Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende de bepaling van voorwaarden voor een bijzondere oproep om voor bepaalde woongelegenheden een erkenningskalender in te dienen en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender
Titre
16 SEPTEMBRE 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant dĂ©termination des conditions pour introduire un appel spĂ©cial pour un calendrier d'agrĂ©ment pour certains logements et modifiant la lĂ©gislation concernant l'autorisation prĂ©alable pour les centres de court sĂ©jour et les centres de services de soins et de logement et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements Ă  agrĂ©er pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour dans le cadre du calendrier d'agrĂ©ment
Documentinformatie
Numac: 2016036477
Datum: 2016-09-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036477
Date: 2016-09-16
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen;
2° erkenningskalender: de opgave van het trimester waarin voor woongelegenheden in een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum de erkenning zal worden aangevraagd;
3° initiatiefnemer: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een centrum voor kortverblijf of een woonzorgcentrum uitbaat of zal uitbaten;
4° start van de bouwwerken: de bouwwerken worden geacht te zijn gestart vanaf het afgraven van de grond voor de realisatie van de onderbouw;
5° ruwbouw: een infrastructuur waarvan cumulatief de volgende bouwfases zijn afgerond:
a) de funderings-, ruwbouw- en gevelwerken;
b) de dakwerken, namelijk het voltooien van de dakconstructie en de dakbedekking;
6° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap Zorg en Gezondheid, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Zorg en Gezondheid";
7° administrateur-generaal: het hoofd van het agentschap;
8° maximale erkenningscapaciteit: het maximale aantal te erkennen woongelegenheden, vermeld in het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden.
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° ministre : le ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions ;
2 ° calendrier d'agrément : l'annonce du trimestre au cours duquel l'agrément sera demandé pour les logements dans un centre de court séjour ou un centre de soins et de logement ;
3 ° initiateur : désigne une personne physique ou morale qui exploite ou exploitera un centre de court séjour ou un centre de soins et de logement ;
4 ° début des travaux de construction : les travaux de construction sont censés commencer à partir de l'excavation des terres pour la réalisation des fondations ;
5 ° gros oeuvre : une infrastructure sur laquelle les phases de construction suivantes sont cumulativement réalisées :
a) les travaux de fondation, de gros oeuvre et de façade ;
b) la couverture, Ă  savoir l'achĂšvement du toit et le recouvrement ;
6 ° agence : l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " (Soins et SantĂ©), Ă©tablie par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Zorg en Gezondheid " ;
7° administrateur général : le directeur de l'agence ;
8° capacitĂ© d'agrĂ©ment maximale : le nombre maximum de logements agréés, mentionnĂ© dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximal de logements Ă  agrĂ©er.
HOOFDSTUK 2. - Bijzondere oproep voor de indiening van erkenningskalenders
CHAPITRE 2. - Appel particulier pour la soumission des calendriers d'agrément
Art. 2. In afwijking van artikel 3, eerste tot en met derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra kan de minister, rekening houdend met de beschikbare begrotingskredieten, een oproep doen om voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, een erkenningskalender in te dienen.
Art. 2. Par dĂ©rogation Ă  l'article 3, alinĂ©as 1er Ă  3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand relatif Ă  l'autorisation prĂ©alable pour les centres de court sĂ©jour et les centres de services de soins et de logement et modifiant les rĂšgles relatives Ă  l'autorisation prĂ©alable et Ă  l'agrĂ©ment de ces centres, le ministre peut, en tenant compte des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles, faire un appel pour soumettre un calendrier d'agrĂ©ment pour les logements mentionnĂ©s Ă  l'article 3.
Art. 3. De minister kan in de oproep, vermeld in artikel 2 van dit besluit, de initiatiefnemers die houder zijn van een voorafgaande vergunning oproepen om een erkenningskalender in te dienen voor de volgende woongelegenheden:
1° de woongelegenheden die behoren tot de pilootprojecten, geselecteerd bij het ministerieel besluit van 6 maart 2013 betreffende de selectie van pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg met toepassing van artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 betreffende pilootprojecten over nieuwe ruimtelijke concepten in de woonzorg;
2° de woongelegenheden waarvan de aangevraagde erkenningskalender voor 2017 door het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf of het besluit van de administrateur-generaal van 15 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, of door het ministerieel besluit van 11 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, is afgewezen of uitgesteld naar een later trimester en waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden;
3° de woongelegenheden waarvoor nog geen erkenningskalender is ingediend en waarvan het bewijs wordt geleverd dat uiterlijk op 30 april 2015 gestart werd met de bouwwerken voor de realisatie van die woongelegenheden.
Art. 3. Dans l'appel mentionnĂ© Ă  l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le ministre peut faire appel aux initiateurs qui sont titulaires d'une autorisation prĂ©alable afin qu'ils introduisent un calendrier d'agrĂ©ment pour les logements suivants :
1 ° les logements appartenant aux projets pilotes, sĂ©lectionnĂ©s par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 6 mars 2013 relatif au choix des projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins rĂ©sidentiels, en application de l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 relatif aux projets pilotes sur les nouveaux concepts spatiaux dans le domaine des soins et du logement ;
2° les logements dont le calendrier d'agrĂ©ment, demandĂ© pour 2017 par la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'approbation, Ă  la modification ou au rejet des calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour, ou par la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 15 dĂ©cembre 2015 relative Ă  la rĂ©clamation contre la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'adoption, Ă  la modification ou au rejet des calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour, ou par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 11 dĂ©cembre 2015 relatif Ă  la rĂ©clamation contre la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'approbation, Ă  la modification ou au rejet de calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de soins et de logement et pour les centres de court sĂ©jour, a Ă©tĂ© rejetĂ© ou reportĂ© Ă  un trimestre ultĂ©rieur, et dont la preuve est apportĂ©e que les travaux de construction ont dĂ©butĂ© au plus tard le 30 avril 2015 pour la rĂ©alisation de ces logements ;
3° les logements pour lesquels aucun calendrier d'agrément n'est encore introduit et dont la preuve est apportée que les travaux de construction ont débuté au plus tard le 30 avril 2015 pour la réalisation de ces logements.
Art. 4. De initiatiefnemers dienen per woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf voor het geheel van de woongelegenheden waarvan de erkenning zal worden aangevraagd, een erkenningskalender in voor hetzelfde trimester.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 1°, een erkenningskalender indienen voor 2017 en 2018.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2°, een erkenningskalender indienen voor 2018. Als het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw voor alle woongelegenheden waarvoor de erkenning zal worden aangevraagd, gerealiseerd was uiterlijk op 30 april 2015, kan ook een erkenningskalender ingediend worden voor 2017.
De initiatiefnemers kunnen voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 3°, een erkenningskalender indienen voor 2018.
De initiatiefnemers die voor een woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf een erkenningskalender indienen zowel voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 2°, als voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 3°, kunnen alleen een erkenningskalender indienen voor 2017 als het bewijs wordt geleverd dat de ruwbouw voor alle woongelegenheden waarvoor de erkenning zal worden aangevraagd, gerealiseerd was uiterlijk op 30 april 2015.
Art. 4. Les initiateurs doivent introduire par centre de soins et de logement ou par centre de court sĂ©jour, pour l'ensemble des logements dont l'agrĂ©ment sera demandĂ©, un calendrier d'agrĂ©ment pour le mĂȘme trimestre.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément pour 2017 et 2018 pour les logements mentionnés à l'article 3, 1°.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrĂ©ment pour 2018 pour les logements mentionnĂ©s Ă  l'article 3, 2°. S'il est prouvĂ© que le gros oeuvre pour tous les logements pour lesquels l'agrĂ©ment sera demandĂ© Ă©tait rĂ©alisĂ© au plus tard le 30 avril 2015, un calendrier d'agrĂ©ment peut Ă©galement ĂȘtre introduit pour 2017.
Les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément pour 2018 pour les logements mentionnés à l'article 3, 3°.
Les initiateurs qui, pour un centre de soins et de logement ou un centre de court séjour, introduisent un calendrier d'agrément tant pour les logements visés à l'article 3, 2°, que pour les logements visés à l'article 3, 3°, peuvent uniquement soumettre un calendrier d'agrément pour 2017 s'ils fournissent la preuve que le gros oeuvre pour tous les logements pour lesquels l'agrément sera demandé était réalisé au plus tard le 30 avril 2015.
Art. 5. De initiatiefnemers bezorgen aan het agentschap een erkenningskalender voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3. Om ontvankelijk te zijn, wordt de erkenningskalender bezorgd met een aangetekende brief of op een andere wijze die de minister in de oproep bepaalt en wordt, als de initiatiefnemer een rechtspersoon is, bij de erkenningskalender een rechtsgeldige beslissing van het beheersorgaan gevoegd.
Voor de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2° en 3°, voegen de initiatiefnemers, op straffe van niet-ontvankelijkheid, bij de erkenningskalender het bewijs dat de bouwwerken uiterlijk op 30 april 2015 zijn gestart of, in voorkomend geval, dat de ruwbouw uiterlijk op 30 april 2015 was gerealiseerd.
Het bewijs, vermeld in het tweede lid, wordt geleverd door bewijskrachtige stukken waaronder minstens twee van de volgende bewijsstukken:
1° het bevel tot aanvang van de werken;
2° tegenstelbare documenten over de vordering van de werken, zoals een dagboek van de werken of werfverslagen;
3° aanvaarde vorderingsstaten;
4° facturen en betalingsbewijzen;
5° het bewijs van verkrijging van het eigendomsrecht of een zakelijk of genotsrecht op een al bestaande infrastructuur.
Het agentschap kan aan de initiatiefnemer vragen om bijkomende informatie te verschaffen.
Art. 5. Les initiateurs transmettent Ă  l'agence un calendrier d'agrĂ©ment pour les logements mentionnĂ©s Ă  l'article 3. Pour ĂȘtre recevable, le calendrier d'agrĂ©ment est transmis par lettre recommandĂ©e ou par tout autre moyen que le ministre prĂ©cise dans l'appel et, si l'initiateur est une personne morale, en joignant au calendrier d'agrĂ©ment une dĂ©cision juridiquement valable de l'organe de gestion.
Pour les logements mentionnés à l'article 3, 2° et 3°, les initiateurs, sous peine d'irrecevabilité, joignent au calendrier d'agrément la preuve que les travaux de construction ont commencé au plus tard le 30 avril 2015 ou, le cas échéant, que le gros oeuvre était réalisé au plus tard le 30 avril 2015.
La preuve visée à l'alinéa 2 est fournie par des piÚces probantes, dont au moins deux des piÚces justificatives suivantes :
1° l'ordre de début des travaux ;
2° des documents opposables à propos de l'avancement des travaux, comme un journal des travaux ou des rapports de chantier ;
3° les états d'avancement acceptés ;
4° les factures et preuves de paiement ;
5 ° la preuve de l'acquisition du droit de propriété ou d'un droit réel ou de jouissance sur une infrastructure déjà existante.
L'agence peut demander un complément d'information à l'initiateur.
Art. 6. Het agentschap onderzoekt of de erkenning in het trimester, opgegeven in de erkenningskalender die is ingediend naar aanleiding van de oproep, vermeld in artikel 2, mogelijk is binnen de maximale erkenningscapaciteit en de vastgelegde begrotingskredieten voor het betreffende jaar.
Als volgens de ingediende erkenningskalenders het aantal woongelegenheden dat initiatiefnemers willen laten erkennen, hoger ligt dan de maximale erkenningscapaciteit, worden achtereenvolgens de volgende prioriteringscriteria toegepast:
1° er wordt een hogere prioriteit gegeven aan de woongelegenheden die behoren tot de pilootprojecten, vermeld in artikel 3, 1°, van dit besluit, dan aan de woongelegenheden die geen deel uitmaken van die projecten;
2° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 1°, krijgen de woongelegenheden waarvan de aangevraagde erkenningskalender voor 2017 door het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf of het besluit van de administrateur-generaal van 15 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, of door het ministerieel besluit van 11 december 2015 betreffende het bezwaar tegen het besluit van de administrateur-generaal van 26 juni 2015 tot de goedkeuring, wijziging of afwijzing van erkenningskalenders voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf, is afgewezen of uitgesteld naar een later trimester, een hogere prioriteit dan de woongelegenheden waarvoor nog geen erkenningskalender is ingediend;
3° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 2°, krijgen de woongelegenheden die zijn aangewezen voor erkenning in een trimester dat volgt op het trimester, vermeld in de ingediende erkenningskalender, een hogere prioriteit in dat trimester dan woongelegenheden waarvoor de ingediende erkenningskalender hetzelfde trimester vermeldt;
4° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 3°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden in zorgregio's waarin de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds de som van de programmacijfers van de gemeenten binnen de zorgregio het laagst is;
5° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 4°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden in de gemeente waarin de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds het programmacijfer binnen de gemeente het laagst is;
6° binnen de categorieën van woongelegenheden, vermeld in punt 5°, wordt per trimester prioriteit verleend aan woongelegenheden waarvan de erkenningskalender de verhouding tussen enerzijds het aantal woongelegenheden dat erkend is of waarvan de erkenningskalender al goedgekeurd is, en anderzijds het programmacijfer binnen de gemeente, het meest invult.
Als een initiatiefnemer per woonzorgcentrum of centrum voor kortverblijf een erkenningskalender indient zowel voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 2°, als voor woongelegenheden als vermeld in artikel 3, 3°, beoordeelt het agentschap die erkenningskalender als geheel volgens de prioriteringscriteria die van toepassing zijn op de woongelegenheden, vermeld in artikel 3, 2°.
Art. 6. L'agence examine si la reconnaissance au cours du trimestre, spécifiée dans le calendrier d'agrément qui est introduit à la suite de l'appel mentionné à l'article 2, est possible dans le cadre de la capacité maximale d'agrément et les crédits budgétaires fixés pour l'année en question.
Si, selon les calendriers d'agrément introduits, le nombre de logements que les initiateurs veulent faire agréer est plus élevé que la capacité d'agrément maximale, les critÚres de priorité suivants seront successivement appliqués :
1° une plus grande prioritĂ© est accordĂ©e aux logements faisant partie des projets pilotes mentionnĂ©s Ă  l'article 3, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ensuite aux logements qui ne font pas partie de ces projets ;
2° au sein des catĂ©gories de logements mentionnĂ©es au point 1°, les logements dont le calendrier d'agrĂ©ment demandĂ© pour 2017 par la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'approbation, Ă  la modification ou au rejet des calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour, ou la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 15 dĂ©cembre 2015 concernant l'opposition contre la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'approbation, Ă  la modification ou au rejet des calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour, ou par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 11 dĂ©cembre 2015 concernant l'opposition contre la dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral du 26 juin 2015 relative Ă  l'approbation, Ă  la modification ou au rejet des calendriers d'agrĂ©ment pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour, a Ă©tĂ© rejetĂ© ou reportĂ© Ă  un trimestre ultĂ©rieur, reçoivent une prioritĂ© plus Ă©levĂ©e que les logements pour lesquels aucun calendrier d'agrĂ©ment n'a encore Ă©tĂ© introduit ;
3° au sein des catĂ©gories de logements mentionnĂ©es au point 2°, les logements qui sont indiquĂ©s Ă  ĂȘtre agréés au cours d'un trimestre qui suit le trimestre mentionnĂ© dans le calendrier d'agrĂ©ment introduit, ont prioritĂ© au cours de ce trimestre sur les logements pour lesquels le calendrier d'agrĂ©ment introduit mentionne le mĂȘme trimestre ;
4° au sein des catĂ©gories de logements mentionnĂ©es au point 3°, la prioritĂ© est donnĂ©e, par trimestre, aux logements dans les rĂ©gions de soins oĂč le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrĂ©ment a dĂ©jĂ  Ă©tĂ© approuvĂ©, d'une part, et la somme des chiffres de programmation des communes au sein de la rĂ©gion de soins, d'autre part, est le plus bas ;
5° au sein des catĂ©gories de logements, mentionnĂ©es au point 4°, la prioritĂ© est donnĂ©e, par trimestre, aux logements dans la commune oĂč le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrĂ©ment a dĂ©jĂ  Ă©tĂ© approuvĂ©, d'une part, et le chiffre de programmation au sein de la commune, d'autre part, est le plus bas ;
6° au sein des catégories de logements mentionnées au point 5°, la priorité est donnée, par trimestre, aux logements dont le calendrier d'agrément est le rapport entre le nombre de logements qui sont agréés ou dont le calendrier d'agrément a déjà été approuvé, d'une part, et dont le chiffre de programmation au sein de la commune, d'autre part, est le plus élevé.
Si un initiateur introduit un calendrier d'agrément par centre de services de soins et de logement ou par centre pour court séjour tant pour les logements tels que mentionnés à l'article 3, 2°, que pour les logements tels que mentionnés à l'article 3, 3°, l'agence évalue ce calendrier d'agrément dans son ensemble selon les critÚres de priorités applicables aux logements mentionnés à l'article 3, 2°.
Art. 7. De administrateur-generaal beslist over de erkenningskalender. Hij kan de ingediende erkenningskalender goedkeuren, afwijzen of het daarin vermelde trimester wijzigen in een later trimester of, met akkoord van de betrokken initiatiefnemer(s), in een voorafgaand trimester. Als na de toepassing van de prioriteringscriteria, vermeld in artikel 6, blijkt dat resterende maximale erkenningscapaciteit onvoldoende is om alle woongelegenheden, vermeld in de erkenningskalender die als laatste in aanmerking komt, goed te keuren, wijst de administrateur-generaal de erkenningskalender af, tenzij de initiatiefnemer instemt met de gedeeltelijke goedkeuring van de erkenningskalender. De beslissing van de administrateur-generaal over het trimester waarin de erkenning moet worden aangevraagd, wordt uiterlijk honderdtwintig kalenderdagen na de uiterste indieningsdatum met een aangetekende brief aan de initiatiefnemer(s) meegedeeld. De minister kan bepalen dat de beslissing op een andere wijze aan de initiatiefnemers wordt meegedeeld. Die beslissing maakt integraal deel uit van de voorafgaande vergunning.
Als de administrateur-generaal een tweede erkenningskalender toewijst voor dezelfde woongelegenheid, vervalt de erkenningskalender met het latere trimester. De administrateur-generaal kan de erkenningscapaciteit die daarbij eventueel vrijkomt, niet opnieuw invullen.
Art. 7. L'administrateur gĂ©nĂ©ral se prononce sur le calendrier d'agrĂ©ment. Il peut approuver ou rejeter le calendrier d'agrĂ©ment, ou modifier le trimestre qui y est mentionnĂ© en un trimestre ultĂ©rieur ou, avec l'accord de ou des initiateurs concernĂ©s, en un trimestre prĂ©cĂ©dent. Si aprĂšs l'application des critĂšres de prioritĂ© Ă©noncĂ©s Ă  l'article 6, il apparaĂźt que la capacitĂ© d'agrĂ©ment maximale restante est insuffisante pour approuver tous les logements mentionnĂ©s dans le calendrier d'agrĂ©ment qui est Ă©ligible en dernier lieu, l'administrateur gĂ©nĂ©ral refuse le calendrier d'agrĂ©ment, Ă  moins que l'initiateur accepte l'approbation partielle du calendrier d'agrĂ©ment. La dĂ©cision de l'administrateur gĂ©nĂ©ral sur le trimestre au cours duquel l'agrĂ©ment doit ĂȘtre demandĂ© est communiquĂ©e Ă  ou aux initiateurs par lettre recommandĂ©e au plus tard cent vingt jours civils aprĂšs la date limite pour le dĂ©pĂŽt. Le ministre peut dĂ©terminer que la dĂ©cision est communiquĂ©e aux initiateurs d'une autre maniĂšre. Cette dĂ©cision fait partie intĂ©grante de l'autorisation prĂ©alable.
Si l'administrateur gĂ©nĂ©ral accorde un second calendrier d'agrĂ©ment pour un mĂȘme logement, le calendrier d'agrĂ©ment Ă©choit au trimestre suivant. L'administrateur gĂ©nĂ©ral ne peut pas rĂ©utiliser la capacitĂ© d'agrĂ©ment qui se libĂšre Ă©ventuellement.
Art. 8. De oproep, vermeld in artikel 2, vermeldt minstens:
1° de uiterlijke datum waarop de initiatiefnemers een erkenningskalender kunnen indienen;
2° de wijze waarop de initiatiefnemers een erkenningskalender kunnen indienen;
3° het maximale aantal te erkennen woongelegenheden op basis waarvan de administrateur-generaal de aanvragen tot opname in de erkenningskalender invult.
De oproep wordt in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.
Art. 8. L'appel mentionné à l'article 2 doit indiquer au moins :
1° la date ultime à laquelle les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément ;
2° la maniÚre dont les initiateurs peuvent soumettre un calendrier d'agrément ;
3° le nombre maximum de logements à agréer sur la base desquels l'administrateur général complÚte les demandes d'enregistrement dans le calendrier d'agrément.
L'appel est publié au Moniteur belge.
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen
Section 1re. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 rĂ©glementant l'octroi de l'autorisation prĂ©alable pour certaines structures de services de soins et de logement
Art. 9. In artikel 11/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot vaststelling van de regels voor het verlenen van de voorafgaande vergunning voor sommige woonzorgvoorzieningen, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt de zinsnede "en die vervallen voor 31 december 2020, verlengd tot en met 31 december 2020" vervangen door de zinsnede "verlengd tot en met 31 december 2025".
Art. 9. A l'article 11/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 rĂ©glementant l'octroi de l'autorisation prĂ©alable pour certaines structures de services de soins et de logement, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du gouvernement flamand du 13 novembre 2015, les mots " et qui expirent avant le 31 dĂ©cembre 2020, prolongĂ©e jusqu'au 31 dĂ©cembre 2020 " sont remplacĂ©s par les mots " prolongĂ©s jusqu'au 31 dĂ©cembre 2025 ".
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 dĂ©cembre 2013 relatif Ă  l'autorisation prĂ©alable pour les centres de court sĂ©jour et les centres de services de soins et de logement, et modifiant les rĂšgles relatives Ă  l'autorisation prĂ©alable et Ă  l'agrĂ©ment de ces centres
Art. 10. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en tot wijziging van de regels betreffende de voorafgaande vergunning en de erkenning van die centra, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 10. A l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 dĂ©cembre 2013 relatif Ă  l'autorisation prĂ©alable pour les centres de court sĂ©jour et les centres de services de soins et de logement, et modifiant les rĂšgles relatives Ă  l'autorisation prĂ©alable et Ă  l'agrĂ©ment de ces centres, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, le quatriĂšme alinĂ©a est supprimĂ©.
Art. 11. Aan artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 november 2015, wordt een vierde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Voor de woongelegenheden waarvoor een erkenningskalender is ingediend, vervalt de voorafgaande vergunning of wordt de erkenning ingetrokken als na onderzoek blijkt dat de initiatiefnemer bij de indiening van die erkenningskalender wetens en willens onjuiste informatie verschaft heeft aan het agentschap.".
Art. 11. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 novembre 2015, il est ajoutĂ© un quatriĂšme alinĂ©a, qui s'Ă©nonce comme suit :
" Pour les logements pour lesquels est soumis un calendrier d'agrĂ©ment, l'autorisation prĂ©alable Ă©choit ou l'agrĂ©ment est retirĂ© si aprĂšs enquĂȘte il apparaĂźt que l'initiateur, lors de la soumission de ce calendrier d'agrĂ©ment, a donnĂ© sciemment et volontairement des informations incorrectes Ă  l'agence ".
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements Ă  agrĂ©er pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour dans le cadre du calendrier d'agrĂ©ment
Art. 12. In het besluit van Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender wordt een artikel 2/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Art. 2/1. Het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor 2017 en 2018, vermeld in artikel 1 van dit besluit, wordt verhoogd met het aantal woongelegenheden waarvoor een erkenningskalender wordt verleend door de administrateur-generaal naar aanleiding van de oproep, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2016 houdende de bepaling van voorwaarden voor een bijzondere oproep om voor bepaalde woongelegenheden een erkenningskalender in te dienen en tot wijziging van de regelgeving betreffende de voorafgaande vergunning voor centra voor kortverblijf en woonzorgcentra en het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2015 betreffende het maximale aantal te erkennen woongelegenheden voor woonzorgcentra en centra voor kortverblijf in het kader van de erkenningskalender, tot maximaal 1389 woongelegenheden voor beide jaren samen.".
Art. 12. Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements Ă  reconnaĂźtre pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour dans le cadre du calendrier d'agrĂ©ment, un article 2/1 est insĂ©rĂ©, qui s'Ă©nonce comme suit :
" Art. 2/1. Le nombre maximum de logements Ă  agrĂ©er pour 2017 et 2018, mentionnĂ© Ă  l'article 1er du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est majorĂ© du nombre de logements pour lesquels un calendrier d'agrĂ©ment est accordĂ© par l'administrateur gĂ©nĂ©ral calendrier Ă  la suite de l'appel mentionnĂ© Ă  l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 septembre 2016 portant dĂ©termination des conditions pour soumettre un appel particulier pour un calendrier d'agrĂ©ment pour certains logements et modifiant la lĂ©gislation concernant l'autorisation prĂ©alable pour les centres de court sĂ©jour et les centres de services de soins et de logement et l'arrĂȘtĂ© du gouvernement flamand du 24 avril 2015 relatif au nombre maximum de logements Ă  reconnaĂźtre pour les centres de services de soins et de logement et les centres de court sĂ©jour dans le cadre du calendrier d'agrĂ©ment, jusqu'Ă  un maximum de 1 389 logements pour les deux annĂ©es ensemble ".
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 13. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.