Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
2° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget
3° budget: een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
4° niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening: de jeugdhulpverlening, vermeld in artikel 5, 1°, 3°, 4°, 5°, en 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 februari 2014 betreffende de integrale jeugdhulp, de ondersteuning die geboden wordt door een multifunctioneel centrum voor minderjarige personen met een handicap als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap en een persoonlijke assistentiebudget als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap die zijn toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of die is toegewezen door het agentschap;
5° persoonlijke assistentiebudget: een persoonlijke assistentiebudget als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2000 houdende vaststelling van de voorwaarden van toekenning van een persoonlijke-assistentiebudget aan personen met een handicap.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
13 FEBRUARI 2017. - Ministerieel besluit over de verdeling van de middelen voor de terbeschikkingstelling van budgetten voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning
Titre
13 FEVRIER 2017. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel relatif Ă la rĂ©partition des moyens pour la mise Ă disposition de budgets de soins et de soutien indirectement accessibles
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
2° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
3° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
4° l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible : l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, visĂ©e Ă l'article 5, 1°, 3°, 4°, 5° et 6°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, le soutien offert par un centre polyvalent pour personnes handicapĂ©es mineures tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, et un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, accordĂ©s en application du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou attribuĂ©s par l'agence ;
5° budget d'assistance personnelle : un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es.
1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Agence flamande pour les Personnes handicapées, créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " ;
2° arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 : l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif Ă l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes majeures handicapĂ©es et relatif Ă la mise Ă disposition dudit budget ;
3° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
4° l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible : l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, visĂ©e Ă l'article 5, 1°, 3°, 4°, 5° et 6°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 fĂ©vrier 2014 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse, le soutien offert par un centre polyvalent pour personnes handicapĂ©es mineures tel que visĂ© Ă l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 fĂ©vrier 2016 portant agrĂ©ment et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapĂ©es mineures, et un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es, accordĂ©s en application du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou attribuĂ©s par l'agence ;
5° budget d'assistance personnelle : un budget d'assistance personnelle tel que visĂ© Ă l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2000 Ă©tablissant les conditions d'octroi d'un budget d'assistance personnelle aux personnes handicapĂ©es.
Art. 2. Artikel 37, § 1, 5°, van het besluit van 27 november 2015 wordt in werking gesteld.
Art. 2. L'article 37, § 1er, 5°, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 est mis en vigueur.
Art. 3.. Artikel 37, § 2, van het besluit van 27 november 2015 wordt in werking gesteld.
Art. 3. L'article 37, § 2, de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 est mis en vigueur.
Art. 4. Het agentschap bepaalt voor het jaar 2017 welk aandeel van de middelen die vastgesteld zijn op zijn begroting voor de terbeschikkingstelling van budgetten, nodig zijn voor:
1° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, punt 1° tot en met 3° en punt 5°, van het besluit van 27 november 2015;
2° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;
3° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;
4° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een andere actieve zorgvraag dan een vraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget op basis van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of op basis van een beslissing tot toewijzing van het agentschap en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger;
5° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor de leeftijd van 18 jaar;
6° de terbeschikkingstelling van een budget aan personen met een handicap aan wie een budget werd toegewezen in het jaar 2016 en voor wie de regionale prioriteitencommissie maatschappelijke noodzaak als vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering, heeft vastgesteld.
1° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, punt 1° tot en met 3° en punt 5°, van het besluit van 27 november 2015;
2° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;
3° de terbeschikkingstelling van een budget aan de personen met een handicap die op het moment van de aanvraag van een budget gebruik maken van een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor de niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt;
4° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een andere actieve zorgvraag dan een vraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van artikel 3 tot en met artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken van een andere vorm van niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening dan een persoonlijke assistentiebudget op basis van een jeugdhulpverleningsbeslissing als vermeld in artikel 2, § 1, 28°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of op basis van een beslissing tot toewijzing van het agentschap en die geboren zijn in het jaar 1994 of vroeger;
5° de terbeschikkingstelling van een budget voor wat betreft het bedrag van het budget dat is toegewezen en dat het bedrag van de subsidies die door het agentschap zijn betaald voor niet rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening niet overschrijdt, aan de personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar een persoonlijke assistentiebudget aan wie een budget is toegewezen met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juni 2016 houdende de transitie van personen met een handicap met een actieve zorgvraag naar persoonsvolgende financiering, die in het jaar 2017 gebruik maken een persoonlijke assistentiebudget dat is toegekend met toepassing van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp of dat is toegewezen door het agentschap voor de leeftijd van 18 jaar;
6° de terbeschikkingstelling van een budget aan personen met een handicap aan wie een budget werd toegewezen in het jaar 2016 en voor wie de regionale prioriteitencommissie maatschappelijke noodzaak als vermeld in artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2016 over de oprichting van een regionale prioriteitencommissie, de toekenning van prioriteitengroepen, de vaststelling van de maatschappelijke noodzaak, de toeleiding naar ondersteuning, de afstemming en planning in het kader van persoonsvolgende financiering, heeft vastgesteld.
Art. 4. L'agence détermine pour l'année 2017 quelle part des moyens réservés à son budget pour la mise à disposition de budgets, est nécessaire pour :
1° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'article 37, § 1er, points 1° Ă 3° inclus, et point 5° de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° la mise à disposition d'un budget aux personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget, utilisent une forme d'aide à la jeunesse indirectement accessible autre qu'un budget d'assistance personnelle et qui sont nées en l'an 1994 ou plus tÎt en ce qui concerne le montant du budget attribué et qui ne dépasse pas le montant des subventions payées par l'agence pour l'aide à la jeunesse indirectement accessible ;
3° la mise à disposition d'un budget aux personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget, utilisent un budget d'assistance personnelle accordé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou attribué par l'agence pour ce qui concerne le montant du budget attribué et qui ne dépasse pas le montant des subventions payées par l'agence pour l'aide à la jeunesse indirectement accessible ;
4° la mise Ă disposition d'un budget pour ce qui concerne le montant du budget attribuĂ© et qui ne dĂ©passe pas le montant des subventions payĂ©es par l'agence pour l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible, aux personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active autre qu'une demande d'un budget d'assistance personnelle auxquelles un budget est attribuĂ© en application des articles 3 Ă 14 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, qui utilisent dans l'annĂ©e 2017 une forme d'aide Ă la jeunesse indirectement accessible autre qu'un budget d'assistance personnelle sur la base d'une dĂ©cision de services d'aide Ă la jeunesse telle que visĂ©e Ă l'article 2, § 1er, 28°, du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou sur la base d'une dĂ©cision d'attribution de l'agence, et qui sont nĂ©es en l'an 1994 ou plus tĂŽt ;
5° la mise Ă disposition d'un budget pour ce qui concerne le montant du budget attribuĂ© et qui ne dĂ©passe pas le montant des subventions payĂ©es par l'agence pour l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible, aux personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active d'un budget d'assistance personnelle auxquelles un budget est attribuĂ© en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, qui utilisent dans l'annĂ©e 2017 un budget d'assistance personnelle octroyĂ© en application du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou attribuĂ© par l'agence pour l'Ăąge de 18 ans ;
6° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es auxquelles un budget a Ă©tĂ© attribuĂ© dans l'annĂ©e 2016 et pour lesquelles la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s a constatĂ© une nĂ©cessitĂ© sociale telle que visĂ©e Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif Ă la crĂ©ation d'une commission rĂ©gionale des prioritĂ©s, Ă l'identification de groupes prioritaires, Ă la dĂ©termination de la nĂ©cessitĂ© sociale, Ă l'orientation vers le soutien, ainsi qu'Ă l'harmonisation et la planification dans le cadre de l'aide financiĂšre personnalisĂ©e.
1° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'article 37, § 1er, points 1° Ă 3° inclus, et point 5° de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015 ;
2° la mise à disposition d'un budget aux personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget, utilisent une forme d'aide à la jeunesse indirectement accessible autre qu'un budget d'assistance personnelle et qui sont nées en l'an 1994 ou plus tÎt en ce qui concerne le montant du budget attribué et qui ne dépasse pas le montant des subventions payées par l'agence pour l'aide à la jeunesse indirectement accessible ;
3° la mise à disposition d'un budget aux personnes handicapées qui, au moment de la demande d'un budget, utilisent un budget d'assistance personnelle accordé en application du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ou attribué par l'agence pour ce qui concerne le montant du budget attribué et qui ne dépasse pas le montant des subventions payées par l'agence pour l'aide à la jeunesse indirectement accessible ;
4° la mise Ă disposition d'un budget pour ce qui concerne le montant du budget attribuĂ© et qui ne dĂ©passe pas le montant des subventions payĂ©es par l'agence pour l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible, aux personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active autre qu'une demande d'un budget d'assistance personnelle auxquelles un budget est attribuĂ© en application des articles 3 Ă 14 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, qui utilisent dans l'annĂ©e 2017 une forme d'aide Ă la jeunesse indirectement accessible autre qu'un budget d'assistance personnelle sur la base d'une dĂ©cision de services d'aide Ă la jeunesse telle que visĂ©e Ă l'article 2, § 1er, 28°, du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou sur la base d'une dĂ©cision d'attribution de l'agence, et qui sont nĂ©es en l'an 1994 ou plus tĂŽt ;
5° la mise Ă disposition d'un budget pour ce qui concerne le montant du budget attribuĂ© et qui ne dĂ©passe pas le montant des subventions payĂ©es par l'agence pour l'aide Ă la jeunesse indirectement accessible, aux personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active d'un budget d'assistance personnelle auxquelles un budget est attribuĂ© en application de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 juin 2016 portant la transition de personnes handicapĂ©es ayant une demande de soins active vers le financement personnalisĂ©, qui utilisent dans l'annĂ©e 2017 un budget d'assistance personnelle octroyĂ© en application du dĂ©cret du 12 juillet 2013 relatif Ă l'aide intĂ©grale Ă la jeunesse ou attribuĂ© par l'agence pour l'Ăąge de 18 ans ;
6° la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es auxquelles un budget a Ă©tĂ© attribuĂ© dans l'annĂ©e 2016 et pour lesquelles la commission rĂ©gionale des prioritĂ©s a constatĂ© une nĂ©cessitĂ© sociale telle que visĂ©e Ă l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2016 relatif Ă la crĂ©ation d'une commission rĂ©gionale des prioritĂ©s, Ă l'identification de groupes prioritaires, Ă la dĂ©termination de la nĂ©cessitĂ© sociale, Ă l'orientation vers le soutien, ainsi qu'Ă l'harmonisation et la planification dans le cadre de l'aide financiĂšre personnalisĂ©e.
Art. 5. De middelen die vastgesteld zijn op de begroting van het agentschap voor de terbeschikkingstelling van budgetten na aftrek van het aandeel, vermeld in artikel 4, worden in het jaar 2017 als volgt verdeeld over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015:
1° prioriteitengroep 1: 80 procent;
2° prioriteitengroep 2: 5 procent;
3° prioriteitengroep 3: 15 procent.
De resterende middelen, vermeld in het eerste lid, worden gespreid over het jaar 2017 aangewend voor de terbeschikkingstelling van budgetten. Als zou blijken dat de middelen, vermeld in artikel 4, niet volstaan, dan kan aanvullend geput worden uit de middelen, vermeld in het eerste lid.
1° prioriteitengroep 1: 80 procent;
2° prioriteitengroep 2: 5 procent;
3° prioriteitengroep 3: 15 procent.
De resterende middelen, vermeld in het eerste lid, worden gespreid over het jaar 2017 aangewend voor de terbeschikkingstelling van budgetten. Als zou blijken dat de middelen, vermeld in artikel 4, niet volstaan, dan kan aanvullend geput worden uit de middelen, vermeld in het eerste lid.
Art. 5. AprĂšs dĂ©duction de la part, visĂ©e Ă l'article 4, les moyens rĂ©servĂ©s au budget de l'agence pour la mise Ă disposition de budgets sont rĂ©partis dans l'annĂ©e 2017 entre les groupes prioritaires, visĂ©s Ă l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015, de la façon suivante :
1° groupe prioritaire 1 : 80 pour cent ;
2° groupe prioritaire 2 : 5 pour cent ;
3° groupe prioritaire 3 : 15 pour cent.
Les moyens restants, visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, rĂ©partis sur l'annĂ©e 2017, sont utilisĂ©s pour la mise Ă disposition de budgets. S'il s'avĂšre que les moyens visĂ©s Ă l'article 4 sont insuffisants, ils peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©s par les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er.
1° groupe prioritaire 1 : 80 pour cent ;
2° groupe prioritaire 2 : 5 pour cent ;
3° groupe prioritaire 3 : 15 pour cent.
Les moyens restants, visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, rĂ©partis sur l'annĂ©e 2017, sont utilisĂ©s pour la mise Ă disposition de budgets. S'il s'avĂšre que les moyens visĂ©s Ă l'article 4 sont insuffisants, ils peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©s par les moyens visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er.
Art. 6. Voor het jaar 2016 worden de middelen die vastgesteld zijn op de begroting van het agentschap voor de terbeschikkingstelling van budgetten na aftrek van het aandeel dat nodig is om een budget ter beschikking te stellen aan de personen met een handicap, vermeld in artikel 37, § 1, punt 1° tot en met 3°, conform artikel 5 verdeeld over de prioriteitengroepen, vermeld in artikel 23 van het besluit van 27 november 2015.
Art. 6. ConformĂ©ment Ă l'article 5, les moyens de l'annĂ©e 2016 qui sont rĂ©servĂ©s au budget de l'agence pour la mise Ă disposition de budgets aprĂšs dĂ©duction de la part nĂ©cessaire pour la mise Ă disposition d'un budget aux personnes handicapĂ©es, visĂ©es Ă l'article 37, § 1er, points 1° Ă 3° inclus, sont rĂ©partis entre les groupes prioritaires visĂ©s Ă l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du 27 novembre 2015.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2017 met uitzondering van artikel 3 en artikel 6 die uitwerking hebben met ingang van 1 november 2016.
Art. 7. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2017, Ă l'exception des articles 3 et 6 qui produisent leurs effets le 1er novembre 2016.