Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° begeleidingscommissie: de begeleidingscommissie, vermeld in artikel 53 van het decreet van 30 juni 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006;
2° centraal aanspreekpunt: een centraal aanspreekpunt als vermeld in artikel 52 van het decreet van 30 juni 2006 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2006;
3° departement: het Departement Mobiliteit en Openbare Werken van het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
4° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer;
5° Provinciaal Mobiliteitspunt: een centraal aanspreekpunt als vermeld in artikel 2.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het Pendelfonds(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 26-10-2016 en tekstbijwerking tot 05-10-2021)
Titre
30 SEPTEMBRE 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au Fonds des Migrations pendulaires(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 26-10-2016 et mise à jour au 05-10-2021)
Documentinformatie
Numac: 2016036495
Datum: 2016-09-30
Info du document
Numac: 2016036495
Date: 2016-09-30
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Het centrale aanspreekpunt
HOOFDSTUK 3. - De begeleidingscommissie
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen die voor subsidie in...
HOOFDSTUK 5. - Procedure
Afdeling 1. - Indiening van een project
Afdeling 2. - De beoordelingsprocedure
Afdeling 3. - De voortgangsprocedure
HOOFDSTUK 6. - Werking en beheer van het Pendel...
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
CHAPITRE 2. - Le point de contact central
CHAPITRE 3. - La commission accompagnatrice
CHAPITRE 4. - Mesures éligibles au subventionne...
CHAPITRE 5. - Procédure
Section 1re. - Introduction d'un projet
Section 2. - La procédure d'évaluation
Section 3. - La procédure d'avancement
CHAPITRE 6. - Fonctionnement et gestion du Fond...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (41)
Texte (41)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° commission accompagnatrice : la commission accompagnatrice, visée à l'article 53 du décret du 30 juin 2006 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
2° point de contact central : un point de contact central tel que visé à l'article 52 du décret du 30 juin 2006 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
3° Département: le Département de la Mobilité et des Travaux publics du Domaine politique de la Mobilité et de Travaux publics, visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'administration flamande ;
4° Ministre : le Ministre flamand ayant la politique de la mobilité, les travaux publics et les transports dans ses attributions ;
5° Point de mobilité provincial : un point de contact central tel que visé à l'article 2.
1° commission accompagnatrice : la commission accompagnatrice, visée à l'article 53 du décret du 30 juin 2006 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
2° point de contact central : un point de contact central tel que visé à l'article 52 du décret du 30 juin 2006 contenant des mesures d'accompagnement du budget 2006 ;
3° Département: le Département de la Mobilité et des Travaux publics du Domaine politique de la Mobilité et de Travaux publics, visé à l'article 28, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif à l'organisation de l'administration flamande ;
4° Ministre : le Ministre flamand ayant la politique de la mobilité, les travaux publics et les transports dans ses attributions ;
5° Point de mobilité provincial : un point de contact central tel que visé à l'article 2.
HOOFDSTUK 2. - Het centrale aanspreekpunt
CHAPITRE 2. - Le point de contact central
Art.2. In elke provincie wordt een centraal aanspreekpunt opgericht dat gevormd wordt uit een samenwerkingsverband tussen de provincies en het Vlaamse Gewest, hierna het Provinciaal Mobiliteitspunt te noemen.
Art.2. Dans chaque province, il est créé un point de contact central, résultant d'une structure de coopération entre les provinces et la Région flamande, appelé ci-après le Point de mobilité provincial.
Art.3. Het Provinciaal Mobiliteitspunt heeft de volgende taken met betrekking tot het Pendelfonds:
1° projecten voor een modale verschuiving naar duurzaam woon-werkverkeer bij potentiële projectindieners initiëren;
2° projecten die projectindieners wensen in te dienen inhoudelijk ondersteunen bij de opmaak en de indiening ervan ;
3° goedgekeurde projecten begeleiden bij de uitvoering, de opvolging en de evaluatie ervan.
[1 Voor de verwerking van persoonsgegevens die het Provinciaal Mobiliteitspunt uitvoert in het kader van zijn taken, vermeld in het eerste lid, is het gekwalificeerd als verwerker in opdracht van de projectindiener als vermeld in artikel 4, 8) verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), en voldoet het Provinciaal Mobiliteitspunt aan de verplichtingen die het in dat verband heeft.]1
1° projecten voor een modale verschuiving naar duurzaam woon-werkverkeer bij potentiële projectindieners initiëren;
2° projecten die projectindieners wensen in te dienen inhoudelijk ondersteunen bij de opmaak en de indiening ervan ;
3° goedgekeurde projecten begeleiden bij de uitvoering, de opvolging en de evaluatie ervan.
[1 Voor de verwerking van persoonsgegevens die het Provinciaal Mobiliteitspunt uitvoert in het kader van zijn taken, vermeld in het eerste lid, is het gekwalificeerd als verwerker in opdracht van de projectindiener als vermeld in artikel 4, 8) verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), en voldoet het Provinciaal Mobiliteitspunt aan de verplichtingen die het in dat verband heeft.]1
Art.3. Le Point de mobilité provincial a les missions suivantes relatives au " Pendelfonds " (Fonds des Migrations pendulaires) :
1° initier des projets pour un glissement modal vers une migration pendulaire durable chez des proposants potentiels de projet ;
2° appuyer les projets que des proposants de projet souhaitent introduire, sur le plan du contenu lors de leur élaboration et de leur introduction ;
3° assurer l'accompagnement des projets approuvés lors de leur exécution, suivi et évaluation.
[1 Pour le traitement de données à caractère personnel qu'il effectue dans le cadre de ses missions visées à l'alinéa 1er, le Point de Mobilité provincial est qualifié de sous-traitant sur instruction du proposant du projet visé à l'article 4, 8) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) et remplit les obligations lui incombant à cet égard.]1
1° initier des projets pour un glissement modal vers une migration pendulaire durable chez des proposants potentiels de projet ;
2° appuyer les projets que des proposants de projet souhaitent introduire, sur le plan du contenu lors de leur élaboration et de leur introduction ;
3° assurer l'accompagnement des projets approuvés lors de leur exécution, suivi et évaluation.
[1 Pour le traitement de données à caractère personnel qu'il effectue dans le cadre de ses missions visées à l'alinéa 1er, le Point de Mobilité provincial est qualifié de sous-traitant sur instruction du proposant du projet visé à l'article 4, 8) du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) et remplit les obligations lui incombant à cet égard.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK 3. - De begeleidingscommissie
CHAPITRE 3. - La commission accompagnatrice
Art.4. [1 De begeleidingscommissie heeft de volgende taken:
1° de minister adviseren bij de focus van de oproep;
2° de minister adviseren bij de evaluatie van een aflopende oproep.]1
1° de minister adviseren bij de focus van de oproep;
2° de minister adviseren bij de evaluatie van een aflopende oproep.]1
Art.4. [1 La commission accompagnatrice est chargée des tâches suivantes :
1° conseiller le ministre sur l'accent de l'appel ;
2° conseiller le ministre sur l'évaluation d'un appel venant à expiration.]1
1° conseiller le ministre sur l'accent de l'appel ;
2° conseiller le ministre sur l'évaluation d'un appel venant à expiration.]1
Wijzigingen
Art.5. De begeleidingscommissie is als volgt samengesteld:
1° een voorzitter;
2° een plaatsvervangende voorzitter;
3° drie vertegenwoordigers en drie plaatsvervangers van de Vlaamse Regering;
4° een gelijk aantal vertegenwoordigers en plaatsvervangers uit de werkgevers- en de werknemersorganisaties die zetelen in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
5° een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger van de afdeling Beleid van het departement.
De leden van de begeleidingscommissie worden op voorstel van de betrokken actoren benoemd door de minister.
1° een voorzitter;
2° een plaatsvervangende voorzitter;
3° drie vertegenwoordigers en drie plaatsvervangers van de Vlaamse Regering;
4° een gelijk aantal vertegenwoordigers en plaatsvervangers uit de werkgevers- en de werknemersorganisaties die zetelen in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
5° een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger van de afdeling Beleid van het departement.
De leden van de begeleidingscommissie worden op voorstel van de betrokken actoren benoemd door de minister.
Art.5. La commission accompagnatrice est composée comme suit :
1° un président ;
2° un président suppléant ;
3° trois représentants et trois représentants du Gouvernement flamand ;
4° un nombre égal de représentants et de représentants suppléants des organisations d'employeurs et de travailleurs siégeant dans le Conseil socio-économique de la Flandre ;
5° un représentant et un suppléant de la Division de la Politique du Département.
Les membres de la commission accompagnatrice sont nommés par le Ministre, sur la proposition des acteurs concernés.
1° un président ;
2° un président suppléant ;
3° trois représentants et trois représentants du Gouvernement flamand ;
4° un nombre égal de représentants et de représentants suppléants des organisations d'employeurs et de travailleurs siégeant dans le Conseil socio-économique de la Flandre ;
5° un représentant et un suppléant de la Division de la Politique du Département.
Les membres de la commission accompagnatrice sont nommés par le Ministre, sur la proposition des acteurs concernés.
Art.6. Het mandaat van de leden van de begeleidingscommissie duurt vier jaar. Het mandaat is hernieuwbaar.
Als een lid zijn mandaat voortijdig stopzet, wordt een vervanger aangeduid die het mandaat voltooit.
Als een lid zijn mandaat voortijdig stopzet, wordt een vervanger aangeduid die het mandaat voltooit.
Art.6. Le mandat des membres de la commission accompagnatrice dure quatre ans. Le mandat est renouvelable.
Lorsqu'un membre met fin prématurément à son mandat, un suppléant est désigné pour achever le mandat.
Lorsqu'un membre met fin prématurément à son mandat, un suppléant est désigné pour achever le mandat.
Art.7. De interne organisatie van de begeleidingscommissie wordt geregeld in een huishoudelijk reglement. Dat reglement, dat minstens regels bevat over de taakstelling van de voorzitter en de wijze van bijeenroeping en beraadslaging, wordt opgesteld door de begeleidingscommissie en goedgekeurd door de minister.
Art.7. L'organisation interne de la commission accompagnatrice est réglée par un règlement d'ordre intérieur. Ce règlement, qui comprend au moins les règles sur les tâches du président et le mode de convocation et de délibération, est établi par la commission accompagnatrice et approuvé par le Ministre.
Art.8. Het secretariaat van de begeleidingscommissie wordt waargenomen door de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. De werking van het secretariaat van de begeleidingscommissie wordt nader geregeld in het huishoudelijk reglement, vermeld in artikel 7.
Art.8. Le secrétariat de la commission accompagnatrice est assuré par le Conseil socio-économique de la Flandre. Le fonctionnement du secrétariat de la commission accompagnatrice est réglé en détail par le règlement d'ordre intérieur visé à l'article 7.
Art.9. De begeleidingscommissie maakt jaarlijks een evaluatie van haar werking en stelt daarover een verslag op dat vóór 1 mei aan de minister wordt overhandigd.
Art.9. La commission accompagnatrice effectue annuellement une évaluation de son fonctionnement et en dresse un rapport qu'elle transmet au Ministre avant le 1er mai.
HOOFDSTUK 4. - Maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen
CHAPITRE 4. - Mesures éligibles au subventionnement
Art.10. De minister bepaalt per projectoproep voor welke van de volgende maatregelen en onder welke eventueel aanvullende voorwaarden subsidies kunnen worden verleend:
1° infrastructurele ingrepen die functionele fietsverplaatsingen [1 , verplaatsingen met elektrisch aangedreven fietsen, verplaatsingen met een voortbewegingstoestel]1 of carpooling faciliteren
2° [2 de aankoop en leasing van bedrijfsfietsen, elektrisch aangedreven bedrijfsfietsen, bedrijfsvoortbewegingstoestellen en elektrisch aangedreven bedrijfsvoortbewegingstoestellen;]2
3° het gebruik van auto- of fietsdeelsystemen
4° vergoedingen voor het gebruik van het openbaar vervoer
5° kosten voor fietsonderhoud [1 en de kosten voor het onderhoud van elektrisch aangedreven fietsen en voortbewegingstoestellen]1
6° fietsvergoedingen
7° onkosten verbonden aan communicatie- en sensibiliseringsinitiatieven
8° [2 de aankoop van uitrusting voor fietsers, voor gebruikers van elektrisch aangedreven fietsen en voor gebruikers van elektrische en niet-elektrische voortbewegingstoestellen;]2
9° projectcoördinatiekosten
[1 10° vergoedingen om innovatieve vormen van woon-werkverkeer te organiseren en te gebruiken.]1
De minister bepaalt per maatregel het maximale subsidietarief . Subsidies worden verleend binnen de grenzen van de maximumtarieven en voor zover de uitgaven dateren van na de datum van de oproep, vermeld in artikel 11.
[2 De subsidie van het Pendelfonds bedraagt maximaal de helft van de aanvaarde kosten die aan het ingediende project verbonden zijn. Het maximale subsidiebedrag varieert op de volgende wijze naargelang een of meer bedrijven samen het project indienen:
1° één bedrijf: 200.000 euro;
2° twee bedrijven: 250.000 euro;
3° drie bedrijven: 300.000 euro;
4° vier bedrijven: 350.000 euro;
5° vijf of meer bedrijven: 400.000 euro.]2
[2 De minimale termijn van een projectvoorstel is twee jaar, de maximale termijn is vier jaar.]2
Elk ingediend projectvoorstel heeft op het ogenblik van de indiening betrekking op een tewerkstelling, al dan niet bedrijfsoverschrijdend, van minstens 10 personen [2 per bedrijf]2.
Als voor een van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, een wettelijke verplichting of een verplichting uit een collectieve arbeidsovereenkomst bestaat, geldt de subsidie alleen voor de kosten die niet volgen uit die verplichting.
1° infrastructurele ingrepen die functionele fietsverplaatsingen [1 , verplaatsingen met elektrisch aangedreven fietsen, verplaatsingen met een voortbewegingstoestel]1 of carpooling faciliteren
2° [2 de aankoop en leasing van bedrijfsfietsen, elektrisch aangedreven bedrijfsfietsen, bedrijfsvoortbewegingstoestellen en elektrisch aangedreven bedrijfsvoortbewegingstoestellen;]2
3° het gebruik van auto- of fietsdeelsystemen
4° vergoedingen voor het gebruik van het openbaar vervoer
5° kosten voor fietsonderhoud [1 en de kosten voor het onderhoud van elektrisch aangedreven fietsen en voortbewegingstoestellen]1
6° fietsvergoedingen
7° onkosten verbonden aan communicatie- en sensibiliseringsinitiatieven
8° [2 de aankoop van uitrusting voor fietsers, voor gebruikers van elektrisch aangedreven fietsen en voor gebruikers van elektrische en niet-elektrische voortbewegingstoestellen;]2
9° projectcoördinatiekosten
[1 10° vergoedingen om innovatieve vormen van woon-werkverkeer te organiseren en te gebruiken.]1
De minister bepaalt per maatregel het maximale subsidietarief . Subsidies worden verleend binnen de grenzen van de maximumtarieven en voor zover de uitgaven dateren van na de datum van de oproep, vermeld in artikel 11.
[2 De subsidie van het Pendelfonds bedraagt maximaal de helft van de aanvaarde kosten die aan het ingediende project verbonden zijn. Het maximale subsidiebedrag varieert op de volgende wijze naargelang een of meer bedrijven samen het project indienen:
1° één bedrijf: 200.000 euro;
2° twee bedrijven: 250.000 euro;
3° drie bedrijven: 300.000 euro;
4° vier bedrijven: 350.000 euro;
5° vijf of meer bedrijven: 400.000 euro.]2
[2 De minimale termijn van een projectvoorstel is twee jaar, de maximale termijn is vier jaar.]2
Elk ingediend projectvoorstel heeft op het ogenblik van de indiening betrekking op een tewerkstelling, al dan niet bedrijfsoverschrijdend, van minstens 10 personen [2 per bedrijf]2.
Als voor een van de maatregelen, vermeld in het eerste lid, een wettelijke verplichting of een verplichting uit een collectieve arbeidsovereenkomst bestaat, geldt de subsidie alleen voor de kosten die niet volgen uit die verplichting.
Art.10. Le Ministre détermine par appel à projets, pour quelles des mesures suivantes et à quelles conditions éventuellement complémentaires des subventions peuvent être accordées :
1° interventions infrastructurelles qui facilitent des déplacements à vélo [1 , des déplacements à vélo à assistance électrique, des déplacements avec un engin de déplacement]1 ou le carpooling
2° [2 achat et leasing de vélos de société, de vélos à assistance électrique de société, d'engins de déplacement de société et d'engins de déplacement à assistance électrique de société ;]2
3° utilisation de systèmes de partage de voitures ou de vélos
4° indemnité pour l'utilisation des transports en commun
5° frais d'entretien de vélos [1 et frais d'entretien de vélos à assistance électrique de société et d'engins de déplacement de société]1
6° indemnités vélo
7° frais d'initiatives de communication et de sensibilisation
8° [2 achat d'équipements pour cyclistes, pour les utilisateurs de vélos à assistance électrique et pour les utilisateurs d'engins de déplacement à assistance électrique et non électriques ;]2
9° frais de coordination de projets
[1 10° indemnités pour l'organisation et l'utilisation de formes de déplacement domicile-travail innovantes.]1
Le Ministre fixe le tarif de subvention maximal par mesure. Les subventions sont accordées dans les limites des tarifs maximaux et pour autant que les dépenses datent d'après la date de l'appel visée à l'article 11.
[2 La subvention octroyée par le Fonds des Migrations pendulaires s'élève au maximum à la moitié des coûts acceptés du projet soumis. Le montant maximal de la subvention varie de la manière suivante selon qu'une ou plusieurs entreprises présentent conjointement le projet :
1° une entreprise : 200 000 euros ;
2° deux entreprises : 250 000 euros ;
3° trois entreprises : 300 000 euros ;
4° quatre entreprises : 350 000 euros ;
5° cinq entreprises ou plus : 400 000 euros.]2
[2 Le délai minimum de proposition de projet est de deux ans et le délai maximum est de quatre ans.]2
Chaque proposition de projet introduit porte, au moment de son introduction, sur un emploi, éventuellement dépassant une seule entreprise, d'au moins 10 personnes [2 par entreprise]2.
S'il existe une obligation légale ou une obligation imposée par une convention collective de travail pour une des mesures visées à l'alinéa premier, la subvention sera uniquement accordée pour les frais ne résultant pas de cette obligation.
1° interventions infrastructurelles qui facilitent des déplacements à vélo [1 , des déplacements à vélo à assistance électrique, des déplacements avec un engin de déplacement]1 ou le carpooling
2° [2 achat et leasing de vélos de société, de vélos à assistance électrique de société, d'engins de déplacement de société et d'engins de déplacement à assistance électrique de société ;]2
3° utilisation de systèmes de partage de voitures ou de vélos
4° indemnité pour l'utilisation des transports en commun
5° frais d'entretien de vélos [1 et frais d'entretien de vélos à assistance électrique de société et d'engins de déplacement de société]1
6° indemnités vélo
7° frais d'initiatives de communication et de sensibilisation
8° [2 achat d'équipements pour cyclistes, pour les utilisateurs de vélos à assistance électrique et pour les utilisateurs d'engins de déplacement à assistance électrique et non électriques ;]2
9° frais de coordination de projets
[1 10° indemnités pour l'organisation et l'utilisation de formes de déplacement domicile-travail innovantes.]1
Le Ministre fixe le tarif de subvention maximal par mesure. Les subventions sont accordées dans les limites des tarifs maximaux et pour autant que les dépenses datent d'après la date de l'appel visée à l'article 11.
[2 La subvention octroyée par le Fonds des Migrations pendulaires s'élève au maximum à la moitié des coûts acceptés du projet soumis. Le montant maximal de la subvention varie de la manière suivante selon qu'une ou plusieurs entreprises présentent conjointement le projet :
1° une entreprise : 200 000 euros ;
2° deux entreprises : 250 000 euros ;
3° trois entreprises : 300 000 euros ;
4° quatre entreprises : 350 000 euros ;
5° cinq entreprises ou plus : 400 000 euros.]2
[2 Le délai minimum de proposition de projet est de deux ans et le délai maximum est de quatre ans.]2
Chaque proposition de projet introduit porte, au moment de son introduction, sur un emploi, éventuellement dépassant une seule entreprise, d'au moins 10 personnes [2 par entreprise]2.
S'il existe une obligation légale ou une obligation imposée par une convention collective de travail pour une des mesures visées à l'alinéa premier, la subvention sera uniquement accordée pour les frais ne résultant pas de cette obligation.
HOOFDSTUK 5. - Procedure
CHAPITRE 5. - Procédure
Afdeling 1. - Indiening van een project
Section 1re. - Introduction d'un projet
Art.11. De minister doet een oproep waardoor projecten kunnen worden ingediend. De oproep vermeldt de eventuele strategische focus, de subsidieerbare maatregelen, het totale bedrag waarvoor subsidies kunnen worden toegekend en de uiterste datum voor de aanvraag van een dossiernummer.
De oproep wordt bekendgemaakt op de website van het Pendelfonds en via de communicatiekanalen van de Provinciale Mobiliteitspunten.
De oproep wordt bekendgemaakt op de website van het Pendelfonds en via de communicatiekanalen van de Provinciale Mobiliteitspunten.
Art.11. Le Ministre lance un appel à introduire des projets. L'appel mentionne l'objectif stratégique éventuel, les mesures subsidiables, le montant total entrant en ligne de compte pour des subventions et la date limite pour la demande d'un numéro de dossier.
L'appel est publié sur le site web du " Pendelfonds " et par les canaux de communication des Points de mobilité provinciaux.
L'appel est publié sur le site web du " Pendelfonds " et par les canaux de communication des Points de mobilité provinciaux.
Art.12. Binnen een maand na de publicatie van de oproep vraagt de projectindiener een dossiernummer aan via de website van het Pendelfonds. De projectindiener ontvangt per kerende een bevestiging van de aanvraag [1 , een dossiernummer en alle nodige informatie over de wijze waarop een dossier moet worden samengesteld en ingediend]1.
Art.12. Dans un mois de la publication de l'appel, le proposant du projet demande un numéro de dossier via le site web du " Pendelfonds ". Le proposant du projet reçoit par retour une confirmation de la demande [1 , un numéro de dossier et toutes les informations nécessaires sur la manière de constituer et d'introduire un dossier]1.
Wijzigingen
Art.13. [1 Nadat de projectindiener een dossiernummer heeft aangevraagd en binnen zes weken na de bekendmaking van de oproep, bezorgt de projectindiener de gegevens voor de potentieelbepaling voor de modale verschuiving aan het Provinciaal Mobiliteitspunt. Het Provinciaal Mobiliteitspunt bezorgt de projectindiener uiterlijk binnen negen weken na de bekendmaking van de oproep het resultaat van de potentieelbepaling voor de modale verschuiving.
De minister bepaalt de wijze waarop de potentieelbepaling voor de modale verschuiving wordt vastgesteld.]1
De minister bepaalt de wijze waarop de potentieelbepaling voor de modale verschuiving wordt vastgesteld.]1
Art.13. [1 Après avoir demandé un numéro de dossier et dans les six semaines suivant la publication de l'appel, le soumissionnaire de projet fournit les données pour la détermination du potentiel du transfert modal au Point de mobilité provincial. Ce dernier fournit au soumissionnaire de projet le résultat de la détermination du potentiel de transfert modal au plus tard dans les neuf semaines suivant l'annonce de l'appel.
Le ministre fixe le mode de détermination du potentiel pour le transfert modal.]1
Le ministre fixe le mode de détermination du potentiel pour le transfert modal.]1
Wijzigingen
Art.16. [1 Binnen vier maanden na de bekendmaking van de oproep dient de indiener het definitief ingevulde aanvraagformulier in op de website van het Pendelfonds. De projectindiener ontvangt per kerende een bevestiging van de indiening van het dossier.
De minister stelt het model van het online aanvraagformulier vast.]1
De minister stelt het model van het online aanvraagformulier vast.]1
Art.16. [1 Dans les quatre mois suivant la publication de l'appel, le soumissionnaire soumet le formulaire de demande définitivement rempli sur le site web du Fonds des Migrations pendulaires. Le soumissionnaire du projet reçoit par retour une confirmation de l'introduction du dossier.
Le ministre établit le modèle du formulaire de demande en ligne.]1
Le ministre établit le modèle du formulaire de demande en ligne.]1
Wijzigingen
Afdeling 2. - De beoordelingsprocedure
Section 2. - La procédure d'évaluation
Art.17. Het Provinciaal Mobiliteitspunt formuleert een advies aan [1 het departement]1 over de ontvankelijkheid en de inhoudelijke waarde van het dossier.
Het dossier is ontvankelijk als het aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het aanvraagformulier werd volledig en transparant ingevuld;
2° het dossier bevat een document waaruit het overleg en het akkoord over het project blijkt tussen de werkgevers en de werknemers.
Het Provinciaal Mobiliteitspunt laadt zijn advies over de ontvankelijkheid en de inhoudelijke waarde van het dossier op de website van het Pendelfonds op binnen [1 vijf maanden na de bekendmaking van de oproep]1.
Het dossier is ontvankelijk als het aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° het aanvraagformulier werd volledig en transparant ingevuld;
2° het dossier bevat een document waaruit het overleg en het akkoord over het project blijkt tussen de werkgevers en de werknemers.
Het Provinciaal Mobiliteitspunt laadt zijn advies over de ontvankelijkheid en de inhoudelijke waarde van het dossier op de website van het Pendelfonds op binnen [1 vijf maanden na de bekendmaking van de oproep]1.
Art.17. Le Point de mobilité provincial formule un avis qui est adressé à [1 le département]1 sur la recevabilité et la valeur sur le plan du contenu du dossier.
Le dossier est recevable lorsqu'il remplit les conditions suivantes :
1° le formulaire de demande a été rempli dûment et de manière transparente ;
2° le dossier comprend un document démontrant que le projet a fait l'objet de concertations et d'un accord entre les employeurs et les travailleurs.
Le Point de mobilité provincial télécharge son avis sur la recevabilité et sur la valeur portant sur le contenu du dossier sur le site web du " Pendelfonds ", dans [1 les cinq mois suivant la publication de l'appel]1.
Le dossier est recevable lorsqu'il remplit les conditions suivantes :
1° le formulaire de demande a été rempli dûment et de manière transparente ;
2° le dossier comprend un document démontrant que le projet a fait l'objet de concertations et d'un accord entre les employeurs et les travailleurs.
Le Point de mobilité provincial télécharge son avis sur la recevabilité et sur la valeur portant sur le contenu du dossier sur le site web du " Pendelfonds ", dans [1 les cinq mois suivant la publication de l'appel]1.
Wijzigingen
Art.18. [1 Het departement beslist op basis van het advies van het Provinciaal Mobiliteitspunt over de ontvankelijkheid van een ingediend project.
Het departement formuleert een advies over de ontvankelijk verklaarde projecten.
Als voor een oproep het totale bedrag van de aangevraagde subsidies van de gunstig geadviseerde projecten hoger is dan het totale subsidiebedrag dat in de oproep is opgenomen, brengt het departement een advies uit over de rangorde van de projecten. Die rangorde wordt op de volgende wijze bepaald:
1° de rangorde wordt voor 20% bepaald op basis van de aanvaarde projectkosten per werknemer die in het potentieel zijn opgenomen in het kader van een modale verschuiving;
2° de rangorde wordt voor 30% bepaald op basis van de verwachte procentuele modale verschuiving. De procentuele modale verschuiving wordt bekomen door de huidige modale verdeling zoals opgegeven door de projectindiener te vergelijken met de resultaten van de potentieelbepaling vermeld in artikel 13;
3° de rangorde wordt voor 50% bepaald op basis van de inhoudelijke onderbouwing, meer bepaald:
a) de inhoudelijke volledigheid en kwaliteit van het dossier;
b) de mate waarin het dossier bijdraagt aan het mobiliteitsbeleid op Vlaams niveau in het algemeen en op het niveau van de vervoerregio in kwestie;
c) de mate waarin het beantwoordt aan de strategische focus van de projectoproep in het bijzonder.
De minister stelt de methodiek vast om de rangorde te bepalen.
Het departement bezorgt zijn advies over de ontvankelijk verklaarde projecten en, in voorkomend geval, over de rangorde van de projecten aan de minister.
De minister beslist op basis van het advies van het departement over de goedkeuring en, in voorkomend geval, de rangorde van de projecten. De minister kan op een gemotiveerde wijze afwijken van het voorgestelde advies.]1
Het departement formuleert een advies over de ontvankelijk verklaarde projecten.
Als voor een oproep het totale bedrag van de aangevraagde subsidies van de gunstig geadviseerde projecten hoger is dan het totale subsidiebedrag dat in de oproep is opgenomen, brengt het departement een advies uit over de rangorde van de projecten. Die rangorde wordt op de volgende wijze bepaald:
1° de rangorde wordt voor 20% bepaald op basis van de aanvaarde projectkosten per werknemer die in het potentieel zijn opgenomen in het kader van een modale verschuiving;
2° de rangorde wordt voor 30% bepaald op basis van de verwachte procentuele modale verschuiving. De procentuele modale verschuiving wordt bekomen door de huidige modale verdeling zoals opgegeven door de projectindiener te vergelijken met de resultaten van de potentieelbepaling vermeld in artikel 13;
3° de rangorde wordt voor 50% bepaald op basis van de inhoudelijke onderbouwing, meer bepaald:
a) de inhoudelijke volledigheid en kwaliteit van het dossier;
b) de mate waarin het dossier bijdraagt aan het mobiliteitsbeleid op Vlaams niveau in het algemeen en op het niveau van de vervoerregio in kwestie;
c) de mate waarin het beantwoordt aan de strategische focus van de projectoproep in het bijzonder.
De minister stelt de methodiek vast om de rangorde te bepalen.
Het departement bezorgt zijn advies over de ontvankelijk verklaarde projecten en, in voorkomend geval, over de rangorde van de projecten aan de minister.
De minister beslist op basis van het advies van het departement over de goedkeuring en, in voorkomend geval, de rangorde van de projecten. De minister kan op een gemotiveerde wijze afwijken van het voorgestelde advies.]1
Art.18. [1 Le département décide de la recevabilité d'un projet introduit sur la base de l'avis du Point de mobilité provincial.
Le département formule un avis sur les projets déclarés recevables.
Si, pour un appel, le montant total des subventions demandées des projets ayant obtenu un avis favorable est supérieur au montant de subvention total prévu dans l'appel, le département émet un avis sur l'ordre des projets. Cet ordre est déterminé comme suit :
1° l'ordre est déterminé pour 20 % sur la base des frais de projet acceptés par travailleur étant repris dans le potentiel dans le cadre d'un transfert modal ;
2° l'ordre est déterminé pour 30 % sur la base du pourcentage de transfert modal attendu. Le pourcentage de transfert modal est obtenu en comparant la répartition modale actuelle telle que déclarée par le soumissionnaire de projet avec les résultats de la détermination du potentiel visée à l'article 13 ;
3° l'ordre est déterminé pour 50 % sur la base de la justification du contenu, plus précisément :
a) l'exhaustivité du dossier en termes de contenu et sa qualité ;
b) la mesure dans laquelle le dossier contribue à la politique de mobilité au niveau flamand en général et au niveau de la région de transport en question ;
c) la mesure dans laquelle il répond à l'objectif stratégique de l'appel à projets en particulier.
Le ministre fixe la méthode de détermination de l'ordre.
Le département transmet au ministre son avis sur les projets déclarés recevables et, le cas échéant, sur l'ordre des projets.
Le ministre statue, sur la base de l'avis du département, sur l'approbation et, le cas échéant, sur l'ordre des projets. Moyennant motivation, le ministre peut déroger à l'avis proposé.]1
Le département formule un avis sur les projets déclarés recevables.
Si, pour un appel, le montant total des subventions demandées des projets ayant obtenu un avis favorable est supérieur au montant de subvention total prévu dans l'appel, le département émet un avis sur l'ordre des projets. Cet ordre est déterminé comme suit :
1° l'ordre est déterminé pour 20 % sur la base des frais de projet acceptés par travailleur étant repris dans le potentiel dans le cadre d'un transfert modal ;
2° l'ordre est déterminé pour 30 % sur la base du pourcentage de transfert modal attendu. Le pourcentage de transfert modal est obtenu en comparant la répartition modale actuelle telle que déclarée par le soumissionnaire de projet avec les résultats de la détermination du potentiel visée à l'article 13 ;
3° l'ordre est déterminé pour 50 % sur la base de la justification du contenu, plus précisément :
a) l'exhaustivité du dossier en termes de contenu et sa qualité ;
b) la mesure dans laquelle le dossier contribue à la politique de mobilité au niveau flamand en général et au niveau de la région de transport en question ;
c) la mesure dans laquelle il répond à l'objectif stratégique de l'appel à projets en particulier.
Le ministre fixe la méthode de détermination de l'ordre.
Le département transmet au ministre son avis sur les projets déclarés recevables et, le cas échéant, sur l'ordre des projets.
Le ministre statue, sur la base de l'avis du département, sur l'approbation et, le cas échéant, sur l'ordre des projets. Moyennant motivation, le ministre peut déroger à l'avis proposé.]1
Wijzigingen
Art.19. [1 Als voor een oproep het totale bedrag van de aangevraagde subsidies van de gunstig geadviseerde projecten hoger is dan het totale subsidiebedrag dat in de oproep is bepaald, dan wordt het totale beschikbare bedrag verdeeld volgens de rangorde, vermeld in artikel 18, tot het totale bedrag is opgenomen.]1
Art.19. [1 Si, pour un appel, le montant total des subventions demandées des projets ayant recueilli un avis favorable est supérieur au montant de subvention total étant établi dans l'appel, le montant total disponible est réparti selon l'ordre visé à l'article 18 jusqu'à ce que le montant total soit épuisé.]1
Wijzigingen
Afdeling 3. - De voortgangsprocedure
Section 3. - La procédure d'avancement
Art.20. Zodra het project van start is gegaan, meldt de projectindiener dat [2 aan het departement]2. Uit het betalingsbewijs van een facturatie die betrekking heeft op een van de maatregelen die in het project zijn opgenomen, moet blijken dat het project effectief van start is gegaan.
Nadat de projectindiener de start van het project heeft aangetoond, wordt een eerste schijf van 30% van het subsidiebedrag uitbetaald.
Als de projectindiener geen betalingsbewijs heeft ingediend binnen zes maanden na de datum waarop de minister het subsidiebesluit heeft ondertekend, vervalt het recht op subsidie.
[1 Als er gegronde redenen zijn voor een eventuele vertraging, kan de minister een verlenging toestaan van de termijn, vermeld in het derde lid, waarin het betalingsbewijs van de facturatie ingediend moet worden.]1
Nadat de projectindiener de start van het project heeft aangetoond, wordt een eerste schijf van 30% van het subsidiebedrag uitbetaald.
Als de projectindiener geen betalingsbewijs heeft ingediend binnen zes maanden na de datum waarop de minister het subsidiebesluit heeft ondertekend, vervalt het recht op subsidie.
[1 Als er gegronde redenen zijn voor een eventuele vertraging, kan de minister een verlenging toestaan van de termijn, vermeld in het derde lid, waarin het betalingsbewijs van de facturatie ingediend moet worden.]1
Art.20. Dès que le projet est mis en marche, le proposant du projet en informe [2 le département]2. Il doit ressortir de la preuve de paiement d'une facturation portant sur les mesures reprises dans le projet, que le projet a effectivement été mis en marche.
Après que le proposant du projet a démontré le démarrage du projet, une première tranche de 30% du montant de subvention est payée.
Si le proposant du projet n'a pas introduit de preuve de paiement dans les six mois de la date à laquelle le Ministre a signé l'arrêté de subvention, le droit à la subvention devient nul.
[1 Au cas où des raisons valables justifieraient un retard, le Ministre peut accorder une prolongation du délai, mentionné à l'alinéa 3, dans lequel la preuve du paiement de la facture doit être présentée.]1
Après que le proposant du projet a démontré le démarrage du projet, une première tranche de 30% du montant de subvention est payée.
Si le proposant du projet n'a pas introduit de preuve de paiement dans les six mois de la date à laquelle le Ministre a signé l'arrêté de subvention, le droit à la subvention devient nul.
[1 Au cas où des raisons valables justifieraient un retard, le Ministre peut accorder une prolongation du délai, mentionné à l'alinéa 3, dans lequel la preuve du paiement de la facture doit être présentée.]1
Art.21. Eén jaar na de opstart van het project stelt de projectindiener een opvolgingsrapport op dat hij op de website van het Pendelfonds oplaadt. Hij wordt daarbij ondersteund door het Provinciaal Mobiliteitspunt.
De minister stelt het model van online opvolgingsrapport vast.
De minister stelt het model van online opvolgingsrapport vast.
Art.21. Un an après le démarrage du projet, le proposant du projet dresse un rapport de suivi qu'il télécharge sur le site web du " Pendelfonds ". Pour ce faire, il reçoit d'aide du Point de mobilité provincial.
Le Ministre établit le modèle de ce rapport en ligne.
Le Ministre établit le modèle de ce rapport en ligne.
Art.22. Het Provinciaal Mobiliteitspunt formuleert op basis van het opvolgingsrapport een advies aan [1 het departement]1. Het advies heeft betrekking op de inhoudelijke en financiële voortgang van het project en geeft uitdrukkelijk aan of de tweede schijf van 30% van het subsidiebedrag kan worden gestort.
Het Provinciaal Mobiliteitspunt laadt zijn advies op de website van het Pendelfonds op binnen een maand nadat het opvolgingsrapport werd opgeladen.
Het Provinciaal Mobiliteitspunt laadt zijn advies op de website van het Pendelfonds op binnen een maand nadat het opvolgingsrapport werd opgeladen.
Art.22. Le Point de mobilité provincial formule un avis à l'attention [1 du département]1 sur la base du rapport de suivi. L'avis porte sur l'avancement financier et du contenu du projet et mentionne explicitement si la première ou la deuxième tranche de 30% du montant de subvention peut être versée.
Le Point de mobilité provincial télécharge son avis sur le site web du " Pendelfonds " dans le mois du téléchargement du rapport de suivi.
Le Point de mobilité provincial télécharge son avis sur le site web du " Pendelfonds " dans le mois du téléchargement du rapport de suivi.
Wijzigingen
Art.23. [1 Het departement beslist op basis van het advies van het Provinciaal Mobiliteitspunt over de uitbetaling van de tweede schijf, vermeld in artikel 22.
Het departement kan afwijken van het advies, vermeld in het eerste lid.]1
Het departement kan afwijken van het advies, vermeld in het eerste lid.]1
Art.23. [1 Le département décide du paiement de la deuxième tranche, visée à l'article 22, sur la base de l'avis du Point de mobilité provincial.
Le département peut déroger à l'avis visé à l'alinéa premier.]1
Le département peut déroger à l'avis visé à l'alinéa premier.]1
Wijzigingen
Art.24. In voorkomend geval wordt voor de opvolgingsrapportage van het tweede, derde en vierde jaar dezelfde procedure gevolgd, vermeld in artikel 21 tot en met 23. Rekening houdend met de effectief aanvaarde uitgaven wordt na het laatste opvolgingsrapport het saldo uitbetaald of wordt tot terugvordering overgegaan.
Art.24. Le cas échéant, la même procédure, visée aux articles 21 à 23, est suivie pour le rapportage de suivi de la deuxième, la troisième et la quatrième année. Compte tenu des dépenses effectivement acceptées, le solde est payé après le dernier rapport de suivi ou bien il est procédé au recouvrement.
Art.25. De projectindiener laadt binnen drie maanden na de verplichte datum het opvolgingsrapport op op de website van het Pendelfonds. Mits gegronde redenen voor de eventuele vertraging, kan [1 ...]1 het departement een verlenging toestaan van de termijn waarop het opvolgingsrapport wordt ingediend. Als de projectindiener niet binnen een maand gegronde redenen voor de vertraging heeft aangegeven, wordt een financiële afrekening van het dossier opgemaakt op basis van de tot op dat ogenblik bezorgde onkostenstaten en wordt het project afgesloten.
Art.25. Dans les trois mois de la date imposée, le proposant du projet télécharge le rapport de suivi sur le site web du " Pendelfonds ". A condition qu'il y ait des raisons légitimes pour le retard éventuel, [1 le département]1 peut accorder une prolongation du délai d'introduction du rapport de suivi. Si le proposant du projet n'a pas donné des raisons légitimes pour le retard dans le délai d'un mois, un décompte financier du dossier est établi au vu des relevés des frais transmis jusqu'à cet instant, et le projet est clos.
Wijzigingen
Art.26. Tijdens de looptijd van het project kan de projectindiener inhoudelijke aanpassingen voorstellen.
De projectindiener bezorgt zijn voorstellen tot inhoudelijke aanpassingen van het project aan het Provinciaal Mobiliteitspunt. Het Provinciaal Mobiliteitspunt formuleert daarover een advies en bezorgt het [1 aan het departement]1. Het departement maakt zijn beslissing bekend binnen een maand nadat het Provinciaal Mobiliteitspunt zijn advies heeft geformuleerd.
Het globale subsidiebedrag kan door deze inhoudelijke aanpassingen nooit overschreden worden.
De projectindiener bezorgt zijn voorstellen tot inhoudelijke aanpassingen van het project aan het Provinciaal Mobiliteitspunt. Het Provinciaal Mobiliteitspunt formuleert daarover een advies en bezorgt het [1 aan het departement]1. Het departement maakt zijn beslissing bekend binnen een maand nadat het Provinciaal Mobiliteitspunt zijn advies heeft geformuleerd.
Het globale subsidiebedrag kan door deze inhoudelijke aanpassingen nooit overschreden worden.
Art.26. Le proposant du projet peut proposer des adaptations quant au contenu tout au long de la durée du projet.
Le proposant du projet transmet ses propositions portant sur le contenu au Point de mobilité provincial. Le Plan de mobilité provincial formule un avis quant à ces propositions et le transmet [1 au département]1. Le Département publie sa décision dans le mois suivant l'émission de l'avis du Plan de mobilité provincial.
Le montant de subvention global ne peut jamais être dépassé suite à ces adaptations quant au contenu.
Le proposant du projet transmet ses propositions portant sur le contenu au Point de mobilité provincial. Le Plan de mobilité provincial formule un avis quant à ces propositions et le transmet [1 au département]1. Le Département publie sa décision dans le mois suivant l'émission de l'avis du Plan de mobilité provincial.
Le montant de subvention global ne peut jamais être dépassé suite à ces adaptations quant au contenu.
Wijzigingen
Art. 26/1. [1 De projectindiener kan de subsidie cumuleren met andere subsidies, conform de verordening (EG) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer de de-minimisdrempels in de verordening nr.1407/2013 van de Commissie zijn overschreden.]1
De subsidie kan geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer de de-minimisdrempels in de verordening nr.1407/2013 van de Commissie zijn overschreden.]1
Art. 26/1. [1 Le proposant du projet peut cumuler la subvention avec d'autres subventions, conformément au Règlement (UE) n° 1407/2013 de la Commission du 18 décembre 2013 relatif à l'application des articles 107 et 108 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne aux aides de minimis.
La subvention peut être récupérée en tout ou en partie en cas de dépassement des seuils de minimis visés au règlement 1407/2013 de la Commission.]1
La subvention peut être récupérée en tout ou en partie en cas de dépassement des seuils de minimis visés au règlement 1407/2013 de la Commission.]1
HOOFDSTUK 6. - Werking en beheer van het Pendelfonds
CHAPITRE 6. - Fonctionnement et gestion du Fonds des Migrations pendulaires
Art.27. Alle financiële verrichtingen worden gecentraliseerd in het departement, waar ze ter goedkeuring worden voorgelegd aan de secretaris-generaal.
Art.27. Toutes les opérations financières sont centralisées au sein du Département, où elles sont soumises au secrétaire général pour approbation.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art.28. Het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 betreffende het Pendelfonds wordt opgeheven.
Art.28. L'arrêté du Gouvernement flamand du 24 novembre 2006 relatif au Fonds des Migrations pendulaires est abrogé.
Art.29. Op de projecten die goedgekeurd werden naar aanleiding van een oproep die dateert van vóór de inwerkingtreding van dit besluit, blijven de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 november 2006 van toepassing.
Art.29. Les dispositions de l'arrêté de Gouvernement flamand du 24 novembre 2006 restent d'application aux projets approuvés suite à l'appel datant d'avant l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art. 30. De Vlaamse minister, bevoegd voor het mobiliteitsbeleid, de openbare werken en het vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 30. Le Ministre flamand ayant la politique de la mobilité, les travaux publics et les transports dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.