Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 JUNI 2017. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken en tot bepaling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
Titre
22 JUIN 2017. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics et des concessions de travaux publics et fixant la date d'entrĂ©e en vigueur de la loi du 16 fĂ©vrier 2017 modifiant la loi du 17 juin 2013 relative Ă la motivation, Ă l'information et aux voies de recours en matiĂšre de marchĂ©s publics et de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics et des concessions de travaux publics
Artikel 1. Het opschrift van het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken wordt vervangen als volgt: "Koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten".
Article 1er. L'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics et des concessions de travaux publics, est remplacĂ© par ce qui suit : " ArrĂȘtĂ© royal du 14 janvier 2013 Ă©tablissant les rĂšgles gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution des marchĂ©s publics ".
Art. 2. In de artikelen 2, 9 tot 12, 14 tot 25, 27 tot 31, 33, 36, 39 tot 47, 50, 58, 60 tot 63, 65, 66, 68, 70 tot 83, 85, 87 tot 95, 115, 118 tot 121, 123 tot 128, 130 tot 132, 136 tot 138, 140 tot 142, 145, 146, 149 tot 151, 153, 156, 159 en 160 van hetzelfde besluit worden de woorden "aanbestedende overheid" telkens vervangen door het woord "aanbesteder" en worden de woorden "aanbestedende overheden" vervangen door het woord "aanbesteders". Hetzelfde is het geval in het opschrift van afdeling 7 van hoofdstuk 2 en in het opschrift bij de artikelen 30 en 136.
In de artikelen 29, 44, 45, 47, 70, 75, 76, 80, 81, 83, 87, 92, 121, 124, 125, 131, 142, 145, 150, 151 en 156 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende zending" telkens vervangen door de woorden "aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt".
In de artikelen 29, 44, 45, 47, 70, 75, 76, 80, 81, 83, 87, 92, 121, 124, 125, 131, 142, 145, 150, 151 en 156 van hetzelfde besluit worden de woorden "aangetekende zending" telkens vervangen door de woorden "aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt".
Art. 2. Dans les articles 2, 9 Ă 12, 14 Ă 25, 27 Ă 31, 33, 36, 39 Ă 47, 50, 58, 60 Ă 63, 65, 66, 68, 70 Ă 83, 85, 87 Ă 95, 115, 118 Ă 121, 123 Ă 128, 130 Ă 132, 136 Ă 138, 140 Ă 142, 145, 146, 149 Ă 151, 153, 156, 159 et 160 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " pouvoir adjudicateur " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par le mot " adjudicateur " et " pouvoirs adjudicateurs " par " adjudicateurs ". Il en est de mĂȘme dans l'intitulĂ© de la section 7 du chapitre 2 et dans l'intitulĂ© des articles 30 et 136.
Dans les articles 29, 44, 45, 47, 70, 75, 76, 80, 81, 83, 87, 92, 121, 124, 125, 131, 142, 145, 150, 151 et 156 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " envoi recommandĂ© " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par les mots " envoi recommandĂ© ou envoi Ă©lectronique assurant de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi ".
Dans les articles 29, 44, 45, 47, 70, 75, 76, 80, 81, 83, 87, 92, 121, 124, 125, 131, 142, 145, 150, 151 et 156 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " envoi recommandĂ© " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par les mots " envoi recommandĂ© ou envoi Ă©lectronique assurant de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi ".
Art. 3. Artikel 1 van hetzelfde besluit, vervangen bij koninklijk besluit van 22 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
"Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, alsook van de richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG en van de richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG.".
"Artikel 1. Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2011/7/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 16 februari 2011 betreffende bestrijding van betalingsachterstand bij handelstransacties, alsook van de richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van richtlijn 2004/18/EG en van de richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van richtlijn 2004/17/EG.".
Art. 3. L'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 mai 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© assure la transposition partielle de la directive 2011/7/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 16 fĂ©vrier 2014 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales, ainsi que de la directive 2014/24/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 26 fĂ©vrier 2014 sur la passation des marchĂ©s publics et abrogeant la directive 2004/18/CE et de la directive 2014/25/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 26 fĂ©vrier 2014 relative Ă la passation de marchĂ©s par des entitĂ©s opĂ©rant dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux et abrogeant la directive 2004/17/CE. ".
" Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© assure la transposition partielle de la directive 2011/7/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 16 fĂ©vrier 2014 concernant la lutte contre le retard de paiement dans les transactions commerciales, ainsi que de la directive 2014/24/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 26 fĂ©vrier 2014 sur la passation des marchĂ©s publics et abrogeant la directive 2004/18/CE et de la directive 2014/25/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 26 fĂ©vrier 2014 relative Ă la passation de marchĂ©s par des entitĂ©s opĂ©rant dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, des transports et des services postaux et abrogeant la directive 2004/17/CE. ".
Art. 4. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° wet: de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° koninklijk besluit klassieke sectoren: het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017;";
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:"
"4° koninklijk besluit speciale sectoren : het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017;";
d) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° opdracht: elke overheidsopdracht, prijsvraag en elke raamovereenkomst omschreven in artikel 2, 17°, 18°, 20° en 21°, van de wet alsook in artikel 3, 1° tot 4°, 11° en 12°, van de wet defensie en veiligheid;";
e) in de bepaling onder 9° worden de woorden "aanbestedende overheid-overnemer" vervangen door het woord "aanbesteder-overnemer" en worden de woorden "aanbestedende overheid-overdrager" vervangen door het woord "aanbesteder-overdrager";
f) in de bepaling onder 17° worden de worden "als bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet" vervangen door de worden "als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet";
g) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 24° tot 26° luidende :
"24° wijziging aan de opdracht : elke aanpassing, in de loop van de uitvoering, van de contractuele voorwaarden van de opdracht, prijsvraag of van de raamovereenkomst;
25° opdracht in een fraudegevoelige sector:
a) opdracht voor werken; of
b) opdracht voor diensten in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden;
26° aanbesteder :
a) een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet of in artikel 2, 1°, van de wet defensie en veiligheid;
b) een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet of in artikel 2, 2°, van de wet defensie en veiligheid; of
c) een persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten als bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet of in artikel 2, 3°, van de wet defensie en veiligheid.".
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° wet: de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten;";
b) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
"3° koninklijk besluit klassieke sectoren: het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017;";
c) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:"
"4° koninklijk besluit speciale sectoren : het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de speciale sectoren van 18 juni 2017;";
d) de bepaling onder 6° wordt vervangen als volgt:
"6° opdracht: elke overheidsopdracht, prijsvraag en elke raamovereenkomst omschreven in artikel 2, 17°, 18°, 20° en 21°, van de wet alsook in artikel 3, 1° tot 4°, 11° en 12°, van de wet defensie en veiligheid;";
e) in de bepaling onder 9° worden de woorden "aanbestedende overheid-overnemer" vervangen door het woord "aanbesteder-overnemer" en worden de woorden "aanbestedende overheid-overdrager" vervangen door het woord "aanbesteder-overdrager";
f) in de bepaling onder 17° worden de worden "als bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet" vervangen door de worden "als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de wet";
g) het artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 24° tot 26° luidende :
"24° wijziging aan de opdracht : elke aanpassing, in de loop van de uitvoering, van de contractuele voorwaarden van de opdracht, prijsvraag of van de raamovereenkomst;
25° opdracht in een fraudegevoelige sector:
a) opdracht voor werken; of
b) opdracht voor diensten in het kader van de in artikel 35/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers bedoelde activiteiten die onder het toepassingsgebied vallen van de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden;
26° aanbesteder :
a) een aanbestedende overheid als bedoeld in artikel 2, 1°, van de wet of in artikel 2, 1°, van de wet defensie en veiligheid;
b) een overheidsbedrijf als bedoeld in artikel 2, 2°, van de wet of in artikel 2, 2°, van de wet defensie en veiligheid; of
c) een persoon die geniet van bijzondere of exclusieve rechten als bedoeld in artikel 2, 3°, van de wet of in artikel 2, 3°, van de wet defensie en veiligheid.".
Art. 4. Dans l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° loi: la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics ; " ;
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
" 3° arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques: l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques ; " ;
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
" 4° arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux: l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs spĂ©ciaux ; " ;
d) le 6° est remplacé par ce qui suit:
" 6° marché : chaque marché public, concours et chaque accord-cadre défini à l'article 2, 17°, 18°, 20° et 21°, de la loi ainsi qu'à l'article 3, 1° à 4°, 11° et 12°, de la loi défense et sécurité ; " ;
e) dans le 9°, les mots " pouvoir adjudicateur cédant " sont remplacés par les mots " adjudicateur cédant " et les mots " pouvoir adjudicateur cessionnaire " par les mots " adjudicateur cessionnaire " ;
f) dans le 17°, les mots " au sens de l'article 6, § 1er, de la loi " sont remplacés par les mots " au sens de l'article 10, alinéa 1er, de la loi " ;
g) l'article est complété par les 24° à 26° rédigés comme suit:
" 24° modification du marché : toute adaptation des conditions contractuelles du marché, du concours ou de l'accord-cadre en cours d'exécution;
25 ° marché dans un secteur sensible à la fraude:
a) un marché de travaux ; ou
b) un marché de services passé dans le cadre des activités visées à l'article 35/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs qui relÚvent du champ d'application de la responsabilité solidaire pour les dettes salariales ;
26° adjudicateur :
a) un pouvoir adjudicateur tel que visé à l'article 2, 1°, de la loi ou à l'article 2, 1°, de la loi défense et sécurité ;
a) une entreprise publique telle que visée à l'article 2, 2°, de la loi ou à l'article 2, 2°, de la loi défense et sécurité ; ou
b) une personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs telle que visée à l'article 2, 3°, de la loi ou à l'article 2, 3°, de la loi défense et sécurité. ".
a) le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° loi: la loi du 17 juin 2016 relative aux marchés publics ; " ;
b) le 3° est remplacé par ce qui suit:
" 3° arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques: l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs classiques ; " ;
c) le 4° est remplacé par ce qui suit:
" 4° arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux: l'arrĂȘtĂ© royal du 18 juin 2017 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics dans les secteurs spĂ©ciaux ; " ;
d) le 6° est remplacé par ce qui suit:
" 6° marché : chaque marché public, concours et chaque accord-cadre défini à l'article 2, 17°, 18°, 20° et 21°, de la loi ainsi qu'à l'article 3, 1° à 4°, 11° et 12°, de la loi défense et sécurité ; " ;
e) dans le 9°, les mots " pouvoir adjudicateur cédant " sont remplacés par les mots " adjudicateur cédant " et les mots " pouvoir adjudicateur cessionnaire " par les mots " adjudicateur cessionnaire " ;
f) dans le 17°, les mots " au sens de l'article 6, § 1er, de la loi " sont remplacés par les mots " au sens de l'article 10, alinéa 1er, de la loi " ;
g) l'article est complété par les 24° à 26° rédigés comme suit:
" 24° modification du marché : toute adaptation des conditions contractuelles du marché, du concours ou de l'accord-cadre en cours d'exécution;
25 ° marché dans un secteur sensible à la fraude:
a) un marché de travaux ; ou
b) un marché de services passé dans le cadre des activités visées à l'article 35/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs qui relÚvent du champ d'application de la responsabilité solidaire pour les dettes salariales ;
26° adjudicateur :
a) un pouvoir adjudicateur tel que visé à l'article 2, 1°, de la loi ou à l'article 2, 1°, de la loi défense et sécurité ;
a) une entreprise publique telle que visée à l'article 2, 2°, de la loi ou à l'article 2, 2°, de la loi défense et sécurité ; ou
b) une personne bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs telle que visée à l'article 2, 3°, de la loi ou à l'article 2, 3°, de la loi défense et sécurité. ".
Art. 5. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikel 72bis van de wet" vervangen door de woorden "artikel 167 van de wet".
Art. 5. Dans l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " article 72bis de la loi " sont remplacĂ©s par les mots " article 167 de la loi ".
Art. 6. § 1. Onverminderd de paragrafen 2 tot 4 is dit besluit, ongeacht het geraamde bedrag van de opdracht, niet toepasselijk op:
1° de opdrachten voor leveringen geplaatst bij onderhandelings procedure zonder voorafgaande bekendmaking of bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig de artikelen 42, § 1, 3° en 4°, c), en 124, § 1, 9° tot 11°, van de wet en artikel 25, 3°, b) en c), van de wet defensie en veiligheid ;
2° de opdrachten voor verzekeringsdiensten, bankdiensten en diensten in verband met beleggingen van financiële instellingen die vallen onder de CPV-codes 66100000-1 tot en met 66720000-3 alsook de diensten van financiële instellingen van categorie 12 van bijlage 1 van de wet defensie en veiligheid;
3° de opdrachten inzake gezondheids- en sociale diensten van categorie 25 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;
4° de in bijlage III bij de wet bedoelde sociale diensten en andere specifieke diensten, met uitzondering van deze die zijn opgenomen in de voormelde bijlage onder de omschrijvingen "Hotels en restaurants" en "Juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van artikel 28, § 1, eerste lid, 4° of 108, § 1, eerste lid, 2°, samen gelezen met artikel 28, § 1, eerste lid, 4° ";
5° de samengevoegde opdrachten van aanbestedende overheden van meerdere landen;
6° de opdrachten die betrekking hebben op de oprichting en de werking van een gemengde vennootschap met het oog op de uitvoering van een opdracht;
7° de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen en worden geplaatst ofwel door personen die genieten van bijzondere of alleenrechten, ofwel door overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;
8° de opdrachten tot aanstelling van een bedrijfsrevisor.
§ 2. Op de in paragraaf 1, 1° tot 6°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 1 tot 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 en 160 van toepassing.
Op de in het eerste lid bedoelde opdrachten, alsook op de in paragraaf 1, 7° en 8°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 12, § 4, 12/1, 37 tot 38/6, 38/19, 62, eerste lid, 1°, en tweede lid, alsook artikel 62/1, van toepassing.
§ 3. Dit besluit is van toepassing op de in bijlage III bij de wet bedoelde juridische diensten met CPV-code 79100000-5 tot en met 79140000-7 en 75231100-5, voor zover het geen diensten betreft als bedoeld in het tweede lid.
Dit besluit is niet toepasselijk op de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte. Hetzelfde geldt voor de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, c) tot e), van de wet bedoelde juridische diensten.
§ 4. Ongeacht het geraamde opdrachtbedrag zijn op de opdrachten geplaatst door de overheidsbedrijven en die ressorteren onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet en van titel 2 van de wet defensie en veiligheid, de artikelen 9, §§ 2 en 3, 69, 95, 127 en 160 van dit besluit niet toepasselijk.
§ 5. De bepalingen die krachtens dit besluit niet verplicht toepasselijk zijn, kunnen door de opdrachtdocumenten toepasselijk worden gemaakt op een bepaalde opdracht.".
1° de opdrachten voor leveringen geplaatst bij onderhandelings procedure zonder voorafgaande bekendmaking of bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging overeenkomstig de artikelen 42, § 1, 3° en 4°, c), en 124, § 1, 9° tot 11°, van de wet en artikel 25, 3°, b) en c), van de wet defensie en veiligheid ;
2° de opdrachten voor verzekeringsdiensten, bankdiensten en diensten in verband met beleggingen van financiële instellingen die vallen onder de CPV-codes 66100000-1 tot en met 66720000-3 alsook de diensten van financiële instellingen van categorie 12 van bijlage 1 van de wet defensie en veiligheid;
3° de opdrachten inzake gezondheids- en sociale diensten van categorie 25 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;
4° de in bijlage III bij de wet bedoelde sociale diensten en andere specifieke diensten, met uitzondering van deze die zijn opgenomen in de voormelde bijlage onder de omschrijvingen "Hotels en restaurants" en "Juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van artikel 28, § 1, eerste lid, 4° of 108, § 1, eerste lid, 2°, samen gelezen met artikel 28, § 1, eerste lid, 4° ";
5° de samengevoegde opdrachten van aanbestedende overheden van meerdere landen;
6° de opdrachten die betrekking hebben op de oprichting en de werking van een gemengde vennootschap met het oog op de uitvoering van een opdracht;
7° de opdrachten die onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet vallen en worden geplaatst ofwel door personen die genieten van bijzondere of alleenrechten, ofwel door overheidsbedrijven voor opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;
8° de opdrachten tot aanstelling van een bedrijfsrevisor.
§ 2. Op de in paragraaf 1, 1° tot 6°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 1 tot 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 en 160 van toepassing.
Op de in het eerste lid bedoelde opdrachten, alsook op de in paragraaf 1, 7° en 8°, bedoelde opdrachten, zijn de artikelen 12, § 4, 12/1, 37 tot 38/6, 38/19, 62, eerste lid, 1°, en tweede lid, alsook artikel 62/1, van toepassing.
§ 3. Dit besluit is van toepassing op de in bijlage III bij de wet bedoelde juridische diensten met CPV-code 79100000-5 tot en met 79140000-7 en 75231100-5, voor zover het geen diensten betreft als bedoeld in het tweede lid.
Dit besluit is niet toepasselijk op de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, a) en b), van de wet bedoelde opdrachten tot aanstelling van een advocaat in het kader van een vertegenwoordiging in rechte of ter voorbereiding van een procedure in rechte. Hetzelfde geldt voor de in artikel 28, § 1, eerste lid, 4°, c) tot e), van de wet bedoelde juridische diensten.
§ 4. Ongeacht het geraamde opdrachtbedrag zijn op de opdrachten geplaatst door de overheidsbedrijven en die ressorteren onder het toepassingsgebied van titel 3 van de wet en van titel 2 van de wet defensie en veiligheid, de artikelen 9, §§ 2 en 3, 69, 95, 127 en 160 van dit besluit niet toepasselijk.
§ 5. De bepalingen die krachtens dit besluit niet verplicht toepasselijk zijn, kunnen door de opdrachtdocumenten toepasselijk worden gemaakt op een bepaalde opdracht.".
Art. 6. § 1er. Sans prĂ©judice des paragraphes 2 Ă 4 et quel que soit le montant estimĂ© du marchĂ©, le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas d'application :
1° aux marchés de fournitures passés par procédure négociée sans publication préalable ou par procédure négociée sans mise en concurrence préalable conformément aux articles 42, § 1er, 3° et 4°, c), et 124, § 1er, 9° à 11°, de la loi et à l'article 25, 3°, b) et c), de la loi défense et sécurité ;
2° aux marchés de services d'assurance, services bancaires et services relatifs aux investissements des institutions financiÚres qui tombent sous les codes CPV 66100000-1 jusqu'à et y compris 66720000-3 ainsi que les services des institutions financiÚres de la catégorie 12 de l'annexe 1rede la loi défense et sécurité;
3° aux marchés relatifs aux services sociaux et sanitaires de la catégorie 25 de l'annexe 2 de la loi défense et sécurité;
4° aux services sociaux et autres services spĂ©cifiques visĂ©s Ă l'annexe III de la loi, Ă l'exception de ceux repris dans l'annexe prĂ©citĂ©e sous la description " Services d'hĂŽtellerie et de restauration " et " Services juridiques dans la mesure oĂč ils ne sont pas exclus en vertu de l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4° ou 108, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, lu en combinaison avec l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4° " ;
5° aux marchés conjoints de pouvoirs adjudicateurs de plusieurs pays ;
6° aux marchés qui concernent la création et le fonctionnement d'une société mixte en vue de l'exécution d'un marché ;
7° aux marchés tombant sous le champ d'application du titre 3 de la loi et qui sont passés soit par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs, soit par des entreprises publiques pour les marchés n'ayant pas trait à leurs tùches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance ;
8° aux marchés de désignation d'un réviseur d'entreprises.
§ 2. Les articles 1 à 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 et 160 sont d'application aux marchés visés au paragraphe 1er, 1° à 6°.
Les articles 12, § 4, 12/1, 37 à 38/6, 38/19, 62, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, ainsi que l'article 62/1, sont applicables aux marchés visés à l'alinéa 1er et au paragraphe 1er, 7° et 8°.
§ 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est d'application aux services juridiques visĂ©s Ă l'annexe III de la loi et comportant les codes CPV 79100000-5 jusqu'Ă et y compris 79140000-7, ainsi que 75231100-5, pour autant qu'il ne s'agisse pas des services mentionnĂ©s Ă l'alinĂ©a 2.
Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas d'application aux marchĂ©s de dĂ©signation d'un avocat dans le cadre de la reprĂ©sentation lĂ©gale ou en vue de la prĂ©paration d'une procĂ©dure judiciaire, visĂ©s Ă l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4°, a) et b), de la loi. Il en va de mĂȘme pour les services juridiques mentionnĂ©s Ă l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4°, c) Ă e), de la loi.
§ 4. Pour les marchĂ©s passĂ©s par des entreprises publiques et relevant du champ d'application du titre 3 de la loi et du titre 2 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, les articles 9, §§ 2 et 3, 69, 95, 127 et 160 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas applicables, quel que soit le montant estimĂ© du marchĂ©.
§ 5. Les documents du marchĂ© peuvent rendre applicables Ă un marchĂ© dĂ©terminĂ© les dispositions qui, en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ne le sont pas obligatoirement. ".
1° aux marchés de fournitures passés par procédure négociée sans publication préalable ou par procédure négociée sans mise en concurrence préalable conformément aux articles 42, § 1er, 3° et 4°, c), et 124, § 1er, 9° à 11°, de la loi et à l'article 25, 3°, b) et c), de la loi défense et sécurité ;
2° aux marchés de services d'assurance, services bancaires et services relatifs aux investissements des institutions financiÚres qui tombent sous les codes CPV 66100000-1 jusqu'à et y compris 66720000-3 ainsi que les services des institutions financiÚres de la catégorie 12 de l'annexe 1rede la loi défense et sécurité;
3° aux marchés relatifs aux services sociaux et sanitaires de la catégorie 25 de l'annexe 2 de la loi défense et sécurité;
4° aux services sociaux et autres services spĂ©cifiques visĂ©s Ă l'annexe III de la loi, Ă l'exception de ceux repris dans l'annexe prĂ©citĂ©e sous la description " Services d'hĂŽtellerie et de restauration " et " Services juridiques dans la mesure oĂč ils ne sont pas exclus en vertu de l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4° ou 108, § 1er, alinĂ©a 1er, 2°, lu en combinaison avec l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4° " ;
5° aux marchés conjoints de pouvoirs adjudicateurs de plusieurs pays ;
6° aux marchés qui concernent la création et le fonctionnement d'une société mixte en vue de l'exécution d'un marché ;
7° aux marchés tombant sous le champ d'application du titre 3 de la loi et qui sont passés soit par des personnes bénéficiant de droits spéciaux ou exclusifs, soit par des entreprises publiques pour les marchés n'ayant pas trait à leurs tùches de service public au sens d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance ;
8° aux marchés de désignation d'un réviseur d'entreprises.
§ 2. Les articles 1 à 9, 67, 69, 95, 120, 127, 156 et 160 sont d'application aux marchés visés au paragraphe 1er, 1° à 6°.
Les articles 12, § 4, 12/1, 37 à 38/6, 38/19, 62, alinéa 1er, 1°, et alinéa 2, ainsi que l'article 62/1, sont applicables aux marchés visés à l'alinéa 1er et au paragraphe 1er, 7° et 8°.
§ 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est d'application aux services juridiques visĂ©s Ă l'annexe III de la loi et comportant les codes CPV 79100000-5 jusqu'Ă et y compris 79140000-7, ainsi que 75231100-5, pour autant qu'il ne s'agisse pas des services mentionnĂ©s Ă l'alinĂ©a 2.
Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas d'application aux marchĂ©s de dĂ©signation d'un avocat dans le cadre de la reprĂ©sentation lĂ©gale ou en vue de la prĂ©paration d'une procĂ©dure judiciaire, visĂ©s Ă l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4°, a) et b), de la loi. Il en va de mĂȘme pour les services juridiques mentionnĂ©s Ă l'article 28, § 1er, alinĂ©a 1er, 4°, c) Ă e), de la loi.
§ 4. Pour les marchĂ©s passĂ©s par des entreprises publiques et relevant du champ d'application du titre 3 de la loi et du titre 2 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, les articles 9, §§ 2 et 3, 69, 95, 127 et 160 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ne sont pas applicables, quel que soit le montant estimĂ© du marchĂ©.
§ 5. Les documents du marchĂ© peuvent rendre applicables Ă un marchĂ© dĂ©terminĂ© les dispositions qui, en vertu du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ne le sont pas obligatoirement. ".
Art. 7. Artikel 7 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 7. Dit hoofdstuk en de artikelen 12, § 4, 37 tot 38/19 en 61 tot 63 zijn toepasselijk op de raamovereenkomst.
Wat de opdrachten betreft die op basis van de raamovereenkomst worden geplaatst, zijn alle bepalingen toepasselijk, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 6 en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. Voor de bedoelde opdrachten mag evenwel niet worden afgeweken van de bepalingen van de artikelen 9, §§ 2 en 3, 12/1, 37 tot 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/19, 62, eerste lid, 1° en tweede lid, 62/1 en 69.".
"Art. 7. Dit hoofdstuk en de artikelen 12, § 4, 37 tot 38/19 en 61 tot 63 zijn toepasselijk op de raamovereenkomst.
Wat de opdrachten betreft die op basis van de raamovereenkomst worden geplaatst, zijn alle bepalingen toepasselijk, onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 6 en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. Voor de bedoelde opdrachten mag evenwel niet worden afgeweken van de bepalingen van de artikelen 9, §§ 2 en 3, 12/1, 37 tot 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/19, 62, eerste lid, 1° en tweede lid, 62/1 en 69.".
Art. 7. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 7. Le présent chapitre et les articles 12, § 4, 37 à 38/19 et 61 à 63 sont applicables à l'accord-cadre.
En ce qui concerne les marchĂ©s passĂ©s sur la base d'un accord-cadre, toutes les dispositions sont d'application, sans prĂ©judice des articles 5 et 6 et sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©. Pour les marchĂ©s visĂ©s, il ne peut cependant ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions des articles 9, §§ 2 et 3, 12/1, 37 Ă 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 Ă 38/19, 62, alinĂ©a 1er, 1°, et alinĂ©a 2, 62/1 et 69. ".
" Art. 7. Le présent chapitre et les articles 12, § 4, 37 à 38/19 et 61 à 63 sont applicables à l'accord-cadre.
En ce qui concerne les marchĂ©s passĂ©s sur la base d'un accord-cadre, toutes les dispositions sont d'application, sans prĂ©judice des articles 5 et 6 et sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©. Pour les marchĂ©s visĂ©s, il ne peut cependant ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions des articles 9, §§ 2 et 3, 12/1, 37 Ă 38/6, 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 Ă 38/19, 62, alinĂ©a 1er, 1°, et alinĂ©a 2, 62/1 et 69. ".
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden ", overeenkomstig artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 11, § 3, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang," worden opgeheven ;
2° de woorden "vrije variante" worden vervangen door "variante of optie".
1° de woorden ", overeenkomstig artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 11, § 3, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang," worden opgeheven ;
2° de woorden "vrije variante" worden vervangen door "variante of optie".
Art. 8. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots " Lorsque, conformĂ©ment Ă l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 11, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, en " sont remplacĂ©s par les mots " Lorsqu'en " ;
2° les mots "d'une variante libre" sont remplacés par les mots " d'une variante ou option ".
1° les mots " Lorsque, conformĂ©ment Ă l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 11, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, en " sont remplacĂ©s par les mots " Lorsqu'en " ;
2° les mots "d'une variante libre" sont remplacés par les mots " d'une variante ou option ".
Art. 9. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 22 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. Voor zover ze toepasselijk zijn, overeenkomstig de artikelen 5, 6, §§ 1 tot 3, en artikel 7, mag niet worden afgeweken van de bepalingen van :
1° hoofdstuk 1;
2° de artikelen 12/1, 12/3, 37 tot 38/6, 38/19, 62, 62/1, 67, 69 en 78/1;
3° de artikelen 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/18.
Het eerste lid, 3°, is evenwel niet van toepassing is op de in paragraaf 4, derde lid, bedoelde opdrachten.";
b) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. Er mag slechts worden afgeweken van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3 van dit artikel in behoorlijk verantwoorde gevallen, voor zover de bijzondere eisen van de opdracht dit noodzakelijk maken. Van de artikelen 38/7, 38/9, §§ 1 tot 3 en 38/10, §§ 1 tot 3 kan echter afgeweken worden in behoorlijk verantwoorde gevallen zonder dat het noodzakelijk karakter van de afwijking moet worden aangetoond.
De motiveringen van de afwijkingen moeten niet opgenomen worden in het bestek. De afwijkingen op de artikelen 10, 12, 13, 18, 25 tot 30, 38/9, §§ 1 tot 3, 38/10, §§ 1 tot 3, 44 tot 61, 66, 68, 70 tot 73, 78, 79 tot 81, 84, 86, 96, 121, 123, 151 en 154 worden echter wel uitdrukkelijk gemotiveerd in het bestek. Indien deze motivering ontbreekt, wordt de afwijking voor niet geschreven gehouden. Deze sanctionering geldt niet in onderstaande gevallen :
1° in geval van een door de partijen ondertekende overeenkomst;
2° in geval van afwijking van artikel 38/9, §§ 1 tot 3 of 38/10, §§ 1 tot 3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die zowel betrekking hebben op de financiering, het ontwerp en op de uitvoering van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband. Voor deze opdrachten mag afgeweken worden van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3, mits naleving van het vierde lid.
De lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken, wordt voor alle opdrachten uitdrukkelijk vooraan in het bestek vermeld.".
a) paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1. Voor zover ze toepasselijk zijn, overeenkomstig de artikelen 5, 6, §§ 1 tot 3, en artikel 7, mag niet worden afgeweken van de bepalingen van :
1° hoofdstuk 1;
2° de artikelen 12/1, 12/3, 37 tot 38/6, 38/19, 62, 62/1, 67, 69 en 78/1;
3° de artikelen 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 tot 38/18.
Het eerste lid, 3°, is evenwel niet van toepassing is op de in paragraaf 4, derde lid, bedoelde opdrachten.";
b) paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. Er mag slechts worden afgeweken van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3 van dit artikel in behoorlijk verantwoorde gevallen, voor zover de bijzondere eisen van de opdracht dit noodzakelijk maken. Van de artikelen 38/7, 38/9, §§ 1 tot 3 en 38/10, §§ 1 tot 3 kan echter afgeweken worden in behoorlijk verantwoorde gevallen zonder dat het noodzakelijk karakter van de afwijking moet worden aangetoond.
De motiveringen van de afwijkingen moeten niet opgenomen worden in het bestek. De afwijkingen op de artikelen 10, 12, 13, 18, 25 tot 30, 38/9, §§ 1 tot 3, 38/10, §§ 1 tot 3, 44 tot 61, 66, 68, 70 tot 73, 78, 79 tot 81, 84, 86, 96, 121, 123, 151 en 154 worden echter wel uitdrukkelijk gemotiveerd in het bestek. Indien deze motivering ontbreekt, wordt de afwijking voor niet geschreven gehouden. Deze sanctionering geldt niet in onderstaande gevallen :
1° in geval van een door de partijen ondertekende overeenkomst;
2° in geval van afwijking van artikel 38/9, §§ 1 tot 3 of 38/10, §§ 1 tot 3.
Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die zowel betrekking hebben op de financiering, het ontwerp en op de uitvoering van werken en, in voorkomend geval, op elke dienstverlening in dat verband. Voor deze opdrachten mag afgeweken worden van de andere verplichte bepalingen dan die bedoeld in de paragrafen 2 en 3, mits naleving van het vierde lid.
De lijst van de bepalingen waarvan wordt afgeweken, wordt voor alle opdrachten uitdrukkelijk vooraan in het bestek vermeld.".
Art. 9. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour autant qu'elles soient applicables, conformĂ©ment aux articles 5, 6, §§ 1er Ă 3, et Ă l'article 7, il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions:
1° du chapitre 1er ;
2° des articles 12/1, 12/3, 37 à 38/6, 38/19, 62, 62/1, 67, 69 et 78/1 ;
3° les articles 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 à 38/18.
Néanmoins, l'alinéa 1er, 3°, ne s'applique pas aux marchés visés au paragraphe 4, alinéa 3. " ;
b) le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions obligatoires autres que celles Ă©numĂ©rĂ©es aux paragraphes 2 et 3 du prĂ©sent article que, dans des cas dĂ»ment motivĂ©s, dans la mesure rendue indispensable par les exigences particuliĂšres du marchĂ©. Il peut par contre ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux articles 38/7, 38/9, §§ 1er Ă 3 et 38/10, §§ 1er Ă 3 dans des cas dĂ»ment motivĂ©s mais sans que le caractĂšre indispensable de cette dĂ©rogation ne doive ĂȘtre dĂ©montrĂ©.
Les motivations des dĂ©rogations ne doivent pas ĂȘtre reprises dans le cahier spĂ©cial des charges. NĂ©anmoins, les dĂ©rogations aux articles 10, 12, 13, 18, 25 Ă 30, 38/9, §§ 1er Ă 3, 38/10, §§ 1er Ă 3, 44 Ă 61, 66, 68, 70 Ă 73, 78, 79 Ă 81, 84, 86, 96, 121, 123, 151 et 154 font l'objet d'une motivation formelle dans le cahier spĂ©cial des charges. A dĂ©faut de mention de cette motivation, la dĂ©rogation est rĂ©putĂ©e non Ă©crite. Cette sanction n'est pas applicable dans les cas suivants :
1° dans le cas d'une convention signée par les parties ;
2° en cas de dérogation à l'article 38/9, §§ 1er à 3 ou 38/10, §§ 1er à 3.
Les alinĂ©as 1er et 2 ne s'appliquent pas aux marchĂ©s portant Ă la fois sur le financement, la conception et l'exĂ©cution de travaux ainsi que, le cas Ă©chĂ©ant, sur toute prestation de services relative Ă ceux-ci. Pour ces marchĂ©s, il peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux autres dispositions obligatoires que celles mentionnĂ©es aux paragraphes 2 et 3, moyennant le respect de l'alinĂ©a 4.
La liste des dispositions auxquelles il est dérogé figure de maniÚre explicite au début du cahier spécial des charges et ce, pour tous les marchés. ".
a) le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Pour autant qu'elles soient applicables, conformĂ©ment aux articles 5, 6, §§ 1er Ă 3, et Ă l'article 7, il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions:
1° du chapitre 1er ;
2° des articles 12/1, 12/3, 37 à 38/6, 38/19, 62, 62/1, 67, 69 et 78/1 ;
3° les articles 38/8, 38/9, § 4, 38/10, § 4, 38/11 à 38/18.
Néanmoins, l'alinéa 1er, 3°, ne s'applique pas aux marchés visés au paragraphe 4, alinéa 3. " ;
b) le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Il ne peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux dispositions obligatoires autres que celles Ă©numĂ©rĂ©es aux paragraphes 2 et 3 du prĂ©sent article que, dans des cas dĂ»ment motivĂ©s, dans la mesure rendue indispensable par les exigences particuliĂšres du marchĂ©. Il peut par contre ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux articles 38/7, 38/9, §§ 1er Ă 3 et 38/10, §§ 1er Ă 3 dans des cas dĂ»ment motivĂ©s mais sans que le caractĂšre indispensable de cette dĂ©rogation ne doive ĂȘtre dĂ©montrĂ©.
Les motivations des dĂ©rogations ne doivent pas ĂȘtre reprises dans le cahier spĂ©cial des charges. NĂ©anmoins, les dĂ©rogations aux articles 10, 12, 13, 18, 25 Ă 30, 38/9, §§ 1er Ă 3, 38/10, §§ 1er Ă 3, 44 Ă 61, 66, 68, 70 Ă 73, 78, 79 Ă 81, 84, 86, 96, 121, 123, 151 et 154 font l'objet d'une motivation formelle dans le cahier spĂ©cial des charges. A dĂ©faut de mention de cette motivation, la dĂ©rogation est rĂ©putĂ©e non Ă©crite. Cette sanction n'est pas applicable dans les cas suivants :
1° dans le cas d'une convention signée par les parties ;
2° en cas de dérogation à l'article 38/9, §§ 1er à 3 ou 38/10, §§ 1er à 3.
Les alinĂ©as 1er et 2 ne s'appliquent pas aux marchĂ©s portant Ă la fois sur le financement, la conception et l'exĂ©cution de travaux ainsi que, le cas Ă©chĂ©ant, sur toute prestation de services relative Ă ceux-ci. Pour ces marchĂ©s, il peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© aux autres dispositions obligatoires que celles mentionnĂ©es aux paragraphes 2 et 3, moyennant le respect de l'alinĂ©a 4.
La liste des dispositions auxquelles il est dérogé figure de maniÚre explicite au début du cahier spécial des charges et ce, pour tous les marchés. ".
Art. 10. In artikel 10, derde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden "of opleggen" worden toegevoegd tussen de woorden "middelen toestaan" en "voor het uitwisselen van schriftelijke stukken" ;
2° de laatste zin die aanvangt met de woorden "De opdrachtnemer kan" en eindigt met de woorden "eveneens toestaan." wordt opgeheven.
1° de woorden "of opleggen" worden toegevoegd tussen de woorden "middelen toestaan" en "voor het uitwisselen van schriftelijke stukken" ;
2° de laatste zin die aanvangt met de woorden "De opdrachtnemer kan" en eindigt met de woorden "eveneens toestaan." wordt opgeheven.
Art. 10. A l'article 10, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots " ou imposer " sont insérés entre les mots " autoriser " et " l'utilisation de moyens électroniques pour l'échange des piÚces écrites " ;
2° la derniÚre phrase commençant par les mots " L'adjudicataire peut également " et finissant par les mots " cette utilisation " est abrogée.
1° les mots " ou imposer " sont insérés entre les mots " autoriser " et " l'utilisation de moyens électroniques pour l'échange des piÚces écrites " ;
2° la derniÚre phrase commençant par les mots " L'adjudicataire peut également " et finissant par les mots " cette utilisation " est abrogée.
Art. 11. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De leidende ambtenaar wordt door de aanbesteder schriftelijk aangeduid uiterlijk bij de sluiting van de opdracht. Deze aanduiding mag reeds geschieden in de opdrachtdocumenten.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid luidende:
" De leidende ambtenaar mag worden vervangen in de loop van de uitvoering van de opdracht. Deze vervanging moet op schriftelijke wijze geschieden. ".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De leidende ambtenaar wordt door de aanbesteder schriftelijk aangeduid uiterlijk bij de sluiting van de opdracht. Deze aanduiding mag reeds geschieden in de opdrachtdocumenten.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid luidende:
" De leidende ambtenaar mag worden vervangen in de loop van de uitvoering van de opdracht. Deze vervanging moet op schriftelijke wijze geschieden. ".
Art. 11. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le fonctionnaire dirigeant est désigné par écrit par l'adjudicateur au plus tard au moment de la conclusion du marché. Cette désignation peut déjà figurer dans les documents du marché. " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le fonctionnaire dirigeant peut ĂȘtre remplacĂ© en cours d'exĂ©cution du marchĂ©. Ce remplacement doit se faire de maniĂšre Ă©crite. ".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le fonctionnaire dirigeant est désigné par écrit par l'adjudicateur au plus tard au moment de la conclusion du marché. Cette désignation peut déjà figurer dans les documents du marché. " ;
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Le fonctionnaire dirigeant peut ĂȘtre remplacĂ© en cours d'exĂ©cution du marchĂ©. Ce remplacement doit se faire de maniĂšre Ă©crite. ".
Art. 12. Artikel 12 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt :
"Art. 12. § 1. De opdrachtnemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbesteder wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt. De aanbesteder heeft geen enkele contractuele band met die derden.
§ 2. In volgende gevallen doet de opdrachtnemer verplicht een beroep op een of meerdere vooraf bepaalde onderaannemer(s):
1° wanneer de opdrachtnemer voor zijn kwalitatieve selectie in verband met de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, gebruik heeft gemaakt van de draag kracht van vooraf bepaalde onderaannemers overeen komstig artikel 73, § 1, van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 72 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 79 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang ;
2° wanneer de aanbesteder het inzetten van bepaalde onderaannemers oplegt aan de opdrachtnemer.
Het inzetten van andere onderaannemers is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de aanbesteder.
Enkel in het in het eerste lid, onder 2°, bedoelde geval, staat de aanbesteder in voor de financiële en economische draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid van de betreffende onderaannemer(s).
§ 3. Wanneer de opdrachtnemer bepaalde onderaannemers in zijn offerte heeft voorgedragen overeenkomstig artikel 74 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 73 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 140 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, kan de eerstgenoemde, wanneer hij in de uitvoering gebruik maakt van onderaanneming, daarbij in principe alleen beroep doen op de betreffende voorgedragen onderaannemers, tenzij wanneer hij de toestemming van de aanbesteder verkrijgt tot het inzetten van een andere onderaannemer.
Het eerste lid is niet van toepassing in het geval waarbij de aanbesteder, overeenkomstig artikel 12/2, zou hebben verzocht om vervanging van de betreffende onderaannemer(s) omdat deze zich in een uitsluitingsgrond bevind(en)t.
§ 4. Wanneer het om een overheidsopdracht voor werken gaat verwijst de aanbesteder in de opdrachtdocumenten naar de rechtstreekse vordering van de onderaannemer conform artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek.".
"Art. 12. § 1. De opdrachtnemer blijft aansprakelijk ten opzichte van de aanbesteder wanneer hij de uitvoering van zijn verbintenissen geheel of gedeeltelijk aan derden toevertrouwt. De aanbesteder heeft geen enkele contractuele band met die derden.
§ 2. In volgende gevallen doet de opdrachtnemer verplicht een beroep op een of meerdere vooraf bepaalde onderaannemer(s):
1° wanneer de opdrachtnemer voor zijn kwalitatieve selectie in verband met de criteria inzake de studie- en beroepskwalificaties, of inzake de relevante beroepservaring, gebruik heeft gemaakt van de draag kracht van vooraf bepaalde onderaannemers overeen komstig artikel 73, § 1, van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 72 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 79 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang ;
2° wanneer de aanbesteder het inzetten van bepaalde onderaannemers oplegt aan de opdrachtnemer.
Het inzetten van andere onderaannemers is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de aanbesteder.
Enkel in het in het eerste lid, onder 2°, bedoelde geval, staat de aanbesteder in voor de financiële en economische draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid van de betreffende onderaannemer(s).
§ 3. Wanneer de opdrachtnemer bepaalde onderaannemers in zijn offerte heeft voorgedragen overeenkomstig artikel 74 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 73 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 140 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, kan de eerstgenoemde, wanneer hij in de uitvoering gebruik maakt van onderaanneming, daarbij in principe alleen beroep doen op de betreffende voorgedragen onderaannemers, tenzij wanneer hij de toestemming van de aanbesteder verkrijgt tot het inzetten van een andere onderaannemer.
Het eerste lid is niet van toepassing in het geval waarbij de aanbesteder, overeenkomstig artikel 12/2, zou hebben verzocht om vervanging van de betreffende onderaannemer(s) omdat deze zich in een uitsluitingsgrond bevind(en)t.
§ 4. Wanneer het om een overheidsopdracht voor werken gaat verwijst de aanbesteder in de opdrachtdocumenten naar de rechtstreekse vordering van de onderaannemer conform artikel 1798 van het Burgerlijk Wetboek.".
Art. 12. L'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 12. § 1er. Le fait que l'adjudicataire confie tout ou partie de ses engagements à des sous-traitants ne dégage pas sa responsabilité envers l'adjudicateur. L'adjudicateur n'a aucun lien contractuel avec ces tiers.
§ 2. Dans les cas suivants, l'adjudicataire a l'obligation de faire appel à un ou plusieurs sous-traitant(s) prédéterminé(s) :
1° lorsque l'adjudicataire a, pour sa sĂ©lection qualitative concernant les critĂšres relatifs aux titres d'Ă©tudes et professionnels ou Ă l'expĂ©rience professionnelle pertinente, fait appel Ă la capacitĂ© de sous-traitants prĂ©dĂ©terminĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 73, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 72 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 79 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas;
2° lorsque l'adjudicateur impose à l'adjudicataire le recours à certains sous-traitants.
Le recours à d'autres sous-traitants est soumis à l'autorisation préalable de l'adjudicateur.
L'adjudicateur est uniquement responsable de la capacité financiÚre et économique et de la capacité technique et professionnelle de ce(s) sous-traitant(s) dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°.
§ 3. Lorsque l'adjudicataire a proposĂ© certains sous-traitants dans son offre conformĂ©ment Ă l'article 74 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 73 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 140 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, il ne peut en principe, s'il fait appel Ă la sous-traitance dans le cadre de l'exĂ©cution, recourir qu'aux seuls sous-traitants proposĂ©s, Ă moins que l'adjudicateur ne l'autorise Ă recourir Ă un autre sous-traitant.
L'alinĂ©a 1er ne s'applique pas dans le cas oĂč l'adjudicateur a demandĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 12/2, le remplacement du ou des sous-traitant(s) concernĂ©(s) parce que ce(s)dernier(s) se trouvai(en)t dans une situation d'exclusion.
§ 4. Lorsqu'il s'agit d'un marché de travaux, l'adjudicateur fait mention dans les documents du marché de l'action directe du sous-traitant conformément à l'article 1798 du Code Civil. ".
" Art. 12. § 1er. Le fait que l'adjudicataire confie tout ou partie de ses engagements à des sous-traitants ne dégage pas sa responsabilité envers l'adjudicateur. L'adjudicateur n'a aucun lien contractuel avec ces tiers.
§ 2. Dans les cas suivants, l'adjudicataire a l'obligation de faire appel à un ou plusieurs sous-traitant(s) prédéterminé(s) :
1° lorsque l'adjudicataire a, pour sa sĂ©lection qualitative concernant les critĂšres relatifs aux titres d'Ă©tudes et professionnels ou Ă l'expĂ©rience professionnelle pertinente, fait appel Ă la capacitĂ© de sous-traitants prĂ©dĂ©terminĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 73, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 72 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 79 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas;
2° lorsque l'adjudicateur impose à l'adjudicataire le recours à certains sous-traitants.
Le recours à d'autres sous-traitants est soumis à l'autorisation préalable de l'adjudicateur.
L'adjudicateur est uniquement responsable de la capacité financiÚre et économique et de la capacité technique et professionnelle de ce(s) sous-traitant(s) dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°.
§ 3. Lorsque l'adjudicataire a proposĂ© certains sous-traitants dans son offre conformĂ©ment Ă l'article 74 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 73 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 140 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, il ne peut en principe, s'il fait appel Ă la sous-traitance dans le cadre de l'exĂ©cution, recourir qu'aux seuls sous-traitants proposĂ©s, Ă moins que l'adjudicateur ne l'autorise Ă recourir Ă un autre sous-traitant.
L'alinĂ©a 1er ne s'applique pas dans le cas oĂč l'adjudicateur a demandĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 12/2, le remplacement du ou des sous-traitant(s) concernĂ©(s) parce que ce(s)dernier(s) se trouvai(en)t dans une situation d'exclusion.
§ 4. Lorsqu'il s'agit d'un marché de travaux, l'adjudicateur fait mention dans les documents du marché de l'action directe du sous-traitant conformément à l'article 1798 du Code Civil. ".
Art. 13. In hetzelfde besluit worden de artikelen 12/1 tot 12/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 12/1. Wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft maakt de opdrachtnemer, ten laatste bij de aanvang van de uitvoering van de opdracht de volgende gegevens over aan de aanbesteder: naam, contactgegevens en wettelijke vertegenwoordigers van alle onderaannemers, ongeacht hun aandeel of plaats in de keten van onderaanneming, die bij de uitvoering van de werken of het verrichten van de diensten betrokken zijn, voor zover deze gegevens op dat moment bekend zijn. Hetzelfde geldt bij opdrachten voor diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbesteder moeten worden uitgevoerd.
De opdrachtnemer is tijdens de volledige looptijd van de in het eerste lid bedoelde opdrachten gehouden de aanbesteder onverwijld in kennis te stellen van alle wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens, alsmede van de vereiste gegevens betreffende eventuele nieuwe onderaannemers die hij nadien bij de uitvoering van deze werken of verlening van deze diensten zal betrekken.
In de andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, kan de aanbesteder dezelfde gegevens opvragen bij de opdrachtnemer.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kunnen de opdrachtdocumenten erin voorzien dat de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt onder de vorm van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, hierna UEA genoemd. In dat geval moet het UEA volledig worden ingevuld en alle informatie omtrent de betreffende onderaannemer bevatten, overeenkomstig het bepaalde in de uitvoeringsverordening nr. 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het UEA.
Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.
Art. 12/2. § 1. De aanbestedende overheid kan controleren of er in hoofde van de rechtstreekse onderaannemer/s van de opdrachtnemer gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet of in artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer overgaat tot vervanging van de onderaannemer/s over wie in het onderzoek een van de uitsluitingsgronden aan het licht is gekomen als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer alsdan tot hetzelfde gehouden.
In afwijking van het eerste lid, wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of over hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de aanbestedende overheid ertoe gehouden, zodra de in artikel 12/1 bedoelde gegevens hem werden verstrekt, onverwijld over te gaan tot het in het eerste lid bedoelde onderzoek.
Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van bovenvermeld proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende deze termijn mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale of sociale schulden werden geregulariseerd. De in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen mogen eveneens nog worden aangebracht in de loop van de voormelde termijn van vijftien dagen, tenzij de opdrachtdocumenten opleggen dat de gegevens omtrent de onderaannemers worden verstrekt onder de vorm van het UEA overeenkomstig artikel 12/1, vierde lid, in welk geval de corrigerende maatregelen reeds in het UEA worden aangebracht.
De in het derde lid bedoelde termijn van vijftien dagen kan worden ingekort overeenkomstig artikel 44, § 2, derde lid.
§ 2. De aanbestedende overheid kan nagaan of er in hoofde van een onderaannemer verderop in de onderaannemingsketen gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer de nodige maatregelen neemt teneinde in de vervanging te voorzien van de onderaannemer over wie in het onderzoek een uitsluitingsgrond als bedoeld als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, aan het licht is gekomen of hierin te laten voorzien. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer tot hetzelfde gehouden.
Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld, dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van dit proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende de voormelde termijn van vijftien dagen mogen de in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen nog worden aangebracht en mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale en sociale schulden werden geregulariseerd.
§ 3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de onderaannemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond.
De in het eerste lid vermelde onderaannemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen. In de loop van de uitvoering mag slechts één keer van deze mogelijkheid gebruik gemaakt worden.
De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.
§ 4. Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke inbreuk op de in de eerste paragraaf bedoelde vervangingsplicht of op de in de tweede paragraaf bedoelde verplichting om de nodige maatregelen te nemen teneinde in de vervanging te voorzien, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van de oorspronkelijke aannemingssom. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.
De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :
a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;
b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.
Art. 12/3. § 1. Het is verboden voor een onderaannemer om het geheel van de opdracht dat hem werd toegewezen in onderaanneming te geven aan een andere onderaannemer. Het is eveneens verboden voor een onderaannemer om alleen de coördinatie van de opdracht te behouden.
§ 2. Onverminderd artikel 2, § 3bis, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, wordt de keten van onderaanneming voor de opdrachten in een fraudegevoelige sector die worden geplaatst door aanbestedende overheden als volgt beperkt:
1° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een categorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan drie niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer, de onderaannemer van het tweede niveau en de onderaannemer van het derde niveau;
2° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een ondercategorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van 26 september 1991, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau;
3° als het een opdracht voor diensten betreft in een fraudegevoelige sector mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau.
Onverminderd artikel 78/1 is in de volgende gevallen echter één bijkomend niveau van onderaanneming mogelijk:
1° wanneer zich omstandigheden voordoen die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van de offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen door de ondernemers, niettegenstaande al het nodige daartoe werd gedaan en voor zover deze omstandigheden schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan de aanbestedende overheid binnen de dertig dagen nadat ze zich hebben voorgedaan; of
2° mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de aanbestedende overheid.
Wanneer het een opdracht van werken betreft en de opdrachtnemer om het in tweede lid, 2°, bedoelde akkoord van de aanbestedende overheid verzoekt, voegt hij een attest toe waaruit blijkt dat de betreffende onderaannemer over de erkenning beschikt. Zoniet verschaft hij een kopij van de in artikel 6 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde beslissing dat, in hoofde van de betreffende onderaannemer, voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, dan wel aan de vereisten inzake gelijkwaardigheid van een erkenning. De aanbestedende overheid ziet dit attest of deze beslissing na.
Worden niet beschouwd als onderaannemer voor de toepassing van dit artikel :
1° de partijen in een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van de tijdelijke handelsvennootschap;
2° leveranciers van goederen, zonder bijkomende plaatsings- of installatiewerken;
3° de organismen of instellingen die controle of certificatie uitvoeren;
4° uitzendkantoren in de zin van wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
§ 3. Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke niet-naleving van dit artikel, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van de oorspronkelijke aannemingssom. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.
De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :
a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;
b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.
Art. 12/4. De aanbesteder kan eisen dat de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de minimumeisen inzake technische en beroepsbekwaamheid die door de opdrachtdocumenten zijn opgelegd. Dit doet geen afbreuk aan de in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.".
"Art. 12/1. Wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft maakt de opdrachtnemer, ten laatste bij de aanvang van de uitvoering van de opdracht de volgende gegevens over aan de aanbesteder: naam, contactgegevens en wettelijke vertegenwoordigers van alle onderaannemers, ongeacht hun aandeel of plaats in de keten van onderaanneming, die bij de uitvoering van de werken of het verrichten van de diensten betrokken zijn, voor zover deze gegevens op dat moment bekend zijn. Hetzelfde geldt bij opdrachten voor diensten die ter plaatse onder rechtstreeks toezicht van de aanbesteder moeten worden uitgevoerd.
De opdrachtnemer is tijdens de volledige looptijd van de in het eerste lid bedoelde opdrachten gehouden de aanbesteder onverwijld in kennis te stellen van alle wijzigingen van de in het eerste lid bedoelde gegevens, alsmede van de vereiste gegevens betreffende eventuele nieuwe onderaannemers die hij nadien bij de uitvoering van deze werken of verlening van deze diensten zal betrekken.
In de andere gevallen dan deze bedoeld in het eerste lid, kan de aanbesteder dezelfde gegevens opvragen bij de opdrachtnemer.
Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kunnen de opdrachtdocumenten erin voorzien dat de in het eerste lid bedoelde gegevens worden verstrekt onder de vorm van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument, hierna UEA genoemd. In dat geval moet het UEA volledig worden ingevuld en alle informatie omtrent de betreffende onderaannemer bevatten, overeenkomstig het bepaalde in de uitvoeringsverordening nr. 2016/7 van de Commissie van 5 januari 2016 houdende een standaardformulier voor het UEA.
Het eerste en vierde lid zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.
Art. 12/2. § 1. De aanbestedende overheid kan controleren of er in hoofde van de rechtstreekse onderaannemer/s van de opdrachtnemer gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet of in artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer overgaat tot vervanging van de onderaannemer/s over wie in het onderzoek een van de uitsluitingsgronden aan het licht is gekomen als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer alsdan tot hetzelfde gehouden.
In afwijking van het eerste lid, wanneer het een opdracht in een fraudegevoelige sector betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of over hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de aanbestedende overheid ertoe gehouden, zodra de in artikel 12/1 bedoelde gegevens hem werden verstrekt, onverwijld over te gaan tot het in het eerste lid bedoelde onderzoek.
Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van bovenvermeld proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende deze termijn mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale of sociale schulden werden geregulariseerd. De in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen mogen eveneens nog worden aangebracht in de loop van de voormelde termijn van vijftien dagen, tenzij de opdrachtdocumenten opleggen dat de gegevens omtrent de onderaannemers worden verstrekt onder de vorm van het UEA overeenkomstig artikel 12/1, vierde lid, in welk geval de corrigerende maatregelen reeds in het UEA worden aangebracht.
De in het derde lid bedoelde termijn van vijftien dagen kan worden ingekort overeenkomstig artikel 44, § 2, derde lid.
§ 2. De aanbestedende overheid kan nagaan of er in hoofde van een onderaannemer verderop in de onderaannemingsketen gronden tot uitsluiting voorhanden zijn als bedoeld in de eerste paragraaf, eerste lid. De aanbestedende overheid verzoekt dat de opdrachtnemer de nodige maatregelen neemt teneinde in de vervanging te voorzien van de onderaannemer over wie in het onderzoek een uitsluitingsgrond als bedoeld als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van de wet of in artikel 63, § 1, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, aan het licht is gekomen of hierin te laten voorzien. Wanneer het een facultatieve uitsluitingsgrond betreft als bedoeld in artikel 69 van de wet of in artikel 63, § 2, van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, kan de aanbestedende overheid hetzelfde doen en is de opdrachtnemer tot hetzelfde gehouden.
Van de in het eerste lid bedoelde vaststelling van de aanwezigheid van een uitsluitingsgrond en van het verzoek tot vervanging wordt een proces-verbaal opgesteld, dat wordt verzonden aan de opdrachtnemer overeenkomstig artikel 44, § 2, eerste lid. Deze laatste beschikt over een termijn van vijftien dagen volgend op de datum van verzending van dit proces-verbaal om aan te tonen dat de betreffende onderaannemer werd vervangen. Gedurende de voormelde termijn van vijftien dagen mogen de in de derde paragraaf bedoelde corrigerende maatregelen nog worden aangebracht en mag het bewijs nog worden geleverd dat de fiscale en sociale schulden werden geregulariseerd.
§ 3. Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de onderaannemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond.
De in het eerste lid vermelde onderaannemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen. In de loop van de uitvoering mag slechts één keer van deze mogelijkheid gebruik gemaakt worden.
De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.
§ 4. Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke inbreuk op de in de eerste paragraaf bedoelde vervangingsplicht of op de in de tweede paragraaf bedoelde verplichting om de nodige maatregelen te nemen teneinde in de vervanging te voorzien, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van de oorspronkelijke aannemingssom. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.
De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :
a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;
b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.
Art. 12/3. § 1. Het is verboden voor een onderaannemer om het geheel van de opdracht dat hem werd toegewezen in onderaanneming te geven aan een andere onderaannemer. Het is eveneens verboden voor een onderaannemer om alleen de coördinatie van de opdracht te behouden.
§ 2. Onverminderd artikel 2, § 3bis, van de wet van 10 april 1990 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, wordt de keten van onderaanneming voor de opdrachten in een fraudegevoelige sector die worden geplaatst door aanbestedende overheden als volgt beperkt:
1° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een categorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit van 26 september 1991 tot vaststelling van bepaalde toepassingsmaatregelen van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan drie niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer, de onderaannemer van het tweede niveau en de onderaannemer van het derde niveau;
2° als het een opdracht voor werken betreft die volgens zijn aard in een ondercategorie wordt ingedeeld overeenkomstig artikel 4 van het voormelde koninklijk besluit van 26 september 1991, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau;
3° als het een opdracht voor diensten betreft in een fraudegevoelige sector mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan twee niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de opdrachtnemer en de onderaannemer van het tweede niveau.
Onverminderd artikel 78/1 is in de volgende gevallen echter één bijkomend niveau van onderaanneming mogelijk:
1° wanneer zich omstandigheden voordoen die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van de offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen door de ondernemers, niettegenstaande al het nodige daartoe werd gedaan en voor zover deze omstandigheden schriftelijk kenbaar gemaakt worden aan de aanbestedende overheid binnen de dertig dagen nadat ze zich hebben voorgedaan; of
2° mits voorafgaandelijk schriftelijk akkoord van de aanbestedende overheid.
Wanneer het een opdracht van werken betreft en de opdrachtnemer om het in tweede lid, 2°, bedoelde akkoord van de aanbestedende overheid verzoekt, voegt hij een attest toe waaruit blijkt dat de betreffende onderaannemer over de erkenning beschikt. Zoniet verschaft hij een kopij van de in artikel 6 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde beslissing dat, in hoofde van de betreffende onderaannemer, voldaan is aan de erkenningsvoorwaarden, dan wel aan de vereisten inzake gelijkwaardigheid van een erkenning. De aanbestedende overheid ziet dit attest of deze beslissing na.
Worden niet beschouwd als onderaannemer voor de toepassing van dit artikel :
1° de partijen in een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van de tijdelijke handelsvennootschap;
2° leveranciers van goederen, zonder bijkomende plaatsings- of installatiewerken;
3° de organismen of instellingen die controle of certificatie uitvoeren;
4° uitzendkantoren in de zin van wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
§ 3. Onverminderd de mogelijkheid om ambtshalve maatregelen toe te passen, geeft elke niet-naleving van dit artikel, aanleiding tot de toepassing van een straf die dagelijks is en 0,2 procent bedraagt van de oorspronkelijke aannemingssom. Deze straf wordt toegepast vanaf de vijftiende dag na de datum van verzending van de aangetekende zending of de elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt, vermeld in artikel 44, § 2 en loopt tot en met de dag waarop aan de inbreuk een einde is gesteld.
De in het eerste lid bedoelde straf mag evenwel nooit meer bedragen dan :
a) 5.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom lager is dan 10.000.000 euro;
b) 10.000 euro per dag wanneer het een opdracht betreft waarvan de oorspronkelijke aannemingssom gelijk is aan of hoger is dan 10.000.000 euro.
Art. 12/4. De aanbesteder kan eisen dat de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de minimumeisen inzake technische en beroepsbekwaamheid die door de opdrachtdocumenten zijn opgelegd. Dit doet geen afbreuk aan de in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.".
Art. 13. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© sont insĂ©rĂ©s les articles 12/1 Ă 12/4 rĂ©digĂ©s comme suit :
" Art. 12/1. Lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© dans un secteur sensible Ă la fraude, l'adjudicataire transmet, au plus tard au dĂ©but de l'exĂ©cution du marchĂ©, les informations suivantes Ă l'adjudicateur : le nom, les coordonnĂ©es et les reprĂ©sentants lĂ©gaux de tous les sous-traitants, quelle que soit la mesure dans laquelle ils participent Ă la chaĂźne de sous-traitance et quelle que soit leur place dans cette chaĂźne, participant aux travaux ou Ă la prestation des services, dans la mesure oĂč ces informations sont connues Ă ce stade. Il en va de mĂȘme dans le cas de marchĂ©s de services qui doivent ĂȘtre fournis sur un site placĂ© sous la surveillance directe de l'adjudicateur.
L'adjudicataire est, pendant toute la durée des marchés visés à l'alinéa 1er, tenu de porter sans délai à la connaissance de l'adjudicateur de tout changement relatif à ces informations ainsi que des informations requises pour tout nouveau sous-traitant qui participera ultérieurement à ces travaux ou à la prestation de ces services.
Dans les autres cas que ceux visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, l'adjudicateur peut demander les mĂȘmes informations Ă l'adjudicataire.
Pour les marchĂ©s dont le montant estimĂ© est Ă©gal ou supĂ©rieur aux seuils fixĂ©s pour la publicitĂ© europĂ©enne, les documents de marchĂ© peuvent imposer que les informations visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er soient fournies sous la forme du Document Unique de MarchĂ© EuropĂ©en, ci-aprĂšs dĂ©nommĂ© DUME. Dans ce cas, le DUME doit ĂȘtre complĂ©tĂ© entiĂšrement et contenir toute l'information relative au sous-traitant concernĂ©, conformĂ©ment aux dispositions du rĂšglement n° 2016/7 de la Commission du 5 janvier 2016 relatif au formulaire standard pour le DUME.
Les alinéas 1er et 4 ne sont pas d'application pour les marchés tombant dans le champ d'application de la loi défense et sécurité.
Art.12/2. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut vĂ©rifier s'il existe, dans le chef du ou des sous-traitant(s) direct(s) de l'adjudicataire, des motifs d'exclusion au sens des articles 67 Ă 69 de la loi ou de l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. Le pouvoir adjudicateur demande que l'adjudicataire remplace le ou les sous-traitant(s) Ă l'encontre desquels ladite vĂ©rification a montrĂ© qu'il existe un des motifs d'exclusion au sens des articles 67 et 68 de la loi ou de l'article 63, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. Lorsqu'il s'agit d'un motif d'exclusion facultatif visĂ© Ă l'article 69 de la loi ou Ă l'article 63, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, le pouvoir adjudicateur peut procĂ©der de mĂȘme et l'adjudicataire est alors soumis aux mĂȘmes obligations.
Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsqu'il s'agit d'un marché dans un secteur sensible à la fraude dont la valeur estimée est égale ou supérieure aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur est tenu, dÚs que les données visées à l'article 12/1 lui ont été fournies, de procéder sans délai à la vérification visée à l'alinéa 1er.
La constatation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er de l'existence d'un motif d'exclusion et la demande de remplacement font l'objet d'un procĂšs-verbal, qui est envoyĂ© Ă l'adjudicataire conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 1er. Ce dernier dispose d'un dĂ©lai de quinze jours suivant la date d'envoi dudit procĂšs-verbal, pour dĂ©montrer que le sous-traitant visĂ© a Ă©tĂ© remplacĂ©. Durant ce dĂ©lai, il reste toujours possible de fournir la preuve de la rĂ©gularisation des dettes sociales ou fiscales. Les mesures correctrices visĂ©es au paragraphe 3 peuvent Ă©galement encore ĂȘtre apportĂ©es durant le dĂ©lai susmentionnĂ© de quinze jours, sauf si les documents du marchĂ© imposent que les donnĂ©es relatives aux sous-traitants soient fournies sous la forme du DUME conformĂ©ment Ă l'article 12/1, alinĂ©a 4, auquel cas les mesures correctrices sont mentionnĂ©es dans ledit DUME.
Le dĂ©lai de quinze jours visĂ© Ă l'alinĂ©a 3, peut ĂȘtre rĂ©duit conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 3.
§ 2. Par ailleurs, le pouvoir adjudicateur peut Ă©galement vĂ©rifier s'il existe, plus loin dans la chaĂźne de sous-traitance, des motifs d'exclusion au sens du paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Le pouvoir adjudicateur demande que l'adjudicataire prenne les mesures nĂ©cessaires pour le remplacement du sous-traitant Ă l'encontre duquel ladite vĂ©rification a dĂ©montrĂ© qu'il existe un motif d'exclusion au sens des articles 67 et 68 de la loi ou de l'article 63, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ© ou de les faire prendre. Lorsqu'il s'agit d'un motif d'exclusion facultatif visĂ© Ă l'article 69 de la loi ou Ă l'article 63, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, le pouvoir adjudicateur peut procĂ©der de mĂȘme, et l'adjudicataire est alors soumis aux mĂȘmes obligations.
La constatation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er de l'existence d'un motif d'exclusion et la demande de remplacement font l'objet d'un procĂšs-verbal, qui est envoyĂ© Ă l'adjudicataire conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 1er. Ce dernier dispose d'un dĂ©lai de quinze jours suivant la date d'envoi dudit procĂšs-verbal, pour dĂ©montrer que le sous-traitant visĂ© a Ă©tĂ© remplacĂ©. Durant ce dĂ©lai, il reste toujours possible de fournir la preuve de la rĂ©gularisation des dettes sociales et fiscales. Durant le dĂ©lai de quinze jours prĂ©citĂ©, les mesures correctrices visĂ©es au paragraphe 3 peuvent Ă©galement encore ĂȘtre apportĂ©es, tout comme il reste possible d'apporter la preuve de la rĂ©gularisation des dettes fiscales et sociales.
§ 3. Cet article ne porte pas préjudice à la possibilité pour le sous-traitant se trouvant dans une situation d'exclusion, de prouver que les mesures qu'il a prises sont suffisantes pour démontrer sa fiabilité, malgré le motif d'exclusion applicable.
Le sous-traitant visé à l'alinéa 1er dispose de la possibilité de se mettre encore en rÚgle quant aux dettes sociales et fiscales. Dans le courant de l'exécution, il ne lui est possible d'y recourir qu'à une seule reprise.
Le présent paragraphe n'est pas d'application pour les marchés qui tombent dans le champ d'application de la loi défense et sécurité.
§ 4. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© d'appliquer des mesures d'office, tout manquement Ă l'obligation de remplacement visĂ©e paragraphe 1er, ou Ă l'obligation visĂ©e au paragraphe 2 de prendre les mesures nĂ©cessaires afin de pourvoir au remplacement, donne lieu Ă l'application d'une pĂ©nalitĂ© journaliĂšre d'un montant de 0,2 pour cent du montant initial du marchĂ©. Cette pĂ©nalitĂ© est appliquĂ©e Ă compter du quinziĂšme jour suivant la date de l'envoi recommandĂ© ou de l'envoi Ă©lectronique qui assure de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi, prĂ©vue Ă l'article 44, § 2. Ladite pĂ©nalitĂ© court jusqu'au jour oĂč la dĂ©faillance est rĂ©parĂ©e.
La pénalité visée à l'alinéa 1er ne peut cependant jamais dépasser le montant suivant :
a) 5.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est inférieur à 10.000.000 euros ;
b) 10.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est égal ou supérieur à 10.000.000 euros.
Art. 12/3. § 1er. Il est interdit à un sous-traitant de sous-traiter à un autre sous-traitant la totalité du marché qui lui a été confié. Il est également interdit pour un sous-traitant de conserver uniquement la coordination du marché.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2, § 3bis, de la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particuliÚre, la chaßne de sous-traitance est limitée pour les marchés dans un secteur sensible à la fraude passés par les pouvoirs adjudicateurs de la maniÚre suivante :
1° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© de travaux qui est groupĂ© selon sa nature dans une catĂ©gorie telle que dĂ©finie Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1991 fixant certaines mesures d'application de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux, la chaĂźne de sous-traitance ne peut comporter plus de trois niveaux, Ă savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire, le sous-traitant de deuxiĂšme niveau et le sous-traitant de troisiĂšme niveau ;
2° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© de travaux qui est groupĂ© selon sa nature dans une sous-catĂ©gorie telle que dĂ©finie Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1991 prĂ©citĂ©, la chaĂźne de sous-traitance ne peut comporter plus de deux niveaux, Ă savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire et le sous-traitant de deuxiĂšme niveau ;
3° lorsqu'il s'agit d'un marché de services dans un secteur sensible à la fraude, la chaßne de sous-traitance ne peut comporter plus de deux niveaux, à savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire et le sous-traitant de deuxiÚme niveau.
Sans préjudice de l'article 78/1, dans les cas prévus ci-aprÚs, un niveau supplémentaire de sous-traitance est néanmoins possible :
1° lors de la survenance de circonstances qui n'Ă©taient pas raisonnablement prĂ©visibles au moment de l'introduction de l'offre, qui ne pouvaient ĂȘtre Ă©vitĂ©es et dont les consĂ©quences ne pouvaient ĂȘtre obviĂ©es bien que les opĂ©rateurs Ă©conomiques aient fait toutes les diligences nĂ©cessaires et pour autant que ces circonstances aient Ă©tĂ© portĂ©es par Ă©crit Ă la connaissance du pouvoir adjudicateur endĂ©ans les trente jours de leur survenance ; ou
2° moyennant un accord écrit préalable du pouvoir adjudicateur.
Pour les marchés de travaux et lorsque l'accord du pouvoir adjudicateur est demandé conformément à l'alinéa 2, 2°, l'adjudicataire ajoute à sa demande une attestation prouvant que le sous-traitant concerné dispose de l'agréation. A défaut, il délivre une copie de la décision visée à l'article 6 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux, selon laquelle il est satisfait, dans le chef du sous-traitant concerné, aux conditions d'agréation ou aux exigences en matiÚre d'équivalence d'agréation. Le pouvoir adjudicateur vérifie cette attestation ou décision.
Ne sont pas considérés comme des sous-traitants pour l'application de cet article :
1° les parties à un groupement d'opérateurs économiques sans personnalité juridique, en ce compris les sociétés momentanées ;
2° les fournisseurs de biens, sans travaux accessoires de placement ou d'installation ;
3° les organismes ou les institutions qui effectuent le contrÎle ou la certification;
4° les agences de travail intérimaires au sens de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
§ 3. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© d'appliquer des mesures d'office, tout non-respect du prĂ©sent article donne lieu Ă l'application d'une pĂ©nalitĂ© journaliĂšre d'un montant de 0,2 pour cent du montant initial du marchĂ©. Cette pĂ©nalitĂ© est appliquĂ©e Ă compter du quinziĂšme jour suivant la date de l'envoi recommandĂ© ou de l'envoi Ă©lectronique qui assure de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi, prĂ©vue Ă l'article 44, § 2. Ladite pĂ©nalitĂ© court jusqu'au jour oĂč la dĂ©faillance est rĂ©parĂ©e.
La pénalité visée à l'alinéa 1er ne peut cependant jamais dépasser le montant suivant :
a) 5.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est inférieur à 10.000.000 euros ;
b) 10.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est égal ou supérieur à 10.000.000 euros.
Art. 12/4. Sans prĂ©judice de la responsabilitĂ© de l'adjudicataire Ă l'Ă©gard de l'adjudicateur, visĂ©e Ă l'article 12, § 1er, l'adjudicateur peut exiger que les sous-traitants, oĂč qu'ils interviennent dans la chaĂźne de sous-traitance et proportionnellement Ă la partie du marchĂ© qu'ils exĂ©cutent, satisfassent aux exigences minimales en matiĂšre de capacitĂ© technique et professionnelle imposĂ©es par les documents du marchĂ©. ".
" Art. 12/1. Lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© dans un secteur sensible Ă la fraude, l'adjudicataire transmet, au plus tard au dĂ©but de l'exĂ©cution du marchĂ©, les informations suivantes Ă l'adjudicateur : le nom, les coordonnĂ©es et les reprĂ©sentants lĂ©gaux de tous les sous-traitants, quelle que soit la mesure dans laquelle ils participent Ă la chaĂźne de sous-traitance et quelle que soit leur place dans cette chaĂźne, participant aux travaux ou Ă la prestation des services, dans la mesure oĂč ces informations sont connues Ă ce stade. Il en va de mĂȘme dans le cas de marchĂ©s de services qui doivent ĂȘtre fournis sur un site placĂ© sous la surveillance directe de l'adjudicateur.
L'adjudicataire est, pendant toute la durée des marchés visés à l'alinéa 1er, tenu de porter sans délai à la connaissance de l'adjudicateur de tout changement relatif à ces informations ainsi que des informations requises pour tout nouveau sous-traitant qui participera ultérieurement à ces travaux ou à la prestation de ces services.
Dans les autres cas que ceux visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, l'adjudicateur peut demander les mĂȘmes informations Ă l'adjudicataire.
Pour les marchĂ©s dont le montant estimĂ© est Ă©gal ou supĂ©rieur aux seuils fixĂ©s pour la publicitĂ© europĂ©enne, les documents de marchĂ© peuvent imposer que les informations visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er soient fournies sous la forme du Document Unique de MarchĂ© EuropĂ©en, ci-aprĂšs dĂ©nommĂ© DUME. Dans ce cas, le DUME doit ĂȘtre complĂ©tĂ© entiĂšrement et contenir toute l'information relative au sous-traitant concernĂ©, conformĂ©ment aux dispositions du rĂšglement n° 2016/7 de la Commission du 5 janvier 2016 relatif au formulaire standard pour le DUME.
Les alinéas 1er et 4 ne sont pas d'application pour les marchés tombant dans le champ d'application de la loi défense et sécurité.
Art.12/2. § 1er. Le pouvoir adjudicateur peut vĂ©rifier s'il existe, dans le chef du ou des sous-traitant(s) direct(s) de l'adjudicataire, des motifs d'exclusion au sens des articles 67 Ă 69 de la loi ou de l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. Le pouvoir adjudicateur demande que l'adjudicataire remplace le ou les sous-traitant(s) Ă l'encontre desquels ladite vĂ©rification a montrĂ© qu'il existe un des motifs d'exclusion au sens des articles 67 et 68 de la loi ou de l'article 63, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. Lorsqu'il s'agit d'un motif d'exclusion facultatif visĂ© Ă l'article 69 de la loi ou Ă l'article 63, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, le pouvoir adjudicateur peut procĂ©der de mĂȘme et l'adjudicataire est alors soumis aux mĂȘmes obligations.
Par dérogation à l'alinéa 1er, lorsqu'il s'agit d'un marché dans un secteur sensible à la fraude dont la valeur estimée est égale ou supérieure aux seuils fixés pour la publicité européenne, le pouvoir adjudicateur est tenu, dÚs que les données visées à l'article 12/1 lui ont été fournies, de procéder sans délai à la vérification visée à l'alinéa 1er.
La constatation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er de l'existence d'un motif d'exclusion et la demande de remplacement font l'objet d'un procĂšs-verbal, qui est envoyĂ© Ă l'adjudicataire conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 1er. Ce dernier dispose d'un dĂ©lai de quinze jours suivant la date d'envoi dudit procĂšs-verbal, pour dĂ©montrer que le sous-traitant visĂ© a Ă©tĂ© remplacĂ©. Durant ce dĂ©lai, il reste toujours possible de fournir la preuve de la rĂ©gularisation des dettes sociales ou fiscales. Les mesures correctrices visĂ©es au paragraphe 3 peuvent Ă©galement encore ĂȘtre apportĂ©es durant le dĂ©lai susmentionnĂ© de quinze jours, sauf si les documents du marchĂ© imposent que les donnĂ©es relatives aux sous-traitants soient fournies sous la forme du DUME conformĂ©ment Ă l'article 12/1, alinĂ©a 4, auquel cas les mesures correctrices sont mentionnĂ©es dans ledit DUME.
Le dĂ©lai de quinze jours visĂ© Ă l'alinĂ©a 3, peut ĂȘtre rĂ©duit conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 3.
§ 2. Par ailleurs, le pouvoir adjudicateur peut Ă©galement vĂ©rifier s'il existe, plus loin dans la chaĂźne de sous-traitance, des motifs d'exclusion au sens du paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Le pouvoir adjudicateur demande que l'adjudicataire prenne les mesures nĂ©cessaires pour le remplacement du sous-traitant Ă l'encontre duquel ladite vĂ©rification a dĂ©montrĂ© qu'il existe un motif d'exclusion au sens des articles 67 et 68 de la loi ou de l'article 63, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ© ou de les faire prendre. Lorsqu'il s'agit d'un motif d'exclusion facultatif visĂ© Ă l'article 69 de la loi ou Ă l'article 63, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, le pouvoir adjudicateur peut procĂ©der de mĂȘme, et l'adjudicataire est alors soumis aux mĂȘmes obligations.
La constatation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er de l'existence d'un motif d'exclusion et la demande de remplacement font l'objet d'un procĂšs-verbal, qui est envoyĂ© Ă l'adjudicataire conformĂ©ment Ă l'article 44, § 2, alinĂ©a 1er. Ce dernier dispose d'un dĂ©lai de quinze jours suivant la date d'envoi dudit procĂšs-verbal, pour dĂ©montrer que le sous-traitant visĂ© a Ă©tĂ© remplacĂ©. Durant ce dĂ©lai, il reste toujours possible de fournir la preuve de la rĂ©gularisation des dettes sociales et fiscales. Durant le dĂ©lai de quinze jours prĂ©citĂ©, les mesures correctrices visĂ©es au paragraphe 3 peuvent Ă©galement encore ĂȘtre apportĂ©es, tout comme il reste possible d'apporter la preuve de la rĂ©gularisation des dettes fiscales et sociales.
§ 3. Cet article ne porte pas préjudice à la possibilité pour le sous-traitant se trouvant dans une situation d'exclusion, de prouver que les mesures qu'il a prises sont suffisantes pour démontrer sa fiabilité, malgré le motif d'exclusion applicable.
Le sous-traitant visé à l'alinéa 1er dispose de la possibilité de se mettre encore en rÚgle quant aux dettes sociales et fiscales. Dans le courant de l'exécution, il ne lui est possible d'y recourir qu'à une seule reprise.
Le présent paragraphe n'est pas d'application pour les marchés qui tombent dans le champ d'application de la loi défense et sécurité.
§ 4. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© d'appliquer des mesures d'office, tout manquement Ă l'obligation de remplacement visĂ©e paragraphe 1er, ou Ă l'obligation visĂ©e au paragraphe 2 de prendre les mesures nĂ©cessaires afin de pourvoir au remplacement, donne lieu Ă l'application d'une pĂ©nalitĂ© journaliĂšre d'un montant de 0,2 pour cent du montant initial du marchĂ©. Cette pĂ©nalitĂ© est appliquĂ©e Ă compter du quinziĂšme jour suivant la date de l'envoi recommandĂ© ou de l'envoi Ă©lectronique qui assure de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi, prĂ©vue Ă l'article 44, § 2. Ladite pĂ©nalitĂ© court jusqu'au jour oĂč la dĂ©faillance est rĂ©parĂ©e.
La pénalité visée à l'alinéa 1er ne peut cependant jamais dépasser le montant suivant :
a) 5.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est inférieur à 10.000.000 euros ;
b) 10.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est égal ou supérieur à 10.000.000 euros.
Art. 12/3. § 1er. Il est interdit à un sous-traitant de sous-traiter à un autre sous-traitant la totalité du marché qui lui a été confié. Il est également interdit pour un sous-traitant de conserver uniquement la coordination du marché.
§ 2. Sans préjudice de l'article 2, § 3bis, de la loi du 10 avril 1990 réglementant la sécurité privée et particuliÚre, la chaßne de sous-traitance est limitée pour les marchés dans un secteur sensible à la fraude passés par les pouvoirs adjudicateurs de la maniÚre suivante :
1° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© de travaux qui est groupĂ© selon sa nature dans une catĂ©gorie telle que dĂ©finie Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1991 fixant certaines mesures d'application de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux, la chaĂźne de sous-traitance ne peut comporter plus de trois niveaux, Ă savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire, le sous-traitant de deuxiĂšme niveau et le sous-traitant de troisiĂšme niveau ;
2° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© de travaux qui est groupĂ© selon sa nature dans une sous-catĂ©gorie telle que dĂ©finie Ă l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 septembre 1991 prĂ©citĂ©, la chaĂźne de sous-traitance ne peut comporter plus de deux niveaux, Ă savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire et le sous-traitant de deuxiĂšme niveau ;
3° lorsqu'il s'agit d'un marché de services dans un secteur sensible à la fraude, la chaßne de sous-traitance ne peut comporter plus de deux niveaux, à savoir le sous-traitant direct de l'adjudicataire et le sous-traitant de deuxiÚme niveau.
Sans préjudice de l'article 78/1, dans les cas prévus ci-aprÚs, un niveau supplémentaire de sous-traitance est néanmoins possible :
1° lors de la survenance de circonstances qui n'Ă©taient pas raisonnablement prĂ©visibles au moment de l'introduction de l'offre, qui ne pouvaient ĂȘtre Ă©vitĂ©es et dont les consĂ©quences ne pouvaient ĂȘtre obviĂ©es bien que les opĂ©rateurs Ă©conomiques aient fait toutes les diligences nĂ©cessaires et pour autant que ces circonstances aient Ă©tĂ© portĂ©es par Ă©crit Ă la connaissance du pouvoir adjudicateur endĂ©ans les trente jours de leur survenance ; ou
2° moyennant un accord écrit préalable du pouvoir adjudicateur.
Pour les marchés de travaux et lorsque l'accord du pouvoir adjudicateur est demandé conformément à l'alinéa 2, 2°, l'adjudicataire ajoute à sa demande une attestation prouvant que le sous-traitant concerné dispose de l'agréation. A défaut, il délivre une copie de la décision visée à l'article 6 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux, selon laquelle il est satisfait, dans le chef du sous-traitant concerné, aux conditions d'agréation ou aux exigences en matiÚre d'équivalence d'agréation. Le pouvoir adjudicateur vérifie cette attestation ou décision.
Ne sont pas considérés comme des sous-traitants pour l'application de cet article :
1° les parties à un groupement d'opérateurs économiques sans personnalité juridique, en ce compris les sociétés momentanées ;
2° les fournisseurs de biens, sans travaux accessoires de placement ou d'installation ;
3° les organismes ou les institutions qui effectuent le contrÎle ou la certification;
4° les agences de travail intérimaires au sens de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
§ 3. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© d'appliquer des mesures d'office, tout non-respect du prĂ©sent article donne lieu Ă l'application d'une pĂ©nalitĂ© journaliĂšre d'un montant de 0,2 pour cent du montant initial du marchĂ©. Cette pĂ©nalitĂ© est appliquĂ©e Ă compter du quinziĂšme jour suivant la date de l'envoi recommandĂ© ou de l'envoi Ă©lectronique qui assure de maniĂšre Ă©quivalente la date exacte de l'envoi, prĂ©vue Ă l'article 44, § 2. Ladite pĂ©nalitĂ© court jusqu'au jour oĂč la dĂ©faillance est rĂ©parĂ©e.
La pénalité visée à l'alinéa 1er ne peut cependant jamais dépasser le montant suivant :
a) 5.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est inférieur à 10.000.000 euros ;
b) 10.000 euros par jour lorsque le montant initial du marché est égal ou supérieur à 10.000.000 euros.
Art. 12/4. Sans prĂ©judice de la responsabilitĂ© de l'adjudicataire Ă l'Ă©gard de l'adjudicateur, visĂ©e Ă l'article 12, § 1er, l'adjudicateur peut exiger que les sous-traitants, oĂč qu'ils interviennent dans la chaĂźne de sous-traitance et proportionnellement Ă la partie du marchĂ© qu'ils exĂ©cutent, satisfassent aux exigences minimales en matiĂšre de capacitĂ© technique et professionnelle imposĂ©es par les documents du marchĂ©. ".
Art. 14. In artikel 13 van hetzelfde besluit, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"Het is de opdrachtnemer verboden het geheel of een gedeelte van de opdracht toe te vertrouwen:
1° aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bedoeld in artikel 62, eerste lid, 2° tot 4° bevindt ;
2° aan een aannemer die werd uit gesloten bij toepassing van de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de er ken ning van aannemers van werken;
3° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 2 van de wet, aan een aan-nemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;
4° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 3 van de wet, en voor zover de aanbesteder tevens een aanbestedende overheid is, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;
5° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van de wet defensie en veiligheid, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in van artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid.".
"Het is de opdrachtnemer verboden het geheel of een gedeelte van de opdracht toe te vertrouwen:
1° aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bedoeld in artikel 62, eerste lid, 2° tot 4° bevindt ;
2° aan een aannemer die werd uit gesloten bij toepassing van de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de er ken ning van aannemers van werken;
3° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 2 van de wet, aan een aan-nemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;
4° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van titel 3 van de wet, en voor zover de aanbesteder tevens een aanbestedende overheid is, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in artikel 67 van de wet, tenzij in het geval waarbij de betreffende aannemer, leverancier of dienstverlener, overeenkomstig artikel 70 van de wet, ten aanzien van de aanbesteder aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen;
5° wanneer het een opdracht betreft die onder de toepassing valt van de wet defensie en veiligheid, aan een aannemer, leverancier of dienstverlener die zich in een van de gevallen bevindt bedoeld in van artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid.".
Art. 14. Dans l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" Il est interdit à l'adjudicataire de confier tout ou partie du marché :
1° à un entrepreneur, fournisseur ou un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visés à l'article 62, alinéa 1er, 2° à 4° ;
2° à un entrepreneur exclu en application des dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ;
3° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous le champ d'application du titre 2 de la loi, Ă un entrepreneur, un fournisseur ou un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visĂ©s Ă l'article 67 de la loi, hormis le cas oĂč l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services concernĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 70 de la loi, dĂ©montre vis-Ă -vis de l'adjudicateur avoir pris les mesures suffisantes afin de prouver sa fiabilitĂ©;
4° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous l'application du titre 3 de la loi et pour autant que l'adjudicateur est aussi un pouvoir adjudicateur, Ă un entrepreneur, un fournisseur ou un prestataire de services, qui se trouve dans un des cas visĂ©s Ă l'article 67 de la loi, hormis le cas oĂč l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services concernĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 70 de la loi, dĂ©montre vis-Ă -vis du pouvoir adjudicateur avoir pris les mesures suffisantes afin de prouver sa fiabilitĂ©;
5° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous l'application de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, Ă un entrepreneur, fournisseur ou prestataire de services se trouvant dans un des cas visĂ©s Ă l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. ".
" Il est interdit à l'adjudicataire de confier tout ou partie du marché :
1° à un entrepreneur, fournisseur ou un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visés à l'article 62, alinéa 1er, 2° à 4° ;
2° à un entrepreneur exclu en application des dispositions de la législation organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ;
3° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous le champ d'application du titre 2 de la loi, Ă un entrepreneur, un fournisseur ou un prestataire de services qui se trouve dans un des cas visĂ©s Ă l'article 67 de la loi, hormis le cas oĂč l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services concernĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 70 de la loi, dĂ©montre vis-Ă -vis de l'adjudicateur avoir pris les mesures suffisantes afin de prouver sa fiabilitĂ©;
4° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous l'application du titre 3 de la loi et pour autant que l'adjudicateur est aussi un pouvoir adjudicateur, Ă un entrepreneur, un fournisseur ou un prestataire de services, qui se trouve dans un des cas visĂ©s Ă l'article 67 de la loi, hormis le cas oĂč l'entrepreneur, le fournisseur ou le prestataire de services concernĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 70 de la loi, dĂ©montre vis-Ă -vis du pouvoir adjudicateur avoir pris les mesures suffisantes afin de prouver sa fiabilitĂ©;
5° lorsqu'il s'agit d'un marchĂ© tombant sous l'application de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, Ă un entrepreneur, fournisseur ou prestataire de services se trouvant dans un des cas visĂ©s Ă l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©. ".
Art. 15. Artikel 16 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 16. Het door de opdrachtnemer ingezet personeel moet voldoende in aantal zijn en moet, ieder in zijn vak, de vereiste bekwaamheid bezitten om de regelmatige vooruitgang en de goede uitvoering van de opdracht te waarborgen. De opdrachtnemer vervangt onmiddellijk al de personeelsleden die de aanbesteder schriftelijk heeft aangewezen als een bezwaar voor die goede uitvoering, wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.".
"Art. 16. Het door de opdrachtnemer ingezet personeel moet voldoende in aantal zijn en moet, ieder in zijn vak, de vereiste bekwaamheid bezitten om de regelmatige vooruitgang en de goede uitvoering van de opdracht te waarborgen. De opdrachtnemer vervangt onmiddellijk al de personeelsleden die de aanbesteder schriftelijk heeft aangewezen als een bezwaar voor die goede uitvoering, wegens hun onbekwaamheid, hun slechte wil of hun algemeen gekend wangedrag.".
Art. 15. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 16. Le personnel employĂ© par l'adjudicataire doit ĂȘtre en nombre suffisant et avoir, chacun dans sa spĂ©cialitĂ©, les qualitĂ©s requises pour assurer la marche rĂ©guliĂšre et la bonne exĂ©cution du marchĂ©. L'adjudicataire remplace immĂ©diatement les membres du personnel qui lui sont signalĂ©s par Ă©crit par l'adjudicateur comme compromettant la bonne exĂ©cution du marchĂ© par leur incapacitĂ©, leur mauvaise volontĂ© ou leur inconduite notoire. ".
" Art. 16. Le personnel employĂ© par l'adjudicataire doit ĂȘtre en nombre suffisant et avoir, chacun dans sa spĂ©cialitĂ©, les qualitĂ©s requises pour assurer la marche rĂ©guliĂšre et la bonne exĂ©cution du marchĂ©. L'adjudicataire remplace immĂ©diatement les membres du personnel qui lui sont signalĂ©s par Ă©crit par l'adjudicateur comme compromettant la bonne exĂ©cution du marchĂ© par leur incapacitĂ©, leur mauvaise volontĂ© ou leur inconduite notoire. ".
Art. 16. In artikel 23, vierde lid, worden de woorden "artikel 17 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 17 van het koninklijk besluit speciale sectoren" vervangen door de woorden "artikel 30 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, artikel 38 van het koninklijk besluit speciale sectoren".
Art. 16. A l'article 23, alinĂ©a 4, les mots " l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, de l'article 17 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 30 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, de l'article 38 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ".
Art. 17. In artikel 25 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in de eerste paragraaf wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
"2° de volgende opdrachten voor diensten :
a) de opdrachten voor diensten van de categorie 23 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;
b) de opdrachten voor diensten inzake luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60410000-5 tot en met 60424120-3, met uitzondering van de codes 60411000-2 en 60421000-5, alsook van de diensten met CPV-codes vanaf 60440000-4 tot en met 60445000-9 en 60500000-3;
c) de opdrachten voor diensten inzake postvervoer te land, alsook de opdrachten voor diensten inzake vervoer door de lucht, meer bepaald de diensten met CPV-codes 60160000-7, 60161000-4, 60411000-2, 60421000;
d) de opdrachten voor diensten inzake vervoer per spoor, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60200000-0 tot en met 60220000-6;
e) de opdrachten inzake juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van de artikelen 28, § 1, eerste lid, 4° en/of 108, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;
f) de opdrachten voor diensten inzake onderwijs, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 80100000-5 tot en met 80660000-8, met uitzondering van de codes 80533000-9, 80533100-0 en 80533200-1;
g) de opdrachten voor verzekeringsdiensten;
h) de informaticadiensten en aanverwante diensten, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 50310000-1 tot en met 50324200-4, de diensten met CPV-codes vanaf 72000000-5 tot en met 72920000-5, met uitzondering van de code 72318000-7 en de codes vanaf 72700000-7 tot en met 72720000-3, alsook de diensten met CPV-code 9342410-4;
i) de diensten inzake onderzoeks- en ontwikkelingswerk, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 73000000-2 tot en met 73436000-7, met uitzondering van de diensten met CPV-codes 73200000-4, 73210000-7 en 73220000-0.";
2° paragraaf 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Voor de opdrachten voor leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, stemt het bedrag dat vervolgens vermenigvuldigd moet worden met de in het eerste lid bedoelde vijf procent, overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.".
1° in de eerste paragraaf wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt :
"2° de volgende opdrachten voor diensten :
a) de opdrachten voor diensten van de categorie 23 van bijlage 2 van de wet defensie en veiligheid;
b) de opdrachten voor diensten inzake luchtvervoer van passagiers en vracht, met uitzondering van postvervoer, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60410000-5 tot en met 60424120-3, met uitzondering van de codes 60411000-2 en 60421000-5, alsook van de diensten met CPV-codes vanaf 60440000-4 tot en met 60445000-9 en 60500000-3;
c) de opdrachten voor diensten inzake postvervoer te land, alsook de opdrachten voor diensten inzake vervoer door de lucht, meer bepaald de diensten met CPV-codes 60160000-7, 60161000-4, 60411000-2, 60421000;
d) de opdrachten voor diensten inzake vervoer per spoor, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 60200000-0 tot en met 60220000-6;
e) de opdrachten inzake juridische dienstverlening, voor zover niet uitgesloten op grond van de artikelen 28, § 1, eerste lid, 4° en/of 108, § 1, eerste lid, 2°, van de wet;
f) de opdrachten voor diensten inzake onderwijs, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 80100000-5 tot en met 80660000-8, met uitzondering van de codes 80533000-9, 80533100-0 en 80533200-1;
g) de opdrachten voor verzekeringsdiensten;
h) de informaticadiensten en aanverwante diensten, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 50310000-1 tot en met 50324200-4, de diensten met CPV-codes vanaf 72000000-5 tot en met 72920000-5, met uitzondering van de code 72318000-7 en de codes vanaf 72700000-7 tot en met 72720000-3, alsook de diensten met CPV-code 9342410-4;
i) de diensten inzake onderzoeks- en ontwikkelingswerk, meer bepaald de diensten met CPV-codes vanaf 73000000-2 tot en met 73436000-7, met uitzondering van de diensten met CPV-codes 73200000-4, 73210000-7 en 73220000-0.";
2° paragraaf 2, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Voor de opdrachten voor leveringen en diensten die geen totale prijs vermelden en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, stemt het bedrag dat vervolgens vermenigvuldigd moet worden met de in het eerste lid bedoelde vijf procent, overeen met het geraamde maandelijkse bedrag van de opdracht vermenigvuldigd met zes.".
Art. 17. A l'article 25, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° pour les marchés de services suivants:
a) les marchés de services de la catégorie 23 de l'annexe 2 de la loi défense et sécurité ;
b) les marchés de services de transports aériens de voyageurs et de marchandises, à l'exclusion des transports de courrier, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 60410000-5 jusque et y compris 60424120-3, à l'exception des codes 60411000-2 et 60421000-5, ainsi que les services portant les codes CPV à partir de 60440000-4 jusque et y compris 60445000-9 et 60500000-3 ;
c) les marchés de services de transports de courrier par transport terrestre et par air, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV 60160000-7, 60161000-4, 60411000-2, 60421000 ;
d) les marchés de services de transports ferroviaires, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 60200000-0 jusque et y compris 60220000-6 ;
e) les marchés de services relatifs aux services juridiques, pour autant qu'ils ne sont pas exclus sur la base des articles 28, § 1er, alinéa 1er, 4°, et/ou 108, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi ;
f) les marchés de services d'étude, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 80100000-5 jusque et y compris 80660000-8, à l'exception des 80533000-9, 80533100-0 et 80533200-1 ;
g) les marchés de services d'assurances ;
h) les services informatiques et services connexes, plus particuliĂšrement les services portant les codes CPV Ă partir de 50310000-1 jusque et y compris 50324200-4, les services portant les codes CPV Ă partir de 72000000-5 jusque et y compris 72920000-5, Ă l'exception du code 72318000-7 et des codes Ă partir de 72700000-7 jusque et y compris 72720000-3, ainsi que les services portant le code CPV 9342410-4 ;
i) les services de recherche et de développement, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 73000000-2 jusque et y compris 73436000-7, à l'exception des services portant les codes CPV 73200000-4, 732100000-7 et 73220000-0. " ;
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les marchĂ©s de fournitures et de services sans indication d'un prix total, sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©, le montant qui doit par la suite ĂȘtre multipliĂ© par les cinq pour cent visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, correspond au montant mensuel estimĂ© du marchĂ© multipliĂ© par six. ".
1° au paragraphe 1er, le 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° pour les marchés de services suivants:
a) les marchés de services de la catégorie 23 de l'annexe 2 de la loi défense et sécurité ;
b) les marchés de services de transports aériens de voyageurs et de marchandises, à l'exclusion des transports de courrier, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 60410000-5 jusque et y compris 60424120-3, à l'exception des codes 60411000-2 et 60421000-5, ainsi que les services portant les codes CPV à partir de 60440000-4 jusque et y compris 60445000-9 et 60500000-3 ;
c) les marchés de services de transports de courrier par transport terrestre et par air, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV 60160000-7, 60161000-4, 60411000-2, 60421000 ;
d) les marchés de services de transports ferroviaires, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 60200000-0 jusque et y compris 60220000-6 ;
e) les marchés de services relatifs aux services juridiques, pour autant qu'ils ne sont pas exclus sur la base des articles 28, § 1er, alinéa 1er, 4°, et/ou 108, § 1er, alinéa 1er, 2°, de la loi ;
f) les marchés de services d'étude, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 80100000-5 jusque et y compris 80660000-8, à l'exception des 80533000-9, 80533100-0 et 80533200-1 ;
g) les marchés de services d'assurances ;
h) les services informatiques et services connexes, plus particuliĂšrement les services portant les codes CPV Ă partir de 50310000-1 jusque et y compris 50324200-4, les services portant les codes CPV Ă partir de 72000000-5 jusque et y compris 72920000-5, Ă l'exception du code 72318000-7 et des codes Ă partir de 72700000-7 jusque et y compris 72720000-3, ainsi que les services portant le code CPV 9342410-4 ;
i) les services de recherche et de développement, plus particuliÚrement les services portant les codes CPV à partir de 73000000-2 jusque et y compris 73436000-7, à l'exception des services portant les codes CPV 73200000-4, 732100000-7 et 73220000-0. " ;
2° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Pour les marchĂ©s de fournitures et de services sans indication d'un prix total, sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©, le montant qui doit par la suite ĂȘtre multipliĂ© par les cinq pour cent visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, correspond au montant mensuel estimĂ© du marchĂ© multipliĂ© par six. ".
Art. 18. Artikel 30, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
"Indien de aanbesteder geheel of ten dele beroep doet op de borgtocht, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, tweede zin, bedoelde termijn, kan de instelling bij wie de borgtocht werd gesteld niet het voorafgaandelijk akkoord van de opdrachtnemer eisen. De instelling bij wie de borgtocht werd gesteld dient de borgtocht vrij te geven aan aanbesteder, zodra voldaan is aan de volgende voorwaarden:
1° er werd effectief borgtocht gesteld bij de betreffende instelling voor de betreffende opdracht ;
2° er werd een verzoek ontvangen vanwege de aanbesteder tot vrijgave van de borgtocht; en
3° de in artikel 44, § 2, tweede lid, tweede zin, bedoelde termijn is nageleefd.".
"Indien de aanbesteder geheel of ten dele beroep doet op de borgtocht, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, tweede zin, bedoelde termijn, kan de instelling bij wie de borgtocht werd gesteld niet het voorafgaandelijk akkoord van de opdrachtnemer eisen. De instelling bij wie de borgtocht werd gesteld dient de borgtocht vrij te geven aan aanbesteder, zodra voldaan is aan de volgende voorwaarden:
1° er werd effectief borgtocht gesteld bij de betreffende instelling voor de betreffende opdracht ;
2° er werd een verzoek ontvangen vanwege de aanbesteder tot vrijgave van de borgtocht; en
3° de in artikel 44, § 2, tweede lid, tweede zin, bedoelde termijn is nageleefd.".
Art. 18. L'article 30, alinĂ©a 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Si l'adjudicateur, aprÚs dépassement du délai visé l'article 44, § 2, deuxiÚme phrase, fait appel au cautionnement, en tout ou en partie, l'organisme auprÚs duquel le cautionnement a été constitué ne peut exiger d'obtenir préalablement l'accord de l'adjudicataire. L'organisme auprÚs duquel le cautionnement a été constitué, doit libérer le cautionnement à l'adjudicataire, dÚs que les conditions suivantes sont réunies :
1° un cautionnement a été effectivement constitué auprÚs de l'organisme concerné pour le marché concerné ;
2° une demande de libération du cautionnement de l'adjudicateur a été reçue ; et
3° le délai visé à l'article 44, § 2, alinéa 2, deuxiÚme phrase est respecté. ".
" Si l'adjudicateur, aprÚs dépassement du délai visé l'article 44, § 2, deuxiÚme phrase, fait appel au cautionnement, en tout ou en partie, l'organisme auprÚs duquel le cautionnement a été constitué ne peut exiger d'obtenir préalablement l'accord de l'adjudicataire. L'organisme auprÚs duquel le cautionnement a été constitué, doit libérer le cautionnement à l'adjudicataire, dÚs que les conditions suivantes sont réunies :
1° un cautionnement a été effectivement constitué auprÚs de l'organisme concerné pour le marché concerné ;
2° une demande de libération du cautionnement de l'adjudicateur a été reçue ; et
3° le délai visé à l'article 44, § 2, alinéa 2, deuxiÚme phrase est respecté. ".
Art. 19. In artikel 35 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de eerste paragraaf, eerste lid, wordt vervangen door de volgende leden :
"Indien hij dit vraagt, ontvangt de opdrachtnemer kosteloos en zo mogelijk op elektronische wijze een volledig stel kopijen van de plannen die als basis voor de gunning van de opdracht hebben gediend. De aanbesteder is verantwoordelijk voor de overeenstemming van de kopijen met de oorspronkelijke plannen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, verkrijgt de opdrachtnemer op zijn vraag kosteloos en zo mogelijk op elektronische wijze een kopij van de opdrachtdocumenten.".
2° de paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De opdrachtnemer bewaart alle docu men ten en informatie-uitwisseling met betrek king tot de gunning en de uit voe ring van de opdracht en houdt die ter beschikking van de aanbesteder tot de definitieve oplevering.".
1° de eerste paragraaf, eerste lid, wordt vervangen door de volgende leden :
"Indien hij dit vraagt, ontvangt de opdrachtnemer kosteloos en zo mogelijk op elektronische wijze een volledig stel kopijen van de plannen die als basis voor de gunning van de opdracht hebben gediend. De aanbesteder is verantwoordelijk voor de overeenstemming van de kopijen met de oorspronkelijke plannen.
Wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking of de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging, verkrijgt de opdrachtnemer op zijn vraag kosteloos en zo mogelijk op elektronische wijze een kopij van de opdrachtdocumenten.".
2° de paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De opdrachtnemer bewaart alle docu men ten en informatie-uitwisseling met betrek king tot de gunning en de uit voe ring van de opdracht en houdt die ter beschikking van de aanbesteder tot de definitieve oplevering.".
Art. 19. A l'article 35 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par les alinéas suivants :
" S'il le demande, l'adjudicataire reçoit gratuitement et dans la mesure du possible de maniÚre électronique une collection complÚte de copies des plans qui ont servi de base à l'attribution du marché. L'adjudicateur est responsable de la conformité de ces copies aux plans originaux.
Lorsqu'il est fait usage de la procédure négociée sans publication préalable ou de la procédure négociée sans mise en concurrence préalable, l'adjudicataire reçoit gratuitement à sa demande et dans la mesure du possible de maniÚre électronique une copie des documents du marché. ".
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. L'adjudicataire conserve et tient à la disposition de l'adjudicateur tous les docu ments et l'échange d'information se rapportant à l'attribution et à l'exécu tion du marché jusqu'à la réception définitive. ".
1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par les alinéas suivants :
" S'il le demande, l'adjudicataire reçoit gratuitement et dans la mesure du possible de maniÚre électronique une collection complÚte de copies des plans qui ont servi de base à l'attribution du marché. L'adjudicateur est responsable de la conformité de ces copies aux plans originaux.
Lorsqu'il est fait usage de la procédure négociée sans publication préalable ou de la procédure négociée sans mise en concurrence préalable, l'adjudicataire reçoit gratuitement à sa demande et dans la mesure du possible de maniÚre électronique une copie des documents du marché. ".
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. L'adjudicataire conserve et tient à la disposition de l'adjudicateur tous les docu ments et l'échange d'information se rapportant à l'attribution et à l'exécu tion du marché jusqu'à la réception définitive. ".
Art. 20. De artikelen 37 en 38 van hetzelfde besluit worden vervangen als volgt:
"Beginsel
Art. 37. Opdrachten en raamovereenkomsten kunnen enkel zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden gewijzigd in de gevallen voorzien in deze afdeling.
De herzieningsclausule
Art. 38. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden aangebracht, wanneer de wijziging ongeacht de geldelijke waarde ervan, in de oorspronkelijke opdrachtdocumenten was voorzien in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule.
De herzieningsclausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de mogelijke wijzigingen alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen die de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst kunnen veranderen.".
"Beginsel
Art. 37. Opdrachten en raamovereenkomsten kunnen enkel zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden gewijzigd in de gevallen voorzien in deze afdeling.
De herzieningsclausule
Art. 38. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden aangebracht, wanneer de wijziging ongeacht de geldelijke waarde ervan, in de oorspronkelijke opdrachtdocumenten was voorzien in een duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige herzieningsclausule.
De herzieningsclausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de mogelijke wijzigingen alsmede de voorwaarden waaronder deze kunnen worden gebruikt. Zij voorzien niet in wijzigingen die de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst kunnen veranderen.".
Art. 20. Les articles 37 et 38 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont remplacĂ©s par ce qui suit :
" Principe
Art. 37. Les marchĂ©s et les accords-cadres ne peuvent ĂȘtre modifiĂ©s sans nouvelle procĂ©dure de passation de marchĂ© que dans les cas prĂ©vus dans la prĂ©sente section.
La clause de réexamen
Art. 38. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation de marchĂ©, lorsque, quelle que soit sa valeur monĂ©taire, elle a Ă©tĂ© prĂ©vue dans les documents du marchĂ© initial sous la forme d'une clause de rĂ©examen claire, prĂ©cise et univoque.
Les clauses de rĂ©examen indiquent le champ d'application et la nature des modifications possibles ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en ĂȘtre fait usage. Elles ne permettent pas de modifications qui changeraient la nature globale du marchĂ© ou de l'accord-cadre. ".
" Principe
Art. 37. Les marchĂ©s et les accords-cadres ne peuvent ĂȘtre modifiĂ©s sans nouvelle procĂ©dure de passation de marchĂ© que dans les cas prĂ©vus dans la prĂ©sente section.
La clause de réexamen
Art. 38. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation de marchĂ©, lorsque, quelle que soit sa valeur monĂ©taire, elle a Ă©tĂ© prĂ©vue dans les documents du marchĂ© initial sous la forme d'une clause de rĂ©examen claire, prĂ©cise et univoque.
Les clauses de rĂ©examen indiquent le champ d'application et la nature des modifications possibles ainsi que les conditions dans lesquelles il peut en ĂȘtre fait usage. Elles ne permettent pas de modifications qui changeraient la nature globale du marchĂ© ou de l'accord-cadre. ".
Art. 21. In hetzelfde besluit worden de artikelen 38/1 tot 38/19 ingevoegd, luidende:
" Aanvullende werken, leveringen of diensten
Art. 38/1. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden doorgevoerd, voor door de oorspronkelijke opdrachtnemer te verrichten aanvullende werken, leveringen of diensten die noodzakelijk zijn geworden en die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien de verandering van opdrachtnemer:
1° niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven; en
2° tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke kostenstijging zou leiden voor de aanbesteder.
De prijsverhoging die het gevolg is van de wijziging mag evenwel niet hoger zijn dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht. Indien er verscheidene opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel III van de wet.
Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aanbesteder
Art. 38/2. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden aangebracht, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de wijziging is het noodzakelijk gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige aanbesteder niet kon voorzien;
2° de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst;
3° de prijsverhoging die het gevolg is van een wijziging is niet hoger dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst. Indien er verscheidende opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.
De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel 3 van de wet.
Voor de berekening van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
Vervanging van de opdrachtnemer
Art. 38/3. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden toegekend, wanneer een nieuwe opdrachtnemer de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:
1° een ondubbelzinnige herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38;
2° een rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke opdrachtnemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming, onder meer door overname, fusie, acquisitie of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde selectiecriteria, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet bedoeld is om de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.
De minimis-regel
Art. 38/4. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien het bedrag waarmee de wijziging gepaard gaat lager is dan elk van beide volgende bedragen:
1° de drempel voor de Europese bekendmaking; en
2° tien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor leveringen en diensten en vijftien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor werken.
Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen plaatsvinden, wordt het in het eerste lid, bedoelde bedrag bepaald op basis van de netto-cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.
Voor de berekening van het in het eerste lid, 2°, bedoelde waarde van de aanvankelijke opdracht wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
De wijziging mag de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst evenwel niet veranderen.
Niet-wezenlijke wijziging
Art. 38/5. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien de wijziging, ongeacht de waarde ervan, als niet-wezenlijk moet worden beschouwd.
Art. 38/6. Een wijziging van een opdracht of een raamovereenkomst tijdens de looptijd moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer de opdracht of raamovereenkomst hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst.
Een wijziging moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de aanvankelijke plaatsingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de aanvankelijk geselecteerde kandidaten of de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt dan wel bijkomende deelnemers aan de plaatsingsprocedure zouden hebben aangetrokken;
2° de wijziging verandert het economisch evenwicht van de opdracht of de raamovereenkomst ten gunste van de opdrachtnemer op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst;
3° de wijziging leidt tot een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de opdracht of raamovereenkomst;
4° een nieuwe opdrachtnemer in de plaats is gekomen van de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund in andere dan onder artikel 38/3 bedoelde gevallen.
Prijsherziening
Art. 38/7. § 1. In toepassing van artikel 10 van de wet of van artikel 7, § 1, tweede tot vierde lid, van de wet defensie en veiligheid en behalve voor de gevallen bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf, voorzien de opdrachtdocumenten bij een opdracht voor werken of een opdracht voor de in bijlage 1 bij dit besluit bedoelde diensten een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt voorzien in de herziening van de prijzen op grond van de prijsevolutie van volgende hoofdcomponenten:
1° de uurlonen van het personeel en de sociale lasten;
2° in functie van de aard van de opdracht, één of meer relevante elementen zoals de materiaalprijzen, de grondstofprijzen, wisselkoersen.
De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur.
De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.
Een prijsherziening is niet verplicht voor de opdrachten beneden een geraamd bedrag van 120.000 euro en wanneer de initiële uitvoeringstermijn minder dan honderdtwintig werkdagen of honderdtachtig kalenderdagen beslaat.
§ 2. In toepassing van artikel 10 van de wet kunnen de opdrachtdocumenten, voor de opdrachten voor leveringen en diensten die niet in bijlage 1 van dit besluit werden opgenomen, voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor een prijsherziening worden bepaald aan de hand van één of meer verschillende elementen zoals met name de lonen, de sociale lasten, de prijzen van de grondstoffen of de wisselkoersen.
De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur. In geval van moeilijkheden om een prijsherzieningsformule samen te stellen, kan de aanbesteder de gezondheidsindex, de index van consumptieprijzen of een andere passende index hanteren.
De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.
Heffingen die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag
Art. 38/8. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten worden bepaald voor een prijsherziening ten gevolge van een wijziging van de heffingen in België die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag.
Dergelijke prijsherziening is slechts mogelijk onder een dubbele voorwaarde:
1° de wijziging is in werking getreden na de tiende dag die het uiterste tijdstip voor ontvangst van de offertes voorafgaat; en
2° deze heffingen niet voorkomen in de herzieningsformule die in toepassing van artikel 38/7 is opgenomen in de opdrachtdocumenten, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks bij wege van een index.
In geval van een verhoging van de heffingen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze verband houden met de uitvoering van de opdracht.
In geval van een verlaging is er geen herziening indien de opdrachtnemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in lid 1, wordt de regeling vervat in de tweede tot vierde leden geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de opdrachtnemer
Art. 38/9. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het nadeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.
§ 2. De opdrachtnemer kan zich slechts op de toepassing van deze herzieningsclausule beroepen, indien hij kan aantonen dat de herziening noodzakelijk is geworden door omstandigheden die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van zijn offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen niettegenstaande hij al het nodige daartoe heeft gedaan.
De opdrachtnemer kan het in gebreke blijven van een onderaannemer slechts aanvoeren in zoverre deze laatste zich kan beroepen op omstandigheden die de opdrachtnemer zelf had kunnen inroepen indien hij zich in een gelijkaardige toestand zou hebben bevonden.
De herziening kan bestaan uit hetzij een verlenging van de uitvoeringstermijn hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk nadeel, een andere vorm van herziening of de verbreking van de opdracht.
§ 3. De omvang van het door de opdrachtnemer geleden nadeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit nadeel moet:
1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk nadeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:
a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;
b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;
c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;
2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag.
§ 4. Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Art. 38/10. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het voordeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.
§ 2. De herziening kan bestaan uit hetzij een inkorting van de uitvoeringstermijnen hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk voordeel, uit een andere vorm van herziening van de opdrachtbepalingen of de verbreking van de opdracht.
§ 3. De omvang van het door de opdrachtnemer genoten voordeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit voordeel moet:
1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk voordeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:
a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;
b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;
c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;
2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent van het initiële opdrachtbedrag.
§ 4. Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in de paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Feiten van de aanbesteder en van de opdrachtnemer
Art. 38/11. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de voorwaarden van de opdracht worden bepaald wanneer de aanbesteder of de opdrachtnemer ten gevolge van nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die ten laste van de andere partij kunnen worden gelegd, een vertraging of een nadeel heeft geleden.
De in het eerste lid bedoelde herziening kan bestaan uit één of meerdere van volgende maatregelen:
1° de aanpassing van de contractuele bepalingen, inclusief de verlenging of de inkorting van de uitvoeringstermijnen;
2° een schadevergoeding;
3° een verbreking van de opdracht.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in tweede lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Vergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbesteder en incidenten bij de uitvoering
Art. 38/12. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt verduidelijkt dat de opdrachtnemer recht heeft op schadevergoeding voor de schorsingen op bevel van de aanbesteder onder volgende cumulatieve voorwaarden:
1° de schorsing overschrijdt in totaal één twintigste van de uitvoeringstermijn en minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen, naargelang de uitvoeringstermijn uitgedrukt is in werk- of kalenderdagen;
2° de schorsing is niet het gevolg van ongunstige weersomstandigheden;
3° de schorsing vindt plaats binnen de uitvoeringstermijn van de opdracht.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in het voormelde lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
§ 2. De aanbesteder kan voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin zij zich het recht voorbehoudt de uitvoering van de opdracht gedurende een bepaalde periode te schorsen, met name omdat de opdracht naar zijn oordeel op dat ogenblik niet zonder bezwaar kan worden uitgevoerd.
In voorkomend geval wordt de uitvoeringstermijn verlengd met de door de schorsing veroorzaakte vertraging, op voorwaarde dat de contractuele termijn niet verstreken is. Wanneer deze termijn verstreken is, kan een teruggave van de boete voor vertraging in de uitvoering worden toegestaan overeenkomstig artikel 50.
Wanneer de prestaties worden geschorst op grond van een in deze paragraaf bedoelde herzieningsclausule, dient de opdrachtnemer op zijn kosten alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen ten einde de reeds uitgevoerde prestaties en materialen te vrijwaren tegen mogelijke beschadigingen door ongunstige weersomstandigheden, diefstal of andere daden met kwaadwillig opzet.
Verbod om de uitvoering te vertragen of te onderbreken
Art. 38/13. De opdrachtnemer kan geen beroep doen op de aan de gang zijnde besprekingen inzake de toepassing van één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 om het uitvoeringstempo van de opdracht te vertragen of de uitvoering van de opdracht te onderbreken of niet te hervatten, al naargelang.
Indieningsvoorwaarden
Art. 38/14. De aanbesteder of opdrachtnemer die zich op één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 wil beroepen, moet de ingeroepen feiten of omstandigheden waarop hij zich baseert, schriftelijk kenbaar maken binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer of de aanbesteder ze normaal had moeten kennen.
Art. 38/15. De opdrachtnemer kan zich slechts beroepen op de toepassing van één van de in de artikelen 38/9 tot 38/11 bedoelde herzieningsclausules indien hij bondig de invloed van de ingeroepen feiten of omstandigheden op het verloop en de kostprijs van de opdracht aan de aanbesteder doet kennen. Deze melding moet, op straffe van verval, schriftelijk gebeuren binnen de termijn vermeld in artikel 38/14. De voormelde verplichtingen gelden ongeacht of de aanbesteder op de hoogte is van de feiten of omstandigheden.
Het verzoek van de opdrachtnemer waarbij de toepassing van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/9 en 38/11 wordt ingeroepen is niet ontvankelijk, indien dit verzoek steunt op feiten of omstandigheden die door de opdrachtnemer niet te gepasten tijde aan de aanbesteder werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen.
Wat de schriftelijke bevelen van de aanbesteder betreft, met inbegrip van die bedoeld in artikel 80, § 1, is de opdrachtnemer enkel verplicht de aanbesteder in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen.
Art. 38/16. De opdrachtnemer die toepassing vraagt van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/8 tot 38/9, 38/11 en 38/12 moet, op straffe van verval, de becijferde rechtvaardiging van zijn verzoek op schriftelijke wijze overmaken aan de aanbesteder binnen de onderstaande termijnen:
1° vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;
2° uiterlijk negentig dagen volgend op de datum van de kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen;
3° uiterlijk negentig dagen na het verstrijken van de waarborgperiode om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen, wanneer dit verzoek tot toepassing van de herzieningsclausule zijn oorsprong vindt in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode.
Art. 38/17. De aanbesteder dient ten laatste negentig dagen volgend op de datum van kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht een beroep te doen op de herzieningsclausule als bedoeld in artikel 38/10 met het oog op herziening van de opdracht.
Nazicht van de boekhoudkundige stukken
Art. 38/18. Wanneer de opdrachtnemer om de toepassing verzoekt van een contractuele wijzigingsclausule met het oog op het verkrijgen van schadevergoeding of van de herziening van de opdracht, heeft de aanbesteder het recht om de boekhoudkundige stukken ter plaatse te controleren.
Publicatie
Art. 38/19. De aanbesteder die een wijziging doorvoert zoals bepaald in de artikelen 38/1 en 38/2 aan een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor Europese bekendmaking, maakt hiervan een aankondiging bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen, dat de inlichtingen bevat opgenomen in bijlage 2. De aanbesteder maakt hierbij gebruik van de elektronische standaardformulieren opgemaakt en ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening van de Europese Commissie in verband met de vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.
In afwijking van het eerste lid moeten de in het eerste lid bedoelde wijzigingen voor de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid, niet bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie.".
" Aanvullende werken, leveringen of diensten
Art. 38/1. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden doorgevoerd, voor door de oorspronkelijke opdrachtnemer te verrichten aanvullende werken, leveringen of diensten die noodzakelijk zijn geworden en die niet in de oorspronkelijke opdracht waren opgenomen, indien de verandering van opdrachtnemer:
1° niet mogelijk is om economische of technische redenen, zoals wanneer de aanvullende goederen of diensten uitwisselbaar of interoperabel moeten zijn met bestaande uitrusting, diensten of installaties die in het kader van de oorspronkelijke opdracht zijn verworven; en
2° tot aanzienlijk ongemak of een aanzienlijke kostenstijging zou leiden voor de aanbesteder.
De prijsverhoging die het gevolg is van de wijziging mag evenwel niet hoger zijn dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht. Indien er verscheidene opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen. Het onderhavige lid is niet van toepassing op de opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel III van de wet.
Voor de berekening van het in het tweede lid bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de aanbesteder
Art. 38/2. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden aangebracht, indien aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de wijziging is het noodzakelijk gevolg van omstandigheden die een zorgvuldige aanbesteder niet kon voorzien;
2° de wijziging brengt geen verandering in de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst;
3° de prijsverhoging die het gevolg is van een wijziging is niet hoger dan vijftig procent van de waarde van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst. Indien er verscheidende opeenvolgende wijzigingen worden doorgevoerd, geldt deze beperking voor de waarde van elke wijziging. Dergelijke opeenvolgende wijzigingen mogen niet worden gebruikt om de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.
De voorwaarde vermeld in het eerste lid, 3°, is niet van toepassing op opdrachten die worden geplaatst door aanbestedende entiteiten die activiteiten uitoefenen in de sectoren water, energie, vervoer en postdiensten als bedoeld in titel 3 van de wet.
Voor de berekening van het in het eerste lid, 3°, bedoelde bedrag wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
Vervanging van de opdrachtnemer
Art. 38/3. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure worden toegekend, wanneer een nieuwe opdrachtnemer de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund, vervangt ten gevolge van:
1° een ondubbelzinnige herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38;
2° een rechtsopvolging onder algemene of gedeeltelijke titel in de positie van de aanvankelijke opdrachtnemer, ten gevolge van herstructurering van de onderneming, onder meer door overname, fusie, acquisitie of insolventie, door een andere ondernemer die voldoet aan de aanvankelijk vastgestelde selectiecriteria, mits dit geen andere wezenlijke wijzigingen in de opdracht meebrengt en niet bedoeld is om de toepassing van de wetgeving inzake overheidsopdrachten te omzeilen.
De minimis-regel
Art. 38/4. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien het bedrag waarmee de wijziging gepaard gaat lager is dan elk van beide volgende bedragen:
1° de drempel voor de Europese bekendmaking; en
2° tien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor leveringen en diensten en vijftien procent van de waarde van de aanvankelijke opdracht voor werken.
Wanneer een aantal opeenvolgende wijzigingen plaatsvinden, wordt het in het eerste lid, bedoelde bedrag bepaald op basis van de netto-cumulatieve waarde van de opeenvolgende wijzigingen.
Voor de berekening van het in het eerste lid, 2°, bedoelde waarde van de aanvankelijke opdracht wordt, voor zover de opdracht een indexeringsclausule bevat, de geactualiseerde waarde als referentiewaarde gehanteerd.
De wijziging mag de algemene aard van de opdracht of raamovereenkomst evenwel niet veranderen.
Niet-wezenlijke wijziging
Art. 38/5. Een wijziging mag zonder nieuwe plaatsingsprocedure voor een opdracht worden doorgevoerd, indien de wijziging, ongeacht de waarde ervan, als niet-wezenlijk moet worden beschouwd.
Art. 38/6. Een wijziging van een opdracht of een raamovereenkomst tijdens de looptijd moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer de opdracht of raamovereenkomst hierdoor materieel verschilt van de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst.
Een wijziging moet als wezenlijk worden beschouwd wanneer tenminste aan één van de volgende voorwaarden is voldaan:
1° de wijziging voorziet in voorwaarden die, als zij deel van de aanvankelijke plaatsingsprocedure hadden uitgemaakt, de toelating van andere dan de aanvankelijk geselecteerde kandidaten of de gunning van de opdracht aan een andere inschrijver mogelijk zouden hebben gemaakt dan wel bijkomende deelnemers aan de plaatsingsprocedure zouden hebben aangetrokken;
2° de wijziging verandert het economisch evenwicht van de opdracht of de raamovereenkomst ten gunste van de opdrachtnemer op een wijze die niet is voorzien in de oorspronkelijke opdracht of raamovereenkomst;
3° de wijziging leidt tot een aanzienlijke verruiming van het toepassingsgebied van de opdracht of raamovereenkomst;
4° een nieuwe opdrachtnemer in de plaats is gekomen van de opdrachtnemer aan wie de aanbesteder de opdracht aanvankelijk had gegund in andere dan onder artikel 38/3 bedoelde gevallen.
Prijsherziening
Art. 38/7. § 1. In toepassing van artikel 10 van de wet of van artikel 7, § 1, tweede tot vierde lid, van de wet defensie en veiligheid en behalve voor de gevallen bedoeld in het vierde lid van deze paragraaf, voorzien de opdrachtdocumenten bij een opdracht voor werken of een opdracht voor de in bijlage 1 bij dit besluit bedoelde diensten een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt voorzien in de herziening van de prijzen op grond van de prijsevolutie van volgende hoofdcomponenten:
1° de uurlonen van het personeel en de sociale lasten;
2° in functie van de aard van de opdracht, één of meer relevante elementen zoals de materiaalprijzen, de grondstofprijzen, wisselkoersen.
De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur.
De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.
Een prijsherziening is niet verplicht voor de opdrachten beneden een geraamd bedrag van 120.000 euro en wanneer de initiële uitvoeringstermijn minder dan honderdtwintig werkdagen of honderdtachtig kalenderdagen beslaat.
§ 2. In toepassing van artikel 10 van de wet kunnen de opdrachtdocumenten, voor de opdrachten voor leveringen en diensten die niet in bijlage 1 van dit besluit werden opgenomen, voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor een prijsherziening worden bepaald aan de hand van één of meer verschillende elementen zoals met name de lonen, de sociale lasten, de prijzen van de grondstoffen of de wisselkoersen.
De prijsherziening steunt op objectieve en controleerbare parameters en maakt gebruik van passende wegingscoëfficiënten en weerspiegelt aldus de werkelijke kostprijsstructuur. In geval van moeilijkheden om een prijsherzieningsformule samen te stellen, kan de aanbesteder de gezondheidsindex, de index van consumptieprijzen of een andere passende index hanteren.
De prijsherziening kan een vaste, niet-herzienbare factor bevatten, die de aanbesteder bepaalt in functie van de specificiteiten van de opdracht.
Heffingen die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag
Art. 38/8. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten worden bepaald voor een prijsherziening ten gevolge van een wijziging van de heffingen in België die een weerslag hebben op het opdrachtbedrag.
Dergelijke prijsherziening is slechts mogelijk onder een dubbele voorwaarde:
1° de wijziging is in werking getreden na de tiende dag die het uiterste tijdstip voor ontvangst van de offertes voorafgaat; en
2° deze heffingen niet voorkomen in de herzieningsformule die in toepassing van artikel 38/7 is opgenomen in de opdrachtdocumenten, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks bij wege van een index.
In geval van een verhoging van de heffingen dient de opdrachtnemer aan te tonen dat hij werkelijk de door hem gevorderde bijkomende lasten heeft gedragen en dat deze verband houden met de uitvoering van de opdracht.
In geval van een verlaging is er geen herziening indien de opdrachtnemer bewijst dat hij de heffingen tegen de oude aanslagvoet heeft betaald.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in lid 1, wordt de regeling vervat in de tweede tot vierde leden geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Onvoorzienbare omstandigheden in hoofde van de opdrachtnemer
Art. 38/9. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het nadeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.
§ 2. De opdrachtnemer kan zich slechts op de toepassing van deze herzieningsclausule beroepen, indien hij kan aantonen dat de herziening noodzakelijk is geworden door omstandigheden die redelijkerwijze niet voorzienbaar waren bij de indiening van zijn offerte, die niet konden worden ontweken en waarvan de gevolgen niet konden worden verholpen niettegenstaande hij al het nodige daartoe heeft gedaan.
De opdrachtnemer kan het in gebreke blijven van een onderaannemer slechts aanvoeren in zoverre deze laatste zich kan beroepen op omstandigheden die de opdrachtnemer zelf had kunnen inroepen indien hij zich in een gelijkaardige toestand zou hebben bevonden.
De herziening kan bestaan uit hetzij een verlenging van de uitvoeringstermijn hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk nadeel, een andere vorm van herziening of de verbreking van de opdracht.
§ 3. De omvang van het door de opdrachtnemer geleden nadeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit nadeel moet:
1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk nadeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:
a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;
b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;
c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;
2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag.
§ 4. Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Art. 38/10. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de opdracht worden bepaald wanneer het contractueel evenwicht van de opdracht wordt ontwricht in het voordeel van de opdrachtnemer om welke omstandigheden ook die vreemd zijn aan de aanbesteder.
§ 2. De herziening kan bestaan uit hetzij een inkorting van de uitvoeringstermijnen hetzij, wanneer er sprake is van een zeer belangrijk voordeel, uit een andere vorm van herziening van de opdrachtbepalingen of de verbreking van de opdracht.
§ 3. De omvang van het door de opdrachtnemer genoten voordeel wordt uitsluitend beoordeeld op basis van de elementen die eigen zijn aan de opdracht in kwestie. Dit voordeel moet:
1° bij opdrachten voor werken en opdrachten voor diensten die in bijlage 1 zijn opgenomen, ten minste 2,5 procent bedragen van het initiële opdrachtbedrag. Indien de opdracht geplaatst wordt op basis van de prijs alleen, op basis van de kosten of op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding waarbij het prijscriterium ten minste vijftig procent uitmaakt van het totaal gewicht van de gunningscriteria, is de drempel van het zeer belangrijk voordeel in elk geval bereikt vanaf volgende bedragen:
a) 175.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 7.500.000 euro en lager of gelijk is aan 15.000.000 euro;
b) 225.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 15.000.000 euro en lager of gelijk is aan 30.000.000 euro;
c) 300.000 euro voor opdrachten waarvan het initiële opdrachtbedrag hoger is dan 30.000.000 euro;
2° bij opdrachten voor leveringen en diensten, andere dan deze opgenomen in bijlage 1, ten minste vijftien procent van het initiële opdrachtbedrag.
§ 4. Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in paragraaf 1, wordt de regeling vervat in de paragrafen 2 en 3 geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Feiten van de aanbesteder en van de opdrachtnemer
Art. 38/11. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin de modaliteiten voor de herziening van de voorwaarden van de opdracht worden bepaald wanneer de aanbesteder of de opdrachtnemer ten gevolge van nalatigheden, vertragingen of welke feiten ook die ten laste van de andere partij kunnen worden gelegd, een vertraging of een nadeel heeft geleden.
De in het eerste lid bedoelde herziening kan bestaan uit één of meerdere van volgende maatregelen:
1° de aanpassing van de contractuele bepalingen, inclusief de verlenging of de inkorting van de uitvoeringstermijnen;
2° een schadevergoeding;
3° een verbreking van de opdracht.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in tweede lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
Vergoeding voor schorsingen op bevel van de aanbesteder en incidenten bij de uitvoering
Art. 38/12. § 1. De opdrachtdocumenten voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarbij wordt verduidelijkt dat de opdrachtnemer recht heeft op schadevergoeding voor de schorsingen op bevel van de aanbesteder onder volgende cumulatieve voorwaarden:
1° de schorsing overschrijdt in totaal één twintigste van de uitvoeringstermijn en minstens tien werkdagen of vijftien kalenderdagen, naargelang de uitvoeringstermijn uitgedrukt is in werk- of kalenderdagen;
2° de schorsing is niet het gevolg van ongunstige weersomstandigheden;
3° de schorsing vindt plaats binnen de uitvoeringstermijn van de opdracht.
Indien de opdrachtdocumenten geen herzieningsclausule bevatten als bedoeld in het eerste lid, wordt de regeling vervat in het voormelde lid geacht van rechtswege van toepassing te zijn.
§ 2. De aanbesteder kan voorzien in een herzieningsclausule, zoals bepaald in artikel 38, waarin zij zich het recht voorbehoudt de uitvoering van de opdracht gedurende een bepaalde periode te schorsen, met name omdat de opdracht naar zijn oordeel op dat ogenblik niet zonder bezwaar kan worden uitgevoerd.
In voorkomend geval wordt de uitvoeringstermijn verlengd met de door de schorsing veroorzaakte vertraging, op voorwaarde dat de contractuele termijn niet verstreken is. Wanneer deze termijn verstreken is, kan een teruggave van de boete voor vertraging in de uitvoering worden toegestaan overeenkomstig artikel 50.
Wanneer de prestaties worden geschorst op grond van een in deze paragraaf bedoelde herzieningsclausule, dient de opdrachtnemer op zijn kosten alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen ten einde de reeds uitgevoerde prestaties en materialen te vrijwaren tegen mogelijke beschadigingen door ongunstige weersomstandigheden, diefstal of andere daden met kwaadwillig opzet.
Verbod om de uitvoering te vertragen of te onderbreken
Art. 38/13. De opdrachtnemer kan geen beroep doen op de aan de gang zijnde besprekingen inzake de toepassing van één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 om het uitvoeringstempo van de opdracht te vertragen of de uitvoering van de opdracht te onderbreken of niet te hervatten, al naargelang.
Indieningsvoorwaarden
Art. 38/14. De aanbesteder of opdrachtnemer die zich op één van de herzieningsclausules zoals bedoeld in de artikelen 38/9 tot 38/12 wil beroepen, moet de ingeroepen feiten of omstandigheden waarop hij zich baseert, schriftelijk kenbaar maken binnen de dertig dagen ofwel nadat ze zich hebben voorgedaan ofwel na de datum waarop de opdrachtnemer of de aanbesteder ze normaal had moeten kennen.
Art. 38/15. De opdrachtnemer kan zich slechts beroepen op de toepassing van één van de in de artikelen 38/9 tot 38/11 bedoelde herzieningsclausules indien hij bondig de invloed van de ingeroepen feiten of omstandigheden op het verloop en de kostprijs van de opdracht aan de aanbesteder doet kennen. Deze melding moet, op straffe van verval, schriftelijk gebeuren binnen de termijn vermeld in artikel 38/14. De voormelde verplichtingen gelden ongeacht of de aanbesteder op de hoogte is van de feiten of omstandigheden.
Het verzoek van de opdrachtnemer waarbij de toepassing van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/9 en 38/11 wordt ingeroepen is niet ontvankelijk, indien dit verzoek steunt op feiten of omstandigheden die door de opdrachtnemer niet te gepasten tijde aan de aanbesteder werden kenbaar gemaakt en waarvan ze bijgevolg het bestaan en de invloed op de opdracht niet heeft kunnen nagaan teneinde de door de toestand eventueel vereiste maatregelen te nemen.
Wat de schriftelijke bevelen van de aanbesteder betreft, met inbegrip van die bedoeld in artikel 80, § 1, is de opdrachtnemer enkel verplicht de aanbesteder in te lichten zodra hij de invloed die de bevelen op het verloop en de kostprijs van de opdracht zouden kunnen hebben, kent of zou moeten kennen.
Art. 38/16. De opdrachtnemer die toepassing vraagt van één van de herzieningsclausules als bedoeld in de artikelen 38/8 tot 38/9, 38/11 en 38/12 moet, op straffe van verval, de becijferde rechtvaardiging van zijn verzoek op schriftelijke wijze overmaken aan de aanbesteder binnen de onderstaande termijnen:
1° vóór het verstrijken van de contractuele termijnen om termijnverlenging of de verbreking van de opdracht te verkrijgen;
2° uiterlijk negentig dagen volgend op de datum van de kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen;
3° uiterlijk negentig dagen na het verstrijken van de waarborgperiode om een andere herziening van de opdracht dan die vermeld in 1° of schadevergoeding te verkrijgen, wanneer dit verzoek tot toepassing van de herzieningsclausule zijn oorsprong vindt in feiten of omstandigheden die zich hebben voorgedaan tijdens de waarborgperiode.
Art. 38/17. De aanbesteder dient ten laatste negentig dagen volgend op de datum van kennisgeving aan de opdrachtnemer van het proces-verbaal van de voorlopige oplevering van de opdracht een beroep te doen op de herzieningsclausule als bedoeld in artikel 38/10 met het oog op herziening van de opdracht.
Nazicht van de boekhoudkundige stukken
Art. 38/18. Wanneer de opdrachtnemer om de toepassing verzoekt van een contractuele wijzigingsclausule met het oog op het verkrijgen van schadevergoeding of van de herziening van de opdracht, heeft de aanbesteder het recht om de boekhoudkundige stukken ter plaatse te controleren.
Publicatie
Art. 38/19. De aanbesteder die een wijziging doorvoert zoals bepaald in de artikelen 38/1 en 38/2 aan een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor Europese bekendmaking, maakt hiervan een aankondiging bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie en in het Bulletin der Aanbestedingen, dat de inlichtingen bevat opgenomen in bijlage 2. De aanbesteder maakt hierbij gebruik van de elektronische standaardformulieren opgemaakt en ter beschikking gesteld door de federale overheidsdienst Beleid en Ondersteuning op basis van de uitvoeringsverordening van de Europese Commissie in verband met de vaststelling van standaardformulieren voor de bekendmaking van aankondigingen op het gebied van overheidsopdrachten.
In afwijking van het eerste lid moeten de in het eerste lid bedoelde wijzigingen voor de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid, niet bekendgemaakt worden in het Publicatieblad van de Europese Unie.".
Art. 21. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ© sont insĂ©rĂ©s les articles 38/1 Ă 38/19 rĂ©digĂ©s comme suit:
" Travaux, fournitures ou services complémentaires
Art. 38/1. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, pour les travaux, fournitures ou services complĂ©mentaires du contractant principal qui sont devenus nĂ©cessaires et ne figuraient pas dans le marchĂ© initial, lorsqu'un changement de contractant:
1° est impossible pour des raisons économiques ou techniques telles que l'obligation d'interchangeabilité ou d'interopérabilité des services complémentaires avec les équipements, services ou installations existants achetés dans le cadre du marché initial; et
2° présenterait un inconvénient majeur ou entraßnerait une augmentation substantielle des coûts pour l'adjudicateur.
Toutefois, l'augmentation rĂ©sultant d'une modification ne peut pas ĂȘtre supĂ©rieure Ă cinquante pour cent de la valeur du marchĂ© initial. Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuĂ©es, cette limite s'applique Ă la valeur de chaque modification. Ces modifications consĂ©cutives ne peuvent ĂȘtre utilisĂ©es pour contourner la rĂ©glementation en matiĂšre des marchĂ©s publics. Le prĂ©sent alinĂ©a n'est pas d'application aux marchĂ©s passĂ©s par les entitĂ©s adjudicatrices exerçant des activitĂ©s dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, du transport et des services postaux visĂ©s au titre III de la loi.
Pour le calcul du montant visé à l'alinéa 2, lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé sur la base cette clause qui constitue le montant de référence.
EvÚnements imprévisibles dans le chef de l'adjudicateur
Art. 38/2. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la modification est rendue nécessaire par des circonstances qu'un adjudicateur diligent ne pouvait pas prévoir;
2° la modification ne change pas la nature globale du marché ou de l'accord-cadre;
3° l'augmentation de prix résultant d'une modification n'est pas supérieure à cinquante pour cent de la valeur du marché ou de l'accord-cadre initial. Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuées, cette limite s'applique à la valeur de chaque modification. Ces modifications consécutives ne visent pas à contourner les dispositions en matiÚre des marchés publics.
La condition mentionnée à l'alinéa 1er, 3° n'est pas d'application aux marchés passés par les entités adjudicatrices exerçant des activités dans les secteurs de l'eau, de l'énergie, du transport et des services postaux visés au titre 3 de la loi.
Pour le calcul du montant visé à l'alinéa 1er, 3°, lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé qui constitue le montant de référence.
Remplacement de l'adjudicataire
Art. 38/3. Une modification peut ĂȘtre autorisĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsqu'un nouvel adjudicataire remplace celui auquel l'adjudicateur a initialement attribuĂ© le marchĂ© :
1° en application d'une clause de réexamen univoque telle que définie à l'article 38;
2° à la suite d'une succession universelle ou partielle de l'adjudicataire initial, à la suite d'opérations de restructuration de société, notamment de rachat, de fusion, d'acquisition ou d'insolvabilité, assurée par un autre opérateur économique qui remplit les critÚres de sélection établis initialement, à condition que cela n'entraßne pas d'autres modifications substantielles du marché et ne vise pas à contourner les dispositions en matiÚre de marchés publics.
La rĂšgle "de minimis"
Art. 38/4. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque la valeur de la modification est infĂ©rieure aux deux valeurs suivantes :
1° le seuil fixé pour la publicité européenne; et
2° dix pour cent de la valeur du marché initial pour les marchés de services et de fournitures et quinze pour cent de la valeur du marché initial pour les marchés de travaux.
Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuées, la valeur visée à l'alinéa 1er, est déterminée sur la base de la valeur cumulée nette des modifications successives.
Pour le calcul de la valeur du marché initial visée à l'alinéa 1er, 2°, et lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé sur la base de cette clause qui constitue le montant de référence.
Toutefois, la modification ne peut pas changer la nature globale du marché, ou de l'accord-cadre.
Modifications non substantielles
Art. 38/5. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque la modification, quelle qu'en soit la valeur, est Ă considĂ©rer comme non substantielle.
Art. 38/6. Une modification d'un marché ou d'un accord-cadre en cours est à considérer comme substantielle lorsqu'elle rend le marché ou l'accord-cadre sensiblement différent par nature de celui conclu au départ.
Est à considérer comme substantielle la modification qui remplit au moins une des conditions suivantes:
1° la modification introduit des conditions qui, si elles avaient été incluses dans la procédure de passation initiale, auraient permis l'admission d'autres candidats que ceux retenus initialement ou l'acceptation d'une offre autre que celle initialement acceptée ou auraient attiré davantage de participants à la procédure de passation du marché;
2° la modification modifie l'équilibre économique du marché ou de l'accord-cadre en faveur de l'adjudicataire d'une maniÚre qui n'était pas prévue dans le marché ou l'accord-cadre initial;
3° la modification élargit considérablement le champ d'application du marché ou de l'accord-cadre;
4° lorsqu'un nouvel adjudicataire remplace celui auquel l'adjudicateur a initialement attribué le marché dans d'autres cas que ceux prévus à l'article 38/3.
Révision des prix
Art. 38/7. § 1er. En application de l'article 10 de la loi ou de l'article 7, § 1er, alinĂ©as 2 Ă 4 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ© et sauf dans les cas visĂ©s Ă l'alinĂ©a 4 du prĂ©sent paragraphe, les documents du marchĂ© relatifs Ă un marchĂ© de travaux ou Ă un marchĂ© de services visĂ©s Ă l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des prix en fonction de l'Ă©volution des prix des principaux composants suivants :
1° les salaires horaires du personnel et les charges sociales ;
2° en fonction de la nature du marché, un ou plusieurs éléments pertinents tels que les prix de matériaux, des matiÚres premiÚres, les taux de change.
La révision des prix est basée sur des paramÚtres objectifs et contrÎlables et utilise des coefficients de pondération appropriés ; elle reflÚte ainsi la structure réelle des coûts.
La révision des prix peut comporter un facteur fixe, non révisable, que l'adjudicateur détermine en fonction des spécificités du marché.
Une révision des prix n'est pas obligatoire pour les marchés d'un montant estimé inférieur à 120.000 euros et lorsque le délai d'exécution initial est inférieur à cent-vingt jours ouvrables ou cent-quatre-vingts jours de calendrier.
§ 2. En application de l'article 10 de la loi, pour les marchĂ©s de fournitures et de services autres que ceux visĂ©s Ă l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les documents du marchĂ© peuvent prĂ©voir une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des prix en fonction d'un ou de plusieurs Ă©lĂ©ments divers tels que notamment les salaires, les charges sociales, les prix des matiĂšres premiĂšres ou les taux de change.
La révision des prix est basée sur des paramÚtres objectifs et contrÎlables et utilise des coefficients de pondération appropriés ; elle reflÚte ainsi la structure réelle des coûts. En cas de difficultés à établir une formule de révision des prix, l'adjudicateur peut se référer à l'indice-santé, à l'indice des prix à la consommation ou à un autre indice approprié.
La révision des prix peut comporter un facteur fixe, non révisable, que l'adjudicateur détermine en fonction des spécificités du marché.
Impositions ayant une incidence sur le montant du marché
Art. 38/8. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision des prix résultant d'une modification des impositions en Belgique ayant une incidence sur le montant du marché.
Une telle révision des prix n'est possible qu'à la double condition suivante :
1° la modification est entrée en vigueur aprÚs le dixiÚme jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres ; et
2° soit directement, soit indirectement par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne sont pas incorporées dans la formule de révision prévue dans les documents du marché en application de l'article 38/7.
En cas de hausse des impositions, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires qu'il a réclamées et que celles-ci concernent des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas une clause de rĂ©examen telle que prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux alinĂ©as 2 Ă 4 sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Circonstances imprévisibles dans le chef de l'adjudicataire
Art. 38/9. § 1er. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision du marché lorsque l'équilibre contractuel du marché a été bouleversé au détriment de l'adjudicataire par des circonstances quelconques auxquelles l'adjudicateur est resté étranger.
§ 2. L'adjudicataire ne peut invoquer l'application de cette clause de réexamen que s'il démontre que la révision est devenue nécessaire à la suite des circonstances qu'il ne pouvait raisonnablement pas prévoir lors du dépÎt de son l'offre, qu'il ne pouvait éviter et aux conséquences desquelles il ne pouvait obvier, bien qu'il ait fait toutes les diligences nécessaires.
L'adjudicataire ne peut invoquer la dĂ©faillance d'un sous-traitant que pour autant que ce dernier puisse se prĂ©valoir des circonstances que l'adjudicataire aurait pu lui-mĂȘme invoquer s'il avait Ă©tĂ© placĂ© dans une situation analogue.
La révision peut consister soit en une prolongation des délais d'exécution, soit, lorsqu'il s'agit d'un préjudice trÚs important, en une autre forme de révision ou en la résiliation du marché.
§ 3. L'étendue du préjudice subi par l'adjudicataire est appréciée uniquement sur la base des éléments propres au marché en question. Ce préjudice doit :
1° pour les marchés de travaux et les marchés de services visés à l'annexe 1, s'élever au moins à 2,5 pour cent du montant initial du marché. Si le marché est passé sur la base du seul prix, sur la base du coût ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix lorsque le poids du critÚre relatif aux prix représente au moins cinquante pour cent du poids total des critÚres d'attribution, le seuil du préjudice trÚs important est en toute hypothÚse atteint à partir des montants suivants :
a) 175.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 7.500.000 euros et inférieur ou égal à 15.000.000 euros ;
b) 225.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 15.000.000 euros et inférieur ou égal à 30.000.000 euros ;
c) 300.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 30.000.000 euros ;
2° pour les marchés de fournitures et de services autres que ceux visés à l'annexe 1, s'élever au moins à quinze pour cent du montant initial du marché.
§ 4. Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas une clause de rĂ©examen prĂ©vue au paragraphe 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux paragraphes 2 et 3 sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Art. 38/10. § 1er. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision du marché lorsque l'équilibre contractuel du marché a été bouleversé en faveur de l'adjudicataire en raison de circonstances quelconques auxquelles l'adjudicateur est resté étranger.
§ 2. La révision peut consister soit en une réduction des délais d'exécution, soit, lorsqu'il s'agit d'un avantage trÚs important, en une autre forme de révision des dispositions du marché ou en la résiliation du marché.
§ 3. L'étendue de l'avantage dont a bénéficié l'adjudicataire est appréciée uniquement sur la base des éléments propres au marché en question. Cet avantage doit:
1° pour les marchés de travaux et les marchés de services visés à l'annexe 1, s'élever au moins à 2,5 pour cent du montant initial du marché. Si le marché est passé sur la base du seul prix, sur la base du coût ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix lorsque le poids du critÚre relatif aux prix représente au moins cinquante pour cent du poids total des critÚres d'attribution, le seuil de l'avantage trÚs important est en toute hypothÚse atteint à partir des montants suivants :
a) 175.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 7.500.000 euros et inférieur ou égal à 15.000.000 euros ;
b) 225.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 15.000.000 euros et inférieur ou égal à 30.000.000 euros ;
c) 300.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 30.000.000 euros ;
2° pour les marchés de fournitures et de services autres que ceux visés à l'annexe 1, s'élever au moins à quinze pour cent du montant initial du marché.
§ 4. Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue au paragraphe 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux paragraphes 2 et 3 du prĂ©sent article sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Faits de l'adjudicateur et de l'adjudicataire
Art. 38/11. Les documents du marchĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des conditions du marchĂ© lorsque l'adjudicataire ou l'adjudicateur a subi un retard ou un prĂ©judice suite aux carences, lenteurs ou faits quelconques qui peuvent ĂȘtre imputĂ©s Ă l'autre partie.
La révision visée à l'alinéa 1er peut consister en une ou plusieurs des mesures suivantes :
1° la révision des dispositions contractuelles, en ce compris la prolongation ou la réduction des délais d'exécution ;
2° des dommages et intĂ©rĂȘts ;
3° la résiliation du marché.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, la rĂšgle prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 2 est rĂ©putĂ©e ĂȘtre applicable de plein droit.
Indemnités suite aux suspensions ordonnées par l'adjudicateur et incidents durant la procédure
Art. 38/12. § 1er. Les documents du marchĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, prĂ©cisant que l'adjudicataire a droit Ă des dommages et intĂ©rĂȘts pour les suspensions ordonnĂ©es par l'adjudicateur dans les conditions cumulatives suivantes :
1° la suspension dépasse au total un vingtiÚme du délai d'exécution et au moins dix jours ouvrables ou quinze jours de calendrier, selon que le délai d'exécution est exprimé en jours ouvrables ou en jours de calendrier;
2° la suspension n'est pas due à des conditions météorologiques défavorables ;
3° la suspension a lieu endéans le délai d'exécution du marché.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, la rĂšgle prĂ©vue Ă l'alinĂ©a prĂ©citĂ© est rĂ©putĂ©e ĂȘtre applicable de plein droit.
§ 2. L'adjudicateur peut prĂ©voir une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, dans laquelle il se rĂ©serve le droit de suspendre l'exĂ©cution du marchĂ© pendant une pĂ©riode donnĂ©e, notamment parce qu'il estime que le marchĂ© ne peut pas ĂȘtre exĂ©cutĂ© sans inconvĂ©nient Ă ce moment-lĂ .
Le cas Ă©chĂ©ant, le dĂ©lai d'exĂ©cution est prolongĂ© Ă concurrence du retard occasionnĂ© par cette suspension, pour autant que le dĂ©lai contractuel ne soit pas expirĂ©. Lorsque ce dĂ©lai est expirĂ©, une remise d'amendes pour retard d'exĂ©cution peut ĂȘtre consentie conformĂ©ment Ă l'article 50.
Lorsque les prestations sont suspendues sur la base d'une clause de réexamen en application du présent paragraphe, l'adjudicataire est tenu de prendre, à ses frais, toutes les précautions nécessaires pour préserver les prestations déjà exécutées et les matériaux des dégradations pouvant provenir de conditions météorologiques défavorables, de vol ou d'autres actes de malveillance.
Interdiction de ralentir ou d'interrompre l'exécution
Art. 38/13. L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours concernant l'application d'une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/9 à 38/12 pour ralentir le rythme d'exécution, interrompre l'exécution du marché ou ne pas reprendre celle-ci, selon le cas.
Conditions d'introduction
Art. 38/14. L'adjudicateur ou l'adjudicataire qui veut se baser sur une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/9 à 38/12, doit dénoncer les faits ou les circonstances sur lesquels il se base, par écrit dans les trente jours de leur survenance ou de la date à laquelle l'adjudicataire ou l'adjudicateur aurait normalement dû en avoir connaissance.
Art. 38/15. L'adjudicataire ne peut invoquer l'application de l'une des clauses de rĂ©examen prĂ©vues aux articles 38/9 Ă 38/11, que s'il fait connaitre de maniĂšre succincte Ă l'adjudicateur l'influence de ces faits ou circonstances sur le dĂ©roulement et le coĂ»t du marchĂ©. A peine de dĂ©chĂ©ance, cette information doit ĂȘtre notifiĂ©e Ă l'adjudicateur dans le dĂ©lai mentionnĂ© Ă l'article 38/14. Ces obligations s'imposent, que les faits ou circonstances soient ou non connus de l'adjudicateur.
N'est pas recevable la demande de l'adjudicataire qui invoque l'application d'une des clauses de réexamen, telles que visées aux articles 38/9 et 38/11, si cette demande est basée sur des faits ou circonstances dont l'adjudicateur n'a pas été saisi par l'adjudicataire en temps utile et dont il n'a pu en conséquence contrÎler la réalité, ni apprécier l'incidence sur le marché afin de prendre les mesures éventuellement exigées par la situation.
En ce qui concerne les ordres écrits de l'adjudicateur, y compris ceux visées à l'article 80, § 1er, l'adjudicataire est simplement tenu d'informer l'adjudicateur, aussitÎt qu'il a pu ou aurait dû en avoir connaissance, l'influence que ces ordres pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
Art. 38/16. L'adjudicataire qui demande l'application d'une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/8 à 38/9, 38/11 et 38/12 doit, sous peine de déchéance, transmettre par écrit à l'adjudicateur la justification chiffrée de sa demande dans les délais suivants:
1° avant l'expiration des délais contractuels pour obtenir une prolongation des délais d'exécution ou la résiliation du marché ;
2° au plus tard nonante jours Ă compter de la date de la notification Ă l'adjudicataire du procĂšs-verbal de la rĂ©ception provisoire du marchĂ©, pour obtenir une rĂ©vision du marchĂ© autre que celle visĂ©e au 1° ou des dommages et intĂ©rĂȘts;
3° au plus tard nonante jours aprĂšs l'expiration de la pĂ©riode de garantie, pour obtenir une rĂ©vision du marchĂ© autre que celle visĂ©e au 1° ou des dommages et intĂ©rĂȘts, lorsque ladite demande d'application de la clause de rĂ©examen trouve son origine dans des faits ou circonstances survenus pendant la pĂ©riode de garantie.
Art. 38/17. L'adjudicateur qui demande l'application de la clause de réexamen visée à l'article 38/10, doit le faire au plus tard nonante jours à compter de la date de la notification à l'adjudicataire du procÚs-verbal de la réception provisoire du marché en vue de la révision du marché.
Vérification des piÚces comptables
Art. 38/18. Quand l'adjudicataire demande l'application d'une clause de rĂ©examen contractuelle en vue d'obtenir des dommages et intĂ©rĂȘts ou la rĂ©vision du marchĂ©, l'adjudicateur a le droit de faire procĂ©der Ă la vĂ©rification sur place des piĂšces comptables.
Publication
Art. 38/19. L'adjudicateur qui modifie un marché dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne, en application des articles 38/1 et 38/2, en fait une publication au Journal officiel de l'Union européenne et au Bulletin des Adjudications. Cette publication contient les informations reprises à l'annexe 2. Pour ce faire, l'adjudicateur utilise les formulaires standard électroniques développés et mis à disposition par le service public fédéral Stratégie et Appui, élaborés sur la base du rÚglement d'exécution de la Commission européenne concernant les formulaires standard pour la publication d'avis dans le cadre de la passation de marchés publics.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er et pour les marchĂ©s qui tombent dans le champ d'application de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, les modifications visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er ne doivent pas ĂȘtre publiĂ©es au Journal officiel de l'Union europĂ©enne. ".
" Travaux, fournitures ou services complémentaires
Art. 38/1. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, pour les travaux, fournitures ou services complĂ©mentaires du contractant principal qui sont devenus nĂ©cessaires et ne figuraient pas dans le marchĂ© initial, lorsqu'un changement de contractant:
1° est impossible pour des raisons économiques ou techniques telles que l'obligation d'interchangeabilité ou d'interopérabilité des services complémentaires avec les équipements, services ou installations existants achetés dans le cadre du marché initial; et
2° présenterait un inconvénient majeur ou entraßnerait une augmentation substantielle des coûts pour l'adjudicateur.
Toutefois, l'augmentation rĂ©sultant d'une modification ne peut pas ĂȘtre supĂ©rieure Ă cinquante pour cent de la valeur du marchĂ© initial. Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuĂ©es, cette limite s'applique Ă la valeur de chaque modification. Ces modifications consĂ©cutives ne peuvent ĂȘtre utilisĂ©es pour contourner la rĂ©glementation en matiĂšre des marchĂ©s publics. Le prĂ©sent alinĂ©a n'est pas d'application aux marchĂ©s passĂ©s par les entitĂ©s adjudicatrices exerçant des activitĂ©s dans les secteurs de l'eau, de l'Ă©nergie, du transport et des services postaux visĂ©s au titre III de la loi.
Pour le calcul du montant visé à l'alinéa 2, lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé sur la base cette clause qui constitue le montant de référence.
EvÚnements imprévisibles dans le chef de l'adjudicateur
Art. 38/2. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° la modification est rendue nécessaire par des circonstances qu'un adjudicateur diligent ne pouvait pas prévoir;
2° la modification ne change pas la nature globale du marché ou de l'accord-cadre;
3° l'augmentation de prix résultant d'une modification n'est pas supérieure à cinquante pour cent de la valeur du marché ou de l'accord-cadre initial. Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuées, cette limite s'applique à la valeur de chaque modification. Ces modifications consécutives ne visent pas à contourner les dispositions en matiÚre des marchés publics.
La condition mentionnée à l'alinéa 1er, 3° n'est pas d'application aux marchés passés par les entités adjudicatrices exerçant des activités dans les secteurs de l'eau, de l'énergie, du transport et des services postaux visés au titre 3 de la loi.
Pour le calcul du montant visé à l'alinéa 1er, 3°, lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé qui constitue le montant de référence.
Remplacement de l'adjudicataire
Art. 38/3. Une modification peut ĂȘtre autorisĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsqu'un nouvel adjudicataire remplace celui auquel l'adjudicateur a initialement attribuĂ© le marchĂ© :
1° en application d'une clause de réexamen univoque telle que définie à l'article 38;
2° à la suite d'une succession universelle ou partielle de l'adjudicataire initial, à la suite d'opérations de restructuration de société, notamment de rachat, de fusion, d'acquisition ou d'insolvabilité, assurée par un autre opérateur économique qui remplit les critÚres de sélection établis initialement, à condition que cela n'entraßne pas d'autres modifications substantielles du marché et ne vise pas à contourner les dispositions en matiÚre de marchés publics.
La rĂšgle "de minimis"
Art. 38/4. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque la valeur de la modification est infĂ©rieure aux deux valeurs suivantes :
1° le seuil fixé pour la publicité européenne; et
2° dix pour cent de la valeur du marché initial pour les marchés de services et de fournitures et quinze pour cent de la valeur du marché initial pour les marchés de travaux.
Lorsque plusieurs modifications successives sont effectuées, la valeur visée à l'alinéa 1er, est déterminée sur la base de la valeur cumulée nette des modifications successives.
Pour le calcul de la valeur du marché initial visée à l'alinéa 1er, 2°, et lorsque le marché comporte une clause d'indexation, c'est le montant actualisé sur la base de cette clause qui constitue le montant de référence.
Toutefois, la modification ne peut pas changer la nature globale du marché, ou de l'accord-cadre.
Modifications non substantielles
Art. 38/5. Une modification peut ĂȘtre apportĂ©e sans nouvelle procĂ©dure de passation, lorsque la modification, quelle qu'en soit la valeur, est Ă considĂ©rer comme non substantielle.
Art. 38/6. Une modification d'un marché ou d'un accord-cadre en cours est à considérer comme substantielle lorsqu'elle rend le marché ou l'accord-cadre sensiblement différent par nature de celui conclu au départ.
Est à considérer comme substantielle la modification qui remplit au moins une des conditions suivantes:
1° la modification introduit des conditions qui, si elles avaient été incluses dans la procédure de passation initiale, auraient permis l'admission d'autres candidats que ceux retenus initialement ou l'acceptation d'une offre autre que celle initialement acceptée ou auraient attiré davantage de participants à la procédure de passation du marché;
2° la modification modifie l'équilibre économique du marché ou de l'accord-cadre en faveur de l'adjudicataire d'une maniÚre qui n'était pas prévue dans le marché ou l'accord-cadre initial;
3° la modification élargit considérablement le champ d'application du marché ou de l'accord-cadre;
4° lorsqu'un nouvel adjudicataire remplace celui auquel l'adjudicateur a initialement attribué le marché dans d'autres cas que ceux prévus à l'article 38/3.
Révision des prix
Art. 38/7. § 1er. En application de l'article 10 de la loi ou de l'article 7, § 1er, alinĂ©as 2 Ă 4 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ© et sauf dans les cas visĂ©s Ă l'alinĂ©a 4 du prĂ©sent paragraphe, les documents du marchĂ© relatifs Ă un marchĂ© de travaux ou Ă un marchĂ© de services visĂ©s Ă l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des prix en fonction de l'Ă©volution des prix des principaux composants suivants :
1° les salaires horaires du personnel et les charges sociales ;
2° en fonction de la nature du marché, un ou plusieurs éléments pertinents tels que les prix de matériaux, des matiÚres premiÚres, les taux de change.
La révision des prix est basée sur des paramÚtres objectifs et contrÎlables et utilise des coefficients de pondération appropriés ; elle reflÚte ainsi la structure réelle des coûts.
La révision des prix peut comporter un facteur fixe, non révisable, que l'adjudicateur détermine en fonction des spécificités du marché.
Une révision des prix n'est pas obligatoire pour les marchés d'un montant estimé inférieur à 120.000 euros et lorsque le délai d'exécution initial est inférieur à cent-vingt jours ouvrables ou cent-quatre-vingts jours de calendrier.
§ 2. En application de l'article 10 de la loi, pour les marchĂ©s de fournitures et de services autres que ceux visĂ©s Ă l'annexe 1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les documents du marchĂ© peuvent prĂ©voir une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des prix en fonction d'un ou de plusieurs Ă©lĂ©ments divers tels que notamment les salaires, les charges sociales, les prix des matiĂšres premiĂšres ou les taux de change.
La révision des prix est basée sur des paramÚtres objectifs et contrÎlables et utilise des coefficients de pondération appropriés ; elle reflÚte ainsi la structure réelle des coûts. En cas de difficultés à établir une formule de révision des prix, l'adjudicateur peut se référer à l'indice-santé, à l'indice des prix à la consommation ou à un autre indice approprié.
La révision des prix peut comporter un facteur fixe, non révisable, que l'adjudicateur détermine en fonction des spécificités du marché.
Impositions ayant une incidence sur le montant du marché
Art. 38/8. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision des prix résultant d'une modification des impositions en Belgique ayant une incidence sur le montant du marché.
Une telle révision des prix n'est possible qu'à la double condition suivante :
1° la modification est entrée en vigueur aprÚs le dixiÚme jour précédant la date ultime fixée pour la réception des offres ; et
2° soit directement, soit indirectement par l'intermédiaire d'un indice, ces impositions ne sont pas incorporées dans la formule de révision prévue dans les documents du marché en application de l'article 38/7.
En cas de hausse des impositions, l'adjudicataire doit établir qu'il a effectivement supporté les charges supplémentaires qu'il a réclamées et que celles-ci concernent des prestations inhérentes à l'exécution du marché.
En cas de baisse, il n'y a pas de révision si l'adjudicataire prouve qu'il a payé les impositions à l'ancien taux.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas une clause de rĂ©examen telle que prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux alinĂ©as 2 Ă 4 sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Circonstances imprévisibles dans le chef de l'adjudicataire
Art. 38/9. § 1er. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision du marché lorsque l'équilibre contractuel du marché a été bouleversé au détriment de l'adjudicataire par des circonstances quelconques auxquelles l'adjudicateur est resté étranger.
§ 2. L'adjudicataire ne peut invoquer l'application de cette clause de réexamen que s'il démontre que la révision est devenue nécessaire à la suite des circonstances qu'il ne pouvait raisonnablement pas prévoir lors du dépÎt de son l'offre, qu'il ne pouvait éviter et aux conséquences desquelles il ne pouvait obvier, bien qu'il ait fait toutes les diligences nécessaires.
L'adjudicataire ne peut invoquer la dĂ©faillance d'un sous-traitant que pour autant que ce dernier puisse se prĂ©valoir des circonstances que l'adjudicataire aurait pu lui-mĂȘme invoquer s'il avait Ă©tĂ© placĂ© dans une situation analogue.
La révision peut consister soit en une prolongation des délais d'exécution, soit, lorsqu'il s'agit d'un préjudice trÚs important, en une autre forme de révision ou en la résiliation du marché.
§ 3. L'étendue du préjudice subi par l'adjudicataire est appréciée uniquement sur la base des éléments propres au marché en question. Ce préjudice doit :
1° pour les marchés de travaux et les marchés de services visés à l'annexe 1, s'élever au moins à 2,5 pour cent du montant initial du marché. Si le marché est passé sur la base du seul prix, sur la base du coût ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix lorsque le poids du critÚre relatif aux prix représente au moins cinquante pour cent du poids total des critÚres d'attribution, le seuil du préjudice trÚs important est en toute hypothÚse atteint à partir des montants suivants :
a) 175.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 7.500.000 euros et inférieur ou égal à 15.000.000 euros ;
b) 225.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 15.000.000 euros et inférieur ou égal à 30.000.000 euros ;
c) 300.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 30.000.000 euros ;
2° pour les marchés de fournitures et de services autres que ceux visés à l'annexe 1, s'élever au moins à quinze pour cent du montant initial du marché.
§ 4. Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas une clause de rĂ©examen prĂ©vue au paragraphe 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux paragraphes 2 et 3 sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Art. 38/10. § 1er. Les documents du marché prévoient une clause de réexamen, telle que définie à l'article 38, fixant les modalités de la révision du marché lorsque l'équilibre contractuel du marché a été bouleversé en faveur de l'adjudicataire en raison de circonstances quelconques auxquelles l'adjudicateur est resté étranger.
§ 2. La révision peut consister soit en une réduction des délais d'exécution, soit, lorsqu'il s'agit d'un avantage trÚs important, en une autre forme de révision des dispositions du marché ou en la résiliation du marché.
§ 3. L'étendue de l'avantage dont a bénéficié l'adjudicataire est appréciée uniquement sur la base des éléments propres au marché en question. Cet avantage doit:
1° pour les marchés de travaux et les marchés de services visés à l'annexe 1, s'élever au moins à 2,5 pour cent du montant initial du marché. Si le marché est passé sur la base du seul prix, sur la base du coût ou sur la base du meilleur rapport qualité-prix lorsque le poids du critÚre relatif aux prix représente au moins cinquante pour cent du poids total des critÚres d'attribution, le seuil de l'avantage trÚs important est en toute hypothÚse atteint à partir des montants suivants :
a) 175.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 7.500.000 euros et inférieur ou égal à 15.000.000 euros ;
b) 225.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 15.000.000 euros et inférieur ou égal à 30.000.000 euros ;
c) 300.000 euros pour les marchés dont le montant initial du marché est supérieur à 30.000.000 euros ;
2° pour les marchés de fournitures et de services autres que ceux visés à l'annexe 1, s'élever au moins à quinze pour cent du montant initial du marché.
§ 4. Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue au paragraphe 1er, les rĂšgles prĂ©vues aux paragraphes 2 et 3 du prĂ©sent article sont rĂ©putĂ©es ĂȘtre applicables de plein droit.
Faits de l'adjudicateur et de l'adjudicataire
Art. 38/11. Les documents du marchĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, fixant les modalitĂ©s de la rĂ©vision des conditions du marchĂ© lorsque l'adjudicataire ou l'adjudicateur a subi un retard ou un prĂ©judice suite aux carences, lenteurs ou faits quelconques qui peuvent ĂȘtre imputĂ©s Ă l'autre partie.
La révision visée à l'alinéa 1er peut consister en une ou plusieurs des mesures suivantes :
1° la révision des dispositions contractuelles, en ce compris la prolongation ou la réduction des délais d'exécution ;
2° des dommages et intĂ©rĂȘts ;
3° la résiliation du marché.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, la rĂšgle prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 2 est rĂ©putĂ©e ĂȘtre applicable de plein droit.
Indemnités suite aux suspensions ordonnées par l'adjudicateur et incidents durant la procédure
Art. 38/12. § 1er. Les documents du marchĂ© prĂ©voient une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, prĂ©cisant que l'adjudicataire a droit Ă des dommages et intĂ©rĂȘts pour les suspensions ordonnĂ©es par l'adjudicateur dans les conditions cumulatives suivantes :
1° la suspension dépasse au total un vingtiÚme du délai d'exécution et au moins dix jours ouvrables ou quinze jours de calendrier, selon que le délai d'exécution est exprimé en jours ouvrables ou en jours de calendrier;
2° la suspension n'est pas due à des conditions météorologiques défavorables ;
3° la suspension a lieu endéans le délai d'exécution du marché.
Si les documents du marchĂ© ne contiennent pas la clause de rĂ©examen prĂ©vue Ă l'alinĂ©a 1er, la rĂšgle prĂ©vue Ă l'alinĂ©a prĂ©citĂ© est rĂ©putĂ©e ĂȘtre applicable de plein droit.
§ 2. L'adjudicateur peut prĂ©voir une clause de rĂ©examen, telle que dĂ©finie Ă l'article 38, dans laquelle il se rĂ©serve le droit de suspendre l'exĂ©cution du marchĂ© pendant une pĂ©riode donnĂ©e, notamment parce qu'il estime que le marchĂ© ne peut pas ĂȘtre exĂ©cutĂ© sans inconvĂ©nient Ă ce moment-lĂ .
Le cas Ă©chĂ©ant, le dĂ©lai d'exĂ©cution est prolongĂ© Ă concurrence du retard occasionnĂ© par cette suspension, pour autant que le dĂ©lai contractuel ne soit pas expirĂ©. Lorsque ce dĂ©lai est expirĂ©, une remise d'amendes pour retard d'exĂ©cution peut ĂȘtre consentie conformĂ©ment Ă l'article 50.
Lorsque les prestations sont suspendues sur la base d'une clause de réexamen en application du présent paragraphe, l'adjudicataire est tenu de prendre, à ses frais, toutes les précautions nécessaires pour préserver les prestations déjà exécutées et les matériaux des dégradations pouvant provenir de conditions météorologiques défavorables, de vol ou d'autres actes de malveillance.
Interdiction de ralentir ou d'interrompre l'exécution
Art. 38/13. L'adjudicataire ne peut se prévaloir des discussions en cours concernant l'application d'une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/9 à 38/12 pour ralentir le rythme d'exécution, interrompre l'exécution du marché ou ne pas reprendre celle-ci, selon le cas.
Conditions d'introduction
Art. 38/14. L'adjudicateur ou l'adjudicataire qui veut se baser sur une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/9 à 38/12, doit dénoncer les faits ou les circonstances sur lesquels il se base, par écrit dans les trente jours de leur survenance ou de la date à laquelle l'adjudicataire ou l'adjudicateur aurait normalement dû en avoir connaissance.
Art. 38/15. L'adjudicataire ne peut invoquer l'application de l'une des clauses de rĂ©examen prĂ©vues aux articles 38/9 Ă 38/11, que s'il fait connaitre de maniĂšre succincte Ă l'adjudicateur l'influence de ces faits ou circonstances sur le dĂ©roulement et le coĂ»t du marchĂ©. A peine de dĂ©chĂ©ance, cette information doit ĂȘtre notifiĂ©e Ă l'adjudicateur dans le dĂ©lai mentionnĂ© Ă l'article 38/14. Ces obligations s'imposent, que les faits ou circonstances soient ou non connus de l'adjudicateur.
N'est pas recevable la demande de l'adjudicataire qui invoque l'application d'une des clauses de réexamen, telles que visées aux articles 38/9 et 38/11, si cette demande est basée sur des faits ou circonstances dont l'adjudicateur n'a pas été saisi par l'adjudicataire en temps utile et dont il n'a pu en conséquence contrÎler la réalité, ni apprécier l'incidence sur le marché afin de prendre les mesures éventuellement exigées par la situation.
En ce qui concerne les ordres écrits de l'adjudicateur, y compris ceux visées à l'article 80, § 1er, l'adjudicataire est simplement tenu d'informer l'adjudicateur, aussitÎt qu'il a pu ou aurait dû en avoir connaissance, l'influence que ces ordres pourraient avoir sur le déroulement et le coût du marché.
Art. 38/16. L'adjudicataire qui demande l'application d'une des clauses de réexamen telles que visées aux articles 38/8 à 38/9, 38/11 et 38/12 doit, sous peine de déchéance, transmettre par écrit à l'adjudicateur la justification chiffrée de sa demande dans les délais suivants:
1° avant l'expiration des délais contractuels pour obtenir une prolongation des délais d'exécution ou la résiliation du marché ;
2° au plus tard nonante jours Ă compter de la date de la notification Ă l'adjudicataire du procĂšs-verbal de la rĂ©ception provisoire du marchĂ©, pour obtenir une rĂ©vision du marchĂ© autre que celle visĂ©e au 1° ou des dommages et intĂ©rĂȘts;
3° au plus tard nonante jours aprĂšs l'expiration de la pĂ©riode de garantie, pour obtenir une rĂ©vision du marchĂ© autre que celle visĂ©e au 1° ou des dommages et intĂ©rĂȘts, lorsque ladite demande d'application de la clause de rĂ©examen trouve son origine dans des faits ou circonstances survenus pendant la pĂ©riode de garantie.
Art. 38/17. L'adjudicateur qui demande l'application de la clause de réexamen visée à l'article 38/10, doit le faire au plus tard nonante jours à compter de la date de la notification à l'adjudicataire du procÚs-verbal de la réception provisoire du marché en vue de la révision du marché.
Vérification des piÚces comptables
Art. 38/18. Quand l'adjudicataire demande l'application d'une clause de rĂ©examen contractuelle en vue d'obtenir des dommages et intĂ©rĂȘts ou la rĂ©vision du marchĂ©, l'adjudicateur a le droit de faire procĂ©der Ă la vĂ©rification sur place des piĂšces comptables.
Publication
Art. 38/19. L'adjudicateur qui modifie un marché dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne, en application des articles 38/1 et 38/2, en fait une publication au Journal officiel de l'Union européenne et au Bulletin des Adjudications. Cette publication contient les informations reprises à l'annexe 2. Pour ce faire, l'adjudicateur utilise les formulaires standard électroniques développés et mis à disposition par le service public fédéral Stratégie et Appui, élaborés sur la base du rÚglement d'exécution de la Commission européenne concernant les formulaires standard pour la publication d'avis dans le cadre de la passation de marchés publics.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er et pour les marchĂ©s qui tombent dans le champ d'application de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, les modifications visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er ne doivent pas ĂȘtre publiĂ©es au Journal officiel de l'Union europĂ©enne. ".
Art. 22. Artikel 41, lid 2, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"De aanbesteder kan voor het geheel of voor een gedeelte afzien van de keuring wanneer de opdrachtnemer aantoont dat de producten tijdens hun productie door een conformiteitsbeoordelingsinstantie werden gecontroleerd overeenkomstig artikel 55, § 1, van de wet en de bepalingen van de opdrachtdocumenten.".
"De aanbesteder kan voor het geheel of voor een gedeelte afzien van de keuring wanneer de opdrachtnemer aantoont dat de producten tijdens hun productie door een conformiteitsbeoordelingsinstantie werden gecontroleerd overeenkomstig artikel 55, § 1, van de wet en de bepalingen van de opdrachtdocumenten.".
Art. 22. L'article 41, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© par ce qui suit :
" L'adjudicateur peut renoncer à tout ou partie des réceptions techniques lorsque l'adjudicataire prouve que les produits ont été contrÎlés par un organisme d'évaluation de la conformité lors de leur production, conformément à l'article 55, § 1er, de la loi et aux spécifications des documents du marché. ".
" L'adjudicateur peut renoncer à tout ou partie des réceptions techniques lorsque l'adjudicataire prouve que les produits ont été contrÎlés par un organisme d'évaluation de la conformité lors de leur production, conformément à l'article 55, § 1er, de la loi et aux spécifications des documents du marché. ".
Art. 23. Artikel 44, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 mei 2014, wordt vervangen als volgt:
" § 2. Al de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht, daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbesteder, worden in een proces-verbaal vastgesteld, waarvan onmiddellijk een afschrift aan de opdrachtnemer wordt verzonden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt.
De opdrachtnemer dient zonder ver wijl zijn tekortkomingen te her stellen. Hij kan aan de aanbesteder zijn verweer middelen doen gelden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt. Dit verweer moet hij verzenden binnen de vijftien dagen volgend op de datum van verzending van het proces-verbaal. Zijn stil zwijgen na die termijn geldt als een erkenning van de vastgestelde feiten.
Indien de aanbesteder, overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, ervan in kennis is gesteld dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, op zwaarwichtige wijze tekort is geschoten in zijn verplichting om zijn werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, wordt de in het tweede lid bedoelde verweertermijn van vijftien dagen teruggebracht tot een door de aanbesteder te bepalen termijn. Hetzelfde geldt wanneer de aanbesteder vaststelt of er kennis van heeft dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, één of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. De ingekorte termijn mag evenwel niet korter zijn dan vijf werkdagen indien het een zwaarwichtige tekortkoming op het vlak van de uitbetaling van het loon betreft, en twee werkdagen indien het de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen betreft.".
" § 2. Al de tekortkomingen op de bepalingen van de opdracht, daarin begrepen het niet-naleven van de bevelen van de aanbesteder, worden in een proces-verbaal vastgesteld, waarvan onmiddellijk een afschrift aan de opdrachtnemer wordt verzonden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt.
De opdrachtnemer dient zonder ver wijl zijn tekortkomingen te her stellen. Hij kan aan de aanbesteder zijn verweer middelen doen gelden bij aangetekende zending of bij elektronische zending die op vergelijkbare wijze de exacte datum van de verzending waarborgt. Dit verweer moet hij verzenden binnen de vijftien dagen volgend op de datum van verzending van het proces-verbaal. Zijn stil zwijgen na die termijn geldt als een erkenning van de vastgestelde feiten.
Indien de aanbesteder, overeenkomstig artikel 49/1 van het Sociaal Strafwetboek, ervan in kennis is gesteld dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, op zwaarwichtige wijze tekort is geschoten in zijn verplichting om zijn werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben, wordt de in het tweede lid bedoelde verweertermijn van vijftien dagen teruggebracht tot een door de aanbesteder te bepalen termijn. Hetzelfde geldt wanneer de aanbesteder vaststelt of er kennis van heeft dat de opdrachtnemer of een onderaannemer in de onderaannemingsketen, op welke plaats en voor welk aandeel deze laatste ook tussenkomt, één of meer illegaal verblijvende onderdanen van derde landen tewerkstelt. De ingekorte termijn mag evenwel niet korter zijn dan vijf werkdagen indien het een zwaarwichtige tekortkoming op het vlak van de uitbetaling van het loon betreft, en twee werkdagen indien het de tewerkstelling van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen betreft.".
Art. 23. L'article 44, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 mai 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 2. Tous les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres de l'adjudicateur, sont constatés par un procÚs-verbal dont une copie est transmise immédiatement à l'adjudicataire par envoi recommandé ou par envoi électronique qui assure de maniÚre équivalente la date exacte de l'envoi.
L'adjudicataire est tenu de réparer sans délai ses manquements. Il peut faire valoir ses moyens de défense auprÚs de l'adjudicateur par envoi recommandé ou par envoi électronique qui assure de maniÚre équivalente la date exacte de l'envoi. Cette défense est envoyée dans les quinze jours suivant la date de l'envoi du procÚs-verbal. AprÚs ce délai, son silence est considéré comme une reconnaissance des faits constatés.
Si l'adjudicateur a Ă©tĂ© informĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 49/1 du Code pĂ©nal social, que l'adjudicataire ou un sous-traitant dans la chaĂźne de sous-traitance, Ă quelque endroit que ce soit ou en quelque mesure que ce soit, a manquĂ© de maniĂšre importante Ă son devoir de payer Ă temps le salaire auquel les travailleurs ont droit, le dĂ©lai de dĂ©fense de quinze jours visĂ© Ă l'alinĂ©a 2 est ramenĂ© Ă un dĂ©lai Ă fixer par l'adjudicateur. Il en va de mĂȘme lorsque l'adjudicateur constate ou prend connaissance du fait qu'un adjudicataire ou un sous-traitant dans la chaĂźne de sous-traitance, Ă quelque endroit que ce soit ou en quelque mesure que ce soit, emploie un ou plusieurs citoyens illĂ©gaux de pays tiers. Le dĂ©lai raccourci ne peut cependant ĂȘtre infĂ©rieur Ă cinq jours ouvrables s'il s'agit d'une dĂ©faillance grave au niveau du paiement du salaire et Ă deux jours ouvrables lorsqu'il s'agit de l'emploi de ressortissants de pays tiers. ".
" § 2. Tous les manquements aux clauses du marché, y compris la non-observation des ordres de l'adjudicateur, sont constatés par un procÚs-verbal dont une copie est transmise immédiatement à l'adjudicataire par envoi recommandé ou par envoi électronique qui assure de maniÚre équivalente la date exacte de l'envoi.
L'adjudicataire est tenu de réparer sans délai ses manquements. Il peut faire valoir ses moyens de défense auprÚs de l'adjudicateur par envoi recommandé ou par envoi électronique qui assure de maniÚre équivalente la date exacte de l'envoi. Cette défense est envoyée dans les quinze jours suivant la date de l'envoi du procÚs-verbal. AprÚs ce délai, son silence est considéré comme une reconnaissance des faits constatés.
Si l'adjudicateur a Ă©tĂ© informĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 49/1 du Code pĂ©nal social, que l'adjudicataire ou un sous-traitant dans la chaĂźne de sous-traitance, Ă quelque endroit que ce soit ou en quelque mesure que ce soit, a manquĂ© de maniĂšre importante Ă son devoir de payer Ă temps le salaire auquel les travailleurs ont droit, le dĂ©lai de dĂ©fense de quinze jours visĂ© Ă l'alinĂ©a 2 est ramenĂ© Ă un dĂ©lai Ă fixer par l'adjudicateur. Il en va de mĂȘme lorsque l'adjudicateur constate ou prend connaissance du fait qu'un adjudicataire ou un sous-traitant dans la chaĂźne de sous-traitance, Ă quelque endroit que ce soit ou en quelque mesure que ce soit, emploie un ou plusieurs citoyens illĂ©gaux de pays tiers. Le dĂ©lai raccourci ne peut cependant ĂȘtre infĂ©rieur Ă cinq jours ouvrables s'il s'agit d'une dĂ©faillance grave au niveau du paiement du salaire et Ă deux jours ouvrables lorsqu'il s'agit de l'emploi de ressortissants de pays tiers. ".
Art. 24. Er wordt een artikel 46/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 46/1. De belasting over de toegevoegde waarde wordt niet in aanmerking genomen in de berekeningsbasis van de in artikel 45 bedoelde bijzondere of algemene straf, en evenmin in de berekeningsbasis van de in artikel 46 bedoelde vertragingsboetes.".
"Art. 46/1. De belasting over de toegevoegde waarde wordt niet in aanmerking genomen in de berekeningsbasis van de in artikel 45 bedoelde bijzondere of algemene straf, en evenmin in de berekeningsbasis van de in artikel 46 bedoelde vertragingsboetes.".
Art. 24. Un article 46/1 est inséré, rédigé comme suit :
" Art. 46/1. La taxe sur la valeur ajoutée n'est pas prise en considération dans la base de calcul de la pénalité spéciale ou générale visée à l'article 45, ni dans la base de calcul pour l'amende de retard visée à l'article 46. ".
" Art. 46/1. La taxe sur la valeur ajoutée n'est pas prise en considération dans la base de calcul de la pénalité spéciale ou générale visée à l'article 45, ni dans la base de calcul pour l'amende de retard visée à l'article 46. ".
Art. 25. In artikel 47, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "aanbestedende overheid van rechtswege" vervangen door de woorden "aanbesteder, behoudens in het in artikel 49, eerste lid, 1°, bedoelde geval, van rechtswege" ;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "en régie" in de Franse versie vervangen door de worden "en gestion propre".
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "aanbestedende overheid van rechtswege" vervangen door de woorden "aanbesteder, behoudens in het in artikel 49, eerste lid, 1°, bedoelde geval, van rechtswege" ;
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "en régie" in de Franse versie vervangen door de worden "en gestion propre".
Art. 25. A l'article 47, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) au 1°, les mots " est acquise de plein droit au pouvoir adjudicateur Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts forfaitaires " sont remplacĂ©s par les mots " est acquise de plein droit Ă l'adjudicateur Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts forfaitaires, sauf dans le cas visĂ© Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, 1° " ;
b) au 2°, les mots " en régie " sont remplacés, dans la version française, par les mots " en gestion propre ".
a) au 1°, les mots " est acquise de plein droit au pouvoir adjudicateur Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts forfaitaires " sont remplacĂ©s par les mots " est acquise de plein droit Ă l'adjudicateur Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts forfaitaires, sauf dans le cas visĂ© Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, 1° " ;
b) au 2°, les mots " en régie " sont remplacés, dans la version française, par les mots " en gestion propre ".
Art. 26. Artikel 48 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 48. Onverminderd de in artikel 70 van de wet bedoelde mogelijkheid om corrigerende maatregelen te laten gelden en de in dit besluit bedoelde sancties, kan de in gebreke gebleven opdrachtnemer door de aanbesteder voor een periode van drie jaar van deelname aan haar opdrachten worden uitgesloten, meer bepaald wanneer hij blijk heeft gegeven van een aanzienlijke of voortdurende tekortkoming bij de toepassing van een wezenlijk voorschrift in de loop van de uitvoering van de opdracht, dan wel wanneer de opdrachtnemer de bepalingen van artikel 5, § 1, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd.
De betrokkene wordt vooraf gehoord om zich te verdedigen en de gemotiveerde beslissing wordt hem betekend.
In de schorsingsbeslissing moet verwezen worden naar het onderhavig artikel.
De periode van uitsluiting bedraagt drie jaar. Voor de berekening van de termijn van drie jaar is artikel 69, tweede lid, van de wet van toepassing.
De in onderhavige bepaling vermelde sanctie is van toepassing onverminderd de in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde sancties. De in onderhavige bepaling vermelde sanctie moet aanzien worden als een "vergelijkbare sanctie" in de zin van artikel 69, tweede lid, 7°, van de wet. ".
"Art. 48. Onverminderd de in artikel 70 van de wet bedoelde mogelijkheid om corrigerende maatregelen te laten gelden en de in dit besluit bedoelde sancties, kan de in gebreke gebleven opdrachtnemer door de aanbesteder voor een periode van drie jaar van deelname aan haar opdrachten worden uitgesloten, meer bepaald wanneer hij blijk heeft gegeven van een aanzienlijke of voortdurende tekortkoming bij de toepassing van een wezenlijk voorschrift in de loop van de uitvoering van de opdracht, dan wel wanneer de opdrachtnemer de bepalingen van artikel 5, § 1, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd.
De betrokkene wordt vooraf gehoord om zich te verdedigen en de gemotiveerde beslissing wordt hem betekend.
In de schorsingsbeslissing moet verwezen worden naar het onderhavig artikel.
De periode van uitsluiting bedraagt drie jaar. Voor de berekening van de termijn van drie jaar is artikel 69, tweede lid, van de wet van toepassing.
De in onderhavige bepaling vermelde sanctie is van toepassing onverminderd de in artikel 19 van de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken bedoelde sancties. De in onderhavige bepaling vermelde sanctie moet aanzien worden als een "vergelijkbare sanctie" in de zin van artikel 69, tweede lid, 7°, van de wet. ".
Art. 26. L'article 48 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 48. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© de prendre des mesures correctrices telles que visĂ©es Ă l'article 70 de la loi et des sanctions prĂ©vues dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'adjudicataire dĂ©faillant peut ĂȘtre exclu par l'adjudicateur de la participation Ă ses marchĂ©s pour une pĂ©riode de trois ans, plus particuliĂšrement lorsqu'il a fait preuve d'un manquement important ou continu lors de l'application d'une disposition essentielle en cours d'exĂ©cution du marchĂ© ou qu'il n'a pas respectĂ© les dispositions de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 2, de la loi ou de l'article 10 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©.
L'intéressé est entendu préalablement afin d'exposer ses moyens de défense et la décision motivée lui est notifiée.
La décision de suspension doit faire référence au présent article.
La période d'exclusion est de trois ans. Pour le calcul du délai de trois ans, l'article 69, alinéa 2, de la loi s'applique.
La sanction prĂ©vue dans la prĂ©sente disposition s'applique sans prĂ©judice de celles visĂ©es par l'article 19 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux. La sanction visĂ©e par la prĂ©sente disposition doit ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme une " sanction comparable " au sens de l'article 69, alinĂ©a 2, 7°, de la loi. ".
" Art. 48. Sans prĂ©judice de la possibilitĂ© de prendre des mesures correctrices telles que visĂ©es Ă l'article 70 de la loi et des sanctions prĂ©vues dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, l'adjudicataire dĂ©faillant peut ĂȘtre exclu par l'adjudicateur de la participation Ă ses marchĂ©s pour une pĂ©riode de trois ans, plus particuliĂšrement lorsqu'il a fait preuve d'un manquement important ou continu lors de l'application d'une disposition essentielle en cours d'exĂ©cution du marchĂ© ou qu'il n'a pas respectĂ© les dispositions de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 2, de la loi ou de l'article 10 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©.
L'intéressé est entendu préalablement afin d'exposer ses moyens de défense et la décision motivée lui est notifiée.
La décision de suspension doit faire référence au présent article.
La période d'exclusion est de trois ans. Pour le calcul du délai de trois ans, l'article 69, alinéa 2, de la loi s'applique.
La sanction prĂ©vue dans la prĂ©sente disposition s'applique sans prĂ©judice de celles visĂ©es par l'article 19 de la loi du 20 mars 1991 organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux. La sanction visĂ©e par la prĂ©sente disposition doit ĂȘtre considĂ©rĂ©e comme une " sanction comparable " au sens de l'article 69, alinĂ©a 2, 7°, de la loi. ".
Art. 27. Artikel 49 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 49. Wanneer de opdrachtnemer, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, geen middelen heeft aangevoerd of middelen heeft aangevoerd die door de aanbesteder als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, treft deze laatste één of meer van de volgende maatregelen, indien hij op eender welk ogenblik vaststelt dat de opdrachtnemer de bepa lingen van artikel 5, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd:
1° de toepassing van een ambtshalve maatregel. In geval van eenzijdige verbreking van de opdracht door de aanbesteder, brengt dit niet met zich mee dat deze laatste het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding verwerft of bij gebrek aan borgstelling een equivalent bedrag;
2° indien het een aannemer van werken betreft, een voorstel tot sanctie bij toepassing van artikel 19 van de wet van 21 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken;
3° de in artikel 48 bedoelde beslissing tot uitsluiting.
Wanneer de aanbesteder op grond van het onderhavige artikel een maatregel neemt, deelt deze dit onverwijld mee aan de auditeur-generaal van de Belgische Mededingings autoriteit. De melding bevat een omschrijving van de betreffende opdracht, een kopij van de voornaamste stukken en een verwijzing naar het onderhavige artikel.".
"Art. 49. Wanneer de opdrachtnemer, na het verstrijken van de in artikel 44, § 2, gestelde termijn om zijn verweermiddelen te doen gelden, geen middelen heeft aangevoerd of middelen heeft aangevoerd die door de aanbesteder als niet gerechtvaardigd worden beoordeeld, treft deze laatste één of meer van de volgende maatregelen, indien hij op eender welk ogenblik vaststelt dat de opdrachtnemer de bepa lingen van artikel 5, tweede lid, van de wet of van artikel 10 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, niet heeft geëerbiedigd:
1° de toepassing van een ambtshalve maatregel. In geval van eenzijdige verbreking van de opdracht door de aanbesteder, brengt dit niet met zich mee dat deze laatste het geheel van de borgtocht als forfaitaire schadevergoeding verwerft of bij gebrek aan borgstelling een equivalent bedrag;
2° indien het een aannemer van werken betreft, een voorstel tot sanctie bij toepassing van artikel 19 van de wet van 21 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken;
3° de in artikel 48 bedoelde beslissing tot uitsluiting.
Wanneer de aanbesteder op grond van het onderhavige artikel een maatregel neemt, deelt deze dit onverwijld mee aan de auditeur-generaal van de Belgische Mededingings autoriteit. De melding bevat een omschrijving van de betreffende opdracht, een kopij van de voornaamste stukken en een verwijzing naar het onderhavige artikel.".
Art. 27. L'article 49 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 49. Lorsque l'adjudicataire, à l'échéance du délai prévu à l'article 44, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, n'a pas présenté de moyens ou a avancé des moyens considérés comme non justifiés par l'adjudicateur, ce dernier prend une ou plusieurs des mesu res ci-aprÚs lorsqu'il découvre, à quelque moment que ce soit, que l'adjudicataire n'a pas respecté les dispositions de l'article 5, alinéa 2, de la loi ou de l'article 10 de la loi défense et sécurité, selon le cas :
1° l'application d'une mesure d'office. En cas de rĂ©siliation unilatĂ©rale du marchĂ© par l'adjudicateur, ce dernier n'acquiĂšre pas la totalitĂ© du cautionnement Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts ou, Ă dĂ©faut de constitution d'un cautionnement, un montant Ă©quivalent ;
2° s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, une proposition de sanction en application de l'article 19 de la loi du 21 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ;
3° la décision d'exclusion visée à l'article 48.
Lorsque l'adjudicateur prend une mesure sur la base du présent article, il le communique sans tarder à l'auditeur général de l'Autorité belge de la Concurrence. La communication mentionne une description du marché concerné, une copie des piÚces principales et une référence au présent article. ".
" Art. 49. Lorsque l'adjudicataire, à l'échéance du délai prévu à l'article 44, § 2, pour faire valoir ses moyens de défense, n'a pas présenté de moyens ou a avancé des moyens considérés comme non justifiés par l'adjudicateur, ce dernier prend une ou plusieurs des mesu res ci-aprÚs lorsqu'il découvre, à quelque moment que ce soit, que l'adjudicataire n'a pas respecté les dispositions de l'article 5, alinéa 2, de la loi ou de l'article 10 de la loi défense et sécurité, selon le cas :
1° l'application d'une mesure d'office. En cas de rĂ©siliation unilatĂ©rale du marchĂ© par l'adjudicateur, ce dernier n'acquiĂšre pas la totalitĂ© du cautionnement Ă titre de dommages et intĂ©rĂȘts ou, Ă dĂ©faut de constitution d'un cautionnement, un montant Ă©quivalent ;
2° s'il s'agit d'un entrepreneur de travaux, une proposition de sanction en application de l'article 19 de la loi du 21 mars 1991 organisant l'agréation d'entrepreneurs de travaux ;
3° la décision d'exclusion visée à l'article 48.
Lorsque l'adjudicateur prend une mesure sur la base du présent article, il le communique sans tarder à l'auditeur général de l'Autorité belge de la Concurrence. La communication mentionne une description du marché concerné, une copie des piÚces principales et une référence au présent article. ".
Art. 28. In artikel 50 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden "aan de bij artikel 56 bedoelde omstandigheden" vervangen door de woorden "aan de bij artikel 38/9, § 1, bedoelde omstandigheden";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "Artikel 52 is van toepassing" vervangen door de woorden "De in artikel 38/15 bedoelde indieningsvoorwaarden zijn van toepassing".
1° in paragraaf 1, 1°, worden de woorden "aan de bij artikel 56 bedoelde omstandigheden" vervangen door de woorden "aan de bij artikel 38/9, § 1, bedoelde omstandigheden";
2° in paragraaf 2 worden de woorden "Artikel 52 is van toepassing" vervangen door de woorden "De in artikel 38/15 bedoelde indieningsvoorwaarden zijn van toepassing".
Art. 28. A l'article 50 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots " à des circonstances visées à l'article 56 " sont remplacés par les mots " aux circonstances visées à l'article 38/9, § 1er " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " L'article 52 est applicable " sont remplacés par les mots " Les conditions d'introduction visées à l'article 38/15 sont applicables ".
1° dans le paragraphe 1er, 1°, les mots " à des circonstances visées à l'article 56 " sont remplacés par les mots " aux circonstances visées à l'article 38/9, § 1er " ;
2° dans le paragraphe 2, les mots " L'article 52 est applicable " sont remplacés par les mots " Les conditions d'introduction visées à l'article 38/15 sont applicables ".
Art. 29. In artikel 62 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° één van de uitsluitingsgronden als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet, de artikelen 61 tot 63 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, de artikelen 67 en 68 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, uitgezonderd in geval van toepassing van de wetgeving betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsook met uitzondering van de facultatieve uitsluitingsgrond omtrent belangenconflicten ;";
b) de bepaling onder 5° wordt opgeheven;
c) het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"De in het eerste lid, 1°, bedoelde mogelijkheid tot verbreking is eveneens van toepassing wanneer de opdrachtnemer zich in een verplichte uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 67 van de wet bevond op het moment van de gunning, en derhalve uitgesloten had moeten worden. Deze mogelijkheid tot verbreking doet echter geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de opdrachtnemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Deze corrigerende maatregelen mogen nog in de loop van de in artikel 44, § 2, bedoelde termijn worden aangebracht door de opdrachtnemer.
De opdrachtnemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen, mogelijkheid waarvan in de loop van de uitvoering slechts één maal gebruik mag worden gemaakt.
De tweede en derde leden zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.".
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° één van de uitsluitingsgronden als bedoeld in de artikelen 67 tot 69 van de wet, de artikelen 61 tot 63 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, de artikelen 67 en 68 van het koninklijk besluit speciale sectoren of artikel 63 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang, uitgezonderd in geval van toepassing van de wetgeving betreffende de continuïteit van de ondernemingen, alsook met uitzondering van de facultatieve uitsluitingsgrond omtrent belangenconflicten ;";
b) de bepaling onder 5° wordt opgeheven;
c) het artikel wordt aangevuld met drie leden, luidende:
"De in het eerste lid, 1°, bedoelde mogelijkheid tot verbreking is eveneens van toepassing wanneer de opdrachtnemer zich in een verplichte uitsluitingsgrond als bedoeld in artikel 67 van de wet bevond op het moment van de gunning, en derhalve uitgesloten had moeten worden. Deze mogelijkheid tot verbreking doet echter geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de opdrachtnemer die zich in een situatie van uitsluiting bevindt, om te bewijzen dat de maatregelen die hij genomen heeft voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Deze corrigerende maatregelen mogen nog in de loop van de in artikel 44, § 2, bedoelde termijn worden aangebracht door de opdrachtnemer.
De opdrachtnemer beschikt over de mogelijkheid om zich op het vlak van de sociale en fiscale schulden nog in regel te stellen, mogelijkheid waarvan in de loop van de uitvoering slechts één maal gebruik mag worden gemaakt.
De tweede en derde leden zijn niet van toepassing op de opdrachten die onder het toepassingsgebied vallen van de wet defensie en veiligheid.".
Art. 29. A L'article 62 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° un des motifs d'exclusion tels que visĂ©s aux articles 67 Ă 69 de la loi, aux articles 61 Ă 63 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, aux articles 67 et 68 de l'arrĂȘtĂ© secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, sauf en cas d'application de la lĂ©gislation relative Ă la continuitĂ© des entreprises et sauf en ce qui concerne le motif d'exclusion facultatif concernant les conflits d'intĂ©rĂȘts; " ;
b) le 5° est abrogé;
c) l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
" La possibilitĂ© de rĂ©siliation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, 1°, est Ă©galement d'application lorsque l'adjudicataire se trouvait dans un cas d'exclusion obligatoire visĂ© Ă l'article 67 de la loi au moment de l'attribution et aurait donc dĂ» ĂȘtre exclu. Cette possibilitĂ© de rĂ©siliation ne porte cependant pas prĂ©judice Ă la possibilitĂ© pour l'adjudicataire qui se trouve dans une situation d'exclusion, de prouver que les mesures qu'il a prises sont suffisantes pour dĂ©montrer sa fiabilitĂ©, malgrĂ© le motif d'exclusion applicable. Les mesures correctrices peuvent encore ĂȘtre prises par l'adjudicataire dans le courant du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 44, § 2.
L'adjudicataire dispose de la possibilité en ce qui concerne la régularisation des dettes sociales et fiscales, de se mettre encore en rÚgle durant l'exécution à une seule reprise.
Les alinéas 2 et 3 ne sont pas d'application aux marchés tombant dans le champ d'application de la loi défense et sécurité. ".
a) le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° un des motifs d'exclusion tels que visĂ©s aux articles 67 Ă 69 de la loi, aux articles 61 Ă 63 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, aux articles 67 et 68 de l'arrĂȘtĂ© secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 63 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas, sauf en cas d'application de la lĂ©gislation relative Ă la continuitĂ© des entreprises et sauf en ce qui concerne le motif d'exclusion facultatif concernant les conflits d'intĂ©rĂȘts; " ;
b) le 5° est abrogé;
c) l'article est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
" La possibilitĂ© de rĂ©siliation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, 1°, est Ă©galement d'application lorsque l'adjudicataire se trouvait dans un cas d'exclusion obligatoire visĂ© Ă l'article 67 de la loi au moment de l'attribution et aurait donc dĂ» ĂȘtre exclu. Cette possibilitĂ© de rĂ©siliation ne porte cependant pas prĂ©judice Ă la possibilitĂ© pour l'adjudicataire qui se trouve dans une situation d'exclusion, de prouver que les mesures qu'il a prises sont suffisantes pour dĂ©montrer sa fiabilitĂ©, malgrĂ© le motif d'exclusion applicable. Les mesures correctrices peuvent encore ĂȘtre prises par l'adjudicataire dans le courant du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 44, § 2.
L'adjudicataire dispose de la possibilité en ce qui concerne la régularisation des dettes sociales et fiscales, de se mettre encore en rÚgle durant l'exécution à une seule reprise.
Les alinéas 2 et 3 ne sont pas d'application aux marchés tombant dans le champ d'application de la loi défense et sécurité. ".
Art. 30. In hetzelfde besluit wordt een artikel 62/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 62/1. Onverminderd de toepassing van een ambtshalve maatregel, kan de aanbesteder de opdracht verbreken in onderstaande gevallen:
1° wanneer de opdracht wezenlijk is gewijzigd waardoor een nieuwe plaatsingsprocedure zou vereist geweest zijn op grond van de artikelen 37 tot 38/19;
2° wanneer de opdracht niet aan de opdrachtnemer had mogen worden gegund wegens een ernstige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van de Europese Verdragen, de wet en zijn uitvoeringsbesluiten, welke inbreuk door het Hof van Justitie van de Europese Unie als zodanig is aangemerkt in een procedure overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.".
"Art. 62/1. Onverminderd de toepassing van een ambtshalve maatregel, kan de aanbesteder de opdracht verbreken in onderstaande gevallen:
1° wanneer de opdracht wezenlijk is gewijzigd waardoor een nieuwe plaatsingsprocedure zou vereist geweest zijn op grond van de artikelen 37 tot 38/19;
2° wanneer de opdracht niet aan de opdrachtnemer had mogen worden gegund wegens een ernstige inbreuk op de verplichtingen uit hoofde van de Europese Verdragen, de wet en zijn uitvoeringsbesluiten, welke inbreuk door het Hof van Justitie van de Europese Unie als zodanig is aangemerkt in een procedure overeenkomstig artikel 258 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie.".
Art. 30. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 62/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 62/1. Sans préjudice de l'application d'une mesure d'office, l'adjudicateur peut résilier le marché dans les cas suivants :
1° lorsque le marché a fait l'objet d'une modification substantielle qui aurait requis une nouvelle procédure de passation sur la base des articles 37 à 38/19 ;
2° lorsque le marchĂ© n'aurait pas dĂ» avoir Ă©tĂ© attribuĂ© Ă l'adjudicataire en raison d'une infraction importante aux obligations dĂ©coulant des TraitĂ©s europĂ©ens, de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution. Cette infraction doit ĂȘtre Ă©tablie par la Cour de Justice de l'Union europĂ©enne dans le cadre d'une procĂ©dure conformĂ©ment Ă l'article 258 du TraitĂ© sur le fonctionnement de l'Union europĂ©enne. ".
" Art. 62/1. Sans préjudice de l'application d'une mesure d'office, l'adjudicateur peut résilier le marché dans les cas suivants :
1° lorsque le marché a fait l'objet d'une modification substantielle qui aurait requis une nouvelle procédure de passation sur la base des articles 37 à 38/19 ;
2° lorsque le marchĂ© n'aurait pas dĂ» avoir Ă©tĂ© attribuĂ© Ă l'adjudicataire en raison d'une infraction importante aux obligations dĂ©coulant des TraitĂ©s europĂ©ens, de la loi et de ses arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution. Cette infraction doit ĂȘtre Ă©tablie par la Cour de Justice de l'Union europĂ©enne dans le cadre d'une procĂ©dure conformĂ©ment Ă l'article 258 du TraitĂ© sur le fonctionnement de l'Union europĂ©enne. ".
Art. 31. In artikel 63 van hetzelfde besluit worden de woorden "artikelen 61 en 62" telkens vervangen door de woorden "artikelen 61 tot 62/1".
Art. 31. Dans l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les mots " articles 61 et 62 " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " articles 61 Ă 62/1 ".
Art. 32. In artikel 67 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de eerste paragraaf, eerste lid, 5°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 februari 2014, wordt opgeheven;
2° in de eerste paragraaf, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 februari 2014, worden de woorden "gevallen vermeld onder 2° tot 5° " vervangen door de woorden "gevallen vermeld onder 2° tot 4° ";
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De betaling van het voorschot is onderworpen aan het indienen door de opdrachtnemer van een schriftelijke gedateerde en ondertekenende aanvraag met dit oogmerk.
De betaling van voorschotten kan worden geschorst indien vastgesteld wordt dat de opdrachtnemer zijn contractuele verplichtingen niet nakomt of de bepalingen van artikel 7 van de wet of artikel 41 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, overtreedt.
De aanbesteder houdt het door middel van de voorschotten reeds betaalde bedrag ter compensatie in op de bedragen die na deze betaling opeisbaar worden, overeenkomstig de modaliteiten van de opdrachtdocumenten. ".
1° de eerste paragraaf, eerste lid, 5°, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 7 februari 2014, wordt opgeheven;
2° in de eerste paragraaf, tweede lid, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 februari 2014, worden de woorden "gevallen vermeld onder 2° tot 5° " vervangen door de woorden "gevallen vermeld onder 2° tot 4° ";
3° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De betaling van het voorschot is onderworpen aan het indienen door de opdrachtnemer van een schriftelijke gedateerde en ondertekenende aanvraag met dit oogmerk.
De betaling van voorschotten kan worden geschorst indien vastgesteld wordt dat de opdrachtnemer zijn contractuele verplichtingen niet nakomt of de bepalingen van artikel 7 van de wet of artikel 41 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang, overtreedt.
De aanbesteder houdt het door middel van de voorschotten reeds betaalde bedrag ter compensatie in op de bedragen die na deze betaling opeisbaar worden, overeenkomstig de modaliteiten van de opdrachtdocumenten. ".
Art. 32. A l'article 67, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le 5°, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 fĂ©vrier 2014, est abrogĂ©;
2° dans le paragraphe 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 fĂ©vrier 2014, les mots " dans les cas visĂ©s au 2° Ă 5° " sont remplacĂ©s par les mots " dans les cas visĂ©s au 2° Ă 4° " ;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le paiement de l'avance est subordonné à l'introduction par l'adjudicataire d'une demande écrite datée et signée à cet effet.
Le paiement des avances peut ĂȘtre suspendu s'il est constatĂ© que l'adjudicataire ne respecte pas ses obligations contractuelles ou s'il contrevient aux dispositions de l'article 7 de la loi ou de l'article 41 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas.
Le montant dĂ©jĂ payĂ© pour les avances doit ĂȘtre dĂ©duit par compensation du montant dĂ» sur la base des acomptes introduits ultĂ©rieurement au paiement de ces avances, suivant les modalitĂ©s prĂ©vues dans les documents du marchĂ©. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le 5°, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 fĂ©vrier 2014, est abrogĂ©;
2° dans le paragraphe 1er, alinĂ©a 2, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 fĂ©vrier 2014, les mots " dans les cas visĂ©s au 2° Ă 5° " sont remplacĂ©s par les mots " dans les cas visĂ©s au 2° Ă 4° " ;
3° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le paiement de l'avance est subordonné à l'introduction par l'adjudicataire d'une demande écrite datée et signée à cet effet.
Le paiement des avances peut ĂȘtre suspendu s'il est constatĂ© que l'adjudicataire ne respecte pas ses obligations contractuelles ou s'il contrevient aux dispositions de l'article 7 de la loi ou de l'article 41 de la loi dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas.
Le montant dĂ©jĂ payĂ© pour les avances doit ĂȘtre dĂ©duit par compensation du montant dĂ» sur la base des acomptes introduits ultĂ©rieurement au paiement de ces avances, suivant les modalitĂ©s prĂ©vues dans les documents du marchĂ©. ".
Art. 33. In artikel 69 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij koninklijk besluit van 22 mei 2014, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van de hoofdsom inclusief toepasselijke belastingen, rechten, heffingen of kosten als vermeld in de rechtmatig opgestelde factuur of in de schuldvordering overeenkomstig de artikelen 95, 127, 141 en 160. Wat evenwel de belasting op de toegevoegde waarde betreft is het tweede lid van toepassing.
De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. In het geval waarbij de aanbesteder niet beschouwd wordt als een publiekrechtelijk lichaam in de zin van artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de intrest echter berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag inclusief de belasting over de toegevoegde waarde.".
" § 3/1. De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van de hoofdsom inclusief toepasselijke belastingen, rechten, heffingen of kosten als vermeld in de rechtmatig opgestelde factuur of in de schuldvordering overeenkomstig de artikelen 95, 127, 141 en 160. Wat evenwel de belasting op de toegevoegde waarde betreft is het tweede lid van toepassing.
De in de eerste paragraaf bedoelde intrest wordt berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag exclusief de belasting over de toegevoegde waarde. In het geval waarbij de aanbesteder niet beschouwd wordt als een publiekrechtelijk lichaam in de zin van artikel 6 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, wordt de intrest echter berekend op basis van het in het eerste lid bedoelde bedrag inclusief de belasting over de toegevoegde waarde.".
Art. 33. Dans l'article 69 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 22 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un paragraphe 3/1 rĂ©digĂ© comme suit :
" § 3/1. L'intĂ©rĂȘt visĂ© au paragraphe 1er est calculĂ© sur la base de la somme principale en ce compris les taxes applicables, droits, impositions ou coĂ»ts tels que mentionnĂ©s dans la facture dĂ»ment Ă©tablie ou dans la crĂ©ance conformĂ©ment aux articles 95, 127, 141 et 160. NĂ©anmoins, en ce qui concerne la taxe sur la valeur ajoutĂ©e, l'alinĂ©a 2 est d'application.
L'intĂ©rĂȘt visĂ© au paragraphe 1er est calculĂ© sur la base du montant visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er Ă l'exception de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e. NĂ©anmoins, si l'adjudicateur n'est pas considĂ©rĂ© comme une personne de droit public au sens de l'article 6 du Code de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e, l'intĂ©rĂȘt est calculĂ© sur la base du montant visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er en ce compris de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e. ".
" § 3/1. L'intĂ©rĂȘt visĂ© au paragraphe 1er est calculĂ© sur la base de la somme principale en ce compris les taxes applicables, droits, impositions ou coĂ»ts tels que mentionnĂ©s dans la facture dĂ»ment Ă©tablie ou dans la crĂ©ance conformĂ©ment aux articles 95, 127, 141 et 160. NĂ©anmoins, en ce qui concerne la taxe sur la valeur ajoutĂ©e, l'alinĂ©a 2 est d'application.
L'intĂ©rĂȘt visĂ© au paragraphe 1er est calculĂ© sur la base du montant visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er Ă l'exception de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e. NĂ©anmoins, si l'adjudicateur n'est pas considĂ©rĂ© comme une personne de droit public au sens de l'article 6 du Code de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e, l'intĂ©rĂȘt est calculĂ© sur la base du montant visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er en ce compris de la taxe sur la valeur ajoutĂ©e. ".
Art. 34. In artikel 70, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "bepaald in artikel 53" vervangen door de woorden "bepaald in artikel 38/16".
Art. 34. Dans l'article 70, alinĂ©a 2, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " prĂ©vus Ă l'article 53 " sont remplacĂ©s par les mots " prĂ©vus Ă l'article 38/16 ".
Art. 35. In artikel 71 van hetzelfde besluit, worden de woorden "Wanneer de vastgestelde afwijkingen" vervangen door de woorden "Onverminderd de artikelen 37 tot 38/19, wanneer de vastgestelde afwijkingen".
Art. 35. Dans l'article 71 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Lorsque les divergences constatĂ©es " sont remplacĂ©es par les mots " Sans prĂ©judice des articles 37 Ă 38/19, lorsque les divergences constatĂ©es ".
Art. 36. In artikel 73, van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen als volgt :
" § 1. Elke rechtsvordering van de opdrachtnemer die steunt op de in de artikelen 38/9, 38/11 en 38/12 bedoelde feiten of omstandigheden, moet op straffe van rechtsverval, binnen de termijnen bepaald in de artikelen 50, 38/15 of 38/16 voorafgaandelijk schriftelijk worden bekendgemaakt en het voorwerp uitmaken van een schriftelijke aanvraag.".
" § 1. Elke rechtsvordering van de opdrachtnemer die steunt op de in de artikelen 38/9, 38/11 en 38/12 bedoelde feiten of omstandigheden, moet op straffe van rechtsverval, binnen de termijnen bepaald in de artikelen 50, 38/15 of 38/16 voorafgaandelijk schriftelijk worden bekendgemaakt en het voorwerp uitmaken van een schriftelijke aanvraag.".
Art. 36. Dans l'article 73, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 1er. Toute action judiciaire de l'adjudicataire, fondée sur des faits ou circonstances visés aux articles 38/9, 38/11 et 38/12, doit, sous peine de forclusion, avoir été précédée d'une dénonciation et d'une demande établies par écrit dans les délais prévus aux articles 50, 38/15 ou 38/16. ".
" § 1er. Toute action judiciaire de l'adjudicataire, fondée sur des faits ou circonstances visés aux articles 38/9, 38/11 et 38/12, doit, sous peine de forclusion, avoir été précédée d'une dénonciation et d'une demande établies par écrit dans les délais prévus aux articles 50, 38/15 ou 38/16. ".
Art. 37. Artikel 76, § 2, tweede lid, 2°, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
"2° behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, voor elke andere dan de eerste fase of het eerste deel van eenzelfde opdracht;".
"2° behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, voor elke andere dan de eerste fase of het eerste deel van eenzelfde opdracht;".
Art. 37. L'article 76, § 2, alinĂ©a 2, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est remplacĂ© comme suit :
" 2° sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©, pour les phases ou parties autres que la premiĂšre d'un mĂȘme marchĂ© ; ".
" 2° sauf disposition contraire dans les documents du marchĂ©, pour les phases ou parties autres que la premiĂšre d'un mĂȘme marchĂ© ; ".
Art. 38. In artikel 78 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 3, lid 2, 7°, wordt opgeheven ;
2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten van werken waarvoor het in artikel 31ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde aanwezigheidsregistratiesysteem of -wijze op de werf verplicht is.";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3/1, luidende :
" § 3/1. De opdrachtnemer maakt, op eerste verzoek van de aanbesteder, de gegevens omtrent de uurlonen over, wanneer deze niet rechtstreeks kunnen geraadpleegd worden door de aanbesteder.".
1° paragraaf 3, lid 2, 7°, wordt opgeheven ;
2° paragraaf 3 wordt aangevuld met een lid, luidende :
"De onderhavige paragraaf is niet van toepassing op de opdrachten van werken waarvoor het in artikel 31ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk bedoelde aanwezigheidsregistratiesysteem of -wijze op de werf verplicht is.";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3/1, luidende :
" § 3/1. De opdrachtnemer maakt, op eerste verzoek van de aanbesteder, de gegevens omtrent de uurlonen over, wanneer deze niet rechtstreeks kunnen geraadpleegd worden door de aanbesteder.".
Art. 38. Dans l'article 78 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le paragraphe 3, alinéa 2, 7°, est abrogé;
2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Le prĂ©sent paragraphe n'est pas d'application pour les marchĂ©s de travaux dans lesquels le systĂšme d'enregistrement de prĂ©sences ou la mĂ©thode d'enregistrement visĂ©s Ă l'article 31ter de la loi du 4 aoĂ»t 1996 relative au bien-ĂȘtre des travailleurs lors de l'exĂ©cution de leur travail est obligatoire sur le chantier. " ;
3° l'article est complété par un paragraphe 3/1, rédigé comme suit :
" § 3/1. L'adjudicataire fournit Ă la premiĂšre demande de l'adjudicateur des renseignements concernant le salaire horaire, lorsque ceux-ci ne peuvent pas ĂȘtre directement consultĂ©s par l'adjudicateur. ".
1° le paragraphe 3, alinéa 2, 7°, est abrogé;
2° le paragraphe 3 est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
" Le prĂ©sent paragraphe n'est pas d'application pour les marchĂ©s de travaux dans lesquels le systĂšme d'enregistrement de prĂ©sences ou la mĂ©thode d'enregistrement visĂ©s Ă l'article 31ter de la loi du 4 aoĂ»t 1996 relative au bien-ĂȘtre des travailleurs lors de l'exĂ©cution de leur travail est obligatoire sur le chantier. " ;
3° l'article est complété par un paragraphe 3/1, rédigé comme suit :
" § 3/1. L'adjudicataire fournit Ă la premiĂšre demande de l'adjudicateur des renseignements concernant le salaire horaire, lorsque ceux-ci ne peuvent pas ĂȘtre directement consultĂ©s par l'adjudicateur. ".
Art. 39. In hetzelfde besluit wordt een artikel 78/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 78/1. Bij de opdrachten voor werken geplaatst door een aanbestedende overheid, moeten de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Bij opdrachten voor werken geplaatst door een overheidsbedrijf, kunnen de opdrachtdocumenten dit eveneens opleggen.
De onderhavige bepaling doet geen afbreuk aan in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.".
"Art. 78/1. Bij de opdrachten voor werken geplaatst door een aanbestedende overheid, moeten de onderaannemers, op welke plaats in de onderaannemingsketen zij ook optreden en in verhouding tot het deel van de opdracht dat zij uitvoeren, voldoen aan de bepalingen van de wetgeving houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken. Bij opdrachten voor werken geplaatst door een overheidsbedrijf, kunnen de opdrachtdocumenten dit eveneens opleggen.
De onderhavige bepaling doet geen afbreuk aan in artikel 12, § 1, bedoelde aansprakelijkheid van de opdrachtnemer ten aanzien van de aanbesteder.".
Art. 39. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 78/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 78/1. En ce qui concerne les marchĂ©s de travaux passĂ©s par un pouvoir adjudicateur, les sous-traitants, oĂč qu'ils interviennent dans la chaĂźne de sous-traitance et en fonction de la part du marchĂ© qu'ils exĂ©cutent, doivent satisfaire aux dispositions de la lĂ©gislation organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux. En ce qui concerne les marchĂ©s de travaux passĂ©s par une entreprise publique, les documents du marchĂ© peuvent Ă©galement imposer cette exigence.
La présente disposition ne déroge pas à la responsabilité de l'adjudicataire à l'égard de l'adjudicateur, visée à l'article 12, § 1er. ".
" Art. 78/1. En ce qui concerne les marchĂ©s de travaux passĂ©s par un pouvoir adjudicateur, les sous-traitants, oĂč qu'ils interviennent dans la chaĂźne de sous-traitance et en fonction de la part du marchĂ© qu'ils exĂ©cutent, doivent satisfaire aux dispositions de la lĂ©gislation organisant l'agrĂ©ation d'entrepreneurs de travaux. En ce qui concerne les marchĂ©s de travaux passĂ©s par une entreprise publique, les documents du marchĂ© peuvent Ă©galement imposer cette exigence.
La présente disposition ne déroge pas à la responsabilité de l'adjudicataire à l'égard de l'adjudicateur, visée à l'article 12, § 1er. ".
Art. 40. Artikel 82, § 2, lid 2, van hetzelfde besluit, worden de woorden "alle eigenschappen" vervangen door de woorden "de eigenschappen die een negatief resultaat opleverden".
Art. 40. Dans l'article 82, § 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de toutes les propriĂ©tĂ©s " sont remplacĂ©s par les mots " des propriĂ©tĂ©s pour lesquelles un rĂ©sultat nĂ©gatif Ă©tait obtenu ".
Art. 41. Artikel 87, § 2, vierde lid, van hetzelfde besluit wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° de prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 1;".
"2° de prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 1;".
Art. 41. l'article 87, § 2, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 2° est remplacĂ© par ce qui suit :
" 2° les révisions de prix visées à l'article 38/7, § 1er; ".
" 2° les révisions de prix visées à l'article 38/7, § 1er; ".
Art. 42. In artikel 122 van hetzelfde besluit worden de woorden "feiten of omstandigheden bedoeld in de artikelen 54 en 56" vervangen door de woorden "de in artikel 38/9 bedoelde onvoorzienbare omstandigheden of aan tekortkomingen die ten laste van de aanbesteder kunnen worden gelegd overeenkomstig artikel 38/11".
Art. 42. Dans l'article 122 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " des faits ou circonstances visĂ©s aux articles 54 et 56 " sont remplacĂ©s par les mots " des circonstances imprĂ©visibles prĂ©vues Ă l'article 38/9 ou font suite aux dĂ©faillances qui peuvent ĂȘtre imputĂ©es Ă l'adjudicateur conformĂ©ment Ă l'article 38/11 ".
Art. 43. In artikel 145 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in eerste paragraaf, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig artikel 8 van de wet of" vervangen door de woorden "krachtens artikel 6 van de wet of";
2° in de tweede paragraaf, eerste lid, worden de woorden "voorschriften van artikel 8 van de wet of van artikel 9 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang" vervangen door de woorden "krachtens artikel 6 van de wet of artikel 9 van de wet defensie en veiligheid bedoelde voorschriften".
1° in eerste paragraaf, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig artikel 8 van de wet of" vervangen door de woorden "krachtens artikel 6 van de wet of";
2° in de tweede paragraaf, eerste lid, worden de woorden "voorschriften van artikel 8 van de wet of van artikel 9 van de wet defensie en veiligheid, al naargelang" vervangen door de woorden "krachtens artikel 6 van de wet of artikel 9 van de wet defensie en veiligheid bedoelde voorschriften".
Art. 43. A l'article 145 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " Lorsque, conformément à l'article 8 de la loi ou à " sont remplacés par les mots " Lorsqu'en vertu de l'article 6 de la loi ou de " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " de l'article 8 de la loi ou de l'article 9 de la loi défense et sécurité, selon le cas " sont remplacés par les mots " prises en vertu de l'article 6 de la loi ou de l'article 9 de la loi défense et sécurité ".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " Lorsque, conformément à l'article 8 de la loi ou à " sont remplacés par les mots " Lorsqu'en vertu de l'article 6 de la loi ou de " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " de l'article 8 de la loi ou de l'article 9 de la loi défense et sécurité, selon le cas " sont remplacés par les mots " prises en vertu de l'article 6 de la loi ou de l'article 9 de la loi défense et sécurité ".
Art. 44. In de artikelen 123, § 1, derde lid, 124, § 1, eerste lid, 154, derde lid en 155, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "prijsherzieningen bedoeld in artikel 20 van het koninklijk besluit klassieke sectoren, in artikel 20 van het koninklijk besluit speciale sectoren of in artikel 21 van het koninklijk besluit defensie en veiligheid, al naargelang" telkens vervangen door de woorden "prijsherzieningen bedoeld in artikel 38/7, § 2".
Art. 44. Dans articles 123, § 1er, alinĂ©a 3, 124, § 1er, alinĂ©a 1er, 154, alinĂ©a 3 et 155, § 1er, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " rĂ©visions des prix prĂ©vues Ă l'article 20 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs classiques, Ă l'article 20 de l'arrĂȘtĂ© royal secteurs spĂ©ciaux ou Ă l'article 21 de l'arrĂȘtĂ© royal dĂ©fense et sĂ©curitĂ©, selon le cas " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par les mots " rĂ©visions de prix visĂ©es Ă l'article 38/7, § 2 ".
Art. 45. In hetzelfde besluit worden de bijlagen 1 en 2 toegevoegd die als bijlagen 1 en 2 zijn gevoegd bij dit besluit.
Art. 45. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont insĂ©rĂ©es les annexes 1 et 2, qui sont jointes en annexes 1 et 2 au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 46. In hetzelfde besluit worden de volgende bepalingen opgeheven:
1° artikel 40;
2° Afdeling 8 van Hoofdstuk 2, houdende de artikelen 52 en 53;
3° Afdeling 9 van Hoofdstuk 2, houdende de artikelen 54 tot 60;
4° artikel 89 ;
5° Afdeling 2 van Hoofdstuk 3, houdende de artikelen 96 tot 103;
6° Hoofdstuk 4, houdende de artikelen 104 tot 114.
1° artikel 40;
2° Afdeling 8 van Hoofdstuk 2, houdende de artikelen 52 en 53;
3° Afdeling 9 van Hoofdstuk 2, houdende de artikelen 54 tot 60;
4° artikel 89 ;
5° Afdeling 2 van Hoofdstuk 3, houdende de artikelen 96 tot 103;
6° Hoofdstuk 4, houdende de artikelen 104 tot 114.
Art. 46. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, les dispositions suivantes sont abrogĂ©es :
1° l'article 40 ;
2° la section 8 du chapitre 2, comprenant les articles 52 et 53 ;
3° la section 9 du chapitre 2, comprenant les articles 54 à 60 ;
4° l'article 89;
5° la section 2 du chapitre 3, comprenant les articles 96 à 103 ;
6° le chapitre 4, comprenant les articles 104 à 114.
1° l'article 40 ;
2° la section 8 du chapitre 2, comprenant les articles 52 et 53 ;
3° la section 9 du chapitre 2, comprenant les articles 54 à 60 ;
4° l'article 89;
5° la section 2 du chapitre 3, comprenant les articles 96 à 103 ;
6° le chapitre 4, comprenant les articles 104 à 114.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 janvier 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics et de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la dĂ©fense et de la sĂ©curitĂ©
Art. 47. Artikel 21 van het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied van 23 januari 2012 wordt opgeheven.
Art. 47. L'article 21 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 janvier 2012 relatif Ă la passation des marchĂ©s publics et de certains marchĂ©s de travaux, de fournitures et de services dans les domaines de la dĂ©fense et de la sĂ©curitĂ© est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding van de bepalingen van de wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur des dispositions de la loi du 16 février 2017 modifiant la loi du 17 juin 2013 relative à la motivation, à l'information et aux voies de recours en matiÚre de marchés publics et de certains marchés de travaux, de fournitures et de services
Art. 48. De wet van 16 februari 2017 tot wijziging van de wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten treedt in werking op 30 juni 2017.
Art. 48. La loi du 16 février 2017 modifiant la loi du 17 juin 2013 relative à la motivation, à l'information et aux voies de recours en matiÚre de marchés publics et de certains marchés de travaux, de fournitures et de services entre en vigueur le 30 juin 2017.
HOOFDSTUK 4. - Inwerkingtreding en slotbepaling
CHAPITRE 4. - Entrée en vigueur et disposition finale
Art. 49. Dit besluit treedt in werking op 30 juni 2017.
Art. 49. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 30 juin 2017.
Art. 50. De Eerste Minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 50. Le Premier Ministre est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Lijst van de in artikel 38/7, §1, bedoelde diensten.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-06-2017, p. 68375)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 27-06-2017, p. 68375)
Art. N1. Annexe 1. - Liste des services visés à l'article 38/7, §1.
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 27-06-2017, p. 68373)
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 27-06-2017, p. 68373)
Art. N2. Bijlage 2.
Inlichtingen die in de aankondiging van een wijziging als bedoeld in artikel 38/19, voor de wijzigingen zoals bepaald in de artikelen 38/1 en 38/2 aan een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt, moeten worden opgenomen
1. Naam, identificatienummer, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, fax, e-mail- en internetadres van de aanbesteder en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.
2. CPV-codes.
3. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.
4. Omschrijving van de overheidsopdracht voor en na de wijziging: aard en omvang van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten.
5. Indien van toepassing, prijsstijging als gevolg van de wijziging.
6. Omschrijving van de omstandigheden die de wijziging noodzakelijk maakten.
7. Datum van de gunningbeslissing.
8. Indien van toepassing, naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, fax, e-mail- en internetadres van de nieuwe opdrachtnemer(s).
9. Vermelding of de opdracht betrekking heeft op een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.
10. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de verhaalinstantie en eventueel de instantie bevoegd voor bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijn voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, fax en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
11. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in in het Bulletin der Aanbestedingen en/ of het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van de opdracht(en) waar deze aankondiging betrekking op heeft.
12. Datum van verzending van de aankondiging.
13. Overige relevante informatie.
Inlichtingen die in de aankondiging van een wijziging als bedoeld in artikel 38/19, voor de wijzigingen zoals bepaald in de artikelen 38/1 en 38/2 aan een opdracht waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de drempel voor de Europese bekendmaking bereikt, moeten worden opgenomen
1. Naam, identificatienummer, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, fax, e-mail- en internetadres van de aanbesteder en, indien het een andere dienst betreft, van de dienst waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen.
2. CPV-codes.
3. NUTS-code voor de hoofdlocatie van de werken in het geval van opdrachten voor werken of NUTS-code voor de hoofdplaats van levering of uitvoering voor opdrachten voor leveringen en diensten.
4. Omschrijving van de overheidsopdracht voor en na de wijziging: aard en omvang van de werken, aard en hoeveelheid of waarde van leveringen, aard en omvang van diensten.
5. Indien van toepassing, prijsstijging als gevolg van de wijziging.
6. Omschrijving van de omstandigheden die de wijziging noodzakelijk maakten.
7. Datum van de gunningbeslissing.
8. Indien van toepassing, naam, adres inclusief NUTS-code, telefoonnummer, fax, e-mail- en internetadres van de nieuwe opdrachtnemer(s).
9. Vermelding of de opdracht betrekking heeft op een project en/of programma dat met middelen van de Europese Unie wordt gefinancierd.
10. Naam en adres van de toezichtsinstantie en de verhaalinstantie en eventueel de instantie bevoegd voor bemiddelingsprocedures. Preciseringen betreffende de termijn voor beroepsprocedures of, in voorkomend geval, naam, adres, telefoonnummer, fax en e-mailadres van de dienst waar deze inlichtingen kunnen worden verkregen.
11. Datum of data van en verwijzing(en) naar eerdere bekendmakingen in in het Bulletin der Aanbestedingen en/ of het Publicatieblad van de Europese Unie ten aanzien van de opdracht(en) waar deze aankondiging betrekking op heeft.
12. Datum van verzending van de aankondiging.
13. Overige relevante informatie.
Art. N2. Annexe 2.
Informations qui doivent figurer dans l'avis de modification visé à l'article 38/19, pour les modifications en application des articles 38/1 et 38/2, concernant un marché dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne
1. Nom, numéro d'identification, adresse, y compris code NUTS, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, adresse électronique et adresse internet de l'adjudicateur et, s'ils sont différents, du service à contacter pour tout complément d'information.
2. Codes CPV.
3. Code NUTS du lieu principal des travaux pour les marchés de travaux ou code NUTS du lieu principal de livraison ou d'exécution pour les marchés de fournitures et de services;
4. Description du marché avant et aprÚs modification: nature et étendue des travaux, nature et quantité ou valeur des fournitures, nature et étendue des services.
5. Le cas échéant, augmentation du prix due à la modification.
6. Description des circonstances qui ont rendu la modification nécessaire.
7. Date de la décision d'attribution du marché.
8. Le cas échéant, nom, adresse, y compris le code NUTS, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, adresse électronique et adresse internet du ou des nouveaux adjudicataires.
9. Préciser si le marché est lié à un projet et/ou un programme financé par des fonds de l'Union européenne.
10. Nom et adresse de l'organe de contrÎle et de l'instance de recours et, le cas échéant, de l'instance de médiation. Précisions concernant le délai d'introduction des recours ou, le cas échéant, nom, adresse, numéro de téléphone, numéro de télécopieur et adresse électronique du service à contacter pour tout complément d'information.
11. Date(s) et référence(s) des publications précédentes au Bulletin des adjudications et/ou au Journal officiel de l'Union européenne pertinentes pour le ou les marchés concernés par cet avis.
12. Date d'envoi de l'avis.
13. Toute autre information pertinente.
Informations qui doivent figurer dans l'avis de modification visé à l'article 38/19, pour les modifications en application des articles 38/1 et 38/2, concernant un marché dont la valeur estimée est égale ou supérieure au seuil fixé pour la publicité européenne
1. Nom, numéro d'identification, adresse, y compris code NUTS, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, adresse électronique et adresse internet de l'adjudicateur et, s'ils sont différents, du service à contacter pour tout complément d'information.
2. Codes CPV.
3. Code NUTS du lieu principal des travaux pour les marchés de travaux ou code NUTS du lieu principal de livraison ou d'exécution pour les marchés de fournitures et de services;
4. Description du marché avant et aprÚs modification: nature et étendue des travaux, nature et quantité ou valeur des fournitures, nature et étendue des services.
5. Le cas échéant, augmentation du prix due à la modification.
6. Description des circonstances qui ont rendu la modification nécessaire.
7. Date de la décision d'attribution du marché.
8. Le cas échéant, nom, adresse, y compris le code NUTS, numéro de téléphone, numéro de télécopieur, adresse électronique et adresse internet du ou des nouveaux adjudicataires.
9. Préciser si le marché est lié à un projet et/ou un programme financé par des fonds de l'Union européenne.
10. Nom et adresse de l'organe de contrÎle et de l'instance de recours et, le cas échéant, de l'instance de médiation. Précisions concernant le délai d'introduction des recours ou, le cas échéant, nom, adresse, numéro de téléphone, numéro de télécopieur et adresse électronique du service à contacter pour tout complément d'information.
11. Date(s) et référence(s) des publications précédentes au Bulletin des adjudications et/ou au Journal officiel de l'Union européenne pertinentes pour le ou les marchés concernés par cet avis.
12. Date d'envoi de l'avis.
13. Toute autre information pertinente.