Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 SEPTEMBER 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet
Titre
22 SEPTEMBRE 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. In artikel 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet wordt tussen het woord "of" en de woorden "het pleegkind" de zinsnede "het kind van wie het personeelslid, of de partner met wie het personeelslid gehuwd is of een verklaring van wettelijke samenwoning heeft afgelegd de pleegvoogd is vermeld in artikel 475ter tot en met 475septies van het Burgerlijk Wetboek of" ingevoegd.
Article 1er. Dans l'article 1er, 5° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, le membre de phrase " l'enfant dont le membre du personnel, ou le partenaire avec lequel le membre du personnel est mariĂ© ou a fait une dĂ©claration de cohabitation lĂ©gale, est le tuteur officieux, visĂ© aux articles 475ter Ă 475septies inclus du Code civil ou " est insĂ©rĂ© entre le mot " ou " et les mots " l'enfant placĂ© ".
Art. 2. Aan artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden een punt 19° tot en met 24° toegevoegd, die luiden als volgt:
"19° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, vermeld in artikel 39 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006;
20° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, vermeld in artikel 30 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006;
21° de personeelsleden van Natuurinvest, Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos, vermeld in artikel 34 van het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie;
22° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics, vermeld in artikel 5 van het decreet van 31 januari 2003 betreffende de oprichting van een Eigen Vermogen "Flanders Hydraulics";
23° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen, vermeld in artikel 9 van het decreet van 15 januari 2016 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen en de oprichting van het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen;
24° de personeelsleden van het Eigen Vermogen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, vermeld in de wet van 27 juni 1930 waarbij de rechtspersoonlijkheid wordt verleend aan de wetenschappelijke instellingen en kunstinrichtingen welke van het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen afhangen of in het koninklijk besluit van 22 september 1931 betreffende het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen - Rechtspersoonlijkheid.".
"19° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Instituut voor Landbouw- en Visserijonderzoek, vermeld in artikel 39 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006;
20° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek, vermeld in artikel 30 van het decreet van 23 december 2005 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2006;
21° de personeelsleden van Natuurinvest, Ondersteunend Centrum van het Agentschap voor Natuur en Bos, vermeld in artikel 34 van het decreet van 19 mei 2006 houdende diverse bepalingen inzake leefmilieu en energie;
22° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Flanders Hydraulics, vermeld in artikel 5 van het decreet van 31 januari 2003 betreffende de oprichting van een Eigen Vermogen "Flanders Hydraulics";
23° de personeelsleden van het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen, vermeld in artikel 9 van het decreet van 15 januari 2016 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen en de oprichting van het Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen;
24° de personeelsleden van het Eigen Vermogen van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen, vermeld in de wet van 27 juni 1930 waarbij de rechtspersoonlijkheid wordt verleend aan de wetenschappelijke instellingen en kunstinrichtingen welke van het Ministerie van Kunsten en Wetenschappen afhangen of in het koninklijk besluit van 22 september 1931 betreffende het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten te Antwerpen - Rechtspersoonlijkheid.".
Art. 2. L'article 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les points 19° Ă 24° inclus, rĂ©digĂ©s comme suit :
" 19° les membres du personnel du Propre Patrimoine de l'" Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek ", visé à l'article 39 du décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
20° les membres du personnel du Propre Patrimoine de l'" Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek ", visé à l'article 30 du décret du 23 décembre 2005 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
21° les membres du personnel de " Natuurinvest ", Centre d'appui de l'Agentschap voor Natuur en Bos, visé à l'article 34 du décret du 19 mai 2006 contenant diverses mesures en matiÚre d'environnement et d'énergie ;
22° les membres du personnel du Propre Patrimoine de " Flanders Hydraulics ", visé à l'article 5 du décret du 31 janvier 2003 portant création d'un propre Patrimoine " Flanders Hydraulics " ;
23° les membres du personnel du Propre Patrimoine de " Informatie Vlaanderen ", visé à l'article 9 du décret du 15 janvier 2016 portant diverses mesures relatives à la dissolution de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen " et à l'établissement du " Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen " ;
24° les membres du personnel du Propre Patrimoine du MusĂ©e royal des Beaux-Arts d'Anvers, visĂ© Ă la loi du 27 juin 1930 accordant la personnalitĂ© civile aux Ă©tablissements scientifiques et artistiques dĂ©pendant du MinistĂšre des Sciences et des Arts ou Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 22 septembre 1931 accordant la personnalitĂ© civile au MusĂ©e royal des Beaux-Arts d'Anvers. ".
" 19° les membres du personnel du Propre Patrimoine de l'" Instituut voor Landbouw en Visserijonderzoek ", visé à l'article 39 du décret du 23 décembre 2005 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
20° les membres du personnel du Propre Patrimoine de l'" Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek ", visé à l'article 30 du décret du 23 décembre 2005 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
21° les membres du personnel de " Natuurinvest ", Centre d'appui de l'Agentschap voor Natuur en Bos, visé à l'article 34 du décret du 19 mai 2006 contenant diverses mesures en matiÚre d'environnement et d'énergie ;
22° les membres du personnel du Propre Patrimoine de " Flanders Hydraulics ", visé à l'article 5 du décret du 31 janvier 2003 portant création d'un propre Patrimoine " Flanders Hydraulics " ;
23° les membres du personnel du Propre Patrimoine de " Informatie Vlaanderen ", visé à l'article 9 du décret du 15 janvier 2016 portant diverses mesures relatives à la dissolution de l'agence autonomisée externe de droit public " Agentschap voor Geografische Informatie Vlaanderen " et à l'établissement du " Eigen Vermogen Informatie Vlaanderen " ;
24° les membres du personnel du Propre Patrimoine du MusĂ©e royal des Beaux-Arts d'Anvers, visĂ© Ă la loi du 27 juin 1930 accordant la personnalitĂ© civile aux Ă©tablissements scientifiques et artistiques dĂ©pendant du MinistĂšre des Sciences et des Arts ou Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 22 septembre 1931 accordant la personnalitĂ© civile au MusĂ©e royal des Beaux-Arts d'Anvers. ".
Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt tussen het eerste en het tweede lid twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag bestaan uit niet gehele maanden in een van de volgende gevallen:
1° de periode waarvoor zorgkrediet wordt aangevraagd, eindigt de dag voordat het kind voor wie zorgkrediet wordt opgenomen, de leeftijd van dertien jaar bereikt;
2° het zorgkrediet wordt opgenomen om een opleiding te volgen conform artikel 7;
3° het tijdelijke personeelslid vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° of 8°, neemt zorgkrediet op dat start na 1 april en afloopt omdat de tijdelijke aanstelling wordt beëindigd op het einde van het schooljaar.
Een tijdelijk personeelslid als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° of 8°, kan zorgkrediet aanvragen voor minder dan drie maanden als het zorgkrediet start na 1 april en afloopt omdat de tijdelijke aanstelling wordt beëindigd op het einde van het schooljaar."
"In afwijking van het eerste lid kan de aanvraag bestaan uit niet gehele maanden in een van de volgende gevallen:
1° de periode waarvoor zorgkrediet wordt aangevraagd, eindigt de dag voordat het kind voor wie zorgkrediet wordt opgenomen, de leeftijd van dertien jaar bereikt;
2° het zorgkrediet wordt opgenomen om een opleiding te volgen conform artikel 7;
3° het tijdelijke personeelslid vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° of 8°, neemt zorgkrediet op dat start na 1 april en afloopt omdat de tijdelijke aanstelling wordt beëindigd op het einde van het schooljaar.
Een tijdelijk personeelslid als vermeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° of 8°, kan zorgkrediet aanvragen voor minder dan drie maanden als het zorgkrediet start na 1 april en afloopt omdat de tijdelijke aanstelling wordt beëindigd op het einde van het schooljaar."
Art. 3. Dans l'article 9 du mĂȘme dĂ©cret, deux alinĂ©as sont insĂ©rĂ©s entre l'alinĂ©a 1er et l'alinĂ©a 2, rĂ©digĂ©s comme suit :
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande peut comprendre des mois non entiers dans un des cas suivants :
1° la période pour laquelle le crédit-soins est demandé, prend fin le jour avant que l'enfant pour lequel le crédit-soins est pris, atteint l'ùge de treize ans ;
2° le crédit-soins est pris afin de suivre une formation conformément à l'article 7 ;
3° le membre du personnel temporaire, visé à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° ou 8°, prend un crédit-soins qui commence aprÚs le 1er avril et prend fin parce que la désignation temporaire est terminée à la fin de l'année scolaire.
Un membre du personnel temporaire, visé à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° ou 8°, peut demander un crédit-soins pour moins de trois mois si le crédit-soins commence aprÚs le 1er avril et prend fin parce que la désignation temporaire est terminée à la fin de l'année scolaire. "
" Par dérogation à l'alinéa 1er, la demande peut comprendre des mois non entiers dans un des cas suivants :
1° la période pour laquelle le crédit-soins est demandé, prend fin le jour avant que l'enfant pour lequel le crédit-soins est pris, atteint l'ùge de treize ans ;
2° le crédit-soins est pris afin de suivre une formation conformément à l'article 7 ;
3° le membre du personnel temporaire, visé à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° ou 8°, prend un crédit-soins qui commence aprÚs le 1er avril et prend fin parce que la désignation temporaire est terminée à la fin de l'année scolaire.
Un membre du personnel temporaire, visé à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3°, 4°, 5°, 6°, 7° ou 8°, peut demander un crédit-soins pour moins de trois mois si le crédit-soins commence aprÚs le 1er avril et prend fin parce que la désignation temporaire est terminée à la fin de l'année scolaire. "
Art. 4. Aan artikel 19 van hetzelfde besluit wordt een punt 9° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"9° de authentieke overeenkomst waarbij de pleegvoogdij tot stand komt en bekrachtigd is conform artikel 475ter van het Burgerlijk Wetboek.".
"9° de authentieke overeenkomst waarbij de pleegvoogdij tot stand komt en bekrachtigd is conform artikel 475ter van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 4. L'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un point 9°, rĂ©digĂ© comme suit :
" 9° la convention authentique instituant la tutelle officieuse et ratifiée conformément à l'article 475ter du Code civil. ".
" 9° la convention authentique instituant la tutelle officieuse et ratifiée conformément à l'article 475ter du Code civil. ".
Art. 5. In artikel 37 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "vóór 2 september 2016" en de zinsnede "blijven van kracht" de zinsnede "of vanaf 2 september 2016 de beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017 voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten en die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest en voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest " ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "De personeelsleden die vóór 2 september 2016" en de woorden "een onderbrekingsuitkering ontvangen" de zinsnede "of de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten en die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest en de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest, en die vanaf 2 september 2016 op basis van beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017," ingevoegd;
3° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "na 2 september 2016" en het woord "stopzetten" de zinsnede "of na hun overdracht aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 2017 ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen" ingevoegd;
4° in het derde lid wordt tussen de datum "2 september 2016" en de zinsnede "blijven van kracht" de zinsnede "of vanaf 2 september 2016 de beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017 voor de personeelsleden die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen" ingevoegd;
5° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "De personeelsleden die vóór 2 september 2016" en de woorden "een onderbrekingsuitkering ontvangen" de zinsnede "of de personeelsleden die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en vanaf 2 september 2016 op grond van beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017" ingevoegd;
6° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "na 2 september 2016" en het woord "stopzetten" de zinsnede "of na hun overdracht aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 2017 ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen " ingevoegd.
1° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "vóór 2 september 2016" en de zinsnede "blijven van kracht" de zinsnede "of vanaf 2 september 2016 de beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017 voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten en die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest en voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest " ingevoegd;
2° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "De personeelsleden die vóór 2 september 2016" en de woorden "een onderbrekingsuitkering ontvangen" de zinsnede "of de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten en die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest en de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest, en die vanaf 2 september 2016 op basis van beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017," ingevoegd;
3° in het eerste lid wordt tussen de zinsnede "na 2 september 2016" en het woord "stopzetten" de zinsnede "of na hun overdracht aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 2017 ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen" ingevoegd;
4° in het derde lid wordt tussen de datum "2 september 2016" en de zinsnede "blijven van kracht" de zinsnede "of vanaf 2 september 2016 de beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017 voor de personeelsleden die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen" ingevoegd;
5° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "De personeelsleden die vóór 2 september 2016" en de woorden "een onderbrekingsuitkering ontvangen" de zinsnede "of de personeelsleden die worden overgedragen aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen en vanaf 2 september 2016 op grond van beslissingen ingegaan vóór 1 januari 2017" ingevoegd;
6° in het derde lid wordt tussen de zinsnede "na 2 september 2016" en het woord "stopzetten" de zinsnede "of na hun overdracht aan het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap op 1 januari 2017 ingevolge het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden gedetacheerd in de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen in de gemeenten of het koninklijk besluit van 25 december 2016 tot overdracht van personeelsleden van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening naar het Vlaams Gewest voor de personeelsleden die de opdracht PWA-coördinatie uitoefenen " ingevoegd.
Art. 5. A l'article 37 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou Ă partir du 2 septembre 2016 les dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017 pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes et qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamandeet pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " avant le 2 septembre 2016 " et le membre de phrase " , restent en vigueur " ;
2° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes et qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamandeet les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande, qui, Ă partir du 2 septembre 2016 sur la base de dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017, " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " Les membres du personnel qui " et les mots " perçoivent une allocation d'interruption " ;
3° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou aprĂšs leur transfert Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande le 1er janvier 2017 suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser " ;
4° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou Ă partir du 2 septembre 2016 les dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er septembre 2017 pour les membres du personnel qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser " ;
5° dans l'alinĂ©a 3, le membre de phrase " ou les membres du personnel qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales de l'emploi dans les communes ou suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande exerçant la mission de coordination ALE, et qui, Ă partir du 2 septembre 2016 sur la base de dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017 " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " Les membres du personnel qui " et les mots " perçoivent " ;
6° dans l'alinĂ©a 3, le membre de phrase " ou aprĂšs leur transfert Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande le 1er janvier 2017 suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser ".
1° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou Ă partir du 2 septembre 2016 les dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017 pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes et qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamandeet pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " avant le 2 septembre 2016 " et le membre de phrase " , restent en vigueur " ;
2° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes et qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamandeet les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande, qui, Ă partir du 2 septembre 2016 sur la base de dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017, " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " Les membres du personnel qui " et les mots " perçoivent une allocation d'interruption " ;
3° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou aprĂšs leur transfert Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande le 1er janvier 2017 suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser " ;
4° dans l'alinĂ©a 1er, le membre de phrase " ou Ă partir du 2 septembre 2016 les dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er septembre 2017 pour les membres du personnel qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser " ;
5° dans l'alinĂ©a 3, le membre de phrase " ou les membres du personnel qui sont transfĂ©rĂ©s Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales de l'emploi dans les communes ou suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande exerçant la mission de coordination ALE, et qui, Ă partir du 2 septembre 2016 sur la base de dĂ©cisions ayant pris effet avant le 1er janvier 2017 " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " Les membres du personnel qui " et les mots " perçoivent " ;
6° dans l'alinĂ©a 3, le membre de phrase " ou aprĂšs leur transfert Ă la RĂ©gion flamande ou Ă la CommunautĂ© flamande le 1er janvier 2017 suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel dĂ©tachĂ©s dans les agences locales pour l'emploi dans les communes, ou suite Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 dĂ©cembre 2016 portant transfert de membres du personnel de l'Office national de l'Emploi Ă la RĂ©gion flamande pour les membres du personnel exerçant la mission de coordination ALE " est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase " et qui mettent fin Ă l'allocation d'interruption aprĂšs le 2 septembre 2016 " et les mots " afin de dispenser ".
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 37/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 37/1. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 3, 5, 6, 7, 8, § 1, artikel 8bis, 9 en 11, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, met betrekking tot een volledige schorsing of vermindering van de beroepsloopbaan, blijven van kracht voor de toegestane periode. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 en § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, blijven van kracht tot aan de effectieve datum van het pensioen. De personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en die vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet een onderbrekingsuitkering ontvangen ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 of § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen en die de onderbrekingsuitkering stopzetten na datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet om palliatieve zorgen te verlenen als vermeld in artikel 100bis of 102bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, behouden het recht op een onderbrekingsuitkering ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 en § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen.
De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 4, 5, 6, 7, en 21, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, met betrekking tot een volledige schorsing of vermindering van de beroepsloopbaan, blijven van kracht voor de toegestane periode. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, blijven van kracht tot aan de effectieve datum van het pensioen. De personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en die vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet een onderbrekingsuitkering ontvangen ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en die de onderbrekingsuitkering stopzetten na datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet om palliatieve zorgen te verlenen als vermeld in artikel 100bis of 102bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, behouden het recht op een onderbrekingsuitkering ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen.
"Art. 37/1. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 3, 5, 6, 7, 8, § 1, artikel 8bis, 9 en 11, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, met betrekking tot een volledige schorsing of vermindering van de beroepsloopbaan, blijven van kracht voor de toegestane periode. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 en § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen, blijven van kracht tot aan de effectieve datum van het pensioen. De personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en die vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet een onderbrekingsuitkering ontvangen ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 of § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen en die de onderbrekingsuitkering stopzetten na datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet om palliatieve zorgen te verlenen als vermeld in artikel 100bis of 102bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, behouden het recht op een onderbrekingsuitkering ter uitvoering van artikel 8, § 2, § 3 en § 4, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 2 januari 1991 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen.
De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet en die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 4, 5, 6, 7, en 21, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, met betrekking tot een volledige schorsing of vermindering van de beroepsloopbaan, blijven van kracht voor de toegestane periode. De beslissingen ingegaan vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet die betrekking hebben op de personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en zijn genomen ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen, blijven van kracht tot aan de effectieve datum van het pensioen. De personeelsleden vermeld in artikel 2, eerste lid, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° of 24° van dit besluit en die vóór datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet een onderbrekingsuitkering ontvangen ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen en die de onderbrekingsuitkering stopzetten na datum van inwerkingtreding van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 september 2017 tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juli 2016 tot toekenning van onderbrekingsuitkeringen voor zorgkrediet om palliatieve zorgen te verlenen als vermeld in artikel 100bis of 102bis van de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen, behouden het recht op een onderbrekingsuitkering ter uitvoering van artikel 8 en 8bis, zoals van kracht vóór 2 september 2016, van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 betreffende de onderbreking van de beroepsloopbaan van het personeel van de besturen.
Art. 6. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 37/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 37.1. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 3, 5, 6, 7, 8, § 1er, article 8bis, 9 et 11, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, en ce qui concerne une suspension totale ou une rĂ©duction de la carriĂšre professionnelle, restent en vigueur pour la pĂ©riode autorisĂ©e. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 et § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, restent en vigueur jusqu'Ă la date effective de la mise Ă la retraite. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, bĂ©nĂ©ficient d'une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 ou § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, et qui arrĂȘtent l'allocation d'interruption aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins afin de fournir des soins palliatifs tels que visĂ©s Ă l'article 100bis ou 102bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, maintiennent le droit Ă une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 et § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption.
Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 4, 5, 6, 7, et 21, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, en ce qui concerne une suspension totale ou une rĂ©duction de la carriĂšre professionnelle, restent en vigueur pour la pĂ©riode autorisĂ©e. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, restent en vigueur jusqu'Ă la date effective de la mise Ă la retraite. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, bĂ©nĂ©ficient d'une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, et qui arrĂȘtent l'allocation d'interruption aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins afin de fournir des soins palliatifs tels que visĂ©s Ă l'article 100bis ou 102bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, maintiennent le droit Ă une allocation d'interruption en exĂ©cution des articles 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle des membres du personnel des administrations.
" Art. 37.1. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 3, 5, 6, 7, 8, § 1er, article 8bis, 9 et 11, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, en ce qui concerne une suspension totale ou une rĂ©duction de la carriĂšre professionnelle, restent en vigueur pour la pĂ©riode autorisĂ©e. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 et § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, restent en vigueur jusqu'Ă la date effective de la mise Ă la retraite. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, bĂ©nĂ©ficient d'une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 ou § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption, et qui arrĂȘtent l'allocation d'interruption aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins afin de fournir des soins palliatifs tels que visĂ©s Ă l'article 100bis ou 102bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, maintiennent le droit Ă une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8, § 2, § 3 et § 4, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 2 janvier 1991 relatif Ă l'octroi d'allocations d'interruption.
Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 4, 5, 6, 7, et 21, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, en ce qui concerne une suspension totale ou une rĂ©duction de la carriĂšre professionnelle, restent en vigueur pour la pĂ©riode autorisĂ©e. Les dĂ©cisions ayant pris effet avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, qui concernent les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et qui sont prises en exĂ©cution de l'article 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, restent en vigueur jusqu'Ă la date effective de la mise Ă la retraite. Les membres du personnel visĂ©s Ă l'article 2, alinĂ©a 1er, 19°, 20°, 21°, 22°, 23° ou 24° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui, avant la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins, bĂ©nĂ©ficient d'une allocation d'interruption en exĂ©cution de l'article 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle du personnel des administrations, et qui arrĂȘtent l'allocation d'interruption aprĂšs la date d'entrĂ©e en vigueur de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 septembre 2017 modifiant diverses dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 juillet 2016 portant octroi d'allocations d'interruption pour crĂ©dit-soins afin de fournir des soins palliatifs tels que visĂ©s Ă l'article 100bis ou 102bis de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales, maintiennent le droit Ă une allocation d'interruption en exĂ©cution des articles 8 et 8bis, tels qu'en vigueur avant le 2 septembre 2016, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 mai 1999 relatif Ă l'interruption de la carriĂšre professionnelle des membres du personnel des administrations.
Art. 7. Artikel 5 heeft uitwerking met ingang van 2 september 2016.
Art. 7. L'article 5 produit ses effets le 2 septembre 2016.
Art. 8. De Vlaamse minister, bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le ministre flamand qui a la politique de l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.