Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-12-2016 en tekstbijwerking tot 23-02-2018)
Titre
23 SEPTEMBRE 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 1995 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales et sectorielles en matiĂšre d'hygiĂšne de l'environnement, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă  la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 06-12-2016 et mise Ă  jour au 23-02-2018)
Documentinformatie
Numac: 2016036585
Datum: 2016-09-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036585
Date: 2016-09-23
Moniteur: Voir
Tekst (59)
Texte (59)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van :
  1° richtlijn 2015/1127 van de Commissie van 10 juli 2015 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen, inclusief rectificatie;
  2° het besluit van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad;
  3° richtlijn (EU) 2015/2087 van de Commissie van 18 november 2015 houdende wijziging van bijlage II van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© prĂ©voit la transposition de :
  1° la directive 2015/1127 de la Commission du 10 juillet 2015 modifiant l'annexe II de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives, y compris sa rectification ;
  2° la décision de la Commission du 18 décembre 2014 modifiant la Décision 2000/532/CE établissant la liste des déchets, conformément à la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil ;
  3° la directive (UE) 2015/2087 de la Commission du 18 novembre 2015 modifiant l'annexe II de la directive 2000/59/CE du Parlement européen et du Conseil sur les installations de réception portuaire pour les déchets d'exploitation des navires et les résidus de cargaison.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales et sectorielles en matiĂšre d'hygiĂšne de l'environnement
Art. 2. In artikel 5.2.2.5.2, § 8, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2004 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de inleidende zin wordt vervangen door wat volgt :
  "Met behoud van de toepassing van artikel 5.2.5.3/1, § 1 en § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen moet niet-herbruikbare afgedankte elektrische of elektronische apparatuur op de volgende wijze verwerkt worden :";
  2° in punt 2°, a), worden de woorden "AEEA moeten" vervangen door de woorden "afgedankte elektrische of elektronische apparatuur moeten";
  3° in punt 2° wordt punt b) vervangen door wat volgt :
  "b) de volgende onderdelen worden als volgt behandeld :
  1) beeldbuizen : de fluorescerende laag wordt afgezonderd;
  2) gasontladingslampen : het kwik wordt afgezonderd.".
Art. 2. A l'article 5.2.2.5.2, § 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1 juin 1995 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales et sectorielles en matiĂšre d'hygiĂšne de l'environnement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2004 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° la phrase introductive est remplacée par ce qui suit :
  "Sans prĂ©judice de l'application de l'article 5.2.5.3/1, § 1 et § 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă  la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets, les dĂ©chets d'Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques non-rĂ©utilisables doivent ĂȘtre traitĂ©s de la façon suivante :" ;
  2° au point 2°, a) le mot " DEEE " est remplacé par les mots "déchets d'équipements électriques et électroniques" ;
  3° au point 2°, le point b) est remplacé par la disposition suivante :
  "b) les Ă©lĂ©ments suivants doivent ĂȘtre traitĂ©s comme suit :
  1) tubes cathodiques : la couche fluorescente doit ĂȘtre enlevĂ©e ;
  2) lampes luminescentes Ă  dĂ©charge : le mercure doit ĂȘtre enlevĂ©.".
Art. 3. In artikel 5.2.2.6.4, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 december 2003 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt :
  "De demontage en het vernietigen, met inbegrip van het indrukken, en elke andere behandeling van voertuigwrakken worden altijd voorafgegaan door een depollutie van het voertuigwrak. In afwijking van de depollutieplicht moeten werkplaatsen voor het nazicht, de herstelling en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) alvorens te demonteren, alleen de onderdelen depollueren die aanleiding kunnen geven tot lekkage van vloeistoffen, of die het vrijkomen van gevaarlijke stoffen of andere milieuschade kunnen veroorzaken.".
Art. 3. A l'article 5.2.2.6.4, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 dĂ©cembre 2003 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007, l'alinĂ©a premier est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "Le démontage et la démolition, y compris le broyage et tout autre traitement d'épaves de véhicules sont toujours précédés d'une dépollution de l'épave du véhicule. Par dérogation à l'obligation de dépollution, les ateliers de contrÎle, de réparation et d'entretien de véhicules à moteur (y compris les travaux de carrosserie) sont uniquement tenus de dépolluer les parties susceptibles de donner lieu à des fuites de liquides ou de libérer des substances dangereuses ou de porter atteinte à l'environnement."
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement
Art. 4. Bijlage VIII bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 4. L'annexe VIII Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2004, est remplacĂ©e par l'annexe 1Ăšre, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă  la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets
Art. 5. In artikel 1.1.1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "10° richtlijn 2013/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 tot wijziging van Richtlijn 2006/66/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en accu's, wat het op de markt brengen van cadmiumhoudende draagbare batterijen en accu's voor gebruik in draadloos elektrisch gereedschap en van knoopcellen met een laag kwikgehalte betreft, en houdende intrekking van Beschikking 2009/603/EG van de Commissie;";
  2° er wordt een punt 11° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "11° richtlijn 2015/1127 van de Commissie van 10 juli 2015 tot wijziging van bijlage II bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen;";
  3° er wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "12° richtlijn (EU) 2015/2087 van de Commissie van 18 november 2015 houdende wijziging van bijlage II van Richtlijn 2000/59/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende havenontvangstvoorzieningen voor scheepsafval en ladingresiduen.";
  4° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Dit besluit voorziet in de omzetting van het besluit van de Commissie van 18 december 2014 tot wijziging van Beschikking 2000/532/EG betreffende de lijst van afvalstoffen overeenkomstig Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad.".
Art. 5. A l'article 1.1.1. de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 fĂ©vrier 2012 fixant le rĂšglement flamand relatif Ă  la gestion durable de cycles de matĂ©riaux et de dĂ©chets, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° il est ajouté un point 10°, rédigé comme suit :
  "10° directive 2013/56/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 20 novembre 2013 modifiant la directive 2006/66/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil relative aux piles et accumulateurs ainsi qu'aux dĂ©chets de piles et d'accumulateurs en ce qui concerne la mise sur le marchĂ© de piles et d'accumulateurs portables contenant du cadmium destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s dans des outils Ă©lectriques sans fil et de piles bouton Ă  faible teneur en mercure, et abrogeant la DĂ©cision 2009/603/CE de la Commission ;" ;
  2° il est ajouté un point 11°, rédigé comme suit :
  "11° directive 2015/1127 de la Commission du 10 juillet 2015 modifiant l'annexe II de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives ;" ;
  3° il est ajouté un point 12°, rédigé comme suit :
  "12° directive (UE) 2015/2087 de la Commission du 18 novembre 2015 modifiant l'annexe II de la Directive 2000/59/CE du Parlement européen et du Conseil sur les installations de réception portuaire pour les déchets d'exploitation des navires et les résidus de cargaison." ;
  4° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  "Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© prĂ©voit la transposition de la dĂ©cision de la Commission du 18 dĂ©cembre 2014 modifiant la DĂ©cision 2000/532/CE Ă©tablissant la liste des dĂ©chets, conformĂ©ment Ă  la directive 2008/98/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil." .
Art. 6. In artikel 1.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012 en 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 2 wordt voor punt 1°, dat punt 1° /1 wordt, een nieuw punt 1° ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "1° afgedankte EEA : EEA die afvalstoffen vormen in de zin van artikel 3, 1°, van het Materialendecreet, daaronder begrepen alle onderdelen, subeenheden en verbruiksmaterialen die deel uitmaken van het product op het moment dat het wordt afgedankt;";
  2° in paragraaf 2 wordt punt 13° opgeheven;
  3° in paragraaf 2 wordt punt 14° vervangen door wat volgt :
  "14° brekerzeefzand : zand dat afkomstig is van het zeven, voorafgaand aan het breken van puin met uitzondering van asfaltpuin en freesasfalt;";
  4° in paragraaf 2 wordt een punt 50° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "50° /1 matrassen : producten die bestemd zijn om op te slapen en te rusten, geschikt voor het gebruik door de mens voor een lange periode, bestaande uit een sterke hoes, gevuld met materialen, en die kunnen worden geplaatst op een bestaande ondersteunende bedstructuur;";
  5° in paragraaf 2 wordt een punt 89° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "89° /1 zeefzand van asfalt : brekerzeefzand en brekerzand van asfalt bekomen voor en na het breken of zeven van het asfaltpuin en freesasfalt;";
  6° in paragraaf 2 worden punt 92° tot en met 94° opgeheven;
  7° in paragraaf 3/1 wordt punt 8° vervangen door wat volgt :
  "8° hergebruikcentrum voor EEA : een rechtspersoon of natuurlijke persoon die gebruikte EEA beroepsmatig opslaat, sorteert en scheidt in potentieel herbruikbare EEA en niet-herbruikbare afgedankte EEA, en die potentieel herbruikbare EEA voorbereidt voor hergebruik;".
Art. 6. A l'article 1.2.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012 et 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, il est inséré un nouveau point 1° devant le point 1°, qui devient le point 1° /1, rédigé comme suit :
  "1° DEEE : EEE constituant des déchets dans le sens de l'article 3, 1° du Décret sur les Matériaux, y compris tous les composants, sous-ensembles et matériaux faisant partie du produit au moment de la mise au rebut ;" ;
  2° au paragraphe 2, le point 13° est abrogé ;
  3° au paragraphe 2, le point 14° est remplacé par ce qui suit :
  "14° sable de concassage tamisé : sable provenant du tamisage, préalable au concassage de débris, à l'exception de débris d'enrobés hydrocarbonés et de l'asphalte de fraisage ;" ;
  4° au paragraphe 2, il est inséré un point 50° /1, rédigé comme suit :
  "50° /1 matelas : produits destinĂ©s au couchage et au repos, pouvant ĂȘtre utilisĂ©s par l'homme pendant une longue pĂ©riode, constituĂ©s d'une housse solide, rembourrĂ©e de matĂ©riaux, et susceptibles d'ĂȘtre mis sur une structure de lit de support ;" ;
  5° au paragraphe 2, il est inséré un point 89° /1, rédigé comme suit :
  "89° /1 sable tamisé d'asphalte : sable de concassage tamisé et sable de concassage d'asphalte obtenus avant et aprÚs le concassage ou le tamisage de débris d'enrobés hydrocarbonés et d'asphalte de fraisage ;" ;
  6° au paragraphe 2, les points 92° à 94° sont abrogés ;
  7° au paragraphe 3/1, le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  "8° centre de réutilisation pour EEE : une personne morale ou physique qui entrepose et trie des DEEE à titre professionnel et les sépare en EEE potentiellement réutilisables et en DEEE non réutilisables et qui prépare les EEE potentiellement réutilisables en vue de leur réutilisation ;".
Art. 7. In artikel 2.3.2.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan paragraaf 1 wordt een punt 6° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "6° de maximale gehalten aan fysische verontreinigingen zijn voor vlottende verontreinigingen 5,0 cmĂŒ/kg droge stof, voor niet-vlottende verontreinigingen 1,0% (massa/massa) en voor glas 2,0% (massa/massa).";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. In afwijking van paragraaf 1 hoeven de materialen, vermeld in bijlage 2.2, afdeling 2, meer bepaald asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten en zeefzand van asfalt, niet te voldoen aan de totaalconcentratie voor de parameter minerale olie.
  Onder pak-houdend zeefzand van asfalt wordt verstaan dat de norm voor een van de polycyclische aromatische koolwaterstoffen, vermeld in bijlage 2.3.2.A, wordt overschreden.
  De vaststelling of asfaltgranulaat pak-houdend is, gebeurt aan de hand van de pak-spray-test. Als bij gebruik van de pak-spraytest een gele verkleuring wordt verkregen, wordt het asfaltgranulaat geacht pak-houdend te zijn, tenzij uit een tegenproef bestaande uit een chemische analyse op pak via GC-MS blijkt dat de normen niet overschreden worden. Het eenheidsreglement voor gerecycleerde granulaten vermeldt de proefmethode en de conformiteitscontrole van de pak-spray-test.
  In afwijking van paragraaf 1, punt 1°, hoeft het voormelde pak-houdende asfaltgranulaat en pak-houdend zeefzand van asfalt niet te voldoen aan de totaalconcentratie voor de parameters pak bij gebruik overeenkomstig artikel 5.3.3.4.";
  3° een paragraaf 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. In afwijking van paragraaf 1, punt 6°, mag in sorteer- en brekerzeefzand het maximale gehalte aan vlottende verontreinigingen 7,5 cmĂŒ/kg bedragen.".
Art. 7. A l'article 2.3.2.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, il est ajouté un point 6°, rédigé comme suit :
  "6° les taux maximaux de pollutions physiques s'Ă©lĂšvent Ă  5,0 cmĂŒ/kg de matiĂšre sĂšche pour les pollutions flottantes et Ă  1,0% (masse/masse) pour les pollutions non-flottantes et Ă  2,0% pour le verre (masse/masse)." ;
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Par dérogation au paragraphe 1er, les matériaux mentionnés dans l'annexe 2.2, section 2, notamment le granulat d'asphalte, les granulats bitumineux recyclés, ainsi que le sable tamisé, provenant de l'asphalte ne doivent pas satisfaire à la concentration totale pour le paramÚtre des huiles minérales.
  Par sable tamisé d'asphalte contenant des HAP, il faut entendre que la norme pour l'un des hydrocarbures aromatiques polycycliques, mentionnée en annexe 2.3.2.A, est dépassée.
  Le test HAP-spray détermine si le granulat d'asphalte contient des HAP. Si une coloration jaune est obtenue aprÚs le test HAP-spray, le granulat d'asphalte est présumé contenir des HAP, à moins qu'une contre-expertise consistant dans une analyse de HAP via GC-MS ne révÚle que les normes ne sont pas dépassées. Le rÚglement unique sur les granulats recyclés fait état de la méthode d'essais et du contrÎle de conformité du test HAP-spray.
  Par dérogation au paragraphe 1er, point 1°, le granulat d'asphalte contenant des HAP et le sable tamisé d'asphalte contenant des HAP prévisés ne doivent pas répondre à la concentration totale pour les paramÚtres HAP en cas d'utilisation conformément à l'article 5.3.3.4. " ;
  3° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, point 6°, le taux maximal de pollutions flottantes peut s'Ă©lever Ă  7,5 cmĂŒ/kg dans le sable de triage et le sable de concassage tamisĂ©. ".
Art. 8. In artikel 3.1.1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 8° wordt vervangen door wat volgt :
  "8° afgedankte matrassen;";
  2° punt 10° en punt 12° worden opgeheven.
Art. 8. A l'article 3.1.1, alinĂ©a premier du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  "1° le point 8° est remplacé par ce qui suit :
  "8° matelas usagés ;" ;
  2° les points 10° et 12° sont abrogés.
Art. 9. In artikel 3.4.2.2 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De verwerking van de met toepassing van de aanvaardingsplicht ingezamelde afgedankte voertuigen moet ertoe leiden dat de volgende doelstellingen worden bereikt :
  1° minimaal 95% van het gewicht van alle afgedankte voertuigen moet worden hergebruikt of nuttig toegepast;
  2° minimaal 85% van het gewicht van alle afgedankte voertuigen moet worden hergebruikt of gerecycleerd.".
Art. 9. A l'article 3.4.2.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. Le traitement des véhicules mis au rebut, collectés en application de l'obligation d'acceptation, doit conduire à la réalisation des objectifs suivants :
  1° réutiliser ou valoriser au moins 95 % du poids de la totalité des véhicules mis au rebut ;
  2° réutiliser ou recycler au moins 85% du poids de la totalité des véhicules mis au rebut.".
Art. 10. In artikel 3.4.4.6 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in het derde lid worden de woorden "beschikbaar AEEA" vervangen door de woorden "beschikbare afgedankte EEA";
  2° in het vierde lid worden de woorden "beschikbaar AEEA" vervangen door de woorden "beschikbare afgedankte EEA".
Art. 10. A l'article 3.4.4.6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa trois, les mots "disponible de DEEE" sont remplacés par les mots "disponible de déchets d'EEE" ;
  2° à l'alinéa quatre, les mots "disponible de DEEE" sont remplacés par les mots "disponible de déchets d'EEE".
Art. 11. In artikel 3.4.4.10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 1° wordt de zinsnede "in artikel 3.2.3.6" vervangen door de zinsnede "in artikel 3.4.4.15";
  2° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° het ondernemingsnummer van de producent van EEA;".
Art. 11. A l'article 3.4.4.10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, le membre de phrase "à l'article 3.2.3.6" est remplacé par le membre de phrase "à l'article 3.4.4.15" ;
  2° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  2° le numéro d'entreprise du producteur d'EEE ; ".
Art. 12. In artikel 3.4.4.12 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt punt d) vervangen door wat volgt :
  "d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 4° opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° het ondernemingsnummer van de producent van EEA;";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt punt d) vervangen door wat volgt :
  "d) werden aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;";
  5° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  "5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
  a) werden voorbereid voor hergebruik;
  b) werden gerecycleerd;
  c) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  d) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  e) werden verwijderd door storten.";
  6° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. Met behoud van de toepassing van artikel 3.2.1.4 vermelden de distributeur van EEA en de producent van EEA ook de gegevens, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 3°, en paragraaf 2, eerste lid, 4°, van dit artikel, in het afvalstoffenregister.".
Art. 12. A l'article 3.4.4.12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au § 1er, alinéa premier, 3°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  "d) ont été offerts à un centre de réutilisation d'EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;" ;
  2° au paragraphe 1er, premier alinéa, le point 4° est abrogé ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° le numéro d'entreprise du producteur d'EEE ;" ;
  4° au paragraphe 2, alinéa premier, 4°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  "d) ont été offerts à un centre de réutilisation d'EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;" ;
  5° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  6° les quantités de déchets provenant de la transformation de déchets d'EEE, exprimées en kilogrammes et ventilées par matériaux, tels que visés à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, telle que visée à l'article 3.4.4.2, qui :
  a) ont été préparées en vue de leur réutilisation ;
  b) ont été recyclées ;
  c) ont été valorisées autrement ;
  d) ont été éliminées dans les installations d'incinération des déchets ;
  e) ont été éliminées par décharge." ;
  6° il est ajouté un paragraphe 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Sans préjudice de l'application de l'article 3.2.1.4, le distributeur d'EEE et le producteur d'EEE font également mention dans le registre des déchets des données, visées au paragraphe 1er, alinéa premier, 3° et au paragraphe 2, alinéa premier, 4° du présent article." .
Art. 13. In artikel 3.4.5.2, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 2° wordt punt d) vervangen door wat volgt :
  "d) tijdens recycling wordt het kwik afgezonderd in een identificeerbare stroom, die een veilige bestemming krijgt en geen nadelige gevolgen voor mens of milieu kan veroorzaken;";
  2° in punt 3° wordt punt d) vervangen door wat volgt :
  "d) tijdens recycling wordt het kwik afgezonderd in een identificeerbare stroom, die een veilige bestemming krijgt en geen nadelige gevolgen voor mens of milieu kan veroorzaken;".
Art. 13. A l'article 3.4.5.2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 2°, le point d) est remplacé par la disposition suivante :
  "d) durant le recyclage, le mercure est isolé dans un flux identifiable, qui est doté d'une destination sûre et qui ne peut pas engendrer des conséquences négatives pour l'homme ou l'environnement ;" ;
  2° au point 3°, le point d) est remplacé par la disposition suivante :
  "d) durant le recyclage, le mercure est isolé dans un flux identifiable, qui est doté d'une destination sûre et qui ne peut pas engendrer des conséquences négatives pour l'homme ou l'environnement ;"
Art. 14. In hoofdstuk 3, afdeling 3.4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt onderafdeling 3.4.8, die bestaat uit artikel 3.4.8.1 tot en met 3.4.8.3, vervangen door wat volgt :
  "Onderafdeling 3.4.8. Afgedankte matrassen
  Art. 3.4.8.1. Voor afgedankte matrassen wordt de uitgebreide producenten-verantwoordelijkheid ingevuld door middel van de aanvaardingsplicht, vermeld in afdeling 3.2. De aanvaardingsplicht is van toepassing vanaf 1 januari 2018.
  Art. 3.4.8.2. De aanvaardingsplicht voor afgedankte matrassen moet ertoe leiden dat alle afgedankte matrassen die worden aangeboden, worden ingezameld.
  De ingezamelde afgedankte matrassen moeten nuttig worden toegepast.
  Art. 3.4.8.3. De eindverkoper en de tussenhandelaar van matrassen of de organisatie die daarvoor is aangewezen, bezorgen de OVAM vóór 1 juli van elk jaar een overzicht van de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het kader van de aanvaardingsplicht in ontvangst zijn genomen gedurende het voorgaande kalenderjaar.
  De producent van matrassen of de organisatie die hij daarvoor heeft aangewezen, stelt jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de totale hoeveelheid matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest op de markt zijn gebracht;
  2° de totale hoeveelheid afgedankte matrassen, uitgedrukt in aantal en in kilogram, die in het Vlaamse Gewest zijn ingezameld in het kader van de aanvaardingsplicht;
  3° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde afgedankte matrassen zijn verwerkt;
  4° de totale hoeveelheid van de materialen die voortkomen uit de verwerking van de afgedankte matrassen, uitgedrukt in kilogram, die :
  a) zijn hergebruikt;
  b) zijn gerecycleerd;
  c) nuttig zijn toegepast;
  d) zijn verwijderd.".
Art. 14. Au chapitre 3, section 3.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, du 29 novembre 2013 et du 23 mai 2014, la sous-section 3.4.8, constituĂ©e des articles 3.4.8.1 Ă  3.4.8.3, est remplacĂ©e par ce qui suit :
  " Sous-section 3.4.8. Matelas usagés
  Art. 3.4.8.1. En ce qui concerne les matelas usagés, la responsabilité élargie des producteurs est accomplie par le biais de l'obligation d'acceptation, visée à la section 3.2. L'obligation d'acceptation est d'application à partir du 1er janvier 2018.
  Art. 3.4.8.2. L'obligation d'acceptation portant sur des matelas usagĂ©s doit aboutir Ă  ce que tous les matelas usagĂ©s offerts, doivent ĂȘtre collectĂ©s.
  Les matelas usagĂ©s collectĂ©s doivent ĂȘtre valorisĂ©s.
  Art. 3.4.8.3. Le vendeur final et l'intermédiaire de matelas ou l'organisation qui a été désignée à cette fin, remettent à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, un aperçu de la quantité totale de matelas, exprimée en nombres et en kilogrammes, qui ont été repris au cours de l'année écoulée dans le cadre de l'obligation d'acceptation.
  Le producteur de matelas ou l'organisation qu'il a désignée à cet effet, remet à l'OVAM, avant le 1 juillet de chaque année, les informations suivantes relatives à l'année calendaire écoulée :
  1° la quantité totale de matelas, exprimée en nombre et en kilogrammes, qui a été mise sur le marché en Région flamande ;
  2° la quantité totale de matelas usagés, exprimée en nombre et en kilogrammes, qui ont été collectés en Région flamande dans le cadre de l'obligation d'acceptation ;
  3° les exploitations oĂč et le mode dont les matelas usagĂ©s collectĂ©s ont Ă©tĂ© traitĂ©s ;
  4° la quantité totale des matériaux provenant du traitement des matelas usagés, exprimée en kilogrammes, qui :
  a) ont été réutilisés ;
  b) ont été recyclés ;
  c) ont été valorisés ;
  d) ont été éliminés.".
Art. 15. In hoofdstuk 3, afdeling 3.4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt onderafdeling 3.4.10, die bestaat uit artikel 3.4.10.1 tot en met 3.4.10.3, opgeheven.
Art. 15. Au chapitre 3, section 3.4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013 et 23 mai 2014, la sous-section 3.4.10, comprenant l'article 3.4.10.1 Ă  3.4.10.3 inclus, est abrogĂ©e.
Art. 16. In hoofdstuk 3, afdeling 3.4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt onderafdeling 3.4.12, die bestaat uit artikel 3.4.12.1, opgeheven.
Art. 16. Au chapitre 3, section 3.4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013 et 23 mai 2014, la sous-section 3.4.12, constituĂ©e de l'article 3.4.12.1, est abrogĂ©e.
Art. 17. Aan artikel 4.1.2 van hetzelfde besluit wordt een punt 30° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "30° afgedankte matrassen.".
Art. 17. A l'article 4.1.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un point 30°, rĂ©digĂ© comme suit :
  "30° matelas usagés.".
Art. 18. Artikel 4.1.3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 4.1.3. Onder gevaarlijke afvalstoffen worden de afvalstoffen verstaan die in de lijst, vermeld in bijlage 2.1, met een asterisk zijn aangeduid.
  De afvalstoffen, vermeld in het eerste lid, worden geacht minstens een van de gevaarlijke eigenschappen te bezitten als vermeld in verordening (EU) 1357/2014 van de Commissie van 18 december 2014 ter vervanging van bijlage III bij Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen.".
Art. 18. L'article 4.1.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 4.1.3. Par déchets dangereux, il faut entendre les déchets qui sont indiqués avec un astérisque dans la liste de l'annexe 2.1.
  Les déchets, visés à l'alinéa premier, sont présumes contenir au moins une des caractéristiques dangereuses, telles que visées au RÚglement (UE) n ° 1357/2014 de la Commission du 18 décembre 2014 remplaçant l'annexe III de la directive 2008/98/CE du Parlement européen et du Conseil relative aux déchets et abrogeant certaines directives." .
Art. 19. In artikel 4.1.4, § 2, 6°, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "H3 tot en met H8, H10 en H11" vervangen door de zinsnede "HP3 tot en met HP8, HP10 en HP11".
Art. 19. A l'article 4.1.4, § 2, 6° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase "H3 Ă  H8 inclus, H10 et H11" est remplacĂ© par le membre de phrase "HP3 Ă  HP8 inclus, HP10 et HP11".
Art. 20. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 1 maart 2013, 21 juni 2013, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt een artikel 4.1.6 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van artikel 4.1.3 worden, voor zover dit selectief ingezameld huishoudelijk verpakkingsafval niet onder artikel 5.2.2.1, 10°, valt, niet als een gevaarlijke afvalstof beschouwd :
  1° het selectief ingezameld afval van geledigde, leeggegoten of leeggeschraapte verpakkingen van huishoudelijke oorsprong die reinigings- of onderhoudsmiddelen hebben bevat die uitsluitend in waterige fase kunnen worden gebruikt, en die een of meer gevaarlijke stoffen hebben bevat die worden aangeduid door de pictogrammen GHS07 (uitroepingsteken), GHS05 (corrosief), subcategorie H318, overeenkomstig verordening (EG) 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) 1907/2006 of door de pictogrammen Xi-irriterend en C-corrosief overeenkomstig de richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en de richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten;
  2° het selectief ingezameld afval van geledigde, leeggegoten of leeggeschraapte verpakkingen van huishoudelijke oorsprong die voeding of cosmetica hebben bevat, en die een of meer gevaarlijk stoffen hebben bevat die worden aangeduid door het pictogram GHS02 (ontvlambaar) overeenkomstig verordening (EG) 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van verordening (EG) 1907/2006 of door het pictogram F-ontvlambaar overeenkomstig de richtlijn 67/548/EEG van de Raad van 27 juni 1967 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen en de richtlijn 1999/45/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 1999 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke preparaten.".
Art. 20. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 4 mai 2012, du 16 novembre 2012, du 1er mars 2013, du 21 juin 2013, du 29 novembre 2013 et du 23 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un article 4.1.6, rĂ©digĂ© comme suit :
  "Par dérogation à l'article 4.1.3, les déchets suivants ne sont pas considérés comme des déchets dangereux, pour autant que ces déchets d'emballages ménagers sélectivement collectés ne sont pas saisis par l'article 5.2.2.1, 10° :
  1° les dĂ©chets sĂ©lectivement collectĂ©s d'emballages vidĂ©s ou raclĂ©s d'origine mĂ©nagĂšre qui ont contenu des produits de nettoyage ou d'entretien qui peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©s en phase aqueuse et qui ont contenu une ou plusieurs substances dangereuses dĂ©signĂ©es par les pictogrammes GHS07 (point d'exclamation), GHS05 (corrosif); sous-catĂ©gorie H318, conformĂ©ment au rĂšglement (CE) n° 1272/2008 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 16 dĂ©cembre 2008 relatif Ă  la classification, Ă  l'Ă©tiquetage et Ă  l'emballage des substances et des mĂ©langes, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le rĂšglement (CE) n° 1907/2006 ou par les pictogrammes Xi-irritant et C-corrosif, conformĂ©ment Ă  la directive n° 67/548/CEE du Conseil du 27 juin 1967 concernant le rapprochement des dispositions lĂ©gislatives, rĂ©glementaires et administratives relatives Ă  la classification, l'emballage et l'Ă©tiquetage des substances dangereuses et Ă  la directive 1999/45/CE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 31 mai 1999 concernant le rapprochement des dispositions lĂ©gislatives, rĂ©glementaires et administratives des Etats membres relatives Ă  la classification, Ă  l'emballage et Ă  l'Ă©tiquetage des prĂ©parations dangereuses ;
  2° les déchets sélectivement collectés d'emballages vidés ou raclés d'origine ménagÚre qui ont contenu des produits alimentaires ou des cosmétiques et qui ont contenu une ou plusieurs substances dangereuses désignées par les pictogrammes GHS02 (inflammable), conformément au rÚglement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges, modifiant et abrogeant les directives 67/548/CEE et 1999/45/CE et modifiant le rÚglement (CE) n° 1907/2006 ou par les pictogrammes F-inflammable, conformément à la directive n° 67/548/CEE du Conseil du 27 juin 1967 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives relatives à la classification, l'emballage et l'étiquetage des substances dangereuses et à la directive 1999/45/CE du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 1999 concernant le rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres relatives à la classification, à l'emballage et à l'étiquetage des préparations dangereuses.
Art. 21. In artikel 4.2.2, (*), van hetzelfde besluit worden de zinnen :
  "De formule wordt toegepast overeenkomstig het Europese referentiedocument over de beste beschikbare technieken voor afvalverbranding. De berekeningswijze en de toepassing van de formule worden goedgekeurd en geverifieerd door de OVAM."
  vervangen door de volgende zinnen :
  "De waarde van de energie-efficiëntieformule wordt op de onderstaande wijze met een klimaatcorrectiefactor (CCF) vermenigvuldigd :
  1. CCF voor installaties die vóór 1 september 2015 in bedrijf zijn en over een vergunning beschikken overeenkomstig het toepasselijke Unierecht :
  CCF = 1 als HDD >= 3 350
  CCF = 1,25 als HDD <= 2 150
  CCF = - (0,25/1 200) x HDD + 1,698 als 2 150 < HDD < 3 350
  2. CCF voor installaties waarvoor na 31 augustus 2015 een vergunning wordt afgegeven en voor installaties bedoeld in punt 1 na 31 december 2029 :
  CCF = 1 als HDD >= 3 350
  CCF = 1,12 als HDD <= 2 150
  CCF = - (0,12/1 200) x HDD + 1,335 als 2 150 < HDD < 3 350
  (De daaruit resulterende CCF-waarde zal worden afgerond tot op drie decimalen). Als HDD-waarde (Heating Degree Days - graaddagen voor verwarming) moet het gemiddelde van de jaarlijkse HDD-waarden voor de locatie van de verbrandingsinstallatie gelden, berekend over een periode van 20 opeenvolgende jaren vóór het jaar waarvoor de CCF wordt berekend.
  De HDD-waarde moet aan de hand van de volgende door Eurostat vastgestelde methode worden berekend : HDD is gelijk aan (18 ° C - Tm) x d als Tm minder bedraagt dan of gelijk is aan 15 ° C (verwarmingsdrempel), en is gelijk aan nul als Tm meer bedraagt dan 15 ° C, waarbij Tm de gemiddelde (Tmin + Tmax)/2 buitentemperatuur over een periode van d dagen is. De berekeningen moeten dagelijks worden uitgevoerd (d = 1) en voor een heel jaar worden opgeteld.
  De formule wordt toegepast overeenkomstig het Europese referentiedocument over de beste beschikbare technieken voor afvalverbranding. De berekeningswijze en de toepassing van de formule worden goedgekeurd en geverifieerd door de OVAM.".
Art. 21. A l'article 4.2.2, (*), du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les phrases :
  "La formule est appliquée conformément au document de référence européen sur les meilleures techniques disponibles en matiÚre d'incinération de déchets. Le mode de calcul et l'application de la formule sont approuvés et vérifiés par l'OVAM."
  sont remplacées par les phrases suivantes :
  "La valeur donnée par la formule relative à l'efficacité énergétique sera multipliée par un facteur de correction climatique (FCC), comme suit :
  1. FCC pour les installations en exploitation et autorisées, conformément à la législation de l'Union en vigueur, avant le 1er septembre 2015 :
  FCC = 1 si DJC ≄ 3 350
  FCC = 1,25 si DJC ≀ 2 150
  FCC = - (0,25/1 200) x DJC + 1,698 si 2 150 < DJC < 3 350
  2. FCC pour les installations autorisées aprÚs le 31 août 2015 et pour les installations visées au point 1 aprÚs le 31 décembre 2029 :
  FCC = 1 si DJC ≄ 3 350
  FCC = 1,12 si DJC ≀ 2 150
  FCC = - (0,12/1 200) x DJC + 1,335 si 2 150 < DJC < 3 350
  (La valeur rĂ©sultante du FCC sera arrondie Ă  la troisiĂšme dĂ©cimale). La valeur de DJC (degrĂ©s-jours de chauffage) Ă  prendre en considĂ©ration est la moyenne des valeurs annuelles de DJC pour le lieu oĂč est implantĂ©e l'installation d'incinĂ©ration, calculĂ©e sur une pĂ©riode de 20 annĂ©es consĂ©cutives avant l'annĂ©e pour laquelle le FCC est calculĂ©.
  Pour le calcul de la valeur de DJC, il y a lieu d'appliquer la méthode suivante, établie par Eurostat : DJC est égal à (18 ° C - Tm) x j si Tm est inférieur ou égal à 15 ° C (seuil de chauffage) et est égal à zéro si Tm est supérieur à 15 ° C, Tm étant la température extérieure moyenne (Tmin + Tmax/2) sur une période de j jours. Les calculs sont effectués sur une base journaliÚre (j = 1) et additionnés pour obtenir une année.
  La formule est appliquée conformément au document de référence européen sur les meilleures techniques disponibles en matiÚre d'incinération de déchets. Le mode de calcul et l'application de la formule sont approuvés et vérifiés par l'OVAM. "
Art. 22. Aan artikel 4.3.1, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 12° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "12° afgedankte matrassen.".
Art. 22. L'article 4.3.1, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ© par un point 12°, rĂ©digĂ© comme suit :
  "12° matelas usagés.".
Art. 23. Aan artikel 4.3.2, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 en 16 november 2012, wordt een punt 19° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "19° afgedankte matrassen.".
Art. 23. A l'article 4.3.2, alinĂ©a premier, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 mai 2012 et 16 novembre 2012, il est ajoutĂ© un point 19°, rĂ©digĂ© comme suit :
  "19° matelas usagés.".
Art. 24. In artikel 4.3.4, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "mag de afvalstoffenproducent verschillende" vervangen door de zinsnede "mag de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar verschillende".
Art. 24. A l'article 4.3.4, alinĂ©a deux, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots " le producteur de dĂ©chets peut joindre les diffĂ©rentes " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " le collecteur, le commerçant ou le service d'Ă©limination de dĂ©chets peuvent joindre les diffĂ©rentes ".
Art. 25. Artikel 5.2.4.1 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 5.2.4.1. § 1. Elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die afgedankte voertuigen depollueert, demonteert, vernietigt (met inbegrip van indrukken) of een andere behandeling op afgedankte voertuigen uitvoert, moet erkend zijn als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen of moet een beroep doen op een centrum dat erkend is voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen dat behoort tot dezelfde milieutechnische eenheid.
  Het erkende centrum moet de aangenomen afgedankte voertuigen depollueren en ontdoen van de verplicht te ontmantelen onderdelen overeenkomstig artikel 5.2.2.6.4, § 2, van titel II van het VLAREM. Na depollutie en demontage zorgt het erkende centrum voor de vernietiging van de afgedankte voertuigen.
  § 2. Werkplaatsen voor het nazicht, de herstelling en het onderhouden van motorvoertuigen (met inbegrip van carrosseriewerkzaamheden) hoeven niet erkend te zijn als centrum voor het depollueren, ontmantelen en vernietigen van afgedankte voertuigen op voorwaarde dat ze de gedemonteerde onderdelen alleen inzetten bij de herstellingen die uitgevoerd worden in de eigen werkplaats, dat ze het gebruik van de gedemonteerde onderdelen vermelden op de facturen van de herstelling en dat ze jaarlijks niet meer dan vijftien afgedankte voertuigen daarvoor demonteren. Ze houden daarvoor een register bij dat de volgende gegevens bevat :
  1° de datum waarop het voertuig materieel de inrichting binnenkomt;
  2° het chassisnummer van het voertuig;
  3° de reden van aanwezigheid : voor demontage van onderdelen of aanvaard in het kader van de aanvaardingsplicht zonder demontage van onderdelen;
  4° de datum van verzending van het voertuig.
  Het register moet ingevuld worden op het moment dat het voertuig de inrichting binnenkomt. Het register dat in gebruik is, moet zich in de beroepslokalen bevinden in elke vestiging van het bedrijf.".
Art. 25. L'article 5.2.4.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 5.2.4.1. § 1er. Toute personne physique ou morale qui dĂ©pollue, dĂ©monte, dĂ©molit (y compris le broyage) des vĂ©hicules mis au rebut ou effectue d'autres traitements sur des vĂ©hicules mis au rebut, doit disposer d'un agrĂ©ment en tant que centre pour la dĂ©pollution, le dĂ©mantĂšlement et la destruction de vĂ©hicules mis au rebut ou doit faire appel Ă  un centre agréé pour la dĂ©pollution, le dĂ©mantĂšlement et la destruction de vĂ©hicules mis au rebut appartenant Ă  la mĂȘme unitĂ© Ă©cotechnique.
  Le centre agréé doit dĂ©polluer les vĂ©hicules mis au rebut qu'il a acceptĂ©s et les dĂ©barrasser des piĂšces qui doivent obligatoirement ĂȘtre dĂ©mantelĂ©es conformĂ©ment Ă  l'article 5.2.2.6.4, § 2, du titre II du VLAREM. AprĂšs dĂ©pollution et dĂ©montage, le centre agréé se charge de la destruction des vĂ©hicules mis au rebut.
  § 2. Les ateliers de contrĂŽle, de rĂ©paration et d'entretien de vĂ©hicules Ă  moteur (y compris les travaux de carrosserie) ne doivent pas ĂȘtre agréés comme centre pour la dĂ©pollution, le dĂ©mantĂšlement et la destruction de vĂ©hicules mis au rebut Ă  condition qu'ils n'utilisent les piĂšces dĂ©montĂ©es que lors des rĂ©parations effectuĂ©es dans leur propre atelier, qu'ils mentionnent l'utilisation des piĂšces dĂ©montĂ©es sur les factures de la rĂ©paration et qu'ils ne dĂ©montent pas plus de quinze vĂ©hicules mis au rebut par an Ă  cette fin. Ils tiennent un registre y affĂ©rent contenant les donnĂ©es suivantes :
  1° la date à laquelle le véhicule est effectivement entré à l'exploitation ;
  2° le numéro de chùssis du véhicule ;
  3° la raison de la présence du véhicule : pour le démontage de piÚces ou accepté dans le cadre de l'obligation d'acceptation sans démontage de piÚces ;
  4° la date de l'envoi du véhicule.
  Le registre doit ĂȘtre rempli au moment que le vĂ©hicule entre l'exploitation. Le registre utilisĂ© doit ĂȘtre prĂ©sent dans les locaux professionnels sur chaque site de l'entreprise.".
Art. 26. In artikel 5.2.4.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt :
  "1° als het niet is voorzien van de volgende boorddocumenten of als de eigenaar van het voertuig die niet binnen een maand kan voorleggen :
  a) een geldige inschrijving;
  b) een geldige keuring, tenzij het voertuig er niet over moet beschikken conform het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "het laatste reglementaire keuringsbewijs" vervangen door de woorden "de laatste reglementaire keuring" en worden de woorden "een jaar" vervangen door de woorden "twee jaar";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, worden de woorden "één jaar" vervangen door de woorden "twee jaar";
  4° in paragraaf 2, derde lid, wordt de zinsnede ", het gelijkvormigheidsattest" opgeheven;
  5° in paragraaf 3, 2°, worden de woorden "het keuringsbewijs" vervangen door de woorden "de geldige keuring";
  6° aan paragraaf 3, 2°, wordt de zinsnede ", tenzij men alsnog over een geldige keuring beschikt" toegevoegd;
  7° aan paragraaf 3, 3° wordt de zinsnede ", tenzij men alsnog over een geldige keuring beschikt" toegevoegd;
  8° in paragraaf 3 wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  "4° een maand nadat het voertuig een technisch totaal verlies werd tenzij binnen een maand de rehabilitatieprocedure is opgestart.".
Art. 26. A l'article 5.2.4.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  "1° qui n'est pas muni des documents de bord suivants ou dont le propriétaire n'est pas en mesure de les présenter dans le mois :
  a) une immatriculation valable ;
  b) un certificat de visite de l'inspection automobile en ordre de validitĂ©, Ă  moins que le vĂ©hicule n'en soit dispensĂ©, conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 15 mars 1968 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral sur les conditions techniques auxquelles doivent rĂ©pondre les vĂ©hicules automobiles et leurs remorques, leurs Ă©lĂ©ments ainsi que les accessoires de sĂ©curitĂ© ;" ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa premier, 2°, les mots "du dernier certificat de visite réglementaire" sont remplacés par les mots "de la derniÚre inspection automobile réglementaire" et les mots "d'un an" sont remplacés par "de deux ans" ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa premier, 3°, les mots "d'un an" sont remplacés par les mots "de deux ans" ;
  4° au paragraphe 2, alinéa trois, le membre de phrase ", le certificat de conformité" est abrogé ;
  5° au paragraphe 3, 2°, les mots "du certificat de visite délivré" sont remplacés par les mots "de l'inspection automobile" ;
  6° au paragraphe 3, 2°, le membre de phrase "à moins que l'on ne finisse par disposer d'une inspection automobile valable" est ajouté ;
  7° au paragraphe 3, 3°, le membre de phrase "à moins que l'on ne finisse par disposer d'une inspection automobile valable" est ajouté ;
  8° au paragraphe 3, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  "4° un mois aprÚs que le véhicule s'est avéré une perte technique totale, à moins que la procédure de réhabilitation n'ait été démarrée endéans ce mois." .
Art. 27. In artikel 5.2.4.3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in paragraaf 5 wordt tussen de woorden "van het afgedankte voertuig" en de woorden "gratis een certificaat" de zinsnede ", voor het afgedankte voertuig het terrein verlaat," ingevoegd;
  2° in paragraaf 5 wordt de zinsnede "het inschrijvingsbewijs, het keuringsbewijs en het gelijkvormigheidsattest" vervangen door de woorden "de geldige inschrijving en de geldige keuring";
  3° in paragraaf 6 worden tussen de woorden "van afgedankte voertuigen verleent" en de woorden "alle informatie" de woorden "minstens per kwartaal" ingevoegd.
Art. 27. Dans l'article 5.2.4.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 5, le membre de phrase "avant que le véhicule mis au rebut ne quitte les lieux," est inséré entre les mots "du véhicule mis au rebut" et les mots "un certificat de destruction" ;
  2° au paragraphe 5, le membre de phrase "le certificat d'immatriculation, le certificat de visite et le certificat de conformité" est remplacé par les mots "l'immatriculation valide et l'inspection technique valide" ;
  3° au paragraphe 6, les mots "au moins trimestriellement" sont insérés entre les mots "fournit" et les mots "toutes les informations".
Art. 28. In artikel 5.2.4.5, § 1, van hetzelfde besluit wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  "5° een technisch rapport, gebaseerd op een initiële keuring door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, dat de conformiteit van het centrum voor depollutie, ontmanteling en vernietiging van afgedankte voertuigen met de wettelijke bepalingen attesteert. De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring binnen twee maanden aan de OVAM.".
Art. 28. Dans l'article 5.2.4.5, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le point 5° est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "5° un rapport technique basé sur une inspection initiale effectuée par un établissement de contrÎle indépendant, accrédité sur base d'ISO 17020, qui atteste que le centre pour la dépollution, le démantÚlement et la destruction de véhicules mis au rebut respecte les dispositions légales. L'organisme de contrÎle remet le rapport de l'inspection technique initiale à l'OVAM dans les deux mois.".
Art. 29. In artikel 5.2.4.7, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt :
  "2° jaarlijks een opvolgingskeuring van de bedrijfsactiviteiten door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, te laten uitvoeren. De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de opvolgingskeuring binnen twee maanden aan de OVAM;";
  2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt :
  "3° vijf jaar na het verlenen van de erkenning een initiële keuring van de bedrijfsactiviteiten door een onafhankelijke keuringsinstelling, geaccrediteerd op basis van ISO 17020, te laten uitvoeren. De keuringsinstelling bezorgt het rapport van de initiële keuring binnen twee maanden aan de OVAM;".
Art. 29. A l'article 5.2.4.7, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  "2° de faire exécuter une inspection de suivi annuelle des activités de l'entreprise par un établissement de contrÎle indépendant, accrédité sur base d'ISO 17020. L'organisme de contrÎle remet le rapport de l'inspection technique de suivi à l'OVAM dans les deux mois ;" ;
  2° le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° de faire exécuter une inspection initiale des activités de l'entreprise par un établissement de contrÎle indépendant, accrédité sur la base d'ISO 17020 cinq ans aprÚs l'octroi de l'agrément. L'organisme de contrÎle remet le rapport de l'inspection technique initiale à l'OVAM dans les deux mois.".
Art. 30. Artikel 5.2.5.3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt :
  "Art. 5.2.5.3. Afgedankte EEA moeten worden verwerkt overeenkomstig artikel 5.2.2.5.2, § 8 en § 9, van titel II van het VLAREM."
Art. 30. L'article 5.2.5.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  "Art. 5.2.5.3. Les DEEE doivent ĂȘtre traitĂ©s conformĂ©ment Ă  l'article 5.2.2.5.2, § 8 et § 9, du titre II du VLAREM."
Art. 31. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012, 16 november 2012, 1 maart 2013, 21 juni 2013, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt een artikel 5.2.5.3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Art. 5.2.5.3/1. § 1. Met behoud van de toepassing van titel II van het VLAREM moet afgedankte EEA vanaf 1 januari 2018 verwerkt worden overeenkomstig de Europese norm EN50625, inclusief technische specificaties.
  § 2. Vanaf 1 januari 2018 mag afgedankte EEA alleen nog verwerkt worden door vergunde verwerkers die aan een van de volgende voorwaarden voldoen :
  1° geslaagd zijn voor de WEEELABEX Conformity Verification, uitgevoerd door een auditeur die is goedgekeurd door de WEEELABEX Organisation, op basis van de Europese norm EN50625;
  2° gecertificeerd zijn door een onafhankelijke certificatie-instelling die geaccrediteerd is door BELAC of door een ander lid van de European co-operation for Accreditation (EA) om audits uit te voeren op basis van de Europese norm EN50625.
  De vergunde verwerker bezorgt een kopie van het certificaat, dat aantoont dat de verwerking gebeurt op basis van de Europese norm EN50625, aan de OVAM of aan de organisatie die daarvoor is aangewezen. Op verzoek van de OVAM stelt de vergunde verwerker ook de auditrapporten ter beschikking van de OVAM.
  In afwijking van het eerste lid zijn vergunde verwerkers waar de verwerking van afgedankte EEA zich beperkt tot opslag en sortering niet verplicht om een WEEELABEX Conformity Verification te ondergaan of zich te laten certificeren op basis van de Europese norm EN50625.
  § 3. De houder die afgedankte EEA met het oog op verwerking naar een ander land overbrengt, draagt er zorg voor dat de afgedankte EEA passend zal worden verwerkt onder voorwaarden die gelijkwaardig zijn aan de bepalingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Op verzoek van de OVAM moet de houder dit kunnen aantonen aan de OVAM.".
Art. 31. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 4 mai 2012, du 16 novembre 2012, du 1er mars 2013, du 21 juin 2013, du 29 novembre 2013 et du 23 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un article 5.2.5.3/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  "Art. 5.2.5.3/1. § 1er. Sans prĂ©judice de l'application du titre II du VLAREM, les DEEE doivent ĂȘtre traitĂ©s conformĂ©ment Ă  la norme europĂ©enne EN50625 et Ă  ses spĂ©cifications techniques et ce Ă  partir du 1 janvier 2018.
  § 2. A partir du 1 janvier 2018, les DEEE ne peuvent ĂȘtre traitĂ©s que par des transformateurs agréés qui rĂ©pondent Ă  une des conditions suivantes :
  1° avoir réussi la WEEELABEX Conformity Verification, effectuée par un auditeur autorisé par la WEEELABEX Organisation, sur la base de la norme européenne EN50625 ;
  2° ĂȘtre certifiĂ© par un organisme certificateur indĂ©pendant, accrĂ©ditĂ© par BELAC ou par un autre membre de la European co-operation for Accreditation (EA) en vue d'effectuer des audits sur la base de la norme europĂ©enne EN50625.
  Le transformateur agréé remet à l'OVAM ou à l'organisation désignée à cette fin, une copie du certificat, qui démontre que le traitement est effectué sur la base de la norme européenne EN50625. Sur la demande de l'OVAM, le transformateur agréé met également les rapports d'audit à la disposition de l'OVAM.
  Par dérogation à l'alinéa premier, les transformateurs agréés dont le traitement de DEEE se réduit au stockage et au tri, ne sont pas tenus de passer une WEEELABEX Conformity Verification ou de se faire certifier sur la base de la norme européenne EN50625.
  § 3. Le dĂ©tenteur qui transporte des DEEE dans un autre pays en vue de leur traitement, veille Ă  ce que les DEEE soient traitĂ©s de maniĂšre adĂ©quate sous des conditions Ă©quivalentes aux dispositions visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a premier. Le dĂ©tenteur doit ĂȘtre en mesure d'en fournir la preuve Ă  l'OVAM, sur la demande de celle-ci. ".
Art. 32. In artikel 5.2.5.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "de kennisgever" worden telkens vervangen door de woorden "de kennisgever of opdrachtgever";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 2° opgeheven;
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 4° vervangen door wat volgt :
  "4° de hoeveelheid afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en aantal, huishoudelijke of professionele apparatuur, per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die op het grondgebied dan wel binnen of buiten de Europese Unie zijn overgebracht die :
  a) in het kader van de uitoefening van de aanvaardingsplicht werden ingezameld voor rekening van een producent van EEA of een derde die handelt in naam van de producent van EEA, en het aandeel daarvan dat :
  1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
  2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
  3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;
  b) buiten de aanvaardingsplicht om werd ingezameld, en het aandeel daarvan dat :
  1) werd aangeboden aan een inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar;
  2) werd aangeboden aan een hergebruikcentrum voor EEA met het oog op de voorbereiding voor hergebruik;
  3) werd aangeboden aan een vergunde verwerker;";
  4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 5° vervangen door wat volgt :
  "5° de hoeveelheden afvalstoffen die voortkomen uit de verwerking van afgedankte EEA, uitgedrukt in kilogram en opgesplitst per materiaal als vermeld in artikel 3.4.4.7, en per categorie als vermeld in artikel 3.4.4.2, die :
  a) voor het hergebruikcentrum : werden voorbereid voor hergebruik;
  b) voor de verwerker en de kennisgever of opdrachtgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen :
  1) werden voorbereid voor hergebruik;
  2) werden gerecycleerd;
  3) op een andere wijze nuttig werden toegepast;
  4) werden verwijderd in installaties voor de verbranding van afvalstoffen;
  5) werden verwijderd door storten.".
Art. 32. A l'article 5.2.5.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les mots "le notifiant" sont chaque fois remplacés par les mots "le notifiant ou le donneur d'ordre" ;
  2° au paragraphe 2, alinéa premier, le point 2° est abrogé ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  "4° la quantité de DEEE, exprimée en kilogrammes et en nombre, en équipements ménagers ou professionnels et par catégorie, telle que visées à l'article 3.4.4.2, qui ont été transférés sur le territoire, dans ou en dehors ou de l'Union européenne qui :
  a) ont été collectés dans le cadre de la mise en oeuvre de l'obligation d'acceptation pour le compte d'un producteur d'EEE ou d'un tiers agissant au nom du producteur d'EEE et la part de celle-ci qui :
  1) a été offerte à un collecteur, à un marchand ou à un service d'élimination de déchets ;
  2) a été offerte à un centre de réutilisation pour EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;
  3) a été offerte à un transformateur agréé ;
  b) a été collectée en dehors de l'obligation d'acceptation, et la part de celle-ci qui :
  1) a été offerte à un collecteur, à un marchand ou à un service d'élimination de déchets ;
  2) a été offerte à un centre de réutilisation pour EEE en vue de leur préparation à une réutilisation ;
  3) a été offerte à un transformateur agréé ;" ;
  4° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 5° est remplacé par ce qui suit :
  "5° la quantité de déchets provenant de la transformation de DEEE, exprimée en kilogrammes et ventilée par matériaux, tels que visés à l'article 3.4.4.7, et par catégorie, mentionnée à l'article 3.4.4.2, qui :
  a) dans le cas du centre de réutilisation : ont été préparés en vue de leur réutilisation ;
  b) dans le cas du transformateur et du notifiant ou du donneur d'ordre, visé dans le rÚglement (CE) 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets :
  1) ont été préparés en vue de leur réutilisation ;
  2) ont été recyclés ;
  3) ont été autrement valorisés ;
  4) ont été éliminés dans des installations d'incinération de déchets ;
  5) ont été éliminés par mise en décharge.".
Art. 33. In artikel 5.2.5.8, 2° en 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de woorden "afgedankte EEA" telkens vervangen door de woorden "gebruikte EEA".
Art. 33. A l'article 5.2.5.8, 2° et 3° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les mots "DEEE" sont chaque fois remplacĂ©s par les mots "EEE usagĂ©s".
Art. 34. In artikel 5.2.5.11, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt de zinsnede "voorbereid voor hergebruik in een hergebruikcentrum voor EEA overeenkomstig de voorwaarden, vermeld in artikel 5.2.5.8," vervangen door de woorden "beoordeeld of getest voor hergebruik".
Art. 34. Dans l'article 5.2.5.11, 1° du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, le membre de phrase " prĂ©parĂ©s Ă  la rĂ©utilisation dans un centre de rĂ©utilisation pour EEE conformĂ©ment aux conditions, visĂ©es Ă  l'article 5.2.5.8, " est remplacĂ© par les mots " Ă©valuĂ©s ou testĂ©s en vue de leur rĂ©utilisation ".
Art. 35. Aan hoofdstuk 5, afdeling 5.2, van hetzelfde besluit gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt een onderafdeling 5.2.12, die bestaat uit artikel 5.2.12.1 tot en met 5.2.12.3, toegevoegd, die luidt als volgt :
  "Onderafdeling 5.2.12. Gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong
  Art. 5.2.12.1. Naast de gemeentelijke inzameling in het kader van de zorgplicht kan elke natuurlijke persoon of rechtspersoon een inzameling van gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong opzetten onder de volgende voorwaarden :
  1° de gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong worden ingezameld op het privéterrein van eindverkopers die dierlijke en plantaardige vetten en oliën voor huishoudelijk gebruik te koop aanbieden;
  2° de eindverkoper heeft een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de organisator van de inzameling;
  3° de ingezamelde hoeveelheden gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong staan in verhouding tot de te koop aangeboden hoeveelheden;
  4° de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong worden opgeslagen zonder schade, hinder of verontreiniging aan mens, milieu of de directe omgeving;
  5° er wordt gezorgd voor een georganiseerde regelmatige afvoer van de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong;
  6° de recipiënten waarin de gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong ingezameld en getransporteerd worden, zijn technisch geschikt. De recipiënten worden in goede staat van werking gehouden;
  7° de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong worden nuttig toegepast.
  Art. 5.2.12.2. § 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, houdt een register bij dat de volgende gegevens bevat :
  1° de naam, het adres en het identificatienummer van de eindverkoper waar de inzameling heeft plaatsgevonden, van Belgische eindverkopers het ondernemingsnummer en van buitenlandse het btw-nummer;
  2° de datum van de afvoer bij de eindverkoper;
  3° de hoeveelheid in het Vlaamse Gewest ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong in kilogram;
  4° als dat van toepassing is, de naam, het adres en het identificatienummer van de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die ingeschakeld wordt voor de inzameling, van Belgische inzamelaars, afvalstoffen-handelaars of -makelaars het ondernemingsnummer en van buitenlandse het btw-nummer;
  5° de verwerkings- of toepassingswijze van de gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong : hergebruik, composteren, recyclage, sortering, andere voorbehandeling, verbranden met energierecuperatie (R1), andere afvalverbranding (D10), storten;
  6° de naam, het adres en het identificatienummer van de verwerker van de gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong, van Belgische verwerkers het ondernemingsnummer en van buitenlandse het btw-nummer.
  Het register wordt ten minste elke maand aangevuld met de meest recente gegevens.
  Het register wordt gedurende vijf jaar bijgehouden. Het register ligt ter inzage op de exploitatiezetel.
  Als afvalstoffenregister kan een verzameling van handelsdocumenten als vermeld in artikel 12, § 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 betreffende de dierlijke bijproducten en afgeleide producten gebruikt worden.
  § 2. Van de plicht tot het bijhouden van een register als vermeld in paragraaf 1 kan worden afgeweken als de inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar van de afgevoerde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong aan de toezichthoudende overheid online-inzagerecht geeft in zijn register, vermeld in onderafdeling 7.2.1, op voorwaarde dat de bepalingen van het online-inzagerecht zijn goedgekeurd door de OVAM.
  Art. 5.2.12.3. § 1. De natuurlijke persoon of rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, stelt voor 1 april van elk jaar de volgende gegevens over het voorgaande kalenderjaar ter beschikking van de OVAM :
  1° de hoeveelheid ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong;
  2° de inrichtingen waar en de wijze waarop de ingezamelde gebruikte dierlijke en plantaardige vetten en oliën van huishoudelijke oorsprong zijn verwerkt.
  De OVAM kan voor de rapportage, vermeld in het eerste lid, een sjabloon en een formaat opleggen.
  § 2. De eindverkopers en de natuurlijke persoon of de rechtspersoon, vermeld in artikel 5.2.12.1, verstrekken op verzoek van OVAM alle aanvullende informatie die de OVAM nuttig acht voor de evaluatie en de controle van de inzameling.".
Art. 35. Au chapitre 5, section 5.2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013 et 23 mai 2014, il est insĂ©rĂ© une sous-section 5.2.12, constituĂ©e des articles 5.2.12.1 Ă  5.2.12.3 inclus, rĂ©digĂ©e comme suit :
  " Sous-section 5.2.12. Graisses et huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre
  Art. 5.2.12.1. ParallÚlement à la collecte communale dans le cadre de l'obligation de protection, toute personne physique ou morale peut monter une collecte de graisses et d'huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre sous les conditions suivantes :
  1° les graisses et huiles animales et végétales d'origine ménagÚre sont collectées sur le terrain privé de vendeurs finals qui vendent des graisses et huiles animales et végétales à usage ménager ;
  2° le vendeur final a conclu un accord de coopération avec l'organisateur de la collecte ;
  3° les quantités collectées de graisses et d'huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre sont proportionnelles aux quantités mises en vente ;
  4° les graisses et huiles animales et vĂ©gĂ©tales usagĂ©es collectĂ©es d'origine mĂ©nagĂšre sont stockĂ©es sans porter atteinte ou ĂȘtre la cause de nuisances ou d'une pollution affectant l'homme, l'environnement ou l'entourage direct ;
  5° une évacuation organisée et réguliÚre des graisses et huiles animales et végétales usagées collectées d'origine ménagÚre est assurée ;
  6° les récipients dans lesquels les graisses et huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre sont collectées et transportées sont appropriés du point de vue technique. Les récipients sont maintenus dans un bon état de fonctionnement ;
  7° les graisses et huiles animales et végétales usagées collectées d'origine ménagÚre sont valorisées.
  Art. 5.2.12.2. § 1er. La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, tient un registre comprenant les données suivantes :
  1° le nom, l'adresse et le numéro d'identification du vendeur final chez qui la collecte a eu lieu, le numéro d'entreprise de vendeurs finals belges et le numéro de TVA de vendeurs finals étrangers ;
  2° la date de l'évacuation auprÚs du vendeur final ;
  3° la quantité de graisses et d'huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre qui a été collectée en Région flamande ;
  4° si d'application, le nom, l'adresse et le numéro d'identification du collecteur, du commerçant ou du service d'élimination de déchets, à qui l'on fait appel pour la collecte, le numéro d'entreprise de collecteurs, de commerçants ou de services d'élimination de déchets belges et le numéro de TVA de vendeurs finals étrangers ;
  5° le mode de traitement ou d'application des graisses et huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre : réutilisation, compostage, recyclage, tri, autre prétraitement, incinération avec récupération d'énergie (R1), autre type d'incinération de déchets (D10), mise en décharge ;
  6° le nom, l'adresse et le numéro d'identification du transformateur des graisses et huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre, le numéro d'entreprise de transformateurs belges et le numéro de TVA de transformateurs étrangers.
  Le registre est complété des données les plus récentes au moins mensuellement.
  Le registre est mis Ă  jour pendant une pĂ©riode de cinq ans. Le registre peut ĂȘtre consultĂ© sur le siĂšge de l'exploitation.
  Un ensemble de documents commerciaux, tels que visĂ©s Ă  l'article 12, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 juin 2013 en matiĂšre de sous-produits animaux et produits dĂ©rivĂ©s peut ĂȘtre utilisĂ© Ă  titre de registre de dĂ©chets.
  § 2. Il peut ĂȘtre dĂ©rogĂ© de l'obligation de la tenue d'un registre, visĂ©e au paragraphe 1er lorsque le collecteur, le commerçant ou le service d'Ă©limination des graisses et huiles animales et vĂ©gĂ©tales usagĂ©es d'origine mĂ©nagĂšre donne, Ă  l'autoritĂ© de contrĂŽle un droit de prise de connaissance en ligne de son registre, visĂ© Ă  la sous-section 7.2.1, Ă  condition que les dispositions du droit de prise de connaissance en ligne soient approuvĂ©es par l'OVAM.
  Art. 5.2.12.3. § 1er. La personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, met à la disposition de l'OVAM et ce, pour le 1 avril de chaque année, les informations suivantes concernant l'année civile écoulée :
  1° la quantité collectée de graisses et d'huiles animales et végétales usagées d'origine ménagÚre ;
  2° les exploitations dans lesquelles et le mode dont les graisses et huiles animales et végétales d'origine ménagÚre usagées collectées ont été traitées.
  L'OVAM peut imposer un modÚle et un format pour le rapportage, visé à l'alinéa premier.
  § 2. A la demande de l'OVAM, les vendeurs finals et la personne physique ou morale, visée à l'article 5.2.12.1, lui fournissent toute information supplémentaire que l'OVAM juge utile pour l'évaluation et le contrÎle de la collecte. ".
Art. 36. Aan artikel 5.3.3.4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° de woorden "pak-houdend brekerzeefzand van asfalt en pak-houdend brekerzand van asfalt" worden vervangen door de woorden "pak-houdend zeefzand van asfalt";
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Het gebruik in een specifieke toepassing als vermeld in het eerste lid, is niet meer toegelaten na 1 mei 2019.".
Art. 36. Les modifications suivantes sont apportĂ©es Ă  l'article 5.3.3.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 :
  1° les mots "sable de concassage tamisé contenant des HAP et sable de concassage contenant des HAP" sont remplacés par les mots "sable tamisé d'asphalte contenant des HAP" ;
  2° il est ajouté un alinéa deux, rédigé comme suit :
  "L'utilisation dans une application spécifique, telle que visée à l'alinéa premier, n'est plus autorisée aprÚs le 1 mai 2019.".
Art. 37. Aan artikel 6.1.1.3 van hetzelfde besluit wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "4° als het afval niet door de afvalstoffenproducent wordt vervoerd, moet het vervoer van de afvalstoffen uitgevoerd worden door een vervoerder die geregistreerd is overeenkomstig artikel 6.1.2.1.".
Art. 37. A l'article 6.1.1.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un point 4°, rĂ©digĂ© comme suit :
  "4° dans le cas oĂč les dĂ©chets ne sont pas transportĂ©s par le producteur des dĂ©chets, le transport des dĂ©chets doit ĂȘtre effectuĂ© par un transporteur qui est enregistrĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 6.1.2.1.".
Art. 38. In artikel 6.1.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 en 23 mei 2014, wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "In afwijking van het eerste lid, 2°, geldt dat de kennisgever, vermeld in verordening (EG) 1013/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, niet hoeft te beschikken over een geactualiseerd intern kwaliteitsborgingssysteem en geen keuring hoeft te laten uitvoeren als vermeld in artikel 6.1.1.6, § 2, voor de transporten waarvoor een goedgekeurde kennisgeving is gedaan.".
Art. 38. Dans l'article 6.1.1.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 4 mai 2012 et 23 mai 2014, il est insĂ©rĂ© un nouvel alinĂ©a entre les alinĂ©as deux et trois, rĂ©digĂ© comme suit :
  "Par dérogation à l'alinéa premier, 2°, le notifiant, visé au rÚglement (CE) no 1013/2006 du Parlement européen et du Conseil du 14 juin 2006 concernant les transferts de déchets, ne doit pas disposer d'un systÚme interne et actualisé de garantie de la qualité et est dispensé des inspections, visées à l'article 6.1.1.6, § 2, pour les transports pour lesquels une notification a été effectuée et approuvée.".
Art. 39. In artikel 6.1.1.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, 29 november 2013 en 23 mei 2014, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 39. A l'article 6.1.1.6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 novembre 2012, 29 novembre 2013 et 23 mai 2014, le paragraphe 1er est abrogĂ©.
Art. 40. In artikel 6.1.2.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 juni 2013 en 23 mei 2014, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  "Als de aanvraag van een registratie als vervoerder van afvalstoffen betrekking heeft op het vervoer van dierlijke bijproducten en afgeleide producten, moet de aanvraag ook de categorieën van dierlijke bijproducten of afgeleide producten bevatten.".
Art. 40. Dans l'article 6.1.2.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 juin 2013 et 23 mai 2014, l'alinĂ©a deux est remplacĂ© par la disposition suivante :
  "Si la demande d'un enregistrement en tant que transporteur de déchets a trait au transport de sous-produits animaux et de produits dérivés, la demande doit également comprendre les catégories de sous-produits animaux ou de produits dérivés.".
Art. 41. Aan artikel 6.2.3 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  "Als de kennisgever akkoord gaat met de digitale verzending van de bijlagen bij het kennisgevingsdossier via het webloket dat de OVAM beschikbaar stelt via haar website, hoeft alleen het originele kennisgevingsformulier, het originele vervoersdocument en het originele attest van de bankwaarborg naar de OVAM gestuurd te worden en moeten de andere bijlagen bij het kennisgevingsformulier worden opgeladen in het webloket. Er is dan geen afschrift en geen extra exemplaar voor elk doorvoerland nodig.".
Art. 41. A l'article 6.2.3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est ajoutĂ© un alinĂ©a deux, ainsi rĂ©digĂ© :
  "Si le notifiant consent Ă  ce que les annexes au dossier de notification soient transmises par voie numĂ©rique via le guichet web que l'OVAM met Ă  la disposition sur son site internet, seuls le formulaire de notification original, le document de transport original et l'attestation originale de la garantie bancaire doivent ĂȘtre transmis Ă  l'OVAM, les autres annexes au formulaire de notification pouvant ĂȘtre transmises via le guichet web. On peut dans ce cas passer outre Ă  l'obligation de prĂ©voir une copie et un exemplaire supplĂ©mentaire par pays de transit.".
Art. 42. In artikel 7.2.1.2 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Aanvullend op de gegevens, vermeld in het eerste lid, vermeldt de inzamelaar, de afvalstoffenhandelaar of -makelaar die afgedankte EEA inzamelt of handelt of erin makelt, of met het oog op verwerking aanbiedt aan een derde, ook de gegevens vermeld in artikel 5.2.5.4, § 2, eerste lid, 4°, in het afvalstoffenregister.".
Art. 42. A l'article 7.2.1.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a entre le premier et le deuxiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  "En complément aux données, visées à l'alinéa premier, le collecteur, le commerçant ou le service d'élimination de déchets qui collecte des DEEE, en fait du commerce ou des médiations, ou qui les offre à un tiers en vue de leur traitement, mentionne également les données, visées à l'article 5.2.5.4, § 2, alinéa premier, 4° dans le registre des déchets.".
Art. 43. In artikel 7.2.1.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 november 2012, wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt :
  "Aanvullend op de gegevens, vermeld in het eerste lid, vermeldt de verwerker die afgedankte EEA verwerkt ook de gegevens vermeld in artikel 5.2.5.4, § 2, eerste lid, 4°, in het afvalstoffenregister.".
Art. 43. A l'article 7.2.1.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 novembre 2012, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a entre le premier et le deuxiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
  "En complément aux données, visées à l'alinéa premier, le transformateur qui traite des DEEE mentionne également les données visées à l'article 5.2.5.4, § 2, alinéa premier, 4°, dans le registre des déchets.".
Art. 44. In artikel 9.1.1 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. De door de leidend ambtenaar van de OVAM aangestelde ambtenaren en personeelsleden van de OVAM zijn belast, voor rekening van het Vlaamse Gewest, met de inning, de invordering en de controle van de milieuheffingen.
  Een door de leidend ambtenaar van de OVAM aangestelde ambtenaar van de OVAM is bevoegd voor het treffen van dadingen, het kwijtschelden of verminderen van de administratieve geldboete, het verlenen van uitstel van betaling en het uitvaardigen van dwangbevelen overeenkomstig de artikelen 60 tot en met 63 van het Materialendecreet.".
Art. 44. Dans l'article 9.1.1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. Les fonctionnaires et membres du personnel de l'OVAM qui sont désignés par le fonctionnaire dirigeant de l'OVAM, sont chargés, pour le compte de la Région flamande, de la perception, du recouvrement et du contrÎle des redevances environnementales.
  Un fonctionnaire de l'OVAM, désigné par le fonctionnaire dirigeant de l'OVAM, est habilité à transiger, à remettre ou à réduire l'amende administrative, à accorder des délais de paiement et à lancer des contraintes, conformément aux articles 60 à 63 inclus du Décret sur les Matériaux.".
Art. 45. Bijlage 2.1 bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 45. L'annexe 2.1 au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 2, jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 46. In bijlage 2.2, afdeling 1, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt in de tabel de volgende rij opgeheven :
  "
Art. 46. A l'annexe 2.2, section 1Ăšre, au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, la rangĂ©e suivante est abrogĂ©e dans le tableau :
  "
Mest afkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdieren artikel 2.3.1.1
Mest afkomstig van dieren die niet als vee worden beschouwd volgens het mestdecreet, en niet van proefdieren artikel 2.3.1.1
".
Engrais provenant d'animaux qui ne sont pas considérés comme bétail suivant le décret sur les engrais, et ne provenant pas d'animaux de laboratoire article 2.3.1.1
Engrais provenant d'animaux qui ne sont pas considérés comme bétail suivant le décret sur les engrais, et ne provenant pas d'animaux de laboratoire article 2.3.1.1
".
Art. 47. In bijlage 2.2, afdeling 2, bij hetzelfde besluit, vervangen bij besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende rijen :
  "
Art. 47. Dans l'annexe 2.2, section 2, au mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les rangĂ©es suivantes :
  "
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Brekerzand van asfalt, brekerzeefzand en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Sorteerzeefgranulaat afkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Gewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaat afkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialen artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplicht
Ruimingsspecie afkomstig van het verdiepen en/of verbreden en/of onderhouden van oppervlaktewateren, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en dat niet onder de definitie baggerspecie valt artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplicht
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplicht
Behandeld zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuil afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffen artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplicht
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenBrekerzand van asfalt, brekerzeefzand en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenSorteerzeefgranulaat afkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenGewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaat afkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialen artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplichtRuimingsspecie afkomstig van het verdiepen en/of verbreden en/of onderhouden van oppervlaktewateren, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en dat niet onder de definitie baggerspecie valt artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplichtBaggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplichtBehandeld zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuil afkomstig van vergunde inrichtingen voor de reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffen artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 grondstofverklaring verplicht
"
  , vervangen door de volgende rijen :
  "
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats de gravats et granulats d'asphalte provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Sable de concassage d'asphalte, sable tamisé et sable de crible provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Granulats de tamisage provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Déchets de brique et/ou de béton lavés triés provenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux pollués article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoire
Terre de vidange provenant de l'excavation et/ou de l'élargissement et/ou de l'entretien d'eaux de surface comme cela est déterminé dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrale de l'eau et qui ne relÚve de la définition de terre de dragage article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoire
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et/ou de l'élargissement de cours d'eau navigables faisant partie du réseau hydrographique public et/ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiques article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoire
Sable traité provenant d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des rues provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets anorganiques pollués article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoire
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats de gravats et granulats d'asphalte provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésSable de concassage d'asphalte, sable tamisé et sable de crible provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésGranulats de tamisage provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésDéchets de brique et/ou de béton lavés triés provenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux pollués article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoireTerre de vidange provenant de l'excavation et/ou de l'élargissement et/ou de l'entretien d'eaux de surface comme cela est déterminé dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrale de l'eau et qui ne relÚve de la définition de terre de dragage article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoireTerre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et/ou de l'élargissement de cours d'eau navigables faisant partie du réseau hydrographique public et/ou de la pose de nouvelles infrastructures aquatiques article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoireSable traité provenant d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des rues provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage de déchets anorganiques pollués article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 certificat d'utilité obligatoire
"
  sont remplacées par les rangées suivantes :
  "
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en brekerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Niet-pak-houdend zeefzand van asfalt en niet-pak-houdend asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Pak-houdend zeefzand van asfalt en pak-houdend asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht;
  gebruiksverbod na 1 mei 2019
Sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulaten
Gewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaat afkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialen artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Ruimingsspecie afkomstig van het verdiepen en/of verbreden en/of onderhouden van oppervlaktewateren, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en dat niet onder de definitie baggerspecie valt artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Baggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Gewassen zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuil afkomstig van vergunde inrichtingen voor de fysico-chemische reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffen artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
Betongranulaat, metselwerkgranulaat, menggranulaat en brekerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenNiet-pak-houdend zeefzand van asfalt en niet-pak-houdend asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenPak-houdend zeefzand van asfalt en pak-houdend asfaltgranulaat afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht;
  gebruiksverbod na 1 mei 2019Sorteerzeefgranulaat en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde vaste recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.2.1 en artikel 2.3.2.2 materiaal, onderworpen aan het eenheidsreglement betreffende gerecycleerde granulatenGewassen uitgesorteerd beton- of gewassen metselwerkgranulaat afkomstig van installaties die vergund zijn voor het reinigen van verontreinigde bodemmaterialen artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplichtRuimingsspecie afkomstig van het verdiepen en/of verbreden en/of onderhouden van oppervlaktewateren, zoals gedefinieerd in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, en dat niet onder de definitie baggerspecie valt artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplichtBaggerspecie afkomstig van het onderhouden, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare waterlopen die behoren tot het openbaar hydrografisch net en/of de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplichtGewassen zand van rioolkolken, zandvangers en veegvuil afkomstig van vergunde inrichtingen voor de fysico-chemische reiniging van verontreinigde anorganische afvalstoffen artikel 2.3.2.1 grondstofverklaring verplicht
".
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats mixtes et sable de concassage tamisé provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Sable tamisé d'asphalte ne contenant pas de HAP et granulat d'asphalte ne contenant pas de HAP provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Sable tamisé d'asphalte contenant des HAP et granulat d'asphalte contenant des HAP provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire ;interdiction d'utilisation aprÚs le 1 mai 2019
Granulats de tamisage et sable tamisé provenant d'un établissement fixe et autorisé de récupération des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclés
Déchets de brique et / ou de béton lavés triés provenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux de sol pollués article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
Terre de vidange provenant de l'excavation et/ou de l'élargissement et/ou de l'entretien d'eaux de surface comme cela est déterminé dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrale de l'eau et qui ne relÚve de la définition de terre de dragage article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
Terre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et/ou de l'élargissement de cours d'eau navigables faisant partie du réseau hydrographique public et/ou de la pose de nouvelles infrastructures hydrographiques article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
Sable traité d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des rues provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage physico-chimique de déchets anorganiques article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
Granulats de bétons, granulats de maçonnerie, granulats mixtes et sable de concassage tamisé provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésSable tamisé d'asphalte ne contenant pas de HAP et granulat d'asphalte ne contenant pas de HAP provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésSable tamisé d'asphalte contenant des HAP et granulat d'asphalte contenant des HAP provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire ;interdiction d'utilisation aprÚs le 1 mai 2019Granulats de tamisage et sable tamisé provenant d'un établissement fixe et autorisé de récupération des déchets de construction et de démolition article 2.3.2.1 et article 2.3.2.2 matériau, soumis au rÚglement unitaire relatif aux granulats recyclésDéchets de brique et / ou de béton lavés triés provenant d'installations agréées pour le nettoyage des matériaux de sol pollués article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoireTerre de vidange provenant de l'excavation et/ou de l'élargissement et/ou de l'entretien d'eaux de surface comme cela est déterminé dans le décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrale de l'eau et qui ne relÚve de la définition de terre de dragage article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoireTerre de dragage provenant de l'entretien, de l'excavation et/ou de l'élargissement de cours d'eau navigables faisant partie du réseau hydrographique public et/ou de la pose de nouvelles infrastructures hydrographiques article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoireSable traité d'avaloirs, de désableurs et du nettoyage des rues provenant d'établissements autorisés pour le nettoyage physico-chimique de déchets anorganiques article 2.3.2.1, certificat d'utilité obligatoire
".
Art. 48. In bijlage 2.2, afdeling 3, bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt in de tabel de volgende rij opgeheven :
  "
Art. 48. A l'annexe 2.2, section 3, au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, la rangĂ©e suivante est abrogĂ©e dans le tableau :
  "
Brekerzeefzand en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.3.1
Brekerzeefzand en sorteerzeefzand afkomstig van een vergunde recuperatie-inrichting van bouw- en sloopafval artikel 2.3.3.1
".
Sable de concassage et sable de crible provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.3.1
Sable de concassage et sable de crible provenant d'un établissement de récupération autorisé des déchets de construction et de démolition article 2.3.3.1
".
Art. 49. In bijlage 5.1.4 bij hetzelfde besluit wordt onder de fractie brengmethode tussen de rij :
  "zuiver steenpuin zonder milieurisico : 0 euro/kg 0,03 euro/kg"
  en de rij :
  "grofvuil 0,02 euro/kg 0,3 euro/kg"
  en de volgende rij ingevoegd :
  "huisvuil 0,1 euro/kg 0,3 euro/kg".
Art. 49. Dans l'annexe 5.1.4 au mĂȘme arrĂȘtĂ©, la rangĂ©e suivante est insĂ©rĂ©e entre la rangĂ©e :
  "débris de pierres purs sans risque 0 euro/kg 0,03 euro/kg"
  et la rangée :
  "pour l'environnement encombrants 0,02 euro/kg 0,3 euro/kg"
  "déchets ménagers 0,1 euro/kg 0,3 euro/kg".
Art. 50. Bijlage 5.2.10.A bij hetzelfde besluit wordt vervangen door bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 50. L'annexe 5.2.10.A au mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ©e par l'annexe 3 jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 51. [1 De artikelen 22 en 23 treden in werking op 1 januari 2021.]1
  
Art. 51. [1 Les articles 22 et 23 entrent en vigueur le 1er janvier 2021.]1
  
Art. 52. De Vlaamse minister, bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 52. Le Ministre flamand ayant l'environnement et la politique de l'eau dans ses attributions, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N.   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 06-12-2016, p. 79984)
Art. N.   (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 06-12-2016, p. 80032)