Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 DECEMBER 2016. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, het regelgevende gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt en het regelgevend deel van Boek I van het Milieuwetboek, wat betreft de sanering en het openbaar beheer van de autonome sanering
Titre
1 DECEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau et la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement, en ce qui concerne l'assainissement et la gestion publique de l'assainissement autonome
Documentinformatie
Numac: 2016206424
Datum: 2016-12-01
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016206424
Date: 2016-12-01
Moniteur: Voir
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
CHAPITRE Ier. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Artikel 1. Artikel 26, eerste lid, van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 mei 2006, wordt aangevuld met punt 5°, luidend als volgt :
" 5° de S.P.G.E. als de aanvraag tot milieuvergunning een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.233 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt ".
Article 1er. L'article 26, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif à la procédure et à diverses mesures d'exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 4 mai 2006, est complété par le 5° rédigé comme suit :
" 5° à la S.P.G.E. si la demande de permis d'environnement concerne un système d'épuration individuelle au sens de l'article R.233 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau ".
Art. 2. Artikel 54 van hetzelfde besluit wordt aangevuld met punt 4°, luidend als volgt :
" 4° de S.P.G.E. als de aanvraag tot unieke vergunning een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.233 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt ".
Art. 2. L'article 54 du même arrêté est complété par le 4° rédigé comme suit :
" 4° à la S.P.G.E. si la demande de permis unique concerne un système d'épuration individuelle au sens de l'article R.233 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau ".
Art. 3. In artikel 69 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin :
" Als de aangifte een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.279 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, richt de gemeente een afschrift van de aangifte met deze vermelding aan de S.P.G.E. "
Art. 3. A l'article 69 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
" Si la déclaration concerne un système d'épuration individuelle au sens de l'article R.279 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la commune adresse une copie de la déclaration portant cette mention à la S.P.G.E. ".
Art. 4. In artikel 70 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014, wordt het eerste lid aangevuld met de volgende zin :
" Als de aangifte een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.279 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, richt de gemeente een afschrift van de aangifte met deze vermelding aan de S.P.G.E. "
Art. 4. A l'article 70 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014, l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante :
" Si la déclaration concerne un système d'épuration individuelle au sens de l'article R.279 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la commune adresse une copie de la déclaration portant cette mention à la S.P.G.E. ".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in het regelgevend gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
CHAPITRE II. - Modifications de la partie réglementaire du livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau
Art. 5. In artikel R.233 van het regelgevend gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006 en 17 februari 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in punt 3°, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "comité van deskundigen voor de autonome zuivering :";
b) er wordt een punt 5°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 5°bis "het departement" : het Departement Leefmilieu en Water van het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu; ";
c) er wordt een punt 13°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 13°bis "exploitant" : persoon die een gebouw bewoont, in welke hoedanigheid ook, of die belast is met het beheer van een gebouw voorzien van een individueel zuiveringssysteem; ";
d) er wordt een punt 16°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 16°bis "installateur" : onderneming opgericht als natuurlijke of rechtspersoon verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de werken voor de installatie en de inbedrijfname van een individueel zuiveringssysteem; ";
e) in punt 21° worden de woorden "of afgekort P.A.S.H. (saneringsplan per onderstroomgebied)" ingevoegd tussen de woorden "hydrografisch onderbekken" en de woorden "werktuig voor de planning";
b) er wordt een punt 21°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 21°bis "plaatselijk zwart punt" : zone afgebakend in autonome of voorlopige zuivering tot een beperkt aantal woningen waarvan het afvalwater een gevaar vormt voor de gezondheid of de veiligheid van de personen of de huis- of fokdieren of een aantasting van de volksgezondheid. ";
g) in punt 24°, worden de woorden "en voor de lozing van water gezuiverd" opgeheven;
h) het wordt vervangen door 24°bis, 24°ter en 24°quater, luidend als volgt :
" 24°bis "individuele zuiveringseenheid" : individueel zuiveringssysteem in staat tot behandeling van een hoeveelheid huishoudelijk afvalwater gelijk aan een vuilvracht van 20 inwoner-equivalent of minder
24°ter "individuele zuiveringsinstallatie" : individueel zuiveringssysteem in staat tot behandeling van een hoeveelheid huishoudelijk afvalwater gelijk aan een vuilvracht begrepen tussen twintig en honder inwoner-equivalent;
24°quater "individueel zuiveringsstation" : individueel zuiveringssysteem in staat tot behandeling van een hoeveelheid huishoudelijk afvalwater gelijk aan een vuilvracht die gelijk is aan of groter is dan honderd inwoner-equivalent; ".
Art. 5. A l'article R.233 de la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006 et du 17 février 2011, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 3°, les mots "comité : " sont remplacés par les mots "comité d'experts pour l'assainissement autonome :";
b) il est inséré un 5°bis rédigé comme suit :
" 5°bis "le département" : le Département de l'Environnement et de l'Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement; ";
c) il est inséré un 13°bis rédigé comme suit :
" 13°bis "exploitant" : personne qui occupe, à quel que titre que ce soit, ou qui est chargée de la gestion d'un bâtiment pourvu d'un système d'épuration individuelle; ";
d) il est inséré un 16°bis rédigé comme suit :
" 16°bis "installateur" : entreprise constituée en personne physique ou morale responsable de la bonne exécution des travaux d'installation et de la mise en service d'un système d'épuration individuelle; ";
e) au 21°, les mots "ou en abrégé P.A.S.H." sont insérés entre les mots "sous-bassin hydrographique" et les mots ": outil de planification";
f) il est inséré un 21°bis rédigé comme suit :
" 21°bis "point noir local" : zone circonscrite en assainissement autonome ou transitoire à un nombre restreint d'habitations dont les eaux usées présentent un danger pour la santé ou la sécurité des personnes ou des animaux domestiques ou d'élevage ou une atteinte à la salubrité publique. ";
g) au 24°, les mots "et l'évacuation des eaux épurées" sont abrogés;
h) il est complété par les 24°bis, 24°ter et 24°quater rédigés comme suit :
" 24°bis "unité d'épuration individuelle" : système d'épuration individuelle capable de traiter un volume d'eaux usées domestiques correspondant à une charge polluante inférieure ou égale à vingt équivalent-habitant;
24°ter "installation d'épuration individuelle" : système d'épuration individuelle capable de traiter un volume d'eaux usées domestiques correspondant à une charge polluante comprise entre vingt et cent équivalent-habitant;
24°quater "station d'épuration individuelle" : système d'épuration individuelle capable de traiter un volume d'eaux usées domestiques correspondant à une charge polluante égale ou supérieure à cent équivalent-habitant; ".
Art. 6. In artikel R.271, eerste lid, van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 17 februari 2011 wordt het woord "driejarenprogramma's" vervangen door het woord "investeringsprogramma's".
Art. 6. A l'article R.271, alinéa 1er, du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 17 février 2011, le mot "triennaux" est remplacé par les mots "d'investissements".
Art. 7. In artikel R.277 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
paragraaf 1 wordt vervangen als volgt :
" § 1er. De gemeenschappelijke saneringsregeling houdt de hieronder vastgestelde verplichtingen in.
Elke agglomeratie die aan de criteria, verwoord in artikel R.286, § 2, beantwoordt, moet uitgerust zijn met een inzamelsysteem.
De gemeenten voorzien bovenbedoelde agglomeratiegedeelten die op hun grondgebied gelegen zijn, van rioleringen.
De woningen gelegen langs een weg met rioleringen worden erop aangesloten.
De woningen gelegen langs een weg die van rioleringen voorzien wordt, worden er tijdens de afwateringswerken op aangesloten. ";
het derde lid van paragraaf 3 vervalt;
paragraaf 4 wordt vervangen als volgt :
" § 4. Onverminderd andere toepasselijke wetgevingen, wordt het regenwater afgevoerd :
prioritair in de grond door infiltratie;
in het geval van technische onmogelijkheid of onvoldoende beschikbaarheid van de grond, in een kunstmatige afwateringsweg of in gewoon oppervlaktewater;
in het geval van onmogelijkheid van afvoer volgens de punten 1° of 2°, in de riolering.
§ 5. Elke nieuwe woning is uitgerust met een systeem dat regenwater en afvalwater scheidt. Elke nieuwe woning gelegen langs een weg waar nog geen riolering is aangelegd of waarvan de riolering nog niet aangesloten is op een gemeenschappelijk zuiveringsstation wordt uitgerust met een van een by-passmogelijkheid voorziene septische put met een minimumcapaciteit die overeenkomt met bijlage XLVIIb. Het gemeentecollege kan na advies van de bevoegde saneringsinstelling een vrijstelling verlenen van de verplichting tot het installeren van een septische put indien het meent dat de kostprijs voor die voorziening buiten verhouding staat tot de verbetering die ervan verwacht kan worden voor het leefmilieu.
Indien er geen rioleringen zijn, wordt de septische put met by-passmogelijkheid bij voorkeur aangelegd tussen de woning en de toekomstige riolering om de latere aansluiting, opgelegd overeenkomstig paragraaf 1, gemakkelijker te maken. Het afvalwater dat de septische put verlaat, wordt afgevoerd via het oppervlaktewater of, voor zover er geen verbod is opgelegd bij of krachtens een andere wetgeving, via een afvoersysteem via bodeminfiltratie.
Bij inbedrijfname van het gemeenschappelijke zuiveringsstation wordt het huishoudelijk afvalwater uitsluitend via de riolering afgevoerd. De septische put met by-passmogelijkheid is ontkoppeld behoudens andersluidend advies van de bevoegde saneringsinstelling.
Het slib wordt door een erkende rioolruimer uit de septische put verwijderd wanneer de hoogte van het opgeslagen slib zeventig percent van de totale hoogte onder waterniveau bereikt.
De inrichtingen uit de sector van het restaurantwezen moeten uitgerust zijn met een ontvetter met een minimumcapaciteit van vijfhonderd liter. "
Art. 7. A l'article R.277 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, les modifications suivantes sont apportées :
le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Le régime d'assainissement collectif comporte les obligations établies ci-dessous.
Toute agglomération, répondant aux critères énoncés à l'article R.286, § 2, doit être équipée d'un système de collecte.
Les communes sont tenues d'équiper d'égouts les parties d'agglomérations susvisées et situées sur leur territoire.
Les habitations situées le long d'une voirie déjà équipée d'égouts doivent y être raccordées.
Les habitations situées le long d'une voirie qui vient à être équipée d'égouts doivent y être raccordées pendant les travaux d'égouttage. ";
le troisième alinéa du paragraphe 3 est supprimé;
le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Sans préjudice d'autres législations applicables, les eaux pluviales sont évacuées :
prioritairement dans le sol par infiltration;
en cas d'impossibilité technique ou de disponibilité insuffisante du terrain, dans une voie artificielle d'écoulement ou dans une eau de surface ordinaire;
en cas d'impossibilité d'évacuation selon les points 1° ou 2°, en égout.
§ 5. Toute nouvelle habitation doit être équipée d'un système séparant l'ensemble des eaux pluviales des eaux usées. Toute nouvelle habitation située le long d'une voirie non encore égouttée ou dont l'égout n'aboutit pas encore dans une station d'épuration collective, doit être équipée d'une fosse septique by-passable d'une capacité minimale correspondant à l'annexe XLVIIb. Le collège communal peut, sur avis de l'organisme d'assainissement compétent, dispenser de l'obligation d'équipement d'une fosse septique lorsqu'il estime que le coût de l'équipement est disproportionné au regard de l'amélioration pour l'environnement escomptée.
En l'absence d'égouts, la fosse septique by-passable est implantée préférentiellement entre l'habitation et le futur réseau d'égouttage de manière à faciliter le raccordement ultérieur imposé conformément au paragraphe 1er. Les eaux usées en sortie de la fosse septique sont évacuées par des eaux de surface ou, pour autant que ce ne soit pas interdit par ou en vertu d'une autre législation, par un dispositif d'évacuation par infiltration par le sol.
§ 6. Lors de la mise en service de la station d'épuration collective, l'évacuation des eaux usées domestiques doit se faire exclusivement par le réseau d'égouttage. La fosse septique by-passable est déconnectée sauf avis contraire de l'organisme d'assainissement compétent.
Un vidangeur agréé vide les fosses septiques de leurs gadoues lorsque la hauteur des boues stockées atteint septante pour cent de la hauteur totale sous niveau d'eau.
Les établissements du secteur de la restauration alimentaire doivent être équipés d'un dégraisseur d'une capacité minimale de cinq cents litres. "
Art. 8. In artikel R.278 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006 en 6 november 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1 worden in de Franse versie de woorden "effectuer une demande de" vervangen door de woorden "demander un";
in paragraaf 1, wordt het eerste lid aangevuld met de woorden "overeenkomstig de wetgeving betreffende de milieuvergunning";
er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 1/1. In afwijking van artikel R.277 kan de eigenaar van de betrokken woning, als technische problemen bij de aansluiting op de bestaande, in aanleg zijnde of toekomstige riolering overdreven kosten veroorzaken en bovendien de installatie van een individueel zuiveringssysteem technisch onmogelijk is of economische buiten verhouding blijkt t.o.v. van de opbrengst dat het systeem kan betekenen voor het milieu, bij het departement een vrijstelling van de aansluiting op de riolering en van de installatie van een individueel zuiveringssysteem aanvragen, op basis van het opstellen van een technisch dossier.
Het technische dossier bevat de elementen die aantonen dat het ingevoerde systeem een beschermingsniveau van het milieu biedt dat dezelfde is als de invoering van een inzamelsysteem.
Het departement maakt het technisch dossier over aan het betrokken gemeentebestuur en aan de bevoegde saneringsinstelling. Zij beschikken over zestig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag om hun adviezen uit te brengen. Na die termijn worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
Het departement kan, op basis van het advies van bevoegde saneringsinstelling, bijzondere voorschriften bepalen, samen met deze vrijstelling.
Het departement geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager en aan de gemeente binnen een termijn van honderdtwintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. Bij gebrek aan een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, maakt de eigenaar van de betrokken woning zijn vrijstellingsaanvraag over aan de Minister. De Minister geeft kennis van zijn beslissing ter vervanging van die van het departement binnen een termijn van honderdtwintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag.
In het geval van weigering van de vrijstelling van de aansluiting, wordt de aansluiting op de bestaande riolering of de installatie op het individueel zuiveringssysteem uitgevoerd binnen de zes maanden die volgen op de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.
Elk beroep wordt ingediend bij de Minister binnen de zestig dagen van de kennisgeving van de beslissing.
De Minister geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep. ";
in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" De woning die vóór de aansluitingsplicht over een individueel zuiveringssysteem beschikt, mag het behouden voor zover dit systeem door een milieuvergunning wordt gedekt. In dat geval zijn de in artikel R.277, § 1, bedoelde verplichtingen daarop niet van toepassing. ";
in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "vastgesteld ten gevolge van een controle bedoeld in hoofdstuk IX" ingevoegd tussen de woorden "de verouderde staat of een voortdurend defect" en de woorden "evenwel niet meer voldoet aan";
in paragraaf 3 wordt het woord "reeds" opgeheven;
in paragraaf 3, worden de woorden ", na advies van de erkende saneringsinstelling," ingevoegd tussen het woord "vaststaat" en de woorden "dat de kosten van een aansluiting".
Art. 8. A l'article R.278 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006 et du 6 novembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 1er, les mots "effectuer une demande de" sont remplacés par les mots "demander un";
au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est complété par les mots "conformément à la législation relative au permis d'environnement";
il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Par dérogation à l'article R.277, lorsque le raccordement à l'égout, existant, en cours de placement ou futur, engendre des coûts excessifs en raison de difficultés techniques rencontrées et que de surcroît l'installation d'un système d'épuration individuelle est techniquement impossible ou s'avère économiquement disproportionnée par rapport au bénéfice que le système génère pour l'environnement, le propriétaire de l'habitation concernée peut demander une dispense de raccordement à l'égout et d'installation de système d'épuration individuelle auprès du département, sur base de l'établissement d'un dossier technique.
Le dossier technique comporte les éléments démontrant que le système mis en place assure un niveau de protection de l'environnement identique à celui que permet d'assurer la mise en place d'un système de collecte.
Le département transmet le dossier technique à l'administration communale concernée et l'organisme d'assainissement compétent. Ils disposent de soixante jours à dater de la réception de la demande pour rendre leurs avis. A défaut de réponse dans ce délai, leurs avis sont réputés favorables.
Le département peut fixer, sur base de l'avis de l'organisme d'assainissement compétent, des impositions particulières accompagnant la dispense.
Le département notifie sa décision au demandeur et à la commune dans un délai de cent vingt jours à dater de la réception de la demande. A défaut de décision endéans le délai visé, le propriétaire de l'habitation concernée transmet sa demande de dispense au Ministre. Le Ministre notifie sa décision se substituant à celle du département dans un délai de cent vingt jours à dater de la réception de la demande.
En cas de refus de la dispense de raccordement, le raccordement à l'égout existant ou l'installation du système d'épuration individuelle se réalise dans les six mois qui suivent la notification de la décision de refus.
Tout recours est introduit auprès du Ministre dans les soixante jours de la notification de la décision.
Le Ministre notifie sa décision dans un délai de soixante jours à dater de la réception du recours. ";
au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" L'habitation disposant d'un système d'épuration individuelle préexistant à l'obligation de raccordement peut le conserver pour autant que celui-ci soit couvert par un permis d'environnement. Dans ce cas, les obligations visées à l'article R.277, § 1er, ne lui sont pas applicables. ";
au paragraphe 2, alinéa 2, les mots "constaté à la suite d'un contrôle prévu au Chapitre IX" sont insérés entre les mots "sa vétusté ou d'un vice permanent" et les mots ", de respecter les conditions fixées";
au paragraphe 3, les mots "d'ores et déjà" sont abrogés;
au paragraphe 3, les mots ", après avis de l'organisme d'assainissement agréé," sont insérés entre le mot "établi" et les mots "que le coût du raccordement".
Art. 9. In hetzelfde Boek wordt een artikel R.278bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Art. R.278bis. In de agglomeratie van minder dan 2 000 IE (inwonerequivalent), en onverminderd het financieel plan en investeringsprogramma opgenomen in het beheerscontract van de S.P.G.E., kan elke gemeente een overeenkomst van landelijke sanering met de Regering, de "S.P.G.E." "Société publique de gestion de l'eau" (Openbare maatschappij voor waterbeheer) en de bevoegde saneringsinstelling sluiten om een gemeenschappelijk sanering uit te voeren van een plaatselijk prioriteit van volksgezondheid, van het milieu of technisch erkend voor een bepaald project. Een erkende technische plaatselijke prioriteit bestaat uit een opportuniteitsproject dat in synergie met andere werken of andere financieringsbronnen uitgevoerd moet worden.
De overeenkomst wordt opgesteld in de vorm van een aanhangsel van de afwateringsovereenkomst.
Onverminderd de tussenkomst van andere deelnemers en namelijk een tenlasteneming door het Waalse Gewest, de Belgische Staat of de Europese Unie, voorziet de overeenkomst van landelijke sanering waarvan het model door de Regering is goedgekeurd het volgende :
de presentatie door de gemeente van een dossier dat de uitvoering motiveert van saneringswerken die niet opgenomen zijn in een investeringsprogramma goedgekeurd door de Regering;
de financierings- en terugbetalingsmodaliteiten van de gemeentelijke bijdrage;
de respectievelijke bijdrage van de gemeente, de bevoegde saneringsinstelling en de "S.P.G.E." tot de kosten voor de uitvoering van gemeenschappelijke saneringswerken op basis van de volgende beginselen :
a) het niveau van de gemeentelijk bijdrage vertegenwoordigt een deel van het bedrag van de investeringswerken, excl. btw.;
b) de gemeente vergemakkelijkt het verkrijgen van de vergunningen en neemt alle kosten ten laste die verband houden met de onteigeningen en de eventuele verplaatsingen van rechtverkrijgenden;
c) de bevoegde saneringsinstelling realiseert de onderzoeken en de opvolging van de werken volgens de modaliteiten bepaald in de overeenkomst;
d) het beginsel van de gemeentelijke bijdrage wordt bepaald als volgt :
(1) voor de saneringswerken en voor het netwerk van collectoren die hen bevoorraadt : 40 %;
(2) voor het afwateringsnet : toepassing van de modaliteiten van de afwateringsovereenkomst;
e) de basis gemeentelijke bijdrage wordt gemoduleerd in functie van de ratio tussen de last in potentiële inwoner-equivalent en de huidige last in functie van de bezettingsgraad van de woningen;
de gemeente kan haar financiële bijdrage, naar rato van haar tenlasteneming, afwentelen op de particulieren of de promotor;
de modaliteiten i.v.m. de eigendom van de werken;
de modaliteiten i.v.m. de exploitatie van de werken door de bevoegde saneringsinstelling. "
Art. 9. Dans le même Livre, il est inséré un article R.278bis rédigé comme suit :
" Art. R.278bis. Dans les agglomérations de moins de 2 000 EH, et sans préjudice du plan financier et du programme des investissements repris au contrat de gestion de la S.P.G.E., toute commune peut conclure une convention d'assainissement rural avec le Gouvernement, la S.P.G.E. et l'organisme d'assainissement compétent en vue de réaliser un assainissement collectif d'une priorité locale de salubrité publique, environnementale ou technique reconnue pour un projet déterminé. Une priorité locale technique reconnue consiste en un projet d'opportunité devant être réalisé en synergie avec d'autres travaux ou d'autres sources de financement.
La convention est rédigée sous forme d'avenant au contrat d'égouttage.
Sans préjudice de l'intervention d'autres participants et notamment d'une prise en charge par la Région wallonne, l'Etat belge ou l'Union européenne, la convention d'assainissement rural, dont le modèle est approuvé par le Gouvernement, prévoit :
la présentation par la commune d'un dossier motivant la mise en oeuvre d'ouvrages d'assainissement non repris dans un programme d'investissement approuvé par le Gouvernement;
les modalités de financement et de remboursement de la part communale;
la contribution respective de la commune, de l'organisme d'assainissement compétent et de la S.P.G.E. aux frais de réalisation de travaux d'assainissement collectif sur base des principes suivants :
a) le niveau de participation communale représente une part du montant des travaux d'investissement hors T.V.A.;
b) la commune facilite l'obtention des autorisations et prend en charge tous les frais liés aux expropriations et aux éventuels déplacements d'impétrants;
c) l'organisme d'assainissement compétent réalise les études et le suivi des travaux selon les modalités fixées dans la convention;
d) le principe de la participation communale est fixé comme suit :
(1) pour les ouvrages d'assainissement et pour le réseau de collecteurs qui les alimente : 40 %;
(2) pour le réseau d'égouttage : application des modalités du contrat d'égouttage;
e) la participation communale de base est modulée en fonction du ratio entre la charge en équivalent-habitant potentielle et la charge actuelle en fonction du taux d'occupation de l'habitat;
la commune peut répercuter sa participation financière, au prorata de sa prise en charge, auprès des particuliers ou du promoteur;
les modalités liées à la propriété des ouvrages;
les modalités liées à l'exploitation des ouvrages par l'organisme d'assainissement compétent. "
Art. 10. Artikel R.279 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006, 14 maart 2008 en 6 november 2008, wordt vervangen als volgt :
" R.279. § 1. De autonome saneringsregeling houdt de hieronder vastgestelde verplichtingen in.
Elke woning of groep woningen die gebouwd is na de datum van goedkeuring of wijziging van het algemeen gemeentelijk afwateringsplan of van het saneringsplan per onderstroomgebied waarbij de woning voor het eerst onder een autonome saneringszone valt, moet uitgerust worden met een erkend individueel zuiveringssyteem.
Andere bestaande woningen waarbij de woning onder een autonome saneringszone valt, kunnen verplicht worden om een erkend individueel saneringssysteem te installeren, hetzij na afloop van een zone-onderzoek, hetzij wegens een plaatselijke specificiteit omschreven in artikel R.280, hetzij ten gevolge van inrichtingen, uitbreidingen of verbouwingen waarvoor een stedenbouwkundige vergunning is afgeleverd en die een verhoging van de geloosde vuilvracht, in inwoners-equivalenten uitgedrukt, tot gevolg heeft.
De grootte van het individueel zuiveringssysteem wordt uitgedrukt in het aantal inwonerequivalenten (IE) en berekend volgens de modaliteiten opgenomen in bijlage XLVI.
§ 2. Onverminderd andere toepasselijke wetgevingen, wordt het gezuiverde water van het individueel zuiveringssysteem afgevoerd :
prioritair in de grond door infiltratie;
in het geval van technische onmogelijkheid of onvoldoende beschikbaarheid van de grond, in een kunstmatige afwateringsweg of in gewoon oppervlaktewater;
in het geval van onmogelijkheid van afvoer volgens de punten 1° of 2°, via een zinkput voor de zuiveringseenheden.
§ 3. De Minister bepaalt de prioritaire zones waarover een zone-onderzoek wordt uitgevoerd.
Er worden de volgende prioritaire zones onderscheiden :
prioritaire zone I : zone met een sanitaire inzet in het geval van een voorkomings- en waterwingebied of een zwemzone en stroomopwaartse zwemzones;
prioritaire zone II : andere prioritaire zone met een milieu inzet.
De zwemzones en de stroomopwaartse zwemzones waarvan de kwaliteit goed of uitstekend is, op een continue wijze, over de laatste vijf jaren op basis van het verslag opgemaakt door de Administratie betreffende de kwaliteit van de zwemzones, vallen onder de prioritaire zones II voor zover de autonome zuivering niet wordt geïdentificeerd als een element dat verantwoordelijk is voor de vermindering van de bacteriologische kwaliteit van de zwemzone in het kader van de actualisering van de profielen zoals vereist in Richtlijn 2006/7/EG Deze uitzondering worden opgenomen in het ministerieel besluit bedoeld in paragraaf 4.
De spreiding voor de uitvoering van die zone-onderzoeken wordt door de Minister goedgekeurd op voorstel van de "S.P.G.E." na overleg met het departement en de bevoegde zuiveringsinstellingen.
De Regering belast er de "S.P.G.E." mee, het zone-onderzoek uit te werken waarvan de uitvoeringstermijn wordt bepaald in het beheerscontrat van de "S.P.G.E." gesloten met de Regering. De "S.P.G.E." vertrouwt er de uitvoering van toe aan de bevoegde erkende saneringsinstellingen die onder verantwoordelijkheid en toezicht van eerstgenoemde handelen.
Het onderzoek bevat minstens :
1 een overzicht van de bestaande toestand, afhankelijk van de beschikbare natuur- en scheikundige, feitelijke, juridische en bestuurlijke gegevens;
een analyse van de bestaande toestand ten opzichte van de potentialiteiten en drukfactoren verbonden aan de verwezenlijking van een gemeenschappelijke saneringsregeling met het oog op een gepaste behandeling of de uitvoering van een individuele sanering;
de oplossing(en) die worden voorgesteld na het doorvoeren van de analyse;
een eindverslag met de samenvatting van alle hierboven omschreven elementen en de aanbeveling van termijnen voor de aanleg van de uitrustingen, indien voorgeschreven;
5°.het advies van de betrokken gemeente(n), de bevoegde saneringsinstelling en de "S.P.G.E.".
Wat punt 5° betreft, deelt het gemeentecollege zijn advies mede aan de bevoegde saneringsinstelling binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het eindverslag. Bij gebreke daarvan wordt het advies geacht gunstig te zijn.
De "S.P.G.E." maakt het zone-onderzoek over aan het departement voor advies, binnen 30 dagen te rekenen van de ontvangst van het dossier van de bevoegde saneringsinstelling en van de adviezen. Indien er geen advies gegeven wordt binnen dertig dagen wordt het advies geacht gunstig te zijn.
Binnen zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het dossier van de bevoegde saneringsinstelling en van de adviezen, maakt de S.P.G.E. het zone-onderzoek en zijn voorstel tot beslissing over aan de Minister.
De Minister keurt de uitslag van het zone-onderzoek goed binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst ervan. Al naar gelang beslist hij om de wijziging van het betrokken saneringsplan per onderstroomgebied te laten doorvoeren met het oog op de opneming van een omtrek als collectieve saneringsregeling of om de installatie van een individueel zuiveringssysteem op te leggen aan de woningen of groepen van woningen die onder de autonome saneringsregeling vallen. In het geval dat de installatie van een individueel zuiveringssysteem wordt opgelegd, bepaalt de Minister de termijn van het conform maken en het type van prioritaire zone I of II waaronder deze woningen vallen wanneer zij zich bevinden in een zwemzone od stroomopwaartse zwemzone overeenkomstig de bepalingen opgenomen in paragraaf 3.
De Minister maakt zijn beslissing over aan de "S.P.G.E.", de bevoegde saneringsinstelling en de betrokken gemeenten. De bevoegde saneringsinstelling geeft kennis van de beslissing van de Minister aan de eigenaars van de betrokken woningen binnen dertig dagen van de ontvangst ervan.
§ 5. Onverminderd de bevoegdheid van de Minister bedoeld in paragraaf 3, kunnen één of meerdere personen een oplossing van autonome sanering opstarten, op een privé domein, met meerdere woningen.
§ 6. In het kader van een gegroepeerde stedenbouwkundige vergunning of bouwvergunning, verzoekt de gemeente om het advies van de bevoegde saneringsinstelling over de aan te bevelen technische saneringsoplossing.
De bevoegde saneringsinstelling beschikt over dertig dagen om haar advies uit te brengen te rekenen van de ontvangst van het verzoek dat gunstig geacht zal zijn na afloop van deze termijn.
Als uit het advies blijkt dat de voorrang moet gegeven worden aan een gecentraliseerd zuiveringsoplossing en dus een gemeenschappelijke sanering :
het advies van de erkende saneringsinstelling, gevalideerd door de "S.P.G.E.", bevat een analyse van het voorgesteld saneringsplan. Hij specificeert ook de technische voorschriften van de werken voor een overname van de eigendom en van de exploitatie van deze werken door de "S.P.G.E." na hun inbedrijfname;
de vergunningsaanvrager draagt de lasten van de kosten van de saneringsinfrastructuren naar evenredigheid van de geschatte vuilvracht van het project ten opzichte van de totale last uitgedrukt in inwoners-equivalenten (IE) van de voorgestelde gemeenschappelijke saneringsoplossing;
de gemeente, overeenkomstig artikel R.288, § 2, maakt aan de "S.P.G.E." de wijzigingsaanvraag over van het saneringsplan per onderstroomgebied die het gevolg is van de wijziging van de saneringsregeling. "
Art. 10. L'article R.279 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, du 14 mars 2008 et du 6 novembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" R.279. § 1er. Le régime d'assainissement autonome comporte les obligations établies ci-dessous.
Toute habitation ou groupe d'habitations érigé(e) après la date d'approbation ou de modification du plan communal général d'égouttage ou du P.A.S.H. qui l'a, pour la première fois, classée dans une zone d'assainissement autonome est équipé(e) d'un système d'épuration individuelle agréé.
D'autres habitations existantes classées dans une zone d'assainissement autonome peuvent se voir imposer l'installation d'un système d'épuration individuelle agréé, soit à l'issue d'une étude de zone, soit en raison d'une spécificité locale décrite à l'article R.280, soit à la suite d'aménagements, d'extensions ou de transformations autorisés par un permis d'urbanisme ayant pour effet d'augmenter la charge polluante rejetée en équivalent-habitants.
La taille du système d'épuration individuelle est exprimée en termes de nombre d'équivalent-habitant (EH) et calculée selon les modalités reprises à l'annexe XLVI.
§ 2. Sans préjudice d'autres législations applicables, les eaux épurées provenant du système d'épuration individuelle sont évacuées :
prioritairement dans le sol par infiltration;
en cas d'impossibilité technique ou de disponibilité insuffisante du terrain, dans une voie artificielle d'écoulement ou dans une eau de surface ordinaire;
en cas d'impossibilité d'évacuation selon les 1° ou 2°, par un puits perdant pour les unités d'épuration.
§ 3. Le Ministre détermine les zones prioritaires qui font l'objet d'une étude de zone.
Il est distingué les zones prioritaires suivantes :
zone prioritaire I : zone à enjeu sanitaire dans le cas d'une zone de prévention de captage ou d'une zone de baignade et zones amont de baignade;
zone prioritaire II : autre zone prioritaire à enjeu environnemental.
Les zones de baignade et zones amont de baignade dont la qualité est bonne ou excellente, de façon continue, sur les cinq dernières années sur la base du rapport établi par l'Administration concernant la qualité des eaux de baignade relèvent des zones prioritaires II pour autant que l'assainissement autonome ne soit pas identifié comme élément responsable de la diminution de la qualité bactériologique de la zone de baignade dans le cadre de l'actualisation des profils tel que requise par la Directive 2006/7/CE. Ces exceptions sont reprises dans l'arrêté ministériel visé au paragraphe 4.
La planification pour la réalisation des études de zones est approuvée par le Ministre sur proposition de la S.P.G.E. après concertation avec le département, et les organismes d'assainissement compétents.
Le Gouvernement charge la S.P.G.E. de l'élaboration de l'étude de zone dont le délai de réalisation est défini dans le contrat de gestion de la S.P.G.E. conclu avec le Gouvernement. La S.P.G.E. en confie la réalisation aux organismes d'assainissement agréés compétents qui agissent sous sa responsabilité et sa supervision.
Elle contient au minimum :
un relevé de la situation existante en fonction des données physiques, scientifiques, factuelles, juridiques, et administratives disponibles;
une analyse de la situation existante, au regard des potentialités et contraintes liées à la mise en oeuvre d'un régime d'assainissement collectif en vue d'un traitement approprié ou à la réalisation d'un assainissement individuel;
la ou les solution(s) préconisée(s) à la suite de l'analyse effectuée;
un rapport final reprenant la synthèse de l'ensemble des éléments décrits ci-avant et la recommandation de délais pour la réalisation des équipements s'ils sont prescrits;
l'avis de la ou des commune(s) concernée(s), de l'organisme d'assainissement compétent et de la S.P.G.E.
Concernant le 5°, le collège communal communique son avis à l'organisme d'assainissement compétent dans un délai de trente jours après réception du rapport final. A défaut d'avis, celui-ci est réputé favorable.
La S.P.G.E. transmet dans les trente jours à dater de la réception du dossier de l'organisme d'assainissement compétent et des avis, l'étude de zone au département pour avis. A défaut d'avis dans les trente jours, l'avis est réputé favorable.
Dans les soixante jours à dater de la réception du dossier de l'organisme d'assainissement compétent et des avis, la S.P.G.E. transmet au Ministre l'étude de zone et sa proposition de décision.
§ 4. Le Ministre approuve le résultat de l'étude de zone dans les trente jours à dater de sa réception. Il décide selon le cas de faire procéder à la modification du P.A.S.H. concerné en vue de l'inscription d'un périmètre en régime d'assainissement collectif ou d'imposer l'installation d'un système d'épuration individuelle aux habitations ou groupes d'habitations relevant du régime d'assainissement autonome. En cas d'imposition d'installation d'un système d'épuration individuelle, le Ministre détermine le délai de mise en conformité et le type de zone prioritaire I ou II duquel ces habitations relèvent lorsqu'elles se situent en zone de baignade ou zone amont de baignade conformément aux précisions reprises au paragraphe 3.
Le Ministre transmet sa décision à la S.P.G.E., à l'organisme d'assainissement compétent et aux communes concernées. L'organisme d'assainissement compétent notifie la décision du Ministre aux propriétaires des habitations concernées dans les trente jours de sa réception.
§ 5. Sans préjudice de la compétence du Ministre visée au paragraphe 3, une ou plusieurs personnes peuvent initier une solution d'assainissement autonome, sur domaine privé, regroupant plusieurs habitations.
§ 6. Dans le cadre d'un permis d'urbanisation ou de construction groupée, la commune sollicite l'avis de l'organisme d'assainissement compétent sur la solution technique d'assainissement à préconiser.
L'organisme d'assainissement compétent a trente jours pour donner son avis à dater de la réception de la demande qui sera réputé favorable à l'échéance de ce délai.
S'il ressort de l'avis qu'il y a lieu de privilégier une solution d'épuration centralisée et donc d'assainissement collectif :
l'avis de l'organisme d'assainissement agréé, validé par la S.P.G.E., comprend une analyse du schéma d'assainissement proposé. Il spécifie également les impositions techniques des ouvrages à mettre en place pour une reprise en propriété et en exploitation par la S.P.G.E. de ces ouvrages après leur mise en service;
le demandeur de permis prend à sa charge les coûts des infrastructures d'assainissement proportionnellement à la charge polluante estimée du projet par rapport à la charge totale exprimée en équivalent-habitants (EH) de la solution d'assainissement collective préconisée;
la commune, conformément à l'article R.288, § 2, transmet à la S.P.G.E. la demande de modification du P.A.S.H. consécutive à la modification du régime d'assainissement. "
Art. 11. Artikel R.280 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.280. § 1er. Om een probleem van volksgezondheid of een gekarakteriseerde aantasting van het milieu te regelen, kan de gemeente, op basis van een motivatieverslag en van het advies van de bevoegde saneringsinstelling, de installatie van een individueel saneringssysteem opleggen.
De gemeente deelt aan de "S.P.G.E." en aan de bevoegde saneringsinstelling het voorschrift mee dat zij genomen heeft.
§ 2. Wanneer de gemeente vindt dat het probleem van volksgezondheid bedoeld in paragraaf 1 een plaatselijk zwart punt vormt, vraagt zij de erkenning ervan bij de "S.P.G.E." om aan de betrokken personen de mogelijkheid te bieden om toegang te krijgen tot een premie van hetzelfde niveau als de prioritaire zones II overeenkomstig artikel R.402, § 1, 2°. Deze aanvraag wordt vergezeld van het advies van het departement en van de bevoegde saneringsinstelling, alsook het motivatieverslag.
De "S.P.G.E." geeft kennis van zijn beslissing aan de gemeente binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de gemeentelijke aanvraag. Bij gebrek aan een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, maakt de betrokken gemeente haar erkenningsaanvraag over aan de Minister. De Minister geeft kennis van haar beslissing ter vervanging van die van de S.P.G.E. binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag.
In het geval van weigering van de erkenning van het plaatselijk zwart punt, kan een beroep worden ingediend bij de Minister binnen zestig dagen van de kennisgeving van de beslissing.
De Minister geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep. "
Art. 11. L'article R.280 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.280. § 1er. En vue de régler un problème de salubrité publique ou une atteinte caractérisée à l'environnement, la commune peut, sur base d'un rapport de motivation et de l'avis de l'organisme d'assainissement compétent, imposer l'installation d'un système d'épuration individuelle.
La commune communique à la S.P.G.E. et à l'organisme d'assainissement compétent l'imposition qu'elle a prise.
§ 2. Lorsque la commune estime que le problème de salubrité publique visé au paragraphe 1er constitue un point noir local, elle en demande la reconnaissance auprès de la S.P.G.E. en vue de permettre aux personnes concernées d'accéder à une prime d'un niveau équivalent aux zones prioritaires II conformément à l'article R.402, § 1er, 2°. Cette demande est accompagnée de l'avis du département et de l'organisme d'assainissement compétent, ainsi que le rapport de motivation.
La S.P.G.E. notifie sa décision à la commune dans un délai de soixante jours à dater de réception de la demande communale. A défaut de décision endéans le délai visé, la commune concernée transmet sa demande de reconnaissance au Ministre. Le Ministre notifie sa décision se substituant à celle de la S.P.G.E. dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande.
En cas de refus de reconnaissance du point noir local, un recours peut être introduit auprès du Ministre dans les soixante jours de la notification de la décision.
Le Ministre notifie sa décision dans un délai de soixante jours à dater de la réception du recours. "
Art. 12. Artikel R.281 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.281. In de autonome saneringszone kan de eigenaar van de betrokken woning, wanneer de installatie van een individueel saneringssysteem overdreven kosten veroorzaakt wegens technische moeilijkheden of economisch buiten verhouding blijkt t.o.v. van de opbrengst dat het systeem kan betekenen voor het milieu, op basis van een technisch dossier, een vrijstellingsaanvraag voor de installatie van het systeem, bij het departement indienen.
Het departement maakt het technisch dossier over aan het betrokken gemeentebestuur en aan de bevoegde saneringsinstelling. Zij beschikken over zestig dagen vanaf de ontvangst van de aanvraag om hun adviezen uit te brengen. Na die termijn worden de adviezen geacht gunstig te zijn.
Het departement geeft kennis van zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van honderdtwintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag. Bij gebrek aan een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, maakt de eigenaar van de betrokken woning zijn vrijstellingsaanvraag over aan de Minister. De Minister geeft kennis van zijn beslissing ter vervanging van die van het departement binnen een termijn van honderdtwintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag.
Het departement kan, op basis van het advies van bevoegde saneringsinstelling, bijzondere voorschriften bepalen, samen met deze vrijstelling.
In het geval van weigering van de vrijstelling, wordt de installatie op het individueel zuiveringssysteem uitgevoerd binnen de zes maanden die volgen op de kennisgeving van de weigeringsbeslissing.
Elk beroep kan bij de Minister worden ingediend binnen zestig dagen van de kennisgeving van de beslissing door het departement.
De Minister geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep. "
Art. 12. L'article R.281 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.281. Dans la zone d'assainissement autonome, lorsque l'installation d'un système d'épuration individuelle engendre des coûts excessifs en raison de difficultés techniques rencontrées ou s'avère économiquement disproportionnée par rapport au bénéfice que le système génère pour l'environnement, le propriétaire de l'habitation concernée peut introduire, sur base d'un dossier technique, une demande de dispense d'installation dudit système auprès du département.
Le département transmet le dossier technique à l'administration communale concernée et l'organisme d'assainissement compétent. Ils disposent de soixante jours à dater de la réception de la demande pour rendre leurs avis. A défaut de réponse dans ce délai, leurs avis sont réputés favorables.
Le département notifie sa décision au demandeur dans un délai de cent vingt jours à dater de la réception de la demande. A défaut de décision endéans le délai visé, le propriétaire de l'habitation concernée transmet sa demande de dispense au Ministre. Le Ministre notifie sa décision se substituant à celle du département dans un délai de cent-vingt jours à dater de la réception de la demande.
Le département peut fixer, sur base de l'avis de l'organisme d'assainissement compétent, des impositions particulières accompagnant la dispense.
En cas de refus de la dispense, l'installation du système d'épuration individuelle se fait dans les six mois qui suivent la notification de la décision de refus.
Tout recours peut être introduit auprès du Ministre dans les soixante jours de la notification de la décision par le département.
Le Ministre notifie sa décision dans un délai de soixante jours à dater de la réception du recours. "
Art. 13. Artikel R.288 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.288. § 1. De wijziging van de saneringsplannen per onderstroomgebied houdt verband met elke wijziging in de saneringsregeling.
De aanvragen tot wijziging kunnen uitgaan van een gemeente, een erkende saneringsinstelling of van rechtswege van de Minister of de Regering, of van de "S.P.G.E." op eigen initiatief. Ze worden gericht aan de "S.P.G.E.".
De "S.P.G.E." onderzoekt de aanvragen tot wijzigingen van de saneringsplannen per onderstroomgebied.
§ 2. Binnen vijftien dagen van de ontvangst van de aanvraag, en wanneer de aanvraag niet afkomstig is van de bevoegde saneringsinstelling, vertrouwt de "S.P.G.E." de verwezenlijking van een onderzoek aan de bevoegde saneringsinstelling toe, dat het voorstel van wijziging op technisch, milieu en financieel vlak rechtvaardigt. De bevoegde saneringsinstelling beschikt over zestig dagen om zijn verslag over te maken.
Wanneer de aanvraag afkomstig is van de bevoegde saneringsinstelling en het onderzoek bedoeld in het eerste lid niet bevat, belast de "S.P.G.E." de bevoegde saneringsinstelling ermee om het binnen zestig dagen uit te voeren
§ 3. De "S.P.G.E." bereidt het project van wijziging voor, hetzij voor elke individuele aanvraag, hetzij door hergroepering van verschillende aanvragen gekregen tijdens een periode die verenigbaar is met de termijnen opgenomen in dit artikel en diegenen van artikel R.289 om één enkel project te realiseren dat verschillende wijzigingen per saneringsplan per onderstroomgebied hergroepeert.
In voorkomend geval, bevat de realisatie van elke wijziging de nodige aanpassingen van de plannen naar gelang van de ontwikkeling van de beschikbare feitelijke gegevens, inzake de aanleg van de saneringswerken en van de netwerken van collectoren en rioleringen binnen de omtrek van de saneringsplannen per onderstroomgebied.
§ 4. De effectbeoordeling is opgenomen onder de vorm van een verslag dat, met het project tot wijziging, het geïntegreerd verslag vormt.
Er wordt gehandeld overeenkomstig artikel D.56, § 4, van Boek I van het Milieuwetboek om de structuur van het geïntegreerd verslag op te maken krachtens artikel D.61, § 3. Het wordt minstens om de vijf jaar herzien volgens dezelfde procedure. "
Art. 13. L'article R.288 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.288. § 1er. La modification des P.A.S.H. a trait à tout changement de régime d'assainissement.
Les demandes de modification peuvent émaner d'une commune, d'un organisme d'assainissement agréé, être émises d'office par le Ministre ou le Gouvernement, ou d'initiative par la S.P.G.E. Elles sont adressées à la S.P.G.E..
La S.P.G.E. instruit les demandes de modifications des P.A.S.H.
§ 2. Dans les quinze jours de la réception de la demande, et lorsque la demande n'émane pas de l'organisme d'assainissement compétent, la S.P.G.E. confie à l'organisme d'assainissement compétent la réalisation d'une étude justifiant sur le plan technique, environnemental et financier la proposition de modification. L'organisme d'assainissement compétent a soixante jours pour transmettre son rapport.
Lorsque la demande émane de l'organisme d'assainissement compétent et ne contient pas l'étude visée à l'alinéa 1er, la S.P.G.E. charge l'organisme d'assainissement compétent de la réaliser dans les soixante jours.
§ 3. La S.P.G.E. prépare le projet de modification soit pour chaque demande individuelle, soit en regroupant plusieurs demandes reçues durant une période compatible avec les délais repris au présent article et à ceux de l'article R.289 de manière à réaliser un seul projet regroupant plusieurs modifications par P.A.S.H.
Le cas échéant, la réalisation de chaque modification intègre les ajustements nécessaires des plans en fonction de l'évolution des données factuelles disponibles, en termes de réalisation des ouvrages d'assainissement et de réseaux de collecteurs et d'égouts, au sein du périmètre des P.A.S.H.
§ 4. L'évaluation des incidences est reprise sous la forme d'un rapport qui, avec le projet de modification, constitue le rapport intégré.
Il est procédé conformément à l'article D.56, § 4, du Livre Ier du Code de l'Environnement pour établir la structure du rapport intégré en vertu de l'article D.61, § 3. Il est revu au minimum tous les cinq ans selon la même procédure. "
Art. 14. Artikel R.289 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.289. § 1er. Binnen honderdtwintig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag tot wijziging van het saneringsplan per onderstroomgebied, onderwerpt de "S.P.G.E.", voor advies, het project tot wijziging, samen met het geïntegreerd verslag, aan de volgende betrokken instanties :
de gemeenten;
de houders van winningen van tot drinkwater verwerkbaar water
de bevoegde operationele directoraten-generaal van de Waalse Overheidsdienst.
§ 2. De personen en instanties bedoeld in paragraaf 1 brengen hun advies uit aan de "S.P.G.E." binnen vijfenzeventig dagen Indien er door één van deze instanties geen advies gegeven binnen die termijn wordt het advies van de in gebreke gebleven instantie geacht gunstig te zijn.
Gedurende deze termijn organiseren de gemeenten, eventueel bijgestaan door de bevoegde saneringsinstelling, een openbaar onderzoek volgens de modaliteiten bepaald in Boek I, Deel III, Titel III, van het Milieuwetboek.
Binnen zestig dagen te rekenen van de vervaldatum van de raadplegingstermijn, deelt de "S.P.G.E." haar advies mee aan de Minister over de wijzigingsaanvragen van het saneringsplan per onderstroomgebied alsook de samenvatting van de adviezen van de geraadpleegde instanties.
In voorkomend geval, stelt de "S.P.G.E." een milieuverklaring voor bedoeld in artikel D.60 van Boek I van het Milieuwetboek.
§ 3. Op voorstel van de Minister keurt de Regering het geïntegreerd verslag en de wijziging van het saneringsplan per onderstroomgebied goed.
Het besluit van de Regering tot aanneming van het saneringsplan per onderstroomgebied bepaalt de datum van inwerkingtreding van de gewijzigde bepalingen. "
Art. 14. L'article R.289 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.289. § 1er. Dans les cent vingt jours à dater de la réception de la demande de modification du P.A.S.H., la S.P.G.E. soumet, pour avis, le projet de modification, accompagné du rapport intégré aux instances suivantes concernées :
les communes;
les titulaires de prises d'eau potabilisable;
les Directions générales opérationnelles compétentes du Service public de Wallonie.
§ 2. Les personnes et instances visées au paragraphe 1er rendent leur avis à la S.P.G.E. dans les septante cinq jours. A défaut d'avis de l'une de ces instances dans ce délai, l'avis de l'instance restée en défaut est réputé favorable.
Durant ce délai, les communes, assistées, éventuellement, de l'organisme d'assainissement compétent, organisent une enquête publique selon les modalités fixées au Livre Ier, Partie III, Titre III, du Code de l'Environnement.
Dans les soixante jours à dater du terme du délai de consultation, la S.P.G.E. communique son avis sur les demandes de modification du P.A.S.H. ainsi que la synthèse des avis des instances consultées au Ministre.
S'il y a lieu, la S.P.G.E. propose une déclaration environnementale visée à l'article D.60 du Livre Ier du Code de l'Environnement.
§ 3. Le Gouvernement approuve, sur proposition du Ministre, le rapport intégré et la modification du P.A.S.H.
L'arrêté du Gouvernement adoptant la modification du P.A.S.H. fixe la date d'entrée en vigueur des dispositions modifiées. "
Art. 15. In artikel R.290 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt paragraaf I vervangen als volgt :
" § 1er. Terwijl de Regering de periodieke wijziging aanneemt, verzorgt de "S.P.G.E." de bijwerking van elk saneringsplan per onderstroomgebied in een gecoördineerd cartografisch document dat onder haar beheer staat. Binnen de dertig dagen na bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad worden de aangenomen plannen, of de gewijzigde plannen, en de bijwerking ervan door de "S.P.G.E." naar de gemeenten en de bevoegde saneringsinstellingen gezonden. "
Art. 15. A l'article R.290 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Concomitamment à l'adoption de la modification par le Gouvernement, la S.P.G.E. procède à la mise à jour de chaque plan d'assainissement par sous-bassin hydrographique dans un document cartographique coordonné dont elle a la gestion. Dans les trente jours de leur publication au Moniteur belge, les plans adoptés, ou les plans modifiés et leur mise à jour sont envoyés par la S.P.G.E. aux communes et aux organismes d'assainissement compétent. "
Art. 16. In deel III, titel 1, van hetzelfde Boek, wordt het opschrift van hoofdstuk IX vervangen door wat volgt :
" HOOFDSTUK IX. - Installatie en controle van de individuele zuiveringssystemen "
Art. 16. Dans la Partie III, Titre 1er du même Livre, l'intitulé du Chapitre IX est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE IX. - Installation et contrôle des systèmes d'épuration individuelle ".
Art. 17. De artikelen R.304 tot R.307 van hetzelfde Boek, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 12 februari 2009, worden opgeheven.
Art. 17. Les articles R.304 à R.307 du même Livre, remplacés par l'arrêté du Gouvernement wallon du 12 février 2009, sont abrogés.
Art. 18. In Deel III, Titel 1, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Boek, wordt een afdeling 1 ingevoegd, die artikel R.304 bevat, luidend als volgt :
" Afdeling 1. - Installatie en controle van de individuele zuiveringssystemen
Art. R.304. Elke installateur van een individueel zuiveringssysteem maakt een verslag op dat de datum van inbedrijfname van het systeem bepaalt en dat een beschrijvend plan van het individueel zuiveringssysteem en van de voorziening voor de afvoer van water bevat. Dit verslag wordt vergezeld van een fotoreportage dat de mogelijkheid biedt om de verschillende werken en hun aansluitingen te visualiseren vóór het opvullen van de opgravingen en geulen.
De installateur richt dit verslag aan de eigenaar van het individueel zuiveringssysteem voor de technische oplevering van de werken en aan de "S.P.G.E.", binnen vijftien dagen te rekenen van de technische oplevering van de werken, via de daartoe voorzien informaticatoepassing op de website : http : //www.spge.be/gpaa.
De Minister bepaalt de inhoud van het verslag. "
Art. 18. Dans la Partie III, Titre 1er,Chapitre IX, du même Livre, il est inséré une section 1re, comportant l'article R.304, rédigée comme suit :
" Section 1re. - Installation des systèmes d'épuration individuelle
Art. R.304. Tout installateur d'un système d'épuration individuelle établit un rapport précisant la date de mise en service du système et comprenant le plan descriptif du système d'épuration individuelle et du dispositif d'évacuation des eaux. Ce rapport est accompagné d'un reportage photographique permettant de visualiser les différents ouvrages et leurs raccordements avant remblayage des fouilles et tranchées.
L'installateur adresse ce rapport au propriétaire du système d'épuration individuelle pour la réception technique des travaux et à la S.P.G.E., dans les quinze jours à dater de la réception technique des travaux, via l'application informatique prévue à cet effet à l'adresse internet : http://www.spge.be/gpaa
Le Ministre détermine le contenu du rapport. "
Art. 19. In Deel III, Titel 1, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Boek, wordt een afdeling 2 ingevoegd, die de artikelen R.304bis, R.304ter, R.305, en R.306 bevat, luidend als volgt :
" Afdeling 2. - Controles
Onderafdeling 1. - Type van controles
Art. R.304.bis. § 1. De individuele zuiveringssystemen worden gecontroleerd als volgt :
de controle bij de installatie na de inbedrijfname van het individueel zuiveringssysteem, in het geval dat het systeem is geïnstalleerd door een niet gecertificeerde installateur;
de eerste werkingscontrole van een individueel zuiveringssysteem geïnstalleerd door een gecertificeerde installateur;
de periodieke controle van de exploitatie en de werking na verificatie van de naleving van de exploitatie-modaliteiten van de individuele zuiveringssystemen bedoeld in de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
de controles, onderzoeken en verificaties bestemd om de werking van het individueel zuiveringssysteem te controleren onder normale exploitatievoorwaarden.
§ 2. Elke controle geeft aanleiding tot het verlenen van een controle-attest waarvan de inhoud is bepaald in bijlage XLVIIa op het adres van de eigenaar van de betrokken woning en van de exploitatn van het individueel zuiveringssysteem als het gaat om twee aparte personen.
Onderafdeling 2. - Organisatie van de controle
Art. R.304ter. § 1. De bevoegde saneringsinstelling voert de controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1, 1° en 2°, uit, in aanwezigheid van de exploitant.
De controle bedoeld in artikel R.304bis, eerste lid, 1°, is verplicht en systematisch; hij vindt plaats binnen de drie maanden te rekenen van de inbedrijfname van het individueel zuiveringssysteem.
Binnen dertig dagen van zijn inbedrijfname, vraagt de exploitant van een individueel zuiveringssysteem betrokken bij een controlehandeling bedoeld in artikel R.304bis, § 1, 1°, via een schrijven of via de daartoe voorziene internettoepassing op de website : http ://www.spge.be/gpaa, het bezoek van de "S.P.G.E." of van zijn mandataris, met vermelding van de datum waarop de inbedrijfname is uitgevoerd.
De vraag om bezoek gaat vergezeld van een formulier voor de installatie van een individueel zuiveringssysteem waarvan de inhoud door de Minister wordt bepaald.
Tijdens het controlebezoek wordt het verslag opgemaakt door de installateur voorgesteld aan de bevoegde saneringsinstelling.
De controle bedoeld in artikel R.304bis, eerste lid, 2°, gebeurt voor de verificatie van individuele zuiveringssystemen die door een gecertificeerde installateur worden uitgevoerd. Deze contrôle wordt uitgevoerd op initiatief van de "S.P.G.E.", door de bevoegde saneringsinstelling, binnen een termijn van zes tot negen maanden te rekenen van de inbedrijfname van het individueel zuiveringssysteem.
§ 2. De controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1, 3°, worden uitgevoerd, op initiatief van de "S.P.G.E.", door de bevoegde saneringsinstelling, in aanwezigheid van de exploitant :
minstens één keer om de acht jaar voor de individuele zuiveringseenheden;
minstens één keer om de vijf jaar voor de individuele zuiveringsinstallaties;
minstens één keer om de twee jaar voor de individuele zuiveringsstations;
ten gevolge van elke vaststelling dat de exploitant niet in staat is om de bewijsstukken voor te leggen die vereist zijn krachtens de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
De controleur kan de aanwezigheid vragen van de ondehoudsverlener van het individueel zuiveringssysteem.
De exploitant zorgt voor de vrije toegang tot het individueel zuiveringssysteem voor de controlehandelingen.
De "S.P.G.E." en de bevoegde saneringsinstelling zijn vrijgesteld van het verrichten van de dienst van openbaar beheer van autonome sanering in het geval van weigering van toegang tot het individueel zuiveringssysteem.
§ 3. Het departement of elke publiek- of privaatrechtelijke instelling, aangewezen door dit departement, voert de controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 4°, uit.
Onderafdeling 3. - Controlekosten
Art. R.305. De controlekosten bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 1°, worden door de exploitant gedragen.
De Minister bepaalt het bedrag van de kosten betreffende de controle bedoeld in artikel R.304bis, § 1, 1°, die jaarlijks geïndexeerd wordt volgens het indexcijfer van de consumptieprijzen (basis 1 januari 2017).
De "S.P.G.E", in het kader van het openbaar beheer van de zelfstandig sanering, draagt de kosten die overeenkomen met de controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 2° en 3°.
De begroting van het Waalse Gewest draagt de kosten die overeenkomen met de controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 4°.
Indien een controlehandeling bedoeld in artikel R.304bis, § 1, 1° tot 3°, niet tot een goed einde gebracht kan worden voor een reden die toe te schrijven is aan de bij de controle betrokken persoon, worden de verplaatsingskosten in verband met het vergeefse bezoek hem aangerekend.
De kosten van de nieuwe controle uitgevoerd ten gevolge van een controle die te wijten is aan een tekortkoming valt ten laste van de exploitant.
Art. R.306. § 1. Elke exploitant van een individueel zuiveringssysteem die betrokken is bij een controlehandeling bedoeld in artikel R.304, § 1, 1° tot 3°, wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de datum en het uur van het bezoek en dit, minstens vijftien dagen voor de datum van het bezoek.
§ 2. Binnen zestig dagen van de uitvoering van de controle, maakt de bevoegde saneringsinstelling of het departement, volgens het geval, het controleattest schriftelijk over aan de exploitant van het individueel zuiveringssysteem met het resultaat van de controle en een afschrift van het controleattest aan de "S.P.G.E."
§ 3. Voor de controlehandelingen bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 1°, worden de kosten ten laste van de exploitant betaald vóór de uitvoering van de controle.
§ 4. Wanneer het attest van een controle uitgevoerd krachtens artikel R.304bis, § 1, gewag maakt van een tekortkoming ten opzichte van de gecontroleerde elementen opgenomen in bijlage XLVIIa, van een defect stuk dat moet vervangen worden of van resultaten van de analyses uitgevoerd op een genomen monster die niet conform zijn met de emissienormen bepaald in de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, wordt de exploitant uitgenodigd om te voldoen aan de voorschriften.
In het geval van een controleattest dat wijst op een tekortkoming, kan de exploitant een tweede expertise vragen bij het departement.
De exploitant toont, binnen zes maanden van de kennisgeving van het controleattest dat een negatief advies bevat, het bewijs van de uitgevoerde herstellingen, en het in conformiteit brengen met de normen d.m.v. een conforme analyse uitgevoerd op zijn kosten door een erkend laboratorium. In dit laatste geval informeert de exploitant van het individueel zuiveringssysteem de "S.P.G.E." of, voor de controles betreffende art.R.304, § 1, 4°, het departement, over de datum en het uur van de monsterneming, minstens vijftien dagen ervoor zodat zij een vertegenwoordiger zou kunnen afvaardigen indien zij dit nodig acht.
§ 5. Na afloop van de voorgeschreven termijn om het individueel zuiveringssysteem in conformiteit te brengen, als de exploitant de bewijzen heeft geleverd van het in orde brengen van zijn systeem, kan een nieuwe controle worden uitgevoerd, naargelang het geval, door de "S.P.G.E.", de bevoegde saneringsinstelling of het departement. "
Art. 19. Dans la Partie III, Titre 1er, Chapitre IX, du même Livre, il est inséré une section 2, contenant les articles R.304bis, R.304ter, R.305, et R.306, rédigée comme suit :
" Section 2. - Contrôles
Sous-section 1re. - Type de contrôles
Art. R.304.bis. § 1er. Les systèmes d'épuration individuelle sont contrôlés comme suit :
le contrôle à l'installation réalisé après la mise en service du système d'épuration individuelle, dans le cas où le système a été placé par un installateur non certifié;
le premier contrôle de fonctionnement d'un système d'épuration individuelle placé par un installateur certifié;
le contrôle périodique d'exploitation et de fonctionnement avec vérification du respect des modalités d'exploitation des systèmes d'épuration individuelle prévues aux arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
les contrôles, enquêtes et vérifications destinées vérifier le fonctionnement du système d'épuration individuelle dans des conditions normales d'exploitation.
§ 2. Tout contrôle donne lieu à la délivrance d'une attestation de contrôle dont le contenu est fixé à l'annexe XLVIIa à l'adresse du propriétaire de l'habitation concernée et de l'exploitant du système d'épuration individuelle s'il s'agit de deux personnes distinctes.
Sous-section 2. - Organisation du contrôle
Art. R.304ter. § 1er. L'organisme d'assainissement compétent réalise les opérations de contrôle visées à l'article R.304bis, § 1er, 1° et 2°, en présence de l'exploitant.
Le contrôle visé à l'article R.304bis, alinéa 1er, 1°, est obligatoire et systématique; il a lieu dans les trois mois à dater de la mise en service du système d'épuration individuelle.
Dans les trente jours de sa mise en service, l'exploitant d'un système d'épuration individuelle concerné par une opération de contrôle visée à l'article R.304bis, § 1er, 1°, sollicite par envoi ou par l'application internet prévue à cet effet à l'adresse internet : http://www.spge.be/gpaa, la visite de la S.P.G.E. ou de son mandataire, en précisant la date à laquelle la mise en service a été réalisée.
La demande de visite est accompagnée d'un formulaire d'installation d'un système d'épuration individuelle dont le contenu est fixé par le Ministre.
Lors de la visite de contrôle, le rapport établi par l'installateur est présenté à l'organisme d'assainissement compétent.
Le contrôle visé à l'article R.304bis, alinéa 1er, 2°, a lieu à des fins de vérification de systèmes d'épuration individuelle mis en oeuvre par un installateur certifié. Ce contrôle est réalisé à l'initiative de la S.P.G.E., par l'organisme d'assainissement compétent, dans un délai de six à neuf mois à dater de la mise en service du système d'épuration individuelle.
§ 2. Les opérations de contrôle visées à l'article R.304bis, § 1er, 3°, sont réalisées, à l'initiative de la S.P.G.E., par l'organisme d'assainissement compétent, en présence de l'exploitant :
au moins une fois tous les huit ans pour les unités d'épuration individuelle;
au moins une fois tous les cinq ans pour les installations d'épuration individuelle;
au moins une fois tous les deux ans pour les stations d'épuration individuelle;
à la suite de tout constat que l'exploitant n'est pas en mesure de produire les justificatifs requis en vertu des arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
Le contrôleur peut demander la présence du prestataire d'entretien du système d'épuration individuelle.
L'exploitant assure le libre accès au système d'épuration individuelle pour les opérations de contrôle.
La S.P.G.E. et l'organisme d'assainissement compétent sont exonérés de prester le service de gestion publique d'assainissement autonome en cas de refus d'accès au système d'épuration individuelle.
§ 3. Le département ou tout organisme de droit public ou de droit privé, désigné par ce département, réalise les opérations de contrôle visées à l'article R.304bis, § 1er, 4°.
Sous-section 3. - Les frais des contrôles
Art. R.305. Les frais du contrôle visés à l'article R.304bis, § 1er, 1°, sont à charge de l'exploitant.
Le Ministre fixe le montant des frais relatifs au contrôle visé à l'article R.304bis, § 1er, 1°, lequel est indexé annuellement suivant l'indice des prix à la consommation (base 1er janvier 2017).
La S.P.G.E., dans le cadre de la gestion publique de l'assainissement autonome, supporte les frais correspondant aux opérations de contrôles visées à l'article R.304bis, § 1er, 2° et 3°.
Le budget de la Région wallonne supporte les frais correspondant aux opérations de contrôle visées à l'article R.304bis, § 1er, 4°.
Si une opération de contrôle visé à l'article R.304bis, § 1er, 1° à 3°, n'a pu être menée à bien pour une raison imputable à la personne concernée par le contrôle, les frais de déplacement correspondant à la visite infructueuse sont portés à sa charge.
Le coût du tout nouveau contrôle effectué à la suite d'un contrôle relevant d'un manquement est à charge de l'exploitant.
Art. R.306. § 1er. L'exploitant du système d'épuration individuelle concerné par une opération de contrôle visée à l'article R.304bis, § 1er, 1° à 3°, est informé par écrit de la date et de l'heure de la visite, et ce au moins quinze jours avant celle-ci.
§ 2. Dans les soixante jours de la réalisation du contrôle, l'organisme d'assainissement compétent ou le département, selon le cas, transmet par écrit à l'exploitant du système d'épuration individuelle l'attestation de contrôle comprenant le résultat de celui-ci et une copie de l'attestation de contrôle à la S.P.G.E.
§ 3. Pour les opérations de contrôle visées à l'article R.304bis, § 1er, 1°, les frais à charge de l'exploitant sont payés préalablement à la réalisation du contrôle.
§ 4. Lorsque l'attestation d'un contrôle réalisé en vertu de l'article R.304bis, § 1er, fait état d'un manquement par rapport aux éléments contrôlés repris à l'annexe XLVIIa, d'une pièce défectueuse à remplacer ou de résultats des analyses réalisées sur un échantillon prélevé non conformes aux normes d'émission fixées dans les arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, l'exploitant du système est invité à se mettre en ordre.
En cas d'attestation de contrôle signalant un manquement, l'exploitant peut demander une deuxième expertise auprès du département.
L'exploitant produit, dans les six mois de la notification de l'attestation de contrôle comportant un avis négatif, la preuve des réparations effectuées, et la mise en conformité aux normes au moyen d'une analyse conforme réalisée à ses frais par un laboratoire agréé. Dans ce dernier cas, l'exploitant du système d'épuration individuelle informe la S.P.G.E. ou, pour les contrôles relatifs à l'art. R.304, § 1er, 4°, le département, de la date et de l'heure du prélèvement, au minimum quinze jours avant celui-ci afin qu'elle puisse déléguer un représentant si elle l'estime nécessaire.
§ 5. A l'issue du délai imparti pour mettre le système d'épuration individuelle en conformité, si l'exploitant a présenté les preuves de la mise en ordre de son système, un nouveau contrôle peut être réalisé, selon le cas, par la S.P.G.E., l'organisme d'assainissement compétent ou le département. "
Art. 20. In Deel III, Titel 1, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Boek, wordt een Hoofdstuk IX/1 ingevoegd, die de artikelen R.307 en R.307/1 bevat, luidend als volgt :
" HOOFDSTUK IX/1. - Onderhoud van de individuele zuiveringssystemen
Afdeling 1. - Periodieke onderhoud
Art. R.307. § 1. Voor alle individuele zuiveringssystemen wordt een onderhoud uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de exploitant volgens de modaliteiten en de minimale periodiciteit omschreven in de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning die de integrale en sectorale voorwaarden bevatten betreffende de individuele zuiveringssystemen.
§ 2. Het onderhoud wordt uitgevoerd door een dienstverlener die beschikt over de nodige uitrustingen voor de uitvoering van de verplichte onderhoudsprestaties en die beschikt over een kennis van het betrokken individueel zuiveringssysteem.
Deze dienstverlener moet zich laten registreren bij de "S.P.G.E." via de daartoe bestemde toepassing die beschikbaar is op de website : www.spge.be/gpaa.
§ 3. De dienstverlener die het onderhoud uitvoert deelt zijn verslag mee aan de exploitant alsook aan de "S.P.G.E." via de daartoe bestemde toepassing die beschikbaar is op de website : www.spge.be/gpaa, binnen vijftien dagen van de uitvoering van het onderhoud.
§ 4. Wanneer de exploitant van het individueel zuiveringssysteem niet vrijgesteld is van de C.V.A., komt de "S.P.G.E." tussen, per onderhoud en volgens de onderhoudsperiodiciteit bedoeld in het besluit genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning die de integrale en sectorale voorwaarden bevatten betreffende de individuele zuiveringssystemen, voor een maximaal bedrag, excl. btw, van :
120 euro voor de individuele zuiveringseenheden;
150 euro voor de individuele zuiveringsinstallaties;
200 euro voor de individuele zuiveringsstations.
Deze forfaitaire bedragen worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het indexcijfer van de consumptieprijzen bepaald op 1 januari 2017.
Het onderhoudsverslag wordt meegedeeld aan de "S.P.G.E." overeenkomstig paragraaf 3. De exploitant komt in aanmerking voor de financiële tegemoetkoming van de "S.P.G.E." als dit verslag ontvankelijk is, volledig is en gewag maakt van het goede onderhoud van het individueel zuiveringssysteem.
In het geval van een onvolledig dossier, informeert de "S.P.G.E." de dienstverlener die het onderhoud van het individueel zuiveringssysteem heeft uitgevoerd dat hij over vijftien dagen beschikt om het dossier aan te vullen.
De "S.P.G.E." bezorgt de geregistreerde onderhoudsverleners een toepassing om na te gaan of de exploitant van het systeem al dan niet ressorteert onder de diensten van het openbaar beheer van de autonome sanering, en namelijk als hij een C.V.A. betaalt op zijn huishoudelijk afvalwater.
Als dit het geval is wordt de financiële tegemoetkoming betreffende de individuele zuiveringssystemen uitgevoerd door een facturering van het bedrag ten laste genomen door de "S.P.G.E.", opgemaakt door de dienstverleners en gericht aan de "S.P.G.E. op basis van het onderhoudsverslag, en de dienstverlener maakt, in voorkomend geval, een factuur op gericht aan de particulier voor de prestaties die niet gedekt zijn door de forfaitaire tegemoetkoming van de "S.P.G.E.". Een afschrit van deze factuur wordt gericht aan de "S.P.G.E.".
§ 5. Als de exploitant van het individueel zuiveringssystemm is vrijgesteld van de C.V.A., vallen de onderhoudsprestaties volledig te zijnen laste.
§ 6. Indien het onderhoudsverslag niet binnen de voorgeschreven termijnen is gekregen, stuurt de "S.P.G.E." een herinnering aan de exploitant opdat laatstgenoemde het verslag zou overmaken. Als de exploitant het verslag, binnen zestig dagen te rekenen van de herinnering, niet overmaakt, wordt een controle te zijnen laste uitgevoerd, volgens de modaliteiten bedoeld in de artikelen R.305 en R.306. Er wordt tegelijk een einde gemaakt aan de financiële tegemoetkoming bedoeld in paragraaf 4.
Als het onderhoudsverslag wijst op een tekortkoming die te wijten is aan de exploitant of een defect stuk dat moet vervangen worden, voert de exploitant de nodige herstellingen uit en deelt hij aan de "S.P.G.E." de bewijzen van de uitgevoerde herstellingen mee binnen de zes maanden.
§ 7. In het geval van herhaaldelijke tekortkomingen i.v.m. de onderhoudsprestaties ten gevolge van een periodieke controle, een gebrek aan overlegging van een volledig verslag of afwezigheid van conformiteit van de facturen ten opzichte van dit Wetboek, verwittigt de "S.P.G.E." de onderhoudsverlener dat zijn registratie voor onbepaalde duur wordt geschorst.
De dienstverlener waarvan de registratie is geschorst kan, op elk ogenblik, bij het comité van deskundigen voor de autonome sanering een verzoek tot opheffen van de schorsing indienen, namelijk op basis van nieuwe elementen.
Het comité van deskundigen voor de autonome sanering stuurt zijn beslissing aan de onderhoudsverlener en aan de "S.P.G.E." binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag van de dienstverlener. Bij gebrek aan een beslissing binnen de voorgeschreven termijn, maakt de betrokken dienstverlener zijn verzoek tot opheffen van de schorsing aan de Minister over. De Minister geeft kennis van zijn beslissing ter vervanging van de beslissingvan het comité van deskundigen binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag.
Elk beroep over een schorsing bevestigd door het comité van deskundigen voor de zelfstandig sanering wordt ingediend bij de Minister binnen zestig dagen van de kennisgeving van de beslissing.
De Minister geeft kennis van zijn beslissing binnen een termijn van zestig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep.
§ 8. De exploitant zorgt voor de vrije toegang tot het individueel zuiveringssysteem voor de onderhoudshandelingen.
Afdeling 2. - Lediging van het overtollige slib
Art. 307/1. § 1. Wanneer de exploitant van het individueel zuiveringssysteem niet is vrijgesteld van de C.V.A., laat de "S.P.G.E.", met de medewerking van de bevoegde saneringsinstelling, op zijn kosten, overgaan tot de lediging van het overtollige slib van het individueel zuiveringssysteem binnen de termijn bepaald door het onderhoudsverslag of ten gevolge van een periodieke controle.
De bevoegde saneringsinstelling brengt de exploitant op de hoogte van deze verplichting per schrijven, laatsgenoemde beschikt over drie maanden te rekenen van deze waarschuwing om de lediging te laten uitvoeren.
De bevoegde saneringsinstelling levert aan de exploitant de lijst van de erkende rioolruimers die belast zijn met deze lediging van de individuele zuiveringssystemen in zijn gemeente.
De erkende rioolruimer, onder contract bij de "S.P.G.E." of zijn mandataris, factureert hem het bedrag van zijn prestatie volgens de modaliteiten en voorwaarden opgenomen in het contract.
De exploitant zorgt ervoor dat de erkende rioolruimer de vrije toegang krijgt tot het individueel zuiveringssysteem.
Indien de ledigingshandeling niet tot een goed einde gebracht kan worden voor een reden die toe te schrijven is aan de exploitant van het individueel zuiveringssysteem, worden de verplaatsingskosten in verband met het vergeefse bezoek hem aangerekend door de erkende rioolruimer.
§ 2. Als de exploitant van het individueel zuiveringssystemm is vrijgesteld van de C.V.A., laat hij de lediging op zijn kosten uitvoeren binnen de termijn bepaald door het onderhoudsverslag of de periodieke controle. De exploitant deelt aan de bevoegde saneringsinstelling het borderel van tussenkomst van de erkende rioolruimer mee binnen tien dagen van zijn tussenkomst, per schrijven of via de daartoe voorzien informaticatoepassing op de website http ://www.spge.be/gpaa. "
Art. 20. Dans la Partie III, Titre 1er, Chapitre IX, du même Livre, il est inséré un Chapitre IX/1, comportant les articles R.307 et R.307/1, rédigés comme suit :
" CHAPITRE IX/1. - Entretien des systèmes d'épuration individuelle
Section 1re. - Entretien périodique
Art. R.307. § 1er. Pour tous les systèmes d'épuration individuelle, un entretien est effectué sous la responsabilité de l'exploitant selon les modalités et la périodicité minimale définie aux arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement contenant les conditions intégrales et sectorielles relatives aux systèmes d'épuration individuelle.
§ 2. L'entretien est réalisé par un prestataire de service qui dispose des équipements nécessaires à la réalisation des prestations obligatoires d'entretien et qui dispose d'une connaissance du système d'épuration individuelle concerné.
Ce prestataire doit s'enregistrer auprès de la S.P.G.E. via l'application dédicacée à cet effet disponible sur le site : www.spge.be/gpaa
§ 3. Le prestataire de service qui réalise l'entretien communique son rapport à l'exploitant ainsi qu'à la S.P.G.E. via l'application dédicacée à cet effet disponible sur le site : www.spge.be/gpaa, dans les quinze jours de la réalisation de l'entretien.
§ 4. Lorsque l'exploitant du système d'épuration individuelle n'est pas exempté du C.V.A., la S.P.G.E intervient, par entretien et selon la périodicité d'entretien prévue à l'arrêté pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement contenant les conditions intégrales et sectorielles relatives aux systèmes d'épuration individuelle, pour un montant hors T.V.A. maximal de :
120 euros pour les unités d'épuration individuelle;
150 euros pour les installations d'épuration individuelle;
200 euros pour les stations d'épuration individuelle.
Ces montants forfaitaires sont indexés annuellement sur base de l'indice des prix à la consommation fixé au 1er janvier 2017.
Le rapport d'entretien est communiqué à la S.P.G.E. conformément au paragraphe 3. L'exploitant bénéficie de l'intervention financière de la S.P.G.E. si ce rapport est recevable, complet et fait état du bon entretien du système d'épuration individuelle.
En cas de dossier incomplet, la S.P.G.E. informe le prestataire qui a réalisé l'entretien du système d'épuration individuelle qui dispose de quinze jours pour le compléter.
La S.P.G.E. met à disposition des prestataires d'entretien enregistrés une application permettant de vérifier si l'exploitant du système relève ou non des services de la gestion publique de l'assainissement autonome, et notamment s'il paie un C.V.A. sur ses eaux usées domestiques.
Si tel est le cas, l'intervention financière relative à l'entretien des systèmes d'épuration individuelle est réalisée par une facturation du montant pris en charge par la S.P.G.E. établie par le prestataire à l'adresse de la S.P.G.E. sur base du rapport d'entretien et le prestataire établi, le cas échéant, une facture à l'adresse du particulier pour les prestations non couvertes par l'intervention forfaitaire de la S.P.G.E. Une copie de cette facture est adressée à la S.P.G.E.
§ 5. Lorsque l'exploitant du système d'épuration individuelle est exempté du C.V.A., les prestations d'entretien sont entièrement à sa charge.
§ 6. A défaut de recevoir le rapport d'entretien dans les délais impartis, la S.P.G.E. envoie un rappel à l'exploitant pour que celui-ci transmette ce rapport. A défaut pour l'exploitant de transmettre le rapport dans les soixante jours à compter du rappel, un contrôle est effectué à sa charge, selon les modalités prévues aux articles R.305 et R.306. Il est mis fin en même temps à l'intervention financière prévue au paragraphe 4.
Lorsque le rapport d'entretien signale un manquement imputable à l'exploitant ou une pièce défectueuse à remplacer, l'exploitant effectue les réparations nécessaires et communique à la S.P.G.E. les preuves des réparations effectuées dans les six mois.
§ 7. En cas de manquements répétés liés aux prestations d'entretien suite à un contrôle périodique, à un défaut de présentation d'un rapport complet ou d'absence de conformité des factures par rapport aux dispositions du présent Code, la S.P.G.E. avertit le prestataire d'entretien que son enregistrement est suspendu pour une durée indéterminée.
Le prestataire de service dont son enregistrement est suspendu peut introduire, à tout moment, auprès du comité d'experts pour l'assainissement autonome une demande de levée de la suspension, notamment sur base de nouveaux éléments.
Le comité d'experts pour l'assainissement autonome envoie sa décision au prestataire d'entretien et à la S.P.G.E. dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande du prestataire de service. A défaut de décision endéans le délai visé, le prestataire de service concerné transmet sa demande de levée de la suspension au Ministre. Le Ministre notifie sa décision se substituant à celle du comité d'experts dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande.
Tout recours sur une suspension confirmée par le comité d'experts pour l'assainissement autonome est introduit auprès du Ministre dans les soixante jours de la notification de la décision.
Le Ministre notifie sa décision dans un délai de soixante jours à dater de la réception du recours. "
§ 8. L'exploitant assure le libre accès au système d'épuration individuelle pour les opérations d'entretien.
Section 2. - Vidange des boues excédentaires
Art. 307/1. § 1er. Lorsque l'exploitant du système d'épuration individuelle n'est pas exempté du C.V.A., la S.P.G.E., avec le concours de l'organisme d'assainissement compétent, fait procéder à sa charge à la vidange des boues excédentaires du système d'épuration individuelle dans le délai fixé par le rapport d'entretien ou suite à un contrôle périodique.
L'organisme d'assainissement compétent avertit l'exploitant par envoi de cette obligation, ce dernier a trois mois à dater de cet avertissement pour faire réaliser la vidange.
L'organisme d'assainissement compétent fournit à l'exploitant la liste des vidangeurs agréés en charge de cette vidange des systèmes d'épuration individuelle sur sa commune.
Le vidangeur agréé, sous contrat avec la S.P.G.E. ou son mandataire, lui facture le montant de sa prestation selon les modalités et conditions reprises dans ce contrat.
L'exploitant assure le libre accès au système d'épuration individuelle au vidangeur agréé.
Si l'opération de vidange n'est pas menée à bien pour une raison imputable à l'exploitant du système d'épuration individuelle, les frais de déplacement correspondant à la visite infructueuse sont portés à sa charge par le vidangeur agréé.
§ 2. Lorsque l'exploitant du système d'épuration individuelle est exempté du C.V.A., il fait procéder à la vidange à ses frais dans le délai fixé par le rapport d'entretien ou du contrôle périodique. L'exploitant communique à l'organisme d'assainissement compétent le bordereau d'intervention du vidangeur agréé dans les dix jours de son intervention, par envoi ou par l'application informatique internet établie à cet effet à l'adresse : http://www.spge.be/gpaa "
Art. 21. In artikel R.308, § 1, van hetzelfde Boek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in punt 3°, wordt het woord "comité : " vervangen door de woorden "comité van deskundigen voor de autonome zuivering :";
b) er wordt een punt 4°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 4°bis "het departement" : het Departement Leefmilieu en Water van het Operationele Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu; ";
c) er wordt een punt 13°bis ingevoegd, luidend als volgt :
" 13°bis "installateur" : onderneming opgericht als natuurlijke of rechtspersoon verantwoordelijk voor de goede uitvoering van de werken voor de installatie en de inbedrijfname van een individueel zuiveringssysteem; ";
d) punt 16 wordt vervangen als volgt :
" 16° "saneringsplan per onderstroomgebied of afgekort P.A.S.H." : werktuig voor de planning en de cartografische voorstelling van de sanering per onderstroomgebied; ";
e) in punt 18°, worden de woorden "en de afvoering van het gezuiverd water" opgeheven;
f) er wordt een punt 18°bis en 18°ter ingevoegd, luidend als volgt :
" 18°bis "het extensief systeem" : het individueel zuiveringssysteem tot inschakeling, voor de biologische behandeling van afvalwater, van een deel of het geheel van de beschadigingsprocessen die natuurlijk aanwezig zijn in een ecosysteem zonder het gebruik van een andere elektromechanische uitrusting dan de opvoer van het afvalwater of van het gezuiverd water indien nodig;
18°ter "het intensief systeem" : het individueel zuiveringssysteem waarvan de biologische behandeling van afvalwater, met inschakeling van een deel of het geheel van de beschadigingsprocessen die natuurlijk aanwezig zijn, wordt versterkt door een elektromechanische uitrusting die de beschadiging van de organische stoffen op kleine oppervlakten of beperkte volumes mogelijk maakt; ".
Art. 21. A l'article R.308, § 1er, du même Livre, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 3°, les mots "comité" : sont remplacés par les mots "comité d'experts pour l'assainissement autonome" :;
b) il est inséré un 4°bis rédigé comme suit :
" 4°bis "le département" : le Département de l'Environnement et de l'Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement; ";
c) il est inséré un 13°bis rédigé comme suit :
" 13°bis "installateur" : entreprise constituée en personne physique ou morale responsable de la bonne exécution des travaux d'installation et de la mise en service d'un système d'épuration individuelle; ";
d) le 16° est remplacé par ce qui suit :
" 16° "plan d'assainissement par sous-bassin hydrographique ou en abrégé P.A.S.H." : outil de planification et de représentation cartographique de l'assainissement par sous-bassin hydrographique; ";
e) au 18°, les mots "et l'évacuation des eaux épurées" sont abrogés;
f) il est inséré les 18°bis et 18°ter rédigés comme suit :
" 18°bis "le système extensif" : le système d'épuration individuelle faisant intervenir, pour le traitement biologique des eaux usées, tout ou partie des processus de dégradation présents naturellement dans un écosystème sans utilisation d'équipement électromécanique autre qu'un relevage des eaux usées ou des eaux épurées si nécessaire;
18°ter "le système intensif" : le système d'épuration individuelle dont le traitement biologique des eaux usées, faisant intervenir tout ou partie des processus de dégradation présents naturellement, est intensifié par un équipement électromécanique permettant la dégradation de la matière organique sur des surfaces réduites ou dans des volumes restreints; ".
Art. 22. Artikel R.386 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 12 februari 2009 en 27 mei 2009, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.386. § 1. De privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die zijn huishoudelijk afvalwater zelf zuivert in een individueel zuiveringssysteem dat gedekt is door een aangifte of een milieuvergunning, en die vrijgesteld is van de betaling van de C.V.A.(reële kostprijs) of de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater kan blijven genieten van deze vrijstelling tot 31 december 2021 als zij het individueel zuiveringssysteem regelmatig onderhoudt, legmaakt en controleert overeenkomstig de bepalingen van dit Boek en de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
§ 2. De privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die zijn huishoudelijk afvalwater zelf zuivert in een individueel zuiveringssysteem dat gedekt is door een aangifte of een milieuvergunning, en die geniet van de vrijstelling van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater of van de C.V.A. kan op elk ogenblik afzien van zijn vrijstelling; dit afzien gaat gepaard met een ten laste neming door de "S.P.G.E." van de dienst van openbaar beheer van de autonome sanering.
Het afzien van de vrijstelling van de C.V.A. wordt meegedeeld aan de "S.P.G.E." per schrijven.
Op basis van dit schrijven brengt de "S.P.G.E." de waterverdeler daarvan op de hoogte en laat een controle van de werking van het individueel zuiveringssysteem uitvoeren die zij ten laste neemt De eigenaar van het systeem zorgt voor een in conformiteit brengen van het systeem, in voorkomend geval, in functie van het verslag opgesteld tijdens de controle.
§ 3. Na het verstrijken van de termijn van 31 december 2021, wordt er een einde gemaakt aan de vrijstelling van de belasting op het lozen van huishoudelijk afvalwater of van de C.V.A. van elke privé- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die zijn huishoudelijk afvalwater zelf zuivert in een individueel zuiveringssysteem dat gedekt is door een aangifte of een milieuvergunning.
Het einde van deze vrijstelling gaat gepaard met een ten laste neming door de "S.P.G.E." van de dienst van openbaar beheer van de autonome sanering.
Na het verstrijken van de termijn van 31 december 2021, laat de "S.P.G.E." een controle van de werking van het individueel zuiveringssysteem uitvoeren die zij ten laste neemt. De eigenaar van het systeem zorgt voor een in conformiteit brengen van het systeem, in voorkomend geval, in functie van het verslag opgesteld tijdens de controle. "
Art. 22. L'article R.386 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 12 février 2009 et du 27 mai 2009, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.386. § 1er. La personne physique ou morale de droit public ou de droit privé qui épure elle-même, dans un système d'épuration individuelle couvert par une déclaration ou un permis d'environnement, les eaux usées domestiques qu'elle produit, et qui est exemptée du paiement du C.V.A. ou de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques peut continuer à bénéficier de cette exemption jusqu'au 31 décembre 2021 si elle entretient, vidange et contrôle régulièrement le système d'épuration individuelle conformément aux dispositions du présent Livre et aux arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
§ 2. La personne physique ou morale de droit public ou de droit privé qui épure elle-même, dans un système d'épuration individuelle couvert par une déclaration ou un permis d'environnement, les eaux usées domestiques qu'elle produit, et qui bénéficie de l'exemption de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques ou du C.V.A. peut renoncer à tout moment à son exemption; cette renonciation s'accompagne d'une prise en charge par la S.P.G.E. du service de gestion publique de l'assainissement autonome.
La renonciation à l'exemption du C.V.A. est notifiée à la S.P.G.E. par envoi.
Sur base de cet envoi, la S.P.G.E. en avertit le distributeur d'eau et fait réaliser et prend en charge un contrôle de fonctionnement du système d'épuration individuelle. Le propriétaire du système assure une mise en conformité du système, le cas échéant, en fonction du rapport établi lors du contrôle.
§ 3. Passé le délai du 31 décembre 2021, il est mis fin à l'exemption de la taxe sur le déversement des eaux usées domestiques ou du C.V.A. de toute personne physique ou morale de droit public ou de droit privé qui épure elle-même, dans un système d'épuration individuelle couvert par une déclaration ou un permis d'environnement, les eaux usées domestiques qu'elle produit.
La fin de cette exemption s'accompagne d'une prise en charge par la S.P.G.E. du service de gestion publique de l'assainissement autonome.
Passé le délai du 31 décembre 2021, la S.P.G.E. fait réaliser et prend en charge un contrôle de fonctionnement du système d'épuration individuelle. Le propriétaire du système assure une mise en conformité du système, le cas échéant, en fonction du rapport établi lors du contrôle. "
Art. 23. De artikelen R.387 en R.388 van hetzelfde Boek, vervangen en gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 12 februari 2009 en 27 mei 2009, worden opgeheven.
Art. 23. Les articles R.387 et R.388 du même Livre, remplacés et modifiés par les arrêtés du Gouvernement wallon du 12 février 2009 et du 27 mai 2009, sont abrogés.
Art. 24. In artikel R.389 van hetzelfde Boek, vervangen en gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 12 december 2009 en 27 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1, wordt een lid luidend als volgt ingevoegd tusseen lid 1 en lid 2 :
" In dat geval zorgt de eigenaar van het individueel zuiveringssysteem bovendien voor de financiële last van de herstellingen, de exploitant van het systeem zorgt voor de kosten van het onderhoud en de controles van het systeem tot het volledig in conformiteit brengen ervan, vóór te kunnen genieten van de dienst i.v.m het openbaar beheer van de autonome sanering. ";
paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 24. A l'article R.389 du même Livre, remplacé et modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 12 février 2009 et du 27 mai 2009, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Au surplus, dans ce cas, le propriétaire du système d'épuration individuelle assume la charge financière des réparations, l'exploitant du système assume les coûts de l'entretien et des contrôles du système jusqu'à sa mise en conformité complète avant de pouvoir bénéficier du service lié à la gestion publique de l'assainissement autonome. ";
le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 25. In artikel R.400/2 van hetzelfde Boek, ingeleid door het besluit van de Waalse Regering van 16 juli 2015, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt :
" § 2. De vermenging van partijen slijk wordt toegelaten om het door de erkende ruimer gebruikte voertuig te vullen tussen twee verwijderingen bedoeld in paragraaf 3. De doorvoer via overgangsputten of transitputten wordt ook toegelaten voor zover de erkende ruimer bij de betrokken saneringsinstelling bevestigt dat het ingezameld slib uitsluitend voortvloeit uit installaties die bestemd zijn voor de inzameling of de behandeling van huishoudelijk afvalwater. "
Art. 25. A l'article R.400/2 du même Livre, introduit par l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 juillet 2015, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Le mélange de lots de gadoues est autorisé afin de remplir le véhicule utilisé par le vidangeur agréé entre deux éliminations prévues au paragraphe 3. Le passage par des fosses intermédiaires ou de transit est également autorisé pour autant le vidangeur agréé certifie auprès de l'organisme d'assainissement concerné que les gadoues récoltées résultent exclusivement d'installations destinées à la collecte ou au traitement d'eaux usées domestiques. "
Art. 26. In deel III, titel II, van hetzelfde Boek, wordt het opschrift van hoofdstuk IX vervangen door wat volgt :
" HOOFDSTUK IX. - Installatie- of herstelpremie voor een individueel zuiveringssysteem "
Art. 26. Dans la Partie III, Titre II, du même Livre, l'intitulé du Chapitre IX est remplacé par ce qui suit :
" CHAPITRE IX. - Primes à l'installation ou la réhabilitation d'un système d'épuration individuelle "
Art. 27. Artikel R.401 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 maart 2005, 6 december 2006 en 6 november 2008, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.401. § 1er. In het kader van zijn opdracht van openbaar beheer van de autonome sanering, binnen de perken van de beschikbare bedragen, kent de "S.P.G.E." een premie toe aan elke publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die op eigen kosten een erkend individueel zuiveringssysteem installeert in een woning of een groep woningen die opgetrokken zijn en huishoudelijk afvalwater lozen vóór de datum van goedkeuring of van wijziging van het algemeen gemeentelijk afwateringsplan of van het saneringsplan per hydrografisch onderbekken waardoor zij ondergebracht zijn in een autonome saneringszone.
§ 2. De referentiedatum voor de opening van het recht op een premie bedoeld in paragraaf 1 is altijd de datum van het eerste plan dat de huidige bestemming van de woning in termen van sanering heeft vastgesteld.
Geen enkele premie dekt het eventuele aandeel van de vuilvracht voortvloeiend uit de beoefening van een handelsactiviteit, met inbegrip van de activiteiten die voor toerisme, industrie of een vrij beroep bestemd zijn..
Met de bijkomende bewoningsmogelijkheden die totstandkomen door het uitvoeren van inrichtingswerkzaamheden na de datum van goedkeuring van het plan dat het pand voor het eerst in een gebied ondergebracht heeft waarvoor een autonome sanering geldt, wordt bij de berekening van de premie geen rekening gehouden.
§ 3. De "S.P.G.E." kan een premie voor het herstel of de hernieuwing van een individueel zuiveringssysteem toekennen dat minstens vijftien jaar geïnstalleerd is.
§ 4. De premie vormt in hoofde van de "S.P.G.E." een uitgave gedaan in het kader van de uitvoering van de autonome sanering bedoeld in het Waterwetboek in de artikelen D.222/1 tot D.222/4 en uitgevoerd tegen de voorwaarden opgenomen in de bovengenoemde paragrafen 1 tot 3 alsook in de artikelen R.402 tot R.417. Zijn bedrag wordt verstaan belasting op de toegevoegde waarde inbegrepen. "
Art. 27. L'article R.401 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 24 mars 2005, du 6 décembre 2006 et du 6 novembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.401. § 1er. Dans le cadre de sa mission de gestion publique de l'assainissement autonome, dans la limite des montants disponibles, la S.P.G.E. accorde une prime à toute personne physique ou morale, de droit public ou de droit privé, qui équipe, à ses frais, d'un système d'épuration individuelle agréé, une habitation ou un groupe d'habitations érigées et rejetant des eaux usées domestiques avant la date d'approbation ou de modification du plan communal général d'égouttage ou du P.A.S.H. qui les a classées en zone d'assainissement autonome.
§ 2. La date de référence pour l'ouverture du droit à une prime visée par le paragraphe 1er est toujours celle du premier plan qui a fixé la vocation actuelle de l'habitation en termes d'assainissement.
Aucune prime ne couvre la part éventuelle de la charge polluante résultant de l'exercice d'une activité commerciale, en ce compris à vocation touristique, ou industrielle ou d'une profession libérale.
Le potentiel supplémentaire d'occupation lié à des travaux d'aménagement réalisés après la date d'approbation du plan qui a placé pour la première fois l'immeuble en zone réservée à l'assainissement autonome n'est pas pris en compte dans le calcul des primes.
§ 3. La S.P.G.E. peut accorder une prime pour la réhabilitation ou le renouvellement d'un système d'épuration individuelle installé il y a au minimum quinze ans.
§ 4. La prime constitue dans le chef de la S.P.G.E. une dépense opérée dans le cadre de la mise en oeuvre de l'assainissement autonome visé dans le Code de l'Eau aux articles D.222/1 à D.222/4 et réalisée aux conditions reprises aux paragraphes 1 à 3 ci-avant ainsi qu'aux articles R.402 à R.417. Son montant s'entend taxe sur la valeur ajoutée comprise. "
Art. 28. In Deel III, Titel II, Hoofdstuk IX, van hetzelfde Boek, wordt een afdeling 1/1 ingevoegd na artikel R.401, luidend als volgt :
" Afdeling 1/1. - Bedrag en aanvraag van de premies "
Art. 28. Dans la Partie III, Titre II, le Chapitre IX, du même Livre, une section 1/1 est insérée après l'article R.401 et rédigée comme suit :
" Section 1/1. - Montant et demande des primes "
Art. 29. In artikel R.402 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006 en 6 november 2008, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in paragraaf 1 wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Het bedrag van de premie bedraagt, voor een eerste installatie van een individueel zuiveringssysteem, en voor de eerste schijf van vijf inwoners-equivalenten (IE) :
1.000 euro voor de krachtens de bepalingen van afdeling 1/1 van dit hoofdstuk erkende systemen;
de premie wordt verhoogd met een bedrag van 1.500 euro als de Minister een individueel zuiveringssysteem oplegt ten gevolge van een zone-onderzoek of wanneer de woning onder een plaatselijk zwart punt valt dat erkend is volgens de bepalingen bedoeld in artikel R.280;
De premie bedoeld in punt 2° is verhoogd met :
- 1.000 euro wanneer de woning gelegen is in de prioritaire zone I bedoeld in artikel R.279, paragraaf 3;
- 150 euro voor de uitvoering van een permeabiliteitstest van de bodem met het oog op een bodeminfiltratie;
- 500 euro indien, na afloop van de permeabiliteitstest, de afvoer van het gezuiverde water via bodeminfiltratie gebeurt, gemachtigd bij de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, zinkput uitgezonderd;
- 700 euro voor de installatie van een extensief systeem;
de premie bedoeld in de punten 1° en 2° wordt verhoogd met 350 euro per bijkomende inwoner-equivalent. ";
b) in paragraaf 2, in het tweede lid, wordt de zin "wordt ervan uitgegaan dat de vuilvracht uitgedrukt wordt door" vervangen door de zin "wordt de vuilkracht uitgedrukt door";
c) in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, Afdeling Water, voorgesteld op grond van de beoordelingsbestanddelen waarover het beschikt" vervangen door de woorden " door de "S.P.G.E." voorgesteld op basis van het advies van de erkende saneringsinstelling ";
d) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt :
" § 3. De premies bedoeld in paragraaf 1 wordt tot een maximum beperkt ten belope van zeventig percent van het totaalbedrag van de facturen, belasting over de toegevoegde waarde meegerekend, met betrekking tot de individuele zuiveringswerken bestaande uit de studie, de aankoop, het vervoer, de aanleg en de aansluiting van het individueel zuiveringssysteem en het afwateringsnetwerk voor het huishoudelijk afvalwater en het afvoersysteem voor het gezuiverde water, het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat niet inbegrepen. ";
e) in paragraaf 4 worden de woorden "Het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, Afdeling Water," vervangen door de woorden " De "S.P.G.E." ";
f) er wordt een paragraaf 5 toegevoegd, luidend als volgt :
" § 5. Overeenkomstig artikel R.401, § 3, kan een premie voor het herstel van een individueel zuiveringssysteem worden toegekend.
Het bedrag van deze premie wordt bepaald op maximum 1.000 euro op basis van een kostenraming opgesteld ten gevolge van een controle of onderhoud waarbij gewezen werd op de noodzaak om het individueel zuiveringssysteem te herstellen.
Het bedrag van deze premie wordt tot een maximum beperkt ten belope van zeventig percent van het totaalbedrag van de facturen, belasting over de toegevoegde waarde meegerekend, met betrekking tot de werken voor het in overeenstemming brengen en het herstel van het bestaande individueel zuiveringssysteem, het herstel van de plaats in diens oorspronkelijke staat niet inbegrepen. "
Art. 29. A l'article R.402 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006 et du 6 novembre 2008, les modifications suivantes sont apportées :
a) au paragraphe 1er, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Le montant de la prime, pour une première installation d'un système d'épuration individuelle, s'élève, pour la première tranche de cinq équivalent habitant (EH), à :
1.000 euros pour les systèmes agréés en vertu des dispositions de la section 1/1 du présent chapitre;
la prime est majorée d'un montant de 1.500 euros si le Ministre impose le système d'épuration individuelle suite à une étude de zone ou lorsque l'habitation relève d'un point noir local reconnu selon les dispositions prévues à l'article R.280;
La prime prévue au 2° est majorée de :
- 1.000 euros lorsque l'habitation est située en zone prioritaire I visée à l'article R.279, paragraphe 3;
- 150 euros pour la réalisation d'un test de perméabilité du sol en vue d'une infiltration dans le sol;
- 500 euros lorsque, à l'issue du test de perméabilité, l'évacuation des eaux épurées s'effectue par un des modes d'infiltration dans le sol, autorisés par les arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, à l'exclusion du puits perdant;
- 700 euros pour l'installation d'un système extensif;
la prime prévue aux points 1° et 2° est majorée de 350 euros par équivalent-habitant supplémentaire. ";
b) au paragraphe 2, alinéa 2, les mots "on considère que" sont supprimés;
c) au paragraphe 2, alinéa 3, les mots "par la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement, Division de l'Eau sur base des éléments d'appréciation dont elle dispose" sont remplacés par les mots "par la S.P.G.E. sur base de l'avis de l'organisme d'assainissement agréé";
d) le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. La prime visée au paragraphe 1er est plafonnée à concurrence de septante pour cent du montant total des factures, taxe sur la valeur ajoutée comprise relatives aux travaux d'épuration individuelle lesquels comprennent l'étude, l'achat, le transport, la pose et le raccordement du système d'épuration individuelle et du réseau de collecte des eaux usées domestiques et le dispositif d'évacuation des eaux épurées, la remise des lieux en pristin état n'étant pas comprise. ";
e) au paragraphe 4, les mots "Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement, Division de l'Eau" sont remplacés par les mots "S.P.G.E.";
f) un paragraphe 5 est ajouté comme suit :
" § 5. Conformément l'article R.401, § 3, une prime pour la réhabilitation d'un système d'épuration individuelle agréé peut être octroyée.
Le montant de cette prime est fixé à un maximum de 1.000 euros sur base d'un devis établi à la suite d'un contrôle ou d'un entretien ayant mis en évidence la nécessité de réhabiliter le système d'épuration individuelle.
Le montant de cette prime est plafonné à concurrence de septante pour cent du montant total des factures, taxe sur la valeur ajoutée comprise relatives aux travaux de mise en conformité et de réhabilitation du système d'épuration individuelle existant, hors remise des lieux en pristin état. "
Art. 30. Artikel R.403 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 24 maart 2005 en 6 december 2006, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.403. § 1. De particulier kan aan de "S.P.G.E.", per schrijven, vragen of hij voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de toekenning van een premie. Een formulier waarvan de inhoud en de vorm door de Minister wordt bepaald, wordt gevoegd bij de premieaanvraag.
Binnen vijftien dagen te rekenen van de dag van de ontvangst van de aanvraag, nodigt de "S.P.G.E." de aanvrager uit om zijn dossier aan te vullen indien het dossier onvolledig is.
Binnen dertig dagen te rekenen van de volledigheid van het dossier, beslist de "S.P.G.E." over de aanvraag en, in voorkomend geval, geeft de raming van het verwachte bedrag van de premie volgens de beschikbare informatie. Dit bedrag kan worden herzien volgens het geïnstalleerde zuiveringssysteem en de afvoerwijze van het behandeld water.
§ 2. De particulier maakt, op basis van een volledige kostenraming, de aanvraag tot vaststelling van het bedrag van de premie per schrijven over aan de "S.P.G.E." :
vóór de uitvoering van de werken als er beroep wordt gedaan op een gecertificeerde installateur;
na de uitvoering van de werken als er beroep wordt gedaan op een niet gecertificeerde installateur.
Een formulier waarvan de inhoud en de vorm door de Minister wordt bepaald, wordt gevoegd bij de premieaanvraag.
Binnen dertig dagen te rekenen van de volledigheid van het dossier, bepaalt de "S.P.G.E." het bedrag van de premie op basis van de overgemaakte informatie en deelt zij het mee aan de particulier. "
Art. 30. L'article R.403 du même Livre, modifié par les arrêtés du 24 mars 2005 et du 6 décembre 2006, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.403. § 1er. Le particulier peut demander à la S.P.G.E., par envoi, s'il rentre dans les conditions d'octroi d'une prime. Un formulaire, dont le contenu et la forme sont arrêtés par le Ministre, accompagne la demande de prime.
Dans les quinze jours à dater du jour de la réception de la demande, la S.P.G.E. invite le demandeur à compléter son dossier si celui-ci est incomplet.
Dans les trente jours à dater de la complétude du dossier, la S.P.G.E. statue sur la demande et, le cas échéant, donne l'estimation du montant attendu de la prime selon les informations disponibles. Ce montant peut être revu selon le système d'épuration et le mode d'évacuation des eaux traitées installés.
§ 2. Le particulier transmet, sur base d'un devis complet, la demande de fixation du montant de la prime par envoi à la S.P.G.E. :
avant la réalisation des travaux s'il est fait appel à un installateur certifié;
après la réalisation des travaux s'il est fait appel à un installateur non certifié.
Un formulaire, dont le contenu et la forme sont arrêtés par le Ministre, accompagne la demande de prime.
Dans les trente jours à dater de la complétude du dossier, la S.P.G.E. fixe le montant de la prime sur base des informations transmises et le communique au particulier. "
Art. 31. Artikel R.404 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 23 november 2006, 6 december 2006 en 6 november 2008, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.404. De aanvraag tot uitbetaling van de premie, op basis van de vaststelling van de premie en voor zover het geïnstalleerd systeem overeenkomt met het systeem waarmee het bedrag wordt bepaald, wordt ingediend :
hetzij bij de oplevering van de werken, door de gecertificeerde installateur;
hetzij na de indienststelling van het individueel zuiveringssysteem, binnen zes maanden van het verkrijgen van het attest van de controle bij de installatie of de werking bedoeld in artikel R.304bis, § 1er, 1° en 2°.
De aanvraag tot uitbetaling van de premie wordt vergezeld van al de facturen betreffende de installatie van het individueel zuiveringssysteem, alsook het verslag opgemaakt door de installateur opgenomen in artikel R.304.
De gecertificeerde installateur factureert het bedrag van de premie aan de "S.P.G.E." volgens de voorwaarden bedoeld in artikel R.405 en trekt deze af van elke factuur die gericht is aan de particulier.
Als de aanvraag tot premie wordt geformuleerd na de uitvoering van de werken, gaat ze vergezeld van een exemplaar van het controleattest. "
Art. 31. L'article R.404 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 23 novembre 2006, du 6 décembre 2006 et du 6 novembre 2008, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.404. La demande de liquidation de la prime, sur base de la fixation de la prime et pour autant que le système installé corresponde à celui qui a permis de fixer le montant, est introduite :
soit à la réception des travaux, par l'installateur certifié;
soit après la mise en service du système d'épuration individuelle, dans les six mois de l'obtention de l'attestation du contrôle à l'installation ou de fonctionnement visée à l'article R.304bis, § 1er, 1° et 2°.
La demande de liquidation de la prime est accompagnée de l'ensemble des factures relatives à l'installation du système d'épuration individuelle, ainsi que du rapport établi par l'installateur repris à l'article R.304.
L'installateur certifié facture le montant de la prime à la S.P.G.E. selon les conditions visées à l'article R.405 et déduit celle-ci de toute facture adressée au particulier.
Si la demande de prime est formulée après la réalisation des travaux, elle est accompagnée d'un exemplaire de l'attestation de contrôle. "
Art. 32. Artikel R.405, opgeheven bij het besluit van de Waalse Regering van 23 november 2006, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. R.405.De premie wordt uitbetaald door de "S.P.G.E." binnen dertig dagen van de ontvangst van de aanvraag voor zover het overgemaakte dossier volledig en ontvankelijk is. In het geval van een onvolledig dossier, informeert de "S.P.G.E." de installateur en de eigenaar van het individueel zuiveringssysteem binnen tien dagen. "
Art. 32. L'article R.405, abrogé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 novembre 2006, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. R.405. La prime est liquidée par la S.P.G.E. dans les trente jours de la réception de la demande pour autant que le dossier transmis soit complet et recevable. En cas de dossier incomplet, la S.P.G.E. informe l'installateur et le propriétaire du système d'épuration individuelle dans les dix jours. "
Art. 33. Artikel R.408 van hetzelfde Boek, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 6 december 2006, wordt opgeheven.
Art. 33. L'article R.408 du même Livre, remplacé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006, est abrogé.
Art. 34. In artikel R.409 van hetzelfde Boek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) de woorden ", met inbegrip van de ontsmettingsystemen," worden opgeheven;
b) de worden "bijlage XLVII" worden vervangen door de woorden "bijlage XLVIIIa".
Art. 34. A l'article R.409 du même Livre, les modifications suivantes sont apportées :
a) les mots "en ce compris les systèmes de désinfection" sont abrogés;
b) les mots "annexe XLVII" sont remplacés par les mots "annexe XLVIIIa".
Art. 35. In artikel R.410 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 mei 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "Comité van deskundigen" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
b) in paragraaf 1, eerste lid, punt 2°, worden de woorden "door de Minister" opgeheven;
c) in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "Comité van deskundigen" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
d) in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "Comité van deskundigen" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
e) in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
f) in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
g) er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidend als volgt :
" § 2/1. De "S.P.G.E."neemt het secretariaat van het Comité van deskundigen voor de autonome sanering waar.
Het Comité van deskundigen voor de autonome sanering kan de expertise- en evaluatiewerken van de erkenningdossiers die hem worden onderworpen, uitbesteden.
De "S.P.G.E." zorgt voor de werkingskosten van het Comité van deskundigen voor de autonome sanering. ";
h) in paragraaf 3 wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
i) in paragraaf 5 wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
j) in paragraaf 6 wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering".
Art. 35. A l'article R.410 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
a) au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "Comité d'experts" sont remplacés par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
b) au paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "par le Ministre" sont abrogés;
c) au paragraphe 1er, alinéa 3, les mots "Comité d'experts" sont remplacés par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
d) au paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
e) au paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
f) au paragraphe 2, alinéa 2, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
g) il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
" § 2/1. La S.P.G.E. assure le secrétariat du Comité d'experts pour l'assainissement autonome.
Le Comité d'experts pour l'assainissement autonome peut sous-traiter des travaux d'expertise et d'évaluation des dossiers d'agrément qui lui sont soumis.
La S.P.G.E. assure les frais de fonctionnement du Comité d'experts pour l'assainissement autonome. ";
h) au paragraphe 3, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
i) au paragraphe 5, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
j) au paragraphe 6, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome".
Art. 36. Artikel R.410-1 van hetzelfde Boek, ingevoegd bij het besluit van 3 mei 2012, wordt vervangen als volgt :
" Art. R.410-1. De opdracht van het Comité van deskundigen voor de autonome sanering bestaat erin :
de aanvragen tot erkenning en intrekking van de erkenning van de zuiveringssystemen overeenkomstig de artikelen R.411 tot en met R.417 te onderzoeken en te beoordelen;
de Minister en de "S.P.G.E." aanbevelingen te doen over :
a) de afstemming van de autonome saneringsoplossingen ten opzichte van de verwachte kwaliteitsdoelstellingen;
b) de opleiding van de actoren die tussenkomen in de uitvoering van de individuele zuiveringssystemen;
c) de controle van de individuele zuiveringssystemen;
d) de opvolging en het onderhoud van de individuele zuiveringssystemen;
e) de installatie van een waarnemingscentrum of een expertisecentrum van de autonome sanering;
de beroepsinstantie zijn inzake een schorsingsbeslissing van de registratie van een onderhoudsverlener. ".
Art. 36. A l'article R.410-1 du même Livre, inséré par l'arrêté du 3 mai 2012, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.410-1. Le Comité d'experts pour l'assainissement autonome a pour mission :
d'examiner et d'évaluer les demandes d'agrément et de retrait d'agrément des systèmes d'épuration conformément aux articles R.411 à R.417;
de soumettre au Ministre et à la S.P.G.E. des recommandations sur :
a) l'adéquation des solutions d'assainissement autonome en regard des objectifs de qualité attendus;
b) la formation des acteurs intervenant dans la mise en oeuvre des systèmes d'épuration individuelle;
c) le contrôle des systèmes d'épuration individuelle;
d) le suivi et l'entretien des systèmes d'épuration individuelle;
e) la mise en place d'un observatoire ou d'un centre d'expertise de l'assainissement autonome;
d'être l'autorité de recours quant à une décision de suspension d'enregistrement d'un prestataire d'entretien. "
Art. 37. In artikel R.411 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006 en 3 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
in paragraaf 3 worden de woorden "in de bijlagen XLVII en XLVIII" vervangen door de woorden "in de bijlagen XLVIIIa en XLVIIIb";
bedoeld artikel wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidend als volgt :
" § 4. De procedure voor de erkenningsaanvraag wordt onderworpen aan de betaling door de aanvrager van een forfaitair bedrag dat overeenkomt met de behandelingskosten van de aanvraag waarvan het bedrag en de betalingsmodaliteiten worden bepaald door de Minister van Leefmilieu ".
Art. 37. A l'article R.411 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006 et du 3 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
au paragraphe 3, les mots "aux annexes XLVII et XLVIII" sont remplacés par les mots "aux annexes XLVIIIa et XLVIIIb";
il est complété par un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. La procédure de demande d'agrément est soumise au versement par le demandeur d'une somme forfaitaire correspondant aux frais de traitement de la demande dont le montant et les modalités de versement sont déterminées par le Ministre de l'Environnement ".
Art. 38. In artikel R.412 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij de besluiten van de Waalse Regering van 6 december 2006 en 3 mei 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
in paragraaf 2, tweede lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
in paragraaf 2, tweede lid, wordt het artikel aangevuld met de volgende zinnen : "In afwachting dat deze bijkomende informatie wordt verstrekt, wordt de onderzoekstermijn van het dossier geschorst".
Art. 38. A l'article R.412 du même Livre, modifié par les arrêtés du Gouvernement wallon du 6 décembre 2006 et du 3 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
au paragraphe 2, alinéa 2, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
au paragraphe 2, alinéa 2, il est complété par la phrase suivante : " Dans l'attente de la fourniture de ces informations complémentaires, le délai d'instruction du dossier est suspendu ".
Art. 39. In artikel R.413 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 mei 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
in paragraaf 1, wordt een lid luidend als volgt ingevoegd tussen lid 1 en lid 2 :
" De referenties van de handleidingen voor de uitvoering en de exploitatie alsook het onderhoudscontract of de lijst van de onderhoudsprestaties voorgesteld door de fabrikant voor een normale werking van het systeem zullen bij het erkenningsbesluit gevoegd worden en zullen ter inzage liggen op het portaal van de website van het Waalse Leefmilieu en op de website van de "S.P.G.E.." ";
in paragraaf 1, tweede lid, dat het derde lid is geworden, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
bedoeld artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend als volgt :
" § 3. De erkenning wordt bekendgemaakt op het portaal van de website van het Waalse Leefmilieu en op de website van de "S.P.G.E." "
Art. 39. A l'article R.413 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
au paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
au paragraphe 1er, un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
" Les références des guides de mise en oeuvre et d'exploitation ainsi que le contrat d'entretien ou la liste des prestations d'entretien préconisées par le fabricant pour un fonctionnement normal du système seront annexés à l'arrêté d'agrément et consultables sur le site portail de l'environnement wallon et sur le site de la S.P.G.E.. ";
au paragraphe 1er, alinéa 2, devenu alinéa 3, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
il est complété par un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. L'agrément est publié sur le site portail de l'environnement wallon et sur le site de la S.P.G.E. "
Art. 40. In artikel R.414 van hetzelfde Boek, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld met een punt 4°, luidend als volgt :
" 4° het aantal IE die door het individueel zuiveringssysteem kunnen worden behandeld;
b) het wordt vervangen door een lid 2 en 3, luidend als volgt :
"De plaatjes worden geleverd door de "S.P.G.E." aan de fabrikanten van de erkende systemen volgens de modaliteiten bepaald door de Minister.
Het plaatje wordt geplaatst om een duidelijke lezing vanaf een inspectiepunt mogelijk te maken. "
Art. 40. A l'article R.414 du même Livre, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinéa 1er est complété par un 4° rédigé comme suit :
" 4° le nombre d'EH pouvant être traités par le système d'épuration individuelle;
b) il est complété par des alinéas 2 et 3 rédigés comme suit :
" Les plaquettes sont fournies par la S.P.G.E. aux fabricants des systèmes agréés selon des modalités fixées par le Ministre.
La plaquette est disposée pour permettre une lecture aisée depuis un regard de visite. "
Art. 41. In artikel R.416 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 3 mei 2012 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in het eerste lid, wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering";
het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
" Indien blijkt dat de erkenningsvoorwaarden bepaald in bijlage XLVIIIa niet meer worden nageleefd tijdens de geldigheidsduur van de erkenning of dat de verslagen van het controlebezoek op tekortkomingen wijzen, kan de Minister de erkenning intrekken na eensluidend advies van het Comité van deskundigen voor de autonome sanering. Het Comité van deskundigen voor de autonome sanering brengt zijn advies uit na de fabrikant of de gemachtigde exploitant te hebben opgeroepen om uitleg te geven. "
Art. 41. A l'article R.416 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 3 mai 2012, les modifications suivantes sont apportées :
à l'alinéa 1er, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome";
l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
" Lorsqu'il apparaît que les conditions d'agrément fixées à l'annexe XLVIIIa ne sont plus respectées durant la période de validité de celui-ci ou que les rapports de visite de contrôle mettent en évidence des manquements, le Ministre peut procéder au retrait d'agrément sur avis conforme du Comité d'experts pour l'assainissement autonome. Le Comité d'experts pour l'assainissement autonome remet son avis après avoir invité le fabricant ou l'exploitant sous licence à faire valoir ses explications. "
Art. 42. In artikel R.417 van hetzelfde Boek, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 september 2012 wordt het woord "Comité" vervangen door de woorden "Comité van deskundigen voor de autonome sanering".
Art. 42. A l'article R.417 du même Livre, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 13 septembre 2012, le mot "Comité" est remplacé par les mots "Comité d'experts pour l'assainissement autonome".
Art. 43. In Deel III wordt Titel III van hetzelfde Boek opgeheven.
Art. 43. Dans la Partie III, le Titre III du même Livre est abrogé.
Art. 44. De artikelen R.436 tot R.452 van hetzelfde Boek worden opgeheven.
Art. 44. Les articles R.436 à R.452 du même Livre sont abrogés.
Art. 45. In het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, worden de bijlagen XLVII en XLVIII opgeheven.
Art. 45. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, les annexes XLVII et XLVIII sont abrogées.
Art. 46. In het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt een bijlage XLVIIa ingevoegd die als bijlage 1 bij dit besluit gaat.
Art. 46. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, il est inséré une annexe XLVIIa qui est jointe en annexe 1re au présent arrêté.
Art. 47. In het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt een bijlage XLVIIb ingevoegd die als bijlage 2 bij dit besluit gaat.
Art. 47. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, il est inséré une annexe XLVIIb qui est jointe en annexe 2 au présent arrêté.
Art. 48. In het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt een bijlage XLVIIIa ingevoegd die als bijlage 3 bij dit besluit gaat.
Art. 48. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, il est inséré une annexe XLVIIIa qui est jointe en annexe 3 au présent arrêté.
Art. 49. In het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, wordt een bijlage XLVIIIb ingevoegd die als bijlage 4 bij dit besluit gaat.
Art. 49. Dans la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, il est inséré une annexe XLVIIIb qui est jointe en annexe 4 au présent arrêté.
HOOFDSTUK III. - Wijziging in het regelgevend deel van Boek I van het Milieuwetboek
CHAPITRE III. - Modification de la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement
Art. 50. In regelgevend deel van Boek I van het Milieuwetboek wordt een artikel R.93quater ingevoegd, luidend als volgt :
" R.93quater. De erkende saneringsinstellingen bedoeld in de artikelen D.343 tot D.345 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, kunnen uit hun midden bevoegde personeelsleden aanwijzen om de overtredingen vast te stellen van de Hoofdstukken VI eb IX van Titel I van Deel III van het regelgevend deel van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en van de besluiten genomen ter uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning die de integrale en sectorale voorwaarden bevatten betreffende de individuele zuiveringssystemen. "
Art. 50. Dans la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement, il est inséré un article R.93quater rédigé comme suit :
" R.93quater. Les organismes d'assainissement agréés visés aux articles D.343 à D.345 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau peuvent désigner en leur sein des agents compétents pour constater les infractions aux Chapitres VI et IX du Titre Ier de la Partie III de la partie réglementaire du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau et aux arrêtés pris en exécution du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement contenant les conditions intégrales et sectorielles relatives aux systèmes d'épuration individuelle. "
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen
CHAPITRE IV. - Dispositions finales
Art. 51. De technische, financiële of organisationele ingrepen die voortvloeien uit het openbaar beheer van de autonome sanering, opgenomen in de artikelen R.304, R.304ter, R.305, R.306, R.307, R.307-1 en R.386, van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, toegewezen aan de "S.P.G.E." vallen ten laste van de Waterproducent in het geval bedoeld in artikel D.255, § 1, tweede lid, b), van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.
Art. 51. Les interventions techniques, financières ou organisationnelles découlant de la gestion publique de l'assainissement autonome, reprises aux articles R.304, R.304ter, R.305, R.306, R.307, R.307-1 et R.386 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, dévolues à la S.P.G.E. sont à charge du producteur d'eau dans le cas visé à l'article D.255, § 1er, alinéa 2, b), du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau.
Art. 52. § 1. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2017.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1, treden de artikelen 16 tot 20, de artikelen 22 tot 24, de artikelen 26 tot 33 en artikel 40 van dit besluit in werking op 1 januari 2018.
Art. 52. § 1er Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2017.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les articles 16 à 20, les articles 22 à 24, les articles 26 à 33 et l'article 40 du présent arrêté entrent en vigueur le 1er janvier 2018.
Art. 53. De Minister van Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 53. Le Ministre de l'Environnement est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
Bijlage XLVIIa bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Controleattest van een individueel zuiveringssysteem
Artikel 1. Het controleattest van een individueel zuiveringssysteem bevat in het geval van controle van de installatie of van eerste controle van de werking :
- het adres van de woning waar het systeem is geïnstalleerd;
- de naam en het adres van de eigenaar en van de exploitant van het systeem;
- de naam en het adres van de controle-instelling;
- de naam van de controleur;
- de verificatie van de administratieve en technische elementen opgenomen in het dossier van de installateur van het systeem, overeenkomstig artikel R.304 en bezorgt aan de exploitant van het systeem
- de verificatie van de technische elementen van het individueel zuiveringssysteem, en namelijk :
o in het geval van een erkend systeem : de erkenningsnummer, de leesbaarheid van het plaatje;
o in het geval van een niet erkend systeem : het conformiteitsattest, de kenmerken van de voorbehandeling, de biologische behandeling, en van elke andere voorziening downstream- of upstream van de voorbehandeling of de behandeling.
- de verificatie van de bijbehorende uitrustingen, namelijk;
o voorziening voor de overname van het secundaire slib;
o de voorziene stoornis-alarmen;
o de voorziene voorziening voor de ventilatie;
o de controlevoorziening voor het nemen van monsters.
- De verificatie van de afvoerwijze van het afvalwater en zijn afstemming ten opzichte van de wetgeving en in het geval van bodeminfiltratie :
o de berekeningsnota betreffende de invoering van de permeabiliteit en de dimensionering van de infiltratievoorziening;
o het soort infiltratie;
o de afmetingen van de infiltratievoorziening en de betrokken oppervlakte;
o in het geval van een zinkput : de diepte en de diameter.
Art. 2. Het controleattest van een individueel zuiveringssysteem bevat in het geval van eerste controle van de werking, periodieke controle of punctuele onderzoeken en verificaties :
- de verificaties voorzien tijdens een onderhoud waarvan de inhoud in bijlage V bij de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de individuele zuiveringssystemen wordt opgenomen;
- het bewijs van de naleving van de exploitatievoorwaarden opgenomen in de sectorale en integrale voorwaarden van het individuele zuiveringssystemen;
- de verificatie van de emissienormen ("DCO", "DBO5" en "MES") op basis van een punctuele monsterneming en een analyse uitgevoerd op de locatie met een systeem aangepast aan het voorziene concentratiebereik.
Als uit deze analyse een potentieel probleem blijkt in de vastgestelde waarden, wordt een tweede monster genomen volgens een genormaliseerde protocol voor een concentratiemeting van het behandeld water in "MES", "DBO5" en "DCO". De analyse van deze monsters wordt toevertrouwd aan een erkend laboratorium.
Art. 3. Het controleattest vermeldt of het individueel zuiveringssysteem voldoet aan de eisen van het Waterwetboek en aan de integrale en sectorale voorwaarden betreffende de individuele zuiveringssystemen.
Het attest bepaalt nauwkeurig de tekortkomingen als het individueel zuiveringssysteem niet voldoet aan deze eisen en voorwaarden.
Art. N1. Annexe 1.
Annexe XLVIIa au Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau
Attestation de contrôle d'un système d'épuration individuelle
Article 1er. L'attestation de contrôle d'un système d'épuration individuelle contient en cas de contrôle à l'installation ou de premier contrôle de fonctionnement :
- l'adresse de l'habitation où le système est installé;
- le nom et l'adresse du propriétaire et de l'exploitant du système;
- le nom et l'adresse de l'organisme de contrôle;
- le nom du contrôleur;
- la vérification des éléments administratifs et techniques repris dans le dossier de l'installateur du système, conformément à l'article R.304 et fourni à l'exploitant du système;
- la vérification des éléments techniques du système d'épuration individuelle, et notamment :
o en cas de système agréé : le numéro d'agrément, la lisibilité de la plaquette;
o en cas de système non agréé : l'attestation de conformité, les caractéristiques du prétraitement, du traitement biologique, et de tout autre dispositif en amont ou en aval du prétraitement ou du traitement.
- la vérification des équipements annexes à savoir :
o le dispositif de reprise des boues secondaires;
o les alarmes de dysfonctionnement prévues;
o le dispositif prévu de ventilation;
o le dispositif de contrôle pour la prise d'échantillon.
- La vérification du mode d'évacuation des eaux usées et son adéquation par rapport à la législation et en cas d'infiltration dans le sol :
o la note de calcul relative à l'établissement de la perméabilité et au dimensionnement du dispositif d'infiltration;
o le type d'infiltration;
o les dimensions du dispositif d'infiltration et la surface concernée;
o en cas du puits perdant : la profondeur et le diamètre.
Art. 2. L'attestation de contrôle d'un système d'épuration individuelle contient en cas de premier contrôle de fonctionnement, de contrôle périodique ou d'enquêtes et vérifications ponctuelles :
- les vérifications prévues lors d'un entretien dont le contenu est repris en annexe V des conditions intégrales et sectorielles relatives aux systèmes d'épuration individuelle;
- la preuve du respect des conditions d'exploitation reprises dans les conditions sectorielles et intégrales des systèmes d'épuration individuelle;
- la vérification des normes d'émissions (DCO, DBO5 et MES) sur base d'un échantillon ponctuel et d'une analyse réalisée sur site avec un système adapté à la gamme de concentration prévue.
S'il ressort de cette analyse un problème potentiel dans les valeurs observées, un second échantillon est pris selon un protocole normalisé pour une mesure des concentrations des eaux traitées en MES, DBO5 et DCO. L'analyse de ces échantillons est confiée à un laboratoire agréé.
Art. 3. L'attestation de contrôle mentionne si le système d'épuration individuelle satisfait aux exigences du code de l'eau et aux conditions intégrales et sectorielles relatives aux systèmes d'épuration individuelle.
L'attestation précise les manquements si le système d'épuration individuelle ne satisfait pas à ces exigences et conditions.
Art. N2. Bijlage 2.
Bijlage XLVIIIb bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Dimensionering van de septische putten "alle wateren"
Art. N2. Annexe 2.
Annexe XLVIIb au Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau
Dimensionnement des fosses septiques toutes eaux
Nominale zuiveringscapaciteit (IE) Minimaal bruikbaar volume, in m3
5 - 10 320 l/IE met een minimum van 3 m3
11 - 20 215 l/IE met een minimum van 3,2 m3
21 - 50 150 l/IE met een minimum van 4,3 m3
51 en meer 120 l/IE met een minimum van 7,5 m3
Nominale zuiveringscapaciteit (IE) Minimaal bruikbaar volume, in m35 - 10 320 l/IE met een minimum van 3 m311 - 20 215 l/IE met een minimum van 3,2 m321 - 50 150 l/IE met een minimum van 4,3 m351 en meer 120 l/IE met een minimum van 7,5 m3
Capacité nominale d'épuration (EH) Volume utile minimum, en m3
5 - 10 320 l/EH avec un minimum de 3 m3
11 - 20 215 l/EH avec un minimum de 3,2 m3
21 - 50 150 l/EH avec un minimum de 4,3 m3
51 et au-delà 120 l/EH avec un minimum de 7,5 m3
Capacité nominale d'épuration (EH) Volume utile minimum, en m35 - 10 320 l/EH avec un minimum de 3 m311 - 20 215 l/EH avec un minimum de 3,2 m321 - 50 150 l/EH avec un minimum de 4,3 m351 et au-delà 120 l/EH avec un minimum de 7,5 m3
Art. N3. Bijlage 3.
Bijlage XLVIIIa bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Evaluatiecriteria voor de verlening van de erkenning van de individuele zuiveringssystement
Artikel 1. § 1. De erkenning wordt verleend op grond van drie criteria :
- de technische waarde;
- de exploitatie;
- de informatie.
§ 2. Voor elk criterium worden punten toegekend, met name :
- 50 punten voor de technische waarde;
- 30 punten voor de exploitatie;
- 20 punten voor de informatie.
§ 3. Om erkend te worden moet het systeem minimum gemiddeld 70 % halen. Bovendien moet elk criterium minstens 50 % halen.
Art. 2. Het criterium "technische waarde" houdt rekening, op het niveau :
a) van de dimensionering met het in aanmerking nemen van de principes van veiligheidsberekening om te voldoen aan de wettelijke eisen
b) van het ontwerp :
- de soepelheid van exploitatie;
- de robuustheid;
- de vlotheid van uitvoering;
- Toegankelijkheid.
Art. 3. Het criterium "exploitatie" betreft :
- de exploitatiekosten met inbegrip van het stroomverbruik, de verbeterde frequentie van de lediging en de versleten stukken en andere verbruikbare basisgoederen;
- de bijstandsverlening aan de klant;
- de garanties aangeboden op het individueel zuiveringssysteem bij de uitvoering, de werking en de exploitatie.
Art. 4. Het criterium "informatie" betreft :
- de sensibilisering voor de installatie, de exploitatie en de werking van individueel zuiveringssysteem (d.m.v. brochures);
- de verplichte informatie;
- het aanbod aan opleiding van de installateurs.
Art. N3. Annexe 3.
Annexe XLVIIIa au Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau
Critères d'évaluation pour l'agrément des systèmes d'épuration individuelle
Article 1er. § 1er. L'agrément est attribué sur base de trois critères :
- le critère valeur technique;
- le critère d'exploitation;
- le critère information.
§ 2. Les points attribués aux trois critères sont respectivement :
- de 50 points pour le critère valeur technique;
- de 30 points pour le critère exploitation;
- de 20 points pour le critère information.
§ 3. Pour se voir attribuer l'agrément, le système doit impérativement obtenir une cote moyenne minimale de 70 %. Par ailleurs, aucun critère ne peut recevoir une cote inférieure à 50 %.
Art. 2. Le critère valeur technique tient compte, au niveau :
a) du dimensionnement de la prise en compte des principes de calcul sécuritaires pour répondre aux exigences légales
b) de la conception :
- de la souplesse d'exploitation;
- de la robustesse;
- de la facilité de mise en oeuvre;
- de l'accessibilité.
Art. 3. Le critère exploitation tient compte :
- du coût d'exploitation en ce compris la consommation électrique, la fréquence de vidange corrigée et les pièces d'usures et autres consommables;
- des moyens d'assistance au client;
- des garanties offertes sur le système d'épuration individuelle à la mise en oeuvre, au fonctionnement et à l'exploitation.
Art. 4. Le critère information tient compte :
- de la sensibilisation à l'installation, à l'exploitation et au fonctionnement du système d'épuration individuelle (élaboration des guides);
- des informations obligatoires;
- de l'offre en formation des installateurs.
Art. N4. Bijlage 4.
Bijlage XLVIIIb bij Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt
Aanleg van het technisch dossier betreffende de erkenningsaanvraag
1) Doel van het technisch dossier.
Het technisch dossier moet het deskundigencomité voor de autonome sanering nuttige en gepaste gegevens verstrekken om de kwaliteit van het voorgestelde individueel zuiveringssysteem te kunnen beoordelen.
Het technisch dossier bepaalt de gebruiksvoorwaarde van het individueel zuiveringssysteem, namelijk als hij uitsluitend wordt ontworpen voor een continu gebruik of ook voor een intermitterend gebruik dat langdurige en frequente stilstanden van het systeem aanvaardt.
2) Inhoud van het technisch dossier.
Het technisch dossier bevat minimum de volgende gegevens :
a) Een basisschema van de zuiveringsfilière met vermelding van :
- de achtereenvolgende behandelingsfasen;
- de basisinfrastructuur (kuipen, elektromechanische uitrusting);
- de randapparatuur (in- en uitgang, ventilatieschoorsteen, mangaten, beheer van de onderproducten van de zuivering, opslag, lediging, enz...).
b) Het werkingsprincipe voor elk bestanddeel en de eventuele voorbehandeling (ontvetter, screezerput, septische put, kolloïdevanger, enz.).
c) De technische plannen met vermelding van de afmetingen voor elk bestanddeel.
De desbetreffende nominale belasting, uitgedrukt in inwoner-equivalent (I.E.), wordt uitdrukkelijk vermeld.
d) De beschrijving en de technische fiches van de elektromechanische uitrustingen en toebehoren
e) Het algemene vestigingsplan, met vermelding van de inspectieputten, de mangaten voor het onderhoud, de lediging en de controle, alsmede de voorwaarden voor de toegang tot die mangaten.
f) De criteria voor de dimensionering van de verschillende fasen van het systeem.
g) De controle- en toezichtsvoorzieningen.
3) Lijst van de in aanmerking te nemen dimensioneringscriteria :
Al naar gelang de omvang (in i.e.uitgedrukt) worden voor elk bestanddeel de volgende gegevens vermeld :
a) septische put*, voorbezinktank* en ontvetter : de capaciteit (in m3), de oppervlakte, het aantal vakken, de lengte van het lozende blad.
b) Secundaire ontmenger : volume, bezinkingsoppervlakte, indeling van de in- en uitgangsorganen (diameter, diepte) en/of lengte van het lozende blad, het secundair slib (soort voorziening, nominale debiet, terugnamefrequentie).
c) Voorziening voor het terugvoeren van secundair slib (pompen, air lift) : type, debiet per uur, dagelijkse werkingsduur.
d) Slibopslagcapaciteit : volume en maximale hoogte van opslag van slib vóór de lediging.
e) Biologische zuivering door geactiveerd slib :
- volume (m3) van de reactor;
- volume ladingsdichtheid (kg DBO5/m3 d);
- massabelasting (kg DBO5/kg MES.d);
- oxygenatiecapaciteit van de ventilatieapparatuur volgens standaardnormen (kg/O2/h) eventuele volgorde van de ventilatie en geïnstalleerd vermogen (kW);
- recirculatie van de gemengde vloeistof (vermogen, frequentie).
Het type ventilatie en de uitvoering worden beschreven op het desbetreffende technisch plan.
f) Zuivering door vastgemaakte biomassa, type dompelschijven of ondergedompelde biologische filter :
- doorgangtijd (h) teruggebracht tot een welbepaald referentiedebiet;
- oppervlakteladingsdichtheid (kg DBO5/m2. j);
- beschrijving van de dompelschijven (grootte, soort, afstand tussen de schijven, specifieke oppervlakte; vullingspercentage) en rotatiesnelheid (t/min);
- aard en kenmerken van de vulling (grootte (cm), specifieke oppervlakte (m2/m3), meetkunde en materialen);
- holte(n)percentage;
- verdeling in de reactor;
- oxygenatiecapaciteit van de ventilatieapparatuur (kg/O2/h) volgens standaardnormen, eventuele volgorde van de ventilatie en geïnstalleerd vermogen (kW);
Het type ventilatie en de uitvoering (verdeling, enz...) worden beschreven op het desbetreffende technisch plan.
g) Zuivering door biologische processen van het extensieve type :
- in aanmerking genomen totaaloppervlakte (m2 per I.E.);
- meetkunde van de bekkens of sokkels;
- diepte van de bekkens;
- verblijftijd;
- dichtheidsmaatregelen;
- constructieve maatregelen om hydraulische kortsluitingen te voorkomen;
- constructieve maatregelen om opvulling te voorkomen, kenmerken van de materialen voor de opvulling van de filtrerende sokkels;
- kenmerken van de materialen voor de opvulling van de filtrerende sokkels.
h) Biologische zuivering door geactiveerd slib met opeenvolgende werking (SBR) :
- waterhoogtes (m) en volumes (m3) minimaal en maximaal (m) in de reactor;
- volume ladingsdichtheid met maximaal volume (kg DBO5/m3.d);
- massabelasting (kg DBO5/kg MES.d);
- oxygenatiecapaciteit van de ventilatieapparatuur volgens standaardnormen (kg O2/h) en geïnstalleerd vermogen (kW);
- duur van een cyclus en uitvoerige beschrijving (opeenvolging, duur) van de fases die er deel van uitmaken : bevoorrading, ventilatie (al dan niet met sequenties), slibzuivering, bezinking, lediging;
- hoogte van de waterwinning van de lediging.
i) Voor biologische zuiveringsapparaten die op een bijzondere wijze ontworpen zijn, wordt een rechtvaardiging van de eenheidscapaciteiten geëist.
Voor andere toegelaten lozingsmethoden dan gewoon oppervlaktewater of kunstmatige afwateringswegen wordt bij het plan dat de afmetingen vermeldt en bij het liggingsplan een uitvoerige beschrijving gevoegd met de dimensioneringscriteria, de keuze en het gebruik van de substraten.
j) Als een opvoerpost is inbegrepen in de behandelingsfilière, zal zijn meetkunde beschreven worden (bruikbaar volume, oppervlakte, overlooppijp...) alsook de pomp waarmee hij is uitgerust (nominale debiet, volgorde, werkingsduur...)
4) Tabel.
Een rooster of een tabel vermeldt de afmetingen van de voorzieningen (volume, oppervlakte, elektromechanisch vermogen, enz.) naar gelang van de nominale belasting die moet worden behandeld voor de gezamenlijke bestanddelen van een type fabricatie
5) Algemene informatie
Er wordt een dossier bijgevoegd met de onderstaande algemene gegevens, eventueel gerelativeerd naar gelang van de nominale belasting van de filière of van één van de bestanddelen en m.b.t. :
- het verwacht stroomverbruik, in functie van het geïnstalleerd vermogen en van de werkingstijden;
- de slibproductie (verwijderde kg MS/kg DBO5) en de periodiciteit van de ledigingen van de onderproducten van de zuivering;
- een omschrijving van de werking van de toezichtsvoorziening of alarmvoorziening en een lijst van de vermelde pannes;
- de toevoeging(en) van reagens/reagentia (hoeveelheid, frequentie, prijs);
- het voortgebrachte geluidsvermogen;
- de waarborg(en) op de werken en de elektromechanische uitrustingen;
- de verstrekte diensten en de omchrijving ervan : installatie, indienststelling, onderhoudscontracten;
- de referenties.
6) Het technisch dossier bevat eveneens een brochure voor de kopers.
De brochure bevat :
- een handboek voor de inwerkingstelling van het systeem met het oog op de gepaste installatie van de filière en van haar bestanddelen;
- een exploitatiehandboek om de koper in staat te stellen zijn verplichtingen inzake milieubescherming na te komen zowel voor het dagelijks beheer als voor het onderhoud. Het handboek wordt aangevuld met plaatje waarop de voornaamste aandachtspunten voor de exploitant worden vermeld
a) Het handboek voor de inwerkingstelling van het systeem bevat minstens de volgende gegevens en documenten :
een liggingsplan zoals bepaald in het technisch dossier;
gegevens betreffende het gevaar voor mechanische en chemische beschadigingen van de bestanddelen (aard van de materialen, enz...);;
de afstemming van het systeem op de topografische omstandigheden en op de afvoermogelijkheden :
- omschrijving van de eisen van de filière inzake de ligging en de aard van het terrein en inzake de wijze van toevoer en afvoer van het afvalwater;
- in geval van afvoer langs een ondergrondse voorziening, de voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden om haar afdichting te voorkomen;
de voorschriften i.v.m. het vervoer, de aanleg, de beveiliging, de uitvoering van de funderingen en de opvulling :
- naar gelang van het gewicht van het bestanddeel (de bestanddelen), de voorschriften betreffende de toegankelijkheid van het werkterrein voor de vrachtwagen die materieel levert, en de aanlegvoorschriften. De veiligheidsnormen voor de personen die instaan voor de aanleg;
- een uitvoerige beschrijving van de fundering, de opvullingstechniek en -materialen en met name het gevaar inherent aan het gebruik van ongeschikt opvullingsmateriaal (bijvoorbeeld : het ponsen van de kuip);
de voorschriften voor de hydraulische, elektrische en ventilatieaansluitingen :
- d.m.v. een schema het hydraulische traject opgeven, met name het belang van afvoer door zwaartekracht en van de richting van de aansluiting van de kuipen;
- - naar gelang van de gebruikte elektrische bestanddelen, een beschrijving van de vereiste installatie en de voorschriften inzake vochtbescherming;
- de gasuitlaat wordt geplaatst zonder inachtneming van de verschillende verzamelleidingen (b.v. : de regenwaterleidingen niet ventileren);
de vereisten inzake de toegankelijkheid van de mangaten voor het onderhoud, het beheer en de controle gedurende de sliblediging, de monsterneming en het algemene onderhoud van de bestanddelen :
- de slibafvoeropeningen en de eventueel vereiste voorzorgsmaatregelen vermelden om de beschadiging of de vernietiging van één of meer bestanddelen van de installatie te voorkomen;
- de afvoeromstandigheden opgeven wat de slibhoeveelheden betreft;
- het systeem van de monsterneming van het gezuiverde water aangeven of schematiseren; het moet vlot toegankelijk zijn;
- voor een goed onderhoud, ervoor zorgen dat de gebruiker makkelijk toegang krijgt tot alle bestanddelen (b.v. voor de verwijdering van de filter);
de verwijzing naar de normen die voor de materialen gehanteerd worden in de bouwsector;
de voorwaarden voor het gebruik van het terrein (door de voertuigen);
de voorzorgsmaatregelen en werken die nodig zijn om de voertuigen doorggang te verlenen, al naar gelang hun afmetingen.
10° de uitvoeringsvoorwaarden van het voorzienings- en lozingsnetwerk.
b) Het exploitatiehandboek :
In dat handboek vindt de gebruiker de nodige aanbevelingen voor een gepast gebruik en een vlot onderhoud, met inbegrip van de verwijdering van de onderproducten van de zuivering, om de doelstellingen inzake milieubescherming te halen.
Het handboek bevat volgende informatie :
Over het individueel zuiveringssysteem :
- het gemiddelde dagelijkse stroomverbruik;
- het totaal geïnstalleerd elektrische vermogen;
- de hoogte van het aanvaardbare overtollig slib berekend op grond van een werking met een nominale belasting;
- de hoeveelheid toegevoegde reagens, desnoods met prijsopgave;
- het voortgebrachte geluidsvermogen, gemeten op een 1 meter van het ventilatiekanaal van het in dienst zijnde elektromechanische orgaan;
- de na te leven maatregelen voor een goede geluidsisolatie;
- de technische gegevens : de maximale capaciteit uitgedrukt in inwoner-equivalent en de kenmerken van de voornaamste organen;
- een technisch handboek m.b.t. de algemene werking;
- een gebruiksaanwijzing om de koper te sensibiliseren voor de goede praktijken van de exploitatie.
i.v.m. de prijzen en verleende diensten :
- inzake de waarborg op de stukken en de dienstverlening naar aanleiding van storingen en defecten aan de elektromechanische bestanddelen en de kuipen;
- inzake het onderhoudscontract.
Het deskundigencomité voor de autonome sanering mag de aanvrager om alle bijkomende informatie verzoeken die het nuttig acht om zijn opdracht tot een goed einde te brengen.
Art. N4. Annexe 4.
Annexe XLVIIIb au Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau
Constitution du dossier technique de demande d'agrément
1) Objectif du dossier technique.
Le dossier technique a pour objectif de fournir au comité d'experts pour l'assainissement autonome, des informations adéquates et suffisantes pour juger de la qualité du système d'épuration individuelle proposé.
Le dossier technique précise les conditions d'utilisation du système d'épuration individuelle, à savoir s'il est conçu uniquement pour un usage continu ou également pour un usage intermittent acceptant des arrêts prolongés et fréquents du système.
2) Contenu du dossier technique.
Le dossier technique contient au minimum les éléments suivants :
a) Un schéma de principe de la filière d'épuration où sont repris :
- les successions des différents éléments de traitement;
- les infrastructures de base (cuves, équipement électromécanique);
- les périphériques (dispositif d'entrée, de sortie, cheminée d'aération, regards de visite ou de contrôle, gestion des sous-produits d'épuration, stockage, vidange, etc...).
b) Le principe de fonctionnement de chaque élément ainsi que l'éventuelle opération amont qu'il suppose (dégraisseur, dégrilleur, fosse septique, décolloïdeur, etc...).
c) Les plans techniques cotés à l'échelle de chaque élément.
La charge nominale s'y rapportant, exprimée en termes usuels d'équivalent-habitant (EH) est clairement précisée.
d) La description et les fiches techniques des équipements électromécaniques et accessoires.
e) Le plan d'implantation général, où sont repris les regards de visite, d'entretien, de vidange, de contrôle ainsi que les conditions d'accès aux différents regards susmentionnés.
f) Les critères de dimensionnement des différentes étapes de la filière.
g) Les dispositifs de contrôle et de surveillance.
3) Liste des critères de dimensionnement à considérer :
Pour une taille donnée (exprimée en EH) il est précisé pour chaque élément :
a) Fosse septique, décanteur primaire et dégraisseur : la capacité (volume en m), la surface, le nombre de compartiments, la longueur de la lame déversante.
b) Clarificateur secondaire : volume, surface de décantation, disposition des organes d'entrée et de sortie (diamètre, profondeur) et/ou longueur de lame déversante, des boues secondaires (type de dispositif, débit nominal, fréquence de reprise).
c) Dispositif de retour des boues secondaires (pompes, air lift) : type, débit horaire, asservissement au temps (durée journalière de fonctionnement).
d) Capacité de stockage des boues : volume et hauteur maximale de stockage des boues avant vidange.
e) Epuration biologique par boues activées :
- volume (m3) du réacteur;
- charge volumique (kg DBO5/m3 d);
- charge massique (kg DBO5/kg MES.d);
- capacité d'oxygénation du dispositif d'aération en conditions standards (kg O2/h) séquençage éventuel de l'aération et puissance installée (kW);
- recirculation de la liqueur mixte (débits, fréquence).
Le type d'aération et la mise en oeuvre sont décrits sur le plan technique concerné.
f) Epuration par biomasse fixée type disques biologiques ou lit bactérien noyé :
- temps passage (h) ramené à un débit de référence précisé;
- charge surfacique (kg DBO5/m2. j);
- description des disques (taille, nature, distance interdisque, surface spécifique, pourcentage de vide) et vitesse de rotation (t/min);
- nature et caractéristiques du garnissage (taille (cm), surface spécifique (m2/m3), géométrie et matériaux);
- pourcentage de vide;
- répartition dans le réacteur;
- capacité d'oxygénation du dispositif d'aération (kg O2/h) en conditions standards, séquençage éventuel de l'aération et puissance installée (kW).
Le type d'aération et la mise en oeuvre (répartition, etc...) sont décrits sur le plan technique concerné.
g) Epuration par procédés biologiques de type extensif.
- surface totale considérée (mètres carrés par EH);
- géométrie des bassins ou massifs;
- profondeur des bassins;
- temps de séjour;
- dispositions d'étanchéité;
- mesures constructives permettant d'éviter les court-circuits hydrauliques;
- mesures constructives permettant d'éviter le colmatage, caractéristiques des matériaux de remplissage des massifs filtrants;
- caractéristiques des matériaux de remplissage des massifs filtrants.
h) Epuration biologique par boues activées à fonctionnement séquentiel (SBR):
- hauteurs d'eau (m) et volumes (m3) minimum et maximum (m) dans le réacteur;
- charge volumique à volume maximum (kg DBO5 /m3 d);
- charge massique (kg DBO5/kg MES.d);
- capacité d'oxygénation du dispositif d'aération en conditions standards (kg O2/h) et puissance installée (kW);
- durée d'un cycle et description détaillée (succession, durée) des phases le composant : alimentation, aération (séquencée ou non), purge des boues, décantation, vidange;
- hauteur de la prise d'eau de la vidange.
i) Pour les dispositifs biologiques d'épuration de conceptions particulières, les capacités unitaires des ouvrages proposés seront justifiées.
Pour les modes d'évacuation autorisés autres que les eaux de surface ordinaires ou les voies artificielles d'écoulement, une description détaillée incluant les critères de dimensionnement, le choix et la mise en oeuvre des substrats sera jointe au plan coté et au plan d'implantation.
j) Si un poste de relevage est inclus dans la filière de traitement, sa géométrie sera décrite (volume utile, surface, trop plein...) ainsi que la pompe dont il est équipé (débit nominal, séquençage, asservissement...)
4) Tableau.
Il est joint une grille ou tableau associant de façon explicite les dimensions des ouvrages (volume, surface, puissance électromécanique, etc.) en fonction de la charge nominale à traiter pour l'ensemble des éléments constitutifs d'un type de fabrication.
5) Informations générales.
Il est joint un dossier comprenant les informations générales suivantes, éventuellement relativisées en fonction de la capacité nominale de la filière ou d'un de ces éléments et relatives à :
- la consommation électrique attendue, en fonction de la puissance installée et des temps de fonctionnement;
- la production de boues (kg MS/kg DBO5 éliminée) et la périodicité des vidanges des sous-produits d'épuration;
- une description du fonctionnement des dispositifs de surveillance ou d'alarme et une liste des pannes rapportées par ceux-ci;
- l'ajout(s) de réactif(s) (quantité, fréquence, prix);
- la puissance sonore émise;
- la garantie(s) sur les ouvrages et les équipements électromécaniques;
- les services assurés et leur description : mise en place, mise en service, contrats d'entretien;
- les références.
6) Le dossier technique comprend également une brochure à remettre aux acquéreurs.
Cette brochure contient :
- un guide de mise en oeuvre de l'installation qui a pour objectif une mise en place adéquate de la filière et de ses éléments;
- un guide d'exploitation permettant à l'acquéreur de remplir au mieux ses obligations en matière de protection de l'environnement que ce soit en termes de gestion journalière ou d'entretien. Le guide est complété d'une plaquette récapitulant les principaux points d'attention à l'usage de l'exploitant.
a) Le guide de mise en oeuvre de l'installation inclut au moins les informations et les documents suivants :
un plan d'implantation tel que défini dans le dossier technique;
les données quant aux risques de dégradations mécaniques et chimiques des éléments (nature des matériaux, etc.);
l'adéquation du système aux conditions topographiques et aux possibilités d'évacuation :
- description des exigences de la filière quant à la topographie et nature du terrain, et quant aux modes d'alimentation et d'évacuation des effluents;
- lors d'une évacuation dans un dispositif souterrain, préciser les précautions à prendre pour éviter son colmatage;
les conditions de transport, de pose, de sécurité, de réalisation des fondations et du remblayage :
- en fonction du poids du ou des éléments, préciser les conditions d'accès du chantier pour le camion de livraison et pour la pose. Inclure les éléments de sécurité pour les personnes qui réaliseront la pose;
- détailler la description de la fondation, la technique et les matériaux de remblayage et notamment les risques encourus par l'utilisation d'un matériau de remblayage inadéquat (ex. : poinçonnage de la cuve);
les conditions des raccordements hydrauliques, électriques et de la ventilation :
- par schéma, montrer le trajet hydraulique, notamment l'importance d'un écoulement gravitaire et du sens de raccordement des cuves;
- en fonction des éléments électriques mis en oeuvre, décrire l'installation nécessaire et les conditions de sa protection contre l'humidité;
- l'évacuation des gaz sera réalisée indépendamment des différents tuyaux de collecte des eaux (p. ex : ne pas ventiler par les conduits d'eau pluviale);
la description des exigences quant à l'accessibilité des regards d'entretien, de gestion et de contrôle lors de la vidange des boues, du prélèvement d'échantillons et de l'entretien général des éléments :
- indiquer les orifices de soutirage des boues et les précautions éventuelles nécessaires pour éviter d'altérer ou de détruire un ou des éléments de l'installation;
- préciser les conditions de soutirage au niveau des volumes de boue;
- indiquer ou schématiser le système de prélèvement des échantillons de l'eau épurée, il doit être aisément accessible;
- pour la bonne réalisation de l'entretien prescrit, prévoir pour l'utilisateur, un placement qui garantira ultérieurement un accès aisé de tous les éléments (ex. : l'enlèvement du lit filtrant);
la référence aux normes utilisées dans la construction pour les matériaux;
la prise en compte des conditions d'utilisation du sol (passage des véhicules);
l'indication des précautions et des travaux nécessaires pour permettre le passage des véhicules en fonction de leurs gabarits;
10° les conditions d'exécution du réseau d'alimentation et de rejet.
b) Le guide d'exploitation :
Ce guide a pour objectif de fournir à l'utilisateur tous les conseils nécessaires pour une utilisation correcte et pour un entretien de qualité, en ce compris l'élimination des sous-produits de l'épuration, en vue d'atteindre les objectifs de protection de l'environnement.
Il contient les informations suivantes :
Sur le système d'épuration individuelle :
- la consommation électrique moyenne journalière;
- la puissance électrique totale installée;
- la hauteur des boues excédentaires acceptables estimée sur un fonctionnement à charge nominale;
- les quantités d'ajout de réactif, si nécessaire, en précisant le coût;
- la puissance sonore émise mesurée à 1 mètre de l'évent de l'organe électromécanique en service;
- les dispositions à respecter pour assurer l'isolation acoustique;
- les renseignements techniques : la capacité maximale en terme d'équivalent-habitant et les caractéristiques des organes principaux;
- un guide technique de fonctionnement général;
- une fiche de sensibilisation de l'acquéreur aux bonnes pratiques d'exploitation.
Sur le prix et les services rendus :
- en matière de garantie pièces et main-d'oeuvre couvrant toute panne ou défectuosité des organes électromécaniques et des cuves;
- en matière de contrat d'entretien.
Le comité d'experts pour l'assainissement autonome peut exiger du demandeur toutes les informations complémentaires qu'il estime indispensables pour conduire à bien sa mission.