Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 FEBRUARI 2017. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met het doel de bescherming van de openbare orde en de nationale veiligheid te versterken
Titre
24 FEVRIER 2017. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers afin de renforcer la protection de l'ordre public et de la sécurité nationale
Documentinformatie
Numac: 2017011464
Datum: 2017-02-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017011464
Date: 2017-02-24
Moniteur: Voir
Tekst (53)
Texte (53)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van de volgende richtlijnen :
  1° de richtlijn 2001/40/EG van de Raad van 28 mei 2001 betreffende de onderlinge erkenning van besluiten inzake de verwijdering van onderdanen van derde landen;
  2° de richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging;
  3° de richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen;
  4° de richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG;
  5° de richtlijn 2004/81/EG van de Raad van 29 april 2004 betreffende de verblijfstitel die in ruil voor samenwerking met de bevoegde autoriteiten wordt afgegeven aan onderdanen van derde landen die het slachtoffer zijn van mensenhandel of hulp hebben gekregen bij illegale immigratie;
  6° de richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven;
  7° de richtlijn 2009/50/EG van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan;
  8° de richtlijn 2011/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 inzake normen voor de erkenning van onderdanen van derde landen of staatlozen als personen die internationale bescherming genieten, voor een uniforme status voor vluchtelingen of voor personen die in aanmerking komen voor subsidiaire bescherming, en voor de inhoud van de verleende bescherming (herschikking);
  9° de richtlijn 2016/801/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (herschikking).
Art. 2. La présente loi transpose partiellement les directives suivantes :
  1° la directive 2001/40/CE du Conseil du 28 mai 2001 relative à la reconnaissance mutuelle des décisions d'éloignement des ressortissants de pays tiers;
  2° la directive 2003/86/CE du Conseil du 22 septembre 2003 relative au droit au regroupement familial;
  3° la directive 2003/109/CE du Conseil du 25 novembre 2003 relative au statut des ressortissants de pays tiers résidents de longue durée;
  4° la directive 2004/38/CE du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relative au droit des citoyens de l'Union et des membres de leurs familles de circuler et de séjourner librement sur le territoire des Etats membres, modifiant le règlement (CEE) n° 1612/68 et abrogeant les directives 64/221/CEE, 68/360/CEE, 72/194/CEE, 73/148/CEE, 75/34/CEE, 75/35/CEE, 90/364/CEE, 90/365/CCE et 93/96/CEE;
  5° la directive 2004/81/CE du Conseil du 29 avril 2004 relative au titre de séjour délivré aux ressortissants de pays tiers qui sont victimes de la traite des êtres humains ou ont fait l'objet d'une aide à l'immigration clandestine et qui coopèrent avec les autorités compétentes;
  6° la directive 2008/115/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relative aux normes et procédures communes applicables dans les Etats membres au retour des ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier;
  7° la directive 2009/50/CE du Conseil du 25 mai 2009 établissant les conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers aux fins d'un emploi hautement qualifié;
  8° la directive 2011/95/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 concernant les normes relatives aux conditions que doivent remplir les ressortissants des pays tiers ou les apatrides pour pouvoir bénéficier d'une protection internationale, à un statut uniforme pour les réfugiés ou les personnes pouvant bénéficier de la protection subsidiaire, et au contenu de cette protection (refonte);
  9° la directive 2016/801/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 mai 2016 relative aux conditions d'entrée et de séjour des ressortissants de pays tiers à des fins de recherche, d'études, de formation, de volontariat et de programmes d'échange d'élèves ou de projets éducatifs et de travail au pair (refonte).
Art. 3. In artikel 1 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, vervangen bij de wet van 15 juli 1996 en gewijzigd bij de wetten van 19 januari 2012, 15 mei 2012 en 19 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt :
  "8° inreisverbod : de beslissing die kan samengaan met een beslissing tot verwijdering en waarbij de toegang tot en het verblijf op het grondgebied van het Rijk of het grondgebied van alle lidstaten, met inbegrip van het grondgebied van het Rijk, voor een bepaalde termijn verboden wordt;";
  2° artikel 1 wordt aangevuld met een bepaling onder 18°, luidende :
  "18° Algemene Nationale Gegevensbank : de politionele gegevensbank bedoeld in artikel 44/7 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.".
Art. 3. A l'article 1er de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, remplacé par la loi du 15 juillet 1996 et modifié par les lois du 19 janvier 2012, du 15 mai 2012 et du 19 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le 8° est remplacé par ce qui suit :
  "8° interdiction d'entrée : la décision qui peut accompagner une décision d'éloignement et qui interdit, pendant une durée déterminée, l'entrée et le séjour, soit sur le territoire du Royaume, soit sur le territoire de tous les Etats membres, en ce compris celui du Royaume;";
  2° l'article 1er est complété par le 18° rédigé comme suit :
  "18° Banque de données Nationale Générale : la banque de données policière visée à l'article 44/7, de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.".
Art. 4. In Titel I van dezelfde wet, wordt een Hoofdstuk Iter ingevoegd, luidende :
  "Hoofdstuk Iter. - Algemene bepalingen met betrekking tot de indiening van een verblijfsaanvraag en van een verzoek om internationale of tijdelijke bescherming.".
Art. 4. Dans le Titre Ier de la même loi, il est inséré un Chapitre Ierter intitulé :
  "Chapitre Ierter. - Dispositions générales relatives à l'introduction d'une demande de séjour et d'une demande de protection internationale ou temporaire.".
Art. 5. In Hoofdstuk Iter, ingevoegd bij artikel 4, wordt een artikel 1/3 ingevoegd, luidende :
  "Art. 1/3. De indiening van een verblijfsaanvraag of van een verzoek om internationale of tijdelijke bescherming door een vreemdeling die reeds het voorwerp is van een maatregel tot verwijdering of terugdrijving, tast het bestaan van deze maatregel niet aan.
  Indien de betrokkene overeenkomstig de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten voorlopig op het grondgebied mag blijven, in afwachting van een beslissing inzake deze verblijfsaanvraag of dit verzoek om internationale of tijdelijke bescherming, wordt de uitvoerbaarheid van de maatregel tot verwijdering of terugdrijving opgeschort.".
Art. 5. Dans le Chapitre Ierter, inséré par l'article 4, il est inséré un article 1er/3, rédigé comme suit :
  "Art. 1er/3. L'introduction d'une demande de séjour ou d'une demande de protection internationale ou de protection temporaire par un étranger qui fait déjà l'objet d'une mesure d'éloignement ou de refoulement, ne modifie en rien l'existence de cette mesure.
  Si, conformément aux dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution, l'intéressé peut rester provisoirement sur le territoire dans l'attente d'une décision relative à cette demande de séjour ou cette demande de protection internationale ou de protection temporaire, le caractère exécutoire de la mesure d'éloignement ou de refoulement est suspendu.".
Art. 6. Artikel 3 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 juli 1996 en gewijzigd bij de wetten van 19 januari 2012, 19 maart 2014 en 4 mei 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 3. Behoudens de in een internationaal verdrag of in de wet bepaalde afwijkingen, kan de toegang worden geweigerd aan de vreemdeling die zich in een van de volgende gevallen bevindt :
  1° wanneer hij aangetroffen wordt in de luchthaventransitzone zonder in het bezit te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten;
  2° wanneer hij het Rijk poogt binnen te komen zonder in het bezit te zijn van de bij artikel 2 vereiste documenten;
  3° wanneer hij, zo nodig, geen documenten kan overleggen ter staving van het doel en de verblijfsomstandigheden van het voorgenomen verblijf;
  4° wanneer hij niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, zowel voor de duur van het voorgenomen verblijf als voor de terugreis naar het land van oorsprong of voor de doorreis naar een derde Staat waar zijn toelating is gewaarborgd, en hij niet in staat is die middelen wettelijk te verwerven;
  5° wanneer hij ter fine van weigering van toegang of verblijf gesignaleerd staat in het Schengeninformatiesysteem of in de Algemene Nationale Gegevensbank;
  6° wanneer hij geacht wordt de internationale betrekkingen van België of van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, te kunnen schaden;
  7° wanneer hij geacht wordt de openbare rust, de openbare orde of de nationale veiligheid te kunnen schaden;
  8° wanneer hij sedert minder dan tien jaar uit het Rijk werd teruggewezen of uitgezet, zo de maatregel niet werd opgeschort of ingetrokken;
  9° wanneer hij het voorwerp uitmaakt van een inreisverbod dat noch opgeschort noch opgeheven is;
  10° wanneer hij lijdt aan een van de ziekten opgesomd in de bijlage bij deze wet.
  De beslissing wordt genomen door de minister of, behalve in het geval bedoeld in het eerste lid, 6°, door zijn gemachtigde. In de in het eerste lid, 1° of 2°, bedoelde gevallen, kunnen de met de grenscontrole belaste overheden de beslissing zelf nemen.
  Wanneer overwogen wordt om de toegang te weigeren aan een vreemdeling die in het bezit is van een geldig visum, beslist de bevoegde overheid eveneens of het visum moet worden nietig verklaard of ingetrokken.
  De met de grenscontrole belaste overheden drijven de vreemdeling aan wie de toegang geweigerd wordt terug en, in voorkomend geval, verklaren zij het visum nietig of trekken zij het in.
  De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en regels voor de toepassing van dit artikel vaststellen.".
Art. 6. L'article 3 de la même loi, remplacé par la loi du 15 juillet 1996 et modifié par les lois des 19 janvier 2012, du 19 mars 2014 et du 4 mai 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 3. Sauf dérogations prévues par un traité international ou par la loi, l'entrée peut être refusée à l'étranger qui se trouve dans l'un des cas suivants :
  1° s'il est appréhendé dans la zone de transit aéroportuaire sans être porteur des documents requis par l'article 2;
  2° s'il tente de pénétrer dans le Royaume sans être porteur des documents requis par l'article 2;
  3° s'il ne peut pas présenter, le cas échéant, les documents justifiant l'objet et les conditions du séjour envisagé;
  4° s'il ne dispose pas des moyens de subsistance suffisants, tant pour la durée du séjour envisagé que pour le retour dans le pays de provenance ou le transit vers un Etat tiers dans lequel son admission est garantie, et n'est pas en mesure d'acquérir légalement ces moyens;
  5° s'il est signalé aux fins de non-admission ou d'interdiction de séjour dans le système d'information Schengen ou dans la Banque de données Nationale Générale;
  6° s'il est considéré comme pouvant compromettre les relations internationales de la Belgique ou d'un Etat partie à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique;
  7° s'il est considéré comme pouvant compromettre la tranquillité publique, l'ordre public ou la sécurité nationale;
  8° s'il a été renvoyé ou expulsé du Royaume depuis moins de dix ans, lorsque la mesure n'a pas été suspendue ou rapportée;
  9° s'il fait l'objet d'une interdiction d'entrée ni levée ni suspendue;
  10° s'il est atteint d'une des maladies énumérées à l'annexe de la présente loi.
  La décision est prise par le ministre ou, sauf dans le cas visé à l'alinéa 1er, 6°, par son délégué. Les autorités chargées du contrôle aux frontières peuvent prendre la décision elles-mêmes dans les cas visés à l'alinéa 1er, 1° ou 2°.
  Lorsqu'il est envisagé de refuser l'entrée à un étranger qui est porteur d'un visa valable, l'autorité compétente décide également s'il y a lieu de l'annuler ou de l'abroger.
  Les autorités chargées du contrôle aux frontières refoulent l'étranger auquel l'entrée est refusée et, le cas échéant, annulent ou abrogent le visa.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, préciser les conditions et les modalités d'application du présent article.".
Art. 7. In artikel 7, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 juli 1996 en gewijzigd bij de wet van 19 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 4° worden de woorden ", op eensluidend advies van de Commissie van advies voor vreemdelingen," opgeheven;
  2° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt :
  "5° wanneer hij ter fine van weigering van toegang of verblijf gesignaleerd staat in het Schengeninformatiesysteem of in de Algemene Nationale Gegevensbank;".
Art. 7. A l'article 7, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 15 juillet 1996 et modifié par la loi du 19 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 4°, les mots ", après avis conforme de la Commission consultative des étrangers," sont abrogés;
  2° le 5° est remplacé par ce qui suit :
  "5° s'il est signalé aux fins de non-admission ou d'interdiction de séjour dans le système d'information Schengen ou dans la Banque de données Nationale Générale;".
Art. 8. In artikel 8bis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 1 september 2004 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 2009, 19 januari 2012 et 19 maart 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "van de artikelen 20 en 21" vervangen door de woorden "van de artikelen 21 en 22";
  2° in paragraaf 4, worden de woorden "of in de Algemene Nationale Gegevensbank" ingevoegd tussen de woorden "in het Schengeninformatiesysteem" en de woorden ", omwille van een in § 1, 1°, bedoelde reden" .
Art. 8. A l'article 8bis, de la même loi, inséré par la loi du 1er septembre 2004 et modifié par les lois du 6 mai 2009, du 19 janvier 2012 et du 19 mars 2014, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "des articles 20 et 21" sont remplacés par les mots "des articles 21 et 22";
  2° dans le paragraphe 4, les mots "ou dans la Banque de données Nationale Générale" sont insérés entre les mots "dans le système d'information Schengen" et les mots ", pour un des motifs visés au § 1er, 1°, ".
Art. 9. In artikel 19, § 4, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 19 maart 2014, worden de woorden "werkelijke en voldoende ernstige bedreiging" vervangen door de woorden "werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging".
Art. 9. Dans l'article 19, § 4, alinéa 1er, 2°, de la même loi, remplacé par la loi du 19 mars 2014, les mots "menace réelle et suffisamment grave" sont remplacés par les mots "menace réelle, actuelle et suffisamment grave".
Art. 10. In titel I van dezelfde wet, wordt het opschrift van hoofdstuk VI vervangen als volgt :
  "Hoofdstuk VI. Einde van het verblijf van meer dan drie maanden om redenen van openbare orde of nationale veiligheid.".
Art. 10. Dans le Titre Ier de la même loi, l'intitulé du Chapitre VI est remplacé par ce qui suit :
  "Chapitre VI. Fin du séjour de plus de trois mois pour des raisons d'ordre public ou de sécurité nationale.".
Art. 11. Artikel 20 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2014, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 20. Onverminderd de meer voordelige bepalingen van een internationaal verdrag en het non-refoulementbeginsel, is dit hoofdstuk van toepassing op de onderdanen van derde landen die zijn toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van meer dan drie maanden op het grondgebied van het Rijk.
  Het is niet van toepassing op de onderdanen van derde landen die de internationale bescherming in het Rijk genieten.".
Art. 11. L'article 20 de la même loi, modifié en dernier lieu par loi du 19 mars 2014, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 20. Sans préjudice des dispositions plus favorables contenues dans un traité international et du principe de non-refoulement, le présent chapitre s'applique aux ressortissants de pays tiers admis ou autorisés à séjourner plus de trois mois sur le territoire du Royaume.
  Il ne s'applique pas aux ressortissants de pays tiers qui bénéficient de la protection internationale dans le Royaume.".
Art. 12. Artikel 21 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 26 mei 2005 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 2009 en 19 maart 2014, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 21. De minister of zijn gemachtigde kan een einde maken aan het verblijf van een onderdaan van een derde land die voor een beperkte of onbeperkte duur tot verblijf is toegelaten of gemachtigd en hem het bevel geven het grondgebied te verlaten, om redenen van openbare orde of nationale veiligheid.
  Het eerste lid is van toepassing, onverminderd artikel 61/8, op de onderdaan van een derde land die krachtens artikel 61/7 tot verblijf gemachtigd is.".
Art. 12. L'article 21 de la même loi, remplacé par la loi du 26 mai 2005 et modifié par les lois du 6 mai 2009 et du 19 mars 2014, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 21. Le ministre ou son délégué peut mettre fin au séjour d'un ressortissant de pays tiers admis ou autorisé au séjour pour une durée limitée ou illimitée et lui donner l'ordre de quitter le territoire pour des raisons d'ordre public ou de sécurité nationale.
  L'alinéa 1er s'applique au ressortissant de pays tiers autorisé au séjour en vertu de l'article 61/7 sans préjudice de l'article 61/8.".
Art. 13. Artikel 22 van dezelfde wet, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992 en bij de wet van 15 juli 1996, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 22. § 1. De minister kan een einde maken aan het verblijf van de volgende onderdanen van derde landen en hen het bevel geven het grondgebied te verlaten om ernstige redenen van openbare orde of nationale veiligheid :
  1° de gevestigde onderdaan van een derde land;
  2° de onderdaan van een derde land die de status van langdurig ingezetene in het Rijk geniet;
  3° de onderdaan van een derde land die gemachtigd of toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk sinds ten minste tien jaar en die er sindsdien ononderbroken verblijft.
  § 2. Onder voorbehoud van het tweede lid wordt, wanneer er in toepassing van paragraaf 1 een einde wordt gemaakt aan het verblijf van een langdurig ingezetene die in een andere lidstaat internationale bescherming bekomen heeft, aan de bevoegde overheid van die lidstaat gevraagd om te bevestigen of de betrokkene daar nog altijd internationale bescherming geniet. Als de langdurig ingezetene er nog altijd internationale bescherming geniet, wordt hij naar die lidstaat verwijderd.
  In afwijking van het eerste lid kan de langdurig ingezetene worden verwijderd naar een ander land dan de lidstaat die hem internationale bescherming heeft verleend, wanneer er ernstige redenen bestaan om hem te beschouwen als een bedreiging voor de nationale veiligheid of wanneer hij, omdat hij definitief veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf, een bedreiging vormt voor de openbare orde.
  In geen geval mag de betrokkene verwijderd worden naar een land waar hij blootgesteld wordt aan een schending van het non-refoulementbeginsel.".
Art. 13. L'article 22 de la même loi, modifié par l'arrêté royal du 13 juillet 1992 et par la loi du 15 juillet 1996, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 22. § 1er. Le ministre peut mettre fin au séjour des ressortissants de pays tiers suivants et leur donner l'ordre de quitter le territoire pour des raisons graves d'ordre public ou de sécurité nationale :
  1° le ressortissant de pays tiers établi;
  2° le ressortissant de pays tiers qui bénéficie du statut de résident de longue durée dans le Royaume;
  3° le ressortissant de pays tiers qui est autorisé ou admis à séjourner plus de trois mois dans le Royaume depuis dix ans au moins et qui y séjourne depuis lors de manière ininterrompue.
  § 2. Sous réserve de l'alinéa 2, lorsqu'il est mis fin au séjour en application du paragraphe 1er d'un résident de longue durée ayant obtenu la protection internationale dans un autre Etat membre, il est demandé à l'autorité compétente de cet Etat membre de confirmer si l'intéressé bénéficie toujours de la protection internationale. Si le résident de longue durée en bénéficie toujours, il est éloigné vers cet Etat membre.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le résident de longue durée peut être éloigné vers un autre pays que l'Etat membre qui lui a accordé la protection internationale lorsqu'il existe des raisons sérieuses de considérer qu'il constitue une menace pour la sécurité nationale ou lorsque, ayant été condamné définitivement pour une infraction particulièrement grave, il constitue une menace pour l'ordre public.
  L'intéressé ne peut en aucun cas être éloigné vers un pays où il est exposé à une violation du principe de non-refoulement.".
Art. 14. Artikel 23 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 23. § 1. De beslissingen tot beëindiging van het verblijf genomen krachtens de artikelen 21 en 22 zijn uitsluitend gebaseerd op het persoonlijk gedrag van de betrokkene en mogen niet op economische gronden berusten.
  Het gedrag van de betrokkene moet een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving zijn. Motiveringen die los staan van het betrokken individuele geval of met algemene preventieve redenen verband houden, mogen niet worden aangevoerd.
  § 2. Er wordt bij het nemen van de beslissing rekening gehouden met de ernst of de aard van de inbreuk op de openbare orde of de nationale veiligheid die hij heeft begaan, of met het gevaar dat van hem uitgaat, en met de duur van zijn verblijf in het Rijk.
  Er wordt ook rekening gehouden met het bestaan van banden met zijn land van verblijf of met het ontbreken van banden met zijn land van oorsprong, met zijn leeftijd en met de gevolgen voor hem en zijn familieleden.".
Art. 14. L'article 23 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 23. § 1er. Les décisions de fin de séjour prises en vertu des articles 21 et 22 sont fondées exclusivement sur le comportement personnel de l'intéressé et ne peuvent être justifiées par des raisons économiques.
  Le comportement de l'intéressé doit représenter une menace réelle, actuelle et suffisamment grave pour un intérêt fondamental de la société. Des justifications non directement liées au cas individuel concerné ou tenant à des raisons de prévention générale ne peuvent être retenues.
  § 2. Il est tenu compte, lors de la prise de décision, de la gravité ou de la nature de l'infraction à l'ordre public ou à la sécurité nationale qu'il a commise, ou du danger qu'il représente ainsi que de la durée de son séjour dans le Royaume.
  Il est également tenu compte de l'existence de liens avec son pays de résidence ou de l'absence de lien avec son pays d'origine, de son âge et des conséquences pour lui et les membres de sa famille.".
Art. 15. Artikel 24 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 24. De bepalingen van artikel 7, tweede tot achtste lid, en van titel IIIquater zijn van toepassing op de onderdaan van een derde land die krachtens de artikelen 21 of 22 een bevel om het grondgebied te verlaten heeft ontvangen.".
Art. 15. L'article 24 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 24. Les dispositions de l'article 7, alinéas 2 à 8, et du Titre IIIquater s'appliquent au ressortissant d'un pays tiers qui fait l'objet d'un ordre de quitter le territoire en application des articles 21 ou 22.".
Art. 16. In Titel I van dezelfde wet wordt een hoofdstuk VIbis ingevoegd dat de artikelen 25 en 26 bevat, luidende :
  "Hoofdstuk VIbis - Veiligheidsmaatregelen"
Art. 16. Dans le Titre Ier de la même loi, il est inséré un chapitre VIbis, comportant les articles 25 et 26, intitulé :
  "Chapitre VIbis. - Mesures de sûreté."
Art. 17. Artikel 25 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 25. De vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een inreisverbod krachtens deze wet wordt gesignaleerd in de Algemene Nationale Gegevensbank ter fine van weigering van toegang of verblijf op het grondgebied.
  Hij wordt ook gesignaleerd in het Schengen-informatiesysteem ter fine van weigering van toegang of verblijf in het Schengengebied, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) en de besluiten van de Europese Unie die zijn genomen ter uitvoering van deze verordening.".
Art. 17. L'article 25 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 25. L'étranger qui fait l'objet d'une interdiction d'entrée en vertu de la présente loi est signalé dans la Banque de données Nationale Générale aux fins de non-admission ou d'interdiction de séjour sur le territoire.
  Il est également signalé dans le système d'information Schengen aux fins de non-admission ou d'interdiction de séjour dans l'espace Schengen, conformément au Règlement (CE) n° 1987/2006 du Parlement européen et du Conseil du 20 décembre 2006 sur l'établissement, le fonctionnement et l'utilisation du système d'information Schengen de deuxième génération (SIS II) et aux actes de l'Union européenne pris en exécution de celui-ci.".
Art. 18. Artikel 26 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
  "Art. 26. In de gevallen waarin de vreemdeling de openbare orde of de nationale veiligheid heeft geschaad, kan de minister hem verplichten bepaalde plaatsen te verlaten, ervan verwijderd te blijven of in een bepaalde plaats te verblijven.
  Indien de vreemdeling niet voldoet aan de verplichtingen die krachtens het eerste lid aan hem worden opgelegd kan er een einde worden gemaakt aan zijn verblijf en kan het bevel om het grondgebied te verlaten krachtens deze wet aan hem worden afgegeven.".
Art. 18. L'article 26 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 26. Dans les cas où l'étranger a porté atteinte à l'ordre public ou à la sécurité nationale, le ministre peut lui enjoindre de quitter des lieux déterminés, d'en demeurer éloigné ou de résider en un lieu déterminé.
  Si l'étranger ne respecte pas les obligations qui lui sont imposées en vertu de l'alinéa 1er, il peut être mis fin à son séjour et l'ordre de quitter le territoire peut lui être donné conformément à la présente loi.".
Art. 19. Artikel 27, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 15 juli 1996 en 1 september 2004, wordt vervangen als volgt :
  "De vreemdeling ten aanzien van wie een maatregel tot verwijdering is genomen en die er binnen de gestelde termijn geen gevolg aan heeft gegeven, kan met dwang worden geleid naar de grens van zijn keuze, in principe met uitzondering van de grens met de Staten die partij zijn bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, of worden ingescheept voor een bestemming van zijn keuze, deze Staten uitgezonderd.".
Art. 19. L'article 27, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par les lois du 15 juillet 1996 et du 1er septembre 2004, est remplacé par ce qui suit :
  " L'étranger qui fait l'objet d'une mesure d'éloignement et qui n'a pas obtempéré dans le délai imparti peut être ramené par la contrainte à la frontière de son choix, à l'exception en principe de la frontière des Etats parties à une convention internationale relative au franchissement des frontières extérieures, liant la Belgique, ou être embarqué vers une destination de son choix, à l'exclusion de ces Etats.".
Art. 20. In artikel 30bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 27 december 2004 en gewijzigd bij de wetten van 15 september 2006 en 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in de bepaling onder 1° worden de woorden ", behoudens de in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot en met 7° of de in artikel 40bis of 40ter bedoelde vreemdeling" opgeheven;
  2° in de bepaling onder 2° worden de woorden ", behoudens de in artikel 10, § 1, eerste lid, 1° en 4° tot en met 7° of de in artikel 40bis of 40ter bedoelde vreemdeling" opgeheven;
  3° de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt :
  "3° de vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een maatregel tot verwijdering of terugdrijving.";
  4° de bepaling onder 4° wordt opgeheven.
Art. 20. A l'article 30bis, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 27 décembre 2004 et modifié par les lois du 15 septembre 2006 et du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au 1°, les mots ", à l'exception de l'étranger visé par l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4° à 7°, ou par l'article 40bis ou 40ter" sont abrogés;
  2° au 2°, les mots ", à l'exception de l'étranger visé par l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 1° et 4° à 7°, ou par l'article 40bis ou 40ter" sont abrogés;
  3° le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° l'étranger qui fait l'objet d'une mesure d'éloignement ou de refoulement.";
  4° le 4° est abrogé.
Art. 21. Artikel 42ter, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, vervangen bij de wet van 8 juli 2011 en gewijzigd bij de wet van 28 juni 2013, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
  "6° de minister of zijn gemachtigde trekt het verblijf van de begeleide of vervoegde burger van de Unie overeenkomstig artikel 44 in.".
Art. 21. L'article 42ter, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2007, remplacé par la loi du 8 juillet 2011 et modifié par la loi du 28 juin 2013, est complété par le 6° rédigé comme suit :
  "6° le ministre ou son délégué retire au citoyen de l'Union accompagné ou rejoint son séjour conformément à l'article 44.".
Art. 22. Artikel 42quater, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 8 juli 2011 en gewijzigd bij de wetten van 28 juni 2013 en 4 mei 2016, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende :
  "6° de minister of zijn gemachtigde trekt het verblijf van de begeleide of vervoegde burger van de Unie overeenkomstig artikel 44 in.".
Art. 22. L'article 42quater, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 8 juillet 2011 et modifié par les lois du 28 juin 2013 et du 4 mai 2016, est complété par le 6° rédigé comme suit :
  "6° le ministre ou son délégué retire au citoyen de l'Union accompagné ou rejoint son séjour conformément à l'article 44.".
Art. 23. Artikel 42septies van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016, wordt opgeheven.
Art. 23. L'article 42septies de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 2016, est abrogé.
Art. 24. Artikel 43 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 43. § 1. De minister of zijn gemachtigde kan de binnenkomst en het verblijf van de burgers van de Unie en hun familieleden weigeren en hun het bevel geven het grondgebied te verlaten :
  1° wanneer zij valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten hebben gebruikt, of fraude hebben gepleegd of andere onwettige middelen hebben gebruikt, die hebben bijgedragen tot het verkrijgen van het verblijf;
  2° om redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid.
  § 2. Wanneer de minister of zijn gemachtigde overweegt een beslissing zoals bedoeld in paragraaf 1 te nemen, houdt hij rekening met de duur van het verblijf van de burger van de Unie of zijn familielid op het grondgebied van het Rijk, zijn leeftijd, gezondheidstoestand, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in het Rijk en de mate waarin hij bindingen heeft met zijn land van oorsprong.".
Art. 24. L'article 43 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 43. § 1er. Le ministre ou son délégué peut refuser l'entrée et le séjour aux citoyens de l'Union et aux membres de leurs familles et leur donner l'ordre de quitter le territoire :
  1° lorsqu'ils ont eu recours à des informations fausses ou trompeuses ou à des documents faux ou falsifiés, ou lorsqu'ils ont eu recours à la fraude ou à d'autres moyens illégaux qui ont contribué à l'obtention du séjour;
  2° pour des raisons d'ordre public, de sécurité nationale ou de santé publique.
  § 2. Lorsque le ministre ou son délégué envisage de prendre une décision visée au paragraphe 1er, il tient compte de la durée du séjour du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille sur le territoire du Royaume, de son âge, de son état de santé, de sa situation familiale et économique, de son intégration sociale et culturelle dans le Royaume et de l'intensité de ses liens avec son pays d'origine.".
Art. 25. Artikel 44 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 15 september 2006, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 44. § 1. De minister of zijn gemachtigde kan het verblijf van de burgers van de Unie en hun familieleden intrekken en hun het bevel geven het grondgebied te verlaten wanneer zij valse of misleidende informatie of valse of vervalste documenten hebben gebruikt, of fraude hebben gepleegd of andere onwettige middelen hebben gebruikt, die hebben bijgedragen tot het verkrijgen van het verblijf.
  § 2. Wanneer de minister of zijn gemachtigde overweegt een beslissing zoals bedoeld in paragraaf 1 te nemen, houdt hij rekening met de duur van het verblijf van de burger van de Unie of zijn familielid op het grondgebied van het Rijk, zijn leeftijd, gezondheidstoestand, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in het Rijk en de mate waarin hij bindingen heeft met zijn land van oorsprong.".
Art. 25. L'article 44 de la même loi, abrogé par la loi du 15 septembre 2006, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 44. § 1er. Le ministre ou son délégué peut retirer le séjour aux citoyens de l'Union et aux membres de leurs familles et leur donner l'ordre de quitter le territoire lorsqu'ils ont fait usage d'informations fausses ou trompeuses ou de documents faux ou falsifiés, ou lorsqu'ils ont eu recours à la fraude ou à d'autres moyens illégaux qui ont contribué à l'obtention du séjour.
  § 2. Lorsque le ministre ou son délégué envisage de prendre une décision telle que visée au paragraphe 1er, il tient compte de la durée du séjour du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille sur le territoire du Royaume, de son âge, de son état de santé, de sa situation familiale et économique, de son intégration sociale et culturelle dans le Royaume et de l'intensité de ses liens avec son pays d'origine.".
Art. 26. Artikel 44bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1996 en opgeheven bij de wet van 25 april 2007, wordt hersteld als volgt :
  "Art. 44bis. § 1. Onverminderd de paragrafen 2 en 3, kan de minister of zijn gemachtigde een einde maken aan het verblijf van de burgers van de Unie en hun familieleden en hun het bevel geven het grondgebied te verlaten om redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid.
  § 2. De minister kan een einde maken aan het verblijf van de burgers van de Unie en hun familieleden die krachtens de artikelen 42quinquies en 42sexies een duurzaam verblijfsrecht hebben verkregen en hun het bevel geven het grondgebied te verlaten, alleen om ernstige redenen van openbare orde of nationale veiligheid.
  § 3. De minister kan een einde maken aan het verblijf van de volgende burgers van de Unie en hun het bevel geven het grondgebied te verlaten, alleen om dwingende redenen van nationale veiligheid :
  1° de burgers van de Unie die op het grondgebied van het Rijk hebben verbleven gedurende de tien voorafgaande jaren;
  2° de burgers van de Unie die minderjarig zijn, behalve indien de beslissing noodzakelijk is in het belang van het kind, zoals bepaald in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989.
  § 4. Wanneer de minister of zijn gemachtigde overweegt een beslissing zoals bedoeld in de paragrafen 1, 2 of 3 te nemen, houdt hij rekening met de duur van het verblijf van de burger van de Unie of zijn familielid op het grondgebied van het Rijk, zijn leeftijd, gezondheidstoestand, gezins- en economische situatie, sociale en culturele integratie in het Rijk en de mate waarin hij bindingen heeft met zijn land van oorsprong.".
Art. 26. L'article 44bis de la même loi, inséré par la loi du 15 juillet 1996 et abrogé par la loi du 25 avril 2007, est rétabli dans la rédaction suivante :
  "Art. 44bis. § 1er. Sans préjudice des paragraphes 2 et 3, le ministre ou son délégué peut mettre fin au séjour des citoyens de l'Union et des membres de leurs familles et leur donner l'ordre de quitter le territoire pour des raisons d'ordre public, de sécurité nationale ou de santé publique.
  § 2. Le ministre peut mettre fin au séjour des citoyens de l'Union et des membres de leurs familles ayant acquis un droit de séjour permanent conformément aux articles 42quinquies et 42sexies et leur donner l'ordre de quitter le territoire uniquement pour des raisons graves d'ordre public ou de sécurité nationale.
  § 3. Le ministre peut mettre fin au séjour des citoyens de l'Union suivants et leur donner l'ordre de quitter le territoire uniquement pour des raisons impérieuses de sécurité nationale :
  1° les citoyens de l'Union qui ont séjourné sur le territoire du Royaume pendant les dix années précédentes;
  2° les citoyens de l'Union qui sont mineurs d'âge sauf si la décision est nécessaire dans l'intérêt de l'enfant, comme prévu dans la Convention des Nations unies sur les droits de l'enfant du 20 novembre 1989.
  § 4. Lorsque le ministre ou son délégué envisage de prendre une décision visée aux paragraphes 1er, 2 ou 3, il tient compte de la durée du séjour du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille sur le territoire du Royaume, de son âge, de son état de santé, de sa situation familiale et économique, de son intégration sociale et culturelle dans le Royaume et de l'intensité de ses liens avec son pays d'origine.".
Art. 27. In dezelfde wet wordt een artikel 44ter ingevoegd, luidende :
  "Art. 44ter. Het bevel om het grondgebied te verlaten, afgegeven aan een burger van de Unie of zijn familielid, vermeldt de termijn binnen welke hij het grondgebied van het Rijk moet verlaten. Behalve in naar behoren aangetoonde dringende gevallen, mag deze termijn niet korter zijn dan een maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de beslissing.
  De in het eerste lid bedoelde termijn kan door de minister of zijn gemachtigde worden verlengd wanneer :
  1° de vrijwillige terugkeer niet kan worden gerealiseerd binnen deze termijn, of
  2° de omstandigheden die specifiek zijn voor de situatie van de betrokkene dit rechtvaardigen.
  De aanvraag voor een verlenging van de termijn om het grondgebied van het Rijk te verlaten moet door de burger van de Unie of zijn familielid worden ingediend bij de minister of zijn gemachtigde.".
Art. 27. Dans la même loi, il est inséré un article 44ter rédigé comme suit :
  "Art. 44ter. L'ordre de quitter le territoire délivré à un citoyen de l'Union ou à un membre de sa famille indique le délai endéans lequel il doit quitter le territoire du Royaume. Sauf en cas d'urgence dûment justifié, ce délai ne peut pas être inférieur à un mois à compter de la notification de la décision.
  Le délai visé à l'alinéa 1er peut être prolongé par le ministre ou son délégué lorsque :
  1° le retour volontaire ne peut se réaliser dans ledit délai; ou
  2° les circonstances propres à la situation de l'intéressé le justifient.
  La demande visant à obtenir une prolongation du délai pour quitter le territoire du Royaume doit être introduite par le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille auprès du ministre ou de son délégué.".
Art. 28. In dezelfde wet wordt een artikel 44quater ingevoegd, luidende :
  "Art. 44quater. Zolang de in artikel 44ter bedoelde termijn loopt, mag de burger van de Unie of zijn familielid niet gedwongen worden verwijderd.
  Om elk risico op onderduiken tijdens de in artikel 44ter bedoelde termijn te vermijden, kan de burger van de Unie of zijn familielid worden verplicht tot het vervullen van preventieve maatregelen. De Koning is gemachtigd deze maatregelen te bepalen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.".
Art. 28. Dans la même loi, il est inséré un article 44quater rédigé comme suit :
  "Art. 44quater. Aussi longtemps que le délai visé à l'article 44ter court, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille ne peut pas faire l'objet d'un éloignement forcé.
  Pour éviter tout risque de fuite pendant le délai visé à l'article 44ter, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille peut être contraint à remplir des mesures préventives. Le Roi est habilité à déterminer ces mesures par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.".
Art. 29. In dezelfde wet wordt een artikel 44quinquies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44quinquies. § 1. De minister of zijn gemachtigde neemt alle nodige maatregelen tot uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten wanneer :
  1° aan de burger van de Unie of zijn familielid geen termijn is toegestaan om het grondgebied van het Rijk te verlaten;
  2° de burger van de Unie of zijn familielid het grondgebied van het Rijk niet heeft verlaten binnen de termijn die hem is toegestaan;
  3° de burger van de Unie of zijn familielid, voordat de toegestane termijn om het grondgebied van het Rijk te verlaten is verstreken, een risico op onderduiken vormt, de opgelegde preventieve maatregelen niet heeft nageleefd of een bedreiging is voor de openbare orde of de nationale veiligheid.
  § 2. Wanneer de burger van de Unie of zijn familielid zich verzet tegen zijn verwijdering of een risico op gevaar vormt tijdens zijn verwijdering, wordt er overgegaan tot zijn gedwongen terugkeer, zo nodig onder begeleiding. Er mogen dan dwangmaatregen tegen hem worden gebruikt, met naleving van de artikelen 1 en 37 van de wet van 5 augustus 1992 op het politieambt.
  Wanneer de verwijdering wordt uitgevoerd door de lucht, worden de maatregelen genomen overeenkomstig de aan Beschikking 2004/573/EG gehechte gemeenschappelijke richtsnoeren voor verwijdering door de lucht.
  § 3. De Koning duidt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de instantie aan die belast is met de controle op de gedwongen terugkeer en bepaalt de nadere regels van deze controle. Deze instantie is onafhankelijk van de overheden bevoegd voor de verwijdering.".
Art. 29. Dans la même loi, il est inséré un article 44quinquies rédigé comme suit :
  "Art. 44quinquies. § 1er. Le ministre ou son délégué prend toutes les mesures nécessaires pour exécuter l'ordre de quitter le territoire lorsque :
  1° aucun délai n'a été octroyé au citoyen de l'Union ou au membre de sa famille pour quitter le territoire du Royaume;
  2° le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille n'a pas quitté le territoire du Royaume dans le délai qui lui était octroyé;
  3° avant l'écoulement du délai octroyé pour quitter le territoire du Royaume, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille présente un risque de fuite, n'a pas respecté les mesures préventives imposées ou constitue une menace pour l'ordre public ou la sécurité nationale.
  § 2. Lorsque le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille s'oppose à son éloignement ou lorsqu'il présente un risque de dangerosité lors de son éloignement, il est procédé à son retour forcé, le cas échéant avec escorte. Des mesures coercitives peuvent alors être utilisées à son égard dans le respect des articles 1er et 37 de la loi du 5 août 1992 sur la fonction de police.
  Lorsque l'éloignement est exécuté par voie aérienne, les mesures sont prises conformément aux orientations communes d'éloignement par voie aérienne annexées à la décision 2004/573/CE.
  § 3. Le Roi désigne par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, l'instance chargée d'assurer le contrôle des retours forcés et détermine les modalités de ce contrôle. Cette instance est indépendante des autorités compétentes en matière d'éloignement.".
Art. 30. In dezelfde wet wordt een artikel 44sexies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44sexies. Wanneer de specifieke omstandigheden van het geval dit rechtvaardigen, kan de minister of zijn gemachtigde de verwijdering tijdelijk uitstellen. Hij deelt dit mee aan de betrokkene.
  Om elk risico op onderduiken te vermijden, kan de burger van de Unie of zijn familielid worden verplicht tot het vervullen van preventieve maatregelen. De Koning is gemachtigd deze maatregelen te bepalen bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  De minister of zijn gemachtigde kan, in dezelfde gevallen, de burger van de Unie of zijn familielid een verblijfplaats aanwijzen voor de tijd die nodig is om deze maatregel uit te voeren.".
Art. 30. Dans la même loi, il est inséré un article 44sexies, rédigé comme suit :
  "Art. 44sexies. Lorsque les circonstances propres à chaque cas le justifient, le ministre ou son délégué peut reporter temporairement l'éloignement. Il en informe l'intéressé.
  Pour éviter tout risque de fuite, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille peut être contraint à remplir des mesures préventives. Le Roi est habilité à déterminer ces mesures par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
  Le ministre ou son délégué, peut, dans les mêmes cas, assigner à résidence le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille pendant le temps nécessaire à l'exécution de cette mesure.".
Art. 31. In dezelfde wet wordt een artikel 44septies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44septies. § 1. Indien redenen van openbare orde, nationale veiligheid of volksgezondheid het vereisen en tenzij andere, minder dwingende maatregelen doeltreffend kunnen worden toegepast, kunnen de burgers van de Unie en hun familieleden, met de bedoeling de uitvoering van de maatregel tot verwijdering te garanderen, worden vastgehouden voor de tijd die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de maatregel, zonder dat de duur van de vasthouding twee maanden te boven mag gaan.
  De minister of zijn gemachtigde kan evenwel de duur van deze vasthouding telkens met een periode van twee maanden verlengen wanneer de nodige stappen om de vreemdeling te verwijderen zijn ondernomen binnen zeven werkdagen na de vasthouding van de burger van de Unie of zijn familielid, wanneer zij met de vereiste zorgvuldigheid worden voortgezet en wanneer de effectieve verwijdering van de betrokkene binnen een redelijke termijn nog steeds mogelijk is.
  Na een eerste verlenging kan de beslissing om de duur van de vasthouding te verlengen alleen door de minister worden genomen.
  Na vijf maanden moet de burger van de Unie of zijn familielid in vrijheid worden gesteld. In de gevallen waarin dit noodzakelijk is voor de bescherming van de openbare orde of de nationale veiligheid, kan de vasthouding telkens met een maand worden verlengd, evenwel zonder dat de totale duur van de vasthouding meer dan acht maanden mag bedragen.
  § 2. De burger van de Unie of zijn familielid, bedoeld in paragraaf 1, kan beroep instellen tegen de beslissing tot vasthouding die jegens hem is genomen, overeenkomstig de artikelen 71 en volgende.".
Art. 31. Dans la même loi, il est inséré un article 44septies rédigé comme suit :
  "Art. 44septies. § 1er. Si des raisons d'ordre public, de sécurité nationale ou de santé publique l'exigent et à moins que d'autres mesures moins coercitives puissent s'appliquer efficacement, les citoyens de l'Union et les membres de leurs familles peuvent, en vue de garantir l'exécution de la mesure d'éloignement, être maintenus pendant le temps strictement nécessaire à l'exécution de la mesure sans que la durée du maintien ne puisse dépasser deux mois.
  Toutefois, le ministre ou son délégué peut prolonger la durée de ce maintien par période de deux mois, lorsque les démarches nécessaires en vue de l'éloignement de l'étranger ont été entreprises dans les sept jours ouvrables suivant le maintien du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille, qu'elles sont poursuivies avec toute la diligence requise et qu'il subsiste toujours une possibilité d'éloigner effectivement l'intéressé dans un délai raisonnable.
  Après une première prolongation, la décision de prolonger la durée du maintien peut être prise uniquement par le ministre.
  Après cinq mois, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille doit être mis en liberté. Dans le cas où la sauvegarde de l'ordre public ou la sécurité nationale l'exige, le maintien peut être prolongé chaque fois d'un mois sans toutefois que la durée totale du maintien puisse dépasser huit mois.
  § 2. Le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille visé au paragraphe 1er peut introduire un recours à l'encontre de la décision de maintien dont il fait l'objet, conformément aux articles 71 et suivants.".
Art. 32. In dezelfde wet wordt een artikel 44octies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44octies. De volgende personen mogen niet op de plaatsen in de zin van artikel 74/8, § 2, worden vastgehouden :
  1° de niet-begeleide minderjarige burgers van de Unie;
  2° de niet-begeleide minderjarige familieleden van een burger van de Unie;
  3° de gezinnen van de burgers van de Unie, wanneer minstens een van de gezinsleden minderjarig is.".
Art. 32. Dans la même loi, il est inséré un article 44octies rédigé comme suit :
  "Art. 44octies. Ne peuvent être maintenus dans les lieux au sens de l'article 74/8, § 2 :
  1° les citoyens de l'Union mineurs d'âge non accompagnés;
  2° les membres de la famille d'un citoyen de l'Union mineurs d'âge non accompagnés;
  3° les familles des citoyens de l'Union lorsqu'elles se composent d'au moins un mineur d'âge.".
Art. 33. In dezelfde wet wordt een artikel 44nonies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44nonies. De minister of zijn gemachtigde kan de in de artikelen 43, § 1, eerste lid, 2°, en 44bis, bedoelde beslissingen koppelen aan een inreisverbod voor het grondgebied van het Rijk, waarvan de duur door hem wordt vastgesteld, rekening houdend met alle omstandigheden van elk geval.
  De duur van het inreisverbod mag vijf jaar niet overschrijden, behalve indien de burger van de Unie of zijn familielid een ernstige bedreiging is voor de openbare orde of de nationale veiligheid.".
Art. 33. Dans la même loi, il est inséré un article 44nonies rédigé comme suit :
  "Art. 44nonies. Le ministre ou son délégué peut assortir les décisions visées aux articles 43, § 1er, alinéa 1er, 2°, et 44bis d'une interdiction d'entrée sur le territoire du Royaume dont la durée est déterminée par lui en tenant compte de toutes les circonstances propres à chaque cas.
  La durée de l'interdiction d'entrée ne peut pas dépasser cinq ans sauf si le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille constitue une menace grave pour l'ordre public ou la sécurité nationale.".
Art. 34. In dezelfde wet wordt een artikel 44decies ingevoegd, luidende :
  "Art. 44decies. § 1. De burger van de Unie of zijn familielid die een inreisverbod voor het grondgebied van het Rijk krijgt, kan er de schorsing of de intrekking van aanvragen na een redelijke termijn en in elk geval na drie jaar te rekenen vanaf de uitvoering ervan.
  § 2. De aanvraag voor de schorsing of intrekking van het inreisverbod moet worden ingediend bij de minister of zijn gemachtigde vanuit het land van oorsprong of van verblijf van de burger van de Unie of zijn familielid.
  De minister of zijn gemachtigde beschikt over een termijn van zes maanden om over de aanvraag te beslissen.
  § 3. Indien de aanvraag niet is ingediend overeenkomstig paragraaf 2, weigert de minister of zijn gemachtigde de aanvraag in overweging te nemen.
  Indien de argumenten aangevoerd door de burger van de Unie of zijn familielid een wijziging in materiële zin bewijzen in de omstandigheden die destijds de beslissing tot inreisverbod op het grondgebied van het Rijk rechtvaardigden, schorst de minister of zijn gemachtigde het inreisverbod of trekt het in. In het tegenovergestelde geval weigert hij de aanvraag tot schorsing of intrekking van het inreisverbod.
  § 4. Tijdens de behandeling van zijn aanvraag tot schorsing of intrekking van het inreisverbod heeft de burger van de Unie of zijn familielid geen recht van toegang of verblijf op het grondgebied van het Rijk.".
Art. 34. Dans la même loi, il est inséré un article 44decies rédigé comme suit :
  "Art. 44decies. § 1er. Le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille, qui fait l'objet d'une décision d'interdiction d'entrée sur le territoire du Royaume, peut en demander la suspension ou la levée après un délai raisonnable et en tout cas après trois ans à compter de son exécution.
  § 2. La demande de suspension ou de levée de l'interdiction d'entrée doit être introduite auprès du ministre ou de son délégué à partir du pays d'origine ou de résidence du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille.
  Le ministre ou son délégué dispose d'un délai de six mois pour se prononcer sur la demande.
  § 3. Si la demande n'est pas introduite conformément au paragraphe 2, le ministre ou son délégué refuse de prendre la demande en considération.
  Si les moyens invoqués par le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille établissent un changement matériel des circonstances qui avaient justifié la décision d'interdiction d'entrée sur le territoire du Royaume, le ministre ou son délégué suspend ou lève l'interdiction d'entrée. Dans le cas contraire, il refuse la demande de suspension ou de levée de l'interdiction d'entrée.
  § 4. Pendant l'examen de sa demande de suspension ou de levée de l'interdiction d'entrée, le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille n'a aucun droit d'accès ou de séjour sur le territoire du Royaume.".
Art. 35. Artikel 45 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 45. § 1. De redenen van openbare orde, nationale veiligheid en volksgezondheid bedoeld in de artikelen 43 en 44bis mogen niet worden aangevoerd voor economische doeleinden.
  § 2. De in de artikelen 43 en 44bis bedoelde beslissingen moeten in overeenstemming zijn met het evenredigheidsbeginsel en uitsluitend gebaseerd zijn op het persoonlijk gedrag van de betrokken burger van de Unie of zijn familielid.
  Eerdere strafrechtelijke veroordelingen zijn als zodanig geen reden voor dergelijke beslissingen.
  Het gedrag van de burger van de Unie of van zijn familielid moet een werkelijke, actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving zijn. Motiveringen die los staan van het individuele geval of met algemene preventieve redenen verband houden, mogen niet worden aangevoerd.
  Om te beoordelen of de burger van de Unie of zijn familielid een gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid vormt, kan de minister of zijn gemachtigde, bij de afgifte van de verklaring van inschrijving of van de verblijfskaart van familielid van een burger van de Unie, en als hij het onontbeerlijk acht, aan de lidstaat van oorsprong en, eventueel aan andere lidstaten, inlichtingen vragen over de gerechtelijke antecedenten van de betrokkene. Deze raadpleging mag geen systematisch karakter dragen.
  § 3. Alleen de ziekten opgesomd in de bijlage bij deze wet kunnen de in artikelen 43 en 44bis bedoelde maatregelen rechtvaardigen.
  Het optreden van een van deze ziekten na een periode van drie maanden na de aankomst van de burger van de Unie of zijn familielid op het grondgebied van het Rijk stelt de minister of zijn gemachtigde niet in staat aan het verblijf van de burger van de Unie of zijn familielid een einde te maken overeenkomstig artikel 44bis.
  Binnen drie maanden na hun aankomst op het grondgebied van het Rijk, en indien ernstige aanwijzingen daartoe aanleiding geven, kan de minister of zijn gemachtigde de burger van de Unie of zijn familielid onderwerpen aan een kosteloos medisch onderzoek opdat wordt bevestigd dat hij niet lijdt aan een van de ziekten bedoeld in het eerste lid. Dit medisch onderzoek mag geen systematisch karakter dragen.
  § 4. Het verstrijken van de geldigheidsduur van de identiteitskaart of het paspoort waarmee de burger van de Unie of zijn familielid het grondgebied van het Rijk is binnengekomen, is geen voldoende reden om een einde te maken aan zijn verblijf.".
Art. 35. L'article 45 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 45. § 1er. Les raisons d'ordre public, de sécurité nationale et de santé publique visées aux articles 43 et 44bis ne peuvent être invoquées à des fins économiques.
  § 2. Les décisions visées aux articles 43 et 44bis doivent respecter le principe de proportionnalité et être fondées exclusivement sur le comportement personnel du citoyen concerné de l'Union ou du membre de sa famille.
  L'existence de condamnations pénales antérieures ne peut à elle seule motiver de telles décisions.
  Le comportement du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille doit représenter une menace réelle, actuelle et suffisamment grave pour un intérêt fondamental de la société. Des justifications non directement liées au cas individuel concerné ou tenant à des raisons de prévention générale ne peuvent pas être retenues.
  Aux fins d'établir si le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille représente un danger pour l'ordre public ou la sécurité nationale, le ministre ou son délégué peut, lors de la délivrance de l'attestation d'enregistrement ou de la carte de séjour de membre de la famille d'un citoyen de l'Union et s'il le juge indispensable, demander à l'Etat membre d'origine et, éventuellement, à d'autres Etats membres des renseignements sur les antécédents judiciaires de la personne concernée. Cette consultation ne peut pas avoir un caractère systématique.
  § 3. Seules les maladies énumérées dans l'annexe de la présente loi peuvent justifier les mesures visées aux articles 43 et 44bis.
  La survenance d'une de ces maladies après une période de trois mois suivant l'arrivée du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille sur le territoire du Royaume ne permet pas au ministre ou à son délégué de mettre fin au séjour du citoyen de l'Union ou du membre de sa famille conformément à l'article 44bis.
  Dans les trois mois suivant leur arrivée sur le territoire du Royaume et si des indices sérieux le justifient, le ministre ou son délégué peut soumettre le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille à un examen médical gratuit afin qu'il soit attesté qu'il ne souffre pas d'une des maladies visées à l'alinéa 1er. Cet examen médical ne peut pas avoir un caractère systématique.
  § 4. L'expiration de la carte d'identité ou du passeport ayant permis au citoyen de l'Union ou au membre de sa famille d'entrer sur le territoire du Royaume ne constitue pas un motif suffisant pour mettre fin à son séjour.".
Art. 36. Artikel 45/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 4 mei 2016, wordt opgeheven.
Art. 36. L'article 45/1 de la même loi, inséré par la loi du 4 mai 2016, est abrogé.
Art. 37. In artikel 46 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 25 april 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2, 2° en 4°, worden de woorden "of van artikel 42septies" telkens vervangen door de woorden "of van artikel 44";
  2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
  " § 3. Een schriftelijke of mondelinge vertaling van de belangrijkste elementen van de beslissing tot verwijdering, in voorkomend geval gepaard met een inreisverbod, met inbegrip van de informatie over de beroepsmiddelen, in een taal die de burger van de Unie of zijn familielid begrijpt, of waarvan men redelijkerwijs kan veronderstellen dat hij die begrijpt, kan op verzoek van de betrokkene bij de minister of zijn gemachtigde worden verkregen. Dit wordt uitdrukkelijk in de beslissing vermeld.";
  3° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 37. A l'article 46 de la même loi, modifié par la loi du 25 avril 2007, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, 2° et 4°, les mots "ou de l'article 42septies" sont chaque fois remplacés par les mots "ou de l `article 44";
  2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Une traduction écrite ou orale des principaux éléments de la décision d'éloignement, assortie le cas échéant d'une interdiction d'entrée, y compris des informations concernant les voies de recours dans une langue que le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille comprend, ou dont il est raisonnable de supposer qu'il la comprend, peut être obtenue sur demande de l'intéressé auprès du ministre ou de son délégué. Ceci est mentionné explicitement dans la décision.";
  3° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 38. Artikel 46bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 46bis. De minister of zijn gemachtigde kan geen einde maken aan het verblijf van een burger van de Unie of zijn familielid die de internationale bescherming in het Rijk geniet en kan hem ook geen bevel geven om het grondgebied te verlaten.".
Art. 38. L'article 46bis de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2007, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 46bis. Le ministre ou son délégué ne peut pas mettre fin au séjour et délivrer un ordre de quitter le territoire à citoyen de l'Union ou à un membre de sa famille qui bénéficie de la protection internationale dans le Royaume.".
Art. 39. In artikel 55, § 3, van dezelfde wet, hersteld bij de wet van 22 december 2003 en gewijzigd bij de wet van 10 augustus 2015, worden de woorden "de artikelen 20 en 21" vervangen door de woorden "de artikelen 21 en 22".
Art. 39. Dans l'article 55, § 3, de la même loi, rétabli par la loi du 22 décembre 2003 et modifié par la loi du 10 août 2015, les mots "aux articles 20 et 21" sont remplacés par les mots "aux articles 21 et 22".
Art. 40. Artikel 56 van dezelfde wet, hersteld bij de wet van 15 september 2006, wordt opgeheven.
Art. 40. L'article 56 de la même loi, rétabli par la loi du 15 septembre 2006, est abrogé.
Art. 41. Artikel 61/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 6 mei 2009 en 19 maart 2014, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 61/8. § 1. Wanneer er een einde wordt gemaakt aan het verblijf van een vreemdeling die tot verblijf gemachtigd is krachtens artikel 61/7, wordt de lidstaat die hem de status van langdurig ingezetene heeft verleend hiervan op de hoogte gebracht, en dit met het oog op de eventuele terugname van de betrokkene op zijn grondgebied.
  De verwijderingsmaatregel is beperkt tot het grondgebied van het Rijk.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 en onverminderd het tweede lid kan de verwijderingsmaatregel tot het grondgebied van de Europese Unie worden uitgebreid wanneer de betrokkene een actuele en voldoende ernstige bedreiging is voor de openbare orde of de nationale veiligheid. De lidstaat die hem de status van langdurig ingezetene verleend heeft, wordt geraadpleegd wanneer de beslissing genomen wordt.
  Wanneer de betrokkene in een andere lidstaat internationale bescherming geniet, kan de verwijderingsmaatregel enkel in de volgende gevallen worden uitgebreid tot het grondgebied van de Europese Unie :
  1° wanneer hij geen internationale bescherming meer geniet; of
  2° wanneer er ernstige redenen bestaan om hem te beschouwen als een bedreiging voor de nationale veiligheid of wanneer hij, omdat hij definitief veroordeeld is voor een bijzonder ernstig misdrijf, een bedreiging vormt voor de openbare orde.
  In geen geval mag de betrokkene verwijderd worden naar een land waar hij blootgesteld wordt aan een schending van het non-refoulementbeginsel.".
Art. 41. L'article 61/8 de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2007 et modifié par les lois du 6 mai 2009 et du 19 mars 2014, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 61/8. § 1er. Lorsqu'il est mis fin au séjour d'un étranger autorisé au séjour en vertu de l'article 61/7, l'Etat membre qui lui a accordé le statut de résident de longue durée en est informé en vue de la réadmission éventuelle de l'intéressé sur son territoire.
  La mesure d'éloignement est limitée au territoire du Royaume.
  § 2. Par dérogation au paragraphe 1er et sans préjudice de l'alinéa 2, la mesure d'éloignement peut être étendue au territoire de l'Union européenne si l'intéressé représente une menace actuelle et suffisamment grave pour l'ordre public ou la sécurité nationale. L'Etat membre qui lui a accordé le statut de résident de longue durée est consulté lors de la prise de décision.
  Si l'intéressé bénéficie de la protection internationale dans un autre Etat membre, la mesure d'éloignement peut être étendue au territoire de l'Union européenne uniquement si :
  1° il ne bénéficie plus de la protection internationale; ou si
  2° il existe des raisons sérieuses de considérer que l'intéressé constitue une menace pour la sécurité nationale ou si, ayant été condamné définitivement pour une infraction particulièrement grave, il représente une menace pour l'ordre public.
  L'intéressé ne peut en aucun cas être éloigné vers un pays où il est exposé à une violation du principe de non-refoulement.".
Art. 42. Artikel 61/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 april 2007 en gewijzigd bij de wet van 19 maart 2014, wordt opgeheven.
Art. 42. L'article 61/9 de la même loi, inséré par la loi du 25 avril 2007 et modifié par la loi du 19 mars 2014, est abrogé.
Art. 43. In dezelfde wet wordt het opschrift van Titel III vervangen als volgt :
  "Titel III. Procedurele waarborgen en rechtsmiddelen."
Art. 43. Dans la même loi, l'intitulé du Titre III est remplacé par ce qui suit :
  "Titre III. Garanties procédurales et voies de recours."
Art. 44. In Titel III van dezelfde wet, wordt het opschrift van Hoofdstuk I vervangen als volgt :
  "Hoofdstuk I. Recht om te worden gehoord, motivering en kennisgeving van de administratieve beslissingen en beroepen.".
Art. 44. Dans le Titre III de la même loi, l'intitulé du Chapitre Ier est remplacé par ce qui suit :
  "Chapitre Ier. Droit d'être entendu, motivation et notification des décisions administratives et recours.".
Art. 45. Artikel 62 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 4 mei 2016, wordt vervangen als volgt :
  "Art. 62. § 1. Wanneer er wordt overw ogen om het verblijf van een vreemdeling die gemachtigd of toegelaten is tot een verblijf van meer dan drie maanden op het grondgebied van het Rijk of die het recht heeft om er meer dan drie maanden te verblijven, te beëindigen of in te trekken wordt de betrokkene hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht en wordt hem de mogelijkheid geboden om de relevante elementen aan te voeren die het nemen van een beslissing kunnen verhinderen of beïnvloeden.
  Vanaf de ontvangst van het in het eerste lid bedoelde geschrift beschikt de betrokkene over een termijn van vijftien dagen om de relevante elementen schriftelijk over te zenden. Rekening houdend met de omstandigheden eigen aan het geval kan deze termijn worden ingekort of verlengd, indien dat nuttig of noodzakelijk blijkt te zijn voor het nemen van een beslissing.
  De in het eerste lid bedoelde verplichting is niet van toepassing in de volgende gevallen :
  1° indien redenen van Staatsveiligheid zich daartegen verzetten;
  2° indien de bijzondere omstandigheden, eigen aan dit geval, dit in de weg staan of dit verhinderen, omwille van hun aard of ernst;
  3° de betrokkene is onbereikbaar.
  § 2. De administratieve beslissingen worden met redenen omkleed. De feiten die deze beslissingen rechtvaardigen worden vermeld, behalve indien redenen van Staatsveiligheid zich daartegen verzetten.
  Wanneer de in artikel 39/79, § 1, tweede lid, bedoelde beslissingen gebaseerd zijn op feiten die beschouwd worden als dwingende redenen van nationale veiligheid wordt in deze beslissingen vermeld dat ze gebaseerd zijn op dwingende redenen van nationale veiligheid in de zin van artikel 39/79, § 3.
  § 3. Zij worden ter kennis van de betrokkenen gebracht die er een afschrift van ontvangen door een van de volgende personen :
  1° de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling zich bevindt of zijn gemachtigde;
  2° een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken;
  3° de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of zijn gemachtigde;
  4° een officier van gerechtelijke politie, daaronder mede begrepen de officier van gerechtelijke politie met beperkte bevoegdheid;
  5° een politieambtenaar;
  6° een ambtenaar van de Administratie der Douanen en Accijnzen;
  7° de directeur van de strafinrichting, indien de vreemdeling onder arrest geplaatst is;
  8° met de medewerking van de Belgische diplomatieke of consulaire overheid in het buitenland, indien de vreemdeling zich niet op het grondgebied van het Rijk bevindt.
  Onverminderd een kennisgeving aan de persoon zelf is elke kennisgeving op de verblijfsplaats of, in voorkomend geval, de gekozen woonplaats rechtsgeldig gedaan indien ze op een van de volgende manieren uitgevoerd wordt :
  1° bij aangetekende brief;
  2° per bode, met ontvangstbewijs;
  3° per fax, indien de vreemdeling woonplaats heeft gekozen bij zijn advocaat;
  4° via elke andere bij een koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad toegelaten wijze waarbij de datum van kennisgeving met zekerheid kan worden vastgesteld.".
Art. 45. L'article 62 de la même loi, remplacé par la loi du 4 mai 2016, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 62. § 1er. Lorsqu'il est envisagé de mettre fin au séjour ou de retirer le séjour d'un étranger qui est autorisé ou admis à séjourner plus de trois mois sur le territoire du Royaume ou qui a le droit d'y séjourner plus de trois mois, l'intéressé en est informé par écrit et la possibilité lui est offerte de faire valoir les éléments pertinents qui sont de nature à empêcher ou à influencer la prise de décision.
  L'intéressé dispose d'un délai de quinze jours, à partir de la réception de l'écrit visé à l'alinéa 1er, pour transmettre les éléments pertinents par écrit. Ce délai peut être réduit ou prolongé si cela s'avère utile ou nécessaire à la prise de décision, compte tenu des circonstances propres au cas d'espèce.
  L'obligation prévue l'alinéa 1er ne s'applique pas dans les cas suivants :
  1° si des motifs intéressant la sûreté de l'Etat s'y opposent;
  2° si les circonstances particulières, propres au cas d'espèce, s'y opposent ou l'empêchent, en raison de leur nature ou de leur gravité;
  3° l'intéressé est injoignable.
  § 2. Les décisions administratives sont motivées. Les faits qui les justifient sont indiqués sauf si des motifs intéressant la sûreté de l'Etat s'y opposent.
  Lorsque les décisions visées à l'article 39/79, § 1er, alinéa 2, sont fondées sur des faits considérés comme des raisons impérieuses de sécurité nationale, elles indiquent qu'elles se fondent sur des raisons impérieuses de sécurité nationale au sens de l'article 39/79, § 3.
  § 3. Elles sont notifiées aux intéressés, qui en reçoivent une copie, par une des personnes suivantes :
  1° le bourgmestre de la commune où se trouve l'étranger ou son délégué;
  2° un agent de l'Office des étrangers;
  3° le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou son délégué;
  4° un officier de police judiciaire, en ce compris l'officier de police judiciaire dont la compétence est limitée;
  5° un fonctionnaire de police;
  6° un agent de l'Administration des douanes et accises;
  7° le directeur de l'établissement pénitentiaire si l'étranger est en état d'arrestation;
  8° à l'intervention de l'autorité diplomatique ou consulaire belge à l'étranger si l'étranger ne se trouve pas sur le territoire du Royaume.
  Sans préjudice d'une notification à la personne même, toute notification est valablement faite à la résidence ou, le cas échéant, au domicile élu, de l'une des manières suivantes :
  1° sous pli recommandé;
  2° par porteur contre accusé de réception;
  3° par télécopie si l'étranger a élu domicile chez son avocat;
  4° par tout autre mode admis par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres par lequel la date de la notification peut être constatée de manière certaine.".
Art. 46. In artikel 68 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het eerste lid wordt het cijfer "22," vervangen door de woorden "26, 44sexies, derde lid,";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 46. A l'article 68 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 19 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le chiffre "22," est remplacé par les mots "26, 44sexies, alinéa 3,";
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 47. In artikel 71, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 1996 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, wordt het cijfer "25," opgeheven en worden de woorden "44septies, § 1," ingevoegd tussen de woorden "29, tweede lid," en de woorden "51/5, § 1, tweede lid,".
Art. 47. Dans l'article 71, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 1996 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 mai 2009, le chiffre "25," est abrogé et les mots "44septies, § 1," sont insérés entre les mots "29, alinéa 2," et les mots "51/5, § 1, alinéa 2,".
Art. 48. In artikel 74, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 juli 1996, worden de woorden "25, vijfde lid," opgeheven en worden de woorden "44septies, § 1, derde lid" ingevoegd tussen de woorden "29, derde lid," en de woorden "74/5, § 3".
Art. 48. Dans l'article 74, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 1996, les mots "25, alinéa 5," sont abrogés et les mots "44septies, § 1er, alinéa 3" sont insérés entre les mots "29, alinéa 3," et les mots "74/5, § 3".
Art. 49. In artikel 74/8, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 2009, wordt het cijfer "25" opgeheven en worden de woorden "44septies, § 1," ingevoegd tussen de woorden "29, tweede lid," en de woorden "51/5, § 1".
Art. 49. Dans l'article 74/8, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 6 mai 2009, le chiffre "25" est abrogé et les mots "44septies, § 1er," sont insérés entre les mots "29, alinéa 2," et les mots "51/5, § 1er".
Art. 50. In artikel 74/10, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012, worden de woorden "artikel 13 van de Schengengrenscode" vervangen door de woorden "artikel 14 van de Schengengrenscode".
Art. 50. Dans l'article 74/10 de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les mots "l'article 13 du Code frontières Schengen" sont remplacés par les mots "l'article 14 du Code frontières Schengen".
Art. 51. In artikel 74/11, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012, wordt het woord "gevaar" vervangen door het woord "bedreiging".
Art. 51. Dans l'article 74/11, § 2, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les mots "un danger" sont remplacés par les mots "une menace".
Art. 52. In artikel 74/14, § 3, eerste lid, 3°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012, worden de woorden "een gevaar is voor de openbare orde en de nationale veiligheid" vervangen door de woorden "een bedreiging is voor de openbare orde of de nationale veiligheid".
Art. 52. Dans l'article 74/14, § 3, alinéa 1er, 3°, de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les mots "un danger pour l'ordre public et la sécurité nationale" sont remplacés par les mots "une menace pour l'ordre public ou la sécurité nationale".
Art. 53. De minister bevoegd voor Asiel en Migratie brengt twee jaar na de inwerkingtreding van deze wet een evaluatieverslag uit van de toepassing van deze wet aan de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Art. 53. Le ministre ayant l'Asile et la Migration dans ses attributions fait à la Chambre des représentants un rapport d'évaluation de l'application de la présente loi deux ans après son entrée en vigueur.