Artikel 1. In artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, 7 oktober 2011, 16 maart 2012, 11 oktober 2013 en 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 6° en punt 7° worden opgeheven;
2° in punt 10°, c), worden de woorden "en de verkoop van middelgrote koopwoningen en middelgrote kavels" opgeheven;
3° punt 19° wordt opgeheven.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 FEBRUARI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten met betrekking tot wonen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-04-2017 en tekstbijwerking tot 08-12-2017)
Titre
3 FEVRIER 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s relatifs au logement(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 14-04-2017 et mise Ă jour au 08-12-2017)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het Financieringsb...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'ArrĂȘtĂ© de Finan...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (71)
Texte (71)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement
Article 1er. A l'article 1er, premier alinĂ©a, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 juin 2009 , 7 octobre 2011, 16 mars 2012, 11 octobre 2013 et 4 avril 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° les points 6° et 7° sont abrogés ;
2° dans le point 10°, c), les mots " et d'habitation moyenne à vendre et de lots moyens " sont abrogés ;
3° le point 19° est abrogé.
1° les points 6° et 7° sont abrogés ;
2° dans le point 10°, c), les mots " et d'habitation moyenne à vendre et de lots moyens " sont abrogés ;
3° le point 19° est abrogé.
Art. 2. In artikel 2/1, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt de zinsnede ", bijlage II en artikel 1 tot en met 4 van bijlage IV" vervangen door de zinsnede "en bijlage II".
Art. 2. Dans l'article 2/1, premier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2009 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, le membre de phrase " , de l'annexe II et des articles 1er Ă 4 inclus de l'annexe IV, joints " est remplacĂ© par le membre de phrase " et de l' annexe II, jointes ".
Art. 3. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 7 oktober 2011, 11 oktober 2013 en 24 januari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "van" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het zevende lid," ingevoegd;
2° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden tussen het woord "volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "op" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het zevende lid," ingevoegd;
4° in paragraaf 1, vierde lid, worden tussen de woorden "woningbouw volledig" en de woorden "in volle eigendom" telkens de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
5° in paragraaf 1 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De kandidaat-koper die kosteloos een woning of een perceel bestemd voor woningbouw gedeeltelijk in volle eigendom heeft verworven, kan zich inschrijven, maar er kan hem geen woning of kavel worden toegewezen zolang hij niet uit onverdeeldheid is getreden.";
6° in paragraaf 1 wordt het bestaande zesde lid dat het zevende lid wordt, vervangen door wat volgt:
"Als het inkomen minder dan 8789 euro bedraagt, worden de inkomsten, vermeld in artikel 1, eerste lid, 12°, van drie opeenvolgende maanden voorafgaand aan de referentiedatum, en geëxtrapoleerd naar twaalf maanden, in aanmerking genomen.";
7° paragraaf 3 wordt opgeheven;
8° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "de verkoop van middelgrote koopwoningen en middelgrote kavels en" opgeheven;
9° in paragraaf 4, eerste lid, worden tussen de woorden "woningbouw volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
10° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven;
11° in paragraaf 5, 1°, worden tussen het woord "volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
12° in paragraaf 6, eerste lid, 5°, wordt de zinsnede ", sociale kavel, middelgrote koopwoning of middelgrote kavel" vervangen door de woorden "of sociale kavel".
1° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "van" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het zevende lid," ingevoegd;
2° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden tussen het woord "volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
3° in paragraaf 1, tweede lid, wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "op" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het zevende lid," ingevoegd;
4° in paragraaf 1, vierde lid, worden tussen de woorden "woningbouw volledig" en de woorden "in volle eigendom" telkens de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
5° in paragraaf 1 wordt tussen het vijfde en het zesde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De kandidaat-koper die kosteloos een woning of een perceel bestemd voor woningbouw gedeeltelijk in volle eigendom heeft verworven, kan zich inschrijven, maar er kan hem geen woning of kavel worden toegewezen zolang hij niet uit onverdeeldheid is getreden.";
6° in paragraaf 1 wordt het bestaande zesde lid dat het zevende lid wordt, vervangen door wat volgt:
"Als het inkomen minder dan 8789 euro bedraagt, worden de inkomsten, vermeld in artikel 1, eerste lid, 12°, van drie opeenvolgende maanden voorafgaand aan de referentiedatum, en geëxtrapoleerd naar twaalf maanden, in aanmerking genomen.";
7° paragraaf 3 wordt opgeheven;
8° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "de verkoop van middelgrote koopwoningen en middelgrote kavels en" opgeheven;
9° in paragraaf 4, eerste lid, worden tussen de woorden "woningbouw volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
10° in paragraaf 4 wordt het tweede lid opgeheven;
11° in paragraaf 5, 1°, worden tussen het woord "volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd;
12° in paragraaf 6, eerste lid, 5°, wordt de zinsnede ", sociale kavel, middelgrote koopwoning of middelgrote kavel" vervangen door de woorden "of sociale kavel".
Art. 3. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 7 octobre 2011, 11 octobre 2013 et 24 janvier 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, 1° le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa sept," est inséré entre le mot "revenu" et les mots "d'au minimum" ;
2° au paragraphe 1er, premier alinéa, 2°, les mots " ou partiellement " sont insérés entre les mots " entiÚrement " et les mots " en pleine propriété " ;
3° au paragraphe 1er, alinéa deux le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa sept," est inséré entre le mot "revenu" et les mots "à la date" ;
4° au paragraphe 1er, alinéa quatre, les mots " ou partiellement " sont chaque fois insérés entre les mots " habitation entiÚrement " et les mots " en pleine propriété " ;
5° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa entre les alinéas cinq et six, rédigé comme suit :
"Le candidat-acquĂ©reur qui a partiellement acquis en pleine propriĂ©tĂ© un logement ou une parcelle destinĂ©s Ă la construction d'habitations, peut s'enregistrer, mais aucune habitation ni lot ne peuvent lui ĂȘtre attribuĂ©s tant qu'il n'est pas sorti d'indivision ; " ;
6° au paragraphe 1er, l'alinéa six existant, qui devient l'alinéa sept, est remplacé par les dispositions suivantes :
"Si le revenu est de moins de 8789 euros, les revenus, visés à l'article 1er, alinéa premier, 12°, de trois mois successifs préalables à la date de référence et extrapolés à douze mois, sont pris en compte." ;
7° le paragraphe 3 est abrogé ;
8° au paragraphe 4, premier alinéa, les mots " la vente d'habitations moyennes destinées à la vente et de lots moyens et " sont abrogés ;
9° au paragraphe 4, alinéa premier, les mots " entiÚrement ou partiellement " sont insérés entre le mot " habitation " et les mots " en pleine propriété " ;
10° au paragraphe 4, l'alinéa deux est abrogé ;
11° au paragraphe 5, 1°, les mots " en entier ou partiellement " sont insérés entre les mots " la pleine propriété " et les mots " ou l'usufruit complet " ;
12° au paragraphe 6, alinéa premier, 5°, le membre de phrase " lot social, l'habitation moyenne destinée à la vente ou le lot moyen " est remplacé par les mots " ou lot social " .
1° au paragraphe 1er, alinéa premier, 1° le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa sept," est inséré entre le mot "revenu" et les mots "d'au minimum" ;
2° au paragraphe 1er, premier alinéa, 2°, les mots " ou partiellement " sont insérés entre les mots " entiÚrement " et les mots " en pleine propriété " ;
3° au paragraphe 1er, alinéa deux le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa sept," est inséré entre le mot "revenu" et les mots "à la date" ;
4° au paragraphe 1er, alinéa quatre, les mots " ou partiellement " sont chaque fois insérés entre les mots " habitation entiÚrement " et les mots " en pleine propriété " ;
5° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa entre les alinéas cinq et six, rédigé comme suit :
"Le candidat-acquĂ©reur qui a partiellement acquis en pleine propriĂ©tĂ© un logement ou une parcelle destinĂ©s Ă la construction d'habitations, peut s'enregistrer, mais aucune habitation ni lot ne peuvent lui ĂȘtre attribuĂ©s tant qu'il n'est pas sorti d'indivision ; " ;
6° au paragraphe 1er, l'alinéa six existant, qui devient l'alinéa sept, est remplacé par les dispositions suivantes :
"Si le revenu est de moins de 8789 euros, les revenus, visés à l'article 1er, alinéa premier, 12°, de trois mois successifs préalables à la date de référence et extrapolés à douze mois, sont pris en compte." ;
7° le paragraphe 3 est abrogé ;
8° au paragraphe 4, premier alinéa, les mots " la vente d'habitations moyennes destinées à la vente et de lots moyens et " sont abrogés ;
9° au paragraphe 4, alinéa premier, les mots " entiÚrement ou partiellement " sont insérés entre le mot " habitation " et les mots " en pleine propriété " ;
10° au paragraphe 4, l'alinéa deux est abrogé ;
11° au paragraphe 5, 1°, les mots " en entier ou partiellement " sont insérés entre les mots " la pleine propriété " et les mots " ou l'usufruit complet " ;
12° au paragraphe 6, alinéa premier, 5°, le membre de phrase " lot social, l'habitation moyenne destinée à la vente ou le lot moyen " est remplacé par les mots " ou lot social " .
Art. 4. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 3/1. De verkoopprijs van een sociale koopwoning, exclusief btw, met inbegrip van de grond, is gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale koopwoning, met inbegrip van de grond, en, in voorkomend geval, de som van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en de door de verkoper toegestane korting.
De verkoopprijs van een sociale kavel is gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale kavel en de door de verkoper toegestane korting.
Als de grond in erfpacht wordt gegeven, bepaalt de erfpachtgever de erfpachtvergoeding en is de verkoopprijs van de woning, exclusief btw, gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale koopwoning, en, in voorkomend geval, de som van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en de door de verkoper toegestane korting.
Als in de erfpachtovereenkomst waarbij de grond in erfpacht wordt gegeven, een aankoopoptie is opgenomen, is de prijs voor het lichten van de optie ofwel gelijk aan de venale waarde van de grond op het ogenblik van het sluiten van de erfpachtovereenkomst ofwel gelijk aan de venale waarde van de grond bij het lichten van de aankoopoptie ofwel gelijk aan een bedrag tussen die twee venale waarden.".
"Art. 3/1. De verkoopprijs van een sociale koopwoning, exclusief btw, met inbegrip van de grond, is gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale koopwoning, met inbegrip van de grond, en, in voorkomend geval, de som van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en de door de verkoper toegestane korting.
De verkoopprijs van een sociale kavel is gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale kavel en de door de verkoper toegestane korting.
Als de grond in erfpacht wordt gegeven, bepaalt de erfpachtgever de erfpachtvergoeding en is de verkoopprijs van de woning, exclusief btw, gelijk aan het verschil tussen de venale waarde van de sociale koopwoning, en, in voorkomend geval, de som van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, en de door de verkoper toegestane korting.
Als in de erfpachtovereenkomst waarbij de grond in erfpacht wordt gegeven, een aankoopoptie is opgenomen, is de prijs voor het lichten van de optie ofwel gelijk aan de venale waarde van de grond op het ogenblik van het sluiten van de erfpachtovereenkomst ofwel gelijk aan de venale waarde van de grond bij het lichten van de aankoopoptie ofwel gelijk aan een bedrag tussen die twee venale waarden.".
Art. 4. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015, il est insĂ©rĂ© un article 3/1, rĂ©digĂ© comme suit :
" Art. 3/1. Le prix de vente d'un logement acquisitif social, hors T.V.A., avec inclusion du terrain, est Ă©gal Ă la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, avec inclusion du terrain, et, le cas Ă©chĂ©ant, la somme de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012, et la rĂ©duction octroyĂ©e par le vendeur.
Le prix de vente d'un lot social est égal à la différence entre la valeur vénale du lot social et la réduction octroyée par le vendeur.
Si le terrain est cĂ©dĂ© en emphytĂ©ose, le bailleur du bail emphytĂ©otique fixe le bail emphytĂ©otique et le prix de vente du logement, hors T.V.A., est Ă©gal Ă la diffĂ©rence entre la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social et le cas Ă©chĂ©ant, la somme de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012 et la rĂ©duction octroyĂ©e par le vendeur.
Si l'emphytĂ©ose aux termes de laquelle le terrain est cĂ©dĂ© en emphytĂ©ose, renferme une option d'achat, le coĂ»t pour l'usage de l'option est Ă©gal soit Ă la valeur vĂ©nale du terrain au moment de la conclusion de l'emphytĂ©ose soit Ă la valeur vĂ©nale du terrain au moment oĂč il est fait usage de l'option d'achat soit au montant entre ces deux valeurs vĂ©nales.".
" Art. 3/1. Le prix de vente d'un logement acquisitif social, hors T.V.A., avec inclusion du terrain, est Ă©gal Ă la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, avec inclusion du terrain, et, le cas Ă©chĂ©ant, la somme de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012, et la rĂ©duction octroyĂ©e par le vendeur.
Le prix de vente d'un lot social est égal à la différence entre la valeur vénale du lot social et la réduction octroyée par le vendeur.
Si le terrain est cĂ©dĂ© en emphytĂ©ose, le bailleur du bail emphytĂ©otique fixe le bail emphytĂ©otique et le prix de vente du logement, hors T.V.A., est Ă©gal Ă la diffĂ©rence entre la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social et le cas Ă©chĂ©ant, la somme de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2, de l'arrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012 et la rĂ©duction octroyĂ©e par le vendeur.
Si l'emphytĂ©ose aux termes de laquelle le terrain est cĂ©dĂ© en emphytĂ©ose, renferme une option d'achat, le coĂ»t pour l'usage de l'option est Ă©gal soit Ă la valeur vĂ©nale du terrain au moment de la conclusion de l'emphytĂ©ose soit Ă la valeur vĂ©nale du terrain au moment oĂč il est fait usage de l'option d'achat soit au montant entre ces deux valeurs vĂ©nales.".
Art. 5. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "middelgrote koopwoningen, middelgrote kavels en" telkens opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "middelgrote koopwoningen, middelgrote kavels en" telkens opgeheven;
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " habitations de taille moyenne destinées à la vente, lots moyens et " sont chaque fois abrogés ;
2° l'alinéa deux est abrogé.
1° à l'alinéa premier, le membre de phrase " habitations de taille moyenne destinées à la vente, lots moyens et " sont chaque fois abrogés ;
2° l'alinéa deux est abrogé.
Art. 6. Artikel 7/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, wordt opgeheven.
Art. 6. L'article 7/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015, est abrogĂ©.
Art. 7. In artikel 7/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, wordt de zinsnede ", sociale kavels en middelgrote kavels" telkens vervangen door de woorden "en sociale kavels".
Art. 7. A l'article 7/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, le membre de phrase " de lots sociaux et de lots moyens " est chaque fois remplacĂ© par les mots " et de lots sociaux ".
Art. 8. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 2011, l'alinĂ©a deux est abrogĂ©.
Art. 9. Artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, est abrogĂ©.
Art. 10. Artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 10. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, est abrogĂ©.
Art. 11. In artikel 2 van bijlage I bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, 16 maart 2012 en 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden tussen het woord "inschrijvingsregisters" en het woord "geheel" de woorden "van dezelfde sociale huisvestingsmaatschappij" ingevoegd`;
2° in het vierde lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
"7° de (deel)gemeente of gemeenten van het werkgebied waarvoor de kandidaat-koper zich kandidaat stelt;";
3° in het vierde lid wordt punt 8° opgeheven.
1° in het tweede lid worden tussen het woord "inschrijvingsregisters" en het woord "geheel" de woorden "van dezelfde sociale huisvestingsmaatschappij" ingevoegd`;
2° in het vierde lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
"7° de (deel)gemeente of gemeenten van het werkgebied waarvoor de kandidaat-koper zich kandidaat stelt;";
3° in het vierde lid wordt punt 8° opgeheven.
Art. 11. A l'article 2 de l'annexe Ire au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2009 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 octobre 2011, 16 mars 2012 et 11 octobre 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au deuxiĂšme alinĂ©a, les mots " de la mĂȘme sociĂ©tĂ© de logement social " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " d'autres registres d'inscription " et les mots ", le candidat-acquĂ©reur ".
2° dans l'alinéa quatre, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° la commune ou l'ancienne commune de la zone d'action pour laquelle le candidat-acquéreur se présente comme candidat ; " ;
3° dans l'alinéa 4, le point 8° est abrogé.
1° au deuxiĂšme alinĂ©a, les mots " de la mĂȘme sociĂ©tĂ© de logement social " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " d'autres registres d'inscription " et les mots ", le candidat-acquĂ©reur ".
2° dans l'alinéa quatre, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° la commune ou l'ancienne commune de la zone d'action pour laquelle le candidat-acquéreur se présente comme candidat ; " ;
3° dans l'alinéa 4, le point 8° est abrogé.
Art. 12. Aan artikel 4 van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De verkoper deelt aan de kandidaat-koper mee op welke wijze de onderlinge communicatie zal gebeuren. Dat kan per beveiligde zending, gewone brief, elektronische post of enig ander communicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde."
"De verkoper deelt aan de kandidaat-koper mee op welke wijze de onderlinge communicatie zal gebeuren. Dat kan per beveiligde zending, gewone brief, elektronische post of enig ander communicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde."
Art. 12. A l'article 4 de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un alinĂ©a deux, rĂ©digĂ© comme suit :
"Le vendeur informe le candidat-acquéreur du mode selon lequel la communication mutuelle sera effectuée. Celle-ci peut prendre la forme d'un envoi sécurisé, d'une lettre ordinaire, d'un courrier électronique ou de tout autre moyen de communication générant une piÚce écrite à l'attention de la personne adressée. "
"Le vendeur informe le candidat-acquéreur du mode selon lequel la communication mutuelle sera effectuée. Celle-ci peut prendre la forme d'un envoi sécurisé, d'une lettre ordinaire, d'un courrier électronique ou de tout autre moyen de communication générant une piÚce écrite à l'attention de la personne adressée. "
Art. 13. In artikel 5 van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009 en 7 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als op het ogenblik dat de kandidaat-koper wordt gecontroleerd in het kader van de toewijzing van een woning, blijkt dat hij niet meer voldoet aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit;";
3° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° als de kandidaat-koper niet of niet op tijd antwoordt op de vraag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid of op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij overmacht wordt aangetoond binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt;
6° als de kandidaat-koper weigert om in te gaan op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij hij binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt, na de weigering daarvoor schriftelijk een gegronde reden aanvoert;";
4° in paragraaf 1, bestaande vierde lid dat het derde lid wordt, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
5° in paragraaf 1 wordt het bestaande vijfde lid opgeheven;
6° in paragraaf 1, bestaande zesde lid dat het vierde lid wordt, wordt telkens het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
7° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De sociale huisvestingsmaatschappij of de VMSW bepaalt een redelijke termijn om in voorkomend geval te antwoorden bij de actualisatie.".
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als op het ogenblik dat de kandidaat-koper wordt gecontroleerd in het kader van de toewijzing van een woning, blijkt dat hij niet meer voldoet aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit;";
3° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° als de kandidaat-koper niet of niet op tijd antwoordt op de vraag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid of op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij overmacht wordt aangetoond binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt;
6° als de kandidaat-koper weigert om in te gaan op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij hij binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt, na de weigering daarvoor schriftelijk een gegronde reden aanvoert;";
4° in paragraaf 1, bestaande vierde lid dat het derde lid wordt, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
5° in paragraaf 1 wordt het bestaande vijfde lid opgeheven;
6° in paragraaf 1, bestaande zesde lid dat het vierde lid wordt, wordt telkens het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
7° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De sociale huisvestingsmaatschappij of de VMSW bepaalt een redelijke termijn om in voorkomend geval te antwoorden bij de actualisatie.".
Art. 13. A l'article 5 de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009 et 7 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa deux est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, le point 3° de l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, est remplacé par les dispositions suivantes :
"3° s'il appert, au moment oĂč le candidat-acquĂ©reur est contrĂŽlĂ© dans le cadre de l'assignation d'un logement, qu'il ne satisfait plus aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 5° et 6° de l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, sont remplacés par les dispositions suivantes :
"5° si le candidat-acquéreur ne répond pas ou pas en temps voulu à la demande, visée au paragraphe 2, alinéa deux ou à l'offre, visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins que la force majeure ne soit démontrée dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;
6° si le candidat-acquéreur refuse d'accepter l'offre visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins qu'il n'invoque une raison fondée et ecrite pour ce refus dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;" ;
4° au paragraphe 1er, à l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
5° au paragraphe 1er, l'alinéa cinq actuel est abrogé ;
6° au paragraphe 1er, à l'alinéa six actuel, qui devient l'alinéa quatre, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
7° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
"La société de logement social of la VMSW fixe un délai raisonnable pour répondre, le cas échéant, dans le cas d'une mise à jour.".
1° au paragraphe 1er, l'alinéa deux est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, le point 3° de l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, est remplacé par les dispositions suivantes :
"3° s'il appert, au moment oĂč le candidat-acquĂ©reur est contrĂŽlĂ© dans le cadre de l'assignation d'un logement, qu'il ne satisfait plus aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ; " ;
3° au paragraphe 1er, les points 5° et 6° de l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, sont remplacés par les dispositions suivantes :
"5° si le candidat-acquéreur ne répond pas ou pas en temps voulu à la demande, visée au paragraphe 2, alinéa deux ou à l'offre, visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins que la force majeure ne soit démontrée dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;
6° si le candidat-acquéreur refuse d'accepter l'offre visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins qu'il n'invoque une raison fondée et ecrite pour ce refus dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;" ;
4° au paragraphe 1er, à l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
5° au paragraphe 1er, l'alinéa cinq actuel est abrogé ;
6° au paragraphe 1er, à l'alinéa six actuel, qui devient l'alinéa quatre, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
7° au paragraphe 2, l'alinéa 2 est remplacé par la disposition suivante :
"La société de logement social of la VMSW fixe un délai raisonnable pour répondre, le cas échéant, dans le cas d'une mise à jour.".
Art. 14. In artikel 7 van bijlage I bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden tussen het eerste en het tweede lid vier leden ingevoegd, die luiden als volgt:
De verkoper verwittigt de kandidaat-kopers als een of meer sociale koopwoningen die liggen in de gemeente(n) of deelgemeenten die door de kandidaat-kopers zijn aangeduid, te koop worden aangeboden. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van kandidaat-kopers waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, te verwittigen. De verkoper verstrekt alle nuttige inlichtingen zoals de ligging, het type van woning, de verkoopprijs, de eventuele korting, de melding of de grond in erfpacht wordt gegeven.
De verkoper bepaalt binnen welke redelijke termijn en op welke manier de kandidaat-kopers hun interesse in de woning kunnen laten blijken. De verkoper nodigt de geĂŻnteresseerde kandidaat-kopers uit om de woning te bezichtigen. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van geĂŻnteresseerden waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, uit te nodigen voor bezichtiging.
De verkoper bepaalt binnen welke termijn de geïnteresseerde kandidaat-kopers moeten beslissen of ze de woning willen aankopen en op welke manier ze hun beslissing aan de verkoper moeten bezorgen. De verkoper onderzoekt of de kandidaat-kopers die de woning willen aankopen, nog voldoen aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit.
De verkoper bezorgt vervolgens aan de meest gunstig gerangschikte kandidaat-koper een aanbod voor de koopwoning en de vraag om binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, te antwoorden.";
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het zevende lid wordt, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde";
3° in paragraaf 1 wordt het bestaande vierde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde".
1° in paragraaf 1 worden tussen het eerste en het tweede lid vier leden ingevoegd, die luiden als volgt:
De verkoper verwittigt de kandidaat-kopers als een of meer sociale koopwoningen die liggen in de gemeente(n) of deelgemeenten die door de kandidaat-kopers zijn aangeduid, te koop worden aangeboden. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van kandidaat-kopers waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, te verwittigen. De verkoper verstrekt alle nuttige inlichtingen zoals de ligging, het type van woning, de verkoopprijs, de eventuele korting, de melding of de grond in erfpacht wordt gegeven.
De verkoper bepaalt binnen welke redelijke termijn en op welke manier de kandidaat-kopers hun interesse in de woning kunnen laten blijken. De verkoper nodigt de geĂŻnteresseerde kandidaat-kopers uit om de woning te bezichtigen. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van geĂŻnteresseerden waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, uit te nodigen voor bezichtiging.
De verkoper bepaalt binnen welke termijn de geïnteresseerde kandidaat-kopers moeten beslissen of ze de woning willen aankopen en op welke manier ze hun beslissing aan de verkoper moeten bezorgen. De verkoper onderzoekt of de kandidaat-kopers die de woning willen aankopen, nog voldoen aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit.
De verkoper bezorgt vervolgens aan de meest gunstig gerangschikte kandidaat-koper een aanbod voor de koopwoning en de vraag om binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, te antwoorden.";
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het zevende lid wordt, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde";
3° in paragraaf 1 wordt het bestaande vierde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde".
Art. 14. A l'article 7 de l'annexe Ire du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans le paragraphe 1er, quatre alinéas sont insérés entre les alinéas premier et deux, dans la rédaction suivante :
Le vendeur informe les candidats-acquéreurs lorsqu' un ou plusieurs logements acquisitifs sociaux qui se situent dans la commune ou les communes ou dans les anciennes communes désignées par les candidats-acquéreurs, sont mis en vente. Le vendeur peut décider de n'informer qu'un groupe de candidats-acquéreurs dont il établit l'étendue sur la base du classement chronologique. Le vendeur fournit toutes les informations utiles telles la localisation, le type de logement, le prix de vente, la réduction éventuelle et la mention si le terrain est cédé en emphytéose.
Le vendeur fixe le dĂ©lai raisonnable endĂ©ans lequel et la façon dont les candidats-acquĂ©reurs peuvent tĂ©moigner de leur intĂ©rĂȘt pour le logement. Le vendeur invite les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s Ă visiter le logement. Le vendeur peut dĂ©cider de n'inviter qu'un groupe de candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s dont il Ă©tablit l'Ă©tendue sur la base du classement chronologique, Ă une visite.
Le vendeur fixe le dĂ©lai endĂ©ans lequel les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s doivent dĂ©cider s'ils dĂ©sirent acquĂ©rir le logement ainsi que le mode dont ils doivent transmettre leur dĂ©cision au vendeur. Le vendeur vĂ©rifie si les candidats-acquĂ©reurs qui dĂ©sirent acquĂ©rir le logement, satisfont toujours aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le vendeur transmet ensuite au candidat-acquéreur le plus favorablement classé une offre pour le logement acquisitif et lui demande de répondre dans un délai raisonnable qu'il fixe." ;
2° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa sept, le mot " deuxi " est remplacé par le mot " six " ;
3° au paragraphe 1er, l'alinéa quatre actuel est abrogé ;
4° au paragraphe 2, alinéa premier, le mot " deux " est remplacé par le mot " six ".
1° dans le paragraphe 1er, quatre alinéas sont insérés entre les alinéas premier et deux, dans la rédaction suivante :
Le vendeur informe les candidats-acquéreurs lorsqu' un ou plusieurs logements acquisitifs sociaux qui se situent dans la commune ou les communes ou dans les anciennes communes désignées par les candidats-acquéreurs, sont mis en vente. Le vendeur peut décider de n'informer qu'un groupe de candidats-acquéreurs dont il établit l'étendue sur la base du classement chronologique. Le vendeur fournit toutes les informations utiles telles la localisation, le type de logement, le prix de vente, la réduction éventuelle et la mention si le terrain est cédé en emphytéose.
Le vendeur fixe le dĂ©lai raisonnable endĂ©ans lequel et la façon dont les candidats-acquĂ©reurs peuvent tĂ©moigner de leur intĂ©rĂȘt pour le logement. Le vendeur invite les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s Ă visiter le logement. Le vendeur peut dĂ©cider de n'inviter qu'un groupe de candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s dont il Ă©tablit l'Ă©tendue sur la base du classement chronologique, Ă une visite.
Le vendeur fixe le dĂ©lai endĂ©ans lequel les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s doivent dĂ©cider s'ils dĂ©sirent acquĂ©rir le logement ainsi que le mode dont ils doivent transmettre leur dĂ©cision au vendeur. Le vendeur vĂ©rifie si les candidats-acquĂ©reurs qui dĂ©sirent acquĂ©rir le logement, satisfont toujours aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le vendeur transmet ensuite au candidat-acquéreur le plus favorablement classé une offre pour le logement acquisitif et lui demande de répondre dans un délai raisonnable qu'il fixe." ;
2° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa sept, le mot " deuxi " est remplacé par le mot " six " ;
3° au paragraphe 1er, l'alinéa quatre actuel est abrogé ;
4° au paragraphe 2, alinéa premier, le mot " deux " est remplacé par le mot " six ".
Art. 15. In artikel 2 van bijlage II bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2009 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011, 16 maart 2012 en 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid worden tussen het woord "inschrijvingsregisters" en het woord "geheel" de woorden "van dezelfde sociale huisvestingsmaatschappij" ingevoegd`;
2° in het vierde lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
"7° de (deel)gemeente of gemeenten van het werkgebied waarvoor de kandidaat-koper zich kandidaat stelt;";
3° in het vierde lid wordt punt 8° opgeheven.
1° in het tweede lid worden tussen het woord "inschrijvingsregisters" en het woord "geheel" de woorden "van dezelfde sociale huisvestingsmaatschappij" ingevoegd`;
2° in het vierde lid wordt punt 7° vervangen door wat volgt:
"7° de (deel)gemeente of gemeenten van het werkgebied waarvoor de kandidaat-koper zich kandidaat stelt;";
3° in het vierde lid wordt punt 8° opgeheven.
Art. 15. A l'article 2 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2009 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 octobre 2011, 16 mars 2012 et 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° Ă l'alinĂ©a deux, les mots " de la mĂȘme sociĂ©tĂ© de logement social " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " d'autres registres d'inscription " et les mots ", le candidat-acquĂ©reur " ;
2° dans l'alinéa quatre, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° la commune ou l'ancienne commune de la zone d'action pour laquelle le candidat-acquéreur se présente comme candidat ;" ;
3° dans l'alinéa 4, le point 8° est abrogé.
1° Ă l'alinĂ©a deux, les mots " de la mĂȘme sociĂ©tĂ© de logement social " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " d'autres registres d'inscription " et les mots ", le candidat-acquĂ©reur " ;
2° dans l'alinéa quatre, le point 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° la commune ou l'ancienne commune de la zone d'action pour laquelle le candidat-acquéreur se présente comme candidat ;" ;
3° dans l'alinéa 4, le point 8° est abrogé.
Art. 16. Aan artikel 4 van bijlage II bij hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"De verkoper deelt aan de kandidaat-koper mee op welke wijze de onderlinge communicatie zal gebeuren. Dat kan per beveiligde zending, gewone brief, elektronische post of enig ander communicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde."
"De verkoper deelt aan de kandidaat-koper mee op welke wijze de onderlinge communicatie zal gebeuren. Dat kan per beveiligde zending, gewone brief, elektronische post of enig ander communicatiemiddel dat resulteert in een schriftelijk stuk aan de zijde van de geadresseerde."
Art. 16. A l'article 4 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un second alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
"Le vendeur informe le candidat-acquéreur du mode selon lequel la communication mutuelle sera effectuée. Celle-ci peut prendre la forme d'un envoi sécurisé, d'une lettre ordinaire, d'un courrier électronique ou de tout autre moyen de communication générant une piÚce écrite à l'attention de la personne adressée."
"Le vendeur informe le candidat-acquéreur du mode selon lequel la communication mutuelle sera effectuée. Celle-ci peut prendre la forme d'un envoi sécurisé, d'une lettre ordinaire, d'un courrier électronique ou de tout autre moyen de communication générant une piÚce écrite à l'attention de la personne adressée."
Art. 17. In artikel 5 van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009 en 7 oktober 2011 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als op het ogenblik dat de kandidaat-koper wordt gecontroleerd in het kader van de toewijzing van een kavel blijkt dat hij niet meer voldoet aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit;";
3° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° als de kandidaat-koper niet of niet op tijd antwoordt op de vraag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid of op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij overmacht wordt aangetoond binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt;
6° als de kandidaat-koper weigert om in te gaan op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij hij binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt, na de weigering daarvoor schriftelijk een gegronde reden aanvoert;";
4° in paragraaf 1, bestaande vierde lid dat het derde lid wordt, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
5° in paragraaf 1, bestaande vijfde lid dat het vierde lid wordt, wordt telkens het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
6° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De sociale huisvestingsmaatschappij of de VMSW bepaalt een redelijke termijn om in voorkomend geval te antwoorden bij de actualisatie.".
1° in paragraaf 1 wordt het tweede lid opgeheven;
2° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als op het ogenblik dat de kandidaat-koper wordt gecontroleerd in het kader van de toewijzing van een kavel blijkt dat hij niet meer voldoet aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit;";
3° in paragraaf 1, bestaande derde lid dat het tweede lid wordt, worden punt 5° en 6° vervangen door wat volgt:
"5° als de kandidaat-koper niet of niet op tijd antwoordt op de vraag, vermeld in paragraaf 2, tweede lid of op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij overmacht wordt aangetoond binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt;
6° als de kandidaat-koper weigert om in te gaan op het aanbod, vermeld in artikel 7, § 1, vijfde lid, tenzij hij binnen een redelijke termijn die de verkoper vaststelt, na de weigering daarvoor schriftelijk een gegronde reden aanvoert;";
4° in paragraaf 1, bestaande vierde lid dat het derde lid wordt, wordt het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
5° in paragraaf 1, bestaande vijfde lid dat het vierde lid wordt, wordt telkens het woord "derde" vervangen door het woord "tweede";
6° in paragraaf 2 wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
"De sociale huisvestingsmaatschappij of de VMSW bepaalt een redelijke termijn om in voorkomend geval te antwoorden bij de actualisatie.".
Art. 17. A l'article 5 de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009 et 7 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, l'alinéa deux est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, le point 3° est remplacé par les dispositions suivantes :
" 3° s'il appert, au moment oĂč le candidat-acquĂ©reur est contrĂŽlĂ© dans le cadre de l'assignation d'un lot qu'il ne satisfait plus aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ; " ;
3° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, les points 5° et 6° sont remplacés par les dispositions suivantes :
"5° si le candidat-acquéreur ne répond pas ou pas en temps voulu à la demande, visée au paragraphe 2, alinéa deux ou à l'offre, visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins que la force majeure ne soit prouvée dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;
6° si le candidat-acquéreur refuse d'accepter l'offre visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins qu'il n'invoque une raison fondée et écrite justifiant ce refus dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;" ;
4° au paragraphe 1er, à l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
5° au paragraphe 1er, à l'alinéa cinq actuel, qui devient l'alinéa quatre, le mot " trois " est chaque fois remplacé par le mot " deux " ;
6° au paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" La société de logement social ou la VMSW fixe un délai raisonnable pour répondre, le cas échéant, dans le cas d'une mise à jour. " .
1° au paragraphe 1er, l'alinéa deux est abrogé ;
2° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, le point 3° est remplacé par les dispositions suivantes :
" 3° s'il appert, au moment oĂč le candidat-acquĂ©reur est contrĂŽlĂ© dans le cadre de l'assignation d'un lot qu'il ne satisfait plus aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ; " ;
3° au paragraphe 1er, à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, les points 5° et 6° sont remplacés par les dispositions suivantes :
"5° si le candidat-acquéreur ne répond pas ou pas en temps voulu à la demande, visée au paragraphe 2, alinéa deux ou à l'offre, visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins que la force majeure ne soit prouvée dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;
6° si le candidat-acquéreur refuse d'accepter l'offre visée à l'article 7, § 1er, alinéa cinq, à moins qu'il n'invoque une raison fondée et écrite justifiant ce refus dans un délai raisonnable fixé par le vendeur ;" ;
4° au paragraphe 1er, à l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
5° au paragraphe 1er, à l'alinéa cinq actuel, qui devient l'alinéa quatre, le mot " trois " est chaque fois remplacé par le mot " deux " ;
6° au paragraphe 2, l'alinéa deux est remplacé par la disposition suivante :
" La société de logement social ou la VMSW fixe un délai raisonnable pour répondre, le cas échéant, dans le cas d'une mise à jour. " .
Art. 18. In artikel 7, § 1, van bijlage II bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en het tweede lid worden vier leden ingevoegd, die luiden als volgt:
De verkoper verwittigt de kandidaat-kopers als een of meer sociale kavels die liggen in de gemeente(n) of deelgemeenten die door de kandidaat-kopers zijn aangegeven, te koop worden aangeboden. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van kandidaat-kopers waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, te verwittigen. De verkoper verstrekt alle nuttige inlichtingen zoals de ligging, de verkoopprijs en de eventuele korting.
De verkoper bepaalt binnen welke redelijke termijn en op welke manier de kandidaat-kopers hun interesse in de kavel kunnen laten blijken. De verkoper nodigt de geĂŻnteresseerde kandidaat-kopers uit om de kavel te bezichtigen. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van geĂŻnteresseerden waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, uit te nodigen voor bezichtiging.
De verkoper bepaalt binnen welke termijn de geïnteresseerde kandidaat-kopers moeten beslissen of ze de kavel willen aankopen en op welke manier ze hun beslissing aan de verkoper moeten bezorgen. De verkoper onderzoekt of de kandidaat-kopers die de kavel willen aankopen, nog voldoen aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit.
De verkoper bezorgt vervolgens aan de meest gunstig gerangschikte kandidaat-koper een aanbod voor de kavel en de vraag om binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, te antwoorden.";
2° in het bestaande derde lid dat het zevende lid wordt, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde";
3° het bestaande vierde lid wordt opgeheven.
1° tussen het eerste en het tweede lid worden vier leden ingevoegd, die luiden als volgt:
De verkoper verwittigt de kandidaat-kopers als een of meer sociale kavels die liggen in de gemeente(n) of deelgemeenten die door de kandidaat-kopers zijn aangegeven, te koop worden aangeboden. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van kandidaat-kopers waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, te verwittigen. De verkoper verstrekt alle nuttige inlichtingen zoals de ligging, de verkoopprijs en de eventuele korting.
De verkoper bepaalt binnen welke redelijke termijn en op welke manier de kandidaat-kopers hun interesse in de kavel kunnen laten blijken. De verkoper nodigt de geĂŻnteresseerde kandidaat-kopers uit om de kavel te bezichtigen. De verkoper kan beslissen om slechts een groep van geĂŻnteresseerden waarvan hij de omvang op basis van de chronologische rangschikking bepaalt, uit te nodigen voor bezichtiging.
De verkoper bepaalt binnen welke termijn de geïnteresseerde kandidaat-kopers moeten beslissen of ze de kavel willen aankopen en op welke manier ze hun beslissing aan de verkoper moeten bezorgen. De verkoper onderzoekt of de kandidaat-kopers die de kavel willen aankopen, nog voldoen aan de woonbehoeftigheidsvoorwaarden, vermeld in artikel 3, § 1, van dit besluit.
De verkoper bezorgt vervolgens aan de meest gunstig gerangschikte kandidaat-koper een aanbod voor de kavel en de vraag om binnen een redelijke termijn die hij bepaalt, te antwoorden.";
2° in het bestaande derde lid dat het zevende lid wordt, wordt het woord "tweede" vervangen door het woord "zesde";
3° het bestaande vierde lid wordt opgeheven.
Art. 18. A l'article 7, § 1er, de l'annexe II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux sont insérés quatre alinéas, rédigés comme suit :
Le vendeur informe les candidats-acquéreurs lorsqu' un ou plusieurs lots sociaux qui se situent dans la commune ou les communes ou dans les anciennes communes et qui ont été déclarés par les candidats-acquéreurs, sont mis en vente. Le vendeur peut décider de n'informer qu'un groupe de candidats-acquéreurs dont il établit l'étendue sur la base du classement chronologique. Le vendeur fournit toutes les informations utiles telles la localisation, le prix de vente et la réduction éventuelle.
Le vendeur fixe le dĂ©lai raisonnable endĂ©ans lequel et la façon dont les candidats-acquĂ©reurs peuvent tĂ©moigner de leur intĂ©rĂȘt pour le lot. Le vendeur invite les candidats-acquĂ©reurs Ă visiter le lot. Le vendeur peut dĂ©cider de n'inviter qu'un groupe de candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s dont il Ă©tablit l'Ă©tendue sur la base du classement chronologique, Ă une visite.
Le vendeur fixe le dĂ©lai endĂ©ans lequel les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s doivent dĂ©cider s'ils dĂ©sirent acquĂ©rir le lot et le mode dont ils doivent transmettre leur dĂ©cision au vendeur. Le vendeur vĂ©rifie si les candidats-acquĂ©reurs qui dĂ©sirent acquĂ©rir le lot, satisfont toujours aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le vendeur transmet ensuite au candidat-acquéreur le plus favorablement classé une offre pour le lot et lui demande de répondre dans un délai raisonnable qu'il fixe." ;
2° à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa sept, le mot " deux " est remplacé par le mot "six" ;
3° l'alinéa quatre actuel est abrogé.
1° entre l'alinéa premier et l'alinéa deux sont insérés quatre alinéas, rédigés comme suit :
Le vendeur informe les candidats-acquéreurs lorsqu' un ou plusieurs lots sociaux qui se situent dans la commune ou les communes ou dans les anciennes communes et qui ont été déclarés par les candidats-acquéreurs, sont mis en vente. Le vendeur peut décider de n'informer qu'un groupe de candidats-acquéreurs dont il établit l'étendue sur la base du classement chronologique. Le vendeur fournit toutes les informations utiles telles la localisation, le prix de vente et la réduction éventuelle.
Le vendeur fixe le dĂ©lai raisonnable endĂ©ans lequel et la façon dont les candidats-acquĂ©reurs peuvent tĂ©moigner de leur intĂ©rĂȘt pour le lot. Le vendeur invite les candidats-acquĂ©reurs Ă visiter le lot. Le vendeur peut dĂ©cider de n'inviter qu'un groupe de candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s dont il Ă©tablit l'Ă©tendue sur la base du classement chronologique, Ă une visite.
Le vendeur fixe le dĂ©lai endĂ©ans lequel les candidats-acquĂ©reurs intĂ©ressĂ©s doivent dĂ©cider s'ils dĂ©sirent acquĂ©rir le lot et le mode dont ils doivent transmettre leur dĂ©cision au vendeur. Le vendeur vĂ©rifie si les candidats-acquĂ©reurs qui dĂ©sirent acquĂ©rir le lot, satisfont toujours aux conditions de nĂ©cessitĂ© de logement, visĂ©es Ă l'article 3, § 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le vendeur transmet ensuite au candidat-acquéreur le plus favorablement classé une offre pour le lot et lui demande de répondre dans un délai raisonnable qu'il fixe." ;
2° à l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa sept, le mot " deux " est remplacé par le mot "six" ;
3° l'alinéa quatre actuel est abrogé.
Art. 19. Bijlage III bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 januari 2014, wordt vervangen door de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. L'annexe III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 janvier 2014, est remplacĂ©e par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 20. In het opschrift van bijlage IV bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede "middelgrote koopwoningen, middelgrote kavels en" opgeheven.
Art. 20. Dans l'intitulĂ© de l'annexe IV au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " d'habitations de taille moyenne destinĂ©es Ă la vente, de lots moyens et " est abrogĂ©.
Art. 21. Artikel 1 tot en met artikel 4 van bijlage IV bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009, 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, worden opgeheven.
Art. 21. Les articles 1er Ă 4 inclus de l'annexe IV au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©s par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009, 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, sont abrogĂ©s.
Art. 22. In artikel 8, tweede lid, van bijlage IV bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009, 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, wordt de zinsnede "2 en artikel 5, 3° " vervangen door de zinsnede "1, tweede lid".
Art. 22. Dans l'article 8, alinĂ©a deux de l'annexe IV au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009, 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, le membre de phrase " aux articles 2 et 5, 3° " est remplacĂ© par le membre de phrase " Ă l'article 1er, alinĂ©a deux ".
Art. 23. In artikel 9 van bijlage IV bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009, 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede "2 en artikel 5, 3° " vervangen door de zinsnede "1, tweede lid";
3° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "artikel 9, § 3" vervangen door de zinsnede "artikel 2, § 2, tweede lid" en wordt de zinsnede "artikel 9, § 5" vervangen door de zinsnede "artikel 2, § 3".
1° het tweede lid wordt opgeheven;
2° in het bestaande derde lid, dat het tweede lid wordt, wordt de zinsnede "2 en artikel 5, 3° " vervangen door de zinsnede "1, tweede lid";
3° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt de zinsnede "artikel 9, § 3" vervangen door de zinsnede "artikel 2, § 2, tweede lid" en wordt de zinsnede "artikel 9, § 5" vervangen door de zinsnede "artikel 2, § 3".
Art. 23. A l'article 9 de l'annexe IV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009, 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa deux est abrogé ;
2° dans l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, le membre de phrase " aux articles 2 et 5, 3° " est remplacé par le membre de phrase "à l'article 1er, alinéa deux" ;
3° dans l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase "l'article 9, § 3" est remplacé par le membre de phrase "l'article 2, § 2, alinéa deux" et le membre de phrase "l'article 9, § 5" est remplacé par le membre de phrase "l'article 2, § 3".
1° l'alinéa deux est abrogé ;
2° dans l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa deux, le membre de phrase " aux articles 2 et 5, 3° " est remplacé par le membre de phrase "à l'article 1er, alinéa deux" ;
3° dans l'alinéa quatre actuel, qui devient l'alinéa trois, le membre de phrase "l'article 9, § 3" est remplacé par le membre de phrase "l'article 2, § 2, alinéa deux" et le membre de phrase "l'article 9, § 5" est remplacé par le membre de phrase "l'article 2, § 3".
Art. 24. In artikel 10, tweede lid, van bijlage IV bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009, 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, wordt de zinsnede "2 en artikel 5, 3° " vervangen door de zinsnede "1, tweede lid".
Art. 24. Dans l'article 10, alinĂ©a deux, de l'annexe IV au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009, 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, le membre de phrase "aux articles 2 et 5, 3° " est remplacĂ© par le membre de phrase "Ă l'article 1er, alinĂ©a deux".
Art. 25. In artikel 11, tweede lid, van bijlage IV bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 14 maart 2008, 6 februari 2009, 7 oktober 2011 en 11 oktober 2013, wordt de zinsnede "2 en artikel 5, 3° " vervangen door de zinsnede "1, tweede lid".
Art. 25. Dans l'article 11, alinĂ©a deux, de l'annexe IV au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 14 mars 2008, 6 fĂ©vrier 2009, 7 octobre 2011 et 11 octobre 2013, le membre de phrase "aux articles 2 et 5, 3° " est remplacĂ© par le membre de phrase "Ă l'article 1er, alinĂ©a deux".
Art. 26. Bijlage V bij hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 juli 2015, wordt opgeheven.
Art. 26. L'annexe V au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juillet 2015, est abrogĂ©e.
Art. 27. In het opschrift van bijlage VI bij hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", sociale huurwoningen, sociale kavels en middelgrote kavels" vervangen door de woorden "en sociale kavels".
Art. 27. Dans l'intitulĂ© de l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase ", d'habitations de location sociales, de lots sociaux et de lots moyens" est remplacĂ© par les mots "et lots sociaux".
Art. 28. In bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 januari 2014, wordt hoofdstuk 1, dat bestaat uit artikel 1 tot en met 4, vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK 1. - Sociale koopwoningen
Artikel 1. De koper leeft de verplichtingen, vermeld in artikel 84 van de Vlaamse Wooncode, na. Minstens een van de personen die de sociale koopwoning hebben gekocht, of een van de wettelijke erfgenamen woont persoonlijk in de woning.
De koper die de verplichtingen niet naleeft, betaalt een vergoeding die gelijk is aan het resterende gedeelte van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, die in mindering is gebracht om de verkoopprijs te bepalen. Die subsidie wordt gedurende twintig jaar afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag van de subsidie. Het bedrag van de verschuldigde vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
Als de verkoper een korting als vermeld in artikel 3/1 van dit besluit, heeft toegestaan en de koper leeft de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, niet na, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs, minder dan 90% van de venale waarde van de sociale koopwoning bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het resterende gedeelte van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs, van de sociale koopwoning, als die vergoeding gedurende twintig jaar elk jaar wordt afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag. Als de verkoopprijs, 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale koopwoning, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het resterende gedeelte van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs, van de sociale koopwoning, als die vergoeding gedurende twintig jaar elk jaar wordt afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag. Het bedrag van de verschuldigde vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
In de verkoopprijs, vermeld in het derde lid, wordt de btw niet inbegrepen maar in voorkomend geval wel de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012.".
"HOOFDSTUK 1. - Sociale koopwoningen
Artikel 1. De koper leeft de verplichtingen, vermeld in artikel 84 van de Vlaamse Wooncode, na. Minstens een van de personen die de sociale koopwoning hebben gekocht, of een van de wettelijke erfgenamen woont persoonlijk in de woning.
De koper die de verplichtingen niet naleeft, betaalt een vergoeding die gelijk is aan het resterende gedeelte van de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, die in mindering is gebracht om de verkoopprijs te bepalen. Die subsidie wordt gedurende twintig jaar afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag van de subsidie. Het bedrag van de verschuldigde vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
Als de verkoper een korting als vermeld in artikel 3/1 van dit besluit, heeft toegestaan en de koper leeft de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, niet na, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs, minder dan 90% van de venale waarde van de sociale koopwoning bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het resterende gedeelte van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs, van de sociale koopwoning, als die vergoeding gedurende twintig jaar elk jaar wordt afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag. Als de verkoopprijs, 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale koopwoning, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het resterende gedeelte van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs, van de sociale koopwoning, als die vergoeding gedurende twintig jaar elk jaar wordt afgeschreven met een twintigste van het oorspronkelijke bedrag. Het bedrag van de verschuldigde vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
In de verkoopprijs, vermeld in het derde lid, wordt de btw niet inbegrepen maar in voorkomend geval wel de subsidie, vermeld in artikel 3, § 2, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012.".
Art. 28. Dans l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 janvier 2014, le chapitre 1er, constituĂ© des articles 1er Ă 4 inclus, est remplacĂ© par ce qui suit :
"CHAPITRE 1er. - Logements acquisitifs sociaux
Article 1er. Le vendeur respecte les obligations, visées à l'article 84 du Code flamand du Logement. Au moins une des personnes qui ont acquis le logement acquisitif social ou un des héritiers légaux habite le logement effectivement.
L'acquĂ©reur qui ne respecte pas les obligations, paie une indemnitĂ© Ă©gale Ă la partie restante de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012, qui a Ă©tĂ© soustraite pour fixer le prix de vente. Cette subvention est amortie sur vingt ans Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original de la subvention. Le montant de l'indemnitĂ© payable par an est mentionnĂ© dans l'acte authentique.
Si l'acquĂ©reur a consenti Ă une rĂ©duction, telle que visĂ©e Ă l'article 3/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et que l'acquĂ©reur ne respecte pas les obligations visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, le rĂšglement suivant s'applique. Si le prix de vente s'Ă©levait Ă moins de 90% de la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, l'acquĂ©reur paie une indemnitĂ© au vendeur. L'indemnitĂ© s'Ă©lĂšve Ă au moins la moitiĂ© de la partie restante de la diffĂ©rence entre 90% de la valeur vĂ©nale et le prix de vente du logement acquisitif social, lorsque cette indemnitĂ© est amortie Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original sur vingt ans. Si le prix de vente s'Ă©levait Ă 90% ou plus de la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, le vendeur peut demander une indemnitĂ© qui s'Ă©lĂšve Ă au maximum la partie restante de la diffĂ©rence entre la valeur vĂ©nale et le prix du logement acquisitif social, orsque cette indemnitĂ© est amortie Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original sur vingt ans. Le montant de l'indemnitĂ© payable par an est mentionnĂ© dans l'acte authentique.
Le prix de vente visĂ© Ă l'alinĂ©a trois, s'entend sans T.V.A. mais comprend, le cas Ă©chĂ©ant, le montant de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012. ".
"CHAPITRE 1er. - Logements acquisitifs sociaux
Article 1er. Le vendeur respecte les obligations, visées à l'article 84 du Code flamand du Logement. Au moins une des personnes qui ont acquis le logement acquisitif social ou un des héritiers légaux habite le logement effectivement.
L'acquĂ©reur qui ne respecte pas les obligations, paie une indemnitĂ© Ă©gale Ă la partie restante de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012, qui a Ă©tĂ© soustraite pour fixer le prix de vente. Cette subvention est amortie sur vingt ans Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original de la subvention. Le montant de l'indemnitĂ© payable par an est mentionnĂ© dans l'acte authentique.
Si l'acquĂ©reur a consenti Ă une rĂ©duction, telle que visĂ©e Ă l'article 3/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et que l'acquĂ©reur ne respecte pas les obligations visĂ©es Ă l'alinĂ©a premier, le rĂšglement suivant s'applique. Si le prix de vente s'Ă©levait Ă moins de 90% de la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, l'acquĂ©reur paie une indemnitĂ© au vendeur. L'indemnitĂ© s'Ă©lĂšve Ă au moins la moitiĂ© de la partie restante de la diffĂ©rence entre 90% de la valeur vĂ©nale et le prix de vente du logement acquisitif social, lorsque cette indemnitĂ© est amortie Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original sur vingt ans. Si le prix de vente s'Ă©levait Ă 90% ou plus de la valeur vĂ©nale du logement acquisitif social, le vendeur peut demander une indemnitĂ© qui s'Ă©lĂšve Ă au maximum la partie restante de la diffĂ©rence entre la valeur vĂ©nale et le prix du logement acquisitif social, orsque cette indemnitĂ© est amortie Ă raison d'un vingtiĂšme du montant original sur vingt ans. Le montant de l'indemnitĂ© payable par an est mentionnĂ© dans l'acte authentique.
Le prix de vente visĂ© Ă l'alinĂ©a trois, s'entend sans T.V.A. mais comprend, le cas Ă©chĂ©ant, le montant de la subvention, visĂ©e Ă l'article 3, § 2 de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012. ".
Art. 29. Artikel 2 van bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 29. L'article 2 de l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, est abrogĂ©.
Art. 30. Artikel 3 van bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 januari 2014, wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 3 de l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 janvier 2014, est abrogĂ©.
Art. 31. Artikel 4 van bijlage VI bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, wordt opgeheven.
Art. 31. L'article 4 de l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, est abrogĂ©.
Art. 32. In artikel 5 van bijlage VI bij hetzelfde besluit worden het tweede, derde en vierde lid vervangen door wat volgt:
"Als de koper de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 1°, niet nakomt, en er binnen een termijn van vier jaar geen enkele bouwactiviteit is gestart, wordt de verkoopovereenkomst van rechtswege ontbonden. Als er al werkzaamheden zijn gestart, maar de woning is nog niet winddicht, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper jaarlijks een vergoeding aan de verkoper vanaf het vijfde jaar na het verlijden van de aankoopakte zolang de woning niet winddicht is, uiterlijk tot veertien jaar na het verlijden van de aankoopakte. De vergoeding bedraagt 10% van minstens de helft van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper jaarlijks een vergoeding vragen vanaf het vijfde jaar na het verlijden van de aankoopakte zolang de woning niet winddicht is, uiterlijk tot veertien jaar na het verlijden van de aankoopakte. De vergoeding bedraagt maximaal 10% van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. De venale waarde en het bedrag van de jaarlijkse verschuldigde vergoeding wordt in de authentieke akte vermeld. De termijn van vier jaar wordt geschorst als de vertraging van de bouw van de woning te wijten is aan omstandigheden die buiten de wil van de koper plaatsvinden, voor de duur van die omstandigheden.
Als de koper de verplichting, vermeld in het eerste lid, 2°, niet nakomt, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het resterende gedeelte van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel, als die vergoeding gedurende tien jaar elk jaar wordt afgeschreven met een tiende van het oorspronkelijke bedrag. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het resterende gedeelte van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel, als die vergoeding gedurende tien jaar elk jaar wordt afgeschreven met een tiende van het oorspronkelijke bedrag. De venale waarde en het bedrag van de vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
Als de koper de verplichting, vermeld in het eerste lid, 3°, niet nakomt, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. De venale waarde en het bedrag van de vergoeding wordt in de authentieke akte vermeld.".
"Als de koper de verplichtingen, vermeld in het eerste lid, 1°, niet nakomt, en er binnen een termijn van vier jaar geen enkele bouwactiviteit is gestart, wordt de verkoopovereenkomst van rechtswege ontbonden. Als er al werkzaamheden zijn gestart, maar de woning is nog niet winddicht, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper jaarlijks een vergoeding aan de verkoper vanaf het vijfde jaar na het verlijden van de aankoopakte zolang de woning niet winddicht is, uiterlijk tot veertien jaar na het verlijden van de aankoopakte. De vergoeding bedraagt 10% van minstens de helft van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper jaarlijks een vergoeding vragen vanaf het vijfde jaar na het verlijden van de aankoopakte zolang de woning niet winddicht is, uiterlijk tot veertien jaar na het verlijden van de aankoopakte. De vergoeding bedraagt maximaal 10% van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. De venale waarde en het bedrag van de jaarlijkse verschuldigde vergoeding wordt in de authentieke akte vermeld. De termijn van vier jaar wordt geschorst als de vertraging van de bouw van de woning te wijten is aan omstandigheden die buiten de wil van de koper plaatsvinden, voor de duur van die omstandigheden.
Als de koper de verplichting, vermeld in het eerste lid, 2°, niet nakomt, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het resterende gedeelte van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel, als die vergoeding gedurende tien jaar elk jaar wordt afgeschreven met een tiende van het oorspronkelijke bedrag. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het resterende gedeelte van het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel, als die vergoeding gedurende tien jaar elk jaar wordt afgeschreven met een tiende van het oorspronkelijke bedrag. De venale waarde en het bedrag van de vergoeding wordt voor ieder jaar in de authentieke akte vermeld.
Als de koper de verplichting, vermeld in het eerste lid, 3°, niet nakomt, geldt de volgende regeling. Als de verkoopprijs minder dan 90% van de venale waarde van de sociale kavel bedroeg, betaalt de koper een vergoeding aan de verkoper. De vergoeding bedraagt minstens de helft van het verschil tussen 90% van de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. Als de verkoopprijs 90% of meer bedroeg van de venale waarde van de sociale kavel, kan de verkoper een vergoeding vragen die maximaal gelijk is aan het verschil tussen de venale waarde en de verkoopprijs van de sociale kavel. De venale waarde en het bedrag van de vergoeding wordt in de authentieke akte vermeld.".
Art. 32. Dans l'article 5 de l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, les alinĂ©as deux, trois et quatre sont remplacĂ©s par ce qui suit :
"Si l'acquéreur ne respecte pas les obligations, visées à l'alinéa premier, 1° et qu'aucune activité de construction n'a été démarrée dans un délai de quatre ans, le contrat de vente est dissolu de plein droit. Si les travaux ont déjà commencé mais que le logement n'est pas encore hermétique au vent, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité annuelle au vendeur à partir de la cinquiÚme année aprÚs la passation de l'acte d'achat tant que le logement n'est pas hermétique au vent et ce jusqu'à au maximum quatorze ans aprÚs la passation de l'acte d'achat. L'indemnité s'élÚve à 10% d'au moins la moitié de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité annuelle à partir de la cinquiÚme année aprÚs la passation de l'acte d'achat tant que le logement n'est pas hermétique au vent et ce jusqu'à au maximum quatorze ans aprÚs la passation de l'acte d'achat. L'indemnité s'élÚve à au maximum 10% de la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social. La valeur vénale et le montant de l'indemnité payable annuelle sont mentionnés dans l'acte authentique. Le délai de quatre ans est suspendu lorsque le retard qu'a pris la construction du logement est dû à des circonstances en dehors de la volonté de l'acquéreur, pour la durée de ces circonstances.
Si l'acquéreur ne respecte pas l'obligation, visée à l'alinéa premier, 2°, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité au vendeur. L'indemnité s'élÚve à au moins la moitié de la partie restante de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social, lorsque cette indemnité est amortie à raison d'un dixiÚme du montant original sur dix ans. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité qui est inférieure ou égale à la partie restante de la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social, lorsque cette indemnité est amortie à raison d'un dixiÚme du montant original par an pendant dix ans. La valeur vénale et le montant de l'indemnité par an sont mentionnés dans l'acte authentique.
Si l'acquéreur ne respecte pas l'obligation visée à l'alinéa premier, 3°, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité au vendeur. L'indemnité s'élÚve à au moins la moitié de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité inférieure ou égale à la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social. La valeur vénale et le montant de l'indemnité sont mentionnés dans l'acte authentique.".
"Si l'acquéreur ne respecte pas les obligations, visées à l'alinéa premier, 1° et qu'aucune activité de construction n'a été démarrée dans un délai de quatre ans, le contrat de vente est dissolu de plein droit. Si les travaux ont déjà commencé mais que le logement n'est pas encore hermétique au vent, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité annuelle au vendeur à partir de la cinquiÚme année aprÚs la passation de l'acte d'achat tant que le logement n'est pas hermétique au vent et ce jusqu'à au maximum quatorze ans aprÚs la passation de l'acte d'achat. L'indemnité s'élÚve à 10% d'au moins la moitié de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité annuelle à partir de la cinquiÚme année aprÚs la passation de l'acte d'achat tant que le logement n'est pas hermétique au vent et ce jusqu'à au maximum quatorze ans aprÚs la passation de l'acte d'achat. L'indemnité s'élÚve à au maximum 10% de la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social. La valeur vénale et le montant de l'indemnité payable annuelle sont mentionnés dans l'acte authentique. Le délai de quatre ans est suspendu lorsque le retard qu'a pris la construction du logement est dû à des circonstances en dehors de la volonté de l'acquéreur, pour la durée de ces circonstances.
Si l'acquéreur ne respecte pas l'obligation, visée à l'alinéa premier, 2°, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité au vendeur. L'indemnité s'élÚve à au moins la moitié de la partie restante de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social, lorsque cette indemnité est amortie à raison d'un dixiÚme du montant original sur dix ans. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité qui est inférieure ou égale à la partie restante de la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social, lorsque cette indemnité est amortie à raison d'un dixiÚme du montant original par an pendant dix ans. La valeur vénale et le montant de l'indemnité par an sont mentionnés dans l'acte authentique.
Si l'acquéreur ne respecte pas l'obligation visée à l'alinéa premier, 3°, les dispositions suivantes s'appliquent. Si le prix de vente s'élevait à moins de 90% de la valeur vénale du lot social, l'acquéreur paie une indemnité au vendeur. L'indemnité s'élÚve à au moins la moitié de la différence entre 90% de la valeur vénale et le prix de vente du lot social. Si le prix de vente s'élevait à 90% ou plus de la valeur vénale du lot social, le vendeur peut demander une indemnité inférieure ou égale à la différence entre la valeur vénale et le prix de vente du lot social. La valeur vénale et le montant de l'indemnité sont mentionnés dans l'acte authentique.".
Art. 33. In bijlage VI bij hetzelfde besluit wordt hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 6, opgeheven.
Art. 33. Dans l'annexe VI au mĂȘme arrĂȘtĂ©, le chapitre 3, constituĂ© de l'article 6, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 2007 houdende de voorwaarden betreffende sociale leningen met Gewestwaarborg voor het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van woningen
CHAPITRE 2. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 juin 2007 portant les conditions relatives aux prĂȘts sociaux avec garantie de la RĂ©gion pour la construction, l'achat, la transformation ou la conservation d'habitations
Art. 34. Aan artikel 1, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 juni 2007 houdende de voorwaarden betreffende sociale leningen met Gewestwaarborg voor het bouwen, kopen, verbouwen of behouden van woningen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 mei 2013, wordt de volgende zin toegevoegd:
"Het resultaat wordt afgerond op het eerstvolgende veelvoud van 1000 euro.".
"Het resultaat wordt afgerond op het eerstvolgende veelvoud van 1000 euro.".
Art. 34. A l'article 1er, § 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 juin 2007 portant les conditions relatives aux prĂȘts sociaux avec garantie de la RĂ©gion pour la construction, l'achat, la transformation ou la conservation d'habitations, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 mai 2013, la phrase suivante est ajoutĂ©e :
"Le résultat est arrondi au multiple de 1000 euros directement supérieur.".
"Le résultat est arrondi au multiple de 1000 euros directement supérieur.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode
CHAPITRE 3. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 rĂ©glementant le rĂ©gime de location sociale et portant exĂ©cution du titre VII du Code flamand du Logement
Art. 35. In artikel 30, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, wordt het woord "verzoek" vervangen door het woord "beroep".
Art. 35. Dans l'article 30, § 3, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 dĂ©cembre 2016, les mots "de la demande" sont remplacĂ©s par les mots "du recours".
Art. 36. In artikel 37ter van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007 tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vijfde lid, 3°, wordt de zinsnede ", 2° tot en met 8° " opgeheven;
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 38," opgeheven.
1° in paragraaf 1, vijfde lid, 3°, wordt de zinsnede ", 2° tot en met 8° " opgeheven;
2° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede ", vermeld in artikel 38," opgeheven.
Art. 36. A l'article 37ter de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007 rĂ©glementant le rĂ©gime de location sociale et portant exĂ©cution du titre VII du Code flamand du Logement, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 dĂ©cembre 2016, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, alinéa cinq, 3°, le membre de phrase ", 2° à 8° " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, alinéa deux, le membre de phrase ", visé à l'article 38," est abrogé.
1° au paragraphe 1er, alinéa cinq, 3°, le membre de phrase ", 2° à 8° " est abrogé ;
2° au paragraphe 2, alinéa deux, le membre de phrase ", visé à l'article 38," est abrogé.
Art. 37. In artikel 76 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, wordt in punt 2° de zinsnede "37 tot en met 50" vervangen door de zinsnede "37 en 38 tot en met 50".
Art. 37. A l'article 76 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013, au point 2° le membre de phrase "37 Ă 50 inclus" est remplacĂ© par le membre de phrase "37 et 38 jusqu'Ă 50 inclus".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 tot bepaling van de nadere regelen voor de opvolging van de realisatie van het bindend sociaal objectief en tot bepaling van de methodologie en de criteria voor de uitvoering van een tweejaarlijkse voortgangstoets
CHAPITRE 4. - Modifications Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011 fixant les modalitĂ©s du suivi de la rĂ©alisation de l'objectif social contraignant et fixant la mĂ©thodologie et les critĂšres de l'exĂ©cution d'une Ă©valuation de l'avancement biennale
Art. 38. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011 tot bepaling van de nadere regelen voor de opvolging van de realisatie van het bindend sociaal objectief en tot bepaling van de methodologie en de criteria voor de uitvoering van een tweejaarlijkse voortgangstoets, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 en 4 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 8° /2 wordt het punt b) opgeheven;
2° in punt 8° /3 wordt het punt b) opgeheven.
1° in punt 8° /2 wordt het punt b) opgeheven;
2° in punt 8° /3 wordt het punt b) opgeheven.
Art. 38. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011 fixant les modalitĂ©s du suivi de la rĂ©alisation de l'objectif social contraignant et fixant la mĂ©thodologie et les critĂšres de l'exĂ©cution d'une Ă©valuation de l'avancement biennale, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2012 et du 4 avril 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au point 8° /2 le point b) est abrogé ;
2° au point 8° /3 le point b) est abrogé.
1° au point 8° /2 le point b) est abrogé ;
2° au point 8° /3 le point b) est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het Financieringsbesluit van 21 december 2012
CHAPITRE 5. - Modifications Ă l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012
Art. 39. In artikel 3, § 2, eerste en tweede lid, van het Financieringsbesluit van 21 december 2012, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de woorden "sociale huurwoningen" vervangen door de woorden "sociale huur- of koopwoningen".
Art. 39. Dans l'article 3, § 2, alinĂ©as premier et deux de l'ArrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, les mots "logements sociaux de location" sont remplacĂ©s par les mots "logements sociaux de loc".
Art. 40. In artikel 4, § 1, 2°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen de woorden "sociale huurwoningen" en het woord "waarvoor" wordt de zinsnede ", en voor de realisatie en de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
2° in punt a) wordt punt 1) vervangen door wat volgt:
"1) bouwrijp maken van gronden en, alleen voor verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, sloop van de aanwezige constructies;".
1° tussen de woorden "sociale huurwoningen" en het woord "waarvoor" wordt de zinsnede ", en voor de realisatie en de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
2° in punt a) wordt punt 1) vervangen door wat volgt:
"1) bouwrijp maken van gronden en, alleen voor verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, sloop van de aanwezige constructies;".
Art. 40. A l'article 4, § 1er, 2° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le membre de phrase "et pour la réalisation et le maintien de logements locatifs sociaux et de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logements sociaux de location" et les mots "pour lesquelles" ;
2° au point a) le point 1) est remplacé par ce qui suit :
"1) la viabilisation de terrains et, uniquement pour les opérations pour la réalisation et le maintien de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, la démolition de constructions existantes ; ".
1° le membre de phrase "et pour la réalisation et le maintien de logements locatifs sociaux et de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logements sociaux de location" et les mots "pour lesquelles" ;
2° au point a) le point 1) est remplacé par ce qui suit :
"1) la viabilisation de terrains et, uniquement pour les opérations pour la réalisation et le maintien de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, la démolition de constructions existantes ; ".
Art. 41. In artikel 4/1, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 11 oktober 2013 en gewijzigd bij het besluit van 17 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt de zinsnede "en middelgrote kavels, vermeld in de artikelen 5, tweede lid, en 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 5, tweede lid";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "en op de middelgrote kavel, vermeld in de artikelen 5, tweede lid, en 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 5, tweede lid";
3° punt 7° en punt 8° worden opgeheven;
4° punt 9° wordt vervangen door wat volgt:
"9° het reglement van de verplichtingen en sancties voor de kopers van sociale koopwoningen en sociale kavels, opgenomen in bijlage VI, die bij het besluit van 29 september 2006 is gevoegd.".
1° in punt 1° wordt de zinsnede "en middelgrote kavels, vermeld in de artikelen 5, tweede lid, en 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 5, tweede lid";
2° in punt 2° wordt de zinsnede "en op de middelgrote kavel, vermeld in de artikelen 5, tweede lid, en 7, tweede lid" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 5, tweede lid";
3° punt 7° en punt 8° worden opgeheven;
4° punt 9° wordt vervangen door wat volgt:
"9° het reglement van de verplichtingen en sancties voor de kopers van sociale koopwoningen en sociale kavels, opgenomen in bijlage VI, die bij het besluit van 29 september 2006 is gevoegd.".
Art. 41. A l'article 4/1, alinĂ©a deux du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 11 octobre 2013 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 17 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au point 1°, le membre de phrase "et des lots moyens, visée aux articles 5, alinéa deux, et 7, alinéa deux" est remplacé par le membre de phrase ", visée à l'article 5, alinéa deux" ;
2° au point 2° le membre de phrase "et le lot moyen, visée aux articles 5, alinéa deux, et 7, alinéa deux" est remplacé par le membre de phrase ", visée à l'article 5, alinéa deux" ;
3° les points 7° et 8° sont abrogés ;
4° le point 9° est remplacé par ce qui suit :
"9° le RĂšglement des obligations et des sanctions pour les acquĂ©reurs d'habitations d'achat locales, d'habitations de location sociales, de lots sociaux et de lots moyens, repris dans l'annexe VI, jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 29 septembre 2006.".
1° au point 1°, le membre de phrase "et des lots moyens, visée aux articles 5, alinéa deux, et 7, alinéa deux" est remplacé par le membre de phrase ", visée à l'article 5, alinéa deux" ;
2° au point 2° le membre de phrase "et le lot moyen, visée aux articles 5, alinéa deux, et 7, alinéa deux" est remplacé par le membre de phrase ", visée à l'article 5, alinéa deux" ;
3° les points 7° et 8° sont abrogés ;
4° le point 9° est remplacé par ce qui suit :
"9° le RĂšglement des obligations et des sanctions pour les acquĂ©reurs d'habitations d'achat locales, d'habitations de location sociales, de lots sociaux et de lots moyens, repris dans l'annexe VI, jointe Ă l'arrĂȘtĂ© du 29 septembre 2006.".
Art. 42. In artikel 10, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "bijlage III, artikel 9, § 2, bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode" vervangen door de zinsnede "artikel 2, § 2, van bijlage III bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode".
Art. 42. Dans l'article 10, alinĂ©a premier du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase "Ă l'annexe III, article 9, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement" est remplacĂ© par le membre de phrase "Ă l'article 2, § 2, de l'annexe III de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement".
Art. 43. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt het opschrift van hoofdstuk 3 vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK 3. - Verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen, en voor de realisatie en de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject, waarvoor een tenlasteneming of een subsidie wordt verleend".
"HOOFDSTUK 3. - Verrichtingen voor de realisatie en de instandhouding van sociale huurwoningen, en voor de realisatie en de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject, waarvoor een tenlasteneming of een subsidie wordt verleend".
Art. 43. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, l'intitulĂ© du chapitre 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
"CHAPITRE 3. - Opérations pour la réalisation et l'entretien de logements sociaux de location et pour la réalisation et l'entretien de logements sociaux de location et d'achat dans un projet de logement social mixte, pour lesquelles une prise en charge ou une subvention est octroyée".
"CHAPITRE 3. - Opérations pour la réalisation et l'entretien de logements sociaux de location et pour la réalisation et l'entretien de logements sociaux de location et d'achat dans un projet de logement social mixte, pour lesquelles une prise en charge ou une subvention est octroyée".
Art. 44. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, wordt een artikel 12/2 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 12/2. Het minimumaandeel sociale huurwoningen van het gemengd sociaal woonproject, vermeld in artikel 60, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt vastgesteld op 80% van het totale aantal te realiseren sociale huur- en koopwoningen van datzelfde project. In dat geval komt het volledige project volgens de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, in aanmerking voor de tenlasteneming of subsidiëring van de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur.".
"Art. 12/2. Het minimumaandeel sociale huurwoningen van het gemengd sociaal woonproject, vermeld in artikel 60, § 1, tweede lid, van de Vlaamse Wooncode, wordt vastgesteld op 80% van het totale aantal te realiseren sociale huur- en koopwoningen van datzelfde project. In dat geval komt het volledige project volgens de voorwaarden, vermeld in deze afdeling, in aanmerking voor de tenlasteneming of subsidiëring van de aanleg of de aanpassing van wooninfrastructuur.".
Art. 44. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, il est insĂ©rĂ© un article 12/2, rĂ©digĂ© comme suit :
"Art. 12/2. La part minimale de logements locatifs sociaux du projet de logement social mixte, visĂ© Ă l'article 60, § 1er, alinĂ©a deux du Code flamand du Logement. est fixĂ© Ă 80% du nombre total de logements locatifs et acquisitifs sociaux Ă rĂ©aliser du mĂȘme projet. Dans ce cas, le projet complet est Ă©ligible pour la prise en charge ou la subvention de l'amĂ©nagement ou de l'adaptation de l'infrastructure d'hĂ©bergement selon les conditions visĂ©es dans la prĂ©sente section.".
"Art. 12/2. La part minimale de logements locatifs sociaux du projet de logement social mixte, visĂ© Ă l'article 60, § 1er, alinĂ©a deux du Code flamand du Logement. est fixĂ© Ă 80% du nombre total de logements locatifs et acquisitifs sociaux Ă rĂ©aliser du mĂȘme projet. Dans ce cas, le projet complet est Ă©ligible pour la prise en charge ou la subvention de l'amĂ©nagement ou de l'adaptation de l'infrastructure d'hĂ©bergement selon les conditions visĂ©es dans la prĂ©sente section.".
Art. 45. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 4, tweede lid, wordt tussen de zinsnede "sociale huurwoningen die tot het project behoren," en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd";
2° aan paragraaf 5 wordt de zinsnede ", of van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" toegevoegd.
1° in paragraaf 4, tweede lid, wordt tussen de zinsnede "sociale huurwoningen die tot het project behoren," en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd";
2° aan paragraaf 5 wordt de zinsnede ", of van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" toegevoegd.
Art. 45. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 4, alinĂ©a deux, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2," est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et le membre de phrase " d'une part" ;
2° le paragraphe 5 est complété du membre de phrase ", ou des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2".
1° au paragraphe 4, alinĂ©a deux, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2," est insĂ©rĂ© entre le membre de phrase "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et le membre de phrase " d'une part" ;
2° le paragraphe 5 est complété du membre de phrase ", ou des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2".
Art. 46. In artikel 14, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° als de verrichting betrekking heeft op de realisatie of de instandhouding van sociale huurwoningen binnen een bestaande woonkern of op de realisatie of de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, binnen een bestaande woonkern, bedraagt de tenlasteneming 100% van het bedrag, vermeld in paragraaf 1; ";
2° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als de verrichting betrekking heeft op de realisatie of de instandhouding van sociale huurwoningen buiten een bestaande woonkern of op de realisatie of de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, buiten een bestaande woonkern, bedraagt de tenlasteneming 80% van het bedrag, vermeld in paragraaf 1;";
3° in het eerste lid, 6°, worden de woorden "de woningen of kavels die tot het project behoren" vervangen door de zinsnede "de sociale huurwoningen die tot het project behoren, of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2";
4° in het eerste lid, 7°, wordt tussen de woorden "sociale huurwoningen die tot het project behoren" en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
5° in het tweede lid wordt tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd.
1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° als de verrichting betrekking heeft op de realisatie of de instandhouding van sociale huurwoningen binnen een bestaande woonkern of op de realisatie of de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, binnen een bestaande woonkern, bedraagt de tenlasteneming 100% van het bedrag, vermeld in paragraaf 1; ";
2° in het eerste lid wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
"3° als de verrichting betrekking heeft op de realisatie of de instandhouding van sociale huurwoningen buiten een bestaande woonkern of op de realisatie of de instandhouding van sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, buiten een bestaande woonkern, bedraagt de tenlasteneming 80% van het bedrag, vermeld in paragraaf 1;";
3° in het eerste lid, 6°, worden de woorden "de woningen of kavels die tot het project behoren" vervangen door de zinsnede "de sociale huurwoningen die tot het project behoren, of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2";
4° in het eerste lid, 7°, wordt tussen de woorden "sociale huurwoningen die tot het project behoren" en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
5° in het tweede lid wordt tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd.
Art. 46. A l'article 14, § 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à l'alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° lorsque l'opération a trait à la réalisation ou à l'entretien de logements sociaux de location dans un noyau résidentiel existant ou à la réalisation ou à l'entretien de logements locatifs ou acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, dans un noyau résidentiel existant, la prise à charge s'élÚve à 100 % du montant visé au paragraphe 1er ; " ;
2° dans l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
"3° lorsque l'opération a trait à la réalisation ou à l'entretien de logements sociaux de location en dehors d'un noyau résidentiel existant ou à la réalisation ou à l'entretien de logements locatifs ou acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, en dehors d'un noyau résidentiel existant, la prise à charge s'élÚve à 80 % du montant visé au paragraphe 1er ;" ;
3° dans l'alinĂ©a premier, 6°, les mots "des habitations ou lots qui font partie du projet" sont remplacĂ©s par le membre de phrase "des logements locatifs sociaux qui font partie du projet ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2" ;
4° dans l'alinĂ©a premier, 7°, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visĂ© Ă l'article 12/2" est insĂ©rĂ© entre les mots "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et les mots " d'autre part" ;
5° à l'alinéa deux, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement".
1° à l'alinéa premier, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° lorsque l'opération a trait à la réalisation ou à l'entretien de logements sociaux de location dans un noyau résidentiel existant ou à la réalisation ou à l'entretien de logements locatifs ou acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, dans un noyau résidentiel existant, la prise à charge s'élÚve à 100 % du montant visé au paragraphe 1er ; " ;
2° dans l'alinéa premier, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
"3° lorsque l'opération a trait à la réalisation ou à l'entretien de logements sociaux de location en dehors d'un noyau résidentiel existant ou à la réalisation ou à l'entretien de logements locatifs ou acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visé à l'article 12/2, en dehors d'un noyau résidentiel existant, la prise à charge s'élÚve à 80 % du montant visé au paragraphe 1er ;" ;
3° dans l'alinĂ©a premier, 6°, les mots "des habitations ou lots qui font partie du projet" sont remplacĂ©s par le membre de phrase "des logements locatifs sociaux qui font partie du projet ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2" ;
4° dans l'alinĂ©a premier, 7°, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social, tel que visĂ© Ă l'article 12/2" est insĂ©rĂ© entre les mots "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et les mots " d'autre part" ;
5° à l'alinéa deux, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement".
Art. 47. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het een verrichting voor de realisatie van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, betreft, wordt de som, vermeld in het eerste lid, verhoogd met het gedeelte van de verschuldigde btw op de verkoopprijs van de sociale koopwoningen als gevolg van de verrekening van de subsidie met de verkoopprijs voor de berekening van de btw.";
2° in paragraaf 1 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, tussen de woorden "sociale huurwoningen die tot het project behoren" en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
3° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het een verrichting voor de realisatie van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, betreft, wordt de som, vermeld in het eerste lid, verhoogd met het gedeelte van de verschuldigde btw op de verkoopprijs van de sociale koopwoningen als gevolg van de verrekening van de subsidie met de verkoopprijs voor de berekening van de btw.";
4° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, 2°, dat het derde lid, 2°, wordt, tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
5° in paragraaf 2 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid, wordt, tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
6° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede ", of van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" toegevoegd.
1° in paragraaf 1 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het een verrichting voor de realisatie van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, betreft, wordt de som, vermeld in het eerste lid, verhoogd met het gedeelte van de verschuldigde btw op de verkoopprijs van de sociale koopwoningen als gevolg van de verrekening van de subsidie met de verkoopprijs voor de berekening van de btw.";
2° in paragraaf 1 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid wordt, tussen de woorden "sociale huurwoningen die tot het project behoren" en de woorden "en anderzijds" de zinsnede "of de belangen van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
3° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Als het een verrichting voor de realisatie van sociale koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2, betreft, wordt de som, vermeld in het eerste lid, verhoogd met het gedeelte van de verschuldigde btw op de verkoopprijs van de sociale koopwoningen als gevolg van de verrekening van de subsidie met de verkoopprijs voor de berekening van de btw.";
4° in paragraaf 2 wordt in het bestaande tweede lid, 2°, dat het derde lid, 2°, wordt, tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
5° in paragraaf 2 wordt in het bestaande derde lid, dat het vierde lid, wordt, tussen de woorden "sociale huurwoning" en de woorden "met ontsluiting" de zinsnede "of per bestaande of toekomstige sociale huur- of koopwoning in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2," ingevoegd;
6° aan paragraaf 3 wordt de zinsnede ", of van de sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" toegevoegd.
Art. 47. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 dĂ©cembre 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, rédigé comme suit :
"S'il s'agit d'une opération pour la réalisation de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2, la somme, visée à l'alinéa premier, est majorée de la partie de la T.V.A. payable sur le prix de vente des logements acquisitifs sociaux suite au décompte de la subvention par rapport au prix de vente pour le calcul de la T.V.A.." ;
2° au paragraphe 1er, dans l'alinĂ©a trois actuel, qui devient l'alinĂ©a quatre, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2," est insĂ©rĂ© entre les mots "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et les mots " d'une part" ;
3° au paragraphe 2, il est inséré un alinéa entre l'alinéa premier et deux, rédigé comme suit :
"S'il s'agit d'une opération pour la réalisation de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2, la somme, visée à l'alinéa premier, est majorée de la partie de la T.V.A. payable sur le prix de vente des logements acquisitifs sociaux suite au décompte de la subvention par rapport au prix de vente pour le calcul de la T.V.A.." ;
4° au paragraphe 2, dans l'alinéa deux actuel, 2°, qui devient l'alinéa trois, 2°, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement" ;
5° au paragraphe 2, dans l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa quatre, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement" ;
6° au paragraphe 3, le membre de phrase ", ou des logements locatifs et acquisitifs dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2".
1° au paragraphe 1er, il est inséré un alinéa entre l'alinéa premier et l'alinéa deux, rédigé comme suit :
"S'il s'agit d'une opération pour la réalisation de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2, la somme, visée à l'alinéa premier, est majorée de la partie de la T.V.A. payable sur le prix de vente des logements acquisitifs sociaux suite au décompte de la subvention par rapport au prix de vente pour le calcul de la T.V.A.." ;
2° au paragraphe 1er, dans l'alinĂ©a trois actuel, qui devient l'alinĂ©a quatre, le membre de phrase "ou les intĂ©rĂȘts des logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visĂ© Ă l'article 12/2," est insĂ©rĂ© entre les mots "des logements sociaux de location qui font partie du projet " et les mots " d'une part" ;
3° au paragraphe 2, il est inséré un alinéa entre l'alinéa premier et deux, rédigé comme suit :
"S'il s'agit d'une opération pour la réalisation de logements acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2, la somme, visée à l'alinéa premier, est majorée de la partie de la T.V.A. payable sur le prix de vente des logements acquisitifs sociaux suite au décompte de la subvention par rapport au prix de vente pour le calcul de la T.V.A.." ;
4° au paragraphe 2, dans l'alinéa deux actuel, 2°, qui devient l'alinéa trois, 2°, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement" ;
5° au paragraphe 2, dans l'alinéa trois actuel, qui devient l'alinéa quatre, le membre de phrase "ou par logement locatif ou acquisitif existant ou futur dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2," est inséré entre les mots "logement social de location existant ou futur" et les mots "avec désenclavement" ;
6° au paragraphe 3, le membre de phrase ", ou des logements locatifs et acquisitifs dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2".
Art. 48. In artikel 19 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 april 2014 en 18 december 2015, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op de verrichtingen, vermeld in artikel 4, § 1, 2°, a), die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter, met dien verstande dat:
1° met "sociale huurwoningen" telkens de huurwoningen worden bedoeld die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter;
2° met "sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" telkens de huur- en koopwoningen worden bedoeld die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter waarin het aandeel huurwoningen minimaal 80% bedraagt van het totale aantal te realiseren huur- en koopwoningen.".
"Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op de verrichtingen, vermeld in artikel 4, § 1, 2°, a), die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter, met dien verstande dat:
1° met "sociale huurwoningen" telkens de huurwoningen worden bedoeld die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter;
2° met "sociale huur- en koopwoningen in een gemengd sociaal woonproject als vermeld in artikel 12/2" telkens de huur- en koopwoningen worden bedoeld die deel uitmaken van een woonproject met sociaal karakter waarin het aandeel huurwoningen minimaal 80% bedraagt van het totale aantal te realiseren huur- en koopwoningen.".
Art. 48. Dans l'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 avril 2014 et 18 dĂ©cembre 2015, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par ce qui suit :
La présente section s'applique par analogie aux opérations, visées à l'article 4, § 1er, 2°, a), qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social, étant bien entendu que :
1° par "logements sociaux de location", on entend chaque fois les logements de location qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social ;
2° par "logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2" on entend chaque fois les logements locatifs et acquisitifs qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social dans lequel la part des logements locatifs s'élÚve à minimum 80% du nombre total de logements locatifs et acquisitifs à réaliser." .
La présente section s'applique par analogie aux opérations, visées à l'article 4, § 1er, 2°, a), qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social, étant bien entendu que :
1° par "logements sociaux de location", on entend chaque fois les logements de location qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social ;
2° par "logements locatifs et acquisitifs sociaux dans un projet de logement social mixte, tel que visé à l'article 12/2" on entend chaque fois les logements locatifs et acquisitifs qui font partie d'un projet de logement à caractÚre social dans lequel la part des logements locatifs s'élÚve à minimum 80% du nombre total de logements locatifs et acquisitifs à réaliser." .
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier
Art. 49. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 oktober 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het zesde lid worden in punt 1° de woorden "sociale koopwoning" vervangen door de woorden "sociale koopwoning of een woning aangekocht onder het btw-stelsel";
2° tussen het zesde en zevende lid worden drie leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"Een lening voor de aankoop van een sociale koopwoning, met inbegrip van de grond, kan worden toegestaan als de verkoopprijs van de woning, met inbegrip van de grond, exclusief btw, verhoogd met de geraamde kostprijs van de nog uit te voeren werkzaamheden, exclusief btw, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dat bedrag nog een keer verhoogd met 10.000 euro.
Een lening voor de aankoop van een sociale koopwoning en het in erfpacht nemen van de grond, kan worden toegestaan als de verkoopprijs van de woning, exclusief btw, verhoogd met enerzijds de erfpachtvergoeding die wordt betaald bij het aangaan van de erfpachtovereenkomst, exclusief registratierechten, en anderzijds de geraamde kostprijs van de nog uit te voeren werkzaamheden, exclusief btw, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dat bedrag nog een keer verhoogd met 10.000 euro. Als er in de erfpachtovereenkomst een aankoopoptie is opgenomen, geldt bijkomend dat de aankoopoptie ten vroegste tien jaar na het sluiten van de erfpachtovereenkomst mag gelicht worden, om in aanmerking te komen voor een lening.
Een lening voor de aankoop van een woning onder het btw-stelsel, kan worden toegestaan als de verkoopwaarde van de woning, eventueel na het uitvoeren van de werken, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dit bedrag nogmaals één keer verhoogd met 10.000 euro.";
3° in het zevende lid dat het tiende lid wordt, worden de woorden "het vierde en vijfde lid" vervangen door de woorden "dit artikel".
1° in het zesde lid worden in punt 1° de woorden "sociale koopwoning" vervangen door de woorden "sociale koopwoning of een woning aangekocht onder het btw-stelsel";
2° tussen het zesde en zevende lid worden drie leden ingevoegd, die luiden als volgt:
"Een lening voor de aankoop van een sociale koopwoning, met inbegrip van de grond, kan worden toegestaan als de verkoopprijs van de woning, met inbegrip van de grond, exclusief btw, verhoogd met de geraamde kostprijs van de nog uit te voeren werkzaamheden, exclusief btw, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dat bedrag nog een keer verhoogd met 10.000 euro.
Een lening voor de aankoop van een sociale koopwoning en het in erfpacht nemen van de grond, kan worden toegestaan als de verkoopprijs van de woning, exclusief btw, verhoogd met enerzijds de erfpachtvergoeding die wordt betaald bij het aangaan van de erfpachtovereenkomst, exclusief registratierechten, en anderzijds de geraamde kostprijs van de nog uit te voeren werkzaamheden, exclusief btw, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dat bedrag nog een keer verhoogd met 10.000 euro. Als er in de erfpachtovereenkomst een aankoopoptie is opgenomen, geldt bijkomend dat de aankoopoptie ten vroegste tien jaar na het sluiten van de erfpachtovereenkomst mag gelicht worden, om in aanmerking te komen voor een lening.
Een lening voor de aankoop van een woning onder het btw-stelsel, kan worden toegestaan als de verkoopwaarde van de woning, eventueel na het uitvoeren van de werken, niet hoger is dan 200.000 euro. Dat bedrag wordt verhoogd met 10.000 euro per persoon ten laste, vanaf de eerste persoon ten laste. Als op de referentiedatum bij de aanvang van de lening een persoon ten laste van de ontlener minder dan zes jaar oud is, wordt dit bedrag nogmaals één keer verhoogd met 10.000 euro.";
3° in het zevende lid dat het tiende lid wordt, worden de woorden "het vierde en vijfde lid" vervangen door de woorden "dit artikel".
Art. 49. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 octobre 2013, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa six, au point 1°, les mots " d'une habitation sociale d'achat " sont remplacés par les mots " d'une habitation sociale d'achat ou d'une habitation acquise sous le régime T.V.A. " ;
2° trois alinéas sont insérés entre l'alinéa six et sept, rédigés comme suit :
" Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement acquisitif social, en ce compris le terrain, ne peut ĂȘtre accordĂ© que si le prix de vente du logement, en ce compris le terrain, T.V.A. non comprise, majorĂ© du prix de revient estimĂ© des travaux Ă exĂ©cuter, T.V.A. non comprise, n'est pas supĂ©rieur Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si, Ă la date de rĂ©fĂ©rence lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ© de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© de 10.000 euros.
Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement acquisitif social et pour la prise en emphytĂ©ose du terrain peut ĂȘtre accordĂ© si le prix de vente du logement, T.V.A. non comprise, majorĂ© d'une part du bail emphytĂ©otique qui est payĂ© lors de la conclusion de l'emphytĂ©ose, droits d'enregistrement non compris et d'autre part du prix de revient estimĂ© des travaux Ă exĂ©cuter, T.V.A. non comprise, n'est pas supĂ©rieur Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si Ă la date de rĂ©fĂ©rence, lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ©e de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© une de 10.000 euros. Si l'emphytĂ©ose comprend une option d'achat, il s'y ajoute que l'option d'achat ne peut ĂȘtre utilisĂ©e qu'au plus tĂŽt dix ans aprĂšs la conclusion de l'emphytĂ©ose, si l'on veut ĂȘtre Ă©ligible Ă un prĂȘt.
Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement sous le rĂ©gime T.V.A. peut ĂȘtre accordĂ© si la valeur vĂ©nale du logement, le cas Ă©chĂ©ant aprĂšs l'exĂ©cution des travaux, n'est pas supĂ©rieure Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si Ă la date de rĂ©fĂ©rence, lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ© de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© de 10.000 euros. " ;
3° dans l'alinéa sept, qui devient l'alinéa dix, les mots " aux alinéas quatre et cinq " sont remplacés par les mots " au présent article ".
1° dans l'alinéa six, au point 1°, les mots " d'une habitation sociale d'achat " sont remplacés par les mots " d'une habitation sociale d'achat ou d'une habitation acquise sous le régime T.V.A. " ;
2° trois alinéas sont insérés entre l'alinéa six et sept, rédigés comme suit :
" Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement acquisitif social, en ce compris le terrain, ne peut ĂȘtre accordĂ© que si le prix de vente du logement, en ce compris le terrain, T.V.A. non comprise, majorĂ© du prix de revient estimĂ© des travaux Ă exĂ©cuter, T.V.A. non comprise, n'est pas supĂ©rieur Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si, Ă la date de rĂ©fĂ©rence lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ© de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© de 10.000 euros.
Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement acquisitif social et pour la prise en emphytĂ©ose du terrain peut ĂȘtre accordĂ© si le prix de vente du logement, T.V.A. non comprise, majorĂ© d'une part du bail emphytĂ©otique qui est payĂ© lors de la conclusion de l'emphytĂ©ose, droits d'enregistrement non compris et d'autre part du prix de revient estimĂ© des travaux Ă exĂ©cuter, T.V.A. non comprise, n'est pas supĂ©rieur Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si Ă la date de rĂ©fĂ©rence, lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ©e de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© une de 10.000 euros. Si l'emphytĂ©ose comprend une option d'achat, il s'y ajoute que l'option d'achat ne peut ĂȘtre utilisĂ©e qu'au plus tĂŽt dix ans aprĂšs la conclusion de l'emphytĂ©ose, si l'on veut ĂȘtre Ă©ligible Ă un prĂȘt.
Un prĂȘt pour l'acquisition d'un logement sous le rĂ©gime T.V.A. peut ĂȘtre accordĂ© si la valeur vĂ©nale du logement, le cas Ă©chĂ©ant aprĂšs l'exĂ©cution des travaux, n'est pas supĂ©rieure Ă 200.000 euros. Ce montant est majorĂ© de 10.000 euros par personne Ă charge, Ă partir de la premiĂšre personne Ă charge. Si Ă la date de rĂ©fĂ©rence, lorsque le prĂȘt prend cours, une personne Ă charge de l'emprunteur est ĂągĂ© de moins de six ans, ce montant est encore majorĂ© de 10.000 euros. " ;
3° dans l'alinéa sept, qui devient l'alinéa dix, les mots " aux alinéas quatre et cinq " sont remplacés par les mots " au présent article ".
Art. 50. In artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "koopprijs," en het woord "of" de zinsnede "in voorkomend geval inclusief btw," ingevoegd;
2° er wordt een punt 1° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° bis de erfpachtvergoeding, vermeld in artikel 2, achtste lid, inclusief de registratierechten;";
3° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "de kostprijs van de werkzaamheden," en het woord "of" de zinsnede "inclusief btw," ingevoegd.
1° in punt 1° wordt tussen de zinsnede "koopprijs," en het woord "of" de zinsnede "in voorkomend geval inclusief btw," ingevoegd;
2° er wordt een punt 1° bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
"1° bis de erfpachtvergoeding, vermeld in artikel 2, achtste lid, inclusief de registratierechten;";
3° in punt 2° wordt tussen de zinsnede "de kostprijs van de werkzaamheden," en het woord "of" de zinsnede "inclusief btw," ingevoegd.
Art. 50. A l'article 3, alinĂ©a premier du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au point 1° le membre de phrase " le cas échéant T.V.A. comprise " est inséré entre le membre de phrase " prix d'achat, " et le mot " ou " ;
2° il est inséré un point 1° bis, rédigé comme suit :
" 1° bis le bail emphytéotique, visé à l'article 2, alinéa huit, droit d'enregistrement compris ; " ;
3° au point 2° le membre de phrase " T.V.A. comprise " est inséré entre le membre de phrase " coût des travaux " et le mot " ou t.
1° au point 1° le membre de phrase " le cas échéant T.V.A. comprise " est inséré entre le membre de phrase " prix d'achat, " et le mot " ou " ;
2° il est inséré un point 1° bis, rédigé comme suit :
" 1° bis le bail emphytéotique, visé à l'article 2, alinéa huit, droit d'enregistrement compris ; " ;
3° au point 2° le membre de phrase " T.V.A. comprise " est inséré entre le membre de phrase " coût des travaux " et le mot " ou t.
Art. 51. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "mag" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het derde lid," ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "op" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het derde lid," ingevoegd;
3° er wordt tussen het tweede en derde lid, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het inkomen van de aanvrager mag op de referentiedatum bij het aangaan van de lening niet lager zijn dan het minimuminkomen, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode. Artikel 3, § 1, zevende lid, en § 2 van het voormelde besluit zijn van overeenkomstige toepassing.".
1° in het eerste lid wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "mag" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het derde lid," ingevoegd;
2° in het tweede lid wordt tussen het woord "inkomen" en het woord "op" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig het derde lid," ingevoegd;
3° er wordt tussen het tweede en derde lid, een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Het inkomen van de aanvrager mag op de referentiedatum bij het aangaan van de lening niet lager zijn dan het minimuminkomen, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode. Artikel 3, § 1, zevende lid, en § 2 van het voormelde besluit zijn van overeenkomstige toepassing.".
Art. 51. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et les mots " à la date de référence " ;
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et les mots " à la date de référence " ;
3° il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Le revenu du demandeur Ă la date de rĂ©fĂ©rence, au dĂ©but du prĂȘt, ne peut pas ĂȘtre infĂ©rieur au revenu minimum, visĂ© Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a premier, 1° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement. L'article 3, § 1er, alinĂ©a sept, et § 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© s'appliquent par analogie. ".
1° dans l'alinéa premier, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et les mots " à la date de référence " ;
2° dans l'alinéa deux, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et les mots " à la date de référence " ;
3° il est inséré un alinéa entre les alinéas deux et trois, rédigé comme suit :
" Le revenu du demandeur Ă la date de rĂ©fĂ©rence, au dĂ©but du prĂȘt, ne peut pas ĂȘtre infĂ©rieur au revenu minimum, visĂ© Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a premier, 1° de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement. L'article 3, § 1er, alinĂ©a sept, et § 2 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© s'appliquent par analogie. ".
Art. 52. In artikel 6, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit worden tussen het woord "volledig" en de woorden "in volle eigendom" de woorden "of gedeeltelijk" ingevoegd.
Art. 52. A l'article 6, alinĂ©as premier et deux du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou partiellement " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " complĂštement " et les mots " que l'habitation ".
Art. 53. Artikel 7, derde lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt opgeheven.
Art. 53. L'article 7, alinĂ©a trois du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 est abrogĂ©.
Art. 54. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt tussen het woord "inkomen" en de zinsnede ", en" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig artikel 5, derde lid" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt het woord `derde' vervangen door het woord `vierde';
3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. In afwijking van paragraaf 3 en 4, wordt de rentevoet niet herberekend als de referentierentevoet die van toepassing is op de referentiedatum bij het aangaan van de lening gelijk is aan of minder is dan 1,5%. ".
1° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt tussen het woord "inkomen" en de zinsnede ", en" de zinsnede ", in voorkomend geval de inkomsten die in aanmerking worden genomen overeenkomstig artikel 5, derde lid" ingevoegd;
2° in paragraaf 2, eerste lid, 1°, wordt het woord `derde' vervangen door het woord `vierde';
3° er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 5. In afwijking van paragraaf 3 en 4, wordt de rentevoet niet herberekend als de referentierentevoet die van toepassing is op de referentiedatum bij het aangaan van de lening gelijk is aan of minder is dan 1,5%. ".
Art. 54. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 2, alinéa premier, 1°, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'article 5, alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et le membre de phrase ", et ensuite " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, 1° , le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dĂ©rogation aux paragraphes 3 et 4, le taux d'intĂ©rĂȘt n'est pas recalculĂ© si le taux d'intĂ©rĂȘt de rĂ©fĂ©rence applicable Ă la date de rĂ©fĂ©rence au dĂ©but du prĂȘt est Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 1,5%. ".
1° au paragraphe 2, alinéa premier, 1°, le membre de phrase ", le cas échéant les revenus pris en compte conformément à l'article 5, alinéa trois, " est inséré entre le mot " revenu " et le membre de phrase ", et ensuite " ;
2° au paragraphe 2, alinéa premier, 1° , le mot " trois " est remplacé par le mot " quatre " ;
3° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
" § 5. Par dĂ©rogation aux paragraphes 3 et 4, le taux d'intĂ©rĂȘt n'est pas recalculĂ© si le taux d'intĂ©rĂȘt de rĂ©fĂ©rence applicable Ă la date de rĂ©fĂ©rence au dĂ©but du prĂȘt est Ă©gal ou infĂ©rieur Ă 1,5%. ".
Art. 55. In artikel 9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2014, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Met behoud van de toepassing van het eerste lid, mag de duur van de lening, vermeld in artikel 2, achtste lid, niet meer bedragen dan twee derde van de duur van de erfpachtovereenkomst.".
"Met behoud van de toepassing van het eerste lid, mag de duur van de lening, vermeld in artikel 2, achtste lid, niet meer bedragen dan twee derde van de duur van de erfpachtovereenkomst.".
Art. 55. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 2014, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a entre l'alinĂ©a premier et l'alinĂ©a deux, rĂ©digĂ© comme suit :
" Sans prĂ©judice de l'application de l'alinĂ©a premier, la durĂ©e du prĂȘt, visĂ© Ă l'article 2, alinĂ©a huit, ne peut pas dĂ©passer deux tiers de la durĂ©e de l'emphytĂ©ose. ".
" Sans prĂ©judice de l'application de l'alinĂ©a premier, la durĂ©e du prĂȘt, visĂ© Ă l'article 2, alinĂ©a huit, ne peut pas dĂ©passer deux tiers de la durĂ©e de l'emphytĂ©ose. ".
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 56. Als een middelgrote koopwoning vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit opgenomen is in een voorontwerp dat gunstig geadviseerd werd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, overeenkomstig het procedurebesluit van 25 oktober 2013, blijven artikel 3, § 4 en § 6, artikel 7, 8, artikel 1 tot en met 4 van bijlage IV van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.
Als een middelgrote kavel vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit opgenomen is in een ontwerp van verkavelingsplan waarbij de aanvraag van de verkavelingsvergunning reeds werd ingediend, blijven artikel 3, § 4 en § 6, artikel 7, artikel 1 tot en met 4 van bijlage IV, hoofdstuk 4 van bijlage V en hoofdstuk 3 van bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in het eerste lid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.
Als een middelgrote kavel vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit opgenomen is in een ontwerp van verkavelingsplan waarbij de aanvraag van de verkavelingsvergunning reeds werd ingediend, blijven artikel 3, § 4 en § 6, artikel 7, artikel 1 tot en met 4 van bijlage IV, hoofdstuk 4 van bijlage V en hoofdstuk 3 van bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering, vermeld in het eerste lid, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, van toepassing.
Art. 56. Si un logement acquisitif de taille moyenne est repris dans un avant-projet assorti d'un avis favorable de la part de la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conformĂ©ment au RĂšglement de procĂ©dure du 25 octobre 2013, l'article 3, § 4 et § 6, les articles 7, 8, les articles 1er Ă 4 inclus de l'annexe IV de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, tels qu'ils s'appliquaient avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent d'application.
Si un lot de taille moyenne a Ă©tĂ© repris dans un projet de plan de lotissement, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la demande du permis de lotir ayant dĂ©jĂ Ă©tĂ© introduit, l'article 3, § 4 et § 6, l'article 7, les articles 1er Ă 4 inclus de l'annexe IV, le chapitre 4 de l'annexe V et le chapitre 3 de l'annexe VI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, tel qu'ils s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent d'application.
Si un lot de taille moyenne a Ă©tĂ© repris dans un projet de plan de lotissement, avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la demande du permis de lotir ayant dĂ©jĂ Ă©tĂ© introduit, l'article 3, § 4 et § 6, l'article 7, les articles 1er Ă 4 inclus de l'annexe IV, le chapitre 4 de l'annexe V et le chapitre 3 de l'annexe VI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand, visĂ© Ă l'alinĂ©a premier, tel qu'ils s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, restent d'application.
Art. 57. Voor de kandidaat-kopers die zijn ingeschreven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit geldt de onroerende eigendomsvoorwaarde voor de toewijzing van een sociale koopwoning of een sociale kavel, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, nog gedurende een jaar na inwerkingtreding van dit besluit.
Voor de personen die met toepassing van het eerste lid een sociale koopwoning of sociale kavel krijgen toegewezen, geldt de onroerende eigendomsvoorwaarde voor het in aanmerking komen voor een sociale lening, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan, niet.
Voor de personen die met toepassing van het eerste lid een sociale koopwoning of sociale kavel krijgen toegewezen, geldt de onroerende eigendomsvoorwaarde voor het in aanmerking komen voor een sociale lening, vermeld in artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan, niet.
Art. 57. Pour les candidats-acquĂ©reurs enregistrĂ©s avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la condition relative aux propriĂ©tĂ©s immobiliĂšres pour l'attribution d'un logement acquisitif social ou d'un lot social, visĂ©e Ă l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, telle qu'elle s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, continue Ă s'appliquer pendant un an aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Pour les personnes Ă qui un logement acquisitif social ou un lot social est attribuĂ© en application de l'alinĂ©a premier, la condition relative aux propriĂ©tĂ©s immobiliĂšres pour l'Ă©ligibilitĂ© Ă un prĂȘt social, visĂ© Ă l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier, ne s'applique pas.
Pour les personnes Ă qui un logement acquisitif social ou un lot social est attribuĂ© en application de l'alinĂ©a premier, la condition relative aux propriĂ©tĂ©s immobiliĂšres pour l'Ă©ligibilitĂ© Ă un prĂȘt social, visĂ© Ă l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier, ne s'applique pas.
Art. 58. De huurder die op de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 43 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, kan zijn aankooprecht uitoefenen tot en met 31 december 2021.
Als de huurder de woning wil aankopen, meldt hij dat aan de sociale huisvestingsmaatschappij vóór de datum, vermeld in het eerste lid. Met de melding zal alleen rekening worden gehouden als de melding wordt gedaan met een beveiligde zending als vermeld in artikel 1, eerste lid, 18°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, of op elektronische wijze, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert.
Voor de verkopen die plaatsvinden met toepassing van dit artikel, gelden [1 artikel 43 van het voormelde decreet, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, artikel 9 en 10 van het voormelde besluit en hoofdstuk III van bijlage III van het voormelde besluit]1, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Als de huurder de woning wil aankopen, meldt hij dat aan de sociale huisvestingsmaatschappij vóór de datum, vermeld in het eerste lid. Met de melding zal alleen rekening worden gehouden als de melding wordt gedaan met een beveiligde zending als vermeld in artikel 1, eerste lid, 18°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, of op elektronische wijze, als dat een ontvangstbewijs van de geadresseerde oplevert.
Voor de verkopen die plaatsvinden met toepassing van dit artikel, gelden [1 artikel 43 van het voormelde decreet, zoals van kracht vóór de datum van de inwerkingtreding van dit besluit, artikel 9 en 10 van het voormelde besluit en hoofdstuk III van bijlage III van het voormelde besluit]1, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit.
Wijzigingen
Art. 58. Le locataire qui, Ă la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, satisfait aux conditions, visĂ©es Ă l'article 43 du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement, tel qu'il s'appliquait avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, peut exercer son droit d'achat jusqu'au 31 dĂ©cembre 2021 inclus.
Si le locataire dĂ©sire acheter le logement, il le notifie Ă la sociĂ©tĂ© de logement social avant la date, visĂ©e Ă l'alinĂ©a premier. La notification ne sera prise en compte que lorsqu'elle est effectuĂ©e par voie d'un envoi sĂ©curisĂ©, tel que visĂ© Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 18°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, ou par voie Ă©lectronique, Ă condition que le destinataire puisse en accuser rĂ©ception.
Pour les ventes qui ont lieu en application du prĂ©sent article, [1 l'article 43 du dĂ©cret prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les articles 9 et 10 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et le chapitre III de l'annexe III de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©]1 s'appliquent, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Si le locataire dĂ©sire acheter le logement, il le notifie Ă la sociĂ©tĂ© de logement social avant la date, visĂ©e Ă l'alinĂ©a premier. La notification ne sera prise en compte que lorsqu'elle est effectuĂ©e par voie d'un envoi sĂ©curisĂ©, tel que visĂ© Ă l'article 1er, alinĂ©a premier, 18°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, ou par voie Ă©lectronique, Ă condition que le destinataire puisse en accuser rĂ©ception.
Pour les ventes qui ont lieu en application du prĂ©sent article, [1 l'article 43 du dĂ©cret prĂ©citĂ©, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les articles 9 et 10 de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© et le chapitre III de l'annexe III de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©]1 s'appliquent, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Wijzigingen
Art. 59. Hoofdstuk 2 en 3 van bijlage V en hoofdstuk 1 en 2 van bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijven van toepassing op:
1° de eenzijdige beloften van aankoop van sociale koopwoningen, sociale kavels en de onderhandse verkoopovereenkomsten van sociale huurwoningen, die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2° de authentieke verkoopakten van sociale koopwoningen, sociale kavels en sociale huurwoningen, die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten van sociale koopwoningen en sociale kavels die zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, waarvoor een subsidie werd verleend krachtens:
a) artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
b) artikel 38, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
c) hoofdstuk II of III van titel VI van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
d) artikel 80 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
e) artikel 94 en 95 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de leningen die worden gesloten voor sociale koopwoningen die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
1° de eenzijdige beloften van aankoop zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, waarvoor een subsidie werd verleend krachtens:
a) artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
b) artikel 69 tot en met 71 van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
c) artikel 80 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
d) artikel 94 en 95 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
3° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, en ze kwamen in aanmerking voor een subsidie krachtens 91, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, zoals gewijzigd bij het decreet van 14 oktober 2016.
[1 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op woningen die na de uitoefening van een recht van wederinkoop opnieuw te koop worden aangeboden.]1
1° de eenzijdige beloften van aankoop van sociale koopwoningen, sociale kavels en de onderhandse verkoopovereenkomsten van sociale huurwoningen, die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2° de authentieke verkoopakten van sociale koopwoningen, sociale kavels en sociale huurwoningen, die zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
3° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten van sociale koopwoningen en sociale kavels die zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, waarvoor een subsidie werd verleend krachtens:
a) artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
b) artikel 38, § 1, eerste lid, van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
c) hoofdstuk II of III van titel VI van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
d) artikel 80 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
e) artikel 94 en 95 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 houdende de voorwaarden waaronder de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en het Vlaams Woningfonds bijzondere sociale leningen aan particulieren kunnen toestaan, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijft van toepassing op de leningen die worden gesloten voor sociale koopwoningen die voldoen aan een van de volgende voorwaarden:
1° de eenzijdige beloften van aankoop zijn gesloten vóór de inwerkingtreding van dit besluit;
2° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, waarvoor een subsidie werd verleend krachtens:
a) artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
b) artikel 69 tot en met 71 van de Vlaamse Wooncode, zoals van kracht voor de inwerkingtreding van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015;
c) artikel 80 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
d) artikel 94 en 95 van de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd bij de wet van 2 juli 1971, zoals van kracht vóór de inwerkingtreding van artikel 103, § 1, 6°, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
3° de eenzijdige beloften van aankoop en de authentieke verkoopakten zijn gesloten na de inwerkingtreding van dit besluit, en ze kwamen in aanmerking voor een subsidie krachtens 91, eerste lid, 1°, 2° en 3°, van het decreet van 19 december 2014 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2015, zoals gewijzigd bij het decreet van 14 oktober 2016.
[1 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op woningen die na de uitoefening van een recht van wederinkoop opnieuw te koop worden aangeboden.]1
Art. 59. Les chapitres 2 et 3 de l'annexe V et les chapitres 1er et 2 de l'annexe VI de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions de transfert de biens immobiliers de la SociĂ©tĂ© flamande du Logement et des sociĂ©tĂ©s sociales de logement en exĂ©cution du Code flamand du Logement, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, continuent Ă s'appliquer :
1° aux promesses unilatĂ©rales d'achat de logements acquisitifs sociaux, de lots sociaux et de contrats de vente sous seing privĂ© de logements locatifs sociaux, qui ont Ă©tĂ© conclues avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° aux actes de vente authentiques de logements acquisitifs sociaux, de lots sociaux et de logements locatifs sociaux, conclus avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
3° aux promesses unilatĂ©rales d'achat et aux actes de vente authentiques de logements acquisitifs sociaux et de lots sociaux, conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels une subvention a Ă©tĂ© octroyĂ©e en vertu :
a) de l'article 49 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
b) de l'article 38, § 1er, alinéa premier du Code flamand du Logement, tel qu'il s'appliquait avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
c) du chapitre II ou III du titre VI du Code flamand du Logement, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
d) de l'article 80 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement ;
e) des articles 94 et 95 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement.
L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, continue Ă s'appliquer aux prĂȘts conclus pour des logements acquisitifs sociaux qui rĂ©pondent Ă une des conditions suivantes :
1° les promesses unilatĂ©rales d'achat ont Ă©tĂ© conclues avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° les promesses unilatĂ©rales d'achat et les actes de vente authentiques ont Ă©tĂ© conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels une subvention a Ă©tĂ© accordĂ©e en vertu :
a) de l'article 49 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
b) des articles 69 à 71 inclus du Code flamand du Logement, tel qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
c) de l'article 80 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement ;
d) des articles 94 et 95 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement.
3° les promesses unilatĂ©rales d'achat et les actes de vente authentiques ont Ă©tĂ© conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et ils entraient en ligne de compte pour une subvention, en vertu de l'article 91, alinĂ©a premier, 1°, 2° et 3° du dĂ©cret du 19 dĂ©cembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015, tel que modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 octobre 2016.
[1 Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux logements qui sont à nouveau proposés à la vente, aprÚs l'exercice d'un droit de rachat.]1
1° aux promesses unilatĂ©rales d'achat de logements acquisitifs sociaux, de lots sociaux et de contrats de vente sous seing privĂ© de logements locatifs sociaux, qui ont Ă©tĂ© conclues avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° aux actes de vente authentiques de logements acquisitifs sociaux, de lots sociaux et de logements locatifs sociaux, conclus avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
3° aux promesses unilatĂ©rales d'achat et aux actes de vente authentiques de logements acquisitifs sociaux et de lots sociaux, conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels une subvention a Ă©tĂ© octroyĂ©e en vertu :
a) de l'article 49 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
b) de l'article 38, § 1er, alinéa premier du Code flamand du Logement, tel qu'il s'appliquait avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
c) du chapitre II ou III du titre VI du Code flamand du Logement, tels qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
d) de l'article 80 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement ;
e) des articles 94 et 95 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement.
L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 portant les conditions auxquelles la SociĂ©tĂ© flamande du Logement social et le Fonds flamand du Logement peuvent octroyer des prĂȘts sociaux spĂ©ciaux Ă des particulier, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, continue Ă s'appliquer aux prĂȘts conclus pour des logements acquisitifs sociaux qui rĂ©pondent Ă une des conditions suivantes :
1° les promesses unilatĂ©rales d'achat ont Ă©tĂ© conclues avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° les promesses unilatĂ©rales d'achat et les actes de vente authentiques ont Ă©tĂ© conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels une subvention a Ă©tĂ© accordĂ©e en vertu :
a) de l'article 49 du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
b) des articles 69 à 71 inclus du Code flamand du Logement, tel qu'ils s'appliquaient avant l'entrée en vigueur du décret du 19 décembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015 ;
c) de l'article 80 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement ;
d) des articles 94 et 95 du Code de Logement, joint Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et sanctionnĂ© par la loi du 2 juillet 1971, tel qu'il s'appliquait avant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 103, § 1er, 6° du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le code flamand du Logement.
3° les promesses unilatĂ©rales d'achat et les actes de vente authentiques ont Ă©tĂ© conclus aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et ils entraient en ligne de compte pour une subvention, en vertu de l'article 91, alinĂ©a premier, 1°, 2° et 3° du dĂ©cret du 19 dĂ©cembre 2014 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2015, tel que modifiĂ© par le dĂ©cret du 14 octobre 2016.
[1 Les alinéas 1er et 2 ne s'appliquent pas aux logements qui sont à nouveau proposés à la vente, aprÚs l'exercice d'un droit de rachat.]1
Wijzigingen
Wijzigingen
Art. 60. Artikel 34 van dit besluit heeft uitwerking met ingang vanaf 1 januari 2014.
Art. 60. L'article 34 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2014.
Art. 61. Artikel 17, artikel 26, 11°, artikel 29 en artikel 36 van het decreet van 14 oktober 2016 houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen treden in werking.
Art. 61. L'article 17, l'article 26, 11°, l'article 29 et l'article 36 du décret du 14 octobre 2016 modifiant divers décrets relatifs au logement, entrent en vigueur.
Art. 62. De Vlaamse minister, bevoegd voor de huisvesting, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 62. Le ministre flamand, qui a le logement dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage III. - Reglement over de vrijwillige verkoop van sociale huurwoningen
HOOFDSTUK 1. - Vrijwillige verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen
Artikel 1. Sociale huurwoningen die niet meer verhuurd kunnen worden omdat ze niet meer voldoen aan de vereisten, vermeld in artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, kunnen, als de renovatie van die sociale huurwoningen niet wenselijk is, onmiddellijk verkocht worden.
De sociale huurwoningen, vermeld in het eerste lid, worden openbaar verkocht. De verkoopprijs moet, in voorkomend geval, worden verhoogd met alle belastingen, heffingen, erelonen en kosten met betrekking tot de verkoopakte en de schatting, alsook met de kosten van de afpaling en de opmeting en de administratieve kosten. Het totale bedrag van de afpaling, de opmeting en de administratieve kosten is beperkt tot maximaal 880 euro. De kostprijs van het schattingsverslag dat de sociale huisvestingsmaatschappij aanvraagt bij een instantie als vermeld in artikel 27bis van de Vlaamse Wooncode, bedraagt 260 euro.
De bedragen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks geïndexeerd op de wijze, vermeld in artikel 3, § 2, van dit besluit.
Als de openbare verkoop niet de venale waarde oplevert of als de kosten van een openbare verkoop niet in verhouding staan tot de venale waarde, kan er onderhands verkocht worden volgens de procedure van een bieding onder gesloten envelop op voorwaarde dat er voldoende publiciteit aan gegeven wordt.
Art. 2. § 1. Bij de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen die gefinancierd zijn met leningskredieten, worden de verkoopopbrengsten in eerste instantie aangewend voor de terugbetaling van de op de verkochte woning nog uitstaande leningen. Als het een leningskrediet van de VMSW betreft, wordt de vervroegde terugbetaling van de lening bij verkoop door de VMSW geboekt op de datum waarop de verkoopakte wordt verleden.
In afwijking van het eerste lid worden de verkoopopbrengsten van woningen die gefinancierd zijn ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1992 tot uitvoering van artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 februari 1993, 7 september 1994, 29 september 1994, 12 juni 1995, 10 december 1996, 11 mei 1999 en 19 november 1999 en opgeheven bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, niet aangewend voor de terugbetaling van de op de verkochte woning nog uitstaande leningen.
§ 2. De netto-opbrengst van de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen die aangewend moet worden om het numerieke behoud van het patrimonium van de sociale huisvestingsmaatschappij te verzekeren, is de opbrengst uit de verkoop die overblijft na eventuele toepassing van paragraaf 1, eerste lid.
De sociale huisvestingsmaatschappij investeert het bedrag van de netto-opbrengst van de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen opnieuw op de wijze, vermeld in artikel 10 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012.
§ 3. Afwijkingen van de plicht tot herinvestering kunnen worden toegestaan als het niet-investeren van de netto-opbrengst een rechtstreeks positief effect heeft op de stand van de negatieve rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW of op de negatieve vrije cashflow in het eerste, tweede of derde jaar van de door de VMSW voor de sociale huisvestingsmaatschappij opgemaakte financiële planning. Die afwijking geldt alleen als een sociale huisvestingsmaatschappij volgens de door de VMSW voor de sociale huisvestingsmaatschappij opgemaakte financiële planning in de eerste drie jaar een negatief saldo op de rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW vertoont of in het eerste, tweede of derde jaar van de financiële planning een combinatie vertoont van ten minste een jaar met een negatief saldo op de rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW en ten minste een jaar met een negatieve vrije cashflow.
HOOFDSTUK 2. - Vrijwillige verkoop van verhuurbare sociale huurwoningen
Art. 3. Een verhuurbare sociale huurwoning kan vrijwillig verkocht worden als ze ten minste vijftien jaar als sociale huurwoning ter beschikking gesteld is.
De woning wordt eerst aangeboden aan de zittende huurder. De verkoopprijs is in dat geval gelijk aan de venale waarde. De koper betaalt alle kosten, vermeld in artikel 1, tweede lid.
Als de zittende huurder niet gebruikmaakt van het aanbod, moet hij opnieuw worden gehuisvest overeenkomstig artikel 95 van de Vlaamse Wooncode. De woning zal in dat geval openbaar verkocht worden. Artikel 1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 4. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige verkoop van verhuurbare sociale huurwoningen.
HOOFDSTUK 1. - Vrijwillige verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen
Artikel 1. Sociale huurwoningen die niet meer verhuurd kunnen worden omdat ze niet meer voldoen aan de vereisten, vermeld in artikel 5 van de Vlaamse Wooncode, kunnen, als de renovatie van die sociale huurwoningen niet wenselijk is, onmiddellijk verkocht worden.
De sociale huurwoningen, vermeld in het eerste lid, worden openbaar verkocht. De verkoopprijs moet, in voorkomend geval, worden verhoogd met alle belastingen, heffingen, erelonen en kosten met betrekking tot de verkoopakte en de schatting, alsook met de kosten van de afpaling en de opmeting en de administratieve kosten. Het totale bedrag van de afpaling, de opmeting en de administratieve kosten is beperkt tot maximaal 880 euro. De kostprijs van het schattingsverslag dat de sociale huisvestingsmaatschappij aanvraagt bij een instantie als vermeld in artikel 27bis van de Vlaamse Wooncode, bedraagt 260 euro.
De bedragen, vermeld in het tweede lid, worden jaarlijks geïndexeerd op de wijze, vermeld in artikel 3, § 2, van dit besluit.
Als de openbare verkoop niet de venale waarde oplevert of als de kosten van een openbare verkoop niet in verhouding staan tot de venale waarde, kan er onderhands verkocht worden volgens de procedure van een bieding onder gesloten envelop op voorwaarde dat er voldoende publiciteit aan gegeven wordt.
Art. 2. § 1. Bij de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen die gefinancierd zijn met leningskredieten, worden de verkoopopbrengsten in eerste instantie aangewend voor de terugbetaling van de op de verkochte woning nog uitstaande leningen. Als het een leningskrediet van de VMSW betreft, wordt de vervroegde terugbetaling van de lening bij verkoop door de VMSW geboekt op de datum waarop de verkoopakte wordt verleden.
In afwijking van het eerste lid worden de verkoopopbrengsten van woningen die gefinancierd zijn ter uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1992 tot uitvoering van artikel 49 van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 februari 1993, 7 september 1994, 29 september 1994, 12 juni 1995, 10 december 1996, 11 mei 1999 en 19 november 1999 en opgeheven bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006, niet aangewend voor de terugbetaling van de op de verkochte woning nog uitstaande leningen.
§ 2. De netto-opbrengst van de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen die aangewend moet worden om het numerieke behoud van het patrimonium van de sociale huisvestingsmaatschappij te verzekeren, is de opbrengst uit de verkoop die overblijft na eventuele toepassing van paragraaf 1, eerste lid.
De sociale huisvestingsmaatschappij investeert het bedrag van de netto-opbrengst van de verkoop van onverhuurbare sociale huurwoningen opnieuw op de wijze, vermeld in artikel 10 van het Financieringsbesluit van 21 december 2012.
§ 3. Afwijkingen van de plicht tot herinvestering kunnen worden toegestaan als het niet-investeren van de netto-opbrengst een rechtstreeks positief effect heeft op de stand van de negatieve rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW of op de negatieve vrije cashflow in het eerste, tweede of derde jaar van de door de VMSW voor de sociale huisvestingsmaatschappij opgemaakte financiële planning. Die afwijking geldt alleen als een sociale huisvestingsmaatschappij volgens de door de VMSW voor de sociale huisvestingsmaatschappij opgemaakte financiële planning in de eerste drie jaar een negatief saldo op de rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW vertoont of in het eerste, tweede of derde jaar van de financiële planning een combinatie vertoont van ten minste een jaar met een negatief saldo op de rekening-courant van de sociale huisvestingsmaatschappij bij de VMSW en ten minste een jaar met een negatieve vrije cashflow.
HOOFDSTUK 2. - Vrijwillige verkoop van verhuurbare sociale huurwoningen
Art. 3. Een verhuurbare sociale huurwoning kan vrijwillig verkocht worden als ze ten minste vijftien jaar als sociale huurwoning ter beschikking gesteld is.
De woning wordt eerst aangeboden aan de zittende huurder. De verkoopprijs is in dat geval gelijk aan de venale waarde. De koper betaalt alle kosten, vermeld in artikel 1, tweede lid.
Als de zittende huurder niet gebruikmaakt van het aanbod, moet hij opnieuw worden gehuisvest overeenkomstig artikel 95 van de Vlaamse Wooncode. De woning zal in dat geval openbaar verkocht worden. Artikel 1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. 4. Artikel 2 is van overeenkomstige toepassing op de vrijwillige verkoop van verhuurbare sociale huurwoningen.
Art. N. Annexe III. - RĂšglement relatif Ă la vente volontaire de logements locatifs sociaux
CHAPITRE 1er. - Vente volontaire de logements locatifs sociaux impropres Ă la location.
Article 1er. Les logements locatifs sociaux qui ne peuvent plus ĂȘtre louĂ©s parce qu'ils ne rĂ©pondent plus aux exigences, visĂ©es Ă l'article 5 du Code flamand du Logement peuvent, si la rĂ©novation de ces logements locatifs sociaux n'est pas dĂ©sirable, ĂȘtre directement vendus.
Les logements locatifs sociaux visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier, sont mis en vente publique. Le prix de vente doit, le cas Ă©chĂ©ant, ĂȘtre majorĂ© de tous les taxes, prĂ©lĂšvements, honoraires et coĂ»ts relatifs Ă l'acte de vente et Ă l'estimation, ainsi que des coĂ»ts du bornage et du mesurage et des frais administratifs. Le montant total du bornage, du mesurage et des frais administratifs est limitĂ© Ă maximum 880 euros. Le coĂ»t du rapport d'expertise que la sociĂ©tĂ© de logement social demande auprĂšs d'une instance, telle que visĂ©e Ă l'article 27bis du Code flamand du Logement, s'Ă©lĂšve Ă 260 euros.
Les montants, visĂ©s Ă l'alinĂ©a deux, sont indexĂ©s annuellement selon les modalitĂ©s visĂ©es Ă l'article 3, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Si la vente publique ne rapporte pas la valeur vĂ©nale ou que les coĂ»ts d'une vente publique sont disproportionnĂ©s par rapport Ă la valeur vĂ©nale, il peut ĂȘtre procĂ©dĂ© Ă une vente de grĂ© Ă grĂ© selon la procĂ©dure de l'offre sous pli fermĂ©, Ă condition que la vente ait fait l'objet d'une publicitĂ© suffisante.
Art. 2. § 1er. Les produits de la vente de logements locatifs sociaux impropres Ă la location, qui ont Ă©tĂ© financĂ©s par des prĂȘts, sont en premiĂšre instance affectĂ©s au remboursement de l'encours de prĂȘts sur le logement invendu. S'il s'agit d'un prĂȘt de la VMSW, le remboursement anticipĂ© du prĂȘt lors de vente par la VMSW est enregistrĂ© Ă la date Ă laquelle l'acte de vente est passĂ©.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, les produits de vente de logements financĂ©s en exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juillet 1992 portant exĂ©cution de l'article 49 du dĂ©cret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 3 fĂ©vrier 1993, 7 septembre 1994, 29 septembre 1994, 12 juin 1995, 10 dĂ©cembre 1996, 11 mai 1999 et 19 novembre 1999 et abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, ne sont pas affectĂ©s au remboursement de l'encours de prĂȘts sur le logement vendu.
§ 2. Le produit net de la vente de logements locatifs sociaux impropres Ă la location qui doit ĂȘtre affectĂ© pour assurer le maintien numĂ©rique du patrimoine de la sociĂ©tĂ© de logement social, est Ă©gal au solde du produit de la vente aprĂšs l'application Ă©ventuelle du paragraphe 1er, alinĂ©a premier.
La sociĂ©tĂ© de logement social rĂ©investit le montant du produit net de la vente de logements locatifs sociaux selon les modalitĂ©s, visĂ©es Ă l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012.
§ 3. Des dĂ©rogations Ă l'obligation de rĂ©investissement peuvent ĂȘtre octroyĂ©es si le non-investissement du produit net a un effet positif direct sur l'Ă©tat du compte courant nĂ©gatif de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW ou sur le cashflow libre nĂ©gatif dans la premiĂšre, deuxiĂšme ou troisiĂšme annĂ©e de la planification financiĂšre Ă©tablie par la VMSW pour la sociĂ©tĂ© de logement social. Cette dĂ©rogation s'applique uniquement lorsqu'une sociĂ©tĂ© de logement social prĂ©sente, suivant la planification financiĂšre Ă©tablie par la VMSW pour la sociĂ©tĂ© de logement social, un solde nĂ©gatif sur le compte courant de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW dans les trois premiĂšres annĂ©es ou qu'elle prĂ©sente, au cours de la premiĂšre, la deuxiĂšme ou la troisiĂšme annĂ©e de la planification financiĂšre, une combinaison d'au moins une annĂ©e avec un solde nĂ©gatif sur le compte courant de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW et au moins une annĂ©e avec un cashflow libre nĂ©gatif.
CHAPITRE 2. - Vente volontaire de logements locatifs sociaux propres Ă la location
Art. 3. Un logement locatif social propre à la location peut faire l'objet d'une vente volontaire s'il a été mis à disposition en tant que logement locatif social pendant au moins quinze ans.
Le logement est en premiÚre instance offert au locataire occupant le logement. Le prix de vente est dans ce cas égal à la valeur vénale. L'acquéreur paie tous les frais, visés à l'article 1er, alinéa deux.
Si le locataire occupant le logement ne fait pas usage de l'offre, il doit ĂȘtre relogĂ© conformĂ©ment Ă l'article 95 du Code flamand du Logement. Le logement sera dans ce cas mis en vente publique. L'article 1er, alinĂ©a deux, s'applique par analogie.
Art. 4. L'article 2 s'applique par analogie Ă la vente volontaire de logements locatifs sociaux.
CHAPITRE 1er. - Vente volontaire de logements locatifs sociaux impropres Ă la location.
Article 1er. Les logements locatifs sociaux qui ne peuvent plus ĂȘtre louĂ©s parce qu'ils ne rĂ©pondent plus aux exigences, visĂ©es Ă l'article 5 du Code flamand du Logement peuvent, si la rĂ©novation de ces logements locatifs sociaux n'est pas dĂ©sirable, ĂȘtre directement vendus.
Les logements locatifs sociaux visĂ©s Ă l'alinĂ©a premier, sont mis en vente publique. Le prix de vente doit, le cas Ă©chĂ©ant, ĂȘtre majorĂ© de tous les taxes, prĂ©lĂšvements, honoraires et coĂ»ts relatifs Ă l'acte de vente et Ă l'estimation, ainsi que des coĂ»ts du bornage et du mesurage et des frais administratifs. Le montant total du bornage, du mesurage et des frais administratifs est limitĂ© Ă maximum 880 euros. Le coĂ»t du rapport d'expertise que la sociĂ©tĂ© de logement social demande auprĂšs d'une instance, telle que visĂ©e Ă l'article 27bis du Code flamand du Logement, s'Ă©lĂšve Ă 260 euros.
Les montants, visĂ©s Ă l'alinĂ©a deux, sont indexĂ©s annuellement selon les modalitĂ©s visĂ©es Ă l'article 3, § 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Si la vente publique ne rapporte pas la valeur vĂ©nale ou que les coĂ»ts d'une vente publique sont disproportionnĂ©s par rapport Ă la valeur vĂ©nale, il peut ĂȘtre procĂ©dĂ© Ă une vente de grĂ© Ă grĂ© selon la procĂ©dure de l'offre sous pli fermĂ©, Ă condition que la vente ait fait l'objet d'une publicitĂ© suffisante.
Art. 2. § 1er. Les produits de la vente de logements locatifs sociaux impropres Ă la location, qui ont Ă©tĂ© financĂ©s par des prĂȘts, sont en premiĂšre instance affectĂ©s au remboursement de l'encours de prĂȘts sur le logement invendu. S'il s'agit d'un prĂȘt de la VMSW, le remboursement anticipĂ© du prĂȘt lors de vente par la VMSW est enregistrĂ© Ă la date Ă laquelle l'acte de vente est passĂ©.
Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a premier, les produits de vente de logements financĂ©s en exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juillet 1992 portant exĂ©cution de l'article 49 du dĂ©cret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 3 fĂ©vrier 1993, 7 septembre 1994, 29 septembre 1994, 12 juin 1995, 10 dĂ©cembre 1996, 11 mai 1999 et 19 novembre 1999 et abrogĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2006, ne sont pas affectĂ©s au remboursement de l'encours de prĂȘts sur le logement vendu.
§ 2. Le produit net de la vente de logements locatifs sociaux impropres Ă la location qui doit ĂȘtre affectĂ© pour assurer le maintien numĂ©rique du patrimoine de la sociĂ©tĂ© de logement social, est Ă©gal au solde du produit de la vente aprĂšs l'application Ă©ventuelle du paragraphe 1er, alinĂ©a premier.
La sociĂ©tĂ© de logement social rĂ©investit le montant du produit net de la vente de logements locatifs sociaux selon les modalitĂ©s, visĂ©es Ă l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© de Financement du 21 dĂ©cembre 2012.
§ 3. Des dĂ©rogations Ă l'obligation de rĂ©investissement peuvent ĂȘtre octroyĂ©es si le non-investissement du produit net a un effet positif direct sur l'Ă©tat du compte courant nĂ©gatif de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW ou sur le cashflow libre nĂ©gatif dans la premiĂšre, deuxiĂšme ou troisiĂšme annĂ©e de la planification financiĂšre Ă©tablie par la VMSW pour la sociĂ©tĂ© de logement social. Cette dĂ©rogation s'applique uniquement lorsqu'une sociĂ©tĂ© de logement social prĂ©sente, suivant la planification financiĂšre Ă©tablie par la VMSW pour la sociĂ©tĂ© de logement social, un solde nĂ©gatif sur le compte courant de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW dans les trois premiĂšres annĂ©es ou qu'elle prĂ©sente, au cours de la premiĂšre, la deuxiĂšme ou la troisiĂšme annĂ©e de la planification financiĂšre, une combinaison d'au moins une annĂ©e avec un solde nĂ©gatif sur le compte courant de la sociĂ©tĂ© de logement social auprĂšs de la VMSW et au moins une annĂ©e avec un cashflow libre nĂ©gatif.
CHAPITRE 2. - Vente volontaire de logements locatifs sociaux propres Ă la location
Art. 3. Un logement locatif social propre à la location peut faire l'objet d'une vente volontaire s'il a été mis à disposition en tant que logement locatif social pendant au moins quinze ans.
Le logement est en premiÚre instance offert au locataire occupant le logement. Le prix de vente est dans ce cas égal à la valeur vénale. L'acquéreur paie tous les frais, visés à l'article 1er, alinéa deux.
Si le locataire occupant le logement ne fait pas usage de l'offre, il doit ĂȘtre relogĂ© conformĂ©ment Ă l'article 95 du Code flamand du Logement. Le logement sera dans ce cas mis en vente publique. L'article 1er, alinĂ©a deux, s'applique par analogie.
Art. 4. L'article 2 s'applique par analogie Ă la vente volontaire de logements locatifs sociaux.