Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 JULI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten wat betreft de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en in het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 07-09-2016 en tekstbijwerking tot 28-02-2018)
Titre
15 JUILLET 2016. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s pour ce qui est de l'intĂ©gration des tĂąches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le DĂ©partement de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgĂ©taires(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 07-09-2016 et mise Ă  jour au 28-02-2018)
Documentinformatie
Numac: 2016036331
Datum: 2016-07-15
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2016036331
Date: 2016-07-15
Moniteur: Voir
Tekst (64)
Texte (64)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. § 1. In artikel 13, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014 en 25 juli 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 6° wordt de zinsnede "bijzondere wet." vervangen door de zinsnede "bijzondere wet";
  2° een punt 7° en 8° worden toegevoegd, die luiden als volgt:
  "7° de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot ruimtelijke ordening tot op datum van de oprichting van een beleidsdomein omgeving;
  8° de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot onroerend erfgoed tot op datum van de oprichting van een beleidsdomein omgeving.".
  § 2. In artikel 13, § 2, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 juni 2014 en 25 juli 2014, worden de woorden "leefmilieu en natuur" vervangen door de woorden "leefmilieu en natuur, hierin begrepen de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed.".
  § 3. In artikel 15, § 1, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden "van de bijzondere wet" vervangen door de zinsnede "van de bijzondere wet, met uitzondering van de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed, vermeld in artikel 13, § 1, 7° en 8".
  § 4. In artikel 15, § 2, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° wordt vervangen door wat volgt:
  "1° ruimtelijke ordening, met uitzondering van de uitvoering van handhavingstaken, vermeld in artikel 13, § 1, 7° ;";
  2° punt 3° wordt vervangen door wat volgt:
  "3° beheer en bescherming onroerend erfgoed, met uitzondering van de uitvoering van handhavingstaken, vermeld in artikel 13, § 1, 8°, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald.".
  § 5. In artikel 29, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin wordt het woord "drie" vervangen door het woord "twee";
  2° punt 3° wordt opgeheven.
Article 1er. § 1er. A l'article 13, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement du 3 juin 2005 relatif Ă  l'organisation de l'administration flamande, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 20 juin 2014 et 25 juillet 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 6°, le membre de phrase " loi spéciale. " est remplacé par le membre de phrase " loi spéciale " ;
  2° il est ajouté un point 7° et un point 8°, rédigés comme suit :
  " 7° l'exécution des tùches de maintien relatives à l'aménagement du territoire jusqu'à la date de la création d'un domaine politique environnement ;
  8° l'exécution des tùches de maintien relatives au patrimoine immobilier jusqu'à la date de la création d'un domaine politique environnement. ".
  § 2. Dans l'article 13, § 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 20 juin 2014 et 25 juillet 2014, les mots " l'environnement et la nature " sont remplacĂ©s par les mots " l'environnement et la nature, en ce compris l'exĂ©cution des tĂąches de maintien relatives Ă  l'amĂ©nagement du territoire et au patrimoine immobilier ".
  § 3. Dans l'article 15, § 1er, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de la loi spĂ©ciale " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " de la loi spĂ©ciale, Ă  l'exception de l'exĂ©cution des tĂąches de maintien relatives Ă  l'amĂ©nagement du territoire et au patrimoine immobilier, visĂ©es Ă  l'article 13, § 1er, 7° et 8° ".
  § 4. A l'article 15, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le point 1° est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° aménagement du territoire, à l'exception de l'exécution de tùches de maintien, visées à l'article 13, § 1er, 7° ; " ;
  2° le point 3° est remplacé par la disposition suivante :
  " 3° gestion et protection du patrimoine immobilier, à l'exception de l'exécution de tùches de maintien, visées à l'article 13, § 1er, 8°, sauf disposition contraire explicite. ".
  § 5. A l'article 29, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 janvier 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans la phrase introductive, le mot " trois " est remplacé par le mot " deux " ;
  2° le point 3° est abrogé.
Art. 2. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 juli 2014 tot bepaling van de bevoegdheden van de leden van de Vlaamse Regering, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2014, 27 februari 2015 en 13 maart 2015 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 2°, d) wordt opgeheven;
  2° punt 5°, j) wordt opgeheven;
  3° punt 9°, a) wordt opgeheven.
Art. 2. A l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 juillet 2014 fixant les attributions des membres du Gouvernement flamand, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 17 octobre 2014, 27 fĂ©vrier 2015 et 13 mars 2015, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le point 2°, d) est abrogé ;
  2° le point 5°, j) est abrogé ;
  3° le point 9°, a) est abrogé.
HOOFDSTUK 2. - Wonen
CHAPITRE 2. - Logement
Art. 3. In artikel 1, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012, worden tussen het woord "uitvoering" en de zinsnede ", de monitoring" de woorden "met inbegrip van de handhaving en het toezicht" ingevoegd.
Art. 3. A l'article 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012, les mots " en ce compris le maintien et la tutelle " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " de l'exĂ©cution " et les mots " , du suivi ".
Art. 4. Aan artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012 worden een punt 5°, 6° en 7° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "5° de nodige handhavingsmaatregelen te treffen met het oog op preventie, effectieve bestraffing en het tijdige herstel van wanbedrijven of overtredingen inzake huisvesting;
  6° erover te waken dat de externe actoren in het beleidsveld Woonbeleid handelen conform de wetgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, door een georganiseerd toezicht op hun werking en activiteiten;
  7° door een georganiseerde controle erover te waken dat de begunstigden de subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend in het beleidsveld Woonbeleid aanwenden voor de doeleinden waarvoor ze worden toegekend en dat ze de voorwaarden naleven die ter zake worden gesteld.".
Art. 4. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012, il est ajoutĂ© un point 5°, un point 6° et un point 7°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 5° les mesures de maintien nécessaires en vue de la prévention, la sanction effective et la réparation opportune de délits ou d'infractions en matiÚre de logement ;
  6° veiller à ce que les acteurs externes dans le secteur de la Politique du Logement, agissent conformément à la législation et aux principes de bonne administration par un contrÎle organisé de leur fonctionnement et de leurs activités ;
  7° veiller, par un contrÎle organisé, à ce que les bénéficiaires affectent les subventions, allocations, primes ou interventions accordées dans le secteur de la Politique du Logement aux fins auxquelles elles ont été octroyées, et respectent les conditions énoncées en la matiÚre. ".
Art. 5. In artikel 3 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 13° vervangen door wat volgt:
  "13° controle uit te oefenen op de voorwaarden, verbintenissen en aanwending van subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend ter ondersteuning van het beleid inzake huisvesting, onder meer op grond van de hierna vermelde bepalingen en van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering ervan:
  a) de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970 en bekrachtigd door de wet van 2 juli 1971;
  b) hoofdstuk II en hoofdstuk IV van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
  c) hoofdstuk III van het decreet van 18 december 1992 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1993;
  d) het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
  e) het besluit van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013 tot oprichting van het autonoom provinciebedrijf Vlabinvest APB;
  en deze subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen in te vorderen bij de begunstigden die de verbintenissen of voorwaarden niet naleven of die ze niet aanwenden voor de doeleinden waarvoor ze werden toegekend.";
  2° aan het tweede lid worden een punt 14° tot en met 16° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "14° de handhavingsmaatregelen toe te passen, vermeld in artikel 20 tot en met 20quinquies van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
  15° toezicht uit te oefenen op de sociale woonorganisaties en de sociale kredietverstrekkers met toepassing van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, met inbegrip van de sancties die kunnen worden getroffen door de toezichthouder voor de sociale huisvesting;
  16° controle uit te oefenen op de toewijzing van woningen die geheel of gedeeltelijk werden gefinancierd op basis van de bepalingen van:
  a) de Huisvestingscode, gevoegd bij het koninklijk besluit van 10 december 1970, bekrachtigd door de wet van 2 juli 1971;
  b) hoofdstuk II en hoofdstuk IV van het decreet van 25 juni 1992 houdende diverse bepalingen tot begeleiding van de begroting 1992;
  c) hoofdstuk III van het decreet van 18 december 1992 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1993;
  d) het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode;
  e) het besluit van de provincieraad van de provincie Vlaams-Brabant van 22 oktober 2013 tot oprichting van het autonoom provinciebedrijf Vlabinvest APB.";
  3° er wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Met behoud van de toepassing van de bepaling van het tweede lid, 13° en 15°, behoort het administratief toezicht op de lokale en provinciale besturen niet tot de bevoegdheid van het agentschap.".
Art. 5. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° à l'alinéa 2, le point 13° est remplacé par la disposition suivante :
  " 13° d'exercer le contrĂŽle des conditions, des engagements et de l'affectation des subventions, allocations, primes ou interventions accordĂ©es Ă  l'appui de la politique en matiĂšre de logement, entre autres en vertu des dispositions visĂ©es ci-dessous, et des arrĂȘtĂ©s pris en exĂ©cution de celles-ci :
  a) le Code du Logement, annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970 et confirmĂ© par la loi du 2 juillet 1971 ;
  b) les chapitres II et IV du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
  c) le chapitre III du décret du 18 décembre 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1993 ;
  d) le décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
  e) l'arrĂȘtĂ© du Conseil provincial de la province du Brabant flamand du 22 octobre 2013 portant crĂ©ation de la rĂ©gie autonome provinciale Vlabinvest APB ;
  et de recouvrer ces subventions, allocations, primes ou interventions des bénéficiaires qui ne remplissent pas les engagements ou les conditions auxquelles elles ont été octroyées ou ne les utilisent pas aux fins pour lesquelles elles ont été octroyées. " .
  2° à l'alinéa 2 sont ajoutés les points 14° à 16° inclus, rédigés comme suit :
  " 14° d'appliquer les mesures conservatoires visées aux articles 20 à 20quinquies inclus du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
  15° d'effectuer le contrĂŽle des associations de logement social et des distributeurs de crĂ©dits sociaux, en application du dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement, y compris les sanctions pouvant ĂȘtre imposĂ©es par le contrĂŽleur pour le logement social ;
  16° d'effectuer le contrÎle de l'attribution d'habitations financées en tout ou en partie sur la base des dispositions :
  a) du Code du Logement, annexĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 10 dĂ©cembre 1970, confirmĂ© par la loi du 2 juillet 1971 ;
  b) des chapitres II et IV du décret du 25 juin 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1992 ;
  c) du chapitre III du décret du 18 décembre 1992 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1993 ;
  d) du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement ;
  e) de l'arrĂȘtĂ© du Conseil provincial de la province du Brabant flamand du 22 octobre 2013 portant crĂ©ation de la rĂ©gie autonome provinciale Vlabinvest APB. " ;
  3° un alinéa 3 est inséré qui est rédigé comme suit :
  " Sans préjudice de la disposition de l'alinéa 2, 13° et 15°, la tutelle administrative des pouvoirs locaux et provinciaux ne relÚve pas de la compétence de l'agence. ".
Art. 6. Artikel 4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 4. Het agentschap is niet bevoegd voor de opdrachten die door of ter uitvoering van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode worden toevertrouwd aan de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen.".
Art. 6. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012, est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
  " Art. 4. La compétence de l'agence ne s'étend pas sur les missions qui en vertu du décret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du Logement sont confiées à la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " (Société flamande du Logement social). ".
Art. 7. Aan artikel 8 van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het hoofd van het agentschap:
  1° wordt aangewezen als gemachtigde voor het viseren en uitvoerbaar verklaren van dwangbevelen als vermeld in artikel 59 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
  2° kan, op het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest, de functie uitoefenen van:
  a) wooninspecteur als vermeld in artikel 20 van voormeld decreet van 15 juli 1997;
  b) toezichthouder voor de sociale huisvesting als vermeld in artikel 29bis van voormeld decreet van 15 juli 1997.
  3° worden de volgende specifieke delegaties verleend:
  a) het aanstellen van wooninspecteurs en toezichthouders voor de sociale huisvesting en het bepalen van hun ambtsgebieden;
  b) het aanwijzen van ambtenaren die belast worden met de invordering van subsidies, toelagen, premies en tegemoetkomingen en het opstellen van dwangbevelen als vermeld in 1° ;
  c) het aanstellen van ambtenaren met opsporings- en vaststellingsbevoegdheid als vermeld in artikel 20 § 2 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.".
Art. 7. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Le chef de l'agence :
  1° est désigné comme mandataire chargé de viser et déclarer exécutoires les contraintes telles que mentionnées à l'article 59 du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement.
  2° peut, pour l'ensemble du territoire de la Région flamande, assumer les fonctions de :
  a) inspecteur du logement tel que visé à l'article 20 du décret précité du 15 juillet 1997 ;
  b) contrÎleur du logement social tel que visé à l'article 29bis du décret susvisé du 15 juillet 1997.
  3° se voit confiées les suivantes délégations spécifiques :
  a) la désignation d'inspecteurs du logement et de contrÎleurs du logement social, et la fixation de leur ressort ;
  b) la désignation de fonctionnaires chargés du recouvrement de subventions, allocations, primes et interventions et de l'établissement de contraintes telles que visées au 1° ;
  c) la désignation de fonctionnaires investis d'une compétence de recherche et de constatation telle que visée à l'article 20, § 2, du décret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement. ".
Art. 8. In artikel 169, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2006 tot gedeeltelijke operationalisering van het beleidsdomein ruimtelijke ordening, woonbeleid en onroerend erfgoed en houdende aanpassingen van de regelgeving inzake wonen als gevolg van het bestuurlijk beleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007, worden de woorden "of het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie RWO, naargelang de in voormelde regeling vermelde bevoegdheden betrekking hebben op de dossierbehandeling of op de controle" opgeheven.
Art. 8. Dans l'article 169, alinĂ©a 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2006 portant opĂ©rationnalisation partielle du domaine politique de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier et adaptant la rĂ©glementation en matiĂšre de logement suite Ă  la politique administrative, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 octobre 2007, les mots " ou l'agence autonomisĂ©e interne " Inspectie RWO ", dans la mesure oĂč les compĂ©tences citĂ©es dans le rĂšglement prĂ©citĂ© portent sur le traitement des dossiers ou sur le contrĂŽle " sont abrogĂ©s.
Art. 9. In artikel 171, 2°, van hetzelfde besluit worden de woorden "het agentschap Wonen-Vlaanderen en, voor de controle, aan het agentschap Inspectie RWO" vervangen door de woorden "de entiteit die is belast met de uitoefening van de controle op de voorwaarden, verbintenissen en aanwending van subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend ter ondersteuning van het beleid inzake huisvesting".
Art. 9. Dans l'article 171, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă  l'agence " Wonen-Vlaanderen " et, pour le contrĂŽle, Ă  l'agence " Inspectie RWO " " sont remplacĂ©s par les mots " Ă  l'entitĂ© chargĂ©e d'exercer le contrĂŽle des conditions, des engagements et de l'affectation des subventions, allocations, primes ou interventions accordĂ©es Ă  l'appui de la politique en matiĂšre de logement ".
Art. 10. In artikel 5, 9°, van bijlage III, gevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingsmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode worden de woorden "het agentschap Inspectie RWO" vervangen door de woorden "de toezichthouder voor de sociale huisvesting".
Art. 10. Dans l'article 5, 9°, de l'annexe III, jointe Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 septembre 2006 relatif aux conditions et aux modalitĂ©s de transfert de biens immobiliers par la " Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen " et les sociĂ©tĂ©s de logement social en exĂ©cution du Code flamand du Logement, les mots " ainsi qu'Ă  l'agence Inspection RWO " sont remplacĂ©s par les mots " ainsi qu'au contrĂŽleur du logement social ".
Art. 11. In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 2 februari 2007 tot instelling van een tegemoetkoming in de huurprijs voor woonbehoeftige huurders, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014, worden de woorden "Het agentschap Inspectie RWO" vervangen door "De entiteit die is belast met de uitoefening van de controle op de voorwaarden, verbintenissen en aanwending van subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend ter ondersteuning van het beleid inzake huisvesting,".
Art. 11. Dans l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 fĂ©vrier 2007 instaurant une intervention dans le loyer pour les locataires nĂ©cessiteux d'un logement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 mars 2014, les mots " L'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier) " est remplacĂ©e par les mots " L'entitĂ© chargĂ©e d'exercer le contrĂŽle des conditions, des engagements et de l'affectation des subventions, allocations, primes ou interventions accordĂ©es Ă  l'appui de la politique en matiĂšre de logement, ".
Art. 12. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 houdende bepaling van de inwerkingtreding van het decreet van 7 juli 2006 houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers en van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, wat betreft de versterking van het instrumentarium woonkwaliteitsbewaking en houdende bepaling van de in dat kader te verlenen bevoegdheden wordt opgeheven.
Art. 12. L'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 fixant l'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 7 juillet 2006 modifiant le dĂ©cret du 22 dĂ©cembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, le dĂ©cret du 4 fĂ©vrier 1997 portant les normes de qualitĂ© et de sĂ©curitĂ© pour chambres et chambres d'Ă©tudiants et le dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du logement, pour ce qui concerne le renforcement de l'instrumentaire en matiĂšre de contrĂŽle de la qualitĂ© du logement et Ă©tablissant les compĂ©tences Ă  attribuer dans ce cadre est abrogĂ©.
Art. 13. De wooninspecteurs die bevoegdheden kregen met toepassing van artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2007 houdende bepaling van de inwerkingtreding van het decreet van 7 juli 2006 houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, van het decreet van 4 februari 1997 houdende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor kamers en studentenkamers en van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, behouden deze bevoegdheden totdat de leidend ambtenaar van de entiteit die bevoegd is inzake de strafrechtelijke handhaving van de woningkwaliteitsnormen daar anders over beslist. Hetzelfde geldt voor de ambtenaren die werden aangewezen als ambtenaar met opsporings- en vaststellingsbevoegdheden zoals bedoeld in artikel 20, § 2, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.
Art. 13. Les inspecteurs du logement ayant reçu des compĂ©tences par application de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2007 fixant l'entrĂ©e en vigueur du dĂ©cret du 7 juillet 2006 modifiant le dĂ©cret du 22 dĂ©cembre 1995 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1996, le dĂ©cret du 4 fĂ©vrier 1997 portant les normes de qualitĂ© et de sĂ©curitĂ© pour chambres et chambres d'Ă©tudiants et le dĂ©cret du 15 juillet 1997 contenant le Code flamand du logement, conservent ces compĂ©tences jusqu'Ă  ce que le fonctionnaire dirigeant de l'entitĂ© compĂ©tente en matiĂšre de de maintien pĂ©nal des normes de qualitĂ© des logements en dĂ©cide autrement. Il en est de mĂȘme pour les fonctionnaires dĂ©signĂ©s en tant que fonctionnaire investi d'une compĂ©tence de recherche et de constatation telle que visĂ©e Ă  l'article 20, § 2, du dĂ©cret du 15 juillet 1997 portant le Code flamand du Logement.
Art. 14. In artikel 6, § 5, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 houdende subsidiëring van projecten ter ondersteuning van het lokaal woonbeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 december 2010, worden de woorden "het agentschap Inspectie RWO" vervangen door de woorden "de gewestelijke wooninspecteur".
Art. 14. Dans l'article 6, § 5, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 portant subvention de projets d'aide Ă  la politique locale du logement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 dĂ©cembre 2010, les mots " de l'agence " Inspectie RWO " " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inspecteur du logement rĂ©gional ".
Art. 15. In artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 oktober 2007, laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 oktober 2013, tot reglementering van het sociale huurstelsel ter uitvoering van titel VII van de Vlaamse Wooncode wordt punt 2° opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand flamand du 12 octobre 2007, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 octobre 2013 rĂ©glementant le rĂ©gime de location sociale et portant exĂ©cution du titre VII du Code flamand du Logement, le point 2° est abrogĂ©.
Art. 16. In artikel 11, eerste lid, 10°, van hetzelfde besluit, worden de woorden "het agentschap Inspectie RWO" vervangen door de woorden "de entiteit die bevoegd is inzake het toezicht op de inschrijvingsregisters".
Art. 16. Dans l'article 11, alinĂ©a 1er, 10°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'agence "Inspectie RWO" " sont remplacĂ©s par les mots" l'entitĂ© compĂ©tente pour le contrĂŽle des registres d'inscription ".
Art. 17. In artikel 54, § 4, van hetzelfde besluit, worden de woorden "het agentschap Inspectie RWO" telkens vervangen door de woorden "de entiteit waartoe de toezichthouders behoren".
Art. 17. Dans l'article 54, § 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'agence "Inspectie RWO" " sont chaque fois remplacĂ©s par les mots " l'entitĂ© Ă  laquelle appartiennent les fonctionnaires de surveillance ".
Art. 18. In artikel 55 van hetzelfde besluit, worden de woorden "het agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" vervangen door de woorden "de entiteit die bevoegd is inzake het toezicht op het sociale huurstelsel".
Art. 18. Dans l'article 55 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'agence 'Inspection AmĂ©nagement du Territoire, Politique du Logement et Patrimoine Immobilier' " sont remplacĂ©s par les mots " l'entitĂ© compĂ©tente pour le contrĂŽle du rĂ©gime de location sociale ".
Art. 19. In artikel 1, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 tot vaststelling van de aanvullende voorwaarden en de procedure voor de erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij en tot vaststelling van de procedure voor de beoordeling van de prestaties van sociale huisvestingsmaatschappijen, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 maart 2012, wordt de zinsnede ", het intern verzelfstandig agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO" opgeheven.
Art. 19. A l'article 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 octobre 2010 fixant les conditions complĂ©mentaires et la procĂ©dure pour l'agrĂ©ment comme sociĂ©tĂ© de logement social et Ă©tablissant la procĂ©dure d'Ă©valuation des prestations des sociĂ©tĂ©s de logement social, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mars 2012, le membre de phrase " l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique "Inspectie RWO" " est abrogĂ©.
Art. 20. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011 houdende de organisatie van het toezicht, vermeld in artikel 29bis van de Vlaamse Wooncode, wordt punt 4° vervangen door wat volgt:
  "4° afdeling Toezicht: de afdeling toezicht van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005;".
Art. 20. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 dĂ©cembre 2011 portant l'organisation du contrĂŽle, visĂ©e Ă  l'article 29bis du Code flamand du Logement, le point 4° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 4° Division "Toezicht" " : la division de la Surveillance de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique "Wonen-Vlaanderen", créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2005 ; ".
Art. 21. In artikel 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 januari 2014, worden de woorden "van Inspectie RWO" telkens geschrapt.
Art. 21. Dans l'article 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 janvier 2014, les mots " de la "Inspectie RWO" " sont chaque fois supprimĂ©s.
Art. 22. In artikel 10, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "Inspectie RWO" vervangen door de woorden "afdeling Toezicht".
Art. 22. Dans l'article 10, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de la " Inspectie RWO " " sont remplacĂ©s par les mots " de la Division "Toezicht" ".
Art. 23. In artikel 10 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2012 tot instelling van een tegemoetkoming voor kandidaat-huurders, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 maart 2014, wordt de zin "Het agentschap Inspectie RWO wordt belast met de invordering als de begunstigde de tegemoetkoming niet vrijwillig terugbetaalt." opgeheven.
Art. 23. Dans l'article 10 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2012 instaurant une subvention aux candidats-locataires, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 mars 2014, la phrase " L'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier) est chargĂ©e du recouvrement lorsque le bĂ©nĂ©ficiaire ne procĂšde pas au remboursement volontaire. " est abrogĂ©e.
Art. 24. In artikel 33 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2012 houdende de financiering van verrichtingen in het kader van sociale woonprojecten en de daaraan verbonden werkingskosten, worden de woorden "artikel 3, § 1, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO" vervangen door de woorden "artikel 3, tweede lid, 13°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Wonen-Vlaanderen".
Art. 24. Dans l'article 33 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2012 portant financement des opĂ©rations dans le cadre de projets de logements sociaux et des frais de fonctionnement y affĂ©rents, les mots " l'article 3, § 1, 5°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Inspectie RWO " " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 3, alinĂ©a 2, 13°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 dĂ©cembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre) ".
Art. 25. In artikel 3, eerste lid, 3°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen, worden de woorden "van het intern verzelfstandigd agentschap Inspectie RWO" opgeheven.
Art. 25. A l'article 3, alinĂ©a 1er, 3°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 portant les normes de qualitĂ© et de sĂ©curitĂ© pour habitations, les mots " de l'agence autonomisĂ©e interne "Inspectie RWO" " sont abrogĂ©s.
Art. 26. In artikel 5, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 25 oktober 2013 houdende de procedure voor de planning, de programmatie en de realisatie van woonprojecten, wordt punt 4° opgeheven.
Art. 26. A l'article 5, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 octobre 2013 portant la procĂ©dure de planification, de programmation et de rĂ©alisation de projets de logement, le point 4° est abrogĂ©.
Art. 27. In artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 tot bepaling van de nadere regels met betrekking tot de beheeraspecten van sociale huisvestingsmaatschappijen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 oktober 2010 tot vaststelling van de aanvullende voorwaarden en de procedure voor de erkenning als sociale huisvestingsmaatschappij en tot vaststelling van de procedure voor de beoordeling van de prestaties van sociale huisvestingsmaatschappijen worden de woorden "Inspectie RWO" vervangen door de woorden "Wonen-Vlaanderen".
Art. 27. Dans l'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 fixant les modalitĂ©s relatives aux aspects de gestion des sociĂ©tĂ©s de logement social et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 octobre 2010 fixant les conditions complĂ©mentaires et la procĂ©dure pour l'agrĂ©ment comme sociĂ©tĂ© de logement social et Ă©tablissant la procĂ©dure d'Ă©valuation des prestations des sociĂ©tĂ©s de logement social, les mots " Inspectie RWO " sont remplacĂ©s par les mots " Wonen - Vlaanderen ".
HOOFDSTUK 3. - Ruimtelijke ordening
CHAPITRE 3. - Aménagement du territoire
Art. 28. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2000 houdende de aanwijzing van ambtenaren die bevoegd zijn om de misdrijven op het gebied van de ruimtelijke ordening en stedenbouw op te sporen en vast te stellen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, worden de woorden "van het agentschap Inspectie RWO van het Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" vervangen door "van de entiteit die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening en die daartoe worden aangewezen door de leidend ambtenaar van deze entiteit,".
Art. 28. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 portant dĂ©signation de fonctionnaires qui sont habilitĂ©s Ă  rechercher et Ă  constater des infractions dans le domaine de l'amĂ©nagement du territoire et de l'urbanisme, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, les mots " de l'agence 'Inspectie RWO' du MinistĂšre flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier " sont remplacĂ©s par les mots " de l'entitĂ© qui est chargĂ©e de l'exĂ©cution des tĂąches de maintien dans le domaine politique de l'amĂ©nagement du territoire et qui sont dĂ©signĂ©s Ă  cet effet par le fonctionnaire dirigeant de cette entitĂ©, ".
Art. 29. In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "het agentschap Inspectie RWO" worden vervangen door de woorden "de entiteit die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening,".
  2° er wordt een tweede tot en met vierde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De ambtenaren die op de datum van de inwerkingtreding van dit artikel bevoegd waren om misdrijven op het gebied van de ruimtelijke ordening en stedenbouw op te sporen en vast te stellen en die werkzaam blijven binnen de entiteit die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening, behouden hun bevoegdheid tot aan een andersluidende beslissing van de leidend ambtenaar van de entiteit die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening.
  De ambtenaren die op datum van de inwerkingtreding van dit artikel bevoegd waren om opdrachten zoals omschreven in artikel 6.1.5 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening uit te voeren op basis van een bestaand protocol, behouden hun bevoegdheid tot aan een andersluidende beslissing van de leidend ambtenaar van de entiteit die belast is met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening.
  Elk bestaand protocol dat is afgesloten in het kader van artikel 7, § 3, 2° van het besluit van 10 november 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO blijft van kracht zolang dit niet is vervangen door een protocol als vermeld in artikel 36, tweede lid, 2°, van dit besluit.".
Art. 29. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " de l'agence "Inspectie RWO" " sont remplacés par les mots " de l'entité qui est chargée de l'exécution des tùches de préservation dans le domaine politique de l'aménagement du territoire, ".
  2° l'article est complété par les alinéas 2 à 4 inclus, rédigés comme suit :
  " Les fonctionnaires qui, à la date de l'entrée en vigueur du présent article, étaient habilités à rechercher et à constater des infractions dans le domaine de l'aménagement du territoire et de l'urbanisme et qui restent actifs au sein de l'entité qui est chargée de l'exécution des tùches de préservation dans le domaine politique de l'aménagement du territoire, conservent leur compétence jusqu'à ce que le fonctionnaire dirigeant de l'entité chargée de l'exécution des tùches de préservation dans le domaine politique de l'aménagement du territoire en décide autrement.
  Les fonctionnaires qui, à la date de l'entrée en vigueur du présent article, étaient habilités à exécuter des missions telles que décrites à l'article 6.1.5 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire sur la base d'un protocole existant, conservent leur compétence jusqu'à ce que le fonctionnaire dirigeant de l'entité chargée de l'exécution des tùches de préservation dans le domaine politique de l'aménagement du territoire en décide autrement.
  Tout protocole existant conclu dans le cadre de l'article 7, § 3, 2°, de l'arrĂȘtĂ© du 10 novembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Inspectie RWO " " reste en vigueur aussi longtemps qu'il n'est pas remplacĂ© par un protocole tel que visĂ© Ă  l'article 36, alinĂ©a 2, 2°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 30. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om als ambtenaar van ruimtelijke ordening te kunnen worden aangesteld, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, wordt punt 4° opgeheven.
Art. 30. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 mai 2000 fixant les conditions auxquelles doivent rĂ©pondre les personnes susceptibles d'ĂȘtre dĂ©signĂ©es comme fonctionnaires de l'amĂ©nagement du territoire, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011, le point 4° est abrogĂ©.
Art. 31. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, wordt het woord "Inspectie RWO " vervangen door het woord "de entiteit die belast is met de uitvoering van handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening".
Art. 31. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, les mots " l'Inspectie RWO " sont remplacĂ©s par les mots " l'entitĂ© qui est chargĂ©e de l'exĂ©cution des tĂąches de prĂ©servation dans le domaine politique de l'amĂ©nagement du territoire ".
Art. 32. Artikel 13 van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 oktober 2000 tot bepaling van de voorwaarden voor de toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke structuurplannen, gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen en gemeentelijke plannen van aanleg, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2011, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 13. Het departement voert de controle uit op de naleving van de voorwaarden gesteld in dit besluit.".
Art. 32. L'article 13 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 20 octobre 2000 fixant les conditions d'octroi de subventions aux communes en vue de l'Ă©tablissement de schĂ©mas de structure d'amĂ©nagement spatiale communaux, des plans d'exĂ©cution spatiaux communaux et des plans d'amĂ©nagement communaux, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 septembre 2011, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 13. Le dĂ©partement contrĂŽle le respect des conditions fixĂ©es au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 33. Artikel 18 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2001 tot bepaling van de voorwaarden voor toekenning van subsidies aan gemeenten voor de opleiding van gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren en voor de betaling van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaren in kleine gemeenten, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 18. Het departement voert de controle uit op de naleving van de voorwaarden gesteld in dit besluit.".
Art. 33. L'article 18 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2001 fixant les conditions d'octroi de subventions aux communes en vue de la formation de fonctionnaires urbanistes communaux et en vue du paiement des fonctionnaires urbanistes communaux dans les petites communes, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 18. Le dĂ©partement contrĂŽle le respect des conditions fixĂ©es au prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 34. In artikel 58 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, 2°, wordt de zinsnede "de afdeling Inspectie van het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" vervangen door de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening";
  2° in paragraaf 6 wordt de zinsnede "het Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" vervangen door de zinsnede "de afdeling, bevoegd voor de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld ruimtelijke ordening".
Art. 34. A l'article 58 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2008 portant exĂ©cution du titre XVI du dĂ©cret du 5 avril 1995 contenant des dispositions gĂ©nĂ©rales concernant la politique de l'environnement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 avril 2014, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 3, 2°, le membre de phrase " la division Inspection de l'"Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" (Agence d'Inspection de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier) " est remplacé par le membre de phrase " la division compétente pour l'exécution des tùches de préservation dans le domaine de l'aménagement du territoire " ;
  2° au paragraphe 6, le membre de phrase " l'"Agentschap Inspectie Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed" " est remplacé par le membre de phrase " la division compétente pour l'exécution des tùches de préservation dans le domaine de l'aménagement du territoire ".
Art. 35. In artikel 6, § 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 houdende de vaststelling van het procedure- en werkingsreglement van de Hoge Raad voor het Handhavingsbeleid, worden de woorden "door de administrateur-generaal van het agentschap Inspectie RWO aangewezen" opgeheven.
Art. 35. A l'article 6, 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 fixant le rĂšglement de procĂ©dure et de fonctionnement du Conseil supĂ©rieur de la Politique de Maintien, les mots " par l'administrateur gĂ©nĂ©ral de l'agence Inspection RWO " sont abrogĂ©s.
HOOFDSTUK 4. - Onroerend Erfgoed
CHAPITRE 4. - Patrimoine immobilier
Art. 37. Aan artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2012, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "Het agentschap heeft eveneens als missie:
  1° de entiteit bevoegd voor de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld onroerend erfgoed met zijn expertise bijstaan bij het treffen van de nodige handhavingsmaatregelen met het oog op preventie, effectieve bestraffing en het tijdige herstel van inbreuken en misdrijven inzake onroerend erfgoed en, als ze betrekking hebben op het varend erfgoed of het roerend archeologisch erfgoed, inzake het cultureel erfgoed;
  2° erover te waken dat de externe actoren in het beleidsveld Onroerend Erfgoed handelen conform de wetgeving en de beginselen van behoorlijk bestuur, door een georganiseerd toezicht op hun werking en activiteiten;
  3° door een georganiseerde controle erover te waken dat de begunstigden de subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend in het beleidsveld Onroerend Erfgoed aanwenden voor de doeleinden waarvoor ze worden toegekend en dat ze de voorwaarden naleven die ter zake worden gesteld.".
Art. 37. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 mai 2004 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed " (Institut flamand du Patrimoine immobilier), remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juin 2012, il est ajoutĂ© un alinĂ©a 2, ainsi rĂ©digĂ© :
  " L'agence a également pour mission :
  1° d'assister l'entitĂ© compĂ©tente pour l'exĂ©cution des tĂąches de maintien dans le domaine du patrimoine immobilier avec son expertise pour la prise des mesures de maintien nĂ©cessaires en vue de la prĂ©vention, la sanction effective et la rĂ©paration opportune d'infractions et de dĂ©lits Ă  la rĂ©glementation relative au patrimoine immobilier et, dans la mesure oĂč elles concernent le patrimoine nautique ou le patrimoine archĂ©ologique mobilier, au patrimoine culturel ;
  2° de veiller à ce que les acteurs externes dans le domaine politique du Patrimoine immobilier, agissent conformément à la législation et aux principes de bonne administration, par un contrÎle organisé de leur fonctionnement et de leurs activités ;
  3° de veiller, par un contrÎle organisé, à ce que les bénéficiaires affectent les subventions, allocations, primes ou interventions accordées dans le domaine politique du Patrimoine immobilier aux fins auxquelles elles ont été octroyées, et respectent les conditions énoncées en la matiÚre. ".
Art. 38. Aan artikel 3, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014, wordt een punt 4° toegevoegd dat luidt als volgt:
  "4° wat de handhaving en het toezicht betreft door:
  a) raadgevingen en aanmaningen te geven zoals bedoeld in artikel 11.3.1 en 11.3.2 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  b) de entiteit die bevoegd is inzake de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld onroerend erfgoed met zijn expertise bij te staan bij de toepassing van handhavingsmaatregelen, bedoeld in:
  1) hoofdstuk V van het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten;
  2) artikelen 31 en 32 en hoofdstuk VI van het decreet van 30 juni 1993 houdende bescherming van het archeologisch patrimonium;
  3) hoofdstuk VIII van het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg;
  4) hoofdstuk V van het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van het varend erfgoed;
  5) hoofdstuk 11 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
  c) controle uit te oefenen op de aanwending van subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen die worden toegekend ter ondersteuning van het beleid inzake onroerend erfgoed, onder meer op grond van de hierna vermelde wettelijke en decretale bepalingen en van de besluiten die genomen zijn ter uitvoering ervan:
  1) het decreet van 3 maart 1976 tot bescherming van monumenten, stads- en dorpsgezichten;
  2) het decreet van 30 juni 1993 houdende de bescherming van het archeologisch patrimonium;
  3) het decreet van 16 april 1996 betreffende de landschapszorg;
  4) het decreet van 29 maart 2002 tot bescherming van het varend erfgoed;
  5) het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
  d) de subsidies, toelagen, premies of tegemoetkomingen, vermeld in c), in te vorderen bij de begunstigden die de voorwaarden waaronder ze werden toegekend niet naleven of die ze niet aanwenden voor de doeleinden waarvoor ze werden toegekend.".
  In artikel 9/1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 december 2015, worden een punt 10° en een punt 11° toegevoegd die luiden als volgt:
  "10° het beslissen over de beroepen tegen beslissingen tot toepassing van bestuursdwang, vermeld in artikel 11.5.8 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013;
  11° het beslissen over de beroepen tegen beslissingen tot het opleggen van een last onder dwangsom, vermeld in artikel 11.5.15 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.".
Art. 38. L'article 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014, est complĂ©tĂ© par un point 4°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 4° pour ce qui est du maintien et du contrÎle : "
  a) de donner des conseils et de faire des sommations tels que visés aux articles 11.3.1 et 11.3.2 du Décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 3013 ;
  b) d'assister l'entité compétente en matiÚre d'exécution des tùches de maintien dans le domaine politique du patrimoine immobilier avec son expérience pour l'application de mesures de maintien, visée :
  1) au chapitre V du décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux ;
  2) aux articles 31 et 32 et au chapitre VI du décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique ;
  3) au chapitre VIII du décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites ruraux ;
  4) au chapitre V du décret du 29 mars 2002 portant protection du patrimoine nautique ;
  5) au chapitre 11 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
  c) d'exercer le contrĂŽle de l'affectation des subventions, primes, allocations ou interventions accordĂ©es Ă  l'appui de la politique en matiĂšre de patrimoine immobilier, entre autres en vertu des dispositions lĂ©gales et dĂ©crĂ©tales visĂ©es ci-dessous et des arrĂȘtĂ©s pris en exĂ©cution de celles-ci :
  1) le décret du 3 mars 1976 réglant la protection des monuments et des sites urbains et ruraux ;
  2) le décret du 30 juin 1993 portant protection du patrimoine archéologique ;
  3) le décret du 16 avril 1996 portant la protection des sites ruraux ;
  4) le décret du 29 mars 2002 portant protection du patrimoine nautique ;
  5) le décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
  d) de recouvrer les subventions, allocations, primes ou interventions visées au c), des bénéficiaires qui ne remplissent pas les conditions auxquelles elles ont été octroyées ou ne les utilisent pas aux fins pour lesquelles elles ont été octroyées. ".
  A l'article 9/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 dĂ©cembre 2015, il est ajoutĂ© un point 10° et un point 11°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 10° la prise de décisions sur les recours contre des décisions d'application d'une contrainte administrative, telle que visée à l'article 11.5.8 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  11° la prise de décisions sur les recours contre des décisions d'imposition d'une charge sous astreinte, telle que visée à l'article 11.5.15 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013. ".
Art. 39. De leidend ambtenaar van de entiteit belast met de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld onroerend erfgoed kan op het volledige grondgebied van het Vlaamse Gewest de functie uitoefenen van inspecteur Onroerend Erfgoed, zoals bedoeld in het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013.
  Hij is bevoegd om:
  1° de andere inspecteurs Onroerend Erfgoed aan te stellen en hun ambtsgebied te bepalen;
  2° de ambtenaren aan te wijzen die de inbreuken en misdrijven inzake het onroerend erfgoed opsporen en vaststellen in een proces-verbaal of een verslag van vaststelling;
  3° de ambtenaren, bedoeld in artikel 11.3.1 van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 aan te wijzen;
  4° dwangbevelen uit te vaardigen met betrekking tot sommen die verschuldigd zijn ingevolge de handhaving van het onroerend erfgoed.
  Hij kan de bevoegdheden, vermeld in het tweede lid, delegeren tot op het meest functionele niveau.
Art. 39. Le fonctionnaire dirigeant de l'entité chargé de l'exécution des tùches de maintien dans le domaine politique du patrimoine immobilier peut assumer, sur l'ensemble du territoire de la Région flamande, la fonction d'inspecteur du Patrimoine immobilier, tel que visé dans le décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013.
  Il est habilité à :
  1° désigner les autres inspecteurs du Patrimoine immobilier et à déterminer leur ressort ;
  2° désigner les fonctionnaires chargés de rechercher et de constater dans un procÚs-verbal ou un rapport de constatation les infractions et délits à la réglementation relative au patrimoine immobilier ;
  3° désigner les fonctionnaires visés à l'article 11.3.1 du décret relatif au patrimoine immobilier du 12 juillet 2013 ;
  4° imposer des contraintes relatives à des sommes dues suite au maintien du patrimoine immobilier.
  Il peut déléguer les compétences visées à l'alinéa 2 jusqu'au niveau le plus fonctionnel.
Art. 40. In artikel 11.6.2 van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014 worden tussen de woorden "kunnen ze" en de woorden " worden teruggevorderd" de woorden "door het agentschap of de inspecteur Onroerend Erfgoed" ingevoegd.
Art. 40. Dans l'article 11.6.2 de l'arrĂȘtĂ© sur le Patrimoine immobilier du 16 mai 2014, les mots " par l'agence ou l'inspecteur du Patrimoine immobilier " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " peuvent ĂȘtre recouvrĂ©es " et les mots " des personnes qui ".
Art. 41. In artikel 12.1.1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "het agentschap" vervangen door de woorden "de entiteit".
Art. 41. Dans l'article 12.1.1, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'agence " sont remplacĂ©s par les mots " l'entitĂ© ".
HOOFDSTUK 5. - Inkomsten uit handhaving
CHAPITRE 5. - Revenus générés par le maintien
Art. 42. In artikel 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 april 2000 betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer "Grondfonds", vervangen bij het besluit van 23 juni 2006 en gewijzigd bij het besluit van 11 januari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De leidend ambtenaar van het departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wordt aangesteld als inhoudelijk ordonnateur van het Grondfonds voor de betaalbaarstelling van kredieten, andere dan voor de verrichtingen inzake de planbatenheffing als vermeld in titel II, hoofdstuk VI, afdeling 2 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening en dan deze bedoeld in het derde lid. Hij kan zijn bevoegdheid delegeren aan ambtenaren van niveau A van het departement.";
  2° een derde lid wordt toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De leidend ambtenaar van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie wordt aangesteld als inhoudelijk ordonnateur voor de betaalbaarstelling van kredieten voor de verrichtingen die betrekking hebben op de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot de ruimtelijke ordening in toepassing van titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, evenwel met uitzondering van de verrichtingen die tot de gewone dienst behoren en de verrichtingen in verband met beleidsondersteunende taken en beleidsevaluatie. Hij wordt tevens belast met de inning van de inkomsten uit de handhaving die voortvloeien uit de toepassing van Titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening. Hij kan zijn bevoegdheid delegeren aan ambtenaren van niveau A van zijn departement.".
Art. 42. A l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 avril 2000 relatif Ă  la gestion financiĂšre et matĂ©rielle du service Ă  gestion sĂ©parĂ©e " Grondfonds " (Fonds foncier), remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 23 juin 2006 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 11 janvier 2013, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " Le fonctionnaire dirigeant du Département de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobilier est désigné comme ordonnateur du " Grondfonds " pour les ordonnancements de crédits autres que pour les opérations relatives à la taxe sur les bénéfices résultant de la planification spatiale, telles que visées au titre II, chapitre VI, section 2, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire et autres que pour celles visées à l'alinéa 3. Il peut déléguer ses compétences à des fonctionnaires de niveau A du département. " ;
  2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le fonctionnaire dirigeant du département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie " est désigné comme ordonnateur fonctionnel pour les ordonnancements de crédits pour les opérations relatives à l'exécution des tùches de maintien portant sur l'aménagement du territoire par application du titre VI du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, à l'exception toutefois des opérations appartenant au service ordinaire et des opérations relatives à des tùches d'encadrement politique et à l'évaluation de la politique. En outre, il est chargé de la perception des revenus générés par le maintien, découlant de l'application du Titre VI du Code flamand de l'Aménagement du Territoire. Il peut déléguer ses compétences à des fonctionnaires de niveau A de son département. ".
Art. 43. Artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van 23 juni 2006, wordt vervangen als volgt:
  "De leidend ambtenaar van het Departement Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed wordt aangesteld als beheerder van het Grondfonds, met uitzondering van wat in het tweede lid is bepaald. Hij kan zijn bevoegdheden, bedoeld in dit hoofdstuk, overdragen aan ambtenaren van niveau A die tot zijn administratie behoren. Deze ambtenaren mogen niet als ordonnateur van het Grondfonds worden voorgedragen of benoemd.
  De leidend ambtenaar van het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie oefent de bevoegdheden van beheerder zoals bedoeld in artikel 17 uit voor zover deze betrekking hebben op de uitvoering van de handhavingstaken met betrekking tot de ruimtelijke ordening in toepassing van titel VI van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, evenwel met uitzondering van de verrichtingen die tot de gewone dienst behoren en de verrichtingen in verband met beleidsondersteunende taken en beleidsevaluatie.".
Art. 43. L'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du 23 juin 2006, est remplacĂ© par la disposition suivante :
  " Le fonctionnaire dirigeant du DĂ©partement de l'AmĂ©nagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine immobiliel est dĂ©signĂ© comme gestionnaire du " Grondfonds ", exceptĂ© pour ce qui est de la disposition reprise Ă  l'alinĂ©a 2. Il peut dĂ©lĂ©guer ses compĂ©tences visĂ©es au prĂ©sent chapitre Ă  des fonctionnaires de niveau A appartenant Ă  son administration. Ces fonctionnaires ne peuvent ĂȘtre proposĂ©s ou nommĂ©s en qualitĂ© d'ordonnateur du " Grondfonds ".
  Le fonctionnaire dirigeant du département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie " exerce les compétences de gestionnaire tel que visé à l'article 17 pour autant qu'elles portent sur l'exécution des tùches de maintien relatives à l'aménagement du territoire par application du titre VI du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, à l'exception toutefois des opérations appartenant au service ordinaire et des opérations relatives à des tùches d'encadrement politique et à l'évaluation de la politique. ".
Art. 44. In artikel 17 van hetzelfde besluit wordt in het tweede lid van paragraaf 1 de tabel vervangen door de volgende tabel:
  "
Art. 44. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le tableau figurant Ă  l'alinĂ©a 2 du paragraphe 1er est remplacĂ© par le tableau suivant :
  "
Bedragen
  in euro
Openbare
  aanbesteding
  Algemene
  offerteaanvraag
Beperkte aanbesteding Beperkte
  offerteaanvraag
Onderhandelings-
  procedure met voorafgaande bekendmaking
Onderhandelings-
  procedure zonder voorafgaande
  bekendmaking
Werken 13.000.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000
Leveringen 8.000.000 1.200.000 900.000 600.000
Diensten 2.400.000 800.000 500.000 200.000
Bedragen
  in euro Openbare
  aanbesteding
  Algemene
  offerteaanvraag Beperkte aanbesteding Beperkte
  offerteaanvraag Onderhandelings-
  procedure met voorafgaande bekendmaking Onderhandelings-
  procedure zonder voorafgaande
  bekendmakingWerken 13.000.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000Leveringen 8.000.000 1.200.000 900.000 600.000Diensten 2.400.000 800.000 500.000 200.000
"
Montants en euros Adjudication publique Demande d'offres générale Adjudication restreinte Demande d'offres restreinte Procédure de négociation avec notification préalable Procédurede négociation sans notification préalable
Travaux 13.000.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000
Fournitures 8.000.000 1.200.000 900.000 600.000
Services 2.400.000 800.000 500.000 200.000
Montants en euros Adjudication publique Demande d'offres générale Adjudication restreinte Demande d'offres restreinte Procédure de négociation avec notification préalable Procédurede négociation sans notification préalableTravaux 13.000.000 2.000.000 1.500.000 1.000.000Fournitures 8.000.000 1.200.000 900.000 600.000Services 2.400.000 800.000 500.000 200.000
"
Art. 45. Art. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 april 2000 betreffende de administratieve geldboete voor het overtreden van een bekrachtigd stakingsbevel, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt de zinsnede "rekenplichtige van het Herstelfonds, vermeld in artikel 6.4.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009" vervangen door de zinsnede "rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die daartoe wordt aangewezen door de leidend ambtenaar van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "van Herstelfonds" vervangen door de zinsnede "ambtenaar van het Grondfonds, vermeld in paragraaf 1".
Art. 45. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 avril 2000 relatif Ă  l'amende administrative pour la violation d'un ordre de cessation confirmĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au paragraphe 1er, le membre de phrase " comptable du "Herstelfonds" (Fonds de Réparation), mentionné à l'article 6.4.56 du Codex flamand sur l'Aménagement du Territoire " est remplacé par le membre de phrase " au fonctionnaire comptable du " Grondfonds " (Fonds foncier) visé à l'article 5.6.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, désigné à cet effet par le fonctionnaire dirigeant du Département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " au comptable du "Herstelfonds" " sont remplacés par le membre de phrase " au fonctionnaire comptable du " Grondfonds " visé au paragraphe 1er ".
Art. 46. In artikel 3, eerste lid van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, worden de woorden "rekenplichtige van het Herstelfonds" vervangen door de zinsnede "rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds zoals vermeld in artikel 2, paragraaf 1".
Art. 46. Dans l'article 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, les mots " Le comptable du "Herstelfonds" " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " Le fonctionnaire comptable du " Grondfonds " tel que visĂ© Ă  l'article 2, paragraphe 1er ".
Art. 47. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, wordt het woord "Herstelfonds" vervangen door het woord "Grondfonds".
Art. 47. Dans l'article 3, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, les mots " Herstelfonds " sont remplacĂ©s par les mots " Grondfonds ".
Art. 48. In artikel 4, tweede lid, en artikel 6, tweede lid, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009, worden de woorden "van het Herstelfonds" vervangen door de zinsnede "ambtenaar van het Grondfonds zoals vermeld in artikel 2, paragraaf 1".
Art. 48. Dans les articles 4, alinĂ©a 2, et 6, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009, les mots " comptable du "Herstelfonds" " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " fonctionnaire comptable du " Grondfonds " tel que visĂ© Ă  l'article 2, paragraphe 1er ".
Art. 49. In artikel 7, tweede lid, en artikel 8, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "rekenplichtige van het Herstelfonds" worden vervangen door de zinsnede "rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds zoals vermeld in artikel 2, paragraaf 1";
  2° de woorden "rekeningnummer van het Herstelfonds" wordt vervangen door de woorden "rekeningnummer van het Grondfonds".
Art. 49. Aux articles 7, alinĂ©a 2, et 8, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° les mots " comptable du "Herstelfonds" " sont remplacés par le membre de phrase " fonctionnaire comptable du " Grondfonds tel que visé à l'article 2, paragraphe 1er " " ;
  2° les mots " numéro de compte du "Herstelfonds" " sont remplacés par les mots " numéro de compte du " Grondfonds " ".
Art. 50. In artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2000 betreffende de berekening en de betaling van de meerwaarde, laatst gewijzigd bij het besluit van 29 mei 2009 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de eerste zin worden de woorden "rekenplichtige van het Herstelfonds, vermeld in artikel 6.1.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening" vervangen door de zinsnede "rekenplichtige ambtenaar van het Grondfonds, vermeld in artikel 5.6.3 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, die daartoe wordt aangewezen door de leidend ambtenaar van het departement Leefmilieu, Natuur en Energie onder de personeelsleden belast met de taken van uitvoering van de handhaving van de ruimtelijke ordening binnen zijn entiteit";
  2° in de tweede zin wordt na het woord "rekenplichtige" de woorden "ambtenaar van het Grondfonds" toegevoegd.
Art. 50. A l'article 6, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 mai 2000 relatif au mode de calcul et au paiement de la plus-value, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du 29 mai 2009, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° dans la premiÚre phrase, les mots " comptable du "Herstelfonds", mentionné à l'article 6.1.56 du Codex flamand sur l'aménagement du territoire " est remplacé par le membre de phrase " fonctionnaire comptable du " Grondfonds " visé à l'article 5.6.3 du Code flamand de l'Aménagement du Territoire, désigné à cet effet par le fonctionnaire dirigeant du Département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie parmi les membres du personnel chargés des tùches de maintien relatives à l'aménagement du territoire au sein de son entité " ;
  2° dans la seconde phrase, le mot " comptable " est remplacé par les mots " fonctionnaire comptable du " Grondfonds " ".
Art. 51. In artikel 7, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, wordt het woord "Herstelfonds" vervangen door het woord "Grondfonds".
Art. 51. Dans l'article 7, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, le mot " Herstelfonds " est remplacĂ© par le mot " Grondfonds ".
Art. 52. In artikel 7, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juni 2006, worden de woorden "van het Herstelfonds" vervangen door de zinsnede "ambtenaar van het Grondfonds zoals vermeld in artikel 6, tweede lid".
Art. 52. Dans l'article 7, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 juin 2006, les mots " Le comptable du "Herstelfonds" " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " Le fonctionnaire comptable du " Grondfonds " tel que visĂ© Ă  l'article 6, alinĂ©a 2 ".
Art. 53. In de artikel 19, § 1, vierde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 juli 2013 betreffende de kwaliteits- en veiligheidsnormen voor woningen, worden de woorden "Herstelfonds, vermeld in artikel 6.4.56 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009" vervangen door de woorden "Fonds voor de Wooninspectie, vermeld in artikel 19 van het decreet van 29 juni 2007 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2007".
Art. 53. Dans l'article 19, § 1er, alinĂ©a 4, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 juillet 2013 portant les normes de qualitĂ© et de sĂ©curitĂ© pour habitations, les mots " du Fonds de RĂ©paration, visĂ© Ă  l'article 6.4.56 du Code flamand de l'AmĂ©nagement du Territoire du 15 mai 2009 " sont remplacĂ©s par les mots " du " Fonds voor de Wooninspectie ", visĂ© Ă  l'article 19 du dĂ©cret du 29 juin 2007 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2007 ".
Art. 54. De leidend ambtenaar van de entiteit die bevoegd is voor de uitvoering van de handhavingstaken op het beleidsveld onroerend erfgoed, wordt aangesteld als inhoudelijk ordonnateur van het Fonds onroerend erfgoed voor het aanrekenen van de vastgestelde rechten en het toewijzen van de ontvangsten en voor de betaalbaarstelling van kredieten voor de verrichtingen die betrekking hebben op de handhavingstaken op het beleidsveld onroerend erfgoed. Hij kan zijn bevoegdheid delegeren aan ambtenaren van niveau A van zijn entiteit.
  Het Fonds onroerend erfgoed is het begrotingsfonds zoals bedoeld in artikel 25 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991.
Art. 54. Le fonctionnaire dirigeant de l'entité compétente pour l'exécution des tùches de maintien dans le domaine politique du patrimoine immobilier est désigné comme ordonnateur fonctionnel du " Fonds onroerend erfgoed " pour les comptabilisations des droits constatés et pour l'attribution des recettes et les ordonnacements de crédits pour les opérations relatives à l'exécution des tùches de maintien dans le domaine politique du patrimoine immobilier. Il peut déléguer ses compétences à des fonctionnaires de niveau A de son entité.
  Le " Fonds onroerend erfgoed " est le fonds budgétaire tel que visé à l'article 25 du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions de technique budgétaire ainsi que des dispositions d'accompagnement du budget 1991.
Art. 55. Het saldo van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds dat beschikbaar is na aftrek van de schuldvorderingen, als over te dragen bij afsluiting van de jaarrekening 2015, wordt vastgesteld op een totaal van € 15.297.276,29. Dit beschikbare saldo wordt conform artikel 11 van het decreet houdende aanpassing van de middelenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2016, toegewezen als volgt:
  1° € 2.195.754,87 wordt toegewezen aan het Fonds onroerend erfgoed;
  2° € 2.591.509,73 wordt toegewezen aan het Fonds voor de Wooninspectie;
  3° € 10.510.011,69 wordt toegewezen aan de dienst met afzonderlijk beheer Grondfonds.
Art. 55. Le solde du service Ă  Gestion SĂ©parĂ©e " Herstelfonds " Ă©tant disponible aprĂšs dĂ©duction des crĂ©ances, Ă  reporter lors de la clĂŽture du compte annuel 2015, est fixĂ© Ă  un total de € 15.297.276,29. Ce solde disponible est attribuĂ© conformĂ©ment Ă  l'article 11 du dĂ©cret contenant le budget gĂ©nĂ©ral des dĂ©penses de la CommunautĂ© flamande pour l'annĂ©e budgĂ©taire 2016, comme suit :
  1° € 2.195.754,87 est attribuĂ© au " Fonds onroerend erfgoed " ;
  2° € 2.591.509,73 est attribuĂ© au " Fonds voor de Wooninspectie " ;
  3° € 10.510.011,69 est attribuĂ© au service Ă  Gestion SĂ©parĂ©e " Grondfonds ".
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 56. De volgende regelgevende teksten worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap zonder rechtspersoonlijkheid Inspectie RWO;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2006 betreffende het financiële en materiële beheer van de dienst met afzonderlijk beheer Herstelfonds.
Art. 56. Les rÚglements suivants sont abrogés :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne sans personnalitĂ© juridique " Inspectie RWO " ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2006 relatif Ă  la gestion financiĂšre et matĂ©rielle du service Ă  gestion sĂ©parĂ©e " Herstelfonds " (Fonds de RĂ©paration).
Art. 57. De volgende regelgevende teksten hebben uitwerking met ingang van 1 september 2016:
  1° het decreet van 4 mei 2016 houdende wijziging van diverse decreten ingevolge de integratie van de opdrachten van het agentschap Inspectie RWO in het departement Leefmilieu, Natuur en Energie en het agentschap Wonen-Vlaanderen, alsook betreffende de begrotingsfondsen en andere technische aanpassingen, behoudens voor wat betreft de afwijkingen voorzien in artikel 32, tweede lid van dat decreet;
  2° dit besluit.
Art. 57. Les textes réglementaires suivants produisent leurs effets le 1er septembre 2016 :
  1° le décret du 4 mai 2016 modifiant divers décrets en conséquence de l'intégration des tùches de l'agence " Inspectie RWO " (Inspection de l'Aménagement du Territoire, de la Politique du Logement et du Patrimoine Immobilier) dans le Département de l'Environnement, de la Nature et de l'Energie et dans l'agence " Wonen-Vlaanderen " (Logement - Flandre), ainsi que concernant les fonds budgétaires et d'autres adaptations techniques, sauf pour ce qui est des dérogations prévues à l'article 32, alinéa 2, dudit décret ;
  2° le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 58. De Vlaamse minister, bevoegd voor onroerend erfgoed, de Vlaamse minister bevoegd voor huisvesting en de Vlaamse minister bevoegd voor ruimtelijke ordening, zijn ieder wat hem of haar betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 58. Le Ministre flamand ayant le patrimoine immobilier dans ses attributions, le Ministre flamand ayant le logement dans ses attributions et le Ministre flamand ayant l'amĂ©nagement du territoire dans ses attributions, sont chargĂ©s, chacun en ce qui le ou la concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.