Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 JUNI 2016. - Besluit van de Vlaamse Regering over de besteding van het budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over organisatiegebonden kosten voor vergunde zorgaanbieders(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 16-08-2016 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
24 JUIN 2016. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'affectation du budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures ainsi qu'aux frais liés à l'organisation pour les offreurs de soins autorisés(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 16-08-2016 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  2° beheerskosten: de kosten die de budgethouder moet maken voor de organisatie en het beheer van zijn budget als hij het gebruikt als cashbudget, op basis van een van de overeenkomsten, vermeld in artikel 7, 2° ;
  3° besluit van 27 november 2015: het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 over de indiening en de afhandeling van de aanvraag van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor meerderjarige personen met een handicap en over de terbeschikkingstelling van dat budget;
  4° bijstandsorganisatie: een organisatie als vermeld in artikel 14 van het decreet van 25 april 2014 die door het agentschap vergund is om de budgethouder bij te staan voor de besteding van het cashbudget, de aanwending van de voucher en de organisatie van de zorg en ondersteuning, inclusief de onderhandelingen met vergunde zorgaanbieders, het zoeken en selecteren van mogelijke zorgbieders en het onderhandelen met die zorgaanbieders, het sluiten van overeenkomsten, het beheer van het budget, het verantwoorden van de besteding van het budget en het bemiddelen bij geschillen;
  5° budget: een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 dat is samengesteld uit de budgetcategorie die door het agentschap werd toegewezen aan de budgethouder eventueel aangevuld met een vergoeding voor beheerskosten, als vermeld in artikel 3, § 2, van dit besluit;
  6° budgethouders: naar gelang van het geval de personen met een handicap die gebruik maken van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of hun wettelijke vertegenwoordigers. Als de persoon met een handicap rechterlijk beschermd is met toepassing van de wet van 17 maart 2013 tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, de persoon met een handicap en de bewindvoerder samen of de bewindvoerder;
  7° cashbudget: een vorm van financiering van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, waarbij de budgethouder beslist om de financiering van die zorg en ondersteuning in liquide middelen op de eigen bankrekening te ontvangen, met een maximumbudget per kalenderjaar, en waarbij de persoon met een handicap zelf zorgt voor het bekostigen van die zorg en ondersteuning;
  8° decreet van 25 april 2014: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning;
  [4 8/1° mantelzorger: de natuurlijke persoon die vanuit een sociale en emotionele band een of meer personen met een handicap, niet beroepshalve maar meer dan occasioneel, helpt en ondersteunt in het dagelijkse leven;]4
  9° meer hoogdrempelige individuele bijstand: de bijstand verleend door een bijstandsorganisatie die bestaat uit deelname aan het bemiddelingsoverleg in de regio's, de vertaling van het ondersteuningsplan in feitelijke zorg en ondersteuning, het helpen opstellen van uitvoerings- en budgetplannen, het zoeken naar, selecteren en onderhandelen met zorgaanbieders, de bijstand bij het sluiten van overeenkomsten, bij het beheer van het budget en bij het verantwoorden van de besteding van het budget en de bemiddeling bij geschillen;
  [2 9° /1 vergunde zorgaanbieder: een aanbieder van zorg en ondersteuning die conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap, vergund is door het agentschap;]2
  10° voucher: de vorm van financiering waarbij de persoon met een handicap beslist om de financiering van de niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning of de bijstand bij de organisatie daarvan rechtstreeks tussen het agentschap en de vergunninghouder, gekozen door de persoon met een handicap, te laten verlopen;
  11° zorgaanbieder: de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die niet rechtstreeks toegankelijke zorg of ondersteuning aanbiedt aan een persoon met een handicap.
  [1 12° Zorginspectie:[3 Zorginspectie als vermeld in artikel 4, § 2, derde lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023 over het Departement Zorg]3.]1
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence : l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées), créée par le décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " (Agence flamande pour les Personnes handicapées) ;
  2° frais de gestion : les frais que le bénéficiaire d'enveloppe doit exposer en vue de l'organisation et de la gestion de son budget s'il l'utilise en tant que budget de trésorerie, sur la base d'un des contrats mentionnés à l'article 7, 2° ;
  3° arrêté du 27 novembre 2015 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 novembre 2015 relatif à l'introduction et au traitement de la demande d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles pour personnes handicapées majeures et relatif à la mise à disposition dudit budget ;
  4° organisation d'assistance : une organisation telle que visée à l'article 14 du décret du 25 avril 2014, qui est autorisée par l'agence à aider le bénéficiaire d'enveloppe pour l'affectation du budget de trésorerie, l'utilisation du voucher et l'organisation des soins et du soutien, en ce compris les négociations avec les offreurs de soins autorisés, la recherche et la sélection des offreurs de soins potentiels ainsi que les négociations avec ces derniers, la conclusion de contrats, la gestion du budget, la justification des dépenses et la médiation en cas de litiges ;
  5° budget: un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014, composé de la catégorie budgétaire attribuée par l'agence au bénéficiaire d'enveloppe, éventuellement complété par une indemnité pour frais de gestion, telle que visée à l'article 3, § 2, du présent arrêté ;
  6° bénéficiaires d'enveloppe : selon le cas, les personnes handicapées qui utilisent un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, ou les représentants légaux de ces personnes ; Lorsque la personne handicapée est protégée en application de la loi du 17 mars 2013 réformant les régimes d'incapacité et instaurant un nouveau statut de protection conforme à la dignité humaine, la personne handicapée avec l'administrateur ou l'administrateur ;
  7° budget de trésorerie : une forme de financement des soins et du soutien non directement accessibles, dans le cadre de laquelle le bénéficiaire d'enveloppe décide de recevoir le financement de ces soins et de ce soutien en espèces sur son propre compte bancaire, avec un budget maximal par année civile, et dans le cadre de laquelle la personne handicapée prend elle-même en charge le coût de ces soins et de ce soutien ;
  8° décret du 25 avril 2014 : le décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
  [4 8/1° aidant proche : la personne physique qui, sur la base d'un lien social et affectif, aide et soutient à titre non professionnel, mais plus qu'occasionnellement, une ou plusieurs personnes handicapées dans leur vie quotidienne ;]4
  9° assistance individuelle plus accessible : l'assistance fournie par une organisation d'assistance, ce qui comprend la participation à la concertation de médiation dans les régions, la traduction du plan d'assistance en des soins et un soutien concrets, l'aide à l'élaboration des plans d'exécution et budgétaires, la recherche et la sélection des offreurs de soins ainsi que les négociations avec ces derniers, l'assistance dans le cadre de la conclusion de contrats, de la gestion du budget, de la justification de l'affectation du budget et de la médiation en cas de litiges ;
  [2 9° /1 offreur de soins autorisé : un offreur de soins et de soutien qui, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, est autorisé par l'agence ;]2
  10° voucher : la forme de financement dans le cadre de laquelle la personne handicapée décide de confier directement à l'agence et au titulaire de l'autorisation choisi par la personne handicapée le financement des soins et du soutien non directement accessibles ou l'assistance dans le cadre de l'organisation de ces derniers ;
  11° offreur de soins : la personne physique ou morale qui propose à une personne handicapée des soins ou un soutien non directement accessibles.
  [1 12° Inspection des soins : [3 Inspection des Soins, telle que visée à l'article 4, § 2, alinéa 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2023 relatif au Département Soins]3.]1
Art.2. [1 De budgetcategorie die ter beschikking gesteld wordt aan de budgethouder, wordt uitgedrukt in zorggebonden punten. Het aantal zorggebonden punten is een maximum voor een kalenderjaar.
   De zorggebonden punten kunnen omgezet worden in bedragen in euro aan de hand van de omslagsleutel, vermeld in artikel 17, derde lid, van het besluit van 27 november 2015, die wordt geïndexeerd conform artikel 17, vierde lid, van het voormelde besluit.
  [2 Om de zorggeboden punten om te zetten in bedragen in euro in het jaar 2022, wordt de omslagsleutel, vermeld in artikel 17, derde lid, van het besluit van 27 november 2015, die is geïndexeerd conform artikel 17, vierde lid, van het voormelde besluit, verhoogd met 3,204 %.]2
   De budgethouder kan het budget gebruiken als een voucher, als een cashbudget of als een combinatie van beide.]1

  
Art.2. [1 La catégorie budgétaire mise à la disposition du bénéficiaire d'enveloppe est exprimée en points liés aux soins. Le nombre de points liés aux soins est un maximum pour une année civile.
   Les points liés aux soins peuvent être convertis en montants en euros à l'aide de la clé de répartition visée à l'article 17, alinéa trois, de l'arrêté du 27 novembre 2015, qui est indexée conformément à l'article 17, alinéa quatre, de l'arrêté précité.
  [2 Afin de convertir les points liés aux soins en montants en euros dans l'année 2022, la clé de répartition visée à l'article 17, alinéa 3, de l'arrêté du 27 novembre 2015, qui est indexée conformément à l'article 17, alinéa 4, de l'arrêté précité, est augmentée de 3,204 %.]2
   Le bénéficiaire d'enveloppe peut utiliser le budget en tant que voucher, en tant que budget de trésorerie ou en tant que combinaison des deux.]1

  
Art.3. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° organisatiegebonden kosten: organisatiegebonden personeelskosten en organisatiegebonden werkingskosten;
  2° organisatiegebonden personeelskosten: de personeelskosten die ingezet worden voor het management en het beleid binnen de voorziening, en alle andere personeelsfuncties die niet gelieerd zijn aan de zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap maar tot doel hebben de globale werking van de organisatie te faciliteren;
  3° organisatiegebonden werkingsmiddelen: middelen die niet direct ingezet worden voor de zorg en ondersteuning van de persoon met een handicap, maar die tot doel hebben het functioneren van de organisatie als dusdanig mogelijk te maken.
  § 2. Als een budgethouder kiest voor een cashbudget ontvangt hij van het agentschap daarnaast nog een bedrag van [5 10,35%]5 van het gedeelte van het budget dat hij besteedt als een cashbudget voor de vergoeding van beheerskosten.
  In afwijking van het eerste lid stelt het agentschap geen bedrag voor de vergoeding van beheerskosten ter beschikking als de budgethouder het cashbudget inzet bij een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap.
  § 3. [4 Als een budgethouder ervoor kiest om zijn budget volledig of gedeeltelijk te gebruiken als een voucher, heeft de vergunde zorgaanbieder recht op organisatiegebonden personeelspunten.]4
  [4 Het agentschap bepaalt voor elke vergunde zorgaanbieder jaarlijks het aantal organisatiegebonden personeelspunten, vermeld in het eerste lid. [8 Het agentschap berekent daarvoor het totaal aantal zorggebonden punten die de vergunde zorgaanbieder voor het kalenderjaar waarop de organisatiegebonden personeelspunten betrekking hebben, conform artikel 13, tweede lid, heeft geregistreerd bij het agentschap.]8
   [8 Het jaarlijks aantal organisatiegebonden personeelspunten, vermeld in het tweede lid bedraagt 16,18% van de zorggebonden punten, vermeld in het tweede lid]8.
   Het bedrag per punt bedraagt 864 euro (achthonderdvierenzestig euro).]4

  [1 [4 De vergunde zorgaanbieder mag de organisatiegebonden personeelspunten, vermeld in het tweede en derde lid, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per personeelspunt a rato van de navolgende percentage:
   1° in het kalenderjaar 2020: 55%;
   2° in het kalenderjaar 2021: 60%;
   3° [6 vanaf het kalenderjaar 2022: 65%]6]4
]1
.
  [1 [8 ...]8.
   [10 Het bedrag, vermeld in het vierde lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, hierna de G-index te noemen, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]1
0]1
  § 4. [4 Als een budgethouder ervoor kiest om zijn budget volledig of gedeeltelijk als cashbudget te gebruiken bij een vergunde zorgaanbieder, heeft de vergunde zorgaanbieder recht op een vergoeding voor organisatiegebonden kosten.]4
  [4 Het agentschap bepaalt voor elke vergunde zorgaanbieder jaarlijks het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten, vermeld in het eerste lid. [8 Het agentschap berekent daarvoor het totaal bedrag van de vergoedingen, vermeld in de overeenkomsten met vergunde zorgaanbieders, die de budgethouders conform artikel 17, § 1, eerste lid, voor het kalenderjaar waarvoor de organisatiegebonden kosten worden betaald, hebben geregistreerd bij het agentschap.]8
   [8 De vergoeding voor organisatiegebonden kosten, vermeld in het tweede lid, bedraagt 16,18% van het bedrag, vermeld in het tweede lid.]8
  [7 De vergoeding voor organisatiegebonden kosten die is bepaald conform het derde lid [10 ...]10, wordt verhoogd met 3,9%.]7
  De vergunde zorgaanbieder mag de vergoeding, vermeld in het eerste lid, omzetten in personeelspunten tegen het bedrag per personeelspunt, vermeld in [4 paragraaf 3, vijfde lid]4
.
  [7 De vergunde zorgaanbieder ontvangt van het agentschap jaarlijks voor de bedragen van de vergoedingen, vermeld in de overeenkomsten met vergunde zorgaanbieders, die de budgethouders dat jaar conform artikel 17, § 1, eerste lid, hebben geregistreerd bij het agentschap, een vergoeding van 3,9% op het totaal van de voormelde bedragen.]7
  § 5. [8 ...]8
  [4 § 5/1. De werkingsmiddelen, vermeld in paragraaf 3, [8 vijfde]8 lid, mogen niet worden aangewend voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van eigen personeelskosten.
   [8 In afwijking van het eerste lid kan het bedrag, vermeld paragraaf 3, vijfde lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform [9 artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.]9]8]4

  [8 De besteding van het bedrag, vermeld in paragraaf 3, vijfde lid, kan gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.]8
  [2 § 6. Het gedeelte van de werkingsmiddelen, vermeld in [4 paragraaf 3, vierde lid,]4 en het bedrag van de vergoeding voor de organisatiegebonden kosten, vermeld in [4 paragraaf 4]4, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mogen worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20 % van het subsidiebedrag, met uitzondering van het sociaal passief.
   De totale gecumuleerde reserves, met uitzondering van het sociaal passief, kunnen maximaal 50 % van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
   Het sociaal passief, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt beperkt tot 25 % van de jaarlijkse personeelskosten.
   Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
   Als de vergunde zorgaanbieder niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
   In afwijking van het vijfde lid hoeven de reserves die aangelegd zijn voor het sociaal passief, na expliciete goedkeuring door het agentschap, niet aan het agentschap te worden teruggestort.]2

  
Art.3. § 1er. Dans le présent article, on entend par :
  1° frais d'organisation : frais de personnel liés à l'organisation et frais de fonctionnement liés à l'organisation ;
  2° frais de personnel liés à l'organisation : les frais de personnel utilisés dans le cadre de la gestion et de la politique au sein de la structure, ainsi que toutes les autres fonctions du personnel qui ne sont pas liées aux soins et au soutien de la personne handicapée mais qui ont pour objectif de faciliter le fonctionnement de l'organisation ;
  3° moyens de fonctionnement liés à l'organisation : moyens qui ne sont pas directement utilisés pour les soins et le soutien de la personne handicapée mais qui ont pour objectif de permettre le fonctionnement de l'organisation en tant que tel.
  § 2. Lorsqu'un bénéficiaire d'enveloppe opte pour un budget de trésorerie, il reçoit en outre de l'agence un montant correspondant à [5 10,35 %]5 de la part du budget qu'il consacre en tant que budget de trésorerie à titre d'indemnité pour frais de gestion.
  Par dérogation au premier alinéa, l'agence ne met aucun montant à disposition en tant qu'indemnité pour frais de gestion lorsque le bénéficiaire d'enveloppe utilise le budget de trésorerie auprès d'un offreur de soins autorisé par l'agence.
  § 3. [4 Lorsqu'un bénéficiaire d'enveloppe choisit d'utiliser tout ou partie de son enveloppe comme voucher, l'offreur de soins autorisé a droit à des points de personnel liés à l'organisation.]4
  [4 Pour chaque offreur de soins autorisé, l'agence détermine annuellement le nombre de points de personnel liés à l'organisation mentionnés au premier alinéa. [8 A cette fin, l'agence calcule le nombre total de points liés aux soins que l'offreur de soins autorisé a enregistrés auprès de l'agence pour l'année civile à laquelle les points liés à l'organisation du personnel se rapportent, conformément à l'article 13, alinéa 2]8.
   [8 Le nombre annuel de points de personnel liés à l'organisation visé à l'alinéa 2 s'élève à 16,18 % des points liés aux soins, mentionnés à l'alinéa 2]8.
   Le montant par point s'élève à 864 euros (huit cent soixante-quatre euros).]4

  [1 [4 L'offreur de soins autorisé peut convertir les points de personnel liés à l'organisation mentionnés aux deuxième et troisième alinéas en moyens de fonctionnement à raison d'un montant par point de personnel au prorata des pourcentages suivants :
   1° dans l'année civile 2020 : 55 % ;
   2° dans l'année civile 2021 : 60 % ;
   3° [6 à partir de l'année civile 2022 : 65 %]6]4
]1
.
  [1 [8 ...]8.
   [10 Le montant visé à l'alinéa 4 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays, ci-après dénommé l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]1
0]1
  § 4. [4 Lorsqu'un bénéficiaire d'enveloppe choisit d'utiliser tout ou partie de son enveloppe comme enveloppe de trésorerie auprès d'un offreur de soins autorisé, l'offreur de soins autorisé a droit à une indemnité pour frais liés à l'organisation.]4
  [4 Pour chaque offreur de soins autorisé, l'agence détermine annuellement le montant de l'indemnité pour frais liés à l'organisation, mentionnée au premier alinéa. [8 A cette fin, l'agence calcule le montant total des indemnités mentionnées dans les accords avec les offreurs de soins autorisés, que les gestionnaires de budget ont enregistrés auprès de l'agence conformément à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, pour l'année civile pour laquelle les frais liés à l'organisation sont payés]8.
   [8 L'indemnité pour les frais liés à l'organisation, mentionnée à l'alinéa 2, s'élève à 16,18 % du montant mentionné à l'alinéa 2.]8
  [7 L'indemnité pour frais liés à l'organisation, déterminée conformément à l'alinéa 3 [10 ...]10, est majorée de 3,9 %.]7
  L'offreur de soins autorisé peut convertir l'indemnité visée au premier alinéa en points de personnel, à concurrence du montant par point de personnel mentionné au [4 paragraphe 3, alinéa cinq]4
.
  [7 L'offreur de soins autorisé reçoit annuellement de l'agence, pour les montants des indemnités visés aux accords avec les offreurs de soins autorisés, que les gestionnaires de budget ont enregistrés auprès de l'agence pour l'année en question, conformément à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, une indemnité de 3,9 % sur le total des montants précités.]7
  § 5. [8 ...]8
  [4 § 5/1. Les moyens de fonctionnement, visés au paragraphe 3, alinéa [8 cinq]8 ne peuvent pas être affectés au recrutement de personnel ou à l'indemnisation des propres frais de personnel.
   [8 Par dérogation à l'alinéa 1er, le montant visé au paragraphe 3, alinéa 5, peut être utilisé pour la rémunération des prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément [9 aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.]9]8
  [8 L'affectation du montant mentionné au paragraphe 3, alinéa 5, peut être répartie sur plus d'un exercice comptable.]8
  [2 § 6. La partie des moyens de fonctionnement visés au [4 paragraphe 3, alinéa quatre]4
, et le montant de l'indemnité pour les frais liés à l'organisation, visée au [4 paragraphe 4]4, qui dépasse les frais justifiés, peuvent être affectés à la constitution de réserves à concurrence d'au maximum 20 % du montant de subvention, à l'exception du passif social.
   Les réserves totales cumulées, à l'exception du passif social, peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
   Le passif social, visé aux alinéas premier et deux, est limité à 25 % des frais de personnel annuels.
   En cas de dépassement du maximum, visé aux alinéas premier et deux, le montant dépassé est remboursé à l'agence, sauf si l'agence décide, moyennant une motivation, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximaux.
   Lorsque l'offreur de soins autorisé n'est plus subventionné, le montant cumulé des réserves sera remboursé à l'agence.
   Par dérogation à l'alinéa cinq les réserves constituées pour le passif social ne doivent pas être restituées à l'agence, après approbation explicite de l'agence.]2
  
HOOFDSTUK 2. - Besteding van het budget
CHAPITRE 2. - Affectation du budget
Art.4. Het budget kan besteed worden aan:
  1° zorg en ondersteuning die noodzakelijk is als gevolg van de handicap. Het gaat daarbij om een van de volgende vormen van ondersteuning:
  a) woonondersteuning: de ondersteuning die tot doel heeft de persoon met een handicap tijdens de week te ondersteunen bij het wonen. De geleverde uren ondersteuning zijn moeilijk tot niet individueel planbaar of toewijsbaar. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie;
  b) dagondersteuning: de ondersteuning die gedurende de dag wordt geboden. De geleverde ondersteuning is moeilijk tot niet individueel planbaar of toewijsbaar. De ondersteuning heeft per definitie voor een deel een niet-instrumenteel karakter en bestaat uit begeleiding en permanentie;
  c) individuele ondersteuningsfuncties:
  1) psychosociale begeleiding: een-op-een-begeleiding die tot doel heeft de persoon met een handicap en de context te ondersteunen in de organisatie van zijn dagelijkse leven:
  2) praktische hulp: ondersteuning bij algemene dagelijkse activiteiten van het leven in een een-op-een-relatie. Individuele praktische hulp is hoofdzakelijk instrumenteel van aard;
  3) globale individuele ondersteuning: de ondersteuning die eerder ruimer is en verschillende levensdomeinen kan omvatten. De aard van de ondersteuning kan verschillen en de verschillende vormen van ondersteuning kunnen door elkaar lopen: stimulatie, coaching, training, assistentie bij activiteiten;
  4) oproepbare permanentie: de beschikbaarheid van de begeleiding om na een oproep binnen een bepaalde tijd niet-planbare een-op-een-ondersteuning aan te bieden.
  2° meer hoogdrempelige individuele bijstand en het lidgeld dat een bijstandsorganisatie aanrekent;
  3° beheerskosten;
  [1 4° casemanagement als het agentschap conform het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat daarop aanspraak gemaakt kan worden.]1
Art.4. Le budget peut être utilisé pour :
  1° les soins et le soutien indispensables en conséquence du handicap. Il s'agit ici d'une des formes de soutien suivantes :
  a) accompagnement au logement : l'aide encourageant l'autonomie au logement de la personne handicapée pendant la semaine. Les heures de soutien prestées ne peuvent difficilement voire pas du tout être individuellement planifiées ou attribuées. L'aide a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend l'accompagnement et la permanence ;
  b) accompagnement de jour : l'accompagnement offert pendant la journée. L'accompagnement fourni ne peut difficilement voire pas du tout être individuellement planifié ou attribué. L'aide a par définition un caractère partiellement non instrumental et comprend l'accompagnement et la permanence ;
  c) fonctions de soutien individuel :
  1) accompagnement psychosocial : accompagnement d'un pour un visant à soutenir la personne handicapée et le contexte dans l'organisation de sa vie quotidienne :
  2) aide pratique : assistance lors des activités générales de la vie quotidienne dans une relation individualisée. L'aide pratique individuelle est principalement instrumentale ;
  3) soutien individuel global : le soutien qui est plutôt large et peut comprendre plusieurs domaines de la vie. La nature du soutien peut différer et les différents types de soutien peuvent s'entremêler : stimulation, coaching, formation, assistance lors des activités ;
  4) permanence appelable : la disponibilité des accompagnants pour offrir un soutien individualisé non planifiable dans un délai spécifique, en réponse à un appel.
  2° l'aide individuelle plus accessible et l'affiliation facturée par une organisation d'assistance ;
  3° frais de gestion.
  [1 4° case management si l'agence a décidé, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, que l'on peut y faire valoir son droit.]1
Art.5. Het budget kan niet besteed worden aan:
  1° de aankoop van hulpmiddelen of voor het financieren van aanpassingen;
  2° [2 [4 medische en paramedische behandelingen, onderzoeken of therapieën die tot de bevoegdheid van het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering behoren, ongeacht of ze daadwerkelijk worden terugbetaald;]4;]2
  3° pedagogische en didactische begeleiding bij studies die overlapt met wat het gewoon onderwijs, het buitengewoon onderwijs of het geïntegreerd onderwijs aanbieden;
  4° de kosten voor zorg en ondersteuning die al door het agentschap, door de federale, communautaire, regionale of lokale overheden worden gesubsidieerd.
  In afwijking van het eerste lid, 2°, kunnen medische en paramedische behandelingen, onderzoekingen of therapieën vergoed worden bij het gebruik van het budget bij een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap als het gaat om activiteiten in het kader van een medisch of paramedisch team in een handicapspecifieke context, als ze niet terugbetaald worden krachtens de wetgeving over de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen.
  [1 Het budget dat besteed wordt aan dagondersteuning als vermeld in artikel 4, 1°, b), van dit besluit, of begeleid werken als vermeld in artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap, kan niet gecombineerd worden met de arbeidsmatige activiteiten, vermeld in [3 hoofdstuk 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 november 2022 houdende de uitvoering van het decreet van 8 juli 2022 over de werk- en zorgtrajecten]3.]1
Art.5. Le budget ne peut pas être utilisé pour :
  1° l'achat de produits d'assistance ou le financement d'adaptations ;
  2° [2 [4 les traitements, examens ou thérapies médicaux et paramédicaux qui relèvent de la compétence de l'Institut national d'assurance maladie-invalidité, qu'ils soient effectivement remboursés ou non ;]4 ;]2
  3° l'accompagnement pédagogique et didactique dans le cadre d'études qui chevauchent l'offre de l'enseignement ordinaire, de l'enseignement spécial ou de l'enseignement intégré ;
  4° les frais liés aux soins et au soutien déjà subventionnés par l'agence ou par les autorités fédérales, communautaires, régionales ou locales.
  Par dérogation à l'alinéa premier, 2°, les traitements, examens et thérapies médicaux ou paramédicaux peuvent être remboursés lors de l'utilisation du budget auprès d'un offreur de soins autorisé par l'agence, lorsqu'il s'agit d'activités exercées dans le cadre d'une équipe médicale ou paramédicale dans un contexte propre à un handicap, lorsqu'ils ne sont pas remboursés en vertu de la législation relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités.
  [1 Le budget consacré à l'accompagnement de jour visé à l'article 4, 1°, b) du présent arrêté, ou à l'emploi assisté visé à l'article 9/1 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées, ne peut être combiné avec les activités professionnelles visées [3 au chapitre 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 novembre 2022. portant exécution du décret du 8 juillet 2022 relatif aux parcours de travail et de soins]3.]1
Art.6. De budgethouder kan het budget of het gedeelte van het budget dat hij wil gebruiken als een voucher alleen besteden aan:
  1° zorg en ondersteuning die worden geboden door een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap;
  2° meer hoogdrempelige individuele bijstand die wordt verleend door een bijstandsorganisatie.
Art.6. Le bénéficiaire d'enveloppe ne peut consacrer le budget ou la partie du budget qu'il souhaite utiliser comme voucher qu'aux activités suivantes :
  1° les soins et le soutien proposés par un offreur de soins autorisé par l'agence ;
  2° l'aide individuelle plus accessible proposée par une organisation d'assistance.
Art.7. Het cashbudget kan alleen besteed worden aan zorg en ondersteuning die wordt verleend op basis van een van de volgende overeenkomsten die worden gesloten door de budgethouder:
  1° een overeenkomst over het verlenen van zorg en ondersteuning met een zorgaanbieder die door het agentschap vergund is;
  2° een van de volgende overeenkomsten waarbij wordt voorzien in het verlenen van zorg en ondersteuning in een een-op-een-relatie met de persoon met een handicap of aan verschillende personen met een handicap die op hetzelfde adres wonen en tot hetzelfde gezin behoren:
  a) een arbeidsovereenkomst met inbegrip van een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten als vermeld in de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;
  b) een overeenkomst met een erkend uitzendbureau;
  c) een overeenkomst met een onderneming die door het bevoegde gewest is erkend als een dienstencheque-onderneming;
  d) [1 een gebruikersovereenkomst met een organisator als vermeld in artikel 3, 4°, van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017, om wijk-werkcheques te gebruiken]1;
  e) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon over het vervoer van de persoon met een handicap;
  f) een overeenkomst met een organisatie die vrijwilligers ter beschikking stelt;
  g) een overeenkomst over[7 meer]7 hoogdrempelige individuele bijstand met een bijstandsorganisatie;
  h) een overeenkomst met een natuurlijke persoon of een rechtspersoon over het verlenen van individuele ondersteuningsfuncties als vermeld in artikel 4, 1°, c);
  i) een overeenkomst met een familielid dat tot de tweede graad verwant is met de budgethouder of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de budgethouder;
  j) een overeenkomst met een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning;
  3° [2 een overeenkomst met een rechtspersoon die zorg en ondersteuning organiseert voor [8 maximaal]8 vijftien personen met een handicap [8 per dag]8, die al of niet beschikken over een budget. De ingezette budgetten kunnen in solidariteit aangewend om zorg en ondersteuning te organiseren voor alle personen met een handicap. [6 Minimaal een derde van de leden van de organen van de rechtspersoon, vermeld in het wetboek van vennootschappen en verenigingen van 23 maart 2019 zijn mantelzorgers of familie tot de tweede graad van de personen met een handicap die worden ondersteund]6. De rechtspersoon registreert zich bij het agentschap op de wijze die wordt vastgesteld door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen]2;
  4° een overeenkomst met een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, over het verlenen van zorg en ondersteuning en die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap. [2 De zorg en ondersteuning wordt geboden buiten de capaciteit waarvoor de organisatie of dienst is erkend of vergund.]2
  [4 [5 ° een overeenkomst over zorg en ondersteuning met een rechtspersoon die die ondersteuning aanbiedt buiten het Belgische grondgebied en die aantoont dat hij conform de wetgeving van het land van vestiging ondersteuning kan bieden aan personen met een handicap]5.]4
  De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, kan vaststellen in welke gevallen en onder welke voorwaarden het cashbudget kan worden besteed voor dagondersteuning als vermeld in artikel 1, 3°, van het besluit van 27 november 2015, op basis van een overeenkomst met groene zorginitiatieven die ondersteuning bieden aan verschillende personen en die zich registeren bij het agentschap.
  [3 Het cashbudget kan ook worden ingezet op basis van een overeenkomst voor casemanagement met een opdrachthouder consulentenwerking die erkend is door het agentschap als het agentschap conform hoofdstuk 2, afdeling 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap beslist heeft dat de budgethouder aanspraak kan maken op casemanagement.]3
  
Art.7. Le budget de trésorerie ne peut être consacré qu'aux soins et au soutien fournis sur la base d'un des contrats suivants, conclus par le bénéficiaire d'enveloppe :
  1° un contrat de fourniture de soins et de soutien, conclu avec un offreur de soins autorisé par l'agence ;
  2° une des conventions suivantes, qui prévoit la fourniture de soins et de soutien dans le cadre d'une relation individualisée avec la personne handicapée ou à différentes personnes handicapées qui habitent la même adresse et font partie d'un même ménage :
  a) un contrat de travail, en ce compris un contrat d'occupation d'étudiants tel que visé dans la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail ;
  b) un contrat avec un bureau de travail intérimaire agréé ;
  c) un contrat avec une entreprise agréée par la région compétente en tant qu'entreprise de titres-services ;
  d) [1 un accord d'utilisation avec un organisateur, tel que visé à l'article 3, 4°, du décret du 7 juillet 2017 relatif au travail de proximité, pour l'utilisation de chèques-travail de proximité]1 ;
  e) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec le transport de la personne handicapée ;
  f) un contrat avec une organisation qui met à disposition des bénévoles ;
  g) un contrat avec une organisation d'assistance en rapport avec l'assistance individuelle [7 plus]7 accessible ;
  h) un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec les fonctions de soutien individuel, telles que visées à l'article 4, 1°, c) ;
  i) un contrat conclu avec un membre de la famille lié au bénéficiaire d'enveloppe jusqu'au deuxième degré, ou avec une personne faisant partie du ménage du bénéficiaire d'enveloppe ;
  j) un contrat avec une organisation ou un service agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien ;
  3° [2 une convention avec une personne morale qui organise les soins et le soutien d'un maximum de quinze personnes handicapées [8 par jour]8, avec ou sans budget. Les budgets mis en oeuvre peuvent être utilisés en solidarité pour organiser les soins et le soutien pour toutes les personnes handicapées. 3° [6 Au moins un tiers des membres des organes de la personne morale mentionnés dans le Code des sociétés et des associations du 23 mars 2019 sont des aidants proches ou des membres de la famille jusqu'au deuxième degré des personnes handicapées bénéficiant du soutien]6. La personne morale doit s'enregistrer auprès de l'agence de la manière déterminée par le ministre flamand qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions]2 ;
  4° un contrat avec une organisation ou un service qui est agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, en rapport avec la fourniture de soins et de soutien, et qui organise ces soins et ce soutien pour un maximum de quinze personnes handicapées qui paient ce soutien au moyen d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées. [2 Les soins et le soutien sont fournis en dehors de la capacité pour laquelle l'organisation ou le service a été reconnu ou agréé]2 ;
  [4 [5 un contrat concernant les soins et le soutien conclu avec une personne morale offrant ce soutien en dehors du territoire belge et qui démontre qu'elle peut offrir du soutien aux personnes handicapées conformément à la législation du pays d'établissement]5.]4
  Le ministre flamand qui a l'aide aux personnes dans ses attributions peut déterminer les cas dans lesquels et les conditions auxquelles le budget de trésorerie peut être consacré à l'accompagnement de jour tel que visé à l'article 1er, 3°, de l'arrêté du 27 novembre 2015, sur la base d'un contrat avec des initiatives de soins verts qui proposent une aide à différentes personnes et qui s'inscrivent auprès de l'agence.
  [3 Le budget cash peut également être utilisé sur la base d'une convention pour case management qui a été conclue avec un chargé de mission activités de conseillers qui a été agréé par l'agence si l'agence, conformément au chapitre 2, section 1ère, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, a décidé que le gestionnaire de budget peut faire valoir un droit au case management.]3
  
HOOFDSTUK 3. - Opstarten van het budget
CHAPITRE 3. - Début de l'utilisation du budget
Art.8. Het agentschap deelt aan de budgethouder mee dat het budget dat het agentschap heeft toegewezen ter beschikking wordt gesteld, en brengt de budgethouder op de hoogte van de aanvangsdatum en periode.
  Voor het eerste jaar wordt het budget ter beschikking gesteld naar rata de resterende [1 dagen]1 van het kalenderjaar.
  [2 Als budgethouders aan het agentschap meedelen dat ze afzien van de terbeschikkingstelling van het budget, vervallen de beslissing over de toewijzing van het budget en de beslissing over de terbeschikkingstelling ervan. Het agentschap brengt de budgethouder een maand vóór de ingangsdatum van het verval van de beslissingen op de hoogte.]2
  
Art.8. L'agence informe le bénéficiaire d'enveloppe de la mise à disposition du budget qu'elle a attribué ainsi que de la date du début et de la période d'utilisation du budget.
  Pour la première année, le budget est mis à disposition au prorata des [1 jours]1 restants de l'année civile.
  [2 Si les titulaires du budget communiquent à l'agence qu'ils renoncent à la mise à disposition du budget, la décision d'attribution du budget et la décision relative à sa mise à disposition échoient. L'agence informe le titulaire du budget un mois avant la date d'effet de l'échéance des décisions.]2
  
Art.9. De budgethouder start binnen vier maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum, vermeld in de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling, met het besteden van het budget.
  De budgethouder is met het besteden van het budget gestart als hij:
  1° ofwel een overeenkomst heeft gesloten als vermeld in artikel 13 en de gegevens over die overeenkomst conform artikel 13, tweede lid, heeft meegedeeld aan het agentschap;
  2° ofwel een overeenkomst heeft afgesloten als vermeld in artikel 7 en de gegevens over de overeenkomst conform artikel 17 heeft meegedeeld aan het agentschap.
  [1 In afwijking van het eerste lid start de budgethouder met de besteding van het tijdelijk budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning, vermeld in artikel 28 van het besluit 27 november 2015, binnen de drie maanden te rekenen vanaf de aanvangsdatum, vermeld in de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling van dat budget.]1
  
Art.9. Le bénéficiaire d'enveloppe commence à utiliser le budget dans les quatre mois qui suivent la date de début mentionnée dans la décision de mise à disposition de l'agence.
  Le bénéficiaire d'enveloppe est considéré avoir commencé à utiliser le budget lorsqu'il a conclu :
  1° soit un contrat tel que visé à l'article 13, et communiqué à l'agence les données relatives à ce contrat, conformément à l'article 13, deuxième alinéa ;
  2° soit un contrat tel que visé à l'article 7, et communiqué à l'agence les données relatives à ce contrat, conformément à l'article 17 ;
  [1 Par dérogation à l'alinéa 1er, le bénéficiaire d'enveloppe commence à dépenser le budget temporaire pour les soins et le soutien non directement accessibles, mentionné à l'article 28 de l'arrêté du 27 novembre 2015, dans les trois mois à compter de la date de début mentionnée dans la décision de l'agence relative à la mise à disposition de ce budget.]1
  
Art.9/1. [1 Als het agentschap voor het eerst een budget ter beschikking stelt en er geen persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, is toegekend, kunnen budgethouders aanspraak maken op bijstand bij de opstart van de besteding als vermeld in artikel 16/0, § 2, van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2015 houdende de vergunningsvoorwaarden en de subsidieregeling van bijstandsorganisaties om budgethouders bij te staan in het kader van persoonsvolgende financiering. Ze sluiten zich daarvoor als lid aan bij een bijstandsorganisatie die is vergund door het agentschap conform artikel 6 tot en met 8 van het voormelde besluit. Ze hoeven daarvoor geen lidgeld te betalen. Ze hoeven de bijstand ook niet te vergoeden met het budget.
   [2 ...]2
  
Art.9/1. [1 Si l'agence met un budget à disposition pour la première fois et qu'aucun budget d'assistance personnelle tel que visé à l'article 19/2 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique " Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap " n'a été accordé, les gestionnaires de budget peuvent prétendre à une assistance lors du lancement de l'affectation telle que visée à l'article 16/0, § 2, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2015 portant conditions d'autorisation et règlement de subvention des organisations d'assistance aux bénéficiaires d'enveloppe dans le cadre du financement personnalisé. A cette fin, ils adhèrent à une organisation d'assistance agréée par l'agence conformément aux articles 6 à 8 de l'arrêté précité. Ils ne doivent pas payer de cotisation. Ils ne sont pas non plus tenus de rembourser l'aide avec le budget.
   [2 ...]2
  
Art.10. § 1. De budgethouder kan met het oog op het starten met het besteden van het budget een deel van zijn budget als cashbudget of voucher gebruiken voor meer hoogdrempelige individuele bijstand die verleend wordt door een bijstandsorganisatie. Het deel van het budget dat hij daarvoor kan gebruiken bedraagt maximaal de kostprijs in euro's of zorggebonden punten voor vier sessies.
  De budgethouder en de bijstandsorganisatie sluiten daarover een overeenkomst die de volgende elementen bevat:
  1° de aard van de [2 meer]2 hoogdrempelige individuele bijstand;
  2° het aantal sessies met een maximum aantal van vier;
  3° de kostprijs per sessie in euro's of in zorggebonden punten.
  § 2. Als de budgethouder het budget gebruikt als cashbudget deelt hij de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, mee aan het agentschap. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap mee akkoord te gaan met de gegevens die de budgethouder heeft meegedeeld. Het agentschap stort het bedrag in euro's op de rekening van de budgethouder. Dat bedrag komt overeen met de kostprijs van het aantal sessies dat in de overeenkomst vermeld wordt met een maximum aantal van vier sessies. Het bedrag in euro wordt in mindering gebracht van het budget van de budgethouder.
  § 3. Bij gebruik als voucher deelt de bijstandsorganisatie de gegevens, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, mee aan het agentschap en deelt de budgethouder mee in te stemmen met die gegevens. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap het aantal sessies mee die effectief plaats hebben gevonden. Het agentschap betaalt de vergoeding voor die sessies in euro's aan de bijstandsorganisatie. Het bedrag, uitgedrukt in zorgpunten, wordt in mindering gebracht van het budget van de budgethouder.
  De zorggebonden punten worden naar euro's omgerekend aan de hand van de omslagsleutel, vermeld in artikel 2, [1 derde lid]1.
  
Art.10. § 1. En vue d'entamer le budget, le bénéficiaire d'enveloppe peut utiliser une partie de son budget en tant que budget de trésorerie ou de voucher pour une aide individuelle plus accessible fournie par une organisation d'assistance. La part du budget qu'il peut consacrer à cette aide ne peut dépasser le coût en euros ou les points liés aux soins de quatre séances.
  Le bénéficiaire d'enveloppe et l'organisation d'assistance signent à cet égard une convention contenant les éléments suivants :
  1° la nature de l'aide individuelle [2 plus]2 accessible ;
  2° le nombre de séances, avec un maximum de quatre ;
  3° le coût par séance en euros ou en points liés aux soins.
  § 2. Si le bénéficiaire d'enveloppe utilise le budget en tant que budget de trésorerie, il communique à l'agence les données mentionnées au paragraphe 1, deuxième alinéa. L'organisation d'assistance fait part à l'agence de son accord sur les données communiquées par le bénéficiaire d'enveloppe. L'agence verse le montant en euros sur le compte du bénéficiaire d'enveloppe. Ce montant correspond au coût du nombre de séances mentionné dans le contrat, avec un maximum de quatre séances. Le montant en euros est déduit du budget du bénéficiaire d'enveloppe.
  § 3. En cas d'utilisation du budget en tant que voucher, l'organisation d'assistance communique à l'agence les données mentionnées au paragraphe 1, deuxième alinéa, et le bénéficiaire d'enveloppe marque son accord sur ces données. L'organisation d'assistance communique à l'agence le nombre de séances qui ont réellement eu lieu. L'agence paie l'indemnité relative à ces séances à l'organisation d'assistance en euros. Le montant, exprimé en points liés aux soins, est déduit du budget du bénéficiaire d'enveloppe.
  Les points liés aux soins sont convertis en euros à l'aide de la clé de répartition visée à l'article 2, [1 alinéa trois]1.
  
Art.11. Als de budgethouder binnen de twee maanden, te rekenen vanaf de aanvangsdatum, vermeld in de beslissing over de ter beschikkingstelling, niet gestart is met de besteding van het budget, kan het agentschap de budgethouder doorverwijzen naar een bijstandsorganisatie.
  [1 Het agentschap kan aan de budgethouder intensieve bemiddeling, vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, voorstellen om het budget op te starten. De budgethouder kan die bemiddeling ook vragen]1.
  
Art.11. Si le bénéficiaire d'enveloppe n'a pas entamé le budget dans les deux mois à compter de la date de début mentionnée dans la décision de mise à disposition du budget, l'agence est en droit de rediriger le bénéficiaire d'enveloppe vers une organisation d'assistance.
  [1 L'agence peut proposer au gestionnaire de budget de la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures, de démarrer le budget. Le gestionnaire de budget peut également demander cette médiation]1.
  
Art.12. [1 [3 De beslissing van het agentschap tot terbeschikkingstelling van het budget en de beslissing tot toewijzing van dat budget vervallen als de budgethouder binnen de termijn, vermeld in artikel 9, eerste of tweede lid, niet is gestart met het besteden van het budget. Als de budgethouder overmacht aantoont, kan het agentschap de termijn, vermeld in artikel 9, eerste lid, eenmalig verlengen met vier maanden. De termijn, vermeld in artikel 9, tweede lid, kan met drie maanden worden verlengd.]3.
  [2 In afwijking van het eerste lid wordt de termijn, vermeld in artikel 9 van dit besluit, verlengd met een periode van acht maanden als het agentschap op het moment dat de termijn, vermeld in artikel 9 [3 ,eerste of tweede lid,]3 van dit besluit, afloopt, heeft beslist om in te stemmen met intensieve bemiddeling als vermeld in artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2018 over de bemiddeling, de afstemming en de planning in het kader van persoonsvolgende financiering voor meerderjarige personen met een handicap, conform artikel 4 van het voormelde besluit.]2
  [4 In afwijking van het eerste lid vervalt de beslissing over de toewijzing van het budget niet als de budgethouder binnen de termijn, vermeld in artikel 9, eerste lid, van dit besluit, of binnen de termijn van acht maanden die conform het eerste lid is vastgesteld, niet is gestart met het besteden van het budget dat gedeeltelijk ter beschikking is gesteld conform het besluit van de Vlaamse Regering van 16 september 2022 over een experiment voor de gedeeltelijke terbeschikkingstelling van budgetten voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning aan personen met een handicap in prioriteitengroep twee.]4
   Het agentschap brengt de budgethouder een maand vooraf ervan op de hoogte dat de beslissing van het agentschap tot toewijzing en terbeschikkingstelling van het budget over een maand vervalt. Als de termijn, vermeld in het eerste lid, is verstreken, brengt het agentschap de budgethouder er schriftelijk van op de hoogte dat de beslissing tot toewijzing en terbeschikkingstelling vervalt.]1

  
Art.12. [1 [3 La décision de l'agence de mise à disposition du budget et la décision d'attribution de ce budget expirent si le bénéficiaire d'enveloppe n'a pas commencé à utiliser le budget dans le délai visé à l'article 9, alinéa 1er ou 2. Si le bénéficiaire d'enveloppe apporte la preuve d'un cas de force majeure, l'agence peut prolonger le délai visé à l'article 9, alinéa 1, de quatre mois. Le délai visé à l'article 9, alinéa 2, peut être prolongé de trois mois]3.
  [2 Par dérogation à l'alinéa premier, le délai, visé à l'article 9 du présent arrêté, est prolongé d'une période de huit mois si l'agence a décidé, au moment où le délai, tel que visé à l'article 9 [3 du présent arrêté ]3 du présent arrêté expire, de donner son assentiment à la médiation intensive, telle que visée à l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2018 relatif à la médiation, la coordination et la planification dans le cadre du financement qui suit la personne au bénéfice de personnes handicapées majeures.]2
  [4 Par dérogation à l'alinéa 1er, la décision sur l'attribution du budget n'expire pas si le bénéficiaire d'enveloppe n'a pas entamé, dans le délai visé à l'article 9, alinéa 1er, du présent arrêté, ou dans le délai de huit mois fixé conformément à l'alinéa 1er, l'affectation du budget mis à disposition partiellement conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 2022 relatif à une expérience en matière de mise à disposition partielle des budgets pour les soins et le soutien non directement accessibles aux personnes handicapées dans le groupe prioritaire 2.]4
   L'agence informe le bénéficiaire d'enveloppe un mois à l'avance de l'expiration de la décision d'attribution et de mise à disposition du budget un mois plus tard. En cas d'expiration du délai mentionné à l'alinéa premier, l'agence informe le bénéficiaire d'enveloppe par écrit de l'expiration de la décision d'attribution et de mise à disposition du budget.]1

  
HOOFDSTUK 4. - Het gebruik van een budget als voucher
CHAPITRE 4. - L'utilisation du budget en tant que voucher
Afdeling 1. - Bij een vergunde zorgaanbieder
Section 1ère. - Auprès d'un offreur de soins autorisé
Art.13. [2 Als de budgethouder zijn budget volledig of gedeeltelijk gebruikt als een voucher bij een vergunde zorgaanbieder, registreert de vergunde zorgaanbieder met wie een overeenkomst over het verlenen van zorg en ondersteuning is gesloten, de volgende gegevens in de webapplicatie die het agentschap ter beschikking stelt :
   1° de identificatiegegevens van de budgethouder;
   2° de identificatiegegevens van de vergunde zorgaanbieder;
   3° de duur van de overeenkomst;
   4° de vormen van ondersteuning, vermeld in artikel 4, 1°, en de frequentie daarvan;
   5° het aantal zorggebonden punten dat op jaarbasis nodig is om de overeenkomst uit te voeren.]2

  [2 ...]2
  [1 Met uitzondering van de budgetten die het agentschap met terugwerkende kracht ter beschikking stelt, registreert de vergunde zorgaanbieder de voucher in de webapplicatie, die het agentschap ter beschikking stelt, uiterlijk op de aanvangsdatum van de overeenkomst. Met uitzondering van de budgetten die het agentschap met terugwerkende kracht ter beschikking stelt, komt een voucher pas voor subsidiëring in aanmerking vanaf de datum dat hij in de webapplicatie geregistreerd is.
   De vergunde zorgaanbieder registreert de beëindiging van de voucher in de webapplicatie, die het agentschap ter beschikking stelt, uiterlijk op de einddatum van de overeenkomst. Als de beëindiging van de voucher niet tijdig geregistreerd is, worden de laatste drie maanden niet in aanmerking genomen voor de subsidiëring.]1
Art.13. [2 Si le titulaire du budget utilise la totalité ou une partie de son budget en tant que voucher auprès d'un offreur de soins autorisé, l'offreur de soins autorisé avec lequel un contrat sur la fourniture de soins et de soutien a été conclu, enregistre les données suivantes dans l'application web mise à disposition par l'agence :
   1° les données d'identification du titulaire du budget ;
   2° les données d'identification de l'offreur de soins autorisé ;
   3° la durée du contrat;
   4° les formes de soutien, visées à l'article 4, 1°, et la fréquence;
   5° le nombre de points liés aux soins nécessaires sur une base annuelle pour exécuter le contrat.]2

  [2 ...]2
  [1 A l'exception des budgets mis à disposition rétroactivement par l'agence, l'offreur de soins autorisé enregistre le voucher dans l'application web mise à disposition par l'agence, au plus tard à la date de début du contrat. A l'exception des budgets mis à disposition rétroactivement par l'agence, un voucher n'est éligible qu'à partir de la date à laquelle il est enregistré dans l'application web.
   L'offreur de soins autorisé enregistre la cessation du voucher dans l'application web mise à disposition par l'agence, au plus tard à la date de fin du contrat. Si la cessation du voucher n'a pas été enregistrée en temps utile, les trois derniers mois ne sont pas pris en compte pour la subvention.]1
Art.14. Het agentschap controleert of het aantal zorggebonden punten, vermeld in de overeenkomst, niet groter is dan het resterend gedeelte van het jaarlijks budget na aftrek van het deel dat de budgethouder op jaarbasis al heeft vastgelegd in de vorm van een voucher of dat al werd besteed als cashbudget.
  Als het saldo van het budget voldoende groot is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst en wordt het aantal zorggebonden punten vastgelegd als voucher.
  Als het saldo van het budget niet groot genoeg is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst niet. Het agentschap brengt de budgethouder en de vergunde zorgaanbieder daarvan op de hoogte.
Art.14. L'agence vérifie si le nombre de points liés aux soins mentionné dans le contrat n'est pas supérieur à la partie restante du budget annuel après déduction de la partie que le bénéficiaire d'enveloppe a déjà définie sur une base annuelle sous forme de voucher ou qu'il a déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
  Si le solde du budget est suffisamment élevé, l'agence accepte le contrat et le nombre de points liés aux soins est défini en tant que voucher.
  Dans le cas contraire, l'agence n'accepte pas le contrat. L'agence en informe le bénéficiaire d'enveloppe et l'offreur de soins autorisé.
Afdeling 2. - Bij een bijstandsorganisatie
Section 2. - Auprès d'une organisation d'assistance
Art.15. § 1. [2 Als budgethouders na het opstarten van de besteding van hun budget, een deel van hun budget willen gebruiken als een voucher bij een bijstandsorganisatie, deelt de bijstandsorganisatie de volgende gegevens over de overeenkomst over het verlenen van [3 meer]3 hoogdrempelige individuele bijstand die is afgesloten met de budgethouder, mee aan het agentschap :
   1° de identificatiegegevens van de budgethouder;
   2° de identificatiegegevens van de bijstandsorganisatie;
   3° de duur van de overeenkomst;
   4° de kostprijs per uur;
   5° het bedrag in euro dat op jaarbasis nodig is om de overeenkomst uit te voeren.]2

  [2 ...]2
  Het agentschap kijkt na of [2 het bedrag in euro]2, vermeld in de overeenkomst, niet groter is dan het resterend gedeelte van het jaarlijks budget na aftrek van het deel dat de budgethouder op jaarbasis reeds al heeft vastgelegd in de vorm van een voucher of dat al werd besteed als cashbudget.
  Als het saldo van het budget voldoende groot is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst en wordt [2 het bedrag in euro]2 vastgelegd als voucher.
  Als het saldo van het budget niet groot genoeg is, aanvaardt het agentschap de overeenkomst niet. Het agentschap brengt de budgethouder en de bijstandsorganisatie daarvan op de hoogte.
  § 2. [2 Het agentschap vergoedt de bijstandsorganisatie voor de meer hoogdrempelige individuele bijstand die wordt geleverd op basis van een voucher. De bijstandsorganisatie deelt aan het agentschap het bedrag in euro mee waarvoor [3 meer]3 hoogdrempelige individuele bijstand aan budgethouders is verleend en vermeldt de naam van de budgethouders.]2
  
Art.15. § 1. [2 Si, après avoir commencé l'affectation de leur budget, les titulaires de budget souhaitent utiliser une partie de leur budget en tant que voucher auprès d'une organisation d'assistance, l'organisation d'assistance communique à l'agence les données suivantes sur le contrat sur la prestation d'une assistance individuelle [3 plus]3 accessible qui a été conclu avec le titulaire du budget :
   1° les données d'identification du titulaire du budget ;
   2° les données d'identification de l'organisation d'assistance ;
   3° la durée du contrat;
   4° le coût par heure;
   5° le montant en euros nécessaire sur une base annuelle pour exécuter le contrat.]2

  [2 ...]2
  L'agence vérifie si [2 le montant en euros]2 mentionné dans le contrat n'est pas supérieur à la partie restante du budget annuel après déduction de la partie que le bénéficiaire d'enveloppe a déjà définie sur une base annuelle sous forme de voucher ou qu'il a déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
  Si le solde du budget est suffisamment élevé, l'agence accepte le contrat et [2 le montant en euros]2 est défini en tant que voucher.
  Dans le cas contraire, l'agence n'accepte pas le contrat. L'agence en informe le bénéficiaire d'enveloppe et l'organisation d'assistance.
  § 2. [2 L'agence indemnise l'organisation d'assistance pour l'assistance individuelle [3 plus]3 accessible fournie sur la base d'un voucher. L'organisation d'assistance communique à l'agence le montant en euros pour lequel une assistance individuelle moins accessible a été fournie aux titulaires de budget, et mentionne le nom des titulaires de budget.]2
  
HOOFDSTUK 5. - Het gebruik van een budget als cashbudget
CHAPITRE 5. - L'utilisation du budget en tant que budget de trésorerie
Art.16. Als de budgethouder voor het eerst het volledige budget of een deel ervan wil gebruiken als een cashbudget, deelt hij aan het agentschap het bedrag in euro's mee dat hij op jaarbasis als cashbudget wil gebruiken.
  Het agentschap controleert of het bedrag in euro dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken, niet groter is dan het resterende gedeelte van het budget, na aftrek van het deel dat op jaarbasis al werd vastgelegd in de vorm van een voucher. Als het resterende gedeelte van het budget kleiner is dan bedrag in euro dat de budgethouder als cashbudget wil inzetten, brengt het agentschap de budgethouder daarvan op de hoogte.
  Als het resterende deel van het budget groter is dan of gelijk is aan het bedrag dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken, ontvangt de budgethouder van het agentschap een terugvorderbare voorschot ten bedrage van drie twaalfden van het bedrag in euro's, afgerond op het honderdtal, dat de budgethouder als cashbudget wil gebruiken. Daarvoor moet de budgethouder vooraf een eerste overeenkomst als vermeld in artikel 7 hebben gesloten en aan het agentschap de gegevens, die het agentschap over die overeenkomst heeft vastgesteld hebben meegedeeld en moet het agentschap hebben vastgesteld dat het om een overeenkomst gaat als vermeld in artikel 7.
  Het terugvorderbare voorschot wordt niet aangerekend op het budget van de budgethouder.
  Het terugvorderbare voorschot wordt aangepast als het bedrag dat de budgethouder als cashbudget besteedt, minstens vijftig procent meer of minder bedraagt dan het bedrag, vermeld in het eerste lid. Het terugvorderbare voorschot kan op initiatief van het agentschap of op vraag van de budgethouder worden aangepast als het bedrag dat de budgethouder als cashbudget besteedt gedurende meerdere jaren hoger of lager is dan het bedrag, vermeld in het eerste lid.
  Het terugvorderbare voorschot wordt in de gevallen, vermeld in het vijfde lid, aangepast met een percentage dat overeenkomt met het percentage dat meer of minder wordt besteed dan het bedrag, vermeld in het eerste lid. Als het terugvorderbare voorschot verminderd wordt, stort de budgethouder het bedrag waarmee het terugvorderbare voorschot verminderd wordt, terug aan het agentschap
Art.16. Si le bénéficiaire d'enveloppe souhaite pour la première fois utiliser la totalité ou une partie du budget en tant que budget de trésorerie, il communique à l'agence le montant en euros qu'il souhaite utiliser en tant que budget de trésorerie sur une base annuelle.
  L'agence vérifie si le montant en euros que le bénéficiaire d'enveloppe souhaite utiliser en tant que budget de trésorerie n'est pas supérieur à la partie restante du budget après déduction de la partie que le bénéficiaire d'enveloppe a déjà définie sur une base annuelle sous forme de voucher. Si la partie restante du budget est inférieure au montant en euros que le bénéficiaire d'enveloppe souhaite utiliser en tant que budget de trésorerie, l'agence en informe le bénéficiaire d'enveloppe.
  Si la partie restante du budget est supérieure ou égale au montant en euros que le bénéficiaire d'enveloppe souhaite utiliser en tant que budget de trésorerie, le bénéficiaire d'enveloppe reçoit de l'agence une avance remboursable équivalant à trois douzièmes du montant en euros, arrondis à la centaine, que le bénéficiaire d'enveloppe peut utiliser en tant que budget de trésorerie. A cet effet, le bénéficiaire d'enveloppe doit au préalable avoir conclu un contrat tel que visé à l'article 7 et communiqué à l'agence les données que l'agence a déterminées en rapport avec ce contrat, et l'agence doit avoir constaté qu'il s'agit d'un contrat tel que que visé à l'article 7.
  L'avance remboursable n'est pas imputée sur le budget du bénéficiaire d'enveloppe.
  L'avance remboursable est adaptée lorsque le montant que le bénéficiaire d'enveloppe utilise en tant que budget de trésorerie est d'au moins cinquante pour cent supérieur ou inférieur au montant mentionné au premier alinéa. L'avance remboursable peut être adaptée à l'initiative de l'agence ou à la demande du bénéficiaire d'enveloppe lorsque le montant que le bénéficiaire d'enveloppe utilise en tant que budget de trésorerie est inférieur ou supérieur au montant mentionné au premier alinéa pendant plusieurs années.
  Dans les cas mentionnés au cinquième alinéa, l'avance remboursable est adaptée à concurrence d'un pourcentage équivalant au pourcentage en plus ou en moins du montant mentionné à l'alinéa premier. Si l'avance remboursable est réduite, le bénéficiaire d'enveloppe rembourse à l'agence le montant de la réduction de l'avance remboursable.
Art.17. § 1. [2 Budgethouders sluiten voor de besteding van het deel van het budget dat ze als cashbudget willen gebruiken, overeenkomsten als vermeld in artikel 7, en delen aan het agentschap de volgende gegevens over die overeenkomsten mee :
   1° de identificatiegegevens van de budgethouder;
   2° de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon of rechtspersoon die zorg en ondersteuning biedt;
   3° de startdatum en de duur van de overeenkomst;
   4° de vormen van ondersteuning, vermeld in artikel 4, 1°, die worden geboden, en de frequentie ervan;
   5° de kostprijs per prestatie-eenheid;
   6° een beschrijving van de ondersteuning die wordt geboden.]2

  [4 De budgethouder deelt de gegevens, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap mee binnen vier maanden vanaf de datum waarop de overeenkomst, vermeld in artikel 7, is gesloten. Als de budgethouder overmacht aantoont, kan het agentschap de voormelde termijn één keer verlengen met vier maanden.]4
  [1 Als een overeenkomst wordt gesloten als vermeld in artikel 7, eerste lid, 5°, bezorgt de budgethouder een attest van de bevoegde buitenlandse overheid aan het agentschap waaruit blijkt dat de zorgaanbieder erkend, vergund of gemachtigd is om ondersteuning te bieden aan personen met een handicap.]1 [2 Als het attest niet in het Nederlands is opgesteld, laat de budgethouder het attest naar het Nederlands vertalen door een beëdigd vertaler.]2
  Het agentschap beoordeelt op basis van de meegedeelde gegevens of het om een overeenkomst gaat als vermeld in artikel 7. Als het agentschap vaststelt dat het gaat om een overeenkomst als vermeld in artikel 7 deelt het agentschap aan de budgethouder mee dat het agentschap akkoord gaat met de besteding van het budget als cashbudget op basis van de meegedeelde overeenkomsten. Als het agentschap vaststelt dat het niet gaat om een overeenkomst als vermeld in artikel 7, deelt het agentschap aan de budgethouder mee niet akkoord te gaan met de besteding van het budget als cashbudget op basis van de meegedeelde overeenkomst.
  § 2. De budgethouder deelt de kosten voor zorg en ondersteuning die hij vergoedt met het cashbudget mee aan het agentschap met kostenstaten als vermeld in artikel 22. Het agentschap betaalt de bedragen op de kostenstaten aan de budgethouder als de kosten verband houden met overeenkomsten waarover het agentschap heeft geoordeeld dat het gaat om een overeenkomst als vermeld in artikel 7.
  [3 Als een overeenkomst wordt gesloten als vermeld in artikel 7, eerste lid, 5°, bezorgt de budgethouder een document waarin de rechtspersoon aantoont dat hij conform de wetgeving van het land waar hij gevestigd is ondersteuning kan bieden aan personen met een handicap]3.
  De kostenstaten voor een kalenderjaar worden uiterlijk op [2 1 april]2 van het volgende kalenderjaar aan het agentschap meegedeeld. De kosten, op de kostenstaten, die na die datum worden ingediend worden niet betaald.
  In afwijking van het derde lid kan de budgethouder in uitzonderlijke gevallen en na akkoord van het agentschap tot maximaal twee jaar na de datum, vermeld in het derde lid, kostenstaten indienen voor bijkomende kosten.
  
Art.17. § 1. [2 En vue de l'affectation de la part du budget qu'ils souhaitent utiliser en tant que budget de trésorerie, les titulaires de budget concluent des contrats tels que visés à l'article 7 et communiquent à l'agence les données suivantes sur ces contrats :
   1° les données d'identification du titulaire du budget ;
   2° les données d'identification de la personne physique ou de la personne morale fournissant des soins et du soutien;
   3° la date de début et la durée du contrat;
   4° les formes de soutien, visées à l'article 4, 1°, qui sont offertes, et la fréquence;
   5° le coût par unité de prestation;
   6° une description du soutien qui est offert.]2

  [4 Le titulaire de budget communique à l'agence les données visées à l'alinéa 1er, dans un délai de quatre mois à compter de la date de conclusion du contrat visé à l'article 7. Si le titulaire de budget démontre la force majeure, l'agence peut accorder à titre unique une prolongation de quatre mois du délai précité.]4
  [1 Dans le cas de la conclusion d'un contrat,tel que visé à l'article 7, alinéa 1er, 5°, le bénéficiaire d'enveloppe transmet une attestation de l'autorité étrangère compétente à l'agence démontrant que l'offreur des soins est reconnu, agréé ou autorisé pour offrir du soutien aux personnes handicapées.]1 [2 Si l'attestation n'est pas rédigée en néerlandais, le titulaire du budget la fera traduire en néerlandais par un traducteur juré.]2
  Sur la base des données qui lui sont communiquées, l'agence examine s'il s'agit d'un contrat tel que visé à l'article 7. Si l'agence constate qu'il s'agit d'un contrat tel que visé à l'article 7, elle fait savoir au bénéficiaire d'enveloppe qu'elle marque son accord sur l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie sur la base des contrats qui lui ont été communiqués. Si l'agence constate qu'il ne s'agit pas d'un contrat tel que visé à l'article 7, elle fait savoir au bénéficiaire d'enveloppe qu'elle ne marque pas son accord sur l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie sur la base du contrat qui lui a été communiqué.
  § 2. Le bénéficiaire d'enveloppe communique à l'agence les frais des soins et du soutien qu'il indemnise par le biais d'états de frais tels que visés à l'article 22. L'agence paie les montants mentionnés dans les états de frais au bénéficiaire d'enveloppe lorsque les frais sont liés aux contrats dont l'agence considère qu'il s'agit de contrats tels que visés à l'article 7.
  [3 Dans le cas de la conclusion d'un contrat tel que visé à l'article 7, alinéa 1er, 5°, le bénéficiaire d'enveloppe transmet un document dans lequel la personne morale démontre qu'elle peut offrir du soutien aux personnes handicapées conformément à la législation du pays d'établissement]3.
  Les états de frais d'une année civile sont communiqués à l'agence au plus tard le [2 1er avril]2 de l'année civile suivante. Les frais mentionnés dans les états de frais introduits après cette date ne sont pas payés.
  Par dérogation au troisième alinéa, le bénéficiaire d'enveloppe peut, dans des cas exceptionnels et après accord de l'agence, introduire des états de frais pour des frais supplémentaires jusqu'à maximum deux ans après la date mentionnée au troisième alinéa.
  
Art.18. De budgethouder deelt aan het agentschap het bankrekeningnummer mee dat hij exclusief voorbehoudt voor het beheer en de besteding van het cashbudget. Het agentschap stort het terugvorderbare voorschot en de bedragen, op de kostenstaten, die de budgethouder indient, op dit bankrekeningnummer.
Art.18. Le bénéficiaire d'enveloppe communique à l'agence le numéro de compte bancaire qu'il réserve exclusivement à la gestion et à l'affectation du budget de trésorerie. L'agence verse sur ce compte l'avance remboursable et les montants mentionnés dans les états de frais introduits par le bénéficiaire d'enveloppe.
HOOFDSTUK 6. - Verantwoording van de besteding en vrij besteedbaar bedrag
CHAPITRE 6. - Justification des dépenses et montant à dépenser librement
Art.19. De budgethouder verantwoordt de besteding van het budget, met uitzondering van het vrij besteedbare bedrag, vermeld in artikel 20.
Art.19. Le bénéficiaire d'enveloppe justifie l'affectation du budget, à l'exception du montant à dépenser librement visé à l'article 20.
Art.20. De budgethouder kan een deel van zijn budget besteden zonder dat te moeten verantwoorden.
  [2 Het vrij besteedbare bedrag bedraagt :
   1° 1800 euro als het budget dat ter beschikking is gesteld op jaarbasis tot en met 34, 8100 zorggebonden punten bedraagt;
   2° 3600 euro als het budget dat ter beschikking is gesteld op jaarbasis meer dan 34, 8100 zorggebonden punten bedraagt.]2

  [2 ...]2
  Voor het eerste jaar dat het budget ter beschikking wordt gesteld wordt het vrij besteedbare bedrag vastgesteld naar rata van het aantal resterende [3 dagen]3 van het kalenderjaar.
  De budgethouder deelt aan het agentschap met een kostenstaat de bedragen mee die hij vrij heeft besteed. Het agentschap stort die bedragen op de bankrekening van de budgethouder, vermeld in artikel 18, tot het vrij besteedbare bedrag, vermeld in het tweede lid, volledig is opgebruikt.
  [3 Budgethouders kunnen pas een kostenstaat met bedragen die ze vrij hebben besteed, aan het agentschap bezorgen nadat ze conform artikel 9, tweede lid, met de besteding van het budget zijn gestart.]3
  
Art.20. Le bénéficiaire d'enveloppe peut dépenser une part de son budget sans avoir à justifier ses dépenses.
  [2 Le montant à dépenser librement s'élève à :
   1° 1800 euros si le budget mis à disposition est inférieur ou égal à 34, 8100 points liés aux soins sur une base annuelle;
   2° 3600 euros si le budget mis à disposition est supérieur à 34, 8100 points liés aux soins sur une base annuelle.]2

  [2 ...]2
  Pour la première année de mise à disposition du budget, le montant à dépenser librement est déterminé au prorata du nombre de [3 jours]3 restants de l'année civile.
  Le bénéficiaire d'enveloppe communique à l'agence un état de frais mentionnant les montants qu'il a dépensés librement. L'agence verse ces montants sur le compte bancaire du bénéficiaire d'enveloppe, mentionné à l'article 18, jusqu'à ce que le montant à dépenser librement mentionné au deuxième alinéa ait été intégralement utilisé.
  [3 Les titulaires de budget ne peuvent transmettre à l'agence un état des frais comprenant les montants qu'ils ont librement dépensés, qu'après avoir commencé l'affectation du budget conformément à l'article 9, alinéa 2.]3
  
Art.21. Voor het budget of het deel van het budget dat als voucher wordt gebruikt bij een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap geldt de mededeling van de gegevens, vermeld in artikel 13, tweede lid, als een voldoende verantwoording.
  Voor het budget of het deel van het budget dat als voucher wordt gebruikt bij een bijstandsorganisatie geldt de mededeling van de gegevens, vermeld in artikel 15, als een voldoende verantwoording.
Art.21. Pour le budget ou la partie du budget utilisée en tant que voucher auprès d'un offreur de soins autorisé par l'agence, la communication des données visée à l'article 13, deuxième alinéa, suffit à justifier les dépenses.
  Pour le budget ou la partie du budget utilisée en tant que voucher auprès d'une organisation d'assistance, la communication des données visée à l'article 15 suffit à justifier l'affectation du budget.
Art.22. De budgethouder verantwoordt de besteding van het budget als cashbudget, met uitzondering van het vrij besteedbare bedrag, met kostenstaten die hij meedeelt aan het agentschap.
  Op de kostenstaat worden de uitgaven gelinkt aan een van de overeenkomsten, vermeld in artikel 7.
  Het agentschap stelt een model van kostenstaat ter beschikking en bepaalt de wijze waarop de kostenstaat wordt opgemaakt.
  De budgethouder bewaart de overeenkomsten, vermeld in artikel 7, die hij heeft gesloten in het kader van de besteding van zijn budget als cashbudget en de bewijzen met betrekking tot de meegedeelde kosten, gedurende zeven jaar thuis. Het agentschap stelt vast op welke wijze de kosten, vermeld in artikel 24, bewezen moeten worden.
Art.22. Le bénéficiaire d'enveloppe justifie l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie, à l'exception du montant à dépenser librement, par le biais d'états de frais qu'il communique à l'agence.
  L'état de frais mentionne les dépenses liées à l'un des contrats visés à l'article 7.
  L'agence met à disposition un modèle d'état de frais et détermine le mode d'établissement de l'état de frais.
  Le bénéficiaire d'enveloppe conserve chez lui pendant sept ans les contrats - visés à l'article 7 - qu'il a conclus dans le cadre de l'affectation de son budget en tant que budget de trésorerie, de même que les pièces justificatives des frais communiqués. L'agence détermine le mode de conservation des frais visés à l'article 24.
Art.23. [1 § 1. [3 Als budgethouders in het kader van de besteding van het budget als cashbudget een arbeidsovereenkomst sluiten, voldoen ze aan hun fiscale en sociaal-rechterlijke verplichtingen als werkgever, aan de bepalingen over de verplaatsingen, zoals vastgesteld binnen het paritair subcomité 319.01 en aan de bepalingen over het minimumloon en de eindejaarspremie die zijn opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomsten die hierover worden aangenomen binnen het paritair comité 337.]3
   § 2. Als budgethouders een beroep willen doen op een minderjarige voor het bieden van zorg en ondersteuning, kan dat alleen in het kader van een van de volgende overeenkomsten :
   1° een overeenkomst voor tewerkstelling van studenten als vermeld in Titel VII van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten. De budgethouder voldoet als werkgever aan alle fiscale en sociaal rechtelijke verplichtingen, de bepalingen over het minimumloon en verplaatsingen, zoals vastgesteld binnen het paritair comité 319.01 en de bepalingen over de eindejaarspremie die zijn opgenomen in de collectieve arbeidsovereenkomsten die hierover worden aangenomen binnen het paritair comité 337;
   2° een overeenkomst met een organisatie die vrijwilligers ter beschikking stelt.
   Vóór de ingangsdatum van een overeenkomst als vermeld in het eerste lid, 1°, moet de budgethouder het schriftelijke bewijs van de machtiging door een ouder of de voogd, vermeld in artikel 43 van de wet van 3 juli 1978 betreffende arbeidsovereenkomsten, aan het agentschap bezorgen. Het agentschap stelt een model voor de machtiging ter beschikking.
   [2 De budgethouder bezorgt een machtiging door een ouder of de voogd aan het agentschap voor de ingangsdatum van de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, 2°. Het agentschap stelt een model voor de machtigingen ter beschikking.]2
   § 3. [4 In het geval, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, 1°, betaalt het agentschap een tegemoetkoming voor de eindejaarspremie waarvan het bedrag is vastgesteld binnen het paritair comité 337]4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, bepaalt de wijze waarop het bedrag van de tegemoetkoming wordt berekend en houdt daarbij rekening met het bedrag van de eindejaarspremie dat is vastgesteld binnen het paritair comité 337 en met de middelen die daarvoor op de begroting van het agentschap zijn ingeschreven.
  [4 De eindejaarspremie, vermeld in het eerste lid, kan niet gecombineerd worden met een eenmalige premie.]4
   Het agentschap vraagt met het oog op de berekening en de betaling van de tegemoetkoming voor de eindejaarspremie, vermeld in het tweede lid, de volgende gegevens op bij de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid :
   1° de identiteit van de budgethouders die overeenkomsten als vermeld in het eerste lid hebben afgesloten;
   de identiteit van de werknemers in kwestie en de gegevens over hun tewerkstelling]1

  [3 § 4. In het geval, vermeld in paragraaf 1 en paragraaf 2, eerste lid, 1°, kan de budgethouder aanspraak maken op een verhoging van het budget met maximaal 8,75% van de volgende kosten die verband houden met een arbeidsovereenkomst en die vermeld worden op de kostenstaten, vermeld in artikel 22, die worden ingediend bij het agentschap:
   1° brutolonen;
   2° vakantiegeld;
   3° kosten in verband met de dienstverlening door een sociaal secretariaat;
   4° maaltijdcheques;
   5° opzegvergoedingen.
   De verhoging van het maximumbudget, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden aangewend voor de vergoeding van de kosten, vermeld in het eerste lid.]3

  
Art.23. [1 § 1er. [3 Si les gestionnaires de budget concluent un contrat de travail dans le cadre de l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie, ils répondent à leurs obligations de droit fiscal et social en qualité d'employeur, aux dispositions sur les déplacements, telles que définies dans la sous-commission paritaire 319.01 et aux dispositions sur le salaire minimum et la prime de fin d'année qui sont reprises aux conventions collectives du travail adoptées à ce sujet au sein du comité paritaire 337.]3
   § 2. Les titulaires de budget ne peuvent faire appel à un mineur pour offrir des soins et du soutien que dans le cadre d'un des contrats suivants :
   1° un contrat d'occupation d'étudiants tel que visé au Titre VII de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. Le titulaire du budget répond en sa qualité d'employeur à toutes les obligations de droit fiscal et social, aux dispositions sur le salaire minimum et les déplacements, telles que fixées au sein du comité paritaire 319.01 et aux dispositions sur la prime de fin d'année qui sont reprises aux conventions collectives du travail adoptées à ce sujet au sein du comité paritaire 337;
   2° un contrat avec une organisation qui met à disposition des bénévoles.
   Avant la date de début d'un contrat tel que visé à l'alinéa 1er, 1°, le titulaire du budget doit transmettre à l'agence la preuve écrite de l'autorisation d'un parent ou du tuteur, visée à l'article 43 de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail. L'agence met à disposition un modèle de l'autorisation.
  [2 Le titulaire du budget transmet à l'agence une autorisation d'un parent ou du tuteur avant la date de début du contrat visé à l'alinéa 1er, 2°. L'agence met à disposition un modèle des autorisations.]2
   § 3. [4 Dans le cas visé au paragraphe 1er et paragraphe 2, alinéa 1er, 1°, l'agence paie une intervention dans la prime de fin d'année dont le montant est établi au sein du comité paritaire 337]4. Le ministre flamand compétent pour les personnes handicapées détermine le mode de calcul du montant de l'intervention, en tenant compte du montant de la prime de fin d'année qui est établi au sein du comité paritaire 337 et des moyens inscrits à cet effet au budget de l'agence.
  [4 La prime de fin d'année visée à l'alinéa 1er n'est pas cumulable avec une prime unique. ]4
   En vue du calcul et du paiement de l'intervention dans la prime de fin d'année, visée à l'alinéa 2, l'agence demande les données suivantes auprès de l'Office national de Sécurité sociale :
   1° l'identité des titulaires de budget qui ont conclu des contrats tels que visés à l'alinéa 1er ;
   l'identité des travailleurs en question et les données relatives à leur emploi.]1

  [3 § 4. Dans le cas, visé aux paragraphes 1er et 2, alinéa 1er, 1°, le gestionnaire de budget peut prétendre à une augmentation du budget de maximum 8,75 % des frais suivants qui portent sur un contrat de travail et figurent sur les états des frais, visés à l'article 22, qui sont introduits auprès de l'agence :
   1° traitements bruts ;
   2° pécule de vacances ;
   3° frais relatifs aux services fournis par un secrétariat social ;
   4° chèques-repas ;
   5° indemnités de préavis.
   L'augmentation du budget maximum, visée à l'alinéa 1er, ne peut être affectée qu'à l'indemnisation des frais, visée à l'alinéa 1er.]3

  
Art.24. De volgende kosten worden in het kader van de verantwoording van de besteding van het budget als cashbudget in aanmerking genomen:
  1° lonen, met inbegrip van sociale en fiscale werkgeverslasten, alsook noodzakelijke verzekeringskosten, maaltijdcheques en diverse kosten die met de arbeidssituatie verbonden zijn alsook opleidingen;
  2° de kosten, aangerekend door een sociaal secretariaat;
  3° de kosten, aangerekend door een uitzendbureau voor zijn tussenkomst en de kosten van de zorg en ondersteuning die verleend worden door een zorgaanbieder die ter beschikking gesteld wordt door een uitzendbureau;
  4° vergoedingen van vrijwilligers waarop de budgethouder een beroep doet via een vrijwilligersorganisatie;
  5° het inschrijvingsgeld bij een vrijwilligersorganisatie;
  6° de aankoop van dienstencheques;
  7° verplaatsingskosten en administratieve kosten, aangerekend door een dienstenchequebedrijf;
  8° [1 de aankoop van wijk-werkcheques]1;
  9° [1 het inschrijvingsrecht bij een organisator als vermeld als vermeld in artikel 3, 4°, van het Wijk-werkendecreet van 7 juli 2017]1;
  10° de kosten, aangerekend door een zorgaanbieder die vergund is door het agentschap voor het verlenen van zorg en ondersteuning [2 , in voorkomend geval met inbegrip van de kosten van vervoer]2;
  11° de kosten, aangerekend door een bijstandsorganisatie eventueel met inbegrip van het lidgeld;
  12° kosten voor tolkuren Vlaamse gebarentaal voor zover die niet al gesubsidieerd worden;
  13° de kosten voor zorg en ondersteuning, die aangerekend worden door een organisatie of dienst, die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, die zorg en ondersteuning organiseert voor maximum vijftien personen met een handicap, die deze ondersteuning vergoeden met een budget voor niet rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
  14 ° de kosten die voortvloeien uit een overeenkomst voor het vervoer van de persoon met een handicap;
  15° de kosten voor het verlenen van zorg en ondersteuning op basis van een overeenkomst die gesloten wordt met een familielid dat tot de tweede graad verwant is met de budgethouder of met een persoon die deel uitmaakt van het gezin van de budgethouder;
  16° de kosten die voortvloeien uit een overeenkomst met een natuurlijke persoon of met een rechtspersoon over het verlenen individuele ondersteuningsfuncties;
  17° de kosten voor zorg en ondersteuning die voortvloeien uit een overeenkomst met een rechtspersoon die zorg en ondersteuning organiseert voor [5 hoogstens]5 vijftien personen met een handicap [5 per dag]5 en waarbij minimaal [3 één derde van de leden van de organen van die rechtspersoon mantelzorgers of]3 familie tot de tweede graad zijn van de personen met een handicap die worden ondersteund;
  18° de gebruikersbijdrage voor zorg en ondersteuning die aangerekend wordt door een organisatie of dienst die erkend of vergund is door een andere overheidsdienst van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en die zorg en ondersteuning verleent op basis van een overeenkomst als vermeld in artikel 7, 2°, j.
  [4 19° de kosten voor een eenmalige premie tot maximaal de eindejaarspremie waarvan het bedrag is vastgesteld binnen het paritair comité 337.]4
  
Art.24. Les frais suivants sont pris en considération dans le cadre de la justification de l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie :
  1° les salaires, en ce compris les charges patronales sociales et fiscales, ainsi que les frais d'assurance nécessaires, les chèques-repas et les frais divers liés à la situation de travail et aux formations ;
  2° les frais facturés par un secrétariat social ;
  3° les frais facturés par un bureau de travail intérimaire pour son intervention, ainsi que les frais des soins et du soutien fournis par un offreur de soins mis à disposition par un bureau de travail intérimaire ;
  4° les rémunérations des bénévoles auxquels fait appel le bénéficiaire d'enveloppe via une organisation de bénévoles ;
  5° le droit d'inscription auprès d'une organisation de bénévoles ;
  6° l'achat de titres-services ;
  7° les frais de déplacement et les frais administratifs facturés par une entreprise de titres-services ;
  8° [1 l'achat de chèques-travail de proximité]1 ;
  9° [1 le droit d'inscription auprès d'un organisateur tel que visé à l'article 3, 4°, du décret 7 juillet 2017 relatif aux travaux de proximité]1 ;
  10° les frais facturés par un offreur de soins autorisé par l'agence pour la fourniture de soins et de soutien [2 , le cas échéant, y compris les frais de transport]2 ;
  11° les frais facturés par une organisation d'assistance, en ce compris l'éventuel droit d'inscription ;
  12° les frais d'heures d'interprétation en langage des signes flamand, pour autant qu'elles ne soient pas déjà subventionnées ;
  13° les frais des soins et du soutien, facturés par une organisation ou un service qui est agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, qui organise ces soins et ce soutien pour un maximum de quinze personnes handicapées [5 par jour ]5 qui paient ce soutien au moyen d'un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
  14 ° les frais qui découlent d'un contrat pour le transport de la personne handicapée ;
  15° les frais liés à la fourniture de soins et de soutien sur la base d'un contrat conclu avec un membre de la famille lié au bénéficiaire d'enveloppe jusqu'au deuxième degré, ou avec une personne faisant partie du ménage du bénéficiaire d'enveloppe ;
  16° les frais qui découlent d'un contrat avec une personne physique ou morale en rapport avec la fourniture de fonctions de soutien individuel ;
  17° les frais relatifs aux soins et au soutien qui découlent d'un contrat avec une personne morale qui organise les soins et le soutien pour un maximum de quinze personnes handicapées dont au moins [3 un tiers des membres des organes de cette personne morale sont des aidants proches ou]3 parents jusqu'au deuxième degré des personnes handicapées qui bénéficient de l'aide ;
  18° la contribution des usagers pour les soins et le soutien qui est facturée par une organisation ou un service qui est agréé ou autorisé par un autre service public du domaine politique Aide sociale, Santé publique et Famille, et qui fournit les soins et le soutien sur la base d'un contrat tel que visé à l'article 7, 2°, j.
  [4 19° les frais d'une prime unique à concurrence de la prime de fin d'année, dont le montant est établi au sein du comité paritaire 337. ]4
  
HOOFDSTUK 7. - Stopzetten van het budget
CHAPITRE 7. - Fin de l'utilisation du budget
Art.25. Als de budgethouder het gebruik van het budget als een voucher wil stopzetten bij een zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft of bij een bijstandsorganisatie zegt hij de overeenkomst met de zorgaanbieder of met de bijstandsorganisatie op.
  De overeenkomst met een zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft wordt opgezegd conform artikel 38 tot en met 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap.
  De overeenkomst met een bijstandsorganisatie wordt opgezegd conform de bepalingen van de overeenkomst.
  De budgethouder deelt aan het agentschap mee dat hij de overeenkomst heeft opgezegd met de zorgaanbieder die het agentschap vergund heeft of met de bijstandsorganisatie en deelt de datum mee waarop de overeenkomst beëindigd wordt.
  [2 ...]2.
  [1 Als de persoon met een handicap overlijdt wordt er van uitgegaan dat de overeenkomst met de vergunde zorgaanbieder beëindigd wordt maximaal twee maanden na de datum van het overlijden van de budgethouder. Als binnen die periode een overeenkomst met een nieuwe budgethouder wordt afgesloten en ingaat, wordt de overeenkomst met de overleden budgethouder beëindigd op de dag waarop de overeenkomst van de nieuwe budgethouder ingaat. [3 ...]3]1
Art.25. Si le bénéficiaire d'enveloppe veut cesser d'utiliser le budget en tant que voucher auprès d'un offreur de soins autorisé par l'agence ou d'une organisation d'assistance, il résilie le contrat avec l'offreur de soins ou l'organisation d'assistance.
  Le contrat avec un offreur de soins autorisé par l'agence est résilié conformément aux dispositions des articles 38 à 41 inclus de l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées.
  Le contrat avec l'organisation d'assistance est résilié conformément aux dispositions du contrat.
  Le bénéficiaire d'enveloppe fait savoir à l'agence qu'il a résilié le contrat avec l'offreur de soins autorisé par l'agence ou avec l'organisation d'assistance et communique la date à laquelle le contrat est résilié.
  [2 ...]2.
  [1 Si la personne handicapée meurt, il est assumé que le contrat avec le prestataire de soins autorisé se termine au maximum deux mois après la date de décès du titulaire du budget. Si, dans cette période, un contrat avec un nouveau titulaire de budget est conclu et prend cours, le contrat avec le titulaire de budget décédé se termine le jour où le contrat avec le nouveau titulaire de budget prend cours. [3 ...]3]1
Art.26. § 1. Als de budgethouder niet langer gebruik wil maken van het budget als cashbudget deelt hij dat mee aan het agentschap.
  Als hij al kosten heeft gemaakt met uitzondering van de kosten van de [1 meer]1 hoogdrempelige individuele bijstand, vermeld in artikel 10, deelt hij ook mee vanaf welke datum hij geen gebruik meer wil maken van het budget.
  De budgethouder maakt een laatste kostenstaat als vermeld in artikel 22 op met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot op de datum, vermeld in het tweede lid, met inbegrip van de wettelijk verplichte opzegvergoedingen die hij nog niet heeft meegedeeld aan het agentschap. Na ontvangst van de laatste kostenstaat maakt het agentschap de eindafrekening van het gebruik van het budget als cashbudget.
  Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de budgethouder heeft ingediend, tot het jaarlijks budget volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het budget dat op jaarbasis als voucher werd vastgelegd en het gedeelte dat al werd besteed als cashbudget.
  Als de budgethouder stopt met het gebruik van zijn budget als een cashbudget dan betaalt hij het terugvorderbare voorschot, vermeld in artikel 16, terug aan het agentschap.
  § 2.[1 In deze paragraaf wordt verstaan onder verbrekingsvergoedingen: de vergoeding voor de verbreking van de overeenkomst voor een periode van maximaal drie maanden en het vertrekvakantiegeld.]1
  Als de persoon met een handicap overlijdt kunnen de erfgenamen een kostenstaat bezorgen aan het agentschap met vermelding van alle kosten voor zorg en ondersteuning tot op de datum van het overlijden van de persoon met een handicap die nog niet werden meegedeeld aan het agentschap met inbegrip van verbrekingsvergoedingen, kosten die verband houden met het afsluiten van het administratief dossier en de kosten van[1 meer]1 hoogdrempelige individuele bijstand in het kader van het afsluiten van het dossier.
  Na ontvangst van de kostenstaat maakt het agentschap de eindafrekening van het gebruik van het budget als cashbudget.
  Het agentschap betaalt de bedragen, vermeld op de laatste kostenstaat, die de erfgenamen hebben ingediend, tot het jaarlijks budget volledig is opgebruikt, rekening houdend met het gedeelte van het als voucher vastgelegde budget dat nodig is om de zorg en ondersteuning te vergoeden die de zorgaanbieder die het agentschap heeft vergund of de bijstandsorganisatie verleend heeft tot op de datum waarop de persoon met een handicap is overleden.
  [1 Als de persoon met een handicap overlijdt, kan maximaal een vierde van het cashbudget, vermeld in artikel 16, eerste lid, dat de budgethouder op het moment van overlijden besteedt, worden besteed aan verbrekingsvergoedingen. Als aan de hand van kostenstaten aangetoond wordt dat het beschikbare cashbudget, vermeld in artikel 16, eerste lid, niet volstaat, kan het agentschap alsnog maximaal een vierde van het cashbudget dat de budgethouder op het moment van overlijden besteedt, toekennen om de verbrekingsvergoedingen te betalen.]1
  
Art.26. § 1er. Si le bénéficiaire d'enveloppe ne souhaite plus utiliser le budget en tant que budget de trésorerie, il en informe l'agence.
  S'il a exposé des frais, à l'exception des frais relatifs à l'aide individuelle [1 plus]1 accessible visée à l'article 10, il communique également la date à partir de laquelle il ne souhaite plus utiliser le budget.
  Le bénéficiaire d'enveloppe établit un dernier état de frais tel que visé à l'article 22, en mentionnant tous les frais relatifs aux soins et au soutien exposés jusqu'à la date visée au deuxième alinéa, en ce compris les indemnités de préavis légalement obligatoires qu'il n'a pas encore communiquées à l'agence. Après réception du dernier état de frais, l'agence établit le décompte final de l'utilisation du budget en tant que budget de trésorerie.
  L'agence paie les montants mentionnés dans le dernier état de frais que le bénéficiaire d'enveloppe a introduits jusqu'à ce que le budget annuel ait été intégralement utilisé, compte tenu de la part du budget définie sur une base annuelle en tant que voucher et de la partie déjà dépensée en tant que budget de trésorerie.
  Si le bénéficiaire d'enveloppe cesse d'utiliser son budget en tant que budget de trésorerie, il rembourse à l'agence l'avance remboursable visée à l'article 16.
  § 2. [1 Dans le présent paragraphe, on entend par indemnités de rupture : l'indemnité de rupture du contrat pour une période maximale de trois mois et l'indemnité de départ en vacances.]1
  En cas de décès de la personne handicapée, les héritiers peuvent remettre à l'agence un état de frais mentionnant tous les frais liés aux soins et au soutien jusqu'à la date du décès de la personne handicapée qui n'ont pas encore été communiqués à l'agence, en ce compris les indemnités de rupture, les frais liés à la clôture du dossier administratif et les frais de l'aide individuelle [1 plus]1 accessible dans le cadre de la clôture du dossier.
  Après réception de l'état de frais, l'agence établit le décompte final de l'utilisation du budget en tant que budget de trésorerie.
  L'agence paie les montant mentionnés dans le dernier état de frais introduit par les héritiers, jusqu'à ce que le budget annuel ait été intégralement utilisé, compte tenu de la partie du budget définie en tant que voucher, nécessaire pour indemniser les soins et le soutien que l'offreur de soins autorisé par l'agence ou l'organisation d'assistance a fournis jusqu'à la date du décès de la personne handicapée.
  [1 En cas de décès de la personne handicapée, un quart maximum du budget de trésorerie, visé à l'article 16, alinéa 1er, dépensé par le titulaire de budget au moment du décès, peut être consacré aux indemnités de rupture. S'il est démontré au moyen d'états de frais que le budget de trésorerie disponible, visé à l'article 16, alinéa 1er, est insuffisant, l'agence peut tout de même encore octroyer maximum un quart du budget de trésorerie dépensé par le titulaire de budget au moment du décès afin de payer les indemnités de rupture]1.
  
Art.26/1. [1 Als budgethouders niet langer gebruik willen maken van het budget, noch als voucher, noch als cashbesteding, vervallen de beslissing over de toewijzing van het budget en de beslissing over de terbeschikkingstelling van het budget. Het agentschap brengt de budgethouder daarvan op de hoogte een maand voor de ingangsdatum van het verval van de beslissingen.]1
  
Art.26/1. [1 Si les titulaires de budget ne souhaitent plus utiliser le budget, ni en tant que voucher, ni en tant que budget de trésorerie, la décision d'attribution du budget et la décision relative à sa mise à disposition échoient. L'agence en informe le titulaire du budget un mois avant la date d'effet de l'échéance des décisions.]1
  
HOOFDSTUK 8. [1 - Controle en begeleidende maatregelen]1
CHAPITRE 8. [1 - Contrôle et mesures d'accompagnement]1
Afdeling 1. - Controle
Section 1. - Contrôle
Art.27. [1 § 1. Zorginspectie controleert ter plaatse of op basis van stukken of de bepalingen, vermeld in dit besluit, worden nageleefd.
   De budgethouders [2 , de bijstandsorganisaties en de vergunde zorgaanbieders]2 verlenen hun medewerking aan de uitoefening van het toezicht door Zorginspectie. Als daarom verzocht wordt, stellen ze de stukken die verband houden met de besteding van het budget, ter beschikking.
   § 2. Het agentschap kan de overeenkomsten, vermeld in artikel 7, die de budgethouder heeft gesloten [2 en de bewijzen voor de kosten die zijn meegedeeld in het kader van de besteding van het budget als cashbudget, bij de budgethouder of in voorkomend geval bij de bijstandsorganisatie of bij de vergunde zorgaanbieder opvragen]2.
   § 3. Als een budgethouder nalaat gevolg te geven aan drie opeenvolgende verzoeken van Zorginspectie om medewerking te verlenen aan de uitoefening van het toezicht, of nalaat gevolg te geven aan drie opeenvolgende verzoeken van Zorginspectie om de stukken, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, te bezorgen, of nalaat gevolg te geven aan drie opeenvolgende verzoeken van het agentschap om de overeenkomsten en bewijzen, vermeld in paragraaf 2, te bezorgen, betaalt het agentschap de kosten, vermeld op de kostenstaten, vermeld in artikel 22, niet langer terug [2 , vervalt]2 de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling van het budget [2 en kunnen de kosten die al zijn terugbetaald gedurende maximaal vijf jaar, voorafgaand aan de datum van de beslissing tot stopzetting van de terbeschikkingstelling van het budget, teruggevorderd worden]2.]1

  
Art.27. [1 § 1er. L'Inspection des soins vérifiera sur place si les dispositions visées dans le présent arrêté sont respectées sur la base de documents.
   Les bénéficiaires d'enveloppe [2 , les organisations d'assistance et les offreurs de soins autorisés]2 apporteront leur collaboration à l'exécution du contrôle par l'Inspection des soins. Si la demande leur en est faite, ils mettront à disposition les pièces liées à l'affectation du budget.
   § 2. L'agence peut demander [2 de consulter les contrats, visés à l'article 7, qu'il a conclus et les pièces justificatives des frais communiqués dans le cadre de l'affectation du budget en tant que budget de trésorerie, auprès du titulaire du budget ou, le cas échéant, auprès de l'organisation d'assistance ou auprès de l'offreur de soins autorisé]2.
   § 3. Si un bénéficiaire d'enveloppe ne se conforme pas à trois demandes successives de l'Inspection des soins de coopérer à l'exécution de la supervision, ou à trois demandes successives de l'Inspection des soins de fournir les documents visés au paragraphe 1er, alinéa deux, ou de se conformer à trois demandes successives de l'agence de fournir les accords et les preuves visés au paragraphe 2, l'agence ne remboursera plus les frais mentionnés dans les états de frais visés à l'article 22, [2 , la décision de l'agence concernant la mise à disposition du budget échoit]2 [2 et les frais déjà remboursés pendant au maximum cinq ans, préalablement à la date de la décision de cessation de la mise à disposition du budget, peuvent être recouvrés]2.]1

  
Afdeling 2. - Begeleidende maatregelen bij oneigenlijk gebruik
Section 2. - Mesures d'accompagnement en cas d'utilisation abusive
Art. 27/1. [1 Als het agentschap of Zorginspectie vaststelt dat het budget dat ter beschikking is gesteld en dat wordt ingezet als een cashbudget, niet wordt besteed conform artikel 4, 5, 7, 19 en 22 tot en met 24, kan het agentschap maatregelen opleggen als vermeld in artikel 27/2 en 27/3.]1
  
Art. 27/1. [1 Si l'agence ou l'Inspection des soins de santé constate que le budget mis à disposition et utilisé comme budget de trésorerie n'est pas utilisé conformément aux articles 4, 5, 7, 19 et 22 à 24, l'agence peut imposer les mesures visées aux articles 27/2 et 27/3.]1
  
Art. 27/2. [1 Bij een eerste vaststelling van een niet-conforme besteding als vermeld in artikel 27/1, brengt het agentschap de betrokken budgethouder daarvan op de hoogte en informeert het de budgethouder over de aard van de niet-conformiteit.]1
  
Art. 27/2. [1 Lorsqu'une utilisation non conforme telle que visée à l'article 27/1 est constatée pour la première fois, l'agence en informe le bénéficiaire d'enveloppe concerné et informe le bénéficiaire d'enveloppe de la nature de la non-conformité.]1
  
Art. 27/3. [1 § 1. Na twee verschillende vaststellingen van niet-conforme besteding als vermeld in artikel 27/1, binnen een periode van drie maanden kan het agentschap de betrokken budgethouder verwijzen naar een bijstandsorganisatie. De budgethouder is dan verplicht om zich voor het beheer van zijn budget te laten bijstaan door een bijstandsorganisatie. De budgethouder sluit een overeenkomst met een bijstandsorganisatie waarin wordt voorzien in ministens vier sessies [2 meer]2 hoogdrempelige individuele bijstand. De bijstand die wordt geboden door de bijstandsorganisatie, wordt vergoed met het budget van de betrokken persoon met een handicap.
   De budgethouder deelt de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, mee aan het agentschap.[2 De vier sessies, vermeld in het eerste lid, zijn afgerond binnen achttien maanden na de beslissing van het agentschap waarbij het de budgethouder naar een bijstandsorganisatie verwijst. ]2 De bijstandsorganisaties informeren het agentschap over de bijstand die is verleend conform het eerste lid.
   § 2. Als de budgethouder nalaat de overeenkomst, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, aan te gaan en zich te laten bijstaan door een bijstandsorganisatie[2 of de budgethouder nalaat de vier sessies, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, af te ronden binnen achttien maanden na de beslissing van het agentschap waarbij het de budgethouder naar een bijstandsorganisatie verwijst]2, of als het agentschap of Zorginspectie opnieuw tweemaal vaststelt dat het budget niet wordt besteed conform artikel 4, 5, 7, 19 en 22 tot en met 24, nadat de budgethouder is verplicht zich te laten bijstaan door een bijstandsorganisatie, kan het agentschap beslissen dat de budgethouder zich gedurende een periode van maximaal twee jaar moet laten bijstaan door een bijstandsorganisatie bij de opmaak van een overeenkomst als vermeld in artikel 7, voor de mededeling van de gegevens van die overeenkomsten, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, en bij de opmaak en mededeling van de kostenstaten, vermeld in artikel 22.
   Het agentschap informeert de budgethouder over zijn beslissing, vermeld in het eerste lid.
   De budgethouder sluit een overeenkomst met een bijstandsorganisatie, die de taken, vermeld in het eerste lid, zal opnemen, waarin wordt voorzien in [2 meer]2 hoogdrempelige individuele bijstand, die wordt vergoed met het budget van de persoon met een handicap. De budgethouder deelt die overeenkomst mee aan het agentschap.
   De bijstandsorganisatie, vermeld in de overeenkomst, vermeld in het derde lid, informeert het agentschap over de bijstand die wordt verleend in het kader van de voormelde overeenkomst.
   § 3. Als de budgethouder geen overeenkomst sluit als vermeld in paragraaf 2, derde lid, binnen twee maanden te rekenen vanaf de datum van de beslissing van het agentschap, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, kan het agentschap beslissen dat de budgethouder het budget gedurende twee jaar, te rekenen vanaf de datum vermeld in de beslissing van het agentschap, uitsluitend kan inzetten als een voucher bij een vergunde zorgaanbieder.
   Het agentschap deelt zijn beslissing, vermeld in het eerste lid, mee aan de budgethouder.
   De kosten vermeld op een kostenstaat als vermeld in artikel 22, worden niet meer terugbetaald vanaf de datum, vermeld in de beslissing van het agentschap.
   § 4. Als de budgethouder het budget na de beslissing van het agentschap, vermeld in paragraaf 3, eerste lid, niet inzet als een voucher, vervalt de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling van het budget.]1

  
Art. 27/3. [1 § 1er. Après deux constatations différentes d'utilisation non conforme, visées à l'article 27/1, dans un délai de trois mois, l'agence peut renvoyer le bénéficiaire d'enveloppe concerné à un organisme d'assistance. Le bénéficiaire d'enveloppe est alors tenu de solliciter l'assistance d'un organisme d'assistance pour la gestion de son budget. Le bénéficiaire d'enveloppe conclut un accord avec un organisme d'assistance prévoyant au moins quatre sessions d'assistance individuelle [2 plus]2 accessible. L'assistance fournie par l'organisation d'assistance sera remboursée sur le budget de la personne handicapée concernée.
   Le bénéficiaire d'enveloppe communiquera à l'agence l'accord visé à l'alinéa premier.[2 Les quatre séances visées à l'alinéa 1er, sont effectuées dans les dix-huit mois suivant la décision de l'agence par laquelle elle renvoie le titulaire de budget vers une organisation d'assistance.]2 Les organismes d'assistance informent l'agence de l'assistance fournie conformément à l'alinéa premier.
   § 2. Si le bénéficiaire d'enveloppe ne conclut pas le contrat visé au paragraphe premier, alinéa premier, et n'est pas assisté par un organisme d'assistance[2 ou si le titulaire de budget omet d'effectuer les quatre séances visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, dans les dix-huit mois suivant la décision de l'agence par laquelle elle renvoie le titulaire de budget vers une organisation d'assistance,]2, ou si l'agence ou l'Inspection des soins constate à nouveau deux fois que le budget n'est pas dépensé conformément aux articles 4, 5, 7, 19 et 22 à 24, après que le bénéficiaire d'enveloppe a été obligé de se faire assister par un organisme d'assistance, l'agence peut décider que le bénéficiaire d'enveloppe doit être assisté, pour une période maximale de deux ans, par un organisme d'assistance pour l'établissement d'un contrat visé à l'article 7, pour la communication des détails de ces contrats visés à l'article 17, § 1er, et pour l'établissement et la communication des états de frais visés à l'article 22.
   L'agence informe le bénéficiaire d'enveloppe de sa décision visée à l'alinéa premier.
   Le bénéficiaire d'enveloppe conclut un accord avec un organisme d'assistance, qui assume les tâches visées à l'alinéa premier, prévoyant une assistance individuelle [2 plus]2 accessible, qui est remboursée sur le budget de la personne handicapée. Le bénéficiaire d'enveloppe communique cet accord à l'agence.
   L'organisme d'assistance visé dans l'accord visé à l'alinéa trois informe l'agence de l'assistance fournie dans le cadre de l'accord visé ci-dessus.
   § 3. Si le bénéficiaire d'enveloppe ne conclut pas le contrat visé au paragraphe 2, alinéa trois, dans les deux mois qui suivent la date de la décision de l'agence visée au paragraphe 2, alinéa premier, l'agence peut décider que, pendant une période de deux ans à compter de la date spécifiée dans la décision de l'agence, le bénéficiaire d'enveloppe ne peut utiliser le budget qu'à titre de voucher auprès d'un offreur de soins autorisé.
   L'agence communique au bénéficiaire d'enveloppe sa décision visée à l'alinéa premier.
   Les frais mentionnés sur un état des frais visés à l'article 22 ne sont plus remboursés à compter de la date mentionnée dans la décision de l'agence.
   § 4. Si, à la suite de la décision de l'agence visée au paragraphe 3, alinéa premier, le bénéficiaire d'enveloppe n'utilise pas le budget comme voucher, la décision de l'agence concernant la mise à disposition du budget devient caduque.]1

  
Art. 27/4. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 27/1 tot en met 27/3 kan het agentschap de kosten, vermeld op de kostenstaten, vermeld in artikel 22, die terugbetaald zijn aan de budgethouder, terugvorderen als vastgesteld wordt dat die kosten verband houden met een niet-conforme besteding van het cashbudget als vermeld in artikel 27/1.]1
  
Art. 27/4. [1 Sans préjudice de l'application des articles 27/1 à 27/3, l'agence peut recouvrer les frais indiqués dans les états de frais visés à l'article 22 qui ont été remboursés au bénéficiaire d'enveloppe s'il est établi qu'ils se rapportent à une utilisation non conforme du budget de trésorerie, conformément à l'article 27/1.]1
  
Afdeling 3. - Maatregelen bij onvoldoende besteding van een budget
Section 3. - Mesures en cas de sous-utilisation d'un budget
Art. 27/8. [1 Het agentschap monitort de besteding van de budgetten op jaarbasis.
   Als het agentschap vaststelt dat er gedurende een kalenderjaar geen overeenkomsten als vermeld in artikel 7 of 13, eerste lid, zijn meegedeeld aan het agentschap, of als de budgethouder die het budget inzet als een cashbudget, gedurende een kalenderjaar geen kostenstaten als vermeld in artikel 22 heeft ingediend, neemt het agentschap daarover met een brief en telefonisch contact op met de budgethouder.
   Als de budgethouder niet reageert op de brief, vermeld in het tweede lid, binnen dertig dagen nadat hij is verzonden, stuurt het agentschap een herinneringsbrief naar de budgethouder.
   Als de budgethouder niet reageert op die herinneringsbrief, kan het agentschap beslissen dat de budgethouder zich moet laten bijstaan door een bijstandsorganisatie. De budgethouder sluit een overeenkomst met een bijstandsorganisatie waarin wordt voorzien in ministens vier sessies hoogdrempelige individuele bijstand. De bijstand die wordt geboden door de bijstandsorganisatie, wordt vergoed met het budget van de persoon met een handicap.
   De budgethouder deelt de overeenkomst, vermeld in het vierde lid, mee aan het agentschap. De bijstandsorganisaties informeren het agentschap over de bijstand die is verleend conform het vierde lid.
   Als de budgethouder geen overeenkomst sluit als vermeld in het vierde lid, worden de kosten vermeld op een kostenstaat als vermeld in artikel 22, niet meer terugbetaald en vervalt de beslissing van het agentschap over de terbeschikkingstelling van het budget.]1

  
Art. 27/8. [1 L'agence surveille l'utilisation des budgets sur une base annuelle.
   Si l'agence constate qu'au cours d'une année civile, aucun des accords visés à l'article 7 ou à l'article 13, alinéa premier, n'a été communiqué à l'agence, ou si le bénéficiaire d'enveloppe utilisant le budget comme budget de trésorerie n'a pas présenté d'états de frais visés à l'article 22 au cours d'une année civile, l'agence contactera le bénéficiaire d'enveloppe par courrier ou téléphone.
   Si le bénéficiaire d'enveloppe ne répond pas à la lettre visée à l'alinéa deux dans les trente jours qui suivent son envoi, l'agence lui enverra un rappel.
   Si le bénéficiaire d'enveloppe ne répond pas à ce rappel, l'agence peut décider que le bénéficiaire d'enveloppe doit se faire assister par un organisme d'assistance. Le bénéficiaire d'enveloppe conclut un accord avec un organisme d'assistance prévoyant au moins quatre sessions d'assistance individuelle hautement accessible. L'assistance fournie par l'organisme d'assistance est remboursée sur le budget de la personne handicapée.
   Le bénéficiaire d'enveloppe communique à l'agence le contrat visé à l'alinéa quatre. Les organismes d'assistance informent l'agence de l'assistance fournie conformément à l'alinéa quatre.
   Si le bénéficiaire d'enveloppe ne conclut pas l'accord visé à l'alinéa quatre, les frais figurant dans un état des frais visés à l'article 22 ne sont plus remboursés et la décision de l'agence relative à la mise à disposition du budget devient caduque.]1

  
HOOFDSTUK 9. - Slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions finales
Art.28. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2016.
Art.28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2016.
Art. 29. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Le Ministre flamand ayant l'aide aux personnes dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.