Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 2016. - Ministerieel besluit tot wijziging van artikel 11 van het ministerieel besluit van 15 juni 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wat betreft de regels voor de premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij
Titre
21 JUIN 2016. - Arrêté ministériel modifiant l'article 11 de l'arrêté ministériel du 15 juin 2015 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune, pour ce qui concerne les modalités de la prime pour le maintien de l'élevage spécialisé de vaches allaitantes
Documentinformatie
Numac: 2016036344
Datum: 2016-06-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036344
Date: 2016-06-21
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In artikel 11 van het ministerieel besluit van 15 juni 2015 houdende uitvoering van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2014 tot vaststelling van de voorschriften voor de rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, wat betreft de regels voor de premie voor het behoud van de gespecialiseerde zoogkoeienhouderij worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, 1°, wordt tussen het woord "Sanitel" en het woord "geregistreerd" de zinsnede "geïdentificeerd en geregistreerd conform de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 maart 2011, en" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, 3°, worden de woorden "van het vleestype" vervangen door de zinsnede "dat in Sanitel geïdentificeerd en geregistreerd is als vleestype,";
  3° aan paragraaf 1, 3° wordt de zin "Per zoogkoe wordt slechts één kalving per kalenderjaar in aanmerking genomen, waarbij de kalving van een tweeling slechts als één kalving wordt aanzien." toegevoegd;
  4° aan paragraaf 1 wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder koninklijk besluit van 23 maart 2011: koninklijk besluit van 23 maart 2011 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen.";
  5° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 4. Met behoud van de toepassing van de voorwaarden, vermeld in paragraaf 1 tot en met 3, komt een zoogkoe niet in aanmerking voor uitbetaling van de premie met betrekking tot het campagnejaar als in het kalenderjaar in kwestie voor de zoogkoe of het kalf van het vleestype, vermeld in paragraaf 1, 3°, van dit besluit, dat de zoogkoe in het kalenderjaar heeft voortgebracht, overtredingen zijn vastgesteld inzake de identificatie en registratie, conform artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011.
  Voor de toepassing van artikel 49/1 van het besluit van 24 oktober 2014 wordt voor een zoogkoe als vermeld in het eerste lid, het premierecht niet als benut beschouwd voor de berekening van het minimumaantal premierechten dat benut moet worden om premies uitbetaald te krijgen. Artikel 31 van gedelegeerde verordening (EU) nr. 640/2014 is evenwel niet van toepassing.";
  6° een paragraaf 5 wordt toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 5. Voor een zoogkoe die conform paragraaf 1 tot en met 4 niet in aanmerking komt voor de premie in het campagnejaar in kwestie en waarvoor geen premie wordt toegekend, wordt een premierecht wel als benut beschouwd voor de berekening van het aantal benutte premierechten bij het gebruik en de benutting van het individuele maximum, conform artikel 48 van het besluit van 24 oktober 2014 en artikel 8 en 9, § 1, van dit besluit, in de volgende gevallen:
  1° de zoogkoe in kwestie was minder dan acht maanden vóór de kalving, vermeld in paragraaf 1, 3°, permanent aanwezig op het bedrijf en het aantal premiegerechtigde zoogkoeien werd verminderd conform paragraaf 2;
  2° het kalf van het vleestype dat de zoogkoe in het kalenderjaar heeft voortgebracht is niet tijdig gemeld in Sanitel conform artikel 24, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 2011;
  3° het vertrek van de zoogkoe tijdens het kalenderjaar is niet tijdig gemeld in Sanitel;
  4° de premie is niet toegekend op basis van andere controlevaststellingen inzake identificatie en registratie van de zoogkoe, met uitzondering van controlevaststellingen die gerelateerd zijn aan de toegelaten rassen en het type.".
Article 1er. A l'article 11 de l'arrêté ministériel du 15 juin 2015 portant exécution de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 octobre 2014 fixant les règles relatives aux paiements directs en faveur des agriculteurs au titre des régimes de soutien relevant de la politique agricole commune, pour ce qui concerne les modalités de la prime pour le maintien de l'élevage spécialisé de vaches allaitantes, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, 1°, le membre de phrase " identifiées et enregistrées conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 23 mars 2011, et " est inséré entre le mot " sont " et le mot " enregistrées " ;
  2° au paragraphe 1er, 3°, les mots " de race viandeuse " sont remplacés par les mots " identifié et enregistré dans Sanitel comme un type de race viandeux, " ;
  3° le paragraphe 1er, 3°, est complété par la phrase " Un seul vêlage par année calendaire est pris en considération par vache allaitante, le vêlage d'un jumeau étant considéré comme un seul vêlage. " ;
  4° au paragraphe 1er, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour l'application du présent article, il faut entendre par arrêté royal du 23 mars 2011 : l'arrêté royal du 23 mars 2011 établissant un système d'identification et d'enregistrement des bovins. " ;
  5° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. Sans préjudice de l'application des conditions visées aux paragraphes 1er à 3, une vache allaitante n'entre pas en considération pour le paiement de la prime relative à l'année de campagne si, dans l'année calendaire en question, des infractions ont été constatées sur le plan de l'identification et de l'enregistrement, conformément à l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal du 23 mars 2011, pour ce qui est de la vache allaitante ou du veau du type de race viandeux visé au paragraphe 1er, 3°, du présent arrêté, que la vache a vêlé dans l'année calendaire en question.
  Pour l'application de l'article 49/1 de l'arrêté du 24 octobre 2014, en ce qui concerne la vache allaitante telle que visée à l'alinéa 1er, le droit à la prime est considéré comme étant non utilisé pour le calcul du nombre minimum de droits à la prime devant être utilisé pour pouvoir bénéficier de primes. L'article 31 du Règlement délégué (UE) n° 640/2014 ne s'applique toutefois pas. " ;
  6° il est ajouté un paragraphe 5, rédigé comme suit :
  " § 5. Pour une vache allaitante qui, conformément aux paragraphes 1er à 4, n'est pas éligible à la prime dans l'année de campagne en question et pour laquelle aucune prime n'est accordée, un droit à la prime est toutefois considéré comme étant utilisé pour le calcul du nombre de droits à la prime utilisés lors de l'emploi et de l'utilisation du maximum individuel, conformément à l'article 48 de l'arrêté du 24 octobre 2014 et aux articles 8 et 9, § 1er, du présent arrêté, dans les cas suivants :
  1° la vache allaitante en question était en permanence présente à l'entreprise moins de huit mois avant le vêlage visé au paragraphe 1er, 3°, et le nombre de vaches allaitantes ayant droit à la prime a été diminué conformément au paragraphe 2 ;
  2° le veau du type de race viandeux que la vache allaitante a produite dans l'année calendaire n'a pas été enregistré dans Sanitel dans les délais fixés à l'article 24, § 1er, de l'arrêté royal du 23 mars 2011 ;
  3° le départ de la vache allaitante dans le courant de l'année calendaire n'a pas été enregistré à temps dans Sanitel ;
  4° la prime n'est pas accordée au vu d'autres constats de contrôle concernant l'identification et l'enregistrement de la vache allaitante, à l'exception des constats de contrôle portant sur les variétés admises et le type. ".
Art. 2. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2015.
Art. 2. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2015.