12 MEI 2017. - Decreet houdende diverse bepalingen in de beleidsvelden cultuur en jeugd(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-05-2017 en tekstbijwerking tot 17-07-2020)
HOOFDSTUK 1. Inleidende bepaling
Art. 1
HOOFDSTUK 2. Machtiging tot oprichting van en deelname aan verenigingen zonder winstoogmerk
Art. 2-5, 5/1, 6
HOOFDSTUK 3. Lokaal cultuurbeleid
Art. 7
HOOFDSTUK 4. Wijziging van het decreet van 13 februari 1980 betreffende de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Art. 8
HOOFDSTUK 5. Wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
Art. 9-10
HOOFDSTUK 6. Wijzigingen van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid
Art. 11-13
HOOFDSTUK 7. Wijziging van het decreet van 6 juli 2012 houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme
Art. 14
HOOFDSTUK 8. Wijziging van het decreet van 5 juli 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013
Art. 15
HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen
Art. 16-18
HOOFDSTUK 1. Inleidende bepaling
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
HOOFDSTUK 2. Machtiging tot oprichting van en deelname aan verenigingen zonder winstoogmerk
Art.2. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om mee te werken aan de oprichting van een vereniging zonder winstoogmerk en toe te treden tot die vereniging, gevestigd in de provincie Limburg, die fungeert als uniek laboratorium en ontmoetingsplaats voor experiment en innovatie binnen de visuele kunsten door:
1° vanuit een duidelijk artistiek en maatschappelijk engagement een open, artistieke biotoop te vormen op zoek naar kritische invullingen voor de praktijk van de visuele kunsten;
2° vanuit de visuele kunsten kunstenaars, organisaties, ontwerpers, ondernemers, onderzoekers en onderwijsinstellingen te verenigen rond maatschappelijke thema's;
3° vanuit de kunstenpraktijk te reflecteren over de wereld die ons omringt en zo bezoekers, deelnemers en betrokkenen te stimuleren om op een alternatieve manier naar de alledaagse realiteit te kijken;
4° als Vlaams multidisciplinair kunstencentrum een hefboom te vormen voor de Limburgse regio en een referentiepunt in Vlaanderen en de Euregio Maas-Rijn.
Twee of meer gemeenten en andere publiekrechtelijke rechtspersonen, behalve de provincies of door de provincies opgerichte rechtspersonen, kunnen meewerken aan de oprichting van de voormelde vereniging en toetreden tot die vereniging.
De Vlaamse Regering en de gemeenten en andere publiekrechtelijke rechtspersonen die zijn toegetreden met toepassing van het tweede lid, mogen goederen ter beschikking stellen van de voormelde vereniging en er goederen aan overdragen.
Art.3.[1 De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om mee te werken aan de oprichting van een vereniging zonder winstoogmerk "Cultuurloket vzw" en toe te treden tot die vereniging met als doel ondernemerschap en professionalisering in de Vlaamse culturele sector te bevorderen en toeleiding naar aanvullende financiering te faciliteren.
Indien de Vlaamse Regering gebruikmaakt van de machtiging, vermeld in het eerste lid, dient ze de volgende voorwaarden te respecteren:
1° de taken van Cultuurloket vzw zijn:
a) kennis te bundelen en een visie te vormen over zakelijk-juridische aangelegenheden en aanvullende financiering voor de Vlaamse cultuursector;
b) kennis te ontsluiten en advies te verlenen aan professionele actoren - zowel individuen als organisaties - in de Vlaamse cultuursector;
c) vormings- en opleidingsprojecten te organiseren en te stimuleren en matching-trajecten op te zetten om de cultuursector op zakelijk vlak te professionaliseren en duurzaam ondernemen te bevorderen;
d) te netwerken met de ondersteunende organisaties uit de cultuursector (lokaal, Vlaams en internationaal);
2° de beheersformule, vermeld in artikel 9, b), van de wet van 16 juli 1973, wordt toegepast.
De Vlaamse Regering kan bijkomende opdrachten toekennen aan Cultuurloket vzw.
De Vlaamse Regering kent binnen de perken van de door het Vlaams Parlement goedgekeurde kredieten, een jaarlijkse subsidie van 1.522.000 euro toe aan Cultuurloket vzw, op voorwaarde van het afsluiten van een beheersovereenkomst. Deze subsidie bestaat uit een subsidiëring van een kern van personeelsleden, een jaarlijkse basistoelage voor de werking en een subsidiëring op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.
Met behoud van de toepassing van artikel 47, § 1, van het decreet van 23 december 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017, wordt het subsidiebedrag gekoppeld aan hetzelfde prijsindexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van het concurrentievermogen.
De subsidie wordt uitgekeerd in een voorschot en een saldo. Het voorschot wordt betaald in het eerste kwartaal van elk werkjaar en bedraagt 90% van het toegekende subsidiebedrag. Het saldo wordt uitbetaald in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde werkjaar nadat de administratie de financiële afrekening en het jaarverslag van het voorbije gesubsidieerde jaar heeft goedgekeurd.
De Vlaamse Regering sluit een beheersovereenkomst met Cultuurloket vzw voor een duur van maximaal vijf jaar. Deze beheersovereenkomst bevat de concrete uitwerking, op praktisch vlak, van de bij dit artikel vastgestelde regels, zoals de missie, de invulling van de kerntaken en de strategische en operationele doelstellingen.
Cultuurloket vzw mag het gedeelte van het toegekende subsidiebedrag voor het werkjaar dat de kosten van dat werkjaar overschrijdt, onbeperkt aanwenden voor de aanleg van een reserve binnen de duur van de beheersovereenkomst. Die gecumuleerde reserve mag op het einde van de beheersovereenkomst maximaal twintig procent bedragen van het toegekende subsidiebedrag van het laatste werkjaar op voorwaarde dat een nieuwe beheersovereenkomst wordt afgesloten. Indien geen nieuwe beheersovereenkomst wordt afgesloten dient Cultuurloket vzw een gemotiveerd bestedingsplan omtrent de vzw in bij de bevoegde administratie. Als de administratie het bestedingsplan niet goedkeurt, is Cultuurloket vzw gehouden tot onmiddellijke terugbetaling van de met subsidies opgebouwde reserve.]1
----------
(1)<DVR 2017-12-22/08, art. 61, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2018>
Art.4. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om mee te werken aan de oprichting van een vereniging zonder winstoogmerk en toe te treden tot die vereniging met als doel vorm en inhoud te geven aan de Vlaams-Marokkaanse culturele samenwerking, ter uitvoering van het cultureel akkoord tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk Marokko, ondertekend te Brussel op 18 juli 1975.
Elke natuurlijke persoon en elke rechtspersoon, voorgedragen in gezamenlijk overleg tussen de Vlaamse Regering en het Koninkrijk Marokko, kan als werkend lid tot die vereniging toetreden.
De bestuurders van die vereniging worden voorgedragen in gezamenlijk overleg tussen de Vlaamse Regering en het Koninkrijk Marokko.
Art.5. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om toe te treden tot een vereniging zonder winstoogmerk met als doel vorm en inhoud te geven aan de Vlaams-Nederlandse culturele samenwerking, ter uitvoering van het verdrag inzake de samenwerking op het gebied van cultuur, onderwijs, wetenschappen en welzijn tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Vlaamse Gemeenschap in het Koninkrijk België, ondertekend in Antwerpen op 17 januari 1995.
Art.5/1.[1 De Vlaamse Regering kent binnen de perken van de door het Vlaams Parlement goedgekeurde kredieten een jaarlijkse subsidie toe aan de vereniging, vermeld in artikel 5 voor en op voorwaarde van het vervullen van de in dat artikel vermelde doelstelling. Die subsidie bestaat uit een subsidie van een kern van personeelsleden, een jaarlijkse basistoelage voor de werking en een subsidie op grond van werkelijk gepresteerde activiteiten.
Met behoud van de toepassing van artikel 47, § 1, van het decreet van 23 december 2016 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2017, wordt het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, jaarlijks gekoppeld aan het prijs-indexcijfer dat berekend en benoemd wordt voor de toepassing van artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen. Voor het gedeelte werkingskosten van de subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt het prijsindexcijfer beperkt tot 75 %, tenzij de Vlaamse Regering een ander percentage bepaalt.
De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt als volgt beschikbaar gesteld:
1° voor het eerste en tweede tertiaal een voorschot van 35 % van het subsidiebedrag dat voor dat jaar toegekend wordt, en voor het derde tertiaal een voorschot van 25 % van het subsidiebedrag dat voor dat jaar toegekend wordt;
2° een saldo van maximaal 5 % van het subsidiebedrag dat voor dat jaar toegekend wordt. Het saldo wordt uitbetaald in de loop van het jaar dat volgt op het gesubsidieerde jaar nadat de administratie vaststelt dat de vereniging de in artikel 5 vermelde doelstelling heeft verwezenlijkt en de administratie de financiële afrekening en het jaarverslag van het voorbije gesubsidieerde jaar goedgekeurd heeft.
Met de subsidie, vermeld in het eerste lid, kan een reserve worden aangelegd conform het [2 artikel 75 en 76 van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]2.
De Vlaamse Regering sluit, samen met het Koninkrijk der Nederlanden, met de voormelde vereniging een beheersovereenkomst af voor een duur van maximum vijf jaar. Die beheersovereenkomst bevat de concrete uitwerking, op praktisch vlak, van de bij dit hoofdstuk vastgestelde regels, zoals de missie, de invulling van de kerntaken en de strategische en operationele doelstellingen en de modaliteiten voor de werking en de evaluatie.]1
----------
(1)<Ingevoegd bij DVR 2019-03-29/41, art. 80, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2019>
(2)<DVR 2020-06-26/29, art. 2, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2020>
Art.6. De Vlaamse Regering wordt gemachtigd om toe te treden tot een vereniging zonder winstoogmerk met als doel de organisatie mogelijk te maken van culturele evenementen en congresactiviteiten in een zo ruim mogelijke betekenis en die daartoe een concertgebouw te Brugge heeft opgericht.
HOOFDSTUK 3. Lokaal cultuurbeleid
Art.7. De Vlaamse Regering zal de dossiers van gemeenten die in 2014 intekenden op de Vlaamse beleidsprioriteit voor het voeren van een kwaliteitsvol en duurzaam lokaal cultuurbeleid of op de Vlaamse beleidsprioriteit voor het organiseren van een cultuurcentrum, waarvan de intekening op de vermelde Vlaamse beleidsprioriteiten voor het lokaal cultuurbeleid niet resulteerde in een subsidiëring, opnieuw beoordelen.
De beoordeling, vermeld in het eerste lid, gebeurt op basis van de specifieke situatie op 15 januari 2017 en conform het decreet van 6 juli 2012 betreffende het Lokaal Cultuurbeleid, zoals dat op het moment van de intekening gold.
De Vlaamse Regering neemt in de loop van 2017 een nieuwe beslissing over die aanvragen met het oog op de toepassing vanaf 2018.
HOOFDSTUK 4. Wijziging van het decreet van 13 februari 1980 betreffende de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Art.8. In artikel 11 van het decreet van 13 februari 1980 betreffende de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde wordt de zin "Na het neerleggen van hun ambt zijn zij niet onmiddellijk herkiesbaar." vervangen door de zin "Ze kunnen maximaal gedurende drie opeenvolgende jaren hetzelfde mandaat uitoefenen.".
HOOFDSTUK 5. Wijziging van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren
Art.9. In artikel 5 van het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren, gewijzigd bij het decreet van 30 april 2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Het VFL heeft tot doel:
1° de Nederlandstalige letteren en de vertaling in en uit het Nederlands van literair werk in de brede zin van het woord te ondersteunen en daardoor bij te dragen tot de verbetering van de sociaal-economische positie van auteurs en vertalers;
2° de leesbevordering te ondersteunen.";
2° in paragraaf 2 wordt punt 2° opgeheven;
3° aan paragraaf 2 worden een punt 13° en een punt 14° toegevoegd, die luiden als volgt:
"13° subsidies voor leesbevorderingsprojecten toekennen;
14° werkingssubsidies toekennen aan een vzw die leesbevordering tot doel heeft.".
Art.10. In artikel 7 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 30 april 2004 en 30 november 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. Het Fondsbestuur bestaat uit leden met literaire kennis of bestuurlijke ervaring. De Vlaamse Regering stelt op voordracht van het zittende Fondsbestuur zeven bestuurders aan voor een termijn van vier jaar. Daarnaast stelt de Vlaamse Regering op voordracht van het Fondsbestuur onafhankelijke bestuurders aan tot op het einde van de voormelde termijn van vier jaar conform de artikelen 4 tot 7 van het decreet van 22 november 2013 betreffende deugdelijk bestuur in de Vlaamse publieke sector. Tussentijds benoemde bestuurders voleindigen het mandaat van hun voorganger. Het mandaat van een bestuurder kan eenmaal worden verlengd.";
2° in paragraaf 3 wordt het eerste lid opgeheven.
HOOFDSTUK 6. Wijzigingen van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid
Art.11. In artikel 8, § 3, van het decreet van 20 januari 2012 houdende een vernieuwd jeugd- en kinderrechtenbeleid worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "en provinciale" telkens opgeheven;
2° in het tweede lid wordt de zinsnede ", voor de Vlaamse provinciebesturen" opgeheven.
Art.12. In artikel 9, § 3, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "gemeente- en provinciebesturen" vervangen door het woord "gemeentebesturen".
Art.13. In artikel 11, § 7, tweede lid, van hetzelfde decreet worden de woorden "gemeente- en provinciebesturen" vervangen door het woord "gemeentebesturen".
HOOFDSTUK 7. Wijziging van het decreet van 6 juli 2012 houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme
Art.14. Aan artikel 4, eerste lid, van het decreet van 6 juli 2012 houdende subsidiëring van hostels, jeugdverblijfcentra, ondersteuningsstructuren en de vzw Algemene Dienst voor Jeugdtoerisme wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"3° het jeugdverblijf Hanenbos in Dworp.".
HOOFDSTUK 8. Wijziging van het decreet van 5 juli 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013
Art.15. In artikel 21, § 1, van het decreet van 5 juli 2013 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2013, gewijzigd bij het decreet van 20 december 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 4° wordt opgeheven;
2° er wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° Vlaams Huis voor Amateurkunsten in Brussel vzw.".
HOOFDSTUK 9. Slotbepalingen
Art.16. Het mandaat van de leden van het Fondsbestuur van het Vlaams Fonds voor de Letteren, opgericht bij het decreet van 30 maart 1999 houdende oprichting van een Vlaams Fonds voor de Letteren, blijft ongewijzigd tot 30 juni 2018.
De bepalingen van artikel 10, 1° en 2°, worden voor de eerste keer toegepast bij de procedure voor de aanstelling van de nieuwe bestuurders.
Art.17. Artikel 4 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017. Artikel 6 en artikel 11 tot en met 14 hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2018.
Art. 18. Artikel 8 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2016.