Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 MEI 2016. - [Koninklijk besluit betreffende de federale interne audit] <KB2024-10-01/01, art. 1, 004; Inwerkingtreding : 21-10-2024> (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 12-05-2016 en tekstbijwerking tot 11-10-2024)
Titre
4 MAI 2016. - [Arrêté royal relatif à l'audit interne fédéral] <AR2024-10-01/01, art. 1, 004; En vigueur : 21-10-2024>(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 12-05-2016 et mise à jour au 11-10-2024)
Documentinformatie
Numac: 2016202356
Datum: 2016-05-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016202356
Date: 2016-05-04
Moniteur: Voir
Tekst (44)
Texte (44)
TITEL 1. - Draagwijdte van dit besluit en terminologie
TITRE 1er. - Portée du présent arrêté et terminologie
Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing op:
   1° de federale overheidsdiensten en de programmatorische overheidsdiensten,
   2° het Ministerie van Landsverdediging,
   3° de administraties met beheersautonomie maar zonder rechtspersoonlijkheid, "administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie" genaamd, in de zin van artikel 2, lid 1, 2° van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat,
   4° de Regie der Gebouwen,
   5° het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen,
   6° het Federaal Agentschap voor de Opvang van Asielzoekers,
   7° het Federaal Agentschap voor Geneesmiddelen en Gezondheidsproducten,
   8° het Federaal Agentschap van de Schuld,
   9° de ondernemingen met een handels-, industrieel of financieel karakter, met een vorm van autonomie maar zonder rechtspersoonlijkheid, "staatsbedrijven" genaamd, in de zin van artikel 2, lid 1, 4° van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat.]1

  
Article 1er. [1 Le présent arrêté s'applique :
   1° aux services publics fédéraux et services publics de programmation,
   2° au Ministère de la Défense,
   3° aux administrations dotées d'une autonomie de gestion mais sans personnalité juridique, dénommées " services administratifs à comptabilité autonome ", au sens de l'article 2, alinéa 1er , 2° de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral,
   4° à la Régie des Bâtiments,
   5° à l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire,
   6° à l'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile,
   7° à l'Agence fédérale des médicaments et des produits de santé,
   8° à l'Agence fédérale de la Dette,
   9° aux entreprises à caractère commercial, industriel ou financier, dotées d'un régime d'autonomie mais sans personnalité juridique, appelées " entreprises d'Etat ", au sens de l'article 2, alinéa 1er, 4° de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral.]1

  
Art. 2. In dit besluit verstaat men onder :
  1° [2 "dienst": een entiteit bedoeld in artikel 1;]2
  2° "interne auditor" : personeelslid van de Federale Interneauditdienst, bedoeld in Titel 2, dat interne auditactiviteiten uitvoert;
  [2 2°/1 "forensisch auditor": personeelslid van de Federale Interneauditdienst, bedoeld in Titel 2, dat forensische auditactiviteiten uitoefent;
   2°/2 "auditor": een intern of forensisch auditor;]2

  3° [2 "leidinggevende": de administratief verantwoordelijke met het hoogste niveau in een dienst;]2
  4° "auditplan": het document dat de activiteiten omvat van de Federale Interneauditdienst, bedoeld in Titel 2; het bestaat uit een meerjarenplan en een jaarlijks plan die gebaseerd zijn op een risicoanalyse opgemaakt door de verantwoordelijke van de Federale Interneauditdienst;
  5° [2 "organisatiebeheersing": het proces bedoeld in artikel 2, 5°, van het koninklijk besluit van 15 mei 2022 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst en van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de federale overheid;]2
  [2 5°/1 " systeem voor organisatiebeheersing ": het systeem bedoeld in artikel 2, 6°, van het koninklijk besluit van 15 mei 2022 betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, en tot wijziging van de koninklijke besluiten van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst en van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de federale overheid;]2
  6° "Auditcomité" : het Auditcomité van de Federale Overheid, opgericht bij koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de Federale Overheid (ACFO);
  [2 7° "integriteitsschending": de schending bedoeld in artikel 2, § 1, 1° en 2°, van de wet van 8 december 2022 betreffende de meldingskanalen en de bescherming van de melders van integriteitsschendingen in de federale overheidsinstanties en bij de geïntegreerde politie;
   8° "audituniversum": het geheel van de entiteiten bedoeld in artikel 1.
   9° "forensische auditactiviteiten":
   1° administratieve onderzoeken naar vermoedelijke integriteitsschendingen gepleegd in het kader van de activiteiten van een dienst;
   2° taken die betrekking hebben op integriteitschendingen en die door of krachtens de wet of andere besluiten aan de Federale Interneauditdienst worden toevertrouwd.]2

  
Art. 2. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° [2 " service " : une entité visée à l'article 1er ;]2
  2° "auditeur interne" : membre du personnel du Service fédéral d'audit interne, visé au Titre 2, qui exerce des activités d'audit interne;
  [2 2°/1 " auditeur forensique " : membre du personnel du Service fédéral d'audit interne visé au Titre 2, qui exerce des activités d'audit forensique ;
   2°/2 " auditeur " : auditeur interne ou auditeur forensique;]2

  3° [2 " dirigeant " : le responsable administratif du niveau le plus élevé dans un service;]2
  4° "plan d'audit" : le document contenant les activités du Service fédéral d'audit interne visé au Titre 2; il consiste en un plan pluriannuel et un plan annuel, établis sur la base d'une analyse de risques établie par le responsable du Service fédéral d'audit interne;
  5° [2 maîtrise de l'organisation " : le processus visé à l'article 2, 5°, de l'arrêté royal du 15 mai 2022 relatif à la maîtrise de l'organisation au sein de certains services du pouvoir exécutif fédéral et modifiant les arrêtés royaux du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne et du 17 août 2007 portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale;]2
  [2 5°/1 " système pour la maîtrise de l'organisation " : le système visé à l'article 2, 6°, de l'arrêté royal du 15 mai 2022 relatif à la maîtrise de l'organisation au sein de certains services du pouvoir exécutif fédéral et modifiant les arrêtés royaux du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne et du 17 août 2007 portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale;]2
  6° "Comité d'audit" : le Comité d'audit de l'Administration fédérale, créé par l'arrêté royal du 17 août 2007 portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale (CAAF);
  [2 7° " atteinte à l'intégrité " : l'atteinte visée à l'article 2, § 1er, 1° et 2°, de la loi du 8 décembre 2022 relative aux canaux de signalement et à la protection des auteurs de signalement d'atteintes à l'intégrité dans les organismes du secteur public fédéral et au sein de la police intégrée ;
   8° " univers d'audit " : l'ensemble des entités visées à l'article 1er.
   9° " activités d'audit forensique " :
   1° enquêtes administratives sur des atteintes à l'intégrité présumées commises dans le cadre des activités d'un service ;
   2° tâches relatives aux atteintes à l'intégrité confiées au Service fédéral d'audit interne par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés.]2

  
TITEL 2. - De Federale Interneauditdienst
TITRE 2. - Le Service fédéral d'audit interne
HOOFDSTUK 1. - Oprichting
CHAPITRE 1er. - Mise en place
Art. 3. Bij de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister wordt de Federale Interneauditdienst opgericht.
Art. 3. Auprès du Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre est créé le Service fédéral d'audit interne.
Art.3 TOEKOMSTIG RECHT. [1 De Federale Interneauditdienst wordt opgericht bij de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.
   Voor de vervulling van zijn opdrachten kan de Federale Interneauditdienst een beroep doen op de administratieve en logistieke ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Beleid en Ondersteuning.
   De ministers bevoegd voor ambtenarenzaken en begroting staan in voor de goede werking van de Federale Interneauditdienst.]1

  
Art.3 DROIT FUTUR. [1 Le Service fédéral d'audit interne est créé auprès du Service public fédéral Stratégie et Appui.
   Pour l'exécution de ses missions le Service fédéral d'audit interne peut faire appel à l'appui administratif et logistique du Service public fédéral Stratégie et Appui.
   Les ministres ayant la fonction publique et le budget dans leurs attributions assurent le bon fonctionnement du Service fédéral d'audit interne.]1

  
Art. 4. De Eerste Minister staat in voor de goede werking van de Federale Interneauditdienst.
  Voor de uitvoering van zijn opdrachten kan de Federale Interneauditdienst een beroep doen op de administratieve en logistieke ondersteuning van de Federale Overheidsdienst Kanselarij van de Eerste Minister.
Art. 4. Le Premier Ministre assure le bon fonctionnement du Service fédéral d'audit interne.
  Pour l'exercice de ses missions, le Service fédéral d'audit interne peut faire appel au support administratif et logistique du Service public fédéral Chancellerie du Premier Ministre.
Art.4 TOEKOMSTIG RECHT. [1 ...]1
  
Art.4 DROIT FUTUR. [1 ...]1
  
Art. 5. De Federale Interneauditdienst beschikt over een eigen personeelsenveloppe en -plan.
Art. 5. Le Service fédéral d'audit interne dispose d'une enveloppe et d'un plan de personnel propres.
HOOFDSTUK 2. - Opdrachten van de Federale Interneauditdienst
CHAPITRE 2. - Missions du Service fédéral d'audit interne fédéral
Art. 6. § 1. [2 De Federale Interneauditdienst evalueert binnen elke dienst de kwaliteit, performantie en volledigheid van de organisatiebeheersing, het risicobeheer en het goed bestuur.
   De bevindingen van deze evaluatie en de eventuele aanbevelingen die eruit voortvloeien worden overgemaakt aan de leidinggevende van de dienst en aan de verantwoordelijke van de betrokken geauditeerde dienst.
   Het auditrapport wordt bezorgd aan de minister bevoegd voor de dienst of het onderdeel ervan waarop de evaluatie betrekking heeft.
   De Federale Interneauditdienst evalueert eveneens elk jaar het verslag opgesteld door de leidinggevende voorzien in de reglementering betreffende de organisatiebeheersing binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht. De Federale Interneauditdienst bespreekt dit verslag met de leidinggevende alvorens het aan het Auditcomité over te maken.]2

  § 2. De Federale Interneauditdienst oefent zijn activiteiten uit onder toezicht van het Auditcomité.
  § 3. De leidinggevende heeft geen beslissingsbevoegdheid over het voorwerp van de interne auditactiviteiten of [2 ...]2.
  
Art. 6. § 1er. [2 Le Service fédéral d'audit interne évalue dans chacun des services la qualité, la performance et la complétude de la maîtrise de l'organisation, de la gestion des risques et de la bonne gouvernance.
   Les résultats de cette évaluation et les éventuelles recommandations qui en découlent sont communiqués au dirigeant du service et au responsable du service audité concerné.
   Le rapport d'audit est communiqué au ministre en charge du service ou de la subdivision faisant l'objet de l'évaluation.
   Le Service fédéral d'audit interne évalue en plus chaque année le rapport établi par le dirigeant prévu dans la réglementation relative à la maîtrise de l'organisation au sein de certains services du pouvoir exécutif fédéral. Le Service fédéral d'audit interne discute de ce rapport avec le dirigeant avant de le communiquer au Comité d'audit.]2

  § 2. Le Service fédéral d'audit interne exerce ses activités sous la supervision du Comité d'audit.
  § 3. Le dirigeant n'a pas de pouvoir de décision sur l'objet des activités d'audit interne [2 ...]2.
  
Art. 7. § 1. [1 Het geheel van alle interne auditactiviteiten van de Federale Interneauditdienst wordt opgevat en uitgevoerd op basis van een onafhankelijke, objectieve, systematische en methodologische aanpak. Ze dragen bij om de dienst een redelijke zekerheid te geven over de graad van beheersing van haar verrichtingen en geven aanbevelingen om deze te verbeteren. Zij dragen bij tot het scheppen van toegevoegde waarde. Zij helpen de diensten of hun onderdelen hun doelstellingen te halen door hun processen van organisatiebeheersing, risicobeheer en goed bestuur te evalueren en door voorstellen te doen om de doelmatigheid ervan te versterken.]1
  Zij beogen de activiteiten, processen, procedures en structuren die onder het gezag vallen van de leidinggevende en die bijdragen tot de openbare dienstverlening of die een impact hebben op de overheidsmiddelen, te verbeteren.
  § 2. De interne auditactiviteiten slaan niet op de evaluatie van personen.
  § 3. De Federale Interneauditdienst voert ook [1 forensische auditactiviteiten]1 uit.
  
Art. 7. § 1er. [1 L'ensemble des activités d'audit interne du Service fédéral d'audit interne est conçu et réalisé sur la base d'une approche indépendante, objective, systématique et méthodologique. Elles contribuent à donner au service une assurance raisonnable sur le degré de maîtrise de ses opérations et lui apportent des recommandations pour les améliorer. Elles contribuent à créer de la valeur ajoutée. Elles aident les services ou leurs subdivisions à atteindre leurs objectifs en évaluant leurs processus de maîtrise de l'organisation, de gestion des risques et de bonne gouvernance et en faisant des propositions pour renforcer leur efficacité.]1
  Elles visent à l'amélioration des activités, processus, procédures et structures qui relèvent de l'autorité du dirigeant et qui concourent à la fourniture des services publics ou entraînent un impact sur les deniers publics.
  § 2. Les activités d'audit interne ne portent pas sur l'évaluation des personnes.
  § 3. Le Service fédéral d'audit interne exerce également des activités d'audit [1 forensique]1.
  
Art. 8. De voorwaarden waaronder de interne auditactiviteiten worden uitgevoerd, hun actiemiddelen en hun kwaliteitsnormen vallen onder de normen die zijn vastgelegd door het Institute of Internal Auditors (IIA).
  [1 De forensische auditactiviteiten worden bovendien uitgevoerd in overeenstemming met de voor dit type audit van toepassing zijnde professionele standaarden.]1
  De interne auditactiviteiten worden minstens vijfjaarlijks geëvalueerd door een bevoegd en onafhankelijk evaluator of team, bestaande uit personen extern aan de Federale Interneauditdienst.
  
Art. 8. Les conditions d'exécution des activités d'audit interne, leurs moyens d'action et leurs critères de qualité relèvent des normes internationales pour la pratique de l'audit interne établies par l'Institute of Internal Auditors (IIA).
  [1 Les activités d'audit forensique sont en plus menées conformément aux normes professionnelles d'application à ce type d'audit.]1
  Les activités d'audit interne sont soumises au moins tous les cinq ans à une évaluation réalisée par un évaluateur ou une équipe qualifié(e) et indépendant(e). Cette équipe est composée de personnes extérieures au Service fédéral d'audit interne.
  
Art. 9. § 1. [1 De prioriteiten van de interne auditactiviteiten worden vastgelegd in een auditplan opgesteld door de verantwoordelijke interne audit en goedgekeurd door het Auditcomité.
   Het auditplan wordt opgesteld op basis van een onafhankelijke, objectieve, methodologische en systematische risicoanalyse van het audituniversum. De leidinggevende van elke dienst bezorgt aan de Federale Interneauditdienst de noodzakelijke informatie die hem kan helpen bij de uitvoering van deze risicoanalyse. De risicoanalyse van het audituniversum voorafgaand aan het auditplan alsook het plan zelf worden geactualiseerd volgens een frequentie bepaald door de Federale Interneauditdienst in overleg met het Auditcomité.]1

  Het goedgekeurde auditplan wordt aan elke leidinggevende bezorgd.
  Het auditplan voorziet eveneens middelen om tegemoet te komen aan specifieke verzoeken bedoeld in artikel 10.
  § 2. Voor processen die verrichtingen omvatten die onderworpen zijn aan een externe controle sluit de verantwoordelijke interne audit protocollen af om de regeling van de coördinatie van de taken en uitwisseling van informatie te formaliseren.
  [1 De interne auditactiviteiten worden zo georganiseerd dat de externe controle-instanties zich kunnen beroepen op de besluiten ervan. Hiertoe kan de Federale Interneauditdienst, na gunstig advies van het Auditcomité, protocollen afsluiten met andere controle-instanties.
   Voor wat betreft de samenwerking met de Inspectie van Financiën strekt het protocol ertoe de voorwaarden te formaliseren voor het coördineren van de taken en het uitwisselen van informatie voor onder meer de processen met betrekking tot overheidsopdrachten, de toekenning van facultatieve toelagen en de werving van contractuele personeelsleden. Daartoe houdt hij desgevallend rekening met het protocol bedoeld in artikel 12, 5°, van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de federale overheid (ACFO).
   Voor wat betreft de samenwerking met het Rekenhof strekt het protocol ertoe om de gebruikte auditmethodologie te delen, informatie uit te wisselen en het principe van single audit na te streven.]1

  
Art. 9. § 1er. [1 Les priorités des activités d'audit interne sont fixées dans un plan d'audit établi par le responsable de l'audit interne et validé par le Comité d'audit.
   Le plan d'audit est établi sur la base d'une analyse de risque indépendante, objective, méthodologique et systématique de l'univers d'audit. Le dirigeant de chaque service fournit au Service fédéral d'audit interne les informations nécessaires pour l'aider à réaliser cette analyse de risque. L'analyse des risques de l'univers d'audit préalable au plan d'audit ainsi que le plan d'audit lui-même sont actualisés selon une fréquence, déterminée par le Service fédéral d'audit interne en concertation avec le Comité d'Audit.]1

  Le plan d'audit approuvé est communiqué à chaque dirigeant.
  Le plan d'audit prévoit également des moyens pour répondre à des demandes spécifiques visées à l'article 10.
  § 2. Pour les processus comprenant des opérations soumises à un contrôle externe, le responsable de l'audit interne conclut des protocoles formalisant les modalités de coordination des tâches et de partage des informations.
  [1 Les activités d'audit interne sont organisées de manière à ce que les organes de contrôle externe puissent s'appuyer sur leurs conclusions. A cette fin, le Service fédéral d'audit interne peut conclure des protocoles avec d'autres organes de contrôle, sur avis favorable du Comité d'audit.
   En ce qui concerne la coopération avec l'Inspection des Finances, le protocole vise à formaliser les conditions pour la coordination des tâches et le partage des informations pour notamment les processus relatifs aux marchés publics, à l'octroi de subsides facultatifs et à l'embauche de personnel contractuel. Pour ce faire, il tient compte le cas échéant du protocole visé à l'article 12, 5°, de l'arrêté royal du 17 août 2007 portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale (CAAF).
   En ce qui concerne la coopération avec la Cour des comptes, le protocole vise à partager la méthodologie d'audit utilisée, à échanger des informations et à appliquer le principe du single audit.]1

  
Art. 10. § 1. [1 Het specifiek verzoek om een audit uit te voeren, gaat uit van de minister bevoegd voor een dienst of een onderdeel ervan, van de leidinggevende van een dienst of van het Auditcomité. [2 Bij een verzoek van de leidinggevende van een dienst om een audit uit te voeren, gaat de leidinggevende in overleg met de Federale Interneauditdienst om na te gaan wie de audit kan uitvoeren. De leidinggevende houdt de verantwoordelijke interne audit op de hoogte van beslissingen om audits door externe partijen te laten uitvoeren.]2
   Het verzoek bepaalt de doelstellingen, de aard en het domein van de opdracht. Een afschrift van elk specifiek verzoek door de minister bevoegd voor een dienst of een onderdeel ervan of door een leidinggevende, wordt bezorgd aan het Auditcomité [2 en wordt bezorgd aan de verantwoordelijke interne audit]2.]1

  § 2. [2 De verantwoordelijke interne audit overweegt de specifieke verzoeken geval per geval. De aard van de opdrachten en de werklast die zij meebrengen, moeten verenigbaar zijn met de basisopdrachten van de Federale Interneauditdienst. De verantwoordelijke interne audit zal hiertoe tevens voorafgaand overleggen met de Inspectie van Financiën voor zover het voorwerp van het verzoek betrekking heeft op bevoegdheden die zij uitoefent, onder meer voor wat processen betreft die betrekking hebben op overheidsopdrachten, subsidies en wervingen. Als de verantwoordelijke interne audit een specifiek verzoek aanvaardt, schrijft hij deze in in het auditplan. De wijzigingen met grote impact op het lopende auditplan worden aan het Auditcomité voorgelegd ter goedkeuring.]2
  Alle activiteiten die een tussenkomst veronderstellen van de [2 ...]2 auditoren in de besluitvorming en de uitvoering van de [2 organisatiebeheersing]2 worden ambtshalve uitgesloten.
  [2 De verantwoordelijke interne audit overweegt geval per geval de verzoeken en redelijke vermoedens in de zin van § 4, 1° tot 5°, en beslist in functie van de potentiële impact ervan en de onderzoekbaarheid of een forensische auditactiviteit moet worden uitgevoerd.
   Als de verantwoordelijke interne audit beslist een forensische audit uit te voeren, kent hij er een graad van prioriteit aan toe.]2

  § 3. [2 Als de Inspectie van Financiën overeenkomstig de artikelen 15, tweede lid, 16 en 22 van het koninklijk besluit van 20 mei 2022 betreffende de administratieve, begrotings- en beheerscontrole belast wordt met een opdracht tot evaluatie van de beheerssystemen, of met een opdracht bedoeld in artikel 34 van de wet van 22 mei 2003 houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat, brengt de Korpschef van de Inspectie van Financiën het Auditcomité en de Federale Interneauditdienst hiervan op de hoogte.]2
  [2 § 4. Een forensische auditactiviteit kan worden uitgevoerd naar aanleiding van:
   1° de vraag hiertoe door de minister bevoegd voor een dienst of een onderdeel ervan;
   2° de vraag hiertoe door de leidinggevende voor zijn dienst of een onderdeel ervan;
   3° de vraag hiertoe door het Auditcomité;
   4° een verwijzing door een andere instantie die op wettelijke of reglementaire basis toezicht houdt op een dienst;
   5° elk redelijk vermoeden, voorkomend uit welke bron dan ook, waaruit blijkt dat in één van de diensten een integriteitsschending wordt of is begaan.]2

  
Art. 10. § 1er. [1 La demande spécifique pour une mission d'audit émane du ministre compétent pour un service ou pour une subdivision de celui-ci, du dirigeant d'un service ou du Comité d'audit. [2 En cas de demande émanant du dirigeant d'un service pour la réalisation d'un audit, le dirigeant se concerte avec le Service fédéral d'audit interne qui pourrait réaliser l'audit. Le dirigeant informe le responsable de l'audit interne des décisions pour faire réaliser des audits par des parties externes.]2
   La demande détermine les objectifs, la nature et le champ de la mission. Une copie de chaque demande spécifique émanant d'un ministre compétent pour un service ou pour une subdivision de celui-ci ou d'un dirigeant, est transmise au Comité d'audit [2 et est remise au responsable de l'audit interne]2.]1

  § 2. [2 Le responsable de l'audit interne considère les demandes spécifiques au cas par cas. La nature des missions et la charge de travail qu'elles impliquent doivent être compatibles avec les missions de base du Service fédéral d'audit interne. A cet effet, le responsable de l'audit interne consultera également au préalable l'Inspection des Finances dans la mesure où l'objet de la demande relève des compétences qu'elle exerce, notamment en ce qui concerne les processus relatifs aux marchés publics, aux subsides et aux recrutements. Si le responsable de l'audit interne accepte une demande spécifique, il l'intègre dans le plan d'audit. Les modifications ayant un impact important sur le plan d'audit en cours sont soumises au Comité d'audit pour approbation.]2
  Toute activité qui suppose une intervention des auditeurs [2 ...]2 dans la prise de décision et la mise en oeuvre [2 de la maîtrise de l'organisation]2 est d'office écartée.
  [2 Le responsable de l'audit interne examine au cas par cas les demandes et les soupçons raisonnables au sens du paragraphe 4, 1° à 5°, et décide, en fonction de leur impact potentiel et de la possibilité de mener une enquête, s'il y a lieu d'effectuer une activité d'audit forensique.
   Si le responsable de l'audit interne décide qu'une activité d'audit forensique doit être menée, il lui attribue un degré de priorité.]2

  § 3. [2 Si l'Inspection des Finances est chargée d'une mission d'évaluation des systèmes de gestion conformément aux articles 15, deuxième alinéa, 16 et 22 de l'arrêté royal du 20 mai 2022 relatif au contrôle administratif, budgétaire et de gestion, ou d'une mission visée à l'article 34 de la loi du 22 mai 2003 portant organisation du budget et de la comptabilité de l'Etat fédéral, le Chef de Corps de l'Inspection des Finances en informe le Comité d'audit et le Service fédéral d'audit interne.]2
  [2 § 4. Une activité d'audit forensique peut être exercée dans les cas suivants :
   1° à la demande du ministre compétent pour un service ou une partie de celui-ci ;
   2° à la demande du responsable pour son service ou une partie de celui-ci ;
   3° à la demande du Comité d'audit ;
   4° après renvoi par un autre organe qui contrôle un service sur une base légale ou réglementaire ;
   5° à la suite de tout soupçon raisonnable, provenant de quelque source que ce soit, qu'une atteinte à l'intégrité soit ou ait été commise dans l'un des services.]2

  
HOOFDSTUK 3. - Organisatie van de Federale Interneauditdienst
CHAPITRE 3. - Organisation du Service fédéral d'audit interne
Afdeling 1. - De verantwoordelijke interne audit
Section 1re. - Le responsable de l'audit interne
Art. 11. De Federale Interneauditdienst wordt geleid door de verantwoordelijke interne audit.
  De functie 'verantwoordelijke interne audit' is een beheersfunctie en wordt uitgeoefend in het kader van een mandaat, zijnde een hernieuwbare tijdelijke aanstelling overeenkomstig artikel 10 van het koninklijk besluit van 29 oktober 2001 betreffende de aanduiding en de uitoefening van de managementfuncties in de federale overheidsdiensten en de programmatorische federale overheidsdiensten.
Art. 11. Le Service fédéral d'audit interne est dirigé par le responsable de l'audit interne.
  La fonction de 'responsable de l'audit interne' est une fonction de gestion qui est exercée dans le cadre d'un mandat, c'est-à-dire une désignation temporaire renouvelable conformément à l'article 10 de l'arrêté royal du 29 octobre 2001 relatif à la désignation et à l'exercice des fonctions de management dans les services publics fédéraux et les services publics fédéraux de programmation.
Art. 12. De bepalingen van voornoemd besluit van 29 oktober 2001 die van toepassing zijn op de managementfunctie bedoeld in artikel 2, § 1, 1°, van dat besluit, zijn van toepassing op de aanduiding en de uitoefening van de functie van verantwoordelijke interne audit, behoudens voor wat bepaald is in de volgende leden. Voor de toepassing van alle andere reglementaire bepalingen wordt de functie niet gelijkgesteld met deze van voorzitter van een directiecomité of voorzitter [1 , maar wordt wel beschouwd als leidinggevende van de dienst]1.
  De functiebeschrijving en het competentieprofiel worden bepaald door de ministers bevoegd inzake interne audit, na advies van het Auditcomité. Indien van dit advies wordt afgeweken, wordt dit gemotiveerd.
  De twee externe experten bedoeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 4°, van voornoemd besluit, worden aangewezen onder de leden van het Auditcomité. Artikel 8, § 1, derde lid, van hetzelfde besluit is op hen niet van toepassing.
  Het resultaat van de procedure bedoeld in artikel 7 van voornoemd besluit wordt meegedeeld aan de ministers bevoegd voor interne audit. De ministers wijzen diegene onder hen aan die het aanvullend onderhoud voert waarvan sprake in artikel 9, § 1, van voornoemd besluit. Hij handelt in overleg met de andere bevoegde ministers.
  Op de voordracht van de ministers bevoegd voor interne audit, wordt de verantwoordelijke interne audit door Ons aangesteld voor een periode van zes jaar.
  [1 Het strategisch plan]1 wordt bezorgd aan de voorzitter van het Auditcomité en aan de ministers bevoegd voor interne audit.
  De tussentijdse evaluaties en de eindevaluatie van de verantwoordelijke interne audit hebben betrekking op :
  1° de verwezenlijking van de doelstellingen die werden vastgelegd in [1 het strategisch plan]1;
  2° de uitvoering van het auditplan;
  3° de kwaliteit van de [1 ...]1 auditactiviteiten, met verwijzing naar de normen en de evaluatie bedoeld in artikel 8;
  4° de wijze waarop de verantwoordelijke interne audit dat kwaliteitsniveau heeft bereikt;
  5° de persoonlijke bijdrage van de verantwoordelijke interne audit tot de kwaliteit van de [1 ...]1 auditactiviteiten;
  6° de inspanningen die hij heeft geleverd op het vlak van de ontwikkeling van de competenties;
  7° de realisatie en de kwaliteit van het geheel van evaluaties, doorgevoerd binnen de Federale Interneauditdienst.
  De evaluatie van de verantwoordelijke interne audit wordt uitgevoerd door :
  1° de voorzitter van het Auditcomité, als eerste evaluator;
  2° de eerste minister, als tweede evaluator. Hij handelt in overleg met de andere ministers bevoegd voor interne audit.
  Het evaluatieverslag wordt door elke evaluator ondertekend.
  Indien de verantwoordelijke interne audit beroep instelt met toepassing van artikel 19, § 1, van voornoemd besluit, kan de beroepsinstantie de evaluatoren horen.
  Met behoud van de toepassing van artikel 25 van voornoemd besluit, is het mandaat van verantwoordelijke interne audit slechts één maal hernieuwbaar.
  
Art. 12. Les dispositions de l'arrêté du 29 octobre 2001 précité applicables à la fonction de management visée à l'article 2, § 1er, 1°, de cet arrêté s'appliquent à la désignation et l'exercice de la fonction de responsable de l'audit interne, à l'exception de ce qui est prévu dans les alinéas suivants. Pour l'application de toute autre disposition réglementaire, la fonction n'est pas assimilée à celle de président d'un comité de direction ou de président [1 , mais est considéré comme dirigeant de service]1.
  La description de fonction et le profil de compétence sont fixés par les ministres compétents en matière d'audit interne, après avis du Comité d'audit. Une dérogation à cet avis est motivée.
  Les deux experts externes visés à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 4°, de l'arrêté précité, sont désignés parmi les membres du Comité d'audit. L'article 8, § 1er, alinéa 3, du même arrêté ne leur est pas applicable.
  Le résultat de la procédure visée à l'article 7 de l'arrêté précité est communiqué aux ministres compétents en matière d'audit interne. Les ministres désignent celui qui, parmi eux, mène l'entretien complémentaire dont question à l'article 9, § 1er, de l'arrêté précité. Il agit en concertation avec les autres ministres compétents.
  Sur la proposition des ministres compétents en matière d'audit interne, le responsable de l'audit interne est désigné par Nous pour une période de six ans.
  Le [1 plan stratégique]1 est communiqué au président du Comité d'audit et aux ministres compétents en matière d'audit interne.
  Les évaluations intermédiaires et l'évaluation finale du responsable de l'audit interne portent sur :
  1° la réalisation des objectifs définis dans le [1 plan stratégique]1;
  2° la mise en oeuvre du plan d'audit;
  3° la qualité des activités d'audit [1 ...]1, par référence aux normes et à l'évaluation visées à l'article 8;
  4° la manière dont le responsable de l'audit interne est parvenu à ce niveau de qualité;
  5° la contribution personnelle du responsable de l'audit interne à la qualité des activités d'audit [1 ...]1;
  6° les efforts qu'il a consentis en termes de développement des compétences;
  7° la réalisation et la qualité de l'ensemble des évaluations, menées au sein du Service fédéral d'audit interne.
  L'évaluation du responsable de l'audit interne est menée par :
  1° le président du Comité d'audit, en qualité de premier évaluateur;
  2° le premier ministre, en qualité de deuxième évaluateur. Il agit en concertation avec les autres ministres compétents en matière d'audit interne.
  Le rapport d'évaluation est signé par chaque évaluateur.
  Si le responsable de l'audit interne introduit un recours en application de l'article 19, § 1er, de l'arrêté précité, l'instance de recours peut entendre les évaluateurs.
  Avec maintien de l'application de l'article 25 de l'arrêté précité, le mandat de responsable de l'audit interne n'est renouvelable qu'une seule fois.
  
Art. 13. Het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde is van toepassing op de functie "verantwoordelijke interne audit". In afwijking van artikel 6, § 1, van dat besluit leggen de ministers bevoegd voor interne audit de weging vast van deze functie.
Art. 13. L'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement s'applique à la fonction de "responsable de l'audit interne". Par dérogation à l'article 6, § 1er, de cet arrêté, les ministres compétents en matière d'audit interne fixent la pondération de cette fonction.
Afdeling 2. - Mobiliteit naar de Federale Interneauditdienst
Section 2. - De la mobilité vers le Service fédéral d'audit interne
Art. 14. § 1. [1 Op het ogenblik van integratie van een dienst in het audituniversum, worden de betrekkingen van interne of forensische auditor en verantwoordelijke voor interne of forensische auditactiviteiten voorzien in de personeelsplannen of het organiek kader van de betrokken dienst afgeschaft.]1
  § 2. De houders van de betrekkingen bedoeld in § 1, die federaal statutair ambtenaar zijn en zich kandidaat stellen voor een betrekking van [1 ...]1 auditor bij de Federale Interneauditdienst, bekomen ambtshalve mobiliteit naar de Federale Interneauditdienst.
  § 3. [1 De houders van de betrekkingen bedoeld in § 1, aangeworven bij arbeidsovereenkomst en die zich kandidaat stellen voor een betrekking van auditor bij de Federale Interneauditdienst, blijven louter door de ondertekening van een aanhangsel aan hun arbeidsovereenkomst, genieten van dezelfde arbeidsvoorwaarden bij de Federale Interneauditdienst waarnaar ze worden overgedragen.]1
  De overdracht bedoeld in het eerste lid, vormt geen benoeming.
  § 4. De overgedragen personeelsleden blijven onderworpen aan het statuut van het Rijkspersoneel, desgevallend wanneer dit van toepassing is op het overgedragen personeel aangeworven bij arbeidsovereenkomst.
  De overgedragen personeelsleden behouden de hoedanigheid, de klasse overeenstemmend met de betrekking waarvoor zij werden aangeworven, de geldelijke en administratieve anciënniteit en de weddenschaal die hen werd toegekend. Zij behouden ook de toelagen, de vergoedingen en de premies waarvan zij genoten overeenkomstig de gemeenschappelijke reglementering die op hen van toepassing was. Zij behouden enkel de voordelen die verbonden zijn aan hun functie in zoverre de voorwaarden voor de toekenning ervan in de Federale Interneauditdienst behouden blijven.
  De overgedragen personeelsleden waarop het koninklijk besluit van [1 14 januari 2022]1 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt van toepassing is, behouden de evaluaties die hen werden toegekend op grond van dat besluit.
  § 5. De houder van een betrekking bedoeld in § 1 die zich geen kandidaat stelt voor een betrekking bij de Federale Interneauditdienst wordt gereaffecteerd in een passende functie die hem voorgesteld wordt door zijn dienst van oorsprong.
  
Art. 14. § 1er. [1 Au moment de l'intégration d'un service dans l'univers d'audit, les emplois d'auditeur interne ou forensique et de responsable des activités d'audit interne ou forensique prévus dans les plans de personnel ou dans le cadre organique du service concerné sont supprimés.]1
  § 2. Les titulaires des emplois visés au § 1er, qui ont la qualité d'agent statutaire fédéral et qui se portent candidats à un emploi d'[1 auditeur]1 au Service fédéral d'audit interne, bénéficient d'une mobilité d'office vers le Service fédéral d'audit interne.
  § 3. [1 Les titulaires des emplois visés au § 1er, engagés sous contrat de travail et qui se portent candidats à un emploi d'auditeur au Service fédéral d'audit interne, continuent de bénéficier, par simple signature d'un avenant à leur contrat de travail, des mêmes conditions de travail auprès du Service fédéral d'audit interne, vers lequel ils sont transférés.]1
  Le transfert visé à l'alinéa 1er ne constitue pas une nomination.
  § 4. Les membres du personnel transférés restent soumis au statut des agents de l'Etat, le cas échéant lorsque celui-ci s'applique aux membres du personnel engagés dans le cadre d'un contrat de travail.
  Les membres du personnel transférés conservent leur qualité, la classe correspondant à l'emploi pour lequel ils ont été engagés, leur ancienneté pécuniaire et administrative et l'échelle de traitement qui leur a été accordée. Ils conservent également les allocations, les indemnités et les primes dont ils bénéficiaient conformément à la réglementation commune qui leur était applicable. Ils ne conservent les avantages liés à leur fonction que pour autant que les conditions de l'octroi de ceux-ci subsistent dans le Service fédéral d'audit interne.
  Les membres du personnel transférés auxquels s'applique l'arrêté royal du [1 14 janvier 2022]1 relatif à l'évaluation dans la fonction publique fédérale conservent les évaluations qui leur ont été attribuées en vertu de cet arrêté.
  § 5. Le titulaire d'un emploi visé au § 1er qui ne se porte pas candidat à un emploi au Service fédéral d'audit interne est réaffecté dans une fonction adéquate qui lui est proposée par son service d'origine.
  
Afdeling 3. - Uitoefening van de [1 ...]1 auditactiviteiten
Section 3. - Exercice des activités d'audit [1 ...]1
Art. 15. [1 Voor interne auditactiviteiten die betrekking hebben op transversale en algemene processen die gemeenschappelijk zijn over de diensten heen, worden binnen de Federale Interneauditdienst expertiseteams ingezet en transversale audits uitgevoerd.
   De verantwoordelijke interne audit duidt op schriftelijke wijze de auditoren aan voor elke afdeling. De auditoren handelen volgens de schriftelijke richtlijnen van de verantwoordelijke interne audit.]1

  
Art. 15. [1 Pour les activités d'audit interne ayant trait aux processus transversaux et généraux communs aux services, des équipes d'experts sont déployées au sein du Service fédéral d'audit interne et des audits transversaux sont menés.
   Le responsable de l'audit interne désigne par écrit les auditeurs pour chaque division. Les auditeurs agissent conformément aux instructions par écrit du responsable de l'audit interne.]1

  
Art. 16. [1 § 1. De auditoren hebben in uitvoering van de opdrachten van de Federale Interneauditdienst:
   1° toegang tot elk document, databestand, communicatie of informatica-apparaat die eigendom zijn van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst auditactiviteiten kan verrichten;
   2° toegang tot elk informatica-apparaat dat eigendom is van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert en de daarop aanwezige data;
   3° toegang tot afschriften van elk document, databestand of communicatie die eigendom zijn van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert of dat is opgeslagen op een informatica-apparaat dat eigendom is van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert;
   4° toegang tot alle ruimtes en terreinen die ter beschikking staan van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert;
   5° de mogelijkheid om zich te onderhouden met elk personeelslid van een dienst of een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert, tijdens de uren dat het personeelslid in kwestie zijn dienst vervult.
   Deze toegangen worden op redelijke, proportionele en doelmatige wijze aangewend.
   De uitoefening van deze toegangen gebeurt middels een vraag aan de leidinggevende van de betrokken dienst of diens afgevaardigde. Het verzoek bepaalt de termijnen waarbinnen een antwoord of actie wordt verwacht.
   De auditactiviteiten sluiten aan op de controleketen. Zij houden rekening met verificaties en evaluaties die reeds verricht zijn door andere actoren en zijn zelf natrekbaar en controleerbaar.
   § 2. De auditoren dienen de deontologie van het beroep na te leven. De ministers bevoegd voor begroting en ambtenarenzaken kunnen deze deontologische regels aanvullen.
   § 3. De auditactiviteiten worden uitgevoerd onder de voorwaarden die de bekwaamheid, de onafhankelijkheid en de objectiviteit van de auditoren garanderen, zoals vereist in de definitie van audit in artikel 7.
   § 4. De Federale Interneauditdienst houdt een register van belangenconflicten bij, waarmee rekening wordt gehouden voor de samenstelling van het auditteam voor elke auditopdracht. Indien er een belangenconflict in het kader van een specifieke auditopdracht door een auditor wordt gemeld, treft de verantwoordelijke interne audit de nodige maatregelen door een andere auditor die zich niet in een toestand van belangenconflict bevindt, toe te wijzen aan de desbetreffende audit.
   Er is sprake van een belangenconflict wanneer de onpartijdige en objectieve uitoefening van de auditactiviteiten in het gedrang komt om gezinsredenen, affectieve redenen, beroepsredenen, van economisch of financieel belang of om elke andere reden van belangengemeenschap of tegenstelling met de verantwoordelijken van de geëvalueerde processen.]1

  
Art. 16. [1 § 1er. Dans le cadre de leurs missions au sein du Service fédéral d'Audit interne, les auditeurs ont :
   1° accès à tout document, fichier de données, communication ou dispositif informatique appartenant à un service ou à une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'Audit interne peut exercer des activités d'audit ;
   2° accès à tout dispositif informatique appartenant à un service ou à une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'audit interne exerce des missions, et aux données qui s'y trouvent ;
   3° accès à des copies de tout document, fichier de données ou communication appartenant à un service ou à une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'audit interne exerce des missions, ou stocké sur un dispositif informatique appartenant à un service ou à une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'audit interne exerce des missions ;
   4° accès à tous les locaux et terrains mis à la disposition d'un service ou d'une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service d'audit interne exerce des missions ;
   5° la possibilité de s'entretenir à tout membre du personnel d'un service ou d'une instance au sein de laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés le Service fédéral d'audit interne exerce des missions, pendant les heures où le membre du personnel en question est en service.
   Ces accès sont utilisés de manière raisonnable, proportionnée et efficace.
   Ces accès sont exercés par le biais d'une demande adressée au dirigeant du service concerné ou à son délégué. La demande indique le délai dans lequel une réponse ou une action est attendue.
   Les activités d'audit s'inscrivent dans la perspective de la chaîne de contrôle. Elles tiennent compte des vérifications et évaluations déjà effectuées par d'autres acteurs et sont elles-mêmes traçables et vérifiables.
   § 2. Les auditeurs sont tenus de respecter la déontologie de la profession. Les ministres ayant le budget et la fonction publique dans leurs attributions peuvent compléter ces règles déontologiques.
   § 3. Les activités d'audit sont exercées dans des conditions telles que la compétence, l'indépendance et l'objectivité des auditeurs soient garanties, en application de la définition de l'audit établie à l'article 7.
   § 4. Le Service fédéral d'audit interne tient un registre des conflits d'intérêts, qui est pris en compte lors de la composition de l'équipe d'audit pour chaque mission d'audit. Si un conflit d'intérêt est signalé par un auditeur dans le cadre d'une mission d'audit spécifique, le responsable de l'audit interne prend les mesures nécessaires en affectant l'audit en question à un autre auditeur qui ne se trouve pas en situation de conflit d'intérêt.
   Il y a conflit d'intérêt lorsque l'exercice impartial et objectif des activités d'audit est compromis pour des motifs familiaux, affectifs, professionnels, d'intérêt économique ou financier ou pour tout autre motif de communauté d'intérêts ou d'antagonisme avec les responsables des processus évalués.]1

  
Art.16/1. [1 § 1. In de uitoefening van de forensische auditactiviteiten kunnen de forensische auditoren de minister of de leidinggevende schriftelijk vragen om opdracht te geven tot:
   1° het ontzeggen van toegang - gedurende een redelijke termijn - tot bepaalde informatica-apparaten en bestanden die eigendom zijn van een dienst of van een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert inzake integriteitsschendingen;
   2° het ontzeggen van toegang - gedurende een redelijke termijn - tot ruimtes en terreinen die ter beschikking staan van een dienst of een instantie waarbinnen door of krachtens de wet of andere besluiten de Federale Interneauditdienst opdrachten uitvoert inzake integriteitsschendingen;
   § 2. De in § 1 bedoelde verzoeken worden op redelijke, proportionele en doelmatige wijze gesteld.
   § 3. Bij weigering door de leidinggevende om gevolg te geven aan de verzoeken van de forensische auditoren kan de verantwoordelijke interne audit de minister bevoegd voor de betrokken dienst of dienstonderdeel hierover inlichten.
   § 4. Wanneer tijdens de forensische auditactiviteiten er een reëel en ernstig gevaar is dat relevant bewijsmateriaal onherroepelijk vernietigd, weggemaakt of gemanipuleerd wordt, kan de verantwoordelijke interne audit op schriftelijke en gemotiveerde wijze de forensische auditoren machtigen rechtstreeks de maatregelen te nemen die nodig zijn om het bewijsmateriaal in kwestie veilig te stellen.
   In voorkomend geval is elk personeelslid van de betrokken dienst ertoe gehouden onmiddellijk gevolg te geven aan instructies van de forensische auditoren.
   De leidinggevende of de minister ontvangt zo snel mogelijk een afschrift van de gemotiveerde machtiging van de verantwoordelijke interne audit en van de genomen maatregelen ter uitvoering hiervan.]1

  
Art.16/1. [1 § 1er. Dans l'exercice de leurs activités d'audit forensique, les auditeurs forensiques peuvent demander par écrit au ministre ou au dirigeant de donner l'ordre :
   1° de refuser l'accès - pendant une période raisonnable - à certains dispositifs et fichiers informatiques appartenant à un service ou à une instance au sein de laquelle, par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'audit interne exerce des missions en matière d'atteintes à l'intégrité ;
   2° de refuser l'accès - pendant une période raisonnable - aux locaux et terrains mis à la disposition d'un service ou d'une instance dans laquelle par ou en vertu de la loi ou d'autres arrêtés, le Service fédéral d'audit interne exerce des missions relatives aux atteintes à l'intégrité ;
   § 2. Les demandes visées au § 1er sont faites de manière raisonnable, proportionnée et efficace.
   § 3. En cas de refus du dirigeant de donner suite aux demandes des auditeurs forensiques, le responsable de l'audit interne peut en informer le ministre compétent pour le service ou la sous-division concerné.
   § 4. Lorsqu'il existe, en cours d'activités d'audit forensique, un risque réel et sérieux que des éléments de preuve pertinents soient irrévocablement détruits, dissimulés ou altérés, le responsable de l'audit interne peut, par écrit et de manière motivée, autoriser les auditeurs forensiques à prendre les mesures nécessaires pour sauvegarder les éléments de preuve en question.
   Le cas échéant, tout membre du personnel d'un service est tenu de se conformer immédiatement aux instructions des auditeurs forensiques.
   Le dirigeant ou le ministre reçoit dès que possible une copie des autorisations motivées du responsable de l'audit interne et des mesures prises pour leur mise en oeuvre.]1

  
Art. 17. De opdracht van de verantwoordelijke interne audit en van de [1 personeelsleden van de Federale Interneauditdienst]1 en hun rechten en plichten worden verduidelijkt in een charter. Dit wordt met eerbiediging van de beroepsnormen en in overleg met de leidinggevenden opgesteld en door het Auditcomité goedgekeurd.
  Het charter bepaalt bovendien :
  1° de regeling van de samenwerking tussen het management en de Federale Interneauditdienst;
  2° de regeling inzake rapportering;
  3° de regels van de tegensprekelijke procedure en vertrouwelijkheid.
  
Art. 17. La mission du responsable de l'audit interne et des [1 membres du personnel du Service fédéral d'audit interne]1 ainsi que leurs droits et obligations sont précisés dans une charte, établie dans le respect des normes professionnelles, en concertation avec les dirigeants, et approuvée par le Comité d'audit.
  La charte définit en outre :
  1° les modalités de coopération entre le management et le Service d'audit interne fédéral;
  2° les modalités de rapportage;
  3° les règles de la procédure contradictoire et de la confidentialité.
  
Art. 18. [1 De Federale Interneauditdienst gaat na of de aanbevelingen door elke leidinggevende op adequate wijze en op het gepaste niveau in aanmerking worden genomen.
   Hiertoe wordt nagegaan of de leidinggevende adequate maatregelen heeft genomen of zich engageert tot het nemen van maatregelen om binnen een welbepaalde termijn de risico's terug te brengen tot een aanvaardbaar peil.
   Indien het risico verbonden aan een aanbeveling aanvaard werd, bekomt de Federale Interneauditdienst van de leidinggevende een motivatie waarom geen maatregelen of acties noodzakelijk geacht worden.
   In het kader van de opvolging door de Federale Interneauditdienst wordt aan een tussen de dienst en de Federale Interneauditdienst overeen te komen periodiciteit een stand van zaken gegeven van de status van de ondernomen acties die tegemoetkomen aan de geformuleerde aanbevelingen. De Federale Interneauditdienst gaat op basis van de aangeleverde bewijsstukken de juistheid van deze status na.
   De Federale Interneauditdienst maakt aan het Auditcomité een stand van zaken over van de actieplannen die door de diensten in uitvoering werden gebracht als gevolg van de auditopdrachten en vestigt de aandacht op de risico's die door de leidinggevende werden aanvaard alsook de motivatie van de leidinggevende voor deze aanvaarding.]1

  
Art. 18. [1 Le Service fédéral d'audit interne vérifie que les recommandations sont prises en compte de manière adéquate, au niveau qui convient, par chaque dirigeant.
   A cette fin, il vérifie si le dirigeant a pris des mesures adéquates ou s'est engagé à prendre les mesures pour ramener les risques à un niveau acceptable dans un délai défini.
   Si le risque associé à une recommandation a été accepté, le Service fédéral d'audit interne obtient du dirigeant une motivation expliquant pourquoi aucune mesure ou action n'est jugée nécessaire.
   Dans le cadre du suivi par le Service fédéral d'audit interne, à une fréquence à convenir entre le service et le Service fédéral d'audit interne, une mise à jour du statut des actions entreprises pour répondre aux recommandations formulées est donnée. Le Service fédéral d'audit interne vérifie sur base des éléments de preuve délivrés l'exactitude de ce statut.
   Le Service fédéral d'audit interne transmet au Comité d'audit un état des lieux de la mise en place des plans d'actions mis en place par les services consécutivement aux missions d'audit et y met en évidence les risques qui ont été acceptés par le dirigeant ainsi que la motivation de cette acceptation par le dirigeant.]1

  
Art. 19. De verantwoordelijke interne audit maakt het opleidingsplan op voor de Federale Interneauditdienst met inbegrip van zijn eigen opleidingsbehoeften. Dit plan moet de [1 auditoren]1 en de verantwoordelijke interne audit in staat stellen het gewenste competentieniveau te behalen en te behouden. De verantwoordelijke interne audit bezorgt het plan aan het Auditcomité.
  
Art. 19. Le responsable de l'audit interne établit le plan de formation du Service fédéral d'audit interne en incluant ses propres besoins de formation. Ce plan doit garantir que les [1 auditeurs]1 et le responsable de l'audit interne obtiennent ou maintiennent le niveau de compétence souhaité. Le responsable de l'audit interne communique le plan au Comité d'audit.
  
Art. 20. Een [1 auditor]1 die deelgenomen heeft aan auditactiviteiten voor een onderdeel van een dienst kan enkel worden benoemd of aangesteld in een betrekking binnen dit onderdeel van de dienst binnen een periode van één jaar na de uitoefening van de [1 auditactiviteiten]1 mits het akkoord van de verantwoordelijke interne audit.
  Het vorig lid is van toepassing op de verantwoordelijke interne audit, mits het akkoord van het Auditcomité.
  
Art. 20. Un [1 auditeur]1 qui a participé à des [1 activités d'audit]1 pour une subdivision d'un service ne peut être nommé ou désigné dans une fonction au sein de cette subdivision du service endéans une période d'un an après l'exécution des activités d'audit interne que moyennant l'accord du responsable de l'audit interne.
  L'alinéa précédent est applicable au responsable de l'audit interne, moyennant l'accord du Comité d'audit.
  
TITEL 3. - Slotbepalingen
TITRE 3. - Dispositions finales
HOOFDSTUK 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Art. 21. Artikel 1, eerste lid, 6°, van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende het interne controlesysteem binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, wordt opgeheven.
Art. 21. L'article 1er, alinéa 1er, 6°, de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif au système de contrôle interne dans certains services du pouvoir exécutif fédéral, est abrogé.
Art. 22. Artikel 6, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de volgende zinnen :
  " Deze opdracht omvat de methodologische en technische ondersteuning bij de uitvoering en de harmonisatie van de interne controle binnen de federale overheid. Deze dienst mag zelf geen opdrachten van interne audit uitvoeren. ".
Art. 22. L'article 6, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté, est complété par les phrases suivantes :
  " Cette mission inclut l'assistance méthodologique et technique dans la mise en oeuvre et l'harmonisation du contrôle interne dans l'administration fédérale. Ce service ne peut pas réaliser lui-même des missions d'audit interne. ".
Art. 23. In artikel 1 van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 tot oprichting van het Auditcomité van de federale overheid (ACFO), worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het eerste lid, 6°, wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt tussen de bepaling onder 1° en 2°, een 1°/1 ingevoegd, luidende :
  " 1°/1 "Federale Interneauditdienst" : de auditdienst bedoeld in titel 2 van het koninklijk besluit van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst, ";
  3° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden "of elk personeelslid van de Federale Interneauditdienst die interne auditactiviteiten uitoefent,";
  4° in paragraaf 2 wordt de bepaling onder 3° aangevuld met de woorden "of de verantwoordelijke interne audit van de Federale Interneauditdienst,".
Art. 23. A l'article 1er de l'arrêté royal du 17 août 2007 portant création du Comité d'audit de l'Administration fédérale (CAAF), les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 1er, 6°, est abrogé;
  2° au paragraphe 2, il est inséré, entre le 1° et le 2°, une disposition 1°/1, rédigé comme suit :
  " 1°/1 " Service fédéral d'audit interne " : le service d'audit visé au titre 2 de l'arrêté royal du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne, ";
  3° au paragraphe 2, le 2° est complété par les mots "ou tout membre du personnel du Service fédéral d'audit interne exerçant des activités d'audit interne,";
  4° au paragraphe 2, le 3° est complété par les mots "ou le responsable de l'audit interne du Service fédéral d'audit interne,".
Art. 24. Artikel 11, § 1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 24. L'article 11, § 1er, alinéa 1er, du même arrêté est abrogé.
Art. 25. In artikel 12, derde lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  a) de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de woorden "of door het koninklijk besluit van 4 mei 2016 tot oprichting van de Federale Interneauditdienst";
  b) in de bepaling onder 2° vervallen de woorden "krachtens het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht";
  c) in de bepaling onder 4° worden de woorden "het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht" vervangen door de woorden "de interne auditactiviteiten".
Art. 25. A l'article 12, alinéa 3, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 1° est complété par les mots "ou par l'arrêté royal du 4 mai 2016 portant création du Service fédéral d'audit interne";
  b) au 2°, les mots "en application de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains Services du pouvoir exécutif fédéral" sont supprimés;
  c) au 4°, les mots "l'application de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains Services du pouvoir exécutif fédéral" sont remplacés par les mots "la mise en oeuvre des activités d'audit interne".
Art. 26. In artikel 13, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid, laatste zin, worden tussen de woorden "auditdiensten" en "met" de woorden "en de Federale Interneauditdienst" ingevoegd;
  2° in het vijfde lid worden de woorden "bij het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht" vervangen door de woorden "in artikel 1, § 1, eerste lid" en vervallen de woorden "en op de informatie van het netwerk van verantwoordelijken voor de interne auditactiviteiten".
Art. 26. A l'article 13, § 1er, du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 3, dernière phrase, les mots "et du Service fédéral d'audit interne" sont insérés entre les mots "services d'audit interne" et "avec";
  2° à l'alinéa 5, les mots "par l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne au sein de certains Services du pouvoir exécutif fédéral" sont remplacés par les mots "à l'article 1er, § 1er, alinéa 1er" et les mots "et sur les informations émanant du Réseau des Responsables d'activités d'audit interne" sont supprimés.
Art. 27. De artikelen 20 en 21 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 27. Les articles 20 et 21 du même arrêté sont abrogés.
Art. 28. Het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht, wordt opgeheven.
Art. 28. L'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains services du pouvoir exécutif fédéral, est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Inwerkingtreding en overgangsbepaling
CHAPITRE 2. - Entrée en vigueur et disposition transitoire
Art. 29. § 1. Artikel 7, § 3, treedt in werking op de door Ons bepaalde datum en uiterlijk op 1 januari 2018.
  § 2. Voor de Federale Overheidsdienst Financiën treedt dit besluit in werking op de datum bepaald door Ons en uiterlijk op 1 januari 2018.
  Voor de organisaties bedoeld in artikel 1, 2°, 5° en 6°, treedt dit besluit in werking op de data en volgens de nadere regels bepaald door Ons en uiterlijk op 1 januari 2018.
  Tot de in het vorig lid bedoelde data blijven de bepalingen van het koninklijk besluit van 17 augustus 2007 betreffende de interne auditactiviteiten binnen sommige diensten van de federale uitvoerende macht van toepassing op de respectievelijke diensten.
Art. 29. § 1er. L'article 7, § 3, entre en vigueur à la date fixée par Nous et au plus tard le 1er janvier 2018.
  § 2. Pour le Service public fédéral Finances, le présent arrêté entre en vigueur à la date fixée par Nous et au plus tard le 1er janvier 2018.
  Pour les organisations visées à l'article 1er, 2°, 5° et 6°, le présent arrêté entre en vigueur aux dates et selon les modalités fixées par Nous et au plus tard le 1er janvier 2018.
  Jusqu'aux dates visées à l'alinéa précédent, les dispositions de l'arrêté royal du 17 août 2007 relatif aux activités d'audit interne dans certains services du pouvoir exécutif fédéral restent applicables aux services respectifs.
Art. 30. De eerste minister en de ministers bevoegd voor begroting en voor ambtenarenzaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le Premier Ministre et les ministres ayant le budget et la fonction publique dans leurs attributions, sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.