Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 APRIL 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten, fruit en melk aan leerlingen in onderwijsinstellingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-05-2017 en tekstbijwerking tot 23-07-2025)
Titre
21 AVRIL 2017. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif aux aides à la distribution de fruits, de légumes et de lait aux élèves dans les établissements d'enseignement(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-05-2017 et mise à jour au 23-07-2025)
Documentinformatie
Numac: 2017012197
Datum: 2017-04-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017012197
Date: 2017-04-21
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Definities en delegatie
CHAPITRE 1er. - Définitions et délégation
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° andere steunaanvragers: de steunaanvragers, vermeld in artikel 5, lid 2, c), d) en e), van de gedelegeerde verordening;
[4 bevoegde entiteit: het Agentschap Landbouw en Zeevisserij, vermeld in artikel 29/1, eerste lid, 2А, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;]4;
[2 2° /1° biologische groenten en fruit en [5 zuivel]5:
a) groenten en fruit en melk die beschouwd kunnen worden als biologische producten als vermeld in artikel 3, punt 2, van de verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad;
b) groenten en fruit die beschouwd kunnen worden als omschakelingsproducten als vermeld in artikel 3, punt 7, van de voormelde verordening;]2

3° groenten en fruit: de producten van de sector groenten en fruit en de sector bananen, vermeld in bijlage I, deel IX en XI, van de verordening;
4° indicatorschool: een onderwijsinstelling uit het buitengewoon lager onderwijs, het buitengewoon secundair onderwijs of een onderwijsinstelling uit het basisonderwijs waarvan minstens [1 15]1% van de ingeschreven leerlingen rechthebbende is van de indicator "schooltoelage" als vermeld in het decreet van 8 juni 2007 betreffende de studiefinanciering van de Vlaamse Gemeenschap, in het tweede schooljaar voor het schooljaar waarvoor een deelnameverklaring als vermeld in artikel 7 van dit besluit, wordt ingediend;
[1 [5 zuivel]5: consumptiemelk en de lactosevrije versies daarvan als bedoeld in artikel 23, lid 3, b), van de verordening evenals dranken op basis van [5 zuivel ]5 met cacao, of natuurlijk gearomatiseerd, als bedoeld in bijlage V van de verordening, die niets van het volgende bevatten: toegevoegde suiker, toegevoegd zout, toegevoegde vetten, toegevoegde zoetstoffen, toegevoegde kunstmatige smaakversterkers E620 tot en met E650 als omschreven in Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven]1;
6° ministers: de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid [3 , de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming,]3 en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw;
7° onderwijsinstelling: een instelling in het Vlaamse Gewest, die door de Vlaamse Gemeenschap erkend, gefinancierd of gesubsidieerd wordt voor basisonderwijs of buitengewoon secundair onderwijs;
[5 7° /1 portie zuivel: minstens 200 ml melk of minstens 125 ml yoghurt, zonder dat beide gecombineerd worden;]5
8° gedelegeerde verordening: de gedelegeerde verordening (EU) nr. 2017/40 van de Commissie van 3 november 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, met betrekking tot Uniesteun voor de verstrekking van groenten en fruit, bananen en melk in onderwijsinstellingen en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 907/2014;
9° verordening: verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad;
10° schoolregeling: de schoolfruit- en groentenregeling, vermeld in artikel 23 van de verordening, en de schoolmelk- en zuivelproductenregeling, vermeld in artikel 26 van de verordening.
[5 11° yoghurt: yoghurt als vermeld in artikel 23, lid 4, b), van de verordening, die geen toegevoegde suiker, toegevoegd zout, toegevoegde vetten, toegevoegde zoetstoffen of toegevoegde kunstmatige smaakversterkers E620 tot en met E650 als vermeld in Verordening (EG) nr. 1333/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake levensmiddelenadditieven, bevat;
12° zuivel: melk en yoghurt.]5

Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° autres demandeurs d'aide : les demandeurs d'aide visés à l'article 5, alinéa 2, c), d) et e), du règlement délégué ;
[4 entité compétente : l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche, visée à l'article 29/1, alinéa 1er, 2°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'Administration flamande]4;
[2 2° /1 fruits et légumes et [5 produits laitiers]5 biologiques
a) des fruits et légumes et [5 des produits laitiers]5 qui peuvent être considérés comme des produits biologiques, comme visés dans l'article 3, point 2, du règlement (UE) no 2018/848 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 relatif à la production biologique et à l'étiquetage des produits biologiques, et abrogeant le règlement (CE) no 834/2007 du Conseil ;
b) des fruits et légumes qui peuvent être considérés comme des produits en conversion comme visés à l'article 3, point 7 du règlement précité ; ]2

3° fruits et légumes : produits du secteur des fruits et légumes et du secteur de la banane, visés à l'annexe Ire, parties IX et XI, du règlement ;
4° école éligible à l'indicateur : un établissement d'enseignement de l'enseignement primaire spécial, de l'enseignement secondaire spécial ou un établissement de l'enseignement fondamental dont au moins [1 15]1% des élèves inscrits est bénéficiaire de l'indicateur " allocation scolaire " tel que visé au décret du 8 juin 2007 relatif à l'aide financière aux études de la Communauté flamande, dans la deuxième année scolaire pour laquelle une déclaration de participation au sens de l'article 7 du présent arrêté est présentée ;
[1 [5 produits laitiers ]5 : le lait de consommation et ses versions sans lactose telles que visées à l'article 23, alinéa 3, b), du règlement, ainsi que les boissons à base de lait contenant du cacao ou aromatisées naturellement, telles que visées à l'annexe V du règlement, qui ne contiennent aucun des éléments suivants : sucre ajouté, sel ajouté, matières grasses ajoutées, édulcorants ajoutés, exhausteurs de goût artificiels ajoutés E620 à E650, définis au règlement (CE) n° 1333/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 sur les additifs alimentaires]1 ;
6° ministres : le Ministre flamand chargé de la politique de la santé [3 , le ministre flamand chargé de l'enseignement et de la formation,]3 et le Ministre flamand chargé de l'agriculture ;
7° établissement d'enseignement : un établissement dans la Région flamande, agréé, financé ou subventionné pour l'enseignement fondamental[3 , y compris l'enseignement d'accueil pour primo-arrivants allophones, ]3 ou l'enseignement secondaire spécial ;
[5 7° /1° portion de produits laitiers : au moins 200 ml de lait ou au moins 125 ml de yaourt, sans combiner les deux ; ]5
8° règlement délégué : le règlement délégué (UE) n° 2017/40 de la Commission du 3 novembre 2016 complétant le règlement (UE) n° 1308/2013 du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne l'aide de l'Union pour la fourniture de fruits et de légumes, de bananes et de lait dans les établissements scolaires et modifiant le règlement délégué (UE) n° 907/2014 de la Commission ;
9° règlement : le règlement (UE) n° 1308/2013 du Parlement européen et du Conseil du 17 décembre 2013 portant organisation commune des marchés des produits agricoles et abrogeant les règlements (CEE) n° 922/72, (CEE) n° 234/79, (CE) n° 1037/2001 et (CE) n° 1234/2007 du Conseil ;
10° programme à destination des écoles : le programme en faveur de la consommation de fruits et de légumes à l'école visé à l'article 23 du règlement, et le programme en faveur de la consommation de lait et de produits laitiers visé à l'article 26 du règlement.
[5 11° yaourt : le yaourt tel que visé à l'article 23, paragraphe 4, b), du règlement, sans sucres ajoutés, sans sels ajoutés, sans matières grasses ajoutées, sans édulcorants ajoutés ou sans exhausteurs de goût artificiels E620 à E650 ajoutés, tels que visés au règlement (CE) n° 1333/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 sur les additifs alimentaires ;
12° produits laitiers : le lait et le yaourt. ]5

Art. 2.
Art. 2.
Art. 3. De bevoegde entiteit neemt alle administratieve beslissingen die nodig zijn voor de uitvoering van de schoolregeling.
Art. 3. L'entité compétente prend les décisions administratives nécessaires à l'exécution du programme à destination des écoles.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van onderwijsinstellingen
CHAPITRE 2. - Agrément des établissements d'enseignement
Art. 4. Alleen onderwijsinstellingen die door de bevoegde entiteit erkend zijn komen in aanmerking voor steun in het kader van de schoolregeling.
Om de erkenning te verkrijgen dient een onderwijsinstelling een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.
In de aanvraag verbindt de onderwijsinstelling zich er toe:
1° de verbintenissen, vermeld in artikel 6, lid 1, a), c), e) en f), van de gedelegeerde verordening, aan te gaan;
[1 ...]1;
3° de ouders van de leerlingen op de hoogte te brengen van de deelname van de onderwijsinstelling aan de schoolregeling;
[2 de groenten en fruit en de [3 zuivel die]3 in het kader van de schoolregeling verstrekt worden zonder bijkomende voorwaarden aan te bieden aan alle leerlingen van de school in kwestie, voor consumptie door die leerlingen op schooldagen;]2;
5° de onterecht uitbetaalde steun terug te betalen;
6° de groenten en fruit en de melk die in het kader van de schoolregeling verstrekt worden alleen aan te bieden buiten de schoolmaaltijden.
[2 7° de [3 zuivel die]3in het kader van de schoolregeling verstrekt wordt, aan te bieden buiten de schoolmaaltijden.[3 In afwijking daarvan kan een portie zuivel, die bestaat uit minstens 200 ml melk, binnen de schoolmaaltijden aangeboden worden als ze voldoet aan al de volgende voorwaarden]3:
a) ze wordt niet gebruikt in de bereiding van de schoolmaaltijden;
b) ze wordt niet gebruikt om producten te vervangen die deel uitmaken van de schoolmaaltijden waarvoor een financiële bijdrage is ontvangen door de onderwijsinstelling. De voormelde voorwaarde geldt niet als de onderwijsinstelling de schoolmaaltijd gratis distribueert.]2

De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.
Art. 4. Seuls les établissements d'enseignement agréés par l'entité compétente sont éligibles aux aides dans le cadre du programme à destination des écoles.
Pour être agréé, l'établissement d'enseignement dépose une demande d'agrément auprès de l'entité compétente.
Dans la demande, l'établissement d'enseignement s'engage à :
1° se conformer aux engagements contenus dans l'article 6, alinéa 1, a), c), e) et f) du règlement délégué ;
[1 ...]1 ;
3° informer les parents des élèves de la participation de l'établissement d'enseignement au programme à destination des écoles[2 via l'affiche qui leur est fournie par l'entité compétente après l'inscription]2 ;
[2 distribuer les fruits et légumes et [3 les produits laitiers]3 fournis dans le cadre du programme à destination des écoles, sans conditions supplémentaires à tous les élèves de l'école concernée, pour la consommation par ces élèves pendant les jours de classe ;]2;
5° rembourser l'aide indûment payée ;
6° offrir uniquement les fruits et légumes [2 ...]2 fournis dans le cadre du programme à destination des écoles en dehors des repas scolaires ;
[2 7° distribuer [3 les produits laitiers fournis ]3 dans le cadre du programme à destination des écoles, en dehors des repas scolaires. [3 Par dérogation à cette disposition, une portion de produits laitiers, comprenant au moins 200 ml de lait, peut être fournie pendant les repas scolaires si elle remplit toutes les conditions suivantes]3 :
a) il n'est pas utilisé dans la préparation des repas scolaires ;
b) il n'est pas utilisé pour remplacer des produits faisant partie des repas scolaires pour lesquels une contribution financière a été reçue par l'établissement d'enseignement. La condition précitée ne s'applique pas si l'établissement d'enseignement distribue gratuitement le repas scolaire.]2

Les ministres sont autorisés à déterminer la date limite et le mode d'introduction de la demande d'agrément.
HOOFDSTUK 3. - Steun aan onderwijsinstellingen
CHAPITRE 3. - Aides aux établissements d'enseignement
Art. 5. Er wordt steun verleend aan onderwijsinstellingen voor de verstrekking van groenten en fruit en melk aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de schoolregeling.
De steun wordt verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in [1 de periode van 1 september tot en met 31 januari]1.
[1 In afwijking van het tweede lid wordt aan indicatorscholen steun verleend voor de verstrekking van één portie per leerling en per week gedurende tien weken in een eerste periode van verstrekking, die loopt van 1 september tot en met 31 januari en gedurende tien weken in een tweede periode van verstrekking, die loopt van 1 januari tot en met 30 april. De verstrekking tijdens de tweede periode mag pas starten nadat de verstrekking tijdens de eerste periode afgelopen is.]1
[1 De ministers kunnen beslissen om de frequentie per week waarmee producten verstrekt mogen worden, of het aantal weken waarin ze verstrekt mogen worden, uit te breiden, en de voorwaarden bepalen waaraan de onderwijsinstellingen moeten voldoen om voor die uitbreiding in aanmerking te komen.]1
[2 In afwijking van het tweede lid vindt voor het schooljaar 2020-2021 de periode van tien weken waarin de verstrekking gebeurt, plaats van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021.
In afwijking van het derde lid vindt voor het schooljaar 2020-2021 de periode van tien weken waarin de eerste periode van verstrekking gebeurt, plaats van 1 september 2020 tot en met 30 juni 2021, en vindt de periode van tien weken waarin de tweede periode van verstrekking gebeurt, plaats van 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021.]2

Art. 5. Une aide est octroyée aux établissements d'enseignement pour la distribution de fruits et de légumes, et de lait aux enfants dans les établissements scolaires dans le cadre du programme à destination des écoles.
L'aide est fournie sous la forme d'une portion par élève et par semaine pendant dix semaines dans [1 la période du 1er septembre au 31 janvier inclus]1.
[1 Par dérogation à l'alinéa deux, une aide est fournie aux écoles éligibles à l'indicateur pour offrir une portion, par élève et par semaine, pendant dix semaines dans une première période de la distribution, qui s'étend du 1er septembre au 31 janvier et pendant dix semaines dans une deuxième période de la distribution, qui s'étend du 1er janvier au 30 avril inclus. La distribution pendant la deuxième période ne peut commencer qu'après la fin de la distribution pendant la première période]1.
[1 Les ministres peuvent décider d'augmenter la fréquence hebdomadaire de distribution des produits ou le nombre de semaines pendant lesquelles ils peuvent être distribués, et de déterminer les conditions que les établissements d'enseignement doivent remplir pour bénéficier d'une telle prolongation.]1
[2 Par dérogation à l'alinéa deux, pour l'année scolaire 2020-2021, la période de dix semaines au cours de laquelle la distribution a lieu, s'étend du 1er septembre 2020 au 30 juin 2021 inclus.
Par dérogation à l'alinéa trois, pour l'année scolaire 2020-2021, la période de dix semaines au cours de laquelle la première période de distribution a lieu, s'étend du 1er septembre 2020 au 30 juin 2021 inclus et la période de dix semaines au cours de laquelle la deuxième période de distribution a lieu, s'étend du 1er janvier au 30 juin 2021 inclus.]2

Art.5 TOEKOMSTIG RECHT.[1 Aan de onderwijsinstellingen, die erkend zijn conform artikel 4, kan steun worden verleend voor de verstrekking van een portie biologische of niet-biologische groenten en fruit en [2 een portie zuivel]2 aan kinderen in onderwijsinstellingen in het kader van de schoolregeling.
De steun, vermeld in het eerste lid, wordt verleend voor de verstrekking van één portie [2 groenten en fruit en één portie zuivel]2 per leerling per week gedurende minstens een van de volgende twee perioden:
1° een eerste periode van maximaal tien, al dan niet aaneengesloten, weken, die plaatsvindt vanaf 1 september tot en met 31 januari;
2° een tweede periode van maximaal tien, al dan niet aaneengesloten, weken, die plaatsvindt vanaf 1 januari tot en met 30 april.
De verstrekking tijdens de tweede periode, vermeld in het tweede lid, 2°, mag pas starten nadat de verstrekking tijdens de eerste periode, vermeld in het tweede lid, 1°, afgelopen is.
De ministers kunnen:
1° het aantal porties per week, vermeld in het tweede lid, waarvoor steun wordt verleend, verhogen;
2° het maximale aantal weken voor de eerste of tweede periode waarin de porties verstrekt mogen worden en waarvoor steun kan worden verleend, vermeld in het tweede lid, uitbreiden, op voorwaarde dat de uitbreiding plaatsvindt binnen de data van periode in kwestie, vermeld in het tweede lid;
3° de voorwaarden bepalen waaraan de onderwijsinstellingen moeten voldoen om voor de verhoging, vermeld in punt 1°, en de uitbreiding, vermeld in punt 2°, in aanmerking te komen ]1
.
Art.5 DROIT FUTUR.[1 Une aide peut être accordée aux établissements d'enseignement reconnus conformément à l'article 4 pour la distribution d'une portion [2 d'une portion de produits laitiers ]2 et fruits et légumes biologiques ou non biologiques aux enfants d'établissements d'enseignement dans le cadre du régime scolaire.
L'aide, visée au premier alinéa, est accordée pour la distribution d'une portion [2 de légumes et de fruits et d'une portion de produits laitiers]2 par élève par semaine pendant au moins une des périodes suivantes :
1° une première période d'un maximum de 10 semaines, ininterrompues ou non, à partir du 1er septembre jusqu'au 31 janvier inclus ;
2° une deuxième période d'un maximum de 10 semaines, ininterrompues ou non, à partir du 1er janvier jusqu'au 30 avril inclus.
La distribution pendant la deuxième période, visée au deuxième alinéa, 2°, ne peut commencer qu'après que la première période, visée au deuxième alinéa, 1°, a pris fin.
Les ministres peuvent :
1° augmenter les portions par semaine, visées au deuxième alinéa, pour lesquelles de l'aide est accordée ;
2° prolonger le nombre maximal de semaines de la première ou de la deuxième période au cours de laquelle les portions peuvent être distribuées et pour laquelle une aide peut être accordée, visée au deuxième alinéa, à condition que la prolongation ait lieu dans les limites des dates de la période concernée, visée au deuxième alinéa ;
3° déterminer les conditions auxquelles les établissements d'enseignement doivent répondre afin d'entrer en ligne de compte pour l'augmentation, visée au point 1°, et la prolongation, visée au point 2° ]1
.
Art. 6. [1 [2 De steun, vermeld in artikel 5, eerste lid, bestaat uit een forfaitair steunbedrag per portie biologische of niet-biologische groenten en fruit, en [3 per portie zuivel]3.
De ministers bepalen de forfaitaire steunbedragen, vermeld in het eerste lid, en houden daarbij rekening met de evolutie van de marktprijzen.]2

De onderwijsinstelling ontvangt voor alle porties, verstrekt aan een leerling in een van de perioden, vermeld in artikel 5, tweede lid, het [2 forfaitaire]2 steunbedrag voor niet-biologische groenten en fruit en [3 zuivel]3 vermeld in het eerste en tweede lid, als minstens een van die porties in de periode in kwestie, niet biologisch is.
De onderwijsinstelling ontvangt voor alle porties, verstrekt aan een leerling in een van de perioden, vermeld in artikel 5, tweede lid, het [2 forfaitaire]2 steunbedrag voor biologische groenten en fruit en [3 zuivel]3, vermeld in het eerste en tweede lid, alleen als alle verstrekte porties in de periode in kwestie biologisch zijn.
Er kan alleen steun worden toegekend voor het aantal leerlingen dat de onderwijsinstelling heeft doorgegeven in de deelnameverklaring, vermeld in artikel 7, of in de steunaanvraag, vermeld in artikel 9, tweede lid.
[2 ...]2.
[2 De ministers kunnen bepalen met welke documenten de aankoop van de porties biologische of niet-biologische groenten en fruit en [3 zuivel]3, vermeld in het eerste lid, en de hoeveelheid ervan, gestaafd wordt. De onderwijsinstelling dient de voormelde documenten in bij de steunaanvraag, vermeld in artikel 9.]2]1
.
Art. 6. [1 [2 L'aide mentionnée à l'article 5, alinéa 1er, consiste en un montant d'aide forfaitaire par portion [3 de produits laitiers]3 et de fruits et légumes biologiques ou non biologiques.
Les ministres arrêtent les montants d'aide forfaitaires, visés à l'alinéa 1er, en tenant compte de l'évolution des prix de marché.]2

L'établissement d'enseignement reçoit pour toutes les portions, distribuées à un élève pendant une des périodes, visées à l'article 5, deuxième alinéa, le montant de [2 forfaitaire]2 l'aide pour les fruits et légumes et [3 les produits laitiers]3 non biologiques, visés aux premier et deuxième alinéa, si au moins une de ces portions au cours de la période concernée n'est pas biologique.
L'établissement d'enseignement ne reçoit le montant [2 forfaitaire]2 de l'aide pour les fruits et légumes et [3 les produits laitiers]3 biologiques, visés au premier et deuxième alinéa, pour toutes les portions distribuées à un élève pendant une des périodes, visées à l'article 5, deuxième alinéa, que si toutes les portions distribuées sont biologiques au cours de la période en question.
L'aide ne peut être accordée que pour le nombre d'élèves que l'établissement d'enseignement a notifié dans la déclaration de participation, visée à l'article 7, ou dans la demande d'aide, visée à l'article 9, deuxième alinéa.
[2 ...]2
[2 Les ministres peuvent déterminer à l'aide de quels documents l'achat des portions [3 de produits laitiers ]3 et de fruits et légumes biologiques ou non biologiques, visées à l'alinéa 1er, et leur quantité, doit être justifié. L'établissement d'enseignement joint les documents précités à la demande d'aide, visée à l'article 9.]2]1
.
Art. 7. Elk schooljaar dienen de erkende onderwijsinstellingen die willen deelnemen aan de schoolregeling een deelnameverklaring in bij de bevoegde entiteit.
In deze deelnameverklaring geven de onderwijsinstellingen het aantal leerlingen door dat ingeschreven is voor het schooljaar in kwestie [3 aan het begin van het schooljaar]3.
[1 In de deelnameverklaring verklaart de onderwijsinstelling dat ze de groenten, het fruit en de [4 zuivel]4 in het kader van de schoolregeling verstrekt conform artikel 5.
Bij een uitgebreide verstrekking als vermeld in artikel 5, vierde lid, [2 ]2 en in afwijking van het derde lid, verklaart de onderwijsinstelling in de deelnameverklaring dat ze de groenten, het fruit en de [4 zuivel]4 in het kader van de schoolregeling verstrekt conform de door de ministers bepaalde modaliteiten.]1

[2 ...]2
De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum en de wijze waarop de [1 deelnameverklaring]1 ingediend wordt, bepalen.
[3 De aanvragen tot deelname aan de schoolregeling worden behandeld volgens de datum van ontvangst en de beschikbare budgetten.]3
Art. 7. Chaque année scolaire, les établissements d'enseignement agréés souhaitant participer au programme à destination des écoles présentent à l'entité compétente une déclaration de participation.
Dans cette déclaration de participation, les établissements d'enseignement mentionnent le nombre d'élèves inscrits pour l'année scolaire en question [3 au début de l'année scolaire]3.
[1 Dans la déclaration de participation, l'établissement d'enseignement déclare qu'il distribue les légumes, les fruits et le [4 les produits laitiers ]4 dans le cadre du règlement scolaire conformément à l'article 5.
Lors d'une augmentation de la fréquence de distribution telle que visée à l'article 5, alinéa quatre, [2 ]2 et par dérogation à l'alinéa trois, l'établissement d'enseignement déclare dans la déclaration de participation qu'il distribue les légumes, les fruits et [4 les produits laitiers ]4 dans le cadre du règlement scolaire conformément aux modalités arrêtées par les Ministres.]1

[2 ...]2
Les ministres sont autorisés à déterminer la date limite et le mode d'introduction de la déclaration de participation.
[3 Les demandes de participation au programme à destination des écoles sont traitées selon la date de réception et les budgets disponibles. ]3
Art. 8.
Art. 8.
Art. 9. Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 5, dienen de onderwijsinstellingen [2 ", voor de eerste en de tweede periode, vermeld in artikel 5, tweede lid,]2 een [2 afzonderlijke]2 steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ]De onderwijsinstellingen-2 geven in de steunaanvraag [2 voor de tweede periode, vermeld in artikel 5, tweede lid, 2° ]2 het aantal leerlingen door dat [3 aan het begin van het tweede trimester]3 van het schooljaar in kwestie ingeschreven was [2 en dat effectief heeft deelgenomen aan de schoolregeling]2.
De ministers kunnen de uiterste indieningsdatum, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.
Art. 9. Pour le paiement de l'aide visée à l'article 5, les établissements d'enseignement présentent [2 pour la première et deuxième période, visée à l'article 5, deuxième alinéa, ]2 une [2 séparée]2 demande d'aide à l'entité compétente.
[2 ...]2
[2 ...]2
Dans la demande d'aide [2 pour la deuxième période, visée à l'article 5, deuxième alinéa, 2° ]2, les [2 les établissements d'enseignement ]2 mentionnent le nombre d'élèves inscrits [3 au début du deuxième trimestre]3de l'année scolaire en question[2 et qui a participé effectivement au régime scolaire]2 .
Les ministres peuvent déterminer la date limite d'introduction, le mode de présentation et les données complémentaires devant être incluses dans la demande d'aide.
Art.9/1.[1 De kosten voor de groenten en fruit en [2 zuivel]2 die door de onderwijsinstelling worden verstrekt aan haar leerlingen en waarvoor ze al een financiële bijdrage of steun ontvangt, komen niet in aanmerking voor de steun, vermeld in artikel 5, eerste lid]1
Art.9/1.[1 Les frais pour les fruits et légumes et [2 les produits laitiers ]2 fournis par l'établissement d'enseignement à ses élèves et pour lesquels il reçoit déjà une contribution financière ou une aide, ne sont pas éligibles à l'aide visée à l'article 5, alinéa 1er.]1
HOOFDSTUK 4. - Andere steunaanvragers
CHAPITRE 4. - Autres demandeurs d'aide
Art. 10. Er kan steun verleend worden aan andere steunaanvragers voor de uitvoering van andere maatregelen.
In het eerste lid wordt verstaan onder andere maatregelen: de begeleidende educatieve maatregelen, de monitoring- of evaluatieacties en de publiciteit, vermeld in artikel 5, lid 1, b), c) en d), van de gedelegeerde verordening.
Art. 10. Une aide peut être accordée à d'autres demandeurs d'aide pour l'exécution d'autres mesures.
Dans l'alinéa 1er, on entend par d'autres mesures : les mesures éducatives d'accompagnement, le suivi, l'évaluation et la publicité visés à l'article 5, alinéa 1er, b), c) et d), du règlement délégué.
Art. 11. Alleen andere steunaanvragers die door de bevoegde entiteit erkend zijn, komen in aanmerking voor de steun, vermeld in artikel 10.
Om erkend te worden dienen andere steunaanvragers een erkenningsaanvraag in bij de bevoegde entiteit.
De ministers kunnen de wijze waarop de erkenningsaanvraag ingediend wordt, bepalen.
Art. 11. Seuls les autres demandeurs d'aide agréés par l'entité compétente sont éligibles à l'aide visée à l'article 10.
Pour être agréés, les autres demandeurs d'aide présentent une demande d'agrément à l'entité compétente.
Les ministres sont autorisés à déterminer le mode de présentation de la demande d'agrément.
Art. 12. Voor de uitbetaling van de steun, vermeld in artikel 10, dienen andere steunaanvragers een steunaanvraag in bij de bevoegde entiteit.
De ministers kunnen de uiterste indieningstermijn, de wijze waarop de steunaanvraag ingediend wordt en de bijkomende gegevens die in de steunaanvraag opgenomen worden, bepalen.
Art. 12. Pour le paiement de l'aide visée à l'article 10, les autres demandeurs d'aide présentent une demande d'aide à l'entité compétente.
Les ministres peuvent déterminer la date limite de présentation, le mode de présentation et les données complémentaires devant être incluses dans la demande d'aide.
Hoofdstuk 4/1. [1 Sancties]1
Chapitre 4/1. [1 Sanctions]1
12/1 [1§ 1. In de volgende gevallen heeft de onderwijsinstelling geen recht op de steun, vermeld in artikel 5, eerste lid:
Art.12/1. [1 § 1er. Dans les cas suivants, l'établissement d'enseignement n'a pas droit à l'aide visée à l'article 5, alinéa 1er :
12/2. [1 De bevoegde entiteit kan, met behoud van de toepassing van artikel 12/1, administratieve sancties opleggen conform artikel 56 van het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, als ze vaststelt dat een of meer van de verplichtingen, vermeld in dit besluit, niet of niet volledig worden nageleefd.]1
Art.12/2. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 12/1, l'entité compétente peut imposer des sanctions administratives conformément à l'article 56 du décret du 28 juin 2013 relatif à la politique de l'agriculture et de la pêche, si elle constate qu'une ou plusieurs obligations mentionnées dans le présent arrêté ne sont pas ou pas entièrement respectées.]1
HOOFDSTUK 4/2. [1 Openbaarmaking ]1
CHAPITRE 4/2. [1 Publicité]1
Art.12/3. [1 De bevoegde entiteit regelt de uitvoering van de verplichting tot openbaarmaking, vermeld in artikel 76/2, eerste lid, 13А, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019.]1
Art. 12/3. [1 L'entité compétente règle l'exécution de l'obligation de publication, visée à l'article 76/2, alinéa 1er, 13°, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019. ]1
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 13. De onderwijsinstellingen en de andere steunaanvragers bewaren alle bewijsstukken in het kader van de schoolregeling ten minste [1 tien]1 jaar. Tijdens deze periode houden ze de stukken ter beschikking van de personeelsleden die met het toezicht op de schoolregeling belast zijn.
[1 De bevoegde entiteit kan op elk ogenblik de bewijsstukken, vermeld in het eerste lid, opvragen. In dat geval bezorgt de onderwijsinstelling de gevraagde bewijsstukken onmiddellijk aan de bevoegde entiteit.
Als de onderwijsinstelling de gevraagde bewijsstukken niet bezorgt, of als de bewijsstukken onvolledig of foutief zijn, kan de bevoegde entiteit de steunaanvraag volledig of gedeeltelijk weigeren, of de erkenning intrekken.]1

Art. 13. Les établissements d'enseignement et les autres demandeurs d'aide conservent toutes les pièces justificatives dans le cadre du programme à destination des écoles pour une période minimale de [1 dix]1 ans. Pendant cette période, ils veillent à ce que les documents soient disponibles pour consultation par les membres du personnel chargés du contrôle du programme à destination des écoles.
[1 L'entité compétente peut demander à tout moment les pièces justificatives visées à l'alinéa 1er. Dans ce cas, l'établissement d'enseignement transmet immédiatement les pièces justificatives demandées à l'entité compétente.
Si l'établissement d'enseignement ne transmet pas les pièces justificatives demandées ou si les pièces justificatives sont incomplètes ou fausses, l'entité compétente peut refuser tout ou partie de la demande d'aide, ou retirer l'agrément. ]1

Art. 14. De volgende regelingen worden opgeheven:
1° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende de verstrekking van melk en bepaalde zuivelproducten aan leerlingen in onderwijsinstellingen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 november 2008 en van 19 december 2014;
2° het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de ondersteuning van de verstrekking van groenten en fruit aan leerlingen in onderwijsinstellingen, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015.
Art. 14. Les réglementations suivantes sont abrogées :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 relatif à la cession de lait et de certains produits laitiers aux élèves des établissements d'enseignement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 novembre 2008 et 19 décembre 2014 ;
2° l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif au soutien de la cession de légumes et de fruits aux élèves des établissements d'enseignement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 février 2015.
Art. 15. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2017.
Art. 15. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er août 2017.
Art. 16. De Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, [1 de Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming,]1 en de Vlaamse minister, bevoegd voor de landbouw, zijn, ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 16. Le Ministre flamand ayant la politique de la santé dans ses attributions,[1 le ministre flamand ayant l'enseignement et la formation dans ses attributions,]1 et le Ministre flamand ayant la politique de l'agriculture dans ses attributions sont chargés, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exécution du présent arrêté.