative complémentaire conformément à l'article 274, § 4, du Code judiciaire pour les lauréats de la sélection comparative et/ou les candidats qui entrent en ligne de compte pour une promotion.
Le Collège peut également faire appel au Selor pour l'organisation de la sélection de son directeur.
Art. 7. Het in dienst nemen van werknemers met een arbeidsovereenkomst overeenkomstig artikel 178 van het Gerechtelijk Wetboek en de beëindiging ervan door de minister van Justitie gebeurt op verzoek van het College.
Art. 7. L'engagement de personnel sous les liens d'un contrat de travail conformément à l'article 178 du Code judiciaire et sa cessation par le ministre de la Justice se font à la demande du Collège.
Art. 8. De directeur, de personeelsleden en de magistraten van de steundienst leggen de eed af in de handen van de voorzitter van het College van de hoven en rechtbanken.
Art. 8. Le directeur, les membres du personnel et les magistrats du service d'appui prêtent serment entre les mains du président du Collège des cours et tribunaux.
Art. 9. Magistraten en leden van het gerechtspersoneel die in ruste zijn gesteld en die op vrijwillige basis en zonder bezoldiging samenwerken met het College en zijn steundienst kunnen door het College binnen de toegekende werkingsenveloppe en in dezelfde mate en onder dezelfde voorwaarden als voor magistraten en het gerechtspersoneel van de rechterlijke orde, worden vergoed voor hun verplaatsing- en andere onkosten.
Art. 9. Les magistrats et les membres du personnel judiciaire à la retraite collaborant sur une base volontaire et sans rémunération avec le Collège et son service d'appui peuvent être indemnisés par le Collège pour leurs frais de déplacement et leurs autres dépenses, dans les limites de l'enveloppe de fonctionnement octroyée et dans la même mesure et aux mêmes conditions que pour les magistrats et les membres du personnel de l'Ordre judiciaire.
HOOFDSTUK 3. - Directeur van de steundienst
CHAPITRE 3. - Le directeur du service d'appui
Art. 10. De kandidaat directeur wordt door het College aan de Koning voorgesteld in een met reden omklede voordracht na een selectie op grond van het profiel in bijlage bij dit besluit.
Art. 10. Le candidat directeur est proposé au Roi par le Collège sur présentation motivée, après une sélection effectuée sur la base du profil annexé au présent arrêté.
Art. 11. De openstaande betrekking wordt aangekondigd via een bericht dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Dat bericht vermeldt de wijze waarop de selectie zal gebeuren en bepaalt de termijn waarbinnen de kandidaturen moeten worden ingediend.
Het College stelt een commissie in die bestaat uit minstens twee leden van het College en een expert inzake personeelsselectie. De commissie bezorgt het College een advies inzake elke kandidatuur.
Het College stelt een commissie in die bestaat uit minstens twee leden van het College en een expert inzake personeelsselectie. De commissie bezorgt het College een advies inzake elke kandidatuur.
Art. 11. La place vacante est annoncée par un avis publié au Moniteur belge. Cet avis précise le mode de sélection et fixe le délai dans lequel les candidatures doivent être déposées.
Le Collège met en place une commission comportant au moins deux membres du Collège et un expert en sélection du personnel. La commission rend au Collège un avis pour chacune des différentes candidatures.
Le Collège met en place une commission comportant au moins deux membres du Collège et un expert en sélection du personnel. La commission rend au Collège un avis pour chacune des différentes candidatures.
Art. 12. Onverminderd de mogelijkheid om het mandaat te schorsen of voortijdig te beëindigen overeenkomstig artikel 183, § 1, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek, wordt de directeur tijdens zijn mandaat jaarlijks geëvalueerd. De laatste evaluatie eindigt zes maanden voor het verstrijken van zijn mandaat.
Art. 12. Sans préjudice de la possibilité de suspendre le mandat ou d'y mettre fin prématurément conformément à l'article 183, § 1er, alinéa 4, du Code judiciaire, le directeur est évalué annuellement au cours de son mandat. La dernière évaluation s'achève six mois avant l'expiration de son mandat.
Art. 13. De evaluatie handelt over :
1° de ondersteuning van de steundienst aan het College en de directiecomités van de gerechtelijke entiteiten;
2° de verwezenlijking van de strategie, de operationele doelstellingen en projecten van de steundienst;
3° het dagelijks beheer van het personeel en de middelen van de steundienst;
4° de persoonlijke bijdrage van de directeur aan de verwezenlijking van de doelstellingen en het beheer van de organisatie.
De evaluatie wordt uitgevoerd door minstens drie leden van het College aangeduid door het College. Het evaluatieverslag wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de directeur en het College.
Elke evaluatie wordt afgesloten met één van de volgende vermeldingen: "uitzonderlijk", "voldoet aan de verwachtingen", "te verbeteren" of "onvoldoende".
1° de ondersteuning van de steundienst aan het College en de directiecomités van de gerechtelijke entiteiten;
2° de verwezenlijking van de strategie, de operationele doelstellingen en projecten van de steundienst;
3° het dagelijks beheer van het personeel en de middelen van de steundienst;
4° de persoonlijke bijdrage van de directeur aan de verwezenlijking van de doelstellingen en het beheer van de organisatie.
De evaluatie wordt uitgevoerd door minstens drie leden van het College aangeduid door het College. Het evaluatieverslag wordt binnen twintig dagen bezorgd aan de directeur en het College.
Elke evaluatie wordt afgesloten met één van de volgende vermeldingen: "uitzonderlijk", "voldoet aan de verwachtingen", "te verbeteren" of "onvoldoende".
Art. 13. L'évaluation porte sur :
1° le soutien que le service d'appui apporte au Collège et aux comités de direction des entités judiciaires;
2° la réalisation de la stratégie, des objectifs opérationnels et des projets du service d'appui;
3° la gestion journalière du personnel et des moyens du service d'appui;
4° la contribution personnelle du directeur à la réalisation des objectifs et à la gestion de l'organisation.
L'évaluation est exécutée par au moins trois membres du Collège désignés par ce dernier. Le rapport d'évaluation est transmis dans les vingt jours au directeur et au Collège.
Toute évaluation se conclut par une des mentions suivantes : " exceptionnel ", " répond aux attentes ", " à améliorer " ou " insuffisant ".
1° le soutien que le service d'appui apporte au Collège et aux comités de direction des entités judiciaires;
2° la réalisation de la stratégie, des objectifs opérationnels et des projets du service d'appui;
3° la gestion journalière du personnel et des moyens du service d'appui;
4° la contribution personnelle du directeur à la réalisation des objectifs et à la gestion de l'organisation.
L'évaluation est exécutée par au moins trois membres du Collège désignés par ce dernier. Le rapport d'évaluation est transmis dans les vingt jours au directeur et au Collège.
Toute évaluation se conclut par une des mentions suivantes : " exceptionnel ", " répond aux attentes ", " à améliorer " ou " insuffisant ".
Art. 14. De directeur kan binnen twintig dagen na ontvangst van het evaluatieverslag beroep aantekenen bij het voltallige College. Het beroep werkt schorsend.
Het College hoort de directeur persoonlijk. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Op vraag van vier leden hoort het College externe personen die een bijdrage kunnen leveren opdat het College met volle kennis van zaken kan oordelen.
Indien de directeur, ofschoon behoorlijk opgeroepen, twee keer niet verschijnt, doet het College uitspraak op grond van de stukken van het dossier.
Het College kan slechts rechtsgeldig horen voor zover de meerderheid van de leden aanwezig is. De stemming gebeurt overeenkomstig artikel 182, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Het College hoort de directeur persoonlijk. Hij kan zich laten bijstaan door een persoon naar keuze. Op vraag van vier leden hoort het College externe personen die een bijdrage kunnen leveren opdat het College met volle kennis van zaken kan oordelen.
Indien de directeur, ofschoon behoorlijk opgeroepen, twee keer niet verschijnt, doet het College uitspraak op grond van de stukken van het dossier.
Het College kan slechts rechtsgeldig horen voor zover de meerderheid van de leden aanwezig is. De stemming gebeurt overeenkomstig artikel 182, zevende lid, van het Gerechtelijk Wetboek.
Art. 14. Le directeur peut, dans les vingt jours suivant la réception du rapport d'évaluation, introduire un recours auprès de l'ensemble du Collège. Le recours est suspensif.
Le Collège entend le directeur en personne. Celui-ci peut se faire assister par la personne de son choix. A la demande de quatre membres, le Collège entend des personnes externes pouvant apporter leur contribution pour que le Collège puisse juger en toute connaissance de cause.
Si, bien que régulièrement convoqué, le directeur s'abstient de se présenter à deux reprises, le Collège se prononce sur la base des pièces du dossier.
Le Collège ne peut entendre valablement le directeur que dans la mesure où la majorité des membres sont présents. Le vote se déroule conformément aux dispositions de l'article 182, alinéa 7, du Code judiciaire.
Le Collège entend le directeur en personne. Celui-ci peut se faire assister par la personne de son choix. A la demande de quatre membres, le Collège entend des personnes externes pouvant apporter leur contribution pour que le Collège puisse juger en toute connaissance de cause.
Si, bien que régulièrement convoqué, le directeur s'abstient de se présenter à deux reprises, le Collège se prononce sur la base des pièces du dossier.
Le Collège ne peut entendre valablement le directeur que dans la mesure où la majorité des membres sont présents. Le vote se déroule conformément aux dispositions de l'article 182, alinéa 7, du Code judiciaire.
Art. 15. Als de eindevaluatie afgesloten wordt met de vermelding "uitzonderlijk" of "voldoet aan de verwachtingen", wordt het mandaat van de directeur hernieuwd voor een periode van vijf jaar.
Wanneer de eindevaluatie leidt tot een vermelding "te verbeteren" wordt het mandaat niet automatisch hernieuwd en wordt een nieuwe selectieprocedure opgestart. De uittredend directeur mag opnieuw zijn kandidatuur stellen.
Wanneer een eindevaluatie leidt tot een vermelding "onvoldoende", eindigt het mandaat van de directeur en de uittredende titularis van de functie mag niet opnieuw zijn kandidatuur stellen.
Indien de directeur een vermelding "onvoldoende" krijgt in de loop van zijn mandaat, kan het College de Koning vragen voortijdig een einde te maken aan het mandaat wegens ongeschiktheid.
Wanneer de eindevaluatie leidt tot een vermelding "te verbeteren" wordt het mandaat niet automatisch hernieuwd en wordt een nieuwe selectieprocedure opgestart. De uittredend directeur mag opnieuw zijn kandidatuur stellen.
Wanneer een eindevaluatie leidt tot een vermelding "onvoldoende", eindigt het mandaat van de directeur en de uittredende titularis van de functie mag niet opnieuw zijn kandidatuur stellen.
Indien de directeur een vermelding "onvoldoende" krijgt in de loop van zijn mandaat, kan het College de Koning vragen voortijdig een einde te maken aan het mandaat wegens ongeschiktheid.
Art. 15. Si l'évaluation finale se conclut par la mention " exceptionnel " ou " répond aux attentes ", le mandat du directeur est renouvelé pour une période de cinq ans.
Si l'évaluation finale conduit à une mention " à améliorer ", le mandat n'est pas automatiquement renouvelé et une nouvelle procédure de sélection est lancée. Le directeur sortant peut à nouveau poser sa candidature.
Si l'évaluation finale conduit à une mention " insuffisant ", le mandat du directeur prend fin et le titulaire sortant de la fonction ne peut à nouveau poser sa candidature.
Si le directeur obtient une mention " insuffisant " au cours de son mandat, le Collège peut demander au Roi de mettre prématurément un terme au mandat pour inaptitude.
Si l'évaluation finale conduit à une mention " à améliorer ", le mandat n'est pas automatiquement renouvelé et une nouvelle procédure de sélection est lancée. Le directeur sortant peut à nouveau poser sa candidature.
Si l'évaluation finale conduit à une mention " insuffisant ", le mandat du directeur prend fin et le titulaire sortant de la fonction ne peut à nouveau poser sa candidature.
Si le directeur obtient une mention " insuffisant " au cours de son mandat, le Collège peut demander au Roi de mettre prématurément un terme au mandat pour inaptitude.
Art. 16. De directeur wiens mandaat wordt beëindigd, neemt in voorkomend geval het ambt of de functie waarin hij het laatst was benoemd of het adjunct-mandaat waarin hij was aangewezen, weer op.
De directeur kan mits een opzegging van drie maanden zelf vragen dat een einde wordt gemaakt aan zijn mandaat. Indien het College akkoord gaat, kan deze termijn worden ingekort.
Bij langdurige afwezigheid of verhindering van de directeur of bij het openstaan van het mandaat van directeur, duidt het College een plaatsvervanger aan onder de personeelsleden of de magistraten van de steundienst die voor de duur van de afwezigheid, verhindering of het openstaan van het mandaat de bevoegdheden van de directeur onder het gezag van de voorzitter van het College of diens aangestelde uitoefent.
De directeur kan mits een opzegging van drie maanden zelf vragen dat een einde wordt gemaakt aan zijn mandaat. Indien het College akkoord gaat, kan deze termijn worden ingekort.
Bij langdurige afwezigheid of verhindering van de directeur of bij het openstaan van het mandaat van directeur, duidt het College een plaatsvervanger aan onder de personeelsleden of de magistraten van de steundienst die voor de duur van de afwezigheid, verhindering of het openstaan van het mandaat de bevoegdheden van de directeur onder het gezag van de voorzitter van het College of diens aangestelde uitoefent.
Art. 16. Le directeur dont le mandat a pris fin réintègre, le cas échéant, la dernière fonction à laquelle il était nommé ou le mandat adjoint auquel il avait été désigné.
Le directeur peut demander qu'il soit mis fin à son mandat, moyennant un préavis de trois mois. Ce délai peut être réduit moyennant l'accord du Collège.
En cas d'absence ou d'empêchement de longue durée du directeur ou en cas de vacance du mandat de directeur, le Collège désigne un remplaçant parmi les membres du personnel ou les magistrats du service d'appui, qui exerce les compétences de directeur pour la durée de l'absence, de l'empêchement ou de la vacance du mandat, sous l'autorité du président du Collège ou de son délégué.
Le directeur peut demander qu'il soit mis fin à son mandat, moyennant un préavis de trois mois. Ce délai peut être réduit moyennant l'accord du Collège.
En cas d'absence ou d'empêchement de longue durée du directeur ou en cas de vacance du mandat de directeur, le Collège désigne un remplaçant parmi les membres du personnel ou les magistrats du service d'appui, qui exerce les compétences de directeur pour la durée de l'absence, de l'empêchement ou de la vacance du mandat, sous l'autorité du président du Collège ou de son délégué.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 17. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 18. De minister bevoegd voor Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre qui a la Justice dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 24-04-2017, p. 53057)
Art. N. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 24-04-2017, p. 53057)