Artikel 1. In artikel 16, § 1, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan punt A wordt een punt y) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "y) de werkelijke diensten die het personeelslid heeft verstrekt in een bezoldigde functie met volledige prestaties in de vzw Voorrangsbeleid Brussel.";
  2° aan punt B wordt een punt o) toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "o) de werkelijke diensten die het personeelslid heeft verstrekt in een bezoldigde functie met onvolledige prestaties in de vzw Voorrangsbeleid Brussel.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 SEPTEMBER 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten, wat betreft de bezoldigingsregeling van sommige personeelsleden van het onderwijs en wat betreft de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs
Titre
9 SEPTEMBRE 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s, pour ce qui est du statut pĂ©cuniaire de certains membres du personnel de l'enseignement et pour ce qui est de l'expĂ©rience utile comme titre
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (14)
Texte (14)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 avril 1958 portant statut pĂ©cuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilĂ© du MinistĂšre de l'Instruction publique
Article 1er. A l'article 16, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 avril 1958 portant statut pĂ©cuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilĂ© du MinistĂšre de l'Instruction publique, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° sous A, il est ajouté un point y), ainsi rédigé :
  " y) les services effectifs que le membre du personnel a accomplis en tant que titulaire d'une fonction rémunérée à prestations complÚtes dans l'a.s.b.l. Voorrangsbeleid Brussel. ";
  2° le point B est complété par un point o), ainsi rédigé :
  " o) les services effectifs que le membre du personnel a accomplis en tant que titulaire d'une fonction rémunérée à prestations incomplÚtes dans l'a.s.b.l. Voorrangsbeleid Brussel. ".
  1° sous A, il est ajouté un point y), ainsi rédigé :
  " y) les services effectifs que le membre du personnel a accomplis en tant que titulaire d'une fonction rémunérée à prestations complÚtes dans l'a.s.b.l. Voorrangsbeleid Brussel. ";
  2° le point B est complété par un point o), ainsi rédigé :
  " o) les services effectifs que le membre du personnel a accomplis en tant que titulaire d'une fonction rémunérée à prestations incomplÚtes dans l'a.s.b.l. Voorrangsbeleid Brussel. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er dĂ©cembre 1970 fixant le statut pĂ©cuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maĂźtrise, gens de mĂ©tier et de service des Ă©tablissements d'enseignement gardien, primaire, spĂ©cial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat
Art. 2. In artikel 14, 11°, van het koninklijk besluit van 1 december 1970 houdende bezoldigingsregeling van het administratief personeel, het meesters-, vak- en dienstpersoneel van de rijksinrichtingen voor kleuteronderwijs, voor lager, buitengewoon, middelbaar, technisch, kunst- en normaalonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli 2009, wordt een punt f) ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "f) in de vzw Voorrangsbeleid Brussel.".
  "f) in de vzw Voorrangsbeleid Brussel.".
Art. 2. A l'article 14, 11°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 1er dĂ©cembre 1970 fixant le statut pĂ©cuniaire des membres du personnel administratif, du personnel de maĂźtrise, gens de mĂ©tier et de service des Ă©tablissements d'enseignement gardien, primaire, spĂ©cial, moyen, technique, artistique et normal de l'Etat, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 24 juillet 2009, il est ajoutĂ© un point f), rĂ©digĂ© ainsi qu'il suit :
  " f) dans l'a.s.b.l. " Voorrangsbeleid Brussel ". ".
  " f) dans l'a.s.b.l. " Voorrangsbeleid Brussel ". ".
Art. 3. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 november 2014, wordt een artikel 26bis ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 26bis. Voor de tijdelijke personeelsleden zijn de volgende dagen betaalbaar:
  1° alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, als ze geheel of gedeeltelijk in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van:
  a) de wettelijke feestdagen;
  b) de weekends;
  c) de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie;
  d) de afwezigheden waarvoor het tijdelijke personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op een salaris of salaristoelage van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de wettelijke feestdagen, de weekends en de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie tussen twee tijdelijke aanstellingen, als die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld, of op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en als die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling of op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld.
  Voor de dag, de periode of de dagen binnen die periode, vermeld in het eerste lid, 2°, behoudt het tijdelijke personeelslid de bezoldiging die wordt toegekend overeenkomstig de prestaties, verstrekt aan de vooravond van de te bezoldigen dag, periode of dagen binnen die periode, of aan de vooravond van een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld, tot op de vooravond van een nieuwe tijdelijke aanstelling. De toepassing van deze bezoldigingsregel mag echter niet tot gevolg hebben dat een tijdelijk personeelslid niet wordt bezoldigd voor de dagen waarvoor hij effectief is aangesteld.
  Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt het eerste lid, 2°, voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voor zover de gestelde voorwaarden vervuld zijn.".
  "Art. 26bis. Voor de tijdelijke personeelsleden zijn de volgende dagen betaalbaar:
  1° alle dagen, gerekend van het begin tot het einde van de tijdelijke aanstelling, met inbegrip, als ze geheel of gedeeltelijk in de duur van de tijdelijke aanstelling begrepen zijn, van:
  a) de wettelijke feestdagen;
  b) de weekends;
  c) de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie;
  d) de afwezigheden waarvoor het tijdelijke personeelslid, op grond van een reglementaire bepaling, recht heeft op een salaris of salaristoelage van de Vlaamse Gemeenschap;
  2° de wettelijke feestdagen, de weekends en de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie tussen twee tijdelijke aanstellingen, als die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld, of op de laatste dag van de tijdelijke aanstelling en als die dag, die periode of de dagen binnen die periode aansluiten op de eerste dag van de erop volgende tijdelijke aanstelling of op een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld.
  Voor de dag, de periode of de dagen binnen die periode, vermeld in het eerste lid, 2°, behoudt het tijdelijke personeelslid de bezoldiging die wordt toegekend overeenkomstig de prestaties, verstrekt aan de vooravond van de te bezoldigen dag, periode of dagen binnen die periode, of aan de vooravond van een periode die met dienstactiviteit wordt gelijkgesteld, tot op de vooravond van een nieuwe tijdelijke aanstelling. De toepassing van deze bezoldigingsregel mag echter niet tot gevolg hebben dat een tijdelijk personeelslid niet wordt bezoldigd voor de dagen waarvoor hij effectief is aangesteld.
  Als een personeelslid een aanstelling heeft voor een volledig schooljaar en daarnaast een tijdelijke aanstelling voor een deel van hetzelfde schooljaar, geldt het eerste lid, 2°, voor de tijdelijke aanstelling voor het deel van het schooljaar, voor zover de gestelde voorwaarden vervuld zijn.".
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 novembre 2014, il est insĂ©rĂ© un article 26bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 26bis. Les membres du personnel temporaires percevront une rémunération pour les jours suivants :
  1° tous les jours, à compter du début jusqu'à la fin de la désignation temporaire, y compris, pour autant qu'ils soient entiÚrement ou partiellement compris dans la durée de la désignation temporaire :
  a) les jours fériés légaux;
  b) les week-ends;
  c) les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval et de Pùques;
  d) les absences pendant lesquelles le membre du personnel temporaire, sur la base d'une disposition réglementaire, a droit à un traitement ou une subvention-traitement de la Communauté flamande;
  2° les jours fériés légaux, les week-ends et les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval et de Pùques entre deux désignations temporaires, si ce jour, cette période ou les jours dans cette période suivent immédiatement une période assimilée à une période d'activité de service ou le dernier jour d'une désignation temporaire et si ce jour, cette période ou les jours dans cette période précÚdent immédiatement le premier jour de la désignation temporaire suivante ou une période assimilée à une période d'activité de service.
  Pour le jour, la période ou les jours dans cette période, visés à l'alinéa 1er, 2°, le membre du personnel temporaire conserve la rémunération qui lui est accordée conformément aux prestations rendues la veille du jour, de la période ou des jours dans cette période à rémunérer ou la veille d'une période assimilée à une période d'activité de service et ce jusqu'à la veille d'une nouvelle désignation temporaire. L'application de cette rÚgle de rémunération ne peut avoir comme suite qu'un membre du personnel temporaire n'est pas rémunéré pour les jours pour lesquels il a été effectivement désigné.
  Si un membre du personnel est dĂ©signĂ© pour une annĂ©e scolaire complĂšte et en outre est dĂ©signĂ© Ă titre temporaire pour une partie de la mĂȘme annĂ©e scolaire, l'alinĂ©a 1er, 2°, est applicable Ă la dĂ©signation temporaire pour la partie de l'annĂ©e scolaire, pour autant que les conditions posĂ©es soient remplies. ".
  " Art. 26bis. Les membres du personnel temporaires percevront une rémunération pour les jours suivants :
  1° tous les jours, à compter du début jusqu'à la fin de la désignation temporaire, y compris, pour autant qu'ils soient entiÚrement ou partiellement compris dans la durée de la désignation temporaire :
  a) les jours fériés légaux;
  b) les week-ends;
  c) les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval et de Pùques;
  d) les absences pendant lesquelles le membre du personnel temporaire, sur la base d'une disposition réglementaire, a droit à un traitement ou une subvention-traitement de la Communauté flamande;
  2° les jours fériés légaux, les week-ends et les vacances d'automne, de Noël, de Carnaval et de Pùques entre deux désignations temporaires, si ce jour, cette période ou les jours dans cette période suivent immédiatement une période assimilée à une période d'activité de service ou le dernier jour d'une désignation temporaire et si ce jour, cette période ou les jours dans cette période précÚdent immédiatement le premier jour de la désignation temporaire suivante ou une période assimilée à une période d'activité de service.
  Pour le jour, la période ou les jours dans cette période, visés à l'alinéa 1er, 2°, le membre du personnel temporaire conserve la rémunération qui lui est accordée conformément aux prestations rendues la veille du jour, de la période ou des jours dans cette période à rémunérer ou la veille d'une période assimilée à une période d'activité de service et ce jusqu'à la veille d'une nouvelle désignation temporaire. L'application de cette rÚgle de rémunération ne peut avoir comme suite qu'un membre du personnel temporaire n'est pas rémunéré pour les jours pour lesquels il a été effectivement désigné.
  Si un membre du personnel est dĂ©signĂ© pour une annĂ©e scolaire complĂšte et en outre est dĂ©signĂ© Ă titre temporaire pour une partie de la mĂȘme annĂ©e scolaire, l'alinĂ©a 1er, 2°, est applicable Ă la dĂ©signation temporaire pour la partie de l'annĂ©e scolaire, pour autant que les conditions posĂ©es soient remplies. ".
Art. 4. In artikel 32 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "de artikelen 26 en 27" vervangen door de zinsnede "artikel 26, 26bis en 27".
Art. 4. Dans l'article 32 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " des articles 33 et 62 " est remplacĂ© par le membre de phrase " des articles 26, 26bis et 27 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan.
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pĂ©cuniaires applicables au personnel enseignant et assimilĂ© de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou Ă horaire rĂ©duit
Art. 5. In artikel 7, § 3, van het koninklijk besluit nr. 63 van 20 juli 1982 houdende wijziging van de bezoldigingsregels van toepassing op het onderwijzend en daarmee gelijkgesteld personeel van het onderwijs met volledig leerplan en van het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 4° opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
  1° in het tweede lid wordt punt 4° opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 7, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 63 du 20 juillet 1982 modifiant les dispositions des statuts pĂ©cuniaires applicables au personnel enseignant et assimilĂ© de l'enseignement de plein exercice et de l'enseignement de promotion sociale ou Ă horaire rĂ©duit, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 4° de l'alinéa 2 est abrogé;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
  1° le point 4° de l'alinéa 2 est abrogé;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif Ă l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement
Art. 6. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2010, wordt paragraaf 1 opgeheven.
Art. 6. Dans l'article 5, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif Ă l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2010, le paragraphe 1er est abrogĂ©.
Art. 7. In artikel 8, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2010, wordt punt g) opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 8, alinĂ©a 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2010, le point g) est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2016, met uitzondering van artikel 1 en artikel 2 die in werking treden op 1 januari 2017.
  Artikel 3 en artikel 4 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1999.
  Artikel 3 en artikel 4 hebben uitwerking met ingang van 1 september 1999.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er septembre 2016, Ă l'exception des articles 1 et 2 qui entrent en vigueur le 1er septembre 2017.
  Les articles 3 et 4 produisent leurs effets le 1er septembre 1999.
  Les articles 3 et 4 produisent leurs effets le 1er septembre 1999.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.