Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 FEBRUARI 2017. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het Subsidiebesluit van 22 november 2013 en het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014 en tot opheffing van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015 houdende de regeling van de toekenning van subsidies aan de organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse opvang en adoptiebemiddeling die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut
Titre
17 FEVRIER 2017. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013 et l'ArrĂȘtĂ© de Subventionnement de l'Accueil extrascolaire du 16 mai 2014 et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015 rĂ©glant l'octroi de subventions aux organisateurs d'accueil d'enfants, d'accueil extrascolaire et de mĂ©diation d'adoption qui emploient des membres du personnel dans un ancien statut TCT
Documentinformatie
Numac: 2017011289
Datum: 2017-02-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2017011289
Date: 2017-02-17
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In het Subsidiebesluit van 22 november 2013, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016, wordt een artikel 56/3 ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 56/3. Voor de organisator die voor zijn kinderopvanglocatie groepsopvang op 31 december 2016 een subsidie ontvangt op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015 houdende de regeling van de toekenning van subsidies aan de organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse opvang en adoptiebemiddeling die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut, wordt die subsidie in onderling akkoord tussen Kind en Gezin en de organisator omgezet in een basissubsidie als vermeld in artikel 12 tot en met 16, een subsidie voor inkomenstarief als vermeld in artikel 18 tot en met 36/1 en artikel 59, van dit besluit, of in een plussubsidie als vermeld in artikel 37 tot en met 40 van dit besluit, of in een subsidie voor flexibele urenpakketten groepsopvang als vermeld in artikel 40/7 tot en met 40/10 van dit besluit, of in een combinatie van de voormelde subsidievormen. Het subsidiebedrag na omzetting kan maximaal even hoog zijn als het subsidiebedrag dat de organisator ontving op basis van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015.
  In afwijking van het eerste lid heeft de organisator die de werking van zijn kinderopvanglocatie kan verderzetten zonder over de subsidie op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015, vermeld in het eerste lid, te beschikken, geen recht op de omzetting, vermeld in het eerste lid. Deze beoordeling gebeurt in onderling akkoord tussen Kind en Gezin en de organisator, op basis van de volgende parameters:
  1° de noodzaak aan personeel dat gesubsidieerd wordt met DAC-subsidie voor de opvang van de kinderen, het betreft meer bepaald de kinderbegeleiders die nodig zijn om het opgelegde aantal kinderbegeleiders te hebben in verhouding tot het aantal opgevangen kinderen;
  2° de omvang van de fractie van de DAC-subsidie ten opzichte van de globale subsidie en de mogelijke impact van het wegvallen van die fractie op de globale middelen van de organisator.
  De organisator die de subsidie krijgt, dient te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het Subsidiebesluit van 22 november 2013. Zolang de organisator voldoet aan deze voorwaarden, geldt de subsidie voor een duur van tien jaar vanaf de eerste subsidieerbare kinderopvangplaats binnen de subsidiegroep.".
Article 1er. Dans l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 juin 2016, il est insĂ©rĂ© un article 56/3 rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 56/3. Pour l'organisateur qui, le 31 dĂ©cembre 2016, reçoit une subvention pour son emplacement d'accueil des enfants organisant de l'accueil en groupe sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015 rĂ©glant l'octroi de subventions aux organisateurs d'accueil d'enfants, d'accueil extrascolaire et de mĂ©diation d'adoption qui emploient des membres du personnel dans un ancien statut TCT, ladite subvention est convertie d'un commun encore entre " Kind en Gezin " et l'organisateur en une subvention de base telle que visĂ©e aux articles 12 Ă  16 inclus, une subvention pour la rĂ©alisation du tarif sur la base des revenus telle que visĂ©e aux articles 18 Ă  36/1 inclus et 59 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou en une subvention supplĂ©mentaire telle que visĂ©e aux articles 37 Ă  40 inclus du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou en une subvention pour capitaux-heures flexibles en matiĂšre d'accueil en groupe telle que visĂ©e aux articles 40/7 Ă  40/10 inclus du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou en une combinaison des formes de subventions prĂ©citĂ©es. Le montant de la subvention aprĂšs conversion peut s'Ă©lever au maximum au montant de la subvention que l'organisateur a reçue sur la base de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a premier, l'organisateur autorisĂ© Ă  poursuivre l'activitĂ© de son emplacement d'accueil d'enfants sans disposer de la subvention sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a premier, n'a aucun droit de conversion visĂ©e Ă  l'alinĂ©a premier. Cette apprĂ©ciation se fait d'un commun accord entre " Kind en Gezin " et l'organisateur, sur la base des paramĂštres suivants :
  1° le besoin de personnel subventionné avec une subvention TCT pour l'accueil d'enfants : il s'agit plus précisément d'accompagnateurs d'enfants nécessaires afin d'atteindre le nombre d'accompagnateurs d'enfants exigé par rapport au nombre d'enfants accueillis ;
  2° l'importance de la tranche de la subvention TCT par rapport à la subvention totale ainsi que l'impact potentiel de l'absence de ladite tranche sur l'intégralité des moyens de l'organisateur.
  L'organisateur qui reçoit la subvention doit satisfaire aux conditions visĂ©es Ă  l'ArrĂȘtĂ© de Subvention du 22 novembre 2013. Tant que l'organisateur satisfait aux prĂ©sentes conditions, la subvention est d'application pour une durĂ©e de dix ans Ă  partir des premiers emplacements d'accueil d'enfants Ă©ligibles Ă  une subvention dans le groupe de subventions ". "
Art. 2. In het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 januari 2015 en 24 april 2015, wordt een artikel 100/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 100/1. Voor de organisator die voor zijn opvanglocatie groepsopvang op 31 december 2016 een subsidie ontvangt op basis van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015 houdende de regeling van de toekenning van subsidies aan de organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse opvang en adoptiebemiddeling die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut, wordt die subsidie in onderling akkoord tussen Kind en Gezin en de organisator omgezet in een subsidie voor initiatief buitenschoolse opvang als vermeld in artikel 19 tot en met 31 van dit besluit. Het subsidiebedrag na omzetting kan maximaal even hoog zijn als het subsidiebedrag dat de organisator ontving op basis van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015.
  De organisator die de subsidie krijgt, dient te voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het Subsidiebesluit Buitenschoolse Opvang van 16 mei 2014. Zolang de organisator voldoet aan deze voorwaarden, geldt de subsidie voor een duur van tien jaar vanaf de eerste subsidieerbare opvangplaats.".
Art. 2. Dans l'ArrĂȘtĂ© de Subventionnement de l'Accueil extrascolaire du 16 mai 2014, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 janvier 2015 et 24 avril 2015, il est insĂ©rĂ© un article 100/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 100/1. Pour l'organisateur qui, le 31 dĂ©cembre 2016, reçoit une subvention pour son emplacement d'accueil d'enfants organisant de l'accueil en groupe, sur la base de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015 rĂ©glant l'octroi de subventions aux organisateurs d'accueil d'enfants, d'accueil extrascolaire et de mĂ©diation d'adoption qui emploient des membres du personnel dans un ancien statut TCT, ladite subvention est convertie, d'un commun encore entre " Kind en Gezin " et l'organisateur, en une subvention pour une initiative d'accueil extrascolaire telle que visĂ©e aux articles 19 Ă  31 inclus du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Le montant de la subvention aprĂšs conversion peut s'Ă©lever au maximum au montant de la subvention que l'organisateur a reçue sur la base de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015.
  L'organisateur qui reçoit la subvention doit satisfaire aux conditions visĂ©es Ă  l'ArrĂȘtĂ© de Subventionnement de l'accueil extrascolaire du 16 mai 2014. Tant que l'organisateur satisfait aux prĂ©sentes conditions, la subvention est d'application pour une durĂ©e de dix ans Ă  partir du premier emplacement d'accueil d'enfants Ă©ligible Ă  une subvention. ".
Art. 3. Het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 2015 houdende de regeling van de toekenning van subsidies aan de organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse opvang en adoptiebemiddeling die personeelsleden te werk stellen in een gewezen DAC-statuut wordt opgeheven.
  In afwijking van het eerste lid wordt het besluit opgeheven op 1 juli 2016, voor wat betreft de organisator van adoptiebemiddeling, vermeld in artikel 1, 3°, van het voormelde besluit.
Art. 3. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 fĂ©vrier 2015 rĂ©glant l'octroi de subventions aux organisateurs d'accueil d'enfants, d'accueil extrascolaire et de mĂ©diation d'adoption qui emploient des membres du personnel dans un ancien statut TCT est abrogĂ©.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a premier, l'arrĂȘtĂ© est abrogĂ© le 1er juillet 2016 pour ce qui est de l'organisateur de mĂ©diation d'adoption, visĂ© Ă  l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ©.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017. Artikel 3, tweede lid, heeft uitwerking met ingang van 1 juli 2016.
Art. 4. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1 janvier 2017. L'article 3, alinĂ©a deux produit ses effets le 1er juillet 2016.
Art. 5. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.