Artikel 1. In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"Als de som van de personeelspunten die op basis van de geboden begeleidingen worden toegekend, meer dan 92% bedraagt van het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal begeleidingen waarvoor de dienst is erkend en er maximaal twintig personeelspunten minder worden gepresteerd dan het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal begeleidingen waarvoor de dienst is erkend, ontvangt de dienst, in afwijking van het eerste lid, het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het aantal begeleidingen waarvoor de dienst is erkend.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 MEI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 september 2011 betreffende de erkenning en subsidiëring van diensten Ondersteuningsplan en een mentororganisatie voor het voortraject van personen met een handicap en het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap
Titre
12 MAI 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrĂ©ment et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours prĂ©alable des personnes handicapĂ©es et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s
Documentinformatie
Info du document
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Article 1er. Dans l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 septembre 2011 portant agrĂ©ment et subventionnement des services Plan de soutien et d'une organisation tutrice pour le parcours prĂ©alable des personnes handicapĂ©es, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, l'alinĂ©a deux est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Si la somme des points de personnel accordés sur la base des accompagnements réalisés constitue plus de 92% du nombre des points de personnel pour lequel le service est agréé et si le déficit des points de personnel prestés par rapport au nombre de points pour lesquels le service est agréé, est d'au maximum vingt points, le service reçoit, par dérogation à l'alinéa premier, le nombre de points de personnel correspondant au nombre d'accompagnements pour lequel le service a été agréé. ".
" Si la somme des points de personnel accordés sur la base des accompagnements réalisés constitue plus de 92% du nombre des points de personnel pour lequel le service est agréé et si le déficit des points de personnel prestés par rapport au nombre de points pour lesquels le service est agréé, est d'au maximum vingt points, le service reçoit, par dérogation à l'alinéa premier, le nombre de points de personnel correspondant au nombre d'accompagnements pour lequel le service a été agréé. ".
Art. 2. Aan artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"10° groepsbegeleiding: de algemene psychosociale ondersteuning van minimaal één uur en maximaal twee uur van twee of meer personen met een handicap of hun netwerk.".
"10° groepsbegeleiding: de algemene psychosociale ondersteuning van minimaal één uur en maximaal twee uur van twee of meer personen met een handicap of hun netwerk.".
Art. 2. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es, il est ajoutĂ© un point 10°, rĂ©digĂ© comme suit :
" 10° accompagnement en groupe : le soutien psychosocial général d'une heure au minimum et de deux heures au maximum de deux ou plusieurs personnes handicapées ou de leur réseau. ".
" 10° accompagnement en groupe : le soutien psychosocial général d'une heure au minimum et de deux heures au maximum de deux ou plusieurs personnes handicapées ou de leur réseau. ".
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 2. Het agentschap kan conform de bepalingen van dit besluit en binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op zijn begroting, de volgende voorzieningen erkennen en subsidiëren voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp:
1° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de zorgaanbieders die vergund zijn door het agentschap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.".
"Art. 2. Het agentschap kan conform de bepalingen van dit besluit en binnen de grenzen van de kredieten die daarvoor ingeschreven zijn op zijn begroting, de volgende voorzieningen erkennen en subsidiëren voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp:
1° de multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
2° de zorgaanbieders die vergund zijn door het agentschap, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap.".
Art. 3. L'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 fĂ©vrier 2016, est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
" Art. 2. ConformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et dans les limites des crĂ©dits inscrits Ă cet effet au budget, l'agence peut agrĂ©er et subventionner les structures suivantes pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible :
1° les centres multifonctionnels pour personnes mineures handicapĂ©es, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ;
2° les offreurs de soins autorisĂ©s par l'agence, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es. ".
" Art. 2. ConformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et dans les limites des crĂ©dits inscrits Ă cet effet au budget, l'agence peut agrĂ©er et subventionner les structures suivantes pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible :
1° les centres multifonctionnels pour personnes mineures handicapĂ©es, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures ;
2° les offreurs de soins autorisĂ©s par l'agence, visĂ©s Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es. ".
Art. 4. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016 en 10 juni 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De voorziening ontvangt 0,22 personeelspunten per mobiele begeleiding en per mobiele outreach, 0,155 personeelspunten per ambulante begeleiding en per ambulante outreach, 0,087 personeelspunten per dag dagopvang, 0,13 personeelspunten per nacht verblijf en 0,087 personeelspunten per groepsbegeleiding.";
2° in het tweede lid worden de woorden "of verblijf" vervangen door de zinsnede ", verblijf of groepsbegeleiding".
1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
"De voorziening ontvangt 0,22 personeelspunten per mobiele begeleiding en per mobiele outreach, 0,155 personeelspunten per ambulante begeleiding en per ambulante outreach, 0,087 personeelspunten per dag dagopvang, 0,13 personeelspunten per nacht verblijf en 0,087 personeelspunten per groepsbegeleiding.";
2° in het tweede lid worden de woorden "of verblijf" vervangen door de zinsnede ", verblijf of groepsbegeleiding".
Art. 4. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 19 fĂ©vrier 2016 et 10 juin 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" La structure obtient 0,22 points de personnel par accompagnement mobile et par outreach mobile, 0,155 points de personnel par accompagnement ambulatoire et par outreach ambulatoire, 0,087 points de personnel par jour d'accueil de jour et 0,13 points de personnel par nuit de séjour et 0,087 points de personnel par accompagnement en groupe. ";
2° dans l'alinéa deux, les mots " ou le séjour " sont remplacés par le membre de phrase " le séjour ou l'accompagnement en groupe ".
1° l'alinéa premier est remplacé par ce qui suit :
" La structure obtient 0,22 points de personnel par accompagnement mobile et par outreach mobile, 0,155 points de personnel par accompagnement ambulatoire et par outreach ambulatoire, 0,087 points de personnel par jour d'accueil de jour et 0,13 points de personnel par nuit de séjour et 0,087 points de personnel par accompagnement en groupe. ";
2° dans l'alinéa deux, les mots " ou le séjour " sont remplacés par le membre de phrase " le séjour ou l'accompagnement en groupe ".
Art. 5. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of verblijf" vervangen door de zinsnede ", verblijf of groepsbegeleiding";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De voorziening kan maximaal 10% van de personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
Het bedrag per punt, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door het agentschap bepaald op basis van de totale gesubsidieerde personeelskosten van de voorzieningen die erkend en gesubsidieerd of vergund zijn door het agentschap.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en dat er een schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging is gesloten, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening, vermeld in artikel 10, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.
Als een voorziening als vermeld in artikel 10, 5% of minder dan 5% van de personeelspunten omzet in werkingsmiddelen, is er geen schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging vereist. In dat geval volstaat voorafgaand overleg met de vermelde overlegkanalen met het oog op transparantie over de aanwending.".
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "of verblijf" vervangen door de zinsnede ", verblijf of groepsbegeleiding";
2° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De voorziening kan maximaal 10% van de personeelspunten waarvoor ze is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
Het bedrag per punt, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door het agentschap bepaald op basis van de totale gesubsidieerde personeelskosten van de voorzieningen die erkend en gesubsidieerd of vergund zijn door het agentschap.
Het bedrag, vermeld in het eerste lid, mag niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, op voorwaarde dat er over de aanwending van het bedrag voorafgaand overleg is gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap of dat er collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, is geweest en dat er een schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging is gesloten, en er aan die overlegkanalen transparantie is geboden over de aanwending.
Op verzoek van het agentschap bewijst de voorziening, vermeld in artikel 10, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.
Als een voorziening als vermeld in artikel 10, 5% of minder dan 5% van de personeelspunten omzet in werkingsmiddelen, is er geen schriftelijke overeenkomst met de werknemersvertegenwoordiging vereist. In dat geval volstaat voorafgaand overleg met de vermelde overlegkanalen met het oog op transparantie over de aanwending.".
Art. 5. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " ou le séjour " sont remplacés par le membre de phrase " le séjour ou l'accompagnement en groupe " ;
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. La structure peut convertir un maximum de 10% des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
Le montant par point, visé à l'alinéa premier, est fixé annuellement par l'agence sur la base du total des frais de personnel subventionnés en faveur des structures qui ont été agréées et subventionnées ou autorisées par l'agence.
Le montant visĂ© Ă l'alinĂ©a premier ne peut pas ĂȘtre utilisĂ© Ă des fins de constitution de rĂ©serves ou de recrutement de personnel ou de paiement de frais de personnel. La dĂ©pense du montant peut ĂȘtre Ă©talĂ©e sur plusieurs exercices comptables.
L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier, Ă condition qu'il y ait eu une concertation prĂ©alable relative Ă l'affectation du montant avec l'organe de concertation collective, visĂ© Ă l'article 27 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es ou qu'il y ait eu une participation collective, telle que visĂ©e Ă l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et qu'un accord Ă©crit ait Ă©tĂ© conclu avec la reprĂ©sentation des travailleurs et que de la transparence ait Ă©tĂ© offerte Ă ces filiĂšres de concertation en matiĂšre de l'affectation.
A la demande de l'agence, la structure, visée à l'article 10, prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collective ou de la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.
Lorsqu'une structure, telle que visée à l'article 10, convertit 5% ou moins de 5% des points de personnel en moyens de fonctionnement, aucun accord écrit avec la représentation des travailleurs n'est requis. Dans ce cas, une concertation préalable avec les filiÚres de concertation susvisées suffit en vue de la transparence quant à l'affectation. ".
1° au paragraphe 1er, alinéa deux, les mots " ou le séjour " sont remplacés par le membre de phrase " le séjour ou l'accompagnement en groupe " ;
2° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. La structure peut convertir un maximum de 10% des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
Le montant par point, visé à l'alinéa premier, est fixé annuellement par l'agence sur la base du total des frais de personnel subventionnés en faveur des structures qui ont été agréées et subventionnées ou autorisées par l'agence.
Le montant visĂ© Ă l'alinĂ©a premier ne peut pas ĂȘtre utilisĂ© Ă des fins de constitution de rĂ©serves ou de recrutement de personnel ou de paiement de frais de personnel. La dĂ©pense du montant peut ĂȘtre Ă©talĂ©e sur plusieurs exercices comptables.
L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier, Ă condition qu'il y ait eu une concertation prĂ©alable relative Ă l'affectation du montant avec l'organe de concertation collective, visĂ© Ă l'article 27 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 fĂ©vrier 2011 relatif aux conditions gĂ©nĂ©rales d'agrĂ©ment et Ă la gestion de la qualitĂ© des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapĂ©es ou qu'il y ait eu une participation collective, telle que visĂ©e Ă l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et qu'un accord Ă©crit ait Ă©tĂ© conclu avec la reprĂ©sentation des travailleurs et que de la transparence ait Ă©tĂ© offerte Ă ces filiĂšres de concertation en matiĂšre de l'affectation.
A la demande de l'agence, la structure, visée à l'article 10, prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collective ou de la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.
Lorsqu'une structure, telle que visée à l'article 10, convertit 5% ou moins de 5% des points de personnel en moyens de fonctionnement, aucun accord écrit avec la représentation des travailleurs n'est requis. Dans ce cas, une concertation préalable avec les filiÚres de concertation susvisées suffit en vue de la transparence quant à l'affectation. ".
Art. 6. In artikel 13 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"De persoon met een handicap kan ambulante begeleiding, mobiele begeleiding, dagopvang, verblijf en groepsbegeleiding combineren tot maximaal acht personeelspunten per persoon per kalenderjaar.".
"De persoon met een handicap kan ambulante begeleiding, mobiele begeleiding, dagopvang, verblijf en groepsbegeleiding combineren tot maximaal acht personeelspunten per persoon per kalenderjaar.".
Art. 6. Dans l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 fĂ©vrier 2016, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par la disposition suivante :
" La personne handicapée peut combiner l'accompagnement ambulatoire, l'accompagnement mobile, l'accueil de jour, le séjour et l'accompagnement en groupe pour un maximum de huit points de personnel par personne par année calendaire. ".
" La personne handicapée peut combiner l'accompagnement ambulatoire, l'accompagnement mobile, l'accueil de jour, le séjour et l'accompagnement en groupe pour un maximum de huit points de personnel par personne par année calendaire. ".
Art. 7. In artikel 15 van hetzelfde besluit wordt tussen het derde en het vierde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De voorziening mag voor een groepsbegeleiding een bijdrage vragen van maximaal 5 euro.".
"De voorziening mag voor een groepsbegeleiding een bijdrage vragen van maximaal 5 euro.".
Art. 7. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© entre l'alinĂ©a trois et l'alinĂ©a quatre, un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
" Pour un accompagnement en groupe, la structure peut demander une contribution de 5 euros au maximum. ".
" Pour un accompagnement en groupe, la structure peut demander une contribution de 5 euros au maximum. ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 8. Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 februari 2016, wordt opgeheven.
Art. 8. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 fĂ©vrier 2016, est abrogĂ©.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, bepaalt voor de voorzieningen, vermeld in artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, die door het Vlaams Agentschap voor Personen met een handicap zijn vergund voor het verstrekken van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning en die op 31 december 2016 erkend zijn als een thuisbegeleidingsdienst als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, het aantal personeelspunten waarvoor ze kunnen worden erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp.
Het aantal personeelspunten, vermeld in het eerste lid, kan nooit hoger zijn dan het aantal personeelspunten dat wordt verkregen door het aantal begeleidingen waarvoor de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, zijn erkend op 31 december 2016, te vermenigvuldigen met 0,235 of met 0,24 als het voorzieningen voor personen met een visuele handicap betreft.
Het aantal personeelspunten waarvoor de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, ambtshalve worden erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp conform artikel 18, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten, is inbegrepen in het aantal personeelspunten, vermeld in het eerste lid.
Het aantal personeelspunten, vermeld in het eerste lid, kan nooit hoger zijn dan het aantal personeelspunten dat wordt verkregen door het aantal begeleidingen waarvoor de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, zijn erkend op 31 december 2016, te vermenigvuldigen met 0,235 of met 0,24 als het voorzieningen voor personen met een visuele handicap betreft.
Het aantal personeelspunten waarvoor de voorzieningen, vermeld in het eerste lid, ambtshalve worden erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp conform artikel 18, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap die gebruikmaken van een persoonlijke-assistentiebudget of een persoonsgebonden budget of die ondersteund worden door een flexibel aanbodcentrum voor meerderjarigen of een thuisbegeleidingsdienst, naar persoonsvolgende financiering en houdende de transitie van de flexibele aanbodcentra voor meerderjarigen en de thuisbegeleidingsdiensten, is inbegrepen in het aantal personeelspunten, vermeld in het eerste lid.
Art. 9. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions, fixe, pour les structures visĂ©es Ă l'article 15 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapĂ©es et qui ont Ă©tĂ© autorisĂ©es par l'Agence flamande pour les Personnes handicapĂ©es pour offrir des soins ou du soutien non directement accessibles et qui ont Ă©tĂ© agréées au 31 dĂ©cembre 2016 comme service d'aide Ă domicile, tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 dĂ©cembre 1996 relatif Ă l'agrĂ©ment et au subventionnement des services d'aide Ă domicile pour handicapĂ©s, tel qu'applicable avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le nombre de points de personnel pour lequel elles peuvent ĂȘtre agréées pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible.
Le nombre des points de personnel, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur au nombre de points de personnel obtenu par la multiplication du nombre d'accompagnements, pour lequel les structures, visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, ont Ă©tĂ© agréées au 31 dĂ©cembre 2016, par 0,235 ou 0,24 dans le cas de personnes souffrant d'un handicap visuel.
Le nombre de points de personnel pour lequel les structures, visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, sont agréées d'office pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible, conformĂ©ment Ă l'article 18, alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisĂ© ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide Ă domicile vers un financement qui suit la personne et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des service d'aide Ă domicile, est compris dans le nombre de points de personnel, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier.
Le nombre des points de personnel, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, ne peut jamais ĂȘtre supĂ©rieur au nombre de points de personnel obtenu par la multiplication du nombre d'accompagnements, pour lequel les structures, visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, ont Ă©tĂ© agréées au 31 dĂ©cembre 2016, par 0,235 ou 0,24 dans le cas de personnes souffrant d'un handicap visuel.
Le nombre de points de personnel pour lequel les structures, visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, sont agréées d'office pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible, conformĂ©ment Ă l'article 18, alinĂ©a deux, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es qui font usage d'un budget d'assistance personnelle ou d'un budget personnalisĂ© ou qui sont soutenues par un centre d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures ou un service d'aide Ă domicile vers un financement qui suit la personne et portant la transition des centres d'offre de services flexible en faveur de personnes majeures et des service d'aide Ă domicile, est compris dans le nombre de points de personnel, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier.
Art. 10. In afwijking van artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, zoals gewijzigd bij dit besluit, ontvangen de voorzieningen, vermeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit, het volgende aantal personeelspunten voor de rechtstreeks toegankelijke hulp die ze bieden aan personen tot en met de leeftijd van 21 jaar:
1° 0,235 personeelspunten per mobiele begeleiding;
2° 0,165 personeelspunten per ambulante begeleiding.
1° 0,235 personeelspunten per mobiele begeleiding;
2° 0,165 personeelspunten per ambulante begeleiding.
Art. 10. Par dĂ©rogation Ă l'article 6, alinĂ©a premier, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es, tel qu'il a Ă©tĂ© modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les structures visĂ©es Ă l'article 9, alinĂ©a premier, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© obtiennent le nombre suivant de points de personnel pour l'aide directement accessible qu'ils offrent Ă des personnes jusqu'Ă et y compris l'Ăąge de 21 ans :
1° 0,235 points de personnel par accompagnement mobile ;
2° 0,165 points de personnel par accompagnement ambulatoire.
1° 0,235 points de personnel par accompagnement mobile ;
2° 0,165 points de personnel par accompagnement ambulatoire.
Art. 11. In afwijking van artikel 6, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, zoals gewijzigd bij dit besluit, ontvangen de voorzieningen, vermeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit, het volgende aantal personeelspunten voor de mobiele ondersteuning die ze bieden aan personen vanaf de leeftijd van 22 jaar, voor maximaal het aantal personeelspunten dat wordt bepaald conform artikel 9, eerste lid, van dit besluit:
1° in het jaar 2017: 0,235 personeelspunten;
2° in het jaar 2018: 0,23 personeelspunten;
3° in het jaar 2019: 0,225 personeelspunten.
1° in het jaar 2017: 0,235 personeelspunten;
2° in het jaar 2018: 0,23 personeelspunten;
3° in het jaar 2019: 0,225 personeelspunten.
Art. 11. Par dĂ©rogation Ă l'article 6, alinĂ©a premier, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es, tel qu'il a Ă©tĂ© modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les structures visĂ©es Ă l'article 9, alinĂ©a premier, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© obtiennent le nombre suivant de points de personnel pour le soutien mobile qu'ils offrent Ă des personnes Ă partir de l'Ăąge de 22 ans, pour au maximum le nombre de points de personnel qui est fixĂ© conformĂ©ment Ă l'article 9, alinĂ©a premier, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
1° dans l'année 2017 : 0,235 points de personnel ;
2° dans l'année 2018 : 0,23 points de personnel ;
3° dans l'année 2019 : 0,225 points de personnel.
1° dans l'année 2017 : 0,235 points de personnel ;
2° dans l'année 2018 : 0,23 points de personnel ;
3° dans l'année 2019 : 0,225 points de personnel.
Art. 12. Als een voorziening als vermeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit, fuseert met een andere voorziening die conform artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 februari 2013 betreffende rechtstreeks toegankelijke hulp voor personen met een handicap, zoals gewijzigd bij dit besluit, is erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, blijven de aanspraken op een hoger aantal personeelspunten als vermeld in artikel 10 en artikel 11 van dit besluit, behouden voor maximaal het aantal personeelspunten dat overeenstemt met het percentage dat het aantal personeelspunten, waarvoor de voorziening, vermeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit, is erkend voor de uitbouw van rechtstreeks toegankelijke hulp, vertegenwoordigt van het totale aantal personeelspunten waarvoor de fusie van voorzieningen is erkend en dat door het agentschap wordt bepaald.
Art. 12. Si une structure, telle que visĂ©e Ă l'article 9, alinĂ©a premier, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, fusionne avec une autre structure, qui, conformĂ©ment Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2013 relatif Ă l'aide directement accessible pour les personnes handicapĂ©es, tel que modifiĂ© par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, a Ă©tĂ© agrĂ©e pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible, le droit Ă un nombre plus Ă©levĂ© de points de personnel, tel que visĂ© aux articles 10 et 11 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est maintenu pour au maximum le nombre de points de personnel qui correspond au pourcentage reprĂ©sentant le nombre de points de personnel pour lequel la structure, visĂ©e Ă l'article 9, alinĂ©a premier, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, a Ă©tĂ© agréée pour le dĂ©veloppement d'aide directement accessible du nombre total de points de personnel pour lequel la fusion de structures a Ă©tĂ© agréée et qui est fixĂ© par l'agence.
Art. 13. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017.
Art. 13. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1 janvier 2017.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.